Deel 4 - Set bijlagen (geanonimiseerd)
Tekst van het document
=
12 juni 2024, kenmerk
in zaak 2024-004804
Rapport Inrichting Westveen
- definitief ontwerp, opgesteld door RoyalHaskoningDHV, d.
21 december 2023, BI5747-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001
= = =
Rapport ‘Inrichting Westveen — m.e.r-beoordeling’ (defintief/01), opgesteld door RoyalHaskoningDHV, d.d. 21 december 2023, B15747-MI-RP-231213-1227 Aanvraag omgevingsvergunning, d.d. 21 december 2023, OLO-nummer 8064303 Het document met omschrijving ‘8064303_1703168197823_Westveen_DO_BL8_ Vergunningenregister_v1.5.pdf" (hierna: het vergunningenregister)
De Omgevingsdienst heeft eerder over het plan geadviseerd namelijk op: = _ Advies Ruimtelijke Ontwikkeling Inrichtingsplan Natura2000 polder Westveen, kenmerk D2024-066093, zaaknummer 2024-004804, d.d. 12 juni 2024
Telefoon 071-4083100
Correspondentieadres:
Bezoekadres:
Fax 071-4083101
Postbus 159
Vondellaan
www.odwh.nl
2300 AD
2332
Leiden
AA
55
Leiden
Ons kenmerk: D2024-080780
Figuur 1. Ontwi
Conclusie en advies De Omgevingsdienst heeft het plan beoordeeld en concludeert het volgende:
= =
Helaas is het, op basis van de aangeleverde stukken, nog steeds onduidelijk op grond waarvan er een uitgebreide procedure moet worden gevoerd. n het inrichtingsplan moeten alle, voor het ruimtelijke besluit belangrijke en relevante
aspecten, worden beschouwd. Dit inrichtingsplan voldoet niet aan deze eisen van goede «
ruimtelijke ordening en dient te worden aangepast. Er kan sprake zijn van een landinrichtingsproject D9, overeenkomstig het gestelde in
onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Indien dit correct is zal, afhankelijk van de procedure (PIP of losse procedures), er een m.e.r.-beoordelingsbesluit moeten worden genomen voor D9.
*
Op basis van de aangeleverde stukken (inrichtingsplan, aanmeldnotitie) kan niet worden
«
vastgesteld of hier wel of geen sprake is van een landinrichtingsproject D9 en van de D-lijst in de bijlage van het Besluit m.e.r. en hiermee de verplichting tot het opstellen van een aanmeldnotitie en het nemen van een vormvrij m.e.r.-beoordelingsbesluit. Voor de huidige aanvraag is geluid geen relevant aspect.
=
Voor de aanlegsteiger en opslag van sups, kano's zal een andere aanvraag worden ingediend. Voor die aanvraag zal t.z.t. een akoestische beoordeling moeten worden uitgevoerd.
=
Het omgevingsplan bevat beschermende regels die het gehele plangebied beslaan, deze dienen te worden opgenomen in de MER-beoordeling.
=
Archeologie kan in dit plan in voldoende mate geborgd worden via de bepalingen in het omgevingsplan. Hieronder is per aspect een nadere toelichting gegeven. Pagina 2 van 6
Ons
kenmerk:
D2024-080780
Uitwerking per milieuaspect Milieueffectrapportage Beoordeling Ruimtelijke onderbouwing en toets Besluit m.e.r In het eerdere advies is aangegeven dat het, op basis van de aangeleverde stukken, lastig is om goed te kunnen bepalen op welke gronden er sprake zal zijn van een volgen van een uitgebreide procedure. Klaarblijkelijk s er sprake van een activiteit die strijdig is met het vigerende bestemmingsplan Landelijk gebied Nieuwkoop uit 2016. Is deze conclusie juist, dan is het opmerkelijk dat er geen ruimtelijke onderbouwing is toegevoegd aan de stukken. Het adviesbureau heeft op 25 juni 2025 per mail aan de gemeente laten weten dat het inrichtingsplan beschouwd dient te worden als ruimtelijke onderbouwing van de vergunningaanvraag.
Het staat de initiatiefnemer vrij hoe een ruimtelijke onderbouwing wordt voorgegeven, dit is
namelijk vormvrij. Een basisvereiste van een ruimtelijke onderbouwing is het aantonen dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast dient op basis van het Besluit m.e.r. (en
de Europese regelgeving) het bevoegd gezag er zich te van vergewissen of voor een specifiek project wel of geen Milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Kolom 1 van de bijlage van het Besluit m.e.r. geeft aan voor welke activiteiten er een directe mer-plicht of een (vormvrije) m.er. beoordeling bestaat. De vaststelling dat er sprake is van een activiteit genoemd in kolom 1 geeft direct de verplichting om, afhankelijk van de situatie, direct een MER op te stellen of een (vormvrije) m.e.r. beoordeling uit te voeren. Gegeven het feit dat in het kader van de ontgrondingenwet een m.e.r. beoordeling is uitgevoerd laat zien dat er sprake is van een
activíteit in kolom 1 en dat er een (vormvrije) m.e.r. beoordelingsplicht bestaat. In dît geval volgt uit kolom 4 en onderdeel A begripsomschrijving dat ook voor het ruimtelijk spoor een (vormvrije) m.e.r. beoordeling aan de orde is. Waarom nu ook bij het ruimtelijk spoor geen toetsing aan het Besluit m.e.r. heeft plaatsgevonden is onduidelijk. Wel is door het adviesbureau n de mail van 25 juni 2024 hiervoor als argument aangegeven dat een m.e.r-beoordeling niet aan de orde is bij een projectafwijkingsbesluit. Het is de Omgevingsdienst onduidelijk waar het adviesbureau dit op baseert, aangezien het al vele jaren duidelijk is dat ook voor een projectafwijkingsbesluit ex. artikel 2.12, lid 1 onder a sub 3 Wabo een toets moet plaatsvinden of er sprake is van een activiteit op grond van onderdeel C en/of D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Zie ook het laatste kader op de volgende webpagina: https://www.infomil.nl/onderwerpen/ruimte/ruimtelijke/milieu/mer-bestemming,
Nog los hiervan, al zou er geen sprake zijn van een activiteit uit onderdeel C en/of D van de bijlage bij het Besluit m.e.r., had in de ruimtelijke onderbouwing een paragraaf moeten worden opgenomen met toetsing aan het besluit m.e.r. , ook in situaties waarin gemotiveerd kan worden aangegeven dat het Besluit m.e.r. niet van toepassing is. Hiermee wordt voldaan aan de vergewisplicht. Bovendien maakt het de besluitvorming herleidbaaren navolgbaar. Met andere woorden, als het inrichtingsplan moet worden gezien als zijn een ruimtelijke onderbouwing, dan moet deze in ieder geval worden aangevuld met een paragraaf die ingaat op de toetsing aan het Besluit m.e.r. Aanmeldnotitie
Uit het vergunningenregister blijkt dat er in principe een ontgrondingsvergunning nodig is van de provincie (rij 02b) en dat er een omgevingsvergunning strijdig gebruik nodig is van de
Pagina 3 van 6
Ons
kenmerk:
D2024-080780
gemeente vanwege de het omzetten van de bestemming (gebruik) ‘Agrarisch met waarden’ naar natuur (rij 1.1). In beide gevallen is aangegeven dat een dergelijke vergunning niet nodig
is als het Projectbesluit in werking is getreden dan wel een projectbesluit/PIP-procedure wordt gevolgd. In rij 0.5 wordt ingegaan op de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling. Aangegeven is dat de
aanmeldnotitie Projectbesluit/PIP kan gebruikt worden bij aanvraag ontgronding. Deze aanmeldnotitie is aangeleverd en gaat alleen in op de activiteit D16.1. Omdat deze aanmeldnotitie onderdeel is van een aanvraag ontgrondingsvergunning, gaat deze alleen in op de activiteit D16.1. De inhoudelijke beoordeling van deze aanmeldnotitie ligt bij Omgevingsdienst Haaglanden als het gemandateerd bevoegd gezag voor ontgrondingsvergunningen in de provincie. Het is echter nog steeds onduidelijk of hier sprake is van andere activiteiten genoemd in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Dit blijkt niet uit de aanmeldnotitie. Wellicht is er, naar activiteit D16.1 (ontgronding) ook sprake van een activiteit D9 (landinrichtingsproject). Omdat de ruimtelijke onderbouwing (inrichtingsplan) geen paragraaf kent waar in wordt gegaan op de toetsing van het inrichtingsplan aan het planologische kader zoals gesteld in het vigerende bestemmingsplan, kan nog steeds niet worden beoordeeld of hier sprake is van een landinrichtingsproject D9 en of hiervoor een aanmeldnotitie voor moet worden opgesteld en dat hiervoor vormvrij m.e.r.-beoordelingsbesluit moet worden genomen. Ondanks dat er een aanmeldnotitie is aangeleverd, blijkt nog steeds niet wat de planologische strijdigheid is (dit is niet uitgewerkt in het inrichtingsplan).
In het inrichtingsplan, waarvan door het adviesbureau is aangegeven dat deze als ruimtelijke onderbouwing moet worden beschouwd, is onterecht geen toetsing aan het Besluit milieueffectrapportage uitgevoerd. Zoals in het advies van 12 juni 2024 al is aangegeven is dat de aanvraag is ingediend voor 1 januari 2024 en dat hierdoor het Besluit m.e.r. nog van toepassing is. Dit betekent dat er zowel
voor de activiteit D16.1 (ontgronding) als D9 (landinrichting) uit onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage, mogelijk een tweetal m.e.r.-beoordelingsbesluiten moet worden genomen. De provincie dient het m.e.r-beoordelingsbesluit voor de activiteit D16.1 voor rekening te nemen en de gemeente in principe voor de activiteit D9. Tenzij er, waarvan in de stukken sprake is, daadwerkelijk een PIP wordt opgesteld, dan moet de provincie het beoordelingsbesluit nemen voor beide activiteiten. De gemeente kan overigens pas het m.e.r.beoordelingsbesluit nemen als het inrichtingplan is aangepast zodanig dat deze als volwaardige ruimtelijke onderbouwing kan worden beschouwd, met daarbij een aanmeldnotitie dat voldoet aan de selectiecriteria uit bijlage II van de m.e.r.-richtlijn (2014/52/EU). Opgemerkt wordt dat het de initiatiefnemer vrij staat om, ten behoeve van twee (vormvrije) m.e.r. beoordelingsbesluiten een, voor beide situaties toepasbare, aanmeldnotitie op te stellen. In dit geval, gegeven het feit dat in de beide aanmeldnotities meerdere gelijkluidende tekstonderdelen zichtbaar zouden worden, zelfs aan te raden. Conclusie
=
=
Helaas is het, op basis van de aangeleverde stukken, nog steeds onduidelijk op grond waarvan er een uitgebreide procedure moet worden gevoerd.
Door de initiatiefnemer/adviesbureau is aangegeven dat het inrichtingsplan als ruimtelijke onderbouwing moet worden beschouwd. Gegeven het feit dat een ruimtelijke onderbouwing vormvrij is, kan dit. Echter dan moet in het inrichtingsplan ook alle voor het ruimtelijke besluit belangrijke en relevante aspecten worden beschouwd. Dit inrichtingsplan voldoet niet aan deze eisen van goede ruimtelijke ordening. Met het criterium ‘goede ruimtelijke ordening’ wordt onder meer beoogd een aanvaardbaar woonen leefklimaat te waarborgen. Pagina 4 van 6
Ons
kenmerk:
D2024-080780
=
Erkan ook sprake zijn van een landinrichtingsproject D9, overeenkomstig het gestelde in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Indien dit correct is zal,
afhankelijk van de procedure (PIP of losse procedures), er een m.e.r-beoordelingsbesluit =
=
moeten worden genomen voor D9. Op basis van de aangeleverde stukken (inrichtingsplan, aanmeldnotitie) kan niet worden vastgesteld of hier wel of geen sprake is van een landinrichtingsproject D9 en van de D-lijst in de bijlage van het Besluit m.e.r. en hiermee de verplichting tot het opstellen van een aanmeldnotitie en het nemen van een vormvrij m.e.r.-beoordelingsbesluit. Indien nodig kan de gemeente pas een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen voor de activiteit D9, wanneer het inrichtingsplan is aangepast en aanmeldnotitie i aangeleverd en akkoord is bevonden.
Geluid
Beoordeling Het project voor polder Westveen (onderdeel van Natura 2000 gebied) Nieuwkoopse Plassen & De Haeck betreft voornamelijk werkzaamheden aan watergangen zoals baggeren, wijzigen oevers, het realiseren (of juist wegnemen) van duikers en dammen. Daarnaast gaat het onder meer om het plaggen van het bestaande maaiveld, het aanleggen van voetpaden. In een voorgaande fase van het project is onder het zaaknummer 2024-004804 op 27 mei 2024 geadviseerd om een akoestische beoordeling uit te voeren vanwege de voorgenomen realisatie van een aanlegsteiger en opslag van sups, kano’s. Met name stemgeluid zou hier een potentiële bron van hinder kunnen zijn. Nieuw binnengekomen zijn een rapport van een mer-beoordeling B15747-MI-RP-231213-1227 d.d. 21 december
2023
van
RHDHV
en een aantal
mailberichten.
De mer-beoordeling is uitgevoerd met het oog op de ontgrondingen die deel uitmaken van het plan. Hierin is geluid geen relevant aspect en dit is dan ook niet nader beschouwd in het rapport van RHDHV.
Er is (nog) geen nadere informatie binnengekomen over het voornemen om een steiger en opslagplaats van SUP/kano te realiseren. Verder blijkt uit een mailbericht d.d. 24 juni 2024 van de gemeente Nieuwkoop dat de steigeren opslagplaats van SUP/kano geen deel uitmaken van de huidige aanvraag. Op dit moment kan daarom geen aanvulling op het geluidadvies van 27 mei 2024 worden gegeven. Conclusie
= =
De nieuw voorgelegde stukken en informatie geven geen aanleiding tot wijziging of aanvulling van het eerdere advies. Voor de huidige aanvraag is geluid geen relevant aspect. Voor de aanlegsteiger en opslag van sups, kano's zal een andere aanvraag worden ingediend. Voor die aanvraag zal t.z.t. een akoestische beoordeling moeten worden uitgevoerd.
Archeologie Beoordeling Archeologie kan in dit plan in voldoende mate geborgd worden via de bepalingen die in het omgevingsplan staan. Wel ziet de Omgevingsdienst dat de regels die in de m.e.r.-beoordeling worden genoemd niet volledig zijn. Het omgevingsplan bevat beschermende regels die het gehele plangebied beslaan: = Een gedeelte van het gebied heeft een archeologische verwachtingswaarde 1 (artikel 24,
Waarde-Archeologie 1), waar een vrijstelling geldt voor werkzaamheden < 100 m? of <50 em diep. Pagina 5 van 6
Ons
kenmerk:
D2024-080780
=
Een gedeelte van het gebied heeft een archeologische verwachtingswaarde 3 (artikel 26,
Waarde-Archeologie 3), waar een vrijstelling geldt voor werkzaamheden < 10.000 m? of <50 cm diep. De Omgevingsdienst geeft alvast de waarschuwing af dat men voorafgaand aan de uitvoering een omgevingsvergunning moet aanvragen en dat op basis van de regels in het omgevingsplan dan beoordeeld wordt of er voorwaarden moeten worden gesteld die gericht zijn op onderzoek en behoud van archeologische resten. Ook kan nu nog onvoldoende worden beoordeeld of de graafwerkzaamheden überhaupt dieper zullen reiken dan 50 cm, maar dat zal later in het proces ongetwijfeld duidelijk worden. Conclusie
= =
Het omgevingsplan bevat beschermende regels die het gehele plangebied beslaan, deze dienen te worden opgenomen in de MER-beoordeling. Archeologie kan in dit plan in voldoende mate geborgd worden via de bepalingen die in het omgevingsplan.
Pagina 6 van 6
Aanvullend advies 3 februari 2025
Naar aanleiding van een toets van de vergunningaanvraag door de gemeente is met name
aandacht gevraagd voor een beschouwing van het risico op aantasting van het op het gebied (door de provincie aangewezen) van toepassing zijnde landschapsiype ‘Petgaten en Legakker' (specifiek gemaakt door de gemeente n.a.v. punt 2 van onderstaande mail). Deze beschouwing zal op korte termijn als een nadere toelichting worden toegevoegd aan de vergunningaanvraag; we hebben hierover met de provincie de nodige afstemming gehad.
In ons telefonisch contact eerder vandaag heb ik voorgesteld om met inachtneming van voorgaande het volgende verzoek aan de Omgevingsdienst voor te leggen: Is het mogelijk om de m.e.r.-beoordeling t.b.v. het Projectbesluit ter informatie mee te nemen in de beoordeling van de omgevingsaanvraag, zonder een besluit te nemen op deze m.e.r. beoordeling? Wetende dat: -
Er ‘ruis’ kan ontstaan als twee bevoegde gezagen een besluit nemen op dezelfde
m.e.r.-beoordeling; Reeds in het kader van de ontgrondingsprocedure m.b.t. de inríchting van Westveen een besluit is genomen op een m.e.r.-beoordeling (waarbij dezelfde activiteiten relevant zijn); De strijdigheid met het bestemmingsplan slechts betrekking heeft op een zeer beperkt deel van de inrichting, namelijk een drietal percelen en twee pl/as-dras oevers.
De opmerking dat er ruis kan ontstaan als er twee bevoegd gezagen een besluit nemen, i best een aparte. Als het gaat om twee verschillende procedures met twee bevoegd gezagen, dan is het logisch dat elk bevoegd gezag zelf de beoordeling doet. Als het merbeoordelingsbesluit dat door ODH is genomen, ook van toepassing zou zijn op de door de gemeente te verlenen omgevingsvergunning, dan had ODH daar naar mijn bescheiden mening voor moeten worden gemandateerd. Desondanks is het wel correct dat ODH bij de mer-beoordeling getoetst heeft of, aan de hand van de 3 kwaliteitscriteria uit de Europese mer-richtlijn, de vraag voldoende is beantwoord dat met dit project geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. Maar deze beoordeling heeft wel plaatsgevonden ten behoeve van de ontgrondingsvergunning en kan dus wel degelijk anders zijn dan wanneer er sprake zou zijn van een landinrichtingsproject. Dus om dan zomaar te zeggen dat het mer-beoordelingsbesluit ook van toepassing is op de vergunningprocedure die door de
gemeente wordt gevoerd, is vreemd. Dit brengt mij dan ook bij het volgende. Getoetst moet worden of hier sprake is van een landinrichtingsproject op grond onderdeel D uit de bijlage bij het Besluit mer. Er is geen duidelijke definitie van het begrip landinrichtingsproject in de zin van het besluit mer. Wat wel duidelijk is, is dat het best een
breed begrip is maar dat bij een landinrichtingsproject wordt gekeken naar het substantiële karakter van het project (oppervlakte ten opzichte van het totale opperviak). Zie bijvoorbeeld https://www raadvanstate. nl/uitspraken/@117067/201807860-1-a1/ (rechtsoverweging 3.2) en https:/fwww.nmw.nl/ons-kantoor/publicaties/annotaties/ABRvS
24
januari
2024
ECLI-NL-
RVS-2024-245/, Als de strijdigheid met het bestemmingsplan zeer Beperkt is zoals RHDHV aangeeft, kun je je afvragen of het substantieel genoeg is om te spreken van een
landinrichtingsproject. Maar dit moet dan wel worden gemotiveerd door RHDHV. Als de strijdigheid met het bestemmingsplan inderdaad zo klein is als RHDHV beweerd, ten opzichte van het totale projectgebied, dan kan worden beargumenteerd dat er weliswaar wel sprake i van een landinrichtingsproject, maar dat gelet op het substantiële karakter het te kleinschalig is om te beschouwen als zijnde een landinrichtingsproject in de zin van het Besluit mer. Verdere toetsing aan het besluit mer is dan niet meer aan de orde.
Met vriendelijke groet, Bas van der Burg Adviseur milieukwaliteit / Ecologie & MER
Participatieplan
projectbesluit
Westveen
Klant
Provincie Zuid-Holland
Referentie:
BJ8585-RHD-ZZ-XX-RP-D-000
Datum
26 juli 2024
SR e
"
D- Royat HaskoningDHV
Open
HaskoningDHV
&I id-Holland
Royal
provincie
HASKONINGDHV
NEDERLAND
B.V.
George Hintzenweg 85 3068 AX
Rotterdam
Netherlands
Mobilty & Infrastructure
+3188
Titel document: Referentie:
Datum: Projectnaam: Projectnummer:
3489000
E
royalhaskoningdhv.com
W
Participatieplan projectbesluit Westveen BJ8585-RHD-ZZ-XX-RP-D-0001
26 juli 2024 Projectbesluit Westveen BJ8585
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets u dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.
Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of
regelgeving anonimiseren niet toestaat. 26 juli 2024
T
info@rhdhv.com
BJB585-RHD-ZZ-XX-RP-D-0001
ï
Open
Royal HaskoningDHV
& Zuid-Holland provincie
Inhoud
1
Inleiding
11
Waar ligt de polder Westveen?
1.2
Wat zijn de doelen voor de polder Westveen?
1.3
Welke werkzaamheden vinden er plaats?
14
Waarom een participatieplan?
2
Uitgevoerde participatie
21
Stakeholders
22
Keukentafelgesprekken
23
Adviesgroepbijeenkomsten
24
Projectteambijeenkomsten
3
Toekomstige participatie
31
Niveaus van participatie
32
Participatiekalender
321
a2NO0MoW nONNo
Publicatie kennisgevingen voornemen en participatie
3.2.2
_ Keukentafelgesprekken
3.2.3 3.24 3.25 3.26
Ruimtelijk kwaliteitskader _ Terinzagelegging ontwerp-projectbesluit _ Inloopbijeenkomst ontwerp-projectbesluit _ Vaststeliing projectbesluit en beroepsprocedure
4
26jui 2024
Hoe blijf ik op de hoogte?
©
BJB585-RHD-ZZ-XX-AP-D-0001
Open
D royar
HaskoningDHV
1
KR
e
Inleiding
De provincie Zuid-Holland wil de polder Westveen geschikt maken voor de ontwikkeling van de natuurtypen kruiden- en faunarijk grasland, hoog- en laagveenbos, nat schraalland, en er natuurvriendelijke oevers realiseren. Zo wil de provincie Zuid-Holland met het project bijdragen aan de
realisatie van drie instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied, Nieuwkoopse Plassen en De Haeck. Deze staan beschreven in paragraaf 1.2.
Polder Westveen maakt onderdeel uit van dit Natura 2000-gebied! en is begrensd als onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Provincie Zuid-Holland is verantwoordelijk voor de realisatie van de
Natura 2000-doelstellingen en voltooiing van het NNN. In dit participatieplan leest u wat het project inhoudt, welke participatie is geweest, welke participatie nog gaat plaatsvinden en wanneer en hoe u kunt reageren.
1.1
Waar ligt de polder Westveen?
Polder Westveen ligt in de gemeente Nieuwkoop, tussen de Nieuwkoopse Plassen, de Noordse Buurt, de Kromme Mijdrecht en de kern Woerdense Verlaat. Het gebied heeft een oppervlakte van ongeveer 87 hectare. Zie figuur 1 voor een overzichtsfoto. Het huidige landgebruik is voornamelijk agrarisch en natuur. Buiten de woonkavels bestaan de meeste
percelen uit grasland, waarop op extensieve wijze hobbymatig graasdieren worden gehouden. Op enkele percelen bevindt zich (tevens) hoog- en laagveenbos.
Figuur 1: Vogelvluchtfoto van polder Westveen
* Aanwijzingsbesluit Ministerie van Economische Zaken, 2013
26 juli 2024
BJB585-RHD-ZZ-XX-RP-D-0001
1
d
Open
HaskoningDHV
&I proinde id-Holland
Royal 1.2
_ Wat zijn de doelen voor de polder Westveen?
De projectdoelen voor polder Westveen zijn als volgt: B Het leveren van een bijdrage aan de realisatie van drie instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied, Nieuwkoopse Plassen en De Haeck, waarvan Westveen deel uitmaakt, te weten het behoud van de omvang en de kwaliteit van het leefgebied van de
.
purperreiger, de grote zilverreiger en de smient door versterking van hun leefgebied; Het uitvoeren van ontsnipperingsmaatregelen voor het leefgebied van de otter: het aanleggen van (veen)moeras en natuurvriendelijke oevers (NNN):
.
Het ontwikkelen van natuurtypen uit de Index Natuur en Landschap (BIJ12), te wetel zoete plas, kruiden- en faunarijk grasland, nat schraalland en hoog- en laagveenbos:;
.
Het geven van een kwaliteitsimpuls aan de natuur door verbetering van de waterkwaliteit:
.
Ontwikkeling leefgebied gestreepte waterroofkever (water- en oevervegetatie, helder water) en noordse woelmuis (moeras, nat structuurrijk schraalland); Versterking leefgebied (foerageergebied) zwarte stern.
.
1.3
Welke werkzaamheden vinden er plaats?
Om bovengenoemde doelstellingen te behalen zijn diverse ontwerp- en beheermaatregelen nodig. Zo moeten de gronden ingericht worden voor zoete plas, kruiden- en faunarijk grasland, nat schraalland en
hoog- en laagveenbos. Ook moeten baggerwerkzaamheden plaatsvinden en zijn andere werkzaamheden aan het watersysteem nodig. De werkzaamheden aan het watersysteem omvatten onder andere het graven van nieuwe watergangen, het verwijderen van een watergang. het verwijderen van dammen,
het
aanbrengen van duikers in bestaande dammen en verwijderen van stuwijes. Deze maatregelen zijn beschreven in het definitief ontwerp (DO 1.0), van april 2024 dat is opgesteld door het programmabureau Veenweiden Gouwe Wiericke. De provincie Zuid-Holland gebruikt het DO 1.0 als basis voor het projectbesluit. Het DO 1.0 wordt naar aanleiding van de gevoerde en de nog te voeren keukentafelgesprekken met grondeigenaren aangepast tot een DO 2.0.
1.4
_ Waarom een participatieplan?
Als provincie Zuid-Holland vinden wij het in de eerste plaats belangrijk dat inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen kunnen participeren in de veranderingen in hun fysieke leefomgeving. In de afgelopen jaren heeft de stuurgroep van het programmabureau Veenweiden Gouwe Wiericke door het uitvoeren van diverse onderzoeken en het verkennen van verschillende inrichtingsvarianten
toegewerkt naar een definitief ontwerp (DO 1.0) voor polder Westveen. Provincie Zuid-Holland is als bevoegd gezag verantwoordelijk voor het juridisch-planologisch vastleggen hiervan. Dit is nodig omdat het huidige bestemmingsplan
Landelijk gebied Nieuwkoop niet in lijn is met de doelstellingen voor Westveen.
In verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zal daarom door Gedeputeerde Staten een projectbesluit worden vastgesteld. Dit is vergelijkbaar met het provinciaal inpassingsplan (PIP) dat onder de oude wetgeving gold. Bij het nemen van het projectbesluit door
Gedeputeerde Staten (GS) besluiten zij ook over het DO 2.0. In het toekomstige projectbesluit moet onder andere worden aangegeven wat er aan participatie is gedaan. Daarom leest u in hoofdstuk twee hoe participatie een onderdeel is geweest van het ontwerpproces voor de voorgenomen ontwikkelingen in de polder Westveen. In hoofdstuk drie leest u welke participatie nog zal plaatsvinden in relatie tot de afronding van het definitief ontwerp (DO 2.0) ten behoeve van het projectbesluit.
26 juli 2024
BJB585-RHD-ZZ-XX-RP-D-0001
2
d
Open
HaskoningDHV
&I proinde id-Holland
Royal
gevoerde participatie
2
Tijdens het opstellen van het definitief ontwerp (DO 1.0) heeft een intensief omgevingsproces plaatsgevonden. In 2022 en 2023 vond op meerdere momenten participatie plaats. Onderstaand vindt u een overzicht van de uitgevoerde participatie en een beknopte beschrijving van de resultaten.
21
Stakeholders
De volgende stakeholdergroepen zijn in het verleden betrokken geweest:
B
Stuurgroep Veenweiden Gouwe Wiericke o Bestaand uit bestuurders van de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk en Nieuwkoop en van de hoogheemraadschappen van Rijnland en de Stichtse Riijnlanden
.
Programmabureau
.
© Bestaand uit medewerkers van de provincie Zuid-Holland Projectteam o
Bestaand uit het programmabureau,
de gemeente Nieuwkoop, uitvoeringsorganisatie
Waternet en Vereniging Natuurmonumenten Adviesgroep Westveen
.
o
Bestaand uit een vertegenwoordiging van grondeigenaren
De stuurgroep Veenweiden Gouwe Wiericke nam de bestuurlijke besluiten rondom het definitief ontwerp (DO 1.0) voor de polder. De bestuurlijke stuurgroep wordt ondersteund door een ambtelijk programmabureau. Het programmabureau is verantwoordelijk voor het inhoudelijk (laten) opstellen van alle benodigde documenten. Daarnaast zijn de grondeigenaren in het projectgebied betrokken. Zij zijn verenigd in de Adviesgroep Westveen.
22
Keukentafelgesprekken
In de maanden juni en juli 2022 hebben keukentafelgesprekken met grondeigenaren plaatsgevonden over
het schetsontwerp (SO). Met enkele verschillende grondeigenaren hebben meerdere gesprekken plaatsgevonden. Tijdens deze gesprekken is met name ingegaan op de beoogde inrichtingsmaatregelen en de planning van de uitvoering, het baggeren van de watergangen, de raakvlakken van de inrichtingsmaatregelen met het eigendom van de betreffende grondeigenaren en ten slotte in sommige gevallen over grondverwerving en/of particulier natuurbeheer. Nadat medio juni 2022 meerdere grondeigenaren aangaven ontevreden te zijn over het proces om te komen tot een schetsontwerp, heeft het programmabureau Veenweiden Gouwe Wiericke besloten om een adviesgroep Westveen in te stellen en het participatieproces uit te breiden met een serie bijeenkomsten met deze adviesgroep. Ook is in september 2022 door de grondeigenaren een inhoudelijke reactie gegeven op het schetsontwerp. In 2023 zijn opnieuw keukentafelgesprekken door de stuurgroep met de grondeigenaren gevoerd.
23
Adviesgroepbijeenkomsten
Door het programmabureau zijn tussen september 2022 en februari 2023 zes bijeenkomsten georganiseerd, waarin onder andere de standpunten uit de brief van september 2022 gezamenlijk met de
adviesgroep Westveen zijn behandeld. De bijeenkomsten met de adviesgroep Westveen waren de aanleiding voor: e _ een heroverweging van het schetsontwerp. Dit heeft geleid tot de beschouwing en afstemming van nieuwe inrichtingsvarianten: e _ het uitvoeren van aanvullende hydrologische berekeningen door Waternet; e _ een analyse en advies met betrekking tot beheer en onderhoud (en verantwoordelijkheden daarin);
26 juli 2024
BJB585-RHD-ZZ-XX-RP-D-0001
3
d
Open
HaskoningDHV Royal e e
&I proinde id-Holland
een gesprek over beheer en onderhoud; onderzoek en advies over nut en noodzaak van plaggen ten behoeve van de ontwikkeling van nat schraalland;
e
een toelichting op het proces en de besluitvorming door de provincie Zuid-Holland aangaande zelfrealisatie, minnelijke verwerving, onteigening in samenhang met het provinciaal inpassingsplan (PIP)/projectbesluit.
Op 6 maart 2023 is een adviesgroepbijeenkomst georganiseerd waarin nader is ingegaan op de noodzaak van het plaggen van percelen ten behoeve van de ontwikkeling van nat schraalland. Tijdens deze
bijeenkomst is ook nader ingegaan op broeikasgassen en stikstof. Het definitief ontwerp is op 20 maart 2023 gepresenteerd aan de adviesgroep Westveen. Naar aanleiding hiervan heeft de adviesgroep Westveen een advies uitgebracht dat op 11 april 2023 nader is toegelicht aan het programmabureau Veenweiden Gouwe Wiericke. De adviesgroep Westveen heeft daarnaast op 12 april 2023 het advies nader toegelicht tjdens een stuurgroepvergadering van stuurgroep Gouwe Wiericke. Het advies van de adviesgroep Westveen was aanleiding voor: e _ aanvullend bodemchemisch onderzoek op percelen in het middengebied van Westveen; e _ herbeschouwing van een aantal maatregelen, zoals opgenomen
op de inrichtingskaart van het
concept definitief ontwerp, met name beheerrouting (en de noodzaak van toepassen halfverharding) en omgang met verlande watergangen. In afstemming met Vereniging Natuurmonumenten en adviesgroep Westveen zijn ten opzichte van het concept definitief ontwerp daarop een aantal wijzigingen doorgevoerd.
24
Projectteambijeenkomsten
In de periode van juni 2022 tot en met juli 2023, waarin het schetsontwerp is uitgewerkt tot een definitief ontwerp (DO 1.0), is het projectteam een aantal malen betrokken en meegenomen in het ontwerp- en omgevingsproces. Relevante
« «
momenten:
variantenafweging uitvoeringswijze/bestemming vrijkomende bagger; afstemming nieuwe inrichtingsvarianten naar aanleiding van de weerstand vanuit de omgeving op het definitieve schetsontwerp;
e bespreking conceptversie definitief ontwerp; « bespreking advies van de adviesgroep Westveen over het definitief ontwerp; « _ bespreking resultaten aanvullend bodemchemisch onderzoek voorafgaand aan de stuurgroepvergadering van 5 juli 2023.
26 juli 2024
BJB585-RHD-ZZ-XX-RP-D-0001
4
Open
HaskoningDHV Royal 3
&I proinde id-Holland
Toekomstige participatie
De provincie Zuid-Holland geeft bij ruimtelijke besluitvormingsprocessen vooraf aan wie wat of waarover kan inbrengen. Het gaat hierbij om het niveau van participatie. Dit wordt bepaald aan de hand van een afweging van het belang dat betrokkenen bij het proces hebben. In dit hoofdstuk wordt deze afweging
nader toegelicht. Ook vanuit de Omgevingswet is het een vereiste om in het projectbesluit in te gaan op het door te lopen participatieproces.
31
Niveaus van participatie
Binnen het projectbesluit is de participatie gericht op het niveau van informeren en raadplegen. Onderstaand staat meer informatie over de inhoud van deze twee participatieniveaus. Informeren
Het informeren van de betrokkenen met eventueel de mogelijkheid tot vragen stellen.
Raadplegen Ophalen van meningen, ideeën of inzichten van de betrokkenen om daarmee in beeld te brengen waar mogelijke gevoeligheden liggen. 32
Parti
patiekalender
In de participatieaanpak wordt gewerkt met verschillende vormen van formele (verplichte) en informele (niet-verplichte) participatie. In onderstaand schema zijn de verschillende stappen weergegeven. In het vervolg van deze paragraaf worden deze stappen nader toegelicht. Het participatieplan en daarmee de
onderstaande kalender wordt geactualiseerd op basis van reacties en bij belangrijke momenten in het project.
26 juli 2024
BJB585-RHD-ZZ-XX-RP-D-0001
s
Open
Royal HaskoningDHV
Gezamenlijke kennisgeving voornemen en participatie
Juli 2024
& Zuid-Holland provincie
Ruimtelijk kwaliteitskader Najaar 2024
Terinzagelegging en besluit GS ontwerp-
Vaststelling projectbesluit en
Begin 2025
Medio 2025
projectbesluit
beroepsprocedure
Inloopbijeenkomst ontwerpprojectbesluit Begin 2025
Keukentafelgesprekken Doorlopend
Figuur2: Partcipatiekalender
3.2.1
Publicatie kennisgevingen voornemen en participatie
De kennisgeving voornemen en participatie is onder de Omgevingswet het formele startsein van de projectbesluitprocedure. Met deze kennisgeving geeft provincie Zuid-Holland als bevoegd gezag aan dat het een (aanvullende) verkenning gaat uitvoeren naar de opgave in polder Westveen in het kader van het
toekomstige projectbesluit. De kennisgeving bevat een beknopte beschrijving van de opgave. In het definitief ontwerp (DO 1.0) wordt de opgave uitgebreider toegelicht. In dît geval gaat het om het verder verkennen van de haalbaarheid voor de realisatie van de natuurdoelstellingen in Westveen. Gelijktijdig wordt het voorstel voor participatie (dit document) gepubliceerd. Hierin staat hoe, waarover en wanneer inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de verkenning worden betrokken en wat de rol is van het bevoegd gezag en de initiatiefnemer (in dît geval beiden provincie ZuidHolland). Via deze aanvullende verkenning kunt u schriftelijk op het definitief ontwerp (DO 1.0) reageren en suggesties aandragen die helpen de natuurdoelstellingen te realiseren. U kunt bijvoorbeeld ingaan op vragen zoals: zijn de aard van de opgave in het gebied en de beoogde oplossingen voldoende duidelijk
beschreven? Zijn er nieuwe relevante ontwikkelingen in het gebied of de omgeving waar de provincie Zuid-Holland rekening mee zou moeten houden? Of, heeft u nog andere mogelijke oplossingen die bijdragen aan het behalen van de beschreven natuurdoelstellingen voor Westveen? Doelgroep: iedereen (grondeigenaren, agrariërs, omwonenden, bedrijven, belangenbehartigers, (semi) overheden) 26 juli 2024
BJB585-RHD-ZZ-XX-RP-D-0001
6
d
Open
HaskoningDHV
&I proinde id-Holland
Royal
Participatieniveau: informeren Verwachte planning: augustus - september 2024
3.2.2
Keukentafelgesprekken
Omstreeks de bekendmaking van de start van de ruimtelijke procedure zijn keukentafelgesprekken ingepland. In de gesprekken worden grondeigenaren geïnformeerd over de nadere verkenning, het
vervolgproces en waar zij terecht kunnen met hun vragen. De eerste groep grondeigenaren hebben een gesprek gehad in juli. Met de tweede groep grondeigenaren organiseert de provincie Zuid-Holland een
gesprek in september. Doelgroep: grondeigenaren
Participatieniveau: raadplegen Verwachte planning: doorlopend
3.2.3
Ruimtelijk kwaliteitskader
Om het karakter en de ruimtelijke kwaliteiten van polder Westveen ook na de inrichtingsmaatregelen in stand te houden stelt de provincie Zuid-Holland, op basis van het definitief ontwerp (DO 1.0), samen met de zelfrealisatoren (grondeigenaren die zelf natuurbeheerwerkzaamheden uitvoeren) een ruimtelijk
kwaliteitskader op. Hiervoor plant de provincie Zuid-Holland twee werksessies n met de zelfrealisatoren over de door hen uit te voeren natuurbeheerwerkzaamheden. Het ruimtelijk kwaliteitskader is een document waarin de beoogde beeldkwaliteit van het polder Westveen
is beschreven en is vastgelegd voor
alle partijen in het gebied. Het ruimtelijk kwaliteitskader dient als toetsingskader tijdens de realisatie- en daaropvolgende beheeríase en stelt eisen aan de inrichting van het landschap. Hierbij is DO 1.0 het uitgangspunt en daarmee maatgevend. Waar nodig worden eisen aan de inrichting van het landschap vertaald naar het projectbesluit. Het definitieve ruimtelijk kwaliteitskader is onderdeel van het projectbesluit. Doelgroep: grondeigenaren en zelfrealisatoren Participatieniveau: raadplegen
Verwachte planning: julí - oktober 2024
3.2.4
Terinzagelegging ontwerp-projectbesluit
Het ontwerp-projectbesluit bestaat uit een inhoudelijke beschrijving van het project, relevante permanente
en tijdelijke maatregelen en voorzieningen, de resultaten van de uitgevoerde (aanvullende) verkenning inclusief voorgedragen oplossingen en uitgebrachte adviezen, de motivering van de nut en noodzaak, beschrijving van het tot dan toe doorlopen participatieproces, een juridisch plangedeelte en een toelichting
van de mogelijke gevolgen voor het milieu gebaseerd op de uitgevoerde onderzoeken en de merbeoordelingsnotitie. Ook het ruimtelijk kwaliteitskader maakt onderdeel uit van het projectbesluit. Het projectbesluit wijzigt onder meer het omgevingsplan met regels die nodig zijn voor het uitvoeren en in werking hebben of in stand houden van het project, maar kan ook zelf gelden als een omgevingsvergunning voor activiteiten ter uitvoering van het projectbesluit. Of dat het geval is, zal n het ontwerp-projectbesluit worden beschreven. Tijdens de terinzagelegging van het ontwerp-projectbesluit (gedurende zes weken) kunt u reageren met
een zienswijze op het ontwerp-projectbesluit. U kunt bijvoorbeeld in gaan op de voorgestelde permanente of tijdelijke maatregelen en voorzieningen om de natuurdoelstellingen te realiseren of aandachtspunten benoemen bij de voorgestelde mitigerende en compenserende maatregelen. Gedeputeerde Staten betrekken alle ingediende zienswijzen bij de besluitvorming over het definitieve projectbesluit (zie paragraaf 3.2.6), dat naar aanleiding van de zienswijzen nog kan worden aangepast. 26 juli 2024
BJB585-RHD-ZZ-XX-RP-D-0001
7
Open
HaskoningDHV
&I proinde id-Holland
Royal
Doelgroep: iedereen (grondeigenaren, agrariërs, omwonenden,
bedrijven, belangenbehartigers, (semi)
overheden) Participatieniveau: informeren Verwachte planning: begin 2025
3.2.5
Inloopbijeenkomst ontwerp-projectbesluit
Voorafgaand aan de tervisielegging van het ontwerp-projectbesluit zal een inloopbijeenkomst worden
gehouden waar iedereen die dat wil, informatie kan ophalen over de inhoud van het ontwerpprojectbesluit. Ook wordt daarin toegelicht hoe het vervolg van de procedure loopt. Doelgroep: iedereen (grondeigenaren, agrariërs, omwonenden, bedrijven, belangenbehartigers, (semijoverheden)
Participatieniveau: informeren Verwachte planning: begin 2025
3.2.6
Vaststelling projectbesluit en beroepsprocedure
Na het beantwoorden van de ingediende zienswijzen, wordt het definitieve projectbesluit vastgesteld. Het definitieve projectbesluit bevat dezelfde inhoudelijke onderwerpen als het ontwerp-projectbesluit. Verder wordt aangegeven
hoe belanghebbenden zijn betrokken en hoe eventuele zienswijzen zijn verwerkt. Na
de vaststelling volgt wederom bekendmaking (via een kennisgeving en terinzagelegging van het vastgestelde projectbesluit). Daarna volgt de mogelijkheid voor belanghebbenden tot het indienen van beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Doelgroep: belanghebbenden (grondeigenaren, agrariërs, bedrijven, belangenbehartigers, (semi) overheden) Participatieniveau: informeren Verwachte planning: medio 2025
26 juli 2024
BJB585-RHD-ZZ-XX-RP-D-0001
8
Open
HaskoningDHV
&I proinde id-Holland
Royal 4
Hoe
blij
ik op de hoogte?
Wilt u op de hoogte blijven van de verdere ontwikkeling van Polder Westveen? Kijk dan op de projectwebsite van de provincie Zuid-Holland <Polder Westveen - Provincie Zuid-Holland>. Vragen kunt u via de projectwebsite van de provincie Zuid-Holland stellen via het contactformulier, per brief en via e-mail.
26 juli 2024
BJB585-RHD-ZZ-XX-RP-D-0001
9
Bestemmingsplantoets
*
nieuwkoop WOJ
locatie
_
het realiseren van Natuur ter versterking van Natura 2000 en Natuur Netwerk Nederland, op gronden met de bestemming Agrarisch de noordelijke helft van Polder Westveen (fase 1) te Woerdense Verlaat.
daum
_
17 juni 2025
bestemmingepian voorschriten
_ _
Landelijk gebied Nieuwkoop + 1° herziening Landelijk gebied Nieuwkoop + 1° herziening
plankaan
_
GiS
zaaknummer
Z2023-00002693
Art.4) Agrarisch met Waarden Art.26) Waarde Archeologie 3
bestemmingen)
_
Art.27) Waterstaat - Waterkering Art.31.4) Vrijwaringsgebied - molenbiotoop Art. 31.5) landschapstype petgaten en legakker 4.1) De voor 'Aararisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a) de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf; — n.v. f) het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in artikel 31.5 aangeduide landschapstypen. De bestaande structuren worden in stand gehouden en op enkele plekken versterkt. De
verkavelingsstructuur met smalle (leg)akkers, sloten en petgaten blijft behouden.
—
akkoord
9) het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de ter plaatse aanwezige dan wel aan deze gronden eigen natuurwaarden.
De
voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van de verschillende beheertypen: hoog- en laagveenbos, kruiden- en faunarijk grasland, Nat schraalland en Veenmoeras. Hierdoor zijn de gronden niet meer voor agrarische doeleinden te gebruiken — strijdig h) wegen en paden. De wegen en paden zijn niet ten behoeve van de agrarische bestemming — stì ) Water- en waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals sloten,
greppels, watergangen, oppervlaktewaterberging, bruggen en duikers — akkoord toetsing
4.2.7.c) buiten het bouwvlak mogen bouwwerken geen gebouw zijnde waaronder de bruggen, duikers en klepstuwen geen grotere hoogte hebben dan 1 meter, met dien verstande dat voor landbouwhekken
een
bouwhoogte van maximaal 1,5 meter is toegestaan — n.v.t. 4.6.1) Het is verboden om op de voor 'Agrarisch met waarden'
aangewezen gronden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren, zonder een omgevingsvergunning of in afwijking daarvan: a) het aanplanten van bebossing en/of opgaande beplanting ten behoeve van erfbeplanting, landschappelijke inpassing, windhagen of een schuilgelegenheid voor vee;
b) het ontgronden, afgraven, egaliseren, diepploegen en/of ophogen van gronden; c) het dempen, (ver)graven, verdiepen, waaronder baggeren, en/of verbreden van sloten en/of andere watergangen d) het aanleggen van verharde en halfverharde wegen en paden; — aanlegvergunningsplichtig
4.6.3) De in 4.6.1 genoemde vergunning kan alleen worden verleend, indien de volgens het eerste lid en artikel 31.5 te beschermen landschapstypen of ecologische verbindingsfunctie, of het op de verbeelding aangeduide 'overige zone-weidevogelgebied’,
niet
Z2023-00002693
Pagina 2 van 4
onevenredig worden aangetast. De verkavelingsstructuur met smalle
(leg)akkers, sloten en petgaten blijft behouden. De ontwikkeling komt het weidevogelgebied ten goede — akkoord
4.6.4) Alvorens te beslissen omtrent een aanvraag voor het dempen, (ver)graven, verdiepen, waaronder baggeren, en/of verbreden van sloten en/of andere watergangen, wordt het bevoegde waterschap/hoogheemraadschap om advies gevraagd.
De waterbeheerder heeft akkoord gegeven — akkoord 26.1) De voor 'Waarde - Archeologie
3' aangewezen gronden zijn, behalve
voor de daar voorkomende andere bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden, waarbij de
bestemming 'Waarde - Archeologie 3' voorrang heeft op de andere daar voorkomende enkelbestemmingen. 26.4.1.a) Het is verboden op of in de gronden met de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 3' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning (voorheen archeologische aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te
voeren, dieper dan 50 cm en over een (totale) oppervlakte groter dan 10.000
m2.
1) grondwerkzaamheden, waartoe wordt gerekend het ophogen, afgraven, verwijderen van oude funderingen, woelen en mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden alsmede het
vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; 2 het aanleggen of rooien van bomen en diepwortelende struiken waarbij stobben worden verwijderd; b) de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, dient bij het indienen van de aanvraag een archeologisch rapport over te leggen waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord,
naar het oordeel van burgemeester en wethouders, in voldoende mate is vastgesteld. ©) de werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden als bedoeld onder a t/m f zijn slechts toelaatbaar, indien en voor zover deze door die werken of werkzaamheden geen afbreuk doen aan het behoud en de
bescherming van de archeologische waarden in de desbetreffende gronden. Er zijn geen werkzaamheden dieper dan 500m — n.v.t. 27.1) De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de waterkering, waterhuishouding en waterstaat, waarbij
de bestemming 'Waterstaat - Waterkering’ voorrang heeft op de andere daar voorkomende enkelbestemmingen. 27.4.1) Het is verboden om op de voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren, zonder een omgevingsvergunning voor de
uitvoering van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden : a) het afgraven of ophogen van gronden; b) het egaliseren van gronden e) het aanleggen van wegen en paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; 9) het aanleggen, vergraven verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere
wateren.
27.4.3) De omgevingsvergunning kan alleen worden verleend indien door uitvoering van de werken of werkzaamheden geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de belangen van de waterstaat en/of de waterkering
Z2023-00002693
Pagina 3 van 4
en de beheerder van de waterkering daarover om advies i gevraagd. De waterbeheerder heeft akkoord gegeven — akkoord 31.4.1) Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop', geldt de biotoop van een traditionele windmolen en gelden, in afwijking van het bepaalde bij de daar voorkomende bestemming(en), de volgende regels:
a) binnen een straal van 100 meter, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, mag geen nieuwe bebouwing worden opgericht of beplanting aanwezig zijn, hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek; b) binnen een straal van 100 tot 400 meter, gerekend vanuit het
middelpunt van de molen, mag geen nieuwe bebouwing worden opgericht of beplanting aanwezig zijn, hoger dan 1/100 van de afstand tussen het bouwwerk of de beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend vanaf de onderste punt van de verticaal staande wiek; c) indien op grond van het bepaalde bij de daar voorkomende bestemming(en) een lagere maximale bouwhoogte geldt dan de maximaal toelaatbare bouwhoogte ingevolge dit lid onder a en b,
prevaleert de maximaal toelaatbare bouwhoogte van die bestemming. Er wordt in principe niet gebouwd anders dan het plaatsen van een bankje of een duiker. — akkoord 31.5) Voor de aangeduide landschapstypen gelden de volgende regels: d) Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - landschapstype
petgaten en legakker' is het beleid gericht op het behoud, het herstel en de ontwikkeling van net natuurlijke petgaten- en legakkerlandschap met de volgende kernkwalliteiten: 1) Verveningsplassen met petgaten en legakkers, half besloten landschap; 2) lintbebouwing van Nieuwkoop en Noorden;
3) beplanting op legakkers en enkele percelen. De verkavelingsstructuur met smalle (leg)akkers, sloten en petgaten blijft behouden.
concusie
_
—
akkoord
strijdig
opmerkingen
-
(geanonimiseerd) begripsbepalingen en andere algemene bepalingen zoals straf-, overgangs- en algemene wijzigings- of vristellingsbepalingen worden niet automatisch in dit document opgenomen; hiervoor wordt verwezen naar de originele plantekst.
Z2023-00002693
Pagina 4 van 4
DO Westveen inrichtingskaart fase 1