Toelichting Teylerspark fase 2
Tekst van het document
Bestemmingsplan | Toelichting
Teylerspark - fase 2
Gemeente Nieuwkoop
Datum: 16 februari 2022 Projectnummer: 210342 ID: IMRO.0569.bpNWVTeylerspark2-on01
INHOUD TOELICHTING
1
Inleiding
3
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Ligging plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
3 3 5 6
2
Planbeschrijving
7
2.1 2.2
Bestaande situatie Toekomstige situatie
7 9
3
Algemeen ruimtelijk beleid en regelgeving
14
3.1 3.2 3.3 3.4
Rijksbeleid en regelgeving Provinciaal beleid en regelgeving Regionaal beleid en regelgeving Gemeentelijk beleid en regelgeving
14 21 23 25
4
Onderzoek en uitvoerbaarheidsaspecten
29
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13
Milieueffectrapportage Bedrijven en milieuzonering Bodem Geluid Geur Externe veiligheid Luchtkwaliteit Natuur Water Archeologie Cultuurhistorie Verkeer en parkeren Kabels en leidingen
29 31 36 37 38 39 43 45 46 50 52 52 54
5
Wijze van bestemmen
55
5.1 5.2
Algemeen Dit bestemmingsplan
55 56
6
Economische uitvoerbaarheid
58
7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
59
7.1 7.2 7.3
Inleiding Vooroverleg Zienswijzen
Bijlagen
Bijlage 1: Stedenbouwkundig plan Bijlage 2: Toets aan ladder voor duurzame verstedelijking Bijlage 3: Toetsing Luchthavenindelingbesluit Schiphol Bijlage 4: Vormvrije m.e.r. Bijlage 5: Bedrijven en milieuzonering Bijlage 6: Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 7: Verkennend bodemonderzoek 2012 Bijlage 8: Verkennend bodemonderzoek 2018 Bijlage 9: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 10: Ontwerpbesluit hogere waarden Bijlage 11: Externe veiligheid Bijlage 12: Quick scan Flora en Fauna Bijlage 13: Onderzoek stikstofdepositie Bijlage 14: Archeologisch onderzoek Bijlage 15: Nota van reactie op vooroverleg
59 59 59
1
Inleiding
1.1
Aanleiding De gemeente Nieuwkoop wil de locatie Teylerspark 2 ontwikkelen met woningbouw en een park. Het betreft een locatie aan de zuidrand van de kern Nieuwveen, aansluitend aan het Teylerspark - fase 1. Fase 1 bestaat uit 20 sociale huurwoningen en is reeds gerealiseerd.Het geldende bestemmingsplan laat woningbouw en wegen niet toe op deze locatie. Om de bouw van 61 woningen mogelijk te maken, moet een nieuw bestemmingsplan worden vastgesteld door de gemeenteraad van Nieuwkoop.. Het aan te leggen park past binnen de gelden bestemming deze is daarom niet meegenomen in dit bestemmingsplan. Een bestemmingsplan bestaat uit het juridische deel: de regels en verbeelding en uit een toelichting. Voorliggend document voorziet in een toelichting van het bestemmingsplan.
1.2
Ligging plangebied Het plangebied ligt tussen de buurt ‘Schoterveld’ aan de noordzijde, het toekomstige park aan de zuidzijde, Teylerspark fase 1 aan de oostzijde en de Laan der Verwondering aan de westzijde. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding van dit bestemmingsplan.
Globale ligging van het plangebied (geel) ten opzichte van de kern Nieuwveen (Bron: PDOK Viewer).
3
Globale begrenzing van het plangebied (geel) (Bron: PDOK Viewer).
4
1.3
Vigerend bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Kern Nieuwveen, Zevenhoven en Noordeinde’, zoals op 15 december 2016 vastgesteld door de gemeenteraad van Nieuwkoop.
Uitsnede geldend bestemmingsplan ‘Kern Nieuwveen, Zevenhoven en Noordeinde’ met daarop het plangebied globaal omlijnd (rood) (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).
Het plangebied heeft de bestemming ‘Groen’. De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a de aanleg en instandhouding van groenvoorzieningen; b wandel- en fietspaden; c parkeervoorzieningen; d speelplaatsen en speelvoorzieningen; e waterlopen en waterpartijen; f waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals bruggen en duiker; met de daarbij behorende: g voorzieningen van algemeen nut; h in- en uitritten voor aangrenzende bouwpercelen; i andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. Onder bepaalde voorwaarden mogen er gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut gebouwd worden en bouwwerken geen gebouwen zijnde.
5
Conclusie Geconcludeerd wordt dat er binnen de geldende bestemming geen woningen of wegen zijn toegestaan. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
1.4
Leeswijzer Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. Deze toelichting is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. Het volgende hoofdstuk (hoofdstuk 2) beschrijft de bestaande en toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van het ruimtelijk beleidskader van de verschillende overheden waaraan het plan is getoetst. Hoofdstuk 4 bevat de milieu- en de omgevingsaspecten van het plan. De toelichting eindigt met hoofdstukken over de opbouw, verantwoording en uitleg van de planregels (hoofdstuk 5), de economische uitvoerbaarheid (hoofdstuk 6) en de maatschappelijke uitvoerbaarheid (hoofdstuk 7).
6
2
Planbeschrijving
2.1
Bestaande situatie Ontstaansgeschiedenis Nieuwveen De plaats Nieuwveen, zoals de naam al aangeeft, is later dan de andere kernen van de gemeente Nieuwkoop ontstaan. Wegens de aanwezigheid van een omvangrijk veengebied, was het gebied lang niet makkelijk bereikbaar. Vanaf de zestiende eeuw werd het turfsteken echter de belangrijkste bron van inkomsten. Aanvankelijk werden alleen de bovenste lagen afgegraven, maar door de uitvinding van de baggerbeugel rond 1530, kon ook het veen beneden de waterspiegel worden opgebaggerd. Dit wordt ook wel slagturven genoemd. Het turfsteken had ook nadelige effecten. Er ontstonden grote, diepe waterplassen, die tegen het einde van de achttiende eeuw, tegen hoge kosten, moesten worden drooggelegd. Dankzij deze polders kon de bevolking zich (weer) toeleggen op akkerbouw en veeteelt. Tot op de dag van vandaag over1 heerst de agrarische sector in het gebied . In de twintigste eeuw breidde de gemeente Nieuwkoop zich sterk uit. Sinds 1950 verdrievoudigde het aantal inwoners van de gemeente bijna. In Nieuwveen wordt er vanaf 1950 ten zuiden van het historisch bebouwingslint (Kerkstraat/Dorpstraat) gebouwd. De recentste grote uitbreiding is ten westen van de kern met de wijk ‘Nieuwe Venne’. De kern Nieuwveen heeft volgens het CBS anno 2021 4.293 inwoners.
Nieuwveen valt sinds 2007 onder gemeente Nieuwkoop, daarvoor viel Nieuwveen onder de voormalige gemeente Liemeer. In 2007 zijn de gemeenten: Nieuwkoop, Ter Aar en Liemeer opgegaan in de nieuwe gemeente Nieuwkoop. Nieuwveen vormt de derde kern van de gemeente Nieuwkoop wat betreft inwoneraantal. Het plangebied De stedenbouwkundige opzet is makkelijk afleesbaar. Langs de historische bebouwingslinten (de Kerkstraat, de Dorpstraat en de A.H. Kooistraat) bevinden zich de de oudste gebouwen van de kern, soms uit de 19 eeuw. De geringe bouwhoogte is ook een karakteristiek van een dorpsstructuur. Nieuwveen ontwikkelt zich de laatste jaren naar twee tegenovergestelde richtingen. Ten eerste komen er nieuwe gebouwen tot stand aan de noordzijde van de historische kern. De gebouwen rond het Ursulaplein zijn hier een voorbeeld van. De grootste groeimogelijkheden zijn echter naar het zuiden toe. Deze ontwikkeling heeft in drie grote fasen plaatsgevonden. De eerste was in de jaren 60 van de vorige eeuw met de buurt rondom de Bruningstraat, uitgebreid naar het westen in de jaren 80 van de vorige eeuw. De tweede fase was in de jaren 80 van de vorige eeuw ten zuiden van het Jan van Blankenpad. De derde fase was na 2010 ten westen van het Maaiveld en de Roggeveldweg (De Verwondering) en ten zuiden van de Gruttoveld (Teylerspark fase 1).
1
Bron : Geschiedenis van Nieuwkoop - Erfgoedhuis Zuid-Holland (geschiedenisvan-
zuidholland.nl) 7
Tijdperk gebouwen zuidzijde Nieuwveen en ontwikkeling globaal rood omcirkeld (Bron: https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten/ kaart bouwjaar panden).
Het plangebied zelf is in de huidige situatie onbebouwd.
Zicht op het plangebied vanuit het noordoosten, Teylerspark fase 1(Bron: gemeente Nieuwkoop)
8
2.2
Toekomstige situatie Programma Voor de ontwikkeling van 61 woningen in het plangebied heeft de gemeente een stedenbouwkundig plan laten opstellen. Inwoners konden meedenken over drie varianten voor dit plan. Op basis hiervan is een nieuwe variant gemaakt. De gemeenteraad 2 heeft op 8 juli 2021 ingestemd met dit plan. In het stedenbouwkundig plan zijn de ruimtelijke randvoorwaarden van de herinrichting van het plangebied beschreven (bijlage 1). Het plangebied is opgedeeld in drie onderdelen: grondgebonden woningen, appartementen en parkeerplaatsen. De wijk wordt groen ingericht en voorziet in een park. Het park valt buiten het bestemmingsplangebied, aangezien dit al binnen de groenbestemming van het geldende bestemmingsplan past.
Impressie stedenbouwkundige opzet (Bron: Stedenbouwkundig plan)
Gezien de ligging van het plangebied wordt ervoor gekozen om kleinschalige bebouwing aan de noordzijde te realiseren dat aansluit bij de bestaande woningen. Aan de zuidzijde zijn appartementengebouwen voorzien bestaande uit maximaal drie bouwlagen. De gebouwen staan in het groen met uitzicht over het park. De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van in totaal 61 woningen op de locatie Teylerspark. Het programma is divers en bestaat uit 3 tiny houses, 8 rug-aan-rugwoningen, 32 appartementen, 10 tweelaagse rijwoningen en 8 kwadrantwoningen.
2
Vollmer & Partners (2021). Stedenbouwkundig plan Teylerspark II te Nieuwveen. Nummer 2604-220. 1 juni 2021. 9
In navolgende afbeeldingen worden impressies gegeven van de toekomstige bebouwing.
Vogelvlucht vanaf noordzijde, richting Teylersplein (Bron: Stedenbouwkundig plan)
Vogelvlucht vanaf zuidzijde vanuit park (Bron: Stedenbouwkundig plan)
Vogelvlucht vanaf Akkermunt (Bron: Stedenbouwkundig plan)
10
Zicht vanaf Teylerspark (Bron: Stedenbouwkundig plan)
Zicht vanaf Weegbree (Bron: Stedenbouwkundig plan)
Ontsluiting en parkeren De bestaande weg naar Teylerspark fase 1 vormt de ontsluiting voor Teylerspark fase 2. Deze weg wordt aangevuld met een lus om het zuidelijk deel van het plangebied te ontsluiten. Door deze lus is het plangebied in geval van calamiteiten van twee zijden bereikbaar. De ontsluitingsweg sluit aan op de Laan der Verwondering. Het parkeren is deels binnen het plangebied opgelost en deels in het parkdeel erbuiten. Binnen het plangebied komen er parkeerplaatsen langs de ontsluitingsweg. Buiten het plangebied zijn er aan de oost- en westzijde meerdere parkeervakken ingetekend.
11
Ontsluitingswegen en parkeren (Bron: Stedenbouwkundig plan)
Groen Dit plan besteedt veel aandacht aan de groene structuur. Het park speelt een belangrijke rol in het maken van een goede overgang van landschap naar bebouwing. Daarnaast wordt het onderdeel van de leefomgeving van de bewoners van Teylerspark fase 2. De groene omgeving biedt ruimte voor spelen, bewegen en ontmoeten. Door een groenstrook tussen de nieuwe woningen en de Weegbree op te nemen ontstaat er, samen met de brede sloot, een groene overgang naar de bestaande bebouwing. In het verlengde van het water langs de Akkermunt komt ook een groenstrook. Deze groenstrook vormt de overgang naar de woningen van Teylerspark fase 1 en biedt ruimte voor een speelplek. De parkeerplaatsen buiten het plangebied zullen omgeven worden door een groen talud. Hiermee worden de parkeerplaatsen opgenomen in het park en domineren de auto’s het beeld niet. Daarnaast zullen ook bomen worden geplant, bijvoorbeeld vlakbij de parkeerplaatsen binnen het plangebied, zodat een groen straatbeeld ontstaat in de buurt. Onderstaande afbeelding geeft de groenstructuur weer. De locatie van de bomen is indicatief en zal nader wordt uitgewerkt.
12
Groenstructuur (Bron: Stedenbouwkundig plan)
De ontwikkeling van Teylerspark fase 2 draagt bij aan de vraag naar betaalbare koopwoningen voor jongeren en starters. Verder zorgt het voor een groene omgeving en dient het als stevige impuls voor de leefbaarheid van de kern Nieuwveen.
13
3
Algemeen ruimtelijk beleid en regelgeving
3.1
Rijksbeleid en regelgeving
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In de NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven; 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.
Toetsing Dit plan raakt twee prioriteiten van de Nationale Omgevingsvisie: ruimte voor energietransitie (gasloze woningen) en sterke en gezonde steden en regio’s. Het plan raakt ook een van de nationale belangen: een woningvoorraad die goed aansluit bij de woningbehoefte.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vormt een juridische regeling om nationale belangen te borgen zoals Rijksvaarwegen, Defensie, Ecologische hoofdstructuur (thans Natuurnetwerk Nederland [NNN]), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij de Ecologische Hoofdstructuur (thans NNN) en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de begrenzing van de EHS (thans NNN) is bepaald dat niet het rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. 14
Toetsing Het plangebied raakt geen nationaal ruimtelijk belang dat in het Barro omschreven is. 3.1.3
Besluit ruimtelijke ordening (Ladder voor duurzame verstedelijking) Vanuit het rijk wordt een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte bevorderd. Hiervoor is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en als procesvereiste opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening. Onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Als de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, moet worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Met de term ‘bestaand stedelijk gebied’ (van het Bro) wordt hetzelfde verstaan als de term ‘bestaand stads- en dorpsgebied’ van de Omgevingsverordening.
Toetsing Uit jurisprudentie blijkt dat een woningbouwplan dat voorziet in de ontwikkeling van 3 12 woningen of meer wordt aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling . Gelet op jurisprudentie en het feit dat het voorgenomen plan ruimte biedt aan maximaal 61 woningen, is voorliggende ontwikkeling aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Er heeft daarom ook een toets aan de ladder van duurzame 4 verstedelijking plaatsgevonden (bijlage 2). Volgens de provinciale Woningbehoefteraming 2021 is de woningbehoefte in de regio Holland Rijnland van 2021 tot met 2030 30.500 woningen. De provincie streeft naar een realistische programmering van 130% van de behoefte, dus een programmering van 39.650 woningen. Hiermee wordt rekening gehouden met planuitval. De planlijst 2021 bevat voor de periode 2021 t/m 2030 slechts 36.401 (119%) te aanvaarden woningen. Gelet op het plan kan worden gesteld dat het verzorgingsgebied met betrekking tot woningen zich primair richt op de gemeente Nieuwkoop en secundair op de directe buurgemeentes. Kwantitatieve behoefte In 2019 waren 44% van de verhuizingen in Nieuwkoop binnen de gemeente zelf en ongeveer 21% van de verhuisbewegingen was afkomstig uit de naastgelegen gemeente Alphen aan de Rijn.
Het voorliggende plan ziet toe op de toevoeging van bijzondere woningtypes, waarvan een dusdanige aantrekkingskracht uit gaat, dat dit kopers vanuit de hele regio zal trekken..
3
Zie hiervoor de uitspraak van de ABRvS d.d. 25 maart 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:953).
4
SAB (2022), Toets Ladder voor duurzame verstedelijking, Teylerspark - fase 2, projectnummer 210342, d.d. 14 februari 2022. 15
Gelet op de positieve huishoudensontwikkeling binnen de gemeente Nieuwkoop, het feit dat er sprake is van een grote kwantitatieve opgave en de plancapaciteit onvoldoende is om te kunnen voorzien in de kwantitatieve woonbehoefte, wordt geconcludeerd dat het plan past binnen de kwantitatieve woningbehoefte van het marktgebied. Kwalitatieve behoefte De ontwikkeling van het plangebied ten behoeve van woningbouw sluit aan op de woningbehoefte in de gemeente Nieuwkoop en anticipeert op de demografische ontwikkelingen. Het levensloopbestendig karakter van een groot deel van de ontwikkeling speelt in op de bevolkingsprognose, waarbij een groei van het aandeel 65-plussers in de gemeente Nieuwkoop is geprognosticeerd. De Woonvisie Nieuwkoop heeft met name aandacht voor veranderingen in de bevolkingssamenstelling (kleinere huishoudens), sociale huur, jongeren en starters, (jonge) gezinnen, middeninkomens, spoedzoekers en ouderen. Met voorliggend plan wordt voorzien in een gevarieerd woningbouwprogramma, waardoor een brede doelgroep wordt aangesproken. Tevens richt de ontwikkeling zich op starters, een doelgroep die specifiek is benoemd in de gemeentelijke woonvisie.
De focus op deze groepen krijgt vorm door in te zetten op een suburbaan woonmilieu met voornamelijk appartementen en goedkope koopwoningen gericht op kleine huishoudensgroepen, aangevuld met enkele iets grotere grondgebonden woningen. Op die manier draagt onderhavig plan bij aan de kwalitatieve behoefte. Schiphol Het plangebied ligt binnen de luchtvaartverkeerszone van Schiphol, de 20 Ke-contour. Hiervoor gelden landelijke en provinciale regels, waaronder de volgende regel: “Voor zover een bestemmingsplan nieuwe woningen toestaat op de gronden binnen de 20 Ke-contour, wordt in de toelichting van dat plan rekenschap gegeven van het feit dat op de betreffende locatie sprake is van geluid vanwege het luchtverkeer en worden de redenen vermeld die ertoe hebben geleid om op de betreffende locatie nieuwe woningen te bestemmen” (Omgevingsverordening artikel 6.14, lid 3). Bij het vertalen van het provinciale beleid in gemeentelijk beleid heeft de gemeente Nieuwkoop op 11 mei 2017 beleidsregels vastgesteld. Met deze beleidsregel heeft de gemeente aangegeven op welke wijze rekenschap wordt gegeven in bestemmingsplannen over (bijvoorbeeld) de geluidsbelasting van nieuwe woningen en indien nodig maatregelen om het geluidsniveau binnen de woning te verminderen.
“In de toelichting van het bestemmingsplan wordt extra aandacht besteed aan de afweging van de belangen die met de beoogde woningbouw binnen 20 Ke-contour zijn gemoeid. Er wordt een afweging gemaakt waarbij de lokale leefbaarheid en vitaliteit een belangrijke rol spelen. Zoals blijkend uit de voorgaande paragrafen bestaat er zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin een woningbouwopgave in de gemeente Nieuwkoop. De woningbouw wordt voorzien binnen de grenzen van de kern Nieuwveen (welke als geheel binnen de 20 Ke-contour ligt). De inbreiding binnen het 20 Ke-gebied is nodig voor het behoud van de leefbaarheid van de kern Nieuwveen. Er komen namelijk woningen die geschikt zijn voor starters en jongeren, waardoor deze groepen in Nieuwveen kunnen blijven wonen en niet genoodzaakt zijn te vertrekken naar elders. Deze twee groepen dragen bij aan het in stand kunnen houden van de voorzieningen binnen de kern, wat
16
uiteindelijk een positieve invloed heeft op de leefbaarheid voor alle inwoners van Nieuwveen. De ontwikkeling van dergelijke en deze hoeveelheid woningen is gewenst en binnen de kern Nieuwveen is geen andere c.q. betere locatie voorhanden. Aangezien de hele kern binnen de 20 Ke-contour ligt zou een andere locatie ook niet leiden tot een betere situatie met betrekking tot de 20 Ke-contour. Bestaand stedelijk gebied Er moet aangetoond worden in hoeverre de woningbehoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. In de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (bijlage 2) wordt geconcludeerd dat voorliggende ontwikkeling wordt voorzien in bestaand stedelijk gebied. De geconstateerde kwantitatieve en kwalitatieve behoefte wordt dan ook gerealiseerd in bestaand stedelijk gebied. Op basis van het voorafgaande kan geconcludeerd worden dat de Toets Ladder voor duurzame verstedelijking positief is doorlopen (bijlage 2). Deze toets concludeert dat het plan voorziet in een behoefte en binnen bestaand stedelijk gebied plaatsvindt. Daarmee wordt het plan als haalbaar geacht voor wat de betreft de Ladder voor duurzame verstedelijking. 3.1.4
Luchthavenindelingbesluit Schiphol Wetgeving Op 1 november 2002 heeft het kabinet milieu- en veiligheidsregels voor het vijfbanenstelsel op Schiphol vastgesteld. De regels zijn opgenomen in het Luchthavenindelingbesluit (LIB, geactualiseerd op 28 oktober 2021), waarin beperkingen worden gesteld aan het ruimtegebruik rond de luchthaven en het luchthavenverkeerbesluit (LVB), dat is gericht op de beheersing van de belasting van het milieu door het luchtverkeer. Deze regels zijn op 20 februari 2003 in werking getreden, op het moment dat Schiphol de vijfde baan (Polderbaan) in gebruik had genomen. Deze regels moeten door gemeenten in acht worden genomen bij bestemmingsplannen en bij omgevingsvergunningen (o.a. de voormalige bouw- of aanlegvergunningen). In het Luchthavenindelingbesluit zijn twee gebieden vastgesteld: het luchthavengebied en het beperkingengebied. Het plangebied valt binnen het beperkingengebied als bedoeld in kaartbijlage 2 van het LIB. Binnen het beperkingengebied worden weer verschillende deelgebieden (zones) onderscheiden met specifieke regels, te weten LIB 1 t/m 5 kaartbijlage 3 van het LIB (beperking bebouwing).
De bedoeling van het afwegingsgebied is om enerzijds op Rijksniveau het rijkskader (geen nieuwe woningbouwlocaties buiten bestaand stedelijk gebied) in het LIB te verankeren en anderzijds de provincies de mogelijkheid te geven om daarbinnen (middels de provinciale Verordeningen) verdere regels te stellen om beperkt en onder voorwaarden woningen toe te staan. Risicoprofiel De Veiligheidsregio Hollands Midden is wettelijk verplicht eenmaal in de vier jaar een risicoprofiel vast te stellen. Een van de risico's waar de veiligheidsregio (en dus ook de gemeente Nieuwkoop) mee geconfronteerd kan worden is een vliegtuigongeval op
17
haar grondgebied. De veiligheidsregio geeft aan dat er voor vliegtuigongevallen afspraken zijn gemaakt met de Veiligheidsregio Kennemerland waar Schiphol onder valt. De gevolgen van een vliegtuigongeval kunnen binnen het beschikbare potentieel van de Veiligheidsregio Hollands Midden samen met de Veiligheidsregio Kennemerland worden opgevangen. De raad van de gemeente Nieuwkoop heeft in zijn vergadering van 9 juli 2015 besloten het bestuur van de veiligheidsregio te verzoeken zich met name te focussen op het risico van luchtvaartongevallen. De Veiligheidsregio Hollands Midden heeft in 2019 een analyse opgesteld voor 10 kilometer zones in relatie tot luchtvaartongevallen. Hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 4.6. Provinciaal kader De voorwaarden houden samengevat in dat woningbouw binnen de 20 Ke-contour is toegestaan binnen bestaand stads- en dorpsgebied. Buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD-gebied) zijn een aantal uitzonderingsregels van kracht, o.a. voor enkele woningen en indien de locatie valt binnen de grenzen van de voormalige bebouwingscontouren uit het Streekplan Oost van 2003 (de “rode contouren”). De locatie Teylerspark ligt binnen bestaande stedelijk gebied. Daarnaast ligt het ook binnen de grenzen van de voormalige bebouwingscontouren uit het Streekplan Oost van 2003. Er zijn daardoor geen belemmering is voor woningbouw.
De Provincie stelt als voorwaarde dat een goede motivering in het bestemmingsplan is opgenomen (beleidsregel "Wonen en Vliegen"). Voor deze motivering wordt verwezen naar paragrafen 3.1.3 van deze toelichting. Toetsing Luchthavenindelingbesluit Schiphol 5 Het plangebied is getoetst aan het Luchthavenindelingbesluit (bijlage 3). Het plangebied valt binnen het gebied LIB 5 Beperking bebouwing. Daarnaast valt het binnen twee gebieden met hoogtebeperkingen. Op de gronden die met gebied LIB 5 zijn aangewezen, zijn woningbouwlocaties toegestaan binnen bestaand stedelijk gebied (zie 3.1.3) en er moet onderbouwd worden op welke wijze rekening is gehouden met de mogelijke gevolgen van een vliegtuigongeval met meerdere slachtoffers op de grond als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen. In paragraaf 4.6 wordt daar nader op ingegaan. 6
In de regionale afspraken ‘wonen en vliegen’ verbinden gemeenten zich aan een informatieplicht. Deze verplicht gemeenten om toekomstige en (potentiële) eigenaren, bewoners en gebruikers van woningen binnen het 20 Ke-gebied (thans LIB 5), alsmede partijen die voornemens (of doende) zijn die woningen te realiseren, actief en zo vroeg mogelijk te informeren over de geluidsbelasting als gevolg van Schiphol. In dit geval zullen de toekomstige bewoners worden geïnformeerd dat ze gaan wonen in de Schipholregio. Dit betekent dat zij mogelijk vliegtuiggeluid of -overlast kunnen ervaren in verband met de ligging van de woningen binnen de 20ke-contour.
5
Toetsing Luchthaveninstelingsbesluit Teylerspark. 9 december 2021.
6
Provincie Noord-Holland (2017), Regionale afspraken ‘wonen en vliegen’, kenmerk: 920083/910117, 24 april 2017. 18
Uitsnede kaart beperking bebouwing uit Luchthavenindelingbesluit (Bron: Luchthavenindelingbesluit bijlage 3, 28-10-2021)
19
Uitsnede kaart Maatgevende kaart toetshoogtes uit
Uitsnede kaart toetshoogte i.v.m. Radar uit
Luchthavenindelingbesluit (Bron:
Luchthavenindelingbesluit (Bron:
Luchthavenindelingbesluit bijlage 4, 28-10-2021)
Luchthavenindelingbesluit bijlage 4a, 28-10-2021)
Op grond van de kaarten met toetshoogtes zijn voor de locatie Teylerspark geen objecten hoger dan 146 meter (Toetshoogte) en 76 meter (Toetshoogte Radar) toegestaan. Dit bestemmingsplan laat geen gebouwen of bouwwerken toe met een dergelijke hoogte. Er zal ook geen beplanting ontstaan die tot deze hoogten komen. Deze hoogtebeperkingen vormen dan ook geen probleem voor dit bestemmingsplan. Het plangebied valt daarnaast nog binnen het gebied met beperkingen voor windturbines en lasers. Windturbines passen niet binnen dit bestemmingsplan en het gebruik van lasers wordt niet in een bestemmingsplan geregeld. Het plangebied valt niet binnen de overige gebieden zoals ‘Beperking aantrekken vogels’. De beoogde ontwikkeling in het plangebied is niet in strijd met het Luchthavenindelingbesluit. 3.1.5
Conclusie Het voorgenomen plan is niet in strijd met bovengenoemde hogere regelingen (Novi, Barro, Bro, Luchthavenindelingbesluit) en Omgevingsverordening Zuid-Holland.
20
3.2
Provinciaal beleid en regelgeving
3.2.1
Omgevingsvisie Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland wil met haar Omgevingsvisie (vastgesteld op 16 juni 2021) een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. In de fysieke leefomgeving ziet de provincie zeven richtinggevende ambities, te weten: 1 Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2 Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3 Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4 Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van ZuidHolland. 5 Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6 Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7 Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. De provincie Zuid-Holland zet in de Omgevingsvisie onder andere in op ontwikkelingen met een passende ruimtelijke kwaliteit. Ook wil de provincie de bebouwde ruimte beter benutten en de leefkwaliteit van die bebouwde ruimte verbeteren.
In het kader van een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving wenst de provincie woningbouw te realiseren in combinatie met onder meer natuurinclusieve maatregelen. Met dit plan wordt aan deze ambitie bijgedragen door het realiseren van betaalbare appartementen in combinatie met natuurinclusieve maatregelen, zoals het realiseren van groene gevels en daken. Ten aanzien van de ambitie energievernieuwing wordt in de provinciale Omgevingsvisie gesteld dat Zuid-Holland op dit moment een van de meest energie intensieve regio’s van Europa is. Daarom wenst de provincie haar energieaanpak te vernieuwen. Dit doet de provincie bijvoorbeeld met het uitbreiden van warmtenetten. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De gestelde ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Toetsing en conclusie Dit plan draagt bij aan deze ambitie door het realiseren van betaalbare appartementen in combinatie met natuurinclusieve maatregelen, zoals voldoende groenstroken tussen de woningen, een groene leefomgeving met het park en het landschappelijk inpassen van de parkeerplaatsen met een talud.
Met voorliggende ontwikkeling worden nieuwe woningen gebouwd die, in vergelijking met de bestaande woningen, hogere duurzaamheidsnormen hebben. Hiermee verhoogt de toekomstbestendigheid en de leefbaarheid van de omgeving. De woningen
21
van Teylerspark II kunnen mogelijk aangesloten worden op het warmtenet Schoterhoek II. Of dit daadwerkelijk mogelijk is, hangt af van de beschikbare restcapaciteit, de technische en financiële haalbaarheid en de goedkeuring van de coöperatie Schoterhoek II. De voorgenomen ontwikkeling is daarmee in lijn met de ambities uit de Omgevingsvisie van Zuid-Holland. 3.2.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland De Omgevingsvisie Zuid-Holland beschrijft het strategische beleid van de provincie Zuid-Holland. Op 7 augustus 2021 is de laatste versie van de Omgevingsverordening vastgesteld. Deze bevat de ruimtelijke regelgeving. De Omgevingsverordening van de provincie is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit; b doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften; en c zorgvuldig beheren, beschermen en ontwikkelen van de natuur, gelet op de intrinsieke waarde, dierenwelzijn, het behouden en herstellen van de biologische diversiteit, economische belangen, volksgezondheid en openbare veiligheid. Toetsing en conclusie Het plangebied is niet gelegen binnen een provinciaal belang zoals te zien is op de provinciale ruimtelijke kwaliteitskaart. In algemene zin geldt dat een plan een bijdrage moet leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. In Zuid-Holland, dat zich onderscheidt door het sterke contrast tussen een dynamische stedelijke omgeving en open deltalandschappen, is zorg voor de ruimtelijke kwaliteit in het bijzonder van belang.
Ruimtelijke kwaliteit is het resultaat van goede ruimtelijke ordening: een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. De provincie wil dat bestemmingsplannen voor woningbouw een zo hoog mogelijke woningdichtheid mogelijk maken, passend bij een goed woon- en leefklimaat. Voor nieuwe plannen wordt gestreefd naar een zo hoog mogelijke dichtheid met een richtwaarde van 30-45 woningen per hectare. Tevens dient er een gevarieerd woningbouwprogramma gerealiseerd te worden waarbij vooral aandacht voor sociale woningbouw en woningen voor de middeninkomens moet zijn. Het voorliggend plan creëert een groene woonomgeving en speelt specifiek in op de woningbehoeften van jongeren en starters. Het perceel is momenteel in onbruik geraakt en onbebouwd. De ontwikkeling van de locatie verhoogt de toekomstbestendigheid van het perceel en draagt zodoende bij aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. De ruimtelijke ontwikkeling van maximaal 61 woningen sluit aan bij de gebiedsidentiteit van de aangrenzende woonwijk in stedelijk gebied. Het plangebied heeft een oppervlak van ongeveer 1,1 hectare.
Met ruim 50 woningen per hectare bedraagt de woningdichtheid meer dan de genoemde richtwaarde. Hiermee wordt aan de norm van de provincie voldaan. De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit van een woonwijk in stedelijk gebied, met een divers
22
woonprogramma bestaande uit onder ander tiny houses, rug-aan-rugwoningen, kwadrantwoningen, rijwoningen en appartementen. De gemeente heeft eigen parkeerbeleid waardoor er niet voldaan hoeft te worden aan de door de provincie aangegeven parkeernormen voor woningbouw. Het plan voorziet geen wijziging op structuurniveau en past bij de aard en schaal van het gebied. 3.2.3
Woningbehoefteraming Provincie Zuid-Holland 2021 In de provinciale omgevingsvisie is opgenomen dat de provincie samen met gemeenten en andere partijen op regionaal niveau voorziet in voldoende en passende woningen voor verschillende doelgroepen. Voor de provincie is de actuele Woningbehoefteverkenning Zuid-Holland uitgangspunt voor het gesprek over de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte. De Woningbehoefteverkenning Zuid-Holland bestaat uit enerzijds een raming van de kwantitatieve woningbehoefte en anderzijds een verkenning van de kwalitatieve woningbehoefte. De toegestane woningvoorraadgroeicijfers worden op regionaal niveau vastgesteld omdat de provincie met de regio’s afspraken maakt over te bouwen woningen zoals is vastgelegd in het coalitieakkoord. Door de toegestane regionale woningvoorraadgroei per regio opnieuw als (richtinggevend) uitgangpunt vast te stellen heeft de provincie een actueel beoordelingskader voor de toetsing van bestemmings- of omgevingsplannen en de aanvaarding van regionale woonvisies en woningbouwprogramma’s in overeenstemming met het provinciale omgevingsbeleid. Toetsing en conclusie In de woningbehoefteraming is vastgesteld dat de toegestane woningvoorraadgroei in de woonregio Holland-Rijnland voor de periode 2021 tot en met 2030 30.500 woningen bedraagt.
Het plan voegt 61 woningen toe aan de woningvoorraad in de regio Holland-Rijnland, waarmee het blijft binnen het kader gesteld door de raming.
3.2.4
Conclusie Het voorgenomen plan is niet in strijd met het provinciaal beleid en regelgeving.
3.3
Regionaal beleid en regelgeving
3.3.1
Regionale Omgevingsagenda Nieuwkoop maakt onderdeel uit van de regio en samenwerkingsverband Holland Rijnland. Het is een regio die groeit en bloeit. Dit biedt kansen, maar stelt de regio ook voor uitdagingen. De regio zoekt ruimte voor woningbouw, bedrijvigheid, mobiliteit en duurzame energie waarbij de kenmerkende waarden van het landschap behouden moet blijven. Deze kenmerken en waarden maken de regio aantrekkelijk om er te leven, te recreëren en te bezoeken. Dit levert een ruimtelijk verdelingsvraagstuk op. In de Regionale Omgevingsagenda heeft de regio een eerste stap gezet in het vinden van de juiste balans. Tot voor kort werden veel van dit soort keuzes los van elkaar gemaakt; aparte afspraken voor bijvoorbeeld wonen, bedrijventerreinen of mobiliteit. In de integrale Regionale Omgevingsagenda is dit veranderd en maken ook de Regionale Strategie Mobiliteit en de Regionale Energiestrategie onderdeel van uit van de
23
agenda. De drie opgeleverde producten komen voort uit de Regionale Agenda Holland Rijnland 2019–2023 en vormen samen een gedeelde ambitie voor de regio. De agenda bestaat uit een aantal verhaallijnen die in elkaar overlopen en elkaar versterken: een sterke kenniseconomie en complementaire bedrijvigheid; huisvesting; infrastructuur voor mobiliteit en energie toekomstperspectief landschap. Met betrekking tot huisvesting wil de regio woningen bieden aan diverse doelgroepen en voor diverse woonwensen. Daarbij wordt ingezet op verschillende woonmilieus in zowel grote als kleinere kernen, met elk een eigen identiteit en woningaanbod. De uitdaging is om diverse woonmilieus in een compacte setting te realiseren met gezonde vergroening van de bebouwde omgeving als uitgangspunt. De regio kiest voor geconcentreerde verstedelijking om het landschap te sparen. De woningbehoefte is binnenstedelijk niet altijd meer op te lossen. Daar waar het binnenstedelijk niet meer past, wil de regio de kansen benutten die er liggen om de kwaliteit van de stadsranden te versterken via landschappelijke verstedelijking. Door middel van “landschapsplannen” kunnen harde overgangen tussen stad en landschap verbeterd worden. Binnen een ecologisch raamwerk worden de functies wonen en werken gecombineerd met (nieuwe) natuur en water.
Woningbouw levert zo een bijdrage aan biodiversiteit, klimaatbestendige inrichting en groene en gezonde steden. Tegelijk zorgen we ervoor dat de veelkleurige en vitale kernen buiten de verstedelijkingsas leefbaar blijven en niet op slot gaan. Beperkt woningen toevoegen in en direct langs de randen van de kernen blijft mogelijk, primair voor de eigen inwoners. Toetsing Onderhavig plan voorziet in een bijdrage aan de woningbehoefte binnen de regio. Tevens sluit het plan aan bij de regionale wens om compact te bouwen, dankzij de gekozen bebouwingsdichtheid. Tot slot is er ook aandacht voor de vergroening van de directe omgeving. Het plan past daarmee binnen de Regionale Omgevingsagenda.
3.3.2
Regionale agenda Holland Rijnland 2019-2023 De gemeente Nieuwkoop maakt deel uit van een regionale samenwerking tussen gemeenten. De noordelijkste gemeenten van Zuid-Holland hebben een regionale agenda 2019-2023 opgesteld. Deze agenda werd op 30 oktober 2019 vastgesteld. De agenda bestaat uit vijf onderdelen: 1 De inleiding: waarom is deze agenda nodig? 2 De rode draden van de regio: mobiliteit, groen, wonen en de energietransitie vormen de grootste uitdagingen voor de toekomst. Er zijn belangrijke vraagstukken onder het thema ‘wonen’: het bouwen van sociale huurwoningen en de mogelijkheid tot een regionaal woningbouwprogramma. De verduurzaming van de woningvoorraad is ook een grote opgave voor de komende jaren. 3 De economie en de leefomgeving: Keuzes waar de gemeenten onder andere op regionaal niveau in onderling verband voor staan, zijn: Locaties voor woningbouw waarin wordt gezocht naar een balans tussen binnen- en buitenstedelijk bouwen met prioriteit voor binnenstedelijk;
24
Versterken van (gemeentegrensoverschrijdende) natuur en landschap ten behoeve van het behoud van biodiversiteit en de versterking van recreatieve aantrekkelijkheid; Verder vormgeven van de zoekrichtingen voor locaties voor windturbines en zonnevelden; Wijze van invullen van een groeiende mobiliteitsbehoefte; Ruimte voor bedrijvigheid waarin (sub)regionaal niet kan worden voorzien. Ruimte die nodig is voor klimaatadaptatie; 4 De maatschappij: sociale vraagstukken zoals de laaggeletterdheid of de coördinatie van de jeugdhulp worden op regionaal niveau opgepakt 5 Strategisch positioneren Holland Rijnland: investeringsfondsen voor de toekomst en stimulering van de innovatie worden hier omschreven. Toetsing De beoogde ontwikkeling voorziet in de bouw van 61 woningen. De woningbouwontwikkeling vindt plaats in een omgeving met een aanzienlijk woningtekort. Deze woningen zullen gasloos verwarmd worden. Bovendien maakt een park onderdeel uit van de totale ontwikkeling. Op deze manieren draagt de ontwikkeling bij aan de doelstellingen van de Regionale Agenda Holland Rijnland.
Conclusie Voorliggend plan past binnen het regionale beleid en regelgeving.
3.4
Gemeentelijk beleid en regelgeving
3.4.1
Omgevingsvisie Nieuwkoop Op 8 juli 2021 heeft de gemeenteraad de omgevingsvisie Nieuwkoop vastgesteld. Het is het resultaat van een uitvoerig participatietraject dat samen met de Nieuwkoopse samenleving is doorlopen. De omgevingsvisie voorziet bij uitstek in een integrale, samenhangende visie op de toekomst van de gemeente Nieuwkoop. Deze geeft op basis van gezamenlijk geformuleerde waarden richting en ruimte aan opgaven en ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Omgevingsvisie Nieuwkoop heeft zijn oorsprong in de Structuurvisie Nieuwkoop 2040: ondernemend, groen en duurzaam (2009). Halverwege 2016 is deze structuurvisie herijkt en deze visie vormt ook de input voor de omgevingsvisie. De omgevingsvisie Nieuwkoop zal zich de komende jaren blijven ontwikkelen. De omgevingsvisie helpt antwoord te geven op de belangrijkste opgaven, waar de gemeente de komende jaren mee te maken krijgt. De gemeente heeft drie ambities geformuleerd: Gelukkige mensen: mensen wonen, werken en recreëren graag in de gemeente en dat wil de gemeente zo houden! Geluk, gezondheid en eigen initiatief staan in de visie daarom centraal. De gemeente wil met de bewoners werken aan een gezonde, sociale leefomgeving met kansen voor iedereen, bijvoorbeeld op een woning, goed onderwijs en genoeg ruimte om te bewegen en te ontmoeten.
25
Sterke dorpen: ondernemers, organisaties en verenigingen máken de dorpen! Samen met de ondernemers, organisaties en verenigingen werkt de gemeente aan toekomstbestendige kernen en plekken met een eigen karakter en een gevarieerd aanbod aan woningen, winkels en voorzieningen. Goed verbonden met de regio en met een mooie balans tussen levendigheid en rust en tussen vernieuwing en historie. Groene toekomst: onze gemeente is groen! De gemeente versterkt de waarden en de vitaliteit van het bijzondere landschap waarin landbouw, tuinbouw, natuur, het opwekken van energie en recreatie een sterk geheel vormen. Met verschillende partijen werkt de gemeente zo aan een duurzame, groene toekomst. Toetsing Met dit bestemmingsplan worden 61 woningen mogelijk gemaakt. Voor het plan is de ruimtelijke structuur van Nieuwkoop onderzocht, die als basis heeft gediend voor het stedenbouwkundig plan waardoor het plan wordt ingepast in de omgeving. Met de realisatie van de woningen wordt bijgedragen aan een gezonde, sociale leefomgeving met kansen voor iedereen en een gevarieerd woningaanbod. Het plan past daarmee binnen de doelen van de omgevingsvisie. 3.4.2
Woonvisie 2016-2025 In de Woonvisie Nieuwkoop (vastgesteld 6 oktober 2016) wordt het wensbeeld van de gemeente Nieuwkoop anno 2025 beschreven als een hoogwaardig woon- en leefklimaat, dat door het groen, water, ruimte en geografische ligging in de Randstad een aantrekkelijke gemeente is om te wonen. Om de doelstelling van de visie te realiseren, zijn de opgaven thematisch onderverdeeld in: 1 Een aantrekkelijke gemeente door een vitale dorpenstructuur met een divers aanbod aan voorzieningen en gemengde bevolkingssamenstelling door het behouden en aantrekken van jongeren en gezinnen; 2 Een betaalbare en beschikbare voorraad door het focussen op de realisatie van sociale huurwoningen en woningen voor middeninkomens; 3 Wonen met zorg en welzijn door meer aandacht te besteden aan langer thuis wonen, beschikbare ondersteuning en levensloopbestendige woningen, zodat langer thuis blijven wonen mogelijk is. De woonvisie vraagt in het specifiek aandacht voor veranderingen in de bevolkingssamenstelling (kleinere huishoudens), de sociale huur, jongeren en starters, (jonge) gezinnen, middeninkomens, spoedzoekers en ouderen. Toetsing Voorliggend plan draagt bij aan het realiseren van de woondoelen. Er is sprake van een woonprogramma, waarmee wordt ingespeeld op de woonbehoefte van starters, jongeren en jonge gezinnen.
Door een verscheidenheid aan woningtypes (o.a.: appartementen, rijwoningen en rug-aan-rugwoningen) te realiseren, voldoet dit plan aan de diverse woonwensen die er onder die doelgroepen zijn.
26
3.4.3
Integraal woningbouwprogramma en doelgroepenverordening Het Integraal woningbouwprogramma geeft richting aan de te bouwen woningen aan de hand van prijsklassen en doelgroepen. Om te zorgen dat de woningen die worden gerealiseerd voor specifieke doelgroepen ook op de lange termijn aan deze groepen kunnen worden toegewezen - dat wil zeggen ook als deze woningen op den duur voor nieuwe bewoners beschikbaar komen - heeft de gemeente Nieuwkoop een afzonderlijke Doelgroepenverordening opgesteld. De doelgroepenverordening is een sturingsinstrument waarmee de gemeente voor de categorieën sociale huur, middeldure huur, goedkope koop en particulier opdrachtgeverschap de maximum prijsgrenzen, de bijbehorende doelgroepen en de instandhoudingstermijnen kan bepalen. De doelgroepenverordening is ook een sturingsinstrument om programma’s in het bestemmingsplan te verankeren door bijvoorbeeld in de bestemmingplannen in de definitie voor goedkope koopwoningen aan te sluiten bij de doelgroepenverordening. Met een doelgroepenverordening kan de gemeente uitvoering geven aan het woningbouwprogramma. Momenteel is er een actualisatie van de doelgroepenverordening in voorbereiding die naar verwachting binnenkort wordt vastgesteld. Met deze geactualiseerde verordening wordt de prijsgrens van goedkope koopwoningen verhoogd (tot € 255.000).
Daarnaast komen er ook betaalbare koopwoningen met een V.O.N.-prijs tot de NHG-grens (€ 355.000). Indien deze verordening wordt vastgesteld zal het bestemmingsplan waarschijnlijk worden aangepast in de zin dat (ook) de nieuwe categorie (betaalbare koopwoningen) kan worden gerealiseerd. Toetsing In dit bestemmingsplan is het minimale percentage te realiseren goedkope koopwoningen vastgelegd (70%). Daarmee voldoet het plan aan de Regionale Woonagenda van Holland Rijnland. In dit plan (fase 2) worden geen sociale huurwoningen gerealiseerd. Het plan in Fase 1 van Teylerpark, waarvoor in 2017 een bestemmingsplan is vastgesteld, voorziet in 20 sociale huurwoningen. Voor Teylerspark in zijn geheel wordt dus zowel voorzien in sociale huurwoningen als goedkope koopwoningen. Daarnaast is voor de bijbehorende voorwaarden, zoals de instandhoudingstermijn, verwezen naar de 'Verordening doelgroepen woningbouw Nieuwkoop 2020' of de rechtsopvolger. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan het doelgroepenbeleid van de gemeente.
3.4.4
Beleidskader Duurzaamheid Gemeente Nieuwkoop en Duurzaamheidsprogramma Nieuwkoop 2021-2024 Met het Beleidskader Duurzaamheid Gemeente Nieuwkoop geeft de gemeente de ambities en doelstellingen weer die de gemeente op gebied van duurzaamheid wil realiseren. Daarnaast is het beleidskader een richtinggevend kader voor het duurzaamheidsprogramma. De gemeente Nieuwkoop geeft prioriteit aan de volgende zes opgaves. Energietransitie Klimaatadaptatie Circulaire economie
27
Biodiversiteit Mobiliteit Eigen organisatie Deze opgaves hebben niet alleen wereldwijd, landelijk en provinciaal de hoogste aandacht, maar zijn juist op gemeentelijk niveau de thema’s waar de gemeente haar rol kan nemen. De opgaves staan niet los van elkaar; er zijn verschillende dwarsverbanden te leggen. In de dwarsverbanden kunnen vaak nieuwe kansen worden ontdekt die meerwaarde opleveren. Door terug te rekenen vanuit de ambitie voor de lange (30 jaar: 2050) en middellange termijn (10 jaar: 2030), beschrijft de gemeente doelstellingen die voor de korte termijn (4 jaar: 2023) gaan gelden. Deze doelstellingen geven een doorkijk naar het HOE; ze zijn concreter dan de ambities en ze bevinden zich meer op uitvoeringsniveau. Ook de rol en werkwijze van de gemeente wordt op dit niveau globaal beschreven in het Beleidskader Duurzaamheid Gemeente Nieuwkoop. De doelstellingen zijn vervolgens in het Duurzaamheidsprogramma 2020-2023 geconcretiseerd. Toetsing Bij alle nieuwbouwprojecten wordt ingezet op zo veel mogelijk duurzame ontwikkelingen en duurzaam bouwen. Wat betreft voorliggende locatie wordt gestreefd naar een energieneutraal plan. Het aansluiten van woningen op het warmtenet is hoogstwaarschijnlijk mogelijk waardoor deze woningen energieneutraal gerealiseerd kunnen worden.
De groene omgeving van het plan biedt ruimte voor klimaatadaptatie doordat groen en bomen verdamping en verkoeling bieden op warme dagen en er ruimte is voor infiltratie van (regen)water. 3.4.5
Conclusie Het voorgenomen plan is niet in strijd met het gemeentelijk beleid en regelgeving.
28
4
Onderzoek en uitvoerbaarheidsaspecten Bij het opstellen van een bestemmingsplan is het verplicht om te bekijken in hoeverre de voorgenomen ontwikkeling gevolgen kan hebben op de aspecten: milieu, ecologie, water, archeologie en cultuurhistorie. In dit hoofdstuk is beschreven wat de gevolgen van dit plan kunnen zijn op die aspecten en is een planologische verantwoording gegeven. Ook is er een watertoets opgenomen.
4.1
Milieueffectrapportage Algemeen In het Besluit m.e.r. staat wanneer een m.e.r. of (vormvrije) m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de onderdelen C en D in de bijlage bij het Besluit m.e.r. (hierna: C- en D-lijst) staat of sprake is van m.e.r.-plicht of een (vormvrije) m.e.r.beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven.
Schema m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r. (Bron: www.Infomil.nl).
Bovenstaande afbeelding laat zien dat wanneer een besluit over een activiteit die boven de C-drempel blijft voor dat besluit een m.e.r.-plicht geldt. Tussen de C- en Ddrempel geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Als een activiteit onder de drempelwaarden blijft uit onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r., betekent dit echter niet dat er geen beoordeling meer nodig is. De drempelwaarden zijn namelijk indicatieve waarden (zie artikel 2, lid 5, onder b van het Besluit m.e.r.). Dit betekent concreet dat wanneer de omvang van de activiteit onder de drempelwaarden blijft, het bevoegd gezag zich ervan moet vergewissen of de activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben. Hierbij moet in het bijzonder worden nagegaan of sprake is van de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de Europese Richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling. Onder de D-drempel moet het bevoegd gezag dus via een vormvrije beoordeling nagaan of een formele m.e.r.-beoordeling nodig is. Dit ziet op de besluiten op grond waarvan de activiteit direct kan worden uitgevoerd. In een m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Het bevoegd gezag mag de m.e.r.-beoordelingsprocedures ook overslaan en direct de m.e.r.-procedure volgen.
29
Ook in de vormvrije m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Deze beoordeling is vormvrij: de wet schrijft geen procedure voor. Als belangrijke nadelige gevolgen niet zijn uit te sluiten, dan moet de formele m.e.r.-procedure worden doorlopen. Uiteraard kan ook direct voor een m.e.r. gekozen worden. Voor plannen, die een kader vormen voor een activiteit waarvoor op grond van de bijlage bij het Besluit m.e.r. een m.e.r. moet worden doorlopen dan wel een formele m.e.r.-beoordeling moet worden opgesteld, moet een planMER worden opgesteld. Toetsing Onderhavig bestemmingsplan maakt de realisatie van maximaal 61 woningen mogelijk. Gelet op de omvang van het plan, ruim onder de drempelwaarden (minder dan 2.000 woningen en minder dan 100 hectare), en de ligging van het plangebied worden geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu verwacht. In het kader van het 7 ontwerpbestemmingsplan is een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld (bijlage 4). De navolgende tabel geeft een overzicht van de beoordeelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies weer. Aspect Natuur (gebiedsbescherming)
Natuur (soortenbescherming)
Verkeer
Geluid
7
Beoordeling milieueffecten Het uitgevoerde natuuronderzoek wijst uit dat significant negatieve effecten op het nabij gelegen Natura 2000 gebied niet aan de orde zijn. Hiermee worden geen negatieve milieueffecten verwacht. De aanwezigheid van beschermde soorten is grotendeels uitgesloten middels een flora en fauna onderzoek, of er geldt een provinciale ontheffing. Met inachtneming van de broedperiode voor vogels en de zorgplicht uit de Wet Natuurbescherming zijn de negatieve effecten op zijn hoogst beperkt. Dit effect kan zeker niet als een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu worden gekwalificeerd. De nieuwe woonontwikkeling zorgt voor een verkeersaantrekkende werking zonder te verwachten afwikkelingsproblemen op de bestaande infrastructuur. Gezien voorgaande worden wat betreft verkeer geen negatieve milieueffecten verwacht. Als gevolg van de nieuwe woonontwikeling zal er sprake zijn van een verkeersaantrekkende werking ten opzichte van de huidige situatie. Hiermee zou sprake kunnen zijn van een toename van geluidshinder op bestaande omringende woningen. De toename van het verkeer op de Laan der Verwondering is echter ruim minder dan 40% (licht verkeer) ten opzichte van de huidige verkeersintensiteit. Gezien voorgaande is geen sprake van een negatief milieueffect.
SAB (2022), Vormvrije m.e.r.-beoordeling. Nieuwveen, Teylerspark fase 2. Projectnummer 210342. 7 februari 2022. 30
Aspect Lucht
Beoordeling milieueffecten Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten. Het project draagt Niet in Betekenende Mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit en gezien de bestaande achtergrondconcentraties en de planbijdrage is geen sprake van een wezenlijke verslechtering.
Conclusie De uitkomst van uitgevoerde toets is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig. Het aspect milieu vormt zodoende geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
4.2
Bedrijven en milieuzonering
4.2.1
Bedrijven en milieuzonering Algemeen Bij het realiseren van een nieuwe functie moet vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening, gekeken worden naar de omgeving waarin de nieuwe functies worden gerealiseerd. Hierbij spelen twee vragen: 1 Past de nieuwe functie in de omgeving? 2 Laat de omgeving de nieuwe functie toe? Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. Kenmerkend voor deze milieuaspecten is dat de belasting op grotere afstand van de bron afneemt. Daarnaast is de mate waarin een bedrijfstype personen- en/of goederenverkeer aantrekt, mede bepalend voor de mate van hinder. Onderstaande tabel geeft inzicht in het verband tussen de (richt)afstand en de milieucategorie. Richtafstand 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m
Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2
De richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk en kunnen zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat met één afstandsstap worden verlaagd als sprake is van omgevingstype gemengd gebied. Gemengde gebieden zijn gebieden met functiemenging.
31
Toetsing In het kader van de beoogde ontwikkeling is door SAB een memo bedrijven en 8 milieuzonering opgesteld (bijlage 5).
Ligging hinderveroorzakende percelen in de omgeving van het plangebied (globaal in rood weergegeven) (Bron: pdokviewer.nl)
Er liggen verschillende functies in de omgeving van het plangebied (rood): bedrijven (paars), gemengd (blauw), agrarisch (groen) en maatschappelijk (oranje). Ten aanzien van hinder van bestaande bedrijvigheid op de beoogde ontwikkeling wordt geconcludeerd dat voor de meeste omliggende gronden voldaan wordt aan de richtafstanden uit de VNG-brochure waardoor deze gronden met bijbehorende functies niet onevenredig worden geschaad in hun ontwikkelingsmogelijkheden en ter plaatse van de ontwikkellocatie een goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd. Enkel voor de gronden ten zuiden van het plangebied, op voorgaande afbeelding aangegeven als locatie A, geldt dat niet voldaan kan worden aan de richtafstand voor geur. Voor de afvalwaterzuiveringsinstallatie geldt dat een nadere beschouwing, in de vorm van een geuronderzoek, benodigd is. In paragraaf 4.2.3 wordt hier nader op ingegaan. Daarnaast is op basis van een goede ruimtelijke ordening een nadere beschouwing gewenst voor het aspect geluid, in de vorm van een akoestisch onderzoek industrielawaai. In paragraaf 4.2.2 wordt daar verder op ingegaan.
8
SAB (2022) Quick scan bedrijven en milieuzonering. Locatie Teylerspark. Projectnummer: 210342. 8 februari 2022. 32
Conclusie Ten aanzien van de afvalwaterzuiveringsinstallatie moeten de aspecten geur en geluid nader beoordeeld worden. In de volgende paragraaf wordt daar nader op ingegaan. Verder vormt het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering voor de uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling. 4.2.2
Akoestisch onderzoek rioolwaterzuiveringsinstallatie Algemeen Het plangebied ligt ongeveer hemelsbreed op 250-300 meter van een 9 rioolwaterzuiveringsinstallatie. TAUW bv heeft een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar het industrielawaai van de rioolwaterzuiveringsinstallatie ten behoeve van deze ontwikkeling (bijlage 6). Toetsing Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau In eerste instantie is getoetst aan de richtwaarden zoals die opgenomen zijn in de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. Het blijkt dat niet wordt voldaan aan de richtwaarden voor rustige woonwijk, weinig verkeer uit de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening. Maatgevend voor het geluid zijn de overstorten van de beluchtingstanks en de nabezinktank 1. Daarnaast is het lossen van de tankwagen met slib een relevante bron naar de omgeving. Er wordt wel voldaan aan de standaard grenswaarden van het Activiteitenbesluit en het BKL van de nog in werking te treden Omgevingswet. Op basis van de resultaten van de berekening worden de volgende conclusies getrokken ten aanzien van de optredende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus: Ter hoogte van het plan Teylerspark II wordt op een van de rekenpunten in de nachtperiode niet voldaan aan de gebiedstypering rustige woonwijk, weinig verkeer. Op dit punt is de geluidsbelasting 36 dB(A) in plaats van de gewenste 35 dB(A).
Op de gevel van de appartementen in het voormalige Rabobank gebouw wordt in de nachtperiode niet voldaan aan de gebiedstypering rustige woonwijk, weinig verkeer. Hier is de overschrijding iets hoger en komt uit op 38 dB(A). De grenswaarden op vergunningspunt VIP03 Schotershoek 6 worden in de dag-, avond- en nachtperiode overschreden met respectievelijk 2, 3 en 1 dB en de grenswaarde op vergunningspunt VIP04 Schilkersweg 23 wordt in de avondperiode overschreden met 1 dB. Maatgevend voor het geluid zijn de overstorten van de beluchtingstanks en de nabezinktank 1. Daarnaast is het lossen van de tankwagen met slib en verwisselen van een container een relevante bron naar de omgeving. De overschrijdingen zijn zeer beperkt en leiden niet tot een overschrijding van de 50 dB(A) etmaalwaarde die gehanteerd worden voor gebiedstypering woonwijk in de stad en de standaard grenswaarden van het Activiteitenbesluit en het BKL. Geluidreducerende maatregelen aan de maatgevende bronnen (afdekken beluchtingstanks en nabezinktank 1) zijn naar verwachting ingrijpend en kostbaar en daarmee niet reëel,