CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Rekenkamerrapport 'Armoede in beeld'

Besluitvormende raadsvergadering 9 juli 2026, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Rekenkameronderzoek 'Armoede in beeld' (2026-045) - is 30-6 gewijzigd n.a.v. de MR24.108 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Armoede in beeld Onderzoek naar het beleid van de gemeente Nieuwkoop op het gebied van armoede en sociale ongelijkheid Rekenkamer Nieuwkoop

Armoede in beeld | 22-5-2026 Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 1.

Colofon Datum: 22-5-2026 Eindrapport Rekenkamer Nieuwkoop Job van Meijeren, directeur Tim Kunis, plv. directeur en secretaris 06 10 10 79 78 / tim@necker.nl Onderzoekers: Robert Klaassen robert@necker.nl Pieter Beutler Pieter.beutler@necker.nl Julia de Langen Julia@necker.nl Hannah Bout hannah@necker.nl

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 2.

Inhoudsopgave Colofon

2

Inhoudsopgave

3

Bestuurlijke nota

5

Inleiding: onderzoek naar armoede en ongelijkheid

6

Aanleiding Vraagstelling Deelvragen Leeswijzer

6 6 6 7

Kernbevindingen

8

Conclusies en aanbevelingen

11

Reactie van college van B&W

15

Nawoord rekenkamer

25

Nota van bevindingen

27

1. Vooraf: armoede en ongelijkheid in Nieuwkoopse context

28

1.1 Armoede en schulden in Nieuwkoop: de cijfers 1.2 Wat kenmerkt de inwoners van Nieuwkoop? 1.3 Maak kennis met Dennis, Shannah en Omar

28 29 35

2. Beleid om armoede en ongelijkheid tegen te gaan

36

2.1 2.2 2.3

36 38 41

Ambities en doelstellingen van de gemeente Instrumenten die de gemeente inzet Rollen en verantwoordelijkheden

3. Uitvoeringspraktijk

44

3.1 3.2

44 51

Uitvoeringsaanpak van de gemeente Samenwerking in de uitvoering en succes- en knelpunten

4. Monitoring en evaluatie

56

4.1 Gebruik van kwantitatieve en kwalitatieve informatie 4.2 Inzicht in het doelbereik

56 58

5. Betrokkenheid van de raad

60

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 3.

5.1 Informatievoorziening aan de raad 5.2 Rolneming door de gemeenteraad

60 61

Bijlage 1. Onderzoeksverantwoording

63

Onderzoekswerkzaamheden Schriftelijke documentatie Gevoerde interviews

63 63 63

Bijlage 2. Technische onderzoeksverantwoording

64

Indicatoren voor armoede en ongelijkheid Vragenlijst Indeling van inwoners aan de hand van de Citisens-methode

64 65 67

Bijlage 3. Overzicht samenwerkingspartners

68

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 4.

Bestuurlijke nota

Bestuurlijke nota

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 5.

Inleiding: armoede en ongelijkheid Aanleiding Armoede en ongelijkheid in de samenleving zijn actuele politieke en maatschappelijke onderwerpen. In 2023 leefden meer dan een half miljoen Nederlanders in armoede, zo berekende het CBS.1 Hoewel dat aantal mensen aan het dalen is, wordt de armoede van mensen onder de armoedegrens wel hardnekkiger: één op de drie mensen in armoede leeft al minstens drie jaar onder de armoedegrens.2 Daarnaast leven 1,2 miljoen mensen net boven de armoedegrens. In het voorjaar van 2024 adviseerde het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) dan ook om bij het maken van politieke keuzes aandacht te hebben voor hoe de keuzes uitpakken voor verschillende groepen in de samenleving.3 Het CBS rapporteerde in 2024 dat de inkomensongelijkheid tussen 2017 en 2022 in gemeente Nieuwkoop is gedaald.4 Enkel kijken naar koopkracht en inkomen om ongelijkheid te duiden blijkt echter niet voldoende te zijn, zo concludeert onder meer het SCP.5 Zij publiceerden in maart 2023 een onderzoek naar eigentijdse ongelijkheid. Uit deze studie komt naar voren dat eigentijdse ongelijkheid niet alleen voortkomt uit koopkrachtproblemen en armoede, maar ook samenhangt met ongelijkheid in andere hulpbronnen zoals sociaal en economisch kapitaal. Volgens het SCP liggen er kansen voor de overheid om dit actiever tegen te gaan.

Zo kan de overheid specifiek beleid voeren dat urgente financiële tekorten aanvult of aanpassingen doorvoeren in het structurele beleid en systemen. Daarbij is vooral de lokale overheid aan zet. Vanwege de maatschappelijke relevantie van het onderwerp en de rol die de gemeente hierin speelt voert de rekenkamer Nieuwkoop in 2025 dit onderzoek naar armoede en ongelijkheid uit. Daarbij neemt de rekenkamer ook inzichten uit onderzoek naar dit onderwerp in andere gemeenten mee.6

Vraagstelling Op basis van onze kijk op dit onderzoek en de geformuleerde doelstelling, heeft de rekenkamer de volgende centrale vraag geformuleerd voor het onderzoek: Welke middelen zet de gemeente Nieuwkoop in om armoede en sociale ongelijkheid te bestrijden en in hoeverre zijn deze doeltreffend en doelmatig? Deelvragen Deze hoofdvraag hebben we uitgewerkt in vijftien deelvragen, verdeeld over vier thema’s: Beleid 1. Welke ambities en doelstellingen heeft de gemeente Nieuwkoop vastgesteld ten aanzien van armoede en sociale ongelijkheid? 2. Welke (beleids-)instrumenten past de gemeente toe om armoede en sociale ongelijkheid tegen te gaan? 1 CBS. (2024, 17 oktober). Nieuwe armoedemeting: 540 duizend mensen arm in 2023. 2 Sociaal Cultureel Planbureau. (2024, 24 oktober). Voorkom dat nog meer mensen in armoede vervallen. 3 Sociaal Cultureel Planbureau. (2024, 27 maart). Oproep SCP: Heb oog voor ongelijkheid in de samenleving bij politieke keuzes. 4 AD. (2024, 3 juli). Inkomensongelijkheid in Nieuwkoop sinds 2017 gedaald. 5 Sociaal Cultureel Planbureau. (2023, maart). Onderzoeksrapport Eigentijdse ongelijkheid. 6 Necker (2024). Rekenkameronderzoek naar armoede en ongelijkheid – innovaties in negen gemeenten: link.

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 6.

3. Hoe zijn in de gemeente Nieuwkoop rollen en verantwoordelijkheden verdeeld in de aanpak van armoede en sociale ongelijkheid? Uitvoering en praktijk 4. Hoe werken betrokken gemeentelijke afdelingen samen op het gebied van armoede en sociale ongelijkheid? 5. Hoe werkt de gemeente Nieuwkoop samen met maatschappelijke partners in de aanpak van armoede en sociale ongelijkheid? Hoe is die samenwerking georganiseerd? 6. Welke inspanning wordt geleverd door gemeente Nieuwkoop en maatschappelijk partners om alle inwoners in beeld te krijgen die gebruik zouden moeten en kunnen maken van regelingen op het gebied van armoede en sociale ongelijkheid? 7. Hoe ziet de toegang tot de gemeentelijke dienstverlening ten aanzien van armoede en sociale ongelijkheid er vanuit het perspectief van de cliënt uit? 8. Wat zijn ervaren knelpunten in de aanpak van armoede en sociale ongelijkheid, en wat gaat er goed? 9. Welke mogelijkheden voor de aanpak van armoede en sociale ongelijkheid worden momenteel niet door de gemeente Nieuwkoop opgepakt? Monitoring, evaluatie en lessen 10. Hoe en in welke mate heeft de gemeente Nieuwkoop inzicht in het behalen van doelen? 11. Hoe wordt kwantitatieve en kwalitatieve informatie gebruikt in de analyse van de effectiviteit van het beleid? 12.

In hoeverre bereikt de gemeente Nieuwkoop de door haar gestelde doelen voor de aanpak van armoede en kansenongelijkheid en hoe doelmatig is die aanpak? 13. Welke lessen zijn voor de gemeente Nieuwkoop te formuleren voor de toekomstige aanpak van armoede en kansenongelijkheid? Betrokkenheid van de gemeenteraad 14. In hoeverre heeft de gemeenteraad van Nieuwkoop voldoende zicht op de effectiviteit en efficiëntie van het beleid om zijn kaderstellende en controlerende taken uit te kunnen voeren? 15. Hoe vervult de raad zijn kaderstellende en controlerende rol op dit moment als het gaat om armoede en kansenongelijkheid, en hoe zou die rol er in de toekomst uit moeten zien?

Leeswijzer Dit rapport bestaat uit een bestuurlijke nota en een nota van bevindingen. De bestuurlijke nota bestaat uit deze inleiding, de kernbevindingen, de conclusies en aanbevelingen, de bestuurlijke reactie en het nawoord van de rekenkamer. De nota van bevindingen is ingedeeld in vier hoofdstukken, gericht op de vier bovenstaande thema’s. In elk hoofdstuk wordt antwoord gegeven op de bijbehorende deelvragen. In de bijlage staat een nadere onderzoeksverantwoording en een overzicht van maatschappelijke samenwerkingspartners van de gemeente.

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 7.

Kernbevindingen Hieronder geeft de rekenkamer de kernbevindingen uit dit onderzoek weer. Met deze kernbevindingen geeft de rekenkamer antwoord op de onderzoeksvragen. 1. Welke ambities en doelstellingen heeft de gemeente Nieuwkoop vastgesteld ten aanzien van armoede en sociale ongelijkheid? 2. Welke (beleids-)instrumenten past de gemeente toe om armoede en sociale ongelijkheid tegen te gaan? De gemeente Nieuwkoop wil kansenongelijkheid, armoede en schuldenproblematiek verkleinen. De gemeente zet zowel in op het voorkomen van armoede en ongelijkheid als op het aanpakken van bestaande schulden. Ook wil de gemeente de kans op betaald werk vergroten en inwoners goed informeren over de beschikbare voorzieningen waar inwoners gebruik van kunnen maken. De gemeente Nieuwkoop heeft geen apart beleid voor armoede of ongelijkheid. Het beleid van de gemeente maakt onderdeel uit van de Lokale preventieagenda. De gemeente kent diverse minimaregelingen en -voorzieningen waar inwoners een beroep op kunnen doen. Dit betreffen onder andere diverse tegemoetkomingen en aanvullende bijdragen zoals bijdragen voor kinderen die naar school gaan (in aanvulling op het kindgebonden budget) en bijdragen om deel te kunnen nemen aan maatschappelijke activiteiten. Voor de minimaregelingen hanteert Nieuwkoop verschillende inkomensgrenzen en specifieke voorwaarden.

De inkomensgrenzen die de gemeente hanteert zijn vergelijkbaar met omliggende gemeenten. 3. Hoe zijn in de gemeente Nieuwkoop rollen en verantwoordelijkheden verdeeld in de aanpak van armoede en sociale ongelijkheid? 4. Hoe werken betrokken gemeentelijke afdelingen samen op het gebied van armoede en sociale ongelijkheid? De aanpak van armoede, schulden en ongelijkheid valt in Nieuwkoop onder de afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling. De teams De Verbinding en Sociaal Domein, die onder deze afdeling vallen, werken samen met maatschappelijke organisaties om armoede, schulden en ongelijkheid te verkleinen. De uitvoering van de Participatiewet en de wet gemeentelijke schuldhulpverlening is door Nieuwkoop belegd bij de gemeente Alphen aan den Rijn. De gemeente kent geen lokaal centraal loket voor hulp en ondersteuning bij financiële vraagstukken. Inwoners met een hulp- of ondersteuningsvraag kunnen op verschillende plekken terecht, maar moeten daarvoor bij specifieke organisaties of initiatieven aankloppen. 5. Hoe werkt de gemeente Nieuwkoop samen met maatschappelijke partners in de aanpak van armoede en sociale ongelijkheid? Hoe is die samenwerking georganiseerd? 6.

Welke inspanning wordt geleverd door gemeente Nieuwkoop en maatschappelijk partners om alle inwoners in beeld te krijgen die gebruik zouden moeten en kunnen maken van regelingen op het gebied van armoede en sociale ongelijkheid?

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 8.

7. Hoe ziet de toegang tot de gemeentelijke dienstverlening ten aanzien van armoede en sociale ongelijkheid er vanuit het perspectief van de cliënt uit? De gemeente Nieuwkoop zet diverse stappen om de aanpak van armoede en schulden te versterken. De acties uit de Lokale preventieagenda worden grotendeels opgepakt, maar de resultaten hiervan zijn niet altijd eenduidig op te maken. Zo is het gebruik van de minimaregelingen in de periode 2021-2024 toegenomen, maar is er nog geen volledig inzicht in het recenter gebruik en in hoeverre hiermee de volledige doelgroep in beeld is. De toegang tot dienstverlening is voor inwoners op verschillende plekken te vinden, zowel bij de gemeente zelf als bij het Serviceplein in Alphen aan den Rijn en bij maatschappelijke partners. Door middel van vroegsignalering en preventieve maatregelen, zoals welzijnsbezoeken aan 75-plussers door Team De Verbinding, zoeken de gemeente en maatschappelijke partners actief contact met inwoners die met armoede en ongelijkheid te maken hebben. Ook inwoners die te maken hebben met meerdere problemen tegelijkertijd kunnen in Nieuwkoop de hulp en ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. Welke hulp en ondersteuning precies wordt geboden is afhankelijk van de precieze situatie, maar ook van waar de betreffende inwoner aanklopt of in beeld komt. 8.

Wat zijn ervaren knelpunten in de aanpak van armoede en sociale ongelijkheid, en wat gaat er goed? 9. Welke mogelijkheden voor de aanpak van armoede en sociale ongelijkheid worden momenteel niet door de gemeente Nieuwkoop opgepakt? De gemeente Nieuwkoop heeft een aantal belangrijke samenwerkingspartners in de uitvoering. Allereerst de gemeente Alphen aan de Rijn als uitvoeringspartner voor de schuldhulpverlening. Daarnaast betrekt de gemeente Nieuwkoop ook veel maatschappelijk partners in de uitvoering van verschillende regelingen, de Participatiewet (bijzondere bijstand) en de Lokale preventieagenda. Succespunten in Nieuwkoop zijn het draagvlak voor de huidige (preventieve) aanpak van armoede en schulden. Zo weet de gemeente veel maatschappelijke partners aan zich te binden en is er veel waardering voor de inzet van het team De Verbinding. Aandachtspunten zijn de toegang tot hulp en ondersteuning en de afstand tot Alphen aan den Rijn als mogelijke extra drempel om hulp te zoeken. Er zijn diverse mogelijkheden om de aanpak van armoede en ongelijkheid in Nieuwkoop aan te vullen, daar gaat de rekenkamer in de aanbevelingen nader op in. 10. Hoe en in welke mate heeft de gemeente Nieuwkoop inzicht in het behalen van doelen? 11. Hoe wordt kwantitatieve en kwalitatieve informatie gebruikt in de analyse van de effectiviteit van het beleid? 12.

In hoeverre bereikt de gemeente Nieuwkoop de door haar gestelde doelen voor de aanpak van armoede en kansenongelijkheid en hoe doelmatig is die aanpak? De gemeente Nieuwkoop beschikt over zowel kwantitatieve als kwalitatieve informatie over de effectiviteit van het gevoerde beleid. Kwantitatief heeft de gemeente voor enkele regelingen inzicht in het bereik op basis van het aantal toekenningen, maar dit geldt lang niet voor alle regelingen. Kwalitatief haalt de gemeente veel informatie op vanuit de praktijkervaring van medewerkers van de gemeente en maatschappelijk partners. Deze informatie wordt niet op één punt verzameld.

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 9.

De gemeente Nieuwkoop heeft geen overkoepelend inzicht in het effect van het beleid op het gebied van armoede, schulden en ongelijkheid. Voor een deel komt dit door het feit dat de gemeente geen kwantitatieve doelstellingen heeft vastgesteld, op basis waarvan de gemeente kan beoordelen of de inzet effect is of niet. Er zijn wel kansen om het inzicht in het doelbereik te vergroten. 14. In hoeverre heeft de gemeenteraad van Nieuwkoop voldoende zicht op de effectiviteit en efficiëntie van het beleid om zijn kaderstellende en controlerende taken uit te kunnen voeren? 15. Hoe vervult de raad zijn kaderstellende en controlerende rol op dit moment als het gaat om armoede en kansenongelijkheid, en hoe zou die rol er in de toekomst uit moeten zien? Het college informeert de raad structureel over armoede en ongelijkheid via de P&C-cyclus, maar de informatie biedt de raad slechts beperkt inzicht in de effectiviteit en efficiëntie van het beleid. Met twee raadsinformatiebrieven heeft het college de raad wel uitgebreider geïnformeerd over de energietoeslag en de stand van zaken over enkele minimaregelingen. De kaderstellende rol van de raad op het gebied van armoede en ongelijkheid is in de afgelopen raadsperiode beperkt gebleven tot het vaststellen van de Lokale Preventie Agenda en het aannemen van een drietal moties.

De raad heeft in de afgelopen periode daarnaast enkele malen schriftelijke vragen gesteld over armoede. De raad maakt beperkt gebruik van het raadsinstrumentarium.

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 10.

Conclusies en aanbevelingen De onderzoekers hebben tijdens het onderzoek gesproken met ambtenaren, vrijwilligers en professionals en zijn onder de indruk van de inzet van al deze betrokkenen. Onderstaande conclusies en aanbevelingen richten zich op het waar mogelijk verbeteren van de huidige aanpak en richt zich geenszins op de huidige, veelvuldige inzet op het gebied van armoede en ongelijkheid in Nieuwkoop.

Conclusies Conclusie 1: Nieuwkoop is een gemeente met relatief minder armoede, maar het aantal inwoners met schulden stijgt en inwoners vragen steeds vaker om hulp en ondersteuning Nieuwkoop behoort tot de categorie gemeenten met het laagste aandeel inwoners in armoede. In 2023 leefde volgens het CBS 1,4 procent van de inwoners van Nieuwkoop in armoede (ten opzichte van 3,1 procent landelijk gemiddeld). Afgerond betreft dit ongeveer 412 inwoners. Nieuwkoop kent dus relatief minder inwoners in armoede dan in andere gemeenten, maar dit zegt dus niet dat er in Nieuwkoop geen armoede is. Net als het landelijke beeld stijgt ook in Nieuwkoop het aantal inwoners met problematische schulden (590 huishoudens in 2021 en 770 huishoudens in 2024). Deze mensen leven niet in armoede (volgens de definitie van het CBS), maar hebben geen buffer om financiële tegenvallers op te vangen. Ook ziet de gemeente dat steeds meer inwoners een beroep doen op minimaregelingen en -voorzieningen (zie ook conclusie 5).

Conclusie 2: De gemeente Nieuwkoop kiest voor een preventieve aanpak van armoede en ongelijkheid, maar doeltreffendheid en doelmatigheid is moeilijk vast te stellen Nieuwkoop heeft geen apart beleidskader voor armoede. De ambities en doelen om armoede en ongelijkheid te voorkomen en tegen te gaan zijn ondergebracht in de lokale preventieagenda. Ze maken daarmee deel uit van een brede, preventieve aanpak in het sociaal domein. Doelen van de agenda zijn onder meer het verstevigen van preventieve voorzieningen om armoede en kansenongelijkheid aan te pakken en het voorkomen en aanpakken van schulden. De doelen van de preventieagenda zijn of worden allemaal in meer of mindere mate opgepakt. Doordat de doelen vooral zijn geformuleerd als inspanningsdoelen (‘’de gemeente gaat x doen’’), en minder als resultaatsdoelen (‘’de gemeente wil het bereik van de minimaregelingen vergroten met aantal y’’), is de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde beleid minder goed vast te stellen. Er zijn geen prestatieindicatoren vastgesteld (bijvoorbeeld: het aantal inwoners dat de gemeente wil helpen) die de effectiviteit van beleid concreet inzichtelijk maken.

De indicatoren die wel worden bijgehouden, zoals het aantal gebruikers van minimaregelingen, geven vooral een kwantitatief beeld van de situatie, maar zeggen weinig over de mate waarin de gemeentelijke inzet daadwerkelijk verschil maakt. Er is hierover ook geen breed verspreide en op één plek terug te vinden informatie beschikbaar.

Conclusie 3: Er is draagvlak voor de huidige aanpak en de samenwerking verloopt goed De huidige, op preventie gerichte aanpak van armoede wordt in Nieuwkoop breed gedragen, zowel door de raad als door de betrokken maatschappelijk partners. Ook weet de gemeente veel maatschappelijk partners langdurig aan zich te binden. De gemeente heeft daarmee een breed netwerk binnen de samenleving. Uit veel gesprekken blijkt de waardering voor het team De Verbinding en de samenwerking daarbinnen. Ook de locatie De Verbinding, waar veel maatschappelijk partners bij elkaar zitten, wordt gewaardeerd door de gesprekspartners. Dat hier meerdere partners zijn gehuisvest maakt het mogelijk om snel te schakelen en elkaar op te zoeken wanneer nodig. Maatschappelijke partners vinden wel dat de gemeente soms meer regie kan nemen om ontmoeting tussen partners te organiseren en onderlinge kennis centraal te delen.

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 11.

Conclusie 4: Er is geen centrale toegang of heldere sociale kaart waardoor samenhangende dienstverlening richting inwoners kwetsbaar is. De uitvoering van de Participatiewet en de wet gemeentelijke schuldhulpverlening is door Nieuwkoop belegd bij de gemeente Alphen aan den Rijn. De gemeente kent daarmee lokaal geen centraal loket voor hulp en ondersteuning bij financiële vraagstukken. Inwoners met een ander type hulp- of ondersteuningsvraag kunnen binnen de gemeente op verschillende plekken terecht. Ze moeten daarvoor bij specifieke organisaties of initiatieven aankloppen. Een risico hiervan is dat niet alle aspecten van de betrokkene bij de intake in beeld zijn en dat inwoners die de reis naar Alphen niet kunnen of willen maken niet de hulp krijgen die ze nodig hebben. Het is onduidelijk in hoeverre dit daadwerkelijk zo is: enkele maatschappelijke partners geven aan dat inwoners de afstand naar Alphen als probleem ervaren, maar andere gesprekspartners herkennen dat signaal niet uit hun contacten met inwoners. De gemeente heeft op dit moment geen goed zicht op in hoeverre de afstand tot Alphen en het ontbreken van een lokaal centraal loket momenteel een probleem is voor inwoners.

Organisaties kunnen waar nodig naar elkaar doorverwijzen en bij het Serviceplein in Alphen wordt bij intakegesprekken voor bijstandsuitkeringen ook gekeken naar andere leefgebieden, zodat waar nodig kan worden doorverwezen naar andere hulpinstanties. Er ontbreekt in Nieuwkoop echter een up-todate sociale kaart waarop de diverse hulp- en ondersteuningsmiddelen zijn weergegeven en die maatschappelijke partners kunnen gebruiken om waar nodig naar elkaar door te verwijzen of elkaar aan te haken.

Conclusie 5: Het bereik van de minimaregelingen wordt jaarlijks groter, maar er is beperkt inzicht in hoeverre de volledige doelgroep wordt bereikt Net als andere gemeenten kent de gemeente Nieuwkoop een groot aantal minimaregelingen. Via de jaarverslagen van samenwerkingspartners als de gemeente Alphen aan den Rijn, Schuldhulpmaatje en stichting Leergeld heeft de gemeente inzicht in hoeveel mensen jaarlijks een beroep doen op deze regelingen. In de periode 2021-2024 doen steeds meer mensen een beroep op de minimaregelingen van de gemeente: zo werd er in 2021 257 keer een beroep gedaan op Stichting Leergeld, en in 2023 681. En het aantal beroepen op de regeling duurzame gebruiksgoederen nam toe van 19 in 2021 tot 76 in 2025. Inwoners weten de regelingen vaker te vinden, waardoor de gemeente constateert dat dit gepaard gaat met een oplopend tekort in de budgetten voor werk en inkomen. De gemeente wil met een preventieve aanpak en door meer mensen aan een baan te helpen voorkomen dat er een te groot beroep wordt gedaan op de minimaregelingen. Op dit moment is er beperkt inzicht in de effectiviteit van de huidige aanpak en in hoeverre de volledige (potentiële) doelgroep in beeld is.

Er zijn kansen om de beschikbare informatie uit diverse bronnen te bundelen en op basis daarvan strategische keuzes te maken, zodat de gemeente beter kan sturen op de effectiviteit van de huidige aanpak.

Conclusie 6: De raad heeft beperkt inzicht in de effectiviteit en efficiëntie van de huidige aanpak en geeft hier ook beperkt aandacht aan De gemeenteraad wordt periodiek geïnformeerd over armoede en ongelijkheid via de P&C-cyclus en is daarnaast tweemaal via een raadsinformatiebrief in de afgelopen raadsperiode nader geïnformeerd. De informatiepositie van de raad is op dit moment beperkt. Tegelijkertijd maakt de raad zelf beperkt gebruik van het raadsinstrumentarium om het inzicht te vergroten of (bij) te sturen in de huidige aanpak. Zo heeft de raad in de afgelopen periode twee keer vragen gesteld over problematiek rondom armoede en ongelijkheid. Ook het aantal moties is beperkt in de onderzoeksperiode: drie stuks.

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 12.

Aanbevelingen Aanbeveling 1: Geef het college opdracht om de beschikbare monitoringsinformatie te bundelen en te evalueren om het inzicht in de effectiviteit te vergroten. De huidige preventieve aanpak van armoede en ongelijkheid kan in de praktijk versterkt worden met een beter inzicht in de effectiviteit ervan. De huidige aanpak bestaat uit een groot aantal inspanningen door gemeente en samenwerkingspartners, maar het is niet duidelijk in hoeverre deze aanpak effectief is en waar mogelijkheden voor verbetering liggen. De aard van de problematiek maakt het ingewikkeld om passende (kwantitatieve) prestatie-indicatoren te formuleren, maar op basis van bestaande informatie kan de gemeente wel geprioriteerde keuzes maken over de toekomstige inzet. Een eerste stap kan zijn om beschikbare informatie over de huidige inspanningen, het bereik van de minimaregelingen en de aantallen meldingen voor hulp- en ondersteuningstrajecten te bundelen. Dit geeft een overkoepelend inzicht van de huidige situatie. Op basis daarvan kunnen vervolgens prioriteiten worden gesteld waarmee accenten gelegd kunnen worden in de huidige aanpak.

Aanbeveling 2: Geef het college opdracht om de inspanningen en resultaten van de lokale preventieagenda inzichtelijk te maken voor de raad. De huidige lokale preventieagenda is op het moment van schrijven zo’n anderhalf jaar in werking. De huidige aanpak kenmerkt zich door een groot aantal inspanningen, waar de raad momenteel niet altijd goed zicht op heeft. Daarom beveelt de rekenkamer aan om jaarlijks de raad inzicht te geven in de inspanningen en resultaten van de lokale preventieagenda. Dat kan op een schriftelijke manier, zoals in de P&C-stukken, door de jaarverslagen van diverse partners beschikbaar te stellen aan de raad of door te gaan werken met een Monitor Sociaal Domein, zoals ook in sommige andere gemeenten gebruikelijk is. Daarnaast kan het ook meerwaarde hebben om de raad praktijkinzicht te geven via bijvoorbeeld presentaties, informatiebijeenkomsten of werkbezoeken bij maatschappelijke partners die actief zijn op het gebied van armoede en ongelijkheid.

Aanbeveling 3: Formuleer als raad in het nieuwe bestuursprogramma doelen en prioriteiten voor het tegengaan van armoede en ongelijkheid in de gemeente In 2026 start een nieuwe raadsperiode. Een belangrijk moment waarop de raad nieuwe ambities en doelen voor de komende periode zal bepalen. Ook op het gebied van armoede en ongelijkheid zal de raad keuzes moeten maken, ofwel voor het voortzetten van de huidige aanpak ofwel voor het nader prioriteren of herijken van die aanpak. Om goede keuzes te kunnen maken, is als eerste goed inzicht nodig in de huidige situatie. Daar richt aanbeveling 1 zich op. Vervolgens is nodig dat in de gemeenteraad het gesprek gaat over wat de raad wil bereiken met het armoedebeleid. De financiële mogelijkheden zijn nooit onbeperkt, waardoor prioritering belangrijk is. Bepaal dus als raad welke prioriteiten gesteld moeten worden en vraag daarbij hulp van het college. Dit vraagt bewuste overweging en positiebepaling door de raad. Het nieuwe bestuursprogramma (in welke vorm dan ook) is in de optiek van de rekenkamer hiervoor een geschikt moment en middel.

Aanbeveling 4: Geef het college opdracht om nadere inspanningen te plegen om het potentiële bereik van de maatregelen tegen armoede en ongelijkheid te vergroten. De gemeente doet samen met maatschappelijke partners veel om inwoners in armoede en ongelijkheid te helpen, het is belangrijk om dit ook over te brengen aan inwoners die de gemeente minder goed bereikt. Dat geldt met name voor inwoners met relatief minder vertrouwen in de overheid of doelgroepen die minder goed hun weg kunnen vinden in de beschikbare hulpmiddelen. De rekenkamer beveelt de raad aan om het college opdracht te geven om nadere inspanningen te plegen om het potentiële bereik van de maatregelen tegen armoede en ongelijkheid te vergroten.

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 13.

Nieuwkoop kan hierbij diverse maatregelen overwegen: • Geef actief opvolging aan nog uit te voeren acties in de lokale preventieagenda op het gebied van communicatie, de begrijpelijkheid van de beschikbare aanmeldformulieren voor minimaregelingen. Ga ook na in hoeverre de huidige regelingen voor inwoners voldoende vindbaar zijn, bijvoorbeeld door inwoners die hulp hebben ontvangen actief te vragen naar hun ervaringen met de toegankelijkheid van de regelingen en dit ook periodiek bij te houden. • Maak werk van de ambitie om een actuele sociale kaart op te stellen, waarop de diverse hulp- en ondersteuningsmiddelen zijn weergegeven en die maatschappelijke partners kunnen gebruiken om waar nodig naar elkaar door te verwijzen of elkaar aan te haken. Investeer daarnaast blijvend in verbinding en centrale kennisdeling tussen gemeente en maatschappelijke partners. Medewerkers van de gemeente, maatschappelijk partners en vrijwilligers halen dagelijks ervaringen en signalen op bij inwoners die hulp en ondersteuning vragen of ontvangen. Door deze informatie op één plek te verzamelen kunnen gemeente en partners die informatie effectiever gebruiken om de aanpak waar mogelijk te versterken. • Maak gebruik van een ervaringsdeskundige in de vroegsignalering, bijvoorbeeld in samenwerking met Team De Verbinding.

Onder andere de gemeente Venray zet een ervaringsdeskundige in om huisbezoeken af te leggen in het kader van vroegsignalering. Deze persoon komt niet ‘namens de gemeente’ en wordt in de praktijk sneller vertrouwd. • Bevraag inwoners die te kampen hebben met armoede of problematische schulden over de toegang tot hulp en ondersteuning. Bijvoorbeeld over in hoeverre zij het als probleem ervaren om voor schuldhulpverleningsvraagstukken naar Alphen te moeten reizen en hoe zij de toegang tot hulp en ondersteuning in bredere zin ervaren. Dat kan eventueel ook in regionaal verband, in samenwerking met Alphen aan den Rijn en Kaag en Braassem. Door inwoners gericht te bevragen kan de gemeente ervaringen uit de praktijk meenemen in toekomstige keuzes over de dienstverlening aan minima. De inzet van bovenstaande maatregelen past niet voor elke gemeente. Werk daarom aan een eigen pakket aan interventies dat aansluit bij de huidige werkwijze. Het college kan een opdracht van de raad, in samenhang met aanbeveling 3, uitwerken in een concreet pakket maatregelen.

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 14.

Reactie van college van B&W

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 15.

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 16.

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 17.

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 18.

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 19.

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 20.

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 21.

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 22.

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 23.

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 24.

Nawoord rekenkamer Reactie op inleiding bestuurlijke reactie De rekenkamer dankt het college voor de uitgebreide bestuurlijke reactie op het rapport. Inhoudelijke reactie op conclusies en aanbevelingen De rekenkamer is blij met de uitgebreide inhoudelijke reactie op de conclusies en aanbevelingen. De rekenkamer reageert eerst graag op een aantal specifieke opmerkingen die het college heeft bij de conclusies: • Conclusie 1: Het college onderschrijft deze conclusie. Het college geeft daarnaast aan dat armoede en schulden vaak hand in hand gaan. De rekenkamer onderschrijft dit. Verder geeft het college aan dat het verwarrend is dat er gerekend is met inwoners en met huishoudens. De rekenkamer heeft hier gebruik gemaakt van cijfers die het CBS aanreikt. Het aantal inwoners in armoede is door het CBS gemeten op inwonerniveau, het aantal inwoners met problematische schulden op huishoudenniveau. De rekenkamer geeft dus de cijfers weer zoals het CBS die meet. • Conclusie 2: Het college benoemt dat het in het sociaal domein soms lastig is om het effect van specifieke acties te bepalen. De rekenkamer kan zich dat voorstellen en begrijpt de redenatie van het college hierbij. Tegelijkertijd heeft de inzet van een gemeente wel degelijk impact op de doelgroep, zoals het college ook constateert in de toelichting op het vergrote bereik van o.a. het Jeugdfonds en Volwassenenfonds.

Door meetbare doelen te formuleren (zie ook aanbeveling 1 en 2) kan de gemeente meer grip krijgen op en focus aanbrengen in de aanpak. • Conclusie 3: Het college onderschrijft deze conclusie. • Conclusie 4: Het college onderschrijft deze conclusie gedeeltelijk. Het college geeft aan dat inwoners en organisaties het loket in Alphen aan den Rijn goed kunnen vinden. De rekenkamer heeft echter van een aantal maatschappelijke organisaties begrepen dat bepaalde inwoners de afstand naar Alphen als probleem ervaren. De rekenkamer geeft dit in het rapport ook zo weer en suggereert niet dat dit wel of niet te extrapoleren valt naar wat de gehele doelgroep ervaart. Dat viel ook niet binnen de onderzoeksscope en onderzoeksopzet. Om die reden beveelt de rekenkamer de gemeente ook aan om dit zelf bij inwoners na te gaan (aanbeveling 4). Inwoners die bij het loket in Alphen aan den Rijn zijn geweest zullen allicht aangeven dat de afstand voor hen geen probleem is. Maar dat wil nog niet zeggen dat dat voor alle inwoners geldt die een beroep moeten doen op de hulp van het loket. Het college geeft verder aan dat er (inmiddels) wel een sociale kaart is in Nieuwkoop. De rekenkamer heeft in het onderzoek uit gesprekken opgehaald dat de sociale kaart niet up-to-date was. Dit punt is in de feitenverificatie niet betwist. Als de sociale kaart inmiddels is geüpdatet, is dat een mooie ontwikkeling.

• Conclusie 5: Het college onderschrijft deze conclusie gedeeltelijk en geeft een uitgebreide reactie op het aantal beroepen op de minima- en inkomensregelingen. De rekenkamer ziet dit als een waardevolle aanvulling op de conclusie. De rekenkamer concludeert niet dat er geen inzicht is in de volledige doelgroep, maar dat dit inzicht beperkt is. Het college benoemt terecht de CBS-cijfers. Zoals in de nota van bevindingen toegelicht betreft dit voornamelijk basisindicatoren en zijn CBScijfers voor kleinere gemeenten bovendien minder nauwkeurig. Het college geeft verder aan dat het niet realistisch is om de doelgroep volledig in beeld te hebben en te bereiken. Daar geeft de rekenkamer ook verder geen waardeoordeel over in deze conclusie. In andere gemeenten is het beeld op dit punt vergelijkbaar met Nieuwkoop. Het is aan de raad om te beoordelen in hoeverre de gemeente inspanningen moet leveren om dit inzicht te vergroten en de potentiële doelgroep van het armoedebeleid te vergroten. Het doet de rekenkamer goed dat het college aan het eind van de bestuurlijke reactie aangeeft zich in te willen zetten voor een maximaal bereik van de doelgroep.

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 25.

•

Conclusie 6: Het college onderschrijft deze conclusie impliciet. Het college geeft aan dat de raad mogelijk weinig aanleiding ziet om vragen te stellen over armoedepreventie en schuldhulpverlening vanwege het uitgebreide aanbod aan inkomensondersteunende maatregelen en de goede samenwerking met maatschappelijke partners. De rekenkamer benadrukt hier wat raadsleden zelf over hebben aangegeven in het gesprek met de rekenkamer. Raadsleden gaven zelf aan dat zij beperkt inzicht hebben in de doelgroep en de problematiek en hier vaker vragen over kunnen stellen. De rekenkamer ziet het als een goede stap om de raad te informeren over de eerste resultaten van de preventieagenda en moedigt de raad aan om actief te beoordelen in hoeverre wat de raad zelf belangrijk vindt ook wordt bereikt met de preventieagenda.

De rekenkamer reageert verder graag op een aantal opmerkingen bij de aanbevelingen: • Aanbeveling 1: Het college geeft aan dat niet duidelijk wordt gemaakt op welke inspanningen de aanbeveling zich richt. De rekenkamer doet deze aanbeveling met het oog op alle inzet van de gemeente en samenwerkingspartners op het tegengaan van armoede en ongelijkheid. Die inzet kan worden versterkt als er meer inzicht is in de effectiviteit ervan op één centrale plek. Hoe de gemeente dat verder inricht, is aan het college. Mocht de raad daar specifieke wensen bij hebben, kan de raad die natuurlijk aan het college meegeven bij de raadsvergadering waarin dit rapport wordt behandeld. • Aanbeveling 2: De rekenkamer is verheugd dat het college deze aanbeveling al op korte termijn zal opvolgen. • Aanbeveling 3: Ook hier is de rekenkamer verheugd dat het college de aanbeveling ondersteunt. De rekenkamer heeft de totstandkoming van het nieuwe bestuursprogramma met interesse gevolgd. • Aanbeveling 4: Het college heeft uitgebreid inhoudelijk gereageerd op de diverse suggesties van de rekenkamer onder deze aanbeveling. Bij ad. 2 wil de rekenkamer een interpretatieverschil wegnemen. De rekenkamer bedoelt hier niet dat dagelijks informatie die gemeente, partners en vrijwilligers bij inwoners ophalen op één (online) plek verzameld worden.

De rekenkamer bedoelt hier dat het goed is om ervaringen van inwoners die gemeente, partners en vrijwilligers ophalen delen op één plek. Dat kan bijvoorbeeld bij de verbindingslunch zijn. Ten aanzien van ad 4. Herhaalt de rekenkamer de eerdere opmerking over het loket: inwoners die in Alphen zijn geweest zullen allicht aangeven dat de afstand voor hen geen probleem was. Het kan echter goed zijn dat inwoners voor wie die afstand wél te groot is niet bij Alphen in beeld zijn. Verder benadrukt de rekenkamer dat in gesprekken is aangegeven dat er op bestuurlijk en politiek niveau de wens bestaat om meer lokaal in Nieuwkoop te organiseren, omdat dat naar verwachting drempelverlagend zou kunnen werken (zie ook de nota van bevindingen, paragraaf 3.2). Tot slot bedankt de rekenkamer iedereen die meegewerkt heeft aan dit onderzoek - organisatie, college en maatschappelijke samenwerkingspartners van de gemeente - hartelijk voor hun bijdrage. De rekenkamer hoopt met dit onderzoek de raad inzicht te geven in de situatie in Nieuwkoop en lessen aan te dragen waar de gemeente zijn voordeel mee kan doen. De rekenkamer ziet uit naar de behandeling van het eindrapport in de gemeenteraad. Met vriendelijke groet, Job van Meijeren Directeur Rekenkamer Nieuwkoop

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 26.

Nota van bevindingen

Nota van bevindingen

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 27.

1. Vooraf: armoede en ongelijkheid in Nieuwkoopse context Voordat de rekenkamer ingaat op het gemeentelijk beleid op het gebied van armoede en ongelijkheid, gaat de rekenkamer in op de situatie in Nieuwkoop. Daarvoor put de rekenkamer uit recent onderzoek naar armoede en schulden onder inwoners door het CBS. Hiermee geeft de rekenkamer inzicht in de omvang van armoede en schuldenproblematiek in de gemeente. Daarna gaat de rekenkamer in op wat de inwoners van Nieuwkoop kenmerkt aan de hand van inwonersprofielen die zijn opgesteld op basis van onderzoek naar eigentijdse ongelijkheid door het SCP en onderzoek onder inwoners door onderzoeksbureau Citisens.

1.1 Armoede en schulden in Nieuwkoop: de cijfers In de inleiding van dit rapport ging de rekenkamer al in op onderzoek van het CBS naar armoede en schulden. Het CBS definieert armoede als de situatie wanneer een huishouden na het betalen van vaste lasten voor wonen, energie en zorg te weinig geld over heeft om overige basisbehoeften te bekostigen.7 In 2023 leefde volgens het CBS 1,4 procent van de inwoners van Nieuwkoop in armoede (ten opzichte van 3,1 procent landelijk gemiddeld).8 Afgerond betreft dit ongeveer 412 inwoners.9 Daarmee behoort Nieuwkoop tot de categorie gemeenten met het laagste aandeel inwoners in armoede.10 Nieuwkoop kent dus relatief minder armoede dan in andere gemeenten, maar dat wil niet zeggen dat er in Nieuwkoop geen armoede is. Het CBS heeft daarnaast inzicht in het aantal huishoudens met geregistreerde problematische schulden per gemeente. Het CBS haalt dit inzicht uit data van onder andere de Belastingdienst, DUO, het UWV, BKR en andere schuldeisers.11 In Nieuwkoop is het aantal huishoudens met problematische schulden ook lager dan landelijk gemiddeld.

Op 1 januari 2024 hadden 770 huishoudens in Nieuwkoop te maken met problematische schulden (6,3 procent van de huishoudens), ten opzichte van het landelijk gemiddelde van 8,9 procent.12 Hoewel ook dit percentage vrij laag lijkt, is het aantal huishoudens met problematische schulden in Nieuwkoop net als in de rest van Nederland gestegen: in oktober 2021 waren er in Nieuwkoop namelijk 590 huishoudens met problematische schulden (4,9 procent van het aantal huishoudens).13 Problematische schulden komen vaak net boven de armoedegrens voor, juist omdat die inwoners de financiële klappen niet zo goed kunnen opvangen. Armoede gaat over structureel te weinig geld hebben, problematische schulden treffen ook mensen die op papier genoeg verdienen, maar geen buffer hebben om financiële tegenvallers op te vangen. Daarom is die groep groter dan de groep mensen die in armoede leeft.

7 CBS (2025). Definitie armoede: link. 8 CBS (2024). Armoede en schulden: alle CBS-feiten en cijfers over armoede en schulden op landelijk en gemeentelijk niveau: link. 9 De gemeente Nieuwkoop had volgens het CBS op 1 januari 2023 29.463 inwoners. 1,4 procent hiervan is 412,48, dus afgerond 412

inwoners. 10 CBS (2024). Armoede en schulden: alle CBS-feiten en cijfers over armoede en schulden op landelijk en gemeentelijk niveau: link. 11 CBS (2024). Schuldenproblematiek in beeld – definitie geregistreerde problematische schulden: link. 12 CBS (2024). Schuldenproblematiek in beeld – huishoudens met geregistreerde problematische schulden, per gemeente: link. 13 CBS (2024). Schuldenproblematiek in beeld – huishoudens met geregistreerde problematische schulden, per gemeente: link.

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 28.

Het CBS heeft ook per postcodegebied inzicht in het aantal huishoudens met schulden. In de onderstaande figuur laat de rekenkamer dit zien:

Papeveer

Noordeinde

Woerdense Verlaat

Korteraar

Figuur 1: Huishoudens met geregistreerde problematische schulden in Nieuwkoop, uitgesplitst per CBS-wijk. Bron: CBS (2024). Schuldenproblematiek in beeld, per gemeente: link.

Op bovenstaande kaart is te zien dat het aantal huishoudens met problematische schulden per wijk verschilt. In Papeveer (7,5 procent – 40 huishoudens), Noordeinde (7,9 procent – 20 huishoudens) en Woerdense Verlaat (8,5 procent – 80 huishoudens) is het aandeel groter dan gemiddeld in de gemeente, terwijl dit in Korteraar (4,1 procent, 10 huishoudens) minder is.

1.2 Wat kenmerkt de inwoners van Nieuwkoop? Voor dit onderzoek wil de rekenkamer ook inzicht geven in wat de inwoner van Nieuwkoop kenmerkt wat betreft verschillende vormen van ongelijkheid. Uit SCP-onderzoek blijkt immers dat het niet voldoende is om alleen te kijken naar ongelijkheid in economisch kapitaal (‘wat je hebt’), maar dat ook sociaal kapitaal (‘wie je kent’), cultureel kapitaal (‘waar je bij hoort’) en persoonlijk kapitaal (‘wie je bent’) bepalen hoe hedendaagse ongelijkheid eruit ziet.14 Om een beeld te krijgen van de kenmerken van groepen inwoners is in dit onderzoek een model gebruikt dat op basis van een grote hoeveelheid data en indicatoren een beeld geeft van de groepen inwoners in Nieuwkoop, en hoe deze vertegenwoordigd zijn. In bijlage 2 is een technische verantwoording opgenomen waarin de werkwijze om te komen tot deze profielen nader is toegelicht.

14 Sociaal Cultureel Planbureau. (2023, maart). Onderzoeksrapport Eigentijdse ongelijkheid.

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 29.

Kenmerken van de acht inwonerprofielen De rekenkamer onderscheidt acht inwonersprofielen. Elk van deze acht profielen heeft eigen kenmerken. De profielen zijn ingedeeld aan de hand van inkomen, de wijze waarop ze contact willen hebben met de gemeente, opleidingsniveau en sociale omgeving. Op sommige onderdelen overlappen de profielen elkaar, of lijken profielen een brede groep mensen te beschrijven. Elk profiel wijkt echter af in de dynamiek tussen enkele bepalende kenmerken: het inkomen, het opleidingsniveau, het sociaal netwerk en de houding ten opzichte van de overheid. Profiel: Oranje  Verdeeld over alle leeftijden.  Praktisch opgeleid.  Inkomen modaal of onder modaal.  Weinig vertrouwen in de gemeente; moet actief worden opgezocht.

Profiel: Rood  Leeftijd 55 jaar en ouder.  Opleidingsniveau theoretisch.  Inkomen hoger dan gemiddeld.  Met (pre)pensioen.  Kent de wegen binnen de gemeente.

Profiel: Groen  Leeftijd 65 jaar en ouder.  Inkomen beneden modaal.  Praktisch opgeleid.  Gepensioneerd, wonen alleen of met hun partner.  Vaker eenzaam en worden lastig bereikt door de gemeente.

Profiel: Geel  Leeftijd tussen de 30 en 65.  Inkomen modaal of boven modaal.  Opleidingsniveau theoretisch.

Profiel: Bruin  Leeftijd 30 - 65 jaar.  Inkomen beneden modaal of modaal.  Opleidingsniveau praktisch.  Gezinnen met kinderen.  Veel last van schaamte rondom geldproblematiek.

Profiel: Roze  Leeftijd 30 tot 65 jaar.  Praktisch opgeleid.  Beneden modaal inkomen.  Weinig vertrouwen in de overheid en moeilijk te bereiken.

Profiel: Paars  Leeftijd tussen de 18 en 40.  Theoretisch opgeleid.  Verdienen boven modaal óf gaan dit binnenkort doen.

Profiel: Blauw  Leeftijd tot 45.  Praktisch of theoretisch opgeleid.  Gemiddeld inkomen.  Alleenstaand of samenwonend, vaak voor het eerst in een koopwoning.

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 30.

De verdeling over de gemeente Nieuwkoop In de grafiek op de volgende pagina laat de rekenkamer zien hoe de inwoners van Nieuwkoop zijn verdeeld over de acht inwonersprofielen. Op de verticale as staan de percentages van de verschillende groepen inwoners. De horizontale as laat de verschillende inwonersprofielen zien: de grijze rechterbalk het gemiddelde in Nederland en de gekleurde linkerbalk is de samenstelling van de gemeente Nieuwkoop.

Figuur 2: Verdeling inwonersprofielen in Nieuwkoop

In figuur 2 is te zien dat de grootste inwonersprofielen in Nieuwkoop de inwonersprofielen bruin en geel zijn. In vergelijking met de rest van Nederland wonen in Nieuwkoop ook gemiddeld meer mensen met de inwonersprofielen rood en roze. Nieuwkoop kent minder mensen met het oranje, groene, paarse en blauwe profiel. Hieronder gaat de rekenkamer in op wat deze vier meest voorkomende inwonersprofielen in Nieuwkoop kenmerkt voor armoede en ongelijkheid. Het bruine inwonersprofiel bestaat voornamelijk uit gezinnen waarvan de ouders een praktische opleiding hebben gedaan. Zij werken in loondienst, bijvoorbeeld in de technische sector of gezondheidszorg. Inwoners met het bruine profiel vinden het lastig om zelf contact op te nemen met de gemeente. Ze zijn weinig betrokken en hebben relatief weinig vertrouwen in de overheid en andere instanties. Inwoners met het bruine profiel zijn relatief weinig betrokken. Zo zijn zij niet altijd lid van een vereniging of gemeenschap. Over het algemeen hebben inwoners uit dit profiel wel de vaardigheden om mee te draaien in de maatschappij. Ze hebben basiskennis van de Engelse taal en van computers. Mensen met het bruine profiel hebben over het algemeen geen mensen in hun sociale omgeving die veel geld (meer dan €2.500) aan hen kunnen lenen, af en toe iemand aan kunnen nemen voor een baan of veel weet hebben van geldzaken of andere regelingen.

Inwoners met dit profiel weten ook niet altijd waar zij terecht kunnen als ze iets nodig hebben van de gemeente en zou relatief snel in de problemen komen als zij hun baan zouden verliezen. Toch hebben zij over het algemeen een waardevol sociaal vangnet met mensen om zich heen die zouden kunnen helpen bij klussen in huis of het doen van boodschappen als dit zelf niet lukt.

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 31.

Tot het gele profiel behoren voornamelijk gezinnen waarvan de ouders theoretisch opgeleid zijn. Door de combinatie van kinderen en carrière hebben inwoners met dit profiel het over het algemeen druk en is hun betrokkenheid over het algemeen laag. Toch hebben mensen met dit profiel relatief veel politiek zelfvertrouwen en een gemiddeld vertrouwen in instituties. Ook zijn ze vaak lid van een vereniging, bijvoorbeeld van een sportvereniging. Zij weten waar ze naartoe kunnen op het moment dat ze iets nodig hebben van de gemeente en begrijpen informatie die zij van de gemeente ontvangen. Daarnaast hebben inwoners met het gele profiel goede digitale vaardigheden en beheersen zij de Engelse taal redelijk goed. Ook hebben zij een grote sociale kring, waaronder mensen in hun omgeving die hen kunnen helpen bij gespecialiseerd advies, zoals bij vragen over regelingen van de overheid of medisch advies. Daarnaast kennen zij mensen die hun kunnen helpen met klussen, een boodschapje of wanneer ze langdurig zorg nodig hebben. Het rode profiel bestaat voornamelijk uit inwoners van 45 jaar of ouder. Ze zijn vaker theoretisch opgeleid en hebben een inkomen boven modaal. Veel van hen zijn (bijna) met pensioen. Ze voelen zich betrokken bij hun omgeving en zijn relatief vaak lid van een vereniging. Inwoners met het rode profiel weten de weg naar de gemeente goed te vinden.

Zij begrijpen informatie die ze van de gemeente ontvangen en weten waar ze moeten zijn als ze iets nodig hebben van de gemeente. Inwoners met het rode profiel hebben een redelijke beheersing van de Engelse taal, maar vinden zaken op de computer regelen soms lastig. Hun sociale netwerk is redelijk uitgebreid. Ze zouden dan ook makkelijk iemand kunnen vragen voor het doen van de boodschappen, maar het vinden van iemand die geld kan lenen of een logeeradres kan bieden vinden zij lastiger. Inwoners met dit profiel hebben relatief vaak voldoende reserve om even vooruit te kunnen op het moment dat zij hun bron van inkomsten zouden verliezen. Inwoners met het roze inwonersprofiel zijn lastig te bereiken en een niet altijd zichtbare groep. Zij zijn praktisch opgeleid en verdienen beneden modaal. Inwoners uit dit profiel hebben veelal moeite om het hoofd boven water te houden en zijn daardoor vaak niet betrokken bij hun omgeving. Ze zijn relatief weinig lid van een vereniging of gemeenschap. Inwoners met het roze profiel hebben weinig vertrouwen in de gemeente en andere instellingen. Ze weten dan ook vaak de gemeente niet te vinden als zij hulp nodig hebben en vinden informatie van de gemeente lastiger te begrijpen. Toch heeft deze groep het hardst hulp nodig. Ze hebben namelijk geen reserves achter de hand wanneer zij hun baan verliezen.

Inwoners met het roze profiel spreken beperkt Engels. Hun digitale vaardigheden zijn gemiddeld. Daarnaast is hun sociale omgeving over het algemeen beperkt. Vaak hebben zij één of twee mensen buiten hulpverleners om met wie zij persoonlijke zaken kunnen bespreken. Daarnaast kennen zij minder vaak mensen die specialistische kennis hebben over juridische of medische kwesties of iemand van wie zij een groter geldbedrag kunnen lenen.

Economisch kapitaal – ‘wat je hebt’ Het meest voorkomende profiel in Nieuwkoop (bruin) wordt gekenmerkt door inwoners die modaal of onder modaal verdienen en die doorgaans praktisch zijn opgeleid. Hebben zij geldzorgen, dan hebben zij over het algemeen geen mensen in hun omgeving die hen veel geld (meer dan €2500) kunnen lenen. Verliezen zij hun baan, dan is de kans groot dat zij in de problemen komen. In Nieuwkoop heeft 6.3 % van de huishoudens te maken met problematische schulden, tegenover 7.2% van de huishoudens in andere gemeenten tussen 25.000 - 50.000 inwoners.15 Inwoners met het bruine of roze profiel zullen zich minder snel bij de gemeente melden, enerzijds omdat hun vertrouwen in de overheid relatief laag 15 Dashboard - Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein - Nieuwkoop

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 32.

is en in het geval van inwoners met het bruine profiel omdat zij veel schaamte ervaren rondom geldzorgen en armoede. De sociale omgeving is voor deze inwoners doorgaans geen hulpbron op het gebied van geldzaken. Inwoners met het gele of rode profiel hebben een sterkere situatie wat betreft economisch kapitaal. Zij verdienen modaal of boven modaal en zijn doorgaans theoretisch opgeleid. Mochten deze inwoners toch met geldzorgen te maken krijgen, dan zijn zij over het algemeen in staat om regelingen aan te vragen bij de gemeente. Ook kan hun sociale omgeving hier goed bij helpen, met name bij inwoners met het gele profiel. Hoe vergroot je economisch kapitaal? Het vergroten van economisch kapitaal krijgt veel aandacht in de lokale en landelijke politiek. De rol van gemeenten hierin is vooral het ondersteunen van inwoners met lagere inkomens met gemeentelijke regelingen. Het bereiken van de groepen die ondersteuning het hardst nodig hebben is daarin cruciaal. Daarnaast kunnen gemeenten investeren in het duurzaam vergroten van economisch kapitaal door middel van preventie (lessen in omgaan met geld) en investeren in kansengelijkheid op scholen (bijvoorbeeld in zwakkere wijken).

Sociaal kapitaal – ‘wie je kent’ De meest voorkomende profielen in Nieuwkoop verschillen van elkaar wat betreft sociaal kapitaal. Inwoners met het gele profiel hebben doorgaans een sterk sociaal netwerk. Ze hebben gemiddeld meer mensen om hun persoonlijke zaken mee te bespreken dan inwoners uit het bruine en roze profiel. Net als de inwoners in het bruine profiel hebben de inwoners in het gele profiel mensen in hun omgeving die hen kunnen helpen met praktische zaken, zoals hulp bij het klussen of iemand die de boodschappen doet bij ziekte. Inwoners uit het gele profiel hebben echter meer mensen in hun omgeving die ook kunnen adviseren bij bijvoorbeeld conflicten op het werk of over geldzaken. Dit geldt in mindere mate ook voor het rode profiel, hoewel zij zich ook vaak zelf kunnen redden. Ook hebben inwoners uit het gele profiel meer mensen in hun omgeving die kunnen helpen om aan een baan te komen, bijvoorbeeld door een goede aanbeveling te doen. Voor inwoners uit het bruine profiel en het roze profiel is het sociale netwerk doorgaans kleiner. Deze inwoners zijn ook minder vaak lid van een vereniging of gemeenschap en zijn lastig te bereiken voor gemeenten. Hoe vergroot je sociaal kapitaal? Sociaal kapitaal gaat over netwerk en omgeving. De afgelopen jaren is het versterken van de omgeving in veel gemeenten integraal onderdeel geworden van het beleid voor het sociaal domein.

De eigen verantwoordelijkheid van inwoners staat dan voorop. Het versterken van sociale netwerken doen gemeenten veelal door buurtontmoetingspunten te realiseren, bijvoorbeeld in combinatie met inloopmiddagen van wijkteams. Hier komen sociale interactie en vroegsignalering samen.

Cultureel kapitaal – ‘waar je bij hoort’ Zowel de inwoners in het bruine als het gele profiel beschikken over vaardigheden die in de huidige maatschappij van belang zijn. Inwoners in beide profielen hebben goede digitale vaardigheden. Ook spreken inwoners in beide profielen redelijk tot goed Engels. Beide vaardigheden zijn bij inwoners in het gele profiel iets sterker ontwikkeld, vermoedelijk vanwege hun opleiding en werkervaring. Dit geldt in wat mindere mate ook voor het rode inwonersprofiel, maar zij kunnen zich in de huidige maatschappij vaak wel redden. Inwoners met het roze profiel hebben ten opzichte van de andere drie meest voorkomende profielen in Nieuwkoop een zwakker cultureel kapitaal: ze hebben weinig

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 33.

vertrouwen in instellingen en beschikken over minder vaardigheden of mogelijkheden om zich in de huidige maatschappij staande te houden. De laaggeletterdheid in Nieuwkoop is lager dan gemiddeld in Nederland: ongeveer 9% van de inwoners in Nieuwkoop is laaggeletterd, ten opzichte van 15,9% van Nederlanders in het algemeen.16 Verder zijn inwoners uit het gele en rode profiel vaker lid van een vereniging, inwoners in het bruine en roze profiel zijn dit vaker niet. Inwoners met de gele en rode profielen begrijpen de communicatie van de gemeente, maar inwoners met het bruine profiel en roze profiel vinden het lastig om zelf op de gemeente af te stappen. Hoe vergroot je cultureel kapitaal? Cultureel kapitaal beschrijft de hulpbronnen die gaan over wie je bent. Vaak is dit afhankelijk van opvoeding en de sociale omgeving waarin je opgroeit. De rol van de gemeente is beperkt in het vergroten van cultureel kapitaal. Wel voeren gemeenten in toenemende mate beleid op het tegengaan van laaggeletterdheid en het ondersteunen van inwoners met het invullen van formulieren of ingewikkelde procedures van de overheid. Daarnaast hebben vrijwel alle gemeenten een ‘meedoenbudget’. Bijvoorbeeld in de vorm van een pas met tegoed, of een kindpakket. Dit zorgt ervoor dat mensen mee kunnen doen in de maatschappij door bijvoorbeeld naar de bioscoop of sportclub te gaan.

Persoonlijk kapitaal – ‘wie je bent’ In Nieuwkoop wordt gemiddeld minder gesport dan in de rest van Nederland: 43.3% van de inwoners van Nieuwkoop voldoet aan de beweegrichtlijn, tegenover 48.9% in Nederland als geheel.17 Vanuit de inwonerprofielen weten we dat inwoners in het gele en in mindere mate ook het rode profiel een stuk vaker bij een sportvereniging sporten dan inwoners uit het bruine of roze profiel. Vergeleken met de rest van Nederland hebben een vergelijkbaar aantal inwoners te maken met overgewicht: in Nieuwkoop gaat het om 49.2% van de inwoners, ten opzichte van 50.0% van Nederland. Inwoners van Nieuwkoop voldoen iets minder dan gemiddeld aan de alcoholrichtlijn: 42.7% van de inwoners voldoet hieraan, vergeleken met 44.8% gemiddeld in Nederland. Cijfers met betrekking tot mentale gezondheid laten zien dat inwoners van Nieuwkoop (41,9%) ook wat minder te kampen hebben met mentale klachten als gemiddeld in Nederland (46,9%). Uit deze cijfers blijkt dat het persoonlijk kapitaal in Nieuwkoop iets onder druk staat ten opzichte van de rest van Nederland. Dit wordt overigens niet zo ervaren door de inwoners van Nieuwkoop zelf: het percentage inwoners dat de eigen gezondheid als goed ervaart (75,0%) is ongeveer gelijk met de rest van Nederland (74,1%). Hoe vergroot je persoonlijk kapitaal? Persoonlijk kapitaal richt zich primair op mentale en fysieke gezondheid.

Gemeenten investeren via het Sportakkoord of het JOGG-programma (jongeren op gezond gewicht) in de fysieke gezondheid van inwoners. In bepaalde regio’s, bijvoorbeeld in Twente, wordt er fors geïnvesteerd in het terugbrengen van drankgebruik onder jongeren. Dit gebeurt veelal in samenwerking met de GGD. Mentale gezondheid is voor een gemeente lastiger om te verbeteren. Laagdrempelige mentale ondersteuning voor jongeren, bijvoorbeeld op scholen of door een POH GGZ Jeugd bij de huisarts, zijn manieren om voorzieningen te bieden die hieraan bijdragen.

16 https://www.nieuwkoop.nl/laaggeletterdheid 17 https://www.vzinfo.nl/bewegen/regionaal/volwassenen

Rekenkamer Nieuwkoop | Armoede in beeld | 34.

1.3

Maak kennis met Dennis, Shannah en Omar

In dit onderzoek heeft de rekenkamer gekozen om de handelingswijze van de gemeente te onderzoeken aan de hand van drie casussen, ofwel klantreizen. Deze casussen zijn realistisch, maar fictief. Gedurende het rapport wordt in kaders de reis van deze personen door de inzet en ondersteuning van de gemeente Nieuwkoop, ketenpartners en maatschappelijke organisaties geschetst. De casussen zijn gebaseerd op de typen kapitaal. Het betreffen drie fictieve inwoners, Dennis, Shannah en Omar, die in een situatie zitten waarbij ze ondersteuning nodig hebben van de gemeente. Dennis, Shannah en Omar vallen respectievelijk onder het bruine, roze en groene profiel. Deze profielen zijn relatief kwetsbaar en vragen om een specifieke aanpak vanuit de gemeente. Denk hierbij bijvoorbeeld aan communicatie, het in beeld brengen van de situatie of zorgen dat de juiste mensen samenwerken om de inwoner te helpen. In Nieuwkoop komt met name het bruine profiel vaak voor. Inzichten over hoe inwoners uit het groene en roze profiel geholpen worden zijn eveneens relevant, omdat bij een effectieve aanpak van armoede het immers van belang is dat ook inwoners die minder goed in beeld zijn worden geholpen. Dennis: alleenstaand, (dreigende) schuldenproblematiek “Mijn naam is Dennis. Ik ben een alleenstaande van 32 met een dochter van 11 en ben een halfjaar geleden ontslagen.

Ik had weinig spaargeld en ontvang geen uitkering. Ik heb nog geen nieuwe baan gevonden. Ik heb al een paar maanden mijn huur en energierekening niet betaald. Een incassobureau heeft me al twee brieven gestuurd. Ik heb weinig vertrouwen in de overheid en krijg hier heel veel stress van. Kan de gemeente mij helpen?” Dennis heeft vooral een financieel probleem. In de praktijk zien we echter dat financiële problematiek ook kan leiden tot een kleinere sociale kring, en is er vaak geen geld over voor sport, cultuur of vrijetijdsactiviteiten. Dit leidt tot een teruggang in alle vier de kapitalen.

Shannah: zwanger, slechte woonruimte “Ik ben Shannah, 26 jaar, zeven maanden zwanger en woon in een huis met slechte isolatie met een hoge energierekening waardoor ik mijn rekeningen niet meer kan betalen. De kraamzorg zegt dat mijn huis niet goed is voor de baby. Ik weet niet waar ik naartoe moet. Ik heb geen contact met mijn ouders en ook niet met de vader van de baby. “ Shannah heeft meerdere soorten problemen en is daarom gebaat bij een integrale aanpak. Haar financiële problemen veroorzaken een acuut probleem. Daarnaast heeft ze een beperkt sociaal netwerk waar ze op terug kan vallen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=d8751189-cc5c-462a-9252-295e0cc62832