12. Bijlage bij de toelichting deel 2b
Tekst van het document
Afbeelding 5.1 Risico-inventarisatie van het onderzoeksgebied Wolferen-Sprok.
Dijksecties 1, 2, 8, 9, 10, 11, 12, 14 en 17 Binnen deze dijksecties zijn geen locaties aanwezig met een beperkt of hoog risico. De geplande ingrepen hebben daarom geen tot zeer beperkt invloed op de aanwezige bodemkwaliteit. Voor deze trajecten wordt het thema bodemkwaliteit daarom als neutraal beoordeeld (0). Dit geldt voor alle alternatieven. Dijksectie 3 Dit deel van de dijk kenmerkt zich door de aanwezigheid van een voormalige stortplaats aan de Vossenpelsestraat. Diverse bodemonderzoeken aan ter plaatse van de voormalige stortplaats hebben aangetoond dat er sprake is van ernstige asbestverontreiniging (deels gerelateerd aan de stort). Daarnaast zijn er ook ernstige overschrijdingen van zware metalen, minerale olie en PAK geconstateerd. De afdeklaag is zeer gering wat extra verhoogde risico’s met zich meebrengt. Deze verontreinigingen hebben echter, gezien de ligging, een beperkte invloed op de voorgenomen werkzaamheden aan de dijk. De voormalige stort bevind zich namelijk in dijksectie 4, welke buiten de scope valt voor deze effectrapportage bodem. Andere (ernstige) asbestverontreiniging ligt op ruim 25 m ten noorden van de dijk. Er is derhalve geen sprake van verwijdering van sterk verontreinigde grond en dit geldt voor alle alternatieven. Dit criterium wordt daarom als neutraal beoordeeld (0).
Dijksectie 12 Dijksectie 12 valt binnen het zoekgebied voor dijkteruglegging. De effecten als gevolg van de drie alternatieven voor dijkteruglegging zijn beschreven in hoofdstuk 6. Het deel nabij de dijk wordt gekenmerkt door recreatieve bebouwing en enige bedrijvigheid. Er zijn diverse onderzoeken aanwezig en de meeste betreffen lichte verontreinigingen. Aan Waaldijk 40 moet wel extra (historisch) bodemonderzoek moet worden uitgevoerd. Atlas Gelderland geeft aan dat er mogelijk sprake is van ernstige bodemverontreiniging ter plaatse. Dit zal moeten worden schoongemaakt volgens de Wet bodembescherming. We beoordelen het effect van de ingrepen in de ondergrond op de bodemkwaliteit voor alle alternatieven als positief (+).
21 | 31
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.449 | Bijlage V - Bodem
Dijksectie 13 Dijksectie 13 is met een lengte van bijna 2.5 km het langste dijktracé en wordt met name gekenmerkt door landbouw met daarbij woningbouw en bedrijvigheid. In dijksectie 13 zijn een aantal gedempte sloten aanwezig. De overlap van deze gedempte sloten met het ruimtebeslag van de ingrepen is echter zeer beperkt. Daar komt bij dat volgens bodemloket al deze gedempte sloten voldoende zijn onderzocht. De impact van deze gedempte sloten is daarom als zeer beperkt beoordeeld. Aan diverse locaties langs de Waaldijk zijn echter wel verontreinigingen gemeten, waarbij voor sommige stoffen de interventiewaarden wordt overschreden. Deze overschrijdingen houden veelal verband met diffuse belasting met puinresten aan deze locaties. Aan de Loenensestraat is een geval van ernstige bodemverontreiniging vastgesteld, waar na saneringswerkzaamheden restverontreiniging in de bodem is achtergebleven. Het is dan ook aannemelijk dat, mocht er worden besloten om werkzaamheden in de grond uit te voeren op de betreffende plaatsen, er volgens de Wet bodembescherming ook stappen moeten worden genomen om de bodemkwaliteit te verbeteren. Derhalve zal dit een positieve impact hebben op de kwaliteit van de ondergrond. Dit is alleen aan de orde bij alternatief 1. Bij de overige alternatieven zijn ingrepen op deze locatie voorzien.
Alternatief 1 wordt daarom als positief (+) beoordeeld terwijl alternatieven 2 en 3 als neutraal (0) worden beoordeeld. Dijksectie 15 Deze dijksectie wordt overwegend gekenmerkt door landbouw. Naast gedempte sloten die voldoende zijn onderzocht is er aan de oostzijde een locatie met een verkennend bodemonderzoek (Waaldijk 10). Op deze locatie zijn maximaal licht verhoogde gehalten aangetroffen. Aan de westzijde bij Waaldijk 9 bevond zich een aanhangwagen- en opleggerfabriek (inclusief een ondergrondse HBO-tank). Hiervan is volgens het bodemloket geen onderzoek beschikbaar. Atlas Gelderland geeft de beoordeling: ‘mogelijk ernstig verontreinigd met risico’. Het ruimtebeslag van alternatief 1 heeft overlap met deze locatie. Voor dit alternatief is daarom mogelijk sanering aan de orde en dit wordt als positief (+) beoordeeld. De andere twee varianten betrekken deze locatie nauwelijks en derhalve wordt het effect op de bodem voor deze alternatieven als neutraal (0) beschouwd. Dijksectie 16 Dijksectie 16 bevindt zich ten westen van de A50 en wordt gekenmerkt door agrarische bedrijvigheid en landbouw. Er bevinden zich naast gedempte sloten (voldoende onderzocht) een tweetal locaties die ofwel asbestverdacht zijn of waar asbest in het verleden is toegepast.
Daarnaast is er in het oostelijk deel een locatie die in het kader van de Wet bodembescherming voldoende is onderzocht en in het midden bevind zich een deel, waar aanvullend historisch bodemonderzoek dient te worden uitgevoerd om te bepalen of er verontreinigingen hebben plaatsgevonden als gevolg van lekkages van diverse onder- en bovengrondse brandstoftanks. Het effect van een verontreiniging vanuit de tanks wordt als klein beoordeeld, maar de asbestverdachte locaties hebben meer aandacht voor wat betreft de bodemkwaliteit. Gezien de ernst van de verdenkingen is mogelijk sanering van de bodem nodig wanneer er grondwerkzaamheden worden uitgevoerd op de betreffende locatie. Dit zal dan alleen voor alternatief 1 het geval zijn en derhalve wordt het effect op de bodemkwaliteit voor dit alternatief als positief (+) beschouwd. Voor zowel alternatief 2 en 3 zijn geen ingrepen voorzien op de betreffende locaties en deze alternatieven worden daarom als neutraal (0) beoordeeld.
Tabel 5.2 Effectbeoordeling bodemkwaliteit per dijksectie en per alternatief Dijksectie
Alternatief 1
Alternatief 2
Alternatief 3
1
0
0
0
2
0
0
0
3
0
0
0
8
0
0
0
9
0
0
0
10
0
0
0
22 | 31
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.449 | Bijlage V - Bodem
Dijksectie
Alternatief 1
Alternatief 2
Alternatief 3
11
0
0
0
12
+
+
+
13
+
0
0
14
0
0
0
15
+
0
0
16
+
0
0
17
0
0
0
5.1.2
Meekoppelkansen
Waterschap Rivierenland heeft beleid ontwikkeld voor het meekoppelen van ruimtelijke ontwikkelingen en opgaven aan dijkversterking in haar gebied. Het waterschap gaat actief op zoek naar kansen voor maatschappelijke meerwaarde, stimuleert de ontwikkeling van ideeën en biedt ruimte aan derden. De definitie voor meekoppelen is: ‘bij meekoppelen gaat het om het meenemen van aanvullende doelstellingen van partners in de regio niet-zijnde waterveiligheid óf het meenemen van een waterveiligheidsdoelstelling van een project van een partner in de regio’. Bij het maken van de keuze wordt beoordeeld op (zicht op) financiering, vergunbaarheid, planning, uitvoerbaarheid, draagvlak in omgeving en van bestuurders. In tabel 5.3 zijn de 17 geïdentificeerde meekoppelkansen opgenomen met een beknopte toelichting op het effect op de bodem. Op basis van expert judgment in combinatie met het ruimtebeslag is het effect op de bodemkwaliteit bepaald. In de meeste gevallen hebben de werkzaamheden die gepaard gaan met de diverse meekoppelkansen een beperkte invloed op de kwaliteit van de ondergrond. Vaak gaat het om het realiseren van verharde oppervlakten zoals de aanleg van parkeerplaatsen of de aanleg van wegen.
Tabel 5.3 Effectbeoordeling bodemkwaliteit en grondverzet m.b.t. de verschillende meekoppelkansen Meekoppelkans*
Toelichting op de precieze ingreep in de bodem
Kwaliteit bodem
Grondverzet
Gastvrije Waaldijk
Dit betreft een nieuwe weginrichting op de dijk (zoals het plaatsen van bankjes). Dit heeft geen tot zeer beperkte invloed op de bodem.
0
0
Bloemrijke Dijken
Het gaat voornamelijk om het planten van bloembedden. ). Dit heeft geen tot zeer beperkte invloed op de bodem.
0
0
Glasvezel aanleggen tijdens werkzaamheden
Dit betreft een tijdelijke uitname van grond en deze ingreep heeft derhalve een beperkte invloed op de bodem.
0
0
Woningbouw de Vossenpels ZuidZuid
Het woningbouwproject heeft raakvlakken met het versterken van de dijk ter plaatse. Het effect van de bodem hang direct samen met de omvang van het woningbouwproject. Hierbij moet worden vermeld dat deze regio een hoog risico aangaande bodemverontreiniging heeft, vanwege een voormalige stortplaats.
+ (afhankelijk van de plannen binnen het woningbouwproject)
0
23 | 31
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.449 | Bijlage V - Bodem
Meekoppelkans*
Toelichting op de precieze ingreep in de bodem
Kwaliteit bodem
Grondverzet
Woningbouw De Stelt-Zuid
Het woningbouwproject heeft raakvlakken met het versterken van de dijk ter plaatse. Het effect van de bodem hang direct samen met de omvang van het woningbouwproject. Hierbij moet worden vermeld dat deze regio een hoog risico aangaande bodemverontreiniging heeft, vanwege een voormalige stortplaats.
+ (afhankelijk van de plannen binnen het woningbouwproject)
0
Parkeerplaatsen bij horeca Sprok
Dit betreft enkel de aanleg van verhard terrein t.b.v. de aanleg van parkeerplaatsen. Het heeft een beperkt ruimtebeslag en beperkte ingreepdiepte. Het effect op de bodem is daarmee ook beperkt.
0
0
Dijkoversteek grote grazers Sprok
Het gaat hier om aanleg van roosters om dieren niet overal te dijk te kunnen laten oversteken. De invloed op de bodem is verwaarloosbaar.
0
0
Woningbouw Hof van Holland
Het gaat hierbij om kleinschalige meekoppelkansen, zoals afritten en fietspaden. Dit heeft een beperkte invloed op de bodem.
0
0
Buitenplaats Oosterhout
Het terugleggen van de zichtlijn heeft geen invloed op de bodem.
0
0
Woningbouw Hoge Wei
Het gaat hierbij om kleinschalige meekoppelkansen, zoals afritten en fietspaden. Dit heeft een beperkte invloed op de bodem.
0
0
Herinrichting Hart van Oosterhout
Het gaat hierbij om kleinschalige meekoppelkansen, zoals afritten en fietspaden. Dit heeft een beperkte invloed op de bodem.
0
0
Landschapsplan de Danenberg
Het gaat hierbij om kleinschalige meekoppelkansen, zoals afritten en fietspaden. Gezien de beperkte omvang en ingreepdiepte is het effect op bodem ook beperkt.
0
0
Parkeerplaatsen bij de Grote Altena
Dit betreft enkel de aanleg van verhard terrein t.b.v. de aanleg van parkeerplaatsen. Het heeft een beperkt ruimtebeslag en ingreepdiepte. Het effect op de bodem is daarmee ook beperkt.
0
0
Herinrichting Loenense Buitenpolder
Hier gaat het om de uitdieping van de buitenpolder en/of uitgraven van geulen. Dit heeft een negatief effect op het grondverzet. Bodemrapportages wijzen uit dat er geen ernstige bodemverontreiniging zit.
0
- (Afhankelijk van de omvang van de vergravingen).
Landgoed Loenen
Geen invloed op de bodem. De aanleg van parkeergelegenheden heeft ook een beperkte invloed op de bodem.
0
0
Landschapsontwikkelingsplan
Verwaarloosbaar effect op de bodem.
0
0
Ruilverkaveling en glastuinbouw
Functiewijziging resulteert in nieuwe (schonere) toepassing van grond. Dit gaat echter alleen op wanneer er ingrepen plaats gaan vinden die de kassen bij Altena zullen
0
0
24 | 31
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.449 | Bijlage V - Bodem
Meekoppelkans*
Toelichting op de precieze ingreep in de bodem
Kwaliteit bodem
Grondverzet
opofferen. Dat is bij dijkversterking in dit traject niet het geval.
* Voor een gedetailleerdere uitleg over de precieze werkzaamheden die gepaard gaan met de meekoppelkansen verwijzen we naar de NDR.
5.2
Benodigd grondverzet
De maatregelen om de dijk te versterken of terug te leggen brengen een bepaalde hoeveelheid grondverzet met zich mee. In de regel heeft grondverzet een negatief effect op het milieu, omdat er door ontgravingen geologische lagen worden verstoord. Daarnaast zorgt het transport dat noodzakelijk is voor het ontgraven en aanbrengen van grond voor CO2 uitstoot, wat ook schadelijk is voor het milieu. Op basis van het ontwerp voor de dijkversterking zijn hoeveelheden grondverzet berekend per voorkeursalternatief. Het effect op het milieu door het benodigde grondverzet zal per dijktraject en voorkeursalternatief worden behandeld in hoofdstuk 5 (effecten door dijkversterking) en hoofdstuk 6 (effecten door dijkteruglegging). Voor de beoordeling wordt elk alternatief vergeleken met het gemiddelde grondverzet van alle alternatieven samen.
5.2.1
Alternatieven
Tabel 5.4 geeft aan wat het grondverzet is per dijksectie per alternatief. Alternatief 1 betreft het versterken in de grond en zal het meeste grondverzet teweegbrengen. De overige twee varianten (‘buitendijks versterken in grond en constructie binnendijks’ of ‘ophogen en versterken met constructies’) hebben een relatief gelijkmatig grondverzet, welke aanzienlijk lager uitvalt dan alternatief 1. Tabel 5.4 geeft per variant aan welk percentage deze hoeveelheid grondverzet afwijkt van het gemiddelde aan grondverzet van alle varianten. Alternatief 1 heeft voor alle dijksecties een positieve afwijking (hoger dan gemiddeld), terwijl alternatief 3 voor alle dijksecties negatieve afwijkingen (lager dan gemiddeld) heeft. Dit houdt in dat grondverzet bij alternatief 1 overwegend als negatief wordt beoordeeld, terwijl alternatief 3 juist als positief wordt beoordeeld. Alternatief 2 valt hier wat dat betreft tussenin. Behoudens dijksectie 1 heeft dit alternatief een negatieve afwijking. Omdat de afwijking minder dan 20 % bedraagt wordt het effect op het milieu door grondverzet bij alternatief 2 veelal al neutraal beoordeeld. Tabel 5.5 vat de effectbeoordeling per dijksectie voor het grondverzet samen. In zijn geheel genomen heeft alternatief 1 een negatief (--) effect vanwege. het grondverzet.
Alternatief 2 heeft een neutraal effect en alternatief 3 heeft over het algemeen een positief (+) effect met betrekking tot het grondverzet
Tabel 5.4 Grondverzet per dijksectie per alternatief Dijksectie
Lengte
A1
(m)
Hoeveelheid grondverzet (m3)*
% (t.o.v. andere alternatieven)
Hoeveelheid grondverzet (m3)*
% (t.o.v. andere alternatieven)
Hoeveelheid grondverzet (m3)*
% (t.o.v. andere alternatieven)
1
170
16.098
20
15.910
18
8.381
-38
2
225
29.514
35
20.424
-6
15.567
-29
3
125
7.235
52
3.483
-27
3.564
-25
8
700
105.189
36
70.023
-9
56.076
-27
9
450
49.703
28
35.310
-9
31.147
-20
10
625
80.557
29
56.111
-10
50.238
-19
25 | 31
A2
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.449 | Bijlage V - Bodem
A3
Dijksectie
Lengte
A1
(m)
Hoeveelheid grondverzet (m3)*
% (t.o.v. andere alternatieven)
Hoeveelheid grondverzet (m3)*
% (t.o.v. andere alternatieven)
Hoeveelheid grondverzet (m3)*
% (t.o.v. andere alternatieven)
11
525
60.464
17
49.824
-3
44.231
-14
12
1.400
150.934
18
110.800
-14
123.592
-4
13
1.100
309.534
33
211.185
-9
177.547
-24
14
2.400
161.436
38
106.214
-9
83.932
-28
15
1.125
137.228
29
97.088
-9
85.041
-20
16
1.575
169.585
25
123.493
-9
113.259
-16
17
720
88.735
23
62.326
-14
65.440
-9
1.578.984
39
362.191
-15
858.016
-24
totaal
A2
A3
* hoeveelheid grondverzet betreft het totaal aan grondverzet (ontgraven + aanbrengen grond).
Tabel 5.6 Effectbeoordeling grondverzet per dijksectie en per alternatief (A=Alternatief) Sectie
A1
A2
A3
1
0
0
+
2
-
0
+
3
--
+
+
8
-
0
+
9
-
0
0
10
-
0
0
11
0
0
0
12
0
0
0
13
-
0
+
14
-
0
+
15
-
0
+
16
-
0
0
17
-
0
0
Totaal
-
0
+
5.2.2
Meekoppelkansen
Tabel 5.3 geeft naast de effectbeoordeling m.b.t. de bodemkwaliteit ook de effectbeoordeling van de het grondverzet. In bijna alle gevallen is de hoeveelheid grondverzet zeer beperkt. De woningbouwprojecten zouden potentieel een significant effect op het grondverzet kunnen hebben. Dit hangt echter nauw samen met de omvang van het project. Het is niet aannemelijk dat het hier gaat om grote projecten en daarom is het effect op het milieu door grondverzet beoordeeld als neutraal. Voor de meekoppelkans: ‘herinrichting Loenense buitenpolder’ bestaat de kans op grote uitname van grond door het graven van geulen en het uitdiepen van de buitenpolder. Dit heeft derhalve een negatieve beoordeling betreffende het grondverzet.
26 | 31
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.449 | Bijlage V - Bodem
5.3
Overzicht
Op basis van het bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat alternatief 1 (het versterken in grond) de voorkeur heeft boven de andere twee alternatieven. In het kader van de Wet bodembescherming is het niet toegestaan om werkzaamheden te verrichten in vervuilde grond. Het ruimtebeslag in alternatief 1 betrekt de meeste potentieel verontreinigde locaties. Bij werkzaamheden in de bodem zullen eventuele verontreinigingen moeten worden gesaneerd, wat een gunstig effect heeft op de milieu hygiënische kwaliteit van de ondergrond. In de regel heeft grondverzet een negatief effect op het milieu, omdat er door ontgravingen geologische lagen worden verstoord. Daarnaast zorgt het transport dat noodzakelijk is voor het ontgraven en aanbrengen van grond voor CO2 uitstoot, wat ook schadelijk is voor het milieu. Gelet op het benodigd grondverzet, dan heeft alternatief 3 de voorkeur boven de overige alternatieven, omdat hier het grondverzet het laagst is. Alternatief 2 heeft een relatief neutraal effect op het milieu. Het eerste alternatief wordt op basis van het criterium grondverzet afgeraden, omdat dit alternatief significant meer grondverzet betreft.
Beoordelingscriteria, invloed op
binnen- en buitendijkse constructie
1
bodem
bodemkwaliteit
+
0
0
benodigd grondverzet
-
0
+
versterken in grond
Thema
binnendijkse constructie
Tabel 5.5 Overzichtstabel effecten alternatieven dijkversterking bodem en water
6
EFFECTEN DIJKTERUGLEGGING
6.1
Bodemkwaliteit
6.1.1
Alternatieven
2
3
Het zoekgebied kenmerkt zich door glastuinbouw en recreatiewoningen (nabij de dijk). Drie locaties aan de noordzijde van het zoekgebied zijn verdacht op het voorkomen van asbest in de bodem. Deze houden allen verband met de glastuinbouw ter plaatse. Nader onderzoek zal uit moeten wijzen of er daadwerkelijk asbest verontreiniging in de grond zit. De asbestverdachte locaties vallen buiten de invloedssfeer bij het alternatief ‘beperkte teruglegging’. Wel zijn er een aantal mogelijk (ernstig) verontreinigde locaties aan Waaldijk 38 en 40 (geen rapport beschikbaar). Aan Waaldijk 38 is conform de status op Bodemloket voldoende onderzoek uitgevoerd in het kader van de Wet bodembescherming. Voor Waaldijk 40 wordt echter extra (historisch) bodemonderzoek geadviseerd. Atlas Gelderland geeft aan dat er mogelijk sprake is van ernstige bodemverontreiniging ter plaatse. Dit zal moeten worden gesaneerd volgens de Wet bodembescherming. We beoordelen het effect van een beperkte dijkteruglegging op de bodemkwaliteit daarom als positief (+). De overige twee alternatieven (natuurverbinding en recreatief rivierpark) hebben een veel breder ruimtebeslag en betrekken wel de kassen ten zuiden van de Dijkstraat. Ook vallen de locaties Waaldijk 36 en 37, aan de westzijde van het dijktracé, binnen het ruimtebeslag van deze twee alternatieven.
Bodemloket geeft aan dat onderzoek aan Waaldijk 36 en 37 heeft uitgewezen dat de locaties voldoende zijn onderzocht
27 | 31
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.449 | Bijlage V - Bodem
en dat er dus geen ernstige verontreinigingen in de ondergrond zitten. De kans op verontreinigingen met asbest bij de kassen is echter aanwezig. Werkzaamheden met betrekking tot deze twee alternatieven kunnen ertoe leiden dat de kwaliteit verbeterd, omdat mogelijke verontreinigingen verwijderd dienen te worden. Daar komt bij dat ook Waaldijk 40 (hierboven onder beperkte teruglegging beschreven) ook onder deze twee alternatieven vallen. Er is naar verwachting geen sprake van zeer omvangrijke, ernstige bodemverontreinigingen. Het effect op de bodem zal als gevolg van de ingrepen behorende bij de alternatieven natuurverbinding en recreatief rivierpark als positief (+) worden beschouwd.
6.1.2
Meekoppelkansen
Alleen de ruilverkaveling glastuinbouw heeft betrekking tot het zoekgebied voor dijkteruglegging. Een functiewijziging resulteert in nieuwe (schonere) toepassing van grond in het zoekgebied voor dijkteruglegging. Dit heeft dus een positief effect op de bodemkwaliteit. Zeker gezien het feit dat de kassen veelal verdacht zijn op het voorkomen van asbest in de bodem. De functiewijziging zal echter alleen plaatsvinden wanneer er daadwerkelijk kassen moeten verdwijnen als gevolg van het terugleggen van de dijk. Dit gebeurd niet in het alternatief: ‘beperkte teruglegging’. In dit geval is het effect op de bodemkwaliteit neutraal. De overige twee alternatieven leggen de dijk verder terug, waardoor de kassen moeten verwijden. In deze gevallen zal de ingreep leiden tot kwaliteitsverbetering van de ondergrond in het gebied en dit wordt als positief beoordeeld (+).
6.2
Benodigd grondverzet
6.2.1
Alternatieven
De drie opties voor dijkteruglegging resulteren in verschillende hoeveelheden grondverzet (tabel 6.1). In het geval van een beperkte dijkteruglegging (alternatief 1) is het grondverzet het laagst, terwijl bij een natuurverbinding (alternatief 2) het grondverzet het grootst is. Het alternatief recreatief rivierenpark valt hier tussenin, hoewel het net als alternatief 2 een positieve afwijking ten opzichte van het gemiddelde over de drie alternatieven samen. Echter, de ordergrootte van het grondverzet is voor alle drie alternatieven vergelijkbaar (binnen 20 % van het gemiddelde). Daarom worden alle drie alternatieven als neutraal beoordeeld.
Tabel 6.1 Grondverzet per dijkterugleggingsalternatief en bijbehorende effectbeoordeling Dijksectie
12
Lengte
1. Beperkte teruglegging
(m)
hoeveelheid grondverzet (m3)
% (t.o.v. andere alternatie ven)
hoeveelheid grondverzet (m3)
% (t.o.v. andere alternatie ven)
hoeveelheid grondverzet (m3)
% (t.o.v. andere alternatie ven)
803.442
-20
1.150.161
14
1.061.697
6
1.400
effectbeoordeling
2. Natuurverbinding
0
3. Recreatief rivierenpark
0
0
* hoeveelheid grondverzet betreft het totaal aan grondverzet (ontgraven + aanbrengen grond).
6.2.2
Meekoppelkansen
Alleen de ruilverkaveling glastuinbouw heeft betrekking tot het zoekgebied voor dijkteruglegging. Wanneer er wordt besloten om alternatief 2 of 3 uit te voeren, dan dit van invloed zijn op het grondverzet dat gepaard gaat met deze ruilverkaveling. Vanwege een functiewijziging van de ondergrond zal er grond moeten worden ontgraven, waarna er schone grond moet worden toegepast. De beoordeling op grondverzet zal als gevolg van deze meekoppelkans echter hetzelfde zijn als aangegeven in tabel 6.1. Wanneer de drie
28 | 31
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.449 | Bijlage V - Bodem
alternatieven met elkaar worden vergeleken dan is het effect van alternatieven 2 en 3 neutraal en het effect van alternatief 1 licht positief.
6.3
Samenvatting en overzicht
6.3.1
Bodemkwaliteit
Alternatieven Er zijn drie opties voor dijkteruglegging onderzocht op het effect van de ingreep op de bodemkwaliteit. Bij een beperkte dijkteruglegging bestaat de kans dat er verontreinigde grond moet worden gesaneerd aan Waaldijk 40 (door Atlas Gelderland als aangegeven als mogelijk sprake van ernstige bodemverontreiniging Dit heeft een positief effect op de bodemkwaliteit ter plaatse. De andere twee opties voor dijkteruglegging hebben een veel breder ruimtebeslag. In beide gevallen wordt de dijk teruggelegd, tot op plaatsen waar zich nu glastuinbouw bevindt. Deze locaties zijn veelal verdacht op het voorkomen van asbest in de grond. Als er wordt gekozen voor alternatief 2 (natuurverbinding) of alternatief 3 (recreatief rivierpark) zullen de kassen moeten verdwijnen en zal de mogelijke bodemverontreiniging moeten worden gesaneerd. Beide alternatieven hebben ook betrekking op de eerder genoemde locatie aan Waaldijk 40. Het effect op de bodemkwaliteit voor alternatief 2 en 3 wordt eveneens als positief beoordeeld (+). Meekoppelkansen Alleen de meekoppelkans: ‘Ruilverkaveling en glastuinbouw’ heeft mogelijk invloed op de bodemkwaliteit in het zoekgebied voor dijkteruglegging. Het gebied wordt sterk gekenmerkt door intensieve glastuinbouw.
Bij deze meekoppelkans treed er een functiewijzing van het gebied op, waardoor er schonere grond moet worden toegepast bij toekomstige (grond)werkzaamheden in het zoekgebied. Dit heeft een positieve uitwerking op de bodemkwaliteit.
6.3.2
Benodigd grondverzet
Alternatieven De effecten op het milieu door grondverzet worden voor alle opties voor dijkteruglegging als neutraal beoordeeld. Alle opties vallen namelijk binnen de range -20 % tot +20 % van de gemiddelde hoeveelheid grondverzet. Meekoppelkansen De meekoppelkans die betrekking heeft op het zoekgebied voor dijkteruglegging (ruilverkaveling glastuinbouw) heeft geen (aanvullend) effect op het grondverzet. Het effect op grondverzet is reeds afdoende beschreven in bovenstaande paragraaf.
6.3.3
Overzicht effecten bodem
In het kader van de Wbb mag niet worden gewerkt in verontreinigde grond en moeten verontreinigingen worden gesaneerd. Dit heeft een positieve uitwerking op de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem. In het zoekgebied voor dijkteruglegging (dijksectie 12) bevinden zich diverse (potentieel) verontreinigde locaties. Bij alle alternatieven wordt gewerkt in bodems met mogelijke verontreinigingen. Desalniettemin heeft alternatief 2 de meest positieve invloed op de bodem, omdat dit de meeste potentieel verontreinigde locaties omvat. Hoe groter de hoeveelheid grondverzet, hoe negatiever de uitwerking op het milieu is. Dit houdt verband met de verstoring van geologische lagen en uitstoot van CO2. Voor wat betreft grondverzet hebben alle opties voor dijkteruglegging een gelijkwaardige hoeveelheid grondverzet. De drie opties worden allemaal als
29 | 31
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.449 | Bijlage V - Bodem
neutraal beoordeeld. Echter, in absolute getallen heeft alternatief 1 het minste grondverzet, waardoor deze optie als voorkeursalternatief kan worden beschouwd. In vergelijking met dijkversterking verbetert dijkteruglegging ook de bodemkwaliteit. Dijkversterking in dijksectie 12 heeft beduidend minder grondverzet (150.934 m3) dan de terugleggingsalternatieven.
2
3
1
Natuurverbinding
Rivierpark
dijkversterkring in grond dijksectie 12
Thema
Beoordelingscriteria, invloed op
bodem
bodemkwaliteit benodigd grondverzet
0
0
0
++
7
1
Beperkte verlegging
Tabel 6.2 Overzichtstabel effecten alternatieven dijkteruglegging bodem
+
+
+
+
MOGELIJKE MAATREGELEN
Voor het thema bodem zijn geen maatregelen noodzakelijk die het ontwerp verbeteren, die effecten voorkomen, mitigeren (verzachten) of waarden compenseren (buiten het plangebied). De chemische kwaliteit van de ondergrond zal gelijk blijven of licht verbeteren. Voor wat betreft grondverzet moet er altijd netto grond worden aangebracht (aanbrengen grond ligt in alle gevallen hoger dan het afgraven van grond). Het heeft de voorkeur om alle vrijkomende grond binnen het plangebied her te gebruiken (voor zover dit milieu hygiënisch mogelijk is).
8
LEEMTEN IN KENNIS
8.1
Leemten in kennis en informatie
Voor de alternatievenafweging is voldoende informatie beschikbaar.
8.2
Mogelijke monitoringsvoorstellen
Op dit moment is er geen monitoring nodig.
8.3
Nog te onderzoeken mogelijke maatregelen
In hoofdstuk 5 en 6 is aangegeven dat er nader onderzoek noodzakelijk is om de omvang van mogelijke verontreinigingen duidelijk te maken. Na keuze van het VKA zal (verkennend of nader) bodemonderzoek moeten uitwijzen wat de actuele bodemkwaliteit is ter plaatse van de geplande ingrepen van het VKA. In de planuitwerking moet hier aandacht aan worden besteed.
30 | 31
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.449 | Bijlage V - Bodem
9 -
REFERENTIELIJST Witteveen+Bos Vooronderzoek bodem en waterbodem - Dijktracé Wolferen-Sprok. referentie: TL2691/16-015.648, d.d. 19 september 2016. NEN 5725 - Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, Nederlands Normalisatie-instituut, Delft, d.d. januari 2009. Verkennend bodemonderzoek. Bedrijfslaboratorium voor grond- en gewasonderzoek, 23 augustus 1996; referentie: 960290-1. Arns Milieutechniek b.v. oriënterend bodemonderzoek Dorpstraat 66 en 68 te Slijk-Ewijk. referentie: 31209001, d.d. 15 juni 1994. BOOT organiserend ingenieursburo. Verkennend bodemonderzoek Dorpstraat 66 te Slijk-Ewijk. referentie: ME02103, d.d. , 5 november 2002. Fugro Milieu Consult B.V. (momenteel De Straat Milieuadviseurs B.V.), verkennend bodemonderzoek Loensensestraat ong. referentie: 81020229.111, d.d. 16 juni 2002. De Straat Milieu-adviseurs B.V. vervolgonderzoek, referentie: B02K0303, d.d. 8 januari 2003. De Straat Milieu-adviseurs B.V. Saneringsplan Loenensestraat ong. referentie: B03K0171, d.d. 21 juni 2003. De Straat Milieu-adviseurs. Verkennend onderzoek stortplaatsen Vossenpelsestraat 3 te Lent VOSGE/330/018, d.d. 12 september 2000. Grontmij. Verkennend bodemonderzoek Vossenpelsestraat 3 te Lent. Referentie: 182726, d.d. 28 november 2005. MWH.
Verkennend bodem-, asbest- en nader asbest onderzoek Vossenpelssestraat (achter huisnummer 2-10) te Lent. Referentie: M13B0150, d.d. 12 september 2013. MWH. Verkennend bodem en asbestonderzoek vier deellocaties Vossenpelssestraat t.h.v. 2 t/m 16 te Nijmegen. Referentie: M14B0434, d.d. 23 oktober 2015. Tauw. Verkennend bodemonderzoek Waaldijk 10 te Slijk Ewij. Referentie: R001-4263652DTL-D01 -D, d.d. 12 november 2002. Tauw. Verkennend bodemonderzoek Landgoed Loenen. Referentie: 4212452, d.d. 17 april 2002. Arcadis. Verkennend bodemonderzoek Waaldijk 29 in Slijk-Ewijk. Referentie: 110301.000B24.41C, d.d. 7 maart 2002. Enviroplan. Evaluatierapport bodemsanering Waaldijk 29, Slijk-Ewijk. Referentie: P-20085303/R01, d.d. 26 februari 2009. Hopman en Peters Holding B.V. Nulsituatie bodemonderzoek Waaldijk 30a te Slijk-Ewijk. Referentie: 07P-386, d.d. februari 2008. Witteveen+Bos. Actualisatie bodembeleid en klantgerichte kaarten voor regio MRA. Referentie: AH6645/17-008.012, d.d. 6 juni 2017. Gemeente Nijmegen, Nota bodembeheer, d.d. september 2012.
31 | 31
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.449 | Bijlage V - Bodem
I BIJLAGE: INVENTARISATIE MOGELIJK VERDACHTE LOCATIES
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.449 | Bijlage V - Bodem
Adres / Locatie
Identificatiecode
Locatiecode
Waaldijk 28 6681KJ Bemmel
GE170501119
AA170501172 Provincie Gelderland
Waalbandijk 131 6669MG Dodewaard
GE174001021
Gegevensbeheerder
AA174001041 Provincie Gelderland
Omschrijving verontreiniging
Code
Start
Eind
status
glastuinbouw
11218
1993
onbekend
V.O.
dieselpompinstallatie
50512
2003
onbekend
dieseltank (bovengronds)
631301
1993
onbekend
fruitkwekerij/boomgaard
113
1993
onbekend
hbo-tank (bovengronds)
631302
1993
onbekend
bestrijdingsmiddelenopslagplaats
631298
1993
onbekend
brandstoftank (ondergronds)
631240
dieseltank (bovengronds)
631301
V.O.
onbekend onbekend
Waaldijk 1 6673MC ANDELST
GE173402672
AA173402626 Overbetuwe
hbo-tank (ondergronds)
631242
1982
1992
-2375 Herveld
GE173401510
AA173401470 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1992
V.O.
-1101 Herveld
GE173401508
AA173401468 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1992
V.O.
1100 Herveld
GE173401509
AA173401469 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1992
V.O.
1098 Herveld
GE173401512
AA173401472 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1992
V.O.
1099 Herveld
GE173401511
AA173401471 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1992
V.O.
1095 Herveld
GE173401515
AA173401475 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1992
V.O.
1094 Herveld
GE173401516
AA173401476 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1992
V.O.
1096 Herveld
GE173401514
AA173401474 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1992
V.O.
1097 Herveld
GE173401513
AA173401473 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1992
V.O.
818 Andelst
GE173401793
AA173401753 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1992
V.O.
1093 Herveld
GE173401517
AA173401477 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1992
V.O.
2176 Andelst
GE173403158
AA173403112 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1974
V.O.
Waaldijk ANDELST
GE173402613
AA173402567 Overbetuwe
stortplaats puin en/of bouw- en sloopafval op land
900037
1997
onbekend
V.O.
2175 Andelst
GE173403159
AA173403113 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1974
V.O.
dieseltank (bovengronds)
631301
onbekend onbekend
Waaldijk 6 6673MC ANDELST
GE173403315
AA173403269 Overbetuwe
dieseltank (ondergronds)
631241
onbekend onbekend
hbo-tank (ondergronds)
631242
onbekend onbekend
1091 Herveld
GE173401519
AA173401479 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1992
V.O.
Waaldijk 7 6673MC ANDELST
GE173403339
AA173403293 Overbetuwe
hbo-tank (ondergronds)
631242
onbekend
1992
V.O.
1089 Herveld
GE173401521
AA173401481 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1992
V.O.
1088 Herveld
GE173401522
AA173401482 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1992
V.O.
Waaldijk 9 6673MC ANDELST
GE173403338
AA173403292 Overbetuwe
hbo-tank (ondergronds)
631242
onbekend
1999
aanhangwagen- en opleggerfabriek
34202
1983
1986
900060
onbekend
1992
Depot Loenen-Dodewaard
GE173400421
AA173400382 Provincie Gelderland
onbekend
1081 Herveld
GE173401529
AA173401489 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
1986
onbekend
V.O.
U.H.O.
U.H.O.
V.O.
1086 Herveld
GE173401524
AA173401484 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1992
V.O.
1082 Herveld
GE173401528
AA173401488 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1992
V.O.
1397 Herveld
GE173401212
AA173401172 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1992
V.O.
Waaldijk 10 SLIJK-EWIJK
GE173404109
AA173404060 Overbetuwe
V.O.
Waaldijk SLIJK-EWIJK
GE173404009
AA173403960 Overbetuwe
N.O.
1400 Herveld
GE173401209
AA173401169 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1992
V.O.
1408 Herveld
GE173401201
AA173401161 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1992
V.O.
Waaldijk 13 SLIJK-EWIJK
GE173404011
AA173403962 Overbetuwe
128 Slijk-Ewijk
GE173402880
AA173402834 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1974
V.O. V.O.
1175 Oosterhout
GE173401436
AA173401396 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1992
V.O.
129 Slijk-Ewijk
GE173402879
AA173402833 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1974
V.O.
1177 Oosterhout
GE173401434
AA173401394 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1992
V.O.
1176 Oosterhout
GE173401435
AA173401395 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1992
V.O.
247 Slijk-Ewijk
GE173402761
AA173402715 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1974
V.O.
Loenensedwarsstraat 2 6677PM Slijk-EwijkGE173403781
AA173403732 Overbetuwe
hbo-tank (bovengronds)
631302
1986
onbekend
V.O.
1406 Herveld
GE173401203
AA173401163 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1992
V.O.
1407 Herveld
GE173401202
AA173401162 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1992
V.O.
Waaldijk 16 6677MA Slijk-Ewijk
GE173403777
AA173403728 Overbetuwe
fruitkwekerij/boomgaard
113
onbekend onbekend
hbo-tank (bovengronds)
631302
onbekend onbekend
hbo-tank (ondergronds)
631424
onbekend
Loenensestraat 3 6677PL SLIJK-EWIJK
GE173403375
AA173403328 Overbetuwe
1992
dieseltank (bovengronds)
631301
onbekend onbekend
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
gasdrukregel- en meetstation
400015
onbekend onbekend
1992
U.H.O. V.O.
Loenensestraat SLIJK-EWIJK (ong)
GE173400294
AA173400297 Overbetuwe
1167 Oosterhout
GE173401444
AA173401404 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1992
V.O.
249 Slijk-Ewijk
GE173402759
AA173402713 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1974
V.O.
145 Slijk-Ewijk
GE173402863
AA173402817 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1974
V.O.
144 Slijk-Ewijk
GE173402864
AA173402818 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1974
V.O.
Dorpsstraat SLIJK-EWIJK (ong)
GE173400485
AA173400445 Overbetuwe
Waaldijk 25 6677MB SLIJK-EWIJK
GE173403310
AA173403264 Overbetuwe
hbo-tank (ondergronds)
631242
onbekend
1992
brandstoftank (ondergronds)
631240
onbekend
1992
Dorpsstraat 70 6677PJ SLIJK-EWIJK
GE173403319
AA173403273 Overbetuwe
Waaldijk 29 te Slijk-Ewijk
GE173404410
AA173404360 Overbetuwe
Waaldijk 30 667730 SLIJK-EWIJK
GE173404348
AA173404298 Overbetuwe
Waaldijk 30A 6677MB SLIJK-EWIJK
GE173402650
AA173402604 Overbetuwe
V.Ges.
V.O. V.O. V.O. V.Ges. hbo-tank (ondergronds)
631242
onbekend
1993
hbo-tank (ondergronds)
631242
onbekend
1993
hbo-tank (ondergronds)
631242
1989
onbekend
brandstoftank (bovengronds)
631300
1989
onbekend
V.O.
V.O.
Waaldijk 30A 6677MB SLIJK-EWIJK
GE173402650
AA173402604 Overbetuwe
boomkwekerij 242 Oosterhout
GE173402766
AA173402720 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
1139 Oosterhout
GE173401470
AA173401430 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
241 Oosterhout
GE173402767
AA173402721 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
sierplanten- en sierstruikenkwekerij
11215
V.O.
1989
onbekend
1122
1989
onbekend
900060
onbekend
1974
V.O.
900060
onbekend
1992
V.O.
900060
onbekend
1974
V.O.
237 Oosterhout
GE173402771
AA173402725 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1974
V.O.
Waaldijk 36 6678MC Oosterhout
GE173403813
AA173403764 Overbetuwe
brandstoftank (bovengronds)
631300
1992
onbekend
V.O.
Waaldijk 37 6678MC Oosterhout
GE173403715
AA173403666 Overbetuwe
Dijkstraat 17 6678AX OOSTERHOUT GLD GE173403760
AA173403711 Overbetuwe
Waaldijk 40 6678MC Oosterhout
GE173402706
AA173402660 Overbetuwe
Waaldijk 38 6678MC Oosterhout
GE173402717
AA173402671 Overbetuwe
Dijkstraat 13A 6678AX Oosterhout
209 Oosterhout
GE173402636
GE173402799
AA173402590 Provincie Gelderland
AA173402753 Overbetuwe
grond-, water- en wegenbouwkundige bedrijven
45231
1928
1976
laad- los-, op- en overslagbedrijf (binnenvaart)
631121
1928
1976
sloperij van bouwwerken
45111
1928
1976
brandstoftank (bovengronds)
631300
1987
onbekend
brandstoftank (bovengronds)
631300
1987
onbekend
brandstoftank (bovengronds)
631300
1987
onbekend
bloemenkwekerij
11214
1987
onbekend
bestrijdingsmiddelengroothandel
515522
1987
onbekend
brandstoftank (bovengronds)
631300
1979
onbekend
groentenkwekerij
11211
1979
onbekend
hbo-tank (bovengronds)
631302
1976
onbekend
transportbedrijf
6024
1974
1979
hbo-tank (bovengronds)
631302
1993
onbekend
vriesinstallatie
631222
1959
onbekend
brandstoftank (bovengronds)
631300
1993
onbekend
sierplanten- en sierstruikenkwekerij
11215
1993
onbekend
boomkwekerij
1122
1993
onbekend
hbo-tank (bovengronds)
631302
1993
onbekend
fruitkwekerij/boomgaard
113
1993
onbekend
hbo-tank (bovengronds)
631302
1992
onbekend
bloemenkwekerij
11214
1985
onbekend
brandstoftank (bovengronds)
631300
1985
onbekend
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1974
transportbedrijf
6024
1925
1980
brandstoffengroothandel (vloeibaar)
515121
1925
1980
V.O.
V.O.
U.H.O. V.O.
V.O.
V.O.
Dijkstraat 9 6678AX Oosterhout
GE173403702
AA173403653 Overbetuwe
U.H.O.
brandstoffendetailhandel (vaste en vloeibare)
526333
1925
1980
212 Oosterhout
GE173402796
AA173402750 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1974
V.O.
211 Oosterhout
GE173402797
AA173402751 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1974
V.O.
1114 Oosterhout
GE173401495
AA173401455 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1992
1113 Oosterhout
GE173401496
AA173401456 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1992
Peperstraat OOSTERHOUT GLD
GE173403942
AA173403893 Overbetuwe
Dorpsstraat 66 6677PJ Slijk-Ewijk
GE173400164
AA173400171 Provincie Gelderland
V.O. V.O. V.O.
metaalconstructiebedrijf
2811
opslag van alifatische koolwaterstoffen
631205
onbekend onbekend 1993
lasinrichting
285202
1983
1987
graanmalerij
156101
1942
onbekend
onbekend N.O.
zaai- en pootgoedgroothandel
51212
1939
onbekend
Oude Groenestraat 6 6678MB Oosterhout GE173403595
AA173403546 Overbetuwe
was-, poets- en reinigingsmiddelengroothandel
51443
1985
1988
V.O.
208 Oosterhout
AA173402754 Overbetuwe
demping (niet gespecificeerd)
900060
onbekend
1974
V.O.
GE173402800
II BIJLAGE: ASBESTKANSENKAART
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.449 | Bijlage V - Bodem
WoS
asbestkansen
Asbestkansen
2017_Gelderland_O10.ecw
14-02-2018
N schaal 0
500
1000 1500m
Aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend.
WoS
asbestkansen
Asbest verdachte activiteiten
Asbestkansen 1 2017_Gelderland_O10.ecw
dijktraject 1t/m3
N schaal 0
40
80
120m
14-02-2018
Aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend.
WoS
asbestkansen
Asbest verdachte activiteiten
Asbestkansen 6
5
2017_Gelderland_O10.ecw 4
3
2
Altena
N schaal 0
70
140
210m
14-02-2018
Aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend.
WoS
asbestkansen
Asbest verdachte activiteiten
Asbestkansen
8
2017_Gelderland_O10.ecw
7
Slijk Ewijk
N schaal 0
70
140
210m
14-02-2018
Aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend.
WoS
asbestkansen
Asbest verdachte activiteiten
Asbestkansen
2017_Gelderland_O10.ecw
Loenen
N
Aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend.
schaal 0
70
14-02-2018
140
210m
WoS
asbestkansen
Asbest verdachte activiteiten
Asbestkansen
2017_Gelderland_O10.ecw
11 10
9
Wolferen
N schaal 0
200
400
14-02-2018
Aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend.
600m
VI BIJLAGE: WATER
NOTITIE
Onderwerp Project Opdrachtgever Projectcode/inkoopnr. Status Datum Referentie Auteur(s)
Gecontroleerd door Goedgekeurd door
Bijlage VI - Water Integrale verkenning Dijkversterking Wolferen-Sprok en Dijkteruglegging Oosterhout Waterschap Rivierenland 101592/5001375 (6407076) Definitief 21 september 2018 101592-13.40/18-014.450 F.G. Versteegen MSc drs. A.C. van Vugt mw. dr.ir. W. Soepboer
Paraaf
Bijlage(n)
-
Deze bijlage gaat in op het thema water. Hoofdstuk 1 verantwoordt waarom dit thema van belang is voor de afweging van de dijkversterkingsalternatieven en dijkterugleggingsalternatieven. Vervolgens gaat hoofdstuk 2 in op de referentiesituatie, de situatie ten opzichte waarvan de beoordeling van de alternatieven plaatsvindt. Hoofdstuk 3 geeft het kader voor water vanuit beleid en wetgeving. Hoofdstuk 4 gaat in op de methode aan de hand waarvan in hoofdstuk 5 (dijkversterking) en hoofdstuk 6 (dijkteruglegging) de effecten zijn beschreven en beoordeeld. Hoofdstuk 7 geeft daarbij mogelijk maatregelen om het ontwerp te optimaliseren, effecten te verzachten of te compenseren. Hoofdstuk 8 gaat in op eventuele leemten in kennis. De referenties staan in hoofdstuk 9.
1
VERANTWOORDING THEMA
Het thema water omvat zowel grond- als oppervlaktewater (binnendijks). De waterkwaliteitsaspecten worden nader beoordeeld bij het thema ecologie. Het buitendijkse water (de rivier) valt onder het thema rivierkunde.
2
REFERENTIESITUATIE
Dit hoofdstuk gaat in op de huidige waarden en functies in het plan- en studiegebied en eventuele relevante zekere ontwikkelingen in de toekomst. Deze beschrijving dient als referentiesituatie om de alternatieven tegen te beoordelen.
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. Van Twickelostraat 2 | Postbus 233 | 7400 AE Deventer | +31 (0)570 69 79 11 | www.witteveenbos.com | KvK 38020751
2.1
Oppervlaktewater
Het gebied maakt deel uit van het afwateringsgebied Over-Betuwe Zuid en Over-Betuwe Oost. Het maaiveld ligt op circa NAP + 7,5 m in het westelijk deel van het gebied en loopt in oostelijke richting op naar circa NAP + 9,5 m (zie afbeelding 2.1). De afwateringsrichting van het oppervlaktewater volgt grotendeels het maaiveldverloop. Het gebied watert af in noordwestelijke richting. In het gebied zijn veel zandbanen aanwezig, waardoor het pleistocene zand op een diepte van 0 - 2 m onder maaiveld ligt. De bodem (tot 1,20 m) bestaat uit lichte en zware zavelgronden en lichte klei.
Afbeelding 2.1 Maaiveldhoogtekaart projectgebied (AHN3)
In afbeelding 2.2 en 2.3 zijn de peilgebieden weergegeven die in het binnendijkse gebied langs het projectgebied liggen. Van west naar oost gaat het om de volgende peilgebieden (zie voor aanwezigheid van peilgebieden binnen dijksecties tabel 5.1): - OVB134: streefpeil NAP 6,4 m; - OVB136: streefpeil NAP 6,8 m; - OVB149: streefpeil NAP 7,3 m; - OVB150: streefpeil NAP 7,8 m (DTO, dijksectie 12); - OVB151: streefpeil NAP 7,9 m; - OVB191: minimum peil NAP 7,6 m, maximum peil NAP 7,9 m.
2 | 34
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.450 | Bijlage VI - Water
Afbeelding 2.2. Peilgebieden westelijk deel projectgebied (bron Peilbesluit Over-Betuwe)
Afbeelding 2.3. Peilgebieden oostelijk deel projectgebied (bron Peilbesluit Over-Betuwe)
3 | 34
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.450 | Bijlage VI - Water
2.2
Grondwater
Om de dynamiek van het grondwatersysteem in beeld te brengen zijn in afbeeldingen 2.4 - 2.6 achtereenvolgens de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG), gemiddeld laagste grondwaterstand GLG en de ontwateringsdiepte (verschil freatische grondwaterstand en maaiveld) tijdens hoogwater weergegeven. De GHG ligt grotendeels tussen 25 en 100 cm beneden maaiveld. De GLG kan diep wegzakken, direct achter de dijk ligt de GLG veelal lager dan 200 cm onder maaiveld. Dit komt omdat het in de gebieden langs de dijk veelal niet mogelijk is om water aan te voeren. De ontwateringsdiepte tijdens een hoogwaterperiode is aanzienlijk kleiner dan de reguliere GHG. Tijdens hoogwater is de ontwateringsdiepte achter de dijk zeer beperkt en staat het grondwater aan of vlak onder maaiveld (zie afbeelding 2.6).
Afbeelding 2.4 GHG huidige situatie (berekend met Moria)
4 | 34
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.450 | Bijlage VI - Water
Afbeelding 2.5 GLG huidige situatie (berekend met Moria)
5 | 34
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.450 | Bijlage VI - Water
Afbeelding 2.6 Ontwateringsdiepte tijdens T10 hoogwater januari 2003 (berekend met Moria)
3
WETTELIJK- EN BELEIDSKADER
Onderstaande tabel geeft kort het wettelijk- en beleidskader voor het thema bodem en water weer voor zover dat relevant is voor onderhavige plannen. Hierbij is, indien relevant, ingegaan op het nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. Dit kader is relevant voor het beoordelingskader voor het MER en de beschrijving van de referentiesituatie.
Tabel 3.1 Wettelijk- en beleidskader water Beleidsstuk/wet
Datum
Uitleg en relevantie
Waterwet, Rijk
2009
De Waterwet richt zich op het voorkomen van wateroverlast en tekorten en geeft invulling aan de zorgplicht van de overheden. Een ingreep in het watersysteem mag niet leiden tot wateroverlast op andere functies. De dijkversterking en dijkteruglegging mogen dus niet leiden tot binnendijkse wateroverlast
Waterbeheerprogramma Koers houden, kansen benutten, Waterschap Rivierenland
2015
Geeft de prioriteiten weer in het beleid over de periode 2016-2021. Waterveiligheid is een belangrijk thema, naast invloed van klimaatverandering. De dijkversterking en dijkteruglegging draagt bij aan waterveiligheid, maar dient rekening te houden met klimaatverandering.
6 | 34
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.450 | Bijlage VI - Water
Beleidsstuk/wet
Datum
Uitleg en relevantie
Keur en beleidsregels, , Waterschap Rivierenland
2015
In de keur zijn de regels vastgelegd ten aanzien van aanpassingen in het watersysteem. Zonder vergunning van het waterschap mogen watergangen niet gewijzigd worden. Het oppervlak aan watergangen die door de dijkversterking of dijkteruglegging worden gedempt moet 1:1 gecompenseerd worden.
Tabel 3.2 Overige richtlijnen water Beleidsstuk/wet
Datum
Uitleg en relevantie
Richtlijn kwel en wegzijging
2012
Hierin is beschreven hoe ingrepen in het (grond)watersysteem gekwantificeerd dienen te worden. Bij de ruimtelijke ontwikkelingen zoals de dijkteruglegging (DTO) is, als minimaal benodigde berekening, een semi 3d-niet-stationaire berekening vereist. In deze studie wordt voor de DTO gebruik gemaakt van het MORIA grondwatermodel, welke instationair wordt doorgerekend. Daarmee wordt aan de benodigde berekening volgens waterschap Rivierenland voldaan. Zie verder het kader hieronder.
Toetscriteria waterschap Rivierenland bij ruimtelijke ingrepen (waterschap Rivierenland, 2012) ‘Ruimtelijke ontwikkelingen moeten (grond)waterneutraal worden ontwikkeld. Daarom is het nodig de effecten in beeld te brengen. Effecten kunnen er zijn op grondwaterstanden en/of aan- en afvoerbehoeftes. Hoewel het waterschap niet direct verantwoordelijk is voor de grondwaterstand adviseren we wel hierover. Indien er sprake is van negatieve effecten dienen mitigerende maatregelen te worden genomen. Voor de effecten op het peilbeheer en de aan- en afvoer is het waterschap wel verantwoordelijk en stellen we daaraan ook eisen. Alleen als de initiatiefnemer zich maximaal heeft ingespannen om de effecten te beperken en er sprake is van een zwaarwegend maatschappelijk belang om tot uitvoering te komen zijn compenserende maatregelen toegestaan. In principe moet elke verslechtering ten aanzien van kwel of wegzijging worden gemitigeerd en/of gecompenseerd. Indien het effect beperkt is (< 2 %), een beperkt gebied beslaat, er geen wateropgave is en er geen kwetsbare functies aanwezig is, kan mitigatie achterwege blijven. In de meeste gevallen is dan nog steeds compensatie nodig. Alleen bij kleine toenames (in m³/dag) en/of beperkte mogelijkheden om compensatie uit te voeren, kan compensatie achterwege blijven (bekende trits!).
Samenvattend - (grond)waterneutraal! - kwelverandering maximaal 2 %; - grondwaterstandsveranderingen van maximaal 5 cm. In veenweidegebieden 2 cm; - veranderende aan- en/of afvoerdebieten altijd compenseren door extra berging.
7 | 34
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.450 | Bijlage VI - Water
4
METHODE
Dit hoofdstuk onderbouwt de methode voor de effectbeoordeling in dit MER voor het thema water.
4.1
Beoordelingskader
Voor het thema water worden de alternatieven beoordeeld aan de hand van twee criteria: - oppervlaktewater: dit omvat met name de mate van demping van watergangen die nodig is in verband met het ruimtebeslag van de nieuwe waterkering. Voor de dijkteruglegging wordt eveneens beoordeeld of de afvoer van het oppervlaktewater toeneemt als gevolg van extra belasting met kwel; - grondwater: dit omvat de invloed van de dijkversterking en de dijkteruglegging op de grondwaterstanden in het binnendijkse gebied. Deze verandering van de grondwaterstanden hoeft op zichzelf geen probleem te zijn, maar mag niet leiden tot nadelige gevolgen voor de functies aan maaiveld. De beoordeling van beide criteria vindt plaats voor de gerealiseerde situatie. Tijdens aanleg zijn er geen andere effecten op het grond- en oppervlaktewatersysteem of bijbehorende afgeleide effecten dan in de gebruiksfase. Gezien het voornemen wordt niet verwacht dat bemaling noodzakelijk zal zijn. Daarnaast zal de compensatie van eventueel gedempt oppervlaktewater conform de keur gerealiseerd moeten zijn voordat de demping wordt uitgevoerd.
Tabel 4.1 Beoordelingskader water Thema
Beoordelingscriteria, invloed op
Fase
Methode
water
-
gebruik
-
4.2
oppervlaktewater (afvoer en oppervlak) grondwater (verandering grondwaterstanden)
kwantitatief modelberekening
Oppervlaktewater
Methode De effectbepaling wordt in elke fase afgestemd op de te maken keuze. Bij iedere stap wordt geïnventariseerd welke effecten relevant zijn voor de keuze: significante en/of duidelijk onderscheidende effecten. Het detailniveau van MER fase 1 moet een keuze tussen de alternatieven mogelijk maken. Hierbij wordt met name ingegaan op de onderscheidende en significante effecten. Voor het MER fase 1 van de verkenning wordt gebruik gemaakt van alle relevante bronnen en uitgevoerde onderzoeken. Voor het thema oppervlaktewater is voor de effectbepaling van de dijkversterking het effect van het ruimtebeslag op de benodigde demping van watergangen bepaald. Daarvoor zijn de volgende bestanden gebruikt: - ligging oppervlaktewater (aangeleverd bestand WSRL op basis van de keur); - contour ruimtebeslag dijkversterkingsproject. Uit het bestand Ruimtebeslag zijn de volgende lijnen gebruikt: ‘Maximaal ruimtebeslag dijkversterking’ (= maximale contourlijn) en ‘Dijkversterking gevorderd stadium’ (= contourlijnen bij Lent). Er is gekeken welk deel van de watervlakken binnen de maximale contour van de dijkversterking valt. Het resultaat is per peilgebied in beeld gebracht, omdat de compensatie ook op peilgebiedsniveau uitgevoerd zal moeten worden.
8 | 34
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.450 | Bijlage VI - Water
Studiegebied Het projectgebied waarbinnen het project wordt uitgevoerd is opgenomen in afbeelding 4.1. De nummering van de dijksecties is opgenomen in afbeelding 4.2. Het studiegebied omvat alle peilgebieden die binnendijks van dit studiegebied liggen, omdat de afvoer en berging van deze peilgebieden in potentie wordt beïnvloed. Deze peilgebieden zijn weergegeven in afbeelding 2.2. en 2.3.
Afbeelding 4.1 Projectgebied Wolferen-Sprok met dijkteruglegging
Operationalisering beoordelingskader De maatlat voor de beoordeling van de effecten op het oppervlaktewater is opgenomen in tabel 4.2. De maatlat toetst op de belangrijkste kwantitatieve functies van het oppervlaktewater, namelijk peilbeheersing en waterberging. Hiermee worden de mogelijke effecten van de voorgenomen ingrepen van waterdempen en verandering van de afvoer gecombineerd. Tabel 4.2 Beoordeling criterium invloed op oppervlaktewater
Score
Maatlat
++
sterk positief, de veranderingen in het oppervlaktewater zorgen voor een sterke verbetering van peilbeheersing en waterberging (en daarmee voor de functies landbouw en wonen)
+
positief, de veranderingen in het oppervlaktewater zorgen voor een verbetering van peilbeheersing en waterberging (en daarmee voor de functies landbouw en wonen)
0
neutraal, geen verandering ten opzichte van de referentiesituatie
9 | 34
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.450 | Bijlage VI - Water
Score
Maatlat
-
negatief, de veranderingen in het oppervlaktewater zorgen voor een verslechtering van peilbeheersing en waterberging (en daarmee voor de functies landbouw en wonen)
--
sterk negatief, de veranderingen in het oppervlaktewater zorgen voor een sterke verslechtering van peilbeheersing en waterberging (en daarmee voor de functies landbouw en wonen)
4.3
Grondwater
Methode Voor de effectbepaling van de dijkteruglegging op het grondwatersysteem wordt gebruik gemaakt van een grondwatermodel. De opzet van dit model wordt toegelicht in paragraaf 4.4. De effectbepaling van de dijkversterking is uitgevoerd op basis van expert judgement. Studiegebied Het studiegebied is gelijk aan het studiegebied voor het criterium oppervlaktewater, namelijk alle binnendijks gelegen peilgebieden langs het projectgebied. Operationalisering beoordelingskader De beoordeling van de grondwatereffecten wordt beoordeeld op basis van de relatie met de functie aan maaiveld (landbouw, wonen, infrastructuur). Het feit dat de grondwaterstand verandert hoeft op zichzelf niet negatief te zijn. Het kan bijvoorbeeld leiden tot een betere ontwatering van natte gebieden. De verandering van de grondwaterstand is voor wat betreft het effect altijd gerelateerd aan de functie aan maaiveld. Dit is in het criterium daarom meegenomen. Tabel 4.3 Beoordeling criterium invloed op grondwater
Score
Maatlat
++
sterk positief, door de verandering van de grondwaterstand wordt de gebruiksfunctie veel beter bediend
+
positief, door de verandering van de grondwaterstand wordt de gebruiksfunctie beter bediend
0
neutraal, geen verandering ten opzichte van de referentiesituatie
-
negatief, door de verandering van de grondwaterstand wordt de gebruiksfunctie minder goed bediend
--
sterk negatief, door de verandering van de grondwaterstand wordt de gebruiksfunctie veel minder goed bediend
4.4
Opstellen grondwatermodel voor effectberekening dijkteruglegging
4.4.1
Modelversie en periode
De berekeningen zijn uitgevoerd met versie 2.2 van het MORIA-model. Er is voor deze modelversie gekozen vanwege de beschikbare modelperiode. Het jaar 2003 dient in de modelperiode te vallen, omdat dit jaar in de richtlijn Toetsing Kwel en Inzijging is gedefinieerd als maatgevend jaar voor het vaststellen van de effecten van ruimtelijke ingrepen op grondwaterstand en fluxen.
10 | 34
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.450 | Bijlage VI - Water
De te modelleren periode voor de verschillende scenario’s is 2000-2009 zodat zowel T10 hoogwater (10-jan2003) als T10 laagwatersituaties (01-okt-2003) binnen de modelperiode vallen.
4.4.2
Modelgebied
Er is gerekend met een uitsnede uit MORIA v2.2, met tijdsafhankelijke stijghoogten aan de randen van het deelmodel. Er is gerekend met het model waarmee de effecten van de ingrepen in de Loenensche Buitenpolder ook zijn berekend [ref. 2]. Afbeelding 4.2 toont het modelgebied. Het modelgebied meet 11 bij 7 kilometer. Het projectgebied ligt relatief dicht bij de zuidelijke modelrand. De Waal is hier echter de natuurlijke barrière, waardoor de nabijgelegen modelrand niet van invloed is op de berekende effecten. De oostelijke modelrand ligt circa 2,5 kilometer van het projectgebied, wat voldoende wordt geacht om niet van invloed te zijn op de effecten. Er is gerekend met modelcellen van 25 x 25 m.
Afbeelding 4.2 Modelgebied
4.4.3
Modelschematisatie
In onderstaande afbeelding 4.4 is de modelschematisatie in MORIA v2.2 toegelicht. Modellaag 1 stelt de toplaag (deklaag) voor. De deklaag wordt gekenmerkt door een lage horizontale doorlatendheid en een verticale weerstand. Grondwaterstroming is met name verticaal gericht. Modelmatig bevindt de gehele weerstand van de deklaag zich tussen modellaag 1 en 2. Modellaag 2 representeert het bovenste deel van het onderliggend watervoerend pakket.
11 | 34
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.450 | Bijlage VI - Water
Ter hoogte van de Waal is de weerstand van de deklaag klein in het model (c-waarde L1 bij de Waal is 2 dagen), omdat de Waal in direct contact staat met het onderliggende watervoerend pakket.
Afbeelding 4.3 Modelschematisatie uiterwaard
4.4.4
Controle rivier in model
De volgende momenten zijn gedefinieerd als maatgevende momenten voor de rivierwaterstanden: - maatgevend hoogwater T10 = 10 januari 2003; - maatgevend laagwater T10 = 1 oktober 2003. Afbeelding 4.4 toont het rivierpeil op 10 januari 2003 zoals ingevoerd in het MORIA v2.2 model. In de T10 hoogwatersituatie is het rivierpeil ter hoogte van het projectgebied circa NAP + 11,5 m. De rivier beslaat in deze situatie het gehele winterbed, en is circa 1.200 m breed.
12 | 34
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.450 | Bijlage VI - Water
Afbeelding 4.4 Rivierpeil in MORIA model v2.2 bij T10 hoogwatersituatie
Afbeelding 4.5 toont het rivierpeil op 1 oktober 2003 zoals ingevoerd in het MORIA v2.2 model. In de T10 laagwatersituatie is het rivierpeil ter hoogte van het projectgebied circa NAP + 4,5 m. Het zomerbed is circa 280 m breed.
13 | 34
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.450 | Bijlage VI - Water
Afbeelding 4.5 Rivierpeil in MORIA model v2.2 bij T10 laagwatersituatie
In MORIA v2.2 is de bodemweerstand van de rivier meegenomen in de river conductance. Afbeelding 4.6 toont de bodemweerstand zoals ingevoerd in het MORIA v2.2 model. Binnen het projectgebied heeft de rivier een bodemweerstand van 30 dagen bij de huidige dijk, tot 15 dagen bij de oevers. De hoofdgeul heeft een bodemweerstand van 10 dagen.
14 | 34
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.450 | Bijlage VI - Water
Afbeelding 4.6 Bodemweerstand van de rivier in MORIA v2.2 model ter plaatse van projectgebied DTO.
4.4.5
Controle deklaagweerstand
In het referentiemodel van MORIA is de aanwezige klei in de deklaag omgezet naar een deklaagweerstand. Onderstaande afbeelding 4.7 toont de deklaagweerstand zoals die in het MORIA grondwatermodel aanwezig is.
15 | 34
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.450 | Bijlage VI - Water
Afbeelding 4.7 Weerstand deklaag in MORIA
Om te bepalen of de ingevoerde weerstanden reëel zijn is gekeken naar beschikbare boorprofielen in de omgeving van de projectlocatie. In de beschikbare boorprofielen is gekeken naar de totale dikte van kleilagen die aanwezig zijn in de deklaag. Op basis van de vuistregel van 100 dagen verticale weerstand per meter klei zijn de kleidiktes omgezet naar een verticale weerstand. Die is vergeleken met de weerstand zoals die is ingevoerd in MORIA. Onderstaande afbeelding 4.8 toont het resultaat van deze analyse. Uit de analyse volgt dat het verschil tussen de weerstand in het MORIA model en die in de boringen gemiddeld relatief klein is. Over alle boringen is het gemiddelde verschil circa 40 dagen (weerstand in boringen iets hoger dan in MORIA). Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden zal de deklaagweerstand ter plaatse van de nevengeul uit de bestaande uiterwaard verwijderd worden. In het referentie MORIA model wijkt de deklaagweerstand beperkt af van wat er in beschikbare boorprofielen is aangetroffen. Er is daarom geen noodzaak om de deklaagweerstand in het referentiemodel aan te passen.
16 | 34
Witteveen+Bos | 101592-13.40/18-014.450 | Bijlage VI - Water
Afbeelding 4.8 Deklaagweerstand in MORIA versus aangetroffen in boringen.
4.4.6
Controle binnendijkse peilen in huidige situatie model
De peilen in het MORIA model zijn gecontroleerd aan de hand van de actuele peilenkaart. De peilen in de peilgebieden die grenzen aan het projectgebied zijn in het MORIA model gelijk aan de peilenkaart. De oppervlaktewaterpeilen hoeven dus niet aangepast in het MORIA model.
4.4.7
Uitgangspunten berekeningen toekomstige situatie - dijkteruglegging
De bestaande dijk binnen het projectgebied loopt relatief dicht langs de hoofdgeul. Er is in de huidige situatie aan de westzijde van het projectgebied een laagte in de uiterwaard aanwezig. Het laagste niveau hiervan is circa NAP + 8,5 m. Gemiddeld ligt het maaiveld in de huidige uiterwaard op circa NAP + 9 m. De bestaande dijk en laagte zijn terug te zien in het maaiveld dat is weergegeven in afbeelding 4.9.