CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage a Was-wordt-tabel rood, 10e wijziging Apv.pdf

Meningsvormende raad II 21 januari 2021, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen 10e verordening tot wijziging van de Apv 201212.056 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlage a, behorend bij het besluit van de raad van de gemeente Nieuwkoop van 4 februari 2021 en als zodanig gewaarmerkt door de griffier, nr:……. 10e Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Nieuwkoop 2012

Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 1:1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: 1

bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; 2 bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 3 bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de bouwverordening Nieuwkoop 2012 daaronder wordt verstaan; 4 bromfiets hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; 5 college: het college van burgemeester en wethouders; 6 gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet; 7 handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; 8 motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; 9 openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; 10 openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; 11 parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; 12 rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk; 13 recreatiegebied: een aaneengesloten terrein dat geschikt

is voor vrijetijdsbesteding (sport en spel, verblijf in de natuur, amusement, uitstapjes); 14 voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990,

Nieuwe tekst Artikel 1:1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: 1

bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; 2 bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 3 bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de bouwverordening Nieuwkoop 2012 daaronder wordt verstaan; 4 bromfiets hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; 5 college: het college van burgemeester en wethouders; 6 gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet; 7 handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; 8 motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; 9 openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; 10 openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; 11 parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; 12 rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk; 13 recreatiegebied: een aaneengesloten terrein dat geschikt

is voor vrijetijdsbesteding (sport en spel, verblijf in de natuur, amusement, uitstapjes); 14 voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990,

1

met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; 15 weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens en rolstoelen; 15 weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel 2:10c wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:10c Vrij te stellen categorieën

Nieuwe tekst Artikel 2:10c Vrij te stellen categorieën

Het bevoegd gezag kan categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor het verbod om het eerste lid van artikel 2:10a niet geldt.

Het college kan categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor het verbod om het eerste lid van artikel 2:10a niet geldt.

Artikel 2:11 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1 Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering aan te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2

De vergunning wordt verleend: a

b

Nieuwe tekst Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1 Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering aan te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2

als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; of door het college in de overige gevallen.

De vergunning wordt verleend: a

b

als omgevingsvergunning door het college, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; of door het college in de overige gevallen.

3

Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht.

3

Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht.

4

Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de Algemene

4

Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de Algemene

2

Verordening Kabels en Leidingen gemeente Nieuwkoop. 5

Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Verordening Kabels en Leidingen gemeente Nieuwkoop. 5

Op de aanvraag om een vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 2:24 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:24 Definitie 1 In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a b

c d

e

f g

h

2

bioscoop- en theatervoorstellingen; markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet; kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; activiteiten als bedoeld in artikel 2:39 van deze verordening; een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; sportwedstijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid onder g.

Onder evenement wordt mede verstaan: a b c

d e f g

Nieuwe tekst Artikel 2:24 Definitie 1 In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:

een herdenkingsplechtigheid; een braderie; een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op de weg; een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; een klein evenement; een snuffelmarkt. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstijden of gala's.

a b

c d

e

f g

h

2

bioscoop- en theatervoorstellingen; markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; activiteiten als bedoeld in artikel 2:39 van deze verordening; een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; sportwedstijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid onder g.

Onder evenement wordt mede verstaan: a b c

d e f g

een herdenkingsplechtigheid; een braderie; een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op de weg; een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; een klein evenement; een snuffelmarkt. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstijden of gala's.

3

3

Onder klein evenement wordt verstaan een straatfeest of buurtbarbecue op een dag.

3

Onder klein evenement wordt verstaan een straatfeest of buurtbarbecue op een dag.

4

Onder snuffelmarkt wordt verstaan: een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats.

4

Onder snuffelmarkt wordt verstaan: een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een standplaats.

Artikel 2:25 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:25 Evenementenvergunning 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

Nieuwe tekst Artikel 2:25 Evenementenvergunning 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.

2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in art 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd.

2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in art 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd.

3. De burgemeester kan vrijstelling van het verbod als bedoeld in het eerste lid verlenen of een meldingsplicht invoeren voor door hem aan te wijzen categorieën evenementen. Deze bevoegdheid bestaat niet ten aanzien van de krachtens artikel 2:24, tweede lid onder g aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of gala’s.

3. De burgemeester kan vrijstelling van het verbod als bedoeld in het eerste lid verlenen of een meldingsplicht invoeren voor door hem aan te wijzen categorieën evenementen. Deze bevoegdheid bestaat niet ten aanzien van de krachtens artikel 2:24, tweede lid onder g aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of gala’s.

4.

4.

De burgemeester kan met betrekking tot een categorie evenementen, waarvoor op grond van het tweede lid vrijstelling is verleend of een meldingsplicht is ingevoerd, algemene voorschriften vaststellen.

De burgemeester kan met betrekking tot een categorie evenementen, waarvoor op grond van het tweede lid vrijstelling is verleend of een meldingsplicht is ingevoerd, algemene voorschriften vaststellen.

5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder g weigeren als de organisator of de aanvrager van een vergunning van slecht levensgedrag is

5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder g weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is

6. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregeld onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.

6. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregeld onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.

7. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht

7. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet

4

(positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 8. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2 Beslistermijn, eerste lid onder 1, beslist het bevoegde bestuursorgaan op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid, binnen dertien weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen. 9. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:3 Indiening aanvraag, eerste lid onder 1, geldt voor een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2:25 dat indien een aanvraag wordt ingediend minder dan dertien weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning nodig heeft, het bevoegde bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen.

bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 8. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2 Beslistermijn, eerste lid onder 1, beslist het bevoegde bestuursorgaan op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid, binnen dertien weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen.

9. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:3 Indiening aanvraag, eerste lid onder 1, geldt voor een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2:25 dat indien een aanvraag wordt ingediend minder dan dertien weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning nodig heeft, het bevoegde bestuursorgaan kan besluiten de aanvraag niet te behandelen.

Artikel 2:26 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:26 Ordeverstoring Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.

Nieuwe tekst Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 2:28 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting 1 Voor openbare inrichtingen van de volgende categorieën is geen exploitatievergunning vereist: a

b

een openbare inrichting in zorginstellingen en uitvaartcentra; een openbare inrichting in musea;

Nieuwe tekst Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting 1 Voor openbare inrichtingen van de volgende categorieën is geen exploitatievergunning vereist: a

b

een openbare inrichting in zorginstellingen en uitvaartcentra; een openbare inrichting in musea; 5

c

d

e

een openbare inrichting bij sportverenigingen en instellingen belast met het beheer van buurt- en clubhuizen; een openbare inrichting waar tevens op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet een vergunning is vereist; een openbare inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de horeca een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit. Voor zowel het horecabedrijf als de winkel gelden dezelfde sluitingstijden.

c

d

e

een openbare inrichting bij sportverenigingen en instellingen belast met het beheer van buurt- en clubhuizen; een openbare inrichting waar tevens op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet een vergunning is vereist; een openbare inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de horeca een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit. Voor zowel het horecabedrijf als de winkel gelden dezelfde sluitingstijden.

2

Voor overige horeca-inrichtingen is het verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester.

2

Voor overige horeca-inrichtingen is het verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester.

3

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning indien:

3

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning indien:

a

b c

4

de vestiging of exploitatie van openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan; de exploitant of de beheerder van slecht levensgedrag is; naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Hierbij houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie. De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan.

De vergunning kan eveneens worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering

a

b

c

de vestiging of exploitatie van openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan; of de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Hierbij houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie.

4

De vergunning kan eveneens worden geweigerd in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

5

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester de vergunning 6

integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 5

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de burgemeester de vergunning voor bepaalde tijd verlenen, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de openbare orde in het geding is.

6

De exploitatievergunningplicht is altijd van toepassing op discotheken en seksinrichtingen.

7

De burgemeester kan, in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid en het voorkomen van overlast, beleidsregels opstellen ten behoeve van de exploitatie van openbare inrichtingen.

8

9

De burgemeester is bevoegd om in het belang van de openbare orde en veiligheid en bij onevenredige overlast, lid 1 voor een individuele openbare inrichting buiten toepassing te verklaren.

voor bepaalde tijd verlenen, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de openbare orde in het geding is. 6

De exploitatievergunningplicht is altijd van toepassing op discotheken en seksinrichtingen.

7

De burgemeester kan, in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid en het voorkomen van overlast, beleidsregels opstellen ten behoeve van de exploitatie van openbare inrichtingen.

8

De burgemeester is bevoegd om in het belang van de openbare orde en veiligheid en bij onevenredige overlast, lid 1 voor een individuele openbare inrichting buiten toepassing te verklaren.

9

Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

Afdeling 6. komt als volgt te luiden: Bestaande tekst AFDELING 6. TOEZICHT OP INRICHTINGEN TOT HET VERSCHAFFEN VAN NACHTVERBLIJF Artikel 2:35 Begripsbepaling (Vervallen in 2009) Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie (Vervallen in 2009) Artikel 2:37 Nachtregister (Vervallen in 2009) Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister (Vervallen in 2009)

Nieuwe tekst Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf Artikel 2:35 Definitie In deze afdeling wordt onder inrichting verstaan elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of een bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht daarvan binnen drie dagen daarna schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester. Artikel 2:37 (vervallen in 2009) Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting 7

volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.

Artikel 2:39 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1 Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren.

Nieuwe tekst Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1 Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren.

2

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen of de Verordening speelautomaten gemeente Nieuwkoop 2007

2

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen of de Verordening speelautomaten gemeente Nieuwkoop 2007

3

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als:

3

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als:

a

4

naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

a

4

naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Na artikel 2:50 wordt een artikel 2:50a toegevoegd dat luidt als volgt: Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt

8

voorzien door het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 2:67 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister 1 De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en door de burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te nemen: a b c

d

e

Nieuwe tekst Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister 1 De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere wijze overdraagt, in een doorlopend en door de burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te nemen:

het volgnummer van de aantekening; de datum van verkoop of overdracht van het goed; een omschrijving van het goed, voor zover van toepassing daaronder begrepen soort, merk en nummer van het goed; de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; en de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.

a b c

d

e

het volgnummer van de aantekening; de datum van verkoop of overdracht van het goed; een omschrijving van het goed, voor zover van toepassing daaronder begrepen soort, merk en nummer van het goed; de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het goed; en de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.

2

De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen.

2

De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze verplichtingen.

3

Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing

3

Op de aanvraag om een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf en dergelijke 1 Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: a b

2

Nieuwe tekst Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf en dergelijke 1 Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:

het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; of het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.

Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend:

a b

2

het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; of het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.

Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend:

9

a

b

3

voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; of voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon.

Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: a

b

a

b

3

drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 50 meter met als middelpunt een van deze voertuigen; de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.

voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; of voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon.

Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: a

b

drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 50 meter met als middelpunt een van deze voertuigen; de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.

4

Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

4

Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

5

Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

5

Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:3 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen 1. Het is verboden een voertuig op de weg of openbare parkeergelegenheid te plaatsen of te hebben met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.

Nieuwe tekst Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen 1. Het is verboden een voertuig op de weg of openbare parkeergelegenheid te plaatsen of te hebben met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.

2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen

Nieuwe tekst Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen 10

1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruik langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg of openbare parkeergelegenheid te plaatsen of te hebben.

1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruik langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg of openbare parkeergelegenheid te plaatsen of te hebben.

2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door Wegenverordening Zuid-Holland.

3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door Wegenverordening Zuid-Holland.

4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:8 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:8 Grote voertuigen 1 Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter en/of een hoogte van meer dan 2,6 meter te parkeren binnen de bebouwde kom van de gemeente op de weg of op een openbare parkeergelegenheid. 2

Het verbod geldt niet voor het parkeren: a

b

Nieuwe tekst Artikel 5:8 Grote voertuigen 1 Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter en/of een hoogte van meer dan 2,6 meter te parkeren binnen de bebouwde kom van de gemeente op de weg of op een openbare parkeergelegenheid. 2

op de daartoe door het college aangewezen wegen en/of openbare parkeergelegenheden; op werkdagen van 7:00 tot 18:00 gedurende ten hoogste één uur.

Het verbod geldt niet voor het parkeren: a

b

op de daartoe door het college aangewezen wegen en/of openbare parkeergelegenheden; op werkdagen van 7:00 tot 18:00 gedurende ten hoogste één uur.

3

Het eerste lid is niet van toepassing op campers, en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg geplaatst of gehouden.

3

Het eerste lid is niet van toepassing op campers, en kampeerwagens, voor zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg geplaatst of gehouden.

4

Het college kan ontheffing verlenen van de verboden.

4

Het college kan ontheffing verlenen van de verboden.

5

Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

5

Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:13 wordt als volgt gewijzigd: 11

Bestaande tekst Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving 1 Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.

Nieuwe tekst Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurwerving 1 Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.

2

Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.

2

Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.

3

Het verbod geldt niet voor een inzameling die wordt gehouden:

3

Het verbod geldt niet voor een inzameling die wordt gehouden:

a b

c 4

in besloten kring; of door een instelling die is ingedeeld in het door het college vastgestelde collecteen wervingsrooster , mits de inzameling of werving overeenkomstig dat collecte en wervingsvoorstel en met inachtneming van de door het college gegeven voorschriften plaatsvindt; of door een andere, door het college aangewezen instelling.

Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

a b

c 4

in besloten kring; of door een instelling die is ingedeeld in het door het college vastgestelde collecteen wervingsrooster , mits de inzameling of werving overeenkomstig dat collecte en wervingsvoorstel en met inachtneming van de door het college gegeven voorschriften plaatsvindt; of door een andere, door het college aangewezen instelling.

Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:14 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:14 Definitie 1 In deze afdeling wordt onder venten verstaan het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis. 2

Onder venten wordt niet verstaan:

Nieuwe tekst Artikel 5:14 Definitie 1 In deze afdeling wordt onder venten verstaan het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis. 2

Onder venten wordt niet verstaan:

12

3

het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; a het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet; b het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.

3

het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; a het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g van de Gemeentewet; b het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.

Artikel 5:17 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:17 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder standplaats verstaan het vanaf een vaste plaats op een openbare of in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2.

Incidentele standplaats: een standplaats als bedoeld onder a met dien verstande dat de standplaats ingenomen wordt voor een uitsluitende periode van maximaal vier weken per kalenderjaar.

3. Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

Nieuwe tekst Artikel 5:17 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder standplaats verstaan het vanaf een vaste plaats op een openbare of in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2.

Incidentele standplaats: een standplaats als bedoeld onder a met dien verstande dat de standplaats ingenomen wordt voor een uitsluitende periode van maximaal vier weken per kalenderjaar.

3. Onder standplaats wordt niet verstaan: a. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet; b. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.

Artikel 5:32 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:32 Crossterreinen 1 Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een

Nieuwe tekst Artikel 5:32 Crossterreinen 1 Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan 13

trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2

Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a b

c

3

wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2

het voorkomen of beperken van overlast; de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.

Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren.

Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a b

c

3

het voorkomen of beperken van overlast; de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.

Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren.

Artikel 5:36 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:36 Verboden plaatsen 1. Incidentele asverstrooiing is verboden op:

Nieuwe tekst Artikel 5:36 Verboden plaatsen 1. Incidentele asverstrooiing is verboden op:

a. verharde delen van de weg; b. gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen; c. openbare wateren; d. sportterreinen; e. recreatieterreinen.

a. verharde delen van de weg; b. gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen; c. openbare wateren; d. sportterreinen; e. recreatieterreinen.

2. Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.

2. Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.

3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder C.

3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder c.

4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht

4. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve

14

(positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 5:38 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

AFDELING 10. PLASSENGEBIED EN OPENBAAR WATER

AFDELING 10. OPENBAAR WATER EN WATERSTAATSWERKEN

Paragraaf 1. Algemeen

Paragraaf 1. Algemeen – Paragraaf indeling komt te vervallen in DROP/Overheid.nl

Artikel 5:38 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. schipper: degene die een pleziervaartuig of een bedrijfsvaartuig voert dan wel degene die daarover de leiding heeft; b. landelijk deel: het deel van het grondgebied van de gemeente, gelegen buiten de bebouwde kommen; c. watergebieden: de gebieden die op de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende kaart als zodanig zijn aangegeven; d. rietkraag: een van een water of over deel uitmakende oppervlakte van tenminste 1 vierkante meter, welke is begroeid met riet, biezen, lisdodden en/of andere helofyten en is gelegen in het landelijk deel buiten gecultiveerde siertuinen van woningen of bedrijfsgebouwen; e. woonschip: 1. elk vaartuig of drijvend voorwerp, dat uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt als woning of recreatieverblijf dan wel door zijn constructie, afmetingen en inrichting uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd of geschikt is om te worden gebruikt als woning of recreatieverblijf; 2. een vaartuig of drijvend voorwerp als bedoeld onder 1. in aanbouw; 3. een casco, dat tot een vaartuig of drijvend voorwerp als bedoeld onder 1 kan worden afgebouwd of ingericht; 4. Een vaartuig of drijvend voorwerp als bedoeld onder 1, 2 en 3, dat de geschiktheid tot varen of drijven heeft verloren dan wel de overblijfselen daarvan. f. bedrijfsvaartuig:

Artikel 5:38 Begripsbepalingen (Vervallen in 2021)

15

1. elk vaartuig of drijvend voorwerp, waarin of waarop uitsluitend of hoofdzakelijk een beroep, bedrijf of dienst wordt uitgeoefend dan wel dat door zijn constructie, afmetingen en inrichting uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd of geschikt is om daarin of daarop een beroep, bedrijf of dienst uit te oefenen; 2. een vaartuig of drijvend voorwerp als bedoeld onder 1 in aanbouw; 3. een casco, dat tot een vaartuig of drijvend voorwerp als bedoeld onder 1 kan worden afgebouwd of ingericht; 4. een vaartuig of drijvend voorwerp als bedoeld onder 1, 2 en 3, dat de geschiktheid tot varen of drijven heeft verloren dan wel de overblijfselen daarvan. g. pleziervaartuig: 1. elk vaartuig, luchtkussenvoertuig of drijvend voorwerp, dat onder eigen verantwoordelijkheid en alleen voor het eigen genoegen van de gebruiker uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt voor enige vorm van pleziervaart, waterrecreatie of watersport dan wel door zijn constructie, afmetingen en inrichting uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd of geschikt is om onder eigen verantwoordelijkheid en alleen voor het eigen genoegen van de gebruiker te worden gebruikt voor enige vorm van pleziervaart, waterrecreatie of watersport, met uitzondering van een zeilplank; 2. een vaartuig, luchtkussenvoertuig of een drijvend voorwerp als bedoeld onder 1 in aanbouw; 3.

een casco, dat tot een vaartuig, luchtkussenvoertuig of drijvend voorwerp als onder 1 kan worden gebouwd of ingericht; 4. een vaartuig, luchtkussenvoertuig of drijvend voorwerp als bedoeld onder 1, 2 en 3 dat de geschiktheid tot varen of drijven heeft verloren dan wel de overblijfselen daarvan. h. open boot: een pleziervaartuig zonder stuurhut, zonder slaaphut, zonder kajuit en zonder enige andere overdekte verblijfsruimte; i. motorvaartuig: een vaartuig dat gebruik kan maken van zijn mechanische 16

middelen tot voortbeweging met uitzondering van een vaartuig waarvan de motor slechts wordt gebruikt voor het zich verplaatsen over een kleine afstand of ter verbetering van zijn bestuurbaarheid wanneer het wordt gesleept of geduwd; j. kajuitboot: elk vaartuig, niet zijnde een woonschip, dat voorzien is van een opbouw en/of inbouw, welke een hoogte heeft, respectievelijk hebben, van meer dan 1.50 meter, gemeten vanaf de buikdenning van de boot; k. zeilvaartuig: een vaartuig dat uitsluitend door middel van zijn zeilen wordt voortbewogen; l. zeilplank: een plank die wordt voortbewogen uitsluitend door middel van zijn zeil(en); m. waterfiets: (Vervallen in 2009) n. van overheidswege aangewezen, openbare aanlegplaats: een door het rijk, de provincie, de gemeente aangelegde plaats, welke door aanlegvoorzieningen is ingericht en bestemd voor het tijdelijk aanleggen van vaartuigen door passanten; o. plassengebied: 1. Nieuwkoopse Plassen, de gebieden begrensd door: de Ziendeweg, Zuideinde, Dorpsstraat, Noordenseweg, Simon van Capelweg, Prolkade, Noordsedorpsweg, Voorweg, Uitweg, gedeelte Milandweg, Bosweg en Meije; 2. Langeraarse Plassen, de gebieden begrensd door de Langeraarseweg, Vriezenweg, Generaal van Merleweg, Nieuwveens Jaagpad, Geerweg, Paradijsweg en het Landlustpad. p.

jachthaven: een planologisch geregeld onderkomen voor boten, speciaal voor dit gebruiksdoel gecreëerd, ingericht of beschikbaar gesteld, waarvan de eigenaar c.q. gebruiker zijn boot kan achterlaten onder toezicht van de havenexploitant; q. woonschepenhaven: een planologisch geregeld onderkomen voor woonschepen, speciaal voor dit gebruiksdoel gecreëerd, ingericht of beschikbaar gesteld, waar de eigenaar c.q. gebruiker zijn woonschip kan

17

r.

achterlaten, onder toezicht van de havenexploitant; werf: een aan water gelegen terrein, voorzien van een botenhelling of een andere inrichting om vaartuigen uit het water te halen en daarin te brengen, alsmede een loods of een werkplaats, waar bedrijfsmatig vaartuigen worden gebouwd, verbouwd, uitgerust, onderhouden, gerepareerd of opgeslagen.

Artikel 5:39 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:39 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1. De rechthebbende op een water is verplicht toe te laten dat op of in dat water vanwege en overeenkomstig de aanwijzingen van het college voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2. Het college geeft tevoren schriftelijk kennis aan de rechthebbende als bedoeld in het eerste lid van hun voornemen over te gaan tot het doen aanbrengen of wijzigen van een voorwerp, bord of voorziening als bedoeld in het eerste lid. 3. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht van toepassing is.

Nieuwe tekst Artikel 5:39 Voorzieningen voor verkeer en verlichting (Vervallen in 2021)

Artikel 5:41 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:41 Beschadiging van waterstaatswerken en oevers 1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde vaarten, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen.

Artikel 5:41 Beschadiging van waterstaatswerken en oevers 1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn.

2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt

18

voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening.

2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale vaarwegenverordening.

Artikel 5:42 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:42 Varen over visnetten 1. Het is verboden over te water staande visnetten te varen met vaartuigen, van welke enig deel onder het vlak van het vaartuig uitsteekt.

Artikel 5:42 Varen over visnetten Het is verboden over te water staande visnetten te varen met vaartuigen, van welke enig deel onder het vlak van het vaartuig uitsteekt.

2. Het is verboden om netten en fuiken zodanig te plaatsen dat het vaarverkeer wordt gehinderd.

Artikel 5:44 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:43 Bescherming rietkragen Het is verboden met een woonschip, een bedrijfsvaartuig of een pleziervaartuig te varen, te ankeren, aan te leggen of ligplaats in te nemen door, in of aan een rietkraag, alsmede binnen een strook van 2 meter vanaf een rietkraag..

Nieuwe tekst Artikel 5:43 Bescherming rietkragen (Vervallen in 2021)

Artikel 5:44 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:44 Zeilplank nabij rietkraag Het is verboden met een zeilplank te varen dan wel een zeilplank te laten liggen, door, in of aan een rietkraag.

Nieuwe tekst Artikel 5:44 Zeilplank nabij rietkraag (Vervallen in 2021)

Artikel 5:46 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:46 Oevers 1 Het is verboden: a een oever te verontreinigen of te beschadigen; b het voortstuwingswerktuig van een afgemeerd woonschip,

Nieuwe tekst Artikel 5:46 Oevers (Vervallen in 2021) .

19

2

bedrijfsvaartuig of pleziervaartuig te laten werken anders dan bij onmiddellijk afvaren of aanleggen. De in het eerste lid vervatte verboden zijn niet van toepassing op het verrichten van het noodzakelijke onderhoud aan watergangen of oevers ter uitvoering van een wettelijke verplichting.

Artikel 5:48 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:48 Baden en zwemmen Het is verboden te zwemmen of te baden in de door het college bij een ter openbare kennis te brengen besluit aan te wijzen wateren. Slechts die wateren kunnen worden aangewezen waar, naar het oordeel van het college, het baden het zwemmen hinder en overlast veroorzaakt aan het scheepvaartverkeer dan wel de openbare orde verstoort of de zedelijkheid aantast.

Nieuwe tekst Artikel 5:48 Baden en zwemmen Het is verboden te zwemmen of te baden in de door het college bij een ter openbare kennis te brengen besluit aan te wijzen wateren. Slechts die wateren kunnen worden aangewezen waar, naar het oordeel van het college, het baden of het zwemmen de openbare orde verstoort of de zedelijkheid aantast.

Artikel 5:49 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:49 Ondiepten ontstaan door vee Rechthebbenden van langs openbare wateren gelegen gronden zijn, indien ten gevolge van het lopen van vee op deze gronden in die wateren nabij de oevers ondiepten zijn ontstaan, verplicht die ondiepten, zo dikwijls het college dit in het belang van de bruikbaarheid van de wateren nodig achten, binnen de door deze bekend gemaakte tijd en overeenkomstig door of namens hen gegeven aanwijzingen te verwijderen.

Nieuwe tekst Artikel 5:49 Ondiepten ontstaan door vee (Vervallen in 2021)

Artikel 5:53 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Paragraaf 2. Orde en veiligheid met betrekking tot de scheepvaart op het openbare water

Nieuwe tekst Paragraaf 2. Paragraaf indeling komt te vervallen in DROP/Overheid.nl /deze verwijderen

Artikel 5:53 Voorwerpen op, in of boven openbaar water 1. Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden zonder vergunning van het college een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op,

Artikel 5:53 Voorwerpen op, in of boven openbaar water 1. Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden zonder vergunning van het college een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op,

20

in, of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben. 2. Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard. 3. Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. 4. De verboden in het eerste en derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken de Waterwet, de Provinciale Verordening Ruimte, de Provinciale vaarwegenverordening, de Telecommunicatiewet of de Algemene verordening Kabels en Leidingen gemeente Nieuwkoop.

in, of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben. 2. Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop gedachten en gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. 3. De verboden zijn niet van toepassing op situaties waarin voorzien wordt door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken de Waterwet, de Provinciale Verordening Ruimte, de Provinciale vaarwegenverordening, de Telecommunicatiewet of de Algemene verordening Kabels en Leidingen gemeente Nieuwkoop.

Artikel 5:58 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:58 Veiligheid op het water 1. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbare water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Provinciale vaarwegenverordening.

Nieuwe tekst Artikel 5:58 Veiligheid op het water (Vervallen in 2021)

Artikel 5:60 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:60 Gezonken schip of voorwerp De rechthebbende op een in een bij de gemeente in beheer of onderhoud zijnd water

Nieuwe tekst Artikel 5:60 Gezonken schip of voorwerp 1. De rechthebbende van een in vaarweg gezonken of aan de grond geraakt 21

gezonken of aan de grond geraakt vaartuig, te water geraakt voertuig of ander vervoermiddel dan wel voorwerp, waarvan de aanwezigheid aldaar de veiligheid of het verkeer in dat water in gevaar kan brengen, is verplicht van het zinken, aan de grond raken, of te water rake onmiddellijk kennis te geven aan de politie, en bij dat vaartuig, voertuig, vervoermiddel of voorwerp, indien het is gezonken, de bakens of veiligheidstekens te plaatsen als hem door of namens de politie worden voorgeschreven, alsmede te zorgen, dat het vaartuig, voertuig of voorwerp binnen de door of namens de politie gestelde termijn uit dat water wordt verwijderd.

vaartuig, waarvan de aanwezigheid de veiligheid van het vaarverkeer in gevaar kan brengen, is verplicht hiervan onmiddellijk kennis te geven aan de gemeente, en bij dat vaartuig of voorwerp de bakens of veiligheidstekens te plaatsen als hem door of namens de gemeente worden voorgeschreven, alsmede te zorgen, dat het vaartuig of voorwerp binnen de door of namens de gemeente gestelde termijn uit dat water wordt verwijderd. 2. Een werk of enig onderdeel daarvan, dat naar het oordeel van het college in een zodanige toestand is komen te verkeren dat daardoor gevaar of hinder voor de scheepvaart bestaat of kan bestaan, moet op eerste aanzegging van het college door de belanghebbende bij dit werk zo spoedig mogelijk worden hersteld of verwijderd, waarbij moet worden voldaan aan de door of vanwege het college te geven aanwijzingen. 3. Een werk dat ten gevolge van het vervallen van zijn bestemming niet is voltooid, of waarvan na voltooiing het doel is vervallen, moet op eerste aanzegging van het college door de belanghebbende bij het werk zo spoedig mogelijk worden opgeruimd, rekening houdend met de daarbij door het college te stellen termijnen.

Artikel 5:61 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Paragraaf 3. Maatregelen en voorschriften voor vaartuigen en aanlegplaatsen Artikel 5:61 Aanpassen woonschepen 1. Het is verboden zonder vergunning van het college, in openbare wateren woonschepen en andere vaartuigen, welke bestemd zijn tot tijdelijke of voortdurende bewoning of daaraan dienstbaar kunnen worden gemaakt, of onderdelen daarvan, te bouwen, verbouwen of te herstellen. 2. Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd indien het door bouw, verbouw of herstel te realiseren woonschip hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving, niet als passend binnen de omgeving wordt aangemerkt. 3. De verbodsbepaling, gesteld in het eerste lid, geldt niet voor de door of vanwege de bewoner uit te voeren kleine reparaties of

Nieuwe tekst Paragraaf 3. Maatregelen en voorschriften voor vaartuigen en aanlegplaatsen / paragraaf indeling komt te vervallen in DROP/Overheid.nl Artikel 5:61 Aanpassen woonschepen (Vervallen in 2021)

22

herstelwerkzaamheden aan woonschepen, welke krachtens een geldige vergunning ter plaatse ligplaats hebben. 4. Het college is bevoegd woonschepen en andere vaartuigen, als bedoeld in het eerste lid, welke zich in strijd met het daar gesteld, in enig openbaar water te bevinden, af te voeren of te doen afvoeren naar een door hen aan te wijzen openbaar water binnen de gemeente.

Artikel 5:62 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:62 Hinder door vaartuigen 1 Het is verboden vaartuigen in open wateren waarover de gemeente het beheer voert, te laten en zo, dat daardoor hinder voor het verkeer kan ontstaan. 2 Het college is bevoegd nadere regels te stellen over het gebruik en de doorvaart, breedte van dit water. 3 De verbodsbepaling van het eerste lid geldt niet: a voor zover een der artikelen 162,163 en 427, ten zesde van het Wetboek van Strafrecht toepasselijk is; b voor rijks en provinciale wateren, noch voor andere dan provinciale wateren, waarop de Verordening scheepvaartbelangen Zuid Holland van toepassing is. 4 Het is verboden zonder toestemming van de bewoner of de bewoners van het betrokken pand een vaartuig stil te doen liggen in de hoofddeling, voor welk doel ook, waardoor het verkeer over draaiplank of brug belemmerd zou worden.

Nieuwe tekst Artikel 5:62 Hinder door vaartuigen (Vervallen in 2021)

Artikel 5:63 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:63 Aanleggen door vaartuigen, gebruik laad- en loswallen 1 Het is verboden vaartuigen stil te leggen of stilliggende te hebben voor of te meren of gemeerd te hebben aan gemeentelijke wallen: a welke niet tot openbare laad- en losplaats zijn bestemd;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=bfe4fc80-ed55-4647-bef5-cafe65d0f8b3