Beleidskader zonne-energie gemeente Nieuwkoop
Tekst van het document
Bosch & van Rijn Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht 030 – 677 6466
Auteurs Monique van der Meij Floris Moerkens
Opdrachtgever Gemeente Nieuwkoop
Beleidskader zonne-energie Gemeente nieuwkoop
Beleidskader zonne-energie gemeente Nieuwkoop
Datum
16 April 2024
Versie
1.0
Auteur
Monique van der Meij Floris Moerkens
Tweede lezer
Wouter Verweij
In opdracht van
Gemeente Nieuwkoop Eelco Meijer
Bosch & Van Rijn Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht Tel: Mail: Web:
030-677 6466 info@boschenvanrijn.nl www.boschenvanrijn.nl
© Bosch & Van Rijn 2024 Behoudens hetgeen met de opdrachtgever is overeengekomen, mag in dit rapport vervatte informatie niet aan derden worden bekendgemaakt. Bosch & Van Rijn BV is niet aansprakelijk voor schade door het gebruik van deze informatie
Beleidskader
Inhoudsopgave H OOFDSTUK 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
H OOFDSTUK 2 2.1 2.2
H OOFDSTUK 3 3.1 3.2 3.3
H OOFDSTUK 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
H OOFDSTUK 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
B IJLAGE A B IJLAGE B B.1 B.2 B.3
B IJLAGE C C.1 C.2 C.3 C.4 C.5
B IJLAGE D B IJLAGE E B IJLAGE F B IJLAGE G G.1 G.2 G.3
I NLEIDING
3
Aanleiding Doel van dit beleidskader Voor wie is dit beleidskader bedoeld? Reikwijdte Juridische status Leeswijzer
3 3 4 4 5 5
U ITGANGSPUNTEN
6
Zonneladder (voorkeursvolgorde zon) Twee sporen voor zonne-energie
6 8
Z OEKGEBIEDEN
10
Van oriëntatiegebied naar zoekgebied Glastuinbouwgebieden zonne-energie (locatiespecifieke spoor, trede 3) Zoekgebieden zonne-energie (gebiedsgerichte spoor, trede 4)
10 13 16
D EEL A: L OCATIESPECIFIEKE SPOOR , TREDE 2 EN 3 ZONNELADDER 20 Introductie Toetsing aanvraag voor omgevingsvergunning Voorwaarden zonnestroominstallatie (trede 2 zonneladder) Voorwaarden kleinschalige zonnevelden (trede 3 zonneladder) Ontwerpprincipes kleinschalige zonnevelden (trede 3 zonneladder) Glastuinbouwgebied (trede 3 zonneladder) Uitvoering
20 20 21 22 23 24 26
D EEL B: G EBIEDSGERICHTE SPOOR , TREDE 4 ZONNELADDER
28
Introductie Toetsing aanvraag aan beleidskader Uitgangspunten grootschalige zonnevelden Voorwaarden grootschalige zonnevelden (trede 4 zonneladder) Ontwerpprincipes grootschalige zonnevelden (algemeen) Ontwerpprincipes zonnevelden per zoekgebied Maatschappelijke criteria grootschalige zonnevelden Nieuwkoopse routes naar lokaal eigendom Uitvoering
28 28 29 30 32 33 39 43 47
B EGRIPPENLIJST V IGEREND BELEID
52 53
Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
53 53 53
R UIMTELIJKE ONTWIKKELINGEN
54
Nationaal programma landelijk gebied Landbouw en glastuinbouw Natuurontwikkeling Klimaatadaptie en bodemdaling Energietransitie
54 54 54 54 54
Z OEKGEBIEDEN NA 2030 R APPORT LANDSCHAPPELIJKE INPASSING ZONNEVELDEN R APPORT R OUTES NAAR L OKAAL EIGENDOM I NWONERSPARTICIPATIE
55 56 57 58
Samenvatting zonneveldenbijeenkomsten Nieuwkoop Samenvatting zonneveldenbijeenkomst Langeraar Samenvatting zonneveldenbijeenkomsten Vrouwenakker
58 58 58
Inleiding 2
Beleidskader
G.4 G.5 G.6 G.7 G.8 G.9
B IJLAGE H B IJLAGE I B IJLAGE J
Samenvatting zonneveldenbijeenkomst Woerdense Verlaat Samenvatting peiling jongeren Blanco formulier invullen ruimtelijke criteria Vraag en Antwoord beleidskader zonnevelden Advies sectortafels RESDO aan B&W inzake RES 2.0 Reactienota
58 58 58 58 58 58
S ELECTIELEIDRAAD MAATSCHAPPELIJKE TENDER B ESLISBOOM VERGUNNINGAANVRAAG OPWEK ZONNE - ENERGIE B ESTUURSAKKOORD B ESTUURLIJKE VERANKERING VAN
59 60
VOORKEURSVOLGORDE ZON
61
Inleiding 3
Beleidskader
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1
Aanleiding In het Klimaatakkoord is afgesproken dat elke regio in Nederland een Regionale Energiestrategie (RES) opstelt met als hoofddoel: 35 TWh duurzame energieopwekking per jaar, met bestaande bewezen technieken, in 2030 in Nederland. Nieuwkoop behoort tot de regio Holland Rijnland. Voor haar bijdrage aan de RES 1.0 heeft Nieuwkoop in een raadsbesluit1 vastgesteld om in 2030 maximaal 0,08 TWh per jaar aan elektriciteit lokaal en duurzaam te produceren. De 0,08 TWh is daarbij zowel een productieplafond, als een ambitie om naartoe te werken. Deze 0,08 TWh kan niet enkel en alleen via zonnepanelen op grote daken gerealiseerd worden2. Daarbij ziet Nieuwkoop geen mogelijkheden voor grote en middelgrote windturbines in haar gemeente. Dit vanwege de hoogtebeperkingen vanuit Schiphol (vliegverkeer) en de bescherming van de Natura 2000- en Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebieden. Ter realisatie van de doelstelling zijn – naast grote daken – dus velden nodig voor het benutten van zonne-energie. De oriëntatiegebieden hiervoor zijn op de RES 1.0 kaart van Holland Rijnland gezet. Om zonnestroominstallaties en zonnevelden binnen de gemeente toe te kunnen laten, is een beleidskader met voorwaarden en criteria nodig. Met het beleidskader is de gemeente in staat om regie te kunnen houden op initiatieven voor het opwekken van zonne-energie.
Het kader geeft enerzijds initiatiefnemers helderheid waarbinnen zij hun plannen kunnen ontwikkelen en anderzijds helpt het de gemeente om aanvragen in behandeling te kunnen nemen.
1.2
Doel van dit beleidskader Met het beleidskader werkt de gemeente aan één van haar hoofddoelen binnen de energietransitie: Het uitfaseren van fossiele brandstoffen en het overstappen op duurzaam opgewekte energie. Daarin wil de gemeente de ruimtelijke kwaliteit behouden met aandacht voor het inpassen van opstellingen van zonnepanelen in het landschap en het toevoegen van nieuwe kwaliteiten in de ruimte (synergie met andere opgaven). Het doel van het beleidskader zonne-energie is kaders te bieden waar de ontwikkeling van opwekking van zonne-energie aan moet voldoen. Daarnaast wil de gemeente regie houden op initiatieven voor zonnevelden via: 1 2
Inleiding
Raadsbesluit RES 1.0 Holland Rijnland, nummer 2021-053, 3 juni 2021 Nieuwkoop heeft in totaal ongeveer 100 hectare aan grote daken (bedrijventerreinen, agrarische bedrijven en utiliteit). De laatste vijf jaar is het aandeel benutte daken gegroeid: naar een benuttingsgraad van zo’n 10 hectare (0,01 TWh per jaar). De verwachting is dat dit door gaat groeien naar circa 0,02 TWh in 2030.
3 3
Beleidskader
Algemene voorwaarden zoals: aan het zicht onttrekken, multifunctioneel gebruik, verplichte monitoring geproduceerde stroom, bij beëindiging het veld in oorspronkelijke staat terugbrengen, verplicht participatieplan deel uitmakend van een ingediend projectplan etc. ➢ Ruimtelijke criteria (algemeen en specifiek voor het gebied spelende afwegingen) zoals: respecteer verkavelingsstructuur, creëer ruimte voor flora en fauna, natuurlijke begrenzing etc. ➢ Maatschappelijke criteria zoals: lokaal eigenaarschap, financiële participatie, sociale vergoedingen. ➢
In hoofdstukken 4 en 5 is dieper ingegaan op de bovengenoemde voorwaarden en criteria. De basisuitgangspunten van het voorliggende lokale beleid zijn: ➢ Helder proces inclusief procesparticipatie: - Initiatieven voor zonnevelden doorlopen een vast proces, participatie met inwoners en stakeholders is daar een rode draad in. - Vergunningaanvragen voor zonnestroominstallaties worden op eenzelfde manier op de betreffende voorwaarden beoordeeld. ➢ Geografisch: alleen in bepaalde gebieden worden initiatieven toegestaan voor het grootschalig opwekken van zonne-energie. ➢ Landschappelijke inpassing: een zonneveld moet altijd goed in het landschap zijn ingepast en zoveel mogelijk aan het zicht onttrokken. ➢ Financiële participatie: het streven is dat inwoners financieel kunnen meedelen in- of profiteren van de opbrengsten van een grootschalig zonneveld.
1.3
Voor wie is dit beleidskader bedoeld? De gemeente ontvangt regelmatig verzoeken om initiatieven voor zonnestroominstallaties (kleinschalig voor eigen gebruik) en zonnevelden mogelijk te maken. Om op deze initiatieven regie te houden, is dit beleidskader opgesteld. Het beleidskader zonne-energie gemeente Nieuwkoop biedt richtlijnen en geeft voorwaarden mee waaronder zonnestroominstallaties en zonnevelden kunnen worden gerealiseerd. Dit helpt initiatiefnemers, bedrijven, energiecoöperaties en grondeigenaren om tot planvorming te komen. Om daarin voldoende ontwerpruimte te houden, is gekozen om voornamelijk met doelvoorschriften te werken. Het beleidskader is niet alleen voor ‘ontwikkelaars’ bedoeld, maar ook voor inwoners, lokale ondernemers en andere belanghebbenden. Het beleidskader geeft namelijk inzicht op welke manier de gemeente het maatschappelijk belang borgt.
1.4
Reikwijdte Het voorliggend beleidskader stelt randvoorwaarden voor zonnestroominstallaties op trede 2 en 3 van de zonneladder (paragraaf 2.1) en voor de ontwikkeling van zonnevelden op land (trede 4) met het opwekdoel van 0,06 TWh per jaar in 2030. Dit staat grofweg gelijk aan 60 ha zonnevelden. Met het oog op de groeiende 4
Inleiding
4
Beleidskader
elektrificatie en de doelstelling van energieneutraliteit in 2050, wordt na 2030 het beleid herzien. Het plaatsen van zonnepanelen op dak en gevel (trede 1 zonneladder) valt buiten de reikwijdte van dit beleidskader. Het maakt wel deel uit van de opgave om in de periode tot 2030 circa 20 hectare zonnepanelen op grote daken3 te realiseren, wat – samen met zonnevelden – optelt tot 0,08 TWh per jaar in 2030. Het beleidskader is zowel bedoeld voor de ontwikkeling van zonnestroominstallaties en zonnevelden die stroom opwekken, maar ook voor zon-thermische velden die door gebruik van zoninstraling juist warmte opwekken met behulp van zonnecollectoren. Waar in de tekst ‘zonnestroom’ staat, kan dit ook gelezen worden als ‘zonnewarmte’. Het beleidskader omvat geen richtlijnen voor de ontwikkeling van grootschalige windparken. Voor de ontwikkeling van (middel)grote windturbines ziet de gemeente vanwege de hoogtebeperkingen van Schiphol (vliegverkeer) en de bescherming van de Natura2000- & NNN-gebieden geen mogelijkheden. Voor kleine windturbines is een apart beleidskader opgesteld, genaamd "Beleidskader Kleine Windmolens in het buitengebied gemeente Nieuwkoop". Deze is verwerkt in het Bestemmingsplan Landelijk gebied Nieuwkoop, 1e herziening (artikel 29.6).
1.5
Juridische status Dit beleidskader betreft een beleidsnota die is opgesteld voor uitoefening van taken en bevoegdheden van het college van B&W en de gemeenteraad op grond van de Omgevingswet. Het betreft een nota die specifiek een kader biedt voor de ruimtelijke ontwikkeling van zonnestroominstallaties en zonnevelden. Dit beleidskader treedt in werking op het moment dat deze is vastgesteld door de gemeenteraad. Het in dit rapport neergelegde beleid wordt gebruikt als toetsingskader voor aanvragen voor omgevingsvergunningen voor de realisatie en exploitatie van zonnestroominstallaties en zonnevelden. De inhoud van het beleidskader wordt opgenomen in het nieuwe deel van het Omgevingsplan onder de Omgevingswet.
1.6
Leeswijzer Hoofdstuk 2 gaat in op de uitgangspunten voor dit beleidskader en de zonneladder. In Hoofdstuk 3 worden ook de begrenzingen van de zoekgebieden weergegeven waar grootschalige zonnevelden mogelijk zijn. Hoofdstuk 4 bevat het beleidskader voor zonnestroominstallaties en kleinschalige zonnevelden die via het locatiespecifieke spoor lopen. Hetzelfde geldt voor Hoofdstuk 5 maar dan gericht op grootschalige zonnevelden via het gebiedsgerichte spoor. In dat hoofdstuk wordt ook ingegaan op de maatschappelijke criteria en de verschillende routes naar lokaal eigendom.
3
Inleiding
Alleen installaties met een opgesteld vermogen groter dan 15 kWp (= c.a. 33 zonnepanelen van 450 Wp) vallen onder de RES-opgave
5 5
Beleidskader
Hoofdstuk 2 Uitgangspunten In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten voor het zonbeleid toegelicht. Aan de hand van de zonneladder wordt er onderscheid gemaakt tussen twee sporen: het locatiespecifieke spoor voor kleinschalige zonnevelden (en zonnestroominstallaties) en het gebiedsgerichte spoor voor grootschalige zonnevelden. Het beleidskader volgt uit een uitgebreid participatieproces, waarbij inwoners en lokale ondernemers aan de hand van schetsontwerpen en participatiebijeenkomsten hun ideeën en voorkeuren hebben gedeeld.
2.1
Zonneladder (voorkeursvolgorde zon) De zonneladder betreft de voorkeursvolgorde zon uit de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Treden NOVI voorkeursvolgorde zon: 1. Zonne-energie op daken en gevels 2. Zonne-energie op terreinen en objecten binnen bebouwd gebied 3. Zonne-energie op terreinen en objecten in het landelijk gebied 4. Zonne-energie op landbouw- en natuurgronden In de NOVI staat dat bovengenoemde voorkeursvolgorde geen volgtijdelijkheid inhoud: “Na het verkennen van mogelijkheden voor het toepassen van zon-PV kan worden begonnen met het gelijktijdig benutten van gekozen mogelijkheden. Deze voorkeursvolgorde wordt meegenomen in de Regionale Energie Strategieën4.” In daaropvolgende Kamerbrieven wordt herhaaldelijk genoemd dat provincies en gemeenten meer richting geven aan de volgordelijkheid van de voorkeursvolgorde zon. Deze voorkeursvolgorde zon is verankerd in het provinciale omgevingsbeleid van de verschillende provincies en het bestuursakkoord tussen Rijk, IPO, VNG en UvW5. Gemeente Nieuwkoop houdt in haar beleid hier rekening mee. Gemeente Nieuwkoop maakt onderscheid tussen het opwekken van zonne-energie met weinig en grote maatschappelijke impact. Bij trede 1 en 2 is de maatschappelijk acceptatie over het algemeen groot, trede 3 varieert en bij trede 4 kan gesteld worden dat deze een relatief grote maatschappelijke impact heeft op de omgeving.
Aansluitend op de NOVI beschouwt de gemeente de zonneladder niet als volgtijdelijk. Nieuwkoop stimuleert het benutten van daken voor het opwekken van zonne-energie (trede 1)6. Ook stimuleert de gemeente het plaatsen van zonnepanelen op parkeerplaatsen (trede 2), waterbassins bij tuinbouwkassen en onbenutte 4
5 6
Uitgangspunten
Nationale Omgevingsvisie, Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, september 2020 Concept Kamerbrief Bestuurlijke verankering van voorkeursvolgorde zon, behorend bij het Bestuursakkoord In aanvulling op de wettelijke verplichting rondom de energiebesparingsplicht (waar zonnepanelen op de lijst van erkende maatregelen staat) stimuleert Nieuwkoop bedrijven door gratis energiescans en deskundige begeleiding beschikbaar te stellen. Dit biedt handelingsperspectief en helpt ondernemers om te verduurzamen (waaronder het plaatsen van zonnepanelen op het dak)
6 6
Beleidskader
terreinen en objecten in het landelijk gebied (waaronder voormalige stortplaatsgronden; trede 3). Tegelijkertijd biedt het beleidskader handvatten voor het beperkt benutten van landbouwgronden (trede 4). Voor dat laatste zijn de uitzonderingsmogelijkheden zoals genoemd in lid 4 van het bestuursakkoord (bijlage J) bepalend: a. AgriPV: combinatie van een substantiële agrarische functie met een zonneveld. b. Landbouwgronden die op basis van bestuurlijk bindende afspraken in transitie zijn, bijvoorbeeld gronden die in de toekomst een andere bestemming krijgen zoals woon-werkbestemming, recreatie of overgang naar natuur of gronden die minder geschikt worden voor een landbouwfunctie door verzilting, vernatting of bodemdaling. Zonne-energie draagt financieel bij aan het mogelijk maken van de gebiedsgerichte opgaven voor een maximale periode (30 jaar), waarna de gebieden hun definitieve bestemming zullen krijgen. c. Als de aanleg van zonnevelden op gronden betekenisvol bijdraagt aan de vermindering van de netcongestie of zorgt voor vergroting van een efficiënter netwerkgebruik (netneutraal). Om de RES-opgave voor Nieuwkoop onder handbereik te krijgen, geeft gemeente Nieuwkoop ruimte aan alle treden van de zonneladder om lokaal duurzame energie op te wekken.
Gemeente Nieuwkoop conformeert zich aan het provinciaal beleid met het stimuleren van trede 1 tot en met 3 en het reguleren van trede 4 met als doel (en productieplafond) 0,08 TWh duurzame elektriciteit per jaar in 2030 in de gemeente Nieuwkoop. Figuur 1
Zonneladder (voorkeursvolgorde zon)
Vertalend naar de Nieuwkoopse situatie geeft Nieuwkoop de volgende invulling aan de voorkeursvolgorde zon in de NOVI: Trede 1:
Zonnepanelen op daken (en gevels). Voor het plaatsen van een zonnestroominstallatie op monumenten is een omgevingsvergunning nodig. 7
Uitgangspunten
7
Beleidskader
Trede 2:
Trede 3:
Trede 4:
2.2
Zonnestroominstallaties op terreinen en objecten binnen bebouwd gebied. Net als bij woningen en bedrijven kan de bestaande infrastructuur benut worden voor combinaties met zonnepanelen. Denk hierbij aan zonnepanelen op overkappingen op parkeerplaatsen of als grondopstelling binnen het bouwvlak in bebouwd gebied. Zonnestroominstallaties op terreinen en objecten in het landelijk gebied, waarbij de volgende zonnestroominstallaties onder trede 3 vallen: - Zonnevelden van maximaal 500 m2 netto oppervlakte waarbij de geproduceerde stroom primair wordt benut voor eigen gebruik. - Zonnevelden in glastuinbouwgebied waarbij de opbrengst van de geproduceerde stroom nodig is om de hoofdactiviteit in stand te houden7. - Drijvende zonnepanelen in waterbassins (glastuinbouw) en op watercompensatieplassen bij bedrijventerreinen. - Zonnevelden op voormalige stortplaatsgronden (deze categorie valt in het gebiedsgerichte spoor, paragraaf 2.2.2). Zonnevelden waarbij de hoofdactiviteit energielevering is aan nabije afnemers en/of het elektriciteitsnet. De grond wordt primair gebruikt voor de productie van groene stroom en de inkomsten ervan vormt de hoofdactiviteit van de eigenaar van de installatie.
Twee sporen voor zonne-energie Voorliggend beleidskader stelt kaders voor de ontwikkeling van zonnestroominstallaties en zonnevelden op trede 2, 3 en 4 van de zonneladder. Gezien het verschil in opwekcapaciteit en ruimtelijke impact op het omliggend landschap worden verschillende eisen gesteld, afhankelijk van de trede op de zonneladder. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen het locatiespecifieke en gebiedsgerichte spoor.
2.2.1
Locatiespecifieke spoor Het locatiespecifieke spoor betreft zonnestroominstallaties en zonnevelden overeenkomend met trede 2 of trede 3 van de zonneladder. Het voorliggend beleidskader (mits opgenomen in het omgevingsplan) vormt in het locatiespecifieke spoor een toetsingskader voor kleinschalige opwekking van zonne-energie. De ontwikkeling van zonnestroominstallaties en zonnevelden binnen dit spoor is niet begrensd door zoekgebieden voor zonnevelden, maar is – onder voorwaarden - mogelijk binnen de gehele gemeente Nieuwkoop.
2.2.2
Gebiedsgerichte spoor Het gebiedsgerichte spoor betreft grootschalige zonnevelden, overeenkomend met trede 4 van de zonneladder. De ontwikkeling van grootschalige zonnevelden op trede 4 is alleen mogelijk binnen de zoekgebieden. Wanneer een bepaalde opstelling vereist dat een zonneveld - qua situering - iets groter uitvalt dan de contouren
7
Uitgangspunten
Geproduceerde stroom wordt hoofdzakelijk ingezet voor het energiegebruik van de hoofdactiviteit. Uitwisseling bij overcapaciteit is mogelijk.
8 8
Beleidskader
van het zoekgebied, en dit tot een aantoonbaar betere landschappelijke inpassing leidt, zal het college voor dat deel een separate belangenafweging maken. Werken aan meerdere opgaven Het gebiedsgerichte spoor richt zich op gebieden waar meerdere opgaven spelen. Veel opgaven kunnen niet anders benaderd worden dan als een transitieproces; een omslag in denken en handelen om een ander – voor dit tijdperk - duurzaam functionerend systeem mogelijk te maken. De nadruk ligt op de nodige ingrepen in onze fysieke leefomgeving, welke bijdragen aan die opgaven die kenmerkend zijn voor een bepaald gebied in ons Groene Hart landschap. De meest in het oog springende opgaven zijn: energietransitie, landbouw en milieu, klimaatadaptatie en bodemdaling, natuur en stikstof, en woningbouw. Daarnaast is er oog voor onder andere: recreatie en economie, wooncomfort en beleving. In het groter plaatje maken de opgaven deel uit van het Nationaal Programma Landelijk Gebied. In een gebiedsgerichte aanpak dient met deze opgaven rekening te worden gehouden om tot een zo optimaal mogelijk gebruik en inpassing te komen van zonnevelden in ons landschap. Een overzicht van de verschillende opgaven, en hoe dat zich tot Nieuwkoop verhoudt, is opgenomen in Bijlage C.
Dit geeft inzicht in de mogelijkheden te komen tot meervoudig ruimtegebruik en een multifunctionele ontwikkeling van een gebied in combinatie met het opwekken van zonne-energie met zonnevelden. Toetsing, organisatie en aanbesteding De ontwikkeling van zonnevelden binnen het gebiedsgerichte spoor gebeurt door middel van toetsing aan het beleidskader (wat onderdeel uit gaat maken van het omgevingsplan) en het volgen van één of meerdere routes naar lokaal eigendom. Bij dat laatste ligt de focus op het stimuleren van energiegemeenschappen en het uitschrijven van één of meerdere maatschappelijke tender(s) (paragraaf 5.8).
9 Uitgangspunten
9
Beleidskader
Hoofdstuk 3 Zoekgebieden Er zijn zes oriëntatiegebieden op de RES 1.0 kaart van Holland Rijnland gezet als zijnde gebieden waarbinnen mogelijkheden worden gezien om zonnevelden te plaatsen. Aan de hand van een uitgebreid participatieproces (Bijlage G) en landschappelijk onderzoek zijn de oriëntatiegebieden doorontwikkeld tot zoekgebieden voor grootschalige zonnevelden. Deze zoekgebieden, waar het gebiedsgerichte spoor voor geldt, worden in dit hoofdstuk beschreven.
3.1
Van oriëntatiegebied naar zoekgebied Om de energieopgave verder te brengen, is grond nodig. Grond die ook voor andere doeleinden gebruikt kan worden, zoals landbouw, natuur, wonen, bedrijvigheid en mobiliteit. In het traject om te komen tot een RES 1.0 is nagegaan welke gebieden mogelijkheden bieden voor zonnevelden. Deze zijn als oriëntatiegebied op de kaart van RES 1.0 Holland Rijnland gezet (zie Figuur 2).
Figuur 2 Oriëntatiegebieden gemeente Nieuwkoop (onderdeel van zoekgebiedenkaart RES 1.0 Holland Rijnland)
De oriëntatiegebieden zijn – via ontwerpend onderzoek – nader onderzocht op mogelijkheden voor zonnevelden. Voor elk (deel)gebied zijn schetsontwerpen gemaakt. De schetsontwerpen laten een beeld zien hoe zonnevelden in een bepaald type landschap ingepast kunnen worden (bijlage E). Aan de hand van schetsontwerpen, inbreng van inwoners en advies vanuit de stakeholders zijn de Zoekgebieden
10 10
Beleidskader
oriëntatiegebieden verder uitgewerkt. Dit heeft geleid tot het opnieuw begrenzen van enkele oriëntatiegebieden. In de onderstaande figuur is dit weergegeven. Figuur 3
Van oriëntatiegebieden naar zoekgebieden*
* Gebied 3 (maatwerkgebieden) is geen oriëntatie of zoekgebied; staat niet op de zoekgebiedenkaart
De overgebleven en nieuw begrensde gebieden hebben de status zoekgebied. Hierin is onderscheid gemaakt in zoekgebieden die kansrijk zijn en vóór 2030 ontwikkeld kunnen worden (paragraaf 3.3) en gebieden die dat niet zijn, maar wel interessant genoeg zijn voor toekomstige ontwikkelingen (na 2030). De reden om deze laatstgenoemde gebieden op de kaart te houden is dat er in de toekomst grond nodig blijft om energie lokaal op te wekken. Dit is nodig om de toenemende vraag naar groene stroom binnen de gemeente aan te kunnen. Gebieden die opnieuw begrensd zijn: ➢ De Olm, gebied 1 (van 75 naar 103 hectare): - Een zonneveld dat direct grenst aan het bedrijventerrein biedt meer mogelijkheden voor een goede inpassing in het landschap. Door de luwte van het bedrijventerrein De Olm te gebruiken, kan een zonneveld uit het zicht worden gehouden (Bijlage G.1). De contour van het zoekgebied is dus verschoven tot op de grens van het bedrijventerrein. Ook is de noordoostpunt toegevoegd. Na inbreng van lokale ondernemers vanuit de sectortafels Energietransitie is dit deel (circa 4 ha) meegenomen in het zoekgebied. De totale uitbreiding betreft 28 hectare ten opzichte van het oriëntatiegebied, zoals ingetekend op de kaart van RES 1.0 Holland Rijnland.
11 Zoekgebieden
11
Beleidskader
➢
Polder Nieuwkoop, gebied 2 (van 270 naar 182 hectare): - Het noordelijk deel (88 ha) valt af. Dit deel biedt niet dezelfde voordelen als het zuidelijke deel (zoekgebied 2a) dat vrijwel tegen het bedrijventerrein De Olm en het onderstation aan ligt. - Het noordelijk deel beschikt over relatief productieve landbouwgrond. - Het zuidelijk deel biedt voldoende ruimte voor de productie van groene stroom in het totale gebied.
➢
Vierambachtspolder, gebied 4 (van 110 naar 40 hectare): - Rekening houdend met de cultuurhistorische waarde, behoud van de openheid van het landschap en de beleving die inwoners met de polder hebben, kan een zonneveld alleen ingepast worden als deze verder van de dijk af ligt (zie bijlage D voor uitgebreide toelichting).
➢
Noordrand, gebied 5 (van 205 naar 133 hectare): - De grenzen van het oriëntatiegebied zijn aan de oost- en westzijde gelijk getrokken aan de begrenzing van het concentratiegebied glastuinbouw. In paragrafen 3.2 en 4.6 wordt dieper ingegaan op de mogelijkheden voor inpassing van zonnevelden in glastuinbouwgebieden.
➢
Woerdense Verlaat, gebied 6 (van 43 naar 12 hectare): - Rekening houdend met de verhouding tussen de omvang van het naastgelegen dorp en de omvang van het zonneveld, kan een zonneveld ingepast worden op de voormalige stort (en talud). Dit laatste geniet de voorkeur van inwoners ten opzichte van andere voorgelegde varianten (paragraaf 3.3.3). - Bij planontwikkeling voor een zonneveld op de voormalige stort en taluds, kan ook de ruimte tussen het west-talud en het bedrijventerrein benut worden (onderdeel van de 12 ha).
Gebieden waar vóór 2030 geen zonnevelden worden toegelaten: ➢ Polder Nieuwkoop, gebied 2b (60 ha): - Ligt volledig in een weidevogelgebied beschermingscategorie 2 ➢
Vierambachtspolder, gebied 4 (40 ha): - Voldoet niet aan de uitzonderingsmogelijkheden voorkeursvolgorde zon (paragraaf 2.1)
In Bijlage D is onderbouwd waarom bepaalde gebieden niet vóór 2030 in aanmerking komen voor de ontwikkeling van grootschalige zonnevelden via het gebiedsgerichte spoor.
12 Zoekgebieden
12
Beleidskader
Gebieden die als kansrijk zoekgebied voor grootschalige zonnevelden (vóór 2030) overgebleven zijn én het gebiedsgerichte spoor volgen: ➢ De Olm (gebied 1; 103 ha) ➢ Nieuwkoop Zuid (gebied 2a; 122 ha) ➢ Woerdense Verlaat (gebied 6; 12 ha) Omschrijvingen van deze gebieden zijn opgenomen in paragraaf 3.3. In de kansrijke zoekgebieden kunnen – langs de weg van een Greendeal (in combinatie met een energiegemeenschap) en/of maatschappelijke tender – plannen worden gemaakt voor grootschalige zonnevelden. De grond wordt primair gebruikt voor de productie van groene stroom en de inkomsten ervan vormt de hoofdactiviteit van de eigenaar van de installatie (trede 4 zonneladder). In deze gebieden zijn er vanuit de provincie geen restricties aangaande het aantal hectare zonnevelden. Wel dient een zonneveld te passen binnen het provinciale omgevingsbeleid. De ontwikkeling van grootschalige zonnevelden, op trede 4 van de zonneladder, is dus alleen mogelijk binnen de zoekgebieden. Wanneer een bepaalde opstelling vereist dat een zonneveld - qua situering - iets groter uitvalt dan de contouren van het zoekgebied, en dit tot een aantoonbaar betere landschappelijke inpassing leidt, zal het college voor dat deel een separate belangenafweging maken.
Gebieden krijgen alleen de status zoekgebied: ➢ Als deze valt in het gebiedsgerichte spoor (trede 4 zonneladder) en: - tegemoetkomt aan de uitgangspunten genoemd in paragraaf 5.3, - kan voldoen aan de voorwaarden genoemd in paragraaf 5.4, - rekening houdt met de ontwerpprincipes in paragraaf 5.5. ➢ Als er een participatietraject met inwoners en lokale stakeholders is doorlopen ➢ Als deze op de zoekgebiedenkaart van RES Holland Rijnland is gezet en bestuurlijk is vastgesteld. Dit laatste punt sluit aan op (het nieuwe) artikel 6.28a in de Omgevingsverordening Zuid Holland8: In afwijking van het tweede lid zijn in zoekgebieden voor zon uit de Regionale Energiestrategieën die door provinciale staten zijn vastgesteld ook buiten deze locaties zonnevelden mogelijk, mits het zoekgebied verder is uitgewerkt en regionaal is afgestemd.
3.2
Glastuinbouwgebieden zonne-energie (locatiespecifieke spoor, trede 3) In Figuur 4 zijn de glastuinbouwgebieden weergegeven. In deze gebieden is binnen het huidige omgevingsplan ruimte om zonnevelden in te passen, mits deze nodig zijn om de hoofdactiviteit in stand te houden. De geproduceerde stroom wordt hoofdzakelijk ingezet voor het energiegebruik van de hoofdactiviteit. Uitwisseling van stroom (met andere tuinders) bij overcapaciteit is mogelijk. De glastuinbouwgebieden vallen binnen het locatiespecifieke spoor (trede 3 zonneladder).
8
Zoekgebieden
13
Herziening Omgevingsbeleid Module Energietransitie – oktober 2022
13
Beleidskader
Figuur 4
Glastuinbouwgebieden zonne-energie gemeente Nieuwkoop (locatiespecifieke spoor, trede 3)
3.2.1
Maatwerkgebieden (gebied 3) Let op! De maatwerkgebieden glastuinbouw staan niet op de zoekgebiedenkaart van RES 1.0 Holland Rijnland. Het is géén formeel zoekgebied volgens de definitie van de provincie Zuid-Holland. Deze gebieden vallen onder het locatiespecifieke spoor van de gemeente Nieuwkoop (trede 3 van de zonneladder). De maatwerkgebieden waarin glastuinbouw is gelegen bieden kansen voor het opwekken van zonne-energie. Vanwege de dominantie van glastuinbouwbedrijven in het gebied zijn de maatwerkgebieden vergelijkbaar met het glastuinbouwgebied in de Noordrand (gebied 5). De enige reden waarom de maatwerkgebieden niet als oriëntatie(zoek)gebied op de kaart zijn gezet, is dat deze planologisch niet in een concentratiegebied glastuinbouw liggen en daar dus andere functies dan glastuinbouw mogelijk zijn. Echter zijn juist in dit gebied telers actief die hun energievoorziening aan elkaar hebben gekoppeld of willen koppelen. Dit gebeurt door bodemenergiesystemen te combineren met WKK9 installaties. Daardoor ontstaat een slim energienetwerk (smart grid). Voor het optimaliseren van het energienetwerk kan extra opwekking van zonne-energie uitkomst bieden10. Daarbij kan de glastuinbouw in de maatwerkgebieden - door extra elektriciteit te genereren - verder
9 10
Zoekgebieden
WKK staat voor Warmte Kracht Koppeling Kanttekening hierbij is dat tuinders vaak stroom nodig hebben als het donker is (voor de belichting van de gewassen). Zonnestroom zal dan opgeslagen moeten worden om op die momenten te gebruiken wanneer deze nodig is.
14 14
Beleidskader
verduurzamen (van het aardgas af). Het beleidskader faciliteert daarin via het locatiespecifieke spoor (trede 3 van de zonneladder). Het is in de toekomst denkbaar om de maatwerkgebieden als zoekgebied op de kaart te zetten. In dat geval zijn de voorwaarden, genoemd in paragraaf 3.1, van toepassing. Zoals beschreven zijn namelijk meer functies mogelijk dan alleen glastuinbouw. Zo kan een gedachte zijn om oud glas (verouderde kassen) te vervangen voor nieuw glas, zijnde zonnepanelen, en deze nog verder uit te breiden op het resterende bouwvlak van het oorspronkelijke tuinbouwbedrijf. Dit is op dit moment nog niet aan de orde. Wel wil de gemeente het mogelijk maken om in het gebied energie met elkaar uit te wisselen. Dit sluit aan op het aandachtspunt dat de sectortafels Energietransitie in hun advies aan de gemeente meegeven: Zonne-energie kan in dit gebied in principe slim ingepast worden in effectieve en efficiënte gebiedsenergiesystemen, die juist mogelijkheden creëren; met name waar nu sprake is van netcongestie. Het volledige advies van de sectortafels Energietransitie is terug te vinden in bijlage G.8. In de Visie Maatwerkgebieden is uiteengezet welke functies in het gebied passend kunnen zijn. Daarmee geeft gemeente Nieuwkoop een kader mee aan initiatiefnemers, zodat deze vooraf een inschatting kunnen maken of initiatieven kansrijk zijn.
Met het oog op het opwekken van zonne-energie houdt de gemeente vast aan de mogelijkheden die dat geeft binnen het huidige omgevingsplan (opwekken voor eigen gebruik en onderlinge uitwisseling van energie).
3.2.2
Noordrand (gebied 5) Het glastuinbouwgebied in de Noordrand kenmerkt zich door de aanwezigheid van tuinbouwkassen. Het grootste deel ligt in het (planologisch juridisch vastgestelde) concentratiegebied voor glastuinbouw langs de Amstel. In de westkant van het deelgebied (bij Nieuwveen) is de glastuinbouw het meest geconcentreerd. Meer richting Vrouwenakker is de intensiteit van glastuinbouw minder. In de Noordrand kan een combinatie van glastuinbouw en zonnevelden interessant zijn met het oog op het benutten van geproduceerde elektriciteit voor de eigen bedrijfsvoering. Vanwege de verkavelingsstructuur, kleinschaligheid van de percelen, en vooral ook de huidige beperkingen van het elektriciteitsnet (netcapaciteit en netcongestie) zijn grootschalige zonnevelden (tot 2030) moeilijk te realiseren in de Noordrand. Daarbij zijn in de huidige situatie onvoldoende vrije velden (‘stopcontacten’) beschikbaar om projecten > 2 MW aan te sluiten. Dat maakt dat de focus in dit gebied meer ligt op kleinschalige zonnevelden, waarbij de geproduceerde stroom hoofdzakelijk wordt ingezet voor het energiegebruik van de glastuinbouwactiviteit. Dit valt onder trede 3 van de zonneladder en biedt daardoor mogelijkheden via het locatiespecifieke spoor.
15 Zoekgebieden
15
Beleidskader
3.3
Zoekgebieden zonne-energie (gebiedsgerichte spoor, trede 4) In Figuur 5 zijn de meest kansrijke zoekgebieden voor grootschalige zonnevelden op de kaart weergegeven. Ontwikkelingen voor grootschalige zonnevelden, via het gebiedsgerichte spoor, kunnen tot 2030 alleen plaatsvinden in deze gebieden.
Figuur 5
Zoekgebieden zonne-energie gemeente Nieuwkoop
3.3.1
De Olm (gebied 1) Dit zoekgebied ligt tegen het bedrijventerrein De Olm aan, heeft een agrarische functie (veeteelt) en grenst zuidelijk aan het natuurgebied Ruygeborg (NNN gebied). Het zoekgebied De Olm biedt goede mogelijkheden voor zonnevelden om de volgende redenen: ➢ Vraag en aanbod zijn bij elkaar te brengen doordat het gebied tegen het bedrijventerrein De Olm aan ligt. ➢ De afstand tot het onderstation, op bedrijventerrein De Olm, is klein. ➢ De ligging van het bedrijventerrein vergemakkelijkt het landschappelijk inpassen van een zonneveld. ➢ Koppeling met andere opgaven is mogelijk (klimaatadaptatie, natuurdoelen) Het gebied leent zich dus goed voor de ontwikkeling van een zonneveld, mits - het deel dat grenst aan het NNN gebied Ruygeborg - zo wordt ingericht dat het natuurwaarde creëert voor een natuurlijke overgang naar het aangrenzende NNN gebied. Ook is er aandacht nodig voor percelen waarop weidevogels nestelen. In het
Zoekgebieden
16 16
Beleidskader
provinciaal omgevingsbeleid staat dat aantasting van weidevogelgebied gecompenseerd dient te worden met een gelijkwaardig gebied voor weidevogels. In dit beleid staat ook dat voor realisatie van nieuwe natuur en recreatiegebieden een uitzondering geldt op de compensatie, zoals in artikel 4 lid 3b van de Beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap. Aansluitend op de bovengenoemde mogelijkheden kan het zoekgebied, op grond van de volgende uitzonderingsmogelijkheden voor zonne-energie op landbouw- en natuurgronden (trede 4 zonneladder), ontwikkeld worden11: a. AgriPV: combinatie van een substantiële agrarische functie met een zonneveld. b. Landbouwgronden die op basis van bestuurlijk bindende afspraken in transitie zijn, bijvoorbeeld gronden die in de toekomst een andere bestemming krijgen zoals woon-werkbestemming, recreatie of overgang naar natuur of gronden die minder geschikt worden voor een landbouwfunctie door verzilting, vernatting of bodemdaling. Zonne-energie draagt financieel bij aan het mogelijk maken van de gebiedsgerichte opgaven voor een maximale periode (30 jaar), waarna de gebieden hun definitieve bestemming zullen krijgen. c. Als de aanleg van zonnevelden op gronden betekenisvol bijdraagt aan de vermindering van de netcongestie of zorgt voor vergroting van een efficiënter netwerkgebruik (netneutraal).
3.3.2
Nieuwkoop Zuid (gebied 2a) Dit zoekgebied ligt ten westen van het bedrijventerrein De Olm en ligt in het open veld achter lintbebouwing. Het heeft een agrarische functie (voornamelijk veeteelt). Het zoekgebied is onderdeel van de Polder Nieuwkoop, een grootschalige droogmakerij met een rationele verkaveling en divers agrarisch grondgebruik. Het ligt aan de westzijde van het bedrijventerrein De Olm. Van noord (Nieuwveen) naar zuid (Nieuwkoop) wordt het lint langs de Nieuwveenseweg steeds dichter en de doorzichten op het open polderlandschap steeds nauwer. Het zoekgebied Nieuwkoop Zuid, gebied 2a, biedt goede mogelijkheden voor zonnevelden om de volgende redenen: ➢ Vraag en aanbod zijn bij elkaar te brengen doordat het gebied tegen het bedrijventerrein De Olm aan ligt. ➢ De afstand tot het onderstation, op bedrijventerrein De Olm, is klein. ➢ Koppeling met andere opgaven is mogelijk (klimaatadaptatie, landbouw, natuurdoelen) Specifiek voor gebied 2a geldt dat de woningopgave invloed kan hebben op de inpassing van zonnevelden in het gebied. Ten zuiden van dit zoekgebied wordt een woonwijk aangelegd, genaamd Buytewech-Noord. In het geval er plannen voor de ontwikkeling van zonnevelden zijn, zal in de omgevingsparticipatie hier rekening mee gehouden moeten worden.
11
Zoekgebieden
Kamerbrief Bestuurlijke verankering van voorkeursvolgorde zon, behorend bij het Bestuursakkoord
17 17
Beleidskader
Aansluitend op de bovengenoemde mogelijkheden kan het zoekgebied, op grond van de volgende uitzonderingsmogelijkheden voor zonne-energie op landbouw- en natuurgronden (trede 4 zonneladder), ontwikkeld worden: a. AgriPV: combinatie van een substantiële agrarische functie met een zonneveld. b. Landbouwgronden die op basis van bestuurlijk bindende afspraken in transitie zijn, bijvoorbeeld gronden die in de toekomst een andere bestemming krijgen zoals woon-werkbestemming, recreatie of overgang naar natuur of gronden die minder geschikt worden voor een landbouwfunctie door verzilting, vernatting of bodemdaling. Zonne-energie draagt financieel bij aan het mogelijk maken van de gebiedsgerichte opgaven voor een maximale periode (30 jaar), waarna de gebieden hun definitieve bestemming zullen krijgen. c. Als de aanleg van zonnevelden op gronden betekenisvol bijdraagt aan de vermindering van de netcongestie of zorgt voor vergroting van een efficiënter netwerkgebruik (netneutraal).
3.3.3
Woerdense Verlaat (gebied 6) Dit zoekgebied staat op de RES 1.0 kaart van Holland Rijnland vanwege de ligging van een voormalige stortplaats in het gebied. De voormalige stortplaats heeft geen nuttige bestemming. De afdeklaag is arme grond en de opbrengst van het maaisel is gering. Door op de stort en tegen het talud aan zonnepanelen te plaatsen, krijgt dit gebied een nuttige bestemming. In Nederland zijn verschillende voorbeelden12 van voormalige stortplaatsen waar op de stort en tegen de helling aan zonnepanelen zijn bevestigd. De afdeklaag van een stort geeft ruimte voor het plaatsen van een fundering voor zonnepanelen en beschermt de afdichtingslaag van de stort. De voormalige stortplaats in Woerdense Verlaat is afgedicht met folie met daarbovenop een laag grond (afdeklaag). Het heeft een agrarische functie (grasland). Het zoekgebied is begrensd met een vaart, een bedrijventerrein en een provinciale weg. Het ligt in een natuurrijke omgeving. Ten noorden ervan ligt het weidevogelrijke gebied ‘De Bovenlanden’. Op de stort en tegen het talud aan kan een sterk verdicht zonneveld worden aangelegd met een hoge productie. Tegelijkertijd biedt dat een mogelijkheid om meer groen en natuur te realiseren aan de randen van de voormalige stort. Dit om een zonneveld (en de stortbult) zoveel mogelijk aan het zicht te onttrekken.
Om recht te doen aan de verhouding tussen de omvang van het naastgelegen dorp en de omvang van het zonneveld wordt het oriëntatiegebied verkleind van 43 ha naar 12 ha zoekgebied. Bij planontwikkeling voor een zonneveld op de stort en taluds, kan ook de ruimte tussen het west-talud en het bedrijventerrein benut worden (onderdeel van de 12 ha).
12
Zoekgebieden
Voorbeelden zonneparken op (voormalige) stortplaatsen: Zonnepark Eerbeek, zonnepark Armhoede (Lochem), zonnepark Wieringermeer, zonnepark Braambergen (Almere)
18 18
Beleidskader
In Figuur 6 zijn de verschillende varianten naast elkaar gezet. Het geel omcirkelde geeft aan waar de zonnepanelen toegestaan kunnen worden. Figuur 6
Verschillende onderzochte varianten zonne-energie, voormalige stortplaats Woerdense Verlaat
Rondom de stort zijn gronden nodig om meer groen en natuur te realiseren. Dit is nodig om zonnepanelen op de stort en taluds zoveel mogelijk aan het zicht te onttrekken. Deze gronden maakten deel uit van het oorspronkelijke oriëntatiegebied en vallen buiten het uiteindelijke zoekgebied. Een deel van deze gronden is nodig om tot een integraal natuur- en landschapsontwerp te komen voor de inrichting van een zonneveld op de stort. Let op! Volgens de zonneladder valt dit gebied onder trede 3: Zonne-energie op terreinen en objecten in het landelijk gebied. De gemeente beschouwt dit gebied ook als laag op de zonneladder, maar wel met een grote impact op de dorpsgemeenschap (grote maatschappelijke impact). Dit gebied wordt dan ook beschouwd als een grootschalige ontwikkeling waar alleen toetsen op ruimtelijke criteria niet volstaat (volgt gebiedsgericht spoor).
19 Zoekgebieden
19
Beleidskader
Hoofdstuk 4 Deel A: Locatiespecifieke spoor, trede 2 en 3 zonneladder 4.1
Introductie In dit hoofdstuk is het beleid voor locatiespecifieke zonnestroominstallaties en kleinschalige zonnevelden in de gemeente Nieuwkoop opgenomen. Ingegaan wordt op de randvoorwaarden die daarbij gelden voor een initiatiefnemer. Het opwekken van zonne-energie vanuit het locatiespecifieke spoor is – onder voorwaarden – mogelijk binnen de gehele gemeente Nieuwkoop. Gezien het verschil van kenmerken tussen zonne-installaties conform trede 2 en zonnevelden conform trede 3 van de zonneladder zijn de ruimtelijke criteria per trede beschreven. Daarnaast zijn er voorwaarden opgesteld voor de inpassing van zonnevelden in glastuinbouwgebied. Dit met het oog op het benutten van geproduceerde elektriciteit voor de glastuinbouwactiviteit. Trede 2 betreft zonnestroominstallaties op terreinen en objecten binnen bebouwd gebied. Trede 3 staat voor zonnestroominstallaties op terreinen en objecten in het landelijk gebied. Een uitleg over de verschillende treden van de zonneladder is in paragraaf 2.1 terug te vinden. Door kleinschalige opwekking van zonne-energie mogelijk te maken, faciliteert de gemeente particulieren en mkb bedrijven die te weinig (geschikt) dakoppervlak hebben om in hun eigen energiebehoefte te voorzien.
4.2
Toetsing aanvraag voor omgevingsvergunning Het beleidskader zonne-energie gemeente Nieuwkoop valt binnen de werkingssfeer van de Omgevingswet die per 1 januari 2024 in werking is getreden. De bestaande bestemmingsplannen zijn per 1 januari 2024 automatisch omgezet in het tijdelijke deel van het Omgevingsplan. De gemeenteraad kan op een later moment13 op basis van dit beleidskader de regels voor zonnevelden vertalen in het Omgevingsplan. Toetsing aan (tijdelijk deel) omgevingsplan Het tijdelijk deel van het omgevingsplan, dat onder andere bestaat uit de bestemmingsplannen die tot en met 31 december 2023 van kracht waren, is leidend voor 13
Op basis van het Overgangsrecht onder de Omgevingswet hebben gemeenten tot 2032 de tijd om een omgevingsplan voor hun hele grondgebied vast te stellen dat voldoet aan de eisen die de Omgevingswet aan omgevingsplannen stelt.
Deel A: Locatiespecifieke spoor, trede 2 en 3 zonneladder
20 20
Beleidskader
het toestaan van zonnevelden. Binnen het bouwvlak zijn zonnestroominstallaties en/of (kleinschalige) zonnevelden doorgaans toegestaan, mits het voldoet aan de daarvoor geldende bouwregels en de geproduceerde elektriciteit hoofdzakelijk benut wordt voor de eigen bedrijfsvoering. In dat geval is er sprake van een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (OPA). Dit is een activiteit die voldoet aan de regels in het omgevingsplan, maar waar een vergunningplicht voor geldt. Als de aanvraag valt binnen de OPA, kunnen er geen aanvullende eisen gesteld worden en zal de gevraagde vergunning - na toetsing op het Besluit bouwwerken leefomgeving - verleend worden. Het beleidskader kan in dat geval als leidraad gebruikt worden om de aanvrager te helpen tot een gewenste opstelling te komen van de zonnepanelen binnen het bouwvlak (Figuur 7). Alleen wanneer er sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA), is een activiteit (in dit geval het opwekken van zonne-energie) in strijd met het omgevingsplan. In dat geval zal een ingediend plan getoetst worden aan dit beleidskader. Als het plan voldoet aan het beleidskader zal in het betreffende gebied een zonneveld worden toegestaan. Op dat onderdeel zal het omgevingsplan gewijzigd worden (soort van herziening). In het nog op te stellen omgevingsplan kunnende onderstaande voorwaarden in de nieuwe voorschriften verwerkt worden.
Toetsing voor omgevingsvergunning Voor de inrichting zelf (de zonnestroominstallatie) is een omgevingsvergunning nodig. Een zonneveld wordt beschouwd als een “Bouwwerk geen gebouw zijnde”. De bijbehorende voorschriften uit het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn van toepassing op de inrichting (zonnestroominstallatie).
4.3
Voorwaarden zonnestroominstallatie (trede 2 zonneladder) De volgende voorwaarden gelden bij de ontwikkeling van een zonnestroominstallatie, conform trede 2, binnen bebouwd gebied: ➢ Zonnevelden moeten achterop het erf worden geplaatst, bij voorkeur achter het hoofdgebouw (Figuur 7). ➢ De rijen panelen van zonnevelden moeten uitgelijnd worden met de kavelrichting en oriëntatie van de bebouwing op het erf (Figuur 7). De bouwvlakverdeling, zoals hieronder getoond, is identiek aan de door de provincie gehanteerde verdeling in de Handreiking ruimtelijke kwaliteit zonne-energie Zuid-Holland.
21 Deel A: Locatiespecifieke spoor, trede 2 en 3 zonneladder
21
Beleidskader
Figuur 7
Zon binnen bouwvlak
4.4
Voorwaarden kleinschalige zonnevelden (trede 3 zonneladder) De volgende voorwaarden gelden bij de ontwikkeling van een kleinschalig zonneveld, conform trede 3, in landelijk gebied: ➢ Zonnevelden zijn niet toegestaan in Natura 2000-gebieden en gebieden die zijn aangewezen in het kader van Natuurnetwerk Nederland (NNN). ➢ Het zonneveld wordt hoofdzakelijk gebruikt voor het opwekken van stroom voor de eigen energievoorziening (lokaal gebruik). ➢ Het zonneveld heeft een netto oppervlak van maximaal 500 m214; ongeveer gelijk aan een bruto oppervlak15 van 666 m216 inclusief landschappelijke inpassing. ➢ Elk plan dient vergezeld te gaan met een ontwerp hoe het zonneveld in het betreffende gebied ingepast wordt in het landschap (paragraaf 4.5). Er dient rekening te worden gehouden met de typerende landschapselementen, verkavelingsstructuren en zichtlijnen, waarbij het zonneveld zoveel mogelijk aan het zicht wordt onttrokken. Begrenzing van de zonnevelden wordt gerealiseerd door natuurlijke elementen zoals struweel, hagen en of watergangen. ➢ De bebouwde oppervlakte van een terrein waar een grondgebonden zon-pv opstelling aanwezig is, mag maximaal 75% bedragen, zodat de bodem voldoende lichtinval en watertoevoer heeft17.
14
15
16
17
Artikel 7.76a (zonnevelden) in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening is van toepassing op een nieuw zonneveld met een omvang van meer dan 500 m2 (netto oppervlak) buiten bestaand stads- en dorpsgebied. Kleinere velden dan 500 m2 vallen dus buiten de regels van dit artikel Dit is de totale oppervlakte van het zonneveld inclusief landschappelijke inpassing. Een vuistregel is dat 25% van de oppervlakte onbedekt blijft. Zie ook het rapport Gedragscode Zon op Land pdf (overheid.nl). Rekening houdend met 75% bebouwde oppervlakte aan zon-pv opstelling is er ruimte voor ongeveer 250 panelen (1 paneel van 410 Wp is gemiddeld 1,95 m2 groot) Als het oppervlak van het zonneveld minder dan 250 m2 beslaat, is een hogere mate van verdichting – een tussenruimte kleiner dan 2,25 meter tussen de draagtafels –binnen het ontwerp toelaatbaar (par 4.5).
Deel A: Locatiespecifieke spoor, trede 2 en 3 zonneladder
22 22
Beleidskader
Indien gelegen in een weidevogelrijk gebied dient getoetst te worden of een zonneveld niet in strijd is met de betreffende waarden die in dit soort gebieden worden beschermd. ➢ Indien gelegen in een weidevogelgebied met beschermingscategorie 2 is een kleinschalig zonneveld niet mogelijk (Figuur 3). ➢ Bij beëindiging van de exploitatie van een zonnestroominstallatie dienen de zonnepanelen en bijbehorende voorzieningen te worden verwijderd, hergebruikt of afgevoerd naar een erkende verwerker. ➢
4.5
Ontwerpprincipes kleinschalige zonnevelden (trede 3 zonneladder) Voor het ontwerpen van zonnevelden dient rekening gehouden te worden met kenmerkende elementen in het Nieuwkoopse landschap en de daarin aanwezige flora en fauna. De ingediende plannen voor kleinschalige zonnevelden dienen rekening te houden met onderstaande principes: 1. Lage opstelling Het Nieuwkoopse landschap is zeer open van karakter. Om deze kernkwaliteit te behouden krijgen de zonnepanelen op het land een lage opstelling (onder ooghoogte). ➢ Leidend principe voor het open landschap is dat de openheid van het landschap geborgd is, dit wordt gedaan door middel van lage opstelling (maximaal 1,5 meter hoog) waarbij de zichtlijn over de panelen intact blijft. ➢ De panelen zijn zoveel mogelijk zuidgeoriënteerd en volgen de richting van het landschap. ➢ Bouwwerken voor nutsvoorzieningen worden uit het directe zicht geplaatst. 2. Levend maaiveld De bodemkwaliteit moet zoveel mogelijk behouden blijven voor een gezond bodemleven en een goede waterhuishouding. De zonnepanelen moeten voldoende afstand ten opzichte van elkaar hebben, zodat zonlicht de bodem kan bereiken en hemelwater beter in de bodem opgenomen kan worden: ➢ De panelen staan op minimaal 0,6 meter van de grond met een tussenruimte van minimaal 2,25 meter tussen de draagtafels18. ➢ Ecologisch (maai)beheer wordt toegepast.
Voor het onderhoud worden geen pesticiden of herbiciden gebruikt, tenzij dit van overheidswege gevraagd wordt om bepaalde plagen te bestrijden.
Figuur 8
Visuele weergave levend maaiveld
18
Provincie Zuid-Holland hanteert een vuistregel dat de tussenafstand 1,5 x de hoogte van de panelen is.
Deel A: Locatiespecifieke spoor, trede 2 en 3 zonneladder
23 23
Beleidskader
3. Biodiversiteit Nieuwkoop wil de soortenrijkdom van de natuur behouden en vergroten. Bij het inpassen van zonnevelden in het landschap zal ruimte vrijgemaakt moeten worden voor natuur en groen. Ook zal het beheer zodanig ingericht moeten worden dat de ruimte voor biodiversiteit gehandhaafd blijft: ➢ Bij elke ontwikkeling wordt er gewerkt aan het verbeteren van de biodiversiteit, zoals het realiseren van gebiedseigen grasmengsel in combinatie met ecologisch beheer. ➢ Eventuele verhardingen zijn waterdoorlatend en bieden kans voor gras om in te groeien. Zonneveld kleiner dan 250 m2 Als het bruto oppervlak van het zonneveld minder dan 250 m2 beslaat (inclusief struweel, hagen), is een hogere mate van verdichting – een tussenruimte kleiner dan 2,25 meter tussen de draagtafels –binnen het ontwerp toelaatbaar. Een oppervlakte van 250 m2 is ruimschoots voldoende om particulieren in hun stroombehoefte te laten voorzien19.
4.6
Glastuinbouwgebied (trede 3 zonneladder) Aandachtspunten glastuinbouwgebied Nieuwkoop In het glastuinbouwgebied (concentratiegebied glastuinbouw en maatwerkgebieden) is een combinatie van glastuinbouw en zonnevelden interessant met het oog op het benutten van geproduceerde elektriciteit voor de eigen bedrijfsvoering en het uitwisselen van stroom bij overcapaciteit (vraag en aanbod bij elkaar brengen). In de toekomst kan de vraag naar elektriciteit toenemen als bedrijven van het aardgas afgaan (Bijlage C). Zoals beschreven in paragraaf 3.2.2 wordt het glastuinbouwgebied in de Noordrand tot 2030 niet kansrijk geacht voor grootschalige zonnevelden: ➢ Het elektriciteitsnet is niet berekend op grootschalige inname van geproduceerde groene stroom. De onderstations liggen te ver weg en het middenspanningsnet in het gebied heeft een beperkte capaciteit (in totaal maximaal 4 ha zonneveld20). Ook is het net gevoelig voor congestie. ➢ De verkavelingsstructuur, slotenpatroon, belevingslijnen en de ruimte voor de verschillende bouwstenen zijn bepalend voor de grootte van de velden. Het landschap wordt gekenmerkt door een smalle strokenverkaveling met een afwisselend open en besloten karakter en een duidelijk lint aan het Nieuwveens Jaagpad.
Provinciale Omgevingsvisie Voor het toestaan van zonnevelden in glastuinbouwgebied heeft de provincie een aantal richtlijnen opgenomen in Provinciale Omgevingsvisie: ➢ Realisering van een zonneveld in glastuinbouwgebied is alleen mogelijk als dit geen verdringend effect heeft op de functie glastuinbouw.
19 20
Ruimte voor ca 100 panelen van 410 Wp bij max. verdichting inclusief struweel of hagen Schatting Liander, huidige situatie; met de opmerking dat er onvoldoende vrije velden (‘stopcontacten’) beschikbaar zijn om projecten > 2 MW aan te sluiten.
Deel A: Locatiespecifieke spoor, trede 2 en 3 zonneladder
24 24
Beleidskader
➢
Qua uitstraling sluiten zonnevelden goed aan bij glastuinbouw, maar er moet behoedzaam omgegaan worden met de groene ruimtes in de vaak dichtbebouwde kassengebieden.
Toetsing aan tijdelijk deel omgevingsplan Het tijdelijk deel van het omgevingsplan, dat onder andere bestaat uit de bestemmingsplannen die tot en met 31 december 2023 van kracht waren, is leidend voor het toestaan van zonnevelden in glastuinbouwgebied. Dat geldt zowel voor het concentratiegebied in de noordrand (tussen Nieuwveen en Vrouwenakker) als de maatwerkgebieden (rondom Papenveer). Alleen wanneer het gewenste zonneveld niet binnen het omgevingsplan past, zal het ingediende plan getoetst worden aan dit beleidskader. In de overige gevallen dient dit beleidskader als leidraad voor het afgeven van vergunningen. Doorgaans heeft het perceel waarop een glastuinbouwbedrijf is gelegen binnen het tijdelijk deel van het omgevingsplan de enkelbestemming ‘Agrarisch - Glastuinbouw’. Een dergelijk bestemmingsvlak in een glastuinbouwgebied wordt planologisch beschouwd als een bouwvlak21. Binnen dit bouwvlak zijn zonnevelden doorgaans toegestaan, mits het zonneveld voldoet aan de daarvoor geldende bouwregels en de geproduceerde elektriciteit gebruikt wordt om de hoofdactiviteit in stand te houden; dus gekoppeld is aan de functie glastuinbouw. Zonder deze koppeling is een zonneveld op een bouwvlak in glastuingebied (via het locatiespecifieke spoor) niet toegestaan.
Ontwerpprincipes De ontwerpprincipes voor zonnevelden in het locatiespecifieke spoor, zoals omschreven in paragraaf 4.5, zijn gedeeltelijk van toepassing op zonnevelden binnen glastuinbouwgebied. Zo is de lage opstelling van zonnepanelen geen vereiste, omdat in dit besloten tuinbouwlandschap de openheid geen kernkwaliteit is. Tegelijkertijd is een hoge opstelling of integratie met kassen, inclusief geschikte teelten, juist goed denkbaar. Afwijkend ten opzichte van de ruimtelijke voorwaarden en ontwerpprincipes, zoals beschreven in paragraaf 4.4 en 4.5, kan gesteld worden dat: ➢ Het netto oppervlak van een zonneveld groter kan uitvallen dan 500 m2 vanwege dat de ruimte binnen een bouwvlak groter is. De omvang van een zonneveld binnen een bouwvlak is alleen begrensd vanwege dat deze hoofdzakelijk gebruikt dient te worden voor het opwekken van stroom voor de eigen energievoorziening (het energiegebruik van de hoofdactiviteit). Uitwisseling van stroom (met andere tuinders) bij overcapaciteit is mogelijk. ➢ Er afgeweken kan worden van de maximale bouwhoogte van 1,5 meter. ➢ Landschappelijke inpassing achterwege kan blijven indien een zonneveld volledig ingesloten is tussen kassen en bebouwing. Voor ontwerpvoorbeelden van zonnevelden in combinatie met glastuinbouw wordt verwezen naar de eindrapportage landschappelijke inpassing zonnevelden Nieuwkoop (Bijlage E). 21
In de provinciale omgevingsverordening wordt de term agrarische bouwperceel gehanteerd. In de gemeente Nieuwkoop staat deze vaak gelijk aan een bouwvlak in het buitengebied
Deel A: Locatiespecifieke spoor, trede 2 en 3 zonneladder
25 25
Beleidskader
4.7
Uitvoering De volgende stappen worden doorlopen voor het indienen van een omgevingsvergunning: Stap 1: voorbereiding initiatiefnemer Initiatiefnemer neemt kennis van voorliggend beleid en toetst zelf of het initiatief past binnen het omgevingsplan en/of de voorwaarden in het beleidskader zonneenergie gemeente Nieuwkoop. Initiatiefnemer stelt een plan op, rekening houdend met de ontwerpprincipes in het beleidskader, waarna een vergunningaanvraag ingediend kan worden22. Stap 2: aanvraag omgevingsvergunning Met de omgevingsvergunningaanvraag start de voorgeschreven procedure onder de Omgevingswet. Met de aanvraag dient Initiatiefnemer het volgende aan te leveren: ➢ Kaartje met ligging en begrenzing van het projectgebied. ➢ Gemaatvoerde tekeningen van het zonneveld (op schaal). ➢ Technische gegevens: - beoogde opwek in relatie met energiegebruik; - omvang van het zonneveld; - oriëntatie en hoogte tafels/ ruimte tussen de tafels; - hoe omgegaan is met de ontwerpprincipes (trede 3 zonneladder) zoals genoemd in paragraaf 4.5.
➢ Onderbouwing evenwichtige toedeling van functie aan locatie, waarbij wordt ingegaan op: - waarom de projectlocatie geschikt is voor de ontwikkeling van een zonneveld; landschappelijke inpassing en beheer van het zonneveld ten behoeve van verbetering biodiversiteit; - hoe wordt voldaan aan de overige voorwaarden ten aanzien van trede 2 of 3 van de zonneladder (paragrafen 4.3 en 4.4). Stap 3: vergunningverlening en realisatie Onderdeel van de vergunningverlening is de bereidheid van de aanvrager om het risico op nadeelcompensatie (voorheen planschade) van de gemeente over te nemen. Hierover dient de aanvrager een schadevergoedingsovereenkomst met de gemeente af te sluiten. De gemeente stuurt het betreffende formulier op naar de aanvrager met de vraag deze te ondertekenen en retour te sturen. Nadat de omgevingsvergunning voor de zonnestroominstallatie onherroepelijk is geworden en aan alle voorschriften in de vergunning is voldaan, kan het zonneveld – volgens de regels van de gemeente –worden aangelegd. De aanvrager dient zelf na te gaan of er nog aanvullende vergunningen vanuit andere overheden
22
De aanvraag voldoet aan de aanvraagvereisten zoals opgenomen in de Omgevingsregeling.
Deel A: Locatiespecifieke spoor, trede 2 en 3 zonneladder
26 26
Beleidskader
(provincie, waterschap) nodig zijn. Het zonneveld wordt overeenkomstig de afspraken aangelegd, onderhouden en beheerd. In bijlage I is een beslisboom opgenomen voor het beoordelen van vergunningaanvragen voor het opwekken van zonne-energie binnen de gemeente Nieuwkoop.
4.7.1
Bezwaar en beroep Tegen het vaststellen van het beleidskader is geen bezwaar en beroep mogelijk. Nadat het beleidskader is vastgesteld, worden aanvragen voor vergunningen getoetst aan wet- en regelgeving en aan de voorwaarden uit dit beleidskader. De planologische procedures (zoals het afwijken op het Omgevingsplan) en vergunningverlening staan open voor bezwaar en beroep. Nadat de omgevingsvergunning is verleend is de gemeente bevoegd gezag en kan ze handhavend optreden als niet aan de regels uit de vergunning wordt voldaan.
27 Deel A: Locatiespecifieke spoor, trede 2 en 3 zonneladder
27
Beleidskader
Hoofdstuk 5 Deel B: Gebiedsgerichte spoor, trede 4 zonneladder 5.1
Introductie In dit hoofdstuk is het beleid voor grootschalige opwek van zonne-energie in de gemeente Nieuwkoop opgenomen (trede 4 van de zonneladder), die alleen via een gebiedsgerichte aanpak (paragraaf 2.2) gerealiseerd kunnen worden. Ingegaan wordt op de uitgangspunten, voorwaarden en ruimtelijke, technische en maatschappelijke criteria die daarbij gelden. De ontwikkeling van een zonneveld via het gebiedsgerichte spoor is alleen mogelijk in de zoekgebieden zonnevelden zoals deze zijn begrensd in figuur 5, paragraaf 3.3 van dit beleidskader. Wanneer een bepaalde opstelling vereist dat een zonneveld - qua situering - iets groter uitvalt dan de contouren van het zoekgebied, en dit tot een aantoonbaar betere landschappelijke inpassing leidt, zal het college voor dat deel een separate belangenafweging maken. Voor nieuwe zoekgebieden geldt dat deze alleen de status zoekgebied kunnen krijgen als deze voldoen aan de voorwaarden zoals beschreven in paragraaf 3.1.