Bijlage a Was-wordt-tabel rood, 10e wijziging Apv.pdf
Tekst van het document
Nieuwe tekst Artikel 5:63 Aanleggen door vaartuigen, gebruik laad- en loswallen (Vervallen in 2021)
23
b
2
3
4
5
6
7
8
om een andere reden dan om te laden en/of te lossen, hetgeen onverwijld en zonder oponthoud moet geschieden; c indien de nader door het college met betrekking tot het aanleggen, laden en lossen aan gemeentelijke wallen te stellen regels niet worden nageleefd In afwijking van het hiervoor gesteld, is het verboden om vaartuigen stil te leggen of stilliggend te hebben binnen een afstand van vijf meter voor of terzijde van de gemeentelijke openbare laad- en loswallen. De verbodsbepaling van het eerste lid geldt niet: a voor kano’s; b voor roeiboten, welke niet langer zijn dan 4.50 meter. Het is verboden gemeentelijk openbare laad- en losplaatsen als opslagplaats van goederen te gebruiken. Voor de toepassing van het eerste lid worden onder “gemeentelijke wallen” niet verstaan de wegen, bedoeld in artikel 5:55 voor zover een vergunning, als in dat artikel bedoeld, van kracht is. Het is verboden vaartuigen stil te leggen of stilliggend te hebben voor of te meren of gemeerd te hebben aan particuliere wallen, tenzij met toestemming van de op die wallen rechthebbende of tijdens het lossen of laden van goederen aan een naastgelegen erf. De gemeentelijke laad- en loswallen zijn die laad- en loswallen die daartoe zijn aangewezen van gemeentewege, te weten: a aan het Zuideinde nabij het Meijepad; b aan het Zuideinde tegenover nr.
231; c aan de Simon van Capelweg nabij de Rooms-katholieke kerk aan de Vlietsloot; d aan de Oostkanaalweg, ter hoogte van nummer 42; e ter hoogte van de Kattenbrug. Het college kan ontheffing verlenen van het in de leden 1 en 4 gestelde.
Paragraaf 4: de paragraaf indeling komt te vervallen: Bestaande tekst Paragraaf 4 Het Varen
Nieuwe tekst De paragraaf indeling komt in DROP/Overheid.nl te vervallen
24
Artikel 5:64 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:64 Verbod ligplaats pleziervaartuigen 1 Het is de eigenaar, bezitter, de houder, de gebruiker of de schipper van een pleziervaartuig verboden daarmee ligplaats in te nemen of aan te leggen. 2 Het is de eigenaar, de andere zakelijk gerechtigde, de bezitter, de houder of de gebruiker van een oever verboden toe te laten of te gedogen dat aan die oever ligplaats wordt ingenomen of aangelegd met een pleziervaartuig.
Nieuwe tekst Artikel 5:64 Verbod ligplaats pleziervaartuigen (Vervallen in 2021)
Artikel 5:65 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:65 Uitzonderingen verbod artikel 5:64 De in artikel 5:64 vervatte verboden zijn niet van toepassing op het innemen van ligplaats en het aanleggen met: a. open boten met een lengte van minder dan 7 meter aan een aanleggelegenheid of steiger; b. pleziervaartuigen in jachthavens; c. pleziervaartuigen aan werven, voor zover dat noodzakelijk is voor op korte termijn uit te voeren werkzaamheden betreffende bouw, verbouw, uitrusting, onderhoud of reparatie en voor zolang deze werkzaamheden duren; d. pleziervaartuigen aan een van overheidswege aangewezen, openbare aanlegplaats; e. de aan botenverkoopbedrijven of botenverhuurbedrijven toebehorende pleziervaartuigen aan de aanleggelegenheden van die bedrijven; f. één pleziervaartuig aan het erf dat behoort bij een woning, een zomerwoning voor zover die woning of zomer woning aanwezig is in overeenstemming met de daarvoor geldende wettelijke voorschriften.
Nieuwe tekst Artikel 5:65 Uitzonderingen verbod artikel 5:64 (Vervallen in 2021)
Artikel 5:66 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:66 Voorschriften ligplaats 1 Ongeacht het bepaalde in de artikelen 5:64 en 5:65 kan het college aan de
Nieuwe tekst Artikel 5:66 Voorschriften ligplaats. (Vervallen in 2021)
25
2
3
4
rechthebbende op een vaartuig voorschriften stellen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen. Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de provinciale Vaarwegverordening van toepassing is. Het is verboden vaartuigen, houtvlotten of andere te water liggende voorwerpen vast te maken of vastgemaakt te hebben aan bomen, struiken, lantaarnpalen of verkeerstekens.
Artikel 5:67 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:67 Gebruik voortstuwingsinstallatie 1 Het is verboden een voortstuwingsinstallatie van motorvaartuigen, die aan de wal vastliggen te laten werken. 2 Het is verboden de voortstuwingsinstallatie van motorvaartuigen anders dan bij het aanleggen aan en bij het wegvaren van gemeentelijke of particuliere wallen in werking te hebben binnen de afstand van 2 meter uit een niet beschoeide oever.
Nieuwe tekst Artikel 5:67 Gebruik voortstuwingsinstallatie (Vervallen in 2021)
Artikel 5:68 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:68 Ligplaatsen woonschepen 1 Het is uitsluitend toegestaan met een woonschip ligplaats in te nemen op gronden die daarvoor uitdrukkelijk zijn bestemd in een onherroepelijk goedgekeurd bestemmingsplan met vergunning van het college. 2 Een vergunning, bedoeld in het eerste lid wordt slechts verleend indien het (te
Nieuwe tekst Artikel 5:68 Ligplaatsen woonschepen (Vervallen in 2021)
26
3
4
realiseren) woonschip aan de volgende eisen voldoet: a Het woonschip dient op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving als passend binnen de omgeving te worden aangemerkt en; b Het woonschip heeft een lengte van maximaal 18.00 meter, een hoogte van maximaal 3.50 meter, gemeten vanaf de waterlijn en een breedte van maximaal 4.25 meter. Dit artikel is niet van toepassing op woonschepen, welke zich bevinden op het terrein van een scheepswerf voor het ondergaan van enige behandeling; Lid 2 onder b is niet van toepassing indien de gestelde maatvoering in m2 van het vigerende bestemmingsplan afwijkt.
Artikel 5:70 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:70 Vaarregels 1 De schippers van elkander tegenkomende vaartuigen moeten, voor zoveel de plaatselijke gesteldheid en de soort der vaartuigen dit toelaten, van bakboord naar stuurboord, dat is van de linker- naar de rechterzijde verhalen. Waar wisselen niet mogelijk is, moet de schipper van het onbeladen vaartuig of indien beide vaartuigen beladen of onbeladen zijn, de schipper wiens vaartuig het dichtst is bij een plaats, waar gewisseld kan worden, daar heen varen om het tweede schip te laten passeren. Wil een schipper een ander voortvarend schipper voorbijvaren dan is deze verplicht, daartoe aangezocht, zo mogelijk gelegenheid te geven. 2 Wanneer een vaartuig stil ligt, of gelost wordt of geladen op een plaats, waar een ander vaartuig niet ongehinderd kan voorbijvaren, is de schipper van eerstgenoemd vaartuig, daartoe aangezocht, verplicht te verhalen, teneinde tot doorvaren de gelegenheid te geven.
Nieuwe tekst Artikel 5:70 Vaarregels (Vervallen in 2021)
Artikel 5:71 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
27
Artikel 5:71 Maximum snelheid plassengebied 1 Het is de schipper van een door een motor aangedreven pleziervaartuig of beroepsvaartuig verboden met een grotere snelheid dan 6 km per uur te varen in de wateren aangegeven op de aan deze verordening toegevoegde kaart. 2 In afwijking van het gestelde in lid 1 geldt voor de Ziendevaart, de Sloot van de Graaf, het Jaagpad, het Brampjesgat, de Vetweisloot, een gedeelte van de Meesloot en de Machinesloot een maximale vaarsnelheid van 4,5 km per uur.
Artikel 5:71 Maximum snelheid plassengebied (Vervallen in 2021)
Artikel 5:72 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:72 Motorvaartverbod 1 Het is de schipper van een door een motor aangedreven pleziervaartuig of beroepsvaartuig verboden daarmee te varen of zich daarmee te bevinden in de wateren aangegeven op de aan deze verordening toegevoegde kaart. 2 Degene die - al dan niet permanent – woont aan een in het eerste lid vermeld water, wordt geacht ontheffing te hebben van het gestelde in het eerste lid tot het met een door een motor aangedreven vaartuig te varen met in achtneming van het gestelde in deze verordening. Ten bewijze daarvan dient hij/zij een identiteitsbewijs bij zich te dragen waaruit de aanwoning blijkt. 3 Degene die een aantoonbaar vis- en/of jachtrecht heeft op een in het eerste lid vermeld water, wordt geacht ontheffing te hebben van het gestelde in het eerste lid tot en met een door een motor aangedreven vaartuig te varen met in achtneming van het gestelde in deze verordening. Ten bewijze daarvan dient hij de bescheiden bij zich te dragen waaruit het vis- en/of jachtrecht blijkt. 4 Degene die aantoonbaar riet- of mosrechten heeft of werkzaamheden namens de Vereniging Natuurmonumenten uitvoert wordt geacht ontheffing te hebben van het gestelde in het eerste lid tot het met een door een motor aangedreven vaartuig.
Nieuwe tekst Artikel 5:72 Motorvaartverbod (Vervallen in 2021)
Artikel 5:73 wordt als volgt gewijzigd: 28
Bestaande tekst Artikel 5:73 Vaarverbod 1 Het is de schipper van een pleziervaartuig of bedrijfsvaartuig verboden daarmee te varen of zich daarmee te bevinden in de wateren aangegeven op de aan deze verordening toegevoegde kaart. 2 Degene die al dan niet permanent woont aan een in het eerste lid vermeld water, wordt geacht ontheffing te hebben van het gestelde in het eerste lid tot het met een pleziervaartuig te varen met in achtneming van het gestelde in deze verordening. Ten bewijze daarvan dient hij/zij een identiteitsbewijs bij zich te dragen waaruit de aanwoning blijkt. 3 Degene die een aantoonbaar vis- en/of jachtrecht heeft op een in het eerste lid vermeld water, wordt geacht ontheffing te hebben van het gestelde in het eerste lid tot het met een pleziervaartuig varen met in achtneming van het gestelde in deze verordening. Ten bewijze daarvan dient hij/zij de bescheiden bij zich te dragen waaruit het vis- en/of jachtrecht blijkt. 4 Degene die aantoonbaar riet- of mosrechten heeft of werkzaamheden namens Vereniging Natuurmonumenten uitvoert wordt geacht ontheffing te hebben van het gestelde in het eerste lid.
Nieuwe tekst Artikel 5:73 Vaarverbod. (Vervallen in 2021)
Artikel 5:74 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:74 Plankzeilverbod Het is de gebruiker van een zeilplank verboden daarmee de plankzeilsport te beoefenen, zich te bevinden of te varen in de wateren aangegeven op de aan deze verordening toegevoegde kaart.
Nieuwe tekst Artikel 5:74 Plankzeilverbod (Vervallen in 2021).
Artikel 5:75 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:75 Scheepvaartverkeerswet Een in de artikelen 5:71, 5:72, 5:73 en 5:74 vervat verbod is niet van toepassing op een in die artikelen vermeld water of gedeelte daarvan, ten aanzien waarvan het bevoegd gezag artikel 4 van de Scheepvaartverkeerswet mede heeft toegepast in het belang van het voorkomen of
Nieuwe tekst Artikel 5:75 Scheepvaartverkeerswet (Vervallen in 2021)
29
beperken van schade door het scheepvaartverkeer aan de landschappelijke of natuurwetenschappelijke waarden van een gebied waarin scheepvaartwegen zijn gelegen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3, lid 2, aanhef en sub b van die wet.
Artikel 5:76 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:76 Binnenvaartpolitiereglement Het in deze afdeling gesteld is niet van toepassing voor zover het Binnenvaartpolitiereglement en de Vaarwegenverordening Zuid Holland daarin voorzien.
Nieuwe tekst Artikel 5:76 Binnenvaartpolitiereglement (Vervallen in 2021)
Artikel 5:78 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:78 Vier uren regeling 1 Ongeacht het bepaalde in de artikelen 5:64 en 5:65 is het, behoudens ontheffing van het college, verboden om een kajuitboot aan de oevers van de in het plassengebied gelegen gronden gedurende langer dan vier uur achtereen gemeerd te hebben. 2 Voorts is het verboden een kajuitboot aan de oevers, bedoeld in het eerste lid, binnen een tijdsbestek van zes uren driemaal op dezelfde plaats af te meren. 3 Verplaatsing binnen een afstand van maximaal vijftig meter vanuit de plaats waar de boot aanvankelijk werd aangetroffen, onderbreken de in lid 1 genoemde tijdsduur niet. 4 Het in lid 1 gestelde verbod is niet van toepassing op het stilliggen of afmeren met kajuitboten: a op geen grotere afstand dan 100 meter uit de as van de voorliggende weg, aan particuliere wallen, deel uitmakend van de aan de zuidoostzijde van de Voorwetering, grenzende gronden -water daaronder niet begrepen- mits met toestemming van de rechthebbende op die wallen; b op geen grotere afstand dan 100 meter uit de as van de voorliggende weg, aan andere behorende tuinen of erven, mits met toestemming van de rechthebbende op die wallen;
Nieuwe tekst Artikel 5:78 Vier uren regeling (Vervallen in 2021)
30
c
d
e
op wallen, deel uitmakend van daartoe bestemde jacht- en woonschepenhavens; voor zover het stilliggen of afmeren met kajuitboten betreft in verband met het beroepsmatig verrichten van werkzaamheden; aan de daartoe bestemde vrije aanlegplaatsen, mits het stilliggen of afmeren voor niet langer dan 18 uren achtereen geschiedt en met onderbreking van tenminste 12 uren.
Artikel 5:79 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:79 Varen met motorvaartuigen 1 Het is verboden, zonder vergunning van het college, met een motorvaartuig te varen in de plassen zoals bedoeld in artikel 5:38, O onder 1. 2 De motorvergunning als bedoeld in het eerste lid geldt voor de volgende wateren: a De Meijewetering lopende van de Vliet tot aan de voormalige Meijemolen, de Ringsloot in de kern Nieuwkoop van de voormalige molen bij de Zuideindenseweg tot de Teuntjesbrug, de Vliet, de Kadewetering, het Mallegat, de Ziendevaart, de Elleboogsvaart, de Oudevaart, de Gemeentevaart, het Schepengat, de vaargeul van het Maarten Freeke Wije, de Noordeinderplas en de Zuideinderplas. b De Kerksloot, Machinesloot, Vetweisloot en het gedeelte van de Meesloot tussen de genoemde slotenen de Sloot van de Graaf. c De Jaagpadsloot, Brampjesgat, de Kleinepolder en het Maarten Freeke Wije voor zover gelegen buiten de hoofdvaarroute en eigendom is van de Vereniging Natuurmonumenten of de heer S. Bodegraven. d Alle overige wateren in de voormalige polder Nieuwkoop en Noorden als de houder van de motorvergunning eigenaar is van het water of als de houder van de motorvergunning in het
Nieuwe tekst Artikel 5:79 Varen met motorvaartuigen (Vervallen in 2021)
31
3 4
5
bezit is van een door de eigenaar ondertekende verklaring waaruit blijkt dat deze daarvoor toestemming geeft. Deze verklaring moet de tijdsduur van de toestemming vermelden en de naam aan wie de toestemming is verleend. Het college is bevoegd nadere regels te stellen. In verband met de handhaving van het eigen karakter van en de veiligheid in het Nieuwkoopse plassengebied is het verboden sneller te varen dan 6 km per uur met in achtneming van het gestelde in artikel 5:71 lid 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid.
Paragraaf 5 wordt als volgt gewijzigd: paragraaf komt te vervallen Bestaande tekst Paragraaf 5. Orde en veiligheid op het water en ijs
Nieuwe tekst Paragraaf 5. Orde en veiligheid op het water en ijs : Deze paragraaf indeling komt te vervallen in DROP/Overheid.nl
Na artikel5:84 wordt een nieuw artikel 5:85 toegevoegd dat luidt als volgt: Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 5:85 Afstemming op Vaarwegenverordening Het bepaalde in de artikelen in dit Hoofdstuk geldt niet voor zover de Vaarwegenverordening gemeente Nieuwkoop van toepassing is.
Noot. In dit leesdocument staat in de linkerkolom “Bestaande tekst” een enkele keer teksten in rood afgedrukt. Het gebruik van rood is dan technisch noodzakelijk om na vaststelling de gewijzigde tekst in geconsolideerde vorm te kunnen transporteren naar het landelijke publicatiesysteem DROP/Overheid.nl. Hetzelfde geldt voor de vermelding “paragraaf indeling vervallen” in rood in de rechter kolom.
32