CConstaterende datNijmegen
Koppel je AI →
Document · PDF

1. aanvullend onderzoek marterachtigen

Besluitronde (raadsvergadering) 24 april 2024, gemeente NijmegenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Nijmegen Kanaalhavens - 11 (Wolfskuilseweg 254) (23/2024)4.194 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Wolfskuilseweg 254, Nijmegen

Versie: Definitief

Colofon Titel:

Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Wolfskuilseweg 254, Nijmegen

Projectcode Versie: Datum

P04733 Definitief 18-07-2023

Opdrachtgever:

Pro Ruimte B.V. Kerkplein 5 8121 BM Olst

Uitvoerder

Email: Website:

GRAS Advies bv Bedrijvenpark Twente 412 7602 KM Almelo ecologie@grasadvies.nl https://grasadvies.nl/

Contactpersoon: Telefoon: Email:

M. Witjes 074 - 202 02 58 Michael.witjes@grasadvies.nl

Projectcode: P04733 Versie: Definitief

Pagina 1 van 18

Huismanstraat 6 6851 GT Huissen

Inhoudsopgave 1

Inleiding.............................................................................................................................................. 4

1.1

Inleiding.............................................................................................................................................. 4

1.1

Samenvatting ..................................................................................................................................... 5

1.2

Projectgebied ..................................................................................................................................... 6

1.3

Voorgenomen ontwikkeling en werkzaamheden ............................................................................... 7

2

Werkwijze........................................................................................................................................... 8

2.1

Kleine marterachtigen en steenmarter .............................................................................................. 8

2.1.1

Werkwijze........................................................................................................................................... 8

2.2

Uitvoering locatieonderzoeken .......................................................................................................... 9

3

Resultaten ........................................................................................................................................ 10

3.1

Kleine marterachtigen ...................................................................................................................... 10

3.2

Steenmarter ..................................................................................................................................... 10

4

Conclusies en advies ....................................................................................................................... 11

5. Bronnen ....................................................................................................................................................... 12

Projectcode: P04733 Versie: Definitief

Pagina 2 van 18

Bijlagen Bijlage 1: Wet natuurbescherming Bijlage 2: Stappenplan Ministerie van Economische Zaken

Projectcode: P04733 Versie: Definitief

Pagina 3 van 18

1 Inleiding 1.1

Inleiding

De initiatiefnemer is voornemens om een bestaande schuur met asbest dak te slopen en een nieuwe schuur te plaatsen aan de Wolfskuilseweg 254 in Nijmegen. Verder wordt er in het projectgebied één of twee extra woningen gebouwd (één bouwmassa). De exacte planning van de werkzaamheden is nog niet bekend. Bij dergelijke ruimtelijke ingrepen dient rekening gehouden te worden met beschermde gebieden, houtopstanden en plant- en diersoorten. De Wet natuurbescherming omvat de regelgeving betreffende deze soorten en gebieden. De Wet natuurbescherming is van kracht sinds januari 2017 en vervangt de drie oude wetten: ‘Natuurbeschermingswet 1998’, ‘Boswet’ en ‘Flora- en Faunawet’. Doelstelling van de Wet natuurbescherming is bescherming van de biodiversiteit, decentralisatie van verantwoordelijkheden en vereenvoudiging van regelgeving. Uit de resultaten van de verkennende onderzoeken (quickscan) flora en fauna van de verschillende deelgebieden van het projectgebied (Gras Advies, 2022) blijkt dat in het projectgebied mogelijk steenmarter en kleine marterachtigen voorkomen. Op basis hiervan is besloten nader onderzoek naar deze soortgroepen uit te voeren.

Doelstelling rapport Het doel van dit aanvullend onderzoek is om uitsluitsel te geven over de aanwezigheid en aantallen beschermde diersoorten in het projectgebied, de mogelijke functies van het projectgebied voor deze soorten, de mogelijke effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventuele noodzakelijke vervolgstappen. Dit rapport presenteert de uitkomsten van het aanvullend onderzoek ). GRAS advies GRAS Advies voert verkennende veldonderzoeken uit volgens de geldende soortprotocollen. De medewerkers ecologie zijn middels opleiding en ervaring bevoegd voor de verrichte werkzaamheden. Daarnaast is het project uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van GRAS Advies. Het kwaliteit managementsysteem van GRAS Advies is ISO NEN-EN-ISO 9001:2015 gecertificeerd.

Projectcode: P04733 Versie: Definitief

Pagina 4 van 18

1.1

Samenvatting

Steenmarter Het projectgebied is geschikt als foerageergebied voor steenmarters en heeft geschikte schuilplaatsen in de vorm van dichte struiken, een kas en verschillende schuurtjes. Echter zijn er in de onderzoeksperiode geen waarnemingen gedaan door de aanwezige wildcamera van steenmarter. Verder zijn er geen sporen die duiden op een verblijfplaats. De voorgenomen ontwikkeling resulteert daarmee niet in verlies leef- en foerageergebied en mogelijk ook rust- en/of nestplaatsen. Er is redelijkerwijs te concluderen dat de voorgenomen ontwikkelingen geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van de steenmarter. Kleine marterachtigen Er zijn geen sporen aangetroffen van kleine marterachtigen in de sporenbuizen. Verder zijn er ook geen kleine marterachtigen waargenomen op de aanwezige wildcamera. De aanwezigheid van rust- en/of nestplaatsen binnen het projectgebied is daardoor niet aannemelijk. De huidige voorgenomen ontwikkelingen resulteren daarmee niet in verlies van leef- en foerageergebied en mogelijk ook rust- en/of nestplaatsen. Er is redelijkerwijs te concluderen dat de voorgenomen ontwikkelingen geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van kleine marterachtigen.

Wet natuurbescherming Een ontheffing op de Wet natuurbescherming is voor de uitvoering van de werkzaamheden niet nodig/benodigd voor de voorgenomen ontwikkelingen aan de Wolfskuilseweg 254 te Nijmegen. Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a) voorkomen, b) beperken en c) ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.” Advies Geadviseerd wordt de resultaten en conclusies voor te leggen aan het bevoegd gezag, de provincie Gelderland.

Projectcode: P04733 Versie: Definitief

Pagina 5 van 18

1.2

Projectgebied

Het projectgebied is gelegen in Nijmegen aan de Wolfskuilseweg 254 (Afbeelding 1.1). Het is gelegen in het centrum van de stad. Het gebied grenst aan de zuidzijde aan de Wolfskuilseweg. Aan de noord- en westzijde grenst het aan grasland. Aan de oostzijde bevinden zich woningen. Het projectgebied heeft een oppervlakte van ca. 9500m2, en bestaat uit een woonhuis, schuur, aangelegde tuin met kas, een oud kippenhok en een grasweide (Afbeelding 1.2).

Afbeelding 1.1 Ligging van het projectgebied (rood kader).

Afbeelding 1.2 Luchtfoto van het projectgebied (rood kader). Projectcode: P04733 Versie: Definitief

Pagina 6 van 18

1.3

Voorgenomen ontwikkeling en werkzaamheden

De initiatiefnemer is voornemens de grote schuur met asbest dak te slopen en er een kleinere schuur voor terug te plaatsen. Op het grasland worden één of twee woningen (één bouwmassa) met parkeergelegenheid gerealiseerd (zie afbeelding 1.3). De oude kippenschuur in de tuin wordt verwijderd.

Afbeelding 1.3. Schets toekomstige situatie.

Projectcode: P04733 Versie: Definitief

Pagina 7 van 18

2 Werkwijze 2.1

Kleine marterachtigen en steenmarter

2.1.1

Werkwijze

Onderzoek naar kleine marterachtigen en steenmarter is maatwerk en verschilt per projectgebied. De provincie Gelderland kent geen vrijstellingen voor de bunzing, hermelijn, wezel en steenmarter. Dit betekent dat er bij ruimtelijke ontwikkeling onderzoek gedaan moet worden naar de aanwezigheid en van deze soorten en de functie van het gebied voor deze soorten. Onderzoeksmethoden Er zijn geen landelijke soortenstandaarden die eisen geven aan dit soort onderzoek. De ‘Brochure Soortenbescherming in Overijssel’ geeft aan dat er verschillende geschikte onderzoeksmethoden zijn om de aanwezigheid van een of meer soorten kleine marterachtigen vast te stellen. Voor het nader onderzoek aan de Wolfskuilseweg 254 in Nijmegen wordt gebruikt gemaakt van sporenbuizen en een wildcamera. Verder wordt bekeken waar in het projectgebied functies aanwezig zijn voor kleine marterachtigen en steenmarter. De waarnemingsapparatuur is geplaatst op de meest kansrijke locaties. Wildcamera Een wildcamera maakt beelden (foto’s of video’s) van langslopende diersoorten, zonder zelf heel opvallend te zijn. Zo kan de camera ook schuwe en nacht-actieve diersoorten zoals de kleine marters en steenmarter op beeld krijgen. Er kan eventueel lokmiddel gebruikt worden om de trefkans te vergroten. Een voordeel van de camera is dat een diersoort op beeld staat.

Een nadeel is dat een camera een relatief klein gebied in kaart brengt. De handreiking geeft aan dat een reguliere cameraval alleen voor de bunzing en steenmarter te gebruiken is. Sporenbuis Een sporenbuis is een buis met een inktmatje en een wit geschilderd afdrukdeel. Wanneer een wezel of hermelijn door de sporenbuis kruipt, loopt deze over het inktmatje en komen er pootafdrukken op het houten plankje. Er kan eventueel lokmiddel gebruikt worden om de trefkans te vergroten. Een voordeel is dat de kosten van de buizen laag zijn. Sporenbuizen zijn voor de wezel en hermelijn te gebruiken. Kansrijke gebieden Kansrijke gebieden zijn gebieden waar de kans het grootst is om een kleine marterachtige en steenmarter waar te nemen. Deze gebieden moeten aan een aantal eisen voldoen. • Foerageergebied met voldoende schuilmogelijkheden: Kleine marterachtigen en steenmarter hebben een voorkeur voor kleinschalig landschap waar genoeg schuilmogelijkheden te vinden zijn, zoals bosranden, struwelen, extensief beweide percelen en natuurgraslanden. • Verbindingsroutes: Verbindingen tussen gebieden is van essentieel belang voor kleine marterachtigen en egel om toegang te hebben tot zowel foerageergebieden als rust- en nestplaatsen. Verbindingsroutes dienen voldoende beschutting te bieden tegen predatie door o.a. roofvogels.

Verbindingsroutes bestaan uit onder meer bosranden, takkenrillen, hagen, houtwallen, struweelvegetaties, hogere graslandvegetaties en begroeide greppels. • Rust en nestplaatsen: Alle (kleine) marterachtigen maken gebruik van meerdere rust- en verblijfplaatsen verspreid over het territorium. Rust- en nestplaatsen zijn vaak holen van andere (prooi)dieren zoals konijnen, maar ook houtstapels, holle bomen, mollennesten, takkenrillen, hooi- en strobalen en bebouwing zoals schuurtjes, stallen, kelders en hooizolders. Hoeveelheid inventarisatiemiddelen Hoeveel inventarisatiemiddelen er gebruikt moeten worden hangt af van de potentiële aanwezige verblijfplaatsen, verbindingszones en foerageergebieden en het toekomstig gebruik van het projectgebied. Het projectgebied is in zijn geheel geschikt als leefgebied voor kleine marterachtigen en steenmarter, verspreid in dit gebeid is 1 cameraval met lokstof geplaatst en zijn 6 sporenbuizen uitgezet (Afbeelding 2.1). Tijdens het eerste loca-

Projectcode: P04733 Versie: Definitief

Pagina 8 van 18

tiebezoek zijn de definitieve locaties van de waarnemingsapparatuur bepaald aan de hand van de meest kansrijke locaties. De materialen hebben minimaal 6 weken op locatie gelegen, om de week wordt tijdens een locatiebezoek gekeken naar de resultaten.

Afbeelding 2.1. Locaties materiaal.

2.2

Uitvoering locatieonderzoeken

In totaal zijn 4 locatieonderzoeken uitgevoerd. De weersomstandigheden en andere informatie van elk locatieonderzoek is weergegeven in tabel 2.1. Tabel 2.1. Overzicht locatieonderzoeken. Datum

Soort

Tijdstip

Weersomstandigheden

11-05-2023

(kleine) marterachtigen

09.39 - 11.00

12° C, bewolkt, droog, wind NO, 1 Bft

24-05-2023

(kleine) marterachtigen

14.51 – 15.28

15° C, licht bewolkt, droog, wind N, 2 Bft

06-06-2023

(kleine) marterachtigen

12.01 – 13.00

18° C, onbewolkt, droog, wind N, 3 Bft

26-06-2023

(kleine) marterachtigen

13.03 – 14.03

23° C, licht bewolkt, droog, wind W, 4 Bft

Projectcode: P04733 Versie: Definitief

Pagina 9 van 18

3 Resultaten 3.1

Kleine marterachtigen

In de directe omgeving van het projectgebied is een waarneming bekend van een bunzing (NDFF; waarneming.nl). Dit betreft een waarneming uit 2019. Echter zijn geen sporen van kleine marterachtigen (wezel/hermlijn/bunzing) tijdens de onderzoeksperiode aangetroffen in de uitgezette sporenbuizen en op de aanwezige wildcamera (Afbeelding 2.1). Het is hiermee vastgesteld dat het projectgebied geen onderdeel van het leefgebied is van kleine marterachtigen. Effectenbeoordeling Er is redelijkerwijs te concluderen dat de voorgenomen ontwikkelingen geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van kleine marterachtigen. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor kleine marterachtigen is niet nodig.

3.2

Steenmarter

In de directe omgeving van het projectgebied zijn bekende waarnemingen van steenmarter (NDFF; waarneming.nl). Dit is een recente waarneming uit 2023. Echter zijn er in de onderzoeksperiode geen waarnemingen gedaan door de aanwezige wildcamera van steenmarter (Afbeelding 2.1). Verder zijn er ook geen sporen die duiden op een verblijfplaats. Het is hiermee vastgesteld dat het projectgebied geen onderdeel van het leefgebied is van steenmarter. Effectenbeoordeling Er is redelijkerwijs te concluderen dat de voorgenomen ontwikkelingen geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van steenmarter. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor steenmarter is niet nodig.

Projectcode: P04733 Versie: Definitief

Pagina 10 van 18

4 Conclusies en advies Kleine marterachtigen Er zijn geen sporen aangetroffen van kleine marterachtigen in de sporenbuizen en op de wilcamera. De aanwezigheid van rust- en/of nestplaatsen binnen het projectgebied is daardoor niet aannemelijk. De huidige voorgenomen ontwikkelingen resulteren daarmee niet in een leef-, foerageergebied en mogelijk ook rust- en/of nestplaatsen. Steenmarter Het projectgebied is geschikt als foerageergebied voor steenmarters en heeft geschikte schuilplaatsen in de vorm van dichte struiken, een kas en verschillende schuurtjes. Echter zijn er in de onderzoeksperiode geen waarnemingen gedaan door de aanwezige wildcamera van steenmarter. Verder zijn er geen sporen aangetroffen die duiden op een verblijfplaats. De voorgenomen ontwikkeling resulteert daarmee niet in verlies leefen foerageergebied en mogelijk ook rust- en/of nestplaatsen. Er is redelijkerwijs te concluderen dat de voorgenomen ontwikkelingen geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van de steenmarter. Wet natuurbescherming Een ontheffing op de Wet natuurbescherming is voor uitvoering van de werkzaamheden niet nodig voor de voorgenomen ontwikkelingen aan de Wolfskuilseweg 254 te Nijmegen. Advies Geadviseerd wordt de resultaten en conclusies voor te leggen aan het bevoegd gezag, de provincie Gelderland.

Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, als mede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a) voorkomen, b) beperken en c) ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.”

Projectcode: P04733 Versie: Definitief

Pagina 11 van 18

5. Bronnen GRAS Advies, Rapportage quickscan flora & fauna Wolfskuilseweg 254 te Nijmegen, 2022 Brochure soortenbescherming, Provincie Overijssel, 2019 Handreiking wezel, hermelijn en bunzing, Provincie Noord Holland, 2017 La Haye, M., V. Dijkstra & H. Hollander (2015). Meetnetontwerp bunzing, boommarter en eikelmuis. Ten behoeve van NEM-Zoogdieren. Rapport 2015.28. Bureau van de Zoogdiervereniging, Nijmegen. ArcGIS (2022). Geografisch informatiesysteem met kaarten van Esri, Natura2000 en NNN. Geraadpleegd: 05-07-2023. https://www.natuurinclusief.nl/wp-content/uploads/Lijst-beschermde-soorten-Wnb-NatuurInclusief.pdf Hunnink, S. (2022). Lijst beschermde soorten Wet natuurbescherming. Natuurinclusief, Borculo. 13 p. Geraadpleegd: 05-07-2023. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ Provinciale verordening m.b.t. de Wet natuurbescherming en vrijgestelde soorten. Geraadpleegd op 05-07-2023 Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In de NDFF zijn waarnemingen beschikbaar met exacte locatiegegevens. Geraadpleegd op 06-06-2023 https://www.waarneming.nl Database van voorkomen van flora- en fauna in Nederland. Geraadpleegd op 06-06-202 https://www.stichtingkleinemarters.nl SKM doet onderzoek naar kleine marterachtigen (bunzing, wezel en hermelijn). Geraadpleegd op 06-06-2023

Projectcode: P04733 Versie: Definitief

Pagina 12 van 18

6. Woordenlijst Geldigheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. Het bevoegd gezag hanteert de volgende definitie voor de geldigheid van onderzoeken naar beschermde soorten: “Onderzoeksgegevens hebben een beperkte geldigheidstermijn. Voor vogels en soorten genoemd op Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn hanteren we daarom een geldigheidstermijn van maximaal 3 jaar. Voor soorten genoemd op de bijlage bij de wet natuurbescherming is deze periode 5 jaar.” Dit rapport gaat in op de effecten van de ontwikkeling zoals beschreven in de aanleiding van het onderzoek. Wijzigingen of aanpassingen in de ontwikkeling kunnen tot andere conclusies ten aanzien van de effecten op beschermde soorten leiden. Zorgplicht ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, als mede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. In de praktijk betekend dit: 1. Voorkomen dat er schade wordt toegebracht aan flora en fauna 2. Beperken dat er schade wordt toegebracht aan flora en fauna 3.

Ongedaan maken van toegebrachte schade Een voorbeeld van invulling geven aan de zorgplicht:  Bij het kappen van bomen controleren op mogelijke broedgevallen buiten het broedseizoen om. Passende gedragscode Een gedragscode is een ontheffing voor de beschreven maatregelen in bepaalde werken. De gedragscode geeft invulling aan de zorgplicht en het zorgvuldig handelen. Er zijn diverse gedragscodes, afhankelijk van het type werk: besteding beheer en onderhoud of ruimtelijke ingrepen. Gedragscode worden goedgekeurd door het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, en hebben een geldigheidsduur van 5 jaar. Vervolgens dienen deze opnieuw gekeurd te worden.

Projectcode: P04733 Versie: Definitief

Pagina 13 van 18

Bijlage 1: Wet natuurbescherming De oude natuurwetgeving met ‘de Natuurbeschermingswet 1998’ en ‘de Flora- en Faunawet’ is per januari 2017 veranderd in de Wet natuurbescherming. Hieronder wordt de inhoud van de Wet natuurbescherming toegelicht. Natura 2000 De bescherming van de ca. 164 Natura 2000-gebieden in Nederland blijft behouden in de Wet natuurbescherming. In Natura 2000-gebieden zijn de Europese richtlijnen van kracht. De Europese Unie (EU) heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote waarde is. Om deze natuur te behouden, heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Nederland telt ruim 160 Natura 2000-gebieden, welke onderdeel uitmaken van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie. Aanwijzingsprocedure Natura 2000-gebieden worden formeel aangewezen. Per gebied is er een aanwijzingsdocument gemaakt door het ministerie met daarin:  Instandhoudingsdoelen; welke doelsoorten en habitats gaat het, en wat is de doelstelling ten aanzien van die soorten en/of habitats;  Begrenzing; welk areaal is beschermd. ● Beheerplannen Voor ieder gebied moet binnen drie jaar een beheerplan worden vastgesteld. In het beheerplan staat welke natuurwaarden er zijn of deze moeten worden beschermd en/of ontwikkeld.

Er staat ook in hoe het gerealiseerd moet worden. Verder wordt er in aangegeven welke externe facturen de instandhoudingsdoelen mogelijk negatief kunnen beïnvloeden. Deze beheerplannen worden vastgesteld door het Rijk of door de Provincie. Vergunning Voor de uitvoering van werkzaamheden welke mogelijk schade toebrengen aan een door Natuurbeschermingswet beschermd gebied, geldt dat deze acties in principe verboden zijn. Indien een groter maatschappelijk belang aanwezig is, dient er een vergunningsprocedure te worden doorlopen. Hierbij geldt de volgende regel: ‘activiteiten mogen in principe alleen worden uitgevoerd wanneer er geen significante schade aan beschermde natuurwaarde ontstaat’. Beschermde Natuurmonumenten Voorheen waren naast Natura 2000-gebieden ook Beschermde Natuurmonumenten beschermd conform de gebiedsbescherming. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten is vervallen. Provincies kunnen wel besluiten om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt de gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of -landschap. Natuurnetwerk Nederland Aanvullend op de natuurwetgeving is er natuurbeleid. Natuurbeleid is een zachter kader dan de natuurwetgeving, maar is eveneens van belang voor ruimtelijke plannen.

Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Via de Nota Ruimte is het toetsingskader voor het Natuurnetwerk Nederland geregeld. In Natuurnetwerk Nederland liggen de volgende natuurgebieden:  Bestaande natuurgebieden (waaronder de 20 Nationale Parken)  Gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd  Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer  Ca. 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, het Nederlandse deel van de Noordzee en de Waddenzee  Alle Natura 2000-gebieden

Projectcode: P04733 Versie: Definitief

Pagina 14 van 18

Houtopstanden De Wet natuurbescherming spreekt over een houtopstand indien sprake is van een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die: a. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen De Wet natuurbescherming heeft geen betrekking op: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande: 1°. wegbeplantingen; 2°. beplantingen langs waterwegen, en 3°. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1°. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2°. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3°. zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten (Artikel 4.2). Soortenbescherming De Wet natuurbescherming benoemt niet welke concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Er is een stappenplan opgesteld door Ministerie van Economische Zaken (Bijlage 4). Met dit stappenplan kan worden bepaald of een ontheffing nodig is of dat er gebruik kan worden gemaakt van een vrijstelling. Bevoegdheid De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen ligt bij de provincies. Enkel bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk het bevoegd gezag. Beschermingsregime De Wet Natuurbescherming kent de onderstaande beschermingsregimes. Elk van deze beschermingsregime kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor een vrijstelling of ontheffing van de verboden.

• Soorten van de Vogelrichtlijn • Soorten van de Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn • Andere soorten (bescherming vanuit nationaal oogpunt) Om te mogen afwijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan de volgende criteria zijn voldaan. • Er mag worden afgeweken als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is • Tegenover de afwijking van het verbod moet een in de wet genoemd belang staan (bijv. volksgezondheid of openbare veiligheid) • De ingreep mag geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van een soort De verbodsbepalingen voor Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten zijn gericht op bescherming van de individuen van de soorten. De verbodsbepalingen mogen enkel overtreden worden met een ontheffing (het ‘nee, tenzijprincipe’). Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt niet gekeken naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Zorgplicht Iedereen dient voldoende rekening te houden met in het wild levende dieren en planten en de directe leefomgeving. ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende Projectcode: P04733 Versie: Definitief

Pagina 15 van 18

planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Vrijstelling regelgeving In veel gevallen is er geen ontheffing nodig, maar kan er gebruik worden gemaakt van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod. Er zijn diverse vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Bekende voorbeelden van vrijstellingen zijn onder meer het toepassen van de gedragscode of wanneer de werkzaamheden plaatsvinden in het kader van een Programmatische Aanpak of een Provinciale verordening. Verbodsbepalingen De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Vogelrichtlijn, artikel 3.1 lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.

lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Habitatrichtlijn, artikel 3.2 Lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. De verbodsbepalingen betreffende andere soorten, artikel 3.3 lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: onderdeel a.

In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; onderdeel b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Gedragscodes In de Wet natuurbescherming is de mogelijkheid opgenomen om een vrijstelling te verkrijgen indien wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode (art 3.31). In de mogelijkheid die de wet biedt, wordt ook aangegeven dat er met betrekking tot de Europees beschermde soorten een gedragscode kan worden goedgekeurd voor ruimtelijke ontwikkelingen (naast beheer en onderhoud, waarvoor in de Flora- en Faunawet reeds een vrijstelling gold als werd gewerkt conform een goedgekeurde gedragscode). Hoewel de mogelijkheid wel wordt geboden, zijn er bij het opstellen van het stappenplan nog géén gedragscodes goedgekeurd voor de nieuwe beschermde soorten of voor de Europees beschermde soorten voor ruimtelijke ontwikkelingen.

Hier dient rekening mee te worden gehouden bij de bepaling of een gedragscode van toepassing is voor de type ingreep en de voorkomende beschermde soorten.

Projectcode: P04733 Versie: Definitief

Pagina 16 van 18

Bijlage 2: Stappenplan Ministerie van Economische Zaken

Projectcode: P04733 Versie: Definitief

Pagina 17 van 18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nijmegen&id=bc8512fe-78fd-4f30-a7e6-7e3ec28d5e4c