2e Bestemmingsplan toelichting
Tekst van het document
8 richtinggevende keuzes De 4 opgaven voor Nijmegen zijn goed te combineren, we kijken daarom naar integrale oplossingen. Waarbij we een vraagstuk vanuit meerdere invalshoeken benaderen en de oplossing bijdraagt aan het oplossen van meerdere problemen. Hieronder de kern van de richtinggevende keuzes uit de Omgevingsvisie. 1.
2.
3.
34
Compacte, dynamische stad: Omdat we de impact van groei op de omgeving zo klein mogelijk willen houden ligt de nadruk op verdichting. De groeiopgave willen we benutten om kwaliteit toe te voegen aan de stad, o.a. door meer functiemenging, informele werkmilieus en transformatie. Stedelijke knooppunten, daar waar voorzieningen, werklocaties en vervoersstromen samenkomen, zijn kansrijke plekken voor verdichting en functiemenging. Bij nieuw te bouwen woningen verschuift het accent naar een- en tweepersoonshuishoudens, waaronder betaalbare woningen voor studenten, starters, ouderen en kwetsbare doelgroepen. Voor nieuwe kantoren is vooral het stationsgebied kansrijk. Brabantse Poort en Campus Heyendaal beschouwen we als toekomstbestendige kantoorlocaties. Voor onder meer logistiek en de maakindustrie ontwikkelen we in overleg met regio bedrijventerrein de Grift. Het Engieterrein wordt herontwikkeld voor watergebonden bedrijvigheid en bedrijven die duurzame energie opwekken. Op de campussen richten we ons op herontwikkeling, intensivering en functiemenging. In Winkelsteeg onderzoeken we de mogelijkheden voor een gemengd stedelijk milieu, daarbij rekening houdend met de perspectieven en ontwikkelmogelijkheden van bestaande en toekomstige bedrijvigheid.
Toekomstbestendige wijken Om tot een inclusieve en vitale stad te komen, streven we onder meer naar een goede mix van allerlei typen woningen en woonmilieus in sociale huur, huur en koop. In combinatie met de daarbij passende, bereikbare en goed toegankelijke voorzieningen. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen staan de leefwereld, het welbevinden en de gezondheid van inwoners centraal. Tijdelijke functies en initiatieven ondersteunen we om verbeteringen te realiseren. Groene, gezonde stad We willen als stad bijdragen aan de gezondheid van onze inwoners en het verbeteren van de biodiversiteit. Een gezonde leefomgeving is daarbij een belangrijk integraal thema, waarbij het o.a. gaat om luchtkwaliteit, geluidsbelasting, hitte, groen en water, bewegen en
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 16 (Molenpoortpassage)
mobiliteit, ontmoeten en voorzieningen. Dichtbij huis zijn er mogelijkheden om te ontmoeten, wandelen, spelen en sporten. Daarvoor ontwikkelen we o.a. een netwerk van aantrekkelijke beweegroutes op stad- en wijkniveau. 4.
Duurzame mobiliteit In de regio Arnhem-Nijmegen werken we gezamenlijk aan duurzame mobiliteit en bereikbaarheid. Het gaat om het inzetten en stimuleren van schone vervoersmiddelen en het efficiënter benutten van vervoer. Om de stad te laten groeien zonder mobiliteitsproblemen te laten ontstaan zetten we in op: lopen, fiets, OV en Mobility as a Service. Met deze vervoersvormen kunnen we een aantal maatschappelijke doelen bereiken. Duurzame mobiliteit brengt mensen in beweging, is goed voor de gezondheid en luchtkwaliteit, versterkt sociale cohesie, creëert gelijke kansen, versterkt de economische structuur en draagt bij aan de beleving van de stad.
5.
Energieopgave Ons doel is dat Nijmegen uiterlijk in 2045 energieneutraal en aardgasvrij is. Samen met andere gemeenten, waterschappen en de provincie stellen we een Regionale Energie Strategie (RES) op. Hierin maken we keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor nodige opslag- en energie infrastructuur. De RES geeft met zoekgebieden aan welke gebieden in de regio geschikt zijn voor de opwekking van hernieuwbare energie. Groter centrumgebied De komende jaren werken we aan de verbreding van het centrum naar de gebieden rondom de Waal. Onder de noemer 'Nijmegen omarmt de Waal' realiseren we verschillende projecten en ontstaat hier een variatie van nieuwe gemengde milieus en hebben de rivieroevers een belangrijke openbare functie. Het gaat o.a. om het Stationsgebied, NYMA, Hof van Holland, Waalkade, Valkhofkwartier, Vlaams Kwartier en Burchtstraat/Augustijnenstraat.
6.
7.
Sterke campussen De komende jaren blijven we investeren in de clusters Health & high Tech om nieuwe banen te creëren. We willen ruimte bieden aan nieuwe bedrijven en meewerken aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dit doen we mede door te investeren in uitstraling en kwaliteit en door de mogelijkheden voor intensivering en functiemenging op campussen te onderzoeken. De Novio Tech Campus, Campus Heyendaal en de binnenstad zijn sterke campussen in Nijmegen.
8.
We omarmen het kanaal We zien een samenballing van opgaven rondom het Maas-Waalkanaal. Hier zien we kansen voor intensivering en transformatie in de huidige woongebieden in Dukenburg, Lindenholt, Neerbosch-Oost, Hatert, groene gebieden en de werkgebieden Winkelsteeg en Oost-Kanaalhavens. Door de Kanaalzone tot ontwikkeling te brengen werken we o.a. aan een betere verbinding van Dukenburg en Lindenholt met de rest van de stad en geven we de bestaande wijken rondom het kanaal een impuls. De transformatieopgave vraagt om verdere verkenning en onderzoek.
In relatie tot de beoogde ontwikkeling in het plangebied is het volgende beleid uit deze Omgevingsvisie relevant: Compacte dynamische stad. Het planvoornemen betreft een herontwikkeling van een reeds bebouwde locatie. Het gebruik wordt ter plaatse geïntensiveerd, zonder een vergroting van het ruimtebeslag. Door de combinatie van woningen, woon/werkplekken, horeca en detailhandel blijft de stad aantrekkelijk om in te wonen, werken en te verblijven. De ontwikkeling draagt daarmee bij aan de transformatie van het stadscentrum van 'place to buy' naar 'place to meet'.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 16 (Molenpoortpassage)
35
De ontwikkeling draagt verder (beperkt) bij aan de richtinggevend keuzes: Duurzame mobiliteit, Groene, Gezonde Stad en Energieopgave. De daken worden veelal groen ingericht en bieden mogelijkheden voor de opvang van water. Daarnaast is hier ruimte voor ontmoeting en worden de woningen duurzaam en gasloos ontwikkeld. De ontwikkeling betreft een 'autoloze' ontwikkeling en het gebruik van de fiets, OV en andere vervoersmiddelen worden gestimuleerd.
3.3.2
Gebiedsvisie Vlaams Kwartier
In september 2017 verzoeken bewoners en ondernemers in het gebied de gemeente maatregelen te nemen om de leefbaarheid in de buurt te verbeteren. Daarop is een integraal team samengesteld om een verandering in gang te zetten. Met als doel het gebied terug te geven aan bewoners en ondernemers. De opgestelde gebiedsvisie vormt een kader voor nieuwe initiatieven en is een uitnodiging aan anderen om mee te doen. De ambities zijn: 1. Overlast verminderen & leefbaarheid verbeteren 2. Veiligheid vergroten 3. Mobiliteit verbeteren 4. Economisch potentieel benutten 5. Vastgoed en openbare ruimte verbeteren Naast deze hoofdthema’s zijn ook cultuurhistorie, klimaatadaptatie en natuur inclusief bouwen specifiek benoemd als aandachtsgebieden. Het Vlaams Kwartier bestaat uit drie deelgebieden. Het deelgebied Molenpoortpassage is vanzelfsprekend het meest relevant voor deze ontwikkeling, maar kan niet los worden gezien van de andere deelgebieden. Het creëren van nieuwe verbindingen en samenhang binnen en tussen de deelgebieden is een belangrijke opgave in het Vlaams Kwartier. De Gebiedsvisie en de verbeeldingen dienen als vertrekpunt en inspiratie bij de verdere (concrete) planontwikkeling in het gebied, zoals nu bij de Molenpoortpassage.
Over de Molenpoortpassage wordt in de gebiedsvisie geconcludeerd dat de bezetting van winkelruimte niet optimaal is en dat de capaciteit van het parkeerdek niet ten volle wordt benut. Als kansen voor de Molenpoortpassage zijn genoemd: Het parkeerdek gedeeltelijk geschikt maken voor bewonersparkeren Het parkeerdek, dat zomers sterk opwarmt (hitte-stress) deels vergroenen In gesprek met de eigenaar van de Molenpoort om herontwikkeling te onderzoeken De herontwikkeling biedt kansen voor structurele verbetering zoals:
36
Onoverdekte straatjes en pleinen voor wonen en winkelen Het herstellen van het middeleeuwse stratenpatroon met aansluitingen op de Ziekerstraat, Molenstraat, Tweede Walstraat en Vlaamsegas Ruimte voor stadswoningen rondom de Molenstraatkerk, de Petrus Canisiuskerk Vlaamsegas en Tweede Walstraat uit isolement door een doorsteek / verbinding Vlaamsegas – Molenpoort Gezonde woningmix, zowel kleine eenheden voor starters als duurdere en grotere woningen
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 16 (Molenpoortpassage)
Figuur 3.3.1 Gebiedsvisie Vlaams Kwartier
3.3.3
Doelgroepenverordening
Bij raadsbesluit is op 12 juli 2023 de 'Verordening doelgroepen woningbouw Nijmegen' vastgesteld waarin regels zijn opgenomen ten aanzien van de realisatie, exploitatie en instandhouding van sociale en middeldure huurwoningen. Als doelgroep voor sociale huurwoningen worden huishoudens aangemerkt met een inkomen tot aan de inkomensgrens van het DAEB-besluit van de Europese Commissie. Voor middeldure huurwoningen en sociale koopwoningen zijn aanvangshuurprijzen dan wel maximale aanvangskoopprijzen vastgelegd in de verordening. De verordening geeft de gemeente de mogelijkheid om in een bestemmingsplan, en/of in de bijbehorende anterieure overeenkomst, vast te leggen dat een woningbouwlocatie bestemd moet zijn voor sociale of middeldure huur en/of koopwoningen. Gedurende een termijn van 5 tot 25 jaar na eerste ingebruikname dienen de woningen beschikbaar te blijven voor de betreffende doelgroep. De beoogde ontwikkeling (waarvan de ambities in februari 2019 zijn vastgelegd) sluit niet geheel aan bij de op 12 juli 2023 vastgesteld verordening. In de anterieure overeenkomst zijn specifieke afspraken voor onderhavige ontwikkeling vastgelegd. Hierbij is een integrale afweging gemaakt tussen de verschillende overige beleidsdoelen en om realisatie mogelijk te maken / houden.
Bij de afweging om af te wijken van de kaders uit de doelgroepenverordening, of onderdelen ervan in te zetten, is onder meer betrokken: de integrale afweging in relatie tot overige beleidsdoelen; het kunnen mogelijk maken/ houden van de realisatie; strijdigheid met eerder gemaakte afspraken en afspraken die op moment van vaststelling van de doelgroepenverordening al in wording waren; strijdigheid met afspraken uit gemeentelijke exploitatie die onderdeel is van het Voortgangsrapportage Grote Projecten 2023. De doelgroepenverdeling wordt niet in de regels van dit bestemmingsplan geborgd omdat deze reeds in de anterieure overeenkomst zijn vastgelegd.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 16 (Molenpoortpassage)
37
3.3.4
BOSS 2024
Het voormalige uitvoeringskader “Speelruimte” was in 2015 vastgesteld en benoemt de uitgangspunten voor inrichting van speelplekken, toegankelijkheid en participatie. Een deel van deze uitgangspunten blijven gelden. Echter door nieuwe inzichten en veranderende ambities is het nodig om een nieuw kader vast te stellen over vorm en ruimtegebruik. Een kader dat breder is dan speelplekken voor kinderen. Het uitvoeringskader BOSS 2024, vastgesteld november 2023, richt zich op bewegen, ontmoeten, spelen en sporten in de openbare ruimte voor bewoners van alle leeftijden. Het BOSS 2024 wordt onderscheiden in vier lagen. Door het verbinden van deze verschillende lagen ontstaat er een netwerk door de stad waar inwoners kunnen bewegen, ontmoeten, spelen en sporten: 1. Bovenwijkse beweegnetwerken 2. Groene sociale knooppunten 3. Buurtplekken 4. Ruimte op 'straat' Voor elke laag zijn de functies, ambities en inrichting nader omschreven. Deze ambities richten zich met name op het creëren van een diversiteit van (speel)voorzieningen met een goede spreiding over de stad. Voor deze ontwikkeling is de toepassing van de ambities uit het BOSS niet haalbaar. Het te realiseren openbaar gebied is te klein voor het aanbrengen van speeltoestellen. Wel moet bij de inrichting van de openbare ruimte rekening gehouden worden met de sociale veiligheid van dit gebied.
Daarnaast moeten binnen het de beperkte omvang van de openbare ruimte overige voorzieningen worden zoals gerealiseerd zoals voorzieningen ten behoeve van waterretentie, hittestress etc.
3.3.5
Koers voor de binnenstad
Deze Koers voor de binnenstad is een gebiedsvisie. Hierin staan de algemene kaders voor de ontwikkeling van de binnenstad tot 2035. Deze visie beschrijft ruimtelijke onderwerpen, zoals: wonen, werken, mobiliteit en groen. Maar in het centrum van onze stad gaat het natuurlijk ook om: veiligheid, ondernemen, leefbaarheid en cultuur. De koers op hoofdlijnen zal door de gemeente worden opgenomen in de geactualiseerde omgevingsvisie. In 2035 is de binnenstad een stuk duurzamer, groener en interessanter. Voor bewoners en voor verschillende bezoekers blijft er plek voor evenementen, en is er meer ruimte voor voetgangers en fietsers. De binnenstad blijft sociaal en economisch sterk met een leefbare binnenstad met een divers winkelaanbod en voldoende horeca, en het is een plek waar iedereen zich prettig kan voelen. We stimuleren de verbinding en samenwerking tussen bewoners en gebruikers. De samenhang tussen wonen, werken, sporten, spelen en ontspannen vinden we belangrijk. Dit abstracte toekomstbeeld hebben we verder uitgewerkt in vijf herkenbare thema’s: groen, bruisend, ondernemend, verbonden en inclusief. De herontwikkeling van de Molenpoortpassage past binnen de gebiedsvisie. De transformatie van de Molenpoortpassage biedt een kans voor diversiteit van de verschillende functies in het kernwinkelgebied en biedt daarnaast de mogelijkheid om grotere winkelketens aan te trekken.
Daarnaast biedt de ontwikkeling kansen om de verbindingen met het kernwinkelgebied en met de Tweede Walstraat te verbeteren. Ook draagt de herontwikkeling van de Molenpoortpassage bij aan de vergroting van de leefbaarheid van de binnenstad. De ontwikkeling draagt hiermee bij aan de koers en ambities van deze gebiedsvisie.
38
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 16 (Molenpoortpassage)
3.3.6
Klimaatadaptatiestrategie Nijmegen
De Klimaatadaptatiestrategie Nijmegen 'Samen voorbereid op het weer van de toekomst' is in oktober 2023 vastgesteld. Nijmegen wil in 2035 klimaatbestendig zijn. Om dit doel te bereiken zijn per thema (droogte, hitte, wateroverlast en gevolgbeperking overstromingen) stadsbrede doelstellingen opgesteld, waarmee invulling wordt gegeven aan wat we in Nijmegen verstaan onder klimaatadaptatie. Daarnaast wordt aan de hand van leidende principes beschreven hoe deze doelstellingen bereiken kunnen worden en worden prestatie-indicatoren meegegeven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen urgente en minder urgente locaties. De minder urgente locaties worden opgepakt door werk met werk te maken. Op sommige plekken is de urgentie echter zo hoog dat niet gewacht kan worden op een meekoppelkans. Hier is een extra inspanning nodig. Uit de lijst met urgente locaties zijn 10 prioritaire locaties geselecteerd. Hiervoor geldt dat deze vóór 2035 zijn aangepakt. Dit betekent dat eerst onderzocht wordt of de risico's daadwerkelijk aan de orde zijn en welke maatregelen, zowel fysiek als niet-fysiek, mogelijk zijn. Is een structurele oplossing niet haalbaar, dan wordt een tijdelijke maatregel genomen om de ernstige gevolgen die kunnen optreden bij niets doen te voorkomen.
Voor de verschillende thema's zijn prestatie-indicatoren opgesteld: het verwerken van 40-70 mm hemelwater voor nieuwe ontwikkelingen; afname van minimaal 10% verharding; 40-50% warmtewerende oppervlakten; groene schaduwplekken; voorkomen schade bij een nieuwbouw van 70 mm hemelwater in één uur; rekening houden met risico's hogere rivierstanden. Voor onderhavige ontwikkeling zijn reeds afspraken gemaakt met de gemeente over hoe om te gaan met hemelwater en klimaatadaptatie. In de huidige situatie is het plangebied volledig verhard. Met het planvoornemen neemt de verharding af en wordt groen toegevoegd (o.a. groene daken en in de openbare ruimte). De ontwikkeling zal voldoen aan de norm van 40 mm. De uitwerking hiervan is mede afhankelijk van de inrichting van de buitenruimte, de archeologische ondergrond en de positie van bomen. In paragraaf 4.8 is de wijze van verwerking van hemelwater nader uitgewerkt.
3.3.7
Toolbox natuurinclusief bouwen
Om natuurinclusief bouwen beter te implementeren is de 'Toolbox natuurinclusief bouwen, leidraad voor de gemeente Nijmegen' opgesteld en in november 2023 vastgesteld. Dit document biedt een natuurinclusieve aanpak waar biodiversiteit vanaf het begin van het (ontwerp)proces integraal wordt meegenomen als onderdeel van de opgave. Hierin staat het dier en zijn leefomgeving centraal. Met de Toolbox Nijmegen krijgt biodiversiteit een volwaardige plek in het integrale ontwerpproces, wordt er nagedacht over het natuurlijk systeem en wordt gezamenlijk bijgedragen aan het behoud en versterking van bedreigde, maar ook de meer algemene plant- en diersoorten. In de Toolbox Nijmegen wordt een norm meegegeven waaraan moet worden voldaan. Voor de wijze waarop aan de norm wordt voldaan is alle keuzevrijheid. Het staat de initiatiefnemer vrij om op creatieve wijze invulling te geven aan de Toolbox Nijmegen, met in achtneming van de eisen die de diersoorten stellen aan hun leefgebied. Met het planvoornemen wordt aan de hand van de toolbox natuurinclusief gebouwd. Vanwege de omvang van de ontwikkeling wordt de exacte invulling in samenspraak met een ecoloog uitgevoerd.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 16 (Molenpoortpassage)
39
3.3.8
Conclusie
De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met gemeentelijk beleid. Het plangebied aan de Tweede Walstraat ligt in de binnenstad van Nijmegen. Het centrumgebied leent zich bij uitstek voor een diversiteit aan functies. Om de levendigheid van het gebied als geheel te bevorderen is het wenselijk om woon/werkfuncties, voorzieningen en wonen te combineren in dit gebied. De woon/werk, horeca of winkelfuncties zorgen voor activiteit overdag terwijl de woonfunctie en deels horeca ervoor zorgen dat het gebied ook 's avonds niet verlaten is.
40
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 16 (Molenpoortpassage)
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1
Bezonning en windhinder
In paragraaf 2.3 worden de stedenbouwkundige karakteristieken van het plan beschreven. Middels bezonning- en windhinderonderzoek is de compositie van bouwblokken aangescherpt zodat een goede aansluiting op de directe omgeving ontstaat. Bezonning Een bezonningstudie is uitgevoerd (zie bijlage 1). Uit de bezonningsstudie blijkt dat er met de realisatie van de nieuwbouw geen sprake is van onaanvaardbare schaduwwerking op de omgeving en dat deze niet overschrijdend is aan de norm van TNO (De TNO-norm: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam.) Bij het ontwerpen is rekening gehouden met de omliggende bebouwing. De gebouwen hebben een getrapte vorm, zodat er naar boven een slanker silhouet ontstaat. Zo wordt de schaduwwerking op de straat en omliggende bebouwing geminimaliseerd. Windhinder In een quickscan windhinder zijn de te verwachten windcondities rond het plangebied onderzocht (zie bijlage 2). Het windklimaat wordt overwegend gekenmerkt door windluwe condities, wat resulteert in een laag risico in het plangebied. Het optredende windklimaat sluit uitstekend aan bij de gewenste windgevoelige activiteiten zoals slenteren (winkelgebied) en langdurig zitten (horecaterrassen) binnen het plangebied.
Windrijkere condities treden lokaal op in de doorgang, die het centrale plein en de Ziekerstraat ten noordoosten met elkaar verbindt. Deze condities treden op binnen het plangebied waar een verkeersfunctie (doorlopen of slenteren) beoogd is. Dit resulteert dan ook in een comfortabel gebruik van de openbare ruimte.
4.2
Bedrijven en milieuzonering; industrielawaai
4.2.1
Toetsingskader
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 16 (Molenpoortpassage)
41
milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk' en 'rustig buitengebied'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. De toepassing van milieuzones en richtafstanden ten opzichte van de verschillende omgevingstypen, zoals een rustige woonwijk of gemengd gebied, gaat uit van het principe van functiescheiding. Ten aan zien van het plangebied is echter sprake van een functiemengingsgebied zoals bedoeld in de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In zo'n gebied is van oudsher reeds sprake van een matige tot sterke functiemenging, waar milieubelastende en milieugevoelige functies op dusdanig korte afstand van elkaar zijn gesitueerd, dat de richtafstanden (en dus functiescheiding) niet goed toepasbaar zijn, zonder dat hiermee ook het karakter van het gebied (ongewild) wordt aangetast. In bijlage 1 bij de regels wordt dit nader toegelicht. In gebieden met functiemenging wordt niet gewerkt met richtafstanden.
De toelaatbaarheid van milieubelastende functies in gebieden met functiemenging wordt beoordeeld aan de hand van de volgende drie, ruimtelijk relevante, milieucategorieën: categorie A: activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze aanpandig aan woningen en andere milieugevoelige functies kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het Bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijvigheid zijn daarbij toereikend. Gebouwen zijn aanpandig indien zij constructief aan elkaar zijn gebouwd, waardoor contactgeluid via een constructieve verbinding mogelijk is; categorie B: activiteiten die in gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere milieugevoelige functies dienen plaats te vinden. Gebouwen zijn bouwkundig afgescheiden indien er sprake is van zelfstandige bouwkundige eenheden, die in constructief en functioneel opzicht te onderscheiden zijn (201303879/1/A2); categorie C: de activiteiten zoals genoemd onder categorie B, waarbij vanwege relatief grote verkeersaantrekkende werking een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur is aangewezen. Ook detailhandel en kantoren zijn in dit plan onderworpen aan de VNG-methodiek en ondergebracht in de staat van bedrijfsactiviteiten.
Het doel hiervan is om duidelijkheid en rechtszekerheid ten aanzien van deze functies, met een vaak grote maatschappelijke impact, te verschaffen. De SvB van dit bestemmingsplan wijkt op enkele onderdelen af van de bedrijvenlijst van bijlage 1 van de VNG-publicatie. Allereerst valt qua vormgeving op dat, anders dan in de VNG-brochure (bijlage 1 van de VNG-brochure volgt de SBI-indeling), de indeling van de methodiek van de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP2012) is aangehouden. Hierbinnen zijn vervolgens de verschillende functies en hoofdgroepen van de VNG-brochure (inclusief code) ingebracht. Tevens is aangegeven of de betreffende categorie in aanmerking komt voor functiemenging en zo ja, welk type (A, B of C) van toepassing is. De SvB van dit bestemmingsplan is opgenomen in bijlage 2 bij de regels. Ook de staat van horeca-activiteiten is ondergebracht in deze SVB. Conform de toelichting in bijlage 1 wordt daarbij nog steeds onderscheiden in de drie categorieën licht, middelzware en zware horeca.
4.2.2
Toetsing
Ten behoeve van de beoogde bestemmingsplanwijziging is een quickscan naar bedrijven en milieuzonering uitgevoerd, zie bijlage 3.
42
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 16 (Molenpoortpassage)
Activiteiten omgeving In de omgeving staat het daar geldende bestemmingsplan binnen de bestemmingen 'Gemengd-3' en 'Gemengd-4' bedrijven van categorie 1 en 2 toe (en is 'gemengd gebied' als uitgangspunt genomen). De grootste richtafstand voor categorie 2 bedrijven bedraagt 30 meter. Binnen gemengd gebied bedraagt deze richtafstand 10 meter. De meest nabij gelegen 'Gemengd-3'- en 'Gemengd-4'-bestemmingen grenzen direct aan het plangebied, Verder zijn horeca en discotheek binnen deze bestemmingen relevant. De toegestane horeca valt binnen categorie 1 met een richtafstand van 0 meter binnen gemengd gebied. Aan de Molenstraat is middels de aanduiding 'discotheek' tevens een discotheek toegestaan. Discotheken zijn ingedeeld in milieucategorie 2 met een richtafstand van 10 meter. Deze discotheek bevindt zich op iets meer dan 50 meter en is daarom niet relevant. In de directe omgeving zijn enkele potentiële geurbronnen aanwezig, zoals restaurants. Omdat ook hier sprake is van reeds aanwezige gevoelige bestemmingen direct naast deze bronnen, is het redelijk te veronderstellen dat ter plaatse van nieuwe gevoelige bestemmingen binnen het plangebied geen sprake is van geurhinder. Pal ten noorden van het plangebied is binnen de bestemming Maatschappelijk een kerk aanwezig. Ingedeeld in milieucategorie 2 is hiervoor een richtafstand van 10 meter van toepassing, enkel voor 'geluid'.
Formeel is voor woningen die binnen 10 meter afstand tot de bestemming worden geprojecteerd een nader akoestisch onderzoek nodig. Omdat rondom deze maatschappelijke bestemming (bovendien op kortere afstand tot de bestemming) ook woningen mogelijk (en aanwezig) zijn binnen de bestemmingen Gemengd-3 en Gemengd-4, wordt gesteld dat ook ter plaatse van de nieuwe woningen sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Activiteiten plangebied In de huidige situatie zijn de gronden binnen het plangebied, volgens de bestemming Centrum zie paragraaf 1.3, bedoeld voor cultuur, detailhandel, dienstverlening, bedrijven in milieucategorie 1 en 2, lichte tot middelzware horeca en een parkeerdek. De begane grond en eerste verdieping bestaan uit winkelfuncties (detailhandel, supermarkt) en horeca en bovenop bevindt zich een parkeerdek, dat vanuit de Tweede Walstraat toegankelijk is. Maatgevend voor de huidige bestemming is het parkeerdek, dat in milieucategorie 2 een richtafstand van 10 meter heeft. De ambitie is om centraal in het plangebied een openbare ruimte (straat) te creëren, met daar omheen detailhandel, supermarkt, horeca en woningen. Deze nieuwe functies zijn van een lagere categorie dan de functies die in de bestaande situatie mogelijk zijn. Daarom wordt geconcludeerd dat het woon- en leefklimaat ter plaatse van bestaande omliggende bestemmingen vanwege het planvoornemen niet nadelig wordt beïnvloed. Enkel een onderzoek industrielawaai is noodzakelijk naar de (her)inpassing van onder andere de supermarkt aan de Tweede Walstraat. De geluiduitstraling van de beoogde ontwikkeling is onderzocht, zie bijlage 9. De geluiduitstraling wordt veroorzaakt door diverse (dak)installaties, voertuigbewegingen van de supermarkt t.b.v. laden en lossen en door de stemgeluiden van de onoverdekte terrassen.
Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van het Activiteitenbesluit en in het kader van een goede ruimtelijke ordening (stemgeluid). Uit de berekeningen blijkt dat de gevels van de woningen van het plan zelf maatgevend zijn.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 16 (Molenpoortpassage)
43
Activiteitenbesluit Uit het onderzoek blijkt dat met de bedrijfssituatie voor zowel het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau als het maximale geluidsniveau voldaan wordt aan de eisen van het Activiteitenbesluit Stemgeluid terrassen In de gemeentelijke A.P.V. wordt voor terrassen in het centrum een maximale openingstijd voorgeschreven van 09.00 uur tot 01.00 uur. In de regels van dit bestemmingsplan wordt hiervan afgeweken en worden deze openingstijden ingeperkt van 09.00 tot 23.00 uur. Bovendien worden op de terrassen geen versterkte muziek toegestaan. Het plan betreft een transformatie van thans enkel een winkelgebied, dat 's avonds en 's nachts gesloten is voor publiek, naar een nieuwe situatie waarbij een mix ontstaat van wonen en winkelen en horeca. Voor deze nieuwe situatie is de wens een relatief rustig gebied te realiseren in de dynamische binnenstad. De horeca die hier gerealiseerd zal gaan worden, is ter versterking van de woon-/winkelfunctie. In deze “rustige” omgeving past een openingstijd tot 23.00 uur van de bijbehorende terrassen beter dan de reguliere openingstijd tot 01.00 uur. Er zijn geen wettelijke eisen van kracht voor stemgeluiden van terrassen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is onderzoek naar stemgeluiden echter wel relevant. Hierbij is aansluiting gezocht bij de VNG Publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering, editie 2009'.
Uit dit onderzoek blijkt dat de piekniveau's in alle gevallen voldoen aan de toetswaarden. Verder blijkt dat de langetijdgemiddelde geluidniveau's bij diverse appartementen enkele dB's hoger zijn dan de normen. Vanwege deze overschrijding is de situatie in het onderzoek nader beschouwd en onderbouwd. De beoogde horecafunctie is weinig milieubelastend en komt veelvuldig voor in het centrumgebied. Zo wordt stemgeluid van terrassen hier als minder hinderlijk ervaren en past dit bij de levendigheid van het centrum. Op basis daarvan wordt de situatie als inpasbaar beoordeeld. Conclusie Het woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen is aanvaardbaar. Er zijn daarnaast geen bedrijven in de omgeving die door de voorgenomen ontwikkeling in hun bedrijfsvoering worden beperkt.
4.3
Wegverkeerslawaai
De Wet geluidhinder (Wgh) is van toepassing binnen de wettelijke vastgestelde zone van een weg. Wegen waarvoor een maximum toegestane snelheid geldt van 30 km/uur en die binnen een als woonerf aangeduid gebied liggen zijn niet gezoneerd en daardoor niet onderzoeksplichtig. De voorkeursgrenswaarde uit de Wgh voor wegverkeer bedraagt 48 dB. De maximum toegestane geluidbelasting voor wegverkeer bedraagt 63 dB. De voorkeursgrenswaarde mag worden overschreden als geluidbeperkende maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn dan wel dat deze voorzieningen om stedenbouwkundige, verkeerskundige of om financiële redenen niet wenselijk zijn. Na deze maatregelenafweging moet aan de voorwaarden uit de beleidsregels hogere waarden Wet geluidhinder worden voldaan. De voorwaarden zijn als volgt:
44
Er moet een ontheffingscriterium van toepassing zijn; Elke woning moet minimaal één geluidluwe zijde hebben (een geluidluwe zijde is een zijde waarbij de geluidbelasting niet hoger is dan 48 dB); Elke woning met buitenruimte moet minimaal één buitenruimte aan de geluidluwe zijde hebben (een geluidluwe zijde is een zijde waarbij de geluidbelasting niet hoger is dan 48 dB);
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 16 (Molenpoortpassage)
Als de geluidbelasting op een woning hoger is dan 53 dB vanwege wegverkeer dan geldt voor een woning een indelingseis, minimaal één slaapkamer moet aan een geluidluwe zijde liggen (een geluidluwe zijde is een zijde waarbij de geluidbelasting niet hoger is dan 48 dB). Als aan de voorwaarden uit de beleidsregels hogere waarden Wet geluidhinder wordt voldaan, kan een hogere waarde worden vastgesteld.
Toetsing De beoogde woningen liggen niet binnen de zone van een gezoneerde weg. Het plangebied ligt in een voetgangersgebied. Omliggende wegen hebben grotendeels een maximumsnelheid van 30 km/uur. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is de geluidbelasting vanwege deze wegen op de nieuwe woningen berekend. Dit onderzoek is als bijlage 10 bij deze toelichting opgenomen. Bij de bovenste twee bouwlagen van blok A is sprake van overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. Voor twee woningen moeten hogere waarden aangevraagd worden bij de gemeente. Voor deze twee woningen zijn de in het onderzoek beschreven maatregelen bij de buitenruimen nodig. Het ontwerpbesluit hogere waarden is op 15 november 2023 genomen. Dit besluit is als bijlage 11 toegevoegd. Verder is de geluidsbelasting t.g.v. het wegverkeer op de Tweede Walstraat bij een aantal woningen relatief hoog. Voor deze woningen worden echter geen hogere waarden aangevraagd, waardoor formeel het geluidbeleid niet van toepassing is. Het aspect wegverkeerslawaai vormt met het besluit hogere waarden en de te nemen maatregelen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.4
Luchtkwaliteit
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in de volgende tabel weergegeven. Stof Toetsing van Grenswaarde stikstofdioxid jaargemiddelde 40 µg/m³ e (NO2) concentratie fijn stof (PM10) jaargemiddelde 40 µg/m³ concentratie 24-uurgemiddelde max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³ concentratie fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde 25 µg /m³ concentratie tabel 4.1: grenswaarden maatgevende stoffen Wm Op grond van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer (Wm) kunnen bestuursorganen bevoegdheden uitoefenen die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit zoals de vaststelling van een wijzigingsplan. Bij de uitoefening van deze bevoegdheden moet worden aangetoond dat wordt voldaan aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uit de Wm.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 16 (Molenpoortpassage)
45
Besluit niet in betekenende mate (nibm) In het Besluit nibm en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden: een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10; een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg of kantoorlocaties met maximaal 100.000 m² bvo bij één ontsluitingsweg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van ruimtelijke plannen uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens ook rekening gehouden met de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied.
Toetsing De ontwikkeling van maximaal 435 nieuwe woningen in dit bestemmingsplan valt binnen de drempelwaarde van de NIBM-regeling. Onderzoek op grond van de Wet luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. In de omgeving van het plangebied is daarnaast sprake van weinig verkeer. De jaargemiddelde concentraties in het gebied zijn dermate laag dat de grenswaarden voor NO2 en PM10 als gevolg van het totale plan niet overschreden worden. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.5
Externe veiligheid
4.5.1
Wettelijk kader
De gemeente heeft de wettelijke plicht externe veiligheid mee te wegen in de besluitvorming over ruimtelijke ontwikkelingen. In deze afweging is het van belang de risico's te beschouwen die ontstaan door inrichtingen vallend onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en risicovolle transportroutes. Voor het plaatsgebonden risico (PR) zijn grenswaarden voor kwetsbare objecten aangegeven en richtwaarden voor beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico (GR) dient verantwoord te worden.
4.5.2
Toetsing
De volgende relevante risicobronnen liggen in de nabijheid van het plangebied. De planlocatie ligt: Geheel in het invloedsgebied van de basisnetroute water, te weten de rivier de Waal (op circa 670 meter afstand); Geheel in het invloedsgebied van het basisnetroute spoor, te weten het spoortracé Nijmegen-Arnhem (op circa 620 meter afstand). Er valt geen plaatsgebonden risicocontour over het plangebied.
46
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 16 (Molenpoortpassage)
Verantwoording groepsrisico De planlocatie ligt binnen het invloedsgebied van het toxische scenario vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over beide routes. Beide liggen op ruime afstand, waardoor de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid akkoord kan gaan met het toepassen van een standaardtekstparagraaf externe veiligheid voor de verantwoording van het groepsrisico, zoals opgenomen in de Beleidsvisie externe veiligheid Nijmegen, januari 2014 (zie figuur 4.1). Omdat het plangebied op meer dan 200 meter afstand van een risicobron waar alleen het toxische scenario nog relevant is, wordt conform deze beleidsvisie (de tekst standaardtekstparagraaf bij) verantwoordingsniveau 3a toegepast (zie figuur 4.1):
figuur 4.1: standaardtekstparagraaf verantwoordingsniveau 3a (bron: Beleidsvisie externe veiligheid Nijmegen)
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 16 (Molenpoortpassage)
47
Bereikbaarheid voor hulpverleningsdiensten en bluswatervoorziening Het Bouwbesluit 2012 is het wettelijk kader voor de aspecten bereikbaarheid voor hulpverleningsdiensten en bluswatervoorziening (artikel 6.30, 6.37 en 6.38). Voor een goede ruimtelijke ordening wordt tevens de “handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid 2019” van Brandweer Nederland als onderlegger gehanteerd. De bebouwing is gekenmerkt als hoogbouw. De hoogste verdiepingsvloer ligt boven 20 meter (totale bouwhoogte circa 36 meter). Daarnaast betreft het ook een complex bouwwerk, vanwege meerdere functies in het gebouw, verschillende bouwhoogte, grote inzetdiepte en de beperkte bereikbaarheid vanwege de stedelijke omgeving. De inrichting van de nieuwe bebouwing is niet beschikbaar waardoor er geen specifieke toetsing heeft plaatsgevonden. Hieronder zijn de algemene normen opgenomen. Voor de bereikbaarheid van de functies zoals de appartementen dient een brandweervoertuig de (hoofd)entree binnen 10 meter te kunnen benaderen met een brandweervoertuig. Binnen deze afstand moet een opstelplaats voor een hulpverleningsvoertuig beschikbaar zijn met een afmeting van 10 bij 4 meter. Deze opstelplaats moet te allen tijde vrij van obstakels blijven en als zodanig zijn aangeduid. De route naar de opstelplaats moet een draagkracht hebben volgens verkeersklasse 30.
Tevens moet de route een vrije breedte van 4,00 meter en hoogte 4,20 meter bezitten. De bochtstralen van de bochten moeten voldoen aan een binnenbochtstraal van 5,50 meter en een buitenbochtstraal van 10 meter. De inzetdiepte van de brandweer is vastgesteld op maximaal 60 meter vanwege de slanglengte. Met de opstelplaats op maximaal 10 meter vanaf een brandweertoegang blijft 50 meter inzetdiepte over. Bij overschrijding van deze afstand moeten er in het bouwwerk brandpreventieve voorzieningen getroffen worden. Dit is ook noodzakelijk als er verdiepingsvloeren hoger als 20 meter in het bouwwerk aanwezig zijn. Binnen 40 meter van een opstelplaats voor een brandweervoertuig moet een bluswatervoorziening aanwezig zijn. Bij realisatie van een droge stijgleiding (verplicht bij verdiepingsvloeren boven de 20 meter) moet direct nabij een opstelplaats een bluswatervoorziening aanwezig zijn die minimaal 90 m3 per uur kan leveren, gedurende 4 uur. Vanwege de capaciteit is het drinkwaterleidingnet vaak niet voldoende, waardoor er teruggevallen wordt op een geboorde put. Bij realisatie van een nieuwe geboorde put zal deze moeten voldoen volgens de uitgangspunten. De exacte locaties van de opstelplaatsen en alle vulpunten droge stijgleidingen dienen te zijner tijd in overleg met het team OIV (Operationele Informatie Voorziening) afgestemd te worden.
Conclusie Op het gebied van externe veiligheid gaat de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid akkoord te gaan met het toepassen van de standaardtekst vanwege het groepsrisico voor de rivier de Waal en het spoortracé Nijmegen-Arnhem (zie standaardtekstparagraaf verantwoordingsniveau 3a). De voorwaarden voor bereikbaarheid voor hulpverleningsdiensten en bluswatervoorziening zijn aangeduid. Voor een specifieke beoordeling wordt geadviseerd om deze aspecten bij een definitief planontwerp door de Veiligheidsregio te laten beoordelen.
48
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 16 (Molenpoortpassage)
4.6
Bodem
4.6.1
Toetsingskader
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren).
4.6.2
Toetsing
Vanwege de functiewijziging van het plangebied is onderzoek naar de bodemkwaliteit noodzakelijk. Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek (zie bijlage 5, Econsultancy, kenmerk 18787.001, d.d. 19 juli 2022) kan gesteld worden dat er milieuhygiënisch mogelijk enige belemmeringen bestaan voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en de voorgenomen nieuwbouw. De onderzoeksresultaten geven derhalve aanleiding voor verder bodemonderzoek dan wel een bodemonderzoek op analytische grondslag. Plaatselijk zijn mogelijk verontreinigingen met asbest in de bodem op de locatie te verwachten. Het verkennend bodemonderzoek kan pas worden uitgevoerd nadat de sloop van de huidige bebouwing is afgerond. Het uitvoeren van het benodigde onderzoek vindt derhalve plaats ten tijde van vergunningverlening. De uitvoer van dit onderzoek is in de regels geborgd. De initiatiefnemer heeft rekening gehouden met eventuele kosten voor een bodemsanering en zal deze kosten dragen. Dit is geregeld in een anterieure overeenkomst.
4.7
Ontplofbare oorlogsresten
Als gevolg van oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog kunnen in de gemeente Nijmegen nog ontplofbare oorlogsresten (OO's) worden aangetroffen. Ook het plangebied is ten aanzien van de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog een verdacht gebied (zie figuur 4.2). Vanwege deze mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog is ten behoeve van de veiligheid een Risicoanalyse Ontplofbare oorlogsresten (OO) uitgevoerd, zie bijlage 6.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 16 (Molenpoortpassage)
49
figuur 4.2: uitsnede Milieuatlas Nijmegen, niet-gesprongen explosieven, plangebied rood omlijnd. Op basis van de uitgevoerde risicoanalyse wordt geadviseerd om het proces van explosievenopsporing voort te zetten. Dit advies komt voort uit het feit dat er weliswaar naoorlogse bodemactiviteiten in het plangebied hebben plaatsgevonden, maar dat deze niet van een dermate intensiteit zijn geweest dat deze het vastgestelde risico hebben geëlimineerd. Daarnaast is vastgesteld dat, gezien de ligging van het te bewerken gebied de verdenking op afwerpmunitie, een eventueel effect van een onvoorziene detonatie desastreus zou kunnen zijn. Omdat op dit moment nog geen sprake is van een concreet bouwplan zijn de algemeen aanvaardbare beheersmaatregelen ten aanzien van de voorgenomen werkzaamheden hieronder benoemd: Binnen de contouren waar de bodem daadwerkelijk geroerd wordt, zal Opsporing van ontplofbare oorlogsresten (OOO) moeten worden uitgevoerd; Niet alleen op de plek van de bodemingreep zelf zal OOO moeten plaatsvinden, maar ook binnen de het gebied waar trillingen doordringen die groter zijn dan de grenswaarde van 1,00 m1/s2. Door TNO is ooit vastgesteld dat trillingen die deze grenswaarde overschrijden trilling gevoelige ontstekers in werking kunnen laten treden.
Om deze invloedssfeer in te perken (en als zodanig de OOO werkzaamheden in te perken), kan worden nagedacht om een andere methode te hanteren m.b.t. grond penetrerende handelingen van heien en het plaatsen van de damwanden. Als deze beneden 1,00 m1/s2 (seconde kwadraat)kunnen worden uitgevoerd is OOO niet aan de orde binnen de invloedssfeer. Door het aanbrengen van trillingsmeters in de grond kan deze grenswaarde gemonitord worden. Het verder concretiseren van beheersmaatregelen kan tenslotte worden gedaan met gebruik wanneer uitvoeringsmethodiek en definitief ontwerp van het bouwplan bekend is. Voorafgaand aan de uitvoer van de werkzaamheden wordt een Opsporing van ontplofbare oorlogsresten (OOO) uitgevoerd.
50
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 16 (Molenpoortpassage)
4.8
Water
4.8.1
Watertoets
Voor de ruimtelijke aspecten heeft het Nationaal Waterplan de status van structuurvisie. Hierin zijn water en ruimtelijke ontwikkelingen geïntegreerd, conform de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Bouwbesluit 2012 en de Waterwet. Binnen het Besluit ruimtelijke ordening (21 april 2008) is de watertoets verankerd.
4.8.2
Algemeen
Het plan behelst de sloop en nieuwbouw van de Molenpoortpassage aan de Molenstraat. Het plangebied ligt in de wijk Stadscentrum en maakt deel uit van de waterhuishoudkundige inrichting van het gebied De Biezen. Voor dit gebied zijn het Gemeentelijk Rioleringsplan Nijmegen 2017 tot en met 2023 en de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' (2013) relevant. Het beleid van het waterschap Rivierenland is beschreven in het waterbeheerprogramma 2022-2027 Versterken, Verbinden, Vergroenen. Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening, de Keur voor waterkeringen en wateren. Daarin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op waterkeringen en watergangen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in of nabij waterkeringen of watergangen kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden worden getoetst aan de beleidsregels.
4.8.3
Oppervlaktewater
Binnen het plangebied en directe omgeving is geen oppervlaktewater aanwezig. De Waal is gelegen op circa 800 meter ten noorden van het plangebied. Het plangebied ligt niet binnen een waterkering of buitenbeschermingszone.
4.8.4
Grondwater
In de Waterwet is naast de gemeentelijke zorgplicht voor regenwater ook een zorgplicht voor grondwater opgenomen. Gelet op de verantwoordelijkheden van particulieren strekt deze zorgplicht niet zover dat gemeenten ook gehouden zijn (ter voorkoming van grondwateroverlast) maatregelen te nemen op percelen die in particulier eigendom zijn. Eigenaren moeten zelf zorgen voor een goede staat van de bij hen in eigendom zijnde percelen en gebouwen. Zij moeten in dat kader zelf bouwkundige maatregelen treffen. Dit speelt vooral bij ondergronds bouwen. Voor indicatieve informatie over de grondwaterstanden wordt verwezen naar de milieuatlas van de gemeente Nijmegen die te vinden is via http://kaart.nijmegen.nl/milieu/. De grondwaterstand is van belang voor de eventuele bouw van een kelder of een verdiepte parkeervoorziening en het (tijdelijk) lozen van het bronneringswater. Op de milieuatlas is ook informatie te vinden over (resultaten en onderzoek naar) de waterdoorlatendheid van de bodem. Het plangebied bevindt zich niet in een grondwaterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 16 (Molenpoortpassage)
51
4.8.5
Riolering / hemelwater
De riooltechnische ontsluiting van het plangebied bevindt zich aan de omliggende straten, de Tweede Walstraat, Ziekerstraat en de Molenstraat. De riolering is uitgevoerd als gemengd stelsel. Vanuit het Bouwbesluit 2012 geldt de verplichting om vuilwater en hemelwater op verantwoorde wijze te verwerken. Vuilwater moet verplicht op de openbare riolering aangesloten worden. De gemeente Nijmegen hanteert bij de duurzame omgang met hemelwater de nota 'Afkoppelen en infiltreren hemelwaterafvoer' (2013). Op grond van het Bouwbesluit (artikel 6.18) moet hemelwater van daken en andere verharding in beginsel op eigen terrein verwerkt worden. Van die verplichting kan afgeweken worden als de gemeente het afstromende hemelwater in openbare hemelwatervoorzieningen kan en wil ontvangen. Schoon hemelwater dient in de bodem te worden geïnfiltreerd. Bij de infiltratie van hemelwater dient waar mogelijk conform het convenant Duurzaam bouwen in het KAN (2000) gebruik te worden gemaakt van duurzame bouwmaterialen. Het niet toepassen van uitlogende materialen is een voorbeeld. Het convenant is in 2013 geactualiseerd als Het groene akkoord. Het huishoudelijke afvalwater van de gebouwen in het plangebied moet worden aangesloten op de openbare riolering. Het is niet uitgesloten dat van bestaande aansluitingen gebruik gemaakt kan worden.
Voor het maken van nieuwe aansluitingen op de riolering in de openbare ruimte vanaf de perceelgrens tot aan de riolering moet een aanvraag worden ingediend bij Kwaliteitsbeheer Riolering. Binnen het plangebied is momenteel sprake van bestaande bebouwing. Voor het huishoudelijke afvalwater wordt gebruikt gemaakt van de bestaande aansluitingen. Bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt de aansluiting van de nieuwe functies op de bestaande aansluitingen nader uitgewerkt. In het Voorlopig ontwerp is uitgangspunt dat rondom het plangebied wordt aangesloten op het gemengd riool, zowel aan de Molenstraat, Tweede Walstraat als de Ziekerstaat. Tevens kan hier ook worden aangesloten op het regenwaterriool. Met het plan wijzigt het verharde oppervlakte, er wordt naast bestrating ook groen aangebracht. Omdat sprake is van herbouw zijn de waterbufferingseisen van de gemeente Nijmegen van toepassing. De daken worden veelal als groene daken gerealiseerd. Deze houden hemelwater langer vast en zorgen voor een vertraagde afvoer. Op de daken en binnen de openbare ruimte op het maaiveld (nader te onderzoeken i.v.m. archeologie) kunnen waterretentiekratten worden toegepast. De exacte berekening van de waterbergingseis en de invulling en positie van de watercompenserende maatregelen worden bepaald bij de aanvraag om omgevingsvergunning.
4.9
Flora en Fauna
4.9.1
Wet natuurbescherming
De Wet natuurbescherming is 1 januari 2017 inwerking getreden Deze wet staat in het teken van de verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Onder de Wet natuurbescherming geldt, dat onderzocht moet worden of (ruimtelijke) ingrepen effect hebben op beschermde gebieden, beschermde soorten en beschermde bosopstanden.
52
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 16 (Molenpoortpassage)
Beschermde gebieden (Natura 2000 gebieden) Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en vormt daarmee de basis voor het beleid van de EU voor behoud en herstel van biodiversiteit. Natura 2000 is niet enkel ter bescherming van gebieden maar draagt ook bij aan soortenbescherming. Het Natura 2000 netwerk omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn van 1979 en de Habitatrichtlijn van 1992. De afstand van het plangebied tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'Rijntakken' – ten noordoosten van het plangebied - bedraagt circa 800 meter. De werkzaamheden worden op enkele honderden meters uitgevoerd van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden. Het Natura 2000-gebied ligt - los van de stikstofuitstoot - buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Er zijn buiten eventuele stikstofeffecten geen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden te verwachten. Stikstof Voor de berekening van stikstofdepositie op stikstofgevoelige gebieden wordt onderscheidt gemaakt in de gebruiksfase en in de realisatiefase. In bijlage 12 bij deze toelichting is de memo van de stikstofberekeningen opgenomen, in bijlagen 13, 14, 15 en 16 de berekeningen voor de realisatiefase.
Vanwege de afname van stikstofemissies van gasverbruik en verkeersbewegingen is een berekening voor de gebruiksfase niet nodig. Uit berekeningen met AERIUS Calculator blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Op basis van de berekeningen en onderbouwing zijn significante negatieve effecten op Natura 2000-gebied in de realisatie- en gebruiksfase is uitgesloten. De beoogde herontwikkeling is derhalve uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming. Soortenbescherming Op voorhand kan niet worden uitgesloten dat bij de sloop van de bestaande bebouwing en bij de bouw van de nieuwbouw beschermde soorten worden bedreigd. De bebouwing en de directe omgeving is mogelijk geschikt voor de huisvesting van beschermde soorten. Door middel van een quickscan flora en fauna is beoordeeld of de bestaande bebouwing beschikt over openingen waardoor dergelijke soorten binnen kunnen komen. De quickscan flora en fauna is opgenomen in bijlage 7. In verband met de mogelijke aanwezigheid van algemene broedvogels in de tuin direct grenzend aan het plangebied in het noorden is het noodzakelijk om de werkzaamheden te starten buiten het broedseizoen of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen (vogelverschrikkers gebruiken, sloop buiten broedseizoen).
Op deze manier kan worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Verder is er een kans op het voorkomen van vleermuizen (verblijfplaatsen) en is er één potentiële nestplaats van gierzwaluw. Een nestplaats van gierzwaluw is een vaste rust- en verblijfplaats die ook buiten het broedseizoen is beschermd. De kans op verblijfplaatsen van vleermuizen wordt echter zeer beperkt geschat omdat er gedurende onderhavig onderzoek geen sporen zijn aangetroffen, het plangebied sterk is verlicht (verlichting en vleermuizen gaat niet goed samen), er veel verstoring is (veel vervoersbewegingen) en er zeer beperkte foerageermogelijkheden zijn (volledig verhard plangebied). Effecten op vleermuizen en de nestplaats van gierzwaluw kunnen echter niet volledig worden uitgesloten. Op grond hiervan is een gerichte veldinventarisatie uitgevoerd naar het voorkomen van verblijfplaatsen van vleermuizen en de potentiële nestplaats van gierzwaluw. Dit onderzoek is als bijlage 8 bij deze toelichting toegevoegd.
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 16 (Molenpoortpassage)
53
Uit de resultaten van het onderzoek komt naar voren dat in en direct rond het plangebied gewone dwergvleermuizen vliegen en foerageren. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren. Vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluwen zijn niet aangetroffen. Overige vermeldenswaardige vogels komen niet voor in het plangebied. Op grond van het onderzoek worden effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten. De sloop van winkelpassage De Molenpoort te Nijmegen en de verdere ontwikkeling van dit gebied is niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming. De zorgplicht blijft onverkort van kracht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. Dit artikel is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Voor- en gedurende de uitvoering dient hierbij rekening gehouden te worden.
4.9.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie en -verordening Gelderland In de Omgevingsvisie Gelderland staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. In de omgevingsvisie zijn de waardevolle natuurgebieden opgenomen: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO). De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. In de verordening is het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd. Het plangebied ligt op circa 300 meter afstand van het Gelders deel van Natuurnetwerk Nederland (GNN). De provincie heeft geen doelstellingen voor gebieden die buiten het Natuurnetwerk Nederland liggen. Ruimtelijke ontwikkelingen die geen significant negatief effect hebben op de wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Nederland mogen plaatsvinden. Er is geen sprake van externe werking. De voorgenomen ontwikkeling tast de kernkwaliteiten van het GNN dan ook niet aan en past binnen het beleid van de provincie Gelderland. Het afwegingskader EHS hoeft niet te worden doorlopen. De Omgevingsvisie en -verordening zijn wat dat betreft niet van toepassing.
4.9.3
Gemeentelijk beleid
Coalitieakkoord 2018- 2022, Nijmegen: samen vooruit Inwoners en toekomstige inwoners van Nijmegen stellen hogere eisen aan de kwaliteit van hun woon- en leefomgeving, mensen kiezen in toenemende mate hun woonplaats op grond van de kwaliteit van de leefomgeving en kijken van daaruit welke banen bereikbaar zijn. Een groene gemeente met goede voorzieningen en een aantrekkelijke stedelijke woon- en leefomgeving heeft de toekomst. De kwaliteit van de stedelijke omgeving is voor ons een prioriteit. We hebben bij de inrichting hiervan oog voor het gebruik van het groen en voor de ecologische waarde. We willen een overheid zijn die inwoners en organisaties de ruimte biedt de eigen leefomgeving vorm te geven.
54
vastgesteld bestemmingsplan Nijmegen Centrum - Binnenstad - 16 (Molenpoortpassage)
Topindicator groen (2010) In 2010 heeft de raad voor groen de topindicator “binnen 300 meter van iedere woning 0,5 hectare aaneengesloten vlakgroen” vastgesteld. De topindicator refereert aan onderzoeken van Alterra waarin 300 meter als realistische loopafstand naar groen voor kinderen en ouderen wordt geadviseerd. De 0,5 hectare komt daarbij voort uit ervaringscijfers. Na nuancering en verfijning van de topindicator is in 2013 een overzicht gemaakt van gebieden waar de toevoeging van groen gewenst is. We passen de topindicator toe bij veel plannen en beleidsstukken. Bijvoorbeeld in de nota 'Samen gezond verder. Lokaal gezondheidsbeleid Nijmegen 2013-2016' wordt het belang van groen genoemd en is de topindicator onderdeel van het beleid. Voorliggende ontwikkeling maakt op de hoek Grote Markt - Broerstraat nieuwe appartementen mogelijk. De locatie ligt op circa 300 meter van het Valkhofpark en op circa 450 meter lopen van het Kronenburgerpark, die beide bestaan uit meer dan 0,5 hectare vlakgroen. Hiermee wordt voldaan aan de norm van de topindicator groen.
Groenplan De groene draad (2007) Het groenbeleid is vastgelegd in "De groene draad - kansen voor het Nijmeegse groen" en heeft als doelstelling: inzicht te geven in het totaal van groene ontwikkelingen in en om de stad en hun onderlinge samenhang; een sturingsinstrument voor het bestuur te zijn voor groene ontwikkelingen in de stad; vanuit een groen toekomstperspectief een gids of leidraad te zijn voor toekomstige stedelijke ontwikkelingen; de groene ambities te benoemen voor de komende jaren die vertaald worden in een uitvoeringsprogramma. De hoofdgroenstructuur is de basis van het groen in Nijmegen en opgebouwd uit groene vlakken (parken en groengebieden) en de hoofdboomstructuur. De hoofdboomstructuur bestaat uit lijnen (bomen langs wegen en cultuurhistorische lijnen) en punten (bijzondere en monumentale bomen en boomgroepen). We streven er naar om de hoofdgroenstructuur in stand te houden en de ambities te verwezenlijken. In bestemmingsplannen gaat het dan om de bestemmingen Groen, Natuur en Bos. Daarnaast kennen ook andere plekken een groene bestemming bijvoorbeeld kleinere groenplekken op wijkniveau.