Deel 4 - Set bijlagen (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Uw rojeet da
Bonianes
e
OT 71 Kwaia
e
v
em
SOE
enore
ron
n
wagger
j epasig o 1 e
em
aaw1
aats
weten
038}
e
G
eosenipe
r
nen
t
“
e
de
aa e
weneesmsens e
e -
D s
e e
enioniet e Wereteense
m :
r
en
aa
oo
om
r
aa e
< rppotagegrens daa
senergordaarde
chergondwaarde Nomwaarde
woren
Nomwaardeinstie erentiensade
Geenoetzooreel mogelk ordee
> Dezetoesing
s
NetToepasbaar > eneniewaarde s
met de grootste zorg samengested
Euroins Analico
B.V
s echter niet verankwoordljk
voore Uitkomst van deze toesing.
Wocht u cen probieem In eze toetsing sgnaleren Gan verzoeken wij u wrlendeljk dt doorte geven aan eol.heipdeskBeurfins.com
Page 20 of 24
s n
Eeioose p r
z
T
Uw rojeet
Ceritcast Toetsing Versie Toexsingsdatum
2023127165 BoToVa T1 kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op o In de 2024 04 October 2023 10:24
Anatyse
Eennele
Gm
bodem
N1105-1 N1405 (0-30) GSS.D
Oordeel
Oordeel
E
"
Generiek _ LMW
‘Sodemtype correctie Fracbe < 2 9m
148
Orgaische stof volgens gloeveries metnode
228
Metaten
Koper (Cu
aa
os
w
S
toot 9)
mag
o5
w
05020530507
Ewolns e 20z0001azsee
Monseromschridna N105:4 Nr105 030}
Dauum 05092023Monsterneme
Eindordeel Kiase z
Leende .
Aangenonen waarde
m
Gemten
ss0
Gestancaardaeer
vaade meetwaarde
< rppotagegrens daa
senergordaarde
chergondwaarde Nomwaarde
woren
Nomwaardeinstie erentiensade
Geenoetzooreel mogelk ordee
Deze
toesing
Wocht u een
s
|s met de grootste zorg somengesteid
probieem
n deze toetsing sgnaleren
Euroins Analyico
dan verzoeken
B.V
s echter niet verankwoordljk
wi u wrlendelijk dt Goorte
geven
voore uitkomst van deze toesing.
aan el-heipdes k erofins.com
Page 21 of 24
a
Eindoordel MetoepesbaarLW
S6
190
9D
76
Uw rojeet da
Bonianes
e
OT 71 Kwaia
e
v
em
SOE
enore
ron
n
wagger
j epasig o 1 e
em
G
weten
aaows 00 000} e
de
_
eosenipe
r
e
e
r
nen
t
…
e
de
aa e
weneesmsenss a n
E
e e
D B
enioniet e Wereteense
m :
r
en
aa
oo
om
r
aa e
e e
e
o em
w
e
em erseinaee
_ Dezetoesing
o s
eneeese
met de grootste zorg samengested
Euroins Analico
B.V
s echter niet verankwoordljk
voore Uitkomst van deze toesing.
Wocht u cen probieem In eze toetsing sgnaleren Gan verzoeken wij u wrlendeljk dt doorte geven aan eol.heipdeskBeurfins.com
Page 22 of 24
s n
Eeioose p r
z
T
Uw rojeet da
Bonianes
e
OT 71 Kwaia
e
v
em
SOE
enore
ron
n
wagger
j epasig o 1 e
em
aa
azan
weten
03}
e
G
eosenipe
r
nen
t
"
e
de
aa e
weneesmsenes keareeren
e
e e
D dnenare s
enioniet e Wereteense
m :
r
en
aa
oo
om
r
aa e
< rppotagegrens daa
senergordaarde
chergondwaarde Nomwaarde
woren
Nomwaardeinstie erentiensade
Geenoetzooreel mogelk ordee
> Dezetoesing
s
NetToepasbaar > eneniewaarde s
met de grootste zorg samengested
Euroins Analico
B.V
s echter niet verankwoordljk
voore Uitkomst van deze toesing.
Wocht u cen probieem In eze toetsing sgnaleren Gan verzoeken wij u wrlendeljk dt doorte geven aan eol.heipdeskBeurfins.com
Page 23 of 24
s n
Eeioose p r
z
T
Uw rojeet da
Bonianes
e
OT 71 Kwaia
e
v
em
SOE
enore
ron
n
wagger
j epasig o 1 e
em
eO
weten
407
000}
e
e de
_
eosenipe
r
e
r
nen
t
"
e
de
aa e
weneesmsenls e
e
e e
D B
enioniet e Wereteense
m :
r
en
aa
oo
om
r
aa e
e e
e
o em
w
e
em erseinaee
_ Dezetoesing
o s
eneeese
met de grootste zorg samengested
Euroins Analico
B.V
s echter niet verankwoordljk
voore Uitkomst van deze toesing.
Wocht u cen probieem In eze toetsing sgnaleren Gan verzoeken wij u wrlendeljk dt doorte geven aan eol.heipdeskBeurfins.com
Page 24 of 24
s n
Eeioose p r
z
T
Uw Project
Certiicaat
Aanvullend
iemonderzoek polder
Toetsing
versie
BoTova T13
2628
kwaliteit van grondwater
1s Diep grondwater
nee
To23134645 |
Toetsingsdatum
7s61”
03 October 2023 10:56
Aralyse
Eenheid
Metaten
Gw.
P1004-1-1 P1004 (100-200) GSS.D
Borium (B9)
von
von
<020
9
°s
Kobat (Co)
von
20
Koper (Cu
von
i
von
cacmium
(C
(#9)
Molybdeen
(Mo)
_
Tndex
RG
5SW 7 20
s
T
1
-
02
04
o
338
625
14
-
2
20
o
100
27
27
-
2
5
5
75
<0.050
0035
-
005
05
0175
03
014
008
Oordeel
32
s
von
0
14
-
2
s
152
300
Nikkel (N)
von
39
39
-
3
15
45
7
Lood (P6)
won
23
23
-
2
5
5
75
Zink (2n)
von
3
x
-
10
e
432
800
Vluchtige Aromatische Koolwaterstotfen
von von von von von von von von von von von von von von von
<020 <0.20 <020 <0.020 <020 <0.20 <0.10 <020 <010 <0.20 <0.20 <0.10 <020 <0.10 <0.10
014 014 014 0014 014 014 007 014 007 014 014 007 014 007 007
e -
02 02 02 002 02 02 01 02 01 02 02 o
02
151 7 153 35 500 203 s 262 20 458 204 50
von
0
042
von
<s0
3
Benzeen Etnylbenzeen styreen Naftaleen Dichloormethaan ‘Trchloormethaan Tetrachloormetnaan Tichlooretheen Tetrachlooretheen 1,1-Dichtoorethean 1,2-Dichtoorethean 1L L-Trichoorethaan ‘Tabroommethaan Vinylchoride 1,-Dichlooretheen Tolueen
von
xylenen (som)factor 07
won
Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen
1,12-Trichtoorethaan
1,2-Dichoorethenen
Dichloorpropanen Minerale
<0.20
o2
von
(Som) factor 0,7
<010
von
som actor 0.7
olie
Winerale ofie otaal (C10-C40)
014
014
o
1000
02
s oor Dor s oo 24 00 7 7 oor
351
070
oo
s
02 01
oo oo
25 s
030 150 300 70 1000 400 10 500 10 900 400 300 0 s 10
-
os
08
404
80
-
50
50
325
600
-
o
007
014
503
-
-
o o
o
Extra parameters PAK Totaal VROM
som
(10)
0.0002
16 aromatische oplosmiddelen
(Bbk,1-1-2008)
_
ug/l
077
Ewolins N
Monsteromschriin
Datun.
MaM-202300100565
Proo414Pi00s 00200
2009 2023
Legenda aw.
Gemeten
ass0
waarde
Gestandaardiseerde
m6
-
meetwaarde
streefwaarde/aw2000 of AG
s
Streefwaarde/aw2000
7
Tussenwaarde
ï
> Interventiewaarde (}
(T}
Streefwaarde
Geen oetsoordeel mogelik >sw
> Stroofwaarde
Deze toetsing is met de grootste zorg samengesteld Eurofins Analytico 8.. Is echter nlet verantwoordelijk voor de uitkomst van deze toetsing. Mocht u een probleem vriendelik
In deze toetsing signaleren dan verzoeken wij u
dit door te aeven aan eol.heldesk®@eurofins.com
Page 1of1
e
02
02
01
02
oo
10
20
ATKB
voornatuur
n leefomgeving
BIJLAGE
7
[L] Kadastrale
tcontour sterke verontreinig (lood)
kaart
Uw
referentie: 20231326
1417
’“/
1501
1342
1308
«
| 1536
É 1293
1626
152
72 B m
Deze kaart s noordgericht
12345 25
Perceelnummer Husnummer
Vastgestekde kadastrale grens Voorlopige kadastale grens
‚Administraieve kadastrale grens
50
100
e
150
200
250m
mm
Schaal 1: 4500 Kadastrale gemeente
Sectie Perceel
kadaster _ Nieuwkoop
H 89
Bebouwing ‚an di uitrekselkunnen geen betrouwbare maten worden ortleend.
Voor een eensluidend uitrekse, geleverd op 20 september 2023 De bewaarder van het kadasteren de openbare regsters
@
'De Dienst voor het kadaster en de openbareregiters behoudtzch de telectuele eigendomsrechten voor, Waaronder het auteursrecht en hetdatabankenrecht.
724
ATKB
voornatuur
n leefomgeving
BIJLAGE 8
V. Sanscrit
Rapportage Sanscrit.nl
V. rapport
Instrument ter bepaling van spoedeisendheid van saneren Algemeen Naam dossier:
Westveen woerden_ grond
Beoordelaar:
…
Code:
20231326
(geanonimiseerd)
Datum rapport: Type bodemgebruik:
fonderdag 12 oktober _ toekomstig
Uitgevoerde beoordelingen: Stap1: Ernst van de verontreiniging: Er is sprake van een geval van emstige verontreiniging als gevolg van: - Erstige bodemverontreiniging
Stap2: Standaardbeoordeling
__ Stap 3: Uitgebreide beoordeling
Humaan
J
J
Ecologisch Verspreiding
J J
-
* zvoltooid
X =nietuitgevoerd
_
= niet relevant op basis van uitkomst stap 2
Opmerkingen bij dossier:
Sanscrit 2.0 is een geautomatiseerde versie van het Saneringscriterium. Het Saneringscriterium is beschreven n de Circulaire Bodemsanering 2013. De applicatie Sanscrit is ontwikkeld in opdracht van het ministerie van I8W. Met het Saneringscriterium wordt bepaald of sprake is van onaanvaardbare risico’s van bodemverontreiniging voor mens ‚ ecosysteem of van het risico op verspreiding van de verontreiniging n het grondwater. Op basis van de bepaalde risico's wordt vastgesteld of een sanering met spoed dient te worden uitgevoerd. Uitgangspunten De sanering dient met spoed te worden uitgevoerd, tenzij op basis van de risicobeoordeling is aangetoond dat de
sanering niet met spoed hoeft te worden uitgevoerd. De werkwijze van het Saneringscriterium geldt voor: een geval van ernstige bodemverontreinigin een historische verontreiniging. Voor verontreinigingen die sinds 1987 zijn ontstaan is artikel 13 van de Wbb
(zorgplicht) van toepassing; huidig en voorgenomen gebruik: grond en grondwater. Voor waterbodem is een separate systematiek ontwikkeld, met uitzondering van asbest;
alle stoffen waarvoor een interventiewaarde is afgeleid, met uitzondering van asbest. Daar asbest hee! specifieke chemische en fysische eigenschappen heeft, is voor asbest separaat het ‘Milieuhygiënisch saneringscriterium, protocol asbest’ ontwikkeld hetgeen ook van toepassing is voor waterbodems . Asbest is dan ook niet opgenomen in het Sanscrit. (Circulaire Bodemsanering, 2013)
Er is een geval van ernstige verontreiniging, maar de locatie hoeft niet met spoed gesaneerd te worden.
Per stof
Dosis MTR Img/kglg/d] _ [mg/kg lg'd]
Stof Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie
Koper Lood Groen met natuurwaarden
3,45e-4 9,71e4
Lood
9,67e-4
2,80e-3
9,15e-5
Koper
9,15e-5
Natuur
Koper
Lood
Hinder
9,67e-4
1,40e-1 2,80e-3
0,00 0,35
1,40e-1
0,00
1,40e-1
0,00
2,80e-3
0,35 0,35
- huidcontact
Functie
Sprake van huidcontact?
Natuur
Groen
Risico-Index
Nee
met
natuurwaarden
Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie
Nee
Nee
Toelichting: ertreedt geen huidirritatie op als gevolg van huidcontact met puur product
Toetsing TCL's Concentratie
Stof
binnenlucht
[ug/m3]
TeL
[ug/m3]
‘Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie Koper Groen
Koper
met
0
1,00e0.
0
1,0000.
0
1,00e0.
natuurwaarden
Natuur
Koper
Uitgebreid overzicht blootstelling
Blootstellingsroute
Relatieve bijdrage [%]
Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie Koper Consumptie van gewassen uit eigen tuin
0.00
Dermale opname binnen
0.00
Dermale opname buiten
0.00
Dermale opname tijdens baden
0.00
Ingestie grond
98.90
Inhalatie dampen tijdens douchen
0.00
Inhalatie van binnenlucht
0.00
Inhalatie van
0.00
buitenlucht
Inhalatie van gronddeeltjes
1.10
Permeatie
0.00
drinkwater
Lood
Consumptie van gewassen uit eigen tuin
0.00
Dermale opname
binnen
0.00
Dermale opname
buiten
0.00
Dermale opname tijdens baden
0.00
Ingestie grond
99.54
Inhalatie dampen tijdens douchen
0.00
Inhalatie van
binnenlucht
0.00
Inhalatie van
buitenlucht
0.00
Inhalatie van gronddeeltjes
0.46
Permeatie drinkwater
0.00
Groen
met
natuurwaarden
Koper Consumptie van gewassen uit eigen tuin
0.00
Dermale opname binnen
0.00
Dermale opname buiten
0.00
Dermale opname tijdens baden
0.00
Ingestie grond
99.86
Inhalatie dampen tijdens douchen
0.00
Inhalatie van binnenlucht
0.00
Inhalatie van buitenlucht
0.00
Inhalatie van gronddeeltjes
0.14
Permeatie
0.00
drinkwater
Lood
Consumptie van gewassen uit eigen tuin
0.00
Dermale opname
binnen
0.00
Dermale opname
buiten
0.00
Dermale opname tijdens baden
0.00
Ingestie grond
90.94
Inhalatie dampen tijdens douchen
0.00
Inhalatie van
binnenlucht
0.00
Inhalatie van
buitenlucht
0.00
Inhalatie van gronddeeltjes
0.06
Permeatie
0.00
drinkwater
Natuur
Koper Consumptie van gewassen uit eigen tuin
0.00
Dermale opname binnen
0.00
Dermale opname buiten
0.00
Dermale opname tijdens baden
0.00
Ingestie grond
99.86
Inhalatie dampen tijdens douchen
0.00
Inhalatie van
binnenlucht
0.00
Inhalatie van
buitenlucht
0.00
Inhalatie van gronddeeltjes
0.14
Permeatie
0.00
drinkwater
Lood
Consumptie van gewassen uit eigen tuin
0.00
Dermale opname
binnen
0.00
Dermale opname buiten
0.00
Dermale opname tjdens baden
0.00
Ingestie grond
99.94
Inhalatie dampen tijdens douchen
0.00
Inhalatie van
binnenlucht
0.00
Inhalatie van
buitenlucht
0.00
Inhalatie van gronddeeltjes
0.06
Permeatie
0.00
drinkwater
C-totaal [mg/kg] Stof
Geheel
_
C-grondwater [ug/!]
Bebouwd
__ Onbebouwd
Bebouwd
_ Onbebouwd
Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie
Koper Lood Koper LoodLandbouw (zonder boerderij en erf) Koper
2,30e2 9,80e2 2,30e2 9,80e2 2,30e2
Koper Lood Koper LoodPlaatsen waar kinderen sp Koper Lood Koper
2,30e2 9,80e2 2,30e2 9,80e2 2,30e2 9,80e2 2,30e2
Groen
met
natuurwaarden
LoodMoestuinen/volkstuinen Natuur
Wonen
met
tuin
Lood
9,80e2
9,80e2
Parameters
Functie
'Wonen
met tuin
Berekening blootstelling lood:
Als kind
2500
Plaatsen waar kinderen spelen
Als kind
Natuur Groen met natuurwaarden
Diepte verontreiniging [m] t.0.v. kruipruimte t.0.v. maaiveld 0,75
0,30
2500
0,75
0,30
Als kind
2500
0,75
0,30
Als kind
2500
0,75
0,30
Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industAls kind
25,00
_0,75
0,30
Moestuinen/volkstuinen Landbouw (zonder boerderij en erf)
AlsAls kind kind
10,00 1000
075 075
1,25 125
Let op: in dit onderdee! wordt een overzicht gegeven van parameters die afwijken van de standaardwaarden uit de stap 2 beoordeling. Parameters die niet zijn ingevoerd en/of afwijken van de standaardinstellingen verschijnen ook niet in dit overzicht
lootstellingsroutes
Blootstellingsroute
Status
Natuur
Verantwoording:
__ erreedt geen dermaal contact p bi douchen ook vindt geen inhalatie plaats van binnenlucht en dampen bij douchen
Dermaal contact bij douchen Ingestie drinkwater Inhalatie dampen bij douchen
Uitgeschakeld Uitgeschakeld Uitgeschakeld
Ecologische risicobeoordeling - standaard De verontreiniging bevindt zich NIET geheel of ten dele in de bovenste meter van de onbedekte bodem. Er is GEEN sprake van gewassen wortelend in verontreinigde bodem dieper dan één meter. Dit betekent dat een ecologische risicobeoordeling niet vereistis.
Risicobeoordeling verspreiding - standaard
Onderdeel
Uitkomst
Liggen er kwetsbare objecten binnen het bodemvolume dat wordt ingesloten door het
Nee
interventiewaarden-contour en/of zal dit binnen enkele jaren het geval zijn? Is er een driflaag aanwezig die door activiteiten en processen in de bodem kan worden
Nee
verplaatst en van waaruit verspreiding van verontreiniging kan plaatsvinden?
Is er een zaklaag aanwezig die door activiteiten en processen in de bodem kan worden
Nee
verplaatst en van waaruit verspreiding van verontreiniging kan plaatsvinden?
Is er sprake van een bodemvolume groter dan 6.000 m3 dat wordt ingesloten door het interventiewaarden-contour in het grondwater? Toelichting: Eris geen sprake van drijlaag en/of zaklaag en geen bodemvolume groter dan 6000m3
Nee
Vergunninghouder
Datum
Provincie Zuid-Holland
4 juni 2024 Kenmerk DMS2024-0011670 Zaaknummer WN2024-000503 Olo-nummer
8299107
Watervergunning Voor diverse waterhuishoudkundige werkzaamheden ten behoeve van fase 1 van het inrichtingsplan Natura2000 gebied polder Westveen, ter hoogte van de Westveense Polder in de buurt van Westveensekade 8 te Woerdense
Verlaat.
Uw kenmerk/projectcode: BI5747
© waternet waterschap amstel gooi en vecht
gemeente amsterdam
Korte Ouderkerkerdijk7 _ Postbus 94370
TO9009394
Amsterdam .
KvK 41216593
ij
assificatie: Intern
1090 GJ Amsterdam
_ watemet.nl
Inhoud 1
Inleiding Besluit
Voorschriften 341
Algemeen
32
Voorschriften voor activiteiten in of nabij oppervlaktewater
33
Voorschriften voor activiteiten n of nabij waterkeringen Toetsing en overwegingen
44 42
Toetsingskader Beoordeling vergunningaanvraag 13
51
Procedure en mededelingen Aanvraag
52
Gevolgde procedure
13
5.3
Mogelijkheden voor bezwaar en beroep Overige mededelingen
13
54
13
14
214
Classificatie:
Intern
Op 21 december 2023 ontving Waternet een aanvraag voor een watervergunning (hierna te noemen: vergunning) van Royal HaskoningDHV, Larixplein 1, 5161VB Eindhoven, namens Provincie Zuid-
Holland, Zuid-Hollandplein 1, 2596 AW 's-Gravenhage. Waternet behandelt deze aanvraag namens het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). De aanvraag is geregistreerd
onder zaaknummer WN2024-000503
Omschrijving van locati Diverse waterhuishoudkundige werkzaamheden ten behoeve van fase 1 van het inrichtingsplan Natura2000 gebied polder Westveen, ter hoogte van de Westveense polder in de buurt van Westveensekade 8 te Woerdense
Verlaat
De activiteiten vinden plaats in de kemzone of beschermingszone of buitenbeschermingszone van de waterkering met leggercode P009 (-005 tot en met -009) en P1029-001. De zoneringen van deze wa-
terkering zijn e vinden op de online legger van AGV (https://www.agv.nl/onze-taken/legger!) Deze locatie ligt in de Westveense polder waterpeil tussen -1,85 en -1,95 meter NAP. Het water waarin deze activiteiten worden uitgevoerd behoort tot de categorie secundaire wateren met een beschermingszone van 0,4 meter vanuit de insteek van de taluds. Voor andere werkzaamheden t.b.v. de inrichting van dit natuurgebied is een vergunning aan Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland onder zaaknummer WN2023-007402 verleend Aangevraagde activiteiten De aanvraag betreft de volgende activiteiten in een watersysteem of beschermingszone:
1) Graven van nieuwe watergangen 2)
Dempen van oppervlaktewater in de vorm van dammen
3)
Plaatsen van dammen
4)
Verwijderen van stuwen
met duikers in secundair water en de beschermingszone van een waterke-
ring
5)
Aanleggen van een sifon
6)
Baggeren van watergangen
7)
Aanleggen van beschoeiing
8)
Plaatsen dammen
met
duikers in secundair water
Vergunningplichtige en vrijgestelde activiteiten Voor de bovenste 5 activiteiten is een vergunning nodig op grond van de volgende regelgeving: —
artikel 2.17
lid a onder
—
artikel 2.31
lid a onder 1, 2 en 3 van de Keur
1 en 6 van
de Keur
—
artikel 2.31
lid b onder
1 van de Keur AGV
AGV
2019.
AGV
2019;
2019.
314
Classificatie:
Intern
Activiteiten 6 tot en met 8 zijn vrijgesteld van vergunningplicht in het Keurbesluit AGV 2019.
Voor het
uitvoeren van de activiteiten gelden de voorwaarden uit artikel 2.2, 2.28 en 2.38 van het Keurbesluit AGV
2019.
Voor activiteit 6 zijn aanvullende voorschriften opgenomen in de vergunning. In de overwegingen is uitgelegd waarom.
De aanvraag voor activiteiten 7 en 8 is gelezen als een melding.
Conclusie
De aangevraagde vergunning wordt verleend.
Verderop leest u waarom. Aan de vergunning moeten
wij voorschriften verbinden, om de doelen en belangen van de Watenwet te beschermen (artikel 2.1).
414
Classificatie: Intern
2
Besluit Het dagelijks bestuur van AGV besluit als volgt: L
_
De gevraagde vergunning aan Provincie Zuid-Holland, Zuid-Hollandplein 1, 2596 AW 's-
Gravenhage, te verlenen voor het uitvoeren van de volgende activiteiten in een watersysteem of beschermingszone, zoals staat in de in hoofdstuk 1 van deze vergunning genoemde artikeIen uit de Keur AGV 2019
—
Graven van nieuwe watergangen;
—
Plaatsen van dammen
met en zonder duikers in secundair
water en de beschermings-
zone van een kering (dempen van water); —
Verwijderen van stuwen;
—
Aanleggen van een sifon;
ter hoogte van de Westveense polder in de buurt van Westveensekade 8 te Woerdense Verlaat.
I.
_
De volgende stukken maken deel uit van deze vergunning: DMS2024-0015018
WI
Baggerkaart fase 1
DMS2024-0015019
Inrichtingskaart fase 1
DMS2024-0017566
Scope en detaillering v2
DMS2024-0002153
Waterbalans
_ Aan de vergunning de in hoofdstuk 3 opgenomen voorschriften te verbinden, om de doelen en belangen van de Waterwet te waarborgen (artikel 2.1).
Bij het tot stand komen van dit besluit hebben wij rekening gehouden met de Waterwet, de Keur 2019 en de Algemene wet bestuursrecht. stuk 4: Toetsing en overwegingen. bruikte begrippen toegelicht.
AGV
Hoe wij hier rekening mee gehouden hebben staat in Hoofd-
In artikel 1.1 van de Keur AGV
2019 worden de in dit besluit ge-
Namens het dagelijks bestuur van AGV,
N
e
Vorgunningen
Wij informeren de gemeente nieuwkoop over dit besluit
Een afschrift is gestuurd naar de gemachtigde:
Royal HaskoningDHV, Larixplein 1, 5161VB Eindho-
ven
514
Classificatie:
Intern
3
Voorsch
31
Algemeen
voorschrift 1
11
Uitvoering De vergunninghouder mag tijdelijke hulpconstructies en hulpwerken die nodig zijn om het werk te realiseren, alleen toepassen na goedkeuring vooraf door de toezichthouder van Waternet (hierna toezichthouder).
12
13
De werken die op grond van deze vergunning aanwezig zijn, moeten: a.
zo functioneren, worden onderhouden en bediend, dat ze aan hun functie (blijven) voldoen;
b.
zijn uitgevoerd in voor de functie geschikt materiaal
Direct nadat de werken voltooid zijn, moet de vergunninghouder ervoor zorgen dat gebruikte werktuigen, materialen, hulpwerken en resterende (niet-gebruikte) materialen, afval en drijfvuil worden opgeruimd en afgevoerd
voorschrift 2
21
Contactpersonen aanwijzen De vergunninghouder moet een of meer personen aanwijzen die erop toezien dat de vergunningvoorschriften worden nageleefd.
voorschrift 3
31
Start en einde werk melden
De vergunninghouder moet de start van de activiteiten minimaal 5 werkdagen tevoren melden bij de toezichthouder en de beëindiging binnen 2 dagen na afloop.
Dit kan met een mail naar
‘handhaving@waternet.nl met vermelding van zaaknummer WN2024-000503. voorschrift 4
44
Calamiteiten
De vergunninghouder moet de toezichthouder onmiddellijk op de hoogte brengen van calamitei-
ten (0900 9394, lokaal tarief).
614
Classificatie:
Intern
32
Voorschriften voor activiteiten in of nabij oppervlaktewater
voorschrift
5
51
Oppervlaktewater algemeen Tijdens de uitvoering van de werken mag de doorstroming van het oppervlaktewater niet worden gestrerd of belemmerd.
52 53
De oevers van het oppervlaktewater moeten erosiebestendig worden afgewerkt De nieuw te graven watergangen worden aangelegd conform de omschrijving in de scope en detaillering met kenmerk DMS2024-0017566, die onderdeel uitmaakt van deze vergunning.
54
Het bodemprofiel van de nieuwe watergangen bij de kering moeten boven het profiel van vrije ruimte van de waterkeringen worden aangelegd
55
Na het gereedkomen moeten alle door de activiteiten ontstane beschadigingen aan de oevers of de waterbodem worden hersteld en moeten onbedoelde verondiepingen of vernauwingen van het oppervlaktewater worden verwijderd.
56
Bij gehele of gedeeltelijke vervanging, opruiming of vernieuwing van de werken, moeten de on-
derdelen van de bestaande werken die geen functie meer hebben, geheel worden verwijderd. 57
Uiterlijk 4 weken na oplevering van het werk wordt een As-built-tekening van de uitgevoerde activiteiten verstrekt aan de toezichthouder (via handhaving@waternet.nl).
De As-built-tekening
bevat de vorm, afmeting en richting van de waterstaatkundige werken. De As-buit-tekening (.pdf) wordt opgemaakt in een ‘alleen lezen' bestandformaat.
Daarbij levert
de vergunninghouder ook het ‘bronbestand’ waarmee de As-built-tekening gemaakt is, zoals:
Autocad Map (CAD-bestanden: shx,
voorschrift 6
6.1
dbf.
Dempen
.prj, hp.xml,
.dwg en .dxf) en/of Shape (ArcGIS-compatible bestanden:
.sbn, sbx en
.shp,
.Iyr)
oppervlaktewater
Het opperviaktewater moet zo worden gedempt dat de organismen die in het water leven, kunnen ontsnappen. Dit kan bijvoorbeeld door eenzijdig stroomafwaarts te dempen.
62
Op de plaats van de demping moeten maatregelen worden getroffen om wateroverlast en/of watertekort bij de aangrenzende percelen te voorkomen.
63
Er mag niet meer dan 1500 m? opperviaktewater worden gedempt. De locatie van de dempingen staat op de tekening met kenmerk DMS2024-0015019 die deel uitmaakt van deze vergun-
ning. Het betreft voornamelijk de aanleg van nieuwe dammen. 64
Per 1 m?te dempen oppervlaktewater, moet ten minste 1 m? land tot oppervlaktewater worden gegraven.
De locatie waar het oppervlaktewater wordt gecreëerd staat op de tekening met ken-
merk DMS2024-0015019 die deel uit maakt van deze vergunning.
De hoeveelheid te dempen
en te graven water is opgenomen in de waterbalans met kenmerk DMS2024-0002153, die onderdeel uitmaakt van de vergunning. 65
Er wordt meer water gegraven dan gedempt. Dit overschot mag binnen 10 jaar na de publicatie van deze vergunning worden ingezet als compensatie voor een andere aanvraag die binnen dit watersysteem valt. Het betreft 307,5 vierkante meter.
66
Het graven moet eerder dan of gelijktijdig met het dempen worden uitgevoerd
67
Bij het graven van opperviaktewater moet opbarsten van de bodem worden voorkomen
714
Classificatie:
Intern
voorschrift 7
74
‘Dammen (met duikers) De dammen
met of zonder duiker moet worden aangelegd volgens het principe zoals weerge-
geven in de scope en detaillering (DMS2024-0017566) die deel uitmaakt van deze verguning. 72
De taluds van de dam mogen niet steiler worden aangelegd dan 1 (hoogte) op 1,5 (breedte).
73
In de doorgaande routing van het watersysteem dient de binnendiameter van de duiker minimaal 800mm te zijn. De overige duikers in dammen hebben
74
van
dienen een minimale binnendiameter te
600mm
De vergunninghouder is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de duikers, waaronder het vrijhouden van de duiker tegen aanslibbend materiaal en voorwerpen die de doorstroming kunnen belemmeren.
75
De duikers moeten minimaal 20 cm vrije ruimte boven het hoogst vastgestelde waterpeil hebben en mogen niet verder dan 0,5 meter uitsteken buiten de dam.
voorschrift 8
81
Sifon
De sifon moet worden aangelegd zoals aangeduid en omschreven in de stukken met kenmer-
ken DMS2024-0015019 en DMS2024-0017566, die deel uitmaken van deze vergunning. 82
De sifon
moet
een
minimale
binnendiameter
hebben
van 300mm.
83
De vergunninghouder is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de sifon, waaron-
der het vrijhouden van de sifon tegen aanslibbend materiaal en voorwerpen die de doorstroming kunnen
voorschrift 9
voorschrift
belemmeren
Stuwen
9.1
Het verwijderen van de stuwen mag de stabiliteit van de kering niet verslechteren
92
Ter plaatsen van een verwijderde stuw moet de oever erosiebestendig worden afgewerkt.
10
Baggerwerkzaamheden
10.1
De baggerwerkzaamheden mogen worden uitgevoerd op locaties zoals weergegeven op de te-
kening met kenmerk DMS2024-0015018. 10.2
De baggeractiviteiten moeten zo worden uitgevoerd dat er zo veel mogelijk uit de zoneringen 2 en 2b, zoals aangeduid in de scope en detaillering (DMS2024-0017566) onder het hoofdstuk baggeren, wordt gebleven.
10.3
Het onderwatertalud mag door het baggeren niet zodanig beschadigen of veranderen dat het baggeren een negatieve invloed heeft op de stabiliteit van de oevers.
Zo moet worden voorko-
men dat als resultaat van het baggeren de oevers weer (snel) afkalven. 104
Wanneer er gebaggerd wordt
in de kemzone of beschermingszone van een waterkering moet
voorafgaand aan de werkzaamheden ter bescherming van de waterkering een voor het doel geschikte beschoeiing tegen de oever worden geplaatst. 10.5
De bagger moet zo worden afgevoerd als omschreven in de scope en detaillering (DMS20240017566).
814
Classificatie:
Intern
33
Voorschriften voor activiteiten in of nabij waterkeringen
voorschrift
11
111
Waterkeringen algemeen Het werk moet zo worden uitgevoerd dat de stabiliteit en het waterkerend vermogen van de waterkering niet worden aangetast.
11.2
De werkzaamheden mogen niet worden gestart en uitgevoerd wanneer er sprake is van langdurige regenval of aanhoudende vorst.
11.3
Alle ontgravingen moeten tot een minimum beperkt blijven.
114
Ontgravingen zijn niet toegestaan binnen het leggerprofiel en profie! van vrijeruimte van de waterkering. Dit geldt ook voor de nieuw aan te leggen watergangen in de kern- en beschermingszone van de kering
11.5
De afwatering van de waterkering mag niet worden belemmerd.
116
Tijdens het uitvoeren van de activiteiten moet het verkeer over de weg op de waterkering zo kunnen plaatsvinden, dat beschadiging van bermen en taluds wordt voorkomen. Alle verzakkingen of zettingen die door het werk ontstaan, moeten worden hersteld..
914
Classificatie:
Intern
Toetsing en overwegingen
41
Toetsingskader
Bij het toetsen van vergunningaanvragen beoordelen wij of die aanvragen verenigbaar zijn met de doelstellingen voor het waterbeheer (Waterwet,
artikel 2.1)
De doelstellingen voor het waterbeheer zijn n de Keur uitgewerkt in oogmerken en specifieke zorgplichten voor de verschillende waterstaatswerken. De oogmerken geven de hoger liggende doelen van de regels aan:
Oogmerken waterkeringen (Keur. artikel 2.13): 3. b.
het waarborgen van de goede staat en werking van de waterkering: het waarborgen van de mogelijkheid van doelmatige inspectie van de staat en werking van de waterkering; en
©.
het in stand houden van het waterkerend vermogen van de waterkering tegen maatschappelijk aanvaardbare
lasten.
Oogmerken oppervlaktewateren (Keur. artikel 2.26): 3.
het waarborgen van een onbelemmerde aan- en afvoer van oppervlaktewater;
b.
het waarborgen van het waterbergend vermogen van het opperviaktewaterlichaam of het bergingsgebied;
©. d.
het waarborgen van de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam; het vrijhouden van het oppervlaktewaterlichaam en onderhoudsstrook van feitelijke belemmeringen voor het uitvoeren van onderhoud en inspectie;
e.
het uitvoeren van het onderhoud tegen aanvaardbare maatschappelijke lasten:
f
hetwaarborgen van de vervulling van maatschappelijke functies door oppervlaktewaterlichamen.
De specifieke zorgplichten (Keur, artikel 2.14 en 2.27) geven aan welke zorg nodig is om deze doelen te beschermen. De speifieke zorgplicht geldt voor een ieder de een activiteit in, op of nabij een waterstaatswerk verricht.
De oogmerken en specifieke zorgplichten vormen tezamen de beoordelingsregels voor het beoordelen van vergunningaanvragen. Voor het toetsen aan de beoordelingsregels kunnen in de beleidsregels nog standaarden en maatstaven zijn opgenomen
1014
Classificatie:
Intern
42
_
Beoordeling vergunningaanvraag De aangevraagde activiteiten zijn getoetst aan bovengenoemde beoordelingsregels.
Bij deze toetsing
is gebruik gemaakt van de beleidsregels, zoals opgenomen in de onderstaande tabel. Tabel:
Gehanteerde beleidsregels voor de Keur van AGV
Handeling
Beleidsregels voor de Keur van AGV: _ Voldoet Resultaat Hoofdstuk1 _ Beleidsregel 1.1
'Werken op of bij waterkeringen
Graven of grond verstoreninofnabij
_
Hoofdstuk6&
__ Beleidsregel 6.1
Hoofdstuk10
_
Voldoet
waterkeringen Werken in en nabij wateren
Beleidsregel10.1
_
Voldoet
en10.2
Aanleggen, wijzigenen dempenvan
wateren
_
Hoofdstuk 11
_ Beleidsregel11.1,
11.2en 116
_ Voldoet
Overwegingen Bij het toetsen van de vergunningaanvraag aan de beoordelingsregels is het volgende in overweging genomen:
Om de aanpassingen in het watersysteem te realiseren voor de beoogde natuurontwikkeling worden er op verschillende plekken dammen aangelegd. De dammen zonder duiker en de dammen met duiker in de beschermingszone van een waterkering vallen onder de vergunningplicht. In deze ontwikkeling vindt een verbetering plaats van het watersysteem. Daarnaast wordt er voldoende water gegraven om te voldoen aan de compensatie-eis. Ditis te zien in de waterbalans (DMS2024-0002153). De dammen n duikers worden zo aangelegd da deze voldoen aan de eisen van het waterschap. Gezien de bovenstaande overwegingen staat het waterschap de aanleg van de dammen toe. Het overschot aan gecreëerd water kan door de vergunninghouder ingezet worden voor eventuele compensatie in vergunningen die in de toekomst worden aangevraagd waarvan de activiteiten in het zelfde watersysteem plaatsvinden
Op verschillende locaties worden nieuwe watergangen gegraven, zoals te zien op de tekening met kenmerk DMS2024-0015019. De watergangen die worden gegraven in de beschermingszone van de waterkering moeten geheel boven het profiel van vrije ruimte van de kering liggen. Dit is het geval en hiermee wordt de stabilteit van de kering gewaarborgd. Daarnaast worden de watergangen zo aangelegd dat deze zowel passen binnen het bestaande gebied als voldoen aan de eisen van het waterschap.
De sifon wordt aangelegd om onderde molensloot door een verbinding aan te leggen tussen twee schoonwatergebieden. Op deze locatie is dit de beste manier om een dergelijke verbinding te realiseren. In de vergunning is opgenomen dat de vergunninghouder verantwoordelijk is voor de werking van de sifon.
Het verwijderen van de stuwen resulteert in een gelijkgetrokken waterpeil in dit gebied.
Deze aanpas-
sing heeft geen negatieve invloed op de stabiliteit van de kering. Om een optimale natuurontwikkeling te realiseren is het van belang dat de bestaande watergangen
gebaggerd worden. Dit heeft een positief effect op de waterkwaliteit door het ontnemen van nutriënten uit dit systeem en door verlanding tegen te gaan. Voor het baggeren zijn specifieke voorwaarden opgenomen om vermindering van de waterkwaliteit en de stabiliteit van de oevers te voorkomen, of deze
zelfs te verbeteren.
De opslag en toepassing van de bagger buiten het inrichtingsgebied van deze
aanvraag valt niet onder de scope van deze vergunning.
1114
Classificatie: Intern
Het ontwikkelingsplan zal in zijn geheel een verbeterde situatie van het natuurgebied als resultaat hebben. Dergelijke ontwikkelingen, wanneer correct uitgevoerd, sluiten aan bij de doelstelling van het waterschap met betrekking tot het verbeteren van haar watersystemen. Conclusie
De vergunning wordt verleend, omdat uit de bovenstaande toetsing blijkt dat voldoende invulling is ge-
geven aan de speifieke zorgplichten en genoemde randvoorwaarden.
1214
Classificatie: Intern
Procedure en mededelingen 51
Aanvraag De aanvraag is op 21 december
2023 bij Waternet ingediend en geregistreerd met zaaknummer
WN2024-000503.
Watemet kan op verzoek inzage geven n de stukken bij de aanvraag. Dat kan door een e-mailte sturen
naar agv.vergunningen@waternet.nl, onder vermelding van het zaaknummer. 52
Gevolgde procedure De voorbereiding van de vergunning op grond van de Waterwet heeft plaatsgevonden volgens Awb (afdeling 4.1.2).
53
Mogelijkheden voor bezwaar en beroep Belanghebbenden kunnen, met ingang van de dag na de dag dat de vergunning bekend is gemaakt,
gedurende zes weken een bezwaarschrift indienen tegen deze vergunning (op grond van de Awb). Bezwaarschriften stuurt u (bij voorkeur samen met een afschrift van deze vergunning) naar: Het dagelijks bestuur van AGV, p/a Watemet, Afdeling Juridische Zaken, Postbus 94370, 1090 GJ Amsterdam.
U moet het bezwaarschrift ondertekenen - de naam
en het adres
en het bevat ten minste:
van de indiener van
het bezwaarschrift;
— een dagtekening (datum): — een omschrijving van de beschikking, waartegen het bezwaar is gericht; — de gronden (motivering) van het bezwaar. Behandeling van het bezwaar is kosteloos. De vergunning treedt in werking de dag na bekendmaking.
Het indienen van een bezwaarschrift
schort de werking van dit besluit niet (Awb artike! 6:16). Bij een spoedeisend belang, kunt u, als u tijdig bezwaar instelt, ook een verzoek indienen om een voorlopige voorziening. Dit verzoek moet u richten aan de Voorzieningenrechter van de sector Bestuursrecht van de rechtbank Amsterdam. Hieraan zijn kosten
verbonden
Dit kan digitaal via https://www. rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Rechtsgebieden/Bestuursrecht (DigiD nodig; zie de site voor de voorwaarden), Tegen activíteiten di zijn vrijgesteld van vergunningplicht op grond van het Keurbesluit AGV 2019 (en waarop geen maatwerk van toepassing is) is geen bezwaar mogelijk.
13114
Classificatie:
Intern
54
Overige mededelingen Een deel van de werkzaamheden gaat deel uitmaken van het watersysteem waarvoor AGV voegd gezag is. Dit betekent dat de Keur
het be-
AGV 2019 hierop van toepassing is.
AGV kan de vergunninghouder verplichten de werken waarvoor vergunning is verleend, te wijzigen of verwijderen. Dit kan gebeuren in verband met werken die AGV zelf uitvoert of werkzaamheden
in het belang van de waterstaat. Bliijkt dat de vergunninghouder hierdoor schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet (geheel) voor zijn rekening behoortte blijven en waarvan de vergoeding niet of niet voldoende op een andere wijze is verzekerd? Dan kan het bestuur van AGV hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding in geld of op andere wijze toekennen. AGV heeft de wettelijke verplichting om de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) actueel te houden.
Daarom kan de vergunninghouder worden verzocht om na uitvoering van de activiteiten
de waterstaatkundige werken digitaal aan AGV e verstrekken. De te leveren 'bronbestanden’ worden gebruikt om de aangepaste vorm, afmeting en richting van de waterstaatkundige werken op te nemen
in de BGT.
In het voorschrift staat welke
formaten
van
bronbestanden
AGV
kan
inlezen
en
verwerken. Vanwege de Archiefwet mag AGV uitsluitend ‘alleen lezen'-bestanden archiveren. De vergunninghouder moet er rekening mee houden dat er naast deze vergunning, voor de activiteiten waarop de vergunning betrekking heeft, ook een vergunning- en een meldingsplicht kan zijn op grond van andere wetten, verordeningen en algemene regels. Het hebben van deze vergunning ontslaat de vergunninghouder niet van de verplichting om de redelijkerwijs mogelijke maatregelen te treffen om te voorkomen dat derden of AGV schade lijden als gevolg van het gebruik van de vergunning Als deze vergunning niet binnen drie jaar na dit besluit in gebruik is, dan kunnen wij deze intrekken. De vergunning geldt voor de vergunninghouder en diens rechtsopvolgers. Deze moeten de over-
gang binnen vier weken na rechtsopvolging schriftelijk melden bij Waternet (afdeling VTH) Als er nadelige gevolgen of schade ontstaan voor derden door de activiteiten, kan AGV onmiddellijk aanvullende voorwaarden voorschrijven voor het nemen van compenserende
maatregelen. De vergunninghouder is verplicht bij nadelige gevolgen of schade voor derden door de activiteiten, maatregelen te nemen om deze op te heffen of te compenseren
14/14
Classificatie:
Intern
Omgevingsdienst
©
Datum:
West-Holland
, Zaaknummer: 2024-004804
Advies Ruimtelijke Ontwikkeling Gegevens project Project
Inrichtingsplan Natura2000 polder Westveen
Datum vraag
22 maart 2024
Soort procedure
Omgevingsvergunning
Gemeente OLO-nummer
Nieuwkoop 8064303
Inleiding De gemeente Nieuwkoop heeft de Omgevingsdienst West-Holland (hierna: Omgevingsdienst) gevraagd om advies over het Inrichtingsplan Natura 2000 polder Westveen. Het advies heeft betrekking op de beoordeling van een aantal milieuaspecten. In dit advies zijn de resultaten van deze beoordeling opgenomen.
Algemeen Polder Westveen maakt onderdee! uit van het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De
Haeck (Aanwijzingsbesluit Ministerie van Economische Zaken, 2013) en is tevens begrensd als onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Voor het grootste deel van Polder Westveen is in opdracht van de stuurgroep Veenweiden Gouwe Wiericke een Definitief Ontwerp opgesteld, waarin de natuurdoelen voor dit gebied zijn vastgesteld en tevens technisch en ruimtelijk zijn uitgewerkt. Dit definitief ontwerp is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de adviesgroep Westveen bestaande uit een vertegenwoordiging van perceeleigenaren en direct aanwonenden en daarnaast de Projectgroep Westveen bestaande uit vertegenwoordigers vanuit provincie Zuid-Holland, gemeente Nieuwkoop, Natuurmonumenten en Waterschap Amstel Gooi en Vecht. De gemeente heeft gevraagd de stukken te beoordelen op de milieuaspecten. Hierbij is aangegeven dat voor flora & fauna en stikstof Omgevingsdienst Haaglanden al een bestuurlijk oordeel heeft gegeven en dat deze aspecten niet hoeven te worden beoordeeld.
Telefoon 071-4083100
Correspondentieadres:
Bezoekadres:
Fax 071-4083101
Postbus 159
Vondellaan
www.odwh.nl
2300 AD
2332
Leiden
AA
55
Leiden
Ons
kenmerk:
D2024-066093
Figuur 1. Ontwikkelingslocatie
Voor dit advies is gebruik gemaakt van de volgende documenten: Inrichting Westveen (Royal Haskoning DHV, kenmerk BI5747-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001, d.d. 21 december 2023).
Verkennend (water)bodemonderzoek (ATKB, kenmerk 20221297/rap01, d.
5 oktober
2023).
Verkennend bodemonderzoek (ATKB, kenmerk 20231326/rap01, d.d. 29 november 2023). Nader bodemonderzoek (ATKB, kenmerk 20231326/rap02, d.d. 13 december 2023). Aanvraag ‘Inrichting Westveen’ van 21 december 2023 met het kenmerk 8064303. Kaart _DO Westveen inrichtingskaart fase 1' Kaart _DO Westveen inrichtingskaart fase 2’ Aanvraag omgevingsvergunning, d.d. 21 december 2023, OLO-nummer 8064303
Conclusie en advies De Omgevingsdienst heeft het plan beoordeeld en concludeert het volgende: Het is onduidelijk op grond waarvan er een uitgebreide procedure moet worden gevoerd. Er ontbreekt een ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van het wijzigen van het vigerende bestemmingsplan. Er kan sprake zijn van een landinrichtingsproject D9 als een ontgronding D16.1, overeenkomstig het gestelde in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Afhankelijk van de procedure (PIP of losse procedures), zal er een m.e.r.-beoordelingsbesluit moeten worden genomen voor zowel D9 als D16.1. In een van de stukken is er sprake van een vormvrije m.e.r. beoordeling en een aanmeldnotitie. Deze aanmeldnotitie is niet aangetroffen bij de stukken en is daarom niet beoordeeld.
De locatie is op het gebied van bodem geschikt voor de geplande ontwikkeling. Wel wordt geadviseerd algemene regels op te nemen in de vergunning. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering. Op basis van de aangeleverde informatie kunnen de omvang en de mate van gebruik van de steiger en de opslagplaats (gebruikstijden, aantallen gebruikers, etc.) niet worden afgeleid. Het aspect geluid moet nader beschouwd worden. Voor het aspect archeologie zijn er aanvullende documenten nodig in de vorm van kaarten en/of documentatie waaruit de ligging, diepte en oppervlakte van de bodemingrepen blijkt en een beschrijving van de aard van de ingrepen.
Pagina 2 van 9
Ons
kenmerk:
D2024-066093
Hieronder is per milieuaspect een nadere toelichting gegeven.
Uitwerking per milieuaspect Milieueffectrapportage
Beoordeling Uit de vergunningaanvraag blijkt dat er een uitgebreide procedure gevoerd moet worden. Het is echter lastig om te bepalen op welke gronden er sprake is van een uitgebreide procedure, Klaarblijkelijk is er sprake van een activiteit die strijdig is met het vigerende bestemmingsplan Landelijk gebied Nieuwkoop uit 2018. Is deze conclusie juist, dan is het opmerkelijk dat er geen ruimtelijke onderbouwing is toegevoegd aan de stukken. Wellicht wordt deze op een later
moment opgesteld ten behoeve van het provinciaal inpassingsplan (PIP). Nu er geen ruimtelijke onderbouwing is aangeleverd is het ook lastig om te beoordelen of het aspect milieueffectrapportage op een correcte wijze is meegenomen. Het rapport ‘Inrichting Westveen — definitief ontwerp’, kan in ieder geval niet als een ruimtelijke onderbouwing worden beschouwd, al zijn er wel elementen in dit rapport die kunnen worden verwerkt in een ruimtelijke onderbouwing. Uit het vergunningenregister blijkt dat er in principe een ontgrondingsvergunning nodig is van de provincie (rij 02b) en dat er een omgevingsvergunning strijdig gebruik nodig is van de gemeente vanwege de het omzetten van de bestemming (gebruik) ‘Agrarisch met waarden’ naar natuur (rij 1.1). In beide gevallen is aangegeven dat een dergelijke vergunning niet nodig
is als het Projectbesluit in werking is getreden dan wel een projectbesluit/PIP-procedure wordt gevolgd. In rij 0.5 wordt ingegaan op de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling. Aangegeven is dat de aanmeldnotitie Projectbesluit/PIP kan gebruikt worden bij aanvraag ontgronding. Deze aanmeldnotitie is door ons niet aangetroffen bij de stukken. De Omgevingsdienst kan daarom geen oordeel geven over de inhoud van deze aanmeldnotitie. Wel kan op basis van de aangeleverde documenten worden geconcludeerd dat hier mogelijk
sprake is van zowel een activiteit D16.1 (ontgronding) al
D9 (landinrichtingsproject). D16.1
vanwege de ontgronding en D9 vanwege de planologische omzetting waarden’ naar een natuurbestemming. Het project polder Westveen gelijkwaardig aan het project Meijegraslanden als Ruygeborg II, waar Holland in het verleden al eerder over heeft geadviseerd en, namens beoordelingsbesluit heeft genomen.
van ‘Agrarisch met is in dat opzicht Omgevingsdienst Westde gemeente, een m.e.r.-
Echter, nu er zowel geen ruimtelijke onderbouwing als een aanmeldnotitie is aangetroffen bij de toegestuurde stukken, is het onduidelijk wat nu precies de planologische strijdigheid is, hoe de toetsing aan het Besluit milieueffectrapportage is uitgevoerd, en of er wel of geen (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit moet worden genomen. Feit is wel dat de aanvraag is ingediend voor 1 januari 2024 en dat hierdoor het Besluit m.e.r. nog van toepassing is. Dit betekent dat er zowel voor de activiteit D16.1 (ontgronding) als D9 (landinrichting) uit onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage, mogelijk een tweetal m.e.r.beoordelingsbesluiten moet worden genomen. De provincie dient het m.e.r.beoordelingsbesluit voor de activiteit D16.1 voor rekening te nemen en de gemeente in principe voor de activiteit D9. Tenzij er, waarvan in de stukken sprake is, daadwerkelijk een PIP wordt opgesteld, dan moet de provincie het beoordelingsbesluit nemen voor beide activiteiten. De gemeente kan overigens pas het m.e.r-beoordelingsbesluit nemen als er een
Pagina 3 van 9
Ons
kenmerk:
D2024-066093
ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van het wijzigen van het vigerende bestemmingsplan, is opgesteld met daarbij een aanmeldnotitie dat voldoet aan de selectiecriteria uit bijlage II
van de mer-richtlijn (2014/52/EU). Conclusie
= =
=
=
Het is onduidelijk op grond waarvan er een uitgebreide procedure moet worden gevoerd Erontbreekt een ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van het wijzigen van het vigerende bestemmingsplan. Indien dit niet aan de orde is ontbreekt een ontwerp-inpassingsplan (ontwerp-PIP) Er kan sprake zijn van een landinrichtingsproject D9 als een ontgronding D16.1, overeenkomstig het gestelde in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Afhankelijk van de procedure (PIP of losse procedures), zal er een m.e.r.-beoordelingsbesluit moeten worden genomen voor zowel D9 als D16.1. Ineen van de stukken is er sprake van een vormvrije m.e.r. beoordeling en een aanmeldnotitie. Deze aanmeldnotitie is niet aangetroffen bij de stukken en is daarom niet beoordeeld. Ook kan op basis van de huidige stukken niet worden vastgesteld of hier wel of
geen sprake i van activiteiten zoals bedoeld onder respectievelijk D9 en/of D16.1 van de D-
=
ljst n de bijlage van het Besluit m.e.r. en hiermee de verplichting tot het opstellen van een aanmeldnotitie en het nemen van een vormvrij m.e.r. beoordelingsbesluit. Indien nodig kan de gemeente pas een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen voor de activiteit D9, wanneer er een ruimtelijke onderbouwing en aanmeldnotitie is aangeleverd.
Aanvullend
Door Omgevingsdienst Haaglanden is een bestuurlijk rechtsoordeel afgegeven voor het natuurproject (brief ‘verzoek bestuurlijk rechtsoordeel, polder Westveen’, verzonden 12 juní 2023, kenmerk ODH683792, zaaknummer 01065930). Door de gemeente is aangegeven dat dit bestuurlijk rechtsoordeel zowel betrekking heeft op flora & fauna als op Natura 2000. Dit is helaas niet correct. Uit de brief blijkt dat het verzoek om een bestuurlijk rechtsoordeel ziet op de vraag of het project (de realisatie van de hiervoor genoemde natuurdoelen) valt onder de reikwijdte van het toetsingskader van artikel 2.7, tweede lid Wnb (de vergunningplicht). Dit bestuurlijk rechtsoordeel ziet dus NIET toe op het aspect beschermde soorten geregeld in hoofdstuk 3 van de Wnb (ontheffingsplicht). Dit houdt in dat er alsnog een ecologische quickscan moet worden uitgevoerd, al dan niet gevolgd door een nader soortgericht onderzoek, om te beoordelen of met het project beschermde soorten worden gedood, verstoord, dan wel rust- en verblijfplaatsen van beschermde soorten worden vernietigd. Met andere woorden de Omgevingsdienst adviseert om alsnog ecologisch onderzoek te laten uitvoeren voor dit project. Uit het vergunningenregister (rij 0.6) blijkt overigens dat er een quickscan is/wordt uitgevoerd. Bodem Waterbodem
In 2019/2020 heeft Sweco een verkennend en nader- waterbodemonderzoek (niet aangeleverd maar wel bekend bij de Omgevingsdienst) uitgevoerd. Vanwege gebiedsspecifiek
beleid (aanvullende nota bodembeheer gemeente Nieuwkoop, d.d. maart 2021) zijn de resultaten in 2022 opnieuw getoetst aan de strengere norm van dit gebiedsspecifieke beleid, In overleg met de Omgevingsdienst is vastgesteld dat de verspreidbare én niet-verspreidbare bagger als grootschalige bodemtoepassing (GBT) kan worden toegepast in de Noordse Buurt. De niet toepasbare bagger wordt afgevoerd naar een erkende verwerker. De aanvullende nota bodembeheer gemeente Nieuwkoop is inmiddels vervallen en vervangen door de regionale nota bodembeheer 2023 — 2033 van 10 gemeenten in de regio West-Holland Pagina 4 van 9
Ons
kenmerk:
D2024-066093
(d.d. 5 mei 2023 met beleidsneutrale aanpassing d.d. 30 januari 2024). In deze regionale nota zijn dezelfde eisen voor toepassing van bagger opgenomen. Bodem
In het kader van de te plaggen percelen, realisatie van natuurvriendelijke oevers, aanpassen enkele dammen en de te verwijderen verlanding zijn door ATKB meerdere bodemonderzoeken uitgevoerd. De bodemonderzoeken zijn uitgevoerd op de ontwikkelingslocatie. De onderzoeken voldoen aan de geldende normen.
Beoordeling bodemonderzoek =
In het opgeboorde bodemmateriaal is zintuiglijk, met uitzondering van enkele dammen, geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In het opgeboorde bodemmateriaal zijn bijmengingen met baksteen aangetroffen. Zeer plaatselijk zijn eveneens bijmengingen met glas, dakpanresten, kolengruis of aardewerk aangetoond. = _ In de rapportage worden enkele verontreinigingen met zware metalen/PAK toegeschreven aan een toemaakdek. Op basis van de zintuiglijke bevindingen en de beschrijving van de term toemaakdek in de regionale nota bodembeheer wordt deze conclusie niet gedeeld. = Ter plaatse van de aan te passen dammen zijn bijmengingen met puin (meer dan 50%) en asbest (D1, D2, D4, D11 en D13) aangetoond. Het gehalte aan asbest in lager dan de helft van de interventiewaarde (100 mg.kg.ds). Derhalve is een aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. = Ter plaatsen van de deellocaties A2 en P10/N11 is de toplaag sterk verontreinigd met lood.
De omvang van de sterke verontreiniging wordt ingeschat op respectievelijk 3.200 m? en 1.000 m3.
=
Op het resterende deel is de grond niet tot matig verontreinigd met de onderzochte parameters. De matige verhogingen worden gerelateerd aan de bijmengingen met baksteen.
=
Het grondwater is niet of matig (barium) verontreinigd met de onderzochte stoffen. Plaatselijk (peilbuis 1) is het grondwater sterk verontreinigd met nikkel. Vanwege het feit dat de peilbuis niet meer is aangetroffen heeft er geen verficatie plaatsgevonden. = _ In de rapportage wordt ook het hergebruik van grond besproken. Hierbij wordt verwezen naar de bodembeheernota deel B van de gemeente Nieuwkoop uit 2015. Deze nota is echter vervallen. De actuele regionale nota bodembeheer, bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart zijn opgenomen op https://www.odwh.nl/themas/bodem/hergebruik-grond-en-bouwstoffen/.
In de regionale bodemkwaliteitskaart is de Noordsebuurt uitgesloten, omdat de meetwaarden in dît gebied afweken van de rest van het omliggende buitengebied. Het gebied valt daardoor ook buiten de regionale nota bodembeheer. Er geldt generiek beleid. Er mag in de Noordsebuurt alleen grond van binnen het plangebied zelf óf grond van buiten het plangebied met kwaliteitsklasse Landbouw/ natuur worden toegepast, omdat in de Noordsebuurt sprake s van de bodemfunctieklasse Landbouw/ natuur. De resultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend bodemonderzoek. Inrichting Westveen (Royal Haskoning DHV) De resultaten van de (water)bodemonderzoeken zijn juist verwoord in de paragraven 2.4.3.2 waterbodem
en 2.4.3.3
bodem.
Pagina 5 van 9
Ons
kenmerk:
D2024-066093
De planvorming voor het toepassen van bagger die wordt verwoord in paragraaf 4.2.3.2 is akkoord. De verspreidbare én niet-verspreidbare bagger mag worden toegepast in de Noordse Buurt, waarbij de niet-verspreidbare bagger moet worden toegepast in een GBT. In paragraaf 6.1 wordt aangegeven dat de grond die vrijkomt van te plaggen percelen bij voorkeur zal worden afgezet in de Noordse Buurt. In de Noordse Buurt mag echter alleen grond met kwaliteit Landbouw/natuur worden toegepast, welke past bij de bodemfunctieklasse van dit gebied (Landbouw/ natuur). Conclusie en advies
=
De locatie is qua bodem geschikt voor de geplande ontwikkeling. Met de onderzoeken is voldoende inzicht verkregen in de chemische kwaliteit van de (water)bodem. Voor grondverzet richting de locatie Noordse Buurt dient rekening te worden gehouden met de generieke toepassingseisen voor hergebruik van grond (= kwaliteitsklasse Landbouw/ natuur). Voor vrijkomende bagger geldt dat verspreidbare én niet-verspreidbare bagger mag worden toegepast in de Noordse Buurt, waarbij de niet-verspreidbare bagger moet worden toegepast n een GBT.
Geadviseerd wordt om voor handelingen in grond, grondwater en bagger gelden de volgende algemene regels op te nemen in de Omgevingsvergunning: = Werkzaamheden met (verontreinigde) grond moeten plaatsvinden volgens wettelijke regels. Deze zijn opgenomen in het Omgevingsplan, het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bodemkwaliteit.
=
Richtlijnen voor veiligheid zijn vastgelegd in CROW-publicatie 400: Werken in en met verontreinigde bodem. = _ Indien asbestverdacht materiaal (incl. puin-, cement- en baksteenresten etc.) op of in de bodem wordt aangetroffen is een onderzoek naar asbest in bodem volgens de norm NEN 5707 noodzakelijk.
= = =
Het voornemen om meer dan 25 m? grond af te graven moet gemeld worden via het Omgevingsloket (www.omgevingswet.overheid.nl). Het onttrekken van grondwater en het tijdelijk verlagen van de grondwaterstand moet gemeld worden via het Omgevingsloket (www.omgevingswet.overheid.nl). Regels over het lozen van bemalingswater op het oppervlaktewater zijn te vinden in de Waterschapsverordening, afdeling 2.2. Regels over het lozen van bemalingswater op de bodem of de riolering zijn te vinden in het Omgevingsplan van de betreffende gemeente,
paragraaf 22.3.8.1 (lozen van grondwater bij sanering of ontwatering). Meer informatie over de wijze van lozing en de meldingsplicht is te vinden op
=
www.odwh.nl/bedrijven/thema_s/water. Het toepassen van schone en/of niet schone grond (meer dan 25 m’) moet gemeld worden via het Omgevingsloket (www.omgevingswet.overheid.nl). Bij het toepassen van grond binnen de regio West-Holland moet worden gewerkt volgens de regels van de regionale nota bodembeheer of de aparte nota bodembeheer van de gemeente Katwijk. Meer informatie over deze nota's is te vinden op
https://www.odwh.nl/themas/bodem/hergebruik-grond-en-bouwstoffen. N.B. De gemeente Oegstgeest heeft geen nota bodembeheer.
Pagina 6 van 9
Ons
kenmerk:
D2024-066093
Externe veiligheid
Beoordeling Over het plan zijn de volgende opmerkingen aan de orde: = _ Inen nabij het plangebied zijn diverse propaantanks gelegen. Andere risicobronnen zijn niet aanwezig in de nabijheid van de planlocatie. = _ Het aspect externe veiligheid heeft geen gevolgen voor het wijzigen van de huidige functie ‘Agrarisch met waarden’ naar ‘Natuurlijk gebruik’: deze functies zijn niet aangewezen als functies die beschermd moet worden tegen externe veiligheidsrisico's. = _ Het aspect externe veiligheid heeft evenmin een impact op de te realiseren werken of werkzaamheden. Conclusie
Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het voornemen om in Polder Westveen
diverse werkzaamheden
te verrichten en bouwwerken
te realiseren.
Geluid
Beoordeling en conclusie Het plan heeft betrekking op werkzaamheden n het kader van de (her)inrichting van Natura2000 polder Westveen. De werkzaamheden betreffen onder andere de aanleg van een steiger voor sup's en kano’s. Direct naast de steiger is er een opslagplaats voor sup's en kano's. Deze is ten behoeve van recreatiepark ‘Visotter’. Volgens het aanvraagformulier voor een omgevingsvergunning is het plan in strijd met de regels ruimtelijke ordening. Op gronden met de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ worden de watergangen ingericht met natuurvriendelijke oevers. In de gebruiksfase zijn de locaties met de steiger en opslag voor sups en kano's naar verwachting het meeste relevant ten aanzien van het geluidaspect. Het gaat in deze met name om het stemgeluid van gebruikers. Op basis van de aangeleverde informatie kunnen de omvang en de mate van gebruik van de steiger en de opslagplaats (gebruikstijden, aantallen gebruikers, etc.) niet worden afgeleid. De steiger en opslagplaats zijn op circa 39 m verwijderd van de dichtstbijzijnde woningen (woningen Amstelkade 35 en 36). Gezien de afstand ten opzichte van de woningen, kan in een verder relatief rustige omgeving een hindersituatie ontstaan. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt geadviseerd nader onderzoek te doen naar de mogelijke geluiduitstraling van de
steiger/opslagplaats. In eerste instantie volstaat een kwalitatieve beschouwing.
Pagina 7 van 9
Ons kenmerk: D2024-066093
Inrichting derden k
Aanlegsteiger SUP/kano
=e|
Opslag SUP/kano
Figuur 1 Snip uit legenda inrichtingskaart
g
e a
|
5
Figuur 2 Snip uitinrichtingskaart met de duiding van aanlegsteiger en opslag SUP/kano (rood omkaderd) Bron: Notitie Vergunningaanvraag inrichting Westveen. Inrichtingskaart - Werkzaamheden derden', d.d. 21 december 2023, kenmerk BI5747-RHD-231221-1345, opgesteld door Royal HaskoningDHV Lucht
Beoordeling
De vergunningaanvraag voorde inrichting van de polder heeft 0.a. betrekking op het handelen in strijd met de regels voor ruimtelijke ordening. In de aanvraag wordt hierover gezegd dat de gronden ‘Agrarisch met waarden’ worden bij de watergangen ingericht met natuurvriendelijke
oevers. Het realiseren van de natuurvriendelijke oevers heeft voor de ruimtelijke ordening geen noemenswaardige gevolgen, zo wordt gesteld. De wijziging van het bestemmingsplan is niet van invloed op de luchtkwaliteit. Verdere toetsing van de luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven. Conclusie
Het plan is niet van invloed op de luchtkwaliteit.
Bedrijven en milieuzonering Beoordeling
Onderzoek heeft laten zien dat alle, als natuur in te richten gronden, in Westveen ecologisch onmisbaar zijn om de afgesproken natuurdoelstellingen te halen. Het uitgangspunt van het
Pagina 8 van 9
Ons
kenmerk:
D2024-066093
plan ‘Inrichting Westveen is dat elk van de grondeigenaren dit eerst zelf probeert te realiseren. Het plan is toegespitst op het verbeteren en in stand houden van het natuurgebied. Conclusie
Vanuit bedrijven en milieuzonering zijn geen belemmeringen. Archeologie Beoordeling Op basis van de aangeleverde informatie kan niet worden vastgesteld of de vrijstellingsgrenzen voor archeologie overschreden worden, omdat er geen goed beeld is van de werkzaamheden. Een gedeelte van het gebied heeft een archeologische verwachtingswaarde 1 (artikel 24,
Waarde-Archeologie 1), waar een vrijstelling geldt voor werkzaamheden < 100 m? of <50 cm diep.
Een gedeelte van het gebied heeft een archeologische verwachtingswaarde 3 (artikel 26,
Waarde-Archeologie 3), waar een vrijstelling geldt voor werkzaamheden < 10.000 m? of <50 cm diep.
Het is op basis van de beschikbare gegevens niet duidelijk of vrijstellingsgrenzen uit het bestemmingsplan worden overschreden, dus of het noodzakelijk is om een omgevingsvergunning aan te vragen. Daarom zijn aanvullende gegevens nodig over de ligging, omvang en diepte van de bodemverstoringen. Als blijkt dat een vergunning nodig is, dan zijn voor aanvang van de vergunningprocedure één of meerdere archeologische vooronderzoeken nodig om vast te stellen of waardevolle, archeologische resten in het plangebied aanwezig Om te bepalen of een vergunning nodig is en zo ja, om te kunnen adviseren welk archeologisch vooronderzoek noodzakelijk is, ontvangen wij graag de volgende gegevens van u: = kaarten en/of documentatie waaruit de ligging, diepte en oppervlakte van de bodemingrepen blijkt; = een beschrijving van de aard van de ingrepen. Indien uit het vooronderzoek blijkt dat in het plangebied waardevolle, archeologische resten aanwezig zijn dan kunnen voorwaarden in de vergunning worden opgenomen. Het behouden van archeologische resten in de ondergrond geniet de voorkeur. Voorwaarden kunnen dus betrekking hebben op dit behoud. Als behoud niet mogelijk blijkt dan hebben de voorwaarden betrekking op archeologisch onderzoek. Conclusie
=
Omeen volledige beoordeling te kunnen geven zijn er aanvullende documenten nodig.
Graag in de vorm van kaarten en/of documentatie waaruit de ligging, diepte en oppervlakte van de bodemingrepen blijkt en een beschrijving van de aard van de ingrepen.
Pagina 9 van 9
‚ Omgevingsdienst ' West-Holland Advies Ruimtelijke Ontwikkeling Gegevens project Project
Inrichtingsplan Natura 2000 polder Westveen
Gemeente
Nieuwkoop
Datum vraag
24 juni 2024
Soort procedure
Omgevingsvergunning
Inleiding De gemeente Nieuwkoop heeft de Omgevingsdienst West-Holland (hierna: Omgevingsdienst) gevraagd om advies over het inrichtingsplan Natura 2000 polder Westveen. Het advies heeft betrekking op de beoordeling van een aantal milieuaspecten. In dit advies zijn de resultaten van deze beoordeling opgenomen.
Algemeen Polder Westveen maakt onderdeel uit van het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck en is tevens begrensd als onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Voor het project ‘Herinrichting Polder Westveen’ zijn diverse doelen gesteld. Om deze doelen te realiseren is een inrichtingsplan opgesteld en zijn maatregelen nodig. Een deel van deze maatregelen past niet binnen de regels van het geldende bestemmingsplan en zal er een projectafwijkingsbesluit, zoals bedoeld in artikel 2.12, lid 1 op a sub 3 Wabo moeten worden genomen.
In het eerdere advies van 12 juní 2024 is onder meer aangegeven dat een aanmeldnotitie voor dit plan ontbreekt en dat de rest van de aangeleverde stukken onduidelijk zijn. De gemeente Nieuwkoop heeft deze aanmeldnotitie later aangeleverd en getracht meer duidelijkheid te verschaffen over de inhoud van deze aanvraag. Naar aanleiding van ons eerdere advies van 12 juni 2024 heeft de gemeente gevraagd de stukken te beoordelen. De ontwikkelingslocatie is weergegeven in onderstaande figuur 1. Voor dit advies is gebruik gemaakt van de volgende documenten: = RO-milieuadvies Inrichtingsplan Natura 2000 polder Westveen, d. D2024-066093