20210922_t_NL.IMRO.0569.bpNWVweteringplein-on01 (toelichting)
Tekst van het document
bestemmingsplan
Weteringplein, Nieuwveen Gemeente Nieuwkoop
Planstatus:
ontwerp
Plan identificatie:
NL.IMRO.0569.bpNWVweteringplein-on01
Datum:
2021-09-22
Contactpersoon Buro SRO:
R. van der Made | S. Koop
Kenmerk Buro SRO:
SR210121
Opdrachtgever:
Woningstichting Nieuwkoop
Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl
BTW nummer: KvK nummer: Rabobank rekeningnummer:
NL8187.16.071.B01 30232281 NL44.RABO.0142.1540.24 t.n.v. Buro SRO B.V. te Utrecht
2
Inhoudsopgave 1 Inleiding ................................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................................... 5 1.2 Ligging plangebied............................................................................................................................................... 5 1.3 Geldende bestemmingsplannen ......................................................................................................................... 6 1.4 Leeswijzer ............................................................................................................................................................ 8
2 Planbeschrijving ...................................................................................................................................... 9 2.1 Huidige situatie ................................................................................................................................................... 9 2.2 Toekomstige situatie ......................................................................................................................................... 10 2.3 Beeldkwaliteit ................................................................................................................................................... 12
3 Beleidskader .......................................................................................................................................... 18 3.1 Nationaal beleid ................................................................................................................................................ 18 3.2 Provinciaal beleid .............................................................................................................................................. 21 3.3 Regionaal beleid ................................................................................................................................................ 25 3.4 Gemeentelijk beleid .......................................................................................................................................... 27
4 Omgevingsaspecten .............................................................................................................................. 29 4.1 Milieueffectrapportage ..................................................................................................................................... 29 4.2 Milieu ................................................................................................................................................................ 30 4.3 Ecologie ............................................................................................................................................................. 34 4.4 Archeologie ....................................................................................................................................................... 37 4.5 Cultuurhistorie .................................................................................................................................................. 37 4.6 Water ................................................................................................................................................................ 39 4.7 Duurzaamheid ...................................................................................................................................................
41 4.8 Verkeer en parkeren ......................................................................................................................................... 42
5 Juridische planbeschrijving ................................................................................................................... 46 5.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 46 5.2 Toelichting ......................................................................................................................................................... 46 5.3 Verbeelding ....................................................................................................................................................... 46 5.4 Planregels .......................................................................................................................................................... 46 5.5 Wijze van bestemmen ....................................................................................................................................... 47
6 Economische uitvoerbaarheid .............................................................................................................. 48 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................................... 49 7.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 49 7.2 Verslag artikel 3.1.1 Bro overleg ....................................................................................................................... 49 7.3 Verslag zienswijzen ........................................................................................................................................... 50
3
4
1 Inleiding 1.1 Aanleiding Woningstichting Nieuwkoop is voornemens om samen met de gemeente Nieuwkoop de planlocatie aan de Anne Hendrik Kooistrastraat in het centrum van Nieuwveen te ontwikkelen naar woningbouw en een nieuw dorpsplein. Met de ontwikkeling worden maximaal 50 sociale huurappartementen gerealiseerd. Daarnaast wordt de openbare ruimte opnieuw ingericht, onder ander ten behoeve van de bijbehorende parkeerplaatsen. Met het nieuwe dorpsplein wordt aansluiting gezocht op het bestaande dorpsplein. Voor de planlocatie is door de initiatiefnemer in 2013 een aanvraag ingediend. Deze omgevingsvergunning is door de gemeente Nieuwkoop verleend, maar op basis van een hoger beroep door de Raad van State vernietigd. Er was destijds onvoldoende onderbouwd dat het plan goed in het beschermde dorpsgezicht van het centrum van Nieuwveen zou passen. In het recente stedenbouwkundig plan dat in overleg met de omwonenden tot stand is gekomen, wordt wel rekening gehouden met het beschermd dorpsgezicht. Het geldende bestemmingsplan staat het beoogde plan niet toe. Om het beoogde plan juridischplanologisch mogelijk te maken dient een nieuw bestemmingsplan vastgesteld te worden. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hierin.
1.2 Ligging plangebied Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan is gelegen in het centrum van Nieuwveen. De locatie wordt begrensd door de Anne Hendrik Kooistrastraat, de Muggenlaan, de Viergang en het landgoed Ursula. Het plangebied maakt deel uit van de percelen bekend onder de kadastrale gemeente Nieuwveen, sectie A, percelen 2474, 2542, 2543, 2544, 2621, 2622, 2623 (allen geheel) en de percelen 566, 2358, 2569 en 2624 (allen gedeeltelijk). De navolgende afbeeldingen tonen de globale ligging en begrenzing van het plangebied.
Globale ligging plangebied, rood omcirkeld (bron: Google Maps)
5
Globale begrenzing plangebied, rood omkaderd (bron: Google Maps)
1.3 Geldende bestemmingsplannen Bestemmingsplan 'Kern Nieuwveen' Voor het grootste deel van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Kern Nieuwveen', vastgesteld op 3 oktober 2006 door de voormalige gemeente Liemeer. In dit bestemmingsplan beschikken de gronden over de bestemming 'Maatschappelijk uit te werken'. De navolgende afbeelding toont een uitsnede van het bestemmingsplan 'Kern Nieuwveen'.
Uitsnede bestemmingsplan 'Kern Nieuwveen', plangebied rood omkaderd (bron: gemeente Liemeer)
De op de plankaart voor 'Maatschappelijk uit te werken' gronden zijn bestemd voor de uitwerking in de bestemmingen Dienstverlening en detailhandel, Maatschappelijk, Verkeer-verblijf en Wonen. In Artikel 11
6
zijn verschillende uitgangspunten en uitwerkingsvoorwaarden opgenomen, waaraan voldaan moet worden om de bestemming door middel van een uitwerkingsplan uit te werken. Bestemmingsplan ‘Kernen Nieuwveen, Zevenhoven en Noordeinde’ Een aantal delen van het plangebied liggen binnen de plangrenzen van het geldende bestemmingsplan 'Kernen Nieuwveen, Zevenhoven en Noordeinde', vastgesteld op 15 december 2016 door de raad van de gemeente Nieuwkoop. Deze gronden zijn voorzien van de bestemmingen 'Gemengd - Ursula', 'Groen' en 'Verkeer - Verblijfsgebied'. De navolgende afbeelding toont een uitsnede van het bestemmingsplan 'Kernen Nieuwveen, Zevenhoven en Noordeinde'.
Uitsnede bestemmingsplan 'Kernen Nieuwveen, Zevenhoven en Noordeinde', plangebied rood omkaderd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
De gronden aangewezen met de bestemming 'Gemengd - Ursula' zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen, zorgwoningen en wonen. Binnen deze bestemming zijn binnen het bouwvlak gebouwen toegestaan. Het bouwvlak mag voor 50% bebouwd worden met een bouwhoogte van maximaal 11 m. Voor de meest zuidwestelijke gronden van het plangebied is de bestemming 'Groen' opgenomen. Deze gronden zijn bestemd voor de aanleg en instandhouding van groenvoorzieningen. De bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' is opgenomen voor de wegen aan de oost- en westzijde van het plangebied. Daarnaast zijn binnen deze bestemming onder andere groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, waterpartijen en voorzieningen van algemeen nut toegestaan. Voor de gronden rond het plangebied zijn de volgende dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen opgenomen:
• • • •
dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1'; dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'; gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone - 20 ke'; gebiedsaanduiding 'overige zone - beschermd gemeentelijk dorpsgezicht'.
7
Gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden. Bij het oprichten van bouwwerken met een oppervlakte van 100 m² of meer en dieper dan 50 cm is een archeologisch onderzoek noodzakelijk. De gronden die beschikken over de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' zijn mede bestemd voor een waterkering. Voor het bouwen van gebouwen binnen deze dubbelbestemming is een omgevingsvergunning vereist. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone - 20ke' zijn geen nieuwe geluidgevoelige gebouwen toegestaan, met uitzondering van woningen in het bestaand stads- en dorpsgebied. Tevens zijn onder bepaalde voorwaarden woningen buiten bestaand stads- en dorpsgebied toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beschermd gemeentelijk dorpsgezicht' zijn de gronden mede bestemd voor behoud van de cultuurhistorische waarden van het karakteristieke dorpsgezicht Nieuwveen en geldt tevens de 'Erfgoedverordening gemeente Nieuwkoop 2016' en de daarin opgenomen regels. In toelichting paragraaf 4.5 wordt nader ingegaan op het aspect cultuurhistorie. Omgevingsvergunning 2013 In 2013 is een aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van een woon-/zorgcomplex ingediend. Het college van de gemeente Nieuwkoop heeft in september van dat jaar de omgevingsvergunning verleend.
Echter is in de 2015 de omgevingsvergunning door de Raad van State vernietigd doordat er onvoldoende gemotiveerd was dat het plan goed paste in het beschermde dorpsgezicht van Nieuwveen. Conclusie Het beoogde plan om maximaal 50 woningen mogelijk te maken ter plaatse van het plangebied is niet toegestaan volgens de geldende bestemmingsplannen. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken dient een nieuw bestemmingsplan vastgesteld te worden. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hierin.
1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk zal in hoofdstuk 2 het initiatief worden toegelicht. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het relevante beleid. In hoofdstuk 4 wordt het project inhoudelijk op haalbaarheid getoetst aan de hand van het geldende beleid en milieuwetgeving. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planbeschrijving beschreven. Hoofdstuk 6 omvat de economische uitvoerbaarheid. Tot slot bevat hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
8
2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie Planlocatie Momenteel bestaat het plangebied uit (verwilderd) grasland met enkele bomen aan de noordzijde. De locatie ligt sinds 2010 braak. Op het oostelijke gedeelte van het plangebied staat een plataan met een monumentale status. De navolgende afbeelding toont het plangebied in de huidige situatie, gezien vanaf de Anne Hendrik Kooistrastraat.
Planlocatie huidige situatie, gezien vanaf de Anne Hendrik Kooistrastraat (bron: Google Maps)
Nieuwveen Het dorp Nieuwveen ligt midden in het Groene Hart in de gemeente Nieuwkoop en heeft ca. 4.000 inwoners. Tot 1991 was Nieuwveen een zelfstandige gemeente en tot 1 januari 2007 maakte het deel uit van de gemeente Liemeer. De grote rijkswegen liggen ver buiten de gemeente Nieuwkoop en deze wordt enkel doorkruist door de N231, N460 en N462. De omgeving van Nieuwveen heeft een rustige en groene sfeer met veel recreatieve mogelijkheden, zoals fietsroutes en watersport. Omgeving De planlocatie ligt ten westen van het centrum van Nieuwveen. In het centrum zijn verschillende winkels te vinden, zoals een supermarkt, kapper, bakker en horecagelegenheden. Boven de winkels ten oosten van de planlocatie bevinden zich woningen. Het complex bestaat uit twee bouwlagen en heeft een dak bestaande uit ritmisch geplaatste dwarskappen. De Anne Hendrik Kooistrastraat is een van de toegangswegen tot het centrum van Nieuwveen. Aan dit historische bebouwingslint is de bebouwing voornamelijk kleinschalig en bestaat uit vrijstaande woningen, twee-onder-een-kapwoningen en korte rijtjes. De woningen zijn meestal voorzien van één of twee bouwlagen met een kap. Aan de noordzijde van het bebouwingslint worden grotere gebouwen en eenheden ingepast. Deze bebouwing heeft aan de straatzijde voornamelijk een groene en pleinachtige uitstraling.
De planlocatie is ook gelegen aan de noordzijde van het bebouwingslint.
9
Ten noorden van het plangebied ligt landgoed Ursula. Dit landgoed is eigendom van zorginstelling Ipse de Bruggen. Het betreft een landschappelijk ingericht zorglandgoed met een rijke geschiedenis. Er wonen ongeveer 500 mensen met een verstandelijke beperking. Aan de oostzijde van het plangebied ligt de Muggenlaan. Dit is een verlengde van de Kerkstraat en is een langzaam verkeersverbinding tussen het dorp en landgoed Ursula. Tevens vormt deze route een verbinding tussen de kerk, het centrum en het landgoed. Op het landgoed zijn verschillende openbare functies aanwezig die toegankelijk zijn voor het dorp. De Viergang aan de westzijde van het plangebied vormt de entree per auto naar landgoed Ursula. Daarnaast is via deze weg de woonbuurt ten westen daarvan bereikbaar. De navolgende afbeelding toont een analyse van de bestaande situatie.
Analyse bestaande situatie (bron: Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan)
2.2 Toekomstige situatie Met het voorliggende plan wordt de planlocatie ontwikkeld tot woningbouw met maximaal 50 sociale huurappartementen. Daarnaast wordt de openbare ruimte opnieuw ingericht ten behoeve van parkeerplaatsen, groen en een plein. De stedenbouwkundige verkaveling is goed ingepast in de omgeving. Zo wordt er qua schaal en structuur aansluiting gezocht op zowel het winkelcentrum als op de Anne Hendrik Kooistrastraat en landgoed Ursula. Het plan heeft dan ook een centrumdorpse uitstraling. Om de bewoners van Nieuwveen zoveel mogelijk bij de plannen te betrekken is er een uitgebreid participatietraject doorlopen. Aan de hand van de uitkomsten van deze procedure is een stedenbouwkundig plan, met bijbehorend inrichtingsplan en beeldkwaliteitsplan opgesteld (10 maart 2021, HBN-Architecten en Arkus Ontwerp, zie bijlagen bij toelichting bijlage 1). Het college van burgemeester en wethouders heeft op 23 maart 2021 ingestemd met het stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan van de Centrumlocatie Nieuwveen als uitgangspunt voor het op te stellen bestemmingsplan. Woningbouwprogramma Er worden maximaal 50 sociale huurappartementen voor één- en tweepersoons huishoudens gerealiseerd. De appartementen zijn verdeeld over verschillende woonblokken.
De sociale huurappartementen worden in eerste instantie verhuurd aan jongeren (starters) en senioren, waarna op termijn de verdeling verschuift over de doelgroepen met de behoefte. Om die reden worden de woningen tijdens de bouw geschikt gemaakt voor de verschillende doelgroepen en worden ze levensloopbestendig ontworpen.
10
De navolgende afbeelding toont een impressie van de woonblokken in de omgeving.
Impressie woonblokken in de omgeving (bron: Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan)
Stedenbouwkundige opzet en openbare ruimte De woningen aan de westzijde worden in een U-vorm rond een hofje met de uitstraling van een binnentuin gerealiseerd. Hierdoor krijgt het hofje een semiopenbaar karakter en worden er geen doorgaande gevels langs de Anne Hendrik Kooistrastaat mogelijk gemaakt. Voor de bebouwing rond het hofje wordt een architectonische eenheid gecreëerd die aansluit op het centumdorpse karakter. Door deze heldere, eenvoudige opzet kan met simpele middelen een genuanceerd en bij het dorp passend ontwerp gerealiseerd worden met ruimte voor voldoende woningen. Ook rondom het nieuwe dorpsplein worden samenhangende woonblokken gerealiseerd. Tussen de woningen aan het hofje en het dorpsplein bevindt zich een doorgang. Met dit principe is een compacte verkaveling mogelijk. Door deze compacte verkaveling ontstaat er veel ruimte rondom de bouwblokken, wat de dorpse sfeer ten goede komt. Het plein sluit aan op het bestaande dorpsplein en wordt deels ingericht als ontmoetingsruimte of voor activiteiten voor het dorp, bijvoorbeeld voor een kunstmarkt en braderie, en deels als groene ruimte rond de monumentale plantaan die behouden blijft. Met deze stedenbouwkundige opzet wordt aangesloten op de bijzondere bebouwing aan de noordzijde van de Anne Hendrik Kooistrastraat, zoals de Heilige Nicolaaskerk, het winkelcentrum en Sassenoord.
11
De navolgende afbeelding toont een situatietekening van de toekomstige situatie.
Situatietekening toekomstige situatie (bron: Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan)
Ontsluiting en parkeren De Muggenlaan vormt de oostelijke begrenzing, maar valt buiten het plangebied. Om de beoogde bebouwing aan de westzijde mogelijk te maken, wordt de Viergang aangepast en recht doorgetrokken naar de Anne Hendrik Kooistrastraat. Het aanpassen van de Viergang zorgt voor een betere verkeersveiligheid. Daarnaast wordt door een efficiënter ruimtegebruik de kavel voor het plan vergroot, waardoor de bebouwing beter ingepast kan worden en er ruimte overblijft voor de openbare ruimtes. De Viergang zal tevens gaan dienen als ontsluiting richting de aan de noordwestzijde gelegen parkeerplaatsen. Binnen het plangebied worden in totaal 42 parkeerplaatsen mogelijk gemaakt, geconcentreerd in een enkele parkeerkoffer achter de bebouwing. Bij het ontwerp van de parkeervakken wordt rekening gehouden met mindervalidenplaatsen en worden voorbereidingen getroffen voor elektrische laadpalen. Daarnaast dient er gebruik gemaakt te worden van bestaande parkeerplaatsen in de omgeving, bijvoorbeeld langs de Jan Sassestraat. Langs de (verplaatste) Viergang is ruimte gereserveerd voor de aanleg van vier extra parkeerplaatsen, mocht dit in de toekomst nodig blijken.
2.3 Beeldkwaliteit Naast een stedenbouwkundig plan is voor de ontwikkeling ook een beeldkwaliteitsplan opgesteld. De principes voor de beeldkwaliteit zijn afgeleid van de uitkomsten van de participatiebijeenkomsten. Met het plan wordt kwaliteit gezocht in de samenhang tussen het hofje, het plein en de groenstructuur en in de relatie met het dorp.
12
De navolgende afbeelding toont het beoogde plan in relatie met het dorp.
Toekomstige situatie in relatie met het dorp (bron: Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan)
Bebouwing Het hoofduitgangspunt voor de bebouwing is de aansluiting op de centrumdorpse kwaliteiten in de omgeving. Zoals al eerder aangegeven worden de woningen rond een hofje en rond een plein gepositioneerd, waarbij het belangrijk is dat de woningen op deze ruimtes zijn georiënteerd. De navolgende afbeelding toont de oriëntatie van de bebouwing.
Oriëntatie van de bebouwing (bron: Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan)
De bebouwing rond het hofje en rond het plein is qua vormgeving rustig en passend bij de dorpse setting. De volumes bestaan uit eenvoudige rechthoekige blokken met een kap, of met meerdere kappen. De blokken blijven compact met een beperkte lengte. Hierdoor ontstaat geen grootschaligheid. De kappen zijn
13
uitgevoerd als rustig vormgegeven langskap of als regelmatig geordende dwarskappen. Het uitgangspunt voor de bebouwing is dat het geheel rustig en ingetogen blijft. Eventueel kan een deel van de bebouwing uitgevoerd worden met een plat dak. Daarnaast kunnen eventueel dakkapellen worden opgenomen. In het dakvlak worden zonnepanelen geplaatst. De kleur en het materiaal van de daken moet afgestemd worden op de kleur van de zonnepanelen. Met het plan wordt gezocht naar een hedendaagse architectuur. De bebouwing bestaat uit twee ensembles, waarbij het middelste deel van de bebouwing van beide ensembles deel uitmaakt. De ensembles hebben accentverschillen, maar tegelijkertijd hangen beide eenheden wel duidelijk samen. De architectuur is als volgt:
• • • • •
van deze tijd, maar wel met een duidelijke knipoog naar het verleden; op een vanzelfsprekende manier op zijn plek op deze locatie; sfeervol, warm, een vertrouwd beeld; straalt rust uit; vormt de verschillende gebouwen tot één herkenbaar ensemble.
De bebouwing aan de Anne Hendrik Kooistrastraat heeft een hoogte van maximaal twee lagen met kap en aan de zijde van Landgoed Ursula maximaal drie lagen met kap. Hierdoor wordt het volume van de bebouwing niet te groot. Door de beoogde verkaveling liggen de kopgevels aan de zijde van de Anne Hendrik Kooistrastraat en de Muggenlaan. De kopgevels zijn niet te groot en worden afgestemd op de omgeving. Bij de kopgevels wordt extra aandacht besteed aan verfijnde detaillering. Hierbij kan ook gedacht worden aan kunst in de kopgevels. Om de hoogte aan de Anne Hendrik Kooistrastraat te beperken kan er eventueel gewerkt worden met een lager volume of met een lagere goothoogte aan de straat. De kopgevels mogen van elkaar afwijken. Voor de overige gevels geldt dat de gevelvlakken niet monotoon moet worden. Enige afwisseling in de gevel is noodzakelijk. De gevel mag niet te vlak of strak zijn; dit is te modern om te passen bij de dorpse atmosfeer. Aan de zijde van het hofje en het plein worden balkons toegepast. Deze balkons hebben een grote invloed op de uitstraling van de gebouwen. Het is dan ook van essentieel belang dat de balkons integraal ontworpen worden met het totaalbeeld van de architectuur.
14
De navolgende afbeelding toont referentiebeelden voor de gevels.
Referentiebeelden gevels (bron Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan)
De bergingen van de woningen zijn in de hoofdvolumes opgenomen. Hierdoor zijn er geen losse bergingen in de openbare ruimte. Inrichting De inrichting van het plangebied bestaat uit meerdere elementen, zoals de binnentuin van het hofje, het plein met daarin opgenomen de bestaande monumentale plataan, de groenstroken langs de Anne Hendrik Kooistrastraat en de Muggenlaan, het parkeerterrein en de voetpaden die de onderdelen met elkaar verbinden en de locatie koppelen aan de omgeving. De groene binnentuin van het hofje bestaat uit eenvoudig groen met lage hagen, bodembedekkers, sierheesters en deels wintergroen. In verbant met de gewenste daglichttoetreding en het gewenste uitzicht vanuit de woningen wordt het groen voorzien van een beperkte hoogte. Het toevoegen van één of enkele bomen zorgt voor een overgang naar de Anne Hendrik Kooistrastraat. Op het hofje is eventueel ruimte voor een gezamenlijk terras en een lage gebouwde afscheiding op de grens met de Anne Hendrik Kooistrastraat. De paden in het hofje sluiten aan op de trottoirs langs de omliggende straten en worden in dezelfde bestrating uitgevoerd. De paden direct langs de woningen kunnen tevens als buitenruimte worden gebruikt. De buitenruimte maakt integraal deel uit van het hofje. Een aparte afscherming is dan ook niet wenselijk. De sfeer is informeel maar mag niet rommelig worden. Het hofje is ook openbaar toegankelijk.
15
De navolgende afbeelding toont referentiebeelden voor het hofje.
Referentiebeelden hofje (bron: Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan)
Het plein bestaat uit twee delen, maar het is belangrijk dat beide delen één samenhangend geheel is. Het pleingedeelte op de hoek van de Anne Hendrik Kooistrastraat en de Muggenlaan wordt ingericht voor een verblijfsfunctie met een pleinachtige invulling. Het plein is gericht op kleine festiviteiten, een ontmoetingsplek en rust. Het vervangt het beoogde gebruik van het huidige Dorpsplein voor 't Liemerhof, dat inmiddels is ingericht als parkeerterrein. De sfeer van het nieuwe plein moet gezelligheid uitstralen. Langs de Anne Hendrik Kooistrastraat wordt een dubbele bomenrij aangeplant en er worden verschillende groenelementen toegevoegd. Het plein wordt voorzien van bankjes die uitkijken over het plein. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om een watertappunt of klassieke dorpspomp en langs de randen ondergrondse afvalcontainers in te passen. Het noordelijke deel van het plein, rondom de monumentale plantaan wordt overwegend groen ingericht, passend bij de centrale dorpse plek. Met de groene en prettige uitstraling wordt een aangename verblijfskwaliteit gecreëerd. Onder de kroonprojectie is op een ruime afstand van de stam beperkt verharding mogelijk. Aan het noordelijke gedeelte worden grote groenvlakken toegevoegd. Door de plataan goed in te passen krijgt deze een waardevolle plek in het ontwerp.
Ook in op dit gedeelte van het plein worden bankjes of randen om op te zitten toegevoegd. Langs de randen is eventueel ruimte voor het inpassen van ondergrondse afvalcontainers. Voor de woningen is ruimte voor een kleine privé tuin. Deze mag niet met een hoog hek worden afgeschermd, maar met een lage borstwering of haag van maximaal 1 m hoog.
16
De navolgende afbeelding toont referentiebeelden voor het plein.
Referentiebeelden plein (bron: Stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan)
Parkeerterrein Het parkeer terrein wordt op het noordwestelijke gedeelte van het plangebied gerealiseerd. Om de auto's uit het zicht te onttrekken wordt het parkeerterrein omzoomd door een haag voorzien van voetgangersdoorsteken. Voor de parkeervakken is het mogelijk om de verharding te beperken door het gebruik van bijvoorbeeld graskeien. Het parkeerterrein krijgt een wat landschappelijkere uitstraling en draagt bij aan de waterhuishouding. Het parkeerterrein sluit aan op de lager gelegen entreeweg. Er dient rekening gehouden te worden met het te overbruggen hoogteverschil.
17
3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de bovenals de ondergrond. Planspecifiek Gezien de aard en omvang is de NOVI verder niet specifiek van belang. Wel wordt er aangesloten op de ambities en belangen van het Rijk, zoals het realiseren en behouden van een goede leefomgevingskwaliteit en het realiseren van nieuwe woningen. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur respectievelijk bij of krachtens provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 14 nationale belangen opgenomen die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.
Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012, 1 juli 2014 en 1 juli 2016 op onderdelen aangevuld. Planspecifiek Het plangebied raakt niet aan een van de nationale belangen van het Barro, deze zijn niet specifiek van toepassing. 3.1.3 Luchthavenindelingbesluit Schiphol Het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) legt beperkingen op aan bebouwing, activiteiten en functies in de buurt van luchthaven Schiphol. De beperkingen zijn ingesteld om te voorkomen dat objecten of gebruiksfuncties worden ontwikkeld die: 1. 2.
het vliegverkeer belemmeren en/of in gevaar brengen (vliegveiligheid); zelf te veel geluidhinder of risico ondervinden als gevolg van het vliegverkeer (externe veiligheid en geluid).
18
Planspecifiek Zoals op onderstaande afbeelding af te lezen is, ligt de projectlocatie in de zone van het beperkingengebied van het LIB met de aanduiding nummer 5.
Uitsnede beperkingengebied bebouwing LIB (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Voor gronden die aangewezen zijn met nummer 5 geldt dat buiten bestaand stedelijk gebied geen nieuwe woningbouwlocaties toegestaan zijn. Echter bevindt het plangebied zich in het centrum van de kern Nieuwveen en ligt het binnen bestaand stedelijk gebied. Externe veiligheid Daarnaast moet op grond van artikel 2.2.1d van het LIB gemotiveerd op welke wijze rekening is gehouden met de mogelijke gevolgen van een vliegtuigongeval met meerdere slachtoffers op de grond. Voor de onderbouwing van mogelijk gevaar kan gebruikt worden gemaakt van het 'Stappenplan LIB5 voor externe veiligheid', dat is opgesteld in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Deze stappen zijn als volgt: 1. 2. 3. 4.
Er wordt bepaald of een aanvraag omgevingsvergunning of een initiatief past binnen het bestemmingsplan en welke overige wet- en regelgeving van toepassing is. Er wordt geïnventariseerd welke elementen een rol spelen voor het desbetreffende initiatief. Er wordt beoordeeld of overleg met de veiligheidsregio noodzakelijk is. Deze stap heeft als resultaat een concrete tekst die in de onderbouwing van de omgevingsvergunning dan wel in de plantoelichting wordt opgenomen om aan de motiveringsplicht te voldoen.
Ad 1) Uit de voorliggende paragraaf en de overige paragrafen van deze toelichting volgt dat het initiatief niet past binnen het bestemmingsplan, in LIB 5 ligt en in overeenstemming is met overige wet- en regelgeving. Ad 2) Het risico van een vliegtuigongeval neemt toe naarmate de intensiteit van het ruimtegebruik toeneemt. Bij het voorgenomen plan neemt de intensiteit van het ruimtegebruik nauwelijks toe. Van belang hierbij is ook de aanwezigheid van gevaarlijke of ontplofbare objecten op de grond, waardoor vervolgschade kan ontstaan. In en nabij het plangebied ontbreken deze objecten. De kans op een vliegtuigongeval nabij het plangebied is zeer klein. Deze kans is in ieder geval kleiner dan 1 op de 1 miljoen per jaar, gelet op de ligging buiten de zone 3 van het beperkingengebied. Een kans van 1 op de 1 miljoen per jaar is dusdanig gering dat het risico aanvaardbaar wordt geacht.
19
Om de risico's bij een vliegtuigongeval zo laag mogelijk te houden kunnen maatregelen ten behoeve van de bestrijdbaarheid van de gevolgen, zoals het verbeteren van vlucht- en toegangswegen voor hulpdiensten, en de zelfredzaamheid van personen, zoals voorlichting, rampenbestrijdingsplannen en oefeningen, getroffen worden. Het plangebied is goed te ontvluchten en goed bereikbaar voor hulpdiensten. Het uitgangspunt voor de beoogde woningen is dat bewoners zichzelf en anderen goed kunnen redden. Er worden geen functies voorzien voor personen met een minder fysieke gesteldheid, die daardoor een beperkte zelfredzaamheid hebben. Verder is het advies aan personen om bij een vliegtuigongeval niet te gaan kijken, afstand te houden bij brand vanwege hitte, giftige rook en mogelijk vrijkomende gevaarlijke stoffen en 112 te bellen. Ad 3) De Veiligheidsregio Hollands Midden zal in het kader van het vooroverleg een advies uitbrengen. Ad 4) Aan de motivering van stap 4 liggen de volgende overwegingen ten grondslag:
•
Vergelijking met andere risico's en risicoprofiel: zoals bovenstaand is toegelicht is de waarschijnlijkheid van een vliegtuigongeval zeer beperkt. Vergeleken met andere risicobronnen, zoals reguliere branden, verkeersongevallen en wateroverlast, is het risico zeer laag. Met het voorgenomen plan verbetert de ruimtelijke kwaliteit. In de toekomstige situatie wordt meer levendigheid verwacht, wat een positief effect op de sociale veiligheid heeft. Er wordt geadviseerd het risico op een vliegtuigongeval, vergeleken met andere risico's en rekening houdend met de positieve uitwerking van het plan, aanvaardbaar te achten.
•
Beschrijving van de maatregelen, zelfredzaamheid en vluchtroutes: de locatie is bereikbaar voor hulpdiensten vanaf de zuidzijde (Anne Hendrik Kooistrastraat en Kerkstraat) en vanaf de oostzijde (Dorpsstraat). De initiatiefnemer zal de toekomstige bewoners van de beoogde woningen informeren over de risico's en over hoe zij moeten handelen bij vliegtuigongeval. Er zijn voldoende vluchtroutes rond het plangebied. Het beoogde plan zal voldoen aan de veiligheidseisen die volgen uit het Bouwbesluit 2012 en eventueel het advies van de Veiligheidsregio Hollands Midden.
Geluid Er dient vermeld te worden dat sprake is van geluid vanwege het luchtverkeer. De provincie Zuid-Holland en de gemeente Nieuwkoop hebben de beleidsregel ‘Wonen en Vliegen 20 Ke-contour Schiphol’ vastgesteld. In deze beleidsregel is vastgelegd op welke wijze invulling wordt gegeven aan de plicht die volgt uit de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Er moet blijken dat de initiatiefnemer zich realiseert dat er geluidhinder vanwege luchtverkeer op zal treden. Initiatiefnemer zal de toekomstige bewoners van de nieuwe woningen hierover tijdig en juist informeren. Deze informatievoorziening kan vastgelegd worden in een anterieure overeenkomst tussen de gemeente Nieuwkoop en de initiatiefnemer. De initiatiefnemer kan de informatievoorzieningen met een kettingbeding vastleggen in de koopovereenkomst tussen de initiatiefnemer en de toekomstige bewoners. 3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, leden 2 - 4 Bro als volgt omschreven: 2.
3.
De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de
20
4.
beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
Planspecifiek Stedelijke ontwikkeling Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien, ligt tussen de 9 en 14 nieuwe woningen afhankelijk van de omgeving waarin de ontwikkeling plaatsvindt. Het voorliggende plan voorziet in de realisatie van maximaal 50 woningen. Derhalve wordt het plan gezien als stedelijke ontwikkeling en dient het plan getoetst te worden aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Bestaand stedelijk gebied Het bestaand stedelijk gebied wordt volgens het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) als volgt gedefinieerd: ’bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Aangezien de planlocatie gelegen is in het centrum van Nieuwveen met in de omgeving verschillende functies kan geconcludeerd worden dat de planlocatie binnen bestaand stedelijk gebied gelegen is.
Behoefte Uit de Regionale Woon Agenda Holland Rijnland 2017, die in toelichting paragraaf 3.3.2 wordt behandeld, blijkt dat er in de gemeente Nieuwkoop een behoefte aan 810 nieuwe woningen is in de periode 20172030. Daarnaast is er in de gehele regio een behoefte aan 4.100 nieuwe sociale huurwoningen. Uit het meer recente Integraal Woningbouwprogramma Nieuwkoop (zie toelichting paragraaf 3.4.2) blijkt dat er in de gemeente Nieuwkoop in de periode 2019-2029 een woningbouwbehoefte van 1.910 nieuwe woningen is. De centrumlocatie in Nieuwveen staat met 35 woningen in het vaststaand programma van de gemeente. Door meer woningen mogelijk te maken wordt een extra bijdrage geleverd aan de behoefte in de gemeente, maar ook de regio. Conclusie Er kan geconcludeerd worden dat het voorgenomen project voldoet aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking'.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland De meeste recente versie van de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland is in werking getreden op 1 augustus 2020. De Omgevingsvisie bestaat uit vier onderdelen: 1.
Ruimtelijke hoofdstructuur
De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie. Het integrale kaartbeeld van de ruimtelijke hoofdstructuur is opgebouwd uit de volgende kaartbeelden:
21
• • •
het dagelijks stedelijk systeem, dat bestaat uit de stedelijke agglomeratie en de daarmee via hov (hoogwaardig openbaar vervoer) verbonden regiokernen; de hoogstedelijke zone tussen Leiden en Dordrecht; het logistiek-industriële systeem van mainport, greenports langs vaarwegen en zware infrastructuur;
• • • •
de samenhang van grote landschappelijke eenheden met de stedelijke agglomeratie;
2.
Ambities en sturing
de groene ruimte en de groenblauwe structuur; het bodem- en watersysteem; energie.
De provincie wil meer vertrouwen geven aan maatschappelijke initiatieven. De provincie werkt daarom vanuit een aantal sturingsprincipes: opgavegericht, provinciaal belang en maatwerk. De provincie heeft zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze ambities zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en zijn gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar de regio voor staat. De provincie heeft de volgende ambities:
• • • • • •
naar een klimaatbestendige delta; naar een nieuwe economie: the next level;
3.
Omgevingskwaliteit
naar een levendig meerkernige metropool; energievernieuwing; best bereikbare provincie; gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.
Onder 'omgevingskwaliteit' wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. De volgende onderdelen vormen de basis van de omgevingskwaliteit:
•
een beschrijving van de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland: de drie deltalandschappen, de ZuidHollandse steden en de strategische ligging in internationale netwerken;
•
een beschrijving van de bestaande omgevingskwaliteit op basis van de leefomgevingstoets, met aandacht voor aspecten van milieukwaliteit. Hiertoe implementeert de provincie de beleidscyclus en monitor Omgevingskwaliteit;
•
een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit, op basis van de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit'.
4.
Beleidskeuzes
De provincie heeft in de Omgevingsvisie een overzicht gemaakt van samenhangende beleidskeuzes (zie Omgevingsvisie Zuid Holland). Planspecifiek 1.
Ruimtelijke hoofdstructuur
De ruimtelijke hoofdstructuur is voor het beoogde initiatief niet specifiek van belang gezien de aard en omvang van het initiatief.
22
2.
Ambities en sturing
De ambities van de provincie zijn niet specifiek van toepassing voor het beoogde initiatief, maar vormen tevens geen belemmering voor de herontwikkeling. 3.
Omgevingskwaliteit
Voor de beoogde ontwikkeling is de omgevingskwaliteit wel van belang. Hiervoor zullende de relevante kaartlagen van de kwaliteitskaart en de bijbehorende richtpunten nader worden omschreven. Laag van de ondergrond Het meest zuidelijke gedeelte van het plangebied bevindt zich in een veencomplex. Een groot deel van ZuidHolland bestaat uit veengronden met een hoge waterstand. Het veen kent een geringe draagkracht. Daarnaast vinden we hier een groot aantal bestaande en voormalige plassen. De voormalige plassen zijn drooggemalen en staan bekend als droogmakerijen. De ondergrond in deze droogmakerijen varieert van venig tot (oude zee)klei. Binnen het veengebied is een aantal plekken waar in de ondergrond nog grote veenpakketten aanwezig zijn. Niet alleen zijn deze veenpakketten van bijzondere waarde, ook zijn deze gebieden zeer gevoelig voor bodemdaling. Ontwikkelingen in het veenlandschap dragen zorg voor behoud van het veen en zijn met name bij de diepe veenpakketten gericht op het beperken van de bodemdaling. Het plangebied ligt in stedelijk en bebouwd gebied. De beoogde ontwikkeling zal dan ook geen verdere invloed hebben op het veencomplex en de diepe veenpakketten. Daarnaast ligt het noordelijke gedeelte van het plangebied in een 'bijzonder reliëf - oude stroomgordels en stroomafzettingen'. In dit gebied zijn nog een aantal bijzondere, natuurlijke hoogteverschillen te vinden.
Het betreft strandwallen in de kustzone, oude stroomruggen, kreken en geulafzettingen, rivierduinen met donken en oude bovenlanden met restveen. Ontwikkelingen houden de onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap herkenbaar en in stand en archeologische waardevolle structuren blijven behouden. Ter plaatse van het plangebied zijn geen bijzondere hoogteverschillen aanwezig. In toelichting paragraaf 4.4 wordt nader ingegaan op het aspect archeologie. Laag van de cultuur- en natuurlandschappen Het plangebied ligt in het droogmakerijenlandschap. Droogmakerijen zijn ontstaan uit natuurlijke meren en uit verveningen. Ze hebben een duidelijke begrenzing door een ringdijk, ringvaart of oude hoge oeverlanden. Het landschap is visueel open (tenzij het is verstedelijkt), grootschalig en ligt gemiddeld enkele meters lager dan de omgeving. De droogmakerij dient als eenheid herkenbaar te blijven. Daarnaast is het behoud van de (ring)dijk en vaart van belang. Binnen het plangebied zijn geen waardevolle karakteristieken van het droogmakerijenlandschap aanwezig. Het bebouwingslint van de Anne Hendrik Kooistraat bevindt zich aan de zuidzijde van het plangebied. Linten zijn lineaire, aangesloten bebouwingsvormen langs wegen, waterwegen of dijken met een sterke relatie met het omliggende landschap. Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied.
Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Met het voorliggende plan wordt aangesloten op de bebouwing aan de noordzijde van het bebouwingslint. Zo wordt er geen doorgaande gevels langs het lint gerealiseerd en wordt er een hofje en dorpsplein gerealiseerd. Hiermee wordt de gaafheid van het lint zoveel als mogelijk gerespecteerd. Laag van stedelijke occupatie Het plangebied is volgens de kaart 'Laag van stedelijke occupatie' aangewezen als steden en dorpen. Elk dorp ontwikkelt zijn eigen identiteit en bouwt voort op haar karakteristieke structuur en ligging aan en in het landschap. Het dorp is deel van het omringende landschap, doordat onderliggende patronen herkenbaar zijn in de structuur van het dorp. Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van het dorp. Met de ontwikkeling wort qua bebouwing, architectuur en inrichting van de openbare ruimte aangesloten op het centrumdorpse karakter in de omgeving van het plangebied.
23
4.
Beleidskeuzes
De ontwikkeling sluit aan bij de beleidskeuze 'behoud en versterking ruimtelijke kwaliteit'. Het ruimtelijke kwaliteitsbeleid bestaat uit de voorgenoemde lagen van de kwaliteitskaart. Daarnaast zijn er gebiedsprofielen opgesteld, gezamenlijk met decentrale overheden en andere partijen in de regio. De gebiedsprofielen hebben de status van handreiking, maar nadrukkelijk niet de status van toetsingskader. Het plangebied valt binnen het gebiedsprofiel 'Hollands Plassengebied'. Voor elk gebiedsprofiel zijn meerdere kaarten beschikbaar. Hieronder worden alleen de voor het plangebied relevante kaarten besproken die een aanvulling vormen op de reeds genoemde aspecten van de kwaliteitskaart. Kwaliteit stads- en dorpsgebied De planlocatie is gelegen in de historische kern van het dorp Nieuwveen. In de historische kernen van de dorpen in het Hollands Plassengebied is de oorspronkelijke landschappelijke structuur goed afleesbaar in het stratenpatroon en de maat van de verkaveling. Het behoud van de historische kern is wenselijk. Er worden met de ontwikkeling nieuwe appartementen mogelijk gemaakt. Er wordt aansluiting gezocht op het centrumgebied, landgoed Ursula en het bebouwingslint van de Anne Hendrik Kooistrastraat. In toelichting paragraaf 4.5 wordt ingegaan op de ligging binnen het beschermd dorpsgezicht van Nieuwveen.
Conclusie Met de beoogde ontwikkeling zijn er geen belemmeringen vanuit de Omgevingsvisie. De ruimtelijke kwaliteit wordt niet aangetast en er wordt aangesloten bij de gebiedsprofielen. De beoogde herontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie en is in lijn met de provinciale ambities. 3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Tegelijk met de Omgevingsvisie is de Omgevingsverordening op 1 augustus 2020 in werking getreden. De Omgevingsverordening omvat in aanvulling op de Omgevingsvisie toetsbare criteria waaraan planvorming moet voldoen. Ruimtelijke kwaliteit In artikel 6.9 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit, kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling: a.
b.
c.
de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: i. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en ii. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid; als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: i. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en ii. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid.
Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit is sprake van een vorm van aanpassen (sub b). De beoogde ontwikkeling vindt plaats op een braakliggend terrein in het centrum van Nieuwveen, waarbij tevens de infrastructuur (op kleine schaal) wordt aangepast. De functiewijziging past bij de aard en schaal van het
24
gebied. De relevante richtpunten van de kwaliteitskaart zijn in toelichting paragraaf 3.2.1 toegelicht. Hieruit blijkt dat het beoogde plan aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart voldoet en past binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 6.10 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voldoen aan de volgende eisen: a.
b.
de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte.
Bij het voorgenomen plan is in toelichting paragraaf 3.1.4 ingegaan op de ladder voor duurzame verstelijking. Sub b is niet van toepassing, omdat de planlocatie niet groter dan 3 hectare is. Daarmee wordt er voldaan aan artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. 20 Ke-contour Schiphol Het plangebied valt binnen de op kaart 13 aangewezen 20 Ke-contour Schiphol. Voor de gronden binnen de 20 Ke-contour kan een bestemmingplan volgens artikel 6.14 van de Omgevingsverordening enkel voorzien in nieuwe woningen binnen bestaand stads- en dorpsgebied. In enkele gevallen is het ontwikkelen van nieuwe woningen buiten bestaand stads- en dorpsgebied mogelijk, waaronder de toevoeging van ten hoogste enkele woningen in reeds aanwezige lintbebouwing of volgens het principe ruimte voor ruimte. De ontwikkeling voorziet in nieuwe woningen binnen bestaand stedelijk gebied. De ligging binnen de 20 Kecontour veroorzaakt dan ook geen belemmeringen. Wanneer een bestemmingsplan nieuwe woningen toestaat op gronden binnen de 20 Ke-contour, moet volgens artikel 6.14 lid 3 rekenschap worden gegeven van het feit dat op de betreffende locatie sprake is van geluid vanwege het luchtverkeer en dienen de redenen te worden vermeld die er toe hebben geleid dat op de locatie nieuwe woningen worden toegestaan.
De provincie Zuid-Holland en de gemeente Nieuwkoop hebben de beleidsregel ‘Wonen en Vliegen 20 Ke-contour Schiphol’ vastgesteld. In deze beleidsregel is vastgelegd op welke wijze invulling wordt gegeven aan de plicht die volgt uit de Omgevingsverordening ZuidHolland. De initiatiefnemer realiseert zich terdege dat er geluidhinder vanwege luchtverkeer op zal treden. Hij zal de toekomstige bewoners van de beoogde woningen hierover tijdig en juist informeren. Deze informatievoorziening kan vastgelegd worden in een anterieure overeenkomst tussen de gemeente Nieuwkoop en de initiatiefnemer. De initiatiefnemer kan de informatievoorzieningen met een kettingbeding vastleggen in de koopovereenkomst tussen de initiatiefnemer en de toekomstige bewoners. Woningbouw wordt op de betreffende locatie als passend gezien. De locatie bevindt zich immers nabij het dorpscentrum van Nieuwveen. Tevens komt het plan tegemoet aan het krappe woningaanbod in de gemeente Nieuwkoop en draagt het bij aan de lokale leefbaarheid. In toelichting paragraaf 3.1.3 is ingegaan op het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB). Conclusie Gezien het voorgaande dient er geconcludeerd te worden dat er geen belemmeringen zijn voor het voorgenomen plan vanuit de Omgevingsverordening.
3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale Structuurvisie 2020 Holland-Rijnland Op 24 juni 2009 heeft het Algemeen Bestuur de Regionale Structuurvisie 2020 Holland Rijnland vastgesteld. Op 28 maart 2012 is door het Algemeen Bestuur ingestemd met de eerste partiële herziening.
25
De structuurvisie van de regio Holland-Rijnland is de toekomstvisie op de ruimtelijke kwaliteit en ontwikkeling van de regio tot 2020, met een doorkijk naar 2030. De visie gaat in op het behouden en versterken van haar kwaliteiten, zoals de hoge landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit van de regio en de ruimtelijke structuur gebaseerd op een compacte historische centrumstad, een stedelijke kern midden in het Groene Hart, de vele hechte dorpen en de groene omgeving. De structuurvisie kent zeven kernpunten, te weten: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Holland-Rijnland als een topwoonregio; Leiden vervult een regionale centrumfunctie; concentratie stedelijke ontwikkeling; groenblauwe kwaliteit staat centraal; het Groene Hart, de Bollenstreek en Duin, Horst en Weide blijven open; twee speerpunten voor economische ontwikkeling: kennis en Greenports; verbetering van de regionale bereikbaarheid.
Planspecifiek Met de ontwikkeling worden maximaal 50 nieuwe sociale huurappartementen gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied. Daarmee wordt invulling gegeven aan de concentratie van stedelijke ontwikkeling door inbreiding binnen bestaand stedelijk gebied. Tevens wordt er aangesloten bij het kernpunt 'Holland-Rijnland als topwoonregio', waarbij er met name veel aandacht is voor de kwaliteit van de leefomgeving die passend is in de omgeving. 3.3.2 Regionale Woonagenda Holland Rijnland 2017 In de Regionale Woon Agenda 2017 'Kwaliteit voor kwantiteit' voor de regio Holland Rijnland (vastgesteld op 14 maart 2018) is de kwalitatieve koers voor woningmarkt op regionaal, subregionaal en lokaal niveau geschetst. De regionale woonagenda helpt gemeenten bij de afstemming van woningbouw op de ruimtelijke ontwikkeling van de regio en vormt een onderbouwing voor plannen in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking. In de regio Holland Rijnland is snel vraag naar meer woningen die kwalitatief aansluiten bij de veranderende bevolkingssamenstelling. Om aan deze ambitie te kunnen voldoen en tegelijkertijd de woonaantrekkelijkheid van de regio te behouden, in te kunnen blijven spelen op de behoefte en verdringing van kwetsbare groepen op de woningmarkt te voorkomen heeft de regio Holland Rijnland de volgende keuzes gemaakt: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
tempoversnelling noodzakelijk, zeker voor de korte termijn; groei vraagt goede ruimtelijke ordening, balans tussen inbreiding en uitbreiding met prioriteit voor inbreiding; een kwalitatief programma dat borgt dat verdringing beperkt is; bevorderen doorstroming voor een betere werking van de woningmarkt; een programma dat recht doet aan de behoefte aan verschillende woonmilieus, centrumstedelijk, suburbaan en dorps/landelijk; groeien met aandacht voor duurzaamheid en bodemdaling; langer zelfstandig wonen met zorg faciliteren; bereikbaar bouwen; solidariteit.
Planspecifiek Het voorgenomen plan heeft hoofdzakelijk een positieve invloed op de keuzes 2, 5, 7 en 9. Het plan komt tegemoet aan de vraag naar nieuwe woningen. De beoogde ontwikkeling voorziet in de maximaal 50 sociale huurwoningen binnen bestaand stedelijk gebied. Met de inbreiding wordt er op de planlocatie ruimte geboden aan nieuwe woningen. Tevens wordt er aangesloten bij de situering, schaal en massa in de omgeving, waardoor er wordt gezorgd voor een goede ruimtelijke ordening en aansluiting wordt gezocht op de omgeving. Doordat de woningen levensloopbestendig zijn kunnen de bewoners er langer zelfstandig wonen.
26
In de gemeente Nieuwkoop is in de periode 2017-2022 vraag naar 540 extra woningen. In de periode 2022-2030 bedraagt de behoefte 270 extra woningen. Er is dus in de periode 2017-2030 een behoefte aan 810 nieuwe woningen. Daarnaast blijft de productie van sociale huurwoningen achter bij de behoefte. Zo is er tot 2030 een behoefte aan 4.100 nieuwe sociale huurwoningen in de regio. Met de ontwikkeling van maximaal 50 sociale huurwoningen wordt er een bijdrage geleverd aan deze behoefte. Gezien het voorgaande past het plan binnen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte naar woningen in de gemeente Nieuwkoop.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Structuurvisie Nieuwkoop 2040 In 2009 heeft de gemeente Nieuwkoop de structuurvisie Nieuwkoop 2040 ondernemend, groen en duurzaam vastgesteld. Voor de nabij toekomst heeft de gemeente Nieuwkoop een aantal ruimtelijke opgaven gesteld. Aan de hand van een aantal uitgangspunten is de structuurvisie opgesteld. Daarin wordt onder andere het toekomstbeeld Nieuwkoop 2040 geschetst. Planspecifiek De gemeente Nieuwkoop is in de structuurvisie verdeeld in drie deelgebieden. Het plangebied ligt in het deelgebied 'Dynamisch stedelijke zone'. Nieuwveen wordt gerekend tot het dynamisch noordwesten. Het noordwestelijk deel van de gemeente zal zich in de planperiode verder ontwikkelen als het gedeelte van de gemeente met de meeste dynamiek. In dit gebied krijgen woningbouw en bedrijvigheid voorrang. De maximaal 50 sociale huurwoningen worden gerealiseerd in het bestaand stedelijk gebied van Nieuwveen. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de behoefte aan nieuwe woningen en wordt er binnen het bestaand stedelijk gebied gebouwd. Daarnaast wordt met het plan een hofje en plein gerealiseerd, wat de sociale cohesie in Nieuwveen zal bevorderen. Er kan dan ook gesteld worden dat de ontwikkeling van de nieuwe woningen en de herinrichting van het plangebied overeenkomt met de structuurvisie van de gemeente Nieuwkoop.
3.4.2 Integraal woningbouwprogramma Nieuwkoop De gemeente Nieuwkoop legt met het integraal woningbouwprogramma de focus op het bouwen voor doelgroepen. Het nieuwe woningbouwprogramma legt de nadruk op het specifiek bouwen van betaalbare woningen voor de doelgroepen starters, ouderen en jonge gezinnen en op het bouwen voor doorstroming. Het programma ziet op minder grondgebonden woningen en meer 2 kamer en 3 kamer appartementen. De startdatum van het woningbouwprogramma is 1 januari 2019. Volgens de provinciale woningbehoeftecijfers geldt voor de gemeente Nieuwkoop vanaf deze datum voor een periode van 10 jaar een woningbehoefte van 1.910 woningen. Het Integraal woningbouwprogramma Nieuwkoop biedt een kader op basis waarvan tempo gemaakt kan worden met het bouwen van de juiste woningen op de juiste plek. Planspecifiek De bouw van maximaal 50 sociale huurappartementen levert een bijdrage aan de woningbehoefte van 1.910 nieuwe woningen voor de komende periode. De navolgende afbeelding toont de gewenste woningbouwprogrammering in de periode 2019 tot 2029.