CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 - bijlagen bij de toelichting

Besluitvormende raadsvergadering 25 april 2024, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Geerweg 61-63, Ter Aar (2024-031)22.740 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Geerweg 61-63 Ter Aar Gemeente Zuid-Holland Bijlagen bij toelichting

Bestemmingsplan Geerweg 61-63 Ter Aar Gemeente Zuid-Holland Bijlagen bij toelichting

Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu

PLANGEGEVENS: IDN: Projectnummer: Titel:

NL.IMRO.9928.bpTARgeerweg6163-0N01 K22365 Geerweg 61-63 Ter Aar

Status Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

Datum

Projectleider: Auteur:

09-11-2023

Inhoudsopgave

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Stikstofdepositieberekening - Begeleidende rapportage

Bijlage 2

Stikstofdepositieberekening - Bijlage 1 - Nieuwe gebruiksfase

Bijlage 3

Stikstofdepositieberekening - Bijlage 2 - Inzet mobiele werktuigen

Bijlage 4

Stikstofdepositieberekening - Bijlage 3 - Realisatiefase

Bijlage 5 Ecologische quickscan Wet natuurbescherming - Eceau Ecologisch adviesbureau - MD2-1QS221022 Bijlage 6 P22M0108

Verkennend bodemonderzoek - Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. -

Bijlage 7

Akoestischonderzoek

Bijlage 8

Watertoets

Bijlage 9

Verslag participatie Geerweg 61-63 Ter Aar

Geerweg 61-63 Ter Aar

1

Geerweg 61-63, Ter Aar Gemeente Nieuwkoop Stikstofdepositieberekening

Geerweg 61-63, Ter Aar Gemeente Nieuwkoop Stikstofdepositieberekening

Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal T. 0318 – 50 56 37

I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu

PLANGEGEVENS Projectnummer:

K22365

Datum:

9 november 2023

Titel:

Stikstofdepositieberekening Ter Aar, Geerweg 61-63

Inhoud 1

Inleiding........................................................................................................................ 4 1.1

Aanleiding................................................................................................................................. 4

1.2

Wettelijk kader .......................................................................................................................... 4

2

Stikstofdepositie .......................................................................................................... 6 2.1

Ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden ..................................................................... 6

2.2

Uitgangspunten ........................................................................................................................ 7 2.2.1 Referentiesituatie ...................................................................................................... 7

3

2.2.2

Gebruikersfase .......................................................................................................... 7

2.2.3

Realisatiefase ............................................................................................................ 9

Conclusie ....................................................................................................................10

Separate bijlagen: -

Bijlage 1 – Aerius uitvoer nieuwe gebruikersfase

-

Bijlage 2 – Inzet mobiele werktuigen Bijlage 3 – Aerius uitvoer realisatiefase

1 Inleiding In deze rapportage zijn de rekenresultaten te vinden van de berekening die is uitgevoerd met de AERIUS Calculator om de stikstofdepositie op Natura 2000-gebied te bepalen ten gevolge van een ruimtelijke ontwikkeling. Er zijn geen rekenresultaten gevonden hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. 1.1

Aanleiding

Initiatiefnemer is voornemens het perceel aan de Geerweg 61-63 te Ter Aar te herinrichten. De voorwoning (nummer 61) blijft behouden. De bestaande achterwoning (nummer 63) te slopen en aan de achterzijde van het perceel te herbouwen. Tevens worden op de achterzijde van het perceel vier trekkershutten geplaatst. Tenslotte wordt de caravanstalling op het perceel behouden. Deze wordt buiten deze ontwikkeling gelaten, daar ter plaatse van de caravanstalling planologisch gezien niets verandert. In de gewenste situatie bevindt zich aan de voorzijde van het perceel één woning en aan de achterzijde van het perceel eveneens één woning en vier trekkershutten. De planlocatie is gelegen op het perceel dat kadastraal bekend staat als gemeente Ter Aar, sectie D, perceel 1918.

Figuur: Aanduiding planlocatie (bron: Google Maps)

1.2

Wettelijk kader

Voorheen diende op grond van het Programma Aanpak Stikstof (PAS), welke in juli 2015 van kracht werd, berekend te worden of een nieuwe (bouw)activiteit tot een significante toename leidde van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Onder het PAS golden enkele drempel- en grenswaarden. Deze waarden bepaalden of een toename van stikstofdepositie significant was en zo ja, of er dan een meldingsplicht of een vergunningplicht gold. Door te rekenen met het voorgeschreven rekenprogramma AERIUS Calculator werd automatisch met

Stikstofdepositieberekening – Ter Aar, Geerweg 61-63

4

die drempelwaarden rekening gehouden. In het geval van de meldingsplicht kon de planontwikkeling aanspraak kan maken op benutting van de ontwikkelingsruimte die voor een Natura 2000-gebied gold, totdat deze niet meer voorradig was. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 mag het PAS niet meer gebruikt worden als toestemmingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. De drempel- en grenswaarden uit het PAS zijn daarmee ook niet meer van toepassing. Hierdoor kan een project met een geringe depositietoename van 0,01 mol/ha/jaar al vergunning plichtig zijn (artikel 2.7 en 2.8 Wnb). Dit betekent dat ook relatief kleinschalige projecten zorgvuldig dienen te worden getoetst op hun stikstofdepositie, om zo aan Europese regelgeving te kunnen voldoen (en stand te houden bij de Raad van State in geval van een beroep). Sinds de vernieuwing van de AERIUS Calculator op 16 september 2019, en na de laatste update van 6 november 2023, kan correct berekend worden of er überhaupt sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. Daarbij dient zowel de gebruikersfase als de realisatiefase doorgerekend te worden. Zodra er geen rekenresultaten boven de 0,00 mol/ha/jaar zijn, is er geen belemmering voor een plan op het gebied van stikstofdepositie.

Stikstofdepositieberekening – Ter Aar, Geerweg 61-63

5

2 Stikstofdepositie Nieuwe plannen moeten beoordeeld worden op de mogelijke stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Om inzicht te krijgen in de mogelijke stikstofdepositie, gaat dit hoofdstuk in op de afstand van de planlocatie tot Natura 2000-gebieden, de referentiesituatie en de toekomstige situatie. Om de toekomstige situatie te realiseren zal er een realisatiefase zijn welke ook inzichtelijk wordt gemaakt. 2.1

Ligging ten opzichte van Natura 2000-gebieden

In onderstaande afbeelding is de ligging van de planlocatie ten opzichte van Natura 2000-gebied weergegeven. Hieruit blijkt dat het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, Nieuwkoopse Plassen & De Haeck, op circa 6.270 meter afstand van de planlocatie ligt.

Figuur: Ligging planlocatie t.o.v. Natura 2000-gebied (bron: AERIUS Calculator 2022)

Stikstofdepositieberekening – Ter Aar, Geerweg 61-63

6

2.2

Uitgangspunten

Voor het berekenen van de stikstofdepositie in de relevante Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied, is gebruik gemaakt van AERIUS Calculator versie 2023.0.1 (beschikbaar sinds 6 november 2023). In de berekeningen zijn de emissies van NOx en NH3 van de relevante emissiebronnen meegenomen. 2.2.1

Referentiesituatie

Gezien er binnen de gebruikersfase geen sprake is van een depositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar, is de referentiesituatie niet meegenomen in deze berekening. 2.2.2

Gebruikersfase

In de nieuwe situatie bevinden zich op het perceel twee woningen en vier trekkershutten. Dit leidt tot de volgende stikstofemissies. Emissie gebruik woningen In de nieuwe situatie blijft de bestaande woning (Geerweg 61) behouden. De bestaande woning heeft wel een gasaansluiting en behoudt deze aansluiting. Conform cijfers van het CBS geldt voor een bestaande, oudere vrijstaande woning een emissie van 3,59 kg NOx per jaar en 0,47 kg NH3 per jaar. Deze woning behoudt de gasaansluiting. De tweede woning op het perceel (Geerweg 63) gesloopt en aan de achterzijde als nieuwe, nieuwe vrijstaande, duurzame woning herbouwd. De nieuwe woning zal geen gasaansluiting krijgen. Conform het document ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2020’ van BIJ12 heeft een gasloze woning een stikstofemissie gelijk aan nul. Ook is er mogelijke emissie van zowel het gebruik van sfeerverwarming als de emissie van mens & dier (bewoning) meegenomen in de berekening. Hierbij is gebruik gemaakt van de kengetallen conform het document ‘Methode inschatting depositie woningbouwprojecten’ van het RIVM. Voor de categorie sfeerverwarming is het kengetal 0,44 kg NOx per woning per jaar gebruikt. Voor de categorie ‘bewoning’ is gebruik gemaakt van het kengetal 0,5 kg NH3 per woning per jaar. Deze emissies zijn gerekend bij de nieuwbouwwoning.

Emissie gebruik trekkershutten De trekkershutten zullen eveneens geen gasaansluiting krijgen. Mogelijk maken de bezoekers wel gebruik van sfeerverwarming of kunnen zij koken op gas via een gasfles. Om uit te gaan van een worst case scenario is voor de trekkershutten ook gerekend met de emissie ten gevolge van sfeerverwarming én als gevolg van mens & dier. Voor het gebruik van de vier trekkershutten is gerekend met 3,76 NOx per jaar. Verkeersgeneratie woningen en trekkershutten Tevens vindt er stikstofemissie plaats door de verkeersgeneratie van de woningen en de trekkershutten. De verkeersgeneratie kan berekend worden aan de hand van de kencijfers van de publicatie 'CROW 381 Toekomstbestendig parkeren' uit 2018. Voor een vrijstaande woning in buitengebied niet stedelijk gebied geldt een verkeersgeneratie van max. 8,6 mvt per woning. Voor beide twee woningen, zowel de bestaande als de nieuwbouwwoning, geldt een verkeersgeneratie van 8,6 mvt per etmaal. Voor de trekkershutten is voor de verkeersgeneratie gekeken naar de functie 'Bungalow (huisjescomplex)'. De verkeersgeneratie voor een 'Camping (kampeerterrein)' liggen een stuk lager. Met het berekenen van de verkeersgeneratie is daarmee uitgegaan van een worst case scenario. Voor de Stikstofdepositieberekening – Ter Aar, Geerweg 61-63

7

functie 'Bungalow (huisjescomplex) geldt een verkeersgeneratie van maximaal 2,8 mvt/etmaal per bungalow. Voor vier trekkershutten komt de verkeersgeneratie daarmee neer op maximaal 11,2 mvt per etmaal. De bronlijn voor de woning Geerweg 61 loopt vanaf de woning via de Geerweg in noordwestelijke richting tot aan de Vriezenweg. Hier gaat het verkeer op in het heersende verkeersbeeld. Voor de woning Geerweg 63 en de vier trekkershutten loopt de bronlijn vanaf de woning via de Reigersbos in zuidelijke richting via de Geerweg in noordwestelijke richting tot aan de Vriezenweg. Hier gaat het verkeer op in het heersende verkeersbeeld. Gezien de ligging buiten de bebouwde kom zijn alle bronlijnen ingevuld als ‘buitenwegen’. Als peiljaar is gekozen voor 2024.

Figuur: overzicht voorzijde perceel ter plekke van Geerweg 61 met de bestaande woning (bron: initiatiefnemer)

Figuur: overzicht achterzijde perceel ter plekke de nieuwe woning en trekkershutten (bron: initiatiefnemer) Stikstofdepositieberekening – Ter Aar, Geerweg 61-63

8

Conclusie Uit de berekening blijkt dat er in de gebruikersfase geen stikstofdepositie plaatsvindt op Natura 2000gebied. De rekenresultaten zijn te vinden in bijlage 1. 2.2.3

Realisatiefase

Om het plan te kunnen realiseren zijn er sloop- en bouwwerkzaamheden nodig. Hoewel wordt getracht om zo efficiënt en duurzaam mogelijk te bouwen, is het niet mogelijk om een volledig stikstofemissieloze realisatiefase te bewerkstelligen. Er wordt gebruik gemaakt van machines, maar er is ook een verkeersaantrekkende werking door bouwverkeer. Gerekend is op een bouwperiode van ongeveer één jaar. Als peiljaar is gekozen voor 2023. Sloop- en bouwverkeer Om de sloop en bouw mogelijk te maken zal er sprake zijn van bouwverkeer. Voor de sloop van de woning Geerweg 63 is gerekend met 25 vrachten ‘zwaar vrachtverkeer’ om sloopmateriaal weg te voeren. Daarnaast voorziet de berekening in 25 ritten ‘middelzwaar vrachtverkeer’. Daarnaast zal werkend personeel zorgen voor 250 ritten met ‘licht verkeer’. De aantallen zijn ruim ingeschat en verdubbeld ingevoerd (verkeer gaat heen én weer). Voor de bouw van de nieuwe woning aan de achterzijde van het perceel wordt er gerekend op 25 vrachten ‘zwaar vrachtverkeer’ om materiaal naar de bouw te vervoeren. Verder voorziet deze berekening in 25 ritten ‘middelzwaar vrachtverkeer’. Daarnaast zal bouwend personeel zorgen voor 500 ritten met ‘licht verkeer’. De aantallen zijn ruim ingeschat en verdubbeld ingevoerd (verkeer gaat heen én weer).

Inzet mobiele werktuigen Om de sloop en bouw mogelijk te maken, zal gebruik gemaakt worden van mobiele werktuigen. Er is gerekend op de inzet van werktuigen zoals opgenomen in bijlage 2. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van elektrisch materieel. Hierbij vindt er geen stikstofemissie plaats, waardoor dit materieel niet is ingevoerd. Conclusie De rekenresultaten zijn te vinden in bijlage 3. Er zijn geen rekenresultaten gevonden hoger dan 0,00 mol/ha/jaar.

Stikstofdepositieberekening – Ter Aar, Geerweg 61-63

9

3 Conclusie Uit de berekeningen blijkt dat er door de gewenste ontwikkeling geen strijdigheden ontstaan met de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied. Er vindt geen stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.

Stikstofdepositieberekening – Ter Aar, Geerweg 61-63

10

Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu

Stikstofdepositieberekening – Ter Aar, Geerweg 61-63

11

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Kubiek Ruimtelijke Plannen Geerweg 61-63, 2461 TT Ter Aar Ter Aar, Geerweg 61-63 Nieuwe gebruiksfase Ter Aar, Geerweg 61-63 RxrmMSYtmMKT 09 november 2023, 12:39 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar Nieuwe gebruiksfase Geerweg 61-63 Ter Aar - Beoogd 2025

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hexagon

Gebied

Nieuwe gebruiksfase Geerweg 61-63 Ter Aar - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RxrmMSYtmMKT (09 november 2023)

Hoogste bijdrage

-

1,0 kg/j

8,3 kg/j

2/7

Projectberekening

Nieuwe gebruiksfase Geerweg 61-63 Ter Aar (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 1 Wonen en Werken | Woningen | Bestaande woning Geerweg 61 Ter Aar 2 Wonen en Werken | Woningen | Nieuwbouwwoning achterzijde perceel 3 Wonen en Werken | Woningen | Trekkershutten  Verkeersnetwerk

RxrmMSYtmMKT (09 november 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,5 kg/j 0,5 kg/j 49,7 g/j

3,6 kg/j 0,4 kg/j 3,8 kg/j 0,5 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RxrmMSYtmMKT (09 november 2023)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Nieuwe gebruiksfase Geerweg 61-63 Ter Aar" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RxrmMSYtmMKT (09 november 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

Nieuwe gebruiksfase Geerweg 61-63 Ter Aar, Rekenjaar 2025 1

Wonen en Werken | Woningen

Naam Bestaande woning Uittreedhoogte Geerweg 61 Ter Aar Warmteinhoud Locatie X:110153,66 Spreiding Y:467740,38 Oppervlakte 0,03 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 2

Wonen en Werken | Woningen

Naam Nieuwbouwwoning Uittreedhoogte achterzijde perceel Warmteinhoud Locatie X:110106,85 Spreiding Y:467967,3 Oppervlakte 0,03 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 3

Wonen en Werken | Woningen

Naam Trekkershutten Uittreedhoogte Locatie X:110094,76 Warmteinhoud Y:467925,72 Spreiding Oppervlakte 0,12 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 4

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

RxrmMSYtmMKT (09 november 2023)

1,0 m 0,000 MW 1m

NOₓ NH₃

3,6 kg/j 0,5 kg/j

1,0 m 0,000 MW 1m

NOₓ NH₃

0,4 kg/j 0,5 kg/j

1,0 m 0,000 MW 1m

NOₓ

3,8 kg/j

Verkeersgeneratie bestaande woning X:110088,46 Y:467774,89 Type scherm 196,88 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigbewegingen

8,6 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal

0,1 kg/j 22,6 g/j 10,6 g/j

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

6/7

Projectberekening

5

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 6

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Verkeersgeneratie nieuwbouwwoning X:110028,52 Y:467920,91 Type scherm 293,38 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

-

-

Aantal voertuigbewegingen

8,6 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal

Verkeersgeneratie trekkershutten X:110023,93 Y:467937,57 Type scherm 335,19 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigbewegingen

11,2 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal

0,2 kg/j 33,6 g/j 15,7 g/j

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

0,2 kg/j 50,0 g/j 23,4 g/j

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RxrmMSYtmMKT (09 november 2023)

7/7

Bijlage 2 – Inzet mobiele werktuigen Geerweg 61-63, Ter Aar

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Kubiek Ruimtelijke Plannen Geerweg 61-63, 2461 TT Ter Aar Ter Aar, Geerweg 61-63 Nieuwe gebruiksfase Ter Aar, Geerweg 61-63

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RRMHthBKMq3g 09 november 2023, 12:38 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Realisatiefase Geerweg 61-63, Ter Aar - Beoogd Realisatiefase Geerweg 61-63, Ter Aar - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RRMHthBKMq3g (09 november 2023)

2024 -

0,3 kg/j

47,4 kg/j

2/7

Projectberekening

Realisatiefase Geerweg 61-63, Ter Aar (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 3 

Anders... | Anders... | Inzet mobiele voertuigen realisatiefase - sloop Anders... | Anders... | Inzet mobiele voertuigen bouw nieuwe woning Verkeersnetwerk

RRMHthBKMq3g (09 november 2023)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,1 kg/j 0,2 kg/j 12,5 g/j

19,7 kg/j 27,5 kg/j 0,2 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RRMHthBKMq3g (09 november 2023)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Realisatiefase Geerweg 61-63, Ter Aar" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RRMHthBKMq3g (09 november 2023)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

Realisatiefase Geerweg 61-63, Ter Aar, Rekenjaar 2024 1

Naam

Anders... | Anders...

Inzet mobiele Uittreedhoogte voertuigen Warmteinhoud realisatiefase - Spreiding sloop Locatie X:110151,9 Y:467748,98 Oppervlakte 0,15 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 2

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

Naam

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Anders... | Anders...

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

RRMHthBKMq3g (09 november 2023)

NOₓ NH₃

Verkeersgeneratie realisatiefase - sloop X:110110,94 Y:467755,63 Type scherm 243,23 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Inzet mobiele Uittreedhoogte voertuigen bouw Warmteinhoud nieuwe woning Spreiding Locatie X:110098,43 Y:467958,48 Oppervlakte 0,21 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 4

0,0 m 0,000 MW 0m

0,0 m 0,000 MW 0m

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigbewegingen

83,1 g/j 21,0 g/j 4,1 g/j

In file

500,0 /jaar 50,0 /jaar 50,0 /jaar 0,0 /jaar

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

NOₓ NH₃

27,5 kg/j 0,2 kg/j

Verkeersgeneratie realisatiefase - bouw X:110026,34 Y:467928,03 Type scherm 328,38 m Hoogte Buitenweg Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid

19,7 kg/j 0,1 kg/j

Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃

-

-

Aantal voertuigbewegingen

1.000,0 /jaar 50,0 /jaar 50,0 /jaar 0,0 /jaar

0,1 kg/j 34,5 g/j 8,4 g/j

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

6/7

Projectberekening

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RRMHthBKMq3g (09 november 2023)

7/7

Ecologische Quickscan aan de Geerweg 61-63 te Ter Aar Kubiek Ruimtelijke Plannen

Opdrachtgever:

Opsteller: Datum: Kenmerk:

Kubiek Ruimtelijke Plannen Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal

Ecologisch adviesbureau Eceau Ing. T.J.P. den Otter 28 maart 2023 MD2-1QS221022

Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van de Wet natuurbescherming. Desondanks accepteert Ecologisch adviesbureau Eceau op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke ondernemingen die de opdrachtgever naar aanleiding van onderhavige ecologische quickscan uitvoert. Onderhavige rapportage of delen daarvan mogen niet zonder toestemming van zowel de opdrachtgever en Ecologisch adviesbureau Eceau gebruikt worden door derden of verspreid worden naar derden. Openbaarmaking, kopiëring en elke andere toepassing inbegrepen, het mag enkel gebruikt worden door de opdrachtgever voor wie het is ontwikkeld.

Inhoudsopgave 1.

Inleiding en planlocatie ........................................................................................................... 2

2.

Doel en vraagstelling ............................................................................................................... 3

3.

Methode .................................................................................................................................. 4

4.

3.1.

Oriëntatie en locatiebezoek ............................................................................................ 4

3.2.

Bureau-onderzoek en rapportage ................................................................................... 4

Bevindingen ............................................................................................................................. 5 4.1.

Grondgebonden zoogdieren ........................................................................................... 5

4.2.

Vleermuizen..................................................................................................................... 7

4.3.

Vogels .............................................................................................................................. 9

4.4.

Overige diersoorten....................................................................................................... 11

4.5.

Vaatplanten ................................................................................................................... 13

4.6.

Houtopstanden .............................................................................................................. 13

4.7.

Gebiedsbescherming ..................................................................................................... 14

5.

Samenvatting......................................................................................................................... 15

6.

Vervolgstappen...................................................................................................................... 16 6.1.

Nader onderzoek ........................................................................................................... 16

6.2.

Maatregelen bij de uitvoering ....................................................................................... 16

Bronnen .......................................................................................................................................... 17 Bijlage 1

Foto’s planlocatie ..................................................................................................... 18

1

1. Inleiding en planlocatie De initiatiefnemer is voornemens een deel van de huidige bebouwing aan de Geerweg 61-63 te Ter Aar en vrijwel het gehele terrein te saneren ten behoeve van een woning, trekkershutten en een nieuwe caravanstalling. De werkzaamheden omvatten onder andere het slopen een van de twee woningen, het vergroten van het belendende wateroppervlak, het plaatsen van trekkershutten, realisatie van parkeergelegenheid en het realiseren van een ontsluiting aan de Reigersbos. De onderzoeklocatie is gelegen binnen lintbebouwing ten noorden van Ter Aar. De bebouwing binnen het perceel bestaat uit twee aaneengesloten woningen, een aanbouw in de vorm van een schuur en een kas met daarop aangesloten een caravanstalling. De zuidelijke woning is opgetrokken uit gemetselde gevels, waarvan de eerste verdieping gepotdekseld is en beschikt over een pannendak met gootomtimmering. De noordelijke woning is opgetrokken uit steense gevels zonder spouw en beschikt over een zadeldak van pannen, waarbij eventuele openingen zijn opgevuld met purschuim en is voor een deel overgroeid door gecultiveerde klimplanten. De schuur bestaat uit houten wanden met een kunststof dakpanplaten dak. De kas is geheel van glas en de caravanstalling bestaat uit enkellaags golfplaten daken en golfplaten wanden.

Het overige terrein binnen het plangebied is bestaat aan de noordzijde met name uit weide met een kleinschalige houtopstand en het overige terrein, rondom de bebouwing, bestaat uit siertuin, veharding en parkeergelegenheid. De directe omgeving wordt in zuidwestelijke richting gekenmerkt door een caravanpark en een groot oppervlaktewater. In overige richtingen wordt het gebied gekenmerkt door enkele open agrarisch terrein, bedrijventerrein en bebouwd gebied. In figuur 1 is de ligging schematisch weergegeven en in bijlage 1 zijn diverse foto’s toegevoegd.

Figuur 1

Schematische weergave van het plangebied, de rode arcering weergeeft de ligging (kaart: openbasiskaart.nl; uitsnede: PDOK)

2

2. Doel en vraagstelling Bij (grote) ruimtelijke ontwikkelingen waarbij het redelijkerwijs aan te nemen is dat beschermde soorten potentieel voorkomen is de initiatiefnemer verplicht aan te tonen dat de beoogde ontwikkeling niet in strijd is met de Wet natuurbescherming. Tevens biedt de ecologische quickscan inzicht in de (eventueel) te nemen vervolgstappen om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. Onderhavige ecologische quickscan kan voor de initiatiefnemer als bewijsstuk dienen dat onderzoek is verricht ten behoeve van de Wet natuurbescherming. De initiatiefnemer is voornemens bebouwing te saneren en een perceel opnieuw in te richten ten behoeve van een woning en trekkershutten.

Er kan worden gesteld dat de volgende werkzaamheden uitgevoerd zullen worden ten behoeve van de ontwikkeling: sloopwerkzaamheden kapwerkzaamheden en verwijderen (lagere) vegetatie verwijderen bestrating en delen van de terreininrichting bouwrijp maken van het terrein aanleg/verplaatsen nutsfaciliteiten realisatie nieuwe woningen herinrichting, bestrating en overige revitalisatiewerkzaamheden aan het terrein In het kader van de te verrichten werkzaamheden komen overige zaken en effecten tevens aan de orde, waaronder: transport puin, groenafval en bestrating transport nieuwe materialen plaatsen bouwverlichting (eventueel) plaatsen bouwkeet akoestische, trillings en optische verstoring van de directe omgeving Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling worden eventueel aanwezige ecologische functies mogelijk vernietigd of verstoord, tevens zal er sprake zijn van (tijdelijke) verstoring van de directe omgeving. Flora en fauna die gebruik maken van het leefgebied op of nabij de planlocatie zullen negatieve effecten ervaren.

In het kader van de beoogde ontwikkeling zullen middels de ecologische quickscan onderstaande vragen beantwoord worden: Welke beschermde flora en fauna van de Wet natuurbescherming zijn (potentieel) aanwezig binnen de grenzen van het ontwikkelgebied? Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de Wet natuurbescherming en welke effecten worden verwacht? Dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden alvorens de aanvang van de uitvoering om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen?

3

3. Methode Middels voorliggende ecologische quickscan is de potentie voor beschermde flora en fauna en de betekenis van het plangebied voor deze soorten in kaart gebracht. Daarnaast is onderzocht of de beoogde ontwikkeling potentieel een negatief effect heeft op houtopstanden en nabijgelegen beschermde gebieden. De ecologische quickscan is op te delen in enkele stappen: oriëntatie locatiebezoek bureau-onderzoek rapportage

3.1.

Oriëntatie en locatiebezoek

Bij de oriëntatie van het onderzoek wordt een eerste indruk verkregen van de locatie middels spreidingsdata van soorten, luchtfoto’s, kaarten en aangeleverde data vanuit de opdrachtgever. Gedurende het locatiebezoek wordt het ontwikkelgebied op potentiële verblijfslocaties en functionele onderdelen van leefgebieden van beschermde flora en fauna gecontroleerd. Tevens wordt een momentopname gedaan van de thans aanwezige beschermde soorten, functies en locatiekenmerken. Buiten de individuen om wordt voornamelijk gelet op sporen of restanten van de flora en fauna. Voorbeelden hiervan zijn veren, braakballen, prooiresten, geursporen, holen en uitwerpselen. Het veldbezoek is uitgevoerd op 18 januari 2023.

3.2.

Bureau-onderzoek en rapportage

Nadat de locatie bezocht is wordt door middel van het raadplegen van naslagwerken, informatiebronnen, kaartdatabases en andere (externe) hulpmiddelen een beoordeling gemaakt van de potentie van het plangebied voor beschermde soorten, nabijgelegen beschermde gebieden en overige beschermde onderdelen vanuit de Wet natuurbescherming. Bij het uitwerken van de rapportage worden de vergaarde data bij de oriëntatie, de aangetroffen zaken tijdens het veldbezoek en de informatie uit het bureau-onderzoek vervolgens samen getoetst. Daaruit volgend wordt duidelijk of bij de uitvoering van de werkzaamheden sprake is van overtreding van de Wet natuurbescherming, indien er geen vervolgstappen worden genomen. Op basis van deze toetsing worden aanbevelingen gedaan voor een eventueel vervolgtraject, maatregelen ter voorkoming van overtreding of een combinatie van beide.

4

4. Bevindingen In onderhavige paragrafen wordt besproken van welke bijzonderheden sprake is (o.a.: vrijstellingen en bepalingen), welke soorten in het aangetroffen habitat voorkomen en van welke soorten het voorkomen in de nabijheid van de onderzoeklocatie bekend is. Van de beschermde soorten die in de omgeving van de onderzoeklocatie voorkomen wordt dieper ingegaan op het leefgebied en belangrijke en functionele onderdelen daarvan; waaronder vaste verblijfplaatsen, foerageergebieden en verbindingsroutes. De daadwerkelijk aangetroffen habitatonderdelen worden vergeleken met bovenstaande om te bepalen of er sprake is van (negatieve) effecten. Aan de hand van de te verwachten effecten wordt bekeken of er vervolgstappen benodigd zijn ten behoeve van de betreffende soorten.

4.1. 4.1.1.

Grondgebonden zoogdieren Bescherming en soorten

Grondgebonden zoogdieren komen vrijwel overal voor in Nederland. Gezien het opportunistische karakter van diverse van deze algemene soorten zijn een aantal soorten vrijgesteld in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. De binnen Zuid-Holland vrijgestelde zoogdieren zijn opgenomen in tabel 1. Tabel 1 Vrijgestelde grondgebonden zoogdieren van de provincie Zuid-Holland Aardmuis Gewone bosspitsmuis Rosse woelmuis Bosmuis Haas Veldmuis Bunzing Hermelijn Vos Dwergmuis Huisspitsmuis Wezel Dwergspitsmuis Konijn Woelrat Egel Ree

4.1.2.

Habitatonderdelen

De projectlocatie betreft een voor een groot deel weide en voor het overige deel een verhard en bebouwd perceel, waar enkel begroeiing aanwezig is in de vorm van een houtwal van ca. 200m2. De aanwezigheid van onder andere zeezoogdieren (bruinvis, grijze zeehond), soorten van kruidenrijke gebieden (noordse woelmuis, europese hamster) kan worden uitgesloten. Er zijn geen grotere houtopstanden of bossen aanwezig, waardoor verblijven en leefgebieden van soorten van bosrijke gebieden (boommarter, rode eekhoorn) uitgesloten kunnen worden. Door de afwezigheid van agrarisch (cultuur)landschap kan de aanwezigheid van das uitgesloten worden, bovendien komt de soort niet voor in de omgeving van het plangebied. De steenmarter wordt in (oude) bebouwing en overige stenige objecten aangetroffen, waardoor de soort niet zonder meer uitgesloten kan worden wordt. Aanvullend is er sprake van waterrijk gebied (waterspitsmuis, bever, otter), dit is echter niet gevarieerd, natuurlijke begroeiing ontbreekt burchten of holen zijn niet aangetroffen. Aanwezigheid van waterspitsmuis, bever, otter en soorten van een waterrijke/verstoringsarme leefgebieden is uitgesloten. De steenmarter is een soort die verblijfplaatsen heeft in stenige objecten en bebouwing, maar ook in hopen snoeiafval, kruipruimten, ongebruikte schuurtjes, holle bomen of verlaten holen van andere grotere grondgebonden zoogdieren.

De bebouwing binnen het plangebied betreft twee woningen met aanbouwen en een caravanstalling. Voor steenmarters is het van belang dat er relatief grote openingen aanwezig zijn. Voor steenmarters dienen de openingen een afmeting te hebben van ca. 5cm breed of een lange spleet van minimaal 3cm breed (natuurpunt.be, 2023). Bij controle van de gevels en de daken van de bebouwing zijn, met uitzondering van de caravanstalling, geen openingen aangetroffen die voor steenmarters toegang bieden tot een holle ruimte in de bebouwing. Bovendien ontbreken holen van andere grondgebonden zoogdieren of materiaalhopen. Aanvullend ontbreken alle vormen van sporen van de soort. Als de soort aanwezig is, dan zijn er sporen te vinden. Dit betreffen onder andere prooiresten, loopsporen, uitwerpselen, latrines en penetrante geursporen. De

5

caravanstalling bestaat uit enkellaagse golfplaten wanden en dak, waardoor geen holle ruimten aanwezig zijn. Tevens is de gehele stalling volledig onderzocht op sporen en zijn deze niet aangetroffen. Door het ontbreken van geschikte wegkruipmogelijkheden en het ontbreken van enige aanwijzing op activiteit kan de aanwezigheid van steenmarter uitgesloten worden.

4.1.3.

Effecten

Gezien de inrichting van het projectgebied worden geen verblijfplaatsen of functionele leefgebieden van beschermde grondgebonden zoogdieren verwacht. Algemene en opportunistische grondgebonden zoogdieren zoals huismuis, huisspitsmuis, egel en bruine rat maken echter mogelijk algemeen gebruik van het perceel of de percelen rondom het plangebied. Voor dergelijke soorten zijn er voldoende alternatieven in de directe omgeving om tijdelijk naar uit te wijken. Bovendien zijn alle mogelijk aanwezige beschermde soorten opgenomen in het vrijstellingsbesluit van de provincie Zuid-Holland. Behoudens de Algemene Zorgplicht zijn geen bijzondere maatregelen benodigd in het kader van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming voor grondgebonden zoogdieren.

6

4.2. 4.2.1.

Vleermuizen Bescherming en soorten

Ondanks dat vleermuizen vrijwel overal in Nederland aangetroffen worden, zijn er geen vleermuissoorten vrijgesteld in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Door de continue verduurzaming van bestaande en nieuwe bebouwing waarbij gevels en daken worden geïsoleerd is er een sterke afname in potentieel geschikte verblijfslocaties voor vleermuizen. Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn beschermd middels de Habitatrichtlijn van de Wet natuurbescherming. Naast de individuen zijn tevens de vaste rust- en/of verblijfslocaties, essentiële vliegroutes en functionele foerageergebieden beschermd. De gewone dwergvleermuis en in enige mate de laatvlieger zijn beide soorten die vrij algemeen voorkomen in Nederland en gebruik maken van bebouwing om in te verblijven. Overige relatief algemene vleermuissoorten verblijven met name in bomen, waaronder de ruige dwergvleermuis, watervleermuis en rosse vleermuis.

4.2.2.

Habitatonderdelen

Bijvoorbeeld de gewone dwergvleermuis en laatvlieger maken als verblijfplaats met name gebruik van bebouwing. Dit geldt voor zowel de zomer-, paar-, winter- en kolonieverblijven. Open stootvoegen, kierende daklijsten, openstaande/overhangende dakpannen, scheuren in gevels of enige andere opening die toegang verleend tot een holle achterliggende ruimte bieden potentie om als verblijfplaats te dienen. Goede voorbeelden van achterliggende ruimten zijn de spouw, de ruimte onder dakpannen en toegankelijke verstoringsvrije zolderruimten met een stabiel microklimaat. Vanuit de verblijfslocaties verplaatsen vleermuizen zich vaak via vaste routes naar geschikte foerageergebieden, waarbij gebruik gemaakt wordt van lijnvormige structuren als de luwte van bebouwing, bomenlanen en oppervlaktewateren. Dergelijke structuren kunnen beschermd zijn indien er onvoldoende alternatieven aanwezig zijn. De ontwikkeling wordt uitgevoerd aan in lintbebouwing met aansluiting op bebouwd gebied, en in de directe omgeving zijn meerdere oppervlaktewateren en groenstructuren aanwezig. Gezien op de grote mate van oriëntatiepunten ten behoeve van vliegroutes en alternatieve geschiktere foerageergebieden is een effect op essentiële vliegroutes en essentieel foerageergebied uitgesloten.

In de groenstructuur op het perceel zijn uitsluitend bomen aanwezig met een beperkte stamomtrek en van relatief jonge leeftijd. In dergelijke bomen kunnen geen holten aanwezig zijn met een voldoende bufferende werking om als verblijfplaats te dienen voor boombewonende vleermuissoorten. Bovendien zijn bij de controle van deze bomen en bij controle van de overige bomen op en rondom het perceel geen holten aangetroffen die potentieel als verblijfplaats kunnen dienen. Verblijfplaatsen van vleermuizen in bomen zijn uitgesloten. Bij alle bebouwing ontbreken openingen in de gevels die leiden tot een eventuele holle achterliggende ruimte; open stootvoegen, brede scheuren, ontbrekende metselstenen en overige openingen zijn niet aanwezig. Het dak van de zuidelijke woning is afgewerkt met een gootomtimmering die nauw aansluit op de gevels en het dak van de noordelijke woning is volledig afgedicht met mortel, purschuim en is deels overgroeid door klimplanten. Bij de overige bebouwing sluiten de windveren en goten nauw aan op de gevels, waardoor geen kieren of gaten aanwezig zijn. Het is derhalve uitgesloten dat vleermuisverblijven in bebouwing aanwezig kunnen zijn in de onder werkzaamheden onderhavige bebouwing.

Ondanks dat de aanwezigheid van essentiële foerageergebieden, migratieroutes en verblijfplaatsen uitgesloten is, is het niet uitgesloten dat vleermuizen de locatie passeren of opportunistisch foerageren in de directe omgeving.

4.2.3.

Effecten

Gelet op de inrichting van het plangebied zijn binnen de grenzen van het projectgebied geen essentiële foerageergebieden of vliegroutes aanwezig. Effecten op essentiële vlieg- en foerageerroutes zijn uitgesloten. Gezien de afwezigheid van geschikte boomholtes en in het

7

verlengde daarvan verblijfslocaties zijn effecten op vaste rust- en/of verblijflocaties van vleermuizen in bomen uitgesloten. Door het ontbreken van potentieel geschikte openingen, eventuele toegangen tot achterliggende holle ruimten en overige toegankelijke gaten in de bebouwing, kunnen verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen uitgesloten worden. Desondanks zal de locatie gepasseerd worden of opportunistisch in gebruik genomen worden als foerageerlocatie. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden gedurende de donkere en schemerende dagdelen én er bouwverlichting naar de omgeving uitstraalt, dan kunnen aanwezige en passerende vleermuizen verstoord worden door bouwverlichting. Dit is alleen van toepassing in de periode april t/m oktober, buiten de winterrustperiode. Om dergelijke onnodige verstoring te voorkomen dient het de voorkeur in deze periode overdag te werken of vleermuisvriendelijke bouwverlichting toe te passen (naar beneden gericht, convergerend en/of rood-/amberkleurig).

8

4.3. 4.3.1.

Vogels Bescherming en soorten

Alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten op Europees grondgebied zijn beschermd middels de Vogelrichtlijn. Hierin is opgenomen dat het verboden is opzettelijk individuen te doden of te vangen, hun nesten of eieren vernielen, beschadigen of weg te nemen en om de vogels dermate (opzettelijk) te verstoren dat een broedsel mislukt, dit laatste geldt voornamelijk binnen de broedperiode (medio maart t/m medio juli). Daarnaast is er een categorisering in beschermingsniveau. Er wordt een jaarronde bescherming van nesten (ook buiten broedseizoen, zonder eieren) gehanteerd voor soorten die erg honkvast zijn, ieder jaar terugkeren naar dezelfde locatie of het nest jaarrond gebruiken (cat. 1 t/m 4). Daarnaast geldt aanvullend voor een aantal soorten jaarronde bescherming van nesten indien zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen (cat. 5). Gedurende het broedseizoen zijn aanvullend in gebruik zijnde nesten van alle algemene vogels beschermd, waaronder soorten als spreeuw, turkse tortel en houtduif.

4.3.2.

Habitatonderdelen

Op grotendeels verharde en bebouwde percelen met weide, zonder hoge/dikke bomen of hoge bebouwing, kan de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten en leefgebieden van onder andere de boomvalk, buizerd, grote gele kwikstaart, roek, gierzwaluw, sperwer en slechtvalk al uitgesloten worden. Soorten van de categorie 1 t/m 4 die wel voorkomen in dergelijke gebieden zijn enkel de huismus, steenuil en kerkuil. Naast de verwachting dat andere categorie 1 t/m 4 soorten niet aanwezig zijn, zijn in de nabijstaande bomen en op het overige terrein geen nesten, holtes of sporen (braakballen, plukplaatsen, uitwerpselen) aangetroffen, waardoor de verwachting bevestigd wordt. De huismus stelt hoge eisen aan het habitat, daar verblijft de soort dan ook het gehele jaar. Indien een aantal van de habitateigenschappen niet voorkomt zal de huismus wegblijven. Als nestlocatie wordt gebruik gemaakt van openingen in bebouwing, met name pannendaken worden bewoond. In de directe omgeving van een potentiële nestlocatie dienen diverse habitatonderdelen aanwezig te zijn, waaronder schoon drinkwater, voldoende schuilgelegenheid in de vorm van jaarrond bladhoudende struiken, hagen of heesters, grind en/of kleine steentjes, voldoende foerageermogelijkheden, droog zand voor zandbaden en niet te veel grote bomen (Kennisdocument Huismus, 2023).

Gezien de ligging van het plangebied binnen lintbebouwing met diverse groenstructuren, achtertuinen en bebouwing, is het vereiste habitat aannemelijk voldoende aanwezig voor de soort. Met uitzondering van de zuidelijke woning is het plangebied geheel ongeschikt voor de huismus. De bijgebouwen beschikken namelijk niet over pannendaken of overige geschikte nestlocaties en de goten van de noordelijke woning zijn vrijwel volledig overgroeid en/of afgedicht. De zuidelijke woning beschikt over een pannendak waarvan onduidelijk is of vogelschroot aanwezig is. Het is derhalve niet uit te sluiten dat nestlocaties van de soort aanwezig zijn in deze woning. Bij de overige bebouwing kan de aanwezigheid van huismusnesten echter uitgesloten worden. Voor steenuil en kerkuil ontbreken potentieel geschikte nestlocaties door het ontbreken van nestkasten en openingen van voldoende formaat. Enkel de stalling is toegankelijke voor beide soorten. In de caravanstalling zijn echter geen braakballen of krijtsporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van een van deze soorten. Daarnaast zijn er geen verstoringsvrije locaties aanwezig waar de steenuil of kerkuil tot broeden kan komen. De aanwezigheid van nesten kan uitgesloten worden. Aanvullend is de weide niet aan te merken als essentieel foerageergebied doordat in de omgeving een grote hoeveelheid vergelijkbaar leefgebied aanwezig is.

Bovendien is er in de toekomstige situatie opnieuw vergelijkbaar grasland aanwezig dat in gebruik genomen kan worden als optioneel foerageergebied.

4.3.3.

Effecten

Met uitzondering van de zuidelijke woning kunnen door het ontbreken van potentiële nestgelegenheid, alsmede functioneel leefgebied van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten of leefgebieden (categorie 1 t/m 4) effecten worden uitgesloten. Aanvullend is de potentiële aanwezigheid van huismusnesten in de zuidelijke woning geen bezwaar voor het uitvoeren van de

9

ontwikkeling, aangezien deze woning behouden blijft. De woning is hoger dan de omstaande bebouwing, waardoor het dak in zijn geheel onaangetast blijft. Effecten op huismussen kunnen dan ook worden uitgesloten. Enkel zijn echter wel mogelijk nesten van algemene soorten, zoals de merel, winterkoning, wilde eend, meerkoet of houtduif binnen het broedseizoen aanwezig. In het kader van de Algemene Zorgplicht en de verbodsbepalingen van de Vogelrichtlijn wordt geadviseerd de werkzaamheden buiten het broedseizoen (buiten half maart – half juli) aan te vangen of alvorens de broedperiode de planlocatie ongeschikt te maken (o.a. snoeien van het groen, maaien van de oevers/bermen) als nestlocatie. Indien de werkzaamheden aanvangen binnen het broedseizoen en de locatie niet vooraf ongeschikt is gemaakt dient de locatie door een deskundige onderzocht te worden op de aanwezigheid van nestlocaties. Bij het eventueel aantreffen van nesten bij een dergelijke inspectie dienen de werkzaamheden opgeschort te worden.

10

4.4. 4.4.1.

Overige diersoorten Bescherming en soorten

Overige diersoorten betreffen de vlinders, libellen, overige ongewervelde, amfibieën, reptielen en vissen. Van de amfibieën zijn door de hoge trefkans enkele soorten vrijgesteld in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen, dit betreft de bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker en bastaardkikker (vrijstellingen provincie Gelderland). Van de Habitatrichtlijnsoorten wordt louter de rugstreeppad sporadisch aangetroffen op bouwlocaties, bovendien komen er geen andere soorten in de directe omgeving van het plangebied voor. Een diverse (kruiden- en bloemrijke) vegetatie is voor veel algemene insecten essentieel. Bovendien zijn er voor een groot aantal vlinders, libellen en andere ongewervelde specifieke waardplanten waarvan de soort afhankelijk is. Het terrein is bebouwd, verhard en ingericht met weide, waarbij natuurlijke omstandigheden ontbreken. Gelet op het ontbreken van (waard)planten, bijzondere habitateigenschappen en natuurlijke omstandigheden, alsmede de bekende verspreiding van beschermde libellen, vlinders en overige ongewervelde kan het voorkomen ervan uitgesloten worden. Bovendien komen geen beschermde vlinders libellen of overige ongewervelden voor in de omgeving van het plangebied, met uitzondering van de grote vos. Waarvoor grote vrijstaande iepen, populier en overige waardplanten ontbreken.

Reptielen komen voor in natuurlijke, dynamische en relatief verstoringsarme biotopen. Door de huidige inrichting van het terrein zonder begroeide greppels, vergraafbaar zand, broedhopen of een dichte strooisellaag, alsmede de ligging ervan, worden reptielen niet verwacht. Beschermde vissen komen met name voor in snelstromende wateren, met uitzondering van de grote modderkruiper. De grote modderkruiper komt echter niet voor in de wijde omgeving van het plangebied. Effecten op beschermde vissen zijn uitgesloten.

4.4.2.

Habitatonderdelen

Gezien het ontbreken van verstoringsvrije biotopen alsmede bijzondere habitateigenschappen en waardplanten voor beschermde vlinders, libellen, ongewervelde, reptielen, amfibieën en vissen wordt de aanwezigheid van habitatrichtlijnsoorten of bijzondere overige soorten, met uitzondering van de rugstreeppad, van voornoemde soortgroepen niet verwacht. De rugstreeppad komt voor binnen dynamische pionierssituaties. De voortplantingslocaties betreffen droogvallende, snel opwarmende, vaak kort en tijdelijke plassen. Als overwinteringslocaties wordt gebruik gemaakt van goed vergraafbare grond, waar ze soms tot een meter diepte overwinteren buiten de invloed van vorst. De soort staat erom bekend dat ongeschikt terreinen doorkruist worden om potentieel geschikte voortplantingslocaties te bereiken, tot op een afstand van ca. 5km. Ook tijdelijke locaties zoals recent gesaneerde locaties waar kaal zand aanwezig is. In dit soort locaties kan kolonisatie plaatsvinden op het moment dat rijsporen aanwezig zijn, het geregend heeft en regenplassen blijven staan. Het plangebied is voorzien van verharding, weide en bebouwing. Er zijn geen omstandigheden waarin tijdelijke poelen of (regen)plassen ontstaan in pionierssituaties en er is geen sprake van vergraafbaar zand. De aanwezigheid van rugstreeppad kan in de huidige situatie uitgesloten worden.

Bij de uitvoering van de ontwikkeling wordt het terrein echter (deels) bouwrijp gemaakt, waardoor potentieel geschikt leefgebied tijdelijk kan ontstaan voor kolonisatie door de soort.

4.4.3.

Effecten

Gelet op het ontbreken van geschikte leefgebieden, voortplantingslocaties en verblijfslocaties voor beschermde soorten binnen de soortgroepen vlinders, libellen, overige ongewervelde, reptielen, amfibieën en vissen, en de afstand tot bekende populaties van beschermde soorten is een effect uitgesloten. Voor algemene soorten zijn er voldoende alternatieven in de directe omgeving om tijdelijk naar uit te wijken en zijn de te verwachten soorten, met uitzondering van de algemene

11

vissen, allen opgenomen in de vrijstellingsverordening van de provincie. Bovendien heeft het plangebied geen specifieke functie voor dergelijke soorten. Het is echter mogelijk dat rugstreeppad ten tijde van de uitvoering de locatie koloniseert indien er geen maatregelen getroffen worden. Om te voorkomen dat de rugstreeppad in de uitvoeringsfase de bouwlocatie koloniseert gedurende het voortplantingsseizoen van de soort, is het aanbevelenswaardig om maatregelen te treffen. Er zijn een aantal methoden die het koloniseren kunnen voorkomen, namelijk een of meer van het volgende (Kennisdocument Rugstreeppad, 2017): Zorgen dat tijdelijke poelen en plassen niet kunnen ontstaan door de locatie regelmatig af te vlakken Een amfibieënscherm plaatsen waardoor rugstreeppadden de locatie niet kunnen bereiken Zorg dragen dat zanderig/braakliggend terrein niet aanwezig is in de voortplantings- of migratieperiode van rugstreeppadden (begin april t/m eind juli) Aanvullend is het zeer aannemelijk dat algemene en opportunistische soorten zoals bruine kikker, kleine watersalamander en gewone pad gebruik maken van de locatie, alsmede dat algemene vissen voorkomen in het belendende wateroppervlak. Echter zijn er voor de te verwachten algemene soorten voldoende alternatieven in de directe omgeving om tijdelijk naar uit te wijken.

Er dient, in aanvulling op de maatregelen ten aanzien van rugstreeppad, enkel in het kader van de Algemene Zorgplicht rekening gehouden te worden met eventueel aanwezige vlinders, libellen, overige ongewervelde, reptielen, algemene amfibieën en vissen.

12

4.5. 4.5.1.

Vaatplanten Bijzonderheden

Ondanks dat een groot deel van de beschermde vaatplanten enkel te determineren is gedurende de periode van bloei, is goed te bepalen of dergelijke soorten potentieel voorkomen op een bepaalde locatie. Veel soorten komen voor in specifieke habitattypen of plantengemeenschappen: een verscheidenheid aan soorten die elkanders potentiële voorkomen aantonen doordat dergelijke soorten in vergelijkbare (abiotische) omstandigheden en biotopen groeien.

4.5.2.

Habitatonderdelen

De geschiktheid van een locatie is direct afhankelijk van de aanwezige (abiotische) omstandigheden, zoals oppervlaktewater, zuurgraad, voedingsrijkdom van de bodem, lichtinval en standplaatsen. Gezien de kunstmatige inrichting van de planlocatie met bebouwing, verharding en weide, alsmede de ligging bebouwd gebied, is te verwachten dat er sprake is van zeer verstoorde en voedselrijke omstandigheden. Bovendien is er nauwelijks sprake van natuurlijke begroeiing. Gedurende het veldbezoek zijn desondanks de gevels gecontroleerd op eventuele bijzondere muurvegetatie of andere standplaatsen van beschermde vaatplanten. Er zijn geen beschermde vaatplanten aangetroffen en er is geen muurvegetatie waargenomen. Aanvullend ontbreken potentiële standplaatsen voor beschermde vaatplanten, waaronder natuurlijke poelen, plassen of beken, natte overstromende kleigronden en bijzondere wegbermen, akkers, waterkanten en historische kalkstenen muren. De aanwezigheid van beschermde, zeldzame en bijzondere vaatplanten kan derhalve redelijkerwijs worden uitgesloten.

4.5.3.

Effecten

Er is geen sprake van potentiële standplaatsen voor bijzondere natuurlijke vegetatie binnen het perceel. Ten tijde van het veldbezoek zijn geen beschermde vaatplanten of restanten ervan waargenomen. Er worden geen effecten verwacht en er zijn geen vervolgstappen of bijzondere bepaling van toepassing in het kader van beschermde vaatplanten.

4.6.

Houtopstanden

Artikelen 4.1 t/m 4.9 beschermen houtopstanden krachtens de Wet natuurbescherming, indien van toepassing zal er of sprake zijn van een meldplicht of van een vergunningplicht. Deze artikelen zijn echter niet van toepassing binnen de grenzen van de planlocatie. Wegens het onderstaande: Artikel 4.1: Het bepaalde bij en krachtens deze paragraaf heeft geen betrekking op: houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom houtopstanden op erven of in tuinen

13

4.7. 4.7.1.

Gebiedsbescherming Natuurnetwerk Nederland (NNN)

De projectlocatie is gelegen op een afstand van 0,04km tot de aangemerkte NNN-gebieden en meer tot de aangemerkte Belangrijke weidevogelgebieden en Strategische reservering natuur. Gelet op de zeer beperkte aanwezigheid van externe invloed van de ontwikkeling in relatie tot de afstand tot het NNN, zijn effecten en derhalve ook vervolgstappen ten behoeve van het NNN niet van toepassing. Bovendien is externe werking geen toetsingskader ten aanzien van het NNN en overige provinciaal beschermde gebieden. Tevens is de ontwikkellocatie geen onderdeel van andere beschermde gebieden zoals ecologische verbindingszones of natuurcompensatiegebieden.

4.7.2.

Natura 2000-gebieden

De planlocatie is gelegen op een afstand van ca. 6,2km tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, zie figuur 2, dit betreft het Natura 2000-gebied ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck.’ Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een verreikend extern effect.

Figuur 4

Natura 2000-gebieden zijn gelegen op ca. 6,2km en meer tot de planlocatie (bron: pzh.maps.arcgis.com).

Gelet op de afstand tot de nabijgelegen Natura 2000-gebieden in relatie tot de tussengelegen inrichting en de aard van de ontwikkeling, kunnen effecten anders dan stikstofdepositie per definitie uitgesloten worden. Tevens zal een potentieel effect als gevolg van een verandering in permanente stikstofdepositie niet verwacht worden. Het voornemen bestaat uit het slopen van een woning ten behoeve van een nieuwe, het realiseren van drie trekkershutten en het vervangen van een caravanopslag door een met een kleiner volume. De nieuwe bebouwing zal voldoen aan diverse verduurzamingseisen (waaronder BENG), waardoor er sprake zal zijn van een lagere uitstoot van dagelijks gebruik ten opzichte van de huidige situatie. Tevens wordt er een vergelijkbare hoeveelheid verkeersbewegingen verwacht, gepaard gaande aan de nieuwe bestemming met enkele trekkershutten en minder caravanopslag. Bovendien is de ontwikkeling van een relatief beperkt formaat, waardoor een eventuele stikstofdepositie op een afstand van 6,2km niet hoger zal zijn dan 0,00 mol/ha/jaar. Een effect op Natura 2000-gebieden is zowel in de gebruiksfase als in de uitvoeringsfase uitgesloten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=f1843858-2658-4f0c-8490-4a0122ee6fe2