Visie maatwerkgebieden voor vaststelling (inclusief bijlagen)
Tekst van het document
In dit hoofdstuk wordt verder niet ingegaan op de mogelijkheden voor een beroep of bedrijf aan huis. De mogelijkheden hiervoor zijn gelijk aan de mogelijkheden elders in de gemeente. In alle gevallen gaat het om activiteiten van een beperkte omvang, ondergeschikt aan de woonfunctie en uitgeoefend door de bewoner van de woning. In sommige gevallen is dit gebruik bij recht toegelaten, in andere gevallen is daarvoor een aanvullende toestemming (vergunning) nodig. Het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis is opgenomen in de regels van het omgevingsplan, maar wordt niet afzonderlijk weergegeven op de verbeelding (kaart) van het plan. Met de visie wordt niet beoogd om veranderingen aan te brengen in de mogelijkheden voor een beroep of bedrijf aan huis.
6.1.4. Bedrijven die legaal in het gebied aanwezig zijn De aanwezigheid van bestaande niet-agrarische bedrijven die nu al zijn opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan, staat niet ter discussie. Er is sprake van bestaande rechten en die kunnen niet zonder meer weggenomen of beperkt worden. Voor de maatwerkgebieden gaat het hier concreet om de volgende aanwezige bedrijven:
een rijwielhandel, een autohandel, een garagebedrijf, een hoveniersbedrijf een bedrijf voor de verkoop van tuinartikelen, drie locaties waar caravanstalling is toegestaan.
Al deze bedrijven zijn gevestigd aan de Westkanaalweg, ten zuiden van de kern Papenveer. In het uiterste zuidwesten van het maatwerkgebied (nabij het Oude Kerkpad) valt nog een klein gedeelte van een bedrijfsfunctie in de aanduiding maatwerkgebied. Hier bevindt zich een woning die behoort bij de aangrenzende bedrijfsfunctie (kunststofverwerkend bedrijf). Dat bedrijf zelf valt niet in het maatwerkgebied.
P a g i n a 26 | 55
Afbeelding: Overzicht van niet-agrarische bedrijfsactiviteiten die zijn opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan (bron/ondergrond: ruimtelijkeplannen.nl). Voor de rijwielhandel, de autohandel en het garagebedrijf geldt dat deze een algemene functie (‘bestemming’) ‘bedrijf’ hebben, met in twee gevallen de nadere aanduiding dat (ook) een garagebedrijf is toegestaan. Binnen deze functie kunnen zich dus ook andere bedrijven vestigen, op voorwaarde dat zij voldoen aan de maximaal toegelaten bedrijfscategorie. Daarnaast spreekt het voor zich dat bedrijven zich moeten houden aan de algemene milieuregels. Voor de overige bedrijven geldt dat er sprake is van een agrarische functie, waarbij aanvullend specifieke bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan. Bedrijfsactiviteiten die niet vallen onder de agrarische functie of de specifieke aanvulling, zijn dus niet toegelaten. Uitbreidingsmogelijkheden voor dergelijke bedrijven zijn nu in het tijdelijk deel van het omgevingsplan vastgelegd en zijn in de regel zeer beperkt19. Daarnaast is er in een aantal gevallen een omgevingsvergunning verleend voor niet-agrarische bedrijfsactiviteiten die afwijken van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Deze vergunningen zijn verleend voor een concrete activiteit en/of een concreet bouwwerk. Verdere uitbreiding van activiteiten of bebouwing is alleen mogelijk via een aanvullende vergunning.
Vergunningen die 19 Voor de functie ‘bedrijf’ is in het tijdelijk deel van het omgevingsplan (onderdeel ‘Glastuinbouw’) een
éénmalige uitbreidingsmogelijkheid opgenomen van 20% van de oppervlakte van de bestaande bedrijfsgebouwen. Bestaande bedrijfsgebouwen zijn de gebouwen die legaal aanwezig waren op de datum van het in werking treden van het toenmalige bestemmingsplan. P a g i n a 27 | 55
verleend zijn voor onbepaalde tijd worden op termijn opgenomen in het omgevingsplan. In het omgevingsplan kunnen dan eventueel uitbreidingsmogelijkheden opgenomen worden. Bij vergunningen die verleend zijn voor een bepaalde tijd (tijdelijke omgevingsvergunning) is sprake van een eindige situatie. Aan het einde van de vergunningtermijn moeten het gebruik en de bebouwing in overeenstemming gebracht worden met het omgevingsplan. Dit houdt dus in dat het gebruik beëindigd moet worden en kan dus ook inhouden dat bebouwing verwijderd moet worden. Het voort laten bestaan van het gebruik en/of de bebouwing is alleen mogelijk met een aanvullende vergunning of na een wijziging van het omgevingsplan.
6.1.5. Bedrijven die niet legaal in het gebied aanwezig zijn Het is bekend dat er op een aantal plaatsen binnen de maatwerkgebieden bedrijfsactiviteiten uitgevoerd worden waarvoor geen toestemming is verleend. Deze activiteiten zijn dus niet toegestaan en de gemeente kan daar in beginsel handhavend tegen optreden. Niet al deze activiteiten zijn bij de gemeente bekend. Vaak beginnen deze activiteiten kleinschalig of ontstaan zij geleidelijk door veranderingen in de (agrarische) bedrijfsvoering. In een aantal gevallen worden deze situaties – stilzwijgend of expliciet – gedoogd. Dit betekent niet dat een activiteit is toegestaan. Dit houdt alleen in dat de gemeente er voor kiest om niet het initiatief te nemen voor handhavend optreden zolang er geen klachten of handhavingsverzoeken zijn. Tijdens de verschillende gesprekken en bijeenkomsten is wel meerdere malen bezorgdheid uitgesproken over illegale activiteiten en de toename daarvan. Zoals eerder aangegeven begint dit in veel gevallen klein en/of geleidelijk, maar ontstaat er op termijn overlast door een toename of intensivering van de activiteit. Daarnaast speelt ook het rechtvaardigheidsgevoel mee. Bedrijven die legaal gevestigd zijn worden aangesproken op het naleven van de regels, terwijl personen die hun zaken niet op orde hebben gewoon hun gang gaan, met voor de omgeving de gevolgen van dien.
In deze visie worden geen uitspraken gedaan over individuele gevallen en de vraag of deze activiteiten gelegaliseerd kunnen worden. De beantwoording van die legaliseringsvraag is afhankelijk van zeer specifieke feiten en omstandigheden die in een beleidsdocument als deze visie geen plaats hebben. In de inspraakversie van de visie werd een legaliseringsvraag nog gelijk gesteld met een verzoek tot nieuwvestiging van een niet-agrarisch bedrijf. De conclusie die daaraan verbonden werd, was dat dit onwenselijk was en dat voor beide situaties geen ruimte was in de maatwerkgebieden. Naar aanleiding van de inspraakreacties is het college tot de conclusie gekomen dat dit voor een aantal situaties een te strikte benadering zou zijn. Bepaalde bedrijven zijn al langere tijd in het gebied aanwezig (soms al tientallen jaren) en functioneren daar naar tevredenheid. Dat heeft er toe geleid om voor deze groep bedrijven een uitzondering op te nemen en de mogelijkheid voor een legalisatieverzoek open te stellen. Het gaat daarbij om bedrijven waarvan de aanwezigheid (in die omvang en op die locatie) al meer dan 5 jaar20 bij de gemeente bekend is en die geen handhavingshistorie hebben. Als peildatum voor de periode van 5 jaar wordt de datum van het vaststellingsbesluit van deze visie gekozen.
20 De termijn van 5 jaar is afkomstig uit het gemeentelijk handhavingsbeleid. Bij overtredingen die al langer dan 5
jaar bekend zijn wordt niet langer op eigen initiatief van de gemeente (ambtshalve) opgetreden.
P a g i n a 28 | 55
Naast het feit dat het bedrijf bij de gemeente bekend moet zijn, mag er dus ook geen historie liggen van bijvoorbeeld wrakingsbrieven, (voor-) aankondigingen voor dwangsommen of bestuursdwang of andere handhavingsacties met betrekking tot dat gebruik. Als aan deze voorwaarden wordt voldaan, dan staat deze visie een legalisatieverzoek niet in de weg. Dat is echter geen garantie dat legalisatie daadwerkelijk succesvol plaats kan vinden. Zoals eerder aangegeven kan die beoordeling alleen gemaakt worden aan de hand van een concreet en onderbouwd verzoek. Het initiatief daarvoor zal ook genomen moeten worden door het betreffende bedrijf; de gemeente zal niet zelf actief op zoek gaan naar te legaliseren situaties.
6.1.6. Niet-agrarische bedrijven die nog niet in het gebied aanwezig zijn In deze categorie gaat het niet alleen over nieuwe bedrijven, maar ook over bestaande bedrijven die die hun activiteiten naar het gebied willen verplaatsen of uitbreiden of om agrarische bedrijven die hun bedrijfsvoering willen veranderen naar een niet-agrarisch bedrijf. Tijdens de planverkenning is aangegeven dat het nieuw vestigen van niet-agrarische bedrijvigheid in het maatwerkgebied ongewenst is. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende soorten niet-agrarische bedrijven. Tuinbouw gerelateerde bedrijven hebben hierin verder geen bijzondere uitzonderingspositie. Ten opzichte van bedrijven die zich vestigen op een bedrijventerrein of gronden met een bestaande bedrijfsfunctie wordt dit ervaren als oneerlijke concurrentie, onder andere vanwege de lagere grondprijs. Een andere overweging die meespeelt is het toepassen van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (voorheen: goede ruimtelijke ordening), oftewel de juiste functie op de juiste plek. Voor agrarische bedrijven is die plek doorgaans het buitengebied. Daar ligt de ruimte die nodig is voor het telen van gewassen of het houden van vee en kan dat plaatsvinden zonder aantasting van waarden zoals het leefklimaat en landschap. Dit zijn aspecten die ook in de omgevingsvisie benoemd zijn als waardevol.
Voor niet-agrarische bedrijven is de noodzaak om zich in het buitengebied te vestigen er in de regel niet. Economische omstandigheden en de beschikbaarheid van ruimte kunnen dat vanuit het bedrijfsperspectief aantrekkelijk maken, maar daarmee is nog geen sprake van een ruimtelijke noodzaak. Deze terughoudende benadering sluit aan bij het beleid dat voor de rest van het buitengebied van toepassing is. Verder heeft de komst van bedrijvigheid naar het gebied uiteraard ook gevolgen op het gebied van verkeer. Op dit aspect wordt verderop in dit document nog afzonderlijk ingegaan. Tijdens de gesprekken die gevoerd zijn, is ook het tijdelijk toelaten van niet-agrarische bedrijvigheid ter sprake gekomen. Hierbij zou een agrarisch bedrijf in de afbouwfase voor een beperkte periode niet-agrarische activiteiten uit mogen voeren, zoals opslag of (caravan-) stalling in de bestaande bebouwing. Het doel hiervan zou zijn om met een minimale investering voldoende financiële middelen te genereren om daarmee de bedrijfsbeëindiging en sanering van opstallen te kunnen betalen. In deze visie wordt nadrukkelijk niet voor deze mogelijkheid gekozen; niet als hoofdfunctie en ook niet als nevenactiviteit. Ook bij een tijdelijke situatie moet rekening gehouden worden met de negatieve gevolgen van een dergelijke functie, zoals effecten op de verkeersveiligheid of geluidsoverlast naar de omgeving.
Zeker waar het gaat om hergebruik van voormalige kassen kan het gaan om aanzienlijke hoeveelheden bebouwing en dus ook om forse bedrijven met mogelijk grote effecten op de omgeving. Een andere belangrijke overweging om hier niet voor te kiezen, is het feit dat de achterliggende behoefte niet van tijdelijke aard is. Na afbouw van de activiteiten op een bepaalde locatie zal de vraag P a g i n a 29 | 55
zich op een andere locatie voordoen, waardoor het probleem zich feitelijk alleen verschuift en dit geen structurele oplossing is. Daarnaast is er het risico dat binnen de tijdelijke situatie onvoldoende opbrengsten gerealiseerd kunnen worden voor de beoogde bedrijfssanering, waardoor een patstelling ontstaat. Om het beoogde doel – afbouw en sanering van het bedrijf – te kunnen bereiken, is het dan noodzakelijk geworden om de activiteiten juist voort te zetten en de bebouwing te behouden, waardoor dit doel dus niet wordt behaald. Conclusie In het maatwerkgebied is een aantal niet-agrarische bedrijven legaal aanwezig. De bestaande rechten van deze bedrijven worden gerespecteerd, ook bij de afweging over andere functies in de nabijheid van deze bedrijven. Voor niet-agrarische bedrijven die nog niet (legaal) in het gebied aanwezig zijn, geldt dat het niet wenselijk is dat zij zich hier vestigen.
6.1.7. Recreatie & toerisme Op het gebied van recreatie & toerisme profileert de gemeente Nieuwkoop zich vooral op het gebied van ruimte, rust en beleving van natuur, landschap en cultuurhistorie. Agrarische productielandschappen zoals in de maatwerkgebieden sluiten niet altijd aan bij deze waarden. Dat wil echter niet zeggen dat er in de maatwerkgebieden per definitie geen plaats is voor recreatie & toerisme. Het is echter wel een signaal dat hiermee zorgvuldig omgegaan moet worden in relatie tot de functies en belangen die al in het gebied aanwezig zijn. Door een aantal kwekers is aangegeven dat zij ook wel ruimte zien voor recreatie & toerisme in het gebied door zelf voorzieningen aan te bieden op dit gebied (zoals één of meerdere camperstandplaatsen als nevenverdienste bij het bedrijf). Vanuit diezelfde sector worden echter ook vraagtekens gezet bij de economische haalbaarheid en meerwaarde van dergelijke kleinschalige initiatieven als onderdeel van de bedrijfsvoering. Daarbij zijn ook twijfels geuit over de vraag of het gebied voor deze functie wel aantrekkelijk (genoeg) is. Voor een verbrede agrarische doelstelling zoals bij sommige veehouderijen (kamperen bij de boer) lijkt in dit gebied geen animo te zijn.
Bij de raadpleging van de stakeholders is ook de suggestie gedaan dat Nieuwkoop (en de maatwerkgebieden in het bijzonder) zich zouden kunnen profileren op het gebied van agro-tech toerisme. Hierbij zou Nieuwkoop zich op de kaart kunnen zetten als het gebied met technisch vooruitstrevende en duurzame tuinbouw in het Groene Hart. Praktisch gezien zal dit hooguit gaan om een beperkte nevenactiviteit voor één of twee bedrijven in het maatwerkgebied. Daarbij staat dit redelijk ver af van de eerder benoemde kernwaarden waar Nieuwkoop zich voor recreatie en toerisme op richt (ruimte, rust en beleving). Dit maakt dat dit punt te klein en te gespecialiseerd is om dit op te nemen als uitgangspunt of kader in deze visie. Op basis van het voorgaande ligt een directe combinatie van recreatie & toerisme als aanvullend onderdeel van de agrarische bedrijfsvoering dus niet voor de hand. Andere combinaties – recreatie & toerisme in combinatie met een woonfunctie21 – zijn daarmee niet op voorhand uitgesloten.
21 Bij het begrip woonfunctie wordt net als bij de Nota ruimtelijk beleid geen onderscheid gemaakt tussen
verschillende soorten woningen. Hieronder vallen alle woningen, inclusief (agrarische) bedrijfswoningen.
P a g i n a 30 | 55
Op het gebied van bed & breakfast22 bij woningen heeft de gemeente al bestaand beleid dat is vastgelegd in de Nota ruimtelijk beleid23 of de opvolger(s) daarvan. Daarnaast heeft de gemeente beleidsmatig ruimte om kleinschalige recreatieve voorzieningen toe te laten zoals trekkershutten en camperplaatsen. Een dergelijke ontwikkeling levert een bijdrage aan de gemeentelijke wens om meer gelegenheid te bieden voor recreatief nachtverblijf. Uit raadpleging van de stakeholders blijkt dat dit ook een onderwerp is dat bij deze groep leeft en meerder malen als kans voor het gebied genoemd wordt. De nadruk ligt daarbij in de maatwerkgebieden op kleinschaligheid die inpasbaar is in de aard en de structuur van het gebied, juist ook vanwege de andere functies die in het gebied aanwezig zijn. Voor de invulling van het begrip kleinschalig is gekozen voor maximaal drie camperstandplaatsen of één bed & breakfast voorziening per woning (dit laatste conform bestaand beleid). Het uitgangspunt dat nieuwe functies geen belemmeringen op mogen leveren voor de bestaande functies in het gebied is ook hier van toepassing. Voor trekkershutten is kleinschaligheid een lastig aspect. Vanwege de aard van trekkershutten wordt hierbij vaak gebruik gemaakt van gemeenschappelijke voorzieningen voor sanitair en douchegelegenheid.
Dit maakt dat trekkershutten vaak in een groter aantal of als onderdeel van een grotere voorziening (camping) geplaatst worden. Dit gaat niet samen met de beoogde kleinschaligheid en inpasbaarheid in het gebied. De vraag of het gebied – met nog steeds een belangrijke productiefunctie voor de tuinbouw – voldoende aantrekkelijk is voor recreanten en toeristen, zal in deze visie niet beantwoord worden. Dat is nadrukkelijk een overweging die de initiatiefnemer mee moet nemen in de afweging van het ondernemersrisico. Conclusie In het gebied liggen geen ambities en is er geen ruimte voor (nieuwe) grootschalige verblijfsrecreatie, zoals in de vorm van recreatieparken. Er is geen animo voor het verbreden van de agrarische bedrijfsvoering met een recreatieve component (kamperen bij de boer) bij agrarische ondernemers in het gebied. Wel is er ruimte voor kleinschalige verblijfsrecreatie bij woningen. Voor bed & breakfast zijn de randvoorwaarden beleidsmatig al eerder vastgelegd en er zijn geen omstandigheden gebleken om daar specifiek voor de maatwerkgebieden van af te wijken. Aanvullend liggen er mogelijkheden voor het toelaten van camperplaatsen bij woningen, mits kleinschalig (maximaal drie camperstandplaatsen of één bed & breakfast voorziening per woning) en er geen beperkingen ontstaan voor bestaande functies.
6.1.8. Energie Energie is een onderwerp dat in de maatwerkgebieden bij velen hoog op de agenda staat. Zoals eerder opgemerkt is grootschalige opwekking voor teruglevering aan het net – ook vanwege technische redenen – op dit moment (nog) geen optie.
22 Met bed & breakfast wordt een recreatieve overnachtingsgelegenheid bedoeld, die geëxploiteerd wordt door
de bewoner van de woning. Een dergelijke overnachtingsgelegenheid heeft een beperkt voorzieningenniveau en beschikt niet over een eigen kookgelegenheid. 23 Huidige versie vastgesteld 12 december 2023, gepubliceerd 20 december 2023 (Gemeenteblad 2023, 543706). P a g i n a 31 | 55
Wel liggen er kansen voor lokale opwekking en gebruik in de vorm van uitwisseling van energie (restwarmte). Daarvoor worden diverse innovatieve oplossingen gezocht en aangedragen. Zo kunnen kwekerijen overschotten aan energie terugleveren of tijdelijk opslaan, maar liggen er ook kansen om gebruik te maken van een warmte-overschot van niet-agrarische bedrijven. Daar waar het gaat om opwekking van energie voor eigen gebruik biedt het tijdelijk deel van het omgevingsplan ook op dit moment al mogelijkheden, met name waar het gaat om zonne-energie24. Uit de opgehaalde informatie is niet naar voren gekomen dat deze mogelijkheden te beperkt zouden zijn. Om deze reden wordt hier in de visie verder ook niet dieper op dit aspect ingegaan. Hoewel gemeentelijk is aangegeven dat grote windturbines in Nieuwkoop niet gewenst zijn, is deze vorm van opwekking in een aantal gevallen door de stakeholders aangedragen als een wenselijke ontwikkeling. Het gaat daarbij met name om windturbines bij kwekerijen die in de nachtperiode elektriciteit opwekken als aanvulling op zonnepanelen die – uiteraard – alleen overdag energie leveren. Uitspraken over aantallen windturbines en afmetingen zijn daarbij niet gedaan. Voor de plaatsing van kleine windturbines is eerder al aangehaald dat de gemeente op dit gebied al beschikt over een vastgesteld beleidskader waar gebruik van gemaakt kan worden.
Op het gebied van duurzaamheid en energie zijn het niet alleen de high tech bedrijven die zich hier mee bezig houden. Ook bij bedrijven met een beperktere energievraag leeft dit onderwerp. Bedrijven investeren in zonnepanelen om de elektrische installaties, transportmiddelen en machines van stroom te voorzien, ook als dat om relatief kleinschalig gebruik gaat. Daarnaast zijn meerdere bedrijven overgestapt van traditionele grote verwarmingsketels naar een systeem met meerdere kleinere ketels die in serie geschakeld worden. Hiermee kan efficiënter voorzien worden in de energievraag en kan deze beter afgestemd worden op de behoefte. Conclusie Energie is in de maatwerkgebieden een thema dat belangrijk is, vooral voor de (glas-) tuinbouwsector. De wijze waarop bedrijven in die sector met dit thema bezig zijn, is heel verschillend en afhankelijk van het bedrijfstype en het soort teelt. In veel gevallen blijken de huidige ruimtelijke mogelijkheden hiervoor al te volstaan. Aanvullende ruimtelijke mogelijkheden kunnen nodig zijn op het gebied van energiesamenwerking met niet-agrarische bedrijven. Dit is vooral relevant bij bedrijven met een hoge energiebehoefte. Deze bedrijven zijn vaak ook nu al actief op het gebied van innovatie en energieuitwisseling.
Voor grootschalige opwekking ten behoeve van levering aan het net (commerciële zonnevelden) liggen in de maatwerkgebieden nu geen kansen. De ontwikkelingen op het gebied van energie gaan echter snel, waardoor in de toekomst een heroverweging aan de orde kan zijn.
6.1.9. Natuur Tijdens het opstellen van de visie is gebleken dat de opvattingen over wat natuur is sterk uiteen lopen. Dit heeft ook zijn weerslag op hoe natuur wordt ervaren en gewaardeerd. Welke definitie ook gekozen wordt, duidelijk is dat er in het gebied nu geen ruimte is of gevraagd wordt voor grootschalige natuur. Het gebied is fysiek versnipperd en een duidelijk draagvlak voor een dergelijke ontwikkeling is door niemand uitgesproken. Vanuit diverse stakeholders is aangegeven dat ontwikkeling van nieuwe natuur in positieve zin kan bijdragen aan de ontwikkeling en de beleving van het gebied. Dit geluid lijkt met name afkomstig te 24 Hierbij kan het gaan om de opwekking van elektriciteit (fotovoltaïsche panelen), maar ook om opwekking van
warmte (thermische panelen) of een combinatie daarvan.
P a g i n a 32 | 55
zijn van de bewoners van het gebied, die de aanwezigheid van natuurwaarden ervaren als een positieve bijdrage aan de woon- en leefomgeving. Vanuit de landbouwsector – en dan met name ook de (glas-) tuinbouw – zijn de reacties over het algemeen minder positief. Er zijn zorgen over overwaaiende zaden, de komst van ongedierte en over hoog opgaande beplanting die het licht op de teelten kan beperken. Ontwikkeling van nieuwe natuur kan zeker een positieve bijdrage hebben, maar een zorgvuldige afweging van belangen zal noodzakelijk zijn om negatieve effecten (voor bijvoorbeeld kwekerijbedrijven) te voorkomen. Hierbij moet niet alleen gedacht worden aan een eventuele locatiekeuze, maar ook een de concrete invulling (soort natuur / soort beplanting) en het beheer van de gronden. De mogelijkheden van de gemeente om invloed uit te oefenen op het type natuur en de wijze waarop deze natuur beheerd wordt, zijn echter zeer beperkt. Met name bij particulier beheerde gronden (tuinen) heeft de gemeente geen instrumenten om bijvoorbeeld het type beplanting, de hoogte van beplanting en de staat van onderhoud te reguleren. Bij de aanleg van nieuwe natuurgebieden is het mogelijk om via het omgevingsplan de realisatie van bepaalde natuurdoeltypen vast te leggen.
In die gevallen is de invloed van de gemeente groter en vraagt dat waarschijnlijk een actievere rol van de gemeente, maar ook dan zijn er beperkingen in wat er gereguleerd kan worden. Een garantie dat nooit enige vorm van overlast zal worden ervaren, is echter niet te geven. Conclusie In het gebied liggen kansen voor kleinschalige natuurontwikkeling. Deze ontwikkelingen kunnen op lokaal niveau (perceelsniveau) een positieve bijdrage leveren aan de woon- en leefomgeving. Een zorgvuldige afstemming van locaties waar natuur wordt toegelaten is daarbij gewenst, om negatieve effecten op ander functies zoals de (glas-)tuinbouw te beperken. Een garantie dat nooit overlast zal worden ervaren, is ondanks dat niet te geven. Voor het gebied zijn geen locaties met grootschalige natuurontwikkeling voorzien. Zowel vanuit de stakeholders als uit de agrarische sector is ook geen wens of behoefte uitgesproken.
6.1.10. Wonen In aantallen (niet qua oppervlakte) is het wonen de meest voorkomende functie in de maatwerkgebieden. Hoewel veel woningen een reguliere woonbestemming hebben, is er ook nog een groot aantal woningen in het gebied aanwezig die bestemd zijn als agrarische bedrijfswoning. Afgemeten aan het aantal agrarische bedrijven dat in het gebied actief is, ligt het voor de hand dat veel van deze agrarische bedrijfswoningen niet meer als bedrijfswoning in gebruik zijn. Van voormalige agrarische bedrijfswoningen mag verwacht worden dat hierover op enig moment het verzoek gedaan zal worden om de functie om te zetten in een regulier woning. Wanneer een dergelijk verzoek gedaan zal worden, is niet te voorspellen. In de praktijk zal dit vaak gebeuren op het moment dat de wens bestaat om de woning te verkopen of in het geval een omgevingsvergunning nodig is voor verbouw of herbouw. Op welk moment die omstandigheid zich voor zal doen is dus niet op voorhand aan te geven. Naar aanleiding van de inspraak is gebleken dat het huidige tijdelijk deel van het omgevingsplan helemaal geen mogelijkheden heeft voor toevoegen van agrarische bedrijfswoningen (hooguit voor herbouw van bestaande woningen). In bepaalde gevallen kan zich de omstandigheid voordoen dat de bouw van een nieuwe agrarische bedrijfswoning noodzakelijk en gewenst is. P a g i n a 33 | 55
Het ligt dan in lijn met het uitgangspunt dat de (glas-)tuinbouw in dit gebied moet kunnen functioneren, dat hiervoor dan ook ruimte geboden worden (in afwijking van het omgevingsplan). Aan het toestaan van een nieuwe agrarische bedrijfswoning zijn altijd zeer strikte eisen verbonden op het gebied van noodzaak en doelmatigheid. Dit wordt beoordeeld door een (extern) agrarisch deskundige. Een veel gehoorde wens op het gebied van woningbouw is het bouwen van woningen die bereikbaar zijn voor de woningzoekenden met een beperkt budget, zoals starters. Zoals ook in de omgevingsvisie al is gesteld kijken we voor woningbouw niet uitsluitend naar de dorpskernen. Ook daarbuiten liggen mogelijkheden, mits zorgvuldig ingepast. Dat houdt dus in met aandacht voor het landschap en voor de functies die daar nu al voorkomen. Dat neemt niet weg dat de mogelijkheden voor woningbouw in de maatwerkgebieden beperkt zijn. Waar het gaat om nieuwbouw is Ruimte voor Ruimte op dit moment het enige beschikbare instrument. Dit heeft tot gevolg dat het gaat om kleine aantallen (maximaal 3 tot 5 woningen per project) met woningen in het hogere prijssegment. Dit woningaanbod zal dus niet rechtstreeks aansluiten bij de vraag naar starterswoningen / goedkope woningen. De bouw van dergelijke duurdere woningen kan wel een verhuisketen op gang brengen.
Hierdoor kunnen uiteindelijk ook woningen in het goedkopere segment vrij komen. Dis is echter geen zekerheid omdat het proces zich feitelijk niet laat sturen. Daarbij is er dus ook geen garantie dat woningen in het goedkopere segment uiteindelijk ook beschikbaar komen in de gemeente Nieuwkoop en voor lokale woningzoekenden. De reden om Ruimte voor Ruimte toch in te zetten is dat het alternatief – helemaal geen woningen toevoegen – nog minder aantrekkelijk is vanuit het perspectief van de woningbehoefte. Hierbij moet wel bedacht worden dat woningbouw op zich niet het primaire doel is van de Ruimte voor Ruimte regeling. Het is echter wel een instrument waar twee veel gehoorde wensen uit het gebied samenkomen: het tegengaan van verrommeling van het landschap en het voorzien in meer woningen. Verderop in dit hoofdstuk zal het instrument Ruimte voor Ruimte nog uitgebreider behandeld worden. Conclusie De behoefte aan woningen is groot; niet alleen in de gemeente Nieuwkoop als geheel, maar ook in de maatwerkgebieden. De mogelijkheden voor het toevoegen van nieuwe woningen in de maatwerkgebieden zijn beperkt. Met de nodige zorgvuldigheid liggen er kansen in het gebied, maar het gaat daarbij niet om grote aantallen.
Naast de mogelijkheid van toevoeging van reguliere nieuwe woningen, zal er in zeer uitzonderlijke gevallen ook ruimte moeten kunnen zijn voor nieuwe agrarische bedrijfswoningen. Het bestaande tijdelijk deel van het omgevingsplan biedt die mogelijkheid nu niet, zodat dit alleen in afwijking van het plan mogelijk is. Aan een dergelijke toestemming gaat een strikte toetsing met betrekking tot noodzaak en doelmatigheid vooraf.
6.1.11. Huisvesting arbeidsmigranten/seizoensarbeiders Een bijzondere categorie op het gebied van wonen is de huisvesting van arbeidsmigranten / seizoensarbeiders, met name waar het gaat om kort verblijf (short stay, verblijf dat uiteenloopt van een aantal weken tot een enkele maanden). Aandachtspunt hierbij is dat door stakeholders met name short stay huisvesting geassocieerd wordt met (de vrees voor) overlast in de woon- en leefomgeving. Arbeidsmigranten die besluiten om permanent in Nederland te blijven wonen en werken vormen feitelijk een onderdeel van de reguliere woningmarkt. Zij worden daar met dezelfde problemen P a g i n a 34 | 55
geconfronteerd als andere woningzoekenden. Het aanbod is beperkt en de prijzen zijn hoog, waardoor het niet eenvoudig is om geschikte en betaalbare huisvesting te vinden. De voor de hand liggende oplossing hiervoor is het vergroten van het betaalbare aanbod op de reguliere woningmarkt. Eerder is al geconstateerd dat de mogelijkheden hiervoor in de maatwerkgebieden zeer beperkt zijn. Voor seizoensarbeiders, die een beperkte periode in Nederland werken, ligt dit nog gecompliceerder. Vanwege hun beperkte verblijfsduur komen zij niet in aanmerking voor een (sociale) huurwoning. Het kopen van een woning zal voor deze doelgroep ook geen realistische oplossing zijn. Hiermee resteren slechts de opties van particuliere huur of huisvesting in gespecialiseerde voorzieningen zoals het short-stay verblijf op het terrein van de Ter Aarse IJsclub nabij Papenveer. Plaatsen op deze voorziening zijn in de praktijk vrijwel alleen beschikbaar voor personen die een arbeidsbetrekking hebben via een bedrijf dat verbonden is aan de exploitant van deze voorziening. Voor bedrijven die hun eigen contacten hebben met buitenlandse werknemers (die dus niet ingehuurd worden via een uitzendbureau) is deze vorm van huisvesting in de praktijk meestal geen beschikbare optie.
De huisvesting van seizoensarbeiders is voor de maatwerkgebieden een relevant onderwerp omdat diverse bedrijven in de tuinbouwsector (met name de grotere bedrijven) van deze arbeidskrachten afhankelijk zijn. Deze problematiek is echter niet beperkt tot de tuinbouwsector en ook niet tot de maatwerkgebieden. Dat is ook de reden dat dit onderwerp in regionaal verband (Holland Rijnland) op de agenda staat. Afspraken over de huisvesting van seizoensarbeiders zijn vastgelegd in de Regionale Woonagenda Holland Rijnland25. Hierin zijn onder meer de volgende afspraken opgenomen:
Het aantal arbeidsmigranten wordt beter geregistreerd. Gemeenten formuleren hun eigen beleid voor de huisvesting van arbeidsmigranten, maar stemmen dit beleid wel regionaal af. Bij het realiseren van woningen wordt de kwaliteit van de huisvesting verbeterd door de normen van de Stichting Normering Flexwoningen (SNF) te hanteren.
Het opstellen van beleid voor de huisvesting van arbeidsmigranten / seizoensarbeiders is een traject dat zowel lokaal als regionaal al gestart is en op een veel groter gebied betrekking heeft dan alleen de maatwerkgebieden. Om die reden is het niet wenselijk om in deze visie regels of uitgangspunten op te nemen die dat traject mogelijk doorkruisen en daar mogelijk afbreuk aan doen. Conclusie Huisvesting van arbeidsmigranten / seizoensarbeiders is een probleem, met name waar het gaat om short stay. Dit is echter geen specifiek probleem van de maatwerkgebieden (of de tuinbouwsector). Het opnemen van regels of uitgangspunten hierover in deze visie kan averechts werken voor de reeds lopende trajecten en blijft daarom achterwege.
6.1.12. Ruimte voor Ruimte De Ruimte voor Ruimte regeling is oorspronkelijk ontstaan als een regeling voor de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Met de mogelijkheid om een aantal woningen te bouwen konden inkomsten gegenereerd worden voor de sloop van de overbodig geworden bedrijfsbebouwing.
25 Regionale Woonagenda Holland Rijnland 6 juni 2023, vastgesteld door het AB Holland Rijnland op 28 juni 2023.
P a g i n a 35 | 55
Als regel kan de Ruimte voor Ruimte regeling beleidsmatig niet worden toegepast in concentratiegebieden voor de glastuinbouw26. Het zou immers tegenstrijdig zijn om in concentratiegebieden de sloop van kassen te bevorderen. Om deze reden is de toepassing van de Ruimte voor Ruimte regeling in de maatwerkgebieden tot op heden niet toegelaten. Formeel is er immers nog steeds sprake van concentratiegebieden. Als beleidsmatig besloten wordt om deze status (concentratiegebied) los te laten, ontstaan er mogelijkheden voor toepassing van de Ruimte voor Ruimte regeling in het gebied. Hiervoor kunnen dan ook slooprechten van binnen het gebied benut worden. Verbetering van de ruimtelijke kwaliteit is nog steeds een belangrijk doel van de regeling. De mogelijkheid om hiervoor woningen toe te voegen is daarnaast een zeer welkom bijkomstig gevolg. Zeker ook omdat deze woningen in een aantal gevallen gebouwd kunnen worden waar reguliere woningbouw normaal gesproken niet toegelaten is (buiten BSD gebied, in beperkingengebied van Schiphol). Het gaat daarbij om kleine aantallen woningen, maar in de huidige woningmarkt vormen die ook een welkome bijdrage aan de woningvoorraad. Zoals elders al aangegeven is toepassing van de Ruimte voor Ruimte regeling voor de maatwerkgebieden de enige mogelijkheid om woningen toe te voegen in het gebied.
Een belangrijk signaal vanuit de agrarische sector is dat het zonder meer ‘vrijgeven’ van het gebied voor Ruimte voor Ruimte niet wenselijk is. Dit zal naar verwachting aanleiding zijn voor speculatie met grondwaarden, waardoor gronden van stoppende bedrijven financieel niet meer bereikbaar zijn voor andere kwekers voor eventuele bedrijfsuitbreiding. Om die reden is het wenselijk om bij toepassing van de Ruimte voor Ruimte regeling een aantal ijkpunten in het proces in te bouwen in de vorm van een ‘Ruimte voor Ruimte ladder’. De verschillende ‘treden’ van de ladder worden in onderstaande figuur weergegeven. Een grotere versie van deze afbeelding is opgenomen als bijlage 3.
26 De bouw van compensatiewoningen in concentratiegebieden is niet per definitie uitgesloten. Hiervoor kunnen
echter geen slooprechten uit het concentratiegebied gebruikt worden.
P a g i n a 36 | 55
De eerste trede in deze ladder is het voor een marktconforme prijs aanbieden van het volledige bedrijf (dus inclusief bedrijfswoning) ter overname. Dit kan overname zijn door een nieuwe / startende ondernemer, maar ook voor uitbreiding van een bestaand bedrijf. Met de term marktconforme prijs wordt dus gedoeld op de marktprijs voor agrarische gronden en opstallen voor voortzetting van een kwekerijbedrijf. Tweede trede op de ladder is het op de markt aanbieden van alle bedrijfsopstallen en gronden, maar zonder de bedrijfswoning27. Deze stap zal met name interessant zijn voor bedrijven die uit willen breiden, maar al de beschikking hebben over één (of meer) bedrijfswoningen. In dit scenario ligt het voor de hand dat de functie van een bestaande bedrijfswoning (die dus uit de transactie gehouden wordt) omgezet zal worden van bedrijfswoning naar reguliere woning. Hierbij moet wel bedacht worden dat in de toekomst geen aanspraak meer gemaakt kan worden op een nieuwe bedrijfswoning. Als derde en laatste trede resteert toepassing van de Ruimte voor Ruimte regeling. Hierbij zal een bestaande bedrijfswoning worden omgezet naar een reguliere woning. Verder zullen alle opstallen (kassen, bedrijfsgebouwen) verwijderd moeten worden en zullen de gronden een ‘kale’ agrarische bestemming krijgen.
In dit scenario is het gebruik van de gronden in de toekomst voor tuinbouw (ook in de volle grond) dan ook niet meer mogelijk. Dit laatste is een logische consequentie van het feit dat Ruimte voor Ruimte een regeling is voor bedrijfsbeëindiging, daar waar de eerste twee treden feitelijk zien op vormen van bedrijfsovername. Zoals eerder opgemerkt is het primaire doel van de Ruimte voor Ruimte regeling nog steeds verbetering van de ruimtelijke kwaliteit bij bedrijfsbeëindiging en het bieden van financiële ondersteuning (door woningbouw) om dat doel te kunnen realiseren. In die benadering past het dan ook niet dat op de gronden in de toekomst alsnog bebouwing gerealiseerd kan worden in de vorm van
27 Bij de bedrijfswoning kunnen ook de privé bijgebouwen behoren tot de maximale maat die in het tijdelijk deel
van het omgevingsplan is vastgelegd. Afhankelijk van de kavelgrootte kan dit maximaal 150 m2 per woning bedragen.
P a g i n a 37 | 55
windschermen, waterbassins of andere bouwwerken. De mogelijkheid om de gronden hiervoor te gebruiken, ligt besloten in de eerste twee treden van deze ladder. Op deze manier wordt getracht om een goede balans te vinden tussen enerzijds de mogelijkheid om de gronden te behouden voor de tuinbouwsector en anderzijds stoppende kwekers een kans te geven om het bedrijf op een (ruimtelijk) verantwoorde wijze af te sluiten. Anders dan het eerst doorlopen van de treden van de ‘Ruimte voor Ruimte ladder’ verschilt de voorgestelde regeling niet van de Ruimte voor Ruimte regeling die in de rest van de gemeente28 van toepassing is:
Vaste ruilvoet van 5000 slooprechten per woning. Slooprechten kunnen uit de gehele gemeente afkomstig zijn, met uitzondering van concentratiegebieden. Compensatiewoningen kunnen in de gehele gemeente gebouwd worden, mits sprake is van een positieve locatietoets.
De verantwoordelijkheid voor het doorlopen van de verschillende treden in het proces ligt bij de initiatiefnemer en is onderdeel van het participatietraject bij het ruimtelijk planproces. Daar zullen de genomen stappen en de resultaten daarvan kenbaar gemaakt moeten worden. De gemeente heeft in het aanbiedingsproces zelf geen rol. De gemeente gaat niet bepalen hoe lang, aan wie en tegen welke prijs gronden en opstallen te koop aangeboden moeten worden. Dit past ook in de benadering van de Omgevingswet, waarbij juist voor initiatiefnemers een belangrijke rol in de participatie is weggelegd. Hierbij wordt nog wel opgemerkt dat speculatieve koop ook bij het doorlopen van de ladder nooit volledig uit te sluiten is. Dat is nu echter ook al niet het geval.
6.1.13. Plan Papenhof Als één van de inspraakreacties is het plan Papenhof ingediend. Dit plan voorziet onder meer in de bouw van een aantal starterswoningen en seniorenwoningen in aansluiting op de bestaande kern Papenveer. Dit plan is gedeeltelijk gebaseerd op toepassing van de Ruimte voor Ruimte regeling en gedeeltelijk op de benutting van een voormalige bebouwingscontour uit het provinciaal Streekplan. Stedenbouwkundig sluit het plan logisch aan bij de bestaande kern. Door de gekozen invulling van het plan biedt het welkome kansen voor de huisvesting van zowel starters als senioren; doelgroepen waarvoor in deze omgeving al geruime tijd geen aanbod meer is gerealiseerd. Vanuit de inspraak en vanuit eerdere overleggen met betrokken partijen is draagvlak uitgesproken voor het plan. Hierbij wordt wel opgemerkt dat er nog wel een aantal punten zijn die aandacht vragen, zoals regionale afspraken over het aandeel sociale huurwoningen in plannen, provinciaal woningbeleid en beleid met betrekking tot Schiphol. Los van deze mogelijke obstakels en zonder daarbij uitspraken te doen over de uiteindelijke haalbaarheid, acht het college dit plan van voldoende potentie om het in deze visie als een mogelijk kansrijke ontwikkeling te benoemen.
Hiermee is dit concrete plan – gegeven de specifieke situatie en omstandigheden - een uitzondering op de benadering dat woningbouw uitsluitend mogelijk is door middel van Ruimte voor Ruimte.
28 Uitzondering is het gebied “Paradijsweg, westzijde”. Binnen dit gebied is een specifieke regeling van toepassing
met afzonderlijke afspraken.
P a g i n a 38 | 55
Conclusie Zoals eerder in deze visie al geconstateerd ligt er voor de tuinbouwsector in de maatwerkgebieden geen saneringsopgave; er hoeven geen bedrijven te verdwijnen. Zowel door de sector zelf als door de koepelorganisaties wordt echter aangegeven dat het realistisch is dat er in de toekomst bedrijven zullen stoppen. Met toepassing van de ‘Ruimte voor Ruimte ladder’ wordt een balans gezocht tussen kansen voor bedrijven die door willen gaan en mogelijkheden voor bedrijven die stoppen. In dat laatste geval ontstaat er verbetering van ruimtelijke kwaliteit (verwijderen van overbodig geworden bebouwing), maar ook gelegenheid voor een bijdrage aan de woningbouwopgave.
6.1.14. Verkeer In een aantal reacties van stakeholders wordt het verkeer in het gebied uitdrukkelijk als aandachtspunt genoemd. Het wegverkeer wordt in het algemeen als druk (en daarmee gevaarlijk) ervaren en is daarmee een negatieve factor als het gaat om een aangenaam woon- en leefklimaat. Het ontbreken van rustige / veilige wandelroutes, gelegenheid tot het uitlaten van honden (al dan niet loslopend) en routes die geschikt zijn voor ruiters wordt als een negatief punt ervaren. De meeste wegen in het gebied zijn druk en smal. Alleen langs de Westkanaalweg ten zuiden van Papenveer is een vrij liggend fietspad aanwezig. Aan de andere kant wordt er ook op gewezen dat er nog steeds sprake is van een agrarisch productiegebied, waarbij de aanwezigheid van zwaarder verkeer inherent is aan het gebiedstype. Dit houdt echter niet in dat de mogelijkheden onbegrensd zijn en dat overlast en gevaarlijke situaties dan maar geaccepteerd moeten worden vanwege het gebiedstype. Vanuit de tuinbouwsector is aangegeven dat veranderingen in de markt ook gevolgen hebben voor het verkeer in het gebied. Een aantal kwekerijen levert tegenwoordig hun producten niet meer uitsluitend via de veiling of rechtstreeks aan de groothandel, maar verkoopt ook direct aan particulieren. Deze consument verwacht steeds vaker snelle levering van het product.
Bij deze vorm van handel is het onvermijdelijk dat het aantal verkeersbewegingen toeneemt. Ook als er sprake is van een agrarisch gebied met zwaarder verkeer, dan kan een bestaande verkeersbelasting of -situatie geen argument zijn om kansen voor verbetering te laten liggen. Het feit dat een bepaalde bedrijfsactiviteit een zekere hoeveelheid verkeer veroorzaakt, houdt niet in dat opvolgende activiteiten hierop een claim kunnen leggen. Er bestaat geen ‘recht’ op een bepaalde hoeveelheid verkeer en een bestaande situatie is in dat opzicht ook geen norm. Dit laatste punt is vooral van belang bij vragen over functieveranderingen. De omstandigheid dat een bepaalde functie in het verleden een zekere hoeveelheid verkeer tot gevolg had, wil niet zeggen dat dit ook voor de toekomst een recht of een gegeven is. Een heel ander verkeersaspect dat in negatieve zin genoemd wordt is de overlast van vliegverkeer van Schiphol. Feit is dat de luchthaven op korte afstand van het gebied ligt en dat sommige van de aan- en afvliegroutes over een deel van de maatwerkgebieden lopen. Daarbij moet vastgesteld worden dat de visie maatwerkgebieden geen instrumenten kan bieden om deze vorm van overlast te beperken. Conclusie Verkeer en verkeersveiligheid zijn onderwerpen die breed leven bij veel gebruikers in het gebied. De wens tot verbeteringen op dit punt is door meerdere stakeholders aangegeven.
De bedrijvigheid wordt hierbij genoemd als één van de oorzaken. Anderzijds wordt ook aangegeven dat zwaarder verkeer in het gebied onvermijdelijk is zolang er tuinbouwbedrijven in het gebied actief zijn. P a g i n a 39 | 55
Naast het wegverkeer wordt bij dit onderwerp ook regelmatig het vliegverkeer van Schiphol genoemd als negatief effect op het gebied. Deze visie biedt echter geen mogelijkheden om hier iets aan te veranderen.
6.1.15. Clustering van functies Clustering van functies is een onderwerp dat op een aantal punten in het proces van de visie naar voren is gekomen. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de clustering van agrarische bedrijven, maar nadrukkelijk ook naar andere functies, zoals niet-agrarische bedrijvigheid en wonen. Dit is ook één van de punten die door de LTO in haar rapport is benoemd. Clustering is daarbij één van de gespreksonderwerpen geweest tijdens de bijeenkomst met actieve kwekers en vertegenwoordigers van de koepelorganisaties op 13 februari 2024. De achterliggende gedachte daarbij is dat gelijksoortige functies in elkaars nabijheid elkaar kunnen versterken. Door clusters met verschillende functies van elkaar te scheiden wordt verder voorkomen dat deze functies elkaar negatief beïnvloeden. Agrarisch Met betrekking tot agrarische bedrijven zien we dat clustering in het verleden al op meerdere locaties heeft plaatsgevonden. Kleinere bedrijven zijn opgekocht en/of samengevoegd tot de bedrijven die nu in het gebied aanwezig zijn. Binnen het huidige tijdelijk deel van het omgevingsplan zijn die mogelijkheden ook nu nog steeds aanwezig. Door een aantal bedrijven is daar ook feitelijk al gebruik van gemaakt door onderlinge samenwerking aan te gaan tussen bedrijven die in elkaars nabijheid liggen.
Door de tuinbouwsector is onder andere op de bijeenkomst van 13 februari aangegeven dat voor veel bedrijven in het gebied op dit moment een optimale bedrijfsomvang bereikt is. Op de korte termijn is er geen wens of noodzaak voor verdere clustering en worden daar geen voordelen van gezien. Verder is aangegeven dat clustering in de vorm van het verplaatsen van bestaande bedrijven duur is. Voor bedrijven die teelt hebben in de volle grond kan een verplaatsing tot gevolg hebben dat het een aantal jaren kan duren voor de nieuwe locatie daadwerkelijk productie oplevert. Als al een stap naar clustering en schaalvergroting gezet zou moeten worden, dan wordt een voorkeur uitgesproken voor verplaatsing naar moderne gebieden zoals Nieuw Amstel (Oost). Wonen Binnen de maatwerkgebieden zijn beperkte mogelijkheden voor woningbouw. Hieruit volgt ook dat de vorming van grote clusters, daar waar het gaat om nieuwbouw, niet mogelijk zal zijn. Wel kan aangesloten worden bij bestaande woningen in het gebied. Voor enkele zeer specifieke gevallen geldt dat aangesloten kan worden bij de bestaande bebouwing van de kern Papenveer. Ook hier geldt echter dat rekening gehouden moet worden met beperkingen door beleid van hogere overheden met betrekking tot woningaantallen en bouwen in de LIB-zone.
Voor zover dat beleid verdere clustering aan de kern dit mogelijk zou maken, moet ook bedacht worden of sturing op clustering op die locatie(s) wenselijk is. Het gaat om gronden die in particulier eigendom zijn en een dergelijke sturing is daarmee een aanzienlijke ingreep in de marktwerking. Voor wat betreft het toevoegen van woningen elders moet rekening gehouden worden met ruimtelijke uitgangspunten, zoals de voorkeur voor het bouwen in bestaande linten en niet in een tweede of derde lint. Het bouwen in het lint draagt bij aan een duidelijke ruimtelijke structuur die als waardevol versterking van het landschap wordt ervaren.
P a g i n a 40 | 55
Niet-agrarische bedrijven Voor de bestaande, legale, niet-agrarische bedrijven in het gebied geldt dat er geen sprake is van dynamiek. De bedrijven zitten op hun huidige locaties en er is geen wens voor verplaatsing bekend. Naast de vraag of er daadwerkelijk ruimte voor clustering beschikbaar zou zijn, is het ook de vraag welke voordelen clustering hier voor het gebied of de bedrijven zou brengen. Met betrekking tot nieuwvestiging van bedrijven is de conclusie getrokken dat dit niet gewenst is, waarmee het vraagstuk van clustering automatisch niet aan de orde is. Recreatie & toerisme Op het gebied van recreatie & toerisme is in deze visie aangegeven dat er uitsluitend ruimte zou moeten zijn voor kleinschalige voorzieningen op dit gebied. Clustering van die voorzieningen zou juist afbreuk kunnen doen aan die kleinschaligheid en inpasbaarheid. Verder liggen er in het gebied geen grootschalige locaties voor recreatie & toerisme waarbij aangesloten kan worden om clustering te bereiken. Natuur Voor natuur geldt in belangrijke mate hetzelfde als voor recreatie & toerisme. In de maatwerkgebieden zijn geen grote natuurgebieden aanwezig waar bij aangesloten kan worden. Ook is geen wens of ambitie bekend om dergelijke gebieden aan te leggen. De toegevoegde waarde van (nieuwe) natuur is vooral benoemd in samenhang met landschappelijke inpassing.
Dit pleit juist voor een zorgvuldige lokale inpassing in het gebied en niet voor concentratie in grotere gebieden.
6.2. Gebiedsgerichte analyse Naast een analyse per onderwerp is het ook waardevol om te kijken welke plek de verschillende functies in het gebied hun plaats hebben. Dit geeft een beeld van de ruimtelijke structuur in het gebied en de verspreiding of juist samenhang tussen de functies, waarbij de nadruk ligt op het perspectief vanuit de tuinbouwsector.
6.2.1. Paradijsweg droge kant, ten zuiden van Papenveer Hier zijn meerdere kwekerijen aanwezig, waaronder een bestaand cluster van kwekerijen met hoge energiebehoefte. Een samenwerking op het gebied van energie is door deze bedrijven ingezet en er wordt gezocht naar alternatieve (en innovatieve) manieren om in de energiebehoefte te voorzien, energie uit te wisselen en eventueel in de toekomst energie te leveren aan de (directe) omgeving.
6.2.2. Paradijsweg droge kant, ten noorden van Papenveer In dit deel van het gebied liggen verspreid meerdere bedrijven met lage energiebehoefte. Kwekers in dit gebied hebben in de gesprekken aangegeven weinig tot geen behoefte te hebben aan bedrijfsuitbreiding en zien geen noodzaak of toegevoegde waarde in clustering van bedrijven.
6.2.3. Westkanaalweg Aan de Westkanaalweg ten zuiden van Papenveer zijn enkele kwekerijen gevestigd. Dit zijn bedrijven met een lage energiebehoefte. Daarnaast zijn hier ook een aantal niet-agrarische bedrijven legaal gevestigd (deze bedrijven zijn inbestemd/opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan). Ten noorden van Papenveer zijn aan de Westkanaalweg geen actieve bedrijven bekend met teelt als hoofdtak van de bedrijfsvoering en zijn ook geen niet-agrarische bedrijven opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. P a g i n a 41 | 55
6.2.4. Reigersbos In een eerdere versie van de visie maatwerkgebieden is gesteld dat bij herontwikkeling van dit gebied kansen liggen voor natuurontwikkeling. Overwegingen die daarbij meespeelden zijn de ligging nabij een natuurgebied en de zeer beperkte herontwikkelingsmogelijkheden voor woningbouw als gevolg van contouren Schiphol. Na gesprekken met de kwekers in dit gebied moet vastgesteld worden dat herontwikkeling van dit gebied nu niet aan de orde is. Er is sprake van een concentratie van bestaande en doorgaans goed lopende bedrijven met uitbreidingsmogelijkheden en potentiële bedrijfsopvolging. De bedrijven hebben een beperkte energievraag waar zij op duurzame wijze in voorzien. De meeste ondernemers in dit gebied zien geen noodzaak tot herontwikkeling.
6.2.5. Schilkerweg Dit gebied is grotendeels particulier in gebruik. In het noorden van het gebied zijn nog enkele kassen aanwezig; het is niet bekend of hier nog steeds sprake is van actieve kwekerijen. Bekend is dat een deel van de gronden in dit gebied in het bezit zijn van een ontwikkelmaatschappij die slooprechten uit het gebied in wil zetten voor woningbouw. Direct aansluitend aan dit gebied ligt het terrein waar de Ter Aarse IJsclub gevestigd is. Een deel van het perceel van de IJsclub (nieuw clubhuis, parkeerterrein) valt binnen de begrenzing van de maatwerkgebieden. Het ijsbaan / campingterrein zelf valt buiten de begrenzing.
6.2.6. Oostkanaalweg Aan de Oostkanaalweg zijn nog meerdere kwekerijen actief. Het gaat daarbij om één groot, high tech kwekerijbedrijf met hoge energiebehoefte. De overige bedrijven zijn kleiner van omvang en hebben meestal een energiearme(re) teelt. In het gebied zijn ook enkele niet-agrarische bedrijven gevestigd waarvoor een (tijdelijke) omgevingsvergunning is verleend.
P a g i n a 42 | 55
7. Beleidskeuzes De resultaten van de planverkenning en de analyse zijn samen te vatten in een aantal beleidskeuzes voor de beoordeling van initiatieven voor het gebied. In dit hoofdstuk worden die beleidskeuzes weergegeven. Bij het verlenen van medewerking aan een initiatief is het uitgangspunt altijd dat sprake moet zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan een locatie. Dit houdt voor de beleidskeuzes in dat een nieuwe functie dus geen beperkingen op mag leveren voor omliggende functies, waaronder bestaande (glas-) tuinbouwbedrijven. Dit vraagt dus om een specifieke toetsing van een initiatief op een bepaalde locatie. Op basis van de hierna opgenomen beleidskeuzes kan een eerste inschatting gemaakt worden van de haalbaarheid van een initiatief. Hieraan kan echter niet zonder meer de conclusie verbonden worden dat een concreet initiatief haalbaar is op een bepaalde locatie. Omgekeerd kan van bepaalde initiatieven wel aangegeven worden dat zij geen plaats hebben binnen de maatwerkgebieden. Er wordt op gewezen dat deze lijst niet uitputtend is. Voor ontwikkelingen of initiatieven die niet in deze visie voorkomen of genoemd worden, kunnen geen conclusies verbonden worden over het wel of niet toelaatbaar zijn van een initiatief. Beleidskeuze: Wonen (inclusief Ruimte voor Ruimte) In de maatwerkgebieden kunnen woningen worden toegevoegd.
Doelen Versterking van bestaande kernen en vergroting van de leefbaarheid via vergroting van de woningvoorraad Bij Ruimte voor Ruimte: Sanering van overbodig geworden agrarische bedrijfsgebouwen en hiermee verbetering van de kwaliteit van landschap en leefomgeving (ruimtelijke kwaliteitswinst). Vorming van een logische en overzichtelijke ruimtelijke structuur voor situering van woningen Versterking van de landschapsstructuur. Toepassing en randvoorwaarden Aan bestaande kernen (geclusterd) Langs nieuwe of bestaande verbindingen / infrastructuur (in bestaand lint) Via toepassing van Ruimte voor Ruimte of door functieomzetting van bestaande bedrijfswoningen Randvoorwaarden voor functieomzetting zijn al opgenomen in de bepalingen van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Geen nieuwe bebouwing in tweede of derde lint Bij Ruimte voor Ruimte: alleen na het doorlopen van de ‘ladder voor Ruimte voor Ruimte’ en na een positieve uitkomst van de locatietoets. Hierbij dient met name ook aandacht te zijn voor het voorkomen van nadelige gevolgen voor nabijgelegen bedrijven. Overwegingen Het aansluiten van woningbouw bij bestaande kernen is een ruimtelijk logische keuze en kan op die manier de leefbaarheid van een kern versterken. P a g i n a 43 | 55
Er kan aangesloten worden op bestaande infrastructuur (kabels, leidingen, wegen). Woningbouw kan een versterking zijn voor de bestaande voorzieningen of een impuls zijn voor de komst van voorzieningen. Het instrument Ruimte voor Ruimte is primair bedoeld voor verbetering van de ruimtelijke kwaliteit bij beëindiging van agrarische bedrijven. Het feit dat met deze regeling ook een bijdrage geleverd kan worden aan de woningbouwopgave is een welkom neveneffect.
Beleidskeuze: Huisvesting van arbeidsmigranten De visie bevat geen beleidskeuze op het gebied van huisvesting van arbeidsmigranten. Doelen Geen / niet van toepassing Toepassing en randvoorwaarden Geen / niet van toepassing Overwegingen De problematiek van huisvesting van arbeidsmigranten/seizoensarbeiders is niet beperkt tot de maatwerkgebieden en zelfs niet tot de gemeente Nieuwkoop. Over dit onderwerp worden op regionaal niveau beleidsafspraken gemaakt. In het kader van de visie maatwerkgebieden is het niet wenselijk om deze bestaande afspraken en ambities te doorkruisen of hier beleidsmatig een voorschot op te nemen.
Beleidskeuze: Recreatie & Toerisme – nieuwe recreatiewoningen In de maatwerkgebieden kunnen geen nieuwe recreatiewoningen worden toegevoegd. Doelen Geen / niet van toepassing Toepassing en randvoorwaarden Geen / niet van toepassing Overwegingen Provinciaal beleid laat alleen de nieuwbouw van recreatiewoningen toe in nieuwe complexen. In het gebied is geen behoefte gebleken of logische locatie beschikbaar voor een dergelijke voorziening. Hiermee is het uitgesloten dat in het maatwerkgebied nieuwe recreatiewoningen worden opgericht.
Beleidskeuze: Recreatie & Toerisme – bed & breakfast (aan huis) In de maatwerkgebieden is bed & breakfast (aan huis) toelaatbaar. Doelen P a g i n a 44 | 55
Bijdrage leveren aan de overnachtingsmogelijkheden in de gemeente en daarmee versterking van recreatie en toerisme in het algemeen. Mogelijkheid voor neveninkomsten.
Toepassing en randvoorwaarden Voorwaarden voor bed & breakfast zijn opgenomen in de bestaande Nota ruimtelijk beleid. Deze zijn hier onverkort van toepassing. Overwegingen Een bed & breakfast functie is het bieden van een overnachtingsgelegenheid (met ontbijt) in of bij een bestaande woning. Een dergelijke gelegenheid is voor voorzieningen in belangrijke mate afhankelijk van de woning waar deze aan verbonden is en beschikt niet over een eigen keuken. Bestaand beleid in de gemeente is dat bed & breakfast in beginsel toelaatbaar is bij alle woningen in de gemeente. De vraag of de omgeving in de maatwerkgebieden voldoende aantrekkelijk is voor toeristen is een vraag die door de potentiële recreatieondernemer beantwoord moet worden. Dit is geen overweging om deze functie in (delen van) het gebied op voorhand uit te sluiten. Door de stakeholders is aangegeven dat recreatieve ontwikkeling gezien wordt als een kans voor het gebied. Dit sluit ook aan bij de ambities zoals die op dit gebied zijn opgenomen in de omgevingsvisie.
Beleidskeuze: Recreatie & Toerisme – camperstandplaatsen In de maatwerkgebieden zijn initiatieven voor camperplaatsen voor kleinschalige verblijfsrecreatie toelaatbaar. Doelen Bijdrage leveren aan de overnachtingsmogelijkheden in de gemeente en daarmee versterking van recreatie en toerisme in het algemeen. Mogelijkheid voor neveninkomsten. Toepassing en randvoorwaarden Maximaal drie camperstandplaatsen per woning. Niet in combinatie met bed & breakfast bij dezelfde woning. Overwegingen Camperstandplaatsen zullen vooral aantrekkelijk zijn voor reizende toeristen (wandelen, fiets, boot) en sluiten daarmee in potentie goed aan bij de toeristische doelgroep die de gemeente wil bereiken. De campermarkt – en dus ook de vraag naar standplaatsen – is de laatste jaren een groeimarkt gebleken. Omdat grootschalige voorzieningen in dit gebied niet aan de orde zijn, gaat het met name om kleinschalige standplaatsen voor kort verblijf. De vraag of de omgeving in de maatwerkgebieden voldoende aantrekkelijk is voor toeristen is een vraag die door de potentiële recreatieondernemer beantwoord moet worden. Dit is geen overweging om deze functie in (delen van) het gebied op voorhand uit te sluiten.
P a g i n a 45 | 55
Door de stakeholders is aangegeven dat recreatieve ontwikkeling gezien wordt als een kans voor het gebied. Dit sluit ook aan bij de ambities zoals die op dit gebied zijn opgenomen in de omgevingsvisie.
Beleidskeuze: Recreatie & Toerisme – trekkershutten In de maatwerkgebieden zijn initiatieven voor trekkershutten niet toelaatbaar. Doelen Geen / niet van toepassing. Toepassing en randvoorwaarden Geen / niet van toepassing. Overwegingen Trekkershutten maken – vanwege hun beperkte voorzieningenniveau – als regel gebruik van gezamenlijke voorzieningen voor sanitair en douchegelegenheid. Hierdoor zullen trekkershutten vaak geplaatst worden in een groter aantal of als onderdeel van een grotere voorziening, zoals een camping. Hiermee sluit de plaatsing van trekkershutten niet aan bij het beoogde kleinschalige karakter van de recreatieve voorzieningen in het gebied.
Beleidskeuze: Agrarisch – bedrijfsuitbreiding In de maatwerkgebieden is uitbreiding van agrarische bedrijven toegelaten. Doelen Mogelijkheid bieden voor schaalvergroting van tuinbouwbedrijven (zowel in de volle grond als onder glas, of gecombineerd) om te komen tot een robuustere bedrijfsvoering en betere toekomstbestendigheid van het bedrijf. Toepassing en randvoorwaarden De kaders hiervoor zijn de bestaande kaders die nu al zijn opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan en in milieuwetgeving. De visie bevat hiervoor geen aanvullende ruimtelijke voorwaarden. Overwegingen Het huidige bestemmingsplan (omgevingsplan) voorziet nu al in een agrarische (glas)tuinbouwfunctie met bijbehorende bouwmogelijkheden. Van deze mogelijkheden kan nu al gebruik gemaakt worden, mits voldaan wordt aan de bouw- en milieuregelgeving. Het is aan de ondernemers zelf om te bepalen of de condities dusdanig zijn dat het maken van deze stap voldoende aantrekkelijk en haalbaar is.