CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Verkennend bodem- en asbestonderzoek

Besluitronde (raadsvergadering) 9 maart 2022, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Nijmegen Midden 2015 -7 (Vossenlaan 44) (152/2021)16.131 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAPPORT: Diverse (actualiserende) onderzoeken Vossenlaan 44 te Nijmegen

PROJECTNUMMER: B19.7646 Versie: 01

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. Van Voordenpark 16 5301 KP Zaltbommel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl

RAPPORT: Diverse (actualiserende) onderzoeken, Vossenlaan 44 te Nijmegen

PROJECTNUMMER: B19.7646 Versie 01

OPDRACHTGEVER: Woonfront Vossenlaan Nijmegen

DATUM: 9 oktober 2020

Auteur:

Autorisatie:

ing. M. Hennekes Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

Ing. H.M.W. van der Donk Senior Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

B19.7646/R7646-01/MH

Alle informatie in deze rapportage mag NIET worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

2

SAMENVATTING Woonfront Vossenlaan Nijmegen heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) opdracht gegeven voor het uitvoeren van een actualiserend bodemonderzoek, inclusief historisch onderzoek, en een verkennend onderzoek naar asbest voor de onderzoekslocatie gelegen aan de Vossenlaan 44 te Nijmegen. De onderzoeken worden uitgevoerd aangezien voorgaande onderzoeken verouderd zijn en in het kader van de voorgenomen herontwikkeling en bijbehorend bestemmingsplan. Het onderzoek heeft tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op de onderzoekslocatie te actualiseren teneinde te bepalen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen herontwikkeling en bijbehorend bestemmingsplan. Tevens worden de in voorgaand onderzoek aangetroffen puinbijmengingen aanvullend onderzocht op asbest middels een verkennend onderzoek naar asbest. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017 [1], NEN 5740/A1:2016 [2] en de NEN 5707:2015/C2:2017 [3]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door mevrouw ing. M. Hennekes en de heer ing. H.M.W. van der Donk.

Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek Uit de beschikbare informatie is gebleken dat voor de locatie de volgende aandachtspunten van toepassing zijn:  Op basis van het historisch kaartmateriaal en de BAG viewer van kadaster is het scholencomplex gerealiseerd in 1977. Hiervoor was het terrein braakliggend. De woonwijk (ingeklemd tussen de straten Groenestraat, Vossenlaan en Wezenlaan), waarbinnen de locatie is gelegen, is omstreeks 1970 gerealiseerd. Hiervoor betrof de locatie een sportterrein en/of agrarische landbouwpercelen. De Vossenlaan zelf is reeds zichtbaar op het kaartmateriaal uit 1850;  Voor zover bekend zijn geen slootdempingen en/of boomgaarden op de locatie aanwezig (geweest);  Voor zover bekend zijn er geen boven- en/of ondergrondse opslagtanks aanwezig (geweest) op de locatie;  Gezien de historie (eerste bebouwing rond 1977), de aanwezige verhardingen, en de tijdens voorgaande onderzoeken aangetroffen (puin)bijmengingen, dient tevens een verkennend onderzoek naar asbest uitgevoerd conform de huidige richtlijnen;  In verband met toekomstige herontwikkeling, wordt een indicatief onderzoek naar PFAS geadviseerd. Op basis van de beschikbare gegevens zijn enkele verouderde bodemonderzoeken bekend. Aangezien de onderzoeken ruim 10 jaar oud zijn, is de actuele bodemkwaliteit nog niet vastgesteld voor de voorgenomen herontwikkeling.

Derhalve dient de actuele bodemkwaliteit vastgelegd te worden middels een volledig actualiserend bodemonderzoek ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling.

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Vossenlaan 44 te Nijmegen Rapportnr.: B19.7646 versie: 01 datum: 9 oktober 2020

3 Gezien de historie (eerste bebouwing rond 1977), de aanwezige verhardingen, en de tijdens voorgaande onderzoeken aangetroffen (puin)bijmengingen, dient tevens een verkennend onderzoek naar asbest uitgevoerd conform de huidige richtlijnen. In het voorgaand onderzoek is namelijk niet conform de huidige richtlijnen voor een verdachte locatie op asbest onderzocht, waardoor het niet voldoet voor een bestemmingsplanwijziging. Conclusies en aanbevelingen Actualiserend bodemonderzoek Algemene kwaliteit Voor de onderzoekslocatie werd de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot de aanwezigheid van een bodemverontreinigingen met diverse NEN parameters. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese verworpen, aangezien in de onderzochte grond, zowel in- als uitpandig, maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de betreffende achtergrondwaarden. Aangezien de meetwaarden de indexwaarde van 0,5 niet overschrijden, zijn verder geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wbb. PFAS Op basis van de aangetroffen gehalten voor de PFAS parameters voldoet de grond uit mengmonster MMPFAS01 aan de functieklassen “wonen” en “industrie” uit het tijdelijk handelingskader.

Zodoende kan de grond voor wat betreft PFAS elders worden toegepast in deze functieklassen, bij toepassing boven grondwaterniveau, op de landbodem en buiten grondwaterbeschermingsgebieden. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Op basis van de resultaten van het PFAS-onderzoek voldoet de onderzochte grond uit mengmonster MMPFAS02 aan de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) uit het tijdelijk handelingskader. Zodoende bestaan voor wat betreft PFAS geen bezwaren voor toepassing elders, behoudens grondwaterbeschermingsgebieden. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd. Verkennend onderzoek naar asbest Voor wat betreft asbest is voor de locatie een hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese worden verworpen. Zintuiglijk is zowel in- als uitpandig in de opgeboorde en opgegraven (puinhoudende) grond geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Analytisch is eveneens geen asbest aangetoond.

Over de contactzone kan echter nog geen definitieve uitspraak worden gedaan, aangezien in afwijking op de SIKB BRL 2000, protocol 2018, geen efficiënte maaiveldinspectie is uitgevoerd in verband met de aanwezige vegetatie op het maaiveld. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, maar de mogelijkheid bestaat dat niet alle asbesthoudende (plaat)materialen zijn waargenomen. Indien in de toekomst asbesthoudende (plaat)materialen op de locatie worden aangetroffen, kan Verhoeven Milieutechniek B.V. hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld.

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Vossenlaan 44 te Nijmegen Rapportnr.: B19.7646 versie: 01 datum: 9 oktober 2020

4 Algehele conclusies en aanbevelingen Middels de voorliggende en voorgaande onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie aan de Vossenlaan 44 te Nijmegen in voldoende mate geactualiseerd cq. vastgesteld. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan ons inziens definitief geen bezwaren tegen de voorgenomen herontwikkeling en bestemmingsplanwijziging, aangezien maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond. Daarnaast is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetoond. Ons inziens is het niet noodzakelijk om na de sloop wederom een onderzoek uit te voeren op basis van de volgende argumenten: - Op de locatie zijn in totaal 3 uitgebreide onderzoeken uitgevoerd, waarbij geen noemenswaardige verontreinigingen zijn aangetoond voor de NEN-parameters, zowel in- als uitpandig; - In het voorliggend onderzoek is ruim voldoende aangetoond dat zintuiglijk en analytisch geen asbestverontreinigingen aanwezig is , zowel in- als uitpandig. Als voorwaarde geldt wel dat de sloop inclusief asbestverwijdering conform de vigerende richtlijnen wordt uitgevoerd en het maaiveld schoon wordt opgeleverd. Wel wordt geadviseerd om, na verwijdering van de momenteel aanwezige bebouwing en verhardingen (na de sloop), nog aanvullend een maaiveldinspectie uit te voeren om een definitieve uitspraak te kunnen doen over de contactzone.

Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd.

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Vossenlaan 44 te Nijmegen Rapportnr.: B19.7646 versie: 01 datum: 9 oktober 2020

5 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.

INLEIDING .................................................................................................................................................. 6

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN .................................................................................. 6

3.

LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................................... 6 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 6 3.2. HISTORISCH ONDERZOEK (NEN 5725 / NEN 5717)................................................................................... 6

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE .......................................................................................... 9 4.1. BODEMOPBOUW .......................................................................................................................................... 9 4.2. GEOHYDROLOGIE ....................................................................................................................................... 9

5.

HYPOTHESE ............................................................................................................................................... 9

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK .......................................................................................................... 10 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIEËN DIVERSE ONDERZOEKEN ............................................................................ 10 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ........................................................................................................................... 11

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 13 7.1. GROND/GRONDWATER .............................................................................................................................. 13 7.2. ASBEST ...................................................................................................................................................... 14

8.

LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN RESULTATEN ........................................................... 15 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 15 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN .............................................................. 15 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ................................................................................................... 18

9.

CONCLUSIES EN AANBEVELING ....................................................................................................... 19 9.1. ACTUALISEREND BODEMONDERZOEK...................................................................................................... 19 9.2. VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST................................................................................................ 19 9.3. ALGEHELE CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 20

10. REFERENTIES .......................................................................................................................................... 21 BIJLAGEN

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Situering in de regio Situatieschets met geplaatste (beton)boringen en proefgaten Boorprofiel beschrijvingen Analysecertificaten grond en asbest Achtergrond- en interventiewaarden grond Toetsingstabellen PFAS Veldwerkformulieren asbestonderzoek Relevante historische informatie

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Vossenlaan 44 te Nijmegen Rapportnr.: B19.7646 versie: 01 datum: 9 oktober 2020

6

1.

INLEIDING Woonfront Vossenlaan Nijmegen heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) opdracht gegeven voor het uitvoeren van een actualiserend bodemonderzoek, inclusief historisch onderzoek, en een verkennend onderzoek naar asbest voor de onderzoekslocatie gelegen aan de Vossenlaan 44 te Nijmegen. De onderzoeken worden uitgevoerd aangezien voorgaande onderzoeken verouderd zijn en in het kader van de voorgenomen herontwikkeling en bijbehorend bestemmingsplan. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017 [1], NEN 5740/A1:2016 [2] en de NEN 5707:2015/C2:2017 [3]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door mevrouw ing. M. Hennekes en de heer ing. H.M.W. van der Donk.

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN Het onderzoek heeft tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op de onderzoekslocatie te actualiseren teneinde te bepalen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen herontwikkeling en bijbehorend bestemmingsplan. Tevens worden de in voorgaand onderzoek aangetroffen puinbijmengingen aanvullend onderzocht op asbest middels een verkennend onderzoek naar asbest.

3.

LOCATIEGEGEVENS 3.1.

Algemene gegevens

De locatie is gelegen aan de Vossenlaan 44 te Nijmegen en staat kadastraal bekend als gemeente Hatert, sectie L, nummer 3500. De locatie betreft een voormalig schoolterrein (ROC). De locatie heeft een oppervlakte van circa 6.700 m2, waarvan circa 3.000 m2 bebouwd. Uitpandig is grotendeels verhard (parkeerplaats) met klinkers. Inpandig is een (gewapende) betonvloer aanwezig met deels een kruipruimte eronder. Het voornemen bestaat om de locatie te herontwikkelen ten behoeve van woningbouw. Voor de situering van het perceel in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2.

Historisch onderzoek (NEN 5725 / NEN 5717)

Door een medewerker van Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) is de digitaal beschikbare informatie van de websites www.kadaster.nl/-/bag-viewer, www.topotijdreis.nl en www.bodemloket.nl geraadpleegd. Door de opdrachtgever zijn reeds de beschikbare bodemonderzoeken en bouwdossiergegevens verstrekt. Daarnaast zijn de bodeminformatie websites van de gemeente Nijmegen en van de provincie Gelderland bestudeerd. De relevante historische informatie is opgenomen als bijlage 8.

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Vossenlaan 44 te Nijmegen Rapportnr.: B19.7646 versie: 01 datum: 9 oktober 2020

7 Bodemkwaliteitsgegevens Historisch kaartmateriaal Op basis van het historisch kaartmateriaal en de BAG viewer van kadaster is het scholencomplex gerealiseerd in 1977. Hiervoor was het terrein braakliggend. De woonwijk (ingeklemd tussen de straten Groenestraat, Vossenlaan en Wezenlaan), waarbinnen de locatie is gelegen, is omstreeks 1970 gerealiseerd. Hiervoor betrof de locatie een sportterrein en/of agrarische landbouwpercelen. De Vossenlaan zelf is reeds zichtbaar op het kaartmateriaal uit 1850. Voor zover bekend zijn geen slootdempingen en/of boomgaarden op de locatie aanwezig (geweest). Voorgaande bodemonderzoeken Op de onderzoekslocatie zijn in het verleden diverse bodemonderzoeken uitgevoerd, welke hieronder kort worden toegelicht. Verkennend bodemonderzoek ten behoeve van een locatie aan de Vossenlaan te Nijmegen, Inpijn-Blokpoel, kenmerk MB-0728, d.d. 11 augustus 1994 Ten behoeve van de bouwverordening voor de scholengemeenschap (uitbreiding school) ter plaatse van de locatie is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Uit de historie bleek dat de locatie tot circa 1950 in gebruik was als sportterrein. Hierna heeft de locatie braak gelegen tot 1977. Vanaf 1977 is het terrein in gebruik als scholengemeenschap. Uit de historie kwamen verder geen relevante zaken aan het licht, waardoor gekozen was voor een onverdachte strategie voor het verkennend bodemonderzoek.

Tijdens het onderzoek, waarbij uitpandig ter plaatse van de voorgenomen nieuwbouw is onderzocht, is in een mengmonster van de bovengrond een sterk verhoogd gehalte voor PAK aangetoond gerelateerd aan de bijmengingen met puin en/of koolas. Tevens werd een licht verhoogd gehalte voor minerale olie aangetoond. In de ondergrond werden geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond. Het grondwater is niet onderzocht, aangezien het grondwater dieper dan 5,0 m-mv aanwezig is (circa 20 m-mv). Aanvullend bodemonderzoek ten behoeve van een locatie aan de Vossenlaan te Nijmegen, InpijnBlokpoel, kenmerk MB-0728-A, d.d. 30 november 1994 Naar aanleiding van de hierboven beschreven resultaten van het verkennend bodemonderzoek is een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de aangetroffen PAK-verontreiniging in de bovengrond. Tijdens het onderzoek zijn de boringen B-01 t/m B05-1 uit voorgaand onderzoek herplaatst en is de bovengrond separaat onderzocht op PAK, aangezien de grondmonsters uit het verkennend onderzoek niet meer beschikbaar waren. Tevens is een mengmonster van de ondergrond geanalyseerd op PAK ter verticale afperking en is een mengmonster van de bovengrond geanalyseerd op minerale olie ter verificatie. Uit de resultaten van het aanvullend onderzoek is gebleken dat in geen van bovengrondmonsters verhoogde gehalten voor PAK zijn aangetroffen.

Tevens is geen PAK aangetoond in het mengmonster van de ondergrond. Daarnaast is geen verhoogd gehalte voor minerale olie meer aangetoond in de bovengrond. Geconcludeerd werd dat de zintuiglijk waargenomen structuurafwijkingen in beide onderzoeken duidden op een inhomogeniteit (heterogeniteit) in de toplaag die waarschijnlijk de oorzaak vormt voor de gemeten concentratieverschillen aan PAK. Waarschijnlijk was bij voorgaand onderzoek sprake van een koolasdeeltje dat in de PAK-analyse was meegenomen. Verkennend bodemonderzoek Vossenlaan 44 te Nijmegen, Syncera De Straat, projectnummer B05B0685, d.d. 18 januari 2006 In verband met de aankoop van de locatie is een verkennend bodem- asbestonderzoek uitgevoerd. Uit het vooronderzoek zijn geen aanvullende gegevens naar voren gekomen na de eerder beschreven onderzoeken uit 1994. De locatie is tijdens het verkennend onderzoek onderzocht als onverdachte locatie. Tevens is een onderzoek naar asbest uitgevoerd afgeleid van de NEN 5707 voor een onverdachte locatie. Tijdens het onderzoek zijn alle boringen uitpandig geplaatst, waarbij zintuiglijk zwakke tot matige bijmengingen van baksteen, puin en kolengruis zijn waargenomen. Diverse (actualiserende) onderzoeken, Vossenlaan 44 te Nijmegen Rapportnr.: B19.7646 versie: 01 datum: 9 oktober 2020

8 Analytisch zijn in de bovengrond licht verhoogde gehalten voor PAK en lood aangetoond. In de overige onderzochte grondmonsters zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameter aangetoond. Grondwateronderzoek heeft niet plaatsgevonden, aangezien deze naar verwachting dieper dan 5,0 m-mv aanwezig is. Zowel zintuiglijk als analytisch is geen asbest aangetoond. Huidig bodemgebruik De locatie is momenteel verhard met tegels en klinkers. Daarnaast is bebouwing aanwezig. Toekomstig bodemgebruik Het voornemen bestaat om de locatie te herontwikkelen. Tanks Voor zover bekend zijn er geen boven- en/of ondergrondse opslagtanks aanwezig (geweest) op de locatie. Asbest Gezien de historie (eerste bebouwing rond 1977), de aanwezige verhardingen, en de tijdens voorgaande onderzoeken aangetroffen (puin)bijmengingen, dient tevens een verkennend onderzoek naar asbest uitgevoerd conform de huidige richtlijnen. In het voorgaand onderzoek is namelijk niet conform de huidige richtlijnen voor een verdachte locatie op asbest onderzocht, waardoor het niet voldoet voor een bestemmingsplanwijziging. PFAS Op 8 juli 2019 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie van toepassing verklaard.

Dit handelingskader en het directe ingangstermijn hiervan heeft de markt niet voorzien, maar heeft gevolgen voor de acceptatie van grond en baggerspecie bij grondbanken en verwerkers. Dus zodra er grond/slib van de locatie moet worden afgevoerd dient onderzoek plaats te vinden naar PFAS (28 parameters) en/of GenX. Aangezien voor bovengenoemde mogelijk locatie grond afgevoerd dient te worden, dient de grond aanvullend onderzocht te worden op PFAS. Voor Nijmegen betreft GenX geen verdachte parameter, waardoor deze parameter niet wordt meegenomen. Locatiebezoek Tijdens het locatiebezoek, voorafgaand aan de veldwerkzaamheden, is gebleken dat de locatie verhard is met tegels en klinkers. Conclusie historisch onderzoek en locatiebezoek Uit de beschikbare informatie is gebleken dat voor de locatie de volgende aandachtspunten van toepassing zijn:  Op basis van het historisch kaartmateriaal en de BAG viewer van kadaster is het scholencomplex gerealiseerd in 1977. Hiervoor was het terrein braakliggend. De woonwijk (ingeklemd tussen de straten Groenestraat, Vossenlaan en Wezenlaan), waarbinnen de locatie is gelegen, is omstreeks 1970 gerealiseerd. Hiervoor betrof de locatie een sportterrein en/of agrarische landbouwpercelen.

De Vossenlaan zelf is reeds zichtbaar op het kaartmateriaal uit 1850;  Voor zover bekend zijn geen slootdempingen en/of boomgaarden op de locatie aanwezig (geweest);  Voor zover bekend zijn er geen boven- en/of ondergrondse opslagtanks aanwezig (geweest) op de locatie;  Gezien de historie (eerste bebouwing rond 1977), de aanwezige verhardingen, en de tijdens voorgaande onderzoeken aangetroffen (puin)bijmengingen, dient tevens een verkennend onderzoek naar asbest uitgevoerd conform de huidige richtlijnen;  In verband met toekomstige herontwikkeling, wordt een indicatief onderzoek naar PFAS geadviseerd. Diverse (actualiserende) onderzoeken, Vossenlaan 44 te Nijmegen Rapportnr.: B19.7646 versie: 01 datum: 9 oktober 2020

9 Op basis van de beschikbare gegevens zijn enkele verouderde bodemonderzoeken bekend. Aangezien de onderzoeken ruim 10 jaar oud zijn, is de actuele bodemkwaliteit nog niet vastgesteld voor de voorgenomen herontwikkeling. Derhalve dient de actuele bodemkwaliteit vastgelegd te worden middels een volledig actualiserend bodemonderzoek ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling. Gezien de historie (eerste bebouwing rond 1977), de aanwezige verhardingen, en de tijdens voorgaande onderzoeken aangetroffen (puin)bijmengingen, dient tevens een verkennend onderzoek naar asbest uitgevoerd conform de huidige richtlijnen. In het voorgaand onderzoek is namelijk niet conform de huidige richtlijnen voor een verdachte locatie op asbest onderzocht, waardoor het niet voldoet voor een bestemmingsplanwijziging. 4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE 4.1.

Bodemopbouw

Op de onderzoekslocatie is een circa 2 meter dikke deklaag aanwezig. De deklaag is afkomstig van de Formatie van Boxtel en bestaat hoofdzakelijk uit midden en fijn zand. Het onderliggende goed doorlatende eerste watervoerende pakket is circa 27 meter dik en bestaat hoofdzakelijk uit midden en grof zand van de Formaties van Kreftenheye, Peize en Waalre. Het eerste watervoerende pakket wordt van het tweede watervoerende pakket gescheiden door een circa 2 meter dikke scheidende laag, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei, klei en midden zand, behorend tot de Formatie van Waalre. Hieronder bevindt zich tot circa 67 m-mv het tweede watervoerend pakket [4]. 4.2.

Geohydrologie

De stroming van het regionale (ondiepe) grondwater is globaal noordelijk gericht richting de Waal. De stromingsrichting van het ondiepe grondwater wordt beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, oppervlaktewater, de ligging van rioleringen en de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen). Het grondwater is dieper dan 5,0 m-mv aanwezig (circa 20 m-mv), hetgeen in voldoende mate is bevestigd in voorgaande onderzoeken. De locatie is niet gesitueerd binnen een grondwaterbeschermingsgebied. 5.

HYPOTHESE

Op basis van de reeds beschikbare informatie is voor de algemene bodemkwaliteit uitgegaan van een verdachte hypothese met betrekking tot het voorkomen van een bodem- en asbestverontreiniging. Daarnaast vormt de aanwezigheid van PFAS een aandachtspunt in de bovengrond, waarvoor extra werkzaamheden zijn opgenomen.

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Vossenlaan 44 te Nijmegen Rapportnr.: B19.7646 versie: 01 datum: 9 oktober 2020

10

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.

Onderzoeksstrategieën diverse onderzoeken

Actualiserend bodemonderzoek Algemene kwaliteit Voor de onderzoeksopzet voor de actualisatie van de algemene bodemkwaliteit wordt de strategie voor een verdachte heterogene niet-lijnvormige strategie (VED-HE-NL) gehanteerd uit de NEN 5740:2009/A1:2016, voor een oppervlakte van maximaal 7.000 m2. In verband met de diverse verhardingen en bestaande bebouwing worden alle boringen doorgezet worden tot minimaal 1,0 m-mv. Aanvullend op deze verdachte heterogene strategie worden 5 extra (beton)boringen inpandig geplaatst, inclusief één extra NEN-pakket. Het uitvoeren van grondwateronderzoek is conform de NEN 5740/A1 niet noodzakelijk, aangezien het grondwater zich dieper dan 5,0 m-mv bevindt. Aangezien in voorgaande onderzoeken steeds boringen tot 5,0 m-mv zijn geplaatst en het grondwater duidelijk dieper dan 5,0 m-mv aanwezig is (circa 20 m-mv) is het niet noodzakelijk om wederom een boring tot 5,0 mmv te plaatsen. PFAS De onderzoeksopzet voor het bodemonderzoek naar PFAS is gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een homogeen verdeelde verontreinigde stof (VED-HO-NL) zoals beschreven in de NEN5740/A1:2016. Hierbij wordt de oppervlakte naar boven afgerond, waardoor sprake is van een maximale oppervlakte van 1 hectare. De boringen worden gecombineerd met de boringen van het actualiserend bodemonderzoek.

In totaal worden twee mengmonsters samengesteld en geanalyseerd op PFAS. De mengmonsters worden samengesteld uit de monsters van de grondlagen tot maximaal 1,0 m-mv. De diepere ondergrond en het grondwater behoeven niet op PFAS te worden onderzocht en zijn verder buiten beschouwing gelaten. Het onderzoek naar PFAS is uitgevoerd conform het tijdelijk handelingskader voor hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie, zoals verstrekt aan de Tweede Kamer (geactualiseerd d.d. 2 juli 2020). Dit handelingskader zal juridisch worden verankerd via een wijziging in de Regeling bodemkwaliteit; tot die tijd wordt het handelingskader gevolgd. Verkennend onderzoek naar asbest in grond Naar aanleiding van het aantreffen van puinbijmengingen is een verkennend onderzoek naar asbest uitgevoerd. Voor het verkennend onderzoek naar asbest ter plaatse van de onderzoekslocatie is uitgegaan van de NEN 5707:2015/C2:2017 voor een diffuse locatie met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging met een oppervlakte van maximaal 7.000 m2. Voor het verkennend onderzoek naar asbest worden ter plaatse van het uitpandige gedeelte ruim voldoende proefgaten gegraven, zodat deze volstaan voor de totale oppervlakte conform de NEN 5707 (inclusief de oppervlakte van de bebouwing).

Inpandig wordt de opgeboorde grond uit de (beton)boringen aanvullend geïnspecteerd op het voorkomen van puinbijmengingen en asbestverdachte materialen (fractie >20 mm), waardoor het asbestonderzoek voor het inpandige gedeelte een indicatief karakter heeft. Ondanks het indicatieve karakter voor de inpandige gedeelte is ons inziens sprake van een representatief onderzoek, gezien de ruime hoeveelheid proefgaten en boringen.

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Vossenlaan 44 te Nijmegen Rapportnr.: B19.7646 versie: 01 datum: 9 oktober 2020

11 Voorafgaand aan het verkennend onderzoek naar asbest wordt een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie < 20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd. De mengmonsters van de meest verdachte grond- en/of puinlagen worden geanalyseerd op een kwalitatieve/kwantitatieve analyse op asbest conform NEN5898:2015 (< 20 mm). Minimaal drie mengmonsters van de meest verdachte puin- en/of grondlagen worden geanalyseerd op een kwalitatieve/kwantitatieve analyse op asbest conform NEN5898:2015: asbest in grond (< 20 mm). Voor het inpandige gedeelte (indicatief) is een extra mengmonster opgenomen op een kwalitatieve/kwantitatieve analyse op asbest (<20 mm), waardoor ruim is voldaan aan het aantal monsters. De veld- en laboratoriumwerkzaamheden voor de diverse onderzoeken worden zoveel mogelijk gecombineerd. Met het plaatsen van de boringen en proefgaten is rekening gehouden met de bekende gegevens. 6.2.

Veldwerkzaamheden

Algemeen / certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6), protocol 2001: het plaatsen van boringen en peilbuizen (versie 6) en protocol 2018: locatieinspectie en monsterneming van asbest in bodem (versie 6). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een schep, Edelmanboor en een kernboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerker weergegeven. Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data 14 en 15 september 2020

Bedrijf Verhoeven Milieutechniek BV

Gecertificeerde medewerker De heer C.C.G. van Rossum

Protocol BRL SIKB 2001 (v. 6) 2018 (v. 6)

Het uitvoeren van grondwateronderzoek is conform de NEN 5740/A1 niet noodzakelijk, aangezien het grondwater zich dieper dan 5,0 m-mv bevindt. Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Actualiserend bodemonderzoek Grond Ten behoeve van het actualiseren van de algemene bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie, conform de onderzoeksopzet voor het actualiserend bodemonderzoek, zijn in totaal 25 boringen (B01 t/m B25) geplaatst. De boringen B20 en B21 zijn inpandig in een kruipluik geplaatst. De boringen B22 t/m B25 zijn inpandig in de betonvloer geplaatst. In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde werkzaamheden weergegeven.

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Vossenlaan 44 te Nijmegen Rapportnr.: B19.7646 versie: 01 datum: 9 oktober 2020

12 Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Boringen Boringen tot circa 1,0 m-mv Boringen tot circa 2,0 m-mv B01, B02, B04, B06, B08 t/m B11, B13, B16, B17, B19, B22*, B03, B05, B07, B12, B14, B15, B18, B20, B21 B23*, B24, B25 Toelichting bij tabel 6.2: * De boringen B22 en B23 zijn gestaakt i.v.m. een fundering of om technische redenen.

In eerste instantie zijn de boringen B22 en B23 gestaakt, waardoor is besloten om 1 extra boring inpandig te plaatsen en diverse boringen dieper door te zetten. Hierdoor komt de representativiteit van het onderzoek niet in gevaar. Verkennend onderzoek naar asbest Ten behoeve van het verkennend onderzoek naar asbest dient op de locatie allereerst een locatieen maaiveldinspectie te worden uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het maaiveld ter plaatse van de locatie grotendeels is verhard (90 %). Derhalve heeft hier geen efficiënte maaiveldinspectie ( > 25% zichtbaar) plaats kunnen vinden. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) waargenomen. Ten behoeve van de onderzoeksopzet zijn in totaal 18 proefgaten (B01 t/m B05, B07 t/m B19) van 0,3 m x 0,3 m tot circa 0,5 m-mv gegraven. De proefgaten zijn verdeeld over de locatie. Tevens zijn de diverse (beton)boringen van het inpandige gedeelte geïnspecteerd (boringen B20, B21, B24 en B25), zoals eerder aangegeven Voor de inspectie van de ondergrond zijn diverse proefgaten doorgezet tot in de ongeroerde ondergrond (gecombineerd met boringen). Om een bodemverontreiniging met asbest vast te stellen is per proefgat de grove fractie (> 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten.

Hierbij zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen (> 20 mm) aangetroffen. In het veld zijn vijf grondmengmonsters samengesteld ten behoeve van het analytisch onderzoek naar asbest in de fijne fractie (< 20 mm). Een overzicht van de samengestelde grondmonsters en de zintuiglijke waarnemingen met bijbehorende analyses is in tabel 8.6 van hoofdstuk 8 weergegeven. De veldwerkformulieren van het asbestonderzoek zijn opgenomen in bijlage 7. De situatieschets met de geplaatste boringen en proefgaten is opgenomen als bijlage 2.

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Vossenlaan 44 te Nijmegen Rapportnr.: B19.7646 versie: 01 datum: 9 oktober 2020

13

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1.

Grond/grondwater

De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [5]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.

De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid:  Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd.  Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering.

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Vossenlaan 44 te Nijmegen Rapportnr.: B19.7646 versie: 01 datum: 9 oktober 2020

14 Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit [5] tot die tijd moet het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie (geactualiseerd d.d. 2 juli 2020, inclusief aanpassing d.d. 1 juli 2020), worden gehanteerd. In het tijdelijk handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/ natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOA een toepassingsnorm van 1,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 μg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV’s kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV’s blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2.

Asbest

De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en bedraagt 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grondmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Als tijdens de analyse van asbest in fijne fractie (< 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 µm, wordt in de NEN 5898 geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels een Stereo Electro Microscoop (SEM) analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd. Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest in de grond is dan verplicht.

De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest in de bodem indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707. Als respirabele vezels in de bovengrond (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Vossenlaan 44 te Nijmegen Rapportnr.: B19.7646 versie: 01 datum: 9 oktober 2020

15

8.

LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN RESULTATEN 8.1.

Zintuiglijke waarnemingen

De bodem op de onderzoekslocatie bestaat vanaf maaiveld/onderzijde verharding tot aan de maximale boordiepte van circa 3,0 uit matig tot zeer fijn, zwak siltig zand. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk matige bijmengingen van puin waargenomen. Een volledig overzicht van de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden is weergegeven in tabel 8.1. Tabel 8.1: Zintuiglijke waarnemingen Boring

Proefgat

Diepte boring (m -mv) 1,00 1,00

Traject (m -mv) 0,25 - 1,00 0,25 - 1,00

B24 Nee B25 Nee Toelichting bij de tabel: Matig ≥ 5 < 10 % bodemvreemd materiaal;

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

Zand Zand

Matig puinhoudend Matig puinhoudend

Verder zijn tijdens de visuele inspectie van het maaiveld en de opgeboorde/opgegraven grond en/of puin geen asbestverdachte materialen (> 20 mm) en overige waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen als bijlage 3. 8.2.

Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten

De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam (grond en asbest). De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grond en asbest in grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond is opgenomen als bijlage 5. Het analytisch onderzoek naar PFAS is uitgevoerd door het laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. die gevalideerd is voor het uitvoeren van deze analyses conform de Duitse norm DIN 38414-14. Aangezien deze parameters vooralsnog niet conform AS3000 en/of AP04 kunnen worden erkend is dit het hoogste haalbare en zijn de analyseresultaten representatief voor het uitgevoerde bodemonderzoek. De toetsingsresultaten van de PFAS analyses zijn opgenomen in bijlage 6. Tevens worden de PFAS resultaten indicatief getoetst aan de vastgestelde INEV’s. In tabel 8.2 is een overzicht opgenomen van de opmerkingen die aan de analysecertificaten zijn toegevoegd. Tabel 8.2: Opmerkingen analysecertificaten Certificaat - nummer Asbest 13316321

Monster

Parameter

Opmerking

Toelichting

MMASB01

Asbest

Het aangeleverde analysemonster voldoet niet aan de minimaal vereiste hoeveelheid volgens de eisen in NEN5898 (hoofdstuk 5).

Er is minder dan 10 kg droge stof aan monstermateriaal aangeleverd 1,4 kg), waardoor de analyseresultaten mogelijk minder representatief zijn. Aangezien het een indicatief monster betreft en in het mengmonster geen noemenswaardige gehalte voor asbest (< 2 mg/kg d.s.) is aangetoond, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Vossenlaan 44 te Nijmegen Rapportnr.: B19.7646 versie: 01 datum: 9 oktober 2020

16 Grond NEN Op basis van de onderzoeksopzet en zintuiglijke waarnemingen zijn grondmengmonsters samengesteld, geselecteerd en geanalyseerd. In verband met de zintuiglijke waarnemingen is één extra mengmonster samengesteld. De grondmengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.3 weergegeven. Tabel 8.3: Overzicht grondmengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten Mengmonster MM01

Omschrijving Ondergrond, zand Zintuiglijk: (bodemlaag onder betonvloer)

MM02

Boven-/ondergrond, zand Zintuiglijk: matig puinhoudend (bodemlaag onder betonvloer)

MM03

Bovengrond, zand Zintuiglijk: -

MM04

Bovengrond, zand Zintuiglijk: -

MM05

Bovengrond, zand Zintuiglijk: -

MM06

Ondergrond, zand Zintuiglijk: -

MM07

Ondergrond, zand Zintuiglijk: -

Boringen (traject in m -mv) B20 (1,00 - 1,50) B20 (1,50 - 2,00) B21 (1,00 - 1,50) B21 (1,50 - 2,00) B24 (0,25 - 0,50) B24 (0,50 - 1,00) B25 (0,25 - 0,50) B25 (0,50 - 1,00) B01 (0,08 - 0,50) B03 (0,08 - 0,50) B05 (0,08 - 0,50) B18 (0,08 - 0,50) B06 (0,08 - 0,50) B08 (0,08 - 0,50) B09 (0,08 - 0,50) B11 (0,08 - 0,50) B14 (0,08 - 0,50) B15 (0,08 - 0,50) B16 (0,08 - 0,50) B17 (0,08 - 0,50) B03 (1,00 - 1,50) B03 (1,50 - 2,00) B05 (0,50 - 1,00) B05 (1,50 - 2,00) B07 (1,00 - 1,50) B07 (1,50 - 2,00) B18 (0,50 - 1,00) B18 (1,00 - 1,50) B12 (0,50 - 1,00) B12 (1,00 - 1,50) B12 (1,50 - 1,80) B14 (0,50 - 1,00) B14 (1,00 - 1,50) B14 (1,50 - 2,00) B15 (1,00 - 1,50) B15 (1,50 - 2,00)

Analysepakket

Resultaten >I -

NEN

> AW < I -

NEN

Co

-

NEN

-

-

NEN

Pb

-

NEN

-

-

NEN

-

-

NEN

-

-

Toelichting bij tabel 8.3: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie (MO), inclusief lutum en organische stof (humus); AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetroffen/waargenomen.

PFAS Aanvullend zijn twee mengmonsters geanalyseerd op PFAS. De grondmengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.4 weergegeven.

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Vossenlaan 44 te Nijmegen Rapportnr.: B19.7646 versie: 01 datum: 9 oktober 2020

17 Tabel 8.4: Overzicht grondmengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten Mengmonster

Omschrijving

Boring (traject in m -mv)

Analysepakket

MMPFAS01

Grond, zand Zintuiglijk: matig puinhoudend (bodemlaag onder beton)

PFAS

MMPFAS02

Grond, zand Zintuiglijk: -

B24 (0,25 - 0,50) B24 (0,50 - 1,00) B25 (0,25 - 0,50) B25 (0,50 - 1,00) B02 (0,08 - 0,50) B07 (0,50 - 1,00) B12 (0,08 - 0,50) B19 (0,50 - 1,00)

Resultaten > landbouw/natuur > Wonen/industrie (> AW) EtFOSAA -

PFAS

-

-

Toelichting bij tabel 8.4: PFAS: Perfluorverbindingen (30 verbindingen met o.a. Perfluoroctaansulfonzuur en Perfluoroctaanzuur); * Geen toetsingsnorm aanwezig, de toepassingsnorm voor de functieklasse “landbouw/natuur” bedraagt voor PFOA: < 1,9 µg/kg d.s. en voor de overige PFAS en GenX: < 1,4 µg/kg d.s. en de toepassingsnorm voor de functieklasse “wonen/industrie” bedraagt voor PFOA: < 7 µg/kg d.s. en voor de overige PFAS: < 3 µg/kg d.s.; EtFOSAA: n-ethyl perfluoroctaansulfonamide acetaat (µg/kgds); Niets aangetroffen/waargenomen.

Asbest Op het maaiveld en in het vrijkomende materiaal uit de boringen en proefgaten zijn zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn vijf grondmengmonsters samengesteld. Mengmonster MMASB01 betreft een indicatief mengmonster van de matig puinhoudende grond uit boring B24 in de betonvloer. De vier meest verdachte mengmonsters zijn geanalyseerd op asbest (< 20 mm). De samenstelling van de grondmengmonsters en bijbehorende analyse is in tabel 8.5 weergegeven. Tabel 8.5: Samenstelling grondmengmonsters asbest Monstercode

Proefgaten

Zintuiglijke waarnemingen

Traject (m -mv) 0,25-0,50 0,08-0,50 0,08-0,50 0,08-0,50 0,08-0,50

Soort

MMASB01 B24 Matig puinhoudend Grond MMASB02 B05, B07, B08, B09 Grond MMASB03 B14, B15, B18, B19 Grond MMASB04 B11, B12, B13, B17 Grond MMASB05 B01, B02, B03, B04 Grond Toelichting bij tabel 8.5: Niets waargenomen; 1 Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin < 20 mm.

Analysepakket Asbest in grond (> 10 kg) 1 Asbest in grond (> 10 kg) 1 Niet geanalyseerd Asbest in grond (> 10 kg) 1 Asbest in grond (> 10 kg) 1

De resultaten van de geanalyseerde grondmengmonsters en de gewogen hoeveelheid asbest (< 20 mm, conform analysecertificaat) zijn weergegeven in tabel 8.6. Tabel 8.6: Overzicht onderzocht grondmengmonsters en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaat Monstercode

Soort

MMASB01 MMASB02 MMASB04 MMASB05 Toelichting bij tabel 8.6: Niets aangetoond.

Hechtgebonden

Type

-

-

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Vossenlaan 44 te Nijmegen Rapportnr.: B19.7646 versie: 01 datum: 9 oktober 2020

Gemeten <20 mm (mg/kg d.s.) <2 <2 <2 <2

Totaal gewogen <20 mm (mg/kg d.s.) <2 <2 <2 <2

18

8.3.

Interpretatie analyseresultaten

Actualiserend bodemonderzoek Algemene kwaliteit In het onderzochte grondmengmonster MM01 van de zintuiglijk schone ondergrond (zand) uit de kruipluiken onder de betonvloer zijn geen verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte parameters ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het onderzochte grondmengmonster MM02 van de matig puinhoudende boven- en ondergrond onder de betonvloer (zand) is een licht verhoogd gehalte voor kobalt aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. De overige onderzochte parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In de onderzochte grondmengmonsters MM03 en MM05 van de zintuiglijk schone bovengrond (zand) zijn geen verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte parameters ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het onderzochte grondmengmonster MM04 van de zintuiglijk schone bovengrond (zand) is een licht verhoogd gehalte voor lood aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. De overige onderzochte parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In de onderzochte grondmengmonsters MM06 en MM07 van de zintuiglijk schone ondergrond (zand) zijn geen verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte parameters ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden.

PFAS In het onderzochte grondmengmonster MMPFAS01 van de zintuiglijk schone grond (0,25-1,0 mmv; zand) onder de betonvloer is een verhoogd gehalte voor n-ethyl perfluoroctaansulfonamide acetaat) aangetoond (2,6 μg/kg d.s.) dat de toepassingsnorm voor de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) overschrijdt. Het gehalte voldoet wel aan de toepassingsnorm voor de functieklasse “wonen/industrie”. De overige PFAS zijn niet verhoogd aangetoond ten opzicht van toepassingsnorm voor de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde), uit het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond. In het onderzochte grondmengmonster MMPFAS02 van de zintuiglijk schone grond (0,0-1,0 mmv; zand) zijn geen verhoogde gehalten voor PFAS aangetoond ten opzichte van de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) uit het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond. Verkennend onderzoek naar asbest Op zowel het maaiveld als in de opgeboorde en opgegraven grond zijn zintuiglijk (fractie > 20 mm) geen asbestverdachte (plaat)materialen waargenomen. In het indicatieve grondmengmonster MMASB01 van de matig puinhoudende bovengrond uit (kern)boring B24 is analytisch geen asbest aangetoond (< 2 mg/kg d.s.). In de overige grondmengmonsters (MMASB02, MMASB04 en MMASB05) is eveneens analytisch geen asbest aangetoond (< 2 mg/kg d.s.).

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Vossenlaan 44 te Nijmegen Rapportnr.: B19.7646 versie: 01 datum: 9 oktober 2020

19

9.

CONCLUSIES EN AANBEVELING 9.1.

Actualiserend bodemonderzoek

Algemene kwaliteit Voor de onderzoekslocatie werd de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot de aanwezigheid van een bodemverontreinigingen met diverse NEN parameters. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese verworpen, aangezien in de onderzochte grond, zowel in- als uitpandig, maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de betreffende achtergrondwaarden. Aangezien de meetwaarden de indexwaarde van 0,5 niet overschrijden, zijn verder geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wbb. PFAS Op basis van de aangetroffen gehalten voor de PFAS parameters voldoet de grond uit mengmonster MMPFAS01 aan de functieklassen “wonen” en “industrie” uit het tijdelijk handelingskader. Zodoende kan de grond voor wat betreft PFAS elders worden toegepast in deze functieklassen, bij toepassing boven grondwaterniveau, op de landbodem en buiten grondwaterbeschermingsgebieden. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Op basis van de resultaten van het PFAS-onderzoek voldoet de onderzochte grond uit mengmonster MMPFAS02 aan de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) uit het tijdelijk handelingskader. Zodoende bestaan voor wat betreft PFAS geen bezwaren voor toepassing elders, behoudens grondwaterbeschermingsgebieden.

Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd. 9.2.

Verkennend onderzoek naar asbest

Voor wat betreft asbest is voor de locatie een hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese worden verworpen. Zintuiglijk is zowel in- als uitpandig in de opgeboorde en opgegraven (puinhoudende) grond geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Analytisch is eveneens geen asbest aangetoond. Over de contactzone kan echter nog geen definitieve uitspraak worden gedaan, aangezien in afwijking op de SIKB BRL 2000, protocol 2018, geen efficiënte maaiveldinspectie is uitgevoerd in verband met de aanwezige vegetatie op het maaiveld. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, maar de mogelijkheid bestaat dat niet alle asbesthoudende (plaat)materialen zijn waargenomen. Indien in de toekomst asbesthoudende (plaat)materialen op de locatie worden aangetroffen, kan Verhoeven Milieutechniek B.V. hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld.

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Vossenlaan 44 te Nijmegen Rapportnr.: B19.7646 versie: 01 datum: 9 oktober 2020

20

9.3.

Algehele conclusie en aanbevelingen

Middels de voorliggende en voorgaande onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie aan de Vossenlaan 44 te Nijmegen in voldoende mate geactualiseerd cq. vastgesteld. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan ons inziens definitief geen bezwaren tegen de voorgenomen herontwikkeling en bestemmingsplanwijziging, aangezien maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond. Daarnaast is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetoond. Ons inziens is het niet noodzakelijk om na de sloop wederom een onderzoek uit te voeren op basis van de volgende argumenten: - Op de locatie zijn in totaal 3 uitgebreide onderzoeken uitgevoerd, waarbij geen noemenswaardige verontreinigingen zijn aangetoond voor de NEN-parameters, zowel in- als uitpandig; - In het voorliggend onderzoek is ruim voldoende aangetoond dat zintuiglijk en analytisch geen asbestverontreinigingen aanwezig is, zowel in- als uitpandig. Als voorwaarde geldt wel dat de sloop inclusief asbestverwijdering conform de vigerende richtlijnen wordt uitgevoerd en het maaiveld schoon wordt opgeleverd. Wel wordt geadviseerd om, na verwijdering van de momenteel aanwezige bebouwing en verhardingen (na de sloop), nog aanvullend een maaiveldinspectie uit te voeren om een definitieve uitspraak te kunnen doen over de contactzone.

Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd.

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Vossenlaan 44 te Nijmegen Rapportnr.: B19.7646 versie: 01 datum: 9 oktober 2020

21

10.

REFERENTIES 1. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2009. NEN 5725:2017, norm Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek. 2. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2009. NEN 5740/A1:2016, Norm Bodem - Landbodem Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek, onderzoek naar de kwaliteit van de bodem en grond. 3. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2015. NEN 5707/C2:2017, Norm Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. 4. Aelmans, F.G., 1981. Grondwaterkaart van Nederland, Arnhem-West kaartblad 40 West: inventarisatierapprot. Dienst grondwaterverkenning TNO, Delft. 5. Ministerie van VROM en Verkeer en Waterstaat, Regeling bodemkwaliteit, Staatscourant, 20 december 2007, nr. 247 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 6. Ministerie van VROM, Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant, 27 juni 2013, nr. 16675 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend).

Diverse (actualiserende) onderzoeken, Vossenlaan 44 te Nijmegen Rapportnr.: B19.7646 versie: 01 datum: 9 oktober 2020

Bijlage 1

Bijlage 1

Tekening: B19.7646

Schaal: 1 : 50.000

Bron: CC-BY Kadaster; Topografische kaart van Nederland (uitgave 2020) Onderdeel: Situering in de regio

Bijlage 2

31

3620

28

31

38

36

34

30

32

29

40

3547 3500

4

1A

6

3568

8

44

3567 3566 at

an

1

la en

D

ss Vo

3320

at

ra

st as

3

31

3319

3702

33

7

3318 3317 2978

35

HTT02L 01868G0000 3703

48

2979

3704 50

37

2980

3705

39

2981

52

tra

5

D

a ed m o r

s ris

41

3706

Bijlage 3

Bijlage 3

Boring:

B01

Boring:

B02

Datum:

15-9-2020

Datum:

15-9-2020

0 8

0 1

50

50

tegel

50

50

100

100

1

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor

2

0 8

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, neutraalbeige, Edelmanboor

100

100

B03

Boring:

B04

Datum:

15-9-2020

Datum:

15-9-2020

0 8

1 50

50

3

4

Projectcode: B19.7646

200

50

tegel Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, neutraalbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor

2 100

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, lichtbeige, Edelmanboor

150

200

1 50

100

100

0 8

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, neutraalbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor

2

getekend volgens NEN 5104

tegel

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, neutraalbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor

2

Boring:

0

tegel

100

Bijlage 3

Boring:

B05

Boring:

B06

Datum:

14-9-2020

Datum:

14-9-2020

0 8

0 1

50

50

tegel

1 50

50 Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

2

0 8

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor

100

tegel Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

2 100

100 3

150 4 200

200

Boring:

B07

Boring:

B08

Datum:

14-9-2020

Datum:

14-9-2020

0 8

0 1

50

50

100

1

3

4 200

Projectcode: B19.7646

200

50

50

tegel Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

2 100

150

0 8

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

2

getekend volgens NEN 5104

tegel

100

Bijlage 3

Boring:

B09

Boring:

B10

Datum:

14-9-2020

Datum:

15-9-2020

0 8

0 1

50

50

tegel

50

50

100

100

1

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

2

0 8

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor

100

100

B11

Boring:

B12

Datum:

15-9-2020

Datum:

15-9-2020

0 8

1 50

50

100

0 8

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, neutraalbeige, Edelmanboor

1 50

50 Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, matig grindhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

2 100

klinker

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, neutraalbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, matig grindhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

2

Boring:

0

klinker

klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, matig grindhoudend, neutraalbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, matig grindhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=b10e8a15-e6e4-4ecd-929f-d95fd088c122