CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Deel 2 van Set bijlagen bij beschikking-geanonimiseerd (GROOT DOCUMENT)

Besluitvormende raadsvergadering 6 juni 2024, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Aanvraag verklaring van geen bedenkingen voor aanleg natuurgebied Ruygeborg II fase I (2024-045)26.959 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

LEGENDA DEELGEBIEDEN Kruiden- en faunarijk grasland Vochtig weidevogelgrasland

P 5 6

Moeras

5A

P Bloemrijk grasland +P

R E C R E AT I E Wandelpad gras Wandelpad halfverhard P P P

P

P

Uitkijkheuvel

P

P

Brug

P

P P P

Parkeren auto’s

P P

Parkeren fietsers

Groene Jonker

Ko

P

u sw eg

P +P

k P

P +P

P

P

P P

Bosschage bestaand & nieuw

P

+P

+P

3

P

Stuw

P

P

P

+P

P

P

P

BEBOUWING EN INFRASTRUCTUUR Bebouwing P

P

Windwatermolen en pomp

P

P

P

Poel

P

P

P

P

G R O E N E N WAT E R

P P

P

Restaurant

P

P

ij D e g Ho

Bestaand fietspad

P P P

+P

P

Beheerpaden

P

Infrastructuur

P

P

P Driekoppenland

P

P P

NOORDEN

P P

P

P

P

P P

P P

P

P P

P

Noordenseweg

1A

37

P

P

P 41

43

P

P

3

P

5

Hoge Dijk Simon van Capelweg

Nieuwkoopse plassen

50

100

150

2 0 0 2 5 0 m.

28-04-2022 INRICHTINGSPLAN ZONDER

6

7

P

P

2

0

C O M PA R T I M E N T 3 & 4

R U YG E B O R G I I N I E U W KO O P Inrichting natuur- en recreatiegebied

N

Natuurtoets Ruygeborg II Toetsing Wet Natuurbescherming en NNN tbv uitvoeringsprojecten

projectnummer 465181.100 definitief revisie 5.0 24 juli 2023

Natuurtoets Ruygeborg II projectnummer 465181.100 24 juli 2023 revisie 5.0 Provincie Zuid-Holland

Natuurtoets Ruygeborg II Toetsing Wet Natuurbescherming en NNN tbv uitvoeringsprojecten projectnummer 465181.100 definitief revisie 5.0 24 juli 2023

Auteur

Opdrachtgever Provincie Zuid-Holland Zuid-Hollandplein 1 2596 AW 'S-GRAVENHAGE

Colofon

Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus

De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

datum vrijgave 24-07-2023

beschrijving revisie 5.0 definitief, tekstuele aanpassing

Natuurtoets Ruygeborg II projectnummer 465181.100 24 juli 2023 revisie 5.0 Provincie Zuid-Holland

Inhoudsopgave Natuurtoets

2

Conclusies en advies

3

1

Inleiding

1

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Projectvoornemen Doel en onderzoeksvragen Leeswijzer

1 2 4 4

2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming

5

2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3

Algemeen Soortbescherming Gebiedsbescherming Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland Bescherming van houtopstanden

5 5 6 6 7 7

3

Methodiek

8

3.1 3.2 3.3 3.4

Algemeen Bureauonderzoek Terreinbezoek Effectbeoordeling en advies vervolgtraject

8 8 9 9

4

Resultaten

10

4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.2.5 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3

Gebiedsbeschrijving Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Vogels Zoogdieren Samenvatting beschermde soorten Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Nederland Bescherming van houtopstanden

10 11 11 12 14 15 17 18 18 19 19

5

Toetsing

20

5.1 5.2 5.2.1 5.2.2

Effectbepaling plan Toetsing effect op beschermde soorten Vogels Zoogdieren

20 20 20 21

Natuurtoets Ruygeborg II projectnummer 465181.100 24 juli 2023 revisie 5.0 Provincie Zuid-Holland

5.2.3 5.2.4 5.2.5 5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3

Amfibieën Reptielen Overige soortgroepen Effecten op beschermde gebieden Effecten op Natura 2000-gebieden Effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) Bescherming van houtopstanden.

21 23 23 24 24 24 26

6

Bronnen

27

Groene jonker

Nieuwkoopse plassen

Globale ligging van het projectgebied (rood omlijnd) Bron: Arcgis.com.

Natuurtoets Ruygeborg II projectnummer 465181.100 24 juli 2023 revisie 5.0 Provincie Zuid-Holland

Conclusies en advies De Provincie Zuid-Holland is voornemens om ten noorden van de Nieuwkoopse plassen in Zevenhoven, een nieuw verbindend natuurgebied te realiseren, Ruygeborg II. Dit plan maakt de ontwikkeling mogelijk van een verhoogde natuurwaarde in bestaand NNN-gebied. Dit voornemen is echter in het huidige bestemmingplan niet toegestaan. Om deze reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Het plan kan worden uitgevoerd als duidelijk is dat het plan niet in strijd is met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het plangebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In dit hoofdstuk is het advies gegeven dat voortkomt uit de conclusies van de uitgevoerde Natuurtoets. Tevens is aangegeven of volgens de Nederlandse wetgeving vervolgstappen aan de orde zijn.

Conclusies: Beschermde gebieden In het plangebied is NNN-gebied aanwezig, het meest nabije Natura 2000-gebied ‘Nieuwkoopse plassen’ is binnen de invloedsfeer gelegen. Het genoemde Natura 2000-gebied is stikstofgevoelig. In 2022 is een berekening van de Stikstofdepositie uitgevoerd met behulp van de AeriusCalculator. Zowel de realisatiefase als de gebruiksfase geven een stikstofdepositie onder de kritieke waarde van 0,00 mol/ha/jaar in de omliggende Natura 2000-gebieden (Antea Group, 2022B). Het voornemen met betrekking tot het NNN wijst geen bestemmingen aan die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden significant beperken, of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden. Het plan dient juist ter verbetering van de kwaliteit van het NNN. Om deze reden kunnen negatieve effecten op het NNN worden uitgesloten. Zie ook tabel 1. Tabel 1. Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.

Natura 2000 Aanwezig binnen de invloedssfeer?

NNN

Ja

Ja

Effecten?

Nee

Nee, werkzaamheden dragen bij aan kwaliteitsverbetering van het NNN.

Vereiste vervolgstappen aan de orde?

Nee

Nee

Bescherming houtopstanden Ja Er staat een bosschage binnen het plangebied bestaande uit meer dan 20 bomen welke behouden blijven en enkele solitaire bomen welke mogelijk verwijderd worden. Er dient een kapmelding te worden gedaan bij het bevoegd gezag. In het plangebied worden bosvakken gerealiseerd waardoor

Natuurtoets Ruygeborg II projectnummer 465181.100 24 juli 2023 revisie 5.0 Provincie Zuid-Holland

Is het plan uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbescherming?

Ja

mogelijkheden zijn voor interne overcompensatie. Ja, mits wordt voldaan aan de herplantplicht.

Ja

Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: Vogels – boomvalk, ransuil en algemene broedvogels; Zoogdieren –Noordse woelmuis en waterspitsmuis; Amfibieën – heikikker en rugstreeppad; Reptielen – ringslang; Overige soortgroepen – platte schijfhoren. In Tabel 2 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is. Tabel 2. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.

Soort (groep)

Essentieel leefgebied in plangebied?

Is er sprake van een overtreding?

Is een ontheffing noodzakelijk

Vervolgstappen

Nee mits aan randvoorwaarden wordt voldaan.

Verstoringsafstand handhaven en werken buiten de broedperiode en voorafgaand aan de werkzaamheden een inspectie van de nesten om broedgevallen op de nesten uit te sluiten.

Broedvogels Boomvalk en ransuil

Nee, potentiële nestlocatie in bomenrij langs sportpark

Nee, mits gewerkt wordt buiten de verstoringsafstand (75m) of broedperiode (20 februari - 15 september).

Overige broedvogels

Tijdens het broedseizoen; veel broedbiotoop aanwezig in bosschage, opgaande vegetatie en graslanden.

Nee, wanneer in gebruik zijnde nesten niet worden aangetast of verstoord.

Nee, mits zorgvuldig wordt omgegaan met nesten van broedvogels.

Werken buiten het broedseizoen.

Aanwezigheid uitgesloten door nader onderzoek.

Nee

Nee

Geen vervolgstappen aan de orde.

Zoogdieren Aanwezigheid uitgesloten Noordse woelmuis door nader onderzoek.

Nee

Nee

Geen vervolgstappen aan de orde.

Zoogdieren Waterspitsmuis

Natuurtoets Ruygeborg II projectnummer 465181.100 24 juli 2023 revisie 5.0 Provincie Zuid-Holland

Amfibieën Heikikker Rugstreeppad

Reptielen Ringslang

Overige soortgroepen Platte schijfhoren

Ja, er is sprake van tijdelijke verstoring van Ja voor Artikel 3.5 Ja, overwinteringsplaatsen individuen, Lid 1,2 en 4 en voorplantingsplaatsen voortplantingsplaatsen evenals Artikel 3.6 en Lid 2 . overwinteringsplaatsen. Enkele delen voldoen aan de biotoopeisen. In desbetreffende delen vinden geen werkzaamheden plaats.

Nee

Nee

Ja, er is sprake van tijdelijke verstoring van Ja voor Artikel 3.5 Ja, aangetoond middels individuen, Lid 1,2 en 4 nader onderzoek in 2019. voortplantingsplaatsen evenals Artikel 3.6 en Lid 2 . overwinteringsplaatsen.

Ontheffingsaanvraag en mitigerende maatregelen.

Geen

Ontheffingsaanvraag en mitigerende maatregelen.

Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. In het tekstkader in Bijlage 1 staat het wetsartikel uitgeschreven. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.

Natuurtoets Ruygeborg II projectnummer 465181.100 24 juli 2023 revisie 5.0 Provincie Zuid-Holland

1

Inleiding

1.1

Aanleiding De Provincie Zuid-Holland is voornemens om ten noorden van de Nieuwkoopse plassen in Zevenhoven, een nieuw verbindend natuurgebied te realiseren, Ruygeborg II. De Provincie ZuidHolland is voornemens het bestemmingsplan vast te stellen. Dit plan maakt de ontwikkeling mogelijk van een verhoogde natuurwaarde in bestaand NNN-gebied. Ruimtelijke plannen, zoals dergelijke bestemmingsplan, dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er dient onderzocht te worden of het plan effect heeft op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming; Wnb en Natuurnetwerk Nederland). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In 2019 is een natuurtoets ten behoeve van het project uitgevoerd (Antea Group, 2019a). Op basis van de toenmalige natuurtoets is in 2019 nader onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de noordse woelmuis, waterspitmuis, heikikker en de platte schijfhoren. In 2022 is de Natuurtoets geactualiseerd. In deze rapportage zijn de resultaten van de Natuurtoets uit 2022 beschreven en wordt antwoord gegeven op de vraag of het plan uitvoerbaar is.

In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1. Globale ligging van het projectgebied (rood omlijnd) Bron: Arcgis.com.

Blad 1 van 27

Natuurtoets Ruygeborg II projectnummer 465181.100 24 juli 2023 revisie 5.0 Provincie Zuid-Holland

1.2

Projectvoornemen Ruygeborg is het gebied tussen Noorden en Nieuwkoop. Dit gebied wordt de komende jaren omgevormd tot natuurgebied, als verbinding tussen de Nieuwkoopse Plassen en natuurgebied de Groene Jonker. Ruygeborg wordt in twee fasen ontwikkeld. Ruygeborg I is reeds aangelegd in 2012 en wordt beheerd door Natuurmonumenten. Ruygeborg II omvat circa 163 ha en moet worden ingericht als onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Er worden geen nieuwe open verbindingen met andere in de omgeving aanwezige waterlichamen gerealiseerd en er worden geen vispasseerbare stuwen geplaatst. Natuurmonumenten is een van de eigenaren van diverse percelen en als toekomstig beheerder nauw betrokken bij de invulling van het gebied. Voor het projectgebied zijn drie verschillende natuurtypen toegewezen, te weten:  Moeras;  Weidevogelgrasland;  Kruidenrijk grasland. Elk natuurtype heeft zijn eigen kenmerken en afwegingscriteria in relatie tot het toekomstig beheer. Voor Natuurmonumenten is het van belang dat bij de inrichting een dusdanig goede basis wordt gelegd dat in combinatie met het daaropvolgende beheer een zo optimaal mogelijke natuurontwikkeling kan plaatsvinden.

Om de gewenste natuurontwikkeling mogelijk te maken gelden de volgende randvoorwaarden: Verschraling (stopzetten van bemesting); Opzetten van het waterpeil (vernatting); Verbeteren van de waterkwaliteit (benutten van kwelstromen). De te realiseren recreatiedoelstelling is niet alleen gericht op Ruygeborg II maar ook op het reeds ingerichte Ruygeborg I. Ecologisch gezien ontwikkelt dit gebied zich erg goed maar voor de recreant heeft het gebied weinig aantrekkingskracht. Deze moet worden versterkt. Daarnaast zal in het midden van de zuidoostelijke hoek van Ruygeborg I (Figuur 1.2) vergraving plaatsvinden om natte situatie/open waterplas te realiseren. De vrij te komen grond wordt binnen het project elders gebruikt. Het projectgebied heeft een behoorlijke omvang en wordt verdeeld in verschillende deelgebieden. Deze zijn gebaseerd op fysieke scheidingen zoals kades en wegen maar ook doordat gebieden verschillende eigenaren of beheerders hebben. Om enkele situaties specifiek te kunnen behandelen is gekozen om het projectgebied te verdelen in een aantal deelgebieden, te weten: 1. Hoogwatergebied; 2. Laagwatergebied; 3. Kaden; 4. Grote driehoek; 5. Kleine driehoek; 6. Verbinding strook Groene Jonker; 7. Ruygeborg I;

Blad 2 van 27

Natuurtoets Ruygeborg II projectnummer 465181.100 24 juli 2023 revisie 5.0 Provincie Zuid-Holland

Figuur 1.2. Kaart van het plangebied met bijbehorende deelgebieden. (blauwe cirkel betreft de geplande vergraving voor het realiseren van de open plas).

Zie Figuur 1.3 voor een impressie en het ontwerp van het voornemen/uitvoering van de werkzaamheden.

Figuur 1.3. inrichtingsplan Ruygeborg II (versie 28-04-2022)

Blad 3 van 27

Natuurtoets Ruygeborg II projectnummer 465181.100 24 juli 2023 revisie 5.0 Provincie Zuid-Holland

1.3

Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoets is het opsporen van strijdigheden van het voorgenomen plan met de beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland; NNN) en het bepalen of het plan uitvoervaar is. De volgende onderzoeksvragen zijn van toepassing: Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van het plan? Vinden er als gevolg van de ontwikkeling die mogelijk gemaakt worden door het plan effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het plan uitvoerbaar en zijn, zo nodig, aanvullende voorwaarden in het plan aan de orde? Komen in de beïnvloedingszone van het plangebied beschermde natuurgebieden (NNN en/of Natura 2000) voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen vervolgstappen in de vorm van een compensatieplan opgesteld te worden of zijn andere vervolgstappen aan de orde? Op bovenstaande vragen wordt in hoofdstuk 4 en 5 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer).

1.4

Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: De Natuurtoets begint met de belangrijkste conclusies gedestilleerd uit de resultaten van voorliggende Natuurtoets; Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding van de Natuurtoets en het planvoornemen; Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten en gebieden in (de omgeving) van het plangebied; Hoofdstuk 5 toetst het plan aan de Wet natuurbescherming en het NNN.

Blad 4 van 27

Natuurtoets Ruygeborg II projectnummer 465181.100 24 juli 2023 revisie 5.0 Provincie Zuid-Holland

2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) en de gebiedsbescherming (paragraaf 2.3) relevant voor voorliggende Natuurtoets.

2.1

Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen) en niet via de natuurwetgeving.

2.2

Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn in het plangebied. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen.

Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage).

Blad 5 van 27

Natuurtoets Ruygeborg II projectnummer 465181.100 24 juli 2023 revisie 5.0 Provincie Zuid-Holland

Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Daarbij dient opgemerkt te worden dat een aantal vogelsoorten ook vallen onder artikel 3.5 en daarom niet verstoord mogen worden (zie ook tabel E in de bijlage). Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb, zie ook Bijlage tabel C en D van voorliggende rapportage. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren.

Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt verschilt per provincie en hoeft dus niet in alle situaties van toepassing te zijn. Ook zijn de provincies niet altijd het bevoegd gezag. In bepaalde gevallen1 is dit het rijk (via RVO). Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Indien bij het voornemen gestelde verboden in artikel 3.1, 3.5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt. De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie. Zie de Bijlage voor een uitgebreide toelichting.

2.3

Gebiedsbescherming

2.3.1

Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden.

1

https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-en-natuur/wetnatuurbescherming/taken-en-rolverdeling-bevoegdheden

Blad 6 van 27

Natuurtoets Ruygeborg II projectnummer 465181.100 24 juli 2023 revisie 5.0 Provincie Zuid-Holland

2.3.2

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden; de Natura 2000-gebieden maken daar deel van uit. Naast de Natura 2000-gebieden bevat het NNN ook overige leefgebieden van soorten en – om isolatie te voorkomen - gebieden die een verbinding vormen tussen natuurgebieden. Het NNN is onderdeel van het actieve beleid om bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. De natuurgebieden die behoren tot het NNN en hun functies worden planologisch beschermd, hier geldt het ‘nee, tenzij’- principe. De planologische bescherming betekent in het kort dat geen nieuwe bestemmingen worden toegestaan die per saldo leiden tot een significante aantasting van de oppervlakte, de kwaliteit en de samenhang van het NNN. Hieraan wordt getoetst bij de verlening van een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

2.3.3

Bescherming van houtopstanden De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft invulling aan de bescherming van houtopstanden die tot aan 1 januari 2017 vielen onder bescherming van de Boswet. De bescherming is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wnb. De Provincie is het bevoegd gezag. De bescherming betreft de houtopstanden die zijn gelegen buiten de bebouwde kom (Boswet) en die een oppervlakte hebben van meer dan 1.000 m2 (0,1 hectare). De Wnb doet geen uitspraken over houtopstanden die zijn gelegen binnen de bebouwde kom of met kleinere oppervlakte dan 1.000 m2. Bescherming van dergelijke houtopstanden is een taak van de gemeentelijke overheid. Voor houtopstanden groter dan 1.000 m2 is veelal sprake van overlap met de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening (APV). De mate van overlap kan per gemeente verschillen en is dus maatwerk. Toetsing aan de APV valt buiten de scope van de Natuurtoets. Voor houtopstanden die zijn beschermd in de Wnb geldt een meldingsplicht bij voorgenomen velling, en in principe tevens een herplantplicht. Herplant wordt in principe ter plekke ingevuld. Onder voorwaarden kan herplant ook elders worden gerealiseerd.

Blad 7 van 27

Natuurtoets Ruygeborg II projectnummer 465181.100 24 juli 2023 revisie 5.0 Provincie Zuid-Holland

3

Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek die gehanteerd wordt tijdens het bureauonderzoek (paragraaf 3.2) en gedurende het terreinbezoek (paragraaf 3.3) van voorliggende Natuurtoets. In paragraaf 3.4 wordt aangeduid hoe deze gegevens leiden tot een conclusie.

3.1

Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit twee onderdelen: 1. 2.

3.2

Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het project; Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten.

Bureauonderzoek Afbakening beschermde soorten In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en ‘andere’ beschermde soorten (artikel 3.10). Bij vogels zal met name speciale aandacht geschonken worden aan soorten die in het projectgebied een essentieel leefgebied kunnen hebben. Voorgenoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern en bijlage I Verdrag van Bonn) en moeten worden getoetst op voorkomen en het projecteffect. Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. Een aantal soorten is door de provincies vrijgesteld en zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen (zie tabel B en C in de bijlage). Deze zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in de provincie dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt met het voorliggende project. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd.

Hierbij kan gedacht worden aan het rekening houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten en de manier van werken (zoals het aanhouden van vaste rijroutes en het zorgen voor vluchtmogelijkheden voor de soorten). Bronnen Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het projectgebied, is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Hierbij is nagegaan of er in de periode 2016-2022 beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij het projectgebied. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het projectgebied voor zouden kunnen komen. Naast de bronnen met soortinformatie, is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van de gebiedendatabase op de website van het Ministerie van EZK of provinciale digitale atlassen. Om inzicht te krijgen in de ligging van het projectgebied t.o.v. van het NNN is de provinciale website geraadpleegd.

Blad 8 van 27

Natuurtoets Ruygeborg II projectnummer 465181.100 24 juli 2023 revisie 5.0 Provincie Zuid-Holland

3.3

Terreinbezoek Naar aanleiding van de uitkomsten van voorgenoemde bureaustudie is middels een terreinbezoek bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat. Naast directe waarnemingen kan dan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de verwachte aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele seizoensgebonden soorten flora en fauna mogelijk niet kunnen worden waargenomen. Aan de hand van het aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en) kunnen echter wel indicaties worden gegeven van het mogelijk voorkomen van deze soorten op de locatie. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. Op 25 april 2022 is vanaf circa 15:00 uur een terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group bij gehele bewolking met een temperatuur van circa 9 °C en een windkracht van 3 Bft (KNMI.turmin.com). Tijdens het terreinbezoek is het projectgebied zijn de diverse percelen in het projectgebied (Figuur 3.1) te voet belopen en zijn de aanwezige bomen bekeken met een verrekijker.

Figuur 3.1 Onderzocht deel projectgebied. Bron: PDOK.

3.4

Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van het verkennend terreinbezoek kan worden bepaald of het plan uitvoerbaar is, of een vervolgonderzoek nodig is om beschermde soorten uit te sluiten en om te bepalen wat de effecten zijn. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving.

Blad 9 van 27

Natuurtoets Ruygeborg II projectnummer 465181.100 24 juli 2023 revisie 5.0 Provincie Zuid-Holland

4

Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het projectgebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 in gegaan op de resultaten van de in het gebied aanwezige of verwachte beschermde soorten (uiteenzetting van de resultaten van de bureaustudie en het terreinbezoek), waarna in paragraaf 4.3 de ligging van gebieden beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming en het NNN in de omgeving van het projectgebied aangegeven wordt.

4.1

Gebiedsbeschrijving Het plangebied bevindt zich ten noorden van de Noordenseweg en de Simon van Capelweg, ten zuiden van delen van de Molenweg en de Kousweg evenals langs delen van de Hogedijk, Molenweg en de Kousweg te Zevenhoven in de gemeente Nieuwkoop en Provincie Zuid-Holland (Figuur 3.1). Het plangebied is gelegen ten zuiden en zuidwesten van de Groene Jonker en ten noorden van de Nieuwkoopse plassen. Het projectgebied heeft deels een landbouwkundige functie. De graslanden lopen in lijnen langs watergangen waar de effecten van de droogmakerij zijn terug te zien. Op de percelen is weinig hoog opgaande vegetatie aanwezig. Aanwezige vegetatie bestaat hoofdzakelijk uit grassen en lokaal exemplaren van raapzaad, fluitenkruid en kruipende boterbloem. Langs de noordelijke zijde van de Molenweg is een smalle watergang aanwezig met ontwikkelde water- en oevervegetatie aanwezig. In de watergangen ten zuiden van de Molenweg is in de meeste watergangen weinig tot geen watervegetatie aanwezig. Aan de randen ten noorden van het plangebied is een lange bosschage gelegen en in het zuidelijke deel van het plangebied is hoge begroeiing (en enkele bomen) aanwezig nabij de woningen. Figuur 4.1 geeft een impressie van het plangebied.

Blad 10 van 27

Natuurtoets Ruygeborg II projectnummer 465181.100 24 juli 2023 revisie 5.0 Provincie Zuid-Holland

Indruk watergang tussen percelen.

Indruk vegetatie op percelen.

Indruk vegetatie perceel buiten het projectgebied en bomenrij rondom sportpark.

Vegetatierijke watergang en bosschage tussen de Kousweg en de Molenweg.

Figuur 4.1. Impressie van het projectgebied.

4.2

Beschermde soorten

4.2.1

Resultaten bureauonderzoek Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij het projectgebied in het verleden diverse beschermde soorten zijn waargenomen (binnen een straal van 2,5 kilometer). Dit betreft de beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV onderdeel a en b) en de nietvrijgestelde ‘andere soorten’ uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming alsook vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De soorten zijn weergegeven in Tabel 4.1. Tabel 4.1. Overzicht van waargenomen beschermde soorten in de omgeving van het projectgebied (met een straal van 2,5km) die in het NDFF door derden zijn ingevoerd. De soorten zijn in te delen in Habitatrichtlijn (HR), lijsten A en B behorende bij artikel 3.10 en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (JRB) en zijn aangegeven met een ‘X’ (NDFF, 2016-2022).

Soortgroep

Vogels met een jaarrond beschermd nest*

Soort

Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil

Blad 11 van 27

JRB X

X X X X X X

HR

A/B

Natuurtoets Ruygeborg II projectnummer 465181.100 24 juli 2023 revisie 5.0 Provincie Zuid-Holland

Zoogdieren

Amfibieën Reptielen Insecten - Libellen Vissen Planten Overige soortgroepen

Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Boommarter Noordse woelmuis Otter Vleermuizen** Waterspitsmuis Heikikker Rugstreeppad Ringslang Gevlekte witsnuitlibel Groene glazenmaker Sierlijke witsnuitlibel Kwabaal Brede wolfsmelk Groenknolorchis Naaldenkervel Gestreepte waterroofkever Platte schijfhoren

X X X X X

X X X X X X X X X X X X X X X X X X

*Categorie 5: de afweging of er sprake is van een jaarrond beschermd nest uit categorie 5 wordt gemaakt bij de beschrijving van de resultaten van het terreinbezoek (paragraaf 4.2.2). **Vleermuizen: gewone dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis & watervleermuis.

Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is vervolgens nagegaan of het projectgebied een functie vervult voor (onder andere) deze soorten en of effecten aan de orde zijn. De bevindingen worden in paragraaf 4.2.2 uiteengezet.

4.2.2

Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Op basis van het bureauonderzoek en het terreinbezoek wordt per soortgroep ingegaan op de eventuele (kans op) aanwezigheid van beschermde soorten in het projectgebied. Afbakening relevante soortgroepen Op basis van biotoopkenmerken en soortspecifieke eisen, is het voorkomen van een aantal diersoorten binnen het projectgebied uit te sluiten.

Blad 12 van 27

Natuurtoets Ruygeborg II projectnummer 465181.100 24 juli 2023 revisie 5.0 Provincie Zuid-Holland

Zoogdieren In het projectgebied is onvoldoende bosrijk habitat of andere hoog opgaande vegetatie aanwezig welke voldoende geschikte beschutting kunnen bieden aan de boommarter. De bosschage in het plangebied (noordoost) is geïsoleerd gelegen naast een druk bereden weg. Daarnaast bevat de bosschage ook geen hoge, oude bomen. Derhalve wordt de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van de boommarter niet verwacht in het projectgebied. De otter is bekend voor te komen ten zuiden van het projectgebied in grote open wateren en brede watergangen. De watergangen in het projectgebied zijn zeer ondiep en waterplanten welke geschikt zijn voor de paai van zoetwatervissen zijn weinig talrijk in de watergangen langs de graspercelen. Derhalve is in het projectgebied onvoldoende foerageerhabitat voor de otter en geschikt leefgebied aanwezig. Om het projectgebied te bereiken moet de otter de Noordenseweg/Simon van Capelweg oversteken. Aangezien voldoende alternatieven in de omgeving aanwezig zijn en het projectgebied landbouwkundige graslanden betreft, wordt de otter niet verwacht in het projectgebied. Insecten Dagvlinders In de periode van (1 januari 2016 – 1 mei 2022) zijn in het projectgebied en in de directe omgeving ervan geen waarnemingen van individuen van wettelijke beschermde dagvlinders bekend.

Het projectgebied wordt periodiek afgemaaid/begraasd en de vegetatie bestaat hoofdzakelijk uit kort gras. Wegens het intensieve gebruik van het projectgebied als grasperceel worden waardplanten van beschermde soorten dagvlinders niet verwacht in het projectgebied. Wegens de afwezigheid van geschikt habitat en waarnemingen van beschermde soorten dagvlinders in de omgeving, wordt de aanwezigheid van dagvlinders uitgesloten in het projectgebied. Libellen De gevlekte witsnuitlibel, groene glazenmaker en de sierlijke witsnuitlibel zijn bekend in de Nieuwkoopse plassen ten zuiden van het projectgebied voor te komen. Alle drie de soorten zijn gebonden aan laagveenmoerassen en zijn afhankelijk van schone wateren met een ontwikkelde watervegetatie. In de watergangen tussen de landbouwpercelen is weinig tot geen ontwikkelde watervegetatie aanwezig; deze bieden derhalve geen geschikt habitat voor de gevlekte witsnuitlibel, groene glazenmaker en de sierlijke witsnuitlibel. Desbetreffende soorten kunnen profiteren van de geplande ontwikkeling en mogelijk draagt het bij aan het vergroten van het natuurlijke verspreidingsgebied van deze soorten. Vissen De kwabaal komt uit de bureaustudie naar voren. De kwabaal is afhankelijk van de aanwezigheid van voldoende koud en zuurstofrijk water en komt voor in de zuidelijk gelegen Nieuwkoopse plassen.

De watergangen in het projectgebied zijn vervuild, ondiep en watervegetatie ontbreekt. Derhalve zijn de in het projectgebied aanwezige wateren niet geschikt als leefgebied van de kwabaal, en derhalve niet geschikt als habitat voor de kwabaal. De soort wordt in het projectgebied niet verwacht en is uitgesloten.

Blad 13 van 27

Natuurtoets Ruygeborg II projectnummer 465181.100 24 juli 2023 revisie 5.0 Provincie Zuid-Holland

Planten Brede wolfsmelk, groenknolorchis en naaldenkervel komen uit de bureaustudie naar voren. Het projectgebied wordt periodiek afgemaaid/begraasd en de vegetatie bestaat hoofdzakelijk uit kort gras. Wegens het intensieve gebruik van het projectgebied als grasperceel is geschikt habitat voor beschermde soorten vaatplanten niet aanwezig. Derhalve worden beschermde soorten vaatplanten niet verwacht in het projectgebied. De overige soortgroepen worden hierna beschreven: vogels met jaarrond beschermd nest, vogels (overige broedvogels), zoogdieren (Noordse woelmuis, vleermuizen en waterspitsmuis), amfibieën (heikikker en rugstreeppad), reptielen (ringslang) en overige soortgroepen (gestreepte waterroofkever en platte schijfhoren).

4.2.3

Vogels Vogels met jaarrond beschermd nest In de bomenrij direct ten noorden van het sportpark Noordense Sportvereniging '46 en ten zuiden van het plangebied zijn twee nesten aanwezig welke geschikt zijn voor broedvogels waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Beiden nesten bevinden zich op circa 40m ten zuiden van het plangebied (ter hoogte van de Molenweg). Dit betreft één eksternest en één kraaiennest. De aanwezige nesten zijn geschikt als nestlocatie van de boomvalk en de ransuil. Wegens het gebrek aan dekking, worden soorten als de buizerd en de sperwer niet verwacht op de aanwezige nesten. De aanwezigheid van nestlocaties van de boomvalk en de ransuil kan niet op voorhand worden uitgesloten. Aangezien beide potentiële nestlocaties zich buiten het plangebied en de directe invloedssfeer van de werkzaamheden bevinden, is er geen sprake van mogelijk beschadiging of vernieling van nestlocaties van broedvogels met een jaarrond beschermd nest. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden binnen een verstoringsafstand van 75meter en in de broedperiode van de boomvalk ( 1 mei – 15 september) en de ransuil (20 februari – 20 juni), kan tijdelijke verstoring van mogelijke aanwezige broedgevallen plaatsvinden. In Hoofdstuk 5 worden de effecten ten aanzien de boomvalk en de ransuil nader beschreven. In het projectgebied is geen bebouwing aanwezig.

De woningen aan de Hogedijk bevinden zich buiten het plangebied en er worden geen potentieel aanwezige nestlocaties beschadigd of vernield van de huismus, gierzwaluw, steenuil en de slechtvalk. De territoria van deze soorten kunnen wellicht wel worden beïnvloed. Echter, de nieuwe inrichting is gericht op een kwaliteitsverbetering voor natuur waardoor de omliggende territoria een verbeterd of vergelijkbaar foerageergebied gaan vormen voor eerder benoemde soorten. Effecten op vogels met jaarrond beschermde nesten zijn uitgesloten. Algemene broedvogels Algemene broedvogels (artikel 3.1 en 3.5) vinden in de hoge vegetatie en op / langs het water een mogelijk broedbiotoop. In het landschap zijn vele vogelsoorten aanwezig en soorten als ganzen, eenden, weidevogels (zoals kievit) worden als broedvogel verwacht. Tijdens het veldbezoek zijn aalscholver, grauwe gans, wilde eend, oeverpieper, knobbelzwaan, krakeend, kievit, goudplevier, boerenzwaluw, blauwe reiger, buizerd en torenvalk waargenomen. In Hoofdstuk 5 zullen de gevolgen van het voorgenomen inrichtingsplan in het plangebied op eventueel aanwezige broedvogels en de vervolgstappen uiteen gezet worden.

Blad 14 van 27

Natuurtoets Ruygeborg II projectnummer 465181.100 24 juli 2023 revisie 5.0 Provincie Zuid-Holland

4.2.4

Zoogdieren Noordse woelmuis en de waterspitsmuis De Noordse woelmuis en de waterspitsmuis zijn bekend in de omgeving van het projectgebied voor te komen. In het projectgebied is weinig geschikt biotoop aanwezige voor de Noordse woelmuis wegens het gebrek aan voldoende ontwikkelde en geschikte oever- en watervegetatie. Plaatselijk is in het projectgebied rietvegetatie aanwezig welke geschikt habitat biedt voor de waterspitsmuis. Op een aantal locaties in het plangebied is suboptimaal leefgebied voor de Noordse woelmuis en de waterspitsmuis aanwezig door de aanwezigheid van voldoende ontwikkelde oever- en watervegetatie (figuur 4.2). Aangezien beide soorten op relatief korte afstand voorkomen en suboptimaal leefgebied aanwezig is, is in 2019 nader onderzoek uitgevoerd in het plangebied naar de aanwezigheid van de Noordse Woelmuis en de waterspitsmuis. Op basis van desbetreffend onderzoek is de aanwezigheid van de Noordse woelmuis en de waterspitsmuis uitgesloten in het plangebied (Antea Group, 2019b). Na uitvoering van de geplande werkzaamheden, wordt vernatting en de aanwezigheid van ontwikkelde wateren oevervegetatie gerealiseerd in het plangebied. Hierdoor kan het plangebied in de toekomst mogelijk deel uitmaken van het natuurlijke verspreidingsgebied van de Noordse woelmuis en de waterspitsmuis.

Figuur 4.2. Impressie (sub optimaal) leefgebied Noordse woelmuis en waterspitsmuis. Links: Rietvegetatie en bosschage langs de Molenweg. Rechts: Ontwikkelde oevervegetatie watergang ten zuiden van de Hoge Dijk. Vleermuizen In het projectgebied zijn geen bouwwerken aanwezig welke potentieel geschikt zijn als verblijfplaats van gebouwbewonende vleermuissoorten. In de bomen in het projectgebied zijn geen boomholten aangetroffen welke potentieel geschikt zijn voor verblijfplaatsen van de boombewonende vleermuissoorten. Derhalve wordt de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in het projectgebied op voorhand uitgesloten. Mogelijk maken lijnvormige structuren in het landschap zoals de bosschage langs de Kousweg en watergangen met opgaande vegetatie, onderdeel uit van vliegroutes van vleermuizen. Desbetreffende structuren in het projectgebied liggen geïsoleerd en in de omgeving zijn voldoende vergelijkbare of geschikte alternatieve vliegroutes aanwezig. Derhalve worden essentiële vliegroutes van vleermuizen niet verwacht in het projectgebied.

Blad 15 van 27

Natuurtoets Ruygeborg II projectnummer 465181.100 24 juli 2023 revisie 5.0 Provincie Zuid-Holland

Amfibieën Voor de heikikker en rugstreeppad zijn grote gedeelten van het plangebied geschikt en individuen van de heikikker en de rugstreeppad zijn in de omgeving van het projectgebied voor te komen. Op diverse plaatsen in het projectgebied zijn ondiepe wateren met watervegetatie aanwezig welke geschikt zijn als voortplantingswater van de heikikker en de rugstreeppad. In de watergang ten noorden van de Molenweg zijn tijdens het terreinbezoek (25 april) larven (kikkervisjes) waargenomen. Mogelijk betreft dit larven van de bruine kikker, gewone pad of de heikikker. In tijdelijke plassen en ondiepe wateren met watervegetatie is geschikt voortplantingsbiotoop van de rugstreeppad aanwezig. Het talud langs de Kousweg, Molenweg, Hoge dijk en Noordenseweg kunnen mogelijk in gebruik zijn als overwinteringsplaats van amfibieën. De aanwezigheid van de heikikker en de rugstreeppad kan niet op voorhand worden uitgesloten. In 2019 is aanvullend onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de heikikker met behulp van eDNA (Antea Group, 2019b). Naar aanleiding van desbetreffend onderzoek is in 2022 nader onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de heikikker en de rugstreeppad (Antea Group 2022a). Op basis van beide onderzoeken is de aanwezigheid van individuen en voortplantingsplaatsen van de heikikker en de rugstreeppad aangetoond in het plangebied.

In Hoofdstuk 5 zullen de gevolgen van het voorgenomen inrichtingsplan in het plangebied op eventueel aanwezige amfibieën en de vervolgstappen uiteen gezet worden. Reptielen (ringslang) Het grootste deel van het projectgebied betreft graspercelen welke periodiek gemaaid/begraasd worden. Op desbetreffende percelen is weinig/ tot geen geschikte vegetatie aanwezig welke dekking kan bieden voor de ringslang. Het gebrek aan dekking in het plangebied, maakt de omliggende wateren zeer marginaal geschikt als foerageergebied van de ringslang. Individuen van de ringslang op de te omvormen graspercelen zijn zeer kwetsbaar voor predatie door diverse vogelsoorten waaronder de reiger. Gezien de kwetsbaarheid op en onderweg naar de diverse graspercelen, worden individuen van de ringslang niet verwacht in de te omvormen percelen in het plangebied. In de aangrenzende watergangen is weinig tot geen watervegetatie aanwezig welke geschikt is voor amfibieën of jonge vis. Derhalve is geschikt foerageergebied in en rondom de graspercelen ten zuiden van de Molenweg niet aanwezig. Voldoende droog, warm en beschut habitat voor voortplanting en overwintering van de ringslang is niet aanwezig op de graspercelen. Gezien de afwezigheid van voldoende geschikt habitat, in combinatie met de kwetsbaarheid, wordt de aanwezigheid van de ringslang op de om te vormen percelen niet verwacht.

De ringslang is in 2019 in de Groene Jonker waargenomen ten noordoosten van het projectgebied. In vegetatierijke wateren langs de bosschage bij de Kousweg in het projectgebied kan geschikt leefgebied van de ringslang aanwezig zijn. In de bosschage tussen de Kousweg en de Molenweg is suboptimaal habitat aanwezig voor overwinteringsplaatsen van de ringslang. Het dijktalud langs de Kousweg, Noordenseweg en de Simon van Capelweg zijn eveneens geschikt als overwinteringsplaats van de ringslang. De bosschage blijft behouden en er vinden geen fysieke werkzaamheden in desbetreffende bosschage. De omliggende dijkdelen welke geschikt zijn als overwinteringsplaats van de ringslang bevinden zich eveneens buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. De aanwezigheid van de overwinteringsplaatsen van de ringslang in de directe omgeving van het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. In Hoofdstuk 5 zullen de gevolgen van het voorgenomen inrichtingsplan in het plangebied op eventueel aanwezige reptielen (ringslang) en de vervolgstappen uiteen gezet worden.

Blad 16 van 27

Natuurtoets Ruygeborg II projectnummer 465181.100 24 juli 2023 revisie 5.0 Provincie Zuid-Holland

Overige soortgroepen Gestreepte waterroofkever De gestreepte waterroofkever is gebonden aan schoon voedselarm tot matig voedselrijk stilstaand (zeer zwak stromend) water (Natura2000.nl). Het projectgebied heeft een lange agrarische achtergrond waar periodiek bemesting gebruikt is. De wateren in de omgeving zijn ondiep, met een dichte sliblaag met weinig tot geen watervegetatie en oevervegetatie. Wegens de afwezigheid van geschikt habitat, wordt de aanwezigheid van de gestreepte waterroofkever uitgesloten in het projectgebied. Platte schijfhoren De platte schijfhoren is een soort van schone wateren met voldoende ontwikkelde watervegetatie. In de wateren rondom de percelen ten noorden van de Molenweg is geschikt habitat voor de platte schijfhoren aanwezig. Wegens de aanwezigheid van geschikt habitat is in 2019 een nader onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de platte schijfhoren met behulp van eDNA (Antea Group, 2019b). Op basis van desbetreffend onderzoek is aangetoond dat de platte schijfhoren zich verspreidt over de wateren in het plangebied bevindt. In Hoofdstuk 5 zullen de vervolgstappen en de gevolgen van het voorgenomen inrichtingsplan in het plangebied op eventueel aanwezige platte schijfhorens uiteen gezet worden.

4.2.5

Samenvatting beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat de soorten weergegeven in Tabel 4.2 en die een beschermde status hebben in de Wet natuurbescherming mogelijk voor kunnen komen in het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt nader op deze soorten in gegaan. Tabel 4.2. Mogelijk aanwezige beschermde soorten in het plangebied.

Soort

Beschermingsregime

Aanwezigheid

Boomvalk Ransuil

Artikel 3.1

Mogelijk

Overige broedvogels

Artikel 3.1 // Artikel 3.5

Ja

Noordse woelmuis

Artikel 3.5

Nee

Waterspitsmuis

Artikel 3.10

Heikikker

Artikel 3.5

Nee

Ja

Blad 17 van 27

Toelichting Nestlocaties in eksternest en kraaiennest op tenminste 40m afstand ten zuiden van de Molenweg. In het gehele plangebied zijn mogelijke nestgelegenheden voor voornamelijk water- en weidevogels. In de bosschages zijn nestgelegenheden voor mezen, lijsters etc. Uitgesloten op basis van nader onderzoek in 2019 (Antea Group, 2019b). Uitgesloten op basis van nader onderzoek in 2019 (Antea Group, 2019b). Aangetoond op basis van nader onderzoek in 2019 en 2022 (Antea Group, 2019b;2022).

Natuurtoets Ruygeborg II projectnummer 465181.100 24 juli 2023 revisie 5.0 Provincie Zuid-Holland

Ringslang

Artikel 3.10

Mogelijk, maar buiten invloedssfeer van de werkzaamheden.

Platte schijfhoren

Artikel 3.5

Ja

Rugstreeppad

Artikel 3.5

4.3

Beschermde gebieden

4.3.1

Natura 2000-gebieden

Ja

De bosschage tussen de Molenweg en de Kousweg en het dijktalud rondom het plangebied zijn geschikt als overwinteringsplaats. Er worden in desbetreffende segmenten geen werkzaamheden uitgevoerd. Aangetoond op basis van nader onderzoek in 2019 (Antea Group, 2019b). Aangetoond op basis van nader onderzoek in 2022 (Antea Group, 2022).

Het plangebied ligt niet in Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Nieuwkoopse plassen & De Hack’ ligt op circa 100 meter afstand ten zuiden van het plangebied. In figuur 4.11 is de ligging van het plangebied ten opzichte van het Natura 2000 weergegeven.

Figuur 4.3. Globale ligging van het plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van het Natura 2000-gebied ‘Nieuwkoopse plassen & De Haeck en Botshol’. Bron: AERIUS Calculator, 2018.

Blad 18 van 27

Natuurtoets Ruygeborg II projectnummer 465181.100 24 juli 2023 revisie 5.0 Provincie Zuid-Holland

4.3.2

Natuurnetwerk Nederland In het plangebied is NNN-gebied aanwezig. Het gehele plangebied bestaat uit NNN gebied met de beheertypen; N05.01; moeras, N12.02; kruiden- en faunarijk grasland en N13.01; vochtig weidevogelgrasland. In figuur 4.11 is de ligging van het plangebied ten opzichte van het NNN weergegeven.

4.3.3

Bescherming van houtopstanden De Wet natuurbescherming, onderdeel houtopstanden, is enkel van toepassing op houtopstanden die zijn gelegen buiten de ‘grens bebouwde kom houtopstanden’. Daarnaast spreekt de Wet natuurbescherming van een houtopstand wanneer deze bestaat uit óf een houtopstand met een oppervlakte van 10 are (1.000 m2) óf een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. Binnen het plangebied zijn houtopstanden aanwezig. De houtopstanden bestaan uit een bomenrij van meer dan 20 bomen. Deze vallen daarom onder de bescherming van de wet natuurbescherming. Losstaande bomen binnen het plangebied kennen deze bescherming niet en zijn vrijgesteld van de bescherming van de Wnb wanneer deze geen functie hebben voor beschermde soorten (mogelijk is echter de APV van toepassing op deze bomen). Voor de bomen beschermd onder de Wet natuurbescherming geldt een meldings- en herplantplicht. Ten minste één maand voorafgaand aan het rooien dient een melding te worden gemaakt bij het bevoegd gezag, de provincie Zuid-Holland. Aangezien na uitvoer van de werkzaamheden plaatselijk ook houtopstanden geplaatst worden, zijn er mogelijkheden om intern te overcompenseren voor de mogelijk te verwijderen houtopstanden in het plangebied. De Omgevingsdienst adviseert met ODH in overleg te gaan over de uitvoering van het plan en de effecten op houtopstanden.

De gemeente Nieuwkoop heeft een lijst opgesteld met bomen waar een kapvergunning voor geldig is. De bomen binnen het plangebied staan niet op deze lijst, waardoor er geen vergunning aanvraag noodzakelijk is voor het kappen van deze bomen. De bomen liggen buiten de bebouwde kom Wet natuurbescherming (Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, 2022). Opgemerkt wordt dat een aantal bomen aan de Molenweg, Hogedijk en Noordenseweg staan vermeld op de Lijst Beschermwaardige Houtopstanden 2015. Deze bomen zijn daarmee beschermd onder de APV. Toetsing aan de APV maakt echter geen onderdeel uit van voorliggende toetsing.

Blad 19 van 27

Natuurtoets Ruygeborg II projectnummer 465181.100 24 juli 2023 revisie 5.0 Provincie Zuid-Holland

5

Toetsing In paragraaf 5.1 is de effectbepaling van het plan gegeven. In paragraaf 5.2 worden de werkzaamheden getoetst aan de soortenbescherming (Wnb). Indien vervolgstappen aan de orde zijn, is dit aangeven in een tekstkader. In paragraaf 5.3 wordt het plan getoetst aan het beschermingsregime van het NNN-gebied en de Wet natuurbescherming (Wnb).

5.1

Effectbepaling plan De realisatie van het planvoornemen heeft onderstaande gevolgen voor het leefgebied van soorten: vergraven van oevers en slootkanten en waterpartijen; vergraven van graslandpercelen; opzetten van waterpeil. De effecten op beschermde soorten als gevolg van het voornemen, worden per soortgroep getoetst. Enkel de soortgroepen in Tabel 4.2 zijn relevant bevonden voor voorliggend projectgebied. Derhalve wordt enkel op deze soortgroepen ingegaan: Vogels (boomvalk en ransuil); Vogels (algemene broedvogels); Zoogdieren (noordse woelmuis en waterspitsmuis); Amfibieën (heikikker en rugstreeppad); Reptielen (ringslang); Overige soortgroepen (platte schijfhoren).

5.2

Toetsing effect op beschermde soorten

5.2.1

Vogels De bomen langs het sportpark ten oosten van het projectgebied, maken geen onderdeel uit van het projectgebied. Indien fysieke werkzaamheden direct aan de Molenweg uitgevoerd worden kunnen potentieel aanwezige broedgevallen worden verstoord. De overige delen van het projectgebied bevinden zich buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. Door fysieke werkzaamheden binnen 75 meter van de nesten, buiten de broedperiode van de boomvalk en de ransuil (15 februari – 15 september) uit te voeren, kan verstoring van potentieel aanwezige broedgevallen worden voorkomen en is er geen aanvullend onderzoek noodzakelijk. Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (soortbescherming). Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening gehouden worden door werkzaamheden die invloed hebben op het broedbiotoop niet uit te voeren in de broedtijd (circa maart tot en met juli) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Wet natuurbescherming (soortbescherming) aan de orde. De graslanden met watergangen zijn uitermate geschikt voor vele soorten broedvogels. Zo kunnen soorten als kievit, wilde eend, knobbelzwaan en grauwe gans in grote aantallen voorkomen tijdens het broedseizoen, binnen het plangebied.

Hierdoor is het van belang dat werkzaamheden die invloed hebben op het broedbiotoop buiten de broedperiode van vogels uitgevoerd wordt.

Blad 20 van 27

Natuurtoets Ruygeborg II projectnummer 465181.100 24 juli 2023 revisie 5.0 Provincie Zuid-Holland

Mocht het bovenstaande niet mogelijk zijn en er wordt gewerkt in het broedseizoen dan dient het projectgebied voorafgaand aan de werkzaamheden gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een ter zake kundig ecoloog. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het projectgebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden wordt het projectgebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden ter plaatse uitgesteld te worden tot nadat het nest niet meer in gebruik is. Het advies, gezien de omvang van het plan en de aanwezige natuurwaarde in het plangebied is om de werkzaamheden uit te voeren buiten het broedseizoen (in de periode augustus/september – februari).

5.2.2

Zoogdieren Noordse woelmuis De Noordse woelmuis is beschermd onder de Wet natuurbescherming (Artikel 3.5) en staat vermeld op Bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn. In het plangebied is plaatselijk geschikt habitat aanwezig voor de Noordse woelmuis. In 2019 is door Antea Group nader onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de Noordse Woelmuis in het plangebied (Antea Group, 2019b). Uit het nader onderzoek is gebleken dat er geen sporen of historisch DNA van de Noordse woelmuis zijn aangetroffen in het projectgebied. De aanwezigheid van en daarmee effecten op de Noordse woelmuis als gevolg van de werkzaamheden wordt uitgesloten. Na uitvoer van de werkzaamheden, is er meer geschikt habitat voor de Noordse woelmuis aanwezig in het plangebied. Dit kan leiden tot het vestigen van een populatie van de Noordse woelmuis in de toekomst. Er is geen ontheffing benodigd voor de Wet natuurbescherming met betrekking tot de Noordse woelmuis. Waterspitsmuis De waterspitsmuis is beschermd onder de Wet natuurbescherming (Artikel 3.10) en staat vermeld op Onderdeel A (beschermde diersoorten). In het plangebied is geschikt habitat aanwezig voor de waterspitsmuis. In 2019 is door Antea Group nader onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de waterspitsmuis in het plangebied.

Uit het nader onderzoek is gebleken dat er geen sporen of historisch DNA van de waterspitsmuis zijn aangetroffen in het projectgebied (Antea Group, 2019b). De aanwezigheid van en daarmee effecten op de waterspitsmuis als gevolg van de werkzaamheden wordt uitgesloten. Na uitvoer van de werkzaamheden, is er meer geschikt habitat voor de waterspitsmuis aanwezig in het plangebied en is er sprake van een kwaliteitsimpuls van huidig geschikt habitat. Dit vergroot de kans op vestiging van de waterspitsmuis in het plangebied. Er is geen ontheffing benodigd voor de Wet natuurbescherming met betrekking tot de waterspitsmuis.

5.2.3

Amfibieën Heikikker De heikikker is beschermd onder de Wet natuurbescherming (Artikel 3.5) en staat vermeld op bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn. Voor de heikikker is veel geschikt habitat aanwezig in het plangebied en de soort kan verspreid door het gebied voorkomen. In 2019 is nader onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de heikikker met behulp van eDNA (Antea Group, 2019b). Uit desbetreffend onderzoek is gebleken dat historisch DNA van de heikikker aanwezig is in de wateren van het plangebied. In 2022 is aanvullend onderzoek uitgevoerd naar

Blad 21 van 27

Natuurtoets Ruygeborg II projectnummer 465181.100 24 juli 2023 revisie 5.0 Provincie Zuid-Holland

Natuurtoets Ruygeborg II projectnummer 465181.100 24 augustus 2022 revisie 2.0 Provincie Zuid-Holland Blad 22 van 27 koorzang van de heikikker en met behulp van schepnetinventarisaties (Antea Group, 2022a). Tijdens het onderzoek in 2022 is voortplanting van de heikikker vastgesteld in het plangebied. Door uitvoer van de geplande werkzaamheden kunnen individuen van de heikikker worden verstoord en gedood. De voortplantingsplaatsen en overwinteringsplaatsen van de heikikker kunnen tijdelijk worden verstoord. Voor uitvoer van de werkzaamheden is een ontheffing van de Wet natuurbescherming benodigd voor artikel 3.5 Lid 1 (voor het vangen van de heikikker), Lid 2 (voor het verstoren van de heikikker) en Lid 4 (tijdelijk aantasten van voortplantingsplaatsen en overwinteringsplaatsen). Daarnaast zijn mitigerende maatregelen benodigd om effecten op de lokale populatie heikikkers zoveel mogelijk te voorkomen. Hiervoor kan een ontheffing voor overtreding van Artikel 3.6 Lid 2 van de Wet natuurbescherming benodigd zijn (voor het vervoeren van individuen van de heikikker). Na uitvoering van de inrichtingsmaatregelen is het gebied opnieuw, en mogelijk zelfs beter, geschikt als leefgebied voor de heikikker. Er worden geen directe nieuwe verbindingen gerealiseerd met in de omgeving aanwezige oppervlaktewateren.

Derhalve wordt geen toename in vissoorten en visstanden verwacht welke mogelijk een risico vormen voor voortplantingsplaatsen van de heikikker. Er worden drie afgesloten poelen gerealiseerd welke in de toekomst gebruikt kunnen worden als voortplantingsplaats van amfibieën. Na uitvoer van de werkzaamheden worden geen langdurig negatieve effecten verwacht op de lokale populatie heikikkers. Rugstreeppad De rugstreeppad is beschermd onder de Wet natuurbescherming (Artikel 3.5) en staat vermeld op bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn. Voor de rugstreeppad is veel geschikt habitat aanwezig in het plangebied en de soort kan verspreid door het gebied voorkomen. In 2022 is aanvullend onderzoek uitgevoerd naar koorzang van de rugstreeppad en met behulp van schepnetinventarisaties (Antea Group, 2022a). Tijdens het onderzoek in 2022 is voortplanting van de rugstreeppad vastgesteld in het plangebied. Door uitvoer van de geplande werkzaamheden kunnen individuen van de rugstreeppad worden verstoord en gedood. De voortplantingsplaatsen en overwinteringsplaatsen van de rugstreeppad kunnen tijdelijk worden verstoord.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=07ec6b20-6a2b-4a08-816b-16c9b3b82f57