CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-083h Bijlage 6 Bijlagen bij Toelichting ontwerpbestemmingsplan Noordse Buurt 1e herziening.pdf

Besluitvormende raadsvergadering 30 september 2021, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: GETEKENDE STUKKEN12.998 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5.2.2 VERONTREINIGING, VERZURING EN VERMESTING Extra stikstofdepositie in een Natura 2000-gebied kan leiden tot verzuring en vermesting van de bodem en het grondwater binnen het gebied. Hierdoor kan de kwaliteit van habitattypen achteruitgaan. Binnen het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck zijn verschillende habitattypen aanwezig die gevoelig zijn voor stikstofdepositie (bijlage 4). Indien werkzaamheden of ontwikkelingen plaatsvinden die leiden tot een toename in stikstofdepositie, dient middels een berekening in het rekenprogramma AERIUS te worden bepaald of de voorgenomen plannen zullen leiden tot een overschrijding van de grenswaarde in stikstofgevoelige habitattypen van het nabijgelegen Natura 2000-gebied. Het bevoegd gezag gebruikt AERIUS bij het beoordelen van de aanvraag. De grenswaarde voor Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck bedraagt 0,05 mol per hectare per jaar. Wanneer de depositie als gevolg van een nieuwe activiteiten lager dan of gelijk aan de grenswaarde van 0,05 mol per hectare per jaar uitvalt hoeft geen vergunning aangevraagd te worden. Ten tijde van deze toets zijn nog geen exacte gegevens bekend over de ontwikkelingen die plaats zullen vinden binnen de onderzoekslocatie. Voor het uitvoeren van een berekening met de AERIUS Calculator zijn gegevens nodig van ontwikkelingen die extra stikstofuitstoot tot gevolg hebben.

Hierbij is te denken aan stikstofuitstoot uit eventueel te realiseren bebouwing, de te verwachten verkeersgeneratie en verkeersroutes die gebruikt worden en gegevens over eventueel te houden vee. Daarnaast zijn gegevens nodig over de aanlegfase, bijvoorbeeld de aan- en afvoer van bouwmaterialen, gebruik van kranen en dergelijke. Als er ontwikkelingen plaats vinden die leiden tot een toename in stikstofdepositie dient deze berekening te worden uitgevoerd zodra de benodigde gegevens voor de AERIUS berekening bekend zijn. 5.2.3 VERANDERING HYDROLOGIE In het kader van de Europese richtlijn Kaderrichtlijn Water zijn de Nieuwkoopse Plassen aangewezen als prioritair waterlichaam waarvan het gebiedseigen water moet worden vastgehouden. De Nieuwkoopse Plassen hebben te lijden onder verdroging als gevolg van de waterbehoefte van de (voormalige) naastgelegen glastuinbouw in de Noordse Buurt. Deze onttrok zijn water uit de Nieuwkoopse plassen. Daarnaast is er sprake van wegzijging als gevolg van de lagere peilen ten behoeve van de landbouw op omringende gronden en de aan de westkant van de plassen gelegen diepe droogmakerij. Door het verdwijnen van de kassen en bijbehorende sanering van de Noordse Buurt, wordt het onttrekken van water uit de plassen voor het glastuinbouwgebied nagenoeg of volledig stopgezet.

Met het (vrijwel geheel) stopzetten van de wateronttrekking en daardoor vasthouden van gebiedseigen water in de plassen wordt aangesloten op de Europese richtlijn Kaderrichtlijn Water, waardoor de chemische toestand en het ecologische potentieel van de plassen verbetert (Beleidsnotitie Nieuwkoop Noordse Buurt, 2008). Als gevolg van de voorgenomen plannen worden daarom positieve effecten verwacht op de hydrologie van het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck.

Quickscan en voortoets Wet natuurbescherming t.p.v. de Noordse Buurt te Nieuwkoop (Kenmerk: 180580)

Pagina 27 van 44

5.2.4 VERSNIPPERING EN OPPERVLAKTEVERLIES Aangezien de werkzaamheden buiten het Natura 2000-gebied plaatsvinden is er geen sprake van versnippering of oppervlakte verlies binnen het Natura 2000-gebied. 5.2.5 VERSTORING DOOR GELUID Als gevolg van de initiatieven die mogelijk worden gemaakt onder de bestemmingen natuur, recreatie en (extensief) agrarisch gebruik worden in de gebruiksfase geen geluidsniveaus verwacht die zullen leiden tot nadelige effecten op instandhoudingsdoelstellingen van soorten die zijn aangewezen voor het Natura 2000-gebied. In de gebruiksfase zal sprake zijn van een normale geluidsbelasting die naar verwachting geen significant nadelig effect heeft op de aanwezige broedvogels en andere soorten. Mogelijk is tijdens de aanlegfase wel sprake van hogere geluidsniveaus. Hoewel ten tijde van deze toetsing nog niet duidelijk is of ten behoeve van de voorgenomen plannen bouwwerkzaamheden nodig zijn, is zekerheidshalve uitgegaan van heien met betonpalen (126 dB(A)) als maximaal geluidsniveau dat mogelijk door de initiatieven veroorzaakt wordt. Voor bouwlawaai hanteert het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een voorkeursgrenswaarde van 60 dB(A). Deze grenswaarde is echter bepaald voor het menselijk oor en niet voor die van in het wild levende diersoorten.

Aangezien over de gevoeligheid van diersoorten nagenoeg niets bekend is, wordt in de voorliggende toets aangenomen dat deze grenswaarde van 60 dB(A) naar de aangewezen habitatsoorten geëxtrapoleerd kan worden. Uit onderzoek naar geluidsverstoring bij vogels is gebleken dat voor bosvogels een gemiddelde drempelwaarde geldt van 42 dB(A) en voor graslandsoorten/weidevogels een drempelwaarde van 47 dB(A). Dit zijn echter gemiddeldes over een grote groep van soorten. Voor individuele soorten bestaat een forse variatie. In deze toets wordt voor vogels daarom een grenswaarde van 45 dB(A) aangehouden (Reijnen en Foppen, 2006). Om te bepalen op welke afstand het geluidsniveau is afgenomen tot de grenswaardes van 45 dB(A) en 60 dB(A), is gebruik gemaakt van de afstandstabel die op de website van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat staat (bijlage 3). In de tabel is te zien dat op een afstand van 400 meter vanaf de bron het geluidsniveau bij heien met betonpalen is afgenomen tot 60 dB(A) en op 2024 meter tot 45 dB(A). Habitatsoorten Voor het Natura 2000-gebied zijn een aantal habitatsoorten aangewezen die gevoelig zijn voor verstoring door geluid of waarvan het onbekend is of ze hier gevoelig voor zijn (bijlage 4).

Dit zijn de Noordse woelmuis (onbekend), de bittervoorn (zeer gevoelig), de gestreepte waterroofkever (onbekend), de meervleermuis (gevoelig) en de rivierdonderpad (gevoelig). De dichtstbijzijnde waarnemingen die bekend zijn van de Noordse woelmuis, bittervoorn, gestreepte waterroofkever en meervleermuis binnen het Natura 2000-gebied bevinden zich allemaal op ruim een kilometer afstand van de onderzoekslocatie (NDFF). De rivierdonderpad is op ongeveer 400 meter afstand van de onderzoekslocatie waargenomen (NDFF). Dit is precies de grens waarop het geluidsniveau is afgenomen tot de grenswaarde van 60 dB(A).Binnen het Natura 2000-gebied zijn geen waarnemingen bekend van geluidsgevoelige habitatsoorten binnen de afstand waarop het geluidsniveau is afgenomen tot 60 dB(A). Op basis van waarnemingen uit de NDFF kan echter niet met voldoende zekerheid worden gesteld dat de soorten daadwerkelijk niet voorkomen binnen 400 meter afstand vanaf de onderzoekslocatie. De daadwerkelijke afstand waarop het geluidsniveau is afgenomen tot 60 dB(A) kleiner zijn dan 400 meter. Dit omdat zich tussen de onderzoekslocatie en het Natura-2000 gebied nog bebouwing en opgaande vegetatie bevindt. Bij de berekeningen van de verschillende afstanden is er echter van Quickscan en voortoets Wet natuurbescherming t.p.v. de Noordse Buurt te Nieuwkoop (Kenmerk: 180580)

Pagina 28 van 44

uitgegaan dat er geen sprake is van afscherming van gebouwen en dergelijke (bijlage 3). Om deze reden kan gesteld worden dat slechts een zeer beperkt deel van het Natura 2000-gebied tijdelijk verstoord door eventuele luidruchtige werkzaamheden zoals heiwerkzaamheden. Gedurende de aanlegfase zal rekening moeten worden gehouden met de kwetsbare perioden van beschermde (doel)soorten. In de praktijk betekend dit dat gedurende de periode maart tot half september geen werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd die leiden tot een zware geluidsbelasting. Mits rekening wordt gehouden met de kwetsbare perioden, worden geen significant nadelige effecten verwacht op de instandhoudingsdoelen van deze soorten als gevolg van geluid veroorzaakt door de voorgenomen plannen. Niet-broedvogels Van de niet-broedvogels die voor het Natura 2000-gebied zijn aangewezen is alleen de grote zilverreiger gevoelig voor verstoring door geluid (bijlage 4). Volgens het beheerplan van de Nieuwkoopse Plassen en De Haeck verblijven vermoedelijk zo’n 60 tot 75 grote zilverreigers binnen het Natura 2000-gebied. De instandhoudingsdoelstelling voor de grote zilverreiger is behoud van de omvang en de kwaliteit van het leefgebied met een draagkracht voor een populatie van gemiddeld 60 vogels (seizoensmaximum). De instandhoudingsdoelstellingen worden in de huidige situatie behaald (provincie Zuid-Holland, juni 2015).

Bij eventuele verstoring door geluid, kunnen nietbroedvogels gemakkelijk uitwijken naar een locatie waar geen verstoring plaatsvindt. Bovendien wordt slechts een beperkt deel van het leefgebied van de soort tijdelijk verstoord door eventuele luidruchtige werkzaamheden zoals heiwerkzaamheden. Om deze redenen worden als gevolg van de voorgenomen plannen geen significant nadelige effecten verwacht op de instandhoudingsdoelstellingen van niet-broedvogels. Broedvogels Voor de aangewezen broedvogels geldt dat nadelige effecten op kunnen treden als gevolg van verstoring door geluid. De purperreiger, rietzanger, roerdomp en snor zijn gevoelig voor verstoring door geluid (bijlage 4). Van de roerdomp worden de instandhoudingsdoelstellingen (6 broedparen) niet behaald. Dit blijkt uit gegevens van het meetnet broedvogels, dat door Sovon Vogelonderzoek Nederland in het kader van het Netwerk Ecologische Monitoring wordt georganiseerd (bijlage 5). Hiervoor vinden jaarlijks tellingen plaats binnen het Natura 2000-gebied. Uit deze gegevens blijkt dat er geen roerdomp broedparen bekend zijn in het Natura 2000-gebied (bijlage 5). Omdat er geen broedparen bekend zijn, worden als gevolg van verstoring door geluid geen nadelige effecten verwacht op deze soort.

De instandhoudingsdoelstelling van de purperreiger van 120 paren worden, met uitzondering van 2015, ieder jaar behaald (met 133 paren in 2016). Dit blijkt uit gegevens van Sovon (bijlage 5). Voor de snor en de rietzanger geldt dat het niet bekend is hoeveel broedparen op dit moment in het Natura 2000-gebied aanwezig zijn (bijlage 5). Volgens het beheerplan van de Nieuwkoopse Plassen & De Haeck is het huidige aantal broedparen van de rietzanger op dit moment echter hoger dan de instandhoudingsdoelstelling van 680 paren. Bij luidruchtige werkzaamheden, zoals heiwerkzaamheden, wordt in een relatief groot deel van het Natura 2000-gebied de grenswaarde van 45 dB(A) overschreden. Wanneer luidruchtige werkzaamheden, zoals heiwerkzaamheden, intrillen en pneumatisch beitelen plaatsvinden buiten het broedseizoen van de aangewezen broedvogelsoorten, zullen als gevolg van geluidsverstoring,

Quickscan en voortoets Wet natuurbescherming t.p.v. de Noordse Buurt te Nieuwkoop (Kenmerk: 180580)

Pagina 29 van 44

geen significant nadelige effecten optreden op de aangewezen broedvogels. Globaal dienen dergelijke werkzaamheden plaats te vinden buiten de periode maart – half september. 5.2.6 VERSTORING DOOR LICHT De (voormalige) glastuinbouw binnen de onderzoekslocatie zorgde voor een hoge mate van lichtverstoring. Door het verdwijnen van het overgrote deel van de kassen is de hoeveelheid lichtverstoring afgenomen. Initiatieven die, als gevolg van de nieuwe bestemming, mogelijk worden gemaakt binnen de onderzoekslocatie zullen niet leiden tot een grotere lichtverstoring dan de (voormalige) glastuinbouw. Om deze redenen worden geen nadelige effecten verwacht op instandhoudingsdoelen van aangewezen soorten als gevolg van lichtverstoring. 5.2.7 VERSTORING DOOR TRILLINGEN Gesteld kan worden dat de maximale hoeveelheid trillingen die veroorzaakt worden door de voorgenomen plannen samenvallen of gelijk zijn aan de geluidsverstoring die veroorzaakt wordt door het heien met betonpalen. Wanneer werkzaamheden die veel trillingen veroorzaken buiten het broedseizoen en de kwetsbare perioden van de aangewezen doelsoorten uitgevoerd worden, zullen er als gevolg van trillingen geen significant nadelige effecten optreden.

5.2.8 AANTASTING FUNCTIONELE LEEFOMGEVING Het onderzoeksterrein valt buiten het Natura 2000-gebied maar kan wel deel uitmaken van de functionele leefomgeving van soorten die binnen het Natura 2000-gebied leven. Habitatsoorten Uit de quickscan Wet natuurbescherming blijkt dat de watergangen binnen de onderzoekslocatie mogelijk deel uitmaken van het leefgebied van de kleine modderkruiper, bittervoorn en platte schijfhoren. Omdat er geen open verbinding aanwezig is tussen de watergangen binnen de Noordse Buurt en het Natura 2000-gebied, zullen nadelige effecten op de kleine modderkruiper, bittervoorn en platte schijfhoren binnen de Noordse buurt niet leiden tot nadelige effecten op populaties in de Nieuwkoopse Plassen & De Haeck. De onderzoekslocatie zou daarnaast onderdeel uit kunnen maken van het leefgebied van de Noordse woelmuis. Tevens zouden de bomenrijen onderdeel uit kunnen maken van belangrijke vliegroutes van de meervleermuis. Indien werkzaamheden plaatsvinden waarbij deze soorten of hun potentiele leefgebied worden aangetast, dient nader onderzoek plaats te vinden. Dit om te bepalen of deze soorten al dan niet binnen de onderzoekslocatie aanwezig zijn en welke functie de onderzoekslocatie voor ze vervult.

Indien uit nader onderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie een belangrijk onderdeel is van het leefgebied van de Noordse woelmuis en/of meervleermuis, dient een ontheffing Wet natuurbescherming te worden aangevraagd en dienen maatregelen genomen te worden om ervoor te zorgen dat de gunstige staat van instandhouding van de soorten niet in het geding komt. Mits voldoende maatregelen worden genomen om nadelige effecten op eventueel aanwezige vliegroutes van meervleermuizen en nadelige effecten op het leefgebied van de Noordse woelmuis te voorkomen, zullen de voorgenomen plannen niet leiden tot nadelige effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van aangewezen habitatsoorten binnen het Natura 2000-gebied. Broedvogels Broedvogelsoorten die binnen de onderzoekslocatie en op de omringende gronden broeden, kunnen worden verstoord door de voorgenomen plannen. Omdat broedende vogels niet uit kunnen wijken naar andere geschikte gebieden, dienen verstorende werkzaamheden, zoals het verwijderen van vegetatie, graafwerkzaamheden, voorbelasten en heiwerkzaamheden, buiten het broedseizoen van Quickscan en voortoets Wet natuurbescherming t.p.v. de Noordse Buurt te Nieuwkoop (Kenmerk: 180580)

Pagina 30 van 44

de aangewezen broedvogels (maart t/m half september) plaats te vinden om significant nadelige effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van deze soorten te voorkomen. Indien verstorende werkzaamheden binnen het broedseizoen plaatsvinden moet voorafgaand hieraan de locatie worden vrijgegeven door een ervaren ecoloog. Indien bij de controle in gebruik zijnde nesten van vogels, of in aanbouw zijnde nesten worden aangetroffen moeten de werkzaamheden worden uitgesteld tot het nest niet meer in gebruik is. Niet-broedvogels Voor aangewezen niet-broedvogels blijft er buiten de invloedsfeer van de plannen voldoende geschikt habitat over waar zij naar uit kunnen wijken. Om deze reden worden geen significant nadelige effecten verwacht op de instandhoudingsdoelstellingen van niet-broedvogelsoorten. 5.2.9 OPTISCHE VERSTORING Initiatieven zullen zorgvuldig in het landschap worden ingepast. Er wordt bij het realiseren van bebouwing onder andere gelet op bouwmassa, hoogte en bebouwingspercentage. Parkeren wordt in principe op eigen terrein gerealiseerd en groen ingepakt. Bij de landschappelijke inpassing wordt er onder andere op gelet dat het voor de droogmakerij karakteristieke, rechthoekige verkavelingspatroon ‘leesbaar’ blijft. Bovendien bevindt zich tussen de onderzoekslocatie en het Natura 2000-gebied bebouwing en opgaand groen.

Hierdoor wordt de locatie grotendeels aan het zicht van aangewezen doelsoorten onttrokken. Doordat initiatieven zorgvuldig in het landschap worden ingepast en vanwege de tussenliggende bebouwing en vegetatie, worden geen nadelige effecten verwacht op aangewezen soorten als gevolg van optische verstoring. 5.2.10 EXTRA RECREANTEN De nieuwe bestemmingen natuur, recreatie en (extensief) agrarisch gebruik leidt mogelijk tot meer recreanten binnen het Natura 2000-gebied. Bijvoorbeeld als gevolg van de realisatie van extra wandelpaden die aansluiten op wandelroutes in het Natura 2000-gebied. Volgens het beheerplan van de Nieuwkoopse Plassen en De Haeck (2015 – 2021), hoeft een toename van natuurvriendelijke recreatie activiteiten geen negatief effect te hebben op de waarden van het gebied. “In de huidige situatie is er al sprake van zonering van gebieden en al dan niet toegankelijkheid van een deel van het natuurgebied. Er zijn regels opgesteld over de soort en afmeting van de vaartuigen in deze gebieden.

Samen met de regels over het varen tot een half uur na zonsondergang bieden ze in de toekomst voldoende zekerheid en bescherming voor zowel de natuurals de recreatiemogelijkheden.” Dankzij de regels die in het Natura 2000-gebied gelden ten aanzien van recreatie en de ingestelde zoneringen, worden geen nadelige effecten verwacht op aangewezen doelsoorten en habitattypen als gevolg van extra recreanten. 5.2.11 MOGELIJKE GEVOLGEN VAN CUMULATIE Bij het bepalen of de activiteit (significante) gevolgen kan hebben, moet rekening worden gehouden met cumulatie van effecten. Hiervan is sprake als naast het project in of rondom een Natura 2000gebied andere projecten en plannen plaatsvinden, die in combinatie mogelijk schadelijk zijn voor de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied.

Quickscan en voortoets Wet natuurbescherming t.p.v. de Noordse Buurt te Nieuwkoop (Kenmerk: 180580)

Pagina 31 van 44

Voor wat betreft stikstofdepositie zijn nog onvoldoende gegevens bekend om een berekening te maken. Ook is nog niet bekend of er ontwikkelingen plaats zullen vinden die leiden tot een toename in stikstofdepositie. Het is daarom in deze fase nog niet uit te sluiten dat een eventuele toename in stikstofdepositie als gevolg van de voorgenomen plannen in de Noordse Buurt, in combinatie met andere projecten in de omgeving, zal leiden tot schadelijke effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied. Voor de overige effecten geldt dat zowel tijdens als na realisatie geen toename wordt verwacht van invloeden of activiteiten (mits verstorende werkzaamheden plaatsvinden buiten de kwetsbare perioden van aangewezen habitatsoorten en broedvogels). Hierdoor is voor deze effecten er geen sprake van cumulatie in combinatie met andere projecten.

Quickscan en voortoets Wet natuurbescherming t.p.v. de Noordse Buurt te Nieuwkoop (Kenmerk: 180580)

Pagina 32 van 44

6. SAMENVATTING EN CONCLUSIE 6.1 ALGEMEEN In opdracht van de mRO BV is door Eco Reest BV een quickscan en voortoets Wet natuurbescherming uitgevoerd ter plaatse van de Noordse Buurt te Nieuwkoop. Aanleiding tot het onderzoek is een bestemmingsplanwijziging, omdat het huidige bestemmingsplan niet goed aansluit op de bestaande situatie. Om deze reden is een nieuw bestemmingsplan gemaakt waarin een deel van de bestaande functies weer een bestemming krijgen en waarin een deel nog verder wordt ingericht. Doel van de quickscan Wet natuurbescherming is een beeld te krijgen van de aanwezige habitats en de voorkomende beschermde dier- en plantensoorten ter plaatse van de onderzoekslocatie. Doel van de voortoets is om te bepalen of de kans bestaat dat de nieuwe bestemming van het onderzoeksterrein leidt tot negatieve effecten op de beschermde waarden van het Natura 2000gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck. De onderzoekslocatie bestaat onder andere uit weilanden, enkele kassen, bomenrijen en wegen. Er is oppervlaktewater aanwezig in de vorm van sloten. Aan de oostzijde van de onderzoekslocatie bevindt zich een natuurgebied genaamd “Het Vergeten Putje”.

6.2 CONCLUSIE SOORTENBESCHERMING De bomenrijen binnen de onderzoekslocaties maken mogelijk onderdeel uit van belangrijke vliegroutes van vleermuizen. Daarnaast kunnen de bomen gebruikt worden als broedlocaties door vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten, zoals de buizerd en de sperwer. De weilanden, oevers en sloten maken mogelijk deel uit van het leefgebied van de waterspitsmuis, ringslang, heikikker, rugstreeppad, kleine modderkruiper, bittervoorn en platte schijfhoren. Natuurgebied “Het Vergeten Putje” vormt tevens geschikt leefgebied voor de otter en de Noordse woelmuis. De overige te verwachten diersoorten zijn aangemerkt als vrijgestelde soorten waarvoor in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, onderhoud aan infrastructuur of ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling geldt. Daarnaast worden populaties van deze soorten niet in gevaar gebracht. Het zal voornamelijk gaan om verstoring van individuen. Binnen de onderzoekslocatie kunnen algemene vogelsoorten tot broeden komen. Alle in gebruik zijnde vogelnesten zijn beschermd. Voor het broedseizoen wordt geen standaard periode gehanteerd, van belang is of er een broedgeval aanwezig is. Globaal loopt het broedseizoen van vogels van 1 maart tot 1 september. Dit is afhankelijk van de soort en van de klimatologische omstandigheden.

6.3 CONCLUSIE GEBIEDSBESCHERMING Natura 2000 De onderzoekslocatie grenst aan en is gelegen ten noorden van het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck. Gelet op de zeer geringe afstand tot het gebied, de Quickscan en voortoets Wet natuurbescherming t.p.v. de Noordse Buurt te Nieuwkoop (Kenmerk: 180580)

Pagina 33 van 44

kernopgave van het gebied en de aard van de geplande ingreep is er onderzoek in het kader van gebiedsbescherming binnen de Wet natuurbescherming uitgevoerd. Met uitzondering van verontreiniging door stikstofdepositie, geldt dat als gevolg van de te verwachten storingsfactoren geen nadelige effecten worden verwacht op aangewezen habitattypen en doelsoorten van Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck. Wel dienen luidruchtige werkzaamheden plaats te vinden buiten de kwetsbare perioden van de aangewezen doelsoorten (buiten de periode maart t/m half september). Voor wat betreft stikstofdepositie zijn nog onvoldoende gegevens bekend om een berekening te maken. Ook is nog niet bekend of er ontwikkelingen plaats zullen vinden die leiden tot een toename in stikstofdepositie. Het is in deze fase nog niet uit te sluiten dat een toename in stikstofdepositie als gevolg van de voorgenomen plannen in de Noordse Buurt zal leiden tot schadelijke effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied. NNN Binnen en in de directe omgeving van de onderzoekslocatie is sprake is van gebieden uit de het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Zowel binnen de provincie Zuid-Holland, als de provincie Utrecht kent de bescherming van het NNN geen externe werking.

Het NNN-gebied binnen de Noordse Buurt is reeds bestemd en in beheer als natuur en zal als gevolg van de voorgenomen plannen niet worden aangetast. Om deze reden is verder onderzoek naar invloeden op het NNN niet van toepassing. Weidevogelgebied Een deel in het noordoosten van de onderzoekslocatie is aangewezen als weidevogelgebied. Indien ontwikkelingen plaats vinden binnen of direct grenzend aan het weidevogelgebied dient getoetst te worden of dit zal leiden tot nadelige effecten op het gebied. Indien ontwikkelingen plaatsvinden waarbij weidevogels zodanig worden verstoord dat de gunstige staat van instandhouding in het geding komt, dient een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd.

6.4 AANBEVELINGEN EN ADVIES SOORTENBESCHERMING Nader onderzoek De kleine modderkruiper en bittervoorn komen mogelijk voor in de watergangen binnen de onderzoekslocatie. De kleine modderkruiper en bittervoorn zijn alleen beschermd als aantasting van deze soorten ertoe leidt dat de instandhoudingsdoelstellingen van het naastgelegen Natura 2000gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck niet worden behaald. Omdat er geen open verbinding aanwezig is tussen de watergangen binnen de Noordse Buurt en het Natura 2000-gebied, zullen nadelige effecten op de kleine modderkruiper en bittervoorn binnen de Noordse buurt niet leiden tot nadelige effecten op populaties in de Nieuwkoopse Plassen & De Haeck. De bittervoorns en kleine modderkruipers binnen de Noordse Buurt vallen daarom in dit geval niet onder de bescherming van de Wet natuurbescherming. Nader onderzoek naar deze vissoorten is daarom niet nodig. Natuurgebied Het Vergeten Putje vormt een geschikt leefgebied voor de Noordse woelmuis en de otter. Omdat dit gebied als gevolg van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging niet zal worden aangetast, worden op deze soorten geen nadelige effecten verwacht en is nader onderzoek naar deze soorten niet nodig.

Het kan niet worden uitgesloten dat de oevers, watergangen en weilanden binnen de onderzoekslocatie deel uitmaken van het leefgebied van de waterspitsmuis, ringslang, heikikker, Quickscan en voortoets Wet natuurbescherming t.p.v. de Noordse Buurt te Nieuwkoop (Kenmerk: 180580)

Pagina 34 van 44

rugstreeppad en platte schijfhoren. De bomenrijen binnen de onderzoekslocatie maken daarnaast mogelijk onderdeel uit van belangrijke vliegroutes van vleermuizen. De bomen kunnen tevens gebruikt worden als broedlocaties door vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten, zoals de buizerd en de sperwer. Deze soorten, evenals hun leefgebied, zijn streng beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming. Indien deze soorten en / of hun leefgebied als gevolg van de voorgenomen plannen worden aangetast, is sprake van overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Als deze soorten en/of hun functionele leefomgeving als gevolg van de voorgenomen plannen worden aangetast, is nader onderzoek nodig. Dit om te bepalen of deze soorten al dan niet binnen de onderzoekslocatie aanwezig zijn. Alleen dan kan bepaald worden of er bij de voorgenomen werkzaamheden sprake is van overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Als er kapwerkzaamheden plaatsvinden die ertoe leiden dat potentiele vliegroutes van vleermuizen significant worden aangetast, is nader onderzoek nodig naar de functie van de bomenrijen voor vleermuizen. Leidraad voor vleermuisonderzoek is het vleermuisprotocol van 2017. Voor een volledig vleermuisonderzoek zijn meerdere veldbezoeken nodig in de periode half mei - september.

Als er kapwerkzaamheden plaatsvinden, of als verstorende werkzaamheden plaatsvinden binnen het broedseizoen van vogels en binnen 75 meter afstand van groenstroken of bomenrijen, is nader onderzoek naar vogels met jaarrond beschermde nesten nodig. Dit onderzoek wordt uitgevoerd volgens de kennisdocumenten van BIJ12 (2017) en/of de telrichtlijnen van Sovon. Het onderzoek bestaat uit meerdere veldbezoeken, globaal in de periode februari tot mei. Tevens moet bij voorkeur in de periode dat er nog geen blad aan de boom zit, minimaal éénmaal gericht naar nestlocaties zijn gezocht. Indien de oevers, weilanden of watergangen worden aangetast is nader onderzoek nodig naar de waterspitsmuis, ringslang, heikikker, rugstreeppad en platte schijfhoren. Nader onderzoek naar de waterspitsmuis vindt plaats in het najaar volgens de standaardmethode van Bergers (1997). Het onderzoek bestaat uit het plaatsen en controleren van inloopvallen. Dit onderzoek neemt ongeveer een week in beslag. Voor het onderzoek naar de ringslang, heikikker en rugstreeppad wordt de methode uit het Soortinventarisatieprotocol van het Netwerk Groene Bureaus aangehouden. Onderzoek naar de ringslang vindt plaats middels meerdere bezoeken in de periode april – september, waarbij structuurovergangen worden langsgelopen en mogelijk plaatmateriaal wordt neergelegd en gecontroleerd.

Onderzoek naar de heikikker vindt plaats middels twee tot drie veldbezoeken in de periode eind februari – begin april. Nader onderzoek naar de rugstreeppad bestaat uit drie veldbezoeken in de periode half april - begin augustus. Tijdens de inventarisaties wordt geluisterd naar roepende mannetjes (kooractiviteit). Voor het nader onderzoek naar de platte schijfhoren worden de watergangen met behulp van schepnetten bemonsterd. Vervolgens worden de eventueel aanwezige schijfhorens (alle soorten) verzameld en op kantoor gedetermineerd. Afhankelijk van de resultaten wordt bepaald of maatregelen en/of een ontheffing nodig zijn.

Quickscan en voortoets Wet natuurbescherming t.p.v. de Noordse Buurt te Nieuwkoop (Kenmerk: 180580)

Pagina 35 van 44

Broedvogels Opgemerkt wordt dat de locatie in het broedseizoen tevens geschikt is als broedlocatie voor diverse (niet jaarrond beschermde) vogelsoorten. Alle in gebruik zijnde nesten zijn beschermd. Indien er geen verstorende werkzaamheden plaatsvinden binnen het broedseizoen wordt er geen overtreding van de Wet natuurbescherming verwacht wat betreft nestlocaties voor vogels. Voor het broedseizoen wordt geen standaard periode gehanteerd, van belang is of er een broedgeval aanwezig is. Globaal loopt het broedseizoen van vogels van maart tot half september. Dit is afhankelijk van de soort en van de klimatologische omstandigheden. Indien verstorende werkzaamheden binnen het broedseizoen plaatsvinden moet voorafgaand hieraan de locatie worden vrijgegeven door een ervaren ecoloog. Indien bij de controle in gebruik zijnde nesten van vogels, of in aanbouw zijnde nesten worden aangetroffen moeten de werkzaamheden worden uitgesteld tot het nest niet meer in gebruik is. Zorgplicht Wij merken op dat te allen tijde de zorgplicht blijft gelden. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of deze soort beschermd is en ongeacht of ontheffing of vrijstelling is verleend.

6.5 AANBEVELINGEN EN ADVIES GEBIEDSBESCHERMING Stikstofdepositie Natura 2000 Ten tijde van de uitvoering van deze toets zijn nog onvoldoende gegevens bekend om een stikstofberekening te maken. Het is daarom in deze fase nog niet uit te sluiten dat een toename in stikstofdepositie als gevolg van de voorgenomen plannen in de Noordse Buurt zal leiden tot schadelijke effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck. Indien werkzaamheden of ontwikkelingen plaatsvinden die leiden tot een toename in stikstofdepositie, dient middels een berekening in het rekenprogramma AERIUS te worden bepaald of de voorgenomen plannen zullen leiden tot een overschrijding van de grenswaarde in stikstofgevoelige habitattypen. Afhankelijk van de resultaten wordt bepaald of een melding bij het bevoegd gezag en/of een vergunning nodig is. Aangewezen habitatsoorten en broedvogels binnen Natura 2000-gebied Om nadelige effecten op aangewezen habitatsoorten en broedvogels binnen het Natura 2000-gebied te voorkomen, dienen luidruchtige werkzaamheden, zoals heiwerkzaamheden, intrillen van buispalen en pneumatisch beitelen plaats te vinden buiten de periode maart – half september.

Aangewezen broedvogels binnen de Noordse Buurt Om nadelige effecten op aangewezen broedvogelsoorten die binnen de onderzoekslocatie en op de omringende gronden broeden te voorkomen, dienen verstorende werkzaamheden, zoals het verwijderen van vegetatie, graafwerkzaamheden, voorbelasten van het terrein en heiwerkzaamheden, buiten het broedseizoen van de aangewezen broedvogels (globaal buiten de periode maart tot en met half september) plaats te vinden om nadelige effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van deze soorten te voorkomen. Indien verstorende werkzaamheden binnen het broedseizoen plaatsvinden moet voorafgaand hieraan de locatie worden vrijgegeven door een ervaren ecoloog. Indien bij de controle in gebruik Quickscan en voortoets Wet natuurbescherming t.p.v. de Noordse Buurt te Nieuwkoop (Kenmerk: 180580)

Pagina 36 van 44

zijnde nesten van vogels, of in aanbouw zijnde nesten worden aangetroffen moeten de werkzaamheden worden uitgesteld tot het nest niet meer in gebruik is. Weidevogelgebied Een deel in het noordoosten van de onderzoekslocatie is aangewezen als weidevogelgebied. Indien ontwikkelingen plaats vinden binnen of grenzend aan het weidevogelgebied dient getoetst te worden of dit zal leiden tot nadelige effecten op het gebied.

6.6 VERANTWOORDING De initiatiefnemer of opdrachtgever is verantwoordelijk voor het gebruik van de rapportage. Eco Reest BV aanvaardt dan ook geen aansprakelijkheid voor de inhoud, interpretaties of conclusies indien gebruik wordt gemaakt van deelaspecten van deze rapportage, zonder verwijzing naar de volledige rapportage. Bovendien aanvaardt Eco Reest BV geen aansprakelijkheid voor kosten en vertraging die optreden als gevolg van het voorkomen van beschermde flora en fauna. Eco Reest BV S. Westbroek MSc.

Quickscan en voortoets Wet natuurbescherming t.p.v. de Noordse Buurt te Nieuwkoop (Kenmerk: 180580)

Pagina 37 van 44

GERAADPLEEGDE BRONNEN Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J. & Buys, J.C. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden. Leiden Bij12, Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus, versie 1.0, juli 2017. Bij12, Kennisdocument Huismus Passer domesticus, versie 1.0, juli 2017. Bij12, Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0, juli 2017. Bij12, Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii, versie 1.0, juli 2017. Dietz, C.O., von Helversen & D. Nill (2011). Vleermuizen, alle soorten van Europa en NoordwestAfrika. De Fontein / Tirion Uitgevers B.V., Utrecht. Provincie Zuid-Holland, juni 2015, Beheerplan Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen en De Haeck, Periode 2015 – 2021 REIJNEN, R., R. FOPPEN, C. TERBRAAK, AND J. THISSEN. 1995. The Effects of Car Traffic on Breeding Bird Populations in Woodland .3. Reduction of Density in Relation to the Proximity of Main Roads. Journal of Applied Ecology 32:187-202. infomil.nl Libellennet.nl NDFF.nl 1 RAVON.nl SOVON.nl Synbiosiys.alterra.nl Vleermuis.net Vleermuizenindestad.nl Vlindernet.nl

1

In dit rapport worden gegevens gebruikt welke (deels) afkomstig zijn uit de NDFF. Deze mogen niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden. Quickscan en voortoets Wet natuurbescherming t.p.v. de Noordse Buurt te Nieuwkoop (Kenmerk: 180580)

Bijlage 1 Overzicht vrijgestelde soorten provincie Zuid-Holland Vrijgestelde soorten (artikel 3.10 eerste lid, onderdeel c) Provincie Zuid-Holland Zoogdieren Aardmuis (Microtus agrestis) Bosmuis (Apodemus sylvaticus) Bunzing (Mustela putorius) Dwergmuis (Micromys minutus) Dwergspitsmuis (Sorex minutus) Egel (Erinaceus europeus) Gewone bosspitsmuis (Sorex araneus) Haas (Lepus europeus) Hermelijn (Mustela erminea) Huisspitsmuis (Crocidura russula) Konijn (Oryctolagus cuniculus) Ree (Capreolus capreolus) Rosse woelmuis (Clethrionomys glareolus) Veldmuis (Microtus arvalis) Vos (Vulpes vulpes) Wezel (Mustela nivalis) Woelrat (Arvicola terrestris) Amfibieën Bruine kikker (Rana temporaria) Gewone pad (Bufo bufo) Kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris) Meerkikker (Pelophylax ridibundus) Middelste groene kikker/bastaard kikker (Pelophylax kl. Esculentus)

Bijlage 2 Essentietabel Nieuwkoopse Plassen & De Haeck

Bijlage 3 Geluidshinder als gevolg van bouwlawaai Afstandstabel die op de website van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat* wordt aangeboden om de mate van hinder als gevolg van bouwwerkzaamheden in te schatten. * https://www.infomil.nl/onderwerpen/geluid/functies/bouwlawaai-0/virtuele-map/afstandstabel/

Activiteit

Lwr

Afstand tot activiteit [m]

dB(A)

45 dB(A) 60 dB(A) 65 dB(A) 70 dB(A) 75 dB(A) 80 dB(A) Heien betonpalen

126

2024

400

250

150

80

50

Heien stalen buispalen

140

4376

1200

850

550

350

230

Heien damwanden

130

2574

550

350

225

125

75

Intrillen buispalen

121

1424

250

150

80

50

25

Intrillen damwanden

125

1450

350

200

125

75

50

Geluidarm aggregaat

93

76

15

10

<10

<10

<10

Geluidarme pomp

90

54

10

<10

<10

<10

<10

Compressor

100

162

35

20

10

<10

<10

Pneumatisch beitelen/ hameren

119

1185

220

140

75

45

25

Ontgraven

107

330

60

30

20

10

<10

Zes vrachtwagenbewegingen/uur 106

299

30

17

10

<10

<10

Bij de berekeningen van de verschillende afstanden wordt uitgegaan van: • • • • • • • • •

gemiddelde bronsterkte volgens de tabel op basis van ervaringscijfers volledig harde bodem geen afscherming van gebouwen en dergelijke ontvangerhoogte 5 meter boven maaiveld effectieve bedrijfsduur heien/trillen 6 uur in de dagperiode effectieve bedrijfsduur graven, beitelen, hameren 8 uur in de dagperiode effectieve bedrijfsduur aggregaat, pomp 12 uur in de dagperiode geen meteocorrectie geen strafcorrectie voor impulsgeluid

Bijlage 4 Gevoeligheid aangewezen natuurwaarden van Nieuwkoopse Plassen & De Haeck Bron: https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx?subj=n2k&groep=7&id=n2k103&topic=g evoeligheid

Bijlage 5 Broedvogels in Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck Bron: https://www.sovon.nl/nl/gebieden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=bd8c61e8-37e0-44c9-abc8-241139d19982