11. Advies adviescommissie JMG op omgevingsvisie Nijmegen_Geredigeerd
Tekst van het document
College van burgemeester en wethouders Postbus 9105 6500 HG Nijmegen
Nijmegen, 13 mei 2025
Betreft:
gevraagd advies JMG over de ontwerp-omgevingsvisie Nijmegen
Geacht college,
Bij deze brengen wij u, op uw verzoek, advies uit over de Omgevingsvisie gemeente Nijmegen die u ons in concept hebt toegestuurd. De Omgevingsvisie is een veel omvattend document geworden waarin economische en maatschappelijke ontwikkelingen in verband worden gebracht met noodzakelijke en gewenste ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Als zodanig is het een knap stuk werk waarvoor wij u graag complimenteren. Het spreekt ons aan dat bij het tot stand komen van dit visiedocument de inbreng van niet alleen bedrijven en maatschappelijke organisaties maar ook van inwoners is meegenomen, onder meer door stads- en stadsdeelgesprekken. Wij waarderen het dat deze Omgevingsvisie voortbouwt op een voorgaand visieverhaal met als titel ‘Stad in beweging 2020-2040’ en dat het nu onder de naam ‘De nabije stad’ vooruitkijkt tot het jaar 2050. Het is een dynamisch document, dat de komende jaren voortdurend zal mee-evolueren met bestaande en nieuwe ontwikkelingen, steeds met betrokkenheid van inwoners. Als adviescommissie Jeugd, Maatschappelijke Ondersteuning en Gezondheid (JMG) hebben wij bij het lezen van de Omgevingsvisie natuurlijk vooral gelet op de betekenis die dit stuk zal hebben voor de jeugd van Nijmegen, voor de inwoners met een beperking en voor de mensen die gebruik maken van of in aanmerking komen voor enige vorm van maatschappelijke opvang.
Dat zijn immers de mensen voor wie u beleid ontwikkelt en uitvoert waarover wij u adviseren. De Omgevingsvisie brengt ons tot een aantal vragen en tot enkele adviezen annex pleidooien die wij u bij deze graag voorleggen. 1. Gebruik van begrippen en formuleringen Op p. 26 staat: ‘Er is een groeiende scheidslijn tussen praktisch en theoretisch opgeleiden. In Nijmegen wonen veel theoretisch opgeleiden en veel praktisch opgeleiden, en juist relatief weinig mensen in middenberoepen.’ 1
U zet in deze zin twee groepen op basis van opleiding naast een groep op basis van beroep. Dat wringt een beetje, te meer doordat u niet duidelijk maakt wat middenberoepen precies zijn. Zijn dat misschien de mensen die een middelbare beroepsopleiding hebben gehad? Of kunnen het ook theoretisch opgeleiden zijn die minder theoretisch werk doen? Opleiding gaat niet zonder meer gelijk op met inkomen. Het huidige tekort aan praktische vaklieden maakt juist dat deze mensen vaak een hoger inkomen kunnen verwerven dan veel theoretisch opgeleiden. Daarmee zouden zij juist een middenpositie innemen, als het gaat om werk en inkomen. Te vaak nog worden mbo-opgeleiden over het hoofd gezien en niet op waarde geschat. Advies: Geef een duidelijke omschrijving van wat u onder ‘middenberoepen’ verstaat. Overweeg ook een toelichting op de verhouding tussen opleiding, beroep en inkomen in het licht van de lokale arbeidsmarkt. 2. Kansenongelijkheid en gemengde wijken Daarmee willen wij niets afdoen aan het bestaan van grote verschillen binnen de stad. U constateert zelfs een ruimtelijke scheidslijn dwars door Nijmegen, met verschillen in ‘sociaal klimaat, inkomen, onderwijsniveau en gezondheid’. Er is sprake van kansenongelijkheid tussen stadsdelen. Tegelijk schrijft u, onder meer op p.
70, te streven naar gemengde en diverse woonwijken ‘waar mensen met verschillende leefstijlen en omstandigheden elkaar tegenkomen’. Zo streeft u ernaar om ‘sociale draagkracht en draaglast meer met elkaar in evenwicht te brengen en kansenongelijkheid tegen te gaan’. Wij vinden dit een loffelijk streven, maar wij verwachten dat dit geen geringe opgave zal zijn, te meer omdat er op dit moment nog kwetsbare wijken zijn, zoals u zelf schrijft. Wijken met veel inwoners in een kwetsbare positie. Deze Omgevingsvisie bevat geen concrete aanwijzingen hoe deze wijken de door u gewenste gemengde wijken kunnen worden. Dat vraagt aanzienlijke investeringen niet alleen in de fysieke infrastructuur, maar vooral ook in de sociale. Dan gaat het bijvoorbeeld om voorzieningen, in de vorm van buurthuizen en wijkcentra, én in sociale ondersteuning, in de vorm van opbouwwerk en buurtwerk. U wilt daarvoor onder meer sportvoorzieningen gaan inzetten (p. 66). Dat is een goed idee. Wij wijzen u erop dat er bij deze voorzieningen nog een aanzienlijke drempel ligt voor bepaalde groepen inwoners. Wij denken dan aan ouderen, mensen met een beperking en inwoners met een migratieachtergrond. Ook op p. 26: ‘De verwachting is dat het aantal inwoners in een kwetsbare positie zal toenemen.’ U geeft verder niet aan wat u onder een kwetsbare positie verstaat.
Even daarvoor, op dezelfde pagina, heeft u het gehad over de kansenongelijkheid in de stad en de groeiende kloof tussen inwoners onder meer wat betreft inkomen en gezondheid. U noemt ook kwetsbare wijken. U schrijft niet waarom u verwacht dat het aantal kwetsbare inwoners toeneemt. Advies: Licht toe wat u onder een ‘kwetsbare positie’ verstaat en waarop deze verwachting is gebaseerd. Is de toename een gevolg van bevolkingsgroei, vergrijzing of andere sociaaleconomische trends?
2
3. Specifieke aandacht voor kwetsbare groepen Nu de Omgevingsvisie niet nader specificeert welke inwoners in een kwetsbare positie verkeren, willen wij u graag erop wijzen dat deze inwoners met enige zekerheid een heterogene verzameling vormen. Het is niet één groep. De aard en achtergrond van die kwetsbaarheid maken uit: voor hun eigen ervaring, voor hun wensen en behoeften en dus ook voor de betekenis die beleid voor hen kan hebben. Wij begrijpen dat in een omvattend document als de Omgevingsvisie niet iedere groep apart benoemd kan worden, maar bij elkaar vormen de verschillende kleinere groepen kwetsbare inwoners toch een aanzienlijk deel van de Nijmeegse bevolking. Zonder u te vragen al deze groepen te noemen in de Omgevingsvisie, willen wij in dit advies toch nog eens in herinnering brengen om welke groepen het gaat. Jeugd Nijmegen is een relatief jonge stad. Dat komt vooral door het grote aantal 18- tot 29-jarige inwoners, i.c. vooral studenten van de Radboud Universiteit of de HAN. Als Adviescommissie JMG hebben wij natuurlijk speciaal oog voor de groep daar net onder, de 0- tot 18-jarigen, de jeugd. Zij zijn op een eigen manier kwetsbaar en als het om hun omgeving gaat hebben zij een buurt nodig waar zij veilig en gezond kunnen opgroeien, waar zij in de buurt naar school kunnen gaan en kunnen spelen en sporten en waar zij zich thuis kunnen voelen.
Voor kinderen, de jeugd tot ongeveer 12 jaar, betekent dit bescherming tegen druk verkeer en vervuiling, maar ook de mogelijkheid om veilig te spelen. In de Omgevingsvisie wordt dat wel genoemd, maar krijgt weinig nadruk. Advies: Geef in de Omgevingsvisie explicieter aandacht aan het belang van veilige speelomgevingen en voldoende speelvoorzieningen voor kinderen. Voor de oudere jeugd, van 12 tot 18 jaar, voorziet de Omgevingsvisie wel in een uitbreiding van het aantal Jongerenontmoetingsplekken (JOP’s) in Nijmegen Noord (p. 154), maar over vergelijkbare voorzieningen in andere stadsdelen zegt de Omgevingsvisie niets. Advies: Wij pleiten ervoor om in de Omgevingsvisie expliciet de noodzaak op te nemen van voorzieningen waar jongeren elkaar kunnen ontmoeten, in alle stadsdelen en in iedere wijk, zo mogelijk met een vorm van ondersteuning. Inwoners met een beperking Naar schatting leeft ongeveer 15 tot 20 procent van de inwoners van Nijmegen met enige vorm van beperking. Het gaat om uiteenlopende beperkingen: lichamelijk, verstandelijk, zintuiglijk, psychisch. Niet alleen de aard van de beperking is verschillend, maar ook de ernst en daarmee de mate waarin de beperking een volwaardige deelname aan de samenleving bemoeilijkt.
De Omgevingsvisie is misschien niet de plaats om daarop in te gaan, maar bij een visie op de omgeving en bij de inrichting van de openbare ruimte moet er wel rekening worden gehouden met deze inwoners. De gemeente Nijmegen heeft zich verbonden aan het VN-Verdrag voor mensen met een beperking en de gemeente heeft een eigen Actieprogramma Inclusie ontwikkeld. Dat is u bekend, maar wij vinden het goed om dit op een of meer plaatsen in de Omgevingsvisie nog eens uitdrukkelijk te vermelden. Advies: Veranker expliciet in de Omgevingsvisie dat de gemeente rekening houdt met de uiteenlopende behoeften van inwoners met een beperking. Faciliteer buurten waarin iedereen zich welkom voelt – ook mensen met psychosociale of verstandelijke beperkingen.
3
Maatschappelijke opvang Dak- en thuislozen en andere mensen die in aanmerking komen voor een of andere vorm van maatschappelijke opvang zijn bij uitstek inwoners in een kwetsbare positie. Het zijn vaak de meest kwetsbare mensen in onze stad. Nijmegen heeft verschillende voorzieningen voor ondersteuning en opvang van deze mensen, en ook zorgwoningen. Later dit jaar zal het Regionaal Actieplan Dakloosheid worden vastgesteld dat voorziet in een samenhangende aanpak van dak- en thuisloosheid in de regio. Nijmegen is een Stad voor iedereen, zoals het Coalitieakkoord van het huidige College stelt. Dat betekent dat ook deze groep erbij hoort, hoe moeilijk dat soms ook is. Dat mag ook in de Omgevingsvisie worden benoemd. Wij pleiten ervoor om in de Omgevingsvisie rekening te houden met inwoners die minder vanzelf in de pas lopen, de mensen die buiten de boot (dreigen te) vallen zoals dak- en thuislozen. Advies: Benoem in de visie de uitgangspunten van de Wonen Eerst-aanpak. Zorg dat ondersteuning in kwetsbare wijken laagdrempelig en fysiek zichtbaar aanwezig is, bijvoorbeeld via jongerencentra, steunpunten of locaties met inzet van ervaringsdeskundigen. Overige kwetsbare groepen Er zijn nog andere inwoners die kwetsbaar zijn, zoals ongedocumenteerde mensen, bewoners van de voorzieningen voor asielzoekers in Nijmegen, en statushouders.
Naar verwachting zal Nijmegen ook de komende 25 jaar een aantal van deze mensen herbergen. Voor deze groepen zijn goed vindbare en toegankelijke voorzieningen ook belangrijk. Advies: Noem deze groepen expliciet in de visie, als erkenning van hun aanwezigheid en kwetsbaarheid, en als signaal dat zij worden meegenomen in beleid en ruimtelijke planning. 4. Regioperspectief Een heel ander punt betreft de Visie en samenwerkingsagenda Rijk van Nijmegen die u in maart aan de gemeenteraad heeft voorgelegd. Dit document is vastgesteld door de zeven gemeenten van het Rijk van Nijmegen. Een van de drie kernopgaven in dit stuk betreft het ‘slim omgaan met verstedelijkingsdruk’ waaronder met name de ruimtelijke ordening in en rond Nijmegen wordt bedoeld. Op basis van dit visiestuk zal nu een werkprogramma worden opgesteld. Het verbaast ons dat dit initiatief geen vermelding heeft gekregen in de Omgevingsvisie. De samenwerking in de Groene Metropoolregio wordt wel genoemd, evenals die met de provincie en het Rijk. Als naaste buren verdienen de zes gemeenten waarmee Nijmegen het Rijk van Nijmegen vormt toch enige aandacht in uw Omgevingsvisie, menen wij. Advies: Neem de Visie en samenwerkingsagenda Rijk van Nijmegen expliciet op in de Omgevingsvisie, net als de Groene Metropoolregio, om het regionale perspectief volledig te maken.
Tot slot willen wij nog eens onze waardering uitspreken voor dit veel omvattende en tot in details mooi uitgewerkte document. Het is een stuk dat een vaste basis kan vormen voor de ongetwijfeld dynamische ontwikkelingen in de komende 25 jaar.
4
Wij hebben met onze inbreng enige verheldering en nuancering willen aanbrengen. Wij wensen u veel succes bij het vaststellen van een definitieve versie. Met vriendelijke groeten, voorzitter adviescommissie JMG Adviescommissie JMG secretaris postbus 9105 6500 HG Nijmegen
5