11. Archeologisch onderzoek
Tekst van het document
Nijmegen, Vossenlaan 44 (gemeente Nijmegen) Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (BO en IVO-O)
Rapport 422
G.. Aalbersberg & H.G. Pape-Luijten
Nijmegen, Vossenlaan 44 (gemeente Nijmegen) Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (BO-IVO-O) G. Aalbersberg & H.G. Pape-Luijten
Rapport 422
Colofon Nijmegen, Vossenlaan 44 (gemeente Nijmegen) Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (BO en IVO-O)
Een onderzoek in opdracht van Snoeren Bouwmanagement
Salisbury Archeologisch Rapport 422
G. Aalbersberg & H.G. Pape-Luijten
Beheer en plaats van documentatie Salisbury Archeologie b.v.
Versie 2.0, 22 december 2020 (definitief)
Autorisatie —
A.M. Bakker(Senior KNA-archeoloog en Senior KNA-prospector)
Status bevoegd gezag—
goedgekeurd dd. 22-12-2020 mevr. Smit (beleidsarcheoloog gemeente Nijmegen)
Salisbury Archeologie bv Vestiging Noord-Nederland Vaart z.z. 7a 9401 GE Assen 085-3031540 www.salisburybv.nl info@salisburybv.nl
ISSN 2468-4538
Inhoud Colofon
3
Administratieve gegevens
6
Locatiegegevens
7
Samenvatting resultaten
8
1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding voor het onderzoek Onderzoekskader Huidige en toekomstige situatie op de onderzoekslocatie Begrenzing onderzoeks- en plangebied Doel van het onderzoek Onderzoeksvragen
10 10 11 11 13 14
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8
Bureauonderzoek Gebruikte bronnen Aardwetenschappelijke gegevens Bekende archeologische waarden Samenvatting bewoningsgeschiedenis Historische waarden / bouwhistorisch onderzoek Bekende verstoringen Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Advies
15 15 15 16 20 20 21 24 25
3.1 3.2
Resultaten veldonderzoek Beschrijving onderzoeksmethode Beschrijving onderzoeksresultaten
26 26 26
4.1 4.2
Conclusie Beantwoording onderzoeksvragen Aanbevelingen
28 28 28
2
3
4
Literatuur
29
Lijst van afbeeldingen
30
Lijst van tabellen
30
Lijst van bijlagen
30
Bijlage 1
31
Boorbeschrijvingen en boorstaten
Administratieve gegevens Projectnaam
Nijmegen, Vossenlaan 44
Projectcode
20202877
Type onderzoek
BO en IVO (O)
OM-nummer
4926107100
Projectleider
G. Aalbersberg
Contact
T: 085-3031540 M: 06-25800730 E: gerard.aalbersberg@salisburybv.nl
Opdrachtgever
Snoeren Bouwmanagement
Contact
Dhr L. Oerlemans Postbus 320 5100 AH Dongen T: 0162-322483 Leendert@snoeren.nl
Bevoegde overheid
Gemeente Nijmegen Mariënburg 30 6511 PS Nijmegen T: 14 024 E: bevoegdgezagarcheologie@nijmegen.nl
Uitvoering onderzoek
November 2019
Beheer en locatie documentatie
Salisbury Archeologie b.v., gemeentelijk archeologisch depot van de gemeente Nijmegen en e-depot
Illustraties
Salisbury Archeologie b.v.
Medewerkers
H.G. Pape-Luijten
Rubicon Erfgoed
23021110
G. Aalbersberg
Salisbury Archeologie b.v.
433333040
6
Locatiegegevens Projectnaam
Nijmegen, Vossenlaan 44
Plaats
Nijmegen
Gemeente
Nijmegen
Provincie
Gelderland
Kaartblad
40C
Kadastrale gegevens
Hatert L 3500
Coördinaten
centrumcoördinaten:
Oppervlakte
Circa 6300 m2
NAP-hoogte maaiveld
Circa 26,2 tot 26,9 m NAP
X: 187.963, Y: 426.557
7
Samenvatting resultaten Plangebied
Nijmegen, Vossenlaan 44 (zie afb. 1).
Aanleiding
Sloop van bestaande bebouwing en nieuwbouw van drie appartementengebouwen.
Vraagstelling
Wat is de laagopeenvolging en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen?
Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten?
Welke consequenties zal voortgaande planuitvoering hebben op (eventueel) aanwezige archeologische resten?
In welke mate stemmen de resultaten van het booronderzoek overeen met de verwachtingen uit het bureauonderzoek?Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan dit bestaan?
Aardwetenschappelijke gegevens
Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Nijmegen, op smeltwater(waaier)afzettingen ten westen van het Nijmeegse stuwwallencomplex. Naar verwachting bevindt de top van deze afzettingen zich direct onder het maaiveld tot circa 1,5 m mv, met daarboven mogelijk een pakket dekzand en vervolgens antropogene lagen (o.a. bouwvoor).
Bekende archeologische
In het plangebied is geen sprake van AMK-terreinen, eerder archeologisch onderzoek of vondstlocaties. In een straal van een kilometer rondom het plangebied zijn daarnaast weinig onderzoeksresultaten en vondstlocaties bekend, maar gravend onderzoek aan de nabijgelegen Dobbelmannweg 7 toonde bewoning ter plaatse aan vanaf de Midden-Bronstijd. Ook zijn in de directe omgeving Laat-Neolithische klokbekers, mogelijk grafgiften, aangetroffen.
waarden
Historische waarden
In het plangebied is geen sprake van bekende bouwhistorische waarden. Het plangebied heeft tot aan de realisatie van de wijk Hazenkamp deel uitgemaakt van de Hatertsche Heide, en bebouwing uit de Middeleeuwen en/of Nieuwe Tijd vóór de 20eeeuwse bebouwing wordt dan ook niet verwacht. Gelet op de ligging in het operatieterrein Market Garden en onderzoeksresultaten aan de Dobbelmannweg 7 is het mogelijk dat hier in de Tweede Wereldoorlog gevochten is.
Verwachting
In het plangebied geldt een middelhoge archeologische verwachting geldt voor de periode Laat-Paleolithicum – Romeinse Tijd en een lage verwachting voor de periode Middeleeuwen – Nieuwe Tijd. In de directe omgeving van het plangebied is weinig tot geen archeologisch onderzoek uitgevoerd en er zijn tevens weinig vondsten gedaan. De informatie die wel voorhanden is, een onderzoek aan de Dobbelmannweg 7, toont bewoning vanaf de Midden-Bronstijd aan in de omgeving van het plangebied. Er zijn ook enkele Romeinse vondsten gedaan in de omgeving, en dit is gezien het verleden van Nijmegen ook de verwachting. Gelet op de landschappelijke situatie – het plangebied ligt op een gradiënt - is het evenmin uit te sluiten dat vondsten en/of sporen daterend uit het Laat-Paleolithicum en later zouden kunnen worden aangetroffen. De verwachting voor de periode Middeleeuwen en Nieuwe Tijd is lager dan die voor de voorgaande perioden, voornamelijk omdat er in deze periode een minder sterke samenhang tussen bewoningskeuze en het oorspronkelijke landschap bestaat. Afgaand op historisch kaartmateriaal heeft het plangebied in de Nieuwe Tijd lange tijd deel uitgemaakt van de Hatertsche Heide en het is onbebouwd gebleven tot circa de jaren ’80 van de vorige eeuw.
Het plangebied ligt in het operatiegebied Market Garden, en daarmee is de kans dat er conventionele explosieven (CE) , toebehoren daarvan of andere militaria in het plangebied bevinden groot. Het archeologisch relevante niveau voor alle hierboven genoemde periodes is de oorspronkelijke top van de pleistocene afzettingen. Dit kunnen smeltwaterafzettingen zijn, al dan niet bedekt met dekzand of zandige löss. De top van de smeltwaterafzettingen wordt op ca. 1,5 m -mv verwacht. Als er dekzand aanwezig is dan is het archeologisch relevante niveau de oorspronkelijke top van het dekzand, die dan rond 1,0 m -mv, onder de bouwvoor en/of eventuele andere recente antropogene pakketten zou kunnen liggen. 8
In het plangebied worden resten van bewoning, begraving en landgebruik verwacht. Vindplaatsen uit het Paleolithicum en Mesolithicum (jachtkampjes) manifesteren zich voornamelijk als vondstconcentraties, vuursteenstrooiingen en eventueel (haard)kuilen. Vanaf het Neolithicum kunnen ook resten en grondsporen die bij een meer sedentaire levenswijze horen gevonden worden, waaronder aardewerk, (paal)kuilen, huisplattegronden en dergelijke. Nederzettingen uit de Bronstijd – Romeinse Tijd kenmerken zich veelal door sporen en concentraties aardewerk, alhoewel ook nog in de Vroege Bronstijd en Midden-Bronstijd A vuursteen werd gebruikt. Sporen van bewoning uit de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd worden niet verwacht. Sporen van permanent landgebruik vanaf het Neolithicum, bijvoorbeeld (erf)greppels, kunnen wel worden aangetroffen. Uit alle perioden kunnen daarnaast losse vondsten of sporen worden aangetroffen, die verband houden met tijdelijk landgebruik of eenmalige activiteiten. Sporen van kortstondige bewoning kenmerken zich door (kleinschalige) grondsporen in plaats van door de aanwezigheid van vondstmateriaal. Derhalve kan over de aanwezigheid van laatstgenoemde complexen enkel een verwachting worden uitgesproken op basis van de opbouw en de mate van intactheid van de bodem.
Gelet op de geplande bodemingrepen tot circa 3,2 m -mv en de verwachte aanwezigheid van archeologisch relevante niveaus vanaf circa 1,0 m -mv is het mogelijk dat eventueel aanwezige archeologische resten verstoord zullen worden door de herontwikkeling. Methode veldonderzoek
Er zijn 6 boringen met een edelmanboor (7 cm Ø) tot tenminste 0,2 m in de onverstoorde pleistocene afzettingen gezet. Voorafgaand aan het booronderzoek zijn de boorpunten op niet-gesprongen conventionele explosieven onderzocht. Waar nodig zijn geplande boorpunten tot enkele meters verplaatst naar een locatie die wel vrijgegeven kon worden. De boringen zijn gezet met een edelmanboor (7 cm Ø) tot tenminste 0,2 m in de onverstoorde pleistocene afzettingen. Het opgeboorde sediment is met de hand verbrokkeld en geïnspecteerd op eventuele archeologische vondsten en indicatoren. De positie van de boringen is ingemeten met behulp van meetlinten ten opzichte van de bestaande bebouwing (nauwkeurigheid 0,1 m). Maaiveldhoogtes zijn afgeleid van het AHN3 (nauwkeurigheid ca. 0,15 m). De boringen zijn beschreven conform de NEN 5104 en de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB 2.0). De boringen zijn digitaal beschreven.
Resultaten veldonderzoek
De top van de laagopeenvolging bestaat uit een tot 0,55 m dikke bouwvoor/verstoorde laag, al dan niet met een dunne laag opgebracht zand. Hieronder liggen fluvioglaciale/smeltwaterafzettingen. In boring 3 is de bodem tot 1,15 m -mv verstoord, waarschijnlijk als gevolg van de bouw van het schoolgebouw. Er zijn geen archeologische indicatoren of horizonten van de oorspronkelijke bodem aangetroffen. Het archeologisch relevante niveau, de oorspronkelijke top van de pleistocene afzettingen, is niet meer intact.
Selectieadvies en aanbevelingen
Op basis van het bureauonderzoek en het inventariserend veldonderzoek is geconstateerd dat de onbekende of lage tot middelhoge archeologische verwachting naar laag kan worden bijgesteld. Archeologisch vervolgonderzoek is niet noodzakelijk, en de voorgenomen ingrepen kunnen uit archeologisch oogpunt zonder bezwaar uitgevoerd worden Ook in een vrijgegeven plangebied bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016 dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Over de bevindingen en aanbevelingen uit dit onderzoek dient contact opgenomen te worden met het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Nijmegen.
9
1 Aanleiding voor het onderzoek 1.1
Onderzoekskader
In opdracht van Snoeren Bouwmanagement heeft Salisbury Archeologie b.v. een bureauonderzoek uitgevoerd met betrekking tot het plangebied Vossenlaan 44 in Nijmegen (afb. 1). Het plangebied ligt in de wijk Hazenkamp van de stad Nijmegen, in de gemeente Nijmegen. Op de beleidskaart van de gemeente Nijmegen valt het plangebied geheel binnen een zone met “Waarde 1” (afb. 2), wat overeenkomt met een onbekende (dat wil zeggen nog niet door onderzoek vastgesteld) of een lage tot middelhoge archeologische verwachting. In dit gebied dient, voorafgaand aan ingrepen groter dan 2500 m2 en dieper dan 30 cm -mv, archeologisch onderzoek plaats te vinden.1 In het vigerende bestemmingsplan “Nijmegen Midden 2015” (vastgesteld d.d. 02-11-2016) ligt het plangebied in een zone met de gebiedsaanduiding “wetgevingzone – waarde archeologie 1”, met vrijstellingsgrenzen van 2500 m2 en 30 cm -mv.2 Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1) en het archeologiebeleid van de gemeente Nijmegen. Het onderzoek is uitgevoerd in 2020.
Afb. 1.
1 2
Ligging plangebied (bron: https://www.pdok.nl).
Archeologische Beleidskaart Nijmegen (ABAK). https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/view.
10
Afb. 2. Uitsnede van de beleidskaart van de gemeente Nijmegen.
1.2
Huidige en toekomstige situatie op de onderzoekslocatie
Op dit moment is het plangebied grotendeels bebouwd en verhard, met een groenzone die aansluit op een parkje ten noorden van het plangebied. Het betreft de locatie van een voormalige ROC, die herontwikkeld zal worden ten behoeve van woningbouw. De bestaande bebouwing zal worden gesloopt, waarna drie appartementengebouwen worden gebouwd, vooralsnog bekend als gebouw A ‘Waalboog’, gebouw B en gebouw C (afb. 3-4). Onder gebouwen B en C en de ruimte daartussen zal een parkeerkelder worden gerealiseerd, waarbij de vloer op circa 3,2 m -mv zal komen te liggen (afb. 5-6). Gebouw A ‘Waalboog’ zal niet worden onderkelderd. De ontgravingsdiepte voor dit gebouw is nog onbekend.
1.3
Begrenzing onderzoeks- en plangebied
Het onderzoeksgebied omvat het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te verkrijgen van de eventueel aanwezige archeologische waarden. Het onderzoeksgebied is veelal groter dan het plangebied en verschilt al naar gelang het te onderzoeken aspect. begrenzing plangebied In dit rapport wordt een onderscheid gemaakt tussen het plangebied en het onderzoeksgebied. Met het plangebied wordt het gebied bedoeld waarop de plannen van de opdrachtgever betrekking hebben. Binnen dit gebied kunnen eventueel aanwezige archeologische resten worden verstoord door de voorgenomen ingrepen. Het plangebied betreft het totale te herontwikkelen terrein aan de Vossenlaan 44, met een totale oppervlakte van circa 6300 m2. begrenzing onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied is gedefinieerd als een gebied met een straal van 1000 m rondom het plangebied. Binnen dit gebied kunnen gefundeerde uitspraken worden gedaan, op basis van vergelijkbare landschappelijke eenheden en nabijgelegen bekende archeologische waarden.
11
Afb. 3. Impressie van de nieuwbouw in het plangebied (bron: Wolfs Architecten).
Afb. 4. Toekomstige situatie van de nieuwbouw in het plangebied (bron: Wolfs Architecten).
12
Afb. 5. Dwarsdoorsnede van de nieuwbouw in het plangebied (bron: Wolfs Architecten).
Afb. 6. Toekomstige situatie van de parkeerkelder onder gebouwen B en C in het plangebied (bron: Wolfs Architecten).
1.4
Doel van het onderzoek
Het doel van het bureauonderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden om en in de omgeving (onderzoeksgebied) van het plangebied. Op basis van de verkregen informatie wordt een archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied opgesteld. Hierin wordt beschreven of er archeologische resten aanwezig (kunnen) zijn in het plangebied, wat de potentiële aard en omvang van de voorgenomen werkzaamheden zijn en of deze een bedreiging vormen voor het bodemarchief. Indien dit het geval is, wordt geadviseerd op welke wijze hiermee in het vervolgtraject van de plannen rekening dient te worden 13
gehouden. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting en het opsporen van grotere verstoringen binnen het plangebied.
1.5
Onderzoeksvragen
Voor het bureau- en inventariserend onderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld:
Wat is de laagopeenvolging en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen?
Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten?
Welke consequenties zal voortgaande planuitvoering hebben op (eventueel) aanwezige archeologische resten?
In welke mate stemmen de resultaten van het booronderzoek overeen met de verwachtingen uit het bureauonderzoek?
Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan dit bestaan?
14
2 Bureauonderzoek 2.1
Gebruikte bronnen
Voor het bureauonderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd:
Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN, http://www.ahn.nl)
De bodemkaart van Nederland (https://zoeken.cultuureelerfgoed.nl)
De geomorfologische kaart van Nederland (https://zoeken.cultureelerfgoed.nl)
De archeologische monumentenkaart (AMK: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl)
Provinciaal en/of landelijk beleid
Gemeentelijk beleid
Bonneblad 1900 (https://zoeken.cultureelerfgoed.nl)
Historisch kaartmateriaal (http://www.topotijdreis.nl)
Google Earth (https://www.google.nl/intl/nl/earth/)
Ondergrondgegevens (https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens)
Verstoringen (http://www.bodemloket.nl)
Kadastrale Minuut (http://zoeken.cultureelerfgoed.nl)
Kadastrale gegevens (https://www.kadaster.nl)
2.2
Aardwetenschappelijke gegevens
Het landschap waarin Nijmegen is in grote mate bepaald door de processen die in de laatste twee ijstijden plaatsvonden. In laatste fases van het Saalien, de voorlaatste ijstijd, werd de noordelijke helft van Nederland bedekt met een tot kilometers dik ijspakket. De zuidgrens van de maximale uitbreiding van het landijs lag ongeveer ter hoogte van de huidige Rijn en Maas. Voor het ijsfront en aan weerszijden van de ijslobben werd ouder sediment scheef gesteld en gestuwd tot wat nu de stuwwallen zijn. Het oudere deel van Nijmegen, het Kops Plateau, de Hunnerberg en het Valkhof liggen op een van deze stuwwallen, die aan de westzijde geflankeerd wordt door brede fluvioglaciale en smeltwaterwaaiers. De latere uitbreidingen van de stad liggen op deze waaiers. Uit het Eemien, de periode met een iets warmer klimaat dan tegenwoordig tussen het Saalien en het Weichselien zijn in de omgeving geen afzettingen bekend. De laatste ijstijd aan het einde van het Pleistoceen, het Weichselien, was een periode waarin het landijs niet tot in Nederland reikte, maar waarin tijdens de koudste periodes (waaronder een groot deel van het Pleniglaciaal) dermate koud was dat vegetatie zich niet kon handhaven en er grote hoeveelheden zand uit de drooggevallen Noordzee en rivierbeddingen werd geblazen , om elders weer te sedimenteren. Voor deze windafzettingen wordt i het algemeen de term dekzand gehanteerd.
Het dekzand werd zowel als vlakke lagen en als ruggen afgezet, zodat het reliëf. Dergelijke dekzandruggen worden vooral ten oosten van de noord-zuid georiënteerde stuwwal, ten oosten van Groesbeek, aangetroffen. Waarschijnlijk werden de smeltwaterwaaiers ook weer geactiveerd, hoewel er uiteraard geen sprake is van een smeltende ijskap, maar werden deze gevoed door smeltende sneeuw. Ook ontstonden op de stuwwal en de smeltwaterwaaiers kleine dalen, en er vormden zich kleinere smeltwaterwaaiers aan de voet van dergelijke dalen. Deze dalen zijn nu niet meer watervoerend en staan bekend als droge dalen. De klimaatsveranderingen tijdens het Laat Glaciaal en het eerste deel van het Holoceen leidden tot de terugkeer van vegetatie, die nog kortstondig onderbroken werd door de laatste koude en droge periode, het tweede deel van het Jonge Dryas-stadiaal. Door de toenemende begroeiing werd het sediment dat tijdens het Weichselien nogal aan erosie onderhevig was vastgelegd, en krijgen bodemkundige processen de overhand over erosie en sedimentatie. Andere gevolgen van de klimaatsverbetering, zoals de stijging van de relatieve zeespiegel en de daaraan gekoppelde regionale grondwaterspiegel en de verandering in de riviersystemen van Rijn en Maas, hebben geen effect gehad in het plan- en onderzoeksgebied of vallen buiten de scope van dit onderzoek.
Omdat het plangebied in de bebouwde kom ligt, valt het op de meest recente geomorfologische kaart binnen een niet gekarteerde zone (afb. 7). Op de iets oudere geomorfologische kaart is deze zone aangegeven als “vorm in bebouwing”, in feite een extrapolatie van de geomorfologische eenheden ten zuidoosten van Nijmegen. Hier 15
ligt de stuwwal, aan de westzijde geflankeerd door smeltwaterwaaiers en doorsneden door noordoost-zuidwest georiënteerde droge dalen. Het Goffertpark en daaraan grenzende, minder dicht bebouwde delen van de stad ten zuidwesten van het onderzoeksgebied, liggen ook op dergelijke smeltwaterwaaiers en daluitspoelingswaaiers. Het is dus aannemelijk dat ook het plangebied op een smeltwaterwaaier ligt. Hoewel de bebouwing een gedetailleerde interpretatie verhindert, ondersteunt het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN, afb. 8) het beeld het hierboven geschetste geomorfologische beeld. Binnen het plangebied ligt het maaiveld tussen 26,2 tot 26,9 m NAP. Het plangebied bevindt zich dus op een landschapsgradiënt, wat het gebied aantrekkelijk zal hebben gemaakt voor bewoning en gebruik in het verleden. Ook op de bodemkaart (afb. 9) is het plangebied niet gekarteerd omdat het in de bebouwde kom ligt, maar ook hier biedt extrapolatie van bodemkundige gegevens uit de omgeving uitkomst. Naar verwachting waren ter plaatse van het plangebied oorspronkelijk holtpodzolgronden in grof zand aanwezig. Dit zijn (moder)podzolgronden die geen mestdek, briklaag of banden-B hebben.
Met de term ‘holt’ (oude naam voor bos) wordt aangegeven dat deze gronden vaak in oude bossen worden gevonden; op deze betere gronden was het bos in staat zich sneller te herstellen en kon het zich dus beter handhaven dan op armere gronden, zoals bijv. haarpodzolgronden.3 In DINOloket bevinden zich 21 boringen binnen het onderzoeksgebied. De dichtstbijzijnde daarvan, op 300 m à 400 m van het plangebied, laten zien dat de ondergrond hier uit een afwisseling van zand- en grindlagen bestaat die tot de Formatie van Drenthe gerekend worden. Dit pakket is enkele tientallen meters dik, en ligt op oudere afzettingen (rivierafzettingen van de Formaties van Sterksel en Waalre; zie bijvoorbeeld boring B40C3380). Plaatselijk komen aan de top dunne lagen dekzand voor (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wijchen). Voor het plangebied is een vergelijkbare laagopeenvolging te verwachten.
2.3
Bekende archeologische waarden
Gemeentelijke beleidskaart Op de beleidskaart van de gemeente Nijmegen valt het plangebied geheel binnen een zone met “Waarde 1” (afb. 2). Dit komt overeen met een onbekende, d.w.z. nog niet door onderzoek vastgestelde, of een lage tot middelhoge archeologische verwachting. In deze zones dient, voorafgaand aan ingrepen groter dan 2500 m2 en dieper dan 30 cm -mv archeologisch onderzoek plaats te vinden. In het vigerende bestemmingsplan “Nijmegen Midden 2015” (vastgesteld d.d. 02-11-2016) is ter plaatse van het plangebied sprake van de gebiedsaanduiding “wetgevingzone – waarde archeologie 1”, met vrijstellingsgrenzen van 2500 m2 en 30 cm -mv.4 Archeologische waarden Als onderdeel van het bureauonderzoek zijn de AMK (archeologische monumentenkaart)-terreinen, archeologische waarnemingen en eerder uitgevoerd onderzoek (onderzoeksmeldingen) in het onderzoeksgebied geïnventariseerd (afb. 10). De AMK-terreinen, de onderzoeksmeldingen en de vondstlocaties zijn geraadpleegd via ARCHIS3.5 Archeologische monumenten (AMK-terreinen) Noch binnen het plangebied, noch binnen het onderzoeksgebied zijn AMK-terreinen aanwezig (afb. 10). Onderzoekslocaties en vondstlocaties Binnen het onderzoeksgebied staan in totaal 15 onderzoeksmeldingen geregistreerd (tabel 1). Eentje hiervan, zaakID 4015667100, is verkeerd in ARCHIS3 geadministreerd en betreft een onderzoek in Limburg.
De Bakker, 1966. https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/view. 5 https://archis.cultureelerfgoed.nl 3 4
16
Afb. 8.
Afb. 7.
Uitsnede van de geomorfologische kaart met het plangebied en de directe omgeving (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl).
17
Het plangebied en omgeving op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN3, ruw; bron: https://www.ahn.nl).
Afb. 10. AMK-terreinen, onderzoeksmeldingen en vondstlocaties (bron: ARCHIS3).
Afb. 9.
Uitsnede van de bodemkaart met het plangebied en directe omgeving (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl).
18
Een aanzienlijk aantal van de gemelde onderzoeken betreft bureaustudies, waaruit geen nieuwe primaire informatie naar voren komt. ZaakID 477048210 betreft een archeologische begeleiding (protocol opgraven) aan de Dobbelmannweg 7, op circa 315 m ten noordwesten van het plangebied. Hier trof de gemeente Nijmegen blijkens de eerste bevindingen op een voormalig kloosterterrein ten minste twee vindplaatsen aan. Een vindplaats bestaat uit een concentratie prehistorische kuilen en paalsporen, waarvan de exacte datering nog onbekend is en die mogelijk verband houden met een (paal)kuil die elders, ca. 50 m verder noordelijk, in het onderzoeksgebied is waargenomen en waarin aardewerk uit de Midden-Bronstijd is aangetroffen. De talrijke vondsten, sporen en structuren uit de Tweede Wereldoorlog vormen de tweede vindplaats. Deze vondsten zijn gerelateerd aan de inbeslagneming van het terrein door Duitse troepen, de gevechten die er in de dagen na 17 september 1944 uitbraken tijdens operatie Market Garden en uiteindelijk het door de geallieerden in gebruik nemen van het terrein en gebouwen als veldhospitaal.6 Er is opvallend weinig booronderzoek in de nabijheid van het plangebied gedaan. Alleen aan de Enkstraat, circa 600 m ten zuiden van het plangebied (zaakID 4607412100) is een booronderzoek uitgevoerd. De laagopeenvolging bestaat hier uit een ca.
0,50 m dik akkerdek op smeltwaterafzettingen. Plaatselijk bevindt zich nog een Bhorizont tussen de smeltwaterafzettingen en het akkerdek.7
Tabel 1. Onderzoeksmeldingen (bron: ARCHIS3) zaakidentificatie
toponiem
uitvoerder
meldingsdatum
type onderzoek
2161317100
Groenestraat
Synthegra
02-07-2007
bureauonderzoek
2170008100
Aalbers bloemisterij
21-09-2007
begeleiding
2264488100
04-11-2009
proefputten/proefsleuven
2415811100
Ploegstraat, Nijmegen-Zuid Station Heyendaal
27-08-2013
bureauonderzoek
2471523100
Hermesterrein
Gemeente Nijmegen Gemeente Nijmegen Gemeente Nijmegen Transect
10-02-2015
bureauonderzoek
3980513100
Hermesterrein
VUhbs
24-11-2015
begeleiding
3984012100
bureauonderzoek
19-08-2016
bureauonderzoek
4015667100
Venray
Gemeente Nijmegen Gemeente Nijmegen Sweco
06-01-2016
4011454100
Heyendaalseweg Radboud Rozenstraat
28-09-2016
bureauonderzoek
4581744100
Gemeente Nijmegen Bureau voor Archeologie
04-01-2018
proefputten/proefsleuven
07-05-2018
bureauonderzoek
Bureau voor Archeologie
14-05-2018
booronderzoek
4638582100
Heyendaalseweg Radboud Enkstraat St.Jacobslaan achter 98 Enkstraat St.Jacobslaan achter 98 Groenestraat
Synthegra
26-09-2018
4770482100
Dobbelmannweg 7
30-01-2020
4777432100
Goffert NGE sanering
Gemeente Nijmegen Gemeente Nijmegen
proefputten/proefsleuven + doorstart begeleiding begeleiding
26-02-2020
bureauonderzoek
4606440100
4607412100
6 7
ARCHIS3 Roodenburg, 2018.
19
Daarnaast staan binnen het onderzoeksgebied twee vondstmeldingen geregistreerd, d.w.z. vondsten die zijn gedaan buiten formeel gemeld onderzoek (tabel 2). Het betreft bij zaakID 2965543100 o.a. botmateriaal, waaronder meerdere schedels, van circa 10-20 individuen. De vondsten zijn gedaan langs een kloostermuur. Spijkers die waarschijnlijk van grafkisten afkomstig zijn wijzen op een datering in de Romeinse Tijd – Vroege Middeleeuwen. De tweede vondstlocatie, met zaakID 3033088100, betrof de waarneming van vijf grote bakstenen kelders uit de 19e eeuw. Deze kelders hebben dienst gedaan als bierkelder, champignonkwekerij en schuilkelder. Het plangebied ligt volgens de gemeentelijke beleidskaart op circa 70 m ten zuiden van terrein Z-12 Hazenkampseweg, waar ooit het wijkgebouw van de Nederlands Hervormde Kerk stond en waar arbeiders bij de aanleg van een riolering in 1932 twee klokbekers vonden. Omdat deze bekers compleet zijn, is het zeer waarschijnlijk dat ze uit graven afkomstig zijn. Over het Laat-Neolithicum is in de gemeente Nijmegen ten zuiden van de Waal verder betrekkelijk weinig bekend. Er zijn slechts enkele begravingen bekend, die vrijwel allemaal op of in de omgeving van de plateaus in Nijmegen-Oost liggen.
De vondsten van de Hazenkampseweg vormen hierop een uitzondering en zijn daarmee een belangrijke aanvulling op de nog beperkte hoeveelheid bekende vindplaatsen uit deze periode, zeker in dit deel van Nijmegen. Omdat vermoed mag worden dat de gedane vondsten verband houden met een begraving, is het waarschijnlijk dat er meer graven in de omgeving zijn aangelegd.8 Al met al is er relatief weinig archeologisch onderzoek gedaan in de onmiddellijke nabijheid van het plangebied, noch is er sprake van veel vondstlocaties. Daarmee is de onbekende verwachting die de ‘Waarde 1’-aanduiding op de gemeentelijke beleidskaart met zich meebrengt passend. Tabel 2. Vondstlocaties (bron: ARCHIS3) zaakidentificatie
materiaal
complex
datering
2965543100
keramiek, lood, menselijk bot, ijzer keramiek (muur)
nederzetting met stedelijk karakter, kerkhof nederzetting met stedelijk karakter
ROM-NT
3033088100
2.4
NTL
Samenvatting bewoningsgeschiedenis
De bewoningsgeschiedenis van het plangebied hangt nauw samen met de hoge en droge bewonings- en gebruikslocaties. Dit zijn in het plangebied en de omgeving ervan de smeltwaterwaaiers ten westen van het Nijmeegse stuwwallencomplex. Hoewel er uit archeologisch onderzoek in de ruimere omgeving sporen en resten vanaf het (Late) Neolithicum t/m de Tweede Wereldoorlog bood het landschap al sinds het Laat-Paleolithicum mogelijkheden tot bewoning. Hierbij moet wel gezegd worden dat vondsten uit het Laat Paleolithicum schaars zijn in Nijmegen, maar zeker niet onbekend. De vondst van een paleolithisch vuurstenen werktuig dat in het Neolithicum bijgewerkt lijkt te zijn voor hernieuwd gebruik is hiervan een goed voorbeeld.9
2.5
Historische waarden / bouwhistorisch onderzoek
Het plangebied is lange tijd buiten de bebouwde kom van Nijmegen gesitueerd geweest Op het kadastrale minuutplan van 1811-1832, specifiek minuutplan Hatert, Gelderland, sectie C, blad 02 (MIN05075C02), ligt het in een perceel ‘heide met dennen’ in eigendom van de stad Nijmegen (perceel 164, niet afgebeeld). Een uitgezoomd kaartbeeld uit 1850 geeft meer context en toont dat het perceel deel uitmaakte van de Hatertsche Heide, destijds nog ten zuidwesten van Nijmegen waarvan de stadswallen, bastions en andere versterkingen aan de bovenrand van afb. 11 te zien zijn. Van zuid naar noord voert de weg van Maastricht naar Nijmegen, met aan weerszijden de heide. Aan de oostelijke kant van de weg zijn meerdere landgoederen te zien, waarvan Heyendael het grootste is. Net ten noorden van dit landgoed zijn Sint Anna en Nieuw Sint Anna te zien, buurtschappen die nu deel uitmaken van Nijmegen als wijken (zoals zoveel toponiemen van vroeger), maar die anderhalve eeuw geleden nog ruim buiten de stad lagen. Vanaf (Nieuw) Sint Anna lopen enkele wegen de heide op, waarbij de middelste als voorloper van de Vossenlaan gezien kan worden, waar het plangebied aan ligt. Iets verder ten westen van het plangebied is ook De Goffert te zien, op dat moment alleen nog een boerderij die later haar naam zou geven aan zowel park als wijk.
8 9
Archeologische Beleidskaart Nijmegen (ABAK). http://www.sampl.nl/vondst-met-een-verhaal/een-presentje-uit-de-ijstijd-een-voorbewerkt-vuurstenen-werktuig-uit-nijmegen/.
20
Vijftig jaar later, rond 1900, is de situatie nog goed vergelijkbaar met het eerdere kaartbeeld, maar de bebouwing is wel toegenomen (afb. 12). Het plangebied zelf is nog onbebouwd, maar ligt nu ogenschijnlijk ter plaatse van een stuk land achter een boerderij. Uit de oorlogsjaren is geen kaartbeeld opgenomen, maar het plangebied lag binnen het operatieterrein Market Garden.10 Het al eerder genoemde archeologische onderzoek aan de Dobbelmannweg 7 leverde talrijke sporen en vondsten uit deze periode op en het is dan ook goed mogelijk dat de Tweede Wereldoorlog ook haar sporen heeft nagelaten in het plangebied. Op de kaart van ca. 1950 is goed te zien hoe de verstedelijking vanuit Nijmegen door gaat, en de bebouwing oprukt. Het buurtschap Sint Anna is opgenomen in de stedelijke agglomeratie (afb. 13), en ten noorden van het landgoed Heyendael is een ziekenhuis gebouwd. De (onverharde) wegen over de Hatertse heide zijn daadwerkelijke wegen, waaronder de Vossenlaan en Hazenkampscheweg. Het plangebied zelf is nog steeds onbebouwd. In het uiterste westen van het kaartbeeld is de uitbreiding van het Goffertpark ingeschetst, dat eerder als werkverschaffingsproject in de jaren ’30 van de vorige eeuw was gerealiseerd. In 1988 zijn de wijken Sint Anna en Hazenkamp nagenoeg geheel gevuld met bebouwing en infrastructuur (afb. 14).
Ter plaatse van het plangebied is de ROC gebouwd en op landgoed Heyendael is het Radboudziekenhuis gerealiseerd. Op het kaartbeeld van 1997 is de situatie weinig veranderd ten opzichte van het voorgaande decennium (afb. 15).
2.6
Bekende verstoringen
Binnen het plangebied zijn geen saneringen of ondergrondse olietanks, benzinepompinstallaties en dergelijke bekend. Volgens de milieuatlas van de gemeente Nijmegen is in 2006 een verkennend bodemonderzoek in het plangebied uitgevoerd. Daarbij is (zintuiglijk) geconstateerd dat er sprake is van een lichte tot matige bijmenging met baksteen, puin en kolengruis. Dit zou kunnen wijzen op bodemverontreiniging. Asbestverdacht materiaal is bij dit onderzoek niet aangetroffen. De gehaltes lood en PAK in de bovengrond overschreden de streefwaarde; in de lagen onder de bovengrond werden geen verhoogde gehaltes gemeten. Het grondwater is niet onderzocht. Het grondwaterpeil bevond zich dieper dan 5,0 m -mv. Er werden geen tot boven de restconcentratienorm verhoogde concentraties asbest gemeten. De locatie werd vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor de huidige en toekomstige bestemming. Nader onderzoek werd niet noodzakelijk geacht.11 Het plangebied is al enkele decennia bebouwd en verhard. Op de bouwtekeningen van het schoolgebouw is te zien dat de bodem hier tot meer dan een meter onder maaiveld verstoord is.12
http://www.ikme.nl. https://kaart.nijmegen.nl/milieu/. 12 https://app4.nijmegen.nl/DGD2/Home/Index, tekeningen D12.511572 en D12.511573 10 11
21
Afb. 12. Het plangebied op een uitsnede van de topografische kaart uit ca. 1900 (bron: https://www.topotijdreis.nl).
Afb. 11. Het plangebied op een uitsnede van de topografische kaart uit ca. 1850. De stadswallen en andere versterkingen van Nijmegen zijn met een groene pijl aangegeven (bron: https://www.topotijdreis.nl).
22
Afb. 14.
Afb. 13. Het plangebied op een uitsnede van de topografische kaart uit ca. 1950 (bron: https://www.topotijdreis.nl).
23
Het plangebied op een topografische kaart uit 1988 (bron: http://www.topotijdreis.nl).
Afb. 15. Het plangebied op een topografische kaart uit 1997 (bron: http://www.topotijdreis.nl).
2.7
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
Op basis van het bureauonderzoek wordt geconcludeerd dat in het plangebied een middelhoge archeologische verwachting geldt voor de periode Laat-Paleolithicum – Romeinse Tijd en een lage verwachting voor de periode Middeleeuwen – Nieuwe Tijd. In de directe omgeving van het plangebied is weinig tot geen archeologisch onderzoek uitgevoerd en er zijn tevens weinig vondsten gedaan. De informatie die wel voorhanden is, een onderzoek aan de Dobbelmannweg 7, toont bewoning vanaf de Midden-Bronstijd aan in de omgeving van het plangebied. Er zijn ook enkele Romeinse vondsten gedaan in de omgeving, en dit is gezien het verleden van Nijmegen ook de verwachting. Gelet op de landschappelijke situatie – het plangebied ligt op een gradiënt - is het evenmin uit te sluiten dat vondsten en/of sporen daterend uit het Laat-Paleolithicum of later zouden kunnen worden aangetroffen. De verwachting voor de periode Middeleeuwen en Nieuwe Tijd is lager dan die voor de voorgaande perioden, voornamelijk omdat er in deze periode een minder sterke samenhang tussen bewoningskeuze en het oorspronkelijke landschap bestaat. Afgaand op historisch kaartmateriaal heeft het plangebied in de Nieuwe Tijd lange tijd deel uitgemaakt van de Hatertsche Heide en het is onbebouwd gebleven tot circa de jaren ’80 van de vorige eeuw.
Het plangebied ligt in het operatiegebied Market Garden, en daarmee is de kans dat er conventionele explosieven (CE) , toebehoren daarvan of andere militaria in het plangebied bevinden groot. De resultaten van het onderzoek aan de Dobbelmannweg 7 ondersteunen deze aanname. Het archeologisch relevante niveau voor alle hierboven genoemde periodes is de oorspronkelijke top van de pleistocene afzettingen. Dit kunnen smeltwaterafzettingen zijn, al dan niet bedekt met dekzand of zandige löss. De top van de smeltwaterafzettingen wordt op ca. 1,5 m -mv verwacht. Op grond van de geraadpleegde bronnen is niet duidelijk of hier inderdaad (nog) dekzand voorkomt. Als dit wel het geval dan is het archeologisch relevante
24
niveau de oorspronkelijke top van het dekzand, die dan of rond 1,0 m -mv, onder de bouwvoor en/of eventuele andere recente antropogene pakketten zou kunnen liggen. In het plangebied worden resten van bewoning, begraving en landgebruik verwacht. Vindplaatsen uit het Paleolithicum en Mesolithicum (jachtkampjes) manifesteren zich voornamelijk als vondstconcentraties, vuursteenstrooiingen en eventueel (haard)kuilen. Vanaf het Neolithicum kunnen ook resten en grondsporen die bij een meer sedentaire levenswijze horen gevonden worden, waaronder aardewerk, (paal)kuilen, huisplattegronden en dergelijke. Nederzettingen uit de Bronstijd – Romeinse Tijd kenmerken zich veelal door sporen en concentraties aardewerk, alhoewel ook nog in de Vroege Bronstijd en Midden-Bronstijd A vuursteen werd gebruikt. Sporen van bewoning uit de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd worden niet verwacht. Sporen van permanent landgebruik vanaf het Neolithicum, bijvoorbeeld (erf)greppels, kunnen wel worden aangetroffen. Uit alle perioden kunnen daarnaast losse vondsten of sporen worden aangetroffen, die verband houden met tijdelijk landgebruik of eenmalige activiteiten. Sporen van kortstondige bewoning kenmerken zich door (kleinschalige) grondsporen in plaats van door de aanwezigheid van vondstmateriaal.
Derhalve kan over de aanwezigheid van laatstgenoemde complexen enkel een verwachting worden uitgesproken op basis van de opbouw en de mate van intactheid van de bodem. Gelet op de geplande bodemingrepen tot circa 3,2 m -mv en de verwachte aanwezigheid van archeologisch relevante niveaus vanaf circa 1,0 m -mv is het mogelijk dat eventueel aanwezige archeologische resten verstoord zullen worden door de herontwikkeling.
2.8
Advies
Op basis van het bureauonderzoek is archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk in het plangebied. Geadviseerd wordt om de opbouw en mate van intactheid van de bodem vast te stellen middels een verkennend booronderzoek, op basis waarvan de archeologische verwachting kan worden getoetst en aangescherpt. Aangeraden wordt om dit veldonderzoek pas uit te voeren nadat detectiewerkzaamheden hebben plaatsgevonden met betrekking tot Niet-Gesprongen Explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog.
25
3 Resultaten veldonderzoek 3.1
Beschrijving onderzoeksmethode
Conform het in het bureauonderzoek geformuleerde advies zijn 6 boringen gezet. Voorafgaand aan het booronderzoek zijn de boorpunten magnetometrisch op niet-gesprongen conventionele explosieven onderzocht door AVG, waarbij ook kabels en leidingen zijn gedetecteerd. Waar nodig zijn boorpunten tot enkele meters verplaatst naar een locatie die wel vrijgegeven kon worden. Boorpunt 4 is ongeveer 12,5 m naar het noordwesten verplaatst omdat blokken van gewapend beton rond het oorspronkelijke boorpunt magnetometrisch onderzoek onmogelijk maakten. De boringen zijn gezet met een edelmanboor (7 cm Ø) tot tenminste 0,2 m in de onverstoorde pleistocene afzettingen. Het opgeboorde sediment is met de hand verbrokkeld en geïnspecteerd op eventuele archeologische vondsten en indicatoren. De positie van de boringen is ingemeten met behulp van meetlinten ten opzichte van de bestaande bebouwing (nauwkeurigheid 0,1 m). Maaiveldhoogtes zijn afgeleid van het AHN3 (nauwkeurigheid ca. 0,15 m).13 De boringen zijn beschreven conform de NEN 5104 en de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB 2.0).14 De boringen zijn digitaal beschreven (zie bijlage 1).
Afb. 16. Boorpuntenkaart (bron: https://www.pdok.nl).
3.2
Beschrijving onderzoeksresultaten
De top van de laagopeenvolging in het plangebied bestaat uit een tot 0,55 m dikke bouwvoor/verstoorde laag (grijsbruin tot geelbruin, matig siltig en meestal licht grindhoudend, matig fijn zand). In boringen 3, 5 en 6, die in betegelde delen van het plangebied zijn gezet, ligt een dunne laag opgebracht zand op de bouwvoor/verstoorde laag. In deze laag zijn in meerdere boringen zandbrokken aangetroffen. Behalve een fragmentje hard baksteen-
13 14
https://www.ahn.nl/kwaliteitsbeschrijving Bosch, 2008.
26
puin in boring 5 zijn er geen archeologische indicatoren aangetroffen; bodemhorizonten die bij een oorspronkelijke (podzol)bodem horen zijn evenmin aangetroffen. Deze laag zal deels door ploegen ontstaan zijn, maar de dikte ervan wijst er eerder op dat de laag het gevolg is van het bouwrijp maken van de grond ten behoeve van de aanleg van de wijk en de bouw van het schoolgebouw. Onder de bouwvoor/verstoorde laag ligt een pakket overwegend geel, matig siltig en matig grindhoudend, matig fijn zand. Het grind dat in dit pakket is aangetroffen varieert in grootte tussen 2,0 mm en 5,0 cm. Het zand is matig tot slecht gesorteerd en tamelijk hoekig. Samen met het wisselende grindgehalte wijst dit op afzetting door stromend water met fluctuerende stroomsnelheden. In combinatie met de geomorfologische gegevens is dit pakket daarom geïnterpreteerd als smeltwater(waaier)afzettingen. De basis van dit pakket is niet aangeboord. De laagopeenvolging in boring 3 wijkt enigszins af van de hierboven beschreven laagopeenvolging. Onder een 0,15 m dikke laag opgebracht zand ligt een 1,15 m dikke verstoorde laag, die alleen door de aanwezigheid van humeuze vlekken afwijkt van de onverstoorde smeltwater(waaier)afzettingen. Op respectievelijk ca. 0,3 m -mv en ca. 1,1 m -mv zijn een fragment baksteenpuin en een brok beton in deze laag aangetroffen.
Deze verstoring heeft ongetwijfeld te maken met de bouw van het schoolgebouw. Onder de verstoorde laag liggen ook in deze boring onverstoorde smeltwater(waaier)afzettingen.
27
4 Conclusie 4.1
Beantwoording onderzoeksvragen
Wat is de laagopeenvolging en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? De laagopeenvolging in het plangebied bestaat uit een bouw/verstoorde laag op onverstoorde smeltwater(waaier)afzettingen. Afgezien van fragmenten baksteen en beton zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Bodemhorizonten van de oorspronkelijke (podzol)bodem zijn evenmin aanwezig. Het archeologisch relevante niveau, de oorspronkelijke top van de pleistocene afzettingen is niet meer intact. In het hele plangebied vormt een tot 0,55 m dikke bouwvoor/verstoorde laag de top van de laagopeenvolging. Deze laag is waarschijnlijk het gevolg van het bouwrijp maken van de bodem voorafgaand aan de aanleg van de wijk waarin het plangebied ligt. De oorspronkelijke bodem zal geheel hier in opgenomen. Waar het plangebied bestraat of betegeld is, ligt een dunne laag opgebracht zand op de bouwvoor/verstoorde laag. Boring 3, met een verstoringsdiepte van 1,15 m -mv. Dit komt overeen met de verstoringsdiepte van meer dan een meter onder maaiveld zoals aangegeven op de bouwtekeningen van het schoolgebouw. Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten? Er zijn geen aanwijzingen voor archeologische resten. Het archeologisch relevante niveau is niet meer intact.
Welke consequenties zal de uitvoering van het plan hebben op (eventueel) aanwezige archeologische resten? Uitvoering van de voorgenomen ingrepen zal naar het zich laat aanzien geen consequenties voor archeologische resten hebben. Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan dit bestaan? Voor de aanbevelingen zie hieronder.
4.2
Aanbevelingen
Op basis van het bureauonderzoek en het inventariserend veldonderzoek is geconstateerd dat de onbekende of lage tot middelhoge archeologische verwachting naar laag kan worden bijgesteld. Archeologisch vervolgonderzoek is niet noodzakelijk, en de voorgenomen ingrepen kunnen uit archeologisch oogpunt zonder bezwaar uitgevoerd worden Ook in een vrijgegeven plangebied bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016 dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Over de bevindingen en aanbevelingen uit dit onderzoek dient contact opgenomen te worden met het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Nijmegen.
28
Literatuur Archeologische Beleidskaart Nijmegen (ABAK). Bakker, H. de, 1966. De subgroepen van het systeem voor bodemclassificatie voor Nederland. In: Boor en Spade. Bakker, H. de &* J. Schelling, 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. De hogere niveaus. Wageningen. Mulder, E.F.J., M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff & T.E. Wong, 2003. De ondergrond van Nederland. Houten. Roodenburg, F., 2018. Enkstraat Sint Jacobslaan achter 98, Nijmegen, gemeente Nijmegen: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase. Bureau voor Archeologie Rapport 646. Utrecht Stouthamer, E., K.M. Cohen & W.Z. Hoek, 2015. De vorming van het land. Geologie en geomorfologie. Zevende geheel herziene druk. Utrecht. Zijverden, W. van & J. de Moor, 2014. Het groot profielenboek. Fysische geografie voor archeologen. Leiden. Geraadpleegde websites webadres
laatst bezocht op
https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/view
18-11-2020
https://archisarchief.cultureelerfgoed.nl
18-11-2020
https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens
18-11-2020
https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen
18-11-2020
https://www.dinoloket.nl/nomenclator-ondiep
18-11-2020
https://www.google.com/intl/nl/earth/
18-11-2020
https://zoeken.cultureelerfgoed.nl
18-11-2020
http://www.ahn.nl
18-11-2020
http://www.pdok.nl
18-11-2020
http://www.topotijdreis.nl
18-11-2020
http://www.sampl.nl/vondst-met-een-verhaal/een-presentje-uitde-ijstijd-een-voorbewerkt-vuurstenen-werktuig-uit-nijmegen/
18-11-2020
https://kaart.nijmegen.nl/milieu/
23-11-2020
www.ikme.nl
23-11-2020
https://app4.nijmegen.nl/DGD2/Home/Index
22-12-2020
29
Lijst van afbeeldingen Afb. 1. Afb. 2. Afb. 3. Afb. 4. Afb. 5. Afb. 6. Afb. 7. Afb. 8. Afb. 9. Afb. 10. Afb. 11. Afb. 12. Afb. 13. Afb. 14. Afb. 15. Afb. 16.
Ligging plangebied (bron: https://www.pdok.nl). ............................................................................................................ 10 Uitsnede van de beleidskaart van de gemeente Nijmegen. ........................................................................................ 11 Impressie van de nieuwbouw in het plangebied (bron: Wolfs Architecten). ........................................................ 12 Toekomstige situatie van de nieuwbouw in het plangebied (bron: Wolfs Architecten). ................................. 12 Dwarsdoorsnede van de nieuwbouw in het plangebied (bron: Wolfs Architecten). ......................................... 13 Toekomstige situatie van de parkeerkelder onder gebouwen B en C in het plangebied (bron: Wolfs Architecten). ..................................................................................................................................................................................... 13 Uitsnede van de geomorfologische kaart met het plangebied en de directe omgeving (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). ....................................................................................................................................... 17 Het plangebied en omgeving op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN3, ruw; bron: https://www.ahn.nl).
...................................................................................................................................................................... 17 Uitsnede van de bodemkaart met het plangebied en directe omgeving (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). ....................................................................................................................................... 18 AMK-terreinen, onderzoeksmeldingen en vondstlocaties (bron: ARCHIS3). ........................................................ 18 Het plangebied op een uitsnede van de topografische kaart uit ca. 1850. De stadswallen en andere versterkingen van Nijmegen zijn met een groene pijl aangegeven (bron: https://www.topotijdreis.nl). . 22 Het plangebied op een uitsnede van de topografische kaart uit ca. 1900 (bron: https://www.topotijdreis.nl). ...................................................................................................................................................... 22 Het plangebied op een uitsnede van de topografische kaart uit ca. 1950 (bron: https://www.topotijdreis.nl). ...................................................................................................................................................... 23 Het plangebied op een topografische kaart uit 1988 (bron: http://www.topotijdreis.nl). ..............................
23 Het plangebied op een topografische kaart uit 1997 (bron: http://www.topotijdreis.nl). .............................. 24 Boorpuntenkaart (bron: https://www.pdok.nl)................................................................................................................... 26
Lijst van tabellen Tabel 1. Tabel 2.
Onderzoeksmeldingen (bron: ARCHIS3) .............................................................................................................................. 19 Vondstlocaties (bron: ARCHIS3)............................................................................................................................................... 20
Lijst van bijlagen Bijlage 1. Boorbeschrijvingen en boorstaten.......................................................................................................................................... 31
........................................................................................................................................
30
Bijlage 1
Boorbeschrijvingen en boorstaten
31
BNR LDB LG 1
OXR IK
TK
HK VLK IVLK HKVLK LIT BIJM ZMK BH GP AIS
0
GR BR
Z
S2
ZMF
15 BSE
GE
BR
Z
S2
ZMF
25 BSE
BR
GR
Z
S2
ZMF
H2 G2
GE
Z
S2
ZMF
G2
50 BSE
NVS KBS SST BHN BHT BI
H2 G1 ZB1
GI
BT G7
bouwvoor; matig gesorteerd, subrounded
XX
G7
verstoord; matig gesorteerd, subangular
XX
G7
verstoord; matig gesorteerd, subangular
fluvioglaciale/smelwaterafzettingen
150 2
0 30 BSE
BR DO
GR
Z
S2
ZMF
GE
Z
S2
ZMF
H2
FE1 G1
ZB1
BV
FE1
fluvioglaciale/smelwaterafzettingen
0 15 BGE
DO
GE
Z
S1
ZMF
G7
bouwvoor; matig gesorteerd, subangular matig gesorteerd, subangular; grindgehalte iets wisselend einde boring
OPG
G7
opgebrachte grond; goed gesorteerd, subangular
GE
Z
S2
ZMF
G1 BST1
XX
G7
verstoorde laag; matig gesorteerd, subangular
GR GE
Z
S2
ZMG
G2 BST1 FE1
XX
G7
verstoorde laag; matig gesorteerd, subangular; humusvlekken; fragment beton op 1,10 m -mv
130 BDI
GE
Z
S2
ZMF
G1
G7
matig gesorteerd, subangular
G7
einde boring
FE1
fluvioglaciale/smelwaterafzettingen
0
BR
GR
Z
S2
ZMF
H2 G1
GE
Z
S2
ZMF
G2
55 BDI
GE
Z
S2
ZMF
G1
80 BDI
GE
Z
S2
ZMF
G1
DO
ZB1
BV
G7
bouwvoor; matig gesorteerd, subangular
G7
matig gesorteerd, subangular,
fluvioglaciale/smelwaterafzettingen
G7
matig gesorteerd, subangular
fluvioglaciale/smelwaterafzettingen
G7
matig gesorteerd, subangular; vooral fijn grind, sporadisch grof grind
G7
einde boring
OPG
G7
XX
G7
opgebrachte grond; goed gesorteerd, subangular bouwvoor; matig gesorteerd; met enkele fragmentjes hard baksteenpuin; matig gesorteerd, subangular
XX
G7
verstoord; slecht gesorteerd, subangular
FE1
120 0
GE
Z
S1
ZMF
10 BSE
BR
Z
S2
ZMF
H2 G1 BST1 FE1
BR
Z
S2
ZMF
H2 G1
FE1
35 BGE
GE
ZB1
55 BSE
LI
OR
Z
S2
ZMF
G1
FE1
fluvioglaciale/smelwaterafzettingen
G7
matig gesorteerd, subangular,
85 BGE
LI
OR GE
Z
S2
ZMF
G2
FE1
fluvioglaciale/smelwaterafzettingen
G7
matig gesorteerd, subangular
G7
einde boring
G7
opgebrachte grond; matig gesorteerd, subangular
120 6
einde boring
55 BGE
30 BSE
5
G7 G7
170 4
G7
G7
120 3
BDM OPM
BV
0 15 BSE
Z
S1
ZMF
G1 H2 G1
BR
Z
S1
ZMF
OR BR
Z
S1
ZMF
50 BGE
OR GE
Z
S2
ZMF
G2
70 BGE
GE
Z
S2
ZMG
G1
100 BDI
GE
Z
S2
ZMF
40 BSE
BR
GE LI
OPG
G7
opgebrachte grond; matig gesorteerd, subangular
FE1
OPG fluvioglaciale/smelwaterafzettingen
G7
matig gesorteerd, subangular
FE1
fluvioglaciale/smelwaterafzettingen
G7
slecht gesorteerd, angular; geband; grind tot 5 cm
fluvioglaciale/smelwaterafzettingen
G7
slecht gesorteerd, subangularr; geband; grind tot 2 cm
fluvioglaciale/smelwaterafzettingen
G7
matig gesorteerd, subangular
150
einde boring
32
33