CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Korteraarseweg 104-106 (ontwerp)

Besluitvormende raadsvergadering 25 september 2025, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan ‘Korteraarseweg 104-106, Ter Aar’ (2025-075)30.015 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

11

Uitleg reductiefactor aantal kinderen per auto - groepen 1 t/m 3 = 0,75 - groepen 4 t/m 8 = 0,85 - kinderdagverblijf = 0,75 Het percentage leerlingen dat wordt gebracht en gehaald ligt tussen de 1% en 60%. Gemiddeld ligt het percentage op: - groepen 1 t/m 3: 30 - 60% - groepen 4 t/m 8: 5 - 40% - kinderdagverblijf: 50 - 80% Bij gescheiden aanvangs- en eindtijd van de groepen 1 t/m 3 en 4 t/m 8 mag het aantal parkeerplaatsen voor halen en brengen met maximaal 40% worden gereduceerd. De aanvrager van de omgevingsvergunning moet hiervoor onderzoek (laten) uitvoeren en een onderbouwing indienen.

3.8 Fietsparkeren In 2019 zijn er nieuwe fietsparkeerkencijfers gepubliceerd door het CROW. Mensen verplaatsen zich steeds vaker op de fiets. Dat heeft diverse maatschappelijke en ruimtelijke voordelen. Door de opkomst van de elektrische fiets en recent de speedpedelec worden steeds grotere afstanden met de fiets afgelegd. Zo was de sociaal geaccepteerde fietsafstand 7,5 kilometer voor woon-werk verkeer maar wordt langzaamaan opgerekt. Om toename in het gebruik van de fiets te faciliteren is het wenselijk om voldoende fietsparkeerplaatsen te realiseren. Door bij nieuwbouwsituaties meteen voldoende fietsparkeerruimte aan te leggen, kan dit voorkomen worden. Voor de belangrijkste voorzieningen zijn hieronder fietsparkeerkencijfers opgenomen. Voor overige functies wordt verwezen naar de CROW fietsparkeerkencijfers uit 2019.

12

Functie

Rest bebouwde kom

Eenheid 1

eenheid 2 5 werkplekken

werken kantoor personeel

1,5

100 m2

kantoor bezoek

6

balie

winkels winkelcntrum

2,5

100 m2 bvo

80 m2 vvo

supermarkt

2,7

100 m2 bvo

80 m2 vvo

bouwmarkt

0,25

100 m2 bvo

90 m2 vvo

0,25

100 m2 bvo

80 m2 vvo

Tuincentrum

sport cultuur en ontspanning bibliotheek

5

100m2 bvo

biscoop

2,2

100 m2 bvo

fitness

3

100 m2 bvo

museum

0,9

100 m2 bvo

sporthal

3,9

100m2 bvo

sportveld

50

ha netto terrein

Zwembad openlucht

28

100 m2 bassin

zwembad overdekt

20

100 m2 bassin

6 apparaten

1,15 velden

horeca en verblijfsrecreatie restaurant cafe

7

100 m2 bvo

50 stoelen

7

100m2 bvo

25 stoelen

gezondheidszorg apotheek

11

per locatie

begraafplaats

5

gelijktijdige plechtigheid

gezondheidscentrum

1,7

100 m2

30

100 zitpaatsen

kerk

onderwijs basisonderwijs leerlingen

5

10 leerlingen

basisonderwijs medewerkers

0,4

10 leerlingen

middelbare school leerlingen

10

100 m2 bvo

middelbare school medewerkers

0,5

100 m2 bvo

0,4 klaslokaal

1 klaslokaal

13

4 Toepassing parkeernormen 4.1 Dubbelgebruik

Werkdagmiddag

Werkdagavond

Koopavond

Werkdagnacht

Zaterdagmiddag

Zaterdagavond

Zondagmiddag

Woningen bewoners Woningen bezoekers Kantoor/bedrijven Commerciële dienstverlening Detailhandel Grootschalige detailhandel Supermarkt Sportfuncties binnen Sportfuncties buiten Bioscoop/theater/podium Sociaal medisch Verpleeg Ziekenhuis Ziekenhuis medewerkers dagonderwijs avondonderwijs

Werkdagochtend

Met behulp van de parkeernormen wordt de parkeerbehoefte van een ontwikkeling berekend. Aan de hand van de soort, de omvang en de parkeernorm(en) van deze ontwikkeling wordt een benodigd aantal parkeerplaatsen berekend. Indien binnen de ontwikkeling verschillende functies worden gerealiseerd, is het mogelijk rekening te houden met dubbelgebruik van parkeerplaatsen, bijvoorbeeld overdag door werkers en ’s avonds door bewoners. Voorwaarde is wel dat de aanvrager in het bouwplan vastlegt dat de voor dubbelgebruik meegerekende parkeercapaciteit door alle gebruikers van het bouwplan gebruikt kan worden. Dat betekent dat exclusief voor functies gereserveerde parkeerplaatsen daarvan geen deel uitmaken. Dubbelgebruik wordt berekend volgens de methodiek van CROW-publicatie 381, blz. 99. Om de mogelijkheden voor dubbelgebruik te bepalen worden de aanwezigheidspercentages gehanteerd, die in onderstaande tabel worden weergegeven

50% 10% 100%

50% 20% 100%

90% 80% 5%

80% 70% 5%

100% 0% 0%

60% 60% 0%

80% 100% 0%

70% 70% 0%

100%

100%

5%

75%

0%

0%

0%

0%

30%

60%

10%

75%

0%

100%

0%

0%

30%

60%

70%

80%

0%

100%

0%

0%

30% 50% 25% 5% 100% 50% 60%

60% 50% 25% 25% 75% 50% 100%

40% 100% 50% 90% 10% 100% 60%

80% 100% 50% 90% 10% 100% 60%

0% 0% 0% 0% 0% 25% 5%

100% 100% 100% 40% 10% 100% 60%

40% 100% 25% 100% 10% 100% 60%

0% 75% 100% 40% 10% 100% 60%

75%

100%

40%

40%

25%

40%

40%

40%

100% 0%

100% 0%

0% 100%

0% 100%

0% 0%

0% 0%

0% 0%

0% 0%

4.2 Nieuwbouw en/of functie wijziging Uitgangspunt voor elke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling binnen de gemeente, waarbij functies worden toegevoegd, is dat een project, of dat nu gaan om een in- of uitbreidingslocatie voor meerdere woningen of individuele woning of bedrijf, zelf voorziet in voldoende parkeergelegenheid binnen de grenzen van het project. Voor een woningbouwlocatie betekent dit dat parkeervoorzieningen, binnen de plangrenzen, zowel in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd als op eigen terrein of in een combinatie daarvan. Voor de woningtypen “vrijstaand” en “twee onder één kap” gaan wij bij woningbouwontwikkelingen uit van parkeren

14

op eigen terrein. Naarmate meer parkeerplaatsen worden gerealiseerd in de openbare ruimte, betekent dit dus dat in het stedenbouwkundige ontwerp rekening moet worden gehouden met een groter percentage niet uitgeefbare grond. Bij de ontwikkeling van bedrijven en kantoren of vergelijkbare functies wordt als uitgangspunt gehanteerd dat het parkeren plaats vindt op eigen terrein. Voor de ontwikkeling van bedrijvenlocaties worden eveneens geen parkeervoorzieningen aangelegd in de openbare ruimte en dienen parkeervoorzieningen op eigen terrein te worden aangelegd.

4.3 Parkeren eigen terrein De manier waarop het aanbod aan parkeerplaatsen bij de functie Wonen wordt bepaald, kan behoorlijk verschillend zijn. Dit is namelijk afhankelijk van de vraag of een garage, oprit of carport als volwaardige of als gedeeltelijke parkeerplaats meetelt. Voor de bepaling van de mate waarin parkeren op eigen terrein door middel van een oprit of een garage voor de functie Wonen meetelt aan de aanbodzijde wordt onderstaande tabel 1 gehanteerd. Parkeervoorziening

Theoretisch aantal PP

Berekeningsaantal PP

Opmerkingen

Enkele oprit zonder garage

1

1,0

oprit min. 5,0 meter diep

Lange oprit zonder garage of carport

2

1,0

oprit min. 10,0 meter diep

Dubbele oprit zonder garage

2

2,0

oprit min. 5,0 meter breed

Garage zonder oprit (bij woning)

1

0,0

Garagebox (niet bij woning)

1

0,0

Garage met enkele oprit

2

1,0

oprit min. 5,0 meter diep

Garage met lange oprit

3

1,0

oprit min. 10,0 meter diep

Garage met dubbele oprit

3

2,0

oprit min. 5,0 meter breed

4.4 Deelauto’s Bij het inzetten van deelauto’s bij nieuwe ontwikkelingen/nieuwbouwlocaties mag per deelauto de parkeernorm voor het bewonersdeel verlaagd worden. Voorwaarde is dat de deelauto permanent inzetbaar is voor de deelnemende gebruikers, waardoor de parkeernorm verlaagd kan worden voor bepaalde woon- en werksituaties. Het bezoekersdeel blijft gehandhaafd. Er moeten dan wel garanties worden afgegeven waaruit de duurzame inzet van deelauto’s kan worden afgeleid, bijvoorbeeld: -

een appartementengebouw met vereniging van eigenaren of verhuurder waarbij een deelauto wordt aangeschaft door en op kosten van de ontwikkelaar met een vaste bijdrage van de bewoners voor de vaste gebruikskosten gedurende een periode van minimaal 5 jaar; een bedrijf met een contract voor deelauto’s voor de periode van 5 jaar die ook buiten werktijden door werknemers privé gebruikt kunnen worden

Afhankelijk van de hoeveelheid deelauto’s mag per 20 woningen de norm worden verlaagd met 0,2 pp per woning bij toepassing van tenminste 1 deelauto.

4.5 Oplaadplaatsen De gemeente Nieuwkoop wil de overgang van fossiele brandstoffen naar meer milieuvriendelijke alternatieven, zoals elektrisch rijden, stimuleren. Daarom wordt van initiatiefnemers geëist dat 5% van de te realiseren parkeerplaatsen – auto én fiets - voorzien zijn van een laadpunt en dat nog eens 5% van de parkeerplaatsen voorbereid dient te zijn om een laadpunt aan te brengen. Voorbereid houdt in dat de

15

ondergrondse/inpandige infrastructuur al aangelegd is (loze leidingen e.d.) en dat het elektrisch vermogen hierop voorbereid is, zodat, wanneer de behoefte er is, direct een laadpunt kan worden aangesloten. Voor andere innovatieve alternatieven zoals bijvoorbeeld waterstof of zonnecellaadpunten zal indien dit zich voordoet nagegaan worden hoe deze alternatieven het beste gefaciliteerd kunnen worden. Vooralsnog is hier in onderhavige Nota nog geen norm voor opgenomen. De eis voor elektrisch laden geldt alleen bij een normatieve parkeeropgave van meer dan 20 parkeerplaatsen. Bij bouwinitiatieven met een lagere eis dan 20 parkeerplaatsen, staat het de initiatiefnemers vrij om laadpunten aan te leggen of het verzoek bij de gemeente in te dienen voor laadpunten in de openbare ruimte. De laadpunten bij parkeerplaatsen binnen de contouren van de ontwikkeling dienen door de initiatiefnemer zelf gerealiseerd te worden. De laadpunten bij parkeerplaatsen in de openbare ruimte worden door de gemeente gerealiseerd tegen een door de initiatiefnemer hiertoe te betalen vergoeding.

4.6 Gehandicaptenparkeerplaatsen Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt voorzien in voldoende gehandicaptenparkeerplaatsen. Als maatstaf hanteren wij 2% van alle parkeerplaatsen bij een winkelgebied. Ook bij alle solitaire voorzieningen, zoals huisartsenpraktijken, kerken, bibliotheken en verzorgingstehuizen moeten voldoende parkeerplaatsen voor gehandicapten worden gerealiseerd. Deze parkeerplaatsen liggen op strategisch goede locaties, zo dicht mogelijk bij de ingang, bij voorkeur op maximaal 25 meter. De maatvoering en bebording moeten voldoen aan de richtlijnen in het ASVV (Aanbevelingen Stedelijke Verkeersvoorzieningen) en het Handboek voor Toegankelijkheid.

4.7 Beroep en bedrijf aan huis Het uitvoeren van bedrijfsmatige activiteiten aan huis kan leiden tot een extra parkeerdruk in de woonomgeving. Op basis van vaste jurisprudentie is het uitoefenen van een beroep aan huis binnen bepaalde voorwaarden zonder meer toegestaan. Een beroep wordt omschreven als het verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied. De uitoefening van het beroep moet plaatsvinden door de bewoner van de woning en moet ondergeschikt zijn aan de woonfunctie. Het begrip ‘ondergeschikt aan de woonfunctie’ is in de meeste (recente) bestemmingsplannen gedefinieerd als maximaal 30% van het vloeroppervlak van de woning en bijgebouwen, tot een absoluut maximum van 45 m2 per woning. Omdat dit gebruik rechtstreeks is toegestaan, kunnen ook geen aanvullende eisen worden gesteld met betrekking tot parkeren. Alles wat niet valt onder het begrip beroep aan huis, moet worden aangemerkt als een bedrijf aan huis. Hieronder vallen bijvoorbeeld kappers, schoonheidsspecialisten, trimsalons, reparatiebedrijven, klussenbedrijven en schilders. Voor het vestigen van dergelijke bedrijven is op basis van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning vereist.

Het beschikbaar zijn van voldoende parkeerruimte is één van de aspecten die moet worden meegewogen bij de vraag of een dergelijke vergunning kan worden verleend. Als 1,0 extra parkeerplaats beschikbaar is, boven de normale parkeerbehoefte bij de woning zelf, per behandelkamer c.q. arbeidsplaats, moet er van worden uitgegaan dat in de aanvullende parkeerbehoefte is voorzien. Het kan echter ook zijn dat door de aanvrager aannemelijk wordt gemaakt dat op een andere wijze in de parkeerbehoefte wordt voorzien of dat met minder parkeerruimte volstaan kan worden. Voor bijvoorbeeld klussenbedrijven ligt het voor de hand om een extra parkeerplaats te verlangen, daar waar het gaat om het parkeren van bedrijfsbussen. Deze worden immers geparkeerd op het moment dat de parkeervraag hoog is (in de avonduren). Voor bedrijven die alleen geopend zijn in de dagperiode, als in woonwijken de parkeerdruk laag is, kan mogelijk volstaan worden met het gebruik van de bestaande (openbare) parkeerplaatsen. Ook elementen als de vraag hoeveel cliënten gelijktijdig aanwezig zijn en of er wel of niet (uitsluitend) op afspraak gewerkt wordt, kunnen bij de beantwoording van die vraag een rol spelen.

16

Voor alle beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten aan huis geldt dat zelfstandige detailhandel niet is toegestaan. Detailhandel is op beperkte schaal alleen toegestaan in relatie tot de beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten.

17

5 Ontheffingsmogelijkheden 5.1 Inleiding Wanneer een bouwplan niet kan voorzien in de benodigde parkeercapaciteit op eigen terrein, dient eerst gekeken te worden naar de mogelijkheden om het bouwplan (volume en/of aantal parkeerplaatsen) aan te passen. Er kunnen echter ook redenen zijn waarom een initiatiefnemer de benodigde parkeercapaciteit op eigen terrein niet (of onvoldoende) kan realiseren, bijvoorbeeld wanneer vanwege de ligging/situering van de ontwikkellocatie het niet mogelijk is de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. Het college van burgemeester en wethouders kan ontheffing verlenen van de verplichting om parkeerplaatsen op eigen terrein aan te leggen. Er kan ontheffing verleend worden in de volgende situaties: 1. Alternatieve parkeercapaciteit; 2. Voldoende rest parkeercapaciteit openbare ruimte; 3. Hardheidsclausule. Bij de beoordeling van een ontheffingsaanvraag wordt bovengenoemde volgorde ook aangehouden.

5.2 Parkeercapaciteit binnen acceptabele loopafstand Wanneer de initiatiefnemer over voldoende parkeercapaciteit op acceptabele loopafstand van de ontwikkellocatie kan beschikken, kan ontheffing van de (definitieve) parkeereis verleend worden. Er moet dan wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan:  

De initiatiefnemer realiseert binnen acceptabele loopafstand van de ontwikkellocatie voldoende parkeerplaatsen die ten tijde van het in gebruik nemen van het ruimtelijk initiatief beschikbaar zijn; Van de parkeerplaatsen zoals hierboven bedoeld moet minimaal 0,3 parkeerplaats per appartement/studio en/of woning openbaar toegankelijk zijn in verband met parkeren voor bezoekers van de bewoners.

In de onderstaande tabel zijn acceptabele loopafstanden (niet hemelsbreed) tussen parkeervoorzieningen en verschillende functies opgenomen. Bewoners en werknemers moeten bereid zijn om deze maximale afstand dagelijks af te leggen. De van toepassing zijnde afstanden opgesteld door het CROW (2018) voor wonen en overige functies zijn:      

wonen, 100 meter tot bestemming; winkelen ,400 meter tot bestemming; werken, 500 meter tot bestemming; ontspanning, 300 meter tot bestemming; gezondheidszorg, 100 meter tot bestemming; onderwijs, 100 meter tot bestemming.

5.3 Restparkeercapaciteit openbare ruimte Wanneer in de openbare ruimte voldoende restparkeercapaciteit beschikbaar is, kan ontheffing van de parkeereis worden verleend. Om aan te tonen dat in de openbare ruimte voldoende restparkeercapaciteit beschikbaar is dient de initiatiefnemer door een onafhankelijk parkeeradviseur een aantal parkeerdrukmetingen uit te voeren. Uitgangspunten voor de parkeerdrukmetingen zijn:  

18

De parkeerdrukmeting wordt uitgevoerd door een onafhankelijk parkeeradviseur; Het onderzoeksgebied ligt binnen een acceptabele loopafstand van de ontwikkellocatie conform acceptabel loopafstanden per bestemming;

  

De parkeerdrukmeting wordt minimaal op een werkdag (dinsdag of donderdag) en zaterdag, telkens op de maatgevende momenten van de betreffende functies, uitgevoerd; De algehele parkeerdruk op de maatgevende dagen/tijdstippen mag na toevoeging van de extra parkeervraag op de maatgevende tijdstippen niet hoger worden dan 85%; De kosten voor het uitvoeren van de parkeerdrukmetingen zijn voor rekening van de initiatiefnemer.

5.4 Hardheidsclausule Het college van burgemeester en wethouders kan in specifieke gevallen besluiten om ontheffing te verlenen van de parkeereis, als het algemene maatschappelijke belang van de realisatie van het ruimtelijk initiatief zwaarder weegt dan de (mogelijke) parkeergevolgen.

19

Geluidbelasting wegverkeer woning Korteraarseweg 104-106 te Ter Aar Versie 4 april 2023

opdrachtnummer

23-050

datum

4 april 2023

opdrachtgever

Buro SRO bv ‘t Goylaan 11 3525 AA Utrecht

auteur

Ad Postma

INHOUDSOPGAVE bladzijde

INHOUDSOPGAVE .......................................................................................... I SAMENVATTING ............................................................................................ 1 1

INLEIDING .......................................................................................... 2

2

WETTELIJK KADER ............................................................................. 3

3

onderwerp

4

2.1

Wet Geluidhinder

3

2.2

Omvang geluidzone

3

2.3

Grenswaarden en hogere waarden

4

2.4

Wet RO en 30 km/u-wegen

5

2.5

Reken- en meetvoorschrift Geluid 2012

6

WEGVERKEER ................................................................................... 7 3.1

Verkeerscijfers

7

3.2

Rekenmodel

7

3.3

Resultaten

7

CONCLUSIES GELUIDBELASTING ......................................................... 9

geluidbelasting

4.1

Toetsing Wet Geluidhinder en hogere waarden

9

woning

4.2

Toetsing RO

9

4.3

Eis geluidwering

9

opdrachtnummer

23-050

bestand

23-050r1

bladzijde

paginai

datum

4 april 2023

BIJLAGEN

SAMENVATTING In opdracht van Buro SRO is een onderzoek ingesteld naar de geluidbelastingdoor wegverkeer op de locatie Korteraarseweg 104-106 te Ter Aar. De ontwikkeling betreft de realisatie van één woning ter vervanging van de bestaande woning. De ontwikkeling ligt binnen de bebouwde kom van Ter Aar aan de Korteraarseweg op 29 meter uit de as van de weg. In de nabijheid van de locatie liggen nog een aantal gezoneerde wegen (Korteraarseweg, Hogedijk, Kerkweg en Zevenhovenseweg). De Hogedijk heeft een zeer lage verkeersintensiteit en is akoestisch niet relevant. De geluidbelasting door wegverkeer op de maatgevende Korteraarseweg bedraagt ten hoogste 39 dB na aftrek van 5 dB op de oostgevels van de woning. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt daarmee niet overschreden. De geluidbelasting door wegverkeer op elk van de overige wegen overschrijdt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB eveneens niet. Er zijn geen hogere waarden nodig voor de geluidbelasting door wegverkeer. onderwerp

geluidbelasting woning

opdrachtnummer

23-050

bestand

23-050r1

bladzijde

pagina1

datum 4 april 2023

Bij het toetsen of sprake is van een goede ruimtelijke ordening is aangesloten bij het hogere waardenbeleid van de gemeente. De geluidbelasting op de woning overschrijdt de voorkeursgrenswaarden niet. Er wordt zonder maatregelen voldaan aan het hogere waardenbeleid van de gemeente. Er zal derhalve voor het aspect geluid door wegverkeer sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. Alle gevels van de woning zijn geluidluw. Voor de geluidluwe gevels van de woningen, met een geluidbelasting van ten hoogste 53 dB zonder aftrek, bedraagt de benodigde karakteristieke geluidwering GA;k 20 dB. Dit is de minimale waarde conform het Bouwbesluit. Voor geluidluwe gevels zijn geen aanvullende geluidwerende voorzieningen nodig.

1

INLEIDING In opdracht van Buro SRO is een onderzoek ingesteld naar de geluidbelasting door wegverkeer op de locatie Korteraarseweg 104-106 te Ter Aar. De ontwikkeling betreft de realisatie van één woning ter vervanging van de bestaande woning. De ontwikkeling ligt binnen de bebouwde kom van Ter Aar aan de Korteraarseweg op 29 meter uit de as van de weg. In de nabijheid van de locatie liggen nog een aantal gezoneerde wegen (Korteraarseweg, Hogedijk, Kerkweg en Zevenhovenseweg). De Hogedijk heeft een zeer lage verkeersintensiteit en is akoestisch niet relevant.

onderwerp

geluidbelasting woning

opdrachtnummer

23-050 Figuur I.1

overzicht locatie.

bestand

23-050r1

bladzijde

pagina2

datum 4 april 2023

Een situatieoverzicht is tevens weergegeven in tekening 1 in bijlage I en figuur 1 – 2 in bijlage II.

2

WETTELIJK KADER Het wettelijk kader voor het berekenen en beoordelen van de geluidbelasting door wegverkeer wordt in grote lijnen bepaald door de Wet Geluidhinder (Wgh), de Wet Ruimtelijke ordening (Wro) en het Reken- en meetvoorschrift Geluid 2012.

2.1

Wet Geluidhinder Er ligt langs wegen, spoorwegen en industrieterreinen veelal een planologisch aandachtsgebied, de geluidzone. Binnen deze zone biedt de Wet Geluidhinder (Wgh) in een aantal gevallen bescherming tegen verkeerslawaai aan geluidgevoelige bestemmingen. Er ligt geen geluidzone langs 30/km/uwegen en langs wegen op een woonerf.

2.2

onderwerp

geluidbelasting woning

opdrachtnummer

23-050

Omvang geluidzone Wegen De breedte van de geluidzone is omschreven in Wgh art 74 en is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de aard van de omgeving, te weten stedelijk of buitenstedelijk gebied. Binnenstedelijk gebied is het gebied binnen de bebouwde kom, buitenstedelijk gebied is het gebied buiten de bebouwde kom. De zone langs een auto(snel)weg is echter altijd buitenstedelijk gebied, ongeacht of deze zone binnen of buiten de bebouwde kom ligt. Tabel II.1 geeft de breedte van de geluidzone voor de verschillende situaties. TABEL II.1: Breedte van de geluidzone vanaf de as van de weg (Wgh art 74) Aantal rijstroken

Binnen de bebouwde kom

Buiten de bebouwde kom en langs auto(snel)weg

bestand

1 of 2 rijstroken

200 meter

250 meter

23-050r1

3 of 4 rijstroken

350 meter

400 meter

5 of meer rijstroken

350 meter

600 meter

bladzijde

pagina3

datum 4 april 2023

Spoorwegen Voor spoorwegen die zijn aangegeven op de geluidplafondkaart wordt in art. 1.4a van het Besluit Geluidhinder de omvang van de geluidzone geregeld. De breedte van de zone is afhankelijk van de hoogte van het geluidproductieplafond. Tabel II.2 geeft de breedte van de geluidzone voor de verschillende situaties.

TABEL II.2: Breedte van de geluidzone vanaf de buitenste spoorstaaf (art 1.4a Bgh) Hoogte geluidproductieplafond

Zonebreedte in meters

< 56 dB

100 meter

56 dB – 61 dB

200 meter

61 dB – 66 dB

300 meter

66 dB – 71 dB

600 meter

71 dB – 74 dB

900 meter

>= 74 dB

1200 meter

Industrieterreinen De zone rond een industrieterrein is vastgelegd in een bestemmingsplan. De grootte van de zone is afhankelijk van de benodigde of gewenste geluidruimte van het gezoneerde terrein. Binnen de zone rond het industrieterrein kunnen geluidgevoelige bestemmingen liggen waarvoor een maximale hogere waarde kan worden vastgesteld.

2.3

onderwerp

geluidbelasting woning

Grenswaarden en hogere waarden Wegverkeer en railverkeer Het beschermingsniveau voor nieuwe geluidgevoelige objecten is beschreven in de Wet Geluidhinder en in het Besluit Geluidhinder. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting bedraagt 48 dB op de gevels van de woning t.g.v. een weg (Wgh art 82) en eveneens 48 dB op andere geluidgevoelige gebouwen (Bgh art 3.1).

opdrachtnummer

23-050

bestand

23-050r1

Het bevoegd gezag kan van dit beschermingsniveau afwijken door voor woningen een hogere waarde vast te stellen tot ten hoogste de maximale ontheffingswaarde. Voor wegverkeer zijn in tabel II.3 de voorkeursgrenswaarden en ten hoogste de maximale ontheffingswaarde (Wgh art 83) weergegeven.

bladzijde

pagina4

TABEL II.3: Maximale ontheffingswaarde op nieuwe woningen langs wegen (Wgh art 83) Gebouw

Binnen de bebouwde kom

Woning

63 dB

Agrarische woning

63 dB

58 dB

Vervangende nieuwbouw

68 dB

58 dB / 63 dB1

datum 4 april 2023

Buiten de bebouwde kom en langs auto(snel)weg 53 dB

1 63 dB langs auto(snel)wegen binnen de bebouwde kom

De maximale ontheffingswaarden voor overige geluidgevoelige objecten bedragen (Bgh art 3.2) 53 dB buiten de bebouwde kom en 63 dB binnen de bebouwde kom. Voor geluidgevoelige terreinen bedraagt de maximale ontheffingswaarde 53 dB.

Een hogere waarde voor wegverkeer mag alleen worden vastgesteld als maatregelen om de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde te beperken onvoldoende doeltreffend zijn of als deze maatregelen ernstige bezwaren hebben van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard (Wgh art 110-a). In tabel II.4 zijn voor railverkeerslawaai de voorkeursgrenswaarden en ten hoogste de maximale ontheffingswaarde (Bgh art 4.9 – 4.12) aangegeven. TABEL II.4: Maximale ontheffingswaarde op nieuwe woningen langs spoorwegen (Bgh art 4.9 – 4.12) Gebouw

Voorkeursgrenswaarde

Hoogst toelaatbare

Woning

55 dB

68 dB

Andere geluidsgevoelige gebouwen

53 dB

68 dB

Geluidsgevoelige terreinen

55 dB

63 dB

geluidsbelasting

Industrielawaai Het beschermingsniveau voor nieuwe geluidgevoelige objecten binnen de zone is beschreven in de Wet Geluidhinder (art 44 en 45). De voorkeursgrenswaarde voor woningen bedraagt 50 dB(A). De maximale hogere waarde bedraagt voor 55 dB(A) voor geprojecteerde woningen en 60 dB(A) voor aanwezige of in aanbouw zijnde woningen.

onderwerp

geluidbelasting woning

Criteria voor het afwijken van de voorkeursgrenswaarde De Omgevingsdienst West Holland heeft voor de gemeente Nieuwkoop de criteria voor het afwijken van de voorkeursgrenswaarde vastgelegd in de “Richtlijnen voor het vaststellen van hogere waarden Wet Geluidhinder” van 4 maart 2013.

opdrachtnummer

23-050

bestand

23-050r1

2.4 bladzijde

pagina5

datum 4 april 2023

Wet RO en 30 km/u-wegen Wegen op woonerven en 30 km/u-wegen hebben geen geluidzone. De geluidbelasting door wegverkeer op deze wegen wordt dan ook niet getoetst aan de grenswaarden uit de Wgh. De geluidbelasting ten gevolge van deze wegen kan echter wel van belang zijn bij de beoordeling of sprake is van een “goede ruimtelijke ordening”. Bij het toetsen of sprake is van een “goede ruimtelijke ordening” kan het hanteren van grenswaarden worden aangesloten bij het hierboven omschreven toetsingskader van de Wgh.

2.5

Reken- en meetvoorschrift Geluid 2012 De geluidbelasting op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen wordt bepaald volgens de voorschriften uit het Reken- en Meetvoorschrift Geluid 2012. De rekenmethoden zijn gebaseerd op het berekenen van de geluidemissie (afhankelijk van het aantal en type voertuigen, het soort wegdek, de rijsnelheid en enkele correctiefactoren) en het bepalen van de geluidoverdracht tussen de weg en het immissiepunt (woninggevel).

onderwerp

geluidbelasting woning

opdrachtnummer

23-050

bestand

23-050r1

bladzijde

pagina6

datum 4 april 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=16d10f9b-1511-446e-b8f4-17c2578f6e89