CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Deel 1 - Set bijlagen (geanonimiseerd)

Besluitvormende raadsvergadering 25 september 2025, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Instemmen met verklaring van geen bedenkingen voor aanleg natuur op een aantal agrarische percelen in noordelijk deel Polder Westveen te Woerdense Verlaat (2025-071)27.679 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Publiceerbare aanvraag/melding omgevingsvergunning

Aanvraagnummer

8064303

Aanvraagnaam

Inrichting Westveen

Uw referentiecode

BI5747

Ingediend op

21-12-2023

Soort procedure

Onbekend

Projectomschrijving

Inrichtingsplan Natura2000 polder Westveen

Opmerking

Voor de uitvoering van de werkzaamheden zijn geen vergunning en ontheffing nodig n het kader van de Wet natuurbescherming. Bestuurljk rechtsoordeel van de Omgevingsdienst Haaglanden is bijgevoegd. Natuurtoets Wnb wordt 9 januari 2024 besproken met bevoegd gezag Omgevingsdienst Haaglanden. Definitieve versie natuurtoets wordt desgewenst toegevoegd aan de aanvraag.

Gefaseerd

Nee

Gerelateerde aanvraag/melding:

8299107

Blokkerende onderdelen weglaten

Ja

Kosten openbaar maken

Nee

Bijlagen die later komen Bijlagen n.vt.

of al bekend

Bevoegd gezag Naam:

Gemeente Nieuwkoop

Bezoekadres:

Klant Contact

Centrum

Teyiersplein 1 2441

LE

Nieuween

Postadres:

Postbus 1 2460 AA Ter Aar

Telefoonnummer:

140172

Faxnummer:

0172

E-mailadres:

omgevingsloket@nieuwkoop.nl

Website:

www.nieuwkoop.nl

8064303

802

(geanonimiseerd)

Contactpersoon:

Datum aanvraag: 21 december 2023 Aanvraagnummer:

574

Bevoegd gezag:

Gemeente Nieuwkoop

Pagina 1 van 8

Aanvraaggegevens Locatie van

de werkzaamheden

Werkzaamheden Werk

+

en onderdelen

of werkzaamheden

uitvoeren

Werk of werkzaamheden

uitvoeren

* Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening + Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening Bijlagen

Datum aanvraag: 21 december 2023 Aanvraagnummer:

8064303

Bevoegd gezag: Gemeente Nieuwkoop

Pagina 2 van

8

Burgerlijke gemeente

Nieuwkoop

Kadastrale gemeente

Nieuwkoop

Kadastrale

H

sectie

Kadastraal perceelnummer

1342

Bouwplannaam

-

Bouwnummer

-

Gelden de werkzaamheden

n deze

aanvraag/melding voormeerdere adressen of percelen? Specificatie locatie

Datum aanvraag: 21 december 2023 Aanvraagnummer:

8064303

_ [] Nee Zie notitie.

Bevoegd gezag: Gemeente Nieuwkoop

Pagina 3 van

8

Werk

of werkzaamheden

Binnen welk bestemmingsplan zullen de werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden worden uitgevoerd?

Landelijk Gebied Nieuwkoop (2016).

Welke werken, geen bouwwerken __ Aanleggen: zijnde, of welke werkzaamheden __ Steiger sup/kano zullen worden uitgevoerd? sifon greppel duiker, duiker met dam en dam

verharding wandelpad/beheerpad

Wordtgrondafgevoerd naareen

_

[D] Ja

andere locatie? Geef aan

om

hoeveel

1 Nee m? af te

88812

voeren grond het gaat. Geef het adres van de locatie

Noordse Buurt en nader te bepalen verwerker.

waarnaar de grond wordt afgevoerd. Zijnerobstakels aanwezigdiein

_

[] Ja

de weg staan voor het uitvoeren

Z Nee

van het werk of de werkzaamheid?

Staatinhetbestemmingsplandat

_

een rapport moet worden overlegd

_ [7 Nee

waarin de archeologische waarde is vastgelegd van het terrein dat zal worden

Datum aanvraag: 21 december 2023 Aanvraagnummer:

[

Ja

verstoord?

8064303

Bevoegd gezag:

Gemeente Nieuwkoop

Pagina 4 van 8

Handelen in strijd met regels

(2 Bestemmingsplan

Met welke regels voor ruimtelijke ordening zijn de voorgenomen werkzaamheden in strijd?

I Beheersverordening N Exploitatieplan ID Regels op grond van de provinciale verordening

ID Regels op grond van een AMvB DI Regels van het voorbereidingsbesluit Beschrijf hoe en in welke mate de voorgenomen werkzaamheden in strijd zijn met de regels voor ruimtelijke ordening.

Bij de gronden Agrarisch met waarden worden bij de watergangen ingerichg met natuurvriendelijke oevers

Beschrijf het huidige gebruik van de gronden of het bouwwerk

Huidig gebruik i agrarisch met waarden.

Beschrijf het beoogde gebruik van de gronden of het bouwwerk.

Het beoogde gebruik is natuurlijk gebruik.

Beschrijf de gevolgen van het beoogde gebruik voor de ruimtelijke ordening.

Het realiseren van de natuurvriendelijke oevers brengt voor de ruimtelijke ordening geen benoemenswaardige gevolgen

Is het beoogde gebruik tijdelijk van

D

aard?

(B Nee

mee zich mee.

Hebt u een rapport nodig waarin de archeologische waarde van het terrein dat zal worden

verstoord

in

da

D

Ja

(3

Nee

voldoende mate is vastgelegd? Wordt er afgeweken van het exploitatieplan?

Datum aanvraag: 21 december 2023 Aanvraagnummer:

8064303

Bevoegd gezag:

Gemeente Nieuwkoop

Pagina 5 van 8

Handelen in strijd met regels (2 Bestemmingsplan

Met welke regels voor ruimtelijke ordening zijn de voorgenomen werkzaamheden in strijd?

I Beheersverordening N Exploitatieplan ID Regels op grond van de provinciale verordening

ID Regels op grond van een AMvB DI Regels van het voorbereidingsbesluit Beschrijf hoe en in welke mate de voorgenomen werkzaamheden in strijd zijn met de regels voor ruimtelijke ordening.

Plaggen en aanleg natuurvriendelijke oevers op de percelen met agrarisch met waarden.

Beschrijf het huidige gebruik van de gronden of het bouwwerk

Extensief agrarisch gebruik.

Beschrijf het beoogde gebruik van de gronden of het bouwwerk.

Natuur.

Beschrijf de gevolgen van het beoogde gebruik voor de ruimtelijke ordening.

Er wordt invulling gegeven aan de Natura2000 opgaven

Is het beoogde gebruik tijdelijk van

D

Ja

aard?

(3

Nee

Hebt u een rapport nodig waarin de archeologische waarde van het

M

Ja

D

Nee

terrein dat zal worden

verstoord

in

voldoende mate is vastgelegd? Wordt er afgeweken van het exploitatieplan?

Datum aanvraag: 21 december 2023 Aanvraagnummer:

8064303

Bevoegd gezag:

Gemeente Nieuwkoop

Pagina 6 van 8

O

Bijlagen Formele bijlagen Naam bijlage

Bestandsnaam

Machtiging Provicie Zuid-

Machtiging Provincie

Holland

Zuid-Holland

Type Anders

Datum

Status

ingediend

document

21-12-2023

In

behandeling

Westveen.pdf Inrichting Westveen

BI5747 Inrichting

Gegevens werk of

Westveen

werkzaamheden

DO_def_v2.1.pdf

uitvoeren

21-12-2023

In

behandeling

Situatietekening Werk of werkzaamheden uitvoeren

Gegevens Handelen in strijd met regels uimtelijke ordening AHN4 incl ingemeten vaste waterbodem

Westveen_DO_BL3_AHN4 incl

Situatietekening Werk

ingemeten vaste

uitvoeren

21-12-2023

of werkzaamheden

In

behandeling

waterbodem.pdf Kwaliteit BBK Verspreiden

Westveen_DO_BL-

Gegevens werk of

4_Kwaliteit

werkzaamheden

Bbk

verspreiden.pdf

21-12-2023

In

behandeling

uitvoeren

situatietekening Werk of werkzaamheden uitvoeren

Gegevens Handelen in strijd met regels uimtelijke ordening Anders Westveen

DO

Westveen_DO_BL5a_Baggerkaart Fase 1pdf

BL5a

Baggerkaart fase 1

Situatietekening Werk

21-12-2023

In

behandeling

of werkzaamheden uitvoeren Anders

Westveen

DO

BL5b

Baggerkaart Fase 2 BL6A Baggerhoeveelh-

Westveen_DO_BL5b_Baggerkaart Fase

Situatietekening Werk

2.pdf

uitvoeren

_ Westveen_DO_BL6a_BaggerhoeveeIneden_vD2-.0.pdf

eden

21-12-2023

Situatietekening Werk

In

behandeling

of werkzaamheden

21-12-2023

of werkzaamheden

In

behandeling

uitvoeren

Anders

Boorpunten Lb.v. hoeveelheidsbepaling

BL7a Inrichtingskaart Fase

1

Westveen_DO_BL-

situatietekening Werk

6b_Boorpunten t.b.v hoeveelheidsbepalin-

of werkzaamheden

gpdf

Anders

Westveen_DO_BL7a_Inrichtingskaart

Situatietekening Werk

fase 1.pdf

uitvoeren

21-12-2023

In

behandeling

uitvoeren

21-12-2023

of werkzaamheden

In

behandeling

Anders

BL7b Inrichtingskaartfase 2

Westveen_DO_BL7b_Inrichtingskaart fase 2.pdf

Situatietekening Werk of werkzaamheden

21-12-2023

In

behandeling

uitvoeren

Anders

Datum aanvraag: 21 december 2023 Aanvraagnummer:

8064303

Bevoegd gezag:

Gemeente Nieuwkoop

Pagina 7 van 8

Naam bijlage

Bestandsnaam

BL7e

Westveen_DO_BLTe_Eindbeeld.pdf

Anders

Westveen_DO_BL8_Vergunningenregister_v1-.5.pdf

Anders

isterv 15

Bestuurljk rechtsoordeel

Westveen_Bestuurlijk

Anders

WnB

rechtsoordeel Wb

Status

Type

document Eindbeeld

BL8_Vergunningenreg-

21-12-2023

In

behandeling 21-12-2023

In

behandeling 21-12-2023

In

behandeling

01065930-ODH68-

3792.pdf

Datum aanvraag: 21 december 2023 Aanvraagnummer:

8064303

Bevoegd gezag:

Gemeente Nieuwkoop

Pagina 8 van 8

5

provincie

Begeleidend schrijven

Zuid-Holland

(geanonimise rd) Postadres Provinciehuis

Postbus 90602

2509 LP

Den Haag

T7070-4416611 wwwzuid-holland.nl Datum

7 november 2023 HASKONINGDHV

NEDERLAND

B.V.

(geanonimiseerd)

Ons kenmerk PZH-2023-843548867 DOS-2023-0006419

arxplein

5616 VB

EINDHOVEN

Onderwerp

Uw kenmerk

ilagen

.

Machtiging voor het aanvragen van vergunningen ten behoeve van het project Natuurontwikkeling Westveen en Noordse Buurt.

(geanonimiseerd) Met deze brief machtigen wij HaskoningDHV Nederland B.V. om namens provincie ZuidHolland het aanvragen van de benodigde vergunningen ten behoeve van het project Natuurontwikkeling Westveen en Noordse Buurt. Deze vergunningen dienen te worden aangevraagd op naam van Provincie Zuid-Holland, Postbus 90602, 2509 LP, Den Haag. Tevens geven wij een machtiging om tijdens de looptijd van de aanvraag van deze vergunningen namens ons contact te onderhouden met de vergunningverleners voor een spoedige afhandeling van de vergunningen. Wij verzoeken u in uw correspondentie altijd het DOS-nummer te vermelden dat wij rechts bovenaan in deze brief hebben opgenomen. Bezoekadres

Met vriendelijke groet,

Zuid-Hollandplein 1 2696 AW

Den Haag

‘Tram 9. Vanaf station

Den Haag C$

het ten

minuten lopen.

De

parkeerruimte voor

(geanonimiseerd) _mgremmemanager enweiden Gouwe Wiericke

auto'sis beperkt

(geanonimise rd)

Deze brief is digitaal vastgesteld, hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief.

DO Westveen inrichtingskaart fase 1 Vergunningaanvraag DC

ve vergunningaanvraag heeft betrekking op de inrichting en werkzaamheden binnen deze begrensde zones. Het betreft percelen met een huidige bestemming Agrarisch

met waarden. die

gewijzigd dient te worden in de bestemming Natuur. Voor de inrichting en werkzaamheden buiten deze zones is een separate vergunning(aanvraag) aan de orde.

E voeian Euox =P

Inlaat vanuit Kromeme Mijdrecht

P

MM

bant

tneeroae vaer

n

s

aerrg

Z

Betamden

@

aa

X

Founspassage

Recrstie

bestaand

S

Veiemd

B

Tranmeeteie

oeosde

e erdies

ZZ stonerteveransag o

v

TU erpng Vermebias >

veterd

Hoekdotng behee olvetoring

e

Hofduig

—

bebeer

G

>

Gepttstewatencheisngen

Opzeven

srioue

_i

12

Aongepaste deker n bestaange dn

ergong

@

tbat oterelonden

neowtane

Beheertypen

_e E vater o nargard E v sss B zeeges < o

5

Kusderike e Passoer

î«’Royal

HaskoningDHV Enhancing Society Together

RAPPORT

Inrichting Westveen Definitief Ontwerp Klant:

Programmabureau Veenweiden Gouwe Wiericke

Referentie:

B15747-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

Status:

Definitief/2.2

Datum:

22 april 2024

ì‘\kRoyal

HaskoningDHV HASKONINGDHV

NEDERLAND

B.V.

Larixplein 1 5616

VB

Eindhoven

Mobility & Infrastructure Trade register number: 56515154 +3188

Titel document: Sub titel: Referentie:

22 april 2024

Gecontroleerd

door:

Datum:

W

BI5747-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001 2.2/Definitief

Opgesteld door:

E

royalhaskoningdhv.com

Definitief Ontwerp

Datum:

Auteur(s):

T

Inrichting Westveen

Status:

Projectnaam: Projectnummer:

3484250

info@rhdhv.com

Westveen BI5747

(geanonimiseerd) 22 april 2024

(geanonimiseerd) e d°°"_ Datum:

22 april 2024

tie

Open

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd.

HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.

Voordat publicatie plaatsvindt (of anderzins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens e publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 22 apri 2024

DO WESTVEEN

DEFINITIEF

BIS747-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

ï

ì«\’Royal

Hasko

ningDHV

Inhoud 1

Inleiding

141

Aanleiding, doelen en uitgangspunten

1.2

Het ontwerp- en omgevingsproces

13

Leeswijzer

2

Gebiedsanalyse

21

Landgebruik

2141

212

Ligging Eigendommen en huidig gebruik

21.3

Landschap en cultuurhistorie

2131

Molenbiotoop

214

Huidige natuur

22

Maaiveldhoogte

23

Oppervlakte- en grondwater

11

231

Oppervlaktewatersysteem

12

232

Waterkwaliteit

13

2321

Huidige waterkwaliteit

13

2322

Bemestingsgeschiedenis

14

24

Bodem

16

241

Bodemopbouw

16

242

Archeologie

17

243

Milieu

18

2431

Dempingen

18

2432

Waterbodem

19

2433

Landbodem

19

244

Bodemchemie

23

2441

Waterbodem

23

2442

Landbodem

24

245

Historisch Vooronderzoek Niet Gesprongen Explosieven

25

25

Kabels en leidingen

25

26

Recreatie

27

3

Randvoorwaarden en uitgangspunten

28

31

Beleidskader

28

3.1.1

Europees beleid

28

31.2

Provinciaal

29

32

Gemeentelijk beleid

31

3.21

Structuurvisie Nieuwkoop 2040 Landschapsontwikkelingsplan Rijn- en Veenstreek

31

322

22 apri 2024

DO

N

on»n»n

beleid

WESTVEEN

DEFINITIEF

31

BIS74T-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

ì‘\kRoyal

HaskoningDHV 3.2.3 324

3.3 331

31

Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) _ Bestemmingsplan

31

32

Eisen standplaatsen en leefgebieden

32

_ Natuur(beheer)typen

3.3.1.1

Laagveenbos

32

3.3.1.2

Kruiden- en faunarijk grasland

33

3.3.1.3

Nat schraalland

34

3.3.1.4

Veenmoeras

35

3.3.1.5

Zoete plas

36

332

Soorten

37

3.3.2.1

Purperreiger en grote zilverreiger

37

3.3.2.2

Smient

37

3.3.2.3

Zwarte

33.24

Otter

3.3.2.5

Noordse

woelmuis

39

3.3.2.6

Gestreepte waterroofkever

39

4

Opmaat naar het definitief ontwerp

40

41

Vanuit schetsontwerp

40

42

Het proces en de route naar nieuwe inrichtingsmaatregelen

40

421 42.2 423

ster

38 38

40

_ Omgeving betrokken _ Afweging inrichtingsvarianten watersysteem _ Specifieke studies en onderzoeken

42 44

Toepassing ijzerhydroxide

44

42.3.2

Studies baggerscenario's

45

42.33

Slibmetingen

45

42.34

Nat schraalland: hoogteligging en drooglegging

46

4.2.3.5

Hydrologische berekeningen

47

42.36

Aanvullend

bodemchemisch

onderzoek

42.4

_ Noodzaak plaggen nat schraalland

42.5

_

48 50

Recreatie

54

Beheeraspecten

54

5

Inrichting Westveen

57

51

Definitief ontwerp

57

Inrichting watersysteem

57

5411

Baggeren

57

5.1.1.2

Overige maatregelen watersysteem

59

42.6

5.11

512

_

_

_ Natuur(beheentypen

51.21

22 apri 2024

61

Laagveenbos

DO WESTVEEN

62

DEFINITIEF

BIS74T-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

ì‘\kRoyal

HaskoningDHV 51.2.2

Kruiden- en faunarijk grasland

62

51.2.3

Nat schraalland

62

51.3 514

_ Natuurvriendelijke oevers _ Overige maatregelen

64

51.5

_

Recreatie

65

Procedureel

66

52

5.21 5.2.2

65

66

_ Planologische aanwijzing Westveen _ Overige besluiten, toestemmingen, meldingen

66

5.2.2.1

Peilbesluit

66

5.2.2.2

Overige procedures

67

5.2.2.3

Verkeer provinciale weg N463 (Uitweg)

67

5.3

Vervolgonderzoeken

68

54

SSK-raming

68

6

Uitvoeringsaspecten

69

6.1

Gefaseerde uitvoering

69

6.2

Tijdstip uitvoering

70

6.3

Bereikbaarheid en logistiek

70

6.4

Duurzaamheid

71

6.5

Specifieke aspecten baggeren

71

_ Weilanddepot niet-verspreidbare bagger _ Obstakels/issues baggeren

71

7

Aspecten beheer en onderhoud

73

7.1

SNL-Doelstelling

73

7.2

Bemesting

74

65.1 65.2

7.21

72

_ Specifiek beheer kruiden- en faunarijk grasland

78

7.2.1.1

Ontwikkelingsbeheer

7.2.1.2

Instandhoudingsbeheer

76

722

Specifiek beheer nat schraalland

77

7.2.2.1

Ontwikkelingsbeheer

77

7.2.2.2

Instandhoudingsbeheer

7.2.3

75

_ Specifiek beheer laagveenbos

77 77

7.2.3.1

Ontwikkelingsbeheer

7.2.3.2

Instandhoudingsbeheer

7.24

77

77 77

_ Specifiek beheer veenmoeras (plasoever)

7.2.4.1

Ontwikkelingsbeheer

7.2.4.2

Instandhoudingsbeheer

78

Specifiek beheer zoete plas

78

Ontwikkelingsbeheer

78

7.25

_

7.2.5.1

22 apri 2024

DO WESTVEEN

77

DEFINITIEF

BIS747-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

Y

Royal HaskoningDHV 7.2.5.2 7.26 7.2.7

78

Instandhoudingsbeheer

79

Specifiek beheer verlandingslocaties _ Spedifiek beheer molen(biotoop)

8

79

Risico’s en beheersmaatregelen

81

Bijlagen 1.

Geschiedenis aanleiding en doelen

2.

Beschrijving relevante aspecten schetsontwerp

3. 4. 5.

AHN4 incl. ingemeten vaste waterbodem Kwaliteit bagger Bbk verspreiden Baggerkaart a.

Fasel

b.

Fase2

6.

Hoeveelheden

7.

a. Baggeropgave b. Boorpunten t.b.v. hoeveelheidsbepaling bagger Inrichtingskaart

8.

a.

Fasel

b.

Fase2

c.

Eindbeeld

Vergunningenregister

22 apri 2024

DO WESTVEEN

DEFINITIEF

BIS747-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

ì‘\kRoyal

HaskoningDHV

1

Inleiding

Polder Westveen maakt onderdeel uit van het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck (Aanwijzingsbesluit Ministerie van Economische Zaken, 2013) en is tevens begrensd als onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Voor het grootste deel van Polder Westveen is in opdracht van de stuurgroep Veenweiden Gouwe Wiericke dit Definitief Ontwerp opgesteld, waarin de natuurdoelen voor dit gebied zijn vastgesteld en tevens technisch en ruimtelijk zijn uitgewerkt. Versie 1.0 van dit definitief ontwerp is op 5 juli 2023 vastgesteld door de stuurgroep. In deze versie 2.1 zijn de resultaten van aanvullend bodemchemisch onderzoek, het vervolgexperiment van de waterijzerstudie historisch bureauonderzoek niet gesprongen explosieven en landbodemonderzoek verwerkt. Daarnaast zijn tevens (beperkt) resterende opmerkingen vanuit stakeholders en omgeving verwerkt.

Aanleiding, doelen en uitgangspunten

11

Voor Polder Westveen zijn doelen vastgesteld ten aanzien van de realisatie van Natura 2000-doelen en voltooiing van het NNN. Deze doelen, zoals deze nader zijn beschreven in bijlage 1, zijn de volgende: e

Het leveren van een bijdrage aan de realisatie van drie instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen en De Haeck, waarvan Westveen deel uitmaakt, te weten het behoud van de omvang en de kwaliteit van het Ieefgebied van de purperreiger, grote zilverreiger respectievelijk smient door versterking van hun leefgebied; e _ Het uitvoeren van ontsnipperingsmaatregelen voor het leefgebied van de otter: het aanleggen van (veen)moeras en natuurvriendelijke oevers (NNN): e _ Het ontwikkelen van de natuurtypen kruiden- en faunarijk grasland (inclusief natuurvriendelijke oevers) en behoud van hoog- en laagveenbos (als Natura 2000-doelstelling); e

De ontwikkeling van nat schraalland;

° _ Het geven van een kwaliteitsimpuls aan de natuur door verbetering van de waterkwaliteit; ° _ Ontwikkeling leefgebied gestreepte waterroofkever (water- en oevervegetatie, helder water) en noordse woelmuis (moeras, nat structuurrijk schraalland); e

Versterking leefgebied (foerageergebied) zwarte stern (helder water, vis, grote insecten).

Uitgangspunt en doel zijn dat het gehele gebied wordt ingericht en dat elke eigenaar meewerkt (door verkoop van zijn of haar grond of door particulier natuurbeheer). Tabel 1 Samenvatting van knelpunten in Polder Westveen ten aanzien van de doelen voor natuurontwikkeling Knelpunt

Beperkend voor

Slechte waterkwaliteit (intern en

Kwaiteit Ieefgebied voor

inlaat; bagger)

Hoge concentratie fosfaat n

Toelichting

Hoge gehalten suifaat en fosfaat leiden tot

- Gestreepte waterroofkever

baggeraanwas en algenbloei, waardoor

- Purperreiger - Grote ziverreiger

ontwikkeling watervegetatie en bijbehorende fauna (insecten, amfibieën,

- Otter - Zwarte

vissen) achterwege blijft stem

Ontwikkeling nat schraalland

Overmaat aan nutriënten in de toplaag

Waterkwaliteit, door uitspoeling naar het

leidt tot dominantie zogenaamde eutrafente plantensoorten, waardoor

oppervaktewater

typische hooi- en schraallandsoorten niet

toplaag bodem

kunnen gedijen Amerikaanse

Bestendige vestiging waterplanten en moerasplanten, zoals riet, lisdodde en

rivierkreeft

diverse

soorten

biezen

De kreeften eten (met name wortelende)

waterplanten. A bij een relatief beperkt aantal kreeften kan dt leiden tot nagenoeg vegetatieloze watergangen

22 apri 2024

DO

WESTVEEN

DEFINITIEF

BIS74T-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

1

ì‘\kRoyal

HaskoningDHV Knelpunt

Beperkend voor

Grondwaterstanden in de

Ontwikkeling nat schraalland

percelen te laag

Toelichting Huidige drooglegging is te groot: percelen zijn veelal te droog voor deze natte

graslandtypen Structuurarme vegetatie

Schuilmogelijkheden voor

- Otter verblijft in ruige (natte) vegetatie

- Otter

- Noordse woelmuis schuilt en foerageert n

< Noordse woelmuis

natte ruigten - Zwarte stern jaagt op grote insecten die

Prooienbeschikbaarheid voor ? Zwarte

leven in natte bloemrijke ruigten

stem

- Purperreiger, grote zilverreiger

Ontbrekende verbinding schraallanden Nieuwkoopse

Ontwikkeling en duurzaam behoud natte _

|_ schraallanden n de regio

Plassen - Bovenlanden

Planten- en diersoorten van natte schraallanden kunnen geen grote

afstanden overbruggen, waardoor (genetische) uitwisseling achterwege blijft

Op 15 september 2020 is het eindrapport Definitief Schetsontwerp Polder Westveen gereedgekomen

(Van den Broek et al., 2020)'. Dit schetsontwerp heeft de stuurgroep Veenweiden Gouwe Wiericke vastgesteld op 7 oktober 2020. In het schetsontwerp zijn de voorgaande opgaven eerder uitgewerkt.

1.2

Het ontwerp- en omgevingsproces

Dit definitief ontwerp is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de adviesgroep Westveen bestaande i een vertegenwoordiging van perceeleigenaren en direct aanwonenden en daarnaast de Projectgroep Westveen bestaande uit vertegenwoordigers vanuit provincie Zuid-Holland, gemeente Nieuwkoop, Natuurmonumenten en Waterschap Amstel Gooi en Vecht. n de periode juni 2022 tot en met de afronding van dit definitief ontwerp heeft afstemming met de omgeving, adviesgroep Westveen en Projectgroep Westveen plaatsgevonden. Tijdens de eerste periode van afstemming bleek al snel dat ten onrechte was verondersteld dat met de omgeving/adviesgroep Westveen overeenstemming was bereikt over de wijze van inrichting van Westveen zoals opgenomen in het definitief schetsontwerp. In paragraaf 4.2.1 wordt hierop nader ingegaan.

1.3

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de analyse van het plangebied van onder andere het landgebruik (0.a. eigendommen, landschap en cultuurhistorie en huidige natuur), hoogteligging, de aspecten bodem en water in de breedste zin van het woord, recreatie en huidig beheer. In hoofdstuk 3 worden de randvoorwaarden en uitgangspunten voor de inrichting beschreven. Hoofdstuk 4 betreft de opmaat naar het definitief ontwerp en in hoofdstuk 5 worden concreet de inrichtingsmaatregelen beschreven. In ditzelfde hoofdstuk wordt ook ingegaan op vergunningen en procedures, resterende conditionerende werkzaamheden en kosten. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op relevante uitvoeringsaspecten, in hoofdstuk 7 op beheer- en onderhoudsaspecten en in hoofdstuk 8 op risico's en beheersmaatregelen. In dt rapport wordt een aantal uitgevoerde studies en onderzoeken benoemd. Vanwege de omvang van de rapporten

hiervan zijn deze niet opgenomen als bijlagen bij dit rapport. De betreffende rapporten? kunnen worden geraadpleegd op de website van het programma Veenweiden Gouwe Wiericke

’ Definitiet Schetsontwerp Polder Westveen. Royal HaskoningDHV, rapportnummer BG4871/WATRP2009151430. Provincie

In opdracht van

Zuid-Holland.

? Het betreft in ieder geval de volgende documenten:

Inmeting Volumebepaling, ATKB 2022; Verkennend- en nader

waterbodemonderzoek, Sweco 2019/2020 (geactualiseerd 2022; Verkennend (water)bodemonderzoek, ATKB 2022; Waterijzeradditie aan bagger, RHDHV 2021; Effecten waterijzeradditie, RHDHV 2022; Studies baggerscenario's RHDHV 2021 en 2022 (zonder kostenramingen): Aanvullend bodemchemisch onderzoek Westveen,

RHDHV 2023

22 apri 2024

BIS747-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

DO WESTVEEN DEFINITIEF

2

î«\’Royal

HaskoningDHV (https://veenweidengouwewiericke.nl/projecten/westveen). De bijlagen die wel zijn opgenomen in dit rapport zijn direct relevant in samenhang met dit rapport.

22 apri 2024

DO WESTVEEN DEFINITIEF

BIS747-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

3

î« Royal HaskoningDHV 2

Gebiedsanalyse

21

Landgebruik

21.1

Ligging

Polder Westveen ligt in de gemeente Nieuwkoop, tussen de Nieuwkoopse Plassen, de Noordse Buurt, de Kromme Mijdrecht en de kern Woerdense Verlaat. Het gebied heeft een oppervlakte van ca. 87 hectare.

Ja

E a

Figuur 2-1 Ligging plangebied Polder Westveen® ? Feitelijke plangrens zoals aangegeven in bovenstaande Figuur en ook verderop in dit rapport is exclusief woonkavels, maar inclusiefde daar gelegen watergangen.

De exacte begrenzing van het plangebied wordt bepaald in het kader van het

PIP/Projectbesluit

22 apri 2024

DO WESTVEEN DEFINITIEF

BIS747-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

4

ì‘%Royal

HaskoningDHV 2.1.2

Eigendommen

en huidig gebruik

Een aanzienlijk deel van het gebied is in eigendom van Natuurmonumenten.

De overige percelen zijn in

eigendom van particulieren, agrarisch bedrijfen een recreatiebedrijf (Figuur 2-2). Het landgebruik is voornamelijk agrarisch en natuur. Buiten de woonkavels bestaan de meeste particuliere percelen uit

grasland, waarop op extensieve wijze hobbymatig graasdieren worden gehouden. Op enkele particuliere percelen bevindt zich (tevens) hoog- en laagveenbos. In het noorden van de polder, buiten het plangebied, bevinden zich twee recreatieparken, Madeira en De Visotter.

Aan de noordzijde ingeklemd tussen recreatiepark ‘De Visotter’ en de eigendommen van Natuurmonumenten

is als natuur ingericht particulier eigendom van 18 ha aanwezig.

Aan de zuidzijde van de polder is de kern Woerdense Verlaat en aan de westzijde bevindt zich lintbebouwing langs de Uitweg. Ruim een kwart van het gebied bestaat uit open water.

22 apri 2024

DO WESTVEEN DEFINITIEF

BIS747-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

s

ì‘\kRoyal

HaskoningDHV

2.1.3

Landschap en cultuurhistorie

Polder Westveen is een veenweidepolder en maakt onderdeel uit van de veenweidegebieden

in het

Hollands Plassengebied/Groene Hart. Internationaal staan deze veenweidepolders bekend als unieke en karakteristieke Nederlandse landschappen. Het veenweidelandschap van Westveen is in de laatste eeuwen nauwelijks veranderd. Een echt historisch landschap. Westveen heeft een slagenlandschap, dat dooraderd is met sloten, die hier en daar plasjes vormen, en met bospercelen, die werken als coulissen. Daardoor heeft het gebied grotendeels een kleinschalig en tamelijk besloten karakter. De ontginningsstructuur van polder Westveen is nog goed te herkennen. Duidelijk zichtbaar vanaf de kade langs de Kromme Mijdrecht is de knik in de verkaveling. De rivier de Kromme

Mijdrecht, de polderkade, de strokenverkaveling en de Westveense

Molen zijn kenmerkende

elementen van dit veenweidelandschap. Een mogelijkheid om het gebied te ontdekken is via het Pietersenpad tussen de Uitweg en de kade van de Kromme

Mijdrecht (zie aanduiding van dit pad in

Figuur 2-3).

2.1.3.1

Molenbiotoop

De Westveense Molen is een poldermolen uit 1676. De molen is destijds gebouwd ten behoeve van de bemaling van de polder Westveen. Nu heeft de molen waterstaatkundig nog maar een zeer beperkte functie; in overleg met het waterschap wordt bij een neerslagoverschot in de polder de molen ingezet om een bijdrage te leveren aan het wegpompen van het overschot aan water naar de Kromme Mijdrecht. De molen vormt een eenheid met de polder en is vanwege het open karakter van het zuidelijk deel van de polder vanuit de kemn Woerdense Verlaat goed waarneembaar. De vrijwaringszone binnen 100 meter (rood) en 400 meter (oranje) afstand van de Westveense Molen, zoals vastgelegd in het huidige bestemmingsplan, beslaat een groot deel van de polder (Figuur 2-3): e _ binnen een straal van 100 meter, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, mag geen nieuwe bebouwing worden opgericht of beplanting aanwezig zijn, hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek;

e _ binnen een straal van 100 tot 400 meter, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, mag geen nieuwe bebouwing worden opgericht of beplanting aanwezig zijn, hoger dan 1/100 van de afstand tussen het bouwwerk of de beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend vanaf de onderste punt van de verticaal staande wiek. Er is een hoogteverschil van ongeveer 2 m tussen het laagste punt van de molenwieken en het maaiveld op het naastliggende perceel. Binnen 100 meter afstand van de molen mag een eventuele opgaande vegetatie (zoals een ruigte-oever) dus maximaal 2 m hoog zijn.

22 apri 2024

DO WESTVEEN DEFINITIEF

BIS747-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

6

îì’Royal

HaskoningDHV

x

Westveense Molen contour

100m

contour 400m

Figuur 2-3 De Westveense Molen met vrijwaringszones rondom de molen

22 apri 2024

DO WESTVEEN

DEFINITIEF

BIS747-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

ìì’Royal

HaskoningDHV 2.1.4

Huidige natuur

Vegetatiekwaliteit

Uit informatie van Natuurmonumenten blijkt dat de percelen waar hooilandbeheerop de percelen van Natuurmonumenten wordt toegepast tamelijk kruidenrijk zijn. De vegetatie bestaat voornamelijk uit algemene grassen zoals gestreepte witbol. Tussen de grassen n groeien algemenere kruidachtige als

gewone smeerwortel, rode klaver, hondsdráf, fluitenkruid, pinksterbloem en kale jonker. Waterkruiskruid, echte koekoeksbloem en zwarte zegge zijn meetsoorten van kruiden- en faunarijk grasland die voorkomen in percelen van Natuurmonumenten. Daarnaast komen nog enkele andere SNL meetsoorten voor op de percelen van Natuurmonumenten. Op de percelen waar wordt beweid gaat de ontwikkeling meer richting ruigte. Een globale inventarisatie van de kwaliteit van de graslanden die in particulier

eigendom zijn, begin juni 2023, geeft een beeld dat deze op dit moment niet kwalificeren als N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Er staan weliswaar algemene kruiden zoals rode klaver en scherpe boterbloem, maar geen kwalificerende soorten. De bedekking van kruiden (hier tellen alle kruiden mee) benadert hier en daar het kwalificerende oppervlak, maar voldoet hier nog niet aan. Van watervegetatie is, als gevolg van sterke baggervorming, op de meeste plekken n Westveen niet of nauwelijks sprake. Een deel van deze percelen is in agrarisch gebruik. Vegetatiestructuur De graslandpercelen zijn overwegend structuurarm en hebben over het algemeen een scherpe overgang

naar water of bosschage (zie Figuur 2-5); geleidelijke overgangen in de vorm van struweel of

mantelzoom-achtige vegetaties, waaronder helofyten. Met name op de percelen die in eigendom en beheer zijn van Natuurmonumenten zijn de oevers doorgaans reeds goed ontwikkeld.

Figuur 2-4 Goed ontwikkelde oever in Westveen op een perceel van Natuurmonumenten

* Helofyten: moerasplanten die n de waterbodem wortelen, maar met de stengel en bladeren boven het water uitsteken, zoals riet, isdodde

en diverse

22 apri 2024

soorten biezen

DO WESTVEEN DEFINITIEF

BIS747-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

8

ì‘ Royal HaskoningDHV

Figuur 2-5 Nauwelijks ontwikkelde oever in Westveen

Een goed voorbeeld van een niet ontwikkelde oever (oeverstrook die niet ‘met rust s gelaten' en regulier gemaaid tot aan de waterkant) is het voormalig perceel aan de noordwestzijde in het projectgebied (zie Figuur 2-5) dat vrij recent is overgenomen door Natuurmonumenten van een particulier. Het i aannemelijk dat met de wijze waarop Natuurmonumenten

het beheer uitvoert in Westveen, deze oever

binnen een aantal jaren wel goed ontwikkeld zal zijn. Fauna

Over het algemeen is de betekenis van Westveen voor fauna in de huidige situatie beperkt, deels

vanwege de slechte waterkwaliteit. Hierdoor zijn er geen of nauwelijks macrofauna5 en vis, en daarmee ook nauwelijks mogelijkheden voor foeragerende vogels als reigersoorten, zwarte stern en andere watervogels. De noordse woelmuis is éénmaal waargenomen n een perceel aan de oostkant van de polder (Bron: Natuurmonumenten).

Het is niet goed bekend in hoeverre vogels gebruik maken van de

graslandpercelen en de kleine bossen, wel wordt het gebied gebruikt door purperreigers die hier vanuit

het moeras- en plassengebied komen foerageren. De Amerikaanse rivierkreeft komt ook voor n de polder; deze soort kan grote schade toebrengen aan watervegetatie en de waterkwaliteit sterk negatief beïnvloeden.

* Macrofauna: in het water levende kleine dieren, zoals slakken, libellen- en muggenlarven en kokerjuffers

22 apri 2024

DO WESTVEEN DEFINITIEF

BIS747-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

9

îì’Royal

HaskoningDHV 22

Maaiveldhoogte

De maaiveldhoogte in Polder Westveen varieert globaal tussen NAP -1,00 m en NAP -1,80 m. In Figuur 2:6 zijn de maaiveldhoogtes weergegeven zoals die blijken uit het Actueel Hoogtebestand Nederland versie 4 (AHN4). Daarnaast zijn ter informatie de hoogtes van de vaste waterbodem opgenomen zoals die zijn bepaald middels recente slibmetingen (ATKB, 2022, zie ook paragraaf 4.2.3.3). De Figuur is eveneens als kaart opgenomen in een bijlage bij dit rapport. Tijdens de slibmetingen van ATKB is ook op een aantal representatieve locaties de hoogte van het maaiveld naast de watergang ingemeten. Gebleken is dat de daadwerkelijke maaiveldhoogte gemiddeld ca. 7 cm lager ligt dan de AHN4 aangeeft. Westven plngiens i M

2022

I. ngemeten aste wottbodem 5335 35-30

22 apri 2024

DO WESTVEEN DEFINITIEF

BIS74T-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

10

îí’Royal

HaskoningDHV

23

Oppervlakte- en grondwater

Figuur 2-7 Leggerinformatie watersysteem Westveen met daarop in blauw de hoofdwatergangen (Bron: Waternet)

22 apri 2024

DO WESTVEEN DEFINITIEF

BIS747-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

1

ì‘\kRoyal

HaskoningDHV 2.3.1

Oppervlaktewatersysteem

Waterhuishoudkundige inrichting Polder Westveen ligt binnen het beheergebied van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht en watert af op de

droogmakerij Noordse Buurt. De gehele polder (inclusief de woonkern Woerdense Verlaat) is één peilgebied. Het huidig peilregime in de polder Westveen is NAP -1,85 m (ZP) / NAP -1,90 m (WP). De drooglegging varieert tussen de 10 en 80 cm. De gemiddelde drooglegging (het verschil tussen het maaiveldniveau en het waterpeil) is 37 cm en daarmee relatief gering. Water wordt ingelaten vanuit de Kromme

Mijdrecht en is enerzijds bestemd voor peilhandhaving in

Westveen en anderzijds voor de doorvoer naar de Noordse Buurt voor peilhandhaving aldaar. De inlaat bevindt zich aan de noordoostpunt van de polder. De stuw voor de doorvoer van water naar Noordse Buurt en afvoer van overtollig water vanuit Westveen bevindt zich aan de noordzijde onder de Varkenskade richting de Noordse Buurt.

Daarnaast zijn er langs de oostrand nog twee kleine particuliere inlaatpunten, van waaruit (permanent) water vanuit de Kromme Mijdrecht instroomt. Deze punten voeden een hoogwatervoorziening om zo lokaal een vast peil te kunnen handhaven ten behoeve van de bebouwing (zie ook paragraaf 5.1.1.2 en bijlage 2).

Momenteel bedraagt de hoeveelheid water die ingelaten wordt ca. 80.000 m? op jaarbasis. Daarnaast wordt de laterale dijkse kwel langs de Kromme Mijdrecht ingeschat op 300 m? per dag; overeenkomend met ongeveer 100.000 m? per jaar. De hoofdwatergangen (A-watergangen, zie Figuur 27) vallen onder de verantwoordelijkheid van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Hier vindt het onderhoud (waaronder het baggeren) plaats door dit waterschap. De overige watergangen vallen

onder de verantwoordelijkheid van de aangrenzende

eigenaren, dus ook wat betreft het baggeren (gerelateerd aan het waarborgen van doorstroming en berging). De hoofdwatergangen zijn in de winter van 2015/2016 voor het laatst gebaggerd. Volgens informatie van gemeente Nieuwkoop zijn er geen overstorten in de polder aanwezig. In de kern Woerdense Verlaat is een vrijverval-riool aanwezig. Het afvalwater wordt getransporteerd

naar de

waterzuivering en het hemelwater gaat naar het oppervlaktewater. Er zijn hier geen overstorten in het vuilwaterstelsel. Langs de Uitweg en de Westveensekade zijn de aanwezige woningen en bedrijven

(inclusief de camping) aangesloten op een drukrioolstelsel door middel van pompputten (minigemalen).

22 apri 2024

DO WESTVEEN DEFINITIEF

BIS747-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

12

ì‘\kRoyal

HaskoningDHV 2.3.2

Waterkwaliteit

Het inlaatwater vanuit de Kromme

Mijdrecht naar polder Westveen voert sulfaat (zwavelverbinding) aan,

dat in het zomerseizoen kan leiden tot een verhoogde anaerobe (zuurstofloze) afbraak van organisch materiaal in de watergangen. Daarnaast stimuleert in de huidige situatie nitraat (een stikstofverbinding die een onderdeel vormt van mest in het natte en zuurstofloze deel van de veenbodem van de percelen de afbraak van organisch materiaal. Hierdoor vindt verweking van bodem en oevers plaats, waardoor bodem uitspoelt naar het oppervlaktewater. Door beide mechanismen wordt de baggeraanwas in de sloten versneld.

De meeste watergangen hebben dan ook veel bagger, dit blijkt uit waarnemingen

in het veld die bevestigd

worden door de uitgevoerde slibdiktemetingen van ATKB (zie paragraaf 4.2.3.3). Deze aanwas heeft direct een negatief effect op de waterkwaliteit omdat uit de bagger nutriënten (voedingsstoffen voor planten, zoals stikstofverbindingen en fostor) vrijkomen. Bovendien verkleint het de waterkolom (de diepte van het water van de waterspiegel tot de bodem — bovenkant slib) waardoor het water te ondiep wordt voor waterplanten en het water makkelijker opwarmt waardoor dit zuurstofloos wordt en het waterleven verdwijnt. De waterkwaliteit wordt met name in het zuidelijk deel van de polder ook sterk beïnvloed door uit- en afspoeling van fosfaat (fosforverbinding) uit de percelen, als gevolg van bemesting. Dit bemestingseffect zien we terug in het uitlaatwater. Dit betekent dat het waarschijnlijk is dat in een groot deel van polder Westveen sterk beïnvloed wordt door de slechte waterkwaliteit in het zuidelijk deel. Daarnaast werd geconstateerd dat met de verplaatsing van de inlaat naar het noordoosten de kwaliteit van het inlaatwater is verbeterd. Modelberekeningen met het voorziene, gewijzigde toevoersysteem naar de Kromme

2.3.2.1

Mijdrecht laten een verdere verbetering zien van de kwaliteit van het inlaatwater.

Huidige waterkwaliteit

In 2019 is op een flink aantal locaties het oppervlaktewater bemonsterd (Royal HaskoningDHV, 2019). Dit met als doel een beeld te krijgen van de huidige kwaliteit en de ruimtelijke variatie hierin. Op basis van de abiotische randvoorwaarden voor het natuurtype zoete plas passen de zuurgraad (pH) stikstof- en chlorideconcentraties bij een hoge kwaliteit. De fosforconcentraties geven een matige tot slechte kwaliteit aan. Ook is de zuurbuffercapaciteit (alkaliniteit) van het water te hoog evenals de sulfaatconcentratie. Onder de huidige omstandigheden met een dikke sliblaag in de watergangen, zal ook het doorzicht op veel locaties in polder Westveen ongunstig zijn voor de ontwikkeling van een waterplantenvegetatie. In augustus 2019 is tevens een uitgebreide veldstudie (kartering) uitgevoerd met als doe! om inzicht te

krijgen of gebiedskenmerken zoals interne eutrofiëring®, sloten waarlangs veel bladval plaatsvindt, dode watereinden, sloten langs percelen die tot voor kort nog werden bemest of die nog steeds worden bemest, de waterkwaliteit negatief beïnvloeden. Uit deze kartering bleek geen relatie tussen de waterkwaliteit en gebiedskenmerken. In de zomer van 2019 bleken de orthofosfaat- en ammoniumconcentraties in het oppervlaktewater relatief

laag door opname door algen (of waterplanten), maar waren de totale fosforconcentraties zeer hoog. In het najaar van 2019 waren de totale fosforconcentraties minder hoog. Uit de vergelijking van de waterkwaliteit n het najaar (oktober 2019), lijkt er in de zomer sprake te zijn van sulfaatreductie en

fosfaatmobilisatie (vrijkomen van fosfaat). Hierdoor is de beschikbaarheid van ijzer in het poriewater” relatief laag en de verhouding tussen ijzer en fosfor ongunstig. © Eutrofiëring: vermesting van het water door een teveel aan voedingsstoffen 7 Poriewater: water da wordt vastgehouden in de poriën tussen de vaste deelljes van de grond

22 apri 2024

DO WESTVEEN DEFINITIEF

BIS74T-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

13

ì«\‚Royal

HaskoningDHV Hierdoor kunnen de bodems jaarrond fosfaat naleveren naar de waterlaag. Vanwege de doorgaans lagere zuurstofconcentratie in de waterlaag, als gevolg van zuurstofconsumptie door het sediment (bezinksel op de waterbodem), zal de nalevering n de zomer het hoogste zijn. De verschillen tussen sloten kunnen hierbij heel groot zijn, zelfs als ze dicht bij elkaar liggen. De huidige waterkwaliteit in het oppervlaktewater is daarom slecht, hetgeen voor het overgrote deel wordt veroorzaakt door de nalevering van fosfaat vanuit de onderwaterbodem. Westveen is als KRW Waterlichaam (onderdeel van Groot Wilnis-Vinkeveen Zuid met code NL11_2 12) beschreven in de Factsheet KRW behorende bij Stroomgebiedbeheerplannen 2022-2027, v6 van 20 september 2023, te beschouwen als een tussentijdse versie ten behoeve van het opstellen van een stroomgebiedbeheerplan na 2027 en de daaraan gerelateerde waterplannen. httos://waterkwaliteitsportaal.overheidsbestanden.nl/factsheets/Factsheets%202023/Oppervlaktewater/fa

ctsheet OW 11 Waterschap Amstel Gooi en Vecht 2023-09-20.pdf). Maatregelen in het kader van verbetering van de waterkwaliteit in Westveen zijn door Waternet in deze factsheet opgenomen.

2.3.2.2

Bemestingsgeschiedenis

Vanuit de adviesgroep Westveen was tijdens de fase van de totstandkoming van het schetsontwerp de vraag gesteld of percelen die tot voor kort bemest werden direct aan het natuurwater-compartiment konden worden toegevoegd of dat het nodig was, vanwege uit- en afspoeling van nutriënten naar het oppervlaktewater, deze hier beter (tijdelijk) buiten te houden. De vraag die daarmee samenhangt is hoelang het duurt voordat een (intensief) bemest grasland geen nutriënten meer nalevert als gevolg van uit- en/of afspoeling. Inzicht hierin helpt te bepalen hoelang landbouwpercelen ontkoppeld moeten blijven van een eventueel natuurwater-compartiment. Om het nodige inzicht te verkrijgen in voorgaande vragen is in de fase van het schetsontwerp op een tiental percelen in Westveen, met een verschillende bemestingsgeschiedenis (aard en hoeveelheid bemesting en moment waarop gestopt is met bemesten), onderzoek gedaan naar de kwaliteit van het bodemporiewater en de waterkwaliteit in de aanliggende watergangen. Uit dit onderzoek (Possen en Van den Broek, 2019, bijlage 1 van het definitief Schetsontwerp) volgt dat er in Westveen een positief verband ljkt te zijn tussen de totaalfosfaatconcentratie in het bodemporie- c.q. grondwater en de fosfaatconcentratie in het aanliggend oppervlaktewater.

En tevens dat de concentratie totaalfosfaat het hoogst is in het grondwater van (tot recent) bemeste percelen. Daarmee is het aannemelijk dat de belasting van het oppervlaktewater met fosfaat via het grondwater het hoogst is vanuit (tot recent) bemeste percelen. De concentraties fosfaat en sulfaat in het oppervlaktewater zijn echter door het hele gebied dermate hoog dat er geen ruimtelijk patroon waar te nemen is van watergangen met hoge dan wel met lage concentraties. Dit wijst er op dat interne processen sterk bepalend zijn voor de waterkwaliteit. Die waterkwaliteit is door het gebied heen dus niet of nauwelijks differentiërend (overal even slecht) waardoor er geen reden is om bepaalde watergangen buiten het watersysteem te houden. Ingezet moet worden op verbetering van de waterkwaliteit door het wegnemen van interne oorzaken (bemesting, uitspoeling fosfaat en sulfaat, interne eutrofiëring, baggervorming).

22 apri 2024

DO WESTVEEN DEFINITIEF

BIS74T-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

14

5 Royal HaskoningDHV

Figuur 2-8 Locaties agrarische bemesting (rood omkaderd)

Zolang er bemest wordt heeft deze bemesting echter wel degelijk een negatieve invloed op de waterkwaliteit in het gebied. Op een deel van de percelen in Westveen die particulier eigendom zijn wordt thans nog bemest (rood omlijnd in Figuur 2-8). De agrarische ondernemer (biologische melkveehouderij) heeft aangegeven sinds mei 2023 niet meer te hebben bemest op zijn percelen. De overige percelen worden sinds langere of kortere tijd niet meer bemest. Deze informatie is afkomstig van veldwaarnemingen en vanuit keukentafelgesprekken.

22 apri 2024

DO WESTVEEN DEFINITIEF

BIS747-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

18

Royal HaskoningDHV 24

Bodem

241

Bodemopbouw

De bodem in Polder Westveen betreft volgens de Bodemkaart 1:50000 een zogenaamde koopveengrond; een eutroof (rijk aan voedingsstoffen) veentype met een kleidek van minder dan 50 cm dik (Zie Figuur 2-9). Het venige materiaal is over het algemeen veraard (afgebroken door ontwatering). Uit het bodemchemisch onderzoek dat is verricht in de percelen van het plangebied (B-WARE, 2016), blijkt dat de toplaag veelal een venige kleilaag of een kleiige veenlaag betreft, lokaal zandig, van 20-30 om dikte. Het betreft voornamelijk klei-afzettingen van de (voorheen onbekade en dus vrij stromende) Kromme Mijdrecht, plaatselijk met opgebracht materiaal, blijkens aanwezigheid van puinresten en oude pijpenkopjes (observatie RHDHV). Door landbouwkundig gebruik en oxidatie van het veen zijn in de toplaag de fosfaatconcentraties relatief hoog.

Figuur 2-9 Bodemkaart® (geel omkaderd plangebied Westveen)

° nttp://maps.bodemdata.nl/bodemdatanlindex.jsp

22 apri 2024

DO WESTVEEN DEFINITIEF

BIS747-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

18

ì«\’Royal

HaskoningDHV 24.2

Archeologie

In het plangebied zijn geulafzettingen (waarschijnlijk een oude loop van de Kromme

Mijdrecht) aanwezig

met redelijke tot grote kans op archeologische sporen (Figuur 2-10). De laag waarin deze sporen mogelijk aanwezig zijn ligt tenminste 3 meter diep onder maaiveld, dus het is niet te verwachten dat plagwerkzaamheden of oeververgravingen deze laag zullen raken. In de overige delen van het plangebied is de trefkans op archeologische waarden volgens de provinciale bron laag. Het provinciaal-, Riijks- en Europees beleid is gericht op bescherming van het archeologisch erfgoed. Behoud in situ is het uitgangspunt van provincie.

Gansn

sikkendam

a

nse Verlaat

NWI

Figuur 2-10 Zones met redelijke tot hoge trefkans op archeologische sporen

(3 meter onder maaiveld).

Bron: Provincie Zuid-Holland®

In het bestemmingsplan van de gemeente Nieuwkoop is het grootste deel van het projectgebied van Westveen geduid als Waarde archeologie 3. De zone die in Figuur 2-10 is aangegeven als een zone met een redelijk tot hoge trefkans is geduid als Waarde categorie 1. De oppervlakte aan werkzaamheden binnen het gebied met de Waarde archeologie 3 beslaat ca. 2.000 m2, met een diepte van maximaal 1,5 m: verder zijn er geen ontgravingen dieper dan 50 cm aan de orde. Archeologisch onderzoek is in dit gebied niet noodzakelijk omdat de totale oppervlakte ruim beneden de 10.000 m2 blijft. Binnen het gebied met de aanduiding Waarde archeologie 1 vinden geen werkzaamheden plaats dieper dan 50 cm. Archeologisch onderzoek is in dit gebied niet noodzakelijk.

? pzh.b3p.nlwiewer/app/Cultuur_historische_atlas

22 apri 2024

DO WESTVEEN DEFINITIEF

BIS74T-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

17

î« Royal HaskoningDHV 243

ieu

2.4.3.1

Dempingen

Er is een aantal sloten in de Polder Westveen gedempt, blijkens informatie van Provincie Zuid-Holland (Zie Figuur 2-11). Het gaat om slootdempingen tussen 1955 en 1992 die mogelijk een ernstige verontreiniging (milieuhygiënisch) bevatten, maar destijds niet urgent zijn bestempeld. De bredere lijn in de figuur direct ten noorden van de dwarsweg van de Uitweg betreft een natuurlijke verlanding, dus geen demping van materiaal.

Figuur 2-11 Slootdempingen in Westveen. Bron: Provincie Zuid-Holland's.

° https:/atlas. zuid-holland.nl/GeoWebS4/index.html?viewer=Bodematlas

22 apri 2024

DO WESTVEEN DEFINITIEF

BIS747-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

18

ì«\‚Royal

HaskoningDHV 2.4.3.2

Waterbodem

In 2019/2020 heeft Sweco verkennend- en nader waterbodemonderzoek uitgevoerd ten behoeve van het baggerplan dat voor polder Westveen was opgesteld. In 2022 heeft Sweco de conclusies uit dit onderzoek geactualiseerd naar aanleiding van gewijzigd bodembeleid. Navolgend de conclusies uit deze actualisatie: Uit de resultaten van het waterbodemonderzoek blijkt dat het slib in een groot aantal vakken niet verspreidbaar is op aangrenzend perceel. Door de hertoetsing in 2022 (aan de strengere normen van lokaal beleid) is geconstateerd dat van twee bemonsteringsvakken het resultaat van de toetsing is gewijzigd van verspreidbaar naar niet-verspreidbaar. In één vak (AM, zie navolgend) is deze wijziging aan de orde binnen de voorzien baggerzone. Het slib kan wel voor het grootste de (elders) worden hergebruikt (zowel op de landbodem als in oppervlaktewater). In een tweetal vakken bevindt zich niet-toepasbare baggerspecie (> interventiewaarde). Als bijlage 4 bij dit rapport is een kaart opgenomen waarin de verspreidingsmogelijkheden van de bagger zijn opgenomen in relatie tot het Besluit bodemkwaliteit. De kaart is afkomstig uit het baggerplan van Tijhuis: de wijziging m.b.t. vak AM is geduid op deze kaart.

2.4.3.3

Landbodem

Verkennend

bodemonderzoek

ATKB heeft in 2022 verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek zijn onderzocht het grootste deel van de voorziene te plaggen percelen, te realiseren natuurvriendelijke oevers, enkele aan te passen bestaande dammen, en de te verwijderen verlanding (waterbodem).

In het rapport van ATKB zijn

hierover de volgende conclusies getrokken: e

De bodem

in het onderzoeksgebied bestaat doorgaans uit een toplaag van klei (maximaal 0,5 m)

gevolgd door veen tot de maximale boordiepte van 2,0 m beneden maaiveld. De stijghoogte van het grondwater is vastgesteld op gemiddeld 0,3 m beneden maaiveld. In de bodem is met enige regelmaat bijmenging met voornamelijk dakpan- en baksteenresten aangetroffen. De dammen zijn opgebouwd uit een mengsel van grond en puin, in de meeste gevallen meer dan 50% puin. Bij enkele dammen is asbesthoudend plaatmateriaal aangetoond in het opgegraven materiaal. De aangetroffen bodemvreemde bestanddelen zijn niet echt kenmerkend voor een toemaakdekgebied (weinig kolengruis, aardewerk en dergelijk stedelijk afval). Op het maaiveld en in het opgeboorde materiaal van de te plaggen arealen en oevers is geen asbestverdacht materiaal waargenomen.

De locatie is op

basis van historische gegevens niet verdacht voor het voorkomen van asbest. Er is daarom geen directe aanleiding voor aanvullend onderzoek naar asbest op deze deellocaties.

e _ In zowel puinhoudende als zintuiglijk schone boven- en ondergrond zijn lichte en matige verontreinigingen vastgesteld met zware metalen, en soms ook lichte verontreiniging met PAK, minerale olie en/of PCB. Bij het uitsplitsen van matig en sterk verontreinigde mengmonsters is bij 9 grondmonsters sterke verontreiniging met lood, nikkel, koper en/of zink vastgesteld. Van deellocatie A2 is dat het geval in vrijwel alle geanalyseerde grondmonsters. Ook bij deelgebied N11 is dat het geval. In andere deelgebieden waar een sterke verontreiniging met zware metalen in de grond is vastgesteld, gaat het om een enkele boring waar in de rest van het gebied lichte en/of matige verontreiniging is aangetoond. Dit wordt gezien als gebiedseigen heterogeniteit, vermoedelijk in relatie tot de aangetoonde puinbijmenging; e _ In de grond is ter plaatse van deelgebied A2 (voorzien te plaggen perceel) vermoedelijk sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met lood n de toplaag 0,0-0,3 m beneden

22 apri 2024

DO WESTVEEN DEFINITIEF

BIS74T-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

19

ì«\‚Royal

HaskoningDHV maaiveldniveau. Het volume van de verontreinigde toplaag bedraagt maximaal ruim 3.200 m? (bij een oppervlak van 1,7 hectare en een toplaag van 0,3 m). Ook bij een geplande natuurvriendelijke oever (N11) is mogelijk sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met lood (meer dan 25 m: sterk verontreinigde grond). In beide gevallen is niet in horizontale zin verder onderzocht of er sprake is van een gebied van aaneengesloten verontreiniging. De verwachting van de aanwezigheid van een geval van ernstige bodemverontreiniging is gebaseerd op een relatief beperkt aantal waarnemingen. Vervolgonderzoek om de aanwezigheid en omvang van deze verontreiniging aan te tonen is aanbevolen:

Het grondwater is licht verontreinigd met barium en lokaal sterk verontreinigd met nikkel (1 peilbuis; dit kon niet worden geverifieerd middels herbemonstering, omdat de peilbuis was verwijderd). De verontreiniging met barium is vermoedelijk een verhoogde achtergrondconcentratie; In enkele dammen is asbest aangetoond boven de bepalingsgrens. Het gewogen gehalte ligt echter in alle gevallen ruim onder de hefft van de interventiewaarde. Er is daarom geen noodzaak tot nader onderzoek; De waterbodem van de verlande watergang is beoordeeld als klasse B/Industrie en is daarmee vergelijkbaar met de waterbodemkwaliteit van aangrenzende watergangen (onderzoek Sweco 2022).

22 apri 2024

DO WESTVEEN DEFINITIEF

BIS74T-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

20

ì«\‚Royal

HaskoningDHV Toetsing resultaten verkennend landbodemonderzoek aan de Lokale Maximale Waarden

Op basis van een toetsing (door ATKB) aan de Lokale Maximale Waarden (LMW)!! voor het toemaakdekgebied blijkt dat slechts een klein deel van de vrijkomende grond in aanmerking komt voor hergebruik binnen het toemaakdekgebied op basis van het lokaal beleid. Hergebruik van vrijkomende grond in de nabije omgeving (voorkeur toepassing in Noordse Buurt, zie ook paragraaf 6.3) is dan ook niet zondermeer mogelijk (eventuee! als Grootschalige toepassing volgens het Besluit bodemkwaliteit). Aanvullend onderzoek extra te plaggen percelen ATKB heeft in 2023 in aanvulling op het onderzoek van 2022 aanvullend verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op percelen die als te plaggen zijn geselecteerd (het betreft de percelen waar ook aanvullend bodemchemisch onderzoek is uitgevoerd, zie paragraaf 4.2.3.6). In het rapport van ATKB zijn de volgende conclusies getrokken: ° _ De bodem op de locatie bestaat tot de maximale boordiepte uit veen met zeer okaal (deellocatie 8) een laagje klei (traject 0,3-0,8 m-mv). De stijghoogte van het grondwater is vastgesteld op 0,38 m-mv. In de bodem is sprake van bijmenging met resten puin (baksteen, resten tegel, resten glas, resten dakpan en beton). De herkomst wordt toegewezen aan de aanwezigheid van 'Toemaakdek'. ° _ Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal waargenomen.

In het opgeboorde materiaal is wel (een bijmenging met bodemvreemd materiaal (resten baksteen, resten glas, tegel, dakpan en beton) vastgesteld. Bodemvreemd materiaal (met name puin en ander sloopafval) kan duiden op aanwezigheid van asbest(verontreiniging). Op basis van het vooronderzoek is er echter geen verdenking op asbest. De bijmenging wordt toegeschreven aan 'Toemaakdek' welke voor 1900 is aangebracht. Om aan- of afwezigheid van asbest n grond met enige zekerheid vast te stellen, is een onderzoek conform NEN 5707 (grond) of NEN 5897 (puin) altijd noodzakelijk. °

De te plaggen toplaag is heterogeen licht tot sterk verontreinigd zware metalen en zeer lokaal met PAK, met een hogere verontreinigingsgraad bij puinhoudende bodem. De vastgestelde verontreinigingen zijn zeer waarschijnlijk te relateren aan de toemaakdek met bodemvreemde bijmenging. Voor lood en koper zijn matige tot sterke verontreinigingen vastgesteld. Het gaat doorgaans om een enkele boring waar in de rest van het gebied lichte en/of matige verontreiniging is aangetoond. Dit wordt gezien als gebiedseigen heterogeniteit, vermoedelijk in relatie tot de aangetoonde puinbijmenging.

e

De venige ondergrond (toekomstige bovengrond) is voornameljk licht verontreinigd met zware metalen

e

en zeer lokaal

met minerale olie.

Het grondwater is licht verontreinigd met xylenen en licht tot matig verontreinigd met barium. De verontreiniging met barium is vermoedelijk een verhoogde achtergrondconcentratie.

e _ In de onderzochte deelgebieden is geen verontreiniging met organochloor bestrijdingsmiddelen vastgesteld en is de onderzochte boven- en ondergrond vrij toepasbaar voor PFAS. e _ Op basis van de verkregen resultaten na toetsing aan de Lokale maximale waarden wordt de bodemkwaliteit op de deellocaties niet geschikt geacht voor het hergebruik binnen het plangebied. De vrijgekomen grond dient te worden afgevoerd en elders te worden toegepast.

Middels gebiedsspecifiek bodembeheer heeft de gemeente Nieuwkoop Lokele Maximale Waarden vastgesteld waarbij wordt afgeweken van de generieke (landelijk bepaalde) klassengrenzen,

22 apri 2024

DO WESTVEEN DEFINITIEF

zie https:/okaleregelgeving.overheid nV/CVDR655921

BIS747-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

2

& Royal HaskoningDHV

u

P

g

Figuur 2 12b Uitsnede onderzoekslocaties aanvullend verkennend onderzoek: plaggen (rood), natuurvriendelijke oevers (groen, Teeds eerder onderzocht}

Nader onderzoek sterke verontreiniging deellocaties A2 en N11) In het verkennend bodemonderzoek is op twee locaties een sterke verontreiniging aangetroffen. Dit was

de aanleiding voor nader onderzoek. De resultaten daarvan zijn door ATKB gerapporteerd op 13 december 2023. De aanwezigheid van een sterke verontreiniging met lood is daarmee bevestigd. De eerder ingeschatte hoeveelheid sterke grondverontreiniging in de toplaag van deellocatie A2 is eveneens bevestigd: ruim 3.200 m3. Op basis van de verkregen resultaten van de boringen op het te plaggen deellocatie P10 (onderdeel van aanvullend onderzoek), alsmede op basis van de geplaatste boringen langs de oever randen wordt de omvang van de sterke verontreiniging met lood in de toplaag op

deellocatie N11/P10 vastgesteld op iets minder dan 1.000 m3.

22 apri 2024

DO WESTVEEN DEFINITIEF

BIS747-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

2

ì‘\kRoyal

HaskoningDHV 244

Bodemchemie

2.44.1

Waterbodem

Binnen Polder Westveen zijn waterdoelen geformuleerd die een goede waterkwaliteit vereisen. Binnen het Natuurbeheerplan Zuid-Holland is aan het water het natuurtype zoete plas meegegeven. Voor een kwaliteitsverbetering voor betreffend natuurtype is baggeren onontkoombaar. De hoeveelheid bagger in de watergangen is aanzienlijk en vaak tot vlak onder de waterlijn aanwezig. Dit maakt dat onder de huidige omstandigheden de waterkwaliteit absoluut ongeschikt is voor het realiseren van de doelen. In de meeste sloten zit nu nauwelijks of geen vis. Het baggeren van sloten zal leiden tot een forse verbetering van het leefgebied van vis en waterinsecten. In paragraaf 2.3.2.1 is aangegeven dat de huidige waterkwaliteit zeer waarschijnlijk sterk negatief beïnvloed wordt door de fosfaatnalevering uit de waterbodem als gevolg van anaerobe afbraak. Om te kunnen bepalen of dit daadwerkelijk het geval is en of baggeren daadwerkelijk tot een verbetering van de waterkwaliteit zal leiden, is onderzoek uitgevoerd naar de chemische samenstelling van de bagger en de onderliggende vaste waterbodem. Op basis hiervan kan beoordeeld worden n hoeverre op dit moment nutriënten worden nageleverd uit de bagger en worden beoordeeld in hoeverre baggeren tot een verbetering van de waterkwaliteit zal Ieiden en of hiertoe dan tot de vaste bodem moet worden gebaggerd of niet.

Dit waterbodemonderzoek is uitgevoerd door B-WARE (Tomassen en Smolders, 2020). De belangrijkste conclusies uit dit onderzoek zijn: « _ In Polder Westveen i de slibbodem rijker aan totaal-fosfor dan de onderliggende vaste waterbodem. Dit geeft aan dat het slib afkomstig is vanuit de fosfaatrijke veenweidepercelen en niet of in mindere

mate door afbraak van het veen van de onderliggende vaste waterbodem. De fosforconcentraties in de toplaag en onderlaag van het slib zijn vergelijkbaar. e

Op basis van Ecologische Sleutelfactor 3 (productiviteit bodem) is de slibbodem lokaal te rijk aan

fosfor (> 500 mg/kg), maar is de vaste waterbodem voldoende fosfaatarm. De vaste waterbodem heeft echter wel, zoals opgemerkt, een ongunstige verhouding tussen ijzer en fosfor n het poriewater (< 1) evenals een ongunstige verhouding tussen ijzer en sulfaat (< 0,5), zodat er ondanks de gunstige

e

concentratie totaal-fosfor er een risico bestaat op fosfaatnalevering. Vanwege de ongunstige verhoudingen zal baggeren tot op de vaste waterbodem de nalevering van fosfaat niet geheel stoppen. De concentratie totaal-fosfor in de vaste waterbodem

is wel veel lager

dan in het slib, zodat de nalevering zeer waarschijnlijk wel zal afnemen. e _ Baggeren van alleen de bovenlaag van het slib zal geen effect hebben op de waterkwaliteit, aangezien de boven- en de onderlaag van het slib een vergelijkbare samenstelling hebben. Baggeren

e

e

resulteert wel n een groter volume van de waterlaag, waardoor er verdunning van de nageleverde nutriënten plaats zal vinden en een verbetering van de waterkwaliteit voor het natuurtype zoete plas; Wanneer de aanwas van bagger (zeer waarschijnlijk ook (deels) afkomstig van de erosie van de percelen) niet vermindert, zullen de effecten van het baggeren maar tijdelijk van aard zijn (zie ook de laatste alinea van paragraaf 2.2); De (ecologisch te) hoge ammoniumconcentraties in het poriewater zijn het gevolg van de afbraak van organisch materiaal uit het slib.

De nalevering van ammonium zal naar verwachting fors afnemen door baggeren. Per saldo zal baggeren hierdoor kunnen leiden tot een verbetering van de waterkwaliteit waarbij met name de stikstofconcentratie van de waterlaag zal afnemen. Dit is zeer gunstig wanneer wordt overwogen om krabbenscheer te introduceren (zie ook paragraaf 3.1.1, 3.3.1 en 5.1.1).

22 apri 2024

DO WESTVEEN DEFINITIEF

BIS74T-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

23

ì‘\kRoyal

HaskoningDHV 244.2

Landbodem

Bodemchemisch onderzoek gericht op fosfaatrijkdom en ontwikkelingsmogelijkheden voor natuurwaarden

is uitgevoerd door B-WARE (2018)'2. De belangrijkste condlusies van dit onderzoek zijn: In het onderzoeksgebied is sprake van veenbodems met een licht kleïige, veraarde, ijzerrijke toplaag. Het zuurbufferend vermogen (vooral door calcium) is voldoende voor de ontwikkeling van nat schraalland of vochtig hooiland. Door bemesting en veenoxidatie zijn de concentraties totaal-fosfor en Olsen-fosfor in de toplaag (lokaal fors) te hoog voor nat schraalland of vochtig hooiland. De uitspoeling naar diepere bodemlaag is beperkt: de concentraties nemen af n de diepte (zie Figuur 2-13). De grondwaterwaterstanden zijn niet geschikt voor de ontwikkeling van de beoogde natuurtypen nat

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=92f39a07-6d7e-4c5e-af5b-4a12649a98b1