3. Stukken thematafels en technische antwoorden
Tekst van het document
Financieel beeld 2027 - 2030
Agenda ▪ Directiebrief ▪ Introductie programmabegroting en weerstandsvermogen (en spelregels) ▪ Financiële positie op dit moment (en hoe was het in de jaren daarvoor) ▪ Financieel beeld 17 maart ▪ Onzekerheden financieel beeld ▪ Knel- en aandachtspunten huidige begroting en WoMo-middelen ▪ Groeikader ▪ Dashboard / simulatiemodel
Topics - directiebrief 17 maart aantal documenten vanuit directie naar nieuwe raad: ▪ Overdrachtsdossiers (programma’s en thema’s)
▪ Trendverkenning: landelijk en lokaal ▪ Financieel beeld ▪ Topics die onafwendbaar, programma-overstijgend en met maatschappelijke impact zijn; die richting behoeven: o Vitale systemen o Groei voorzieningen in een groeiende stad o Schaarste o Weerbaarheid o Digitale transformatie
Topics directiebrief ▪ Huisvesting (richting op scenario’s, geen claim) ▪ Bepalen ambitieniveau t.a.v. participatie/rolneming gemeente
Organisatiegroei
Introductie – programmabegroting Nijmegen Programmabegroting 2026
€ 1,1 miljard
Uitgaven
12 programma’s
Inkomsten
grote afhankelijkheid van Rijk gemeentefonds, bijstelling van 1% : is voordeel van € 6 miljoen of € 6 miljoen nadeel!
€ 3,0 miljoen per dag
Financiële spelregels I 10 Financiële spelregels vastgesteld door de raad; opgenomen in de begroting:
▪ Structureel sluitende begroting meerjarenbegroting moet sluitend zijn ▪ Reële raming we gaan uit van reële ramingen (maar soms ook taakstellend); GF op basis meicirculaire ▪ Indexering Basis is prijs ontwikkeling uit CEP van CPB; raad stelt vast bij voorstel overgrondslagen
▪ Structurele uitgaven worden structureel gedekt
Financiële spelregels II ▪ Tegenvallers binnen programma’s opvangen en voordelen integraal afgewogen (praktijk werkt wel eens anders)
▪ Integrale afweging bij de Stadsbegroting; nieuw beleid gedurende het jaar alleen wanneer risico’s te groot zijn ▪ Oud voor Nieuw Bij voorstellen anders dan bij integrale afweging moet solide dekking worden aangegeven (is bijv. externe dekking, maar niet saldireserve of verwacht positief rekeningresultaat) ▪ Investeringen Kapitaallasten in programmabegroting is uitgangspunt voor investeringsvolume
Financiële spelregels III ▪ Reservepositie Saldireserve is algemene risicobuffer; er is geen bovengrens afgesproken (zie ook Kadernota risicomanagement, weerstandsvermogen en financiële kengetallen) ▪ Wijzigingen binnen financiële kaders Oog voor financiële risico’s en inspannen om financieel beleid zorgvuldig na te leven. Behoedzaam omgaan met voorstellen 2e winstbestemming => integrale afweging ▪ Rijksmiddelen sociaal domein Rijksmiddelen via BUIG-uitkering beschouwen we als algemene middelen. (fluctuaties te groot voor het programma)
Introductie – weerstandsvermogen Doel weerstandsvermogen (risicobuffer) opvangen van: ▪ incidentele tegenvallers zonder ingrepen in de begroting te hoeven doen;
▪ eerste klap van structurele tegenvallers, waardoor tijd om een zorgvuldige afweging te maken. Belangrijk dat weerstandsvermogen “direct” beschikbaar is: Daarom in Nijmegen alleen saldireserve (= algemene reserve) als weerstandsvermogen
Introductie – weerstandsvermogen Doel weerstandsvermogen (risicobuffer) opvangen van: ▪ incidentele tegenvallers zonder ingrepen in de begroting te hoeven doen; ▪ eerste klap van structurele tegenvallers, waardoor er tijd is om een zorgvuldige afweging te maken in de tijd. Belangrijk dat weerstandsvermogen “direct” beschikbaar is: Daarom in Nijmegen alleen saldireserve (= algemene reserve) als weerstandsvermogen ▪ Risicoprofielen zijn de vlakken: ▪ programmarisico’s in het onderste vlak, ▪ GREX-risico daarboven, uitgezet in de tijd en cumulatief ▪ De rand van het vlak is waar de ratio 1 is (zwarte stippellijn) ▪ De rode lijn is de ontwikkeling van de saldireserve ▪ De laatste lijn is de ondergrens van de saldireserve, deze is nu € 25 miljoen
Financiële positie Ambitie: “Wij zijn een financieel gezonde gemeente, nu en in de toekomst.” Belangrijke ijkpunten: 1.
Structureel sluitende programmabegroting
2.
Voldoende in ‘spaarpot’ om risico’s op te vangen
Hierover zijn afspraken gemaakt: ▪ Financiële spelregels ▪ Kadernota risicomanagement, weerstandsvermogen en financiële kengetallen
Financiële positie nu ▪ Stadsbegroting 2026 -2029
▪ Financiële buffer op orde (grafiek: Stadsrekening 2025)
Structureel sluitend
Financiële positie de afgelopen jaren 2022
Begroting 2023
Start vorige bestuursperiode, Veel financiële ruimte Rutte IV Inval Rusland Oekraïne stijgende rente en prijzen
2023
Rekening 2022
€ 58 miljoen verlies (€ 91 milj op GREX) Weerstandsvermogen onder druk
Begroting 2024
Krapte dominant thema (op allerlei fronten) Alleen financiële ruimte voor onvermijdelijk Weerstandsvermogen op orde (oa door ingrepen GREX)
Rekening 2023
€ 71 miljoen voordeel, onder meer door herstel GREX
Begroting 2025
Financiële knelpunten (jeugd)zorg; Opgevangen door met name ombuigingen in sociaal domein
Rekening 2024
€ 28 miljoen voordeel
Begroting 2026
Financiële ruimte door met name rijksmiddelen voor demping ravijn en compensatie jeugdzorg
Rekening 2025
€ 44 miljoen voordeel
2024
2025
2026
Weerstandsvermogen Rekening 2022 - 2025
Financieel beeld 17 maart programmabegroting bedragen * € 1 miljoen
Gemeentefonds - septembercirculaire 2025 - verdere doorvoer verdeelmodellen - groei BBP
2027
2028
2029
2030
-3,6
-3,7
-3,9
-3,9 2,7 4,0
Belasting opbrengst: ontwikkeling aantallen Bijstelling jaarschijf 2030 (budgetten toegekend t/m 2029)
Financieel beeld 2027 - 2030
0,7 1,5
-3,6
-3,7
-3,9
n.b. in regeerakkoord geen ingrepen op gemeentefonds (geen plussen en geen minnen)
4,9
Financieel beeld 17 maart - saldireserve Saldireserve gebaseerd op Stadsbegroting 2026-2029 Inmiddels is de Stadsrekening 2025 beschikbaar
In financieel beeld rekening gehouden met bijdrage voor WoMo middelen
Financieel beeld: investeringen Afgelopen jaren groei van investeringsvolume: In Stadsrekening 2021 voor de periode 2022-2025
€ 173 miljoen
In Stadsbegroting 2026 voor de periode 2026-2029
€ 485 miljoen
Groei van investeringsvolume
➔ groei van kapitaallasten in programmabegroting
Afgelopen jaren lukte het onvoldoende om voorgenomen ambities te realiseren Dit gaf onderuitputting kapitaallasten (financieel voordeel) In financieel beeld de aankondiging dat gestart wordt met nieuwe methodiek voor meer grip
(overigens is in 2025 fors meer gerealiseerd: € 111 miljoen)
Financieel beeld: conclusies Conclusies financieel beeld (exclusief knelpunten): ▪ Begin positie programmabegroting nadelig vanwege septembercirculaire 2025
▪ Aan het einde van de periode “plusje” ▪ Saldireserve goed gevuld (verbetering Stadsrekening 2025 ) ▪ Investeringen start met nieuwe methodiek (is niet gelijk aan ruimte) ▪ Maar ook nog voldoende onzekerheden
Onzekerheden ▪ Midden Oosten:
effect op prijzen en rente?
▪ Druk op rijksbegroting:
gevolgen voor gemeenten?
▪ Advies Raad voor Openbaar Bestuur (ROB)
herverdeling GF (wederom) uitgesteld?
▪ Druk op begroting Nijmegen
nodige knel- en aandachtspunten
Knel- en aandachtspunten en WoMo middelen ▪ Knelpunten Criterium: strikt onvermijdelijk en niet uitstelbaar
▪ Aandachtspunten Is nog een afweging op te maken, verdeeld in 4 categorieën: o Gelden die aflopen in de huidige begroting; o Aan de orde geweest in raad en/of college o Andere aandachtspunten o 2 winstwaarschuwingen ▪ WoMo-middelen rijk
Hoe willen onderhandelaars met de knel- en aandachtspunten omgaan?
Knelpunten Onvermijdelijke knelpunten; bedragen * € 1.000 Klachtenbehandeling Digitalisering MS365 Demonstratierecht Bijstelling begrote baten zwerfafval Uitname digitaal stelsel totaal onvermijdelijk
Prg Bes Bes Vei Ope Won
Waalbrug werkzaamheden RWS
Ber
2027 -650 -343 -160 -242 -241 -1.636
2028 2029 2030 -585 -585 -585 -343 -343 -343 -160 -160 -160 -242 -242 -242 -251 -212 -212 1.581 -1.542 -1.542 -5.000
Aandachtspunten: gelden die aflopen Onderwerp
Gelden die aflopen Aflopende middelen Kinderwerk Aflopende middelen Samen Verder Aflopende middelen sociale basis - rijksmiddelen: IZA inwonersinitiatieven, IZA voorzorgcirkels, GALA Versterken Sociale Basis Aflopende middelen Wijkendeals (provinciale middelen) Decentralisatie Uitkering VWS t.b.v. pilot EU arbeidsmigranten Investeringsfonds Sturen op een sterke sociale basis (sturingsinnovatie). Amendement iedereen doet mee Fietsenstalling NS Structurele taken omgevingswet
prg
Opmerking
WWZ € 300.000 stopt vanaf 2027 (rijksmiddelen WWZ € 350.000 stopt vanaf 2028 (rijksmiddelen) WWZ € 388.000, stopt vanaf 2027 (rijksmiddelen)
WWZ € 421.000, stopt geheel vanaf 2028 (provincie) WWZ € 562.000, stopt vanaf 2029 (rijksmiddelen) WWZ € 1 miljoen stopt vanaf 2027 W&I Middelen zijn tot en met 2029 toegekend Ber Provinciale middelen die aflopen Won € 925.000; loopt af in 2027
Aandachtspunten: aan de orde in raad of college Onderwerp Crowd control 4-daagse Economische Visie 2.0 Huisvesting bijzondere doelgroepen Onderzoek en proef naar Het Bouwdepot Visie Financiële bestaanszekerheid OV-visie Energietransitie: 10.000 woningen aardgasvrij en warmte-infrastructuur Inwonersberaad Afval Uitbreiding capaciteit Toezicht en handhaving
Weerbaarheid
prg Opmerking Vei Collegevoorstel 24 maart 2026 Eco Raad juni 2025 WWZ Raad februari 2026 WWZ Raad september 2025 W&I Raad november 2025 Ber Raad februari 2026 Ope In Coalitieakkoord 2022-2026 is aangegeven dat voor de periode 2023-2030 € 30 miljoen nodig is voor de energietransitie. Ope Raad maart 2026 Ope Collegevoorstel ‘Kader toezicht en handhaving’, 26 maart 2024 div Raadsinformatiebrief ‘Aanpak maatschappelijke weerbaarheid’, college 24 maart 2024; Voorstel Mobile device management, college 10 maart 2026.
Aandachtspunten: “andere” en winstwaarschuwingen Onderwerp Andere aandachtspunten Participatieplatform Busvoordeelabonnement Omgevingstafel conceptverzoeken Ruimtelijke kwaliteit groei van de stad Stationsdistrict Winstwaarschuwingen Verbonden partijen Vluchtelingen
prg Bes W&I Won Won Won
div div
WoMo middelen Cofinanciering van het rijk voor mobiliteit en woningbouw. Om deze middelen te behouden is “bijdrage” van gemeente nodig
cofinanciering vanuit WoMo middelen; bedragen € 1 miljoen Ten laste van exploitatie /saldireserve Ontwikkeling Kanaalzone-zuid Opnemen in investeringsplan Ontwikkeling Kanaalzone zuid Cofinanciering P+R West Stationsgebied
2027
2028
2029
2030
6,0
6,0
46,0
9,9 2,0 3,0
6,0
Groeikader Set aan regels om kwantitatieve ontwikkelingen in de begroting te compenseren. Organisatie (en dienstverlening) mee laten groeien met groei stad (naar voorbeeld G5) Doel: ▪ handhaven van hetzelfde beleids- en uitvoeringsniveau ▪ Meer focus op “echte” knelpunten en nieuwe ontwikkelingen bij integrale afweging: (Huidige situatie dat bij elk afwegingsmoment knelpunten worden aangedragen die te herleiden zijn naar groei van de stad) Nu vooral agenderen van groeikader, voor uitwerken is tijd nodig. NB :
agenderen van verantwoorde groei van de organisatie en huisvesting
Dashboard / simulatie model Bedoeld om “stand” bij te houden en direct inzicht te geven in financiële effecten op: ▪ Programmabegroting
▪ saldireserve
Integrale afweging Op één moment financiële ruimte en claims inzichtelijk claims zijn knelpunten en nieuwe wensen college: werkconferentie begin juli; raad met stadsbegroting Doel: bestuur kan keuzes afwegen
Knelpunten en wensen komen makkelijk op tafel Ruimte / ombuigingsmogelijkheden vaak lastiger Belangrijk dat begroting sluitend is : vaak lastige keuzes
Antwoorden op vragen nav presentatie financieel beeld 20 april 2025
Inhoud Vragen genoteerd tijdens de presentatie ........................................................................................................................ 1 Vragen nagestuurd op 20 april......................................................................................................................................... 4 Bijlage omvang programma’s en incidentele kosten ................................................................................................... 13 Bijlage taakvelden/productgroepen en beleidsvrijheid ............................................................................................... 14 Bijlage afschrijvingstermijnen ....................................................................................................................................... 16 Bijlage Centrale stelposten Stadsbegroting 2026 -2029 ............................................................................................... 19
Vragen genoteerd tijdens de presentatie a. Benutting saldireserve Zie bijgevoegde notitie
b. Omvang programma’s en incidentele kosten Als bijlage is het overzicht opgenomen van de programma’s uit de Stadsbegroting 2026-2029. Het is verplicht om in de Stadsbegroting een overzicht op te nemen met de incidentele baten en lasten. Dit overzicht is in dezelfde bijlage opgenomen.
c. Er zijn nieuwe investeringsregels, waarbij er meer wordt gestuurd op de uitvoering ervan, maar de verwachting is niet dat er veel kapitaallasten vrijvallen. Kan de organisatie een indicatie geven wat deze nieuwe regels doen voor de kapitaallasten? We weten op dit moment nog niet wat de nieuwe regels doen voor de kapitaallasten. De nieuwe regels moeten helpen met het beter plannen en keuzes maken waardoor een realistische(re) kapitaallastenraming mogelijk is. De benodigde kapitaalasten zijn daarbij afhankelijk van de keuzes die de komende tijd worden gemaakt ten aanzien van het daadwerkelijk in uitvoering nemen van investeringen die zijn opgenomen in het investeringsplan (voor investeringen die we in potlood laten staan – voorgenomen investeringen – reserveren we niet automatisch kapitaallasten). Dit zal in de uitwerking voor de Stadsbegroting 2027 verder duidelijk moeten worden. Op basis van de Stadsbegroting 2026 -2029 is het volgende beeld te geven. Op webpagina 364 (Stadsbegroting 2026) wordt inzicht gegeven in een doorrekening van de kapitaallasten en het investeringsplan. bedragen * € 1 miljoen Budgetkapitaallasten oorspronkelijk vrijval in Stadsbegroting 2026-2029 Budget kapitaallasten na vrijval
2026 45,6 7,3 38,4
2027 51,8 7,8 44,1
2028 52,8 8,0 44,8
2029 53,8
2030 54,5
2031 55,1
2032 55,4
2033 55,6
2034 55,9
2035 56,2
53,8
54,5
55,1
55,4
55,6
55,9
56,2
Benodigde kapitaallasten
38,4
44,1
44,8
52,7
54,2
57,0
55,6
53,1
52,5
50,1
Verschil: budget – benodigd
0,0
0,0
0,0
1,1
0,3
-1,9
-0,2
2,6
3,4
6,1
1
bedragen * € 1 miljoen
2026
2027
2028
2029
2030
2031
2032
2033
2034
2035
Investeringsplan
175,7
178,0
120,7
62,0
18,8
7,4
3,1
1,4
1,2
1,2
In de tabel is te lezen dat in 2031 en 2032 het beschikbare budget tekortschiet voor alle benodigde kapitaallasten. Vanaf 2033 ontstaat er ruimte. Deze ruimte is beschikbaar om nieuwe investeringen in te passen. De benodigde kapitaallasten zijn gebaseerd op de investeringen in het investeringsplan. Over de periode 2026 tot en met 2030 (stand Stadsbegroting 2026) gaat het om € 555 miljoen, zeg maar € 111 miljoen per jaar. Tot en met 2024 werd ervan uitgegaan dat een dergelijk investeringsniveau niet realistisch was. Maar, afgelopen jaar (Stadsrekening 2025) is in totaal € 111 miljoen geïnvesteerd. Het is te vroeg om te concluderen of de € 111 miljoen een éénmalige uitschieter is of dat de realisatiekracht nu structureel hoger ligt of nog steeds groeiend is. In ieder geval kan niet uitgesloten worden dat een groot deel van voorgenomen investeringen in de periode 2026-2030 uitgevoerd gaan worden. Daarmee valt er geen ruimte vrij. Sterker nog: wanneer nieuwe investeringen worden toegevoegd in de periode tot en met 2030, dan kan dit alleen wanneer kapitaallasten worden toegevoegd of andere investeringen uit het investeringsplan naar achteren schuiven. En er kan ruimte worden gemaakt door investeringen te parkeren en op de lijst ‘in potlood’ te zetten of eventueel af te voeren.
d. Het bedrag van 5 mln voor de meeruitgaven Waalbrug is een oude ambitie vanuit 2016; is dit onvermijdelijk? Zie hiervoor vraag 15 in het volgende hoofdstuk.
e. Nav de slide met aflopende middelen: graag de lijst toelichten. Onderwerp
prg
Opmerking
Aflopende middelen Kinderwerk
WWZ
€ 300.000 stopt vanaf 2027 (rijksmiddelen
Aflopende middelen Samen Verder
WWZ
€ 350.000 stopt vanaf 2028 (rijksmiddelen)
Aflopende middelen sociale basis - rijksmiddelen: IZA inwonersinitiatieven, IZA voorzorgcirkels, GALA Versterken Sociale Basis
WWZ
€ 388.000, stopt vanaf 2027 (rijksmiddelen)
Aflopende middelen Wijkendeals (provinciale middelen)
WWZ
€ 421.000, stopt geheel vanaf 2028 (provincie)
Decentralisatie Uitkering VWS t.b.v. pilot EU arbeidsmigranten
WWZ
€ 562.000, stopt vanaf 2029 (rijksmiddelen)
Investeringsfonds Sturen op een sterke sociale basis (sturingsinnovatie).
WWZ
€ 1 miljoen stopt vanaf 2027
Amendement iedereen doet mee
W&I
Middelen zijn tot en met 2029 toegekend
Fietsenstalling NS
Ber
Provinciale middelen die aflopen
Structurele taken omgevingswet
Won
€ 925.000; loopt af in 2027
Aflopende middelen Kinderwerk Borgen van kinderwerk à knelpunt vanuit beleid, o.a. wegvallen middelen kansengelijkheid Aflopende middelen Samen Verder Uitblijvende Rijksbesluitvorming over toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. In huidige coalitieakkoord staat dat we hier koploper op moeten zijn. Aflopende middelen sociale basis - rijksmiddelen: IZA inwonersinitiatieven, IZA voorzorgcirkels, GALA Versterken Sociale Basis Vanuit het IZA en GALA heeft de gemeente Nijmegen sinds 2023 middelen om de sociale basis te versterken. Met deze middelen worden activiteiten van organisaties en netwerken in de sociale basis gesubsidieerd. Vanaf 2027 start het AZWA. In dit nieuwe akkoord zijn middelen voor basisfunctionaliteiten opgenomen, maar deze zijn niet bestemd voor het ondersteunen van inwonersactiviteiten. Dit betekent dat er geen middelen opgenomen om de sociale basis te versterken via activiteiten voor en door inwoners, terwijl het AZWA wel als doel heeft om de beweging van zorg naar welzijn te maken. Dit zorgt voor een knelpunt vanaf 2027. 2
Aflopende middelen Wijkendeals (provinciale middelen) Vanaf 2027 lopen de provinciale middelen voor de Wijkendeals af. Deze middelen waren incidenteel, maar het blijkt dat de opgestarte activiteiten na afloop van de middelen wel nog ondersteuning nodig hebben. Decentralisatie Uitkering VWS t.b.v. pilot EU-arbeidsmigranten Pilot EU-arbeidsmigranten. Nijmegen ontvangt m.i.v. 2026 3 jaar lang middelen uit de Decentralisatie Uitkering om opvang en begeleiding te organiseren voor dakloze arbeidsmigranten. Het te ontvangen bedrag volstaat niet voor opvang én begeleiding. Er is eigen gemeentelijke inbreng voor nodig. Vooralsnog proberen we dit via de koppeling met het amendement Iedereen van Straat. Dit amendement heeft een looptijd van 2 jaar, zodat in 2028 de dekking voor de gemeentelijke inbreng wegvalt. Het is op dit moment nog niet bekend wat het Rijk na afloop van deze regeling zal doen: regeling voortzetten, ander beleid ontwikkelen, een beroep doen op de gemeenten, of anders. Investeringsfonds Sturen op een sterke sociale basis (sturingsinnovatie) Met de vaststelling van de Stadsbegroting 2025-2028 en De amendementen Door(breek)aanpakken en Leidende principes voor zorg, welzijn en ondersteuning (principe 1), heeft de raad het besluit genomen om een jaarlijks structureel investeringsfonds van 1 miljoen euro voor de sociale basis in te richten.
We hebben de afspraak gemaakt om na de eerste twee jaar te evalueren hoe we het investeringsfonds vanaf 2027 in de begroting verwerken. Voortzetting/continuering financiering amendement Iedereen doet mee (SB 2026-2029) Het aannemen van extra participatiecoaches is een structurele keuze in de ondersteuning en dienstverlening aan inwoners. Bij de behandeling van de Stadsbegroting 2026–2029 is deze keuze echter niet als structureel besluit vastgelegd. Met deze claim stellen we daarom voor om deze voorzieningen wél structureel te bekostigen. Fietsenstalling NS De provincie stopt per heden met haar bijdrage voor de beheerde fietsenstalling. Een optie is om het wegvallen van deze bijdrage niet te compenseren, maar dan zal de NS de tarieven voor de fietsenstalling – die nu de eerste 24u gratis is – verhogen voor reizigers. Structurele taken omgevingswet Bij de Stadsbegroting 2026 heeft uw raad voor de invoering Omgevingswet € 1,7 miljoen toegekend voor 2026 en € 1,4 miljoen voor 2027. Bij de meerjarendoorkijk blijken er echter vanaf 2028 structureel taken verbonden aan dit taakveld.
f. Slide van de visies: graag aangeven waar het over gaat. De onderhandelaars willen een beter gevoel krijgen bij wat de plannen en de omvang zijn. Zie hiervoor vraag 3 in het volgende deel
g. WoMo middelen 46 mln maar alleen indien we cofinancieren: onderhandelaars willen graag weten waarom er geen bestaande middelen kunnen worden ingezet. We betalen immers al heel veel voor deze projecten. In de stadbegroting is aangegeven dat de groei van de stad om grootschalige aanpassingen vraagt, dat het Rijk zich voorbereidt op investeringen in groei in onze regio en dat dit een vorm van cofinanciering vraagt. Met de besluitvorming over de middelen voor woningbouw en mobiliteit eind 2025 heeft het Rijk hier een belangrijke stap in gezet. Om in aanmerking te komen voor de Rijksmiddelen is de voorwaarde dat er sprake is van een gemeentelijk tekort. Bestaande middelen zijn hier al in verwerkt. Van dit tekort financiert het Rijk 50% en is er voor gemeenten de ruimte om het resterend tekort in begrotingsprocessen in te brengen. Dit is wat nu wordt voorgesteld.
3
De benoemde 46 miljoen zijn voor verbetering van bestaande (netbewust bouwen) en voor nieuwe projecten in de Kanaalzone waaraan het Rijk bijdraagt, de gemeente moet de resterende andere helft afdekken. Over de nieuwe projecten waaraan de middelen kunnen/zullen worden besteed moeten nog besluiten worden genomen door college en raad. Daarvan is het Rijk op de hoogte. Besluitvorming is voorzien voor eind 2026 begin 2027. De genoemde 46 miljoen is een reservering teneinde een dergelijk besluit t.z.t. te kunnen nemen.
Vragen nagestuurd op 20 april 1. Graag willen wij weten hoeveel 1-jarige subsidies er door de gemeente worden verleend. En hoeveel van de op dit moment toegekende subsidies zijn 1-jarig aan organisaties/instellingen maar hebben feitelijk een meerjarige subsidie (meer dan 4 jaar)? Het antwoord op deze vraag wordt nagestuurd.
2. Tijdens de presentatie over het financieel beeld, dd 13 april j.l., werd een lijstje met knelpunten gedeeld. Daar werden een drietal posten opgevoerd maar de duiding ontbreekt. Graag zouden wij meer uitleg willen over de totstandkoming van de post ‘klachtenbehandeling’, ‘digitalisering MS365’ en ‘bijstelling begrote baten zwerfafval’ en ‘uitname digitaal stelsel’. Klachtbehandeling Het aantal klachten is tussen 2020 en 2025 ruim verdubbeld. Deze toename hangt samen met verschillende factoren, zoals de groei van de stad, hogere verwachtingen van inwoners en een toegankelijkere klachtprocedure. Tegelijk is er meer aandacht gekomen voor zorgvuldige klachtbehandeling, mede door de komst van de gemeentelijke ombudsman. Dit heeft echter ook geleid tot extra druk op de afhandeling, waardoor achterstanden zijn ontstaan en het aandeel tijdig afgehandelde klachten is gedaald naar 85%, onder de norm van 90%. Binnen de huidige begroting kan dit niet worden opgevangen. Digitalisering(MS365) Voor het gebruik van MS365 worden meer kosten gemaakt dan is voorzien. Het gaat dan om kosten voor het technisch operationeel houden, backup voorzieningen en functioneel beheer. Bijstelling begrote baten zwerfafval Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft op 29-10-2025 gemeenten geïnformeerd dat de uitkering voor Single Use Plastic (SUP) lager zal uitvallen.
De hoofdreden hiervoor is de introductie van de Empty Pack Survey in 2024, een onderzoek van de Douane naar het percentage in Nederland geraapte sigaretverpakkingen waarover geen accijns is betaald. Dat ligt hoger dan in eerste instantie aangenomen. Over tabaksfilters die niet in Nederland in de handel zijn gebracht kan geen vergoeding worden geïnd. Daarnaast wordt er 10% gereserveerd voor lopende bezwaarschriften en voorlopig nog niet uitgekeerd. Uitname digitaal stelsel Het Rijk neemt geld uit het gemeentefonds voor het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De redenering daarachter is dat de kosten van deze voorziening een besparing opleveren bij gemeenten. In de begroting van Nijmegen is deze uitname terechtgekomen als te besparen bij het betreffende beleidsveld. Na enige jaren is de conclusie dat deze besparing zich niet voordoet. Demonstratierecht Het aantal demonstraties is fors gestegen (van circa 70 in 2022 en 2023 naar 152 in 2025). Door deze groei past de huidige capaciteit niet goed bij wat benodigd is om de demonstraties te faciliteren en te beschermen.
4
3. Bij ‘aandachtspunten: aan de orde in raad of college’ (PP p. 22) gaat het over zaken waar nog geen uitvoeringsagenda ligt of waar nu in het college wel aan is gewerkt. Wat is de laatste stand van zaken en hoeveel geld is er nu voor nodig, of is er reeds gereserveerd in de (programma)begroting? De slide ’aandachtspunten aan de orde in raad of college’ staat op pagina 23; aangenomen wordt dat deze slide bedoeld wordt. In onderstaande tabel zijn de bedragen opgenomen die aanvullend nodig zijn op de huidige begroting. De bedragen zijn gebaseerd op een ambtelijke inschatting wat nodig is om de bestuurlijke ambities vorm te geven. bedragen * € 1.000 Crowd control 4-daagse Economische Visie 2.0 Huisvesting bijzondere doelgroepen: Ontwikkeling en verbetering van vastgoed voor het regionaal vangnet Projectcapaciteit Stedelijke Ontw. Voor Flet en Brug Invulling principe 10. Housing First Amendement ‘Iedereen van de Straat’ Onderzoek en proef naar Het Bouwdepot Visie Financiële bestaanszekerheid OV-visie Energietransitie: 10.000 woningen aardgasvrij en warmte-infrastructuur Inwonersberaad Afval Uitbreiding capaciteit Toezicht en handhaving Weerbaarheid Aanpak maatschappelijke weerbaarheid iRvN: Mobile Device Management Totaal
prg Vei Eco WWZ WWZ WWZ WWZ WWZ WWZ W&I Ber Ope Ope Ope Vei Bes
2027 -100 -300
2028 -100 -300
2029 -100 -300
2030 -100 -300
-300 -350 -311 -3.000 -1.000 -812 -280 -3.750 -200 -854 -1.732 -1.100 -632 -12.989
-300 -350 -255
-300 -350 -255
-300 -350 -255
-1.000 -712 -280 -3.750 -100 -854 -1.732 -1.100 -632 -9.733
-712 -280 -3.750 -100 -854 -1.232 -600 -632 -8.233
-712 -280 -3.750 -100 -854 -1.032 -400 -632 -8.033
Voorzetting crowd control room tijdens Vierdaagse In 2025 is voor het eerst een gezamenlijke Crowd Control Room (CCR) ingericht tijdens de Vierdaagse. Verschillende partners werken hierin samen aan een gezamenlijk beeld van de druktesituatie. Evaluatie heeft uitgewezen dat voortzetting wenselijk is. De CCR is in 2025 en 2026 gehuisvest in het stadhuis; voor 2027 en verder is een andere locatie nodig. Aan de voortzetting zijn kosten verbonden, waaronder huisvesting, faciliteiten en aanvullende beveiligingsinzet. De verwachte kosten voor Nijmegen bedragen circa € 100.000. Dit is opgenomen in het collegevoorstel voorzetting CCV welke op 24 maart door het college is vastgesteld. Economische visie 2.0 De raad heeft in 2025 de Economische Visie 2.0 (EV2.0) vastgesteld. In de periode 2020–2025 zijn jaarlijks circa 50 projecten uitgevoerd met een budget van circa € 2,7 miljoen. De projecten richten zich op sterke sectoren zoals Health & High Tech, MKB, logistiek en dienstverlening. Versterking van de lokale economie draagt bij aan werkgelegenheid en vermindert uitkeringsafhankelijkheid. Vanaf 2026 neemt het beschikbare budget af, om de beoogde slagkracht te behouden is structurele versterking nodig.
Huisvesting bijzondere doelgroepen Ontwikkeling en verbetering van vastgoed voor het regionaal vangnet – Actieplan dak- en thuisloosheid Dit onderdeel betreft de realisatie van een alternatief voor De Flet en De Brug. Het gaat om een investeringskrediet voor bouw of renovatie en een verhoging van subsidies aan de hurende organisaties. Nijmegen draagt 44% bij; de overige kosten worden regionaal gedragen. Dekking is deels gevonden in de toegekende claim uit begroting 2026
5
(€ 2,5 mln structureel), de regiobegroting en het overschot Beschermd Wonen. Het te claimen bedrag betreft de geschatte huurstijging na renovatie, die via subsidie aan de huurder wordt vergoed. Projectcapaciteit stedelijke ontwikkeling voor: realisatie alternatief Flet en Brug en gezamenlijk project Huisvesting Bijzondere Doelgroepen Het gaat om de inzet van projectontwikkelaars, in dienst van de gemeente Nijmegen, voor het realiseren van het alternatief voor De Flet en De Brug, en voor het bredere project Huisvesting Bijzondere Doelgroepen. Housing First: voor alle leeftijden en in ieder geval ook voor jongeren Het principe Housing First wordt ingevuld via het project Wonen Eerst voor 50 jongvolwassenen. Nijmegen draagt 44% bij; de rest wordt regionaal gedragen. Door (dreigend) dakloze jongvolwassenen te huisvesten kan op termijn bespaard worden op maatschappelijke opvang, jeugdzorg, zorg en inkomensondersteuning. Of deze besparingen op korte termijn realiseerbaar zijn, is onzeker. Structurele besparingen zijn naar verwachting pas op middellange of lange termijn te verwachten. Amendement ‘Iedereen van straat’ Voor het amendement ‘Iedereen van Straat geldt dat de middelen voor 2026 en 2027 zijn toegekend. Voor 2027 is een tekort voorzien. Onderzoek en proef naar Het Bouwdepot Bouwdepot: de raad heeft gevraagd om een onderzoek en een proef van twee jaar met het bouwdepot.
Motie in opdracht van de raad (10 september 2025). Verwachte kosten ca. € 1mln per jaar voor uitvoering en verstrekking, 2027-2028.Daar is nog geen dekking voor aangegeven. De kosten zijn voor verstrekking van het bouwdepot aan de deelnemende jongeren en uitvoeringskosten. Visie financiële bestaanszekerheid Op 17 december 2025 heeft de gemeenteraad de visie Financiële bestaanszekerheid vastgesteld. De visie biedt kaders voor een systeemhervorming op het gebied van inkomensondersteuning, als antwoord op toenemende financiële druk bij Nijmegenaren. Stijgende kosten, onzekerheid over werk en inkomen en een ontoereikend sociaal minimum vragen om een andere aanpak. Het bijbehorende uitvoeringsplan, gebaseerd op vier speerpunten, wordt naar verwachting in april 2026 aan het college voorgelegd. De hervorming sluit aan bij landelijke ontwikkelingen, waaronder de Participatiewet in balans. OV-visie: beheer en fijnmazig vervoer De OV-visie voorziet in intensiever gebruik van het openbaar vervoer. Voor het beheer ontbreekt momenteel een aanspreekpunt binnen stadsbeheer voor beheersvragen die hieruit voortkomen. Met deze claim wordt die inzet mogelijk gemaakt. Daarnaast wordt een kwartiermaker aangesteld voor fijnmazig vervoer in de wijken, in lijn met de motie 'een wijkhopper in gemeentelijke hand' van 4 februari.
Energietransitie: 10.000 woningen aardgasvrij en warmte-infrastructuur De komende jaren zijn forse investeringen nodig voor de warmtevoorziening en de overgang naar aardgasvrije woningen. De gemeente wil mede-investeerder zijn om het publieke belang te borgen. De verwachte investering bedraagt circa € 30 miljoen over 8 jaar, waarvan het overgrote deel naar verwachting op termijn wordt terugverdiend, na te verwachten aanloopverliezen. Concrete opgaven zijn onder meer warmte-infrastructuur bij de herontwikkeling van het stationsdistrict, TPN-west en de ontwikkeling van duurzame warmtebronnen. Subsidie blijft noodzakelijk om de overgang voor inwoners betaalbaar te maken; landelijke uitbreiding van subsidies is nog onzeker. Inwonersberaad Afval Vanuit het Inwonersberaad Afval zijn adviezen gekomen die in 2026 nader worden onderzocht en uitgewerkt, conform het raadsvoorstel. Hiervoor is budget nodig. Succesvolle maatregelen worden vervolgens opgenomen in 6
de dienstverlening van DAR via de dienstverleningsovereenkomst. Dit leidt naar verwachting tot een structurele verhoging van de jaarlijkse kosten. Uitbreiding capaciteit Toezicht en Handhaving Op basis van een benchmarkonderzoek (2024) is de doorontwikkeling van Toezicht en Handhaving van reactief naar preventief handhaven vastgesteld. De Raad heeft eerder middelen toegekend, maar dit is onvoldoende voor de beoogde doorontwikkeling. Aanleiding voor extra capaciteit zijn onder meer de terugtrekkende rol van de politie, toenemende handhavingsvragen vanuit meerdere programma's, krapte op de arbeidsmarkt en de invoering van het nieuwe BOA-bestel. Gevraagd wordt om uitbreiding met functies zoals een beleidsjurist, adviseur kwaliteitszorg en een extra teamleider. De bedragen zijn inclusief een opslag van 40,9% voor bedrijfsvoering. Weerbaarheid Aanpak maatschappelijke weerbaarheid Geopolitieke spanningen, hybride dreigingen en klimaatverandering maken gemeenten kwetsbaarder voor grootschalige verstoringen. Nijmegen wil de maatschappelijke weerbaarheid versterken, maar heeft hiervoor nog geen specifieke middelen gereserveerd. De opgave omvat onder meer continuïteit van gemeentelijke processen, inrichting van noodsteunpunten en ondersteuning van kwetsbare groepen. De indicatieve kosten bedragen € 0,5 miljoen in 2026, oplopend naar € 1,2 miljoen in 2027–2028 en afnemend daarna.
iRvN: Mobile Device Management In maart is door het College het regionale Mobile Device Management beleid vastgesteld, samen met de regiogemeenten. Deze aanscherping is nodig vanwege de geopolitieke verhoudingen en cyberbedreigingen. Vanaf 2027 kost dit 632.000 euro voor Nijmegen.
4. Voor het busvoordeelabonnement is reeds geld vrijgemaakt bij de begroting 2026 maar inmiddels is duidelijk geworden dat dit onvoldoende is. Wat is de laatste informatie wat er nodig is (ook nu de Provincie niet bereid is bij te dragen)? Per 29 juni 2026 neemt Transdev het busvervoer in de regio over. Het huidige busvoordeelabonnement voor minima vervalt dan. Hierover worden onderhandelingen gevoerd tussen Transdev en de gemeenten Nijmegen en Arnhem. Transdev vraagt een hoger tarief en daardoor is er nog geen overeenstemming bereikt. Als we er
niet uitkomen, heeft dat tot gevolg dat het budvoordeelabonnement per 28 juni ophoudt. De wethouders van beide gemeenten willen bestuurlijk overleg met Transdev. Provincie Gelderland heeft eerder aangegeven geen bijdrage te willen leveren aan een minimareisproduct. De Groene Metropoolregio rondt een inventarisatie van mogelijkheden pas eind 2026 af, na de beoogde ingangsdatum. Jongeren in het ov Bij de stadsbegroting 2026–2029 is het amendement aangenomen waarmee kinderen van 4 t/m 17 jaar binnen de doelgroep ook gebruik kunnen maken van het busvoordeelabonnement. Stichting Leergeld schat deze groep op circa 3.000 kinderen. Landelijk wordt naar verwachting deze zomer vastgelegd dat kinderen t/m 12 jaar vanaf 1 januari 2027 gratis mogen reizen onder begeleiding van een betalende passagier. Dit kan de financiële impact van het amendement beperken. Voor kinderen van 12 jaar en ouder (geschat 1.200–1.500) geldt dat de daadwerkelijke afname onzeker is en mede afhankelijk van de hoogte van de eigen bijdrage. Scenario: "Een nieuw busvoordeelabonnement met veel hogere kosten" Bij een akkoord met Transdev stijgen de kosten aanzienlijk. Voor 2026 resulteert dit in een tekort van naar schatting € 300.000 tot € 500.000. Het maximale tarief bedraagt € 177 per abonnement; met de huidige eigen bijdrage van € 15 komt de gemeentelijke bijdrage op € 162 per abonnement.
Voor de huidige 10.500 gebruikers betekent dit circa € 1,7 miljoen aan kosten, terwijl voor 2027 slechts € 962.191 is begroot. Verhoging van de eigen
7
bijdrage is een optie, mede omdat deze sinds 2019 niet is aangepast. Voor 2027 en verder is een raadsbesluit nodig over aanvullende middelen. Scenario: "Geen nieuw abonnement" Als geen overeenstemming wordt bereikt, vervallen alle abonnementen per 28 juni 2026. Voorgesteld wordt gebruikers die sinds juli 2025 een abonnement hebben afgesloten te compenseren met € 15. Het directe effect is dat circa 10.500 mensen met beperkte middelen vanaf de zomer volledig moeten betalen voor het busvervoer. De volgende alternatieven zien wij dan: Alternatief kortingskaart Als alternatief kan een kortingskaart worden aangeboden voor € 36 per jaar, met 40% korting buiten de ochtendspits en een nader te bepalen reissaldo. Een aandachtspunt is de beperkte ambtelijke capaciteit voor de implementatie en de mogelijke aansluiting in de tijd op het huidige abonnement. Als rekenvoorbeeld is € 60 genomen zodat de gemiddelde reiziger nog ¼ van de reizen kan maken ten opzichte van het huidige abonnement (bron: gebruikscijfers Transdev). Alternatief "binnen huidige begroting" Om binnen het bestaande budget te blijven zijn nog twee meer onrealistische opties denkbaar: verhoging van de eigen bijdrage of verlaging van de inkomensgrens. Een forse verhoging van de eigen bijdrage kan leiden tot minder afname, wat haaks staat op het doel van toegankelijkheid en het terugdringen van vervoersarmoede.
De eigen bijdrage moet naar € 115 om het abonnement binnen begroting te houden. Verlaging van de inkomensgrens (bijvoorbeeld naar 110% van het sociaal minimum) is theoretisch mogelijk maar past niet binnen de visie Financiële bestaanszekerheid, die juist inzet op vereenvoudiging van regelingen. Dit zou bredere gevolgen hebben voor het gehele minimabeleid in Nijmegen. Op dit moment hebben we geen zicht op de exacte doelgroep als een inkomensgrens van 110% van het sociaal minimum wordt gehanteerd. Dit zou nader onderzocht moeten worden.
Huidig contract
10.500
77
bijdrage gebruiker 15
Scenario "Nieuw busvoordeelabonnement met hogere kosten" Zelfde doelgroep Alternatief hogere bijdrage € 25,Alternatief hogere bijdrage € 50,Alternatief hogere bijdrage € 115,-
10.500 10.500 10.500 10.500
177 177 177 177
15 25 50 115
1.700.000 1.600.000 1.300.000 650.000
Inclusief jongeren Alternatief hogere bijdrage € 25,Alternatief hogere bijdrage € 50,Alternatief hogere bijdrage € 115
13.500 13.500 13.500 13.500
177 177 177 177
15 25 50 115
2.200.000 2.100.000 1.700.000 840.000
10.500 13.500 Onbekend
36 + 60 = 96 36 + 60 = 96
15 25
850.000 960.000
gebruikers
Scenario: "Geen nieuw abonnement" Alternatief: kortingskaart huidige doelgroep Alternatief: kortingskaart inclusief jongeren Alternatief: verlagen doelgroep
kosten per abonnement
kosten gemeente per jaar 650.000
5. Ook voor het Stationsdistrict is de raad meegenomen dat er mogelijk meerkosten aankomen maar wat is de laatste stand van zaken na de laatste onderhandelingen met de partners? De laatste ontwerpateliers in het kader van het verbetertraject Station centrumzijde volgen nog in april en begin mei. De inhoudelijke verbeterpunten worden in juni voorgelegd aan het College, waarna zij de raad zal informeren. En haar voorstellen zal doen ter verbetering. Aan de voorstellen zijn naar verwachting meerkosten voor de gemeente verbonden. De meerkosten op korte termijn betreffen de plankosten voor de organisatie zo’n € 2 8
miljoen voor 4 jaar; € 0,5 miljoen per jaar. De verwachte meerkosten voor de investeringen om de verbeteringen uit te voeren, zullen niet eerder dan in 2030/2031 benodigd zijn. Een raming van die investeringen, is nog niet beschikbaar.
6. Wat is financieel gezien de laatste stand van zaken voor grote bouwontwikkelingen, het zwembad in de Winkelsteeg, de renovatie van de Schouwburg, het Valkhofmuseum? Waar is extra budget nodig en hoeveel? Als eerste een algemene waarschuwing. De huidige crisis in het Midden-Oosten leiden tot hogere prijzen. We moeten er rekening mee houden dat daardoor ook investeringsprojecten meer gaan kosten. Op dit moment is hiervan nog geen inschatting te maken. Zwembad Winkelsteeg Investering zwembad De huidige investeringsbegroting van het zwembad is nog toereikend. Door de vertraging in de afgiftevergunning (buiten de wettelijke termijn) en de te late oplevering van de bouwrijpe grond hebben we een fors bedrag aan indexatie aan de aannemer moeten betalen. Dit is opgevangen binnen het bestaande krediet, maar heeft wel tot gevolg dat er geen ruimte meer is. Exploitatie zwembad Op dit moment wordt de exploitatie van het sportcentrum aanbesteed en wordt de exploitatie op basis van de laatste inzichten en de verwachte uitkomst van de aanbesteding doorgerekend. Hierin zijn nog keuzes te maken die invloed hebben op het kostenniveau. We zijn momenteel nog bezig om dit goed op een rij te zetten om vervolgens tot een ambtelijk advies te komen. Wat dat betreft komen deze onderhandelingen net te vroeg.
Renovatie Schouwburg We verwachten in derde kwartaal 2026 de prijs en contractvorming fase te kunnen afronden en dan weten we de definitief gecontracteerde prijs met de bouwteam combinatie. De verwachting is dat het huidige budget niet toereikend is, onder meer vanwege de flora-fauna-voorwaarden in de provinciale vergunning. Op dit moment is het moeilijk om in te schatten, maar hoogst waarschijnlijk moet rekening worden gehouden met meerkosten. Het Valkhofmuseum We verwachten nog €368.000 nodig te hebben ter afronding van de verbouwing. Dit bedrag is gemeld bij de jaarrekening 2025. Er is nog geen dekking voor dat bedrag. Een groot deel van de overschrijding is het gevolg van vertraging in de bouw, waardoor de rentekosten voor onderhanden werk hoger uitvielen dan oorspronkelijk geraamd. Verder heeft een aantal inrichtingszaken vertraging opgelopen.
7. Een van de genoemde risico’s is het tekort aan personeel binnen de ambtelijke organisatie en met name ook het aantal leidinggevenden. Daarvoor wordt grofweg een bedrag van 2,5 miljoen euro gevraagd. Hoe is de opbouw van dit bedrag en hoe verhoudt dit zich ten opzichte van de bij de begroting van 2025 vrijgemaakte 3,7 miljoen voor ‘Versterking bedrijfsvoering en overhead primaire afdelingen’ uit het Programma Bestuur en Organisatie (Stadsbegroting 2025-2029)? De groei van de stad in de afgelopen jaren heeft ook een sterke groei van de organisatie tot gevolg gehad. De extra medewerkers zijn overwegend opgenomen in de bestaande teams en bureaus van onze afdelingen. Hierdoor zijn deze teams en bureaus te groot geworden. Veel teams en bureaus kennen inmiddels een "span of support" van meer dan 30 medewerkers. Het gevolg is dat leidinggevenden onvoldoende aandacht kunnen bieden aan de aansturing, ondersteuning en ontwikkeling van medewerkers en zij zelf een te hoge werkdruk ervaren. Voor de korte termijn hebben we daarom maatregelen uitgewerkt om de belangrijkste knelpunten op te lossen. Dit doen we binnen de bestaande hoofdstructuur van 10 afdelingen. Enerzijds door binnen afdelingen bureaus toe te 9
voegen, waarvoor nieuwe bureaumanagers nodig zijn. Anderzijds door binnen de bestaande bureaus of teams te kiezen voor een hulpstructuur, in de vorm van coördinerende functies. In totaal gaat het om ongeveer 8 fte bureaumanagers, 3 fte teamleiders en 5 fte coördinerende medewerkers, inclusief de daarvoor benodigde overhead (trap-op-trap-af methodiek). Hierbij moet aangetekend worden dat we tegelijkertijd constateren dat ook de huidige hoofdstructuur van 10 afdelingen begint te knellen. Een aantal afdelingen heeft inmiddels meer bureaus dan we wenselijk achten en er ontstaan nieuwe inzichten over de huidige indelings- en sturingsprincipes (ketensamenwerking, relatie beleid en uitvoering, gebiedsgericht werken). Vandaar dat we nu ook starten met een onderzoek naar de toekomstbestendige hoofdstructuur. Daarmee is in de huidige claim van 2,5 miljoen nog geen rekening gehouden. Het bovenstaande staat daarmee los van de in 2025 vrijgemaakte € 3,7 miljoen voor de versterking van de bedrijfsvoering en de overhead primaire afdelingen.
8. We hebben afgesproken om inzichtelijk te maken welke bovenwettelijke financiële verplichtingen de gemeente heeft. Kan daarin ook worden aangegeven welke bovenwettelijke uitgavenposten al verplichtingen voor aangegaan zijn en welke niet? en 9. Kan er een lijst gegeven worden van de top 10 grootste bovenwettelijke uitgavenposten? Het is lastig om exact de scheidingslijn aan te geven van wettelijk en bovenwettelijk. Ook bij wettelijke taken is er sprake van meer of minder beleidsvrijheid om een taak in te vullen. Het adviesrapport van de Raad voor Openbaar Bestuur (ROB) “Beleidsvrijheid nader geduid” uit 2019 kan wat dat betreft behulpzaam zijn. In dat rapport heeft de ROB per taakveld aangegeven wat de beleidsvrijheid is. Hieronder zijn de onderdelen opgenomen die volgens de ROB een beleidsvrijheid kennen van 80% of meer: • Belastingen OZB woningen, OZB niet woningen en overige belastingen • Cultuur met uitzondering van cultureel erfgoed • Sport • Openbaar groen en recreatie onderdeel van programma openbare ruimte • Wonen en bouwen, grondexploitaties • Bereikbaarheid met uitzondering van onderdeel openbaar vervoer • Economie en Toerisme Naast de mate van beleidsvrijheid is de omvang van het taakveld ook interessant.
Bij een taakveld met minder beleidsvrijheid maar met een forse financiële omvang kan een andere keuze veel meer opleveren dan bij een taakveld met veel beleidsvrijheid en een geringe financiële omvang. Daarmee is een berekening gemaakt van de financiële omvang van een taakveld en de beleidsvrijheid, dit is opgenomen als bijlage.
10. Waar financieren we structureel beleid met incidenteel geld? Er wordt geen structureel beleid met incidentele middelen betaald. Uitgangspunt is dat wanneer beleid wordt betaald met incidentele middelen dit beleid stopt wanneer de middelen stoppen. Praktisch kan dit lastiger zijn. Het beleid waarvan (mogelijk) middelen in de komende meerjaren periode aflopen is opgenomen als aandachtspunt in de presentatie die op 13 april is gegeven.
10
11. Welke investeringen kunnen we activeren in plaats van direct ten laste van de exploitatie brengen? Er gelden strikte regels als het gaat om investeren en activeren. Deze regels liggen vast in het BBV, onze financiële verordening en het ‘Kader investeren & waarderen, activeren en afschrijven activa’ (vastgesteld door de raad in 2013). De accountant controleert op een juiste toepassing. Op dit moment zijn er geen uitgaven in de programmabegroting opgenomen waarvan de aard dusdanig is dat deze uitgaven als investering kunnen worden gekwalificeerd.
12. Welke afschrijvingstermijnen hanteren we, en hoe verhouden die zich tot andere gemeenten? De afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in het ‘Kader investeren & waarderen, activeren en afschrijven activa’ uit 2013. In de bijlage ‘Afschrijvingstermijnen’ zijn de termijnen opgenomen. Aanvullingen en wijzigingen op afschrijvingstermijnen zijn of worden ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. De afschrijvingstermijnen zijn gebaseerd op de toekomstige gebruiksduur. Er zijn geen aanwijzingen dat in het kader ongebruikelijke afschrijvingstermijnen worden gehanteerd vrij. Ook zijn hierover geen opmerkingen/gesprekken geweest met de accountant. Met de introductie van de nieuwe spelregels voor investeringen is aangegeven dat het ‘Kader investeren & waarderen, activeren en afschrijven activa’ geactualiseerd gaat worden. Verwacht wordt dat de actualisatie dit najaar kan worden opgepakt.
13. Waar hanteren we voorzichtigheidsmarges of stelposten, en hoe hard zijn die? In de programmabegroting zijn, voor zover bekend, geen voorzichtigheidsmarges opgenomen. Bij een aantal budgetten is ervoor gekozen om zelfs enige mate van risico te lopen. Bijvoorbeeld bij de BUIG-middelen en het verstrekken van studietoeslag. Bij projecten is het gebruikelijk dat een post onvoorzien wordt geraamd. Als het gaat om stelposten dan vallen die uiteen in twee categorieën: • Centraal geraamd: met verschillende achtergronden • Decentraal geraamd: vaak nog niet ingevulde taakstellingen. Centraal geraamde stelposten Deze stelposten zijn opgenomen en worden toegelicht in de Stadsbegroting. Deze stelposten worden gebruikt om bepaalde effecten in de begroting te neutraliseren of juist ervoor te zorgen dat hier financieel rekening mee wordt gehouden. Een groot deel van deze stelposten hangt samen met de raming van het gemeentefonds of zorgen. Als bijlage is het overzicht en de toelichting van de stelposten uit de Stadsbegroting 2026 – 2029 opgenomen.
14. Welke posten zijn structureel geraamd maar in de praktijk incidenteel? Hier zijn geen voorbeelden van bekend.
15. Welke verplichten zoals de € 5 miljoen voor de Waalbrug, staan er op de begroting en hoe vast staan die verplichtingen? En kunnen we nog van deze verplichting, uit 2016, af? Dit bedrag is vastgelegd in twee bestuursovereenkomsten met Rijkswaterstaat (RWS). Dus zonder tegenbericht vanuit Nijmegen gaat RWS ervan uit dat de ‘scope Nijmegen’ meegenomen moet worden tijdens de tweede fase van het groot onderhoud. ‘Scope Nijmegen’ bestaat uit twee delen: Realiseren tweerichtings-fietspad Deel 1 is al gerealiseerd tijdens de eerste fase van de werkzaamheden in 2020.
11
Kwaliteitsimpuls ruimtelijke kwaliteit en vormgeving. Deel 2 moet nog worden gerealiseerd. Volgens afspraak gebeurt dat rond 2030. Uitvoering van de plannen is nodig om het rijksmonument goed in stand te kunnen houden en een impuls te geven aan het verbeteren van de uitstraling van de Waalbrug. Vanuit onze ambitie op het gebied van cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit is het daarom belangrijk om achter deze renovatieplannen te blijven staan.
12
Bijlage omvang programma’s en incidentele kosten Omvang programma’s op basis Stadsbegroting 2026-2029 (webpagina 428) Bedragen * € 1mln Programma Bestuur en organisatie Veiligheid Economie en toerisme Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg Werk en Inkomen Onderwijs Bereikbaarheid Wonen en stedelijke ontwikkeling Openbare ruimte Cultuur en Cultureel Erfgoed Sport Financiën Beginsaldo
Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Baat Last Saldo Baat Last Saldo Baat Last Saldo Baat Last Saldo 7,7 95,2 -87,6 7,7 94,9 -87,3 7,7 94,7 -87,0 7,7 95,0 -87,3 0,9 30,8 -29,9 0,6 30,3 -29,7 0,6 30,8 -30,2 0,6 30,8 -30,2 1,6 8,4 -6,8 1,6 8,1 -6,5 1,6 8,0 -6,4 1,6 8,0 -6,4 26,2 324,6 -298,5 15,7 310,1 -294,4 15,6 309,8 -294,2 15,6 309,8 -294,2 124,3 218,4 -94,1 124,3 217,7 -93,4 124,3 217,6 -93,3 124,3 216,5 -92,2 9,9 39,0 -29,1 9,9 39,8 -29,9 9,9 40,8 -30,9 9,9 41,4 -31,4 32,7 70,9 -38,2 37,1 78,3 -41,2 37,2 79,1 -41,9 37,2 79,7 -42,6 110,5 133,4 -22,9 106,5 129,7 -23,1 42,5 64,6 -22,0 42,5 64,3 -21,8 29,7 67,8 -38,1 32,8 70,3 -37,6 36,0 75,3 -39,3 39,4 76,9 -37,5 6,0 44,6 -38,7 6,0 45,3 -39,4 6,0 45,8 -39,9 5,8 45,5 -39,7 8,8 27,3 -18,6 8,8 27,2 -18,4 8,7 25,7 -17,0 8,7 25,7 -17,0 752,7 50,4 702,3 772,4 71,7 700,8 779,2 77,1 702,1 803,8 103,6 700,2 1.111,0 1.111,0 0,0 1.123,4 1.123,4 0,0 1.069,2 1.069,2 0,0 1.097,1 1.097,1 0,0
Overzicht van incidentele baten en lasten Stadsbegroting 2026 – 2029 (webpagina 432) Lasten Gedragsmaatregelen Versnelling mobiliteitstransitie Warmtenet Voordeel Leerlingenvervoer Frictiekosten Briks-taken Het komen tot één Omgevingsplan Aanvullende tegemoetkoming energie SFN Suites sociaal domein Beheer tijdelijke fietsenstalling Stationsgebied Voortzetting Yivi (voorheen IRMA) als digitale identiteitsv. Uitbreiding frontoffice met ondersteuning Burgerzaken Reserve Chiptechsector Uitvoering Wet Inburgering Integratie Oekraïense Ontheemden Lhbtiq+ Inkomensregelingen Onderhoudsbudget bebording en markeringen Handhaving anterieure overeenkomsten Handhaving anterieure overeenkomsten trap-op-trap-af Omgevingswet transitieplan 2.0 Omgevingswet transitieplan 2.0 trap-op trap-af Gebiedsvisie campus heijendaal Doorontwikkeling kennisclusters NTC Intensiveringsstudie stad n.a.v. omgevingsvisie Woonfonds Klimaatadaptatie Klitaatadaptatie Culturele Hoofdstad Eenmalige subsidie begraafplaats Daalseweg Totaal incidentele baten en lasten
SB 2024 SB 2023 SB 2025 SB 2025 SB 2025 SB 2025 SB 2025 SB 2025 SB 2026 SB 2026 SB 2026 SB 2026 SB 2026 SB 2026 SB 2026 SB 2026 SB 2026 SB2026 SB 2026 SB 2026 SB 2026 SB 2026 SB 2026 SB2026 SB2026 SB2026 SB 2026 SB 2026
13
Programma Bereikbaarheid Openbare ruimte Onderwijs Won. en Sted.Ontw. Won. en Sted.Ontw. Sport Werk en Inkomen Won. en Sted.Ontw. Bes. en Organisatie Bes. en Organisatie Economie en Toer. WWZ WWZ WWZ Werk en Inkomen Bereikbaarheid Won. en Sted.Ontw. Won. en Sted. Ontw. Won. en Sted.Ontw. Won. en Sted.Ontw. Won. en Sted.Ontw. Won. en Sted.Ontw. Won. en Sted.Ontw. Won. en Sted. Ontw. Openbare ruimte Openbare ruimte Cult. en Cult. Erfg. Cult. en Cult. Erfg.
2026 -400 -100 200 -733 -600 -400 -1000 -400 -100 -65 -1.000 -548 -100 -100 -860 -175 -100 -40 -1.700 -48 -100 -200 -600 -5.000
-500 -100 -14.769
2027
2028
-700
-2.200
-637 -450 -400 -400 -400 -100 -65
-450
2029
-450
-300 -100
-175 -100 -40 -1.400 -48 -100 -200
-150
-350 -140 -500 -300 -6.905
-600 -240 -500 -100 -4.240
-600 -240
-1.290
Bijlage taakvelden/productgroepen en beleidsvrijheid In onderstaande tabel zijn de taakvelden/productgroepen opgenomen met de baten en lasten in het jaar 2027 uit de Stadsbegroting 2026-2029. Onder beleidsvrijheid zijn twee kolommen opgenomen. In de eerste kolom, “score”, is de inschatting opgenomen van de Raad voor Openbaar Bestuur zoals opgenomen in het rapport “Beleidsvrijheid geduid”. In de kolom “Perc.” is een percentage opgenomen dat het midden is van de score. Het alleen focussen op beleidsvrijheid geeft een onvolledig beeld. De mate van financiële beïnvloeding kan bij een taakveld met een lage score op beleidsvrijheid, maar een grote omvang hoger zijn dan bij een taakveld met een zeer hoge score op beleidsvrijheid en een lage omvang. Daarom zijnde laatste twee kolommen toegevoegd. In de kolom “abs(saldo x perc.)” is de waarde opgenomen wanneer de absoluut uitkomst wordt genomen van het saldo x percentage beleidsvrijheid. De kolom “rangorde” geeft de positie aan van de uitkomst van het taakveld in de kolom daarvoor ten opzichte van de andere taakvelden. In de tabel zijn in de kolom “perc.” de taakvelden met beleidsvrijheid van 80% of meer vet gemaakt. In de laatste kolom is de top 10 vet gemaakt. Kanttekening: Het onderstaande overzicht geeft een indicatie van de beleidsvrijheid, maar houdt geen rekening met de keuzes die in Nijmegen zijn gemaakt.
Dit heeft invloed op mate van beleidsvrijheid die specifiek voor Nijmegen gelden. Verder kunnen in taakvelden zowel taken zijn ondergebracht met nauwelijks beleidsvrijheid als taken met zeer veel beleidsvrijheid. Dit geldt bijvoorbeeld voor het taakveld 6.3 Inkomensregelingen. Deels gelden daar stringente uitvoeringsvoorschriften. Het deel bijzonder bijstand kent veel beleidsvrijheid. Bedragen * € 1 miljoen Productgroep Programma Bestuur en Organisatie 0.1 Bestuur 0.2 Burgerzaken 0.4 Overhead Programma Veiligheid 1.1 Crisisbeheersing en brandweer 1.2 Openbare orde en veiligheid Programma Economie en toerisme 3.1 Economische ontwikkeling 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur 3.3 Bedrijfsloket 3.4 Economische promotie Programma Welzijn, Wijkontwikkeling en Zorg 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie 6.2 Wijkteams 6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO) 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 6.72 Maatwerkdienstverlening 186.81 Geëscaleerde zorg18+ 6.82 Geëscaleerde zorg187.1 Volksgezondheid Programma Werk en Inkomen 6.3 Inkomensregelingen 6.4 WSW en beschut werk 6.5 Arbeidsparticipatie Programma Onderwijs 4.2 Onderwijshuisvesting 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingenzaken Programma Bereikbaarheid 0.63 Parkeerbelasting 2.2 Parkeren 2.1 Verkeer en vervoer
financiën jaarschijf 2027 Baten Lasten Saldo
beleidsvrijheid score Perc.
abs(saldo X perc.)
rang orde
0,0 2,9 4,7
8,2 8,1 78,7
-8,2 -5,1 -73,9
1-2 1-2 2-3
15% 15% 25%
1,2 0,8 18,5
36 39 7
0,0 0,6
19,8 10,6
-19,8 -9,9
3-4 3-5
35% 40%
6,9 4,0
18 28
0,0 0,0 0,4 1,2
4,8 0,6 0,4 2,2
-4,8 -0,6 -0,1 -1,0
9 - 10 9 - 10 9 - 10 9 - 10
95% 95% 95% 95%
4,6 0,6 0,1 1,0
27 40 44 37
8,3 0,0 1,0 1,1 0,8 2,9 0,7 0,8
53,0 31,8 9,6 37,3 68,8 89,7 7,3 12,5
-44,7 -31,8 -8,6 -36,2 -68,0 -86,8 -6,7 -11,7
2-3 3-4 4-4 3-4 3-4 3-4 2-3 3-5
25% 35% 40% 35% 35% 35% 25% 40%
11,2 11,1 3,4 12,7 23,8 30,4 1,7 4,7
10 12 30 9 5 4 35 26
124,3 0,0 0,0
171,5 26,3 19,9
-47,2 -26,3 -19,9
1-3 2-3 2-4
20% 25% 30%
9,4 6,6 6,0
13 20 22
0,9 9,0
21,3 18,5
-20,4 -9,5
3-4 3-4
35% 35%
7,1 3,3
16 31
31,6 0,7 3,0
0,0 24,4 51,4
31,6 -23,7 -48,4
8 - 10 8 - 10 7-9
90% 90% 80%
7,1 38,7
17 3
14
Bedragen * € 1 miljoen Productgroep 2.4 Economische Havens en waterwegen 2.5 Openbaar vervoer Programma Wonen en Stedelijke ontwikkeling 8.1 Ruimtelijke ordening 8.2 Grondexploitatie 8.3 Wonen en bouwen Programma Openbare ruimte 5.7 Openbaar groen en recreatie 7.2 Riolering 7.3 Afval 7.4 Milieubeheer 7.5 Begraafplaatsen Programma Cultuur en Cultureel erfgoed 5.3 Cult.presentatie, cult.productie en cult.participatie 5.4 Musea 5.5 Cultureel erfgoed 5.6 Media Programma Sport 5.1 Sportbeleid en activering 5.2 Sportaccommodaties Programma Financiën 0.3 Beheer overige gebouwen en grond 0.5 Treasury 0.61 OZB woningen 0.62 OZB niet-woningen 0.64 Belastingen overig 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen 0.8 Overige baten en lasten 0.9 Vennootschapsbelasting (VpB) 0.10 Mutaties reserves
financiën jaarschijf 2027 Baten Lasten Saldo 1,0 1,2 -0,2 0,7 1,2 -0,5
Totaal
beleidsvrijheid score Perc. 7-9 80% 6-8 70%
abs(saldo X perc.) 0,1 0,3
rang orde 43 41
0,5 97,2 8,9
4,4 106,8 18,5
-3,9 -9,6 -9,6
6-8 7-9 7-9
70% 80% 80%
2,7 7,7 7,7
33 14 15
0,9 22,9 6,9 2,0 0,0
22,1 14,8 17,5 15,7 0,3
-21,2 8,2 -10,6 -13,7 -0,3
7 - 10 4-5 4-5 5-5 6-8
85% 45% 45% 50% 70%
18,0 3,7 4,8 6,8 0,2
8 29 25 19 42
3,9 1,3 0,6 0,2
24,5 8,2 5,1 7,7
-20,6 -6,8 -4,5 -7,5
9-9 8-9 6-8 8-9
90% 85% 70% 85%
18,5 5,8 3,1 6,4
6 23 32 21
1,0 7,8
7,1 20,1
-6,0 -12,4
9-9 9-9
90% 90%
5,4 11,1
24 11
0,4 19,1 66,3 55,9 0,9 612,4 2,7 0,0 14,7
0,6 14,6 4,0 1,3 0,1 0,0 25,8 0,1 25,2
-0,2 4,4 62,3 54,6 0,9 612,4 -23,1 -0,1 -10,5
0-0 4-6 8-9 8-9 8 - 10 0-0 0-0 0-0 0-0
0% 50% 85% 85% 90% 0% 0% 0% 0%
0,0 2,2 53,0 46,4 0,8 0,0 0,0 0,0 0,0
45 34 1 2 38 45 45 45 45
1.123,4
1.123,4
0,0
15
Bijlage afschrijvingstermijnen Hieronder staan de afschrijvingstermijnen die opgenomen zijn in het kader “Investeren en waarderen activeren en afschrijven activa”.
16
17
18
Bijlage Centrale stelposten Stadsbegroting 2026 -2029 Bedragen * € 1.000 Gemeentefonds:
2026
2027
2028
2029
1.643 0 -1.451
-929 1.643 -21.668 -1.741
-1.892 1.643 -39.497 -1.915
-2.892 1.643 -58.552 -624
-101 0
-104 2.700
-108 5.400
-108 8.100
- eigen bijdrage jeugdzorg
3.408
3.531
- sturen op trajectduur jeugd
890
922
-913
-1.429
-1.828
-255
4.220
-1.452
Concernposten - Stelposten Gemeentefonds volumeontwikkeling WMO Concernposten - Stelposten Gemeentefonds IU Beschermd Wonen Concernposten - Stelposten Gemeentefonds Res. prijscompensatie Concernposten - Stelposten Impulsbudgetten Concernposten - Stelposten Gemeentefonds overige taakmutaties Verdere invoer verdeelmodellen GF Neutraliseren aanvullende taakstellingen jeugd:
Andere stelposten: Concernposten - Stelposten Areaal bestaande stad
0
Concernposten - Stelposten Kapitaallasten Concernposten - Stelposten Overig indexering (loonsom) Concernposten - Stelposten Overig Ontwikkelingskosten soc. domein
-1.865 -1.034
-1.877 0
-1.877 0
-1.890 0
totaal
-2.808
-23.144
-31.157
-53.150
Gemeentefonds Gemeentefonds volumeontwikkeling WMO Met de VNG is afgesproken dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van) de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het Gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Afhankelijk van de gekozen bekostigingsvorm wordt een passende geobjectiveerde indexering onderzocht die ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. In de septembercirculaire 2024 is een jaarlijkse tranche voor indexering voor demografie toegevoegd aan het gemeentefonds en dit is geparkeerd op de stelpost. In de stadsbegroting 2027 wordt de benodigde indexatie voor jaarschijf 2027 integraal afgewogen. IU Beschermd Wonen Een deel van de middelen voor WMO beschermd wonen wordt in het gemeentefonds uitgekeerd via een integratie uitkering. In geval van een integratie uitkering wordt de prijscompensatie 2026 niet nu toegekend maar pas in 2026. De kosten die samenhangen met deze onderdelen worden al wel geïndexeerd in de begroting, conform de gemeentelijke uitgangspunten. Omdat de lasten in prijzen 2026 opgenomen zijn en de inkomsten in prijzen 2025 ontstaat er nu een onterecht verschil. Dit verschil verdwijnt volgend jaar met de meicirculaire, dan wordt namelijk de prijscompensatie toegekend. Vooruitlopend op de toekenning van de prijscompensatie in 2026 corrigeren we dit verschil met een stelpost.
Reservering prijscompensatie Een deel van het gemeentefonds in de latere jaren is bedoeld om prijsstijgingen op te vangen. Dat deel wordt gereserveerd op stelpost. Stelposten impulsbudgetten Regionaal is afgesproken dat gemeenten deze budgetten aan de MGR beschikbaar stellen onder de voorwaarde dat er een bestedingsplan Impulsgelden ter beoordeling aan de gemeenten wordt voorgelegd. Ook de raden hebben deze voorwaarde in hun zienswijze op de jaarstukken van de MGR onlangs opgenomen (en daarvoor reeds in de zienswijze op de Kaderbrief MGR 2026 e.v.). Sinds kort ligt een concept-plan Impulsgelden ter besluitvorming voor bij gemeenten en MGR: 'Stap voor stap ontwikkelen naar werk. Versterken van de ondersteuningsinfrastructuur voor werkenden en werkzoekenden in het Rijk van Nijmegen'. In afwachting van besluitvorming over het concept-plan stellen we voor om deze middelen op stelpost te reserveren.