Bijlage 1 Herijking Transitievisie Warmte
Tekst van het document
Herijking Transitievisie Warmte Gemeente Nieuwkoop 25 april 2024
0
Inhoud 1.
Herijking Transitievisie Warmte 2021.............................................................................................2 1.1 Stand van zaken wet- en regelgeving .........................................................................................3 1.2 Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie (WGIW) ......................................................3 1.3 Wet Collectieve Warmtevoorziening (WCW) ...............................................................................4 1.4 Samenhang opgave warmtetransitie gemeenten ........................................................................5
2.
Actualisatie uitgangspunten Transitievisie Warmte .......................................................................6 2.1 Actualisatie warmtebronnen ........................................................................................................7 2.2 Verschuiving naar lage temperatuur ............................................................................................9 2.3 Actualisatie warmteclusters .......................................................................................................10
3.
Uitwerking eigendom warmtenetten ...........................................................................................13 3.1 Publieke waarden en rollen bij de levering van warmte ............................................................14 3.2 Risico’s bij het opzetten van een publiek meerderheidswarmtebedrijf (ondernemende rol) ...16 3.3 Risico’s bij het niet opzetten van een publiek meerderheidswarmtebedrijf ..............................17 3.4 Uitwerking publieke warmtebedrijven .......................................................................................19 3.5 Mogelijke governance modellen ................................................................................................20
4.
Uitwerking beheer warmtenetten (warmtebedrijf) .....................................................................21 4.1 Taken van het warmtebedrijf .....................................................................................................22 4.2 Juridische aandachtspunten warmtebedrijf ...............................................................................24
5.
Impact van gemeentelijke rolneming op uitvoeringsorganisatie .................................................26
6.
Uitwerking wijkaanpakken ...........................................................................................................27 6.1 De wijkaanpak in Woerdense Verlaat.........................................................................................30
7. Conclusie herijking Transitievisie Warmte........................................................................................36 Bijlagen .................................................................................................................................................38
1
1. Herijking Transitievisie Warmte 2021 Op donderdag 16 december 2021 is de Transitievisie Warmte voor de gemeente Nieuwkoop vastgesteld. Dit visiedocument geeft een route voor het verduurzamen van woningen en het stoppen met het gebruik van fossiele brandstoffen zoals aardas in 2050. Daarnaast is onderzoek gedaan naar de aanwezige warmtebronnen, de kosten van aardgasvrij wonen en de mogelijkheden voor de ontwikkeling van warmtenetten. Vanuit het Rijk wordt aanbevolen om deze visie elke vijf jaar te herijken. Bij de vaststelling in 2021 is een amendement opgenomen om de herijking al na twee jaar uit te voeren. De redenen hiervoor zijn de ontwikkeling van de techniek in dit vakgebied, de lopende lokale onderzoeken en de ervaring die landelijk wordt opgedaan met de warmtetransitie. Dit blijkt een verstandige beslissing. De afgelopen twee jaar vonden ingrijpende ontwikkelingen plaats in het vakgebied van de warmtetransitie. Een aantal hiervan zijn: de betaalbaarheid van warmtenetten, de taakstelling van gemeenten in de warmtetransitie, geopolitieke ontwikkelingen rondom fossiele brandstoffen, aanvullende wetgeving vanuit het Rijk, verbetering van de techniek voor warmtepompen en de tariefstelling van de Autoriteit Markt en Consument (ACM). Dit maakt dat de uitgangspunten van 2021 zijn veranderd.
Een herijking is ook nodig omdat geen actie nemen in bepaalde gevallen betekent dat er kansen gemist worden. Met iedere woning die een individuele oplossing installeert, vermindert de haalbaarheid van een warmtenet. Deze herijking bestaat uit een actualisatie van de technische analyse, de uitgangspunten en een planning. Hierbij bouwen we voort op de bestaande gegevens van warmtebronnen en de berekeningen van de kosten en baten. Het is geen herhaling van de data-analyse of het participatietraject. Wel worden onderwerpen verder uitgewerkt die in de oorspronkelijke transitievisie onderbelicht zijn of nog niet uitgewerkt waren. Dit betreft onder andere het eigendom en beheer van warmtenetten en de aanpak van wijken. Tot slot passen we ook de doelen en besluitpunten aan.
1.1 Stand van zaken wet- en regelgeving Voor de warmtetransitie is wetgeving essentieel. In 2021 was de verwachting dat de Warmtewet 2.0 in de loop van 2022 door de Eerste en Tweede Kamer werd vastgesteld. Nu geeft de officiële berichtgeving aan dat deze op 1 januari 2025 in werking treedt. Hieronder is een algemene planning voor de warmtetransitie tot en met 2030 weergegeven. Dit maakt duidelijk wanneer wetten die van invloed zijn op de transitie van kracht worden en welke deadlines op welke momenten gelden.
Afbeelding 1 Planning Nederlandse warmtetransitie (2023 - 2030)
De twee belangrijkste wetten zijn de Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie (WGIW) en de Wet Collectieve Warmte (WCW). Op de volgende pagina’s wordt een uitleg gegeven over deze twee wetten.
2
1.2 Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie (WGIW) Beoogde datum inwerkingtreding: 1 juli 2024 Dit wetsvoorstel geeft gemeenten de bevoegdheid om de regie te kunnen voeren over de wijkgerichte aanpak. Het schrijft de beschikbare instrumenten voor gemeenten in de warmtetransitie voor. Twee belangrijke onderdelen hiervan zijn: 1. Aanwijsbevoegdheid: Dit is de bevoegdheid die gemeenten krijgen om in het omgevingsplan gebieden aan te wijzen die overgaan op een duurzame warmtevoorziening en waar het aardgastransport dus op termijn eindigt. Dit betekent niet dat bewoners verplicht zijn om op een warmtenet aan te sluiten. Bewoners houden het recht om een eigen (vergelijkbare) duurzame warmtevoorziening (bijvoorbeeld een warmtepomp) te installeren. De aanwijsbevoegdheid kent een juridische grondslag, omdat het in het omgevingsplan wordt vastgelegd. 2. Warmteprogramma: Elke gemeente heeft uiterlijk in 2021 een Transitievisie Warmte (TVW) opgesteld. Deze TVW gaat met de ingang van de WGIW gelden als een verplicht programma onder de Omgevingswet. De naam verandert dan in ‘warmteprogramma’. Afhankelijk van de concreetheid van het programma en de behandelde onderwerpen kan de TVW worden beschouwd als een programma binnen de Omgevingswet. Niet elke TVW is geschikt als warmteprogramma.
De volgende onderdelen moeten worden toegelicht in het warmteprogramma: a) Een overzicht van de locaties en het aantal daarin aanwezige gebouwen en milieubelastende activiteiten waarvoor een maatwerk Besluit bouwwerken leefomgeving wordt opgesteld; b) Een overzicht van het aantal gebouwen dat (ter voorbereiding op het stellen van een maatwerkregel Besluit bouwwerken leefomgeving) naar verwachting wordt geïsoleerd; c) Een overzicht van de per locatie voorgestelde energie-infrastructuur ter vervanging van de aansluiting op gas voor die gebouwen; d) Een beschrijving van de totale kosten voor de maatschappij wat de realisatie van de voorgestelde energie-infrastructuur met zich meebrengt; e) Een beschrijving van de verwachte gemiddelde warmtebehoefte van de gebouwen, zoals bedoeld onder a en b, aan het begin en einde van de periode. Dit komt bovenop de huidige eisen die al gelden voor de TVW. Verder moet het warmteprogramma minimaal elke vijf jaar worden herzien. Dit houdt in dat het eerste verplichte warmteprogramma uiterlijk vastgesteld moet zijn op 31 december 2026. Het programma moet een visie hebben voor de komende tien jaar (in 2026 dus tot 2035). Een groot verschil tussen het warmteprogramma en de warmtevisie is dat de gemeente bij het warmteprogramma verplicht is zich te houden aan de gestelde acties/doelen.
Met deze wetswijziging krijgt de gemeente dus zowel ingrijpende bevoegdheden als taken.
3
1.3 Wet Collectieve Warmtevoorziening (WCW) Beoogde datum inwerkingtreding: 1 januari 2025 Dit wetsvoorstel geeft gemeenten instrumenten om de regierol op zich te nemen. Dat kan door het bepalen van warmtekavels en het aanwijzen van warmtebedrijven. Een warmtekavel is een aaneengesloten gebied waarvoor op grond van bepaalde artikelen in de wet een warmtebedrijf kan worden aangewezen. Daarbinnen is het warmtebedrijf verantwoordelijk voor de productie, transport en levering van warmte aan de afnemers. Bij warmtenetten boven de 1.500 woning equivalenten (weq) is een publiek meerderheidsbelang verplicht. Dit betekent voor 51% in handen van de overheid. Voor warmtenetten onder de 1.500 weq kiest de gemeente of zij het eigendom publiek of privaat wil invullen. Een weq is gelijkgesteld aan 27 GigaJoule per jaar. Dit is gebaseerd op de hoeveelheid energie die nodig is om een gemiddelde Nederlandse woning van ruimteverwarming en warm water te voorzien. 1 GigaJoule is dezelfde hoeveelheid energie als 31,6 m3 aardgas. Binnen de WCW worden een aantal grote wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van de huidige warmtewet. Het doel van deze wijzigingen is het behartigen van publieke belangen. Hieronder volgt een toelichting op de belangrijkste wijzigingen: 1. Verduurzaming: Een warmtebedrijf is verplicht om verbruikers op hun factuur te informeren over duurzaamheid.
Garanties over de oorsprong van de duurzame warmte spelen daarbij een belangrijke rol. Verder worden normen gesteld voor de maximale uitstoot van broeikasgassen. De verwachting is dat deze normen steeds strenger worden richting 2050. 2. Transparantie: De WCW stelt eisen ten aanzien van transparantie, informatievoorziening door het warmtebedrijf en de inhoud van de leveringsovereenkomst. Zo moet het aangewezen warmtebedrijf jaarlijks de berekening van de tarieven voor goederen en diensten openbaar maken (met uitzondering van bedrijfsvertrouwelijke gegevens). Ook moet een afschrift van deze berekening aan de Autoriteit Consument en Markt (ACM) worden verstrekt. 3. Regieneming gemeente: Binnen de WCW wordt een grotere rol voorzien voor de gemeente dan in de huidige warmtewet. 4. Tariefregeling: Een aangewezen warmtebedrijf mag bij een kleinverbruiker niet meer in rekening brengen dan de tarieven die zijn vastgesteld door de ACM. De ACM stelt tarieven vast die gebaseerd zijn op de daadwerkelijke kosten en die een redelijk rendement bevatten (inclusief een efficiëntieprikkel). 5. Leveringszekerheid: Het warmtebedrijf is verplicht elke drie jaar een plan op te stellen waarin beschreven staat hoe zij de leveringszekerheid waarborgen en welke risico’s zich kunnen voordoen.
4
1.4 Samenhang opgave warmtetransitie gemeenten Binnen de WGIW en WCW zijn een aantal stappen opgenomen die in chronologische volgorde uitgevoerd worden. De doelstelling van de wetten is om de gemeente meer regie te geven. Figuur 1 geeft de samenhang tussen de verschillende stappen in de WGIW en de WCW weer.
Figuur 1. De negen stappen van de WGIW (groen) en de WCW (oranje), ontleend aan de gepubliceerde versie van het wetsvoorstel van 23 november 2023
Stap 1 Transitievisie warmte: Elke gemeente heeft uiterlijk in 2021 een Transitievisie Warmte (TVW) opgesteld. Deze TVW gaat met de ingang van de WGIW gelden als een verplicht programma onder de Omgevingswet. Stap 2 Participatieproces: Participatie is een belangrijk onderdeel van het warmteprogramma. Voordat kavels vastgesteld worden, moet de gemeente de omgeving in haar besluitvorming betrekken. Stap 3 Vaststelling warmtekavel: Op basis van het participatieproces stelt het college een warmtekavel vast. Een warmtekavel is een afgebakend (en aaneengesloten) gebied binnen één of meerdere gemeente(n). Stap 4 Aanwijzing warmtebedrijf: Binnen de WCW is het leveren en het transport van warmte binnen een warmtekavel zonder de aanwijzing van een warmtebedrijf verboden. Stap 5 Uitgewerkt kavelplan: Het aangewezen warmtebedrijf mag haar taken pas uitvoeren als het kavelplan is goedgekeurd door het College van Burgemeester en Wethouders. Stap 6 Uitvoeringsplan: Het maken van een uitvoeringspan is niet verplicht. Het vormt een concretiseringsslag op het warmteprogramma. Stap 7 Omgevingsplan: Hierin kent de gemeente functies toe te aan locaties. De gemeente stelt alle ruimtelijke regels vast die op die locaties gelden.
Stap 8 Inventarisatie opt-out: Het warmtebedrijf is verplicht om iedereen in het gebied van een warmtekavel een aanbod te doen waarmee de gebouwen kunnen aansluiten op een collectief warmtesysteem. Afwijkend op de huidige inventarisatie wordt iedereen aangesloten tenzij iemand aangeeft dat niet te willen. Stap 9 Investeringsplan: Het warmtebedrijf wordt in de WCW verplicht om periodiek een investeringsplan in te dienen.
5
2. Actualisatie uitgangspunten Transitievisie Warmte De gemeente Nieuwkoop neemt regie in de warmtetransitie. Ze wil haar rol vervullen op een wijze die de belangrijke publieke waarden dient. In hoofdstuk 5.1 van de Transitievisie Warmte is een uiteenzetting van de uitgangspunten van de warmtetransitie opgenomen. Deze zijn nog steeds van toepassing. Wel vraagt het om een concretisering zodat ze als handvaten kunnen worden gebruikt in de nieuwe taakstellingen voor het ontwikkelen van warmtenetten. Op deze manier kan de gemeente afwegingen maken tussen de verschillende aardgasvrije oplossingen. Deze uitgangspunten vormen ook een collectief beeld over wat wordt ervaren als waardevol en waarop gereflecteerd kan worden bij keuzes voor oprichting van het warmtebedrijf. In de tabel hieronder zijn uitgangspunten weergegeven die de gemeente Nieuwkoop belangrijk vindt in de warmtetransitie. Uitgangspunten Duurzaamheid Betaalbaarheid
Toelichting Bij de afweging welke warmtebron(en) aan te sluiten op het warmtenet wordt duurzaamheid als belangrijk criterium meegewogen. Bronnen en systemen met een zo laag mogelijke CO2 uitstoot hebben de voorkeur. Voor de individuele eindgebruiker streeft de gemeente naar een zo betaalbaar mogelijke oplossing. Dan sluiten zoveel mogelijk mensen aan en daarmee stijgt de financiële haalbaarheid van een warmtenet. Dit is een mix van vaste en variabele kosten voor de eindgebruiker. Het staat in verhouding tot andere individuele alternatieven.
Leveringszekerheid
Bij de transitie naar aardgasvrije wijken streeft de gemeente naar de laagste maatschappelijke kosten over de hele keten. Hierbij wordt onder andere de benodigde verzwaring van het elektriciteitsnet in de afweging meegenomen. De levering van warmte dient betrouwbaar te zijn voor de eindgebruiker. De exploitant van het netwerk en de bron gaan verplichtingen aan om de levering te garanderen. Transparantie voor de eindgebruiker moet gegarandeerd worden in het proces van warmtelevering en de vaststelling van de tarieven.
Betaalbaarheid wordt uitgedrukt in kosten en kent twee niveaus: individuele- en maatschappelijke niveau.
Transparantie Gelijkwaardigheid
De gemeente werkt in de ontwikkeling van een warmtenet samen met de inwoners en bedrijven binnen Nieuwkoop. Hieronder vallen bijvoorbeeld woningcorporaties, netbeheerders, dorpsraden en bewoner coöperaties.
Tabel 1. Toevoeging publieke waarden bij het opzetten van een warmtebedrijf
2.1 Actualisatie warmtebronnen In de Transitievisie Warmte 2021 zijn de warmtebronnen en de warmteclusters binnen de gemeente Nieuwkoop geanalyseerd. Deze analyse is grotendeels toepasbaar. Op een aantal punten vraagt het om een actualisatie. Kansen in de diepe bodem De geschiktheid van de diepe ondergrond (kilometers onder de grond) van Nieuwkoop voor het benutten van geothermie was in 2021 nog redelijk onbekend. Nu is het onderzoek van Seismische Campagne Aardwarmte Nederland (SCAN) afgerond. In bijlage 3 is een samenvatting van het onderzoek opgenomen. Figuur 2 geeft de potentie in verschillende kleuren weer. Daaruit blijkt dat er
6
voor het grootste deel van de gemeente weinig kansen in de diepe bodem liggen. Alleen onder Ter Aar ligt een mogelijk geschikte aardlaag. Het onderzoek geeft echter ook aan dat er op het gehele grondgebied van de gemeente een grote onzekerheid bestaat in de onderzoeksresultaten en dat voor daadwerkelijke realisatie meer onderzoek nodig is. Naast de technische potentie is de financiële haalbaarheid van geothermie een vraagstuk. Voor de boringen en systemen is een grote investering nodig. Deze investering moet in verhouding staan met het afzetgebied. De warmtevraag in Ter Aar is te klein in vergelijking met de potentiële warmtebron waardoor het financieel niet haalbaar is.
Figuur 2. Deze kaart toont gebieden met betere (groen) en mindere kansen (geel) voor aardwarmte (geothermie) in de provincies Utrecht en Zuid-Holland. Dit is onderzocht op basis van het geothermische potentieel van de ondergrond. Er wordt aangenomen dat voor de haalbaarheid een geothermiedoublet van 5 MW nodig is in de bebouwde omgeving (Provincie Utrecht, 2021).
Warmte uit oppervlaktewater Ook de inzichten van 2021 over het potentieel van aquathermie vragen om aanpassing. In de TVW werd benoemd dat warmte uit oppervlaktewater (TEO) in Nieuwkoop vaak lastig te benutten is door de geringe diepte en stroming. In 2024 is meer ervaring opgedaan met dit soort systemen. De waterschappen geven aan dat er meer kansen liggen. Een overzicht van de potentie van verschillende waterlichamen in Nieuwkoop is te vinden op: https://warmingup.geoapps.nl/. Verder is de Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++) subsidie sinds 2020 aan te vragen voor warmte opgewekt uit aquathermie.
7
Restwarmte vanuit bedrijfsprocessen Een belangrijke toevoeging op restwarmte vanuit bedrijfsprocessen is dat de benodigde wettelijke garanties voor de levering van warmte aan woningen niet makkelijk te combineren is met de bedrijfsvoering van ondernemers. De exploitant van een warmtenet gaat een verplichting aan tot het leveren van warmte voor tientallen jaren. Ondernemers zijn terughoudend met het afsluiten van contracten voor zo'n periode. Een rozenkweker met restwarmte kan niet garanderen dat over vijf jaar dezelfde hoeveelheid restwarmte geleverd kan worden. Wel liggen er grote kansen voor warmteuitwisseling van bedrijven onderling. Gebiedscoöperatie Nieuwkoop en de Verenigde ondernemers Nieuwkoop bekijken deze slimme energiesystemen vanuit de onderzoeken Duurzame Gebiedssystemen. Dat leverde al uitwisselingen tussen bedrijven op.
2.2 Verschuiving naar lage temperatuur De afgelopen jaren is groot ingezet op het isoleren van gebouwen. Bijvoorbeeld door financierings- en subsidiemogelijkheden zoals de ISDE, het Warmtefonds en het Energiebesparingsfonds. Ook nieuwbouwwoningen hebben strenge energieprestatie eisen. Hierdoor daalt de warmtevraag van de gemiddelde woning aanzienlijk. En als de warmte binnen is, blijft door goede isolatie de warmte ook in het gebouw hangen. Hierdoor stijgt de vraag naar koeling. Een andere ontwikkeling is dat bestaande restwarmtebronnen steeds duurzamer worden. En de stijgende energieprijzen maken het aantrekkelijk om energie te besparen. Hierdoor daalt het aanbod van hoge temperatuur restwarmte. Door innovaties stijgt de beschikbaarheid van lage temperatuurbronnen zoals aquathermie, warmte uit sportvelden en warmte uit de buitenlucht. Deze ontwikkeling zorgt voor een verschuiving van hoge (80+°C) en midden (60+°C) temperatuur naar lage temperatuur (40-°C) warmtenetten. De laatste jaren gaat dat al richting zeer lage temperatuur van circa 15-°C . Bij deze systemen is het warmteverlies minimaal en kan er gebruik gemaakt worden van niet-geïsoleerde leidingen. Tegelijkertijd komen er ook steeds meer “slimme” warmtenetten. Daar kunnen afnemers zowel warmte leveren als afnemen.
8
Figuur 3. Bovenstaand figuur geeft de evolutie van stadsverwarming weer. Naarmate de tijd verstrijkt (weergegeven op de horizontale as) wordt de warmtevraag minder en stijgt de energie-efficiëntie van systemen (Wirtz et al., 2020).
Voordelen van een lage temperatuur warmtenet zijn minder warmteverlies en de mogelijkheid voor koeling. De nadelen zijn dat de woning goede isolatie en een efficiënt warmteafgifte systeem nodig heeft. Bij een individuele warmtepomp is goede isolatie en warmteafgifte ook nodig. Een voordeel van een hoge temperatuur warmtenet is dat lastig te isoleren gebouwen (zoals monumenten) ook aardgasvrij gemaakt kunnen worden. Een nadeel is dat voor een groot deel van de gebouwen geen hoge temperatuur nodig is. Voor Nieuwkoop is lage temperatuur warmtenetten het meest praktisch en duurzaam. Gezien de toekomstige ontwikkelingen ligt het niet voor de hand om in te zetten op een hoge temperatuur warmtenet tenzij er een lokale, goedkope, betrouwbare warmtebron beschikbaar is.
2.3 Actualisatie warmteclusters In de Transitievisie Warmte 2021 stonden twee clusters (Nieuwveen en Papenveer) benoemd waar mogelijkheden liggen voor warmtenetten. Daarnaast zijn bij de grotere kernen kansen benoemd. Deze indeling was gebaseerd op de aanwezigheid van warmtebronnen (met name restwarmte). Een belangrijke nieuwe ontwikkeling is de invoering van de Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS) op 1 juni 2023. Deze subsidieregeling vergoedt 45% van de infrastructuur (onder andere leidingen en woning aansluitingen) van warmtenetten tot een maximum van € 6.000 per woning. Daarnaast is de bijdrage voor het aansluiten op een warmtenet binnen de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) verhoogd naar € 3.775 per woning. De WIS heeft als eis dat minimaal 250 bestaande woningen aansluiten. Hierdoor zijn er meer kansen voor de aanleg van warmtenetten in kernen met clusters van 250+ woningen in een relatieve hoge woningdichtheid. Dit betekent niet dat in kleinschalige clusters geen potentie is. De financiële haalbaarheid is dan wel een stuk lager. Ook zijn er mogelijkheden voor kleinschalige varianten waarbij een aardgasvrije warmtevoorziening per appartementengebouw of straat gerealiseerd wordt. Grootschalige warmteclusters Ter Aar, Nieuwveen, Nieuwkoop en Langeraar
Kleinschalige warmteclusters Noorden, Korteraar, De Meije, Noordeinde, Noordse Dorp, Papenveer, Vrouwenakker, Woerdense Verlaat, Zevenhoven
Bedrijventerreinen De Olm en Bovenland
Planning aardgasvrije wijken In hoofdstuk 1 van deze herijking is benoemd dat op 31 december 2026 het eerste verplichte warmteprogramma vastgesteld moet zijn. De Transitievisie Warmte en deze herijking vullen een groot deel van dat warmteprogramma in. In de Transitievisie Warmte 2021 is gekozen om de focus te leggen op woningisolatie en energiebesparing. Een belangrijk onderdeel dat nog ontbrak, was het moment waarop welke dorpskern van het aardgas afgaat en hoe de aardgasvrije oplossing er uit ziet. In hoofdstuk 6 van deze herijking is hiervoor een voorlopige planning opgenomen. Behoefte aan duidelijkheid over het geven van richting in de warmtetransitie Woningcorporaties, particuliere verhuurders en eigenaar-bewoners moeten investeringsbeslissingen nemen voor de toekomstige warmtevoorziening. Woningcorporaties en particuliere verhuurders mogen vanaf 2030 geen woningen meer verhuren met een energielabel E, F of G. Vanaf 2026 wordt
9
de hybride warmtepomp de nieuwe standaard. Een planning waarin staat aangegeven welke wijk wanneer en op welke manier van het aardgas af gaat is nodig voor de renovatieplanning en het doen van investeringen. Daarnaast lopen we het risico om koppelkansen te missen als we als gemeente geen positie innemen. Steeds meer inwoners maken de beweging naar individuele aardgasvrije oplossingen, met name als er geen helder perspectief is over de kansen van andere warmtebronnen in de wijk. In de planning willen we ook zo veel mogelijk rekening houden met het onderhoud van kabels en leidingen, zodat werkzaamheden in de ondergrond tegelijkertijd kunnen plaatsvinden. Individuele oplossingen (vaak lucht-waterwarmtepompen) zorgen voor een verhoogde vraag naar elektriciteit. Op dit moment is netcongestie een groot probleem. Ook dat is een reden om als gemeente regie te pakken door aan te geven welke gebieden worden aangesloten op warmtenetten en welke niet. Een aantal bouwstenen vanuit het Rijk is nog niet gereed, onbruikbaar of ontbreekt Vanaf 2021 is door de Rijksoverheid gewerkt aan de haalbaarheid en betaalbaarheid van de warmtetransitie met onder andere subsidieregelingen, ambtelijke capaciteit en ondersteuningsprogramma’s. De WIS is helaas niet toegankelijk voor minder dan 250 aansluitingen. Daardoor daalt de betaalbaarheid van kleine warmtenetten. Het Rijk werkt aan een Waarborgfonds.
Daarmee wil het investeren in warmtenetten en zo de financiële draagkracht van gemeenten verlichten. Het is nog niet zeker of dit fonds er komt. De WGIW is nog niet vastgesteld. Daardoor is een juridische verplichting om van het aardgas af te gaan nog niet mogelijk. Die juridische verplichting kan zorgen voor een hoger tempo in het aantal woningen dat aansluit. Met name in wijken met weinig corporatiebezit maakt deze verplichting de realisatie van een warmtenet veel kansrijker. De vertragingen in de WCW hebben tot gevolg dat de officiële taakstellingen voor het nemen van regie in de warmtetransitie nog niet zijn vastgesteld. Volgens de aangekondigde planning worden de WGIW en de WCW binnen twaalf maanden vastgesteld. Over één tot twee jaar kan er dus met veel meer zekerheid een uitspraak gedaan worden over wanneer en hoe de wijken in Nieuwkoop van het aardgas af kunnen gaan. Sinds de vaststelling van de Transitievisie Warmte in 2021 vonden ingrijpende veranderingen plaats. Dat verwachten we ook in de komende twee jaar. Daarom stellen wij voor de Transitievisie Warmte in 2026 opnieuw te herijken. Voorkeurstechnieken en warmtebronnen per kern In deze herijking vindt dus geen concrete aanwijzing plaats voor het aardgasvrij maken van wijken. Het is daarentegen wel belangrijk om aan te geven wat kansrijke technieken warmtebronnen zijn.
Hieronder is per kern weergegeven wat de meest kansrijke temperatuur voor een warmtenet is, welke warmtebronnen er zijn en wat de (noemenswaardige) kernmerken zijn. Nieuwkoop Warmtevoorziening: Warmtebronnen: Kenmerken:
lage temperatuur aquathermie, restwarmte vanuit de Olm, PVT-panelen, buitenlucht, bodemenergie grote kern, Zwembad de Wel
Nieuwveen Warmtevoorziening:
lage temperatuur
10
Warmtebronnen: Kenmerken:
Ter Aar Warmtevoorziening: Warmtebronnen:
aquathermie, AWZI, PVT-panelen, buitenlucht, bodemenergie grote kern, bestaand warmtenet Schoterhoek II, koppelkans in combinatie met nieuwbouw IKC
Kenmerken:
lage temperatuur aquathermie, PVT-panelen, restwarmte Bovenland, diepe geothermie, buitenlucht, bodemenergie grote kern
Langeraar Warmtevoorziening: Warmtebronnen: Kenmerken:
lage temperatuur aquathermie, PVT-panelen, buitenlucht grote kern, koppelkans in combinatie met nieuwbouw IKC
Woerdense Verlaat Warmtevoorziening: Warmtebronnen: Kenmerken:
lage temperatuur aquathermie, PVT-panelen, buitenlucht kleine kern, inwoners actief bezig met verduurzaming, koppelkans in combinatie met nieuwbouw IKC
Afbeelding 2. Dorpskern Woerdense Verlaat. Cluster 1 en 4 zijn meegenomen in het onderzoek naar de haalbaarheid van een lage temperatuur warmtenet (met als techniek aquathermie). In de business case is onderzocht wat de meerkosten zijn voor de ontwikkeling van het warmtenet, als de woningen aan de andere kant van de Kollensloot ook aan kunnen sluiten.
Het onderzoek in Woerdense Verlaat toont aan dat de haalbaarheid van een warmtenet afhankelijk is van subsidies en een hoge woningdichtheid. Woerdense Verlaat heeft ongeveer 300 woningen waarvan 120 in de kern. Adviesbureau Greenvis onderzocht de haalbaarheid van een warmtenet voor verschillende clusters (zie afbeelding 2). De onrendabele top in cluster 4 (blauw) is berekend op € 2,4 miljoen en de onrendabele top voor cluster 1 (groen) op € 1,1 miljoen. Daarnaast komt Woerdense Verlaat niet in aanmerking voor de WIS subsidie door de eis van minimaal 250 woningen. Een onrendabele top kan acceptabel zijn wanneer we factoren als geluidsoverlast, belasting van het net en duurzaamheid meewegen. Dat maakt de haalbaarheid wel lastiger. Noorden, Koteraar, De Meije, Noordeinde, Noordse Dorp, Papenveer, Vrouwenakker en Zevenhoven Door de beperkte grootte van deze kernen is het op dit moment niet mogelijk om gebruik te maken
11
van de WIS subsidie. Daarmee ligt de financiële haalbaarheid van een warmtenet op korte termijn niet voor de hand, tenzij een goedkope warmtebron gevonden wordt. In Papenveer kan dat mogelijk met restwarmte. Het buitengebied In het buitengebied liggen de woningen verspreid. Door de hoge kosten voor leidingtracés is het niet mogelijk om aan te sluiten op een warmtenet. Naar alle waarschijnlijkheid is dat in 2050 nog steeds het geval.
12
3. Uitwerking eigendom warmtenetten Voor grofweg een derde van de gebouwde omgeving in Nederland is een collectief warmtenet de optie met de laagste maatschappelijke kosten. Het Rijk heeft de doelstelling om in 2030 500.000 nieuwe aansluitingen op een collectieve warmtevoorziening in de bestaande bouw te realiseren. Dit loopt op tot circa 2,6 miljoen nieuwe aansluitingen in 2050. Op welke gebieden in Nieuwkoop een warmtenet de laagste maatschappelijke kosten heeft en ook nog haalbaar is moet per locatie onderzocht worden. Een warmtenet in publiek eigendom draagt bij aan de beoogde sleutelrol in de warmtetransitie. Een publieke aandeelhouder is in staat te handelen vanuit het publiek belang bij het nemen van beslissingen over de ontwikkeling van collectieve warmtesystemen. Deze benadering sluit aan bij het Nederlandse beleid voor andere vitale infrastructuren zoals bij gas, elektriciteit, drinkwater en het spoor (zie bijlage 2). Een publiek meerderheidsbelang voor een warmtebedrijf verwijst naar een situatie waarin meer dan 50% van de aandelen van het warmtebedrijf direct of indirect in handen is van de overheid. Een publiek minderheidsbelang betekent dat minder dan 50% van de aandelen in handen is van de overheid. De overheid heeft dan geen beslissende invloed op het bedrijf. Een warmtebedrijf moet in de nieuwe wetgeving voor >51% in handen zijn van een publieke organisatie.
Er kan alleen van afgeweken worden als het warmtesysteem minder dan 1.500 woning equivalenten (weq) bevat. Door de aanwezigheid van kleine kernen in de gemeente Nieuwkoop vallen eventuele collectieve warmtenetten grotendeels in de categorie ‘klein’. De keuze voor het eigendom van warmtenetten ligt dus open en het is belangrijk dat de gemeente een visie heeft over de gewenste eigendomssituatie. De ontheffingsprocedure In het warmteprogramma kan de gemeente warmtekavels aanwijzen. Een warmtekavel is een afgebakend en aaneengesloten gebied binnen één of meerdere gemeente(n) waar een collectief warmtesysteem wordt aanlegt. Indien de warmtekavel dus minder dan 1.500 weq bevat, kan het college van B&W er ook voor kiezen om via een ontheffing een warmtebedrijf zonder publiek meerderheidsbelang te selecteren. Een weq is gelijkgesteld aan 27 gigajoule per jaar (GJ/a), gebaseerd op een inschatting van de hoeveelheid warmte-energie die nodig is om een gemiddelde Nederlandse woning van ruimteverwarming en warm water te voorzien. De keuze voor publiek of privaat eigendom is afhankelijk van welke rol de gemeente wil spelen en welke waarden zij wil behartigen in warmtenetten.
3.1 Publieke waarden en rollen bij de levering van warmte In tabel 2 zijn de waarden die vastgesteld zijn in de Transitievisie Warmte 2021 vertaald naar publieke waarden voor de exploitatie van warmtenetten. Onder tabel 2 worden de verschillen rollen toegelicht die een publieke partij kan innemen. De gemeente wordt als voorbeeld van een publieke partij genoemd en is ook een van de belangrijkste publieke partijen. De waarden worden beoordeeld op de volgende schaal: (++) (+) (0) (-) (- -)
Positieve waardering Licht positieve waardering Neutrale waardering Licht negatieve waardering Negatieve waardering
13
Publieke waarde Duurzaamheid
Betaalbaarheid
Publiek warmtebedrijf (ondernemende rol) (++) De publieke organisatie heeft zeggenschap om het warmtenet zo duurzaam mogelijk in te richten in lijn met haar ambities.
(++) De publieke organisatie kan meerdere methodes toepassen om de warmtevoorziening zo betaalbaar mogelijk voor de gebruikers te maken. Door te sturen op een kostprijs-plus model kunnen risico’s rondom betaalbaarheid gedragen worden vanuit het maatschappelijk belang. Leveringszekerheid (0) Leveringszekerheid kan het best gewaarborgd worden wanneer één partij verantwoordelijk is voor de totale keten. Dit schrijft de WCW ook voor. Verder zijn warmtenetten wettelijk verplicht om de juiste hoeveelheid warmte te leveren, ook in de winter. Transparantie (+) Een publiek warmtebedrijf wordt gestuurd met publiek geld. Daarnaast is deze transparantie een cruciale factor in de afweging van afnemers. Dit maakt dat deze publieke waarde beter te borgen is bij een publiek warmtebedrijf. Gelijkwaardigheid (++) Een publieke organisatie in regie heeft de bevoegdheid en de mogelijkheid om te zorgen voor gelijkwaardigheid binnen het warmtebedrijf. Bijvoorbeeld door het faciliteren van bewoner coöperaties. Daarnaast wordt voorkomen
Niet publiek warmtebedrijf (leidende of volgende rol) (0) De ACM stelt minimale eisen waar een collectief warmtesysteem aan moet voldoen. Er hoeft niet direct gekeken te worden naar de duurzaamste oplossing. Dit verkleint de ‘trigger’ om hier actief naar te kijken. (0) Afnemers worden beschermd door de maximale tarieven van de ACM. Binnen die grenzen handelt een niet- publiek warmtebedrijf vanuit winstoogmerk. Winst maken is een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering.
(0) Warmtenetten zijn wettelijk verplicht om de juiste hoeveelheid warmte te leveren, ook in de winter. Om deze reden is de beoordeling neutraal.
(0) Ook private partijen moeten voldoen aan bepaalde ’transparantie eisen’. Echter worden deze niet altijd nageleefd.
(-) Bij het delen van een warmtebedrijf met private partijen heeft de gemeente geen zeggenschap over de gelijkwaardigheid. Dat wordt in overleg bepaald.
14
dat een monopolist de markt beheerst.
Tabel 2. De publieke waarden in verhouding tot een publiek en niet publiek warmtebedrijf
Ondernemende rol De ondernemende gemeente heeft de volledige controle over het warmtenet. Daardoor is ze zelf verantwoordelijk voor het veiligstellen van de lokale belangen en publieke waarden. Deze gemeente neemt beslissingen over de timing, locatie en snelheid van de uitrol van het warmtenet en de keuze van warmtebronnen. Dit stelt de gemeente in staat om zelf de balans te vinden tussen een betrouwbare, kostenefficiënte en duurzame warmtevoorziening. Met de ambitie om stevig leiding te nemen in de warmtetransitie streeft de ondernemende gemeente naar maximale regie over zowel de totstandkoming als het beheer. Bovendien is zij een van de partijen die financieel bijdraagt en dus de bijbehorende investeringsrisico's draagt. Leidende rol De leidende gemeente speelt een centrale rol door verschillende partijen binnen haar netwerk samen te brengen en actief mee te denken over de ontwikkeling en exploitatie van een warmtenet. Als aanjager en coördinator neemt de gemeente de leiding en zorgt voor de afstemming tussen partijen. Hierbij geeft ze richting op basis van werkafspraken die aansluiten bij gemeentelijke belangen, zoals het gebruik van duurzame energiebronnen of de uitbreiding van het warmtenet. Hoewel de gemeente over het algemeen niet direct financieel investeert in het warmtenet kan ze wel het aansluiten van inwoners financieel bevorderen.
Het warmtebedrijf maakt, binnen de kaders van de afspraken met de gemeente, eigen keuzes die de gemeentelijke belangen en hun bedrijfsvoering in balans brengen. Volgende rol De volgende gemeente houdt zich voornamelijk bezig met de klassieke rol van het ontwikkelen van beleid en het verstrekken van vergunningen. Ze staat open voor initiatieven vanuit de markt om de warmtetransitie vorm te geven. Deze initiatieven worden door de gemeente getoetst aan de hand van haar beleidskaders en de geldende wet- en regelgeving. De gemeente focust zich op deze wettelijke structuren om de publieke belangen te waarborgen. Binnen de wettelijke grenzen is het aan het warmtebedrijf om beslissingen te nemen over duurzaamheid, betrouwbaarheid en kosteneffectiviteit van de warmtelevering. Het opzetten van een publiek warmtebedrijf gaat niet geheel zonder risico’s. Dit geldt ook voor het niet opzetten van een publiek warmtebedrijf. In de volgende paragrafen worden de verschillende risico’s die gepaard zijn met het wel – of juist niet – opzetten van een publiek warmtebedrijf toegelicht.
3.2 Risico’s bij het opzetten van een publiek meerderheidswarmtebedrijf (ondernemende rol) Niet alle technische- en operationele kennis is in huis Het opzetten en opereren van een warmtebedrijf vraagt veel technische en operationele kennis. De
15
vraagstukken zijn vaak complex. De publieke organisatie is afhankelijk van externe expertise of moet deze in een redelijke korte tijd zelf vergaren en opbouwen. Dit kan zorgen voor risico’s en/of kosten. Beheersmaatregel: een zorgvuldige afweging maken voor het al dan niet betrekken van een partner. Wanneer de publieke organisatie denkt dat het runnen van een warmtebedrijf teveel kennis en expertise vraagt kan zij ervoor kiezen een private of publieke partij te betrekken. De invulling kan op verschillende manieren, zowel als mede-eigenaar of in opdracht van. Veranderend politiek landschap Dit kan leiden tot onzekerheid en veranderingen in de doelstellingen of wensen van de publieke organisatie. Daarnaast komen problemen met het opzetten en in bedrijf houden van het warmtenet (technisch, financieel, etc.) op het bordje van de publieke organisatie. Zij zijn hier uiteindelijk verantwoordelijk voor en dit kan leiden tot politieke druk. Beheersmaatregel: het warmtebedrijf ‘buiten’ de politieke sfeer plaatsen. Het is een bedrijf zoals een netbeheerder. Het hoort daarmee niet onderhevig te zijn aan politieke veranderingen. Hierbij kan het beperken van de bevoegdheden van aandeelhouders een hulpmiddel zijn. Verder is participatie en goede voorlichting van belang. Bewoners kunnen als coöperatie deelnemen in het warmtebedrijf.
Zij kunnen meedenken met oplossingen of het negatieve sentiment onder bewoners wegnemen. Financiële haalbaarheid Het opzetten van een warmtebedrijf vraagt een hoog risicodragend vermogen voor de publieke organisatie. Om deze investering reëel te maken kan een groot deel van deze investering via reguliere bancaire financiering gedragen worden. Het resterende bedrag vraagt om startkapitaal dat ingebracht moet worden door publieke partijen. Mogelijk kan de gemeente Nieuwkoop het opzetten van (meerdere) warmtenetten financieel niet dragen. Beheersmaatregel: een gedegen financiële strategie maken voor de komende 30 tot 50 jaar. Hierbij zoveel mogelijk gebruik maken van subsidies, fondsen en garanties vanuit het Rijk, zoals BNG, WIS, SDE++ en de SAH. Daarnaast kunnen andere publieke organisaties zoals een provincie, netbeheerder of het Rijk met een minderheidsbelang financieel bijdragen. Let wel, sommige van deze financiële partners eisen dan ook een plek in het bestuur. Aanbestedingswet Om een warmtebedrijf op te richten moet aan een aantal juridische eisen worden voldaan. Een publiek warmtebedrijf, waarin de gemeente zowel een aanbestedende dienst als mede-eigenaar is, moet ook voldoen aan aanbestedingsregels. In hoofdstuk 4.2 gaan we hier dieper op in.
3.3 Risico’s bij het niet opzetten van een publiek meerderheidswarmtebedrijf (leidende of volgende rol) Publieke waarden in het geding Bij een warmtenet in privaat eigendom wordt minder gestuurd op publieke waarden als betaalbaarheid (zoals omschreven in tabel 2). Deze waarden zijn ondergeschikt zijn het commerciële belang (het maken van winst). Beheersmaatregel: Ook een privaat warmtebedrijf moet opereren conform de regels van de ACM. De verwachting is dat naar mate de warmtenetten zich steeds efficiënter ontwikkelen ook de minimale eisen van de ACM worden aangescherpt. Geen regie hebben Het in de toekomst opgestelde warmteprogramma bindt de gemeente aan het uitvoeren van acties
16
en het halen van doelstellingen die daarin benoemd staan. Als de gemeente geen regie heeft is het risico groter dat de acties niet uitgevoerd worden of de doelstellingen niet gehaald worden. Ook heeft de gemeente geen regie op het inzetten van verschillende warmtebronnen of het uitbreiden van een bestaand warmtenet. Beheersmaatregel: De gemeente behoudt enige regie via de aanwijzing van warmtekavels en het maken van afspraken met private partijen. Ook kan de gemeente selecteren op bedrijven die ze vertrouwt. Minder rendabele wijken worden minder snel aangesloten Private partijen met een winstoogmerk zijn sneller geneigd bepaalde delen van een wijk (of hele wijken) uit te sluiten van een warmtenet. Redenen hiervoor zijn bijvoorbeeld slechte isolatie, moeilijke bereikbaarheid of economische haalbaarheid. Private partijen richten zich voornamelijk op de rendabele projecten met een laag risico. Bewoners uit minder rendabele wijken vallen hierdoor buiten de boot. Beheersmaatregel: Bij het vormen en selecteren van warmtekavels kan gekozen worden voor een combinatie van rendabele gebieden en minder rendabele gebieden, zodat beide gerealiseerd worden. Dit is niet in alle gevallen mogelijk. Toekomstige wetgeving Het kabinet heeft besloten dat alle Nederlandse warmtenetten boven de 1.500 weq de komende jaren geleidelijk in publiek eigendom moeten komen.
Mogelijk verlagen ze deze grens in de toekomst. Het is zeer onwenselijk om een privaat warmtebedrijf te starten van 1.000 weq als die over tien jaar weer uitgekocht moet worden. Beheersmaatregel: Voornamelijk inzetten op zeer kleine private warmtenetten. De verwachting is dat warmtenetten van enkele honderden aansluitingen voorlopig privaat blijven. Een warmtegemeenschap oprichten Naast publieke en private warmtebedrijven is er nog een andere vorm opgenomen in de WCW, een warmtegemeenschap. Deze vorm is een rechtspersoon of personenvennootschap die actief is als warmtebedrijf voor haar leden, vennoten of aandeelhouders. De warmtegemeenschap heeft als hoofddoel het aan haar leden bieden van milieu-, economische of sociale voordelen. De warmtegemeenschap is niet gericht op het maken van winst. De zeggenschap over de warmtegemeenschap ligt bij de leden die in de nabije omgeving van de collectieve warmtevoorziening zijn gevestigd. Dit zijn coöperaties van afnemers (bedrijven of inwoners) die samen het warmtenet exploiteren dat warmte levert aan hun eigen gebouwen. Voorkeur van de gemeente Nieuwkoop Het is van belang voor gemeente Nieuwkoop om de verschillende implicaties van het wel of niet opzetten van een publiek warmtebedrijf te overwegen.
Zeker voor warmtenetten onder de 1.500 weq (zoals het mogelijke warmtenet in Langeraar), omdat daar het opzetten van een publiek warmtebedrijf geen verplichting is. Nieuwkoop hecht waarde aan gelijkheid en transparantie. Nieuwkoop ziet energie als een publiek goed zonder winstoogmerk dat voor iedereen toegankelijk moet zijn. Daarnaast wil ze regie houden op de betaalbaarheid voor de eindgebruikers en de klimaatimpact van de warmtevoorziening. Met het oog op de strekking van toekomstige wetgeving, mogelijke uitbreidingen van bestaande warmtenetten en het realiseren van projecten heeft een
17
publiek warmtebedrijf de voorkeur. Daarnaast ziet de gemeente mogelijkheden voor warmtegemeenschappen waar afnemers zelf eigenaar zijn.
3.4 Uitwerking publieke warmtebedrijven In de vorige paragraaf zijn de voor- en nadelen van een publiek meerderheidsaandeel weergegeven. Het publieke meerderheidsaandeel hoeft echter niet door de gemeente te worden vervuld. Ook andere publieke partijen kunnen hierin een rol vervullen. Daarnaast kan een private partijen ook een minderheidsbelang gegeven worden. Deze paragraaf gaat dieper in op welke rollen en taken er binnen de warmtewereld zijn, welke taken idealiter door een publieke of private partij worden opgepakt en wat de voor- en nadelen hiervan zijn.
Figuur 4. De diverse organisatiemogelijkheden voor het eigendom van een warmtenet.
Een groter gemeentelijk deel betekent: - Meer zeggenschap over tarieven en uitbreiding van het warmtenet; - Meer (financieel) risico voor de gemeente; - Lagere bereidheid van een ander publiek orgaan om deel te nemen; - Meer zeggenschap over participatie door energiecoöperaties; - Minder kapitaalinbreng van derden. Voor gemeenten zijn de belangrijkste publieke belangen waarop zij invloed willen hebben: tarifering, netuitbreiding, duurzaamheid, toegang van nieuwe bronnen, toegang voor warmtegemeenschappen en het maximeren van het rendement. Een groter gemeentelijk aandeel in het warmtebedrijf maakt dit mogelijk.
Publieke samenwerkingspartners De gemeente Nieuwkoop kan denken aan verschillende publieke samenwerkingspartners voor een eigendomsbelang. Van deze partijen is nog niet bekend of ze interesse hebben in financiële deelname in warmtenetten in Nieuwkoop:
18
• •
•
•
•
Rijksoverheid: De minister van Klimaat en Energie onderzoekt de wenselijkheid en doelmatigheid van een waarborgfonds voor warmtenetten. Verder zijn er verschillende subsidies. Regionale partners: In andere provincies wordt gewerkt aan het oprichten van een regionaal warmtebedrijf. In zo’n regionale samenwerking neemt de provincie deel in het eigendom van warmtenetten. Een regionale uitvoeringsdienst, zoals de Omgevingsdienst West Holland, kan de taken van een warmtebedrijf oppakken. In de provincie Zuid-Holland zijn hierin nog geen ontwikkelingen. Daarnaast verliest gemeente Nieuwkoop ook de regie bij het regionaal uitbesteden van de warmtenet taken. Netbeheerders: Organisaties zoals Liander en Stedin hebben van oudsher ervaring met het beheren van gas- en elektranetwerken. Op dit moment is het voor deze organisaties niet mogelijk om warmtenetten te exploiteren. Met de wetswijzigingen zouden ze (mede)eigenaar kunnen worden van een warmtebedrijf. Het is wel de vraag of ze de uitvoeringscapaciteit hebben gezien de grote opgave in het verzwaren van het elektriciteitsnet. Waterschappen: De organisaties Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, het Hoogheemraadschap van Rijnland en het Waterschap Amstel Gooi en Vecht voeren van oudsher ook beheertaken van infrastructuur uit.
De ervaringen met leidingen is minder dan die bij netbeheerders, maar voor bijvoorbeeld aquathermie systemen ligt er wel een link. Deelnemen aan warmtenetten ligt niet bij hun kerntaak. Coöperaties: Afnemers in het gebied van het warmtenet kunnen zich organiseren in een coöperatie om (mede)eigenaar van het warmtebedrijf te worden. Dit heeft voordelen voor het lokaal draagvlak en in de participatie. Daarnaast kan het helpen voor isolatieacties. De financiële draagkracht en de bereidheid om financieel risico te lopen van de afnemers is beperkt.
Voordelen deelname private partijen in publiek warmtebedrijf - Vanuit de WCW moet het warmtebedrijf beschikken over een warmteleveringsvergunning van de ACM. Men kan gebruik maken van een marktpartij die al een leveringsvergunning heeft. - Een private partij kan als warmteproducent optreden. Het publieke warmtebedrijf koopt dan de warmte in bij de private partij. - Private partijen kunnen werkzaamheden voor een publiek warmtebedrijf verrichten. Dit kan binnen het wettelijk kader gaan om de aanleg en het beheer van de infrastructuur, de warmteproductie en –inkoop en operationele en onderhoudswerkzaamheden. Als dienstverlener ben je een contractant van het warmtebedrijf. Contractanten kunnen geëvalueerd en vervangen worden. Het publieke warmtebedrijf blijft uiteindelijk integraal verantwoordelijk voor de warmtelevering en is eigenaar van de infrastructuur. - In theorie kan een private partij ook deelnemen in de infrastructuur voor 49% of minder. We verwachten dat hiervoor geen animo is onder private partijen.
3.5 Mogelijke governance modellen Aan de hand van het afwegingskader in figuur 5 kan worden afgepeld welke organisatiemodellen interessant zijn voor Nieuwkoop.
19
Figuur 5. Beslisboom bij het kiezen van de meest geschikte organisatievorm voor een warmtebedrijf, inclusief relevante overwegingen.
20
4. Uitwerking beheer warmtenetten (warmtebedrijf) Het warmtebedrijf is verantwoordelijk voor het realiseren en exploiteren van het warmtenet gedurende een periode van 20 tot 30 jaar. Het warmtebedrijf bestaat grofweg uit drie onderdelen: de warmteproducent, het warmte-infrastructuurbedrijf en de warmteleverancier. De warmteproducent produceert warmte (met een bron), het warmte-infrastructuurbedrijf beheert de infrastructuur en de warmteleverancier zorgt voor de distributie van warmte in het warmtenet (levering). De eindgebruikers zijn geen onderdeel van het warmtebedrijf, tenzij dit in de vorm is van een coöperatie. De verdeling van de assets binnen het warmtebedrijf en de samenhang kan verschillen. Iedere partij in de keten heeft een eigen business case (investeringen, exploitatiekosten en opbrengsten) en bijbehorende voor- en nadelen. Het kan ook dat één partij alle onderdelen bezit.
Afbeelding 3. De onderdelen en taken van een warmtebedrijf.
4.1 Taken van het warmtebedrijf De betrokken partijen hebben verschillende taken te verdelen in een warmtebedrijf. Niet in elk warmtebedrijf zijn alle taken noodzakelijk. Hieronder een opsomming van de taken: 1. Integraal verantwoordelijk 2. Balans en programma: zorgt voor de juiste hoeveelheid warmte op de juiste plaats op de juiste tijd (balans tussen vraag en aanbod) door combinatie van bronnen aan te sturen op basis van schattingen en de buitentemperatuur. 3. Warmteproductie: zorgt voor en beheert warmte uitkoppeling, maakt warmte naar opgegeven vraag en verkoopt aan warmtebedrijf. 4. Piek en backup warmte: zorgt voor en beheert piek- en backup bron. Deze bron produceert warmte wanneer nodig. 5. Warmtenet realisatie: ontwerpt de warmtenetten en warmteoverdrachtstations tot aan de voordeur en legt deze aan. 6. Beheer van warmtenet: beheert de warmtenetten, controleert de temperatuur in het warmtenet, repareert het warmtenet als het nodig is en zorgt voor een slim net. 7. Inpandig net en aansluitingen: ontwerpt, legt aan, zorgt voor en onderhoudt het warmtenet vanaf de voordeur tot en met de afleverset. Installeert en onderhoudt de afleverset.
21
8. Verbruik meten: meet het verbruik van afnemers. 9. Warmtelevering: levert de warmte af, verstuurt de facturen, verzorgt de backoffice, zorgt voor een leveringsvergunning en houdt zich aan de regels uit de leveringsvergunning.
Afbeelding 4. Visualisatie van taken in een warmtebedrijf (Nijmegen, 2023).
Tot ‘waar’ gaat het beheer van het warmtebedrijf? Bij het aansluiten van een warmtenet wordt binnen een gebouw een leiding aangelegd vanaf de gevel tot en met de afleverset in de woning. Dit vraagt om installatietechnisch werk (leidingen en afleverset) en bouwkundig werk (sparingen, mantelbuizen en afwerking). Daarnaast worden de binnen-installaties aangesloten op de afleverset. Het warmtebedrijf is (over het algemeen) verantwoordelijk voor het beheer tot en met de afleverset. De gebouweigenaar is verantwoordelijk voor het beheer van de binnen-installatie. De verantwoordelijkheden voor de werkzaamheden kunnen op verschillende manieren verdeeld worden tussen de gebouweigenaar en het warmtebedrijf. Hier bestaan drie modellen voor: Tot en met de afleverset: Het warmtebedrijf verzorgt de installatietechnische werkzaamheden tot en met de afleverset. De gebouweigenaar zorgt voor de bouwkundige ingrepen en de aansluiting van de binnen-installatie op de afleverset. 1. Tot aan de gevel: Het warmtebedrijf legt het warmtenet aan tot aan de gevel. De gebouweigenaar zorgt voor het volledige inpandige werk vanaf de gevel inclusief de plaatsing van de afleverset. Na realisatie wordt het deel vanaf de gevel tot de afleverset overgedragen aan het warmtebedrijf. 2. Alles leveren. Het warmtebedrijf verzorgt alles, inclusief de aansluiting van de binneninstallatie op de afleverset.
Dit gebeurt in opdracht van de gebouweigenaar.
22
Tabel 3. Verschillende modellen voor de verdeling van werkzaamheden tussen de gebouweigenaar en het warmtebedrijf.
4.2 Juridische aandachtspunten warmtebedrijf Net als andere bedrijven is een warmtebedrijf onderworpen aan wettelijke rechten en plichten. Het oprichten van een warmtebedrijf brengt daarom een aantal juridische implicaties met zich mee. In de basis zijn er drie relevante juridische onderdelen: de aanbestedingswet, staatsteun en vennootschapsbelasting. De aanbestedingswet De aanbestedingswet regelt hoe overheidsinstanties op een eerlijke en transparante wijze opdrachten moeten vergeven. Afhankelijk van de vorm en eigendomsstructuur van het warmtebedrijf en de waarde van de contracten kan het bedrijf onderworpen zijn aan de regels van de aanbestedingswet. Dit is het geval als het warmtebedrijf publieke middelen gebruikt en als publieke opdrachtgever wordt beschouwd. Het warmtebedrijf moet transparante en competitieve procedures volgen bij het toekennen van contracten voor de bouw van de infrastructuur of de levering van diensten aan private partijen. Binnen de aanbestedingswet zijn specifieke richtlijnen opgenomen voor de exploitatie van werken en diensten. Deze worden de concessierichtlijnen genoemd. Een concessie onderscheidt zich van andere onderdelen van de aanbestedingswet omdat het niet alleen de uitvoering, maar ook de exploitatie van de dienst of het werk omvat. Binnen het aanbestedingsrecht zijn Europese drempelbedragen vastgesteld.
Als de geraamde waarde van een opdracht gelijk is aan of meer is dan het drempelbedrag moet deze aanbesteed worden. Aangezien het opzetten van een joint venture met een publieke partner vrijwel altijd ’exploitatie van werken en diensten’ behelst, oftewel het exploiteren van het warmtebedrijf, moet rekening gehouden worden met de drempelbedragen voor concessies. Voor gemeente Nieuwkoop houdt dit in dat op het moment dat de waarde van de concessie de Europese drempel van ≥ € 5.538.000 exclusief BTW overschrijdt, deze Europees aanbesteed dient te worden. Voor de aanbesteding van concessies geldt overigens een enigszins verlicht aanbestedingsregime. Staatssteun Wanneer een warmtebedrijf financiële steun krijgt van de overheid moet dit in overeenstemming zijn met de regels omtrent staatsteun van de Europese Unie. De steun mag de concurrentie niet vervalsen
23
en de interne markt niet verstoren. Echter zijn er ook regels voor vrijstellingen mogelijk op de grond van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV). De focus hiervoor ligt op onderwerpen waaraan de Europese Unie veel waarde hecht, zoals innovatie, duurzaamheid en onderzoek en ontwikkeling. De AGVV geeft gemeenten en andere decentrale overheden een praktisch instrument om op een geoorloofde manier staatssteun te verlenen aan de ontwikkeling van warmtenetten. Binnen de AGVV zijn allerlei steuncategorieën vrijgesteld. Een voorbeeld van een vrijgestelde steuncategorie is de investeringssteun voor energie-efficiënte stadsverwarming en -koeling. De AGVV kent een aantal algemene criteria en per steuncategorie ook specifieke voorwaarden. Vennootschapsbelasting Een warmtebedrijf is, net als andere bedrijven, in principe onderworpen aan de vennootschapsbelasting over haar winsten. Er zijn echter specifieke regels en vrijstellingen van toepassing, afhankelijk van de rechtsvorm van het bedrijf en de aard van de activiteiten. In sommige gevallen kunnen speciale fiscale voordelen van toepassing zijn op energiebedrijven of kan het bedrijf gebruik maken van subsidies of fiscale voordelen voor duurzame energieprojecten.
24
5. Impact van gemeentelijke rolneming op uitvoeringsorganisatie Deze impact is afhankelijk van de eigendomsstructuur en de taken die de gemeente op zich neemt in het warmtebedrijf. Hieronder is in algemene zin een antwoord gegeven op de impact voor de interne organisatie en voor financiën. Organisatieopbouw - Start bij de visie, missie en doelen van de organisatie. Deze zijn vastgelegd in de TVW. - Wat voor gemeente wil je zijn (regiegemeente of alleen kader-stellend)? - Welke strategie kies je om je doelen te bereiken? Dit is de te kiezen rolneming van de gemeente. Als je dat duidelijk hebt, kun je bekijken welke diensten je moet aanbieden als gemeente, welke processen je moet inrichten, wat dat betekent voor de inrichting van je organisatie en welke expertise en middelen daarbij nodig zijn.
Afbeelding 5. Strategie voor het behalen van de verduurzamingsdoelen in de gebouwde omgeving.
Mogelijke invulling taken gemeente Nieuwkoop Als gemeentelijk eigendom en ontwikkeling van toekomstige warmtenetten wenselijk is, is hier structurele capaciteit voor nodig. In de besluitvormende raad van 13 april 2023 is het raadsvoorstel “Monitoring en Capaciteit Duurzaamheidsprogramma” behandeld. Hierin werd het onderzoek van de raad van openbaar bestuur benoemd. Dit gaf aan dat een kleine gemeente 8 tot 9 extra fte nodig heeft voor het uitvoeren van het klimaatakkoord en de energietransitie. De Raad koos voor scenario 3, een structurele personele uitbreiding van 5 fte die gedekt werd vanuit de CDOKE-middelen (tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid). Van de 5 fte is op dit moment 3,89 fte structureel ingevuld. Dit zijn functies van een Communicatieadviseur Duurzaamheid, een Beleidsmedewerker Duurzaamheid, een Procesmanager Energietransitie en een Procesondersteuner Duurzaamheid. We verwachten dat voor de korte termijn de opgaven ten aanzien van inhoudelijke beleidsontwikkeling, bewonersparticipatie, stakeholder management, subsidieaanvragen en wijkaanpakken voldoende gedekt zijn.
25
Bij een sterke rolneming van de gemeente ten opzichte van warmtenetten en toekomstige deelneming in een warmtebedrijf is er een takenverzwaring bij de Afdeling Beheer Openbare Ruimte (BOR) nodig. Bijvoorbeeld voor het beheer van de ondergrond, de storingsdiensten en het maken van het bestek voor leidingnetwerken. De afdeling BOR is voorstander van interne uitvoering in plaats van uitbesteding. Hierdoor blijven de kosten laag en houdt de gemeente de regie. Het beheer van warmtenetten is deels vergelijkbaar met het beheer van riolering. De taken kunnen grotendeels bij een functie van Warmtenetten beheerder liggen. Met structurele capaciteit kan binnen de gemeente kennis en ervaring worden opgedaan met het beheer van warmtenetten en is in de toekomst minder externe inhuur nodig. De functie kan worden ingevuld met het fte-restant van de CDOKE-middelen. Bij de ontwikkeling van warmtenetten en het exploiteren van een warmtebedrijf is ook specialistisch kennis nodig die alleen beschikbaar is via externe inhuur. Voorbeelden hiervan zijn juridische expertise over warmtecontracten en technisch beheer van aquathermie of warmte-koude opslag. Deze kennis kan via prestatiecontracten met marktpartijen in huis gehaald worden.
Impact op gemeentelijke financiën Het oprichten van of het deelnemen in een warmtebedrijf vraagt om structurele publieke investeringen op het gebied van financiën en personeel. Er zijn twee mogelijke manieren van financieren: bedrijfsfinanciering (een warmtebedrijf financiert haar assets) of projectfinanciering (per project wordt financiering gezocht). Het financieel deelnemen van de gemeente Nieuwkoop in warmtenetten is niet in de gemeentelijk begroting opgenomen. Dit betekent dat er geen structurele middelen zijn om te investeren in deelname. Het ligt voor de hand om de eerste warmtenetten op basis van projectfinanciering te financieren. Er kan gekozen worden om vrij snel een warmtebedrijf in te richten om onder andere aandeelhoudersverhoudingen scherp te krijgen. Diverse financieringsmogelijkheden voor gemeenten Zo kan een gemeente geld lenen van een bank en uitlenen aan een warmtebedrijf. Het warmtebedrijf betaalt vervolgens rente aan de gemeente voor het lenen van het geld. Een beperkte financiële dekking is mogelijk uit het duurzaamheidsprogramma, zoals nu ook met Schoterhoek II het geval is. Warmtenetten hebben hoge initiële investeringskosten voor de aanleg van de infrastructuur. De investeringen verdienen zich vaak pas na 30+ jaar terug. Dat betekent dat de gemeente het financieel risico loopt dat de investering zich niet (geheel) terugbetaald.