CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - toelichting

Besluitvormende raadsvergadering 25 april 2024, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Geerweg 61-63, Ter Aar (2024-031)17.649 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Geerweg 61-63 Ter Aar Gemeente Zuid-Holland TOELICHTING

Bestemmingsplan Geerweg 61-63 Ter Aar Gemeente Zuid-Holland TOELICHTING

Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu

PLANGEGEVENS: IDN: Projectnummer: Titel:

NL.IMRO.9928.bpTARgeerweg6163-0N01 K22365 Geerweg 61-63 Ter Aar

Status Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

Datum

Projectleider: Auteur:

09-11-2023

Inhoudsopgave TOELICHTING

TOELICHTING

6

Hoofdstuk1

Inleiding

6

Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerende planologische situatie Opzet bestemmingsplan en toelichting

6 6 7 9

Beschrijving van de situatie

11

Huidige situatie Toekomstige situatie

11 14

Beleidskader

17

Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ladder voor duurzame verstedelijking Luchthavenindelingsbesluit Provinciaal beleid Omgevingsvisie Zuid-Holland Omgevingsverordening Zuid-Holland Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie gemeente Nieuwkoop Woonvisie Nieuwkoop 2016 - 2025 Beleidsplan Recreatie en Toerisme Gemeente Nieuwkoop Landschapsontwikkelingsplan Rijn- en Veenstreek

17 17 17 18 19 20 20 22 24 24 25 25 26

Uitvoeringsaspecten

28

Flora en fauna Wettelijk kader Gebiedsbescherming Soortenbescherming Conclusie Bodemkwaliteit Wettelijk kader Resultaten onderzoek Conclusie Cultuurhistorie en archeologie Wettelijk kader Cultuurhistorie Archeologie

28 28 29 29 30 30 30 30 32 32 32 32 32

1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk2 2.1 2.2 Hoofdstuk3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4 Hoofdstuk4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3

Geerweg 61-63 Ter Aar

3

4.3.4 4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.5 4.5.1 4.5.2 4.5.3 4.6 4.6.1 4.6.2 4.6.3 4.7 4.7.1 4.7.2 4.7.3 4.8 4.8.1 4.8.2 4.8.3 4.9 4.10 4.10.1 4.10.2 4.10.3 4.10.4 4.11 4.11.1 4.11.2 4.11.3 Hoofdstuk5 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.3 5.3.1 5.3.2 5.4 5.4.1 5.4.2 5.5 5.5.1 5.5.2

Conclusie Luchtkwaliteit Wettelijk kader Beoordeling Conclusie Parkeren en verkeer Parkeren Verkeer Conclusie Geluidhinder Wettelijk kader Onderzoek Conclusie Bedrijven en milieuzonering Wettelijk kader Beoordeling Conclusie Externe veiligheid Wettelijk kader Beoordeling Conclusie Kabels en leidingen Water Inleiding Beleidskader Watertoets Conclusie M.e.r.-beoordeling Wettelijk kader Vormvrije m.e.r.-beoordeling Conclusie

32 33 33 33 33 34 34 35 36 36 36 36 36 37 37 38 40 40 40 41 43 43 44 44 44 45 45 46 46 46 46

Juridische planbeschrijving

47

Inleiding Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Opbouw bestemmingen Bestemmingen Algemene regels Anti-dubbeltelregel Overige algemene regels Overgangs- en slotregels Overgangsregel Slotregel

47 47 47 47 48 48 48 49 49 49 49 49 49

Geerweg 61-63 Ter Aar

4

Hoofdstuk6 6.1 6.2 6.2.1 6.2.2

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

50

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Overleg met omwonenden Overleg met overheidsinstanties

50 50 50 50

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Stikstofdepositieberekening - Begeleidende rapportage

Bijlage 2

Stikstofdepositieberekening - Bijlage 1 - Nieuwe gebruiksfase

Bijlage 3

Stikstofdepositieberekening - Bijlage 2 - Inzet mobiele werktuigen

Bijlage 4

Stikstofdepositieberekening - Bijlage 3 - Realisatiefase

Bijlage 5 Ecologische quickscan Wet natuurbescherming - Eceau Ecologisch adviesbureau - MD2-1QS221022 Bijlage 6 P22M0108

Verkennend bodemonderzoek - Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. -

Bijlage 7

Akoestischonderzoek

Bijlage 8

Watertoets

Bijlage 9

Verslag participatie Geerweg 61-63 Ter Aar

Geerweg 61-63 Ter Aar

5

TOELICHTING Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Initiatiefnemer is voornemens een perceelstransformatie te realiseren, waarbij een agrarische bedrijfswoning (nummer 63) wordt gesloopt en aan de achterzijde van het perceel een nieuwe reguliere woning, vier trekkershutten worden geplaatst en een nieuwe inrit wordt gemaakt. De bestaande reguliere woning (nummer 61) en de caravanstalling op het perceel blijven bestaan. Aan de achterzijde van de woning Geerweg 61 wordt een klein deel van de bedrijfsbebouwing, behorende bij de bedrijfswoning, opgeruimd. Het initiatief kan niet worden gerealiseerd op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, omdat de bestemming waar de nieuwe woning en de trekkershutten worden geplaatst hier geen mogelijkheden voor geeft. Om de gewenste perceelstransformatie planologisch-juridisch mogelijk te maken, wordt een procedure tot vaststelling van een nieuw bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) gevolgd. Met voorliggend bestemmingsplan wordt het plan voorzien van een ruimtelijk juridisch kader. In deze toelichting wordt de beoogde ontwikkeling beschreven en wordt aangetoond dat voldaan kan worden aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. Nadere informatie trekkershutten Voorgestelde partiële herziening van het bestemmingsplan voorziet in het verplaatsen van een bouwmogelijkheid voor een woning.

De bestaande woning (Geerweg 63) wordt gesloopt en zal aan de achterzijde van het perceel worden herbouwd. Ook zal een nieuwe ontsluiting naar de caravanstalling worden gemaakt via het Reigersbos. De bestaande caravanstalling blijft behouden. Wel zal een deel van de aanwezige bedrijfsbebouwing aan de voorzijde van het perceel, behorende tot de te slopen woning, verdwijnen. In de voorgestelde partiële herziening van het bestemmingsplan wordt verder nader ingegaan op het realiseren van een viertal trekkershutten. Dit is een door de initiatiefnemer beoogde/gewenste ontwikkeling, waarvan de haalbaarheid in dit bestemmingsplan wordt onderbouwd. Bestuurlijk is echter het standpunt ingenomen dat in het maatwerkgebied - waar deze locatie in valt - geen bestemmingsplannen in procedure gebracht worden die nieuwe ontwikkelingen bevatten, als hier in de Visie maatwerkgebieden nog een inhoudelijk standpunt over moet worden ingenomen. De ontwikkeling van trekkershutten (recreatieve functie) is een dergelijke nieuwe ontwikkeling. De daadwerkelijke realisatie is dus afhankelijk van de uitkomst van de Visie maatwerkgebieden. Daarom voorziet het voorliggende bestemmingsplan nu niet in een bouwtitel voor de trekkershutten. Deze ontwikkeling kan pas in gang gezet worden na vaststelling van voornoemde visie, onder voorbehoud dat de visie zich niet tegen de deze ontwikkeling verzet.

In ieder geval wordt bij de uitwerking van milieuaspecten in dit bestemmingsplan rekening gehouden met mogelijke toekomstige realisatie van trekkershutten bij de woning. 1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Geerweg 61-63 in Ter Aar. De locatie ligt in het buitengebied en kenmerkt zich door langgerekte agrarische percelen, kleinschalige bedrijvigheid, recreatie en woningen. De planlocatie is gelegen op het perceel dat kadastraal bekend staat als gemeente Ter Aar, sectie D, perceel 1918. Het is gesitueerd op een deel van het genoemde perceel. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van 9.977 m2. In onderstaand figuur is de ligging van het plangebied weergegeven.

Geerweg 61-63 Ter Aar

6

Figuur: Uitsnede kadastrale kaart met aanduidingen plangebied (bron: Kadastrale kaart.com) 1.3

Vigerende planologische situatie

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'Glastuinbouw'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de raad van de gemeente Nieuwkoop op 28 maart 2013. Er is een eerste herziening geweest van het bestemmingsplan, doordat er is gebleken dat er sprake was van een aantal omissies danwel van de noodzaak om een aantal zaken aan te vullen of anders te regelen. Dit betreft zowel de verbeelding, als de planregels van het bestemmingsplan. De aanpassingen zijn vastgelegd in het bestemmingsplan "Glastuinbouw, 1e herziening", op 20 december 2016. In het bestemmingsplan kent het plangebied de enkelbestemmingen 'Agrarisch - Bedrijfswoning' en 'Agrarisch - Glastuinbouw'. Tevens kent het plangebied de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 3'. Daarnaast kent het plangebied de gebiedsaanduidingen 'luchtvaartverkeerszone - 20ke', 'luchtvaartverkeerszone - lib' en 'zone - concentratiegebied'.

Geerweg 61-63 Ter Aar

7

Figuur: Uitsnede bestemmingsplan (bron: Ruimtelijkeplannen.nl) 'Agrarisch - Bedrijfswoning' De voor 'Agrarisch - Bedrijfswoning' aangewezen gronden zijn bestemd voor een agrarische bedrijfswoning en daarbij behorende bebouwing, erven, in- en uitritten, bedrijfsgronden en voorzieningen waaronder begrepen water- en waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals sloten, greppels, watergangen, oppervlaktewaterberging, bruggen en duikers. Per bestemmingsvlak is niet meer dan het bestaande aantal bedrijfswoningen toegestaan. In dit geval betreft het één bedrijfswoning. 'Agrarisch - Glastuinbouw' De voor 'Agrarisch - Glastuinbouw' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een glastuinbouwbedrijf, de uitoefening van een vollegronds tuinbouwbedrijf en mede de daarbij behorende: bebouwing, erven, in- en uitritten, bedrijfsgronden en voorzieningen waaronder begrepen water- en waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals sloten, greppels, watergangen, waterberging, bruggen en duikers; en kleinschalige verkoop van op het bedrijf geteelde producten tot een maximum van 50 m2.

'Waarde - Archeologie - 3' De voor 'Waarde - Archeologie - 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende andere bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden, waarbij de bestemming 'Waarde - Archeologie - 3' voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemmingen. Op deze gronden mag zonder het aanleveren van een archeologisch onderzoeksrapport bebouwing worden geplaatst waarvan de ondergrondse bouwdiepte niet meer bedraagt dan 50 centimeter of waarvan de totale oppervlakte niet meer bedraagt dan 10.000 m², en die kan worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en). Gebiedsaanduiding - Luchtvaartverkeerszone - 20 Ke (LIB5) Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone - 20 KE' geldt het vrijwaringsbeleid in de 20

Geerweg 61-63 Ter Aar

8

KE zone rond Schiphol, en zijn geen nieuwe geluidgevoelige gebouwen en terreinen toegestaan zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, met uitzondering van de woningen die kunnen worden gerealiseerd in het kader van de Ruimte voor ruimte regeling. Ook is de 'Beleidsregel wonen en vliegen 20 Ke-contour Schiphol' van toepassing is bij het toevoegen van woningen Gebiedsaanduiding - Luchtvaartverkeerszone - lib (LIB4) Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone - lib' geldt het Luchthavenindelingsbesluit van Schiphol en zijn zonder een verklaring van geen bezwaar volgens artikel 8.9 van de Luchtvaartwet, geen nieuwe geluidgevoelige gebouwen en terreinen toegestaan zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. Gebiedsaanduiding - Zone - concentratiegebied Ter plaatse van de aanduiding 'zone - concentratiegebied' is het beleid gericht op de concentratie van glastuinbouw, hetgeen tot uiting komt in de bouwmogelijkheden en de wijzigingsmogelijkheden in dit gebied. Conclusie Onderhavig initiatief is in strijd met het bestemmingsplan 'Agrarisch - Bedrijfswoning' en'Agrarisch Glastuinbouw', omdat binnen deze bestemmingen het gebruik van de gronden ten behoeve van reguliere woondoeleinden en recreatief gebruik zijn toegestaan. Het planvoornemen is ook in strijd met de bestemming 'Agrarisch - Glastuinbouw' omdat binnen deze bestemming geen reguliere woning gebouwd mag worden.

Ook is het niet mogelijk om op basis van deze bestemming trekkershutten op te richten. Daarnaast is op basis van de gebiedsaanduidingen niet mogelijk om nieuwe gebouwen met een gevoelige functie te bouwen op de planlocatie. Een woning betreft een gevoelige functie, maar voorliggend plan betreft een vervangende woning daar de huidige woning gesloopt wordt. De planlocatie is gelegen in de zone van het beperkingsgebied van het LIB met aanduidingen nummer 4 en nummer 5. Voor de gebiedsaanduiding 'Luchtverkeerszone – lib' is een verklaring van geen bezwaar niet noodzakelijk, aangezien het Luchthavenindelingsbesluit hier geen belemmering vormt. Dit wordt verder behandeld in paragraaf 3.1.1. 1.4

Opzet bestemmingsplan en toelichting

Het bestemmingsplan 'Geerweg 61-63 Ter Aar' bestaat uit de volgende stukken: toelichting; verbeelding; planregels. De toelichting is niet juridisch bindend, maar vormt een belangrijk onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot heeft de toelichting als doel om het bestemmingsplan te begrijpen en de regels op een correcte manier na te leven. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels en bepalingen gekoppeld om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. De toelichting is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 staat stil bij de huidige en toekomstige situatie van het plangebied; in Hoofdstuk 3 is een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies van de verschillende overheden die relevant zijn voor het plangebied; de gevolgen of effecten op de planologische- en milieutechnische aspecten worden in Hoofdstuk 4 beschreven; in Hoofdstuk 5 worden de gehanteerde bestemmingen met bijbehorende regeling beschreven;

Geerweg 61-63 Ter Aar

9

Hoofdstuk 6 behandelt ten slotte de economische uitvoerbaarheid en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

Geerweg 61-63 Ter Aar

10

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving van de situatie

Huidige situatie

In de huidige situatie staan er op het perceel aan de Geerweg twee woningen (nummer 61 en 63) en één caravanstalling. Geerweg 63 betreft een agrarische bedrijfswoning. Het perceel wordt ontsloten aan de Geerweg. Een groot deel van het perceel heeft de bestemming 'Agrarisch - Glastuinbouw' en is onbebouwd. Op het perceel bevindt zich tevens een caravanstalling. De stalling biedt ruimte voor ongeveer 80 caravans. De caravanstalling valt echter buiten het plangebied, gezien hier geen wijziging van het bestemmingsplan plaatsvindt. Dit bestemmingsplan heeft alleen betrekking op enkele delen van het perceel, zoals beschreven in hoofdstuk 1, paragrafen 2 en 3.

Figuur: bestaande situatie perceel aan de Geerweg (Bron: MD2A)

Figuur: Huidige situatie woning nr. 61 (blijft bestaan) met daarachter woning nr. 63 (wordt gesloopt). (Bron: Google Maps Street View 2021)

Geerweg 61-63 Ter Aar

11

Figuur: Aanzicht vanaf de Geerweg woning nr. 61 (blijft bestaan) en daarachter achterwoning nr. 63 (wordt gesloopt). (Bron: Google Maps Street View, maart 2021)

Geerweg 61-63 Ter Aar

12

Geerweg 61-63 Ter Aar

13

Figuren: Deel van het perceel waarop een nieuwe toegangsweg, de nieuwe woning en de vier trekkershutten zijn beoogd. Zicht vanaf de Reigersbos. (Bron: Google Maps Street View, juli 2020) 2.2

Toekomstige situatie

De toekomstige situatie betreft een herinrichting van het perceel. De woning nummer 61 blijft bestaan en de bedrijfswoning (nummer 63) wordt gesloopt. Op het vrijgekomen deel komt een woonbestemming ten dienste van nummer 61. Een deel van de caravanstalling wordt wel gesloopt. Hierdoor neemt het aantal stallingsplaatsen af van circa 80 naar circa 60 stallingsplaatsen. Op het achterliggend perceelsterrein, aan de kant van de Reigersbos, worden vier trekkershutten beoogd langs de waterpartij. Daarnaast wordt daar een nieuwe reguliere woning gebouwd met tuin. Deze woning wordt ontsloten via de Reigersbos. Tevens komt er een nieuwe inrit vanaf de Reigerbos richting de caravanstalling.

Figuur: Inrichtingsschets gewenste situatie deel perceel aan de Geerweg (Bron: MD2A).

Geerweg 61-63 Ter Aar

14

Figuur: Inrichtingsschets deel perceel aan de Reigersbos (Bron: MD2A).

Geerweg 61-63 Ter Aar

15

Figuur: Ontwerp nieuwe woning Reigersbos (Bron: MD2A).

Figuur: Referentiebeelden trekkershutten (Bron: MD2A).

Geerweg 61-63 Ter Aar

16

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van zich aanpassen. Deze opgaven worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de generaties na ons. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. De NOVI heeft de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2.

Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorgt dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Conclusie Onderhavig initiatief betreft een ontwikkeling van beperkte omvang zonder strijdigheid met rijksbelangen. De ontwikkeling is passend binnen de NOVI. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Gemeenten moeten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen of uitwerkingsplannen rekening houden met het Barro. Doel van het Barro is bepaalde onderwerpen uit het nationale beleid te verwezenlijken. In het Barro worden een aantal projecten opgesomd die een groot Rijksbelang hebben. Per project worden regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. De regels zijn een uitwerking van de onderwerpen uit het nationale beleid. In het Barro zijn veertien onderwerpen met bijzonder rijksbelang beschreven: Rijksvaarwegen; Project mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen;

Geerweg 61-63 Ter Aar

17

Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden; Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Conclusie Het initiatief valt niet onder een van de projecten uit het Barro. Door de gewenste ontwikkeling zal geen nationaal belang worden geschaad. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Het nationale beleid vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro verwijst naar het Bro; geformuleerd is dat deze toetsing een procesvereiste is bij alle nieuwe ruimtelijke besluiten en plannen ten aanzien van bijvoorbeeld kantoorlocaties en woningbouwlocaties. Gemotiveerd dient te worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. De kernbepaling van de Ladder, artikel 3.1.6 lid 2 Bro, luidt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' Om dit te onderbouwen dienen de volgende stappen te worden doorlopen: 1. er dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de beoogde ontwikkeling voorziet in een behoefte; 2.

indien er een vraag is aangetoond, dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten. Indien het bestemmingsplan de ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, is een motivering benodigd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Stedelijke ontwikkeling Om aan deze verplichting uit het Bro te kunnen voldoen dient allereerst te worden nagegaan of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In het Bro is het begrip stedelijke ontwikkeling als volgt vastgelegd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie blijkt dat er in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling vanaf de realisatie van 12 woningen. Onderhavig initiatief betreft de sloop van een bedrijfswoning, nieuwbouw van een reguliere woning en het plaatsen van vier trekkershutten. Het aantal woningen blijft daarmee gelijk, waardoor het doorlopen van de laddertoets niet noodzakelijk is. Conclusie Op basis van jurisprudentie blijkt dat het doorlopen van de laddertoets voor voorliggend initiatief niet noodzakelijk is.

Geerweg 61-63 Ter Aar

18

3.1.4

Luchthavenindelingsbesluit

Het rijksbeleid voor Schiphol is geformuleerd in het Luchthavenindelingsbesluit (LIB), zoals dat in werking is getreden op 1 januari 2018. In dit besluit is een beperkingengebied opgenomen waarbinnen beperkingen worden gesteld ten aanzien van het gebruik en de bestemming van de grond voor zover deze noodzakelijk zijn met het oog op veiligheid en geluidsbelasting. Deze regels moeten door gemeenten in acht worden genomen bij bestemmingsplannen en bij omgevingsvergunningen. In het Luchthavenindelingsbesluit zijn twee gebieden vastgesteld: het luchthavengebied en het beperkingengebied. Beperkingsgebied Zoals weergegeven in onderstaand figuur, bevindt de planlocatie binnen de grens van een 'beperkingengebied' (LIB met de aanduidingen 4 en 5), zoals opgenomen in artikel 1.2.1 en bijlage 2 van het LIB, waarbinnen beperkingen worden gesteld ten aanzien van het gebruik en de bestemming van de grond voor zover deze noodzakelijk zijn met het oog op veiligheid en geluidsbelasting.

Figuur: Uitsnede Luchthavenindelingsbesluit Schiphol (bron: Ruimtelijke Plannen) Geluidscontour Schiphol De gronden die zijn aangewezen met nummer 4 in dit besluit zijn met het oog op geluidbelasting geen geluidgevoelige gebouwen toegestaan, tenzij: bestaand gebruik van een geluidgevoelig gebouw; toevoeging binnen bestaand stedelijk gebied van niet meer dan 25 woningen per bouwplan of binnen lintbebouwing van niet meer dan 3 woningen per bouwplan; een geluidgevoelig gebouw ter vervanging van een bestaand geluidgevoelig gebouw, mits van gelijke aard en gelijke schaal en onder de voorwaarde dat het te vervangen gebouw wordt verwijderd of dat de bestemming van het te vervangen gebouw wordt omgezet naar niet-geluidgevoelig; herstructurering van een bestaand stedelijk gebied, indien dit leidt tot een toename met meer dan 25 woningen en indien dit niet leidt tot een toename van de capaciteit van andere geluidgevoelige gebouwen binnen dit gebied; nieuwbouw van een bedrijfswoning, voor zover de noodzaak daarvan is aangetoond. Op het perceel bevinden zich reeds twee reguliere woningen. De woning Geerweg 61 blijft behouden. De woning Geerweg 63 wordt gesloopt en elders op het perceel opgebouwd. Het aantal woningen op het perceel blijft als gevolg van de ontwikkeling gelijk, waarmee de drempelwaarde van drie woningen binnen

Geerweg 61-63 Ter Aar

19

lintbebouwing niet overschreden wordt. Gezien de dichtheid van woningen nabij het plangebied, wordt de bebouwing aan de Geerweg als lintbebouwing met overwegend woningen en andere stedelijke functies aangemerkt. De beoogde woning voegt zich binnen dit bebouwingspatroon. Recreatieve functies, waar de trekkershutten toe berekend kunnen worden, betreffen geen gevoelige functies in het kader van de Wet geluidhinder. Daarmee wordt er voldaan aan artikel 2.2.1c van het LIB. Daarnaast is met de gemeente Nieuwkoop overeengekomen dat een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 8.9 van de Wet luchtvaart niet benodigd is. Voor wat betreft geluid als bedoeld in het Lib-S (artikel 2.2.1d, tweede lid) heeft de afweging plaatsgevonden in paragraaf 4.6 van dit bestemmingsplan. Wonen en vliegen 20 Ke-contour Schiphol Vanuit de gemeente Nieuwkoop is de beleidsregel 'Wonen en vliegen 20 Ke-contour Schiphol' vastgesteld op 26 mei 2017. De beoogde ontwikkeling valt binnen de 20 Ke-contour, echter vormt dit geen belemmering aangezien het volgens het ruimte voor ruimte principe wordt gerealiseerd. Externe veiligheid Op grond van artikel 2.2.1d van het LIB moet gemotiveerd worden op welke wijze rekening is gehouden met de mogelijke gevolgen van een vliegtuigongeval met meerdere slachtoffers op de grond.

Het risico van een vliegtuigongeval neemt toe naarmate de intensiteit van het ruimtegebruik toeneemt. De afweging ten aanzien van het aspect externe veiligheid als gevolg van de ligging in het afwegingsgebied externe veiligheid is opgenomen in paragraaf 4.8 Externe veiligheid. Conclusie Onderhavige bouwplan valt binnen het beperkingengebied bebouwing van het vigerende Luchthavenindelingsbesluit Schiphol. Het aantal woningen ten gevolge van de ontwikkeling blijft gelijk aan de bestaande situatie daar de ontwikkeling een vervangende woning betreft. De trekkershutten betreffen geen geluidgevoelige functie in het kader van de Wet geluidhinder. Geconcludeerd kan worden dat het Luchthavenindelingsbesluit geen belemmering oplevert voor de uitvoerbaarheid van dit planvoornemen. 3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland

De Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland is op 1 april 2023 geconsolideerd vastgesteld door de Gedeputeerde Staten. De omgevingsvisie is het thematisch ruimtelijk beleidsdocument waarin doelstellingen op de middellange termijn worden vormgegeven. Met de omgevingsvisie wil de provincie een uitnodigend perspectief voor de toekomst bieden en omvat ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Zuid-Holland wil zich ontwikkelen als een slimme en schone provincie. Als gevolg van een groeiend aantal inwoners, economische ontwikkelingen en klimaatverandering, groeit de behoefte aan woningen. Om dit te bereiken zijn twaalf provinciale 'Opgaven Omgevingskwaliteit' opgesteld. Op basis van deze opgaven is provinciaal beleid ontwikkeld waar de provincie samen met andere overheden en maatschappelijke partners aan wil werken. De volgende onderwerpen uit de Omgevingsvisie zijn direct relevant voor onderhavige ontwikkeling. Planspecifiek Verblijfsrecreatie buiten bestaand stads- en dorpsgebied De provincie vindt het van belang dat de behoefte aan grootschalige recreatieve ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied wordt onderbouwd en regionaal afgestemd.

Regelmatig worden nieuwe initiatieven ontwikkeld voor grootschalige recreatieve ontwikkelingen buiten bestaand stads- en dorpsgebied, waarbij niet altijd sprake is van afstemming met initiatieven in andere gemeenten. Nieuwe ontwikkelingen kunnen ook gevolgen hebben voor het functioneren van bestaande recreatiecomplexen. Dit kan leegstand of ongewenst gebruik van bestaande complexen in de hand werken. Zowel bij een nieuwe recreatieve ontwikkeling als bij de herontwikkeling of intensivering van een bestaand terrein met

Geerweg 61-63 Ter Aar

20

een recreatieve functie, moeten alle relevante aspecten worden betrokken bij de afweging hierover. Ook toepasselijk provinciaal beleid wordt daarbij betrokken. Het gaat daarbij in ieder geval om het beleid en de regels voor ruimtelijke kwaliteit. De ontwikkeling van nieuwe locaties zal veelal een vorm van ‘transformatie’. Ook de bereikbaarheid en de gevolgen voor de druk op het wegennet worden bij de afweging betrokken. De ontwikkeling ter plaatse van het plangebied is relatief kleinschalig. Het voorziet in de toevoegen van nachtrecreatie middels het plaatsen vier trekkershutten op de planlocatie. Dit zal geen tot nauwelijks gevolgen hebben voor de bestaande recreatiecomplexen in de omgeving. Gezonde leefomgeving De gezondheid van de Zuid-Hollander staat onder druk door ongezonde leefgewoonten, waaronder te weinig buiten zijn en bewegen en milieufactoren (o.a. luchtverontreiniging en geluidsbelasting). Een gezonde leefomgeving is van groot belang voor de gezondheid van onze inwoners. Een leefomgeving die rijk is aan sportief en recreatief beleefbaar groen en water draagt bij aan de gezondheid. De provincie streeft naar het bevorderen van de gezondheid en het voorkomen van ziektes door het aanbieden van verschillende soorten groen (bos, park en recreatieterreinen) voor sportieve en recreatieve inspanning en ontspaning.

De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van een recreatieve functie en is daarmee in lijn met dit onderdeel van de omgevingsvisie. Sport, recreatie en water- en groenbeleid In het bedrijvige en dichtbevolkte Zuid-Holland dient er voor al onze inwoners ook ruimte te zijn voor ontspanning en voor sport en recreatie. De provincie zet daarom samen met partners in op een in omvang en kwaliteit goed netwerk en goede voorzieningen, locaties en gebieden voor sport en recreatie. Ons recreatieve routenetwerk (voor fietsen, wandelen, varen en ruiters en menners) speelt daarbij een belangrijke rol. In omvang en kwaliteit optimale sport- en recreatiemogelijkheden dragen bij aan een goed en gezond leef-, woon- en vestigingsklimaat en aan (ook spreiding van) toerisme. De provincie streeft naar behoud en versterking van de sportieve en recreatieve belevingswaarde van landschap, water en erfgoed en ontwikkelt en verbindt hiervoor onder meer met name de uit oogpunt van belevingswaarde bijzonder waardevolle gebieden inzake landschap (o.a. Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland), water en natuur (o.a. Hollands Plassengebied en onze Nationale Parken NL Delta en Hollandse Duinen) en verbindt sportief en recreatief de groenblauwe netwerken in en om de stad. Er ligt een opgave om de sport- en recreatiemogelijkheden zowel binnen als buiten de stad te behouden en te versterken.

De provincie zet daarom in op een in omvang en kwaliteit goed netwerk en goede voorzieningen voor sport en recreatie. Via dit netwerk worden de locaties, voorzieningen, gebieden en wateren voor sport en recreatie ontsloten. Het is een gezamenlijke opgave van provincie, gemeenten en andere partijen om deze routes, locaties, voorzieningen, gebieden en wateren voor sport en recreatie in stand te houden, waar nodig verder te ontwikkelen en barrières op te heffen, om zo de kwaliteit, omvang en samenhang te behouden en zo mogelijk te verbeteren. Toerisme in balans Wereldwijd groeit het toerisme. Op sommige plekken lijdt dit tot drukte, terwijl andere plekken meer zouden willen profiteren van toerisme. Dit vraagt om afstemming en meer (kwaliteit)sturing. De doelstelling van de provincie is dat in 2030 elke Zuid-Hollander profiteert van toerisme. Om dat te bereiken zal toerisme en de maatregelen die er genomen worden, moeten bijdragen aan de provinciale en maatschappelijke opgaven. Daarmee benut provincie de kansen die het toerisme in Zuid-Holland biedt en beperkt het de overlast die het kan veroorzaken. Toerisme is geen doel op zich, maar wordt ingezet als middel dat bijdraagt aan een aantrekkelijk woon- werk en leefklimaat in Zuid-Holland.

Omdat er binnen Zuid-Holland zowel plekken zijn waar overlast van toerisme wordt ervaren, als ook plekken waar nog volop mogelijkheden zijn, ligt er een opgave om dit met elkaar in balans te brengen. Toerisme is daarbij primair het domein van de recreatie-/toerismeondernemer, de lokale overheden, de samenwerkingsverbanden daartussen en de marketingorganisaties. De provincie kan bijdragen door duurzame vormen van toerisme te ondersteunen. Een toeristisch gebied en de omgeving ervan mag niet onevenredig veel lijden onder het toerisme. Het streven is combinaties te maken en belangen waar mogelijk te koppelen. Er zijn diverse provinciale opgaven waar toerisme een bijdrage aan kan leveren, zoals erfgoed, cultuur, (water-)recreatie, human capital, digitalisering, verduurzaming, mobiliteit en

Geerweg 61-63 Ter Aar

21

natuur. Door toerisme zoveel mogelijk aan te laten sluiten op de andere maatschappelijke opgaven, zullen uiteindelijk alle Zuid-Hollanders van toerisme kunnen profiteren. Naar een klimaatbestendig Zuid-Holland De provincie wil dat Zuid-Holland een fijne plek blijft om te werken, wonen en recreëren, ook als omstandigheden veranderen. Daarom worden er nu maatregelen genomen om de provincie voor te bereiden op klimaatopgaven als weersextremen (hitte, droogte, wateroverlast, overstromingen), zeespiegelstijging en bodemdaling. Samen met waterschappen, gemeenten en het Rijk zorgt de provincie voor een klimaatbestendig en waterrobuust ingerichte provincie in 2050. Niet alleen om schade en overlast te beperken, maar ook vanuit onze ambitie te streven naar een gezonde, groene leefomgeving, een aantrekkelijk vestigingsklimaat, goede bereikbaarheid en een veerkrachtige innovatieve economie. Inzet van de provincie is om de transitie naar een klimaatbestendige provincie onlosmakelijk onderdeel uit te laten maken van het gehele provinciale beleid en de praktijk. Klimaatadaptatie is een dwarsdoorsnijdend thema dat vele beleidsterreinen raakt, denk aan infrastructuur, landbouwtransitie, natuur, stedelijke ontwikkeling, etc. Op al deze terreinen zet de provincie in op de bescherming van mensen, leefomgeving en economie tegen de gevolgen van overstromingen en extreem weer.

Inzet van de provincie is tevens om bij ruimtelijke ontwikkelingen (nieuw of in bestaand bebouwd gebied) de betrokken partijen de risico’s als gevolg van de klimaatopgaven expliciet mee te laten wegen bij de locatiekeuze of inrichting van het gebied. Daarbij wordt in ieder geval gebruik gemaakt van de uitkomsten van de klimaatstresstesten die overheden hebben uitgevoerd (conform de afspraken uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie). Op die manier wordt bij nieuwe ruimtelijke projecten rekening houden met de impact van klimaatverandering en kan het risico op schade en slachtoffers voor zover dat redelijkerwijs haalbaar is, worden beperkt. Centraal vertrekpunt daarbij is dat meer ruimte wordt geboden aan het water, natuurlijke processen, en groen. Dit uitgangspunt draagt tevens bij aan andere opgaven als een gezonde leefomgeving, bescherming van de natuur en de verhoging van biodiversiteit.Zuid-Holland investeert in een gezonde, aantrekkelijke en veilige leefomgeving voor mens en natuur. Daarom zetten we in op kwalitatief hoogwaardig en bereikbaar groenblauw in en om de stad, ontwikkeling van nationale parken, diversiteit in landschappen en duurzame landbouw. Door klimaatverandering wint deze inzet aan urgentie: toevoegen van- en ruimte bieden aan meer groen en water zijn effectieve oplossingen in het tegengaan van wateroverlast en hittestress in met name stedelijk gebied.

Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de Omgevingsvisie Zuid-Holland. De Omgevingsvisie staat derhalve de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan niet in de weg. 3.2.2

OmgevingsverordeningZuid-Holland

De provincie Zuid-Holland heeft op 1 april 2023 een geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. Dit is een uitwerking van de visie in beleidsregels. Binnen dit beleid zijn specifieke regels opgenomen voor de ruimtelijke kwaliteit. De verordening voorziet in regels die doorwerking van de beleidsdoelstellingen uit de Omgevingsvisie een juridische basis geven waarmee concrete uitwerking wordt gegeven aan de doelstellingen. Planspecifiek Voor onderhavig plan heeft de Omgevingsverordening relevantie met de betrekking tot 'Kaart 4: Gebieden met waterkwantiteitsnorm en waterschappen' en 'Kaart 14: Ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategoriën'. Kaart 4 'Gebieden met waterkwantiteitsnorm en waterschappen' toont aan dat het plangebied binnen het gebied van het waterschap Hoogheemraadschap van Rijnland valt. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet het planvoornemen voldoen aan de regelgeving van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Paragraaf 4.10 gaat verder in op het aspect water. Binnen kaart 14 'Ruimtelijke kwaliteit beschermingscatgorie 3 buitengebied.

Geerweg 61-63 Ter Aar

en

beschermingscategoriën'

valt

het

gebied

in

22

Artikel 6.9a Beschermingscategorie 3 Buitengebied 1. Een bestemmingsplan voor een locatie binnen buitengebied waarvan de plaats geometrisch is verbeeld op kaart 14 in bijlage II kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling mits de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig wordt aangetast, blijkens een afdoende motivering die tevens ingaat op de keuze voor een locatie buiten bestaand stads- en dorps gebied. 2. In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: a. de openheid en de structuur van het landschap en de vergezichten daarin; b. de relatie tussen stad en buitengebied en het onderscheid daartussen; c. het groene karakter, het type functies en de kenmerkende verschijningsvormen van het landschap; d. de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap. Planspecifiek: Het ontwerp van het planvoornemen houdt rekening met het groene karakter van het landschap en tast deze niet onevenredig aan. Betaande zichtlijnen blijven behouden. Het planvoornemen gaat uit van de nieuwbouw van een woning en vier trekkershutten met recreatieve doeleinden. Dit is een passende voor deze locatie in het buitengebied. 20 Ke-contour Schiphol Het plangebied is gelegen in de 20 Ke-contour Schiphol. Voor bestemmingsplannen gelden de volgende instructieregels: 1.

Voor de gronden binnen de 20 Ke-contour, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 13 in bijlage II, kan een bestemmingsplan voorzien in nieuwe woningen, uitsluitend binnen het bestaand stads- en dorpsgebied. 2. In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan in onderstaande gevallen voorzien in nieuwe woningen buiten bestaand stads- en dorpsgebied als het betreft: a. woningbouw binnen de voormalige bebouwingscontour van de streekplannen uit 2003, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 13 in bijlage II; b. de toevoeging van ten hoogste enkele woningen in reeds aanwezige lintbebouwing; c. de toevoeging van ten hoogste enkele greenportwoningen, als bedoeld in de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek; d. de toevoeging van ten hoogste enkele woningen volgens het principe ruimte voor ruimte, waarbij de ruimtelijke kwaliteit wordt verbeterd door de sloop van overtollige bebouwing en kassen; e. het omzetten van bedrijfswoningen naar burgerwoningen; of f. bedrijfswoningen, voor zover noodzakelijk voor de bedrijfsvoering.

Klimaatverandering In een bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico’s ten aanzien van: wateroverlast door overvloedige neerslag; overstroming; hitte; droogte Conclusie Het voorgenomen plan is niet in strijd met de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Het voorgenomen plan is niet in strijd met hetgeen wat de instructieregels voorschrijft.

Geerweg 61-63 Ter Aar

23

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie gemeente Nieuwkoop

De Omgevingsvisie gemeente Nieuwkoop is op 8 juli 2021 vastgesteld door de gemeenteraad van Nieuwkoop. De Randstad is en blijft in de toekomst een gebied met een sterke economische aantrekkingskracht. En de komende jaren verwachten we in de Randstad een flinke bevolkingsgroei. De druk op de ruimte is daarom groot. Er is een tekort aan (betaalbare) woningen, er is vraag naar bedrijventerreinen, naar ruimte voor het opwekken van duurzame energie en mogelijkheden voor recreatie. Daarnaast groeit de mobiliteitsbehoefte. Dat alles beïnvloedt ook de gemeente Nieuwkoop. Mensen wonen, werken en recreëren graag in de gemeente en dat wil de gemeente zo houden! Geluk, gezondheid en eigen initiatief staan in de visie daarom centraal. De gemeente versterkt de waarde en de vitaliteit van het bijzondere landschap waarin landbouw, tuinbouw, natuur, het opwekken van energie en recreatie een sterk geheel vormen. Onze groene en sociale leefomgeving heeft een positief effect op de gezondheid van inwoners en bezoekers. Iedereen moet in Nieuwkoop gezond en veilig (kunnen) samenleven en verblijven. Waar de gemeente al goed in is moet worden behouden en versterkt: de aantrekkelijke en gezonde leefomgeving, naar elkaar omkijken en samen dingen organiseren. Om op de lange termijn gezond te blijven, gaat extra aandacht uit naar het stimuleren van beweging.

Toerisme zorgt voor levendigheid en een groter draagvlak voor detailhandel, horeca, cultuur, natuur en erfgoed. Én niet te vergeten voor werkgelegenheid. Het toerisme in de gemeente mag daarom op een duurzame, kleinschalige manier groeien. De gemeente Nieuwkoop wil het toerisme goed over de gemeente en de seizoenen spreiden, dus zowel in ruimte als tijd. De gemeente versterkt het toeristische profiel van de gemeente en maken daarbij nog beter gebruik van de kwaliteiten. In de dorpen gaat het om het beter zichtbaar maken van kunst en ambacht (smederijen, Haagse School, monumenten) en om een sterkere relatie met de omliggende natuur. De gemeente Nieuwkoop heeft niet veel overnachtingsmogelijkheden. Die ziet de gemeente graag toenemen. Initiatieven voor kleinschalige (verblijfs)recreatie met een bijzonder, onderscheidend karakter (zoals B&B, tiny house, trekkershut) worden gestimuleerd. Water is een belangrijk en prominent zichtbaar element in het landschap en in de dorpen. Klimaatverandering heeft veel gevolgen voor de waterhuishouding. Nieuwkoop bereidt zicht hierop voor: de gemeente wil dat het grondgebied in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht met (meerlaagse) waterveiligheid als uitgangspunt. Het toevoegen van oppervlaktewater biedt ook nieuwe mogelijkheden voor natuurontwikkeling, wonen en recreatie.

Daarnaast wil Nieuwkoop het landschap beter toegankelijk en bekend maken. Een goede balans tussen natuur en recreatie is daarbij essentieel. De gemeente zorgt voor een betere spreiding van toeristen, goede zonering en handhaving van gedragsregels. Waterrecreatie is een belangrijk onderdeel van de Nieuwkoopse recreatieve sector. Het plassengebied is geschikt voor rustige beleving vanaf het water, per kano, roeiboot, met een hengel in de hand, of op de schaats. Die rust onderscheidt Nieuwkoop van andere plassengebieden in de regio, die druk bezocht worden door liefhebbers van zeilsport en gemotoriseerde pleziervaart. In het agrarisch gebied biedt Nieuwkoop mogelijkheden voor dag- en verblijfsrecreatie bij de boer. Conclusie Het voorgenomen plan is niet in strijd met de gemeentelijke omgevingsvisie. Het plan draagt bij aan het creëren van meer overnachtingsmogelijkheden binnen de gemeente. Het plan voorziet in een kleinschalige (verblijfs)recreatie met een bijzonder, onderscheidend karakter wat de gemeente stimuleert. Tenslotte is het plan in lijn met de omgevingsvisie, omdat het plan een voorbeeld is voor verblijfsrecreatie in het agrarisch gebied.

Geerweg 61-63 Ter Aar

24

3.3.2

Woonvisie Nieuwkoop 2016 - 2025

Op 6 oktober 2015 is de Woonvisie Nieuwkoop 2016 - 2025 vastgesteld. De woonvisie speelt in op de huidige situatie en geeft richting aan toekomstige beleidskeuzes. Op grond van de belangrijkste ontwikkelingen binnen de gemeente beschrijft de visie het woonbeleid op hoofdlijnen. Uit een brede inventarisatie van opgaven komen twee belangrijke visies naar voren: 1. Nieuwkoop is een aantrekkelijke (woon)gemeente die voldoende en betaalbare woningen biedt, met aandacht voor wonen met zorg en welzijn. 2. Nieuwkoop beschikt over een hoogwaardig woon- en leefklimaat. Door het groen, water, ruimte en de geografische ligging in het centrum van de Randstad, is Nieuwkoop een aantrekkelijke gemeente om in te wonen. Elk van de 13 dorpen heeft een eigen karakter. De sociale structuur is de basis voor een voorzieningenniveau dat past bij het betreffende dorp. Relatie tot ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling die onderhavig bestemmingsplan mogelijk maakt betreft de realisatie van een nieuwe woning. De woning is zorgvuldig landschappelijk ingepast, waardoor een sterke verbinding met het groen en water rondom het plangebied wordt gewaarborgd. Het past daarmee in het hoogwaardige woon- en leefklimaat dat de gemeente Nieuwkoop eigen is. Conclusie De Woonvisie Nieuwkoop 2016 - 2025 staat de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan niet in de weg. 3.3.3

Beleidsplan Recreatie en Toerisme Gemeente Nieuwkoop

In 2020 is het Beleidsplan Recreatie en Toerisme Gemeente Nieuwkoop vastgesteld door de gemeenteraad. Nieuwkoop vernieuwt en intensiveert zijn Recreatie- en toerismebeleid. De gemeente wil, samen met ondernemers, gebiedsbeheerders en andere initiatiefnemers een aantal kansen benutten en tegelijkertijd de ontwikkelingen in goede banen leiden. De gemeente wil graag samen met deze partijen optrekken, waarbij ieder zijn eigen rol en verantwoordelijkheid heeft. Ondernemers en initiatiefnemers investeren en exploiteren, beheren de musea en organiseren evenementen. Nieuwkoop Marketing en de VVV-verbinden deze partijen en zorgen dat ze goed samenwerken. De gemeente Nieuwkoop heeft maar een beperkt aantal overnachtingsmogelijkheden. Dat heeft ook zijn weerslag op de bestedingen in de horeca en de dienstverlening. Verblijfstoeristen besteden niet alleen aan de accommodatie zelf, maar gaan ook (veel) meer uit eten, vervoer, et cetera. Die verblijfstoeristen (en bestedingen) mist Nieuwkoop grotendeels en de gemeente is dus vooral afhankelijk van verblijfstoeristen buiten de eigen gemeente en dagtoeristen vanuit de Randstad. De dagattracties in de gemeente Nieuwkoop zijn kleinschalig en zij concentreren zich rond de Nieuwkoopse plassen en de kern Nieuwkoop. Het komt erop neer dat Nieuwkoop in potentie zeer veel te bieden heeft, maar nog nauwelijks door de bezoeker ontdekt is.

Het ‘stamkapitaal’ is aanwezig in de vorm van natuur, landschap en kunst, maar de bekendheid is laag en de mogelijkheden om ervan te genieten en om bezoekers te ontvangen zijn beperkt. Particulier bootbezit maakt plaats voor allerlei vormen van varen met geleende, gedeelde of gehuurde boten. De huidige generaties kiezen steeds minder voor het hebben van een boot, maar voor gedeeld eigenaarschap, het varen met de boot van je ouders, lenen van vrienden, delen via een app. Dit betekent dat jongeren nog wel varen, maar dat het bootbezit als geheel achteruitgaat. Met, al dan niet gehuurde, luxere sloepen worden meerdaagse tochten gemaakt. Deze ontwikkelingen bieden kansen voor de horeca en de verblijfsaccommodaties. Sloepvaarders koken en slapen over het algemeen niet op hun boot. Zij zullen dus op zoek gaan naar mogelijkheden dicht in de buurt van hun aanlegplaats om te eten en te slapen. In de verblijfsrecreatiesector gaat het al een tijd niet meer om het bieden van onderdak, maar om het bieden van een beleving, toegesneden op de wensen en verwachtingen van de gasten. Het verblijf moet iets bijzonders bieden, het liefst passend in een thema en aansluitend bij het doel van het uitje: jezelf in alle rust en stilte opladen, ‘echt even samen’, genieten van de natuur.

Geerweg 61-63 Ter Aar

25

Verblijfstoeristen besteden veel meer dan dagtoeristen en leveren een hogere bijdrage aan de werkgelegenheid. Buitenlandse bezoekers en zakelijke bezoekers besteden nog aanzienlijk meer. De gemeente Nieuwkoop heeft nu zeer weinig verblijfsmogelijkheden, wat zijn neerslag heeft op de bestedingen en arbeidsplaatsen. Als er meer verblijf in Nieuwkoop is biedt dit draagvlak voor horeca, attracties en retail in Nieuwkoop. Dagtoeristen zijn nog altijd welkom en zeer belangrijk voor het toerisme in Nieuwkoop, maar zonder uitbreiding van de verblijfsmogelijkheden worden de doelen om verder te groeien niet gehaald. Daarbij denken we aan verblijf met een onderscheidend karakter en passend bij het DNA van de gemeente, variërend van luxe tot basic en van hotel tot tiny house. Een faciliterende houding van de gemeente is cruciaal. In sommige gevallen zal een initiatief voor een verblijfsaccommodatie niet precies passen in het bestemmingsplan of voldoet het plan niet aan de exacte vergunningeisen. Het is dan aan de gemeente om naast de initiatiefnemer / ondernemer te staan, mee te denken en te adviseren hoe het wel kan. De gemeente wil bij initiatieven die de verblijfsmogelijkheden uitbreiden, een optimaal faciliterende houding aannemen. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de ambities van het het Beleidsplan Recreatie en Toerisme Gemeente Nieuwkoop.

Het plan voorziet in de toevoeging van 4 extra nachtverblijfmogelijkheden in de vorm van trekkershutten binnen de gemeente Nieuwkoop. Dit is in lijn met het beleidsplan, omdat op die manier gepoogd wordt om meer verblijfstoeristen naar de gemeente te halen. 3.3.4

Landschapsontwikkelingsplan Rijn- en Veenstreek

De gemeenten Alphen aan de Rijn, Kaag en Braassem, Nieuwkoop en Rijnwoude hebben besloten samen een Landschapsontwikkelingsplan Rijn- en Veenstreek op te stellen (LOP). De raad heeft het Visiedeel van het LOP vastgesteld op 25 juni 2009. Het Uitvoeringsprogramma van het LOP is op 17 december 2009 door de raad vastgesteld. Deze vier gemeenten werken samen in het Rijnstreekberaad. Het landschapsontwikkelingsplan is een integraal plan en besteedt aandacht aan alle aspecten van het landschap, uiteenlopend van de ontstaansgeschiedenis en haar cultuurhistorische waarden tot het huidige gebruik. De hoofddoelstellingen van het LOP zijn: 1. Behouden en versterken van het karakteristieke veenweidelandschap en rekening houden met de eisen die de agrarische sector stelt om duurzaam te kunnen blijven functioneren; 2. Ontwikkelen kwalitatief aantrekkelijk en duurzaam samenhangend buitengebied als leefomgeving, met een betere inrichting van de overgangszone tussen dorp en buitengebied; 3. Ontwikkelen van recreatieve voorzieningen en verbindingen in samenhang met de agrarische en natuurfunctie; 4. Behouden en versterken van een duurzame water- en ecologische structuur in samenhang met de landschapswaarden. Landschappelijke kwaliteit In het LOP is de kwaliteit en samenhang van het landschap in de Rijn- en Veenstreek onderzocht.

Die kwaliteit en samenhang zit vooral in de grote landschappelijke eenheden. Droogmakerijen en aaneengesloten veenweidegebied vormen met elkaar een heldere hoofdstructuur. Openheid en vergezichten maken die hoofdstructuur zichtbaar. Akkerbouw en melkveehouderij kunnen in deze grote eenheden goed uit de voeten. Versnippering is niet gewenst, stelt het LOP. Zichtlijnen moeten zoveel mogelijk intact blijven. Dit betekent dat toevoegingen aan het landschap, bijvoorbeeld ten behoeve van recreatie en natuur, bij voorkeur aan de randen van deze landschappelijke eenheden plaatsvinden en zoveel mogelijk worden gebundeld. In het LOP zijn inrichtingsprincipes en bijbehorende voorbeelden opgenomen voor de gewenste beeldkwaliteit van bebouwing. Zorgvuldige aandacht voor de beeldkwaliteit is noodzakelijk om de landschappelijke kwaliteit te waarborgen. De randen van nieuwbouwwijken, bedrijventerreinen, boerderijen en kassen vallen in het open landschap van de Rijn- en Veenstreek extra op. In het verleden is vaak geen rekening gehouden met het verkavelingspatroon of met de richting van het landschap. Ook de aankleding laat te wensen over. Harde overgangen zijn het gevolg. Het LOP benoemt deze gevallen en laat zien dat een betere landschappelijke inpassing mogelijk is. (Streekeigen) beplanting speelt daarbij vaak een rol. De inrichtingsprincipes zijn ook toepasbaar op nieuwe bebouwing.

Een beter

Geerweg 61-63 Ter Aar

26

aanzien van het gebied vergroot op zijn beurt weer de aantrekkelijkheid voor inwoners en recreanten. Het LOP wil een streefbeeld en toetsingskader zijn voor het formuleren van beeldkwaliteit. In het bestemmingsplan Damstaete wordt hiermee rekening gehouden door een groene overgang naar het landschap te maken en de richting van de verkaveling te laten passen bij het omliggende landschap. Uitvoeringsprogramma Het uitvoeringsprogramma bevat de projecten waarmee de visie gerealiseerd moet worden. Het programma maakt een onderscheid tussen projecten die vooral de instrumenten voor uitvoering betreffen, en projecten die daadwerkelijk in het landschap ingrijpen. Steeds is het doel om de landschappelijke kwaliteit te verbeteren tegelijk met verantwoord (mede)gebruik van het landelijk gebied. In de eerste categorie vallen projecten als het verankeren van de visie in het gemeentelijk beleid, het aanstellen van een landschapscoördinator en het oprichten van een landschapsfonds. Ook het aangewezen worden als ‘prioritair gebied’ in het beleid van de provincie, en het door middel van educatieprojecten en promotie vergroten van de bewustwording en beleving van het landschap dragen bij aan de realisatie van de visie. In de tweede categorie vallen projecten als het aanleggen van wandelpaden, het inpassen van dorpsranden en bedrijventerreinen en het aanleggen van wegbeplanting.

Conclusie Voor het plangebied zijn geen specifieke kaders en uitgangspunten vermeld, hiervoor gelden de algemene beleidsuitgangspunten.

Geerweg 61-63 Ter Aar

27

Hoofdstuk 4

Uitvoeringsaspecten

In dit hoofdstuk zullen de relevante uitvoeringsaspecten bij het plan worden besproken. Hierin is aandacht voor de verschillende milieuaspecten zoals flora en fauna en luchtkwaliteit, en is er aandacht voor milieuzonering, verkeer en parkeren en externe veiligheid. 4.1

Flora en fauna

4.1.1

Wettelijk kader

Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet vervangen. Het doel is om met één wet en minder regels de wet makkelijker te kunnen toepassen. Vanaf 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur in hun gebied. Ook zorgen de provincies vanaf deze datum voor vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren, zoals het IJsselmeer. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden. Ter bescherming van deze Natura 2000-gebieden voorziet de Wet natuurbescherming in een vergunningenregime voor het realiseren of verrichten van projecten en andere handelingen die de natuurlijke kenmerken van een aangewezen Natura 2000-gebied kunnen aantasten. Voorts voorziet de Wet natuurbescherming in de bescherming van planten- en diersoorten binnen en buiten de beschermde natuurgebieden. Het uitgangspunt is dat beschermde planten- en diersoorten geen schade mogen ondervinden. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte is het niet altijd nodig een vrijstelling of een ontheffing aan te vragen.

Voor onder andere reguliere werkzaamheden of ruimtelijke ontwikkelingen geldt een vrijstelling voor beschermde soorten op voorwaarde dat gehandeld wordt volgens een goedgekeurde gedragscode. Verder worden vrijstellingsregelingen op de nationaal beschermde soorten per provincie vastgesteld. Wanneer het onmogelijk is schade aan streng beschermde planten en dieren tijdens ruimtelijke ontwikkelingen en inrichting te voorkomen, moet altijd een ontheffing worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of een ontheffing zijn afhankelijk van de status van de plantenen diersoorten die in het plangebied voorkomen. Zorgplicht Voorts geldt bij uitvoering van werkzaamheden ten allen tijde een de algemene zorgplicht (artikel 1.11 Wet natuurbescherming). Deze schrijft voor dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel als mogelijk voorkomen moeten worden. Dit betekent dat wanneer tijdens uitvoering van de werkzaamheden een algemeen beschermde soort als konijn, veldmuis of gewone pad wordt aangetroffen zij de ruimte en tijd moet krijgen om een veilig heenkomen te zoeken. Indien nodig kunnen aangetroffen exemplaren verplaatst worden naar een naastgelegen ruimte waar geen werkzaamheden uitgevoerd worden. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden.

Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het NNN liggen onder andere bestaande natuurgebieden en alle Natura 2000gebieden. Het NNN is op provinciaal niveau uitgewerkt en middels ruimtelijke nota's en verordeningen voorzien van juridische doorwerking. In sommige provincies bestaan er naast het NNN ook nog andere groene zones die een zekere mate van bescherming genieten.

Geerweg 61-63 Ter Aar

28

4.1.2

Gebiedsbescherming

Het plangebied ligt op circa 6 km afstand van het Natura-2000 gebied 'Nieuwkoopse Plassen & De Haeck (2.008 ha)'. Het plangebied is geen onderdeel van Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde onderdeel ligt op circa 200 meter afstand. Stikstofdepositie Sinds 2015 was het Programma Aanpak Stikstof (hierna: PAS) van kracht. Het programma bevatte een integrale beoordeling van de bron- en gebiedsgerichte maatregelen voor de aanpak van de stikstofproblematiek. Deze maatregelen werden getroffen in en nabij de Natura 2000-gebieden die onderdeel zijn van het PAS. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1603) geldt het PAS voor geen enkel Natura 2000-gebied meer. Dit betekent ook dat de collectieve passende beoordeling via het PAS door de uitspraak is komen te vervallen. Met de AERIUS Calculator kunnen de effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op Natura 2000-gebieden worden bepaald. Door de uitspraak is in het kader van dit bestemmingsplan ook gekeken naar de mogelijk te verwachten effecten. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied betreft 'Nieuwkoopse Plassen & De Haeck ' op een afstand van circa 6 kilometer. Sinds de vernieuwing van de AERIUS Calculator op 16 september 2019, en na de laatste update van 6 november 2023, kan correct berekend worden of er überhaupt sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied.

Daarbij dient zowel de gebruikersfase als de realisatiefase doorgerekend te worden. Zodra er geen rekenresultaten boven de 0,00 mol/ha/jaar zijn, is er geen belemmering voor een plan op het gebied van stikstofdepositie. Er is door Kubiek Ruimtelijke Plannen op 9 november 2023 een stikstofdepositieberekening uitgevoerd met behulp van de AERIUS Calculator. Uit de berekening blijkt dat er in de nieuwe gebruiksfase en de realisatiefase geen stikstofdepositie plaatsvindt op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. De begeleidende rapportage en bijlagen bij de berekening zijn te vinden in bijlagen 1, 2, 3 en 4. Daarmee zijn er voor wat betreft het aspect stikstofdepositie geen belemmeringen voor de realisatie van het plan. 4.1.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=6a6dd0bb-f891-4177-a5b6-317f111d54b4