CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - bijlagen bij de toelichting

Besluitvormende raadsvergadering 25 april 2024, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Geerweg 61-63, Ter Aar (2024-031)22.740 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

14

5. Samenvatting Ten aanzien van de beoogde ontwikkeling aan de Geerweg 61-63 te Ter Aar is een ecologische quickscan uitgevoerd. Het herontwikkelen van het perceel en alle bijbehorende werkzaamheden leiden, behoudens algemene broedvogels en vrijgestelde soorten, niet tot aantasting van functionele leefomgevingen, vaste rust- en/of verblijflocaties, natuurgebieden of andere krachtens de Wet natuurbescherming beschermde zaken. Voor vleermuizen is het voldoende als er rekening gehouden wordt met de eventuele aanwezigheid in de omgeving. Voor rugstreeppad is het voldoende als voorkomen wordt dat de locatie gekoloniseerd kan worden ten tijde van de uitvoering. Ten aanzien van algemene grondgebonden zoogdieren is enkel de Algemene Zorgplicht van toepassing Ten aanzien van vleermuizen zijn geen essentiële vliegroutes, foerageergebieden of vaste rusten/of verblijfslocaties aanwezig.

Desondanks passeren en foerageren vleermuizen aannemelijk op of rondom de locatie en worden door (foutief toegepaste) bouwverlichting mogelijk verstoord indien toegepast Ten aanzien van vogels met jaarrond beschermde nestlocaties en/of leefgebieden zijn geen verdere maatregelen of vervolgstappen benodigd Ten aanzien van algemene vogels kunnen broedsels en nesten verstoord worden gedurende het broedseizoen in het groen rondom het plangebied Ten aanzien van rugstreeppadden dient voorkomen te worden dat de locatie gekoloniseerd wordt gedurende de uitvoering van de ontwikkeling. Ten aanzien van overige amfibieën wordt de aanwezigheid van vrijgestelde soorten verwacht, voor deze soorten dient de Algemene Zorgplicht in acht genomen te worden Voor vlinders, libellen, ongewervelde, reptielen en vissen met een beschermde status krachtens de Wet natuurbescherming is geen geschikt leefgebied aanwezig Standplaatsen en geschikte omstandigheden ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn niet aangetroffen Er is geen sprake van effecten op houtopstanden onder bescherming van de Wet natuurbescherming Gelet op de afstand tot beschermde gebieden, de aard van de werkzaamheden en de tussengelegen inrichting van het gebied worden geen (negatieve) effecten verwacht

15

6. Vervolgstappen Er zijn geen aanleidingen aangetroffen die het noodzakelijk maken dat vervolgstappen of aanvullend onderzoek uitgevoerd moet worden. Voor een aantal soorten is het voldoende als er tijdens de uitvoering rekening wordt gehouden met de eventuele aanwezigheid.

6.1.

Nader onderzoek

Naar aanleiding van de bevindingen van het onderzoek is aanvullend onderzoek niet benodigd

6.2.

Maatregelen bij de uitvoering

Voor vleermuizen dient rekening gehouden te worden met mogelijk foeragerende of passerende individuen middels het juist toepassen van bouwverlichting óf door te werken buiten de schemerende en donkere dagdelen in de periode april t/m oktober. Voorbeelden van juiste verlichting: amber-/roodkleurige verlichting, beperkte hoogte van lichtmasten en verlichting naar beneden gericht en convergeren In verband met de potentie voor algemene vogelsoorten zoals winterkoning, turkse tortel, merel en overige kleine zangvogels werkzaamheden buiten het broedseizoen uitvoeren, medio maart t/m medio juli. Indien de werkzaamheden opgestart en uitgevoerd worden binnen het broedseizoen dient de locatie ongeschikt gemaakt te worden alvorens de aanvang van het broedseizoen. Indien nodig kan ook binnen het broedseizoen gewerkt worden door de planlocatie vlak voorafgaand aan de werkzaamheden te laten controleren op de aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten Om te voorkomen dat de rugstreeppad de bouwlocatie koloniseert gedurende het voortplantingsseizoen dienen maatregelen getroffen te worden.

Zorgen dat tijdelijke poelen en plassen niet kunnen ontstaan door de locatie regelmatig af te vlakken óf een amfibieënscherm plaatsen waardoor rugstreeppadden de locatie niet kunnen bereiken óf zorg dragen dat zanderig/braakliggend terrein niet aanwezig is in de voortplantings- of migratieperiode van rugstreeppadden (begin april t/m eind juli) Alle aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (puin, takken, stronken) gefaseerd verwijderen. Dit om dieren die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, zich te laten verplaatsen naar een schuilplaats buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden In het kader van de Algemene Zorgplicht dient voorzichtig gehandeld te worden met alle aanwezige flora en fauna

16

Bronnen BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0. Juli 2017, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus, versie 1.0. Juli 2017, Utrecht. BIJ12, 2022. Kennisdocument Huismus Passer domesticus, versie 2.0. Juni 2022, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Rugstreeppad Bufo calamita, versie 1.0. Juli 2017, Utrecht. Websites, geraadpleegd 2023: atlasleefomgeving.nl bomen.meetnetportaal.nl decentrale.regelgeving.overheid.nl geocontent.rvo.nl natura2000.eea.europa.eu pas.natura2000.nl pzh.maps.arcgis.com rug.maps.arcgis.com wetten.overheid.nl www.floravannederland.nl www.ndff.nl www.ravon.nl www.rvo.nl www.sovon.nl www.telmee.nl www.vleermuis.net www.vogelbescherming.nl www.waarneming.nl www.zoogdiervereniging.nl

17

Bijlage 1

Foto’s planlocatie

Het projectgebied betreft een bewoond perceel met weide en caravanstalling aan de Geerweg 61-63 te Ter Aar

Op het perceel zijn twee woningen, enkele opstallen, een caravanstalling, weide en siertuin aanwezig

18

Van de te slopen woning is een deel van de goten overgroeid me klimplanten

De loods voor de caravanstalling bestaat uit een enkele laag golfplaten als dak en dunne wanden van o.a. golfplaten als muren

19

Verkennend bodemonderzoek; Geerweg 61 te Ter Aar Opdrachtgever: Kubiek Ruimtelijke Plannen Contactpersoon: mevrouw R. Hoekstra Datum: 21 februari 2023 Projectnummer: P22M0108

Colofon Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. Valkseweg 62 - 3771 RG Barneveld Postbus 99

- 3770 AB Barneveld

tel. 0342 - 406 406 e-mail milieu@vink.nl www.vink.nl

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING ..................................................................................................................................... 1

2.

VOORONDERZOEK ..................................................................................................................... 3 2.1. Algemeen ....................................................................................................................................... 3 2.2. Actuele situatie en toekomstig gebruik .......................................................................................... 3 2.3. Voormalig bodemgebruik ............................................................................................................... 6 2.4. Voorgaand bodemonderzoek ........................................................................................................ 8 2.5. Bodemopbouw en geohydrologie .................................................................................................. 9 2.6. Conclusie vooronderzoek .............................................................................................................. 9

3.

VERKENNEND ONDERZOEK - OPZET EN UITVOERING ....................................................... 11 3.1. Onderzoeksstrategie .................................................................................................................... 11 3.2. Veldwerkprogramma.................................................................................................................... 12 3.3. Laboratoriumonderzoek ............................................................................................................... 13

4.

VERKENNEND ONDERZOEK - INTERPRETATIE EN TOETSING .......................................... 15 4.1. Toetsingskader ............................................................................................................................ 15 4.2. Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen ............................................................................. 16 4.3. Analyseresultaten grond en grondwater deellocatie A (NEN 5740) ............................................ 16 4.4. Analyseresultaten grond deellocatie A (NEN 5707) .................................................................... 18 4.5. Analyseresultaten grond en grondwater deellocatie B (NEN 5740) ............................................ 18 4.6. Analyseresultaten grond deellocatie B (NEN 5707) .................................................................... 21

5.

CONCLUSIE EN ADVIES ........................................................................................................... 23 5.1. Conclusie deellocatie A: Zuidelijk deel ........................................................................................ 23 5.2. Conclusie deellocatie B: Noordelijk deel ..................................................................................... 24 5.3. Aanbevelingen ............................................................................................................................. 24

(KAART) BIJLAGEN: A. Toetsingstoelichting B. Analyseresultaten C. Analysecertificaten D. Profielbeschrijving E. Gegevensselectie vooronderzoek Omgevingskaart Kadastrale kaart Kaart met situering boorpunten

Verkennend bodemonderzoek; Geerweg 61 te Ter Aar Projectnummer: P22M0108 Datum: 21 februari 2023

1.

INLEIDING

Kubiek Ruimtelijke Plannen heeft ons op 3 november 2022 opdracht gegeven tot het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de Geerweg 61 te Ter Aar. Op basis van informatie van de opdrachtgever zijn twee locaties gedefinieerd binnen het perceel aan de Geerweg 61 te Ter Aar waar bodemonderzoek uitgevoerd dient te worden. Voor de ligging van de locaties wordt verwezen naar de kaartbijlagen. Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek is een beoogde bestemmingsplanwijziging en een omgevingsvergunning bouwen. Het doel van het onderzoek is: 

aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater in gehaltes boven respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden.

met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem.

Het onderzoek is uitgevoerd volgens de: 

NEN 5725 [Bodem ‐ Landbodem ‐ Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017].

NEN 5740 [Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, januari 2009] en het wijzigingsblad NEN 5740/A1 van februari 2016.

NEN 5707 [Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem, augustus 2015] en het wijzigingsblad NEN 5707/C1 van augustus 2016.

In dit rapport zal achtereenvolgens worden ingegaan op het vooronderzoek, de verrichte werkzaamheden en de resultaten van het onderzoek. Ten slotte worden conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. is een onafhankelijk adviesbureau dat beschikt over een gecertificeerd kwaliteitssysteem conform NEN-EN-ISO 9001:2015 en is gecertificeerd volgens BRLSIKB 2000 'Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek'. Tussen Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. en de opdrachtgever bestaat geen relatie die strijdig is met de functiescheiding zoals omschreven in de BRL SIKB 2000 (versie 6). Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden, maar blijft een steekproefsgewijze benadering. Het is voor ons daarom onmogelijk garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie af te geven op basis van de resultaten van het bodemonderzoek. Dit betekent dat Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. geen aansprakelijkheid

1

Verkennend bodemonderzoek; Geerweg 61 te Ter Aar Projectnummer: P22M0108 Datum: 21 februari 2023

accepteert ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door ons uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Voor het vooronderzoek geraadpleegde bronnen zijn niet altijd zonder fouten en/of volledig. Voor het verkrijgen van informatie zijn wij wel afhankelijk van diverse bronnen, waardoor wij niet kunnen instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde gegevens voor het vooronderzoek. Tot slot is het onderzoek een momentopname. Beïnvloeding van de bodemkwaliteit zal ook plaats kunnen vinden na de uitvoering van dit onderzoek, bijvoorbeeld door bouwrijp maken, aanvoer van grond van elders of door de verspreiding van een verontreiniging van elders via het grondwater. De onderzoeksresultaten hebben daardoor een beperkte geldigheidsduur.

2

Verkennend bodemonderzoek; Geerweg 61 te Ter Aar Projectnummer: P22M0108 Datum: 21 februari 2023

2.

VOORONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het vooronderzoek, bestaande uit de inventarisatie van actuele en historische locatiegegevens, het toekomstige gebruik en de bodemopbouw en geohydrologie. Op basis van de geïnventariseerde gegevens vindt hypothesestelling plaats ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. 2.1. Algemeen Het doel van het vooronderzoek conform de NEN 5725:2017 is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Het vooronderzoek heeft zich niet specifiek gericht op aanwezigheid van onder meer niet gesprongen explosieven/ conventionele explosieven, kabels en leidingen en archeologische waarden. De gebruikte informatiebronnen betreffen: voorgaande bodemonderzoeken in de nabijheid van de onderzoekslocatie gebaseerd op de aangevraagde Omgevingsrapportage van de Omgevingsdienst West-Holland1, (gemeentelijk) tank- en bodeminformatiesysteem, Dienst voor het kadaster en de openbare registers Nederland, TNO grondwaterkaart van Nederland, Bodemloket, BAG viewer, Topotijdreis, Actueel Hoogtebestand Nederland en de opdrachtgever.

Op 9 november 2022 is een Omgevingsrapportage met daarin relevante bodeminformatie van de onderzoekslocatie opgevraagd en verkregen bij de Omgevingsdienst West-Holland. Dit rapport is bijgevoegd als bijlage E. 2.2. Actuele situatie en toekomstig gebruik De onderzoekslocatie aan de Geerweg 61 te Ter Aar bestaat uit een noordelijk en een zuidelijk deel. Het noordelijke deel (omvang 2.300 m²) is braakliggend en bestaat uit gras. Op deze locatie zal een woning worden gebouwd. Tevens zullen op het noordelijk deel drie trekkershutten worden gerealiseerd. De bestaande waterpartij op het aangrenzend perceel (perceel 1902) zal in oostelijke richting worden uitgebreid. Als laatste zal een nieuwe toegangsweg op de oostelijke perceelsgrens worden aangelegd naar de aanwezige caravanstalling. In onderstaande afbeeldingen is de bestaande en toekomstige situatie op het noordelijk deel weergegeven.

1

Omgevingsrapportage Omgevingsdienst West-Holland. In deze Omgevingsrapportage zijn diverse bodemonderzoek opgenomen die zijn uitgevoerd in de nabijheid van de onderzoekslocatie. Deze Omgevingsrapportage is opgenomen in bijlage E.

3

Verkennend bodemonderzoek; Geerweg 61 te Ter Aar Projectnummer: P22M0108 Datum: 21 februari 2023

Afbeelding 1: bestaande situatie noordelijk deel. De onderzoekslocatie waar bodemonderzoek zal worden uitgevoerd ligt binnen de rode ovale cirkel.

Afbeelding 2: toekomstige situatie noordelijk deel met de waterpartij die in oostelijke richting zal worden uitgebreid en met de nieuwbouwlocaties van de trekkershutten en woning. Daarnaast zal een nieuwe toegangsweg naar de caravanstalling worden aangelegd. Deze is gelegen op het oostelijk deel van het perceel

Het zuidelijke deel (omvang 700 m²) van de onderzoekslocatie is bebouwd. De bebouwing bestaat uit twee achter elkaar gelegen geschakelde woningen met achterliggende een bedrijfsschuur die fungeert als caravanstalling. De verharding op het zuidelijk deel bestaat ter plaatse van de woningen uit grind en ter plaatse van de caravanstalling uit stelconplaten. De achterste woning en een deel van de caravanstalling zal worden gesloopt. Ook zal de huidige toegangsweg naar de caravanstalling worden ontgraven. De gesloopte woning (nummer 63) zal op het noordelijk deel worden herbouwd. Ook zal de toegangsweg naar de caravanstalling op het noordelijk deel komen te liggen. In onderstaande afbeelding is de bestaande en toekomstige situatie op het zuidelijk deel weergegeven.

Afbeelding 3: bestaande situatie zuidelijk deel. De onderzoekslocatie is ligt binnen het rode vlak. De achterste geschakelde woning en een deel van de caravanstalling zullen worden gesloopt.

Afbeelding 4: toekomstige situatie zuidelijk deel. De woning achter nummer 61 zal worden gesloopt verdwenen evenals een deel van de caravanstalling. Na sloop zal het braakliggende deel achter woning nr 61 fungeren als tuin.

4

Verkennend bodemonderzoek; Geerweg 61 te Ter Aar Projectnummer: P22M0108 Datum: 21 februari 2023

De te onderzoeken locaties zijn gelegen op één kadastraal perceel, bekend als gemeente Ter Aar, sectie D, nummer 1918 met een totaal oppervlak van 9.977 m². De locatiecoördinaten zijn X = 110114 en Y = 467885. Er zijn geen beperkingen bekend in de Landelijke Voorziening WKPB en de Basisregistratie Kadaster. Voor aanvang van de werkzaamheden is op 17 januari 2023 een visuele terreininspectie uitgevoerd. Tijdens deze inspectie zijn geen mogelijk bodembelastende omstandigheden of activiteiten waargenomen op de onderzoekslocatie. Voor een indruk van de locatie wordt verwezen naar de onderstaande foto's.

Foto 1:

Zuidelijk deel onderzoekslocatie, gezien in noordelijke richting.

Foto 3:

Noordelijk deel onderzoekslocatie gezien in zuidelijke richting vanaf de weg Reigersbos. Foto verkregen via opdrachtgever.

Foto 2:

Zuidelijk deel onderzoekslocatie met kas, gezien in westelijke richting.

De onderzoekslocatie bevindt zich in een voornamelijk agrarische omgeving. Rondom de onderzoekslocatie vinden voor zover bekend geen activiteiten plaats die de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem van de onderzoekslocatie mogelijk sterk beïnvloeden. Het huidige gebruik van het noordelijk deel van de onderzoekslocatie zal gaan veranderen. Op dit gedeelte van het perceel zal een nieuwe woning en een drietal trekkershutten worden gebouwd. Voor

5

Verkennend bodemonderzoek; Geerweg 61 te Ter Aar Projectnummer: P22M0108 Datum: 21 februari 2023

zover bekend blijft het huidige gebruik van het zuidelijk deel van de onderzoekslocatie en de directe omgeving in de nabije toekomst ongewijzigd. 2.3. Voormalig bodemgebruik De locatie is van oudsher in gebruik voor agrarische doeleinden en rond 1950 is het gebruik van de locatie veranderd in glastuinbouw. Dit is goed te zien op oude topografische kaarten van de locatie. Op deze kaarten is weergegeven dat vanaf 1949 de eerste kassen zijn afgebeeld op het zuidelijk deel van het perceel evenals de bebouwing (woning). In de latere jaren zijn ook kassen afgebeeld op het noordelijk deel van het perceel en is de verdere uitbreiding van de bebouwing (caravanstalling) goed zichtbaar. Op de topografische kaart vanaf 1999 zijn de kassen niet meer zichtbaar. Hierna volgen oude kaartfragmenten, waar de ontwikkeling van de onderzoekslocatie en de directe omgeving zichtbaar is.

Noordelijk deel

Noordelijk deel

Zuidelijk deel

Zuidelijk deel

Fragment topografische kaart 1947. Het perceel is braakliggend.

Fragment topografische kaart 1949. De eerste kassen en bebouwing is zichtbaar op het zuidelijk deel van het perceel.

Noordelijk deel

Noordelijk deel

Zuidelijk deel Zuidelijk deel

Fragment topografische kaart 1975. Ook op het noordelijk deel van het perceel zijn kassen zichtbaar.

Fragment topografische kaart 1990. De verdere uitbreiding van de bebouwing is goed te zien. De kassen zijn nu nog aanwezig op het westelijk deel van het perceel.

6

Verkennend bodemonderzoek; Geerweg 61 te Ter Aar Projectnummer: P22M0108 Datum: 21 februari 2023

Noordelijk deel

Noordelijk deel

Zuidelijk deel

Zuidelijk deel

Fragment topografische kaart 2000. De kassen zijn verdwenen op de onderzoekslocatie en de aanwezige bebouwing is goed zichtbaar.

Fragment topografische kaart 2021. Ten opzichte van de kaart uit 2000 zijn er geen noemenswaardige wijzigingen op de onderzoekslocatie

Op basis van de opgevraagde Omgevingsrapportage [noot 2] blijkt dat nog niet eerder bodemonderzoek op de onderzoekslocatie heeft plaatsgevonden. De uitdraai van de omgevingsrapportage is opgenomen in bijlage E. Er zijn geen aanwijzingen voor opslag van brandstoffen in boven- of ondergrondse tanks op of in de nabijheid van de onderzoekslocatie. Er is geen informatie bekend met betrekking tot opslag van chemicaliën of de aanwezigheid van verbrand afval, oude riolen of gedempte sloten op de onderzoekslocatie. Voor zover bekend heeft er geen brand gewoed op de locatie. Er is zodoende een verwaarloosbare kans dat er geblust is met blusschuim. Begin december 2022 heeft brand gewoed in een loods op het naastgelegen perceel (Geerweg 10) waarbij asbest is vrijgekomen. Op basis van diverse foto’s is te zien dat de brand is geblust met alleen water. Uit informatie van de opdrachtgever is gebleken dat op het zuidelijk deel van de onderzoekslocatie ook asbesthoudend materiaal is aangetroffen. Dit asbesthoudend materiaal is verwijderd. Tijdens de terreininspectie voor aanvang van de veldwerkzaamheden is geen asbesthoudend materiaal aangetroffen. In de omgeving van de locatie zijn voor zover bekend geen industriële activiteiten aanwezig (geweest) waarbij PFAS wordt of werd gebruikt.

Er zijn geen bijmengingen in de grond waargenomen die kunnen duiden op de aanwezigheid van PFAS-houdende producten (zoals stortmateriaal). De locatie is onverdacht ten aanzien van het voorkomen van PFAS. Voor zover bekend hebben op de onderzoekslocatie geen ongewone voorvallen plaatsgevonden. De directe omgeving van de onderzoekslocatie had in het verleden voornamelijk een agrarisch gebruik en later glastuinbouw. In het verleden hebben in de directe omgeving van de onderzoekslocatie voor zover bekend geen bodembelastende activiteiten plaatsgevonden die een sterke invloed hebben gehad op de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie.

7

Verkennend bodemonderzoek; Geerweg 61 te Ter Aar Projectnummer: P22M0108 Datum: 21 februari 2023

2.4. Voorgaand bodemonderzoek Er zijn geen resultaten van voorgaand bodemonderzoek beschikbaar voor de onderzoekslocatie. Op basis van de opgevraagde Omgevingsrapportage van de Omgevingsdienst West-Holland [noot 2] zijn in de nabijheid van de onderzoekslocatie een aantal onderzoeken uitgevoerd die hieronder kort worden beschreven. Niet alle informatie is in onderstaand overzicht opgenomen. Alleen de onderzoeken op de aangrenzende percelen. Voor de uitdraai van de Omgevingsrapportage wordt verwezen naar bijlage E. Locatie Geerweg 67 (locatiecode: AA056902003) In 1996 is door de firma Lebouille op de locatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Op de locatie zijn lichte verhogingen aangetoond. Locatie Geerweg 59 (locatiecode AA056902443) Op deze locatie is een historisch onderzoek uitgevoerd. Op het perceel is een bloemenkwekerij gevestigd. De conclusie op basis van het uitgevoerde onderzoek is dat de locatie potentieel verontreinigd is. Locatie Geerweg 57 (locatiecode AA056902522) Op deze locatie is een historisch onderzoek uitgevoerd. Op het perceel is een installatiebedrijf gevestigd. De conclusie op basis van het uitgevoerde onderzoek is dat de locatie potentieel verontreinigd is. Bodemkwaliteitskaart Door de Omgevingsdienst West-Holland is een Bodembeheernota2 opgesteld waarbij grondgebieden zijn opgedeeld in zones met een vergelijkbare bodemkwaliteit.

Voor de gemeente Nieuwkoop is gebiedsspecifiek beleid3 opgesteld. Uit de gegevens blijkt dat de bodemfunctieklasse van de noordelijk deel van de locatie Achtergrondwaarde betreft en voor het zuidelijk deel Wonen betreft. Volgens de bodembeheernota van de Omgevingsdienst West-Holland [noot 4] ligt het perceel waarbinnen onderzoek zal worden uitgevoerd binnen een gebied wat verdacht is op het voorkomen van toemaakgronden. Toemaak is stadsafval dat historisch als ophoogmateriaal en meststof gebruikt werd, vooral in laaggelegen landelijk gebied zoals veenweiden. Toemaakgrond is in het verleden mogelijk binnen het perceel toegepast. Toemaakgrond is in zekere mate verdacht voor het voorkomen van bodemverontreiniging (zware metalen en PAK). Echter, uit verschillende onderzoeken naar humane, landbouwkundige, ecologische en verspreidingsrisico’s is gebleken dat op grond van het huidige gebruik geen tot nauwelijks risico’s zijn bij aanwezigheid van toemaakdekgrond. Deze toemaakgrond is onder beheer van de Omgevingsdienst West-Holland.

2

Bodembeheernota Omgevingsdienst West-Holland Deel A algemeen, d.d. 12 maart 2014.

3

Bodembeheernota Omgevingsdienst West-Holland Deel B gebiedsspecifiek, d.d. 6 februari 2015.

8

Verkennend bodemonderzoek; Geerweg 61 te Ter Aar Projectnummer: P22M0108 Datum: 21 februari 2023

2.5. Bodemopbouw en geohydrologie De onderzoekslocatie ligt globaal op 1,91 meter -NAP De originele bodem bestaat volgens de bodemkaart van Nederland uit een Koopveengrond op bosveen, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit veen. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 4,0 m -NAP, waardoor het grondwater zich op ± 2 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in noordwestelijke richting. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Binnen een straal van 1.000 meter bevinden zich voor zover bekend geen kwetsbare objecten met betrekking tot de grondwaterkwaliteit. 2.6. Conclusie vooronderzoek Op basis van het vooronderzoek kan worden aangenomen dat de bovengrond mogelijk verontreinigd is met OCB (bestrijdingsmiddelen) en asbest door het langdurig gebruik van de locatie voor de glastuinbouw. De hypothese voor de bovengrond luidt ten aanzien van OCB’s en asbest ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE)’. Ten aanzien van de overige parameters, de ondergrond en het grondwater kan worden aangenomen dat deze niet of slechts in lichte mate is aangetast.

Er is geen sprake van een lijnvormige bron. De hypothese luidt 'onverdacht (ONV-NL)'.

9

Verkennend bodemonderzoek; Geerweg 61 te Ter Aar Projectnummer: P22M0108 Datum: 21 februari 2023

10

Verkennend bodemonderzoek; Geerweg 61 te Ter Aar Projectnummer: P22M0108 Datum: 21 februari 2023

3.

VERKENNEND ONDERZOEK - OPZET EN UITVOERING

In het navolgende worden de opzet en de uitvoering van het onderzoek behandeld. Daarbij wordt ingegaan op de onderzoeksstrategie, het veldwerkprogramma en het laboratoriumonderzoek. 3.1. Onderzoeksstrategie Bij het opstellen van de onderzoeksstrategie zijn de in hoofdstuk 1 genoemde NEN normen als richtlijn gehanteerd. Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie in deellocaties onderverdeeld. De onderzoeksstrategie is in het navolgende per deellocatie omschreven. Deellocatie A: Zuidelijk deel perceel Ten aanzien van de bovengrond luidt ten aanzien van OCB’s en asbest de hypothese ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE)’. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie als omschreven in § 5.6 van de NEN 5740:2009 en conform de NEN 5740/A1:2016 en § 6.4.5 van de NEN 5707:2015. Er heeft systematische monsterneming plaatsgevonden om de eventuele diffuse verontreiniging aan te kunnen tonen. Als verdachte bodemlaag is het bodemtraject van 0.0 tot 0,5 m-mv aangemerkt. Het onderzoek heeft zich gericht op OCB (bestrijdingsmiddelen) en asbest 4. Ten aanzien van de overige parameters in de bovengrond, de ondergrond en het grondwater luidt de hypothese ‘(kleinschalig) onverdacht (ONV-NL)’. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie als beschreven in § 5.1 van de NEN 5740:2009 en conform de NEN 5740/A1:2016.

Er heeft systematische monsterneming plaatsgevonden. Het onderzoek heeft zich gericht op de parameters van het standaardpakket voor grond en grondwater. Deellocatie B: Noordelijk deel perceel Ten aanzien van de bovengrond luidt ten aanzien van OCB’s en asbest de hypothese ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE)’. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie als omschreven in § 5.6 van de NEN 5740:2009 en conform de NEN 5740/A1:2016 en § 6.4.5 van de NEN 5707:2015. Er heeft systematische monsterneming plaatsgevonden om de eventuele diffuse verontreiniging aan te kunnen tonen. Als verdachte bodemlaag is het bodemtraject van 0.0 tot 0,5 m-mv aangemerkt. Het onderzoek heeft zich gericht op OCB (bestrijdingsmiddelen) en asbest. Ten aanzien van de overige parameters in de bovengrond, de ondergrond en het grondwater luidt de hypothese ‘(kleinschalig) onverdacht (ONV-NL)’. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie als beschreven in § 5.1 van de NEN 5740:2009 en conform de NEN

4

Ten aanzien van bestrijdingsmiddelen is in vaak het beleid dat het bodemtraject van 0,0 tot 0,3 m-mv als meest verdachte bodemlaag bemonsterd dient te worden voor analyse op OCB. In onderhavig onderzoek is een mengmonster samengesteld van het bodemtraject van 0,0 tot 0,5 m-mv. In de resultaten (paragraaf 4.3) is omschreven waarom dit geen negatieve invloed heeft op het onderzoeksresultaat.

11

Verkennend bodemonderzoek; Geerweg 61 te Ter Aar Projectnummer: P22M0108 Datum: 21 februari 2023

5740/A1:2016. Er heeft systematische monsterneming plaatsgevonden. Het onderzoek heeft zich gericht op de parameters van het standaardpakket voor grond en grondwater. 3.2. Veldwerkprogramma De boringen en de bemonstering van de bodem zijn uitgevoerd onder certificaat en in overeenstemming met de protocollen 2001, 2002 en 2018 (allen versie 6). Het veldwerk is uitgevoerd door D. Karsten van Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. op 17, 18 en 24 januari 2023. Bij alle boringen is de vrijgekomen grond zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, verdachte geuren en kleuren en eventuele bodemvreemde bestanddelen zoals puin, afval of asbestverdachte materialen. De waarnemingen zijn in het veld in profielbeschrijvingen vastgelegd. Peilbuizen worden bemonsterd na een minimale rusttijd van één week. Alle monsters zijn individueel verpakt in geschikte monsterverpakkingen en zijn volgens de geldende richtlijnen geconserveerd. Een volledige maaiveldinspectie conform de NEN 5707 was niet mogelijk aangezien het grootste deel van de locatie is bebouwd, verhard of begroeid met gras en tuin. Tijdens de locatie-inspectie zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. Deellocatie A: Zuidelijk deel perceel Op deellocatie A zijn 7 boringen verricht tot een diepte van 0,5 meter beneden maaiveld (m-mv).

Er zijn twee boringen doorgezet tot een diepte van 1,5 m-mv, waarvan er 1 is verwerkt tot peilbuis. Er zijn 5 inspectiegaten gegraven met een lengte, breedte en diepte van 0,3 x 0,3 x 0,5 meter in de actuele contactzone. Eén inspectiegat is doorgezet tot 1,0 m-mv. De vrijgekomen grond is per inspectiegat voorbehandeld op locatie. De grove fractie is (indien aanwezig) afgescheiden door uitharken en visueel onderzocht op asbestverdachte materialen. Van de fijne fractie zijn per inspectiegat een proportioneel aantal grepen genomen van circa 0,5 kilogram ten behoeve van 1 analysemonsters. De gaten zijn na afloop van het onderzoek gedicht door de uitgegraven grond terug te storten. Deellocatie B: Noordelijk deel perceel Op deellocatie B zijn 14 boringen verricht tot een diepte van 0,5 meter beneden maaiveld (m-mv). Er zijn drie boringen doorgezet tot een diepte van 1,0 m-mv, waarvan er 1 is verwerkt tot peilbuis. Er zijn 10 inspectiegaten gegraven met een lengte, breedte en diepte van 0,3 x 0,3 x 0,5 meter in de actuele contactzone. Twee inspectiegaten zijn doorgezet tot 1,0 m-mv. De vrijgekomen grond is per inspectiegat voorbehandeld op locatie. De grove fractie is (indien aanwezig) afgescheiden door uitharken en visueel onderzocht op asbestverdachte materialen.

Van de fijne fractie zijn per inspectiegat een proportioneel aantal grepen genomen van circa 0,5 kilogram ten behoeve van 3 analysemonsters. De gaten zijn na afloop van het onderzoek gedicht door de uitgegraven grond terug te storten.

12

Verkennend bodemonderzoek; Geerweg 61 te Ter Aar Projectnummer: P22M0108 Datum: 21 februari 2023

3.3. Laboratoriumonderzoek De monsters zijn met gekoeld monstertransport voor analyse aangeboden aan het door het RvA geaccrediteerde milieulaboratorium SGS Environmental Analytics b.v. te Rotterdam. De asbestmonsters zijn aangeboden aan het RvA geaccrediteerde milieulaboratorium Eurofins ACMAA Testing te Deurningen. In tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de samengestelde (meng)monsters en uitgevoerde analyses. Tabel 1: (Meng)monsters en uitgevoerde analyses

Nr.1 Omschrijving Deellocatie A: Zuidelijk deel perceel MM1 Bovengrond

Matrix

Boorpunt, diepte (cm-mv)

Analyse(s)

Grond

Standaard pakket grond2, OCB3

MM1_ASBEST

Bovengrond

Grond

MM2

Ondergrond

Grond

01: 15-50, 02: 13-60, 03: 10-50, 06: 5-50 02: 13-60, 03: 10-50, 04: 5-50, 05: 4-50, 06: 5-50 01: 80-130, 01: 130-180

MM3 MM8 MM9 1-1-1

Ondergrond Bovengrond Bovengrond Peilbuis

Grond Grond Grond grondwater

03: 50-100, 03: 100-150 04: 5-50, 05: 4-50 07: 0-50 01 (150-250)

Standaardpakket grond OCB OCB Standaardpakket grondwater5

Deellocatie B: Noordelijk deel perceel MM4 Bovengrond Grond

Asbest4 Standaardpakket grond

52: 0-50, 53: 0-50, 54: 0-50, Standaard pakket grond, OCB 64: 0-50 MM5 Bovengrond Grond 56: 0-50, 57: 0-50, 58: 0-50, Standaard pakket grond, OCB 59: 0-50 MM6 Bovengrond Grond 60: 0-50, 61: 0-50, 62: 0-50, Standaard pakket grond, OCB 63: 0-50 MM2_ASBEST Bovengrond Grond 51: 0-50, 60: 0-50, 62: 0-50, Asbest 63: 0-50 MM3_ASBEST Bovengrond Grond 56: 0-50, 57: 0-50, 58: 0-50, Asbest 59:0-50 MM4_ASBEST Bovengrond Grond 52: 0-50, 53: 0-50, 64: 0-50 Asbest MM7 Ondergrond Grond 51: 50-100, 51: 100-150, 51: Standaardpakket grond 150-200, 52: 50-100, 53: 50-100 51-1-1 Peilbuis Grondwater 51 (100-200) Standaardpakket grondwater 1 Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B.

2 Standaardpakket grond:  Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink)  Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK 10 VROM)  Polychloorbifenylen (7 PCB)  Minerale olie  Organische stof en lutum 3 OCB (organochloorbestrijdingsmiddelen):  Hexachloorbenzeen, o,p-DDT, p,p-DDT, som DDT (0.7 factor), o,p-DDD, p,p-DDD, som DDD (0.7 factor), o,p-DDE, p,p-DDE, som DDE (0.7 factor), som DDT,DDE,DDD (0.7 factor), aldrin, dieldrin, endrin, som aldrin/dieldrin/endrin (0.7 factor), isodrin, telodrin, alpha-HCH, beta-HCH, gamma-HCH, delta-HCH, som a-b-c-d HCH (0.7 factor), heptachloor, cis-heptachloorepoxide, trans-heptachloorepoxide, som heptachloorepoxide (0.7 factor), alphaendosulfan, hexachloorbutadieen, endosulfansulfaat, trans-chloordaan, cis-chloordaan 4 Asbest:  Chrysotiel (witte asbest), amosiet (bruine asbest), crocidoliet (blauwe asbest), anthophylliet (gele asbest), tremoliet (grijze asbest), actinoliet (groene asbest) 5 Standaardpakket grondwater:  Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink)  Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen en naftaleen)  Gehalogeneerde koolwaterstoffen (1,1-dichloorethaan, 1,2-dichloorethaan, 1,1-dichlooretheen, cis-1,2dichlooretheen (cis), trans- 1,2-dichlooretheen, dichloormethaan, 1,1-dichloorpropaan, 1,2-dichloorpropaan, 1,3

dichloorpropaan, tetrachlooretheen (per), tetrachloormethaan (tetra), 1,1,1-trichloorethaan, 1,1,2-trichloorethaan, trichlooretheen (tri), chloroform, vinylchloride, bromoform)  Minerale olie

13

Verkennend bodemonderzoek; Geerweg 61 te Ter Aar Projectnummer: P22M0108 Datum: 21 februari 2023

14

Verkennend bodemonderzoek; Geerweg 61 te Ter Aar Projectnummer: P22M0108 Datum: 21 februari 2023

4.

VERKENNEND ONDERZOEK - INTERPRETATIE EN TOETSING

De resultaten van het uitgevoerde onderzoek worden in dit hoofdstuk geïnterpreteerd en getoetst aan het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Ingegaan wordt op het genoemde toetsingskader en aansluitend de bodemopbouw, de zintuiglijke waarnemingen en de toetsing van de analyseresultaten van de grond en het grondwater. 4.1. Toetsingskader Het toetsingskader van de Wet bodembescherming (Wbb) gaat uit van achtergrond- dan wel streefen interventiewaarden voor de bodem. Bij een overschrijding van de achtergrond-/ streefwaarde is in beginsel sprake van aantoonbare verontreiniging. Bij een overschrijding van de interventiewaarde is in beginsel sprake van dreigende vermindering of ernstige vermindering van de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier. De achtergrond- en interventiewaarden voor grond zijn bodemspecifiek en afhankelijk van het lutumgehalte en het organische stofgehalte. Voor de berekening van toetsingswaarden voor organische parameters is het lutumgehalte niet van toepassing. Bij een organische stofgehalte van minder dan 2,0% wordt voor de berekening van de toetsingswaarden van de organische verbindingen het minimaal te hanteren organische stofgehalte van 2,0% toegepast. Asbest Voor asbest is geen streefwaarde vastgesteld, maar een interventiewaarde (100 mg/kgds gewogen).

Deze interventiewaarde is niet gebaseerd op het Maximaal Toelaatbaar Risico (MTR) maar op het veel strenger Verwaarloosbaar Risiconiveau (VR). Bij gehalten beneden de interventiewaarde voor asbest (gewogen) is geen sprake van locatiespecifieke risico’s. Het gewogen gehalte aan asbest wordt berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met 10 maal het gehalte aan amfibool asbest. Bij materialen niet zijnde bodem is geen sprake van een interventiewaarde, maar van een restconcentratienorm (100 mg/kgds gewogen asbest). Een uitgebreidere toelichting op het toetsingskader van de Wbb wordt gegeven in bijlage A. De getoetste analyseresultaten en de analysecertificaten 5 zijn opgenomen in bijlage B en C. De resultaten worden getoetst met behulp van BoToVa, de Bodem Toets- en Validatie Service van de overheid via elektronische data uitwisseling.

5

Op de analysecertificaten staan voetnoten, die betrekking kunnen hebben op de betrouwbaarheid van de uitgevoerde analyse of duiden op een indicatief gehalte. Bij beschouwing van de voetnoten op de bijgevoegde analysecertificaten is er geen aanleiding om te verwachten dat deze van invloed zijn op de betrouwbaarheid van dit bodemonderzoek.

15

Verkennend bodemonderzoek; Geerweg 61 te Ter Aar Projectnummer: P22M0108 Datum: 21 februari 2023

4.2. Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen De bodemprofielen van de verrichte boringen en de zintuiglijke waarnemingen staan vermeld in bijlage D ‘profielbeschrijving’. In tabel 2 is een schematische weergave van de bodemopbouw van de onderzoekslocatie opgenomen. Tabel 2: Schematische weergave van de bodemopbouw

Bodemtraject (m-mv) Deellocatie A 0,0 - 0,8 0,5 - 2,0 Deellocatie B 0,0 – 2,0

Hoofdmengsel

Bijmengsel(s)

Kleur

Veen Klei

Sterk zandig Sterk siltig

Donkerbruin Neutraalgrijs

Veen

Sterk kleiig

Donkerbruin

De gemeten grondwaterstand(en) staan vermeld bij de analyseresultaten van het grondwater. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen kenmerken waargenomen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging. 4.3. Analyseresultaten grond en grondwater deellocatie A (NEN 5740) De analyseresultaten en toetsing van de grond en het grondwater zijn opgenomen in tabel 3. Tabel 3: Analyseresultaten en toetsing grond en grondwater

Monsternr.1 eenheid

MM1 mg/kgds

MM2 mg/kgds

MM3 mg/kgds

Grondwaterstand (m-mv) Zuurgraad (-) Geleidbaarheid (µS/cm) Zware metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

MM9 mg/kgds

1-1-1 µg/l 0,56 6,29 651

99 * 0,33 * 140 * 130 *

-

1,8 * -

Vluchtige aromaten Benzeen Tolueen Ethylbenzeen Xylenen Styreen Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK) Naftaleen PAK (10 VROM) Interventiefactor PAK (10 VROM)

MM8 mg/kgds

240 -

-

6,83 *

-

-

16

*

Verkennend bodemonderzoek; Geerweg 61 te Ter Aar Projectnummer: P22M0108 Datum: 21 februari 2023

Monsternr.1 eenheid Chloorbenzenen (µg/kgds) Hexachloorbenzeen

MM1 mg/kgds

MM2 mg/kgds

MM3 mg/kgds

-

MM8 mg/kgds

MM9 mg/kgds

-

-

Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen Cis 1,2-dichlooretheen (cis) Trans 1,2-dichlooretheen Som 1,2-dichloorethenen Dichloormethaan 1,1-dichloorpropaan 1,2-dichloorpropaan 1,3-dichloorpropaan Som dichloorpropanen Tetrachlooretheen (per) Tetrachloormethaan (tetra) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan Trichlooretheen (tri) Chloroform Vinylchloride Bromoform

1-1-1 µg/l

-

Polychloorbifenylen Som PCB (7) (µg/kgds)

-

OCB (µg/kgds) som DDT som DDD som DDE som aldrin/dieldrin/endrin Alpha-endosulfan heptachloor chloordaan

-

-

-

371 -

*

263 * 56 * 263,9 * 4,76 * 4,76 *

Minerale olie Totaal olie C10-C40 MM1 01: 15-50, 02: 13-60, 03: 10-50, 06: 5-50 MM2 01: 80-130, 01: 130-180 MM3 03: 50-100, 03: 100-150 MM8 04: 5-50, 05: 4-50 MM9 07: 0-50 1-1-1 1 (150-250) 1 : Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. - : geen overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde * : overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde, maar niet van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde ** : overschrijding van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde, maar niet van de interventiewaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde

Uit voorgaande analyseresultaten blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is met enkele zware metalen (koper, kwik, lood, zink), PAK (10 VROM) en in een enkele geval OCB. In de ondergrond op het achterterrein is een licht verhoogd gehalte aan molybdeen aangetroffen. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Geen van de overige geanalyseerde parameters is aangetroffen in een gehalte boven de achtergrond-/streefwaarde.

17

Verkennend bodemonderzoek; Geerweg 61 te Ter Aar Projectnummer: P22M0108 Datum: 21 februari 2023

De lichte verhogingen met zware metalen en PAK (10 VROM) in de grond duiden waarschijnlijk op een toemaakdek (zoals aangegeven in de bodemkwaliteitskaart). De concentraties zijn niet verontrustend en geven geen aanleiding tot nader onderzoek. De concentraties aan OCB zijn waarschijnlijk het gevolg van het vroegere gebruik van de onderzoekslocatie als boomgaard. De aangetoonde lichte verhogingen zijn niet verontrustend en geven geen aanleiding tot nader onderzoek. Op basis van de aangetoonde concentraties is het onwaarschijnlijk dat op enig punt de interventiewaarde wordt benaderd of overschreden 6. 4.4. Analyseresultaten grond deellocatie A (NEN 5707) Tijdens de locatie-inspectie zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. In de gegraven inspectiegaten zijn eveneens geen asbestverdachte materialen waargenomen. Tabel 4: Analyseresultaten (mg/kgds); fijne fractie

Monster

MM1_inspectiegat 2 (13-60), 3 (10-50), 4 (5-50), 5 (4-50), 6 (5-50)

Aangeleverd (kg) Gemeten asbestconcentratie

22,040 <0,3

Ondergrens (95% betr. interv.) Bovengrens (95% betr. interv.) Gemeten serpentijngehalte Gemeten amfiboolgehalte Berekende bepalingsgrens Niet hechtgebonden asbest (-)

0,0 0,5 <0,3 0,0 2 0,0

Uit tabel 4 blijkt dat in de fijne fractie van de inspectiegaten van MM1_asbest geen asbest is aangetoond. 4.5. Analyseresultaten grond en grondwater deellocatie B (NEN 5740) De analyseresultaten en toetsing van de grond en het grondwater zijn opgenomen in tabel 5.

6

Het bodemtraject van 0,0 tot 0,5 m-mv is bemonsterd voor analyse op OCB. Als ervan wordt uitgegaan dat de concentraties alleen afkomstig zijn uit het traject van 0,0 tot 0,25 m-mv kunnen theoretisch de gehalten 2x zo hoog zijn. Als de (gecorrigeerde) maximale concentraties worden vermenigvuldigd met 2 is het nog steeds zeer onwaarschijnlijk dat de interventiewaarde wordt benaderd of overschreden (som DDT 0,26*interventiewaarde + som DDD 0,018*interventiewaarde + som DDE 0,18*interventiewaarde + heptachloorepoxide en som chloordaan 0,002*interventiewaarde). Ook het criterium voor nader onderzoek wordt niet overschreden.

18

Verkennend bodemonderzoek; Geerweg 61 te Ter Aar Projectnummer: P22M0108 Datum: 21 februari 2023

Tabel 5: Analyseresultaten en toetsing grond en grondwater

Monsternr.1 eenheid

MM4 mg/kgds

MM5 mg/kgds

MM6 mg/kgds

MM7 mg/kgds

Grondwaterstand (m-mv) Zuurgraad (-) Geleidbaarheid (µS/cm) Zware metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

0,45 6,51 540

0,27 * 95 * -

0,20 * 65 * -

49 * 0,49 * 170 * -

34 -

Vluchtige aromaten Benzeen Tolueen Ethylbenzeen Xylenen Styreen Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK) Naftaleen PAK (10 VROM) Interventiefactor PAK (10 VROM) Chloorbenzenen (µg/kgds) Hexachloorbenzeen

51-1-1 µg/l

*

130 17 -

-

-

4,77 *

-

-

27 *

Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen Cis 1,2-dichlooretheen (cis) Trans 1,2-dichlooretheen Som 1,2-dichloorethenen Dichloormethaan 1,1-dichloorpropaan 1,2-dichloorpropaan 1,3-dichloorpropaan Som dichloorpropanen Tetrachlooretheen (per) Tetrachloormethaan (tetra) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan Trichlooretheen (tri) Chloroform Vinylchloride Bromoform

-

Polychloorbifenylen Som PCB (7) (µg/kgds)

-

-

-

OCB (µg/kgds) som DDT som DDD som DDE som aldrin/dieldrin/endrin

58,7 *

-

146,2 *

19

-

*

*

Verkennend bodemonderzoek; Geerweg 61 te Ter Aar Projectnummer: P22M0108 Datum: 21 februari 2023

Monsternr.1 eenheid Alpha-endosulfan heptachloor chloordaan

MM4 mg/kgds -

MM5 mg/kgds -

MM6 mg/kgds -

MM7 mg/kgds

51-1-1 µg/l

Minerale olie Totaal olie C10-C40 MM4 52: 0-50, 53: 0-50, 54: 0-50, 64: 0-50 MM5 56: 0-50, 57: 0-50, 58: 0-50, 59: 0-50 MM6 60: 0-50, 61: 0-50, 62: 0-50, 63: 0-50 MM7 51: 50-100, 51: 100-150, 51: 150-200, 52: 50-100, 53: 50-100 51-1-1 51 (100-200) 1 : Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. - : geen overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde * : overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde, maar niet van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde ** : overschrijding van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde, maar niet van de interventiewaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde

Op basis van de resultaten uit voorgaande tabel blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is met voornamelijk kwik en lood. Daarnaast is de bovengrond ter plaatse van de toekomstige trekkerhutten licht verontreinigd met hexachloorbenzeen en som aldrin/dieldrin/endrin. De bovengrond ten westen van de toekomstige woning is naast zware metalen ook licht verontreinigd met PAK. De bovengrond ter plaatse van de toekomstige woning is naast zware metalen ook licht verontreinigd met som aldrin/dieldrin/endrin. In de ondergrond is een licht verhoogd gehalte aan nikkel aangetroffen. Het grondwater is licht verontreinigd met barium en nikkel. Geen van de overige geanalyseerde parameters is aangetroffen in een gehalte boven de achtergrond-/streefwaarde. De lichte verhogingen met zware metalen en PAK (10 VROM) in de grond duiden waarschijnlijk op een toemaakdek (zoals aangegeven in de bodemkwaliteitskaart). De concentraties zijn niet verontrustend en geven geen aanleiding tot nader onderzoek. De concentraties aan OCB zijn waarschijnlijk het gevolg van het vroegere gebruik van de onderzoekslocatie als boomgaard. De aangetoonde lichte verhogingen zijn niet verontrustend en geven geen aanleiding tot nader onderzoek. Op basis van de aangetoonde concentraties is het onwaarschijnlijk dat op enig punt de interventiewaarde wordt benaderd of overschreden 7.

7

Het bodemtraject van 0,0 tot 0,5 m-mv is bemonsterd voor analyse op OCB. Als ervan wordt uitgegaan dat de concentraties alleen afkomstig zijn uit het traject van 0,0 tot 0,25 m-mv kunnen theoretisch de gehalten 2x zo hoog zijn. Als de (gecorrigeerde) maximale concentraties worden vermenigvuldigd met 2 is het nog steeds zeer onwaarschijnlijk dat de interventiewaarde wordt benaderd of overschreden (hexachloorbenzeen 0,06*interventiewaarde + som aldrin/dieldrin/endrin 0,04*interventiewaarde). Ook het criterium voor nader onderzoek wordt nergens overschreden.

20

Verkennend bodemonderzoek; Geerweg 61 te Ter Aar Projectnummer: P22M0108 Datum: 21 februari 2023

4.6. Analyseresultaten grond deellocatie B (NEN 5707) Tijdens de locatie-inspectie zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. In de gegraven inspectiegaten zijn eveneens geen asbestverdachte materialen waargenomen. Tabel 6: Analyseresultaten (mg/kgds); fijne fractie

Monster

MM2_inspectiegat 51, 60, 62, 63 (0-50)

MM3_inspectiegat 56, 57, 58, 59 (0-50)

MM4_ inspectiegat 52, 53, 64 (0-50)

Aangeleverd (kg) Gemeten asbestconcentratie

22,350 <0,5

17,940 <1,0

16,190 <0,8

Ondergrens (95% betr. interv.) Bovengrens (95% betr. interv.) Gemeten serpentijngehalte Gemeten amfiboolgehalte Berekende bepalingsgrens Niet hechtgebonden asbest (-)

0,0 0,9 <0,5 0,0 2 0,0

0,0 1,8 <1,0 0,0 2 0,0

0,0 1,6 ,0,8 0,0 2 0,0

Uit tabel 6 blijkt dat in de fijne fractie van de inspectiegaten van MM2_asbest, MM3_asbest en MM4_asbest geen asbest is aangetoond.

21

Verkennend bodemonderzoek; Geerweg 61 te Ter Aar Projectnummer: P22M0108 Datum: 21 februari 2023

22

Verkennend bodemonderzoek; Geerweg 61 te Ter Aar Projectnummer: P22M0108 Datum: 21 februari 2023

5.

CONCLUSIE EN ADVIES

In opdracht van Kubiek Ruimtelijke Plannen is een verkennend bodemonderzoek aan de Geerweg 61 te Ter Aar uitgevoerd. Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie in twee delen onderverdeeld: 

Deellocatie A: Zuidelijk deel (rond de te slopen woning achter nummer 61).

Deellocatie B: Noordelijk deel (braakliggend perceel waar de nieuwe woning en trekkershutten zullen worden gebouwd).

Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek is de bestemmingsplanwijziging en de omgevingsvergunning bouwen. 5.1. Conclusie deellocatie A: Zuidelijk deel Op basis van het vooronderzoek is ten aanzien van de bovengrond aangenomen dat deze mogelijk diffuus verontreinigd is met bestrijdingsmiddelen en asbest met een heterogeen karakter op schaal van monsterneming en daarom de hypothese ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’ geldt. Ten aanzien van de overige parameters, de ondergrond en het grondwater luidt de hypothese ‘onverdacht’. Uit de resultaten van het verkennend onderzoek blijkt het volgende: 

Zintuiglijk zijn geen bijzonderheden waargenomen.

De bovengrond is licht verontreinigd met enkele zware metalen, PAK (10 VROM) en een enkele OCB.

In de ondergrond op het achterterrein is een licht verhoogd gehalte aan molybdeen aangetroffen.

Het grondwater is licht verontreinigd met barium.

Geen van de overige geanalyseerde parameters is aangetroffen in een gehalte boven de achtergrond-/streefwaarde.

Tot slot is in de grove en fijne fractie geen asbest aangetoond.

De lichte verhogingen met zware metalen en PAK (10 VROM) in de grond duiden waarschijnlijk op een toemaakdek (zoals aangegeven in de bodemkwaliteitskaart). De concentraties aan OCB zijn waarschijnlijk het gevolg van het vroegere gebruik van de onderzoekslocatie als boomgaard. Geconcludeerd wordt dat de hypothese voor de bovengrond ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’ voor de bovengrond formeel wordt bevestigd, echter geven de resultaten geen aanleiding tot nader onderzoek. Ten aanzien van de ondergrond en het grondwater wordt de hypothese ‘onverdacht’ formeel verworpen door de aanwezigheid van lichte verhogingen. Echter geven deze wederom geen aanleiding tot verder onderzoek. De milieuhygiënische bodemkwaliteit is afdoende bekend.

23

Verkennend bodemonderzoek; Geerweg 61 te Ter Aar Projectnummer: P22M0108 Datum: 21 februari 2023

5.2. Conclusie deellocatie B: Noordelijk deel Op basis van het vooronderzoek is ten aanzien van de bovengrond aangenomen dat deze mogelijk diffuus verontreinigd is met bestrijdingsmiddelen en asbest met een heterogeen karakter op schaal van monsterneming en daarom de hypothese ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’ geldt. Ten aanzien van de overige parameters, de ondergrond en het grondwater luidt de hypothese ‘onverdacht’. Uit de resultaten van het verkennend onderzoek blijkt het volgende: 

Zintuiglijk zijn geen bijzonderheden waargenomen.

De bovengrond is (plaatselijk) licht verontreinigd met voornamelijk kwik, lood, PAK (10 VROM) en bestrijdingsmiddelen (OCB).

In de ondergrond is een licht verhoogd gehalte aan nikkel aangetroffen.

Het grondwater is licht verontreinigd met barium en nikkel.

Geen van de overige geanalyseerde parameters is aangetroffen in een gehalte boven de achtergrond-/streefwaarde.

Tot slot is in de grove en fijne fractie geen asbest aangetoond.

De lichte verhogingen met zware metalen en PAK (10 VROM) in de grond duiden waarschijnlijk op een toemaakdek (zoals aangegeven in de bodemkwaliteitskaart). De concentraties aan OCB zijn waarschijnlijk het gevolg van het vroegere gebruik van de onderzoekslocatie als boomgaard. Geconcludeerd wordt dat de hypothese voor de bovengrond ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’ voor de bovengrond formeel wordt bevestigd, echter geven de resultaten geen aanleiding tot nader onderzoek. Ten aanzien van de ondergrond en het grondwater wordt de hypothese ‘onverdacht’ formeel verworpen door de aanwezigheid van lichte verhogingen. Echter geven deze wederom geen aanleiding tot verder onderzoek. De milieuhygiënische bodemkwaliteit is afdoende bekend. 5.3. Aanbevelingen De milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt ons inziens geen belemmering voor verlening van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en een omgevingsvergunning (bouwen). De milieuhygiënische bodemkwaliteit speelt een rol bij grondverzet. Voor de grond geldt dat dit mag worden hergebruikt op het perceel.

Indien de grond verplaatst wordt naar een locatie elders, moet dit worden gemeld bij het Meldpunt bodemkwaliteit (https://meldpuntbodemkwaliteit.agentschapnl.nl) en gelden samenstellingseisen met betrekking tot verschillende mogelijkheden voor hergebruik conform het Besluit bodemkwaliteit en de regionale Nota Bodembeheer. Wanneer verplaatsing van de grond niet mogelijk is, wordt aanbevolen de grond af te voeren naar een grondbank of een erkend verwerker (eventueel) op basis van een indicatieve kwaliteitsbepaling van de grond.

24

BIJLAGE A Toetsingstoelichting

TOETSINGSTOELICHTING In deze bijlage wordt een toelichting gegeven op de toetsingswaarden die binnen het Nederlands bodembeleid worden gebruikt om de milieuhygiënische bodemkwaliteit te beoordelen. Om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem te kunnen interpreteren zijn toetsingswaarden opgenomen in de Wet bodembescherming (Wbb) dan wel hieronder vallende Besluiten en Amvb's. Bodem omvat zowel vaste bodem (grond) als grondwater en waterbodem (slib). Bodemonderzoek kan zich richten op één of meerdere van deze compartimenten. De toetsingswaarden voor de vaste bodem, het grondwater en waterbodem zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering van 1 juli 2013 (Stcrt. 2013, nr. 16675) en de Regeling bodemkwaliteit van 13 december 2007, nr. DJZ2007124397 en de hierop volgende wijzigingen van de Regeling. Er wordt onderscheid gemaakt in landelijke achtergrondwaarden (AW2000-project) voor grond en waterbodem en streefwaarden voor grondwater en in interventiewaarden voor verontreinigende stoffen in grond en grondwater. Daarnaast wordt bij de interpretatie van analyseresultaten gebruik gemaakt van de tussenwaarde of het criterium voor nader onderzoek, die wordt berekend als het gemiddelde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde voor grond en de streef- en interventiewaarde in geval van grondwater.

Ten slotte zijn voor enkele stoffen zogenaamde indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging vastgelegd. Voor de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor de vaste bodem en waterbodem geldt een bodemtypecorrectie. Streefwaarde De streefwaarde is wettelijk vastgelegd als het gehalte waarboven wel en waaronder geen sprake is van grondwaterverontreiniging. Achtergrondwaarde (AW 2000) De achtergrondwaarde komt overeen met de achtergrondconcentraties van verschillende stoffen in de Nederlandse bodem. Een achtergrondwaarde kan worden beschouwd als een indicatief concentratieniveau, waarboven wel en waaronder geen sprake is van een aantoonbare verontreiniging in grond. Gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde Het gemiddelde van achtergrond- en interventiewaarde wordt gebruikt als hulpmiddel om te bepalen of de aangetroffen gehalten aanleiding geven tot vervolgonderzoek. Interventiewaarde De interventiewaarde is wettelijk vastgelegd als het gehalte waarbij sprake kan zijn van ernstige verontreiniging, waardoor de bodem niet, of mogelijk niet meer, geschikt is voor elke vorm van bodemgebruik. De interventiewaarden zijn onderbouwd met gegevens over gezondheidsrisico's voor mens, plant en dier. Hierbij is uitgegaan van het Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau (MTR): het gehalte waarboven ontoelaatbare effecten voor mens, plant of dier kunnen gaan optreden.

Om van een geval van ernstige verontreiniging te spreken dient het gemiddelde aangetroffen gehalte in

minimaal 25 m³ vaste bodem of in het grondwater van ten minste 100 m³ bodemvolume hoger te zijn dan de interventiewaarde. Indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging Voor enkele verontreinigende stoffen zijn gegevens over gezondheidsrisico's voor mens, plant en/of dier voorhanden, maar niet genoeg om een interventiewaarde vast te stellen, of ontbreken gestandaardiseerde analysemethoden. Voor deze stoffen zijn indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging vastgesteld. Deze indicatieve niveaus hebben een grotere mate van onzekerheid dan de interventiewaarde. Overschrijding ervan leidt niet zonder meer tot het vaststellen van een geval van ernstige bodemverontreiniging, omdat niet altijd met zekerheid vastgesteld kan worden dat er sprake is van mogelijk risico voor mens, plant en/of dier. Asbest Voor asbest is geen streefwaarde vastgesteld. Sinds 1 januari 2003 geldt een interventiewaarde van 100 mg/kgds voor asbest gewogen voor de vaste bodem en waterbodem. Deze interventiewaarde is niet gebaseerd op het Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau (MTR) maar op het veel strengere Verwaarloosbaar Risiconiveau (VR), gezien de bijzondere eigenschappen van asbest.

Bij gehalten beneden de interventiewaarde voor asbest (gewogen) is geen sprake van locatiespecifieke risico’s (Beoordeling van de risico’s van bodemverontreiniging met asbest, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, RIVM rapport 711701034/2003, Bilthoven, 2003). Het gewogen gehalte aan asbest wordt berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met 10 maal het gehalte aan amfibool asbest. Chrysotiel (wit asbest) is een serpentijn asbest. Amosiet (bruin asbest), crocidoliet (blauw asbest), anthophylliet (geel asbest), tremoliet (grijs asbest) en actinoliet (groen asbest) behoren tot de groep van amfibool asbest. Amfibool asbest vormt een groter risico voor de gezondheid omdat de asbestvezels van deze soort asbest gemakkelijk in de lengte splijten, waarbij steeds dunnere vezels ontstaan. Om van een geval van ernstige verontreiniging te spreken is het eerder genoemde volume-criterium niet van toepassing. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest indien de gemiddelde concentratie binnen een ruimtelijke eenheid (RE) hoger is dan de interventiewaarde van 100 mg/kgds gewogen.

BIJLAGE B Analyseresultaten

Toetsing volgens WBB, Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb (Toetsversie SGS202209, toetskader WBB, toetsingsdatum: 21-02-2023 - 11:01)

Projectnaam Projectcode

P22M0108 P22M0108

Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtypebt)

MM11 1 or

monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=f1843858-2658-4f0c-8490-4a0122ee6fe2