CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan 'Uitweg 10, Woerdense Verlaat' met bijlagen

Meningsvormende raad I 4 november 2021, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan 'Uitweg 10, Woerdense Verlaat'20.474 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Werkzaamheden die leiden tot beschadigen/vernielen van vogelnesten, moeten daarom buiten de voortplantingsperiode uitgevoerd worden. Voor de beschermde grondgebonden zoogdiersoorten, die vaste verblijf- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘doden’ en het ‘beschadigen en vernielen van vaste verblijf- en/of voortplantingsplaats’. Deze vrijstelling is van toepassing omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling.

2

De lijst met soorten waarvoor een vrijstelling geldt in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling, wordt per 1-12-2019 aangepast. Egel en kleine marterachtigen vallen dan niet meer onder de vrijstelling.

22

Bijlagen Bijlage 1. De natuurkalender (indicatie voor het uitvoeren van werkzaamheden het kader van de zorgplicht) Bijlage 2. Toelichting Wet natuurbescherming Bijlage 3. Fotobijlage Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen:

23

Bijlage 2 Toelichting Wet Natuurbescherming Drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: -

-

Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.

Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Soortenbescherming en het ‘nee, tenzij principe’ De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Ook voor de andere soorten, die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden, geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu, maar of ontheffing verleend kan worden, wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort. Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving.

Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Vrijstelling regelgeving Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode. In de Wet natuurbescherming zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk.

24

Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. Gedragscodes die zijn opgesteld onder de Flora- en faunawet kunnen worden uitgebreid ten aanzien van soorten die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd worden maar dat op grond van de Floraen faunawet nog niet waren. Goedkeuring van een gedragscode op grond van de Flora- en faunawet blijft ook onder de Wet natuurbescherming geldig, voor de duur van de goedkeuring. Daarna dient de gedragscode voor goedkeuring getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming.

Welke soorten zijn beschermd? De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. 3. Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven.

Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming

25

Vrijgestelde soorten In afwijking van de verboden in artikel 3.10, eerste lid, van de Wet is het toegestaan de onderstaande soorten opzettelijk te doden, en te vangen en de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten: -

de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer.

26

Lijst met soorten waarvoor een vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt als gevolg van handelingen die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Op basis van door PS vastgestelde verordeningen d.d. 4 maart 2019.

27

Bijlage 3. Fotobijlage. Impressie van het plangebied en de directe omgeving.

28

29

Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen: Internet: https://www.verspreidingsatlas.nl https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/ https://www.regelink.net/kenniscentrum/beschermde-soorten-wet-natuurbescherming/ http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol (vleermuisprotocol) https://calculator.aerius.nl http://www.ruimtelijkeplannen.nl https://pdokviewer.pdok.nl/

30

Bijlage 4

Natuurvergunning

Toelichting

93

Bezoekadres

Zuid-Hollandplein 1 2596 AW Den Haag Postadres

Zaaknummer Ons Kenmerk Datum

: : :

00589264 ODH-2020-00145072 30 december 2020

Postbus 14060 2501 GB Den Haag T (070) 21 899 02 E vergunningen@odh.nl I www.odh.nl

Beschikking Wet natuurbescherming - Natura 2000-gebieden Onderwerp Op 7 augustus 2020 hebben wij een aanvraag om vergunning ontvangen als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming. De aanvraag betreft de bouw en ingebruikname van een woning. De projectlocatie is gelegen aan Uitweg 10 te Woerdense Verlaat.

Besluit Wij besluiten: I.

de aangevraagde vergunning te verlenen;

II.

de voorschriften 1 tot en met 3 te verbinden aan deze vergunning;

III.

de conceptaanvraag van 27 mei 2020 en de aanvullingen van 10 augustus 2020 onderdeel te laten zijn van deze vergunning;

IV.

de AERIUS-Register berekeningen van 2 december 2020 met respectievelijk kenmerk RogysbD8r4yG en met kenmerk RbdQriz1vR3B onderdeel te laten zijn van deze vergunning.

Ondertekening Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, voor dezen,

ing. L. Hopman Hoofd Toetsing & Vergunningverlening Milieu van de Omgevingsdienst Haaglanden

Bijlagen: - AERIUS Register-berekening van 2 december 2020 van de realisatiefase met kenmerk RbdQriz1vR3B (ODH-2020-00171528); - AERIUS Register-berekening van 2 december 2020 van de gebruiksfase met kenmerk RogysbD8r4yG (ODH-2020-00171531).

Rechtsmiddelen Voor de mogelijkheid rechtsmiddelen aan te wenden tegen deze beschikking wijzen wij op de desbetreffende tekst in het begeleidende schrijven.

2/7

VOORSCHRIFTEN Algemeen 1. Bij wijzigingen van omstandigheden waaronder deze vergunning is afgegeven, dient de Omgevingsdienst Haaglanden, Afdeling Toetsing en Vergunningverlening Milieu, Postbus 14060, 2501 GB Den Haag, e-mail: vergunningen@odh.nl hiervan terstond schriftelijk in kennis te worden gesteld. 2.

De vergunninghouder dient: a. de start van de werkzaamheden en eventuele wijzigingen gedurende de uitvoering schriftelijk te melden aan de afdeling Toezicht en Handhaving, Team Groen van de Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid, Postbus 550, 3300 AN te Dordrecht, telefoonnummer 078-7708585, emailadres meldingwnb@ozhz.nl (o.v.v. Natura 2000); b. uiterlijk één week na het beëindigen van de werkzaamheden de afdeling Toezicht en Handhaving, Team Groen van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid hiervan schriftelijk in kennis te stellen.

3.

De vergunninghouder dient zijn personeel of derden welke betrokken zijn bij de uitvoering van het project, te informeren dat in verband met de bescherming van natuurwaarden (instandhoudingsdoelstellingen) van het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck, het gebied met uitzondering van de verharde paden en het projectgebied, niet mag worden betreden.

3/7

OVERWEGINGEN Aanleiding Op 7 augustus 2020 hebben wij een aanvraag om vergunning ontvangen als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb). De aanvraag betreft de ontwikkeling en ingebruikname van een woning nabij Natura-2000 gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck gelegen aan Uitweg 10 te Woerdense Verlaat. Bij de aanvraag zijn de volgende, voor dit besluit relevante, documenten toegevoegd: - Toelichting Aanvraag SSRS, E. Woudstra, intakenummer 6610546816, 24 juni 2020; - AERIUS-berekening realisatiefase van 25 juni 2020 met kenmerk RX76t2xQT95W.

Procedure De uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 5.1 van de Wnb zijn toegepast op deze beschikking. Doordat de aangeleverde gegevens onvolledig waren, is de procedure op 7 augustus opgeschort en is verzocht om aanvullende gegevens. Op 10 augustus hebben wij de volgende aanvullende gegevens ontvangen: - AERIUS-berekening voor de gebruiksfase 2030 van 10 augustus 2020 met kenmerk RogysbD8r4yG. De procedure is op 10 augustus hervat. Bevoegd gezag De activiteit wordt verricht binnen de provincie Zuid-Holland. Gelet op de bepalingen in artikel 1.3 van de Wnb zijn wij bevoegd gezag voor de beoordeling van de aanvraag. Instemming De gevraagde activiteit kan nadelige gevolgen hebben voor Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck dat gedeeltelijk in de provincie Utrecht is gelegen. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 1.3 van de Wnb is dit besluit tot stand gekomen in overeenstemming met de Provincie Utrecht. Zienswijzen De ontwerpbeschikking heeft ter inzage gelegen van 10 september 2020 tot 21 oktober 2020. Er zijn geen zienswijzen ingebracht.

Wijziging ten opzichte van ontwerpbeschikking Ten opzichte van de ontwerpbeschikking zijn de volgende wijzigingen aangebracht. Deze hebben geen invloed op de conclusie van dit besluit. Naar aanleiding van actualisatie van AERIUS Calculator naar versie AERIUS Calculator op 15 oktober 2020 zijn nieuwe AERIUS-berekeningen uitgevoerd. Deze AERIUS berekeningen zijn bij de beoordeling van de aanvraag betrokken. Aan de hand van de nieuwe ambtshalve berekeningen van 2 december 2020 zijn de depositiewaarden in Tabel 1, onder “Beoordeling” aangepast.

Toetsingskader en grondslag beschikking De aanvraag is getoetst aan: - de artikelen 2.7 t/m 2.9 van de Wnb;

4/7

-

-

-

de vastgestelde aanwijzingsbesluiten van de Natura 2000-gebieden zoals vermeld in de AERIUSberekening realisatiefase van 2 december 2020 met kenmerk RbdQriz1vR3B. De aanwijzingsbesluiten zijn opgenomen in de gebiedendatabase1 voor deze gebieden; de beheerplannen van de Natura 2000-gebieden zoals genoemd in de AERIUS-Register berekening realisatiefase van 2 december 2020 met kenmerk RbdQriz1vR3B; de regeling natuurbescherming van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 13 maart 2020, nr. WJZ/20072948, tot wijziging van de Regeling natuurbescherming, spoedaanpak stikstof bouw en infrastructuur; de beleidsregel intern en extern salderen Zuid-Holland en de wijziging Beleidsregel intern en extern salderen, Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, 12 december 2019 en 3 juli 2020.

Toelichting regeling natuurbescherming en stikstofregistratiesysteem Bij brief van 13 november 2019 heeft het kabinet een specifiek maatregelenpakket aangekondigd, waarvan de effecten onder meer worden gebruikt om de toestemmingverlening voor activiteiten in de bouwsector (woningbouw en infrastructuur) weer op gang te brengen en tegelijk de stikstofbelasting van de natuur te verminderen. Daarbij gaat het om maatregelen zoals de verlaging van de maximumsnelheid op autosnelwegen, vermindering van emissies uit de veehouderij, en de eerder aangekondigde verhoging van het subsidieplafond voor de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen. Deze stikstofreductie kan voor maximaal 70% worden ingezet met gebruikmaking van het in de onderhavige regeling ingestelde stikstofregistratiesysteem om direct de effecten van de bouwactiviteiten in termen van stikstofdepositie te neutraliseren. Voor ten minste 30% zal de stikstofreductie worden gebruikt om ook bij te dragen aan de vermindering van de stikstofbelasting op de Natura 2000-gebieden. Op 23 maart 2020 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit de Regeling natuurbescherming (spoedaanpak stikstof bouw en infrastructuur) gepubliceerd. In de regeling is voorzien in een stikstofregistratiesysteem.

Als gevolg van de landelijke snelheidsverlaging van 130 km naar 100 km per uur is binnen het stikstofregistratiesysteem depositieruimte beschikbaar gekomen voor woningbouwprojecten en MIRT projecten (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) voor de uitvoering van beoogde projecten: de daarbij vrijkomende stikstofdepositie én de stikstofdepositie in de gebruiksfase in 2030. Deze regeling is op 24 maart 2020 opengesteld voor projecten die onder de regeling vallen. Met de beschikbare depositieruimte is verzekerd dat geen verslechtering plaatsvindt van alle stikstofgevoelige habitattypen en habitats van soorten. Daarbij kan worden uitgesloten dat de natuurlijke kenmerken van relevante Natura 2000-gebieden worden aangetast. Voorwaarde hierbij is dat er voldoende depositieruimte beschikbaar is.

Beoordeling Aangevraagde activiteit De aanvraag betreft de bouw en ingebruikname van een woning aan Uitweg 10 te Woerdense Verlaat. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in een sloop- en bouwfase en een gebruiksfase van onbepaalde tijd. Bij de sloop- en bouwfase worden verschillende mobiele werktuigen ingezet. Bij de gebruiksfase is enkel sprake van verkeer aantrekkende werking. De initiatiefnemer is voornemens de werkzaamheden eind 2020 te starten. De realisatie vindt plaats gedurende circa 12 maanden, waarna het gerealiseerde voor onbepaalde tijd in gebruik genomen wordt.

1

https://www.natura2000.nl/gebieden

5/7

Beoordeling effecten Een activiteit is vergunningplichtig op grond van artikel 2.7, tweede lid van de Wnb indien een project, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, een significant negatief effect kan hebben op de habitattypen of habitatsoorten waarvoor een gebied is aangewezen. Op basis van de aangeleverde rapporten en AERIUS-berekeningen hebben wij vastgesteld dat de gevraagde activiteit vergunningplichtig is op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb. De activiteit kan significant negatieve effecten hebben op Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck. Instandhoudingsdoelstellingen Het bovengenoemde Natura 2000-gebied is aangewezen voor habitattypen, waarvoor een instandhoudingsdoelstelling geldt. De instandhoudingsdoelstellingen voor het betreffende Natura 2000gebied zijn opgenomen in het aanwijzingsbesluit voor dit gebied zoals weergegeven in tabel 1. Tabel 1. Instandhoudingsdoelstellingen Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck Habitattype H3140 Kranswierwateren H3150 Meren met Krabbenscheer en fonteinkruiden H6410 Blauwgraslanden H7210 Galigaanmoerassen H91D0 Hoogveenbossen H6430A Ruigten en Zomen – Moerasspirea H7140B Overgangs- en Trilvenen – Veenmosrietlanden H4010B Vochtige Heiden – Laagveengebied H7140A Overgangs- en Trilvenen – Trilvenen

Oppervlakte Verbetering Verbetering Verbetering Behoud Behoud Behoud Verbetering Verbetering Verbetering

Kwaliteit Verbetering Verbetering Verbetering Behoud Behoud Behoud Verbetering Verbetering Verbetering

De beoordeling van de aanvraag heeft, gelet op de aard, duur en afstand van de gevraagde activiteit ten opzichte van de Natura 2000-gebieden zoals genoemd onder de kop Beoordeling effecten betrekking op verzuring en vermesting als gevolg van stikstofdepositie. Overige effecten zoals licht-, trilling- en geluidsverstoring zijn uit te sluiten gezien de aard en de duur van de activiteit, de duur van de activiteit en de ligging van de activiteit. Beoordeling aanvraag ten aanzien van stikstofdepositie Voor de beoordeling van de vraag of er sprake is van (significant) negatieve effecten als gevolg van stikstofemissie is het van belang de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden te bepalen. Het gaat daarbij om de stikstofdepositie van de totale, beoogde activiteit. Daarbij is onderscheid gemaakt in de realisatie- en gebruiksfase. Op basis van de aangeleverde AERIUS-berekeningen blijkt dat de stikstofemissie als gevolg van de geplande activiteiten resulteert in een maximale stikstofdepositie op habitattypen in het Natura 2000-gebied zoals weergegeven in tabel 2. Tabel 2. Stikstofdepositie in mol/ha/jaar op Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck Habitattype H3140lv Kranswierwateren in laagveengebieden H3150baz Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden, buiten afgesloten zeearmen H7140B Overgangs- en Trilvenen (veenmosrietlanden) Lg02 H91D0

Realisatiefase

Gebruiksfase 0,14 0,10

0,01 0,01

0,10 0,01 0,01

0,01 0,00 0,00

Realisatiefase In de realisatiefase vinden door de sloop van aanwezige gebouwen, het bouwrijp maken na de sloop en het bouwen van de woning stikstofemissies (NOx) plaats door gebruik van mobiele werktuigen en door 6/7

verkeersbewegingen van en naar de planlocatie. Uit de AERIUS Register-berekening van 2 december 2020 met kenmerk RbdQriz1vR3B en tabel 2 blijkt dat de emissie resulteert in een maximale stikstofdepositie van 0,14 mol/ha/jaar op het betreffende Natura 2000-gebied. Gebruiksfase In de gebruiksfase vinden uitsluitend stikstofemissies (NOx) plaats door de verkeer aantrekkende werking (vier personenauto’s (8 verkeerbewegingen) per etmaal). Uit de AERIUS Register-berekening van 2 december 2020 met kenmerk RogysbD8r4yG en Tabel 2 blijkt dat de emissie resulteert in een maximale stikstofdepositie van 0,01 mol/ha/jaar op het betreffende Natura 2000-gebied. Vaststellen benodigde depositieruimte Voor de gevraagde activiteit dient te worden beoordeeld of depositieruimte nodig is. Daarbij dient voorts beoordeeld te worden of de benodigde ruimte aanwezig is en of voldaan wordt aan de Regeling natuurbescherming. De aanvraag is daartoe geregistreerd in het AERIUS Register. Uit de bijlagen bij het SSRS toestemmingsbesluit van 2 december 2020 met kenmerk RbdQriz1vR3B en van 2 december 2020 met kenmerk RogysbD8r4yG, als bijlagen toegevoegd aan dit besluit, blijkt dat er voor de gevraagde activiteit in de vigerende periode én in 2030 voldoende depositieruimte beschikbaar is.

Conclusie stikstofdepositie Wij stellen vast dat op alle relevante hexagonen depositieruimte beschikbaar is op grond van het stikstofregistratiesysteem. Daarmee is de zekerheid verkregen dat de stikstofdepositie als gevolg van het project, in samenhang met andere projecten, nergens leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden.

Samenhangende besluiten Er kunnen nog andere bepalingen van kracht zijn, op grond waarvan vergunningen, toestemmingen, ontheffingen of meldingen benodigd zijn om de gevraagde activiteit te kunnen uitvoeren. Die mogelijkheid geldt bijvoorbeeld voor de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Hiervoor is de gemeente Nieuwkoop bevoegd gezag.

Conclusie Op grond van het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat de gevraagde activiteit geen belemmering vormt voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen en dat een vergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb kan worden verleend.

7/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=1272f338-6ca5-4216-9d98-de12e246b337