CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactienota concept beleidskader zonne-energie

Besluitvormende raadsvergadering 6 juni 2024, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen beleidskader zonne-energie Gemeente Nieuwkoop (2024-056)11.358 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

20

Bijlage B kopje RES Holland Rijnland 1.0: Hier staat ambitie van de RES voor 2030 op 1,05 TWh, dit moet 1,14TWh zijn. Het eerste cijfer is nog afkomstig uit het Energieakkoord van Holland Rijnland. RES bod is 1,14 TWh voor 2030. Het cijfer 0,80TWh dat later in de tekst wordt genoemd, moet daarmee ook aangepast worden tot 0,89 TWh. Vragen: o Wil je iets opnemen over circulariteit van zonnepanelen? o o

Par. 4.6 “Hoge opstelling of integratie met kassen”; wat wordt daar mee bedoeld? Par. 5.4: waar komt de afstand van 350 m voor het betrekken van omwonenden vandaan? Heb je een onderbouwing?

Dit is inderdaad plus datgene wat nu al aan vermogen in Holland Rijnland staat.

o

o o

In het beleidskader staat al dat als zonnepanelen zijn afgeschreven dat deze afgevoerd moeten worden naar een erkende verwerker. Voor het beleidskader is dit voldoende. Dat in het gebied hogere opstellingen van zonnepanelen kunnen vanwege dat de kassen zelf ook relatief hoog zijn Dit is een advies van Bosch & van Rijn op basis van ervaringscijfers.

Wordt aangepast

Geen aanpassing

21

Sectortafels energietransitie GCN/VON

Reactie Gemeente

De energietransitie leidt tot een toenemende complexiteit van het energiesysteem op lokaal niveau met gevolgen voor het net (congestie, stabiliteit) en ruimtelijke impact. Voortschrijdende ontwikkeling leidt steeds tot nieuwe pilotexperimenten, technieken en activiteiten. Opslag in (grote) accu’s en omzetten van piekoverschotten zonne-stroom in waterstof zijn daar voorbeelden van. Om te voorkomen dat lange procedures de voortgang en realisatie daarvan belemmeren, adviseren de tafels om daarop te anticiperen, door proactief mee te denken en flexibiliteit in bouwvoorschriften en ruimtelijke voorwaarden aan te brengen. Om de energie-efficiency te vergroten en netbelasting te verminderen is het zaak vraag en aanbod van energie zo dicht mogelijk bij elkaar te brengen. Dat vraagt idealiter om een gecombineerd aanbod van zon- en windenergie. Het probleem met de kleine windmolentjes (15 m) die in onze gemeente zijn toegestaan is dat deze qua energieopbrengst daar nauwelijks een bijdrage aan kunnen leveren en dat de kosten ervan intussen meer dan verdubbeld zijn, waardoor er geen positieve businesscase meer is. De provincie wil inmiddels kleine windmolens tot 45 m hoogte toestaan. De tafels adviseren de gemeente daarom, om rond industrieterreinen en in glastuinbouwgebieden hogere windmolentjes toe te staan. Uiteraard met waarborgen voor veiligheid en gezondheid.

De gemeente staat open voor innovaties en het maken van nieuw beleid om Nieuwkoop duurzamer te maken, en dit beleid operationeel te maken. Wel is de gemeente gebonden aan bestaande wet –en regelgeving en zal in verandering van bouwvoorschriften en ruimtelijke voorwaarden diverse belangen moeten worden afgewogen.

We wachten eerst besluitvorming van de provincie af over het toelaten van windmolens met een ashoogte van 30 m.

Aanpassingen in Beleidskader Geen aanpassing

Geen aanpassing

22

In onze gemeente onderzoeken we met ondernemers de mogelijkheden om bedrijven en bedrijventerreinen zoveel mogelijk energieneutraal te maken en tevens het net te ontlasten (lokale slimme gebiedsenergiesystemen). Dat betekent zo goed mogelijk afstemmen van opwek, uitwisseling, opslag, omzetting, transport en gebruik. In relatie tot trede 3 van de zonneladder wordt meerdere malen aangegeven dat deze veldjes van zon op land de beperking hebben tot eigen gebruik. Dat verhindert de totstandkoming van slimme energiesystemen en ontlasting van het net. De tafels adviseren in de tekst het begrip ‘voor eigen gebruik’ consequent te vervangen door ‘voor lokaal gebruik’.

In trede 3 van de zonneladder wordt ruimte gegeven voor veldjes van 500 m2. Die kunnen overal in de gemeente worden aangelegd onder minder stringente voorwaarden dan grote velden. Dat is prima. Maar de indruk wordt gewekt dat dit ook de enige mogelijkheid voor zon op land is in de glastuinbouwmaatwerkgebieden. Dat is wel erg beperkt, want levert een niet noemenswaardige bijdrage aan de energiebehoefte van de bedrijven in dit gebied. In de glastuinbouwmaatwerkgebieden is niet alleen sprake van grotere ‘verloren’, niet bruikbare gronden, maar ook van gronden die geen rol meer hebben voor de glastuinbouw. Die gronden kunnen een nieuwe maatschappelijk-economische functie krijgen ten behoeve van de energievoorziening voor zowel de gevestigde bedrijven als voor een slim energiesysteem in combinatie met bedrijven op Bovenland, waar we met elkaar naar streven. Uit het lopend onderzoek komt naar voren dat voor een slim energiesysteem in dit gebied ruimte is voor ongeveer 5 à 10 ha zonnevelden. De sectortafels adviseren de gemeente die ontwikkeling in de glastuinbouwmaatwerkgebieden mogelijk te maken.

De formulering in het beleidskader is gebaseerd op de planologische mogelijkheden binnen de huidige omgevingsplannen. In deze omgevingsplannen zullen activiteiten de hoofdfunctie moeten bedienen. Het energie opwekken dient dus vaak de hoofdactiviteiten als wonen en glastuinbouw. Door de term Eigen gebruik te nemen, is er een directe koppeling met de energievoorziening van de hoofdactiviteit. Het lokaal gebruik kan ook betrekking hebben op activiteiten buiten de hoofdactiviteit en daar biedt het omgevingsplan niet altijd ruimte voor. Tegelijkertijd kan ook niet alle opgewekte energie volledig gekoppeld worden aan de energiehuishouding van de hoofdactiviteit. Een deel daarvan zal ook op het elektriciteitsnet terecht komen, maar dat is maar een klein deel van de totale productie. De hoofdactiviteit kan ook bediend worden als onderling energie uitgewisseld kan worden; in feite is er dan sprake van lokaal gebruik. De conclusie is dat de termen Eigen gebruik en Uitwisselbaarheid in het beleidskader blijven staan, maar daar waar dat in de context mogelijk is de term Lokaal gebruik wordt toegevoegd. Ten aanzien van de kleine veldjes van 500m2 is de geproduceerde stroom zo beperkt dat de zin “primair voor eigen gebruik” blijft gehandhaafd.

In paragraaf 4.6 van het beleidskader is uitgelegd waarom het concentratiegebied glastuinbouw (noordrand) zich niet leent voor grootschalige zonnevelden. Dit heeft te maken met te weinig beschikbare capaciteit op het net en de aanwezige smalle strokenverkaveling wat grootschaligheid beperkt. Tegelijkertijd zijn glastuinbouwbedrijven vaak wel energie-intensieve bedrijven. De mogelijkheden voor zonnevelden kunnen hier wel worden benut, alleen dan binnen het bouwvlak en ten dienste aan de hoofdactiviteit (koppeling eigen energievoorziening, uitwisseling van stroom tussen tuinders). Het moet dus passen binnen de voorschriften zoals opgenomen in het Omgevingsplan. Dit geldt ook voor de maatwerkgebieden. De bouwvlakken waar glastuinbouwbedrijven in liggen (agrarisch bouwperceel in de terminologie van de provincie) kunnen groter zijn dan 500 m2 netto zonnevelden die buiten bouwvlakken onder een aantal voorwaarden zijn toegestaan in het buitengebied. Het beleid voor de maatwerkgebieden is in paragraaf 3.2.1 toegelicht: In de Visie Maatwerkgebieden is uiteengezet welke functies in het gebied passend kunnen zijn. Daarmee geeft gemeente Nieuwkoop een kader mee aan initiatiefnemers, zodat deze vooraf een inschatting kunnen maken of initiatieven kansrijk zijn.

Met het oog op het opwekken van zonne-energie houdt de gemeente vast aan de mogelijkheden die dat geeft binnen het huidige omgevingsplan (opwekken voor eigen gebruik en onderlinge uitwisseling van energie). De voorwaarden genoemd in paragraaf 3.1 zijn hierop van toepassing.

Toevoegen ‘lokaal gebruik’, alleen daar waar het binnen de context past

Geen aanpassing

23

In het eerdere advies hebben de sectortafels geadviseerd o.a. een gebied van 20 ha ten noorden van de Kousweg als oriëntatie/zoekgebied aan te wijzen. Om procedurele redenen (ontbrekende inwonerparticipatie en RES-HR besluitvorming) is daar op dit moment in het beleidskader van afgezien. De sectortafels adviseren de gemeente om die optie open te houden en ingeval de doelen naar 2030 niet gehaald lijken te worden, tijdig ruimte te bieden om deze optie alsnog in procedure te nemen, zodat ook de haalbaarheid daarvan tijdig kan worden verkend. Afhankelijk van de impactcirkel rond deze locatie zou inwonerparticipatie alsdan mede ook door lokaal betrokkenen georganiseerd kunnen worden. In dat verband vragen wij de gemeente de contour van die cirkel aan te geven.

De gemeente concentreert zich op de zoekgebieden 1, 2a en 6. Binnen deze zoekgebieden ligt ruimte om 0,06 TWh per jaar in 2030 te halen. In paragraaf 3.1 zijn de voorwaarden terug te lezen inzake nieuwe zoekgebieden.

Geen aanpassing

Voor het betrekken van inwoners verwijzen we u naar figuur 13 in paragraaf 5.7.1. Daar kunt u de impactcirkels terugvinden.

In dat eerdere advies wordt ook geopteerd voor zonnepanelen op dijklichamen. In het beleidskader wordt die mogelijkheid op grond van enkele overwegingen niet meegenomen. Hoogheemraadschap Rijnland geeft aan dat dit onder voorwaarden (zoals erosiebestendigheid en onderhoud i.v.m. waterveiligheid) mogelijk is. De sectortafels menen dat initiatieven voor zonnepanelen tegen dijklichamen (m.n. langs het Nieuwveens Jaagpad) in overleg met Rijnland best goede kansen en mogelijkheden bieden. Zij adviseren de gemeente in het beleidskader hier ook ruimte voor te bieden.

24

Inhoudelijke reactie van de jurist (juridische toets) De belangrijkste wijzigingen vanuit RenewabLAW zijn opgenomen in onderstaande tabel. De tekstaanpassingen van de jurist die niet wezenlijk tot een andere inhoud leiden, maar die juridisch en taalkundig vollediger zijn, zijn niet apart in deze tabel opgenomen. Deze zijn wel aangepast in het definitieve beleidskader. RenewabLAW Nieuwkoop beschouwt dit gebied ook als laag op de zonneladder, maar wel met een grote impact op de dorpsgemeenschap. Dit gebied wordt dan ook beschouwd als een grootschalige ontwikkeling waar alleen toetsen op ruimtelijke criteria niet volstaat (volgt gebiedsgericht spoor). Maar is het dan een aandachtpunt? Is toch dan een voorwaarde? Aandachtspunten zijn zaken die de gemeente aanvullend meedeelt aan ontwikkelaar en die uit uitgangspunten, voorwaarden en ontwerpprincipes volgen maar geen zelfstandige categorie zijn. Het zou goed zijn om wel een opmaat te geven dat de gemeente ook een eigen traject start en dat dus de ‘reis’ die de ontwikkelaar maakt ‘in sync’ dient te zijn met figuur 15 Bij een coöperatieve vorm is het juridisch verstandig om als gemeente niet vast te leggen op de vorm.

De gemeente baseert zich wat betreft de uitleg van dit concept op de Elektriciteitsrichtlijn en Richtlijn Hernieuwbare Energie en de omzetting in (het concept van) de Energiewet (artikel 2.4 in het wetsvoorstel) En ook: Als er sprake is van lokaal eigendom kunnen inwoners en bedrijven deelnemen (als lid, aandeelhouder of anderszins) in de (rechts)vorm die voor het deel van het plan wordt georganiseerd waarvoor lokaal eigendom aan de orde is.

Reactie Gemeente Dit is inderdaad meer een voorwaarde dan een aandachtspunt. Deze is alleen van toepassing op de voormalige stortplaats en wordt als aanvullende voorwaarde in het beleidskader opgenomen.

Aanpassingen in Beleidskader Het genoemde aandachtspunt verplaatsen onder Aanvullende voorwaarde in paragraaf 5.6.3

Goede suggestie, wordt overgenomen

Toevoegen in paragraaf 5.7.1: Initiatiefnemer koppelt zijn participatieproces aan het proces dat de gemeente voert (paragraaf 5.9) tenzij de gemeente te kennen geeft dat zij afziet van dit proces.

Juridische tekst wordt overgenomen.

Wijzigen in paragraaf 5.7.2: Het collectief zal dus in organisatie en (rechts)vorm een coöperatief karakter dienen te hebben. De initiatiefnemer zal dat ‘coöperatieve’ en lokale karakter van het collectief (voor het genoemde minimale percentage lokaal eigendom) moeten aantonen. Een collectief dat zich kwalificeert als een hernieuwbare energiegemeenschap[1] betreft in ieder geval een organisatie en vorm die de gemeente als ‘coöperatief’ kwalificeert. In dat kader passen dan ook lokale energie-, wijk- of gebiedscoöperaties binnen deze definitie. [1] De gemeente baseert zich wat betreft de uitleg van dit concept op de Elektriciteitsrichtlijn en Richtlijn Hernieuwbare Energie en de omzetting in (het concept van) de Energiewet (artikel 2.4 in het wetsvoorstel) Als er sprake is van lokaal eigendom kunnen inwoners en bedrijven deelnemen (als lid, aandeelhouder of anderszins) in de (rechts)vorm die voor het deel van het plan wordt georganiseerd waarvoor lokaal eigendom aan de orde is.

25

De energiegemeenschap vindt haar oorsprong in Europese Richtlijnen. In die richtlijnen wordt onderscheid gemaakt tussen energiegemeenschappen en zogenaamde hernieuwbare energiegemeenschappen. Dat onderscheid komt ook terug in het wetsvoorstel voor de Energiewet.[1] Daar wordt de laatste categorie aangehaald als ‘energiegemeenschappen die hernieuwbare energieprojecten ontwikkelen’. Die categorie hebben wij in te beleidskader op het oog als we over energiegemeenschappen spreken. [1] Dit wetsvoorstel heeft alleen betrekking op elektriciteit en/of aardgas. Zie aanpassing

Juridische tekst wordt overgenomen.

Toevoegen in paragraaf 5.8.2: In die richtlijnen wordt onderscheid gemaakt tussen energiegemeenschappen en zogenaamde hernieuwbare energiegemeenschappen. Dat onderscheid komt ook terug in het wetsvoorstel voor de Energiewet.[1] Daar wordt de laatste categorie aangehaald als ‘energiegemeenschappen die hernieuwbare energieprojecten ontwikkelen’. Het beleidskader gaat in op deze laatstgenoemde categorie. [1] Dit wetsvoorstel heeft alleen betrekking op elektriciteit en/of aardgas.

Juridische tekst wordt overgenomen (zie aanpassing)

Toevoegen in paragraaf 5.8: De gemeente zal eerst in overleg met grondeigenaren, agrariërs, mogelijke initiatiefnemers en andere belanghebbenden op zoek gaan naar manieren waarop het streven naar het minimale percentage lokaal eigendom alsmede de andere uitgangspunten van haar beleid kunnen worden gehaald. Indien blijkt dat de Greendeal vanuit voorgaande uitgangspunten niet tot het resultaat leidt dat de gemeente met dit beleid wenst te bereiken, kan zij de maatschappelijke tender als instrument toepassen. En ook het volgende (paragraaf 5.9): Wanneer het gebiedsproces niet leidt tot een Green Deal (of in onvoldoende mate en er nog planologische ruimte over is) kan overgestapt worden op een maatschappelijke tender. Beide instrumenten kunnen dus naast elkaar bestaan als er nog planologische ruimte voor zonnevelden over is die niet met de Greendeal is ingevuld.

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=ab56106f-b396-4ac4-b547-5a406b9c4284