194 Bijlage 5 Naar grotere kleine windturbines Zuid-Holland (GROOT DOCUMENT)
Tekst van het document
Basisprincipe 1: Turbine maximaal 2x de tiphoogte van het hoogste
Basisprincipe 1
object. Voor dit erf betekent dat de hoogte van de beplanting maatgevend is. De hoogste bomen zijn zo’n 12 meter, de hoogste bebouwing is 11 meter hoog. Maximale tiphoogte zou maximaal 24 meter kunnen zijn. »
Basisprincipe 2: Hoe breder het ensemble, hoe hoger de windturbine kan zijn. Dit is een gemiddeld erf.
»
Basisprincipe 3:
Basisprincipe 2
Gaat over de maximale afstand waarop de windturbine nog als onderdeel van het ensemble wordt opgevat (maximaal op 1x de tiphoogte). Dit principe hebben we niet in WIN3Dgevisualiseerd voor deze polder.
Basisprincipe 3
Figuur 3.3f | Verbeelding van de drie basisprincipes voor dit voorbeelderf.
45
WIN3D visualisaties Verschillende typen en hoogtes windturbines in het erfensemble In WIN3Dis de windturbine achteraan op het achterste deel van het erf geplaatst, wat gezien de windrichting, de beplanting, de dijk en de functies van het erf, de meest logische plek lijkt. De afbeeldingen in figuur 3.3g laten verschillende
EAZ - 15 m ashoogte, 21 m tiphoogte
typen windturbines met verschillende hoogtes zien bij dit voorbeelderf.
WES - 24 m ashoogte, 34 m tiphoogte
BestWatt - 25 m ashoogte, 30 m tiphoogte
46
WES - 30 m ashoogte, 40 m tiphoogte
Best Watt - 30 m ashoogte, 38 m tiphoogte
Figuur 3.3g | Verschillende typen en hoogtes windturbines bij het erf. (de DW54 is niet gevisualiseerd vanwege de zeer nabijgelegen woonbebouwing van Woubrugge)
47
Meerdere erven met een kleine windturbine op het erf In deze droogmakerij liggen de agrarische bedrijven in een lint langs de dijk. Een afwisseling van agrarische bedrijven en woonbebouwing. Zie de uitsnede van de bestemmingsplankaart in figuur 3.3h. Bij de plaatsing van windturbines op een erf moeten deze voor woningen van derden aan de geluidsnormen voldoen, dat betekent soms puzzelen. In een lint met veel woonbebouwing kan
Figuur 3.3i | Geeft de posities van de gevisualiseerde kleine
het lastig zijn een windturbine binnen het bouwblok
windturbines (rode stippen).
te plaatsen. Figuur 3.3i geeft de posities weer van de gevisualiseerde windturbines.
Figuur 3.3h | Fragment uit de bestemmingsplankaart, waarop te zien is dan in het lint onderaan de dijk voornamelijk agrarische bedrijven liggen. De woonbebouwing van Woubrugge ligt hier direct naast. (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)
48
In figuur 3.3j is te zien wat hoe het ervaren wordt als meerdere windturbines van dezelfde soort en type in dit landschap staan, vanuit twee verschillende standpunten. Hoe het is als er verschillende kleine windturbines van dezelfde hoogte staan is te zien in figuur 3.3k. Als deze ook in hoogteverschillen geeft dat een beeld zoals te zien in figuur 3.3l.
EAZ - 15 m ashoogte, 21 m tiphoogte
BestWatt - 25 m ashoogte, 30 m tiphoogte
BestWatt - 30 m, ashoogte, 38 m tiphoogte
49
EAZ - 15 m 21 m ashoogte, 21 m tiphoogte
BestWatt - 25 m ashoogte, 30 m tiphoogte
Figuur 3.3j | Op meerdere erven windturbines van hetzelfde type en gelijke hoogte, zicht vanaf de dijk en zicht vanuit de polder op het lint en de dijk. BestWatt - 30 m ashoogte, 38 m tiphoogte
50
»
De tweewieker heeft een duidelijk afwijkende vorm en onderscheid zich daarmee van de grote windturbines. Dat wordt overwegend ervaren als nadeel.
»
Een windturbine van 30 meter ashoogte kan in het geval van een (heel) groot erf met grote gebouwen passend lijken op het niveau van het erfensemble en als vanuit de polder richting de bebouwing wordt
Figuur 3.3k | Op meerdere erven windturbines van verschillende typen en gelijke ashoogte 25 m
gekeken. Echter vanaf de dijk gezien kan deze als niet-passend worden ervaren, omdat de windturbine niet past bij de oorspronkelijke schaal en maat (korrelgrootte) van dit landschap. Bevindingen over windturbines bij meerdere erven in relatie tot het landschap en oriëntatiepunten »
Figuur 3.3l | Op meerdere erven windturbines van verschillende typen en verschillende ashoogte 15 – 30 m
Meerdere windturbines achter op de erven kunnen samen een soort lijnopstelling vormen door de lintbebouwing.
»
Bevindingen n.a.v. de WIN3D-visualisaties
of hoger worden te dominant in het Een windturbine met ashoogte 25 meter
landschap en ‘komen los te staan’ van
De referentieturbine van 15 meter is laag ten
wordt als ruimtelijk passend ervaren bij dit
de landschappelijke structuren als
opzichte van de erfbeplanting. De windturbine
erf (gezien de lage ligging ten opzichte van
bebouwingslinten en wegbeplantingen.
staat op maaiveld, een flink stuk lager ten opzichte
dijk en dijkbeplanting is dit waarschijnlijk qua
van de dijk (voor het rendement is dat ongunstig).
windopbrengst nog steeds niet gunstig).
Over de hoogte en type van de windturbine »
Meerdere windturbines van 30 meter
»
51
3.4.
Voorbeeld Hillegom-Lisse | Bollenlandschap
3.4.1.
Kenmerken van het gebied
Landschappelijke waarden Het Bollenlandschap (zie figuur 3.4a) is ontstaan door egalisatie van de strandwallen en strandvlakten die het reliëfrijke binnenduinlandschap vormden. De afgevlakte zandige bodem dicht boven het grondwater vormde de goede condities voor de bollenteelt. In het voorjaar een kleurrijke bloemenzee, de rest van het jaar lege akkers. Het gebied heeft een sterke noord-zuidgerichtheid, parallel aan de kustlijn. Bebouwing ligt langs linten, die soms meer slingerend zijn (organisch) of recht (lineair), soms enkel, en soms in dubbele linten (zie figuur 3.4b). Het bollenlandschap heeft een ruimtelijke structuur met ‘kamers’: vlakke open ruimtes met verdichte randen door de lintbebouwing. Het is een verstedelijkt gebied, met een grote variatie in woonvormen, waaronder de typische rijtjes arbeiderswoningen. De bollenteelt brengt specifieke bebouwing met zich mee: bollenschuren, ondersteunend glas en aan de bollenteelt gelieerde bedrijvigheid en transport. Juist die menging en variatie is een karakteristiek van het
Figuur 3.4a | Kenmerkende landschappelijke structuren in het bollengebied Hillegom-Lisse
gebied.
(het voorbeeldgebied omvat omcirkelde gebied).
52
In het gebied ligt het Landgoed de Keukenhof (zgn. Kroonjuweel in het provinciaal beleid) Verspreid in het gebied liggen enkele waardevolle open graslanden, weidevogelgebied. Verspreid in het gebied zijn er traditionele windmolens, die net als kerken, water- en vuurtorens als oriëntatiepunten in de (wijde) omgeving te zien zijn. Agrarische erven In het bollenlandschap vinden we hoofdzakelijk bollenteelt. Op de weinige graslanden melkveehouderij. De agrarische erven zijn heel divers, van compacte erven met woonhuis en bollenschuur, tot grote erven met zeer grote schuren erop. Hoogte van de schuren is ca 6- 10 meter. De woningen liggen meestal aan de weg, de schuren daarachter. De erven aan de organisch gevormde linten hebben over het algemeen meer (aaneengesloten) beplanting. Aan de lineaire linten is de beplanting minder prominent aanwezig. De erven zijn soms met hagen omzoomd. Midden in de polder zijn ook erven zonder beplanting.
Figuur 3.4b | Ligging van agrarische erven in het bebouwingslint of vrij liggend in de polder.
53
3.4.2.
Bevindingen – beeldverhaal
Erfensemble voorbeelderf Het voorbeelderf (zie figuur 3.4c) is het erf van een bollenbedrijf, gelegen aan een meer organisch bebouwingslint. Bollenbedrijven hebben over het algemeen een forse energiebehoefte, vanwege het drogen en opslaan van de bollen. Het erf is functioneel ingericht en de bollenvelden lopen door tot strak tegen de erven aan.
Figuur 3.4d | Ligging van het voorbeelderf (aangeduid met
Figuur 3.4e | Plattegrond van het voorbeelderf (rechts).
cirkel).
Figuur 3.4c | Foto van het voorbeelderf (bron Google Streetview).
54
Uitwerking basisprincipes Als we de drie basisprincipes toepassen op dit erf (zie figuur 3.4f), levert deze uitgangspunten op: »
Basisprincipe 1: Turbine maximaal 2x de tiphoogte van het
Basisprincipe 1
hoogste object. Voor dit erf betekent dat de hoogte van de beplanting maatgevend is. De hoogste bomen zijn zo’n 12 meter, de hoogste bebouwing is bijna 9 meter hoog. Maximale tiphoogte zou maximaal 24 meter kunnen zijn, hoewel de bebouwing hier waarschijnlijk meer maatgevend is, gezien de beperkte hoeveelheid bomen. »
Basisprincipe 2: Hoe breder het ensemble, hoe hoger de
Basisprincipe 2
windturbine kan zijn. Dit is een zeer groot erf, wat zou betekenen dat de hoogte meer kan zijn dan de 20 meter tiphoogte volgens basisprincipe 1. »
Basisprincipe 3: Gaat over de maximale afstand waarop de windturbine nog als onderdeel van het ensemble wordt opgevat (maximaal op 1x de tiphoogte). Dit principe is buiten beschouwing gelaten in deze verkenning, omdat plaatsing buiten het erf
Basisprincipe 3
gezien de intensiteit van het grondgebruik niet aannemelijk is en zich slecht lijkt te verhouden
Figuur 3.4f | Verbeelding van de drie basisprincipes voor dit voorbeelderf.
tot de toeristische aantrekkelijkheid van de bollenvelden.
55
WIN3D visualisaties De afbeeldingen in figuur 3.4g laten verschillende typen windturbines met verschillende hoogtes zien bij dit voorbeelderf.
EAZ - 15 m ashoogte, 21 m tiphoogte
WES - 24 m ashoogte, 34 m tiphoogte
BestWatt - 25 m ashoogte, 30 m tiphoogte
56
WES - 30 m ashoogte, 40 m tiphoogte
Best Watt - 30 m ashoogte, 38 m tiphoogte
Figuur 3.2g | Verschillende typen windturbines van verschillende hoogtes bij het voorbeelderf.
DW54 - 40 m ashoogte, 67 m tiphoogte
57
Meerdere erven met een kleine windturbine op het erf In dit gebied liggen de agrarische erven in een bebouwingslint met daartussen veel woonhuizen. Zie de uitsnede van de bestemmingsplankaart in figuur 3.4h. Ook hier geldt weer dat windturbines op een erf voor woningen van derden aan de geluidsnormen moeten voldoen. Dat betekent dat windturbines hoger dan 25 meter zo’n 100 meter vanaf woningen van derden moeten staan. In een lint met veel woonbebouwing kan het lastig zijn een windturbine van 25 meter ashoogte of hoger binnen het bouwblok te plaatsen. In dit intensief gebruikte landschap, telt iedere m2 en is plaatsing buiten het bouwblok hoogstwaarschijnlijk niet gewenst. Figuur 3.4I geeft de postities van de windturbines zoals die in figuur 3.4k en 3.4 l zijn gevisualiseerd.
Figuur 3.4h | In dit gebied is de afwisseling te zien van de
Figuur 3.4i | Geeft de posities van de gevisualiseerde kleine
agrarische bestemming (groen), (andere) bedrijven (paars) en
windturbines.
de woonbebouwing (geel).
58
Figuur 3.4j | Op meerdere erven windturbines van gelijke ashoogte 15 m
Figuur 3.4k| Op meerdere erven windturbines van gelijke ashoogte 25 m
Figuur 3.4l | Op meerdere erven windturbines van gelijke ashoogte 30 m
59
Bevindingen n.a.v. de WIN3D-visualisaties
aanwezigheid van beplanting, maar ook in de
Na het bekijken van de WIN3Dbeelden, zijn de
kleine schaal van de percelen. Het is een ‘vol’
volgende punten opgemerkt:
en verstedelijkt landschap. De windturbines versterken de ervaring van een ‘vol’ landschap.
Over de hoogte en type van de windturbine »
»
»
Het bollengebied heeft grote toeristische waarde,
Kleine windturbines tot 25 meter ashoogte
in hoeverre laat dat zich combineren met grotere
worden in dit landschap al snel als overheersend
kleine windturbines? Het landschap is ook vol,
ervaren. Hogere windturbines zijn erg dominant.
door de vele bebouwing, waaronder ook grote
Bollenteelt heeft vanwege het drogen en bewaren
bedrijfshallen. Passen dan juist wel windturbines?
van bloembollen een zeer hoge energiebehoefte.
Daarmee verandert het karakter van het gebied
Dat vraagt om windturbines met een groter
nog meer naar verstedelijkt landschap.
vermogen en dus hogere ashoogte (40 meter
»
Als er windturbines worden geplaatst, is het
of hoger). Het is een vol landschap, waarin
gewenst dat samen te laten gaan met het
windturbines van 40 meter als storend en te
toevoegen van erfbeplantingen/ hagen. Deze
overweldigend worden ervaren.
wens komt voort uit het minder verstedelijkt laten lijken van dit landschap. Om eventuele
Over de positie ten opzichte van het erf/ bouwblok
windturbines logisch deel uit te laten maken van
»
Het is lastig om op de (randen van de) erven
een erfensemble is een forse beplanting nodig en
ruimte te vinden om windturbines vanaf 30 meter
kan niet worden volstaan met een haag.
te plaatsen, vanwege de afstandsnormen voor
»
Het kleinschalige en versnipperde landschap van
geluid tot woningen van derden. De afwisseling
het bollenlandschap lijkt windturbines, hoger
van agrarische ondernemingen en wonen is
dan 25 meter tiphoogte, niet te kunnen ‘dragen’.
groot.
Terwijl dit juist een landschap is met een enorme energiebehoefte.
Over windturbines bij meerdere erven in relatie tot landschap en oriëntatiepunten
Hoe kun je in dit landschap verduurzamen als
»
Het oorspronkelijke landschap in het
windturbines zo lastig lijken te passen, is een
Bollengebied is fijnmazig, dat is vooral zichtbaar
belangrijke vraag. Het is een verstedelijkt landschap
is de bebouwingsstructuur, de bescheiden
met een grote energievraag.
60
4. Conclusies en aanbevelingen Deze verkenning is uitgevoerd in vier typisch
andere groottes van windturbines kunnen leiden.
vraagt aandacht. Landschappelijk betekent het
Zuid-Hollandse landschappen. Vier typen
Zorg dan dat alle windturbines een vergelijkbare
bouwblok dan niks. Het kan een reden om (nog)
verschijningsvorm hebben, bijvoorbeeld allemaal
geen kleine windturbine toe te staan. Een andere
lichtgrijze windturbines met 3 wieken, of allemaal
mogelijkheid zou zijn om het bouwblok zichtbaar
wat betreft landschappelijke structuur, schaal,
windturbines met drie houten wieken. Een
te maken door bijvoorbeeld het toevoegen van
openheid, agrarisch gebruik, etc. Door deze
standaard vastleggen voor de verhouding mast-
erfbeplanting. Dat zou als voorwaarde aan de
rotordiameter zou vanuit landschapsbeleving
omgevingsvergunning gekoppeld kunnen worden.
landschappen die sterk van elkaar verschillen
vier gebieden te kiezen, was het mogelijk de
gewenst zijn, want dat heeft een rustiger beeld.
bandbreedte te verkennen, waarbinnen kleine windmolens in het landschap kunnen passen. »
4.1.
Conclusies
Echter daarmee wordt de keuzevrijheid voor de
Meerdere windturbines in het landschap
agrariërs flink beperkt.
»
Aandachtspunt is dat aanwezigheid van woningen
Tiplaagte is bij kleine windturbines bij agrarische
van derden in de nabijheid plaatsing van de
bedrijven vooral afhankelijk van de hoogte van
windturbine op het erf/ bouwblok niet altijd
Uit de verkenning komt naar voren dat er conclusies
de beplanting en gebouwen op het erf. Agrariërs
mogelijk maken. Juist in een vol, dicht bebouwd
zijn te trekken die voor alle gebieden gelden en dat
zullen bij voorkeur de rotor in zijn geheel
landschap, lijkt dat een soort natuurlijke regulering
er soms ook gebiedsspecifieke invullingen aan die
daarboven laten uitsteken om zo optimaal mogelijk
van het aantal op te leveren, mits hier wordt
conclusies kunnen worden gegeven.
vermogen te halen.
vastgehouden aan het principe dat de windturbine op het erf moet staan.
Hoogte en type windturbine
Positie ten opzichte van het erf en bouwblok
»
»
»
»
»
»
Uit de verkenning is niet gebleken dat er een teveel
Plaatsing op het agrarisch erf heeft de voorkeur;
aan kleine windturbines kan worden ervaren,
30 meter tiphoogte lijkt in veel gevallen goed te
dit geeft een rustiger landschapsbeeld dan
mits de hoogte passend is bij de landschappelijke
passen bij het agrarisch erfensemble.
wanneer de windturbine buiten het erf staat.
structuur. Veel relatief te hoge windturbines worden
Bij een grotere schaal van het landschap, zoals
Dit is ook een logische koppeling van vraag
wel als dominant ervaren. In de Alblasserwaard
in grote delen van de Hoekse Waard, een
en aanbod van energie op het agrarisch erf
was dit aan de orde bij windturbines hoger dan 25
landschap met stevige erven en landschappelijke
(wat een begrijpelijk beeld oplevert). Een
meter ashoogte. De windmolens domineren dan de
beplantingen, lijkt ook 30 meter ashoogte mogelijk.
beeld van een windturbine los in de ruimte
structuur van de oude lintbebouwing.
In een landschap dat fijnmaziger is, zoals
kan verwarring wekken (waar hoort het bij?).
Alblasserwaard en de Bollenstreek, zou een 15 tot
Dit is echter maatwerk en afhankelijk van de
locaties, zoals de kroonjuwelen, vragen ten
20 meter (ashoogte) windturbine passender zijn.
landschapsstructuur ter plekke.
alle tijden een zorgvuldige afweging, hier geldt
Plaatsing op het bouwblok, dat nog niet is
maatwerk. Dit kan bijvoorbeeld door het maken van
bebouwd en nog geen erfbeplanting heeft,
een Heritage Impact Assessment (HIA).
Een windturbine van 25 meter ashoogte en
Verschillende agrarische bedrijven hebben uiteenlopende energiebehoeften en dat zal tot
»
»
Waardevolle landschappelijke en cultuurhistorische
61
Reflectie op de werkhypothesen –
lijkt ook een windturbine met een tiphoogte tot
Basisprincipe 3: Voorkeur voor plaatsing
de basisprincipes
38 meter (ashoogte 30 meter) te passen. In het
In deze verkenning is gebruikt gemaakt van
bollenlandschap zijn de erven nauwelijks beplant
op ensemble óf maximale afstand van 1x tiphoogte tot ensemble
drie basisprincipes die uit eerder onderzoek
en zijn windturbines hoger dan 25 ashoogte ‘te veel’
Uit de verkenning is naar voren gekomen dat bij
zijn afgeleid (zie hoofdstuk 2). In hoeverre
in dit landschap. Naast de hoogte van de objecten
plaatsing van kleine windturbines bij agrarische
zijn deze principes te onderschrijven
op het erf, blijkt dus ook de hoeveelheid en
erven, plaatsing op het erf de voorkeur heeft. In
na het bekijken en analyseren van de
dichtheid van de beplanting een belangrijke factor
agrarische landschappen leidt dit tot een meer
3D-visualisaties? Zijn de basisprincipes ook van
te zijn of een windturbine bij het erfensemble
‘leesbaar’ en logisch geheel. De boerderij (waar
toepassing op de kleine windturbines, of is er
past. Een steviger beplanting kan een hogere
energie wordt verbruikt) en de windturbine (die
aanleiding om ze specificeren of te wijzigen?
windturbine dragen.
energie levert) vormen een logisch geheel. In de verkenning is daarom onderscheid gemaakt
Zoals eerder gezegd is het beoordelen of een windturbine bij een erf of in het landschap past altijd normatief.
Basisprincipe 2: Des te breder het ensemble, des te hoger de windturbine kan zijn
tussen de begrippen ‘erf’ en ‘bouwblok’. Een bouwblok is een juridische term, die
(maatwerk)
landschappelijk geen betekenis heeft. Een
Basisprincipe 1: Tiphoogte maximaal 2x de hoogte van het hoogste object
Dit basisprincipe stelt dat op een groot
bouwblok wordt pas zichtbaar als deze bebouwd
erfensemble, bijvoorbeeld van een groot
of beplant is. Plaatsing van een windturbine
Het eerste basisprincipe stelt dat een windturbine
akkerbouwbedrijf, de hoogte van een windturbine
achter op een leeg bouwblok, leidt ertoe dat
passend is bij het erfensemble als de tiphoogte
soms kan worden afgeleid van de breedtemaat
de windturbine als een losstaand object wordt
maximaal 2x de hoogte van het hoogste object is.
van het ensemble. Als er bijvoorbeeld sprake
ervaren. Of dit als niet passend wordt ervaren,
In de verkenningen was bij de agrarische erven de
is van een omvangrijk erf met hoge bomen
is mede afhankelijk van andere objecten en
beplanting het maatgevende hoogste object; op
en gebouwen dat als massa in het landschap
structuren in de omgeving. Voorbeeld: als er geen
de voorbeelderven maximaal ca. 12-15 meter hoog.
zichtbaar is, dan kan een grotere hoogte dan
andere opgaande elementen in beeld zijn, geeft
Vanuit dit principe is een windturbine met een
2x het hoogste object nog steeds een passende
dit een andere visuele relatie dan wanneer er
tiphoogte van maximaal 30 meter tiphoogte passend.
verhouding opleveren. Uit deze verkenning is naar
bijvoorbeeld veel nabijgelegen erven zijn/ op de
Uit de visualisaties komt naar voren dat dit over het
voren gekomen, dat bij agrarische erven naast de
horizon een windpark staat.
algemeen klopte. Een factor die meespeelt blijkt ook
breedte ook de aanwezigheid van beplanting een
de dichtheid van de erfbeplanting. Bij een erf met
rol speelt. Ook hier weer blijkt dat bijvoorbeeld
veel bomen en dicht struweel eromheen (mantel),
in het Bollenlandschap met de grote schuren niet
zoals op veel erven in de Hoekse Waard,
vanzelfsprekend grotere windturbines passen.
62
Laadvermogen van het landschap
Hoe groter de schaal en de maat van het landschap
In de verkenning is ook onderzocht hoe meerdere
en hoe verder de erven van elkaar af liggen, hoe meer
kleine windturbines in het landschap worden
het landschap de kleine windturbines kan dragen,
ervaren. Is er een maximum laadvermogen te
zoals in Hoekse Waard. Alblasserwaard is weliswaar
bepalen? Wat is het effect als de windturbines
een open landschap, de ‘korrelgrootte’ is fijner. De
allemaal een gelijke uitstraling en hoogte hebben en
erven liggen hier dichter bij elkaar. Dat maakt dat hier
wat als dit verschilt.
windturbines van maximaal 25 meter ashoogte (en 30 meter tiphoogte) passend zijn.
Uit de verkenning komt naar voren dat het maximale aantal kleine windturbines dat op erven
Als er meerdere kleine windturbines in het landschap
geplaatst zal kunnen worden, niet alleen afhangt
staan, treedt er ‘interactie’ op met de bestaande
van individuele keuzes van een ondernemer, maar
landschapsstructuren, zoals beplante dijken,
dat dit ook bepaald wordt door de technische
bebouwingslinten of met grote windturbines. De
randvoorwaarden die worden gesteld. Niet overal
hoogte van de windturbines blijkt een rol te spelen,
kán een windturbine worden geplaatst vanwege
in hoe dominant ze worden ervaren. In de meeste
bijvoorbeeld aanwezigheid van leidingen of het
gebieden ligt de grens op 25 meter ashoogte. Als
overschrijden van de geluidsnorm. Uit de gebieden
de windturbines van wisselende hoogte zijn, en van
die zijn onderzocht komt naar voren dat in de ‘volle’
gelijk type (zelfde uitstraling, allemaal drie wieken)
landschappen (de Bollenstreek, maar ook de dicht
wordt dit als rustiger ervaren, dan wanneer de
bebouwde linten in de Alblasserwaard), om die
windturbines verschillende typen zijn.
redenen ook minder windturbines geplaatst kunnen worden. Het aantal reguleert zich daar vanzelf. In
Kleine windturbines met drie wieken van 30 meter
de open landschappen, zoals Hoekse Waard en de
ashoogte en hoger gaan, met name wanneer
ruilverkavelingslinten in Alblasserwaard of middenin
deze verder weg van de kijker staan en de positie
Polder Vierambacht liggen de erven meer uit elkaar
niet meer te bepalen is, interfereren met grote
en zijn meer mogelijkheden.
windturbines in de verte.
63
4.2.
Aanbevelingen Besteed aandacht aan de erfbeplanting;
Aanbeveling voor vervolg
adviezen in overweging te nemen:
een stevige erfbeplanting draagt bij aan het
»
»
Gemeenten kunnen een belangrijke rol spelen
creëren van eenheid in het erfensemble. Meer
gemaakt kan worden tussen verschillende
in het faciliteren van plaatsing van kleine
erfbeplanting lijkt paradoxaal in relatie tot
windturbinetypen die wenselijk zijn in een
windturbines. Wanneer in het omgevingsplan
de windopbrengst, maar windturbines met
gebied, om zo de opgave gebiedsspecifiek te
ruimte voor deze ontwikkeling is vastgelegd, is de
een ashoogte van 25 meter steken over het
kunnen invullen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan
drempel voor plaatsing voor agrariërs lager.
algemeen boven de beplanting (zoals een
inzet van een kwaliteitsteam of een integraal
Deze verkenning geeft aanleiding om de volgende
»
»
Vanuit de beleving van het landschap kan het
Onderzoek hoe in instrumentarium onderscheid
gebiedsteam.
stevige omzoming met struweel) uit.
Provincie kan de gemeenten ondersteunen met een handreiking met daarin voorbeelden van
»
»
»
Onderzoek wat er gebeurt als ook andere
kleine windturbines en de aspecten die een rol
gewenst zijn om één bepaald type windturbine
ondernemers in het buitengebied ruimte krijgen
spelen bij plaatsing in het erfensemble. Dit kan
voor te schrijven, bijvoorbeeld alleen
om een kleine windturbine te plaatsen.
inspiratie zijn voor gemeenten en agrariërs.
windturbines met drie wieken in een bepaalde
De vrijstellingshoogte voor kleine windturbines bij
kleurstelling. Flexibiliteit wat betreft masthoogte
Tenslotte
agrarische erven kan hoger bepaald worden dan
en rotordiameter is mogelijk, zolang dit onder de
»
de huidige 15 meter ashoogte. Uit de verkenning
toegestane hoogte blijft.
iets van trots weer: deze ondernemer heeft
“Een windturbine op een boerenerf geeft ook
De Bollenstreek heeft een complex vraagstuk
werk gemaakt van verduurzaming en dat mag
meter tiphoogte) in veel situaties passend is, en dat
voor windenergie. De energiebehoefte is
gezien worden!”
komt naar voren dat 25 meter ashoogte (en 30
»
30 meter ashoogte in specifieke gevallen kan.
enorm, maar de ruimtelijke opbouw (wonen
»
De windturbine wordt bij voorkeur op het erf
en agrarische bedrijven zo dicht opeen) maken
geplaatst. Plaatsing buiten het erf is maatwerk.
individuele plaatsing van kleinere windturbines
»
Betrek bij een aanvraag voor plaatsing van een
niet goed mogelijk. Elke windturbine is erg goed
windturbine het gehele erfensemble door om een
zichtbaar, nagenoeg ongeacht de maat. Dat
totaalplan te vragen voor een samenhangende
vraagt maatwerk.
erfinrichting.
64
Naar grotere kleine windturbines? April 2023 | Wing en ROM3D