CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Advies Commissie Groei Cultuurplanperiode 2025-2028

Besluitronde (raadsvergadering) 28 februari 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: D10 d.d. 23 januari 2024 inzake Subsidieregeling Cultuur Nijmegen 20256.704 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aandachtspunten bij de voorbereiding van de cultuurplanperiode 2025-2028 Advies Commissie Groei. December 2023

Inleiding In oktober ontving de commissie Groei. de adviesaanvraag van wethouder Cultuur Noël Vergunst. In die adviesaanvraag stelt de wethouder vier vragen, waarop hij van de commissie in een kort advies antwoord wil krijgen. De adviezen van de commissie worden meegenomen in de voorbereiding van de cultuurplanperiode 2025-2028. Deze loopt, zoals bij de meeste overheden, gelijk aan de landelijke cultuurplanperiode. De wethouder stelt: ‘In januari 2024 stelt het college de deelregelingen Meerjarige Culturele Projecten (MCP) en De Basis opnieuw vast. Vanaf 1 februari kunnen instellingen subsidie aanvragen voor de periode 2025-2028. We merken dat er behoefte is aan rust en stabiliteit na onrustige jaren tijdens de coronacrisis. We zien op dit moment geen noodzaak om grote wijzigingen aan te brengen in de subsidieregelingen, ook omdat de programmalijnen en speerpunten uit de cultuurvisie nog steeds leidend zijn voor de komende periode. Wel kijken we naar wat er in het Nijmeegse culturele veld speelt. Om een goed beeld te hebben van de sector en de aandachtspunten voor de toekomst van de cultuursector in Nijmegen, vragen we de adviescommissie Groei.

om een extra advies uit te brengen met het oog op de periode 2025-2028.’ Adviesaanvraag We vragen de commissie om het volgende advies: een terugblik en een vooruitblik met aandachtspunten voor de uitvoering van de cultuurvisie in 2025-2028. We vragen om in het advies in ieder geval aandacht te hebben voor de volgende onderwerpen: 1. Een analyse van de reeds gegeven adviezen in de periode 2020-2023. Wat valt op, welke belangrijke ontwikkelingen kan de commissie hieruit destilleren? 2. Een stand van zaken van de cultuursector: hoe gaat het in de verschillende sectoren, wat zijn de aandachtspunten per sector? 3. Een reflectie op de werkwijze van de commissie. 4. Aandachtspunten bij het opnieuw vaststellen van de deelregelingen. Bijvoorbeeld top en toptalent, diversiteit en inclusie, fair practice. De commissie heeft aangegeven dat het kort dag is, maar dat zij op elke vraag een korte en bondige reflectie formuleert. Dat heeft ze gedaan in onderliggend advies. Vooraf Commissiewerk is eervol werk. Het is ook bijzonder werk: op een mooie manier krijg je als commissielid inzicht in een groot deel van de plannen van de culturele sector in Nijmegen. Het is bijzonder om ook aanwezig te zijn bij de presentatie van die plannen. De commissie komt graag in het veld.

We willen daarom dit advies beginnen met het uitspreken van onze dankbaarheid voor het vertrouwen dat zowel de gemeente als de sector de afgelopen jaren in 1

ons heeft gesteld. We doen ons werk naar eer en geweten en realiseren ons dat wij soms moeilijke keuzes moeten maken die invloed hebben op individuen. In veel van onze inleidingen is ook te lezen dat er voor een cultuurstad met ambitie best nog wat bij kan: financieel vanuit de gemeente (die meer is gaan investeren) en soms professioneel vanuit de instellingen. Wij proberen dat in constructieve adviezen te formuleren. We zien groei. En we zien ook dat de sector in Nijmegen er goed voor staat. Nijmegen is, zo bleek uit de Gelderse cultuurmonitor, de enige stad in Gelderland die alles heeft. Er is een flinke diversiteit in het aanbod, en er werken veel mensen met hart en ziel voor die culturele sector. Nijmegen is een mooie cultuurstad met veel ambitie en potentie. De commissie hoopt aan die ambitie en potentie ook in de komende jaren nog een bijdrage te kunnen leveren.

Belangrijkste aandachtspunten uit de adviezen De commissie heeft oog voor de moeilijke periode waarvan de culturele sector, ook in Nijmegen, nog niet helemaal hersteld is. Covid, energiecrisis, inflatie, personeelstekort en onvoorspelbaarder publiek zijn onderwerpen die aan de orde van de dag zijn. De commissie uit haar waardering voor de flexibiliteit en weerbaarheid die ze heeft gezien in de sector in Nijmegen. Toch wil ze, net zoals ze in alle rapporten heeft gedaan (zie bijlage I) ook een aantal aandachtspunten benoemen. Kwaliteit Uit de cultuurnota Groei. spreekt een grote ambitie. De commissie heeft vanaf het begin gekeken naar de kwaliteit van de aanvragen onder het mom van ‘sterke plannen maken een sterke sector’. In 2020 werden voor het eerst meerjarige activiteitenplannen door een commissie beoordeeld. De commissie zag daarin terug dat het werken met een regeling (met beoordelingscriteria) en het werken met een cultuurnota nog wat onwennig was voor de sector. Inmiddels is er daadwerkelijk groei te zien: de aanvragen worden beter, de planvorming lijkt eerder tot stand te komen en het werken met de verschillende regelingen wordt duidelijker. Toch zien we ook dat er regelmatig onderdelen ontbreken in de plannen en dat het soms moeilijk is de plannen op basis van de criteria te beoordelen. De pitches helpen daar gelukkig enorm bij.

Toch is het goed om voor het maken van professionele plannen en langetermijnvisies op basis waarvan die plannen tot stand komen regelmatig aandacht te vragen. Publiek De commissie heeft in meerdere adviesrapporten gewezen op de geringe aandacht voor publiek in Nijmegen. Het betrekken van (nieuwe) doelgroepen, uitgewerkte marketing paragrafen, langetermijnvisies op het gebied van publiek en doelgroepen en publieksonderzoek ontbraken vaak in de aanvragen. Daarmee is de culturele sector in Nijmegen vaak meer aanbod- dan vraaggestuurd. Het is vooral interessant om naar publieksbereik en publiekswerking te kijken in het licht van het bereiken van alle Nijmegenaren. Daarin zijn nog flinke stappen te zetten. Niet alle organisaties hoeven iedereen te bedienen, maar met elkaar kunnen we een groot deel van alle inwoners van de stad bereiken. 2

Domeinoverstijgend Het domeinoverstijgende werken is onderdeel van de cultuurvisie Groei.: belangrijk dus. We constateren dat er diverse partijen zijn die domeinoverstijgend werken. We zien crossovers met onderwijs en wetenschap, met zorg en welzijn, en met gebiedsontwikkeling. De commissie stelt dat met een integrale blik gekeken zou moeten worden naar organisaties die impact maken op verschillende domeinen. Afstemming tussen gemeentelijke afdelingen kan soms beter. Talentontwikkeling Talentontwikkeling binnen de disciplines popmuziek, urban en literatuur is stevig verankerd in de Nijmeegse culturele sector. De hele keten is er aanwezig. Voor de andere disciplines is er nog ruimte voor talentontwikkeling mogelijk, en in sommige gevallen misschien wel nodig. Er zijn steeds meer mogelijkheden binnen de culturele infrastructuur in Nijmegen voor startende makers in de beeldende kunst. Voor theater en dans, film en ontwerp zijn de mogelijkheden beperkt, al geven de aanwezige culturele organisaties, makers en instellingen ook aandacht aan startende makers binnen theater en film. Aandacht voor presentatiemogelijkheden - denk ook: broedplaatsen, regelloze ruimtes - voor startende en onderzoekende makers kan helpen om makers een steviger positie te geven in de stad en in het culturele veld.

Topsegment De inzet van de cultuurvisie Groei was een stevig topsegment, bij makers en bij instellingen. Een topsegment met landelijk en internationaal bereik. Nijmegen als aantrekkelijke cultuurstad, niet alleen voor inwoners, maar ook voor publiek van buiten. En mogelijk ook voor makers van buiten, om zich in onze stad te vestigen. Hoewel bij popmuziek en literatuur aan de makerskant de top wel degelijk bereikt wordt, mogen de ambities op dat gebied nog wel wat groter, de blik naar buiten nog wat ruimer. De commissie heeft het idee dat organisaties snel tevreden zijn met wat ze bereiken, maar naar buiten toe kan de zichtbaarheid en aantrekkingskracht soms nog groter. Het zou interessant zijn om kunst en cultuur in Nijmegen standaard onderdeel te maken van de citymarketing en om ook de economische impact mee te nemen in overwegingen om te investeren in organisaties en instellingen vanuit het economisch domein. Daarnaast vindt de commissie dat organisaties en instellingen vaker de blik naar buiten zouden kunnen richten, over de grenzen van de stad en de regio heen. Financiering De commissie merkt op dat organisaties in Nijmegen vaak financieel kwetsbaar zijn, en dat het niet altijd goed lukt om een gezonde financieringsmix te presenteren. Veel organisaties leunen nog sterk op lokale subsidie.

Dit is binnen de culturele sector sowieso vaak het geval en of het in Nijmegen echt meer is dan op andere plekken kunnen we zonder onderzoek niet stellen. De commissie constateert wel dat er weinig andere financiers een plek hebben aan de batenkant binnen de ingediende begrotingen. Juist met die stedelijke financiering moet het in een aantal gevallen mogelijk zijn om nog meer geld uit de markt of van andere overheden te halen. Nu de cultuursubsidies van de provincie wegvallen, wordt dat in het geval van die overheidslaag een nog moeilijker vraagstuk. De commissie merkt op dat het organisaties niet altijd lukt om andere financiële mogelijkheden verder te onderzoeken, zowel binnen de publieke als de private sector. Een langetermijnvisie zou daarbij kunnen helpen. Een vraag 3

die leeft is of de cofinancieringseis van 50% voor de subsidieregelingen van Groei. wellicht te hoog is en of die bijvoorbeeld niet naar 75% zou kunnen. De commissie vindt dat voor C6 en MCP geen goed signaal. Het duidelijker opstellen van de begroting, het verwerken van eigen uren en cofinanciering kan al helpen om realistischer naar de overige financiering te kijken. Daarnaast blijft de oproep om ook andere financiering te vinden overeind; een bredere financieringsmix draagt bij aan professionaliteit en groei van de culturele organisaties en instellingen. Bij ECS kan eventueel gekeken worden naar een lagere cofinancieringseis, maar ook hier is het belangrijk dat organisaties niet te afhankelijk zijn of worden van één financier. Vernieuwing en innovatie De coronaregeling Weerbaar & Wendbaar heeft laten zien dat er vraag is naar ontwikkelgeld. Dat kan op artistiek gebied ingezet worden, maar de commissie zag ook dat er veel aanvragen kwamen op het gebied van huisvesting (veranderingen en verbouwingen), bedrijfsvoering en planvorming. Het is belangrijk dat dit ontwikkelgeld beschikbaar blijft om de professionalisering en versterking van de sector het hoofd te kunnen bieden.

Wel is het zo dat het voor de sector duidelijk moet zijn waarvoor de verschillende regelingen bedoeld zijn; de commissie heeft in de afgelopen periode vaker dan eens dezelfde aanvraag bij verschillende regelingen terug zien komen. Zo is er in 2022 een projectaanvraag geweest die bij drie verschillende regelingen in dezelfde vorm terugkwam: eerst bij de ECS (toen nog niet goed genoeg), toen bij Makersfonds en als laatste bij Weerbaar & Wendbaar, waar het – tijdens corona – gehonoreerd is, maar de ontwikkelvraag niet echt duidelijk was. Blijft Weerbaar & Wendbaar bestaan, dan zal de commissie strenger oordelen over de uitgangspunten van de regeling. Spreiding De spreiding van het cultuuraanbod in de stad blijft een aandachtspunt. Veel gebeurt in het centrum, en vooral de wijken Dukenburg, Lindenholt en Nijmegen Noord zijn ver (in afstand, maar mogelijk ook in gevoel) verwijderd van het culturele aanbod. In het wijkgericht werken (sociaal domein) liggen kansen. Broedplaatsen en dan niet zo groot als NYMA, maar regelloze ruimtes, ontmoetingsplekken, bibliotheken, kunnen ruimte bieden aan organisaties en instellingen uit het centrum om eens iets te proberen. Daar gaat artistiek- en publieksonderzoek aan vooraf, maar het is de moeite waard om via opdrachten vanuit de gemeente uit te proberen wat er mogelijk is. Samenwerkingen Er wordt veel samengewerkt in Nijmegen.

Dat is een mooi uitgangspunt: samenwerken niet als doel, maar als middel. In de aanvragen worden samenwerkingen vaak niet inhoudelijk en soms wat losjes beschreven. Intentieverklaringen die inzicht geven in de artistieke en zakelijke kant van de samenwerking kunnen helpen om plannen beter te kunnen beoordelen. Participatie Binnen de verschillende subsidieregelingen komen regelmatig participatie-aanvragen voorbij, waarbij nieuwe of speciale doelgroepen worden uitgenodigd cultuur te maken of te beleven. De commissie ziet vaak dat de artistieke uitwerking van deze plannen mist, waardoor deze projecten het karakter van een sociaal (wijk)project hebben. Juist de artistieke uitwerking is van belang om vanuit cultuur te kunnen investeren. De slagingskans van de projecten is dan ook groter. De commissie zou graag zien dat in de toekomst 4

participatieplannen een duidelijke artistieke visie hebben, waarin ook het artistieke belang voor de deelnemers meeweegt.

Stand van zaken culturele sector We refereerden al aan de afgelopen periode, waarin de sector zich veerkrachtig en wendbaar heeft getoond. Door het werken met de cultuurvisie en de bijbehorende regelingen is er in Nijmegen een dynamisch cultureel veld zichtbaar, dat in de afgelopen jaren ook een aantal nieuwe spelers heeft verwelkomd. Wel zien we een aantal knelpunten. Fair practice Fair practice, met als onderdeel daarvan Fair Pay, is niet altijd mogelijk. We zien nog veel begrotingen waarbij personeel onderbetaald wordt, of waarin veel eigen uren zitten. Het is van belang om de basis onder de culturele sector, de makers en de werkenden, goed te betalen. Aandacht voor Fair Practice is van groot belang - en dat gaat ook om werkomstandigheden. Begrotingen voor de komende periode zullen daarom (en door de inflatie) door meer overhead wat omhoog gaan. Dat is niet altijd problematisch, al zullen soms moeilijke keuzes gemaakt moeten worden. Een van die keuzes is om activiteiten en programma te beperken. Ook bij OCW en andere overheden wordt gezegd dat het mogelijk is om minder te doen om Fair Pay (als onderdeel van Fair Practice) mogelijk te maken. De gemeente kan mogelijk in de regeling opnemen dat organisaties in de MCP niet meer dan een bepaald percentage meer kunnen aanvragen dan in de periode 2021-2024.

Daar moet goed over nagedacht worden, omdat het organisaties en instellingen ook kan beperken in hun groei. Daarbij moet aangetekend worden dat groei niet altijd financiële groei betekent. Personeelstekort en de flexibele schil Tijdens en na corona zijn er personeelstekorten ontstaan, ook in de culturele sector. Veel werkenden hebben voor een zekerder bestaan gekozen en zich laten omscholen. Ook werkt de sector met een vaak ruime (en kwetsbare) flexibele schil . Dat draagt een risico in zich. Talentontwikkeling voor werkenden in de sector is ook van belang. De Generator, een van de programma’s van de Cultuur Academy, is een goed voorbeeld van hoe zo’n programma eruit kan zien. Samenwerking tussen instellingen die een gezamenlijke marketingmedewerker in dienst nemen, kan ervoor zorgen dat grotere contracten kunnen worden aangeboden. Je kunt beargumenteren dat dit ook gaat om Fair Practice: gezamenlijk zorgdragen voor een sterke en duurzame sector betekent ook samen nadenken over de lange termijn en borging van werk en personeel. Ontwikkeling en experiment De commissie vraagt blijvend aandacht voor (meer) ruimte voor ontwikkeling, artistiek onderzoek en experiment. Daarin investeren brengt de culturele sector, maar ook de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van de stad, verder. Ook dat is een onderdeel van de beroepspraktijk van culturele makers en instellingen.

Het is een doorlopend proces dat van levensbelang is om te kunnen vernieuwen en inhoudelijk te kunnen groeien. Anders is de culturele sector in een permanente staat van overleven.

5

Vereenvoudigen regelingen Er is een roep om vereenvoudiging van subsidieregelingen en het bijbehorende werk. Er wordt wel eens geroepen dat de sector meer bezig is met plannen schrijven dan met kunst en cultuur maken. Hoewel de commissie van mening is dat goede plannen zorgen voor goede kunst, ziet zij ook de achterliggende gedachte: minder bureaucratie en meer vertrouwen. Dit gaat om het vertrouwen dat een investering in de culturele sector een goede investering is. Om af te kunnen wegen en keuzes te maken moeten er beoordelingscriteria zijn, maar voor de ECS is het denkbaar dat een kleiner plan en een ruimere pitch genoeg kunnen zijn om die keuze en afweging te maken. CBS Elke twee jaar publiceert het CBS de financiële cijfers van gemeenten aangaande investeringen in kunst en cultuur. We zien dat Nijmegen, voor een gemiddelde stad, ook gemiddeld investeert. Waar Nijmegen in absolute getallen een middenmoter is ten opzichte van qua inwonertal vergelijkbare steden, zien we dat een aantal van die vergelijkbare steden per hoofd van de bevolking meer geld uitgeeft aan kunst en cultuur. Vergeleken met de grote steden in de Randstad blijven alle gemeenten tot 300.000 inwoners achter. Het zijn geen cijfers om je blind op te staren, maar het is wel interessant om er eens naar te kijken – de twee miljoen extra voor kunst en cultuur is een goede stap in de richting.

De vraag rijst of het voor een stad als Nijmegen, met een flinke kunst- en cultuurambitie, genoeg is. Broedplaatsen We hebben in Nijmegen prachtige broedplaatsen zoals de NYMA, Vasim en de Splendorfabriek. We hebben in Hubert een mooi voorbeeld van hoe een dergelijke (tijdelijke) broedplaats kan functioneren in de wijk. Maar het zijn er niet genoeg: er is een tekort aan werkplekken, studioruimte en kleine presentatieplekken. Het broedplaatsenbeleid in ontwikkeling moet zorgen voor meer van dit soort plekken. onderzoek naar dit soort plekken hoeft zich niet te beperken tot het centrum en de randen van het centrum. Juist in wijken kan onderzocht worden hoe kunst en cultuur op dit soort plekken post kan vatten. Bestaande ruimtes, regelloze ruimtes, wijkgebouwen, bibliotheken, huiskamers van de stad, enzovoort, kunnen die functie vervullen. Het aanwijzen van vrije ruimte, bewegingsruimte, alternatieve presentatieplekken en van cultuurverkenners/kwartiermakers die zich buigen over een aanbod dat aansluit bij makers en instellingen in de wijk (en organisaties uitnodigt cultuur te maken) kan daarbij katalyserend werken. De paragrafen over gebiedsontwikkeling en grote gebiedsopgaven uit dit advies sluiten hierbij nauw aan. Nachtcultuur De commissie heeft in een ongevraagd advies aandacht gevraagd voor het broedplaatsenbeleid en de nachtcultuur.

We weten dat er op dit moment beleid wordt geformuleerd op het gebied van nachtcultuur. Het is belangrijk dat er een 'nachtvisie' komt, om ook jongeren bij de stad te blijven betrekken. De commissie ziet uit naar de plannen op dit gebied. Cultuureducatie We zien bij verschillende partijen in de MCP en ECS dat cultuureducatie op de agenda staat. De gemeente heeft cultuureducatie voor een groot deel belegd bij De Lindenberg en OBGZ. Een integrale benadering van cultuureducatie, waarbij ook de culturele organisaties 6

betrokken worden al dan niet met de inzet van cultuurcoaches, zien we als basis voor de culturele sector. Financieringsstromen zijn vaak wat versnipperd en de aandacht moet uitgaan naar zowel de culturele sector als het onderwijs. Cultuureducatie verdient een centrale plek in het onderwijs, omdat het creativiteitsontwikkeling stimuleert, wezenlijk is voor burgerschapsvorming, en bijdraagt aan publieksvorming en zo essentieel is voor de vitaliteit van de culturele keten. Bij kunst en cultuur voor iedereen hoort aandacht voor cultuureducatie, waarmee veel kinderen en jongeren, ook die niet vanzelfsprekend in aanraking komen met kunst en cultuur, bereikt worden. Een integrale aanpak, waarbij de gemeente de belangrijkste regisseur is, draagt bij aan de versterking van cultuureducatie. De commissie denkt dat daar in Nijmegen nog kansen liggen. 025 en Groene Metropoolregio Vanuit het Rijk is een aantal jaar geleden de opdracht gekomen om te kijken naar regionale samenwerking op het gebied van kunst en cultuur. Daaruit zijn 025-samenwerkingen ontstaan, die nog een belangrijke plek hadden in de cultuurvisie Groei. Samenwerking binnen de Gelderse Groene Metropoolregio bestaat al langer, en ook op het gebied van kunst en cultuur. Deze samenwerkingen komen niet goed van de grond. De commissie ziet ze niet terug in de aanvragen. Daar liggen ongetwijfeld nog kansen.

Culturele hoofdstad en langetermijnambitie Nijmegen wil verkennen of de stad in 2033 voor de titel Culturele Hoofdstad wil gaan. Om daarnaartoe te leven, en de sector daarop voor te bereiden, is het van belang dat we verder kijken dan de cultuurplanperiode 2025-2028. Wat voor cultuurstad wil Nijmegen zijn? Welke onderwerpen zijn interessant om te haken aan een bidbook om die culturele hoofdstad te worden? Die vragen gaan ook onze organisaties, makers en instellingen aan. Het is goed om hierin samen op te trekken en om organisaties en makers uit te dagen een langetermijnambitie te formuleren. Gebiedsontwikkeling Net als veel andere gemeenten staat Nijmegen voor grote gebiedsopgaven. Met name het bouwen van woningen, maar ook het ontwikkelen van de randen van de stad zorgen voor grote uitdagingen. Het is aan te bevelen om kunst en cultuur, en de bijbehorende voorzieningen, binnen die gebiedsopgaven van meet af aan mee te nemen. Wijkgericht werken en de omgevingsvisie bieden daarvoor aanknopingspunten. Het uitgangspunt dat kunst en cultuur bijdragen aan leefbaarheid van wijken staat daarbij centraal.

Stand van zaken deelsectoren/disciplines In de adviesaanvraag is ook sprake van een korte blik op de disciplines. De commissie wil bij deze paragraaf opmerken dat ze geen diepgravend onderzoek heeft gedaan naar deze disciplines. Het gaat hierbij om wat we kunnen concluderen uit de aanvragen van de afgelopen jaren en de kijk op en ervaring met de sector van de verschillende commissieleden. Muziek Popmuziek en jazz zijn in Nijmegen goed vertegenwoordigd. Voor popmuziek is de hele keten aanwezig, inclusief een goed draaiend poppodium - met een popconvenant in de provincie 7

speelt Nijmegen een belangrijke rol in de popmuziek in Oost-Nederland; jazz vindt in Nijmegen verschillende podia, die jazzmuzikanten en ensembles op verschillende niveaus programmeren. Nieuwe popmuziek vinden we bij Drift en Sinus en heeft een vaste plek bij Doornroosje en De Basis. Nieuwe muziek is met Stichting Moderne Muziek niet heel omvangrijk, maar wel fundamenteel, een van de weinige nieuwe-muzieklocaties in Nederland. Het is de commissie niet altijd duidelijk wat de impact van de stevige inzet op muziek is voor makers en publiek. Dat kan nog zichtbaarder worden gemaakt. Theater In de allereerste ronde MCP was theater nagenoeg afwezig. Er zijn (grote) podia waarop theater geprogrammeerd wordt, maar echte theater aanvragen waren er niet. Daarin is in de loop van deze cultuurplanperiode verandering gekomen: Tg de Greppel en Tg Perelman zijn spelers die steeds zichtbaarder worden in de stad. Ook Oostpool heeft een vastere voet aan de Nijmeegse grond gekregen. Verbindingen met de podia van de theatergroepen lijken vaker tot stand te komen. De doorstart van Kwatta als De Horde is veelbelovend. En ook de verbouwing van de Schouwburg die aanleiding is om de Schouwburg als public space in te zetten maakt nieuwsgierig naar de stand van het Nijmeegse theaterlandschap over enkele jaren. Dans Dans, vooral modern, wordt in Nijmegen geprogrammeerd bij de Schouwburg.

Voor urban dance kunnen met name jongeren terecht bij The Mansion, Lindenberg en Waalhalla. Dat is een incomplete keten. Vanwege het uitblijven van aanvragen binnen MCP en ECS wordt de indruk gewekt door de sector dat investeren in dans in Nijmegen niet nodig is. Literatuur De Wintertuin is een belangrijke speler op het gebied van talentontwikkeling en is al jarenlang een van de belangrijkste organisatoren van literaire evenementen. De Bibliotheek en de boekhandels spelen een rol in het organiseren van literaire activiteiten. Ook het Poëziecentrum behoudt zijn positie in de stad. Een aantal kleinere spelers is verdwenen, terwijl de commissie denkt dat daar wel een enorme voedingsbodem voor is. Talentontwikkeling is meer dan geborgd, de publieksactiviteiten op het gebied van literatuur mogen meer aandacht krijgen. Beeldende kunst Er liggen kansen voor de beeldende kunst in Nijmegen. Met de verhuizing van drie galeries naar de NYMA en Vasim, de landelijke erkenning voor P-OST en de verbouwing van het Valkhof Museum is er veel dynamiek in de sector. Deze kansen liggen met name in publieksbereik en -ambitie, talentontwikkeling van lokale makers en in de bovenlokale uitstraling van deze discipline.

Ontwerp Fabrikaat en Platform DIS zijn mooie voorbeelden van organisaties die door ontwerp, artistiek onderzoek en participatie bijdragen aan maatschappelijke thema’s en gebiedsontwikkeling. Ze werken domeinoverstijgend, bereiken misschien niet altijd het grootste publiek maar leveren wel een bijdrage aan het maatschappelijk debat. Het past bij een stad als Nijmegen ook zulke organisaties in de sector te hebben. 8

Het is zinvol om hier ook het ambacht te noemen: met de NYMA als makersplek liggen er kansen om de aandacht voor het toegepaste ontwerp of design te vergroten. Film Nijmegen heeft het grootste arthouse van Europa en twee belangrijke filmfestivals, Go Short en InScience, met landelijke en internationale uitstraling. Filmmakers zijn in Nijmegen niet erg zichtbaar, en er zijn weinig peers. Initiatieven als Gelders Doek zijn weggevallen. Nijmegen is wellicht te klein voor een groot filmmakersklimaat, Een filmproductiehuis zou een oplossing kunnen zijn, maar de vraag is of dit realistisch en uiteindelijk ook noodzakelijk is. Het is interessant om te kijken of de stad filmmakers op een andere manier iets kan bieden, bijvoorbeeld op het gebied van residenties. In samenwerking met de festivals is het ongetwijfeld mogelijk te bouwen aan een steviger filmklimaat (met ook de filmeducatiehub in Lux). De commissie beseft dat daarvoor een lange adem nodig is. Urban Voor urban zijn er in Nijmegen verschillende plekken voor makers. De Lindenberg speelt een belangrijke rol in het vinden van de doelgroepen voor urban, Waalhalla is belangrijk voor urban sports, maar trekt met een cultureel programma ook nieuwe publieksgroepen. Beatwise en De Basis zijn er voor hiphop makers en The Mansion richt zich voornamelijk op urban dance.

Rondom deze spelers ontstaan informele community’s die veel jongeren trekken. Interdisciplinair Het denken in disciplines werkt soms beperkend. Nieuwe, bijvoorbeeld interdisciplinaire vormen, zoals Schemerlicht Festival, Hubert en Vasim Circus Space trekken zich niets van hokjes aan en bewijzen bestaansrecht te hebben. De brede toegankelijkheid van de regelingen is van belang voor het investeren in nieuwe vormen en crossovers .

Aandachtspunten (deel)regelingen De commissie heeft de afgelopen jaren De Basis (C6), de Meerjarige Culturele Programma’s (MCP), Eenmalige Culturele Subsidies (ECS) en de coronaregelingen Weerbaar en Wendbaar I, II en III en de Makersregeling I en II beoordeeld. Hieronder staan een aantal algemene aandachtspunten en een aantal aandachtspunten per regeling. Algemene aandachtspunten ● In de commissie hebben we ervaren hoe welkom het is om van belangrijke gemeentelijke financieringsinformatie op de hoogte te zijn. Bijvoorbeeld, de afspraken die er liggen met bepaalde culturele organisaties, eventuele extra investeringen in de culturele sector. Niet alles hoeft langs de commissie; wel zoekt de commissie graag samen met de gemeente een manier voor de juiste informatieuitwisseling. ● Bij de regeling ECS 2023 zijn voor het eerst minder beoordelingscriteria gebruikt die voor alle aanvragende organisaties gelden. Dat vindt de commissie positief: zo ontstaat er een transparanter speelveld en een transparantere beoordeling. Daarnaast 9

●

hebben de organisaties minder werk zich tot de criteria (voortvloeiend uit Groei.) te verhouden. We zouden dit graag doorgevoerd zien in alle regelingen. Tot nu toe is domeinoverstijgend werken nauwelijks terug te zien in de aanvragen. De commissie vraagt aandacht voor de maatschappelijke betekenis van kunst en cultuur, waar ook landelijk veel aandacht voor is. De vraag is of de regelingen op dit moment voldoende uitnodigen om domeinoverstijgend te werken.

C6 ●

●

●

MCP ●

●

●

ECS: ● ●

Voor het beoordelen van de C6 zijn de werkbezoeken die de commissie heeft gevoerd van meerwaarde vanwege de aanvullende inzichten voorafgaand aan een nieuwe beoordelingsronde. De commissie kan niet adviseren over het bedrag dat de organisaties ontvangen. Dat staat vast. We behouden ons voor om daar wel iets over te zeggen. Dat is zinvol als het criterium ‘uitvoerbaarheid/bedrijfsvoering’ wordt bekeken. Ook hier zijn minder criteria wenselijk – de commissie kan dan eerlijker op alle criteria beoordelen. De verhouding met de andere vierjarig gesubsidieerde instellingen is dan duidelijker.

We hebben het al gezegd: minder criteria en alle organisaties op dezelfde criteria beoordelen. Ter vergelijking, de Raad voor Cultuur hanteert komende periode vier criteria: artistieke en/of inhoudelijke kwaliteit, maatschappelijke betekenis, toegankelijkheid en gezonde bedrijfsvoering. In Amsterdam zijn het: artistiek belang, belang voor de stad, diversiteit en inclusie en uitvoerbaarheid. Vooral artistiek belang, belang voor de stad en uitvoerbaarheid zouden in Nijmegen ook juiste criteria zijn. Deze zouden dan ook voor de C6 moeten gelden. De Code Diversiteit en Inclusie, Governance Code Cultuur en Code Fair Practice zijn belangrijke codes. Het werken met de codes wordt steeds meer geïntegreerd in het werken in de culturele sector. De commissie wil geen apart beoordelingscriterium, maar wil wel over deze codes lezen in de aanvragen. Dat betekent dat ze integraal onderdeel zijn van de beoordeling. D&I zit bij bedrijfsvoering, programma en publiek. Governance en Fair Practice horen ook bij bedrijfsvoering. De commissie wil zien of erover nagedacht wordt en mogelijk ook hoe en zal er in haar adviezen onder de uiteindelijke beoordelingscriteria iets over zeggen. Samenwerkingen zijn vaak niet inhoudelijk beschreven, ook is de status van samenwerkingen soms niet duidelijk in aanvragen.

Dat kan verholpen worden met een intentieverklaring, waarmee de commissie kan beoordelen welke samenwerkingen serieus zijn, en mogelijk een duurzaam karakter hebben.

De nieuwe criteria die al bij de laatste ronde (najaar 2023) bij deze regeling zijn ingevoerd werken goed. ECS is voor projecten en eenjarige programma’s. Het gat met Groeispurt is op sommige punten wat groot (zie ook Makersregeling).

10

●

De commissie denkt niet dat binnen de ECS samenwerkingen ook met een intentieverklaring bekrachtigd moeten worden. Wel kunnen ook binnen de ECS samenwerkingen beter beschreven worden: artistiek-inhoudelijk én zakelijk.

Innovatie & experiment De commissie stelt voor om de regeling Weerbaar & Wendbaar te behouden. Het is gebleken dat voor vernieuwing, experiment en ontwikkeling/professionalisering van de organisaties vaak geen ruimte is. Deze regeling biedt die ruimte. Ook het vergroten van de ambities van zowel de sector als de gemeente kan daarin een speerpunt zijn. Makersregeling De commissie stelt ook voor de aandacht voor makers te behouden. Of er een aparte regeling moet komen weet de commissie niet; het uitbreiden van de Groeispurtregeling, ook om het gat tussen Groeispurt en ECS te verkleinen, kan een oplossing zijn. Nu kunnen makers maximaal €3000 aanvragen bij de Groeispurt. Te overwegen valt de mogelijkheden uit te breiden (bijvoorbeeld €3000, €6000 en €9000). Bij de hoogste bedragen zou een organisatie samen met de maker kunnen aanvragen. Er zijn voorbeelden uit andere gemeenten, zoals de 3package Deal, waarbij makers een jaar lang werken aan hun makerschap en aan het eind een publiekspresentatie verzorgen. Ook residenties bij culturele organisaties zijn een voorbeeld van een bredere ondersteuning van makers. Uiteraard zijn talentontwikkelingstrajecten binnen sommige disciplines belegd, bijvoorbeeld bij Wintertuin en De Basis. Daarom is het wenselijk om verder uit te denken hoe makers eventueel verder ondersteund kunnen worden.

Spreiding Brebl, MusicMeeting, Vasim, NYMA, Fabrikaat… Er komt een aantal bibliotheekvestigingen bji… Het is een aantal organisaties en culturele plekken buiten het centrum van Nijmegen, naast uiteraard de wijkcentra, waar ook veel gebeurt. Toch vinden nog veel culturele activiteiten binnen het centrum plaats. Spreiding is een uitdaging in Nijmegen. Spreiding gaat niet alleen over inwoners die buiten het centrum van cultuur genieten, maar ook over het betrekken van bewoners van buiten (de randen van) het centrum bij het culturele leven in Nijmegen - en soms helpt het om dan ook dichter bij die bewoners activiteiten te organiseren. Extra middelen, of zelfs geoormerkte middelen, om in Dukenburg, Lindenholt en Nijmegen Noord culturele activiteiten te ontplooien, kunnen een oplossing zijn. Ook zijn cultuurverkenners voor die wijken te overwegen: er gebeurt waarschijnlijk al van alles, ook op het gebied van communityvorming en informele culturele activiteiten. Het is zinvol om die te ontdekken en er verder op voort te bouwen. In het sociaal domein is er aandacht voor ontmoetingsplekken. Denk hierbij aan bibliotheken, wijkcentra, broedplaatsen en andere regelloze ruimtes. Vaak zijn dat de plekken waar het gebeurt. Het combineren van die plekken (vastgoed) en cultuurmiddelen voor mensen met een plan kan ervoor zorgen dat meer mensen zich met kunst en cultuur verbonden voelen.

Dit gebeurt echter niet vanzelf. Ook hier kunnen de cultuurverkenners een rol spelen,naast de organisaties (denk aan Bibliotheek en Lindenberg) die wel in de wijken actief zijn. Gebiedsontwikkeling 11

De maatschappelijke betekenis van kunst en cultuur is groot. De commissie ziet dat het moeilijk is om als een wijk eenmaal ontwikkeld is cultuur in te brengen (kijk naar Nijmegen Noord). (Daar staat Nijmegen overigens niet alleen in, ook andere gemeenten worstelen hiermee.) De gemeente staat voor een aantal grote gebiedsopgaven in de toekomst. Kunst en cultuur zouden hiervan een integraal onderdeel moeten zijn. Vanaf het begin moet nagedacht worden over waar kunst en cultuur ruimte krijgen in (nieuwe) wijken. Dat gaat over samenwerken met andere domeinen, en ook van meet af aan over financiële ruimte. Met de omgevingsvisie in gedachten kan het niet anders dat er overal in Nijmegen ruimte is voor kunst en cultuur.

Werkwijze commissie Toen de commissie in 2020 voor het eerst meerjarenaanvragen beoordeelde, was dat nieuw voor de commissie. Ook de meeste aanvragers hadden nog niet met dergelijke meerjarenaanvragen bij de gemeente hoeven werken. De commissie moest bij de start, online, tijdens de verschillende lockdowns, zichzelf en haar werkwijze ook nog uitvinden. We hebben het een en ander goed geëvalueerd en met elkaar het wiel uitgevonden. Inmiddels lopen proces rondom regelingen en communicatie tussen de gemeente en de commissie over het algemeen goed. Werkwijze De standaardelementen in het proces van de behandeling door de commissie van een subsidieregeling zijn bekend. Wel kan de werkwijze nog iets beter vastgelegd worden. Vaak wordt nog veel werk door de commissie gedaan, bijvoorbeeld op het vlak van coördinatie en planning. Eigenlijk zou dat volledig bij de secretaris moeten liggen. Samenstelling De commissie is met zes leden en een voorzitter gestart. Op dit moment telt de commissie nog vier leden die er vanaf het begin bij zijn. Joy Arpots heeft de voorzittersrol na twee jaar overgedragen aan Jenneke Harings.

Huidige samenstelling van de commissie: ● Jenneke Harings (letteren, cultuurbeleid, alle disciplines) - voorzitter ● Claudia Linders (visuele kunsten, bkor, architectuur, maker) - lid vanaf 2020 ● Joy Arpots (alle disciplines) - lid vanaf 2020 ● Marcel Kranendonk (muziek, muziektheater, ondernemerschap) - lid vanaf 2020 ● Jacki Dodemontová (film, beeldende kunst) - lid vanaf 2021 ● Bas Aaftink (popmuziek, talentontwikkeling, urban) - lid vanaf 2022 De commissie zou graag uitbreiden met twee leden (zie ook bij aandachtspunten). Ze stelt een commissie voor met meer diversiteit en inclusie in leeftijd en achtergrond. In wisselende samenstellingen is er meer agendaflexibiliteit. Ook zorgt het toevoegen van twee nieuwe leden op dit moment voor een alternerend schema van aan- en aftreden.

12

Gewenste eigenschappen/expertises uitbreiding commissie: jongeren, maker, beeldende kunst, diversiteit, inclusie, verbinding andere domeinen. Aandachtspunten ● De commissie wil graag nog iets meer dynamiek in de commissie hebben. Ze mist jonge adviseurs en meerstemmigheid aan tafel. Verrijking met een zevende en achtste commissielid kan daarvoor zorgen, ook is er dan iets meer flexibiliteit in het behandelen van alle regelingen, zeker als daar in de periode 2025-2028 nog een aantal regelingen bijkomt - zie boven. ● Expertises die nog missen zijn cultuureducatie, nachtcultuur en cultuurparticipatie. Visuele kunsten zijn wat mager vertegenwoordigd. De gemiddelde leeftijd kan wat omlaag. En ook is een lokale maker aan tafel wenselijk. ● De commissie heeft veel baat gehad bij de werkbezoeken bij de vierjarig gesubsidieerde organisaties. Uitwisseling tussen gemeente en commissie over de monitoring (die over het algemeen door de gemeente gebeurt) en de voortgang kan nog beter. Bij elke regeling is altijd een ambtelijke toelichting , maar op het gebied van voorgeschiedenissen en aandachtspunten uit monitorgesprekken kan meer ambtelijke informatie helpen bij het beoordelen van de aanvragen. ● De commissie is onafhankelijk en kan niet een op een adviseren in de sector. Wel wil de commissie blijvend in gesprek blijven met de sector.

Dat kan in de praktijk - bij voorstellingen en presentaties - en in dialoog, tijdens thematische bijeenkomsten waar de commissie uitgenodigd kan worden. Het kan helpend zijn, als het over bijvoorbeeld de culturele codes gaat, of als er sectorgesprekken gevoerd worden, als een of twee commissieleden aanschuiven. Om te luisteren en zo nu en dan ook iets in te brengen. ● De commissie gaat graag nog meer in dialoog met de gemeente om de werkwijze te optimaliseren. Dat komt ook de inhoud van de adviezen ten goede. Een of twee keer per jaar een inhoudelijk gesprek met de wethouder en het ambtelijk apparaat kan daar waardevol aan bijdragen.

Slot We zeiden het al aan het begin: de commissie is positief over de achterliggende periode, waarin ze een bloeiende en groeiende cultuursector heeft gezien. Met veel plezier en vertrouwen kijkt de commissie naar de voorliggende cultuurplanperiode 2025-2028. De commissie kijkt uit naar een transparante, communicatieve en inhoudelijke samenwerking. Alles voor een sterke culturele sector in Nijmegen.

13

BIJLAGE 1 Uitgebrachte adviezen en aandachtspunten per advies Adviezen subsidieregelingen 2020 MCP Smaakt naar meer!

2020 ECS Smaakmakers

2020 Smaakt naar hiphop!

2021 ECS Eenjarige culturele subsidies 2022

2021 Makersfonds 1 – juli 2021

2021 Makersfonds 2 – december 2021

Aandachtspunten uit de inleiding ● Aandacht voor het verschil binnen beoordelingscriteria ● Aandacht voor talentontwikkeling vanuit de commissie ● De drie culturele codes, geen beoordelingscriterium, wel aandacht vanuit de commissie ● Ketenverantwoordelijkheid is verdwenen; commissie vraagt wel aandacht voor samenwerking, ook op thema’s ● Werken met regeling was nieuw, was terug te zien aan de aanvragen: nog niet iedereen had cultuurvisie scherp ● Erfgoed vreemde eend in de bijt ● Nijmegen: sterk in festivals ● Samenwerking in de regio nauwelijks een onderwerp ● Commissie hoopt op Groei; betekent niet per se financiële groei ● Gemeentelijke budgetten niet in verhouding tot de ambities in Groei. Er is nog een gat tussen werkelijkheid en ambitie. ● Niet veel samenwerking met andere domeinen.

Financieel komt alles uit de cultuurpot ● Commissie stelt ontwikkelagenda voor CultuurAcademy voor – met als doel sector professioneler en sterker te maken ● ECS was eerste ronde projectregeling, maar er werd ook voor programma aangevraagd: daarom adviseerde de commissie ook te mogen investeren in jaarronde programma’s ● Veel vernieuwingsdrift – eerste corona golf ● Aanvragen verhouden zich nog niet tot cultuurvisie ● Geen spreiding binnen de aanvragen, alles in het centrum ● Commissie stelt ondernemerschap als criterium voor ● Pitches zijn toegevoegd aan de werkwijze; zeer positief ● Aandacht voor samenwerking: waar bestaat die samenwerking uit (ook met organisaties die uit C6 of MCP al investering ontvangen) ● Opnieuw aandacht voor professionalisering van de sector ● Kansen tussen de verschillende aanvragers ● Groot bereik van nieuwe doelgroepen ● Talentontwikkeling ● Ruimte voor één organisatie, maar de commissie ziet ruimte voor meerdere urban organisaties in Nijmegen. ● Een aantal amateuraanvragen werd niet gehonoreerd vanwege niet passend binnen de regeling. ● Eerste aanvraag uit architectuur. ● Theater is na eerdere afwezigheid nu beter vertegenwoordigd. ● Aanvragen in potentie goed, maar matig uitgewerkt en niet aansluitend bij de regeling. ● Marketing is ondergeschoven kindje.

● Opvallend veel theaterprojecten ● Te weinig richtlijnen voor Fair Pay bekend (en terug te zien in de plannen) ● Aan de gemeente: binnen makersregeling opnemen richtlijn voor bedrag binnen begroting dat voor makers is bestemd. ● Er zit groei in de kwaliteit van de aanvragen en plannen. ● Artistieke kwaliteit/visie kan beter beschreven.

14

2021 Weerbaar & Wendbaar 1 2021

● ●

●

2022 Weerbaar & Wendbaar 2 2022

2022 MCP Nijmegen verdient groei!

● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● ●

● ● ● ● ● ● ● ●

2022 ECS

● ● ● ● ●

2023 ECS

● • • •

•

Domeinoverstijgende plannen. Veel ideeën in de sector voor vernieuwing, maar het ontbreekt intern vaak aan de expertise innovaties en veranderingen door te voeren. Plannen hadden vaak het karakter van een projectaanvraag; commissie vraagt aanvragers de regelingen beter te lezen. Toekomstperspectief ontbreekt af en toe. Veel nieuwe aanvragers Positieve bijwerking covid: meer samenwerkingen, meer nieuwe netwerken Drie aanvragers bio-art Veel artistiek onderzoek (artistic research) Participatie, maar niet artistiek Ruimte voor experiment Ontwikkelen nieuwe verdienmodellen Professionelere aanpak werken met de codes is wenselijk Nog zeven nieuwkomers (na 15 in 2021) Weinig domeinoverstijgend werken Weinig spreiding Groei betekent ook druk op het cultuurbudget; scherpere keuzes moeten gemaakt worden Weinig 025; houd landelijk beleid in de gaten op gebied van regio profilering Plannen en uitwerking kunnen zowel artistiek als zakelijk nog beter Aandacht voor theater (nu zichtbaar in de stad), jazz (wegvallen jazzkader niet bevorderlijk voor Nijmegen als jazzstad), urban (onderlinge afstemming kan nog beter) Artistieke visie ontbreekt niet zelden Ambitiesprongen (‘groei’) zijn groot Eenzijdige financieringsmixen Weinig innovatie op gebied van digitalisering Reflectie op eerdere adviezen (en eigen organisatie) ontbreekt vaak Spreiding in de stad blijft probleem Educatie: aanvragers

werken met opvallend veel dezelfde scholen Commissie vraagt aandacht bij de gemeente voor: broedplaatsenbeleid, afstemming provincie, evenementen (ook in het kader van het festivalhuis), erfgoed, innovatieregeling, investeringen vanuit andere domeinen (integraal werken), passende budgetten. Opvallend veel amateuraanvragen binnen deze regeling; deze zijn niet gehonoreerd. Er wordt steeds meer rekenschap gegeven aan de cultuurvisie. Voor het eerst: architectuur Wederom veel theater Aan de gemeente: ook binnen deze regeling iets over de codes zeggen. Meer domeinoverstijgende projecten Een opvallend aantal multidisciplinaire aanvragen. Covid lijkt, ook financieel, wat weg te ebben. Er blijven kansen onbenut op het gebied van codes, marketing, artistieke visie en begrotingen. Betere plannen leiden tot betere kunst en cultuur. Makers zien we in huidige regeling ECS nauwelijks terug.

15

Ongevraagde adviezen 2021 Reactie theateronderzoek Blueyard

• •

Zichtbaarheid vergroten: mooie sector verdient groter publiek Mogelijk professionaliseringsvouchers inzetten.

•

Na reservering (jeugd)theaterbudget adviseerde commissie Groei een kwartiermaker theater aan te stellen; gemeente vroeg Blueyard voor een klein vooronderzoek. Commissie is niet blij geweest met het onderzoek omdat het voorbijging aan het idee van de commissie en het weinig nieuwe inzichten oplevert. Commissie ziet graag dat er aan theater in Nijmegen gebouwd wordt vanuit de humuslaag. De commissie is van mening dat er te weinig schot in de broedplaatsenzaak zit. Ook gezien de roep vanuit nachtcultuur om te gaan mogelijkmaken. Te weinig huisvesting, studio en presentatieruimte. Vraag om actie.

•

• 2022 Advies broedplaatsen

•

• •

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=ae8d9678-e4a1-4b76-92ed-193b508d0c1c