CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

194 Bijlage 5 Naar grotere kleine windturbines Zuid-Holland (GROOT DOCUMENT)

Besluitvormende raadsvergadering 6 juni 2024, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen beleidskader zonne-energie Gemeente Nieuwkoop (2024-056)13.234 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Naar grotere kleine windturbines? Verkenning naar de landschappelijke effecten van hogere ashoogten voor kleine windturbines in vier voorbeeldgebieden

Colofon

Opdrachtgever Provincie Zuid-Holland Contactpersoon:

Uitvoering | Wing | Wing | Wing | Rom3D

Ontwerp en vormgeving rapport Wing April 2023

2

Samenvatting In het huidige beleid van de provincie Zuid-Holland

Alblasserwaard (veenontginningslandschap),

De erfbeplanting speelt een belangrijke rol bij het

is het mogelijk om overal in het buitengebied kleine

Vierambachtspolder (droogmakerijenlandschap) en

creëren van eenheid.

windturbines met een ashoogte tot 15 meter te

Hillegom-Lisse (bollenlandschap). Met 3D-visualisaties

plaatsen, mits de ruimtelijke kwaliteit dat toelaat. Het

in het programma WIN3Dis onderzocht of

kan zijn om één bepaald type windturbine voor

aantal kleine windturbines dat is geplaatst is echter

verschillende hoogte en typen windturbines passend

te schrijven, bijvoorbeeld alleen windturbines

relatief beperkt. De provincie heeft Wing gevraagd te

zijn bij het erf, wat de plaats ten opzichte van het erf

met drie wieken in een bepaalde kleurstelling.

onderzoeken wat daar de achterliggende redenen van

betekent en wat het effect is in het landschap als er

Flexibiliteit wat betreft masthoogte en

zijn en wat er nodig om dit om te buigen. De provincie

meerdere kleine windmolens worden geplaatst.

rotordiameter is mogelijk, zolang dit onder de

»

Vanuit de beleving van het landschap het gewenst

toegestane hoogte blijft.

overweegt de vrijstellingshoogte te verruimen, als blijkt dat het voor agrariërs dan interessanter wordt een

Uit de verkenning komt als advies naar voren dat:

kleine windturbine te plaatsen. De provincie zal in haar

»

»

Nader onderzoek kan uitwijzen op welke manier,

Gemeenten een belangrijke rol spelen in het

via welk instrumentarium gemeenten invulling

overwegingen ook de ecologische, energetische en

faciliteren van plaatsing van kleine windturbines.

geven aan met maatwerk. Denk aan een kwaliteits-

economische effecten betrekken.

Wanneer in het omgevingsplan ruimte voor deze

of een gebiedscommissie.

ontwikkeling is vastgelegd, is de drempel voor In deze verkenning is onderzocht of het vanuit landschap gezien passend en wenselijk is voor

»

kleine windturbines bij agrarische bedrijven de vrijstellingshoogte van 15m te verhogen. En als dat kan onder welke voorwaarden dat zou kunnen. Via

»

»

De Bollenstreek een complex vraagstuk heeft voor

plaatsing voor agrariërs lager.

windenergie. Maat en schaal van het landschap en

De provincie de gemeenten kan ondersteunen door

de hoge energiebehoefte van veel bedrijven maakt

bijvoorbeeld een handreiking op te stellen met

dat kleine windturbines maar beperkt aan de vraag

uitgewerkte voorbeelden.

kunnen voldoen. Het landschap verdraagt hogere

De vrijstellingshoogte voor kleine windturbines bij

windturbines slecht. Dat vraagt maatwerk.

ontwerpend landschappelijk onderzoek is in beeld

agrarische erven hoger bepaald kan worden dan de

gebracht wat de ruimtelijke effecten zijn van plaatsing

huidige 15 meter ashoogte. Er komt naar voren dat

Verspreid door het rapport staan QR-codes. Door met

van kleinere windturbines met ashoogten tussen 15 en

25 meter ashoogte (en 30 meter tiphoogte) in veel

een mobiele telefoon deze codes te scannen, start het

45 meter. Via interviews en werksessies met relevante

situaties passend is, en dat 30 meter ashoogte in

filmpje.

stakeholders is de wenselijkheid verkend en ook onder welke randvoorwaarden een verhoging mogelijk is.

specifieke gevallen kan. »

De windturbine bij voorkeur op het erf wordt geplaatst. Plaatsing buiten het erf is maatwerk. Bij

Er is in vier typisch Zuid-Hollandse landschapstypen

een aanvraag voor plaatsing van een windturbine

aan de hand van een casus met een voorbeelderf

het gehele erfensemble wordt betrokken via een

gewerkt in Hoekse waard (deltalandschap),

totaalplan voor een samenhangende erfinrichting.

3

Inhoud Samenvatting

3

1.

Inleiding

5

1 .1

Doel van de verkenning

5

1 .2

Leeswijzer

5

2.

3

4

Inventarisatie

7

2.1

Wat speelt er in de praktijk?

7

2.2

Kleine(re) windturbines

11

Ruimtelijke verkenning in vier voorbeeldgebieden

20

3.1

Voorbeeld Hoekse Waard (Rivierdeltalandschap)

21

3.2

Voorbeeld Alblasserwaard (Veenweidelandschap)

31

3.3

Voorbeeld Polder Vierambacht (Droogmakerijenlandschap)

42

3.4

Voorbeeld Hillegom - Lisse (Bollenlandschap)

52

Conclusies en aanbevelingen

61

4.1

Conclusies

61

4.2

Aanbevelingen

64

4

1. Inleiding Deze verkenning is het resultaat van ontwerpend

1.1

onderzoek naar de ruimtelijke effecten van

In deze verkenning wordt onderzocht of het vanuit

windturbine of juist niet? Is er een verschil tussen

landschap gezien passend en/ of wenselijk zou zijn

typen landbouwbedrijven? Welke factoren spelen een

de vrijstellingshoogte van 15 meter voor kleinere

rol en tot welke implicaties leidt dat voor plaatsing van

Zuid-Holland. Volgens het huidige provinciaal

windturbines te verhogen. En als dat kan, onder welke

kleine windturbines in de verschillende landschappen?

beleid is het mogelijk om overal in het

voorwaarden dat dan mogelijk zou zijn.

En wat speelt volgens de gemeenten een rol bij

kleinere windturbines in het buitengebied van

Doel van de verkenning

Waarom willen agrarisch ondernemers een

het vraagstuk van de kleine windturbines? Welke

buitengebied kleine windturbines met een

Het huidig provinciaal omgevingsbeleid stelt dat

ontwikkelingen zien zij in hun gemeenten en waaraan

ashoogte tot 15 meter te plaatsen, mits de

windturbines tot 15 meter ashoogte in het

hebben zij behoefte als het gaat om de vorming van

ruimtelijke kwaliteit dat toelaat. Het aantal kleine

buitengebied geplaatst mogen worden, mits dat

nieuw beleid?

passend is bij de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. De

windturbines dat is geplaatst, is echter nog

gemeenten beoordelen dit, en houden daarbij rekening

1.2

beperkt. De recente stijging van de energieprijzen

met de landschappelijke en cultuurhistorische

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 allereerst

Leeswijzer

en de steeds sterker gevoelde urgentie om

waarden die zij in hun beleid hebben beschreven.

ingegaan op de huidige situatie rondom kleine windturbines in de provincie Zuid-Holland. Aan de

te verduurzamen, maken dat steeds meer

In deze verkenning is via ontwerpend landschappelijk

hand van interviews met gemeenten en LTO-noord

agrarische ondernemers interesse hebben in het

onderzoek in beeld gebracht wat de ruimtelijke effecten

is verkend in hoeverre er al kleine windturbines

plaatsen van een windturbine op hun erf. Om

zijn van kleinere windturbines in het buitengebied.

zijn geplaatst en welke factoren daar volgens de

Onderzocht is de range tussen 15 en 45 meter

geïnterviewden een rol bij spelen. En wat is er volgens

energieneutraal te worden als agrarisch bedrijf,

ashoogte. De verkenning richt zich op de plaatsing

hen nodig om plaatsing van meer kleine windturbines

is echter vaak behoefte aan windturbines die een

van windturbines op of nabij agrarische erven1. In

mogelijk te maken? Welke randvoorwaarden zouden

grotere opbrengst bieden en die zijn vaak hoger

verschillende landschappen is in beeld gebracht wat de

volgens de geïnterviewden een rol moeten spelen als

effecten zijn, en tot welke keuzes en randvoorwaarden

de vrijstellingshoogte meer wordt dan de 15 meter uit

dit leidt.

de huidige situatie?

dan 15 meter. Hogere windturbines hebben wel meer impact op het landschap. Voor de provincie is dit aanleiding geweest voor dit ontwerpend

Een ander doel van deze verkenning is meer inzicht te krijgen in de overwegingen van de

onderzoek naar de landschappelijke effecten van kleine windturbines tussen 15 en 45 meter.

1 | Plaatsing van windturbines bij andere bedrijven in het buitengebied is niet meegenomen in deze studie. Hiervoor

stakeholders. Waar ligt de behoefte van agrarische

gelden dezelfde landschappelijke uitgangspunten als voor

ondernemers?

agrarische erven.

5

In een intermezzo wordt ingezoomd op de specifieke behoeften die er bij agrarische ondernemers zijn. Wat maakt dat agrariërs een windturbine op hun erf willen plaatsen? Er worden een aantal vaak voorkomende situaties beschreven over de energiebehoefte van verschillende typen agrarische bedrijven. Hiermee wordt meer realisme en nuance aangebracht, in wat te verwachten is aan gewenste grootte van de windturbines vanuit de agrarische sector. In dit hoofdstuk worden vervolgens verschillende typen kleinere windturbines beschreven en wordt geduid welke aspecten een rol spelen bij de ervaring van deze windturbines. Het hoofdstuk sluit af met een aantal basisprincipes over de relatie tussen een erf en de hoogte en positie van een windturbine. Deze basisprincipes fungeren als werkhypothesen voor de ruimtelijke verkenning. In hoofdstuk 3 wordt in vier typisch Zuid-Hollandse landschappen met behulp van 3D-visualisaties onderzocht wat de effecten zijn van verschillend typen, hoogten en aantallen windturbines op het landschap. Voor voorbeeldgebieden in het rivierdelta-, veenweide-, droogmakerijen- en bollenlandschap zijn visualisaties gemaakt, en samen met de begeleidingscommissie van deze verkenning besproken. Per gebied zijn de bevindingen beschreven. In hoofdstuk 4 tenslotte worden alle bevindingen samengebracht tot conclusies en aanbevelingen.

6

2. Inventarisatie 2.1

Wat speelt er in de praktijk?

kleine windturbines geplaatst. In deze regio zijn

meer plekken, zoals bij de oudere bebouwingslinten,

er initiatieven voor collectieve windprojecten van

kleine windturbines wil toelaten en onder welke

Om erachter te komen wat er in de praktijk speelt

agrariërs geweest, maar dit betrof windturbines van

voorwaarden dan zou kunnen. De cultuurhistorische

zijn een aantal Zuid-Hollandse gemeenten en

ca. 60 meter hoog.

waarde van de oudere bebouwingslinten speelt hierbij een rol. Ook de gemeente Hoekse Waard

LTO Noord bevraagd op het onderwerp kleine

Welke factoren spelen daarbij een rol?

is bezig met de voorbereidingen voor beleid voor

windturbines. De gemeenten Hoekse Waard,

»

Laat het bestemmingsplan plaatsing van kleine

kleine windturbines. In Hoekse Waard wil men

windturbines al toe?

daarbij nadrukkelijke de landschappelijke en

Molenlanden en Teylingen zijn op dit moment bezig om beleid over kleine windturbines op te

Of het huidige bestemmingsplan ruimte biedt voor

cultuurhistorische waarden van de verschillende

kleine windturbines blijkt een belangrijke rol te

polders betrekken in wat men aan ruimte wil

stellen of hun beleid te verruimen. LTO Noord

spelen bij plaatsing. De gemeente Molenlanden is

bieden en eventuele randvoorwaarden die men

adviseert over verduurzaming van agrarische

een recente samenvoeging van vijf gemeenten. Twee

wil hanteren. In de gemeenten in de bollenstreek

daarvan hadden al beleid voor kleine windturbines

speelt de toeristisch-recreatieve waarde van

en juist daar zijn recent veel kleine windturbines

het bollenlandschap een belangrijke rol in de

neergezet. In de HTL-gemeenten is nog geen beleid

overwegingen kleine windturbines toe te staan.

bedrijven, zowel in de praktijk aan bedrijven zelf, als naar overheden.

voor kleine windturbines. Ook in de Hoekse Waard

Zijn er al windturbines geplaatst en zijn er aanvragen?

is nog geen beleid. De toename van het aanvragen

»

is voor de gemeenten aanleiding te starten met

In de gemeente Molenlanden blijkt een extern

Of er al veel kleine windturbines zijn geplaatst,

de beleidsvoorbereiding en de beoordeling van

adviseur actief te werven onder boeren en ook dat

verschilt per gemeente. In de Hoekse Waard zijn

aanvragen te pauzeren.

maakt dat er recent veel kleine windturbines (vooral

Actieve werving onder agrariërs

van het type EAZ) zijn geplaatst.

er nog relatief weinig geplaatst (3-5), maar zijn er recent meerdere initiatieven binnengekomen bij de

»

gemeente. De initiatieven lopen uiteen van een enkele

Naast het feit of er al beleid is voor kleine

Landschappelijke overwegingen »

windturbine van 15 meter tot een initiatief van een

windturbines, is ook van belang wáár er ruimte wordt

Als reden dat er recent veel kleine windturbines zijn

30 meter hoge windturbine.

geboden. De gemeente Molenlanden heeft in het

geplaatst gelden de hoge energieprijzen. De behoefte

In de gemeente Molenlanden zijn er recent zo’n 20

huidige beleid alleen aan agrarische bedrijven in de

van agrarisch overnemers om zelfvoorzienend te

(tot 15 meter tiphoogte) EAZ-molens geplaatst, en

nieuwe ruilverkavelingslinten ruimte geboden en daar

worden voor energie neemt toe om daarmee meer

zijn recent ook meer aanvragen binnengekomen. In

zijn recent veel nieuwe windturbines geplaatst. De

financiële zekerheid te hebben. Ook het naderend

Hillegom-Teylingen-Lisse (HTL Samen) zijn nauwelijks

gemeente onderzoekt of ze in het nieuwe beleid op

einde van de salderingsregeling speelt een rol.

De stijging van de energieprijzen

7

Intermezzo | specifieke behoeften van verschillende agrarische ondernemingen De energiebehoefte van agrarische ondernemingen

Afhankelijk van de uitgangssituatie op het bedrijf wat

loopt sterk uiteen, afhankelijk van:

betreft energiebehoefte, type aansluiting (klein- of

»

Het type bedrijf (akkerbouw, melkveehouderij,

grootverbruik), het aantal zonnepanelen dat al is

bollenteelt, etc.).

aangesloten en de situatie op het elektriciteitsnet,

»

De omvang.

wordt er een type windturbine uitgezocht. Soms

»

De mate van mechanisering en automatisering.

is het dak voor zonne-energie verhuurd aan

»

Specifieke activiteiten met veel energieverbruik

een energiecoöperatie en is uitbreiding van met

(drogen of koelen oogst, melkmachines).

zonnepanelen niet meer mogelijk. Een ondernemer

»

Het moment waarop de energie nodig is

kan dan wel een windturbine plaatsen om in zijn

(piekmomenten of juist continue).

eigen energievoorziening te voorzien. Het is in de

»

Mate van elektrificatie van de voertuigen/

huidige wetgeving niet toegestaan voor agrariërs

trekkers.

om energieproducent te zijn, dus zij zullen voor

»

In de toekomst mogelijk eigen waterstofproductie.

de meest optimale investering kiezen om de eigen

»

De gemiddelde windsnelheid in het gebied.

energiebehoefte te dekken. Een grotere (duurdere)

Figuur 2.1a | Verdeling van de opwek uit zonne- en windenergie over het jaar (bron: website www.energieopwek.nl).

windmolen die meer vermogen levert dan nodig is, Agrarische ondernemers die (meer) in de eigen

zal dan ook niet snel worden gekozen.

energiebehoefte willen voorzien, kunnen daarvoor (o.a.) zonne- of windenergie toepassen.

Als er al zonnepanelen liggen, kan daar, ook al is

Zonne-energie is de meest rendabele oplossing, maar

het net vol, wel wind bij worden aangesloten. De

dat is niet altijd mogelijk vanwege de dakconstructie,

combinatie zon-wind werkt namelijk stabiliserend op

het ontbreken van de juiste aansluiting, brandgevaar

het net. Voor de ondernemer heeft dit als voordeel

(rieten dak) of een vol elektriciteitsnet. Bij veel

dat de energieproductie door het jaar heen stabieler

agrarische bedrijven liggen al zonnepanelen op de

wordt (zie figuur 2.1a).

daken of op het bouwblok, en die leveren overdag stroom. Om te voorzien in stroom in de nacht voor bijvoorbeeld melkmachines op een melkveehouderij, of voor het intensieve en constante proces van het drogen van bloembollen is windenenergie een aanvulling.

8

Wat is er nodig om meer kleine windturbines

»

Veel ondernemers willen verduurzamen, omdat

te kunnen plaatsen?

De gemeenten die voor deze verkenning zijn

ze hiertoe intrinsiek gemotiveerd zijn, of omdat

»

geïnterviewd, onderzoeken op welke manier zij

bijvoorbeeld een afnemer of de overheid dat vraagt.

Zoals geschetst in het intermezzo op pagina 11 loopt de

zelf (meer) ruimte kunnen bieden voor kleinere

Ook kan er noodzaak zijn vanuit het bedrijfsproces:

behoefte van verschillende typen agrarische bedrijven

windturbines. In afwachting van een eventuele

voor grotere bedrijven kan waterstofproductie

uiteen. Ondernemers zullen willen kiezen voor een

verhoging van de vrijstellingshoogte zijn

interessant zijn, ofwel om energie te kunnen opslaan,

windturbine die het beste past bij de energiebehoefte

gemeenten nu beleid voor windturbines tot 15

ofwel omdat hun machinepark niet of heel lastig

en die ook de gunstigste rentabiliteit heeft. Het is voor

meter ashoogte aan het op-/ bijstellen.

geëlektrificeerd kan worden. Waterstofproductie

agrariërs dus van belang dat het beleid ruimte biedt om

vraagt veel elektriciteit.

de juiste molen te kunnen kiezen. Windturbines die te

Onder welke voorwaarden kan de

Dat kan een reden zijn om (eventueel naast opwek

weinig stroom leveren of juist veel te veel zijn financieel

vrijstellingshoogte omhoog?

uit zonne-energie) een windturbine op het bedrijf te

ongunstig en zullen dan ook niet worden geplaatst.

In de interviews zijn de volgende voorwaarden

»

Moeten/willen verduurzamen

Flexibiliteit

die een rol zouden kunnen spelen naar voren

willen plaatsen. » »

Meer beleidsruimte van provincie

Hogere ashoogte

Vol elektriciteitsnetwerk, wel ruimte voor

In de praktijk blijken de windturbines tot 15 meter

windturbines

ashoogte last te kunnen hebben van productieverlies

gebracht. »

Relatie met erf(beplanting), landschap en bebouwing

Op veel plekken in het elektriciteitsnetwerk is

door bomen of bebouwing in de nabijheid. Met een

sprake van netcongestie en is geen ruimte voor

hogere windturbine van 20 of 25 meter is dat minder

De vrijstellingshoogte zou mede moeten afhangen

extra zonne-energie aansluitingen. Energie uit

problematisch. Hogere windturbines leveren meer

van de verhouding van de windturbine in relatie

wind kan meestal wel worden aangesloten, omdat

vermogen hebben en bieden een hogere opbrengst.

tot het erf, de bebouwing en de erfbeplanting. In de gemeente Hoekse Waard speelt men met de

dit aanvullend is en juist zorgt voor stabiliseren Op meer locaties ruimte bieden

gedachte om het plaatsen van kleine windturbines

van het elektriciteitsnet. Meer ruimte bieden in

»

het provinciaal en gemeentelijk beleid voor opwek

Voortschrijdend inzicht en gewenning kunnen

te koppelen aan een eis om bijvoorbeeld

met kleine windturbines kan ondernemers die niet

aanleiding zijn om andere afwegingen te maken over

erfbeplanting te versterken. Ook HTL Samen denkt

kunnen uitbreiden met zonne-energie ten goede

het toelaten van kleine windturbines op plekken waar

hieraan.

komen.

men dat eerder niet wenselijk achtte.

9

»

Maatwerk per landschapstype/ landschappelijke waarden of juist eenvoud in regelgeving/ weinig werkdruk voor ambtenaren

Gemeenten kijken anders aan tegen het bieden van maatwerk of juist kiezen voor eenduidigheid in hun beleid. De Hoekse Waard geeft aan dat in het beleid maatwerk mogelijk zou moeten zijn wat betreft de vrijstellingshoogte in verschillende landschapstypen. In de Hoekske Waard speelt men met de gedachte om het al dan niet toelaten van windturbines te laten afhangen van bijvoorbeeld de uniciteit van de oudste opwaspolders. In de gemeente Molenlanden hecht men veel waarde aan de cultuurhistorisch waardevolle lintbebouwing, en dat zou een reden kunnen zijn beperktere hoogten toe te staan. In Molenlanden streeft men er tegelijkertijd naar een eenduidig beleid neer te leggen, dat voor zoveel mogelijk situaties van toepassing is. Dit om de werkdruk bij ambtenaren zo beperkt mogelijk te laten.

10

Intermezzo voorbeelden van agrarische bedrijven t.a.v. energiebehoefte en keuze windturbine Bij de keuze voor zonne-energie en/of windenergie speelt, naast de grootte van de energievraag, de

Melkveehouderijbedrijf Groene Hart regio

Een groter Melkveehouderijbedrijf

verdeling over de dag en het jaar een rol:

Gemiddelde energiebehoefte: ca. 70.000 kWh.

Gemiddelde energiebehoefte: ca. 90.000 kWh.

»

Een melkveebedrijf met een melkstal heeft een

Als er een kleingebruikersaansluiting (max. 3 x 80

»

piek in de energievraag in de ochtend en in de

Ampère) is:

met groter vermogen en hogere ashoogte

middag. Met een melkrobot is er een constante

»

Helft uit zonne-energie, maximaal 200 – 250

(bijv. WES50, 24 meter ashoogte). Met een

vraag over de hele dag. Via slim apparatenbeheer

zonnepanelen (meest rendabele optie) en

grootverbruikersaansluiting kunnen er

kan een deel van het verbruik naar midden op

20 – 30 kW uit windenergie. Dit kan met kleine

maximaal 1.000 - 1.200 zonnepanelen op een

de dag worden verschoven en kan de zonne-

windturbine tot 15 meter tiphoogte (bijv. EAZ

dak van een stal worden gelegd (meer passen

energie goed worden benut. Met een relatief laag

Twaalf, 15 meter ashoogte).

er niet op).

energieverbruik dat dan in de winter resteert, past »

»

Als er geen ruimte op het elektriciteitsnet is

»

Deel uit zonnepanelen en een windturbine

Of alleen een windturbine met groter

een kleine windturbine.

of men wil/kan geen zonnepanelen leggen:

vermogen en hogere ashoogte (bijv. BW80,

Een akkerbouwbedrijf verbruikt relatief veel

alleen een windturbine met hoger vermogen

25 meter ashoogte).

energie in het najaar als wordt geoogst en gekoeld.

en/of hogere ashoogte (bijv. BW45, 25 meter

Bij dat verbruik past een windenergieprofiel beter,

ashoogte).

en het hogere energieverbruik vraagt een grotere windturbine. »

Bollenteeltbedrijven hebben een hoge

Akkerbouwbedrijf in de Hoekse Waard

Bollenteeltbedrijf

energievraag in de zomer en dan wordt zonne-

Gemiddelde energiebehoefte: ca. 100.000 kWh.

Gemiddelde energiebehoefte: ca. 125.000 kWh.

energie dus optimaal benut. Door het enorm hoge

De situatie is vergelijkbaar met een groot

Om in de grote eigen energiebehoefte te

verbruik (van 100.000 tot wel 1.000.000 kWh) is

melkveehouderijbedrijf.

voorzien is naast zonne-energie windenergie

windenergie veelal noodzakelijk.

nodig (bijv. WES100 39 ashoogte).

11

Overzicht van kleine(re) windturbines

Het is een molen die zich door de beperkte hoogte

In deze verkenning wordt gesproken over kleine

In Nederland is een groot aantal kleine windturbines

en het kleur- en materiaalgebruik makkelijk in het

windturbines, maar wat wordt daar mee bedoeld? Als

beschikbaar en leverbaar. In tabel 2.2 zijn een aantal

agrarisch landschap lijkt te voegen. De EAZ heeft

over kleine windturbines wordt gesproken, worden

verschillende typen/ merken weergegeven met

een slanke lichtgroene mast, houten wieken en

daar over het algemeen de kleine windturbines mee

ashoogte, tiphoogte en vermogen, om de diversiteit

windvaan en een onopvallende generator. De molen

aangeduid, die op boerenerven worden gezien.

te duiden. Dit overzicht is niet compleet. Een aantal

lijkt geïnspireerd op de kleine poldermolen, het zgn.

Ze worden ook wel erfmolens of boerderijmolens

innovatieve windturbines blijkt in de praktijk nog

Bosman-molentje dat werd (en wordt) gebruikt om

genoemd. Ze zijn niet hoger dan 15 meter ashoogte

steeds niet te zijn geplaatst, die worden buiten

het waterpeil in sloten te regelen.

en maken deel uit van het boerenerf. De tiphoogte

beschouwing.

2.2.

Kleine(re) windturbines

2.2

is ongeveer 20 meter. Ze komen niet of nauwelijks

De andere typen windturbines lijken op kleine

boven de bomen uit. Deze kleine windturbines

In figuur 2.2a op de volgende pagina zijn

uitvoeringen van de grote windturbines met drie

hebben een vermogen van ca. 10- 15 kW en kunnen

afbeeldingen van de windturbines opgenomen.

wieken, met een lichte grijze mast, drie grijze wieken

gemiddeld 33.000 kWh aan elektriciteit leveren in

Via de QR-code is een filmpje te bekijken van de

en een duidelijke zichtbare, verticale generator.

windrijke gebieden. Voor veel agrarische bedrijven

verschillende typen windturbines op een erf.

En zijn ook typen die juist afwijken, doordat ze twee

is deze kleine windturbine geschikt om in een deel

De kleine windturbine EAZ Twaalf (tot 15 meter

wieken, een afwijkende kleur of een opvallende

van de eigen energiebehoefte te voorzien, maar voor

ashoogte) is populair bij melkveehouderijbedrijven.

mast hebben.

andere bedrijven levert deze windturbine te weinig op. Bij deze bedrijven zou een hogere windturbine beter passen, omdat deze meer wind vangt én meer

Naam windturbine

Ashoogte (m)

Rotor diameter (m)

Tiphoogte (m)

Vermogen (kW)

vermogen kan leveren.

EAZ Twaalf

15

12

21

15

BW 10, BW 45, BW 80

20/25/30

10/16

22/38

10/45/80

In deze verkenning wordt onderzocht of windturbines

WES 50

18/24/30

20

28/34/40

50

met een ashoogte van 15 tot 45 meter passend zijn

WES 34/100

39

34

56

100

DW54

40

54

67

900

in het landschap en tegelijkertijd nog logisch deel uitmaken van het agrarisch erf. Is er een grens aan de

Tabel 2.2 | Overzicht van windturbines tussen 15 en 40 m ashoogte.

hoogte om een kleine windturbine nog een erfmolen te kunnen noemen? Welke typen kleine windturbines zijn er op de markt? Als er in deze studie wordt gesproken over kleine windturbines gaat het over windturbines tot maximaal 45 meter ashoogte.

12

EAZ

WES

BestWatt

DW54

Figuur 2.2a | Foto’s van de verschillende windturbines met verschillende hoogten (vlnr EAZ, WES, BestWatt, DW54).

13

In figuur 2.2b zijn de windturbines die in deze

en een moderne grotere windturbine in het beeld

2.2.2

verkenning zijn meegenomen gerangschikt naar

meegenomen. Ook de gemiddelde kerktoren van

plaatsing

Ruimtelijk technische aspecten bij

hoogte. Als referentie zijn een traditionele windmolen

een dorp dient als referentiebeeld.

Net als bij grote windturbines moet bij de kleinere windturbines bij plaatsing rekening gehouden worden met hinder die veroorzaakt kan worden door geluid of slagschaduw. Dit geldt ook voor veiligheidsaspecten, zoals aanwezigheid van leidingen en een veilige afstand tot bijvoorbeeld woningen. Bij iedere aanvraag voor een omgevingsvergunning zal hierop worden getoetst, naast de andere aspecten (zoals bijvoorbeeld landschappelijke, ecologische en archeologische waarde) die een rol spelen bij het verlenen van een omgevingsvergunning. Voor kleine windturbines die op erven worden geplaatst zijn de normen voor geluid en slagschaduw niet van toepassing voor de woning van de ondernemer zelf (als die woning onderdeel uitmaakt van dit erf). Deze woning geldt dan als een zgn. molenaarswoning. De eisen zijn echter wel van toepassing op nabijgelegen woningen van derden. Deze normen zullen over het algemeen voor vrij liggende agrarische bedrijven geen belemmeringen opleveren. Voor agrarische bedrijven die dichtbij elkaar in een bebouwingslint liggen is dit echter wel een factor om rekening mee te houden.

Figuur 2.2b | Kleinere windturbines, gerangschikt naar hoogte.

14

Geluid

Slagschaduw

2.2.3

Op 30 juni 2021 heeft de Raad van State besloten

Als een draaiende windturbine door de zon wordt

In het rapport “Kansen voor kleine windturbines bij

dat de landelijk geldende wettelijke normen voor

beschenen ontstaat daardoor een slagschaduw (zie

waterschappen”3 wordt een overzicht gegeven van

het geluid van windmolens niet meer gelden. De

figuur 2.2.c). Deze bewegende schaduw kan als zeer

de landschappelijke aspecten die bij windturbines

gemeenten moeten nu zelf vaststellen hoeveel geluid

hinderlijk worden ervaren wanneer deze via de ramen

een rol spelen. In deze verkenning gebruiken we de

zij toestaan bij windmolens, tot er nieuwe landelijke

een woning binnenkomt. Met name bij laagstaande

uitgangspunten die in dit rapport zijn beschreven.

normen zijn. Als een gemeente nog geen eigen

zon reikt de slagschaduw ver en kan dit enige tijd,

normen heeft vastgesteld worden de normen van het

bij een bepaalde zonnestand, voor overlast zorgen.

In het rapport wordt stilgestaan bij de subjectiviteit

Deense model als richtlijn gebruikt bij het uitgeven

Slagschaduw wordt vooral als een probleem ervaren

die bij de waardering van windturbines aan de orde

van vergunningen rondom windturbines op land .

bij de grote windturbines met lange wieken en een

is: “Windturbines in het landschap roepen reacties op

Het Deense model houdt grofweg in dat er:

lage omwentelingssnelheid.

als ze geïntroduceerd worden. De aard van de reacties

2

»

Ruimtelijk landschappelijke aspecten

én een afstandsnorm is (minimaal 4 x de

kan uiteenlopen. Dit is afhankelijk van de overtuigingen

tiphoogte);

van waarnemers ten aanzien van duurzame energie en

»

én een geluidsnorm (37 tot max. 44 dB(A);

de opvattingen ten aanzien van de veranderbaarheid

»

én een norm voor laagfrequent geluid (LFG).

of conservering van landschapskarakteristiek (Dubbelhuis, 2009)4. Reacties op een windturbine

Voor de kleine windturbines betekent dit -ter

hangen onder meer af van de omvang en uitstraling

indicatie- dat de EAZ (tiphoogte 21 meter) tenminste

van een windturbine. Hierover zijn met name bij grote

84 meter, vanaf een woning van derden moet worden

windturbines verschillende studies gedaan en zijn er

geplaatst en dat een WES50 (bij tiphoogte 34 meter)

criteria die in welstandskringen worden toegepast

op ten minste 136 meter van een woning van derden

(Terra Incognita, 2017)”. Voor kleine windturbines zijn

moet worden geplaatst, uitgaande van 4x tiphoogte.

daar de volgende kenmerken uit afgeleid, waarmee iets

Het kan zijn dat het geluid een grotere afstand

gezegd kan worden over de uitstraling van windturbines of over de mate waarin ze in een landschap passen (zie

vraagt. Een grotere windturbine zoals de DW54 zou op tenminste 268 meter tot woningen van derden moeten staan. In deze verkenning volgen we deze richtlijn bij het bepalen van de windturbines posities in de 3D-visualisaties.

Figuur 2.2c | Filmpje van een kleine windturbine bij een

figuur 2.2d).

agrarisch erf onder verschillende weersomstandigheden door de tijd en de seizoenen heen.

2 | Tweede Kamer motie 32813-985. 3 | Kansen voor kleine windturbines bij waterschappen. STOWA 2020-40. 4 | Voor de literatuurverwijzingen zie het STWOA-rapport.

15

Deze drie kenmerken zijn met name van belang voor

Hoogte wordt vaak aangeduid met tiphoogte (mast +

De windturbine in het ensemble

deze verkenning naar een hogere vrijstellingshoogte:

wieklengte). Een grote rotor op een relatief lage mast

Het STOWA-rapport over de kleine windturbines

»

Hoogte van de mast.

leidt tot een lage tiplaagte. Bij grote windturbines kan

geeft handvatten voor de windturbine in de

»

Omvang van de rotor, tiphoogte en tiplaagte.

bij een verhouding 1:1,3 (waarbij de rotordiameter 1,3 x

omgeving.

»

De windturbine in het ensemble.

de masthoogte is) de nabijheid van een grote wiek bij

“De verhouding tussen een windturbine en de

5

De overige kenmerken zoals kleur, mastdikte en

het maaiveld als intimiderend ervaren worden . Dit is

omliggende objecten in het landschap heeft invloed

inrichting geven handvatten voor mate waarin

met name een aandachtspunt bij hoge windturbines,

op de beleving van de windturbine. Agrarische

de windturbine op het erf en in het landschap als

waarbij een beperking voor de masthoogte geldt en

erven zijn op te vatten als een ensemble: ‘’een

passend wordt ervaren.

men daarom voor een grote rotor kiest. Over het

aaneengesloten ruimte die beleidsmatig als een

algemeen heeft een grotere rotor meer vermogen.

landschappelijk geheel wordt beschouwd. Een

Hoogte van de mast

ensemble bestaat uit verschillende fragmenten

De hoogte van de mast bepaalt naast de omvang

(zoals gebouwen, infrastructuur, reliëf, open ruimte

van de rotor de zichtbaarheid van een windturbine.

en vegetatie) die door hun onderlinge relatie een

Een masthoogte van 15 meter is landschappelijk

zekere ruimtelijke samenhang vertonen. Dankzij

eenvoudiger inpasbaar dan een windturbine van

deze ruimtelijke samenhang zijn ensembles

150 meter. De hoogte van 15 - 20 meter komt namelijk

herkenbaar en hebben ze als (potentieel)

grofweg overeen met de hoogte van bomen.

harmonisch geheel een zekere landschappelijke waarde’’. Hoe omvangrijk een ensemble is, is dus

Omvang van de rotor, tiphoogte en tiplaagte

afhankelijk van zijn ligging en omliggende objecten”.

Omvang van de rotor, tiphoogte en tiplaagte bepalen

In principe wordt het ensemble, in het kader van

hoe goed de windturbine zichtbaar is. Voor velen

deze verkenning, gevormd door het bebouwde en

geldt, hoe beter zichtbaar de windturbine, hoe

beplante erf van de agrarische onderneming die ook

groter de impact op het landschap is. Onderzoek

de energie ontvangt die door een windturbine kan

toont geen duidelijke correlatie tussen hoogte van

worden opgewekt.

de windturbine en de reactie van de beschouwer. Er is wel een correlatie tussen wel of geen zicht op een windturbine. Een hogere windturbine is vaker en vanaf een grotere afstand zichtbaar.

Figuur 2.2d | Een aantal aspecten die een rol spelen bij de ruimtelijke beleving van een kleinere windturbine

5 | Bron: CoP Windenergie en Landschapskwaliteit, april 2021.

(bron STOWA-rapport).

Windturbines in een levend landschap.

16

Aandachtpunt: erf en bouwblok Hoewel het erf en het bouwblok in de praktijk vaak dezelfde zijn, is het in het kader van deze verkenninggoed om het onderscheid wel bewust te maken. ‘Erf’ is een aanduiding die vanuit een cultuurhistorische of landschappelijke referentie wordt gebruikt. ‘Bouwblok’ is een juridische term die in het bestemmings- of omgevingsplan wordt gebruikt. Het kan zijn dat een bouwblok is aangeduid en dat dit (deels) nogniet is bebouwd of beplant. En strikt genomen maakt het daarmee ook (nog) geen deel uit van het (zichtbare) agrarisch erf, of het agrarisch ensemble zoals we hierboven hebben beschreven. Figuur 2.2e | Basisprincipe 1

Ter bevordering van de landschappelijke

Basisprincipe 1:

Als het groter is dan twee keer de hoogte van

inpassing wordt gesteld dat een windturbine altijd

Tiphoogte maximaal 2x de hoogte

het hoogste object, dan komt deze ‘los’ van het

van het hoogste object

ensemble. De windturbine wordt dan ervaren

onderdeel dient te zijn van het ensemble. Om dit

Basisprincipe 1 gaat over de tiphoogte in relatie tot

als solitair object in plaats van de windturbine

te waarborgen zijn 3 basisprincipes opgesteld

de objecten in de omgeving. Bij agrarisch erven zijn

als onderdeel van het ensemble. De maat van

voor de verhouding tussen de windturbine en zijn

de hoogste objecten van een ensemble veelal de

de windturbine is dan te groot voor de schaal

bomen of gebouwen op of rond het ensemble. Als

van het erf. Er is dus een maximale maat voor de

omgeving. Hieronder worden ze nader geduid. In

de tiphoogte van de windturbine niet veel afwijkt

windturbine, gezien de maat van de bebouwing en

deze verkenning worden deze drie basisprincipes

van het hoogste object is er meestal sprake van

erfbeplanting. Dit is zichtbaar in het afgebeelde

als ‘werkhypotheses’ gebruikt.

passendheid.

basisprincipe 1.

17

Figuur 2.2f | Basisprincipe 2

Basisprincipe 2:

Dit is altijd maatwerk. Dit is zichtbaar in het

(Sweco, Laos, 2019). Als het ensemble bestaat uit

Des te breder het ensemble, des te hoger de

afgebeelde basisprincipe 2.

een gebouw met een (beplant) erf, dan past één

windturbine kan zijn (maatwerk)

windturbine daar beter bij (zie ook Laos, 2020)”.

Op basisprincipe 1 voor maatvoering is ook een

In het STOWA-rapport staat ook het principe dat

uitzondering. Op een groot ensemble, bijvoorbeeld

sprake moet zijn van niet meer dan één windturbine

van een groot akkerbouwbedrijf, kan de hoogte

in een ensemble. “Bij plaatsing van meerdere

van een windturbine soms worden afgeleid van de

windturbines op erven wordt het maximale

breedtemaat van het ensemble. Als er bijvoorbeeld

laadvermogen veel sneller bereikt. Dit geldt voor

sprake is van een groot erf met hoge bomen en

alle landschapstypen. Bij meerdere windturbines op

gebouwen dat als massa in het landschap zichtbaar is,

één erf gaan deze windturbines een eigen structuur

dan kan een grotere hoogte dan 2x het hoogste object

vormen en voegen de windturbines zich minder

nog steeds een passende verhouding opleveren.

makkelijk naar de landschappelijke structuur

18

In deze verkenning worden deze drie basisprincipes als werkhypotheses gebruikt om uit te vinden in hoeverre een hogere ashoogte nog passend is bij het ensemble en in het omliggende landschap. Naast deze drie principes willen we verkennen in hoeverre het ‘laadvermogen van het landschap’ een rol speelt bij het bepalen van de acceptabele hoogte van kleine windturbines in verschillende landschapstypen. Hoe wordt het effect op het landschap ervaren als op meerdere erven in de (nabije) omgeving een kleinere windturbine wordt geplaatst. Wat is het effect als de windturbines allemaal een

Figuur 2.2g | Basisprincipe 3

gelijke uitstraling en hoogte hebben en wat als dit verschilt.

Basisprincipe 3:

plaatsing buiten het ensemble, omdat daar minder

Voorkeur voor plaatsing op ensemble óf maximale

‘windverstorende’ objecten aanwezig zijn (bomen,

afstand van 1x tiphoogte tot ensemble

gebouwen etc.). Mocht er voor plaatsing buiten het

In hoofdstuk 3 wordt dit aan de hand van

Ook de afstand tussen de windturbine en het

ensemble gekozen worden, dan dient de windturbine

visualisaties in WIN3Duitgevoerd.

ensemble heeft effect op de ruimtebeleving. In de

zo dicht mogelijk bij het ensemble geplaatst worden

meeste gevallen, zal de windturbine op het ensemble

en niet verder dan één keer de tiphoogte. Als de

geplaatst worden. Dit heeft met name te maken met

windturbine verder dan één keer de tiphoogte van het

eigendomsrechten of, in het geval van een erf, met

ensemble geplaatst wordt, dan komt deze ‘los’ van het

het bouwblok. Het plaatsen van een windturbine

ensemble.

binnen het ensemble geniet vanuit landschappelijk

De windturbine wordt dan ervaren als solitair object

oogpunt de voorkeur. Echter zal vanuit

in plaats van de windturbine als onderdeel van het

windefficiëntie de voorkeur sneller uitgaan voor

ensemble. Dit is zichtbaar in basisprincipe 3.

19

3. Ruimtelijke verkenning in vier voorbeeldgebieden In dit hoofdstuk wordt onderzocht of en hoe verschillende kleine windturbines zich voegen in vier typisch Zuid-Hollandse landschappen. Vier voorbeeldgebieden die deel uitmaken van de Rivierdeltalandschappen, de Veen(weide) landschappen, de Droogmakerijenlandschappen en de Strandwal- en Bollenlandschappen. Per landschap en per voorbeeldgebied worden de belangrijkste ruimtelijke en landschappelijke kenmerken6, de specifieke cultuurhistorische waarden en het type agrarische ondernemingen beschreven. Aan de hand van schetsen en 3-dimensionale beelden wordt vervolgens onderzocht in hoeverre verschillende hoogten en opstellingen met kleinere windturbines passend zijn in dit landschap en welke factoren daarbij een rol spelen. 6 | Voor deze beschrijvingen maken we gebruik van de gebiedsprofielen die Provincie Zuid-Holland voor deze gebieden heeft laten samenstellen.

20

3.1

3.1.1.

Voorbeeld Hoekse Waard

De dijken zijn zeer kenmerkend voor het landschap

Historische windmolens, kerktorens en watertorens

| Rivierdeltalandschap

van de Hoeksche Waard. Minder opvallend

vormen oriëntatiepunten in het open landschap.

zichtbaar, maar wel belangrijk is de grillige

Langs de randen van de Hoekse waard staan

krekenstructuur in de hele polder, die met name in

op meerdere plekken rijen grote, moderne

de verkavelingsrichtingen zichtbaar is.

windturbines.

Kenmerken van de Hoekse Waard

Landschappelijke waarden Kenmerkend voor de Hoeksche Waard is de structuur van opwas- en aanwaspolders (zie figuur 3.1a). De opwaspolders hebben een min of meer ronde vorm met grillige dijken. Ze hebben een zeer open karakter en zijn grotendeels in gebruik als akkerland. Bebouwing buiten de kernen ligt tegen de dijken aan en is spaarzaam in de polder zelf. Beplanting komt in de polders nauwelijks voor. De aanwaspolders zijn vaak zeer groot en hebben een onregelmatige vorm en een onregelmatige verkaveling. Ze zijn voornamelijk als akkerland in gebruik. Bebouwing in het buitengebied concentreert zich op en langs de dijken, met op een aantal plaatsen aaneengesloten, langgerekte dijkdorpen. Karakteristiek voor een groot aantal polders is het regelmatige wegenpatroon. Langs de wegen liggen verspreid, beplante erven. De structuur van op- en aanwaspolders is duidelijk afleesbaar door de dijken. In de noordelijke aanwaspolders zijn deze slechts gedeeltelijk beplant. De zuidelijke aanwaspolders zijn vaak door monumentale dijkbeplantingen omzoomd.

Figuur 3.1a | Kenmerkende landschappelijke structuren in de Hoekse Waard (het voorbeeldgebied is omcirkeld)

21

Agrarische erven Merendeel van de agrarische bedrijven ligt vrij in de polders: aan een dijk of langs de wegen die de polders doorsnijden (zie figuur 3.1b). De erven liggen op ongeveer 200 – 500 meter van elkaar en zijn als groene eilanden in de open ruimte herkenbaar. De akkers zijn (zeer) grootschalig, net als de agrarische erven. Het is een ‘grofkorrelig’ landschap. De mate waarin verschilt per polder; de oudste polders zijn iets minder grootschalig. In de Hoekse Waard zijn de agrarische bedrijven voornamelijk akkerbouwbedrijven. Op het erf staan een woonhuis en één of meerdere schuren. Het woonhuis is vaak met een verdieping, zo’n 7 meter hoog, de schuren zijn maximaal 9 tot 11 meter hoog. De meeste erven zijn gedeeltelijk omzoomd met erfbeplanting. De hoogte van de beplanting hangt samen met de aanwezigheid van grotere bomen en varieert van 6 tot 15 meter hoog.

Figuur 3.1b | Vrijliggende boerderijen aan de Ringpolderweg (boven) en een erf in deze polder (rechts) (bron: Google Streetview)

22

3.1.2.

Bevindingen – beeldverhaal

Erfensemble voorbeelderf Om te onderzoeken wat verschillende soorten en hoogtes windturbines doen in relatie tot een ‘gemiddeld’ boerenerf in Hoekse waard is een voorbeelderf geanalyseerd. (zie figuur 3.1 c t/m e). Het is van een akkerbouwbedrijf, gelegen aan de ringdijk van een oude opwaspolder, die landschappelijk en cultuurhistorisch gezien van grote waarde is.

Figuur 3.1d | (linksboven) Locatie van het voorbeelderf, streepje duidt de locatie van de doorsnede. Figuur 3.1e | (rechtsboven) Schets van het voorbeelderf met daarin de hoogten van bebouwing en beplanting.

Figuur 3.1c | Foto van het voorbeelderf (bron: Google Streetview)

23

Uitwerking basisprincipes Als we de drie basisprincipes (werkhypotheses) voor dit erf uitwerken, dan we kunnen op basis daarvan het volgende zeggen: »

Basisprincipe 1: windturbine maximaal 2x de tiphoogte van het hoogste object. Voor dit

Basisprincipe 1

erf betekent dat de hoogte van de beplanting maatgevend. De hoogste bomen zijn zo’n 15 meter, de hoogste bebouwing is 11 meter hoog. Maximale tiphoogte is dan 2 x 15 meter = 30 meter. »

Basisprincipe 2: hoe breder het ensemble, hoe hoger de windturbine kan zijn. Dat is maatwerk.

»

Basisprincipe 3: gaat over de maximale afstand waarop de windturbine nog als onderdeel van het ensemble wordt opgevat (maximaal op 1x de

Basisprincipe 2

tiphoogte).

Basisprincipe 3

Figuur 3.1g | De drie basisprincipes toegepast op dit voorbeelderf.

24

Visualisaties in WIN3D Verschillende typen en hoogte van de windturbines In WIN3Dis de windturbine op de noordoosthoek van het erf geplaatst op voldoende afstand van de woning. De afbeeldingen in figuur 3.1g laten de WIN3Dvisualisaties zien van verschillende typen windturbines met verschillende hoogtes bij dit

EAZ - 15 m ashoogte, 21 m tiphoogte

voorbeelderf. Basisprincipe/ werkhypothese 1 en 2 worden hiermee verkend.

WES - 24 m ashoogte, 34 m tiphoogte

BestWatt - 25 m ashoogte, 30 m tiphoogte

25

WES - 30 m ashoogte, 40 m tiphoogte

BestWatt - 30 m ashoogte, 38 m tiphoogte

Figuur 3.1g | Verschillende typen windturbines met verschillende hoogtes bij het voorbeelderf.

DW54 - 40 m ashoogte, 67 m tiphoogte.

26

Positie ten opzichte van het erf De afbeeldingen in figuur 3.1h laten een windturbine van 25 meter ashoogte (30 meter tip) en een 30 meter hoge (tip 38 meter) zien op maximaal 1x de tiphoogte vanaf het erf, en op nog grotere afstand (resp. 50 en 60 meter).

BestWatt – 25 ashoogte, 30 m tiphoogte op 30 meter afstand

BestWatt – 25 ashoogte, 30 m tiphoogte op 50 meter afstand

BestWatt – 30 ashoogte, 38 m tiphoogte op 38 meter afstand

Figuur 3.1h | Verschillende windturbines op afstand van het erf. BestWatt – 30 ashoogte, 38 m tiphoogte op 60 meter afstand

27

Meerdere erven met een kleine windturbine op het erf In deze polder liggen meerdere agrarische bedrijven. De bedrijven liggen op ruime afstand van elkaar en eventuele van woningen van derden. In figuur 3.1i geeft een uitsnede van de bestemmingsplankaart dat duidelijk weer. Stel dat meerdere bedrijven een kleine windturbine hebben (zie figuur 3.1j), hoe ziet dat eruit in het landschap? In figuur 3.1k staan de afbeeldingen wanneer op ieder erf dezelfde type windturbine staat.

Figuur 3.1i | Uitsnede bestemmingsplankaart waarop te zien is, dat in deze polder hoofdzakelijk agrarische activiteit plaatsvindt (mat lichtgroen), en weinig ‘wonen’ is (geel). Paars is bedrijvigheid (bron: ruimelijkeplannen.nl).

Figuur 3.1j | Locaties van de gevisualiseerde windturbines. De grote rode stippen geven de grote windturbines weer, die er in werkelijkheid ook staan. De kleine rode stippen zijn de locaties van de gevisualiseerde kleine windturbines bij de agrarische erven.

28

EAZ - 15 m ashoogte, 21 m tiphoogte

BestWatt - 25 m ashoogte, 33 m tiphoogte

BestWatt - 30 m ashoogte, 38 m tiphoogte Figuur 3.1k | De situatie waarbij op meerdere erven hetzelfde type windturbine van dezelfde hoogte staat.

29

Bevindingen n.a.v de WIN3D-visualisaties

»

»

»

»

Dit wordt zo ervaren als niet meer ingeschat kan worden wat de locatie van de kleine windturbine is.

staat.

Over de hoogte en type van de windturbine »

De 25 meter windturbine wordt als passend ervaren in het ensemble als deze op het erf »

Hoe hoger de kleine windturbines hoe meer ze

Bij een groot erf met forse erfbeplanting lijkt

onderdeel uit lijken te zijn van de groep(en) grote

opzichte van de beplanting (en dat gaat ten koste

ook een windturbine van 30 meter ashoogte nog

windturbines in de omgeving.

van de opbrengst).

passend (en is qua opbrengst interessanter).

Een windturbine van meer dan 25 meter

Een forse erfbeplanting bij een groot erf in een

ashoogte wordt als te groot ervaren bij dit

polder met een grote schaal kan ook een 30

voorbeelderf in deze oude opwaspolder.

meter windturbines ‘dragen’.

De 15 meter referentieturbine EAZ is laag ten

Turbines van 30 meter steken fors

»

»

(30 meter ashoogte) op een fors erfensemble

dijkbeplantingen uit. Windturbines van 25

is meer passend in dit landschap dan een

meter komen er ook bovenuit, maar zijn niet

lagere windturbine (25 meter ashoogte) die los

overheersend in het landschappelijk beeld. Ze

staat van het erf. Een windturbine die buiten

passen nog bij deze grote structuren.

het groene erf (de groene mantel) staat, kan

Turbines met twee wieken geven een onrustiger

visueel deel uitmaken van het erfensemble,

beeld doordat ze sneller (lijken te) draaien dan

maar toch minder goed passen bij de groene

windturbines met drie wieken.

eilandstructuur van de erven in de open polder.

Over de positie van de windturbine ten opzichte

Over windturbines bij meerdere erven in relatie

van het erf/ bouwblok

tot landschap en grote windturbines

»

»

Turbines met twee wieken zijn afwijkend van vorm en hebben deze wisselwerking niet.

»

Turbines van hetzelfde type maar met verschillende hoogtes worden als minder storend ervaren dan verschillende typen windturbines.

Bij een vergelijking: een hogere windturbine

boven landschappelijke structuren zoals

Als de windturbine binnen de contouren van

»

»

In deze polder is de schaal zo groot, dat er niet snel te veel kleinere windturbines worden ervaren.

Er lijkt een verschil te zijn in de ervaring van

het beplante erf (de groene mantel) staat,

meerdere windturbines van 25 meter ashoogte

maakt deze duidelijk onderdeel uit van het

en windturbines van 30 meter en hoger in het

erfensemble. Buiten het erf geplaatst levert het

landschap. Hoe hoger de windturbines, hoe

een onduidelijk, vervreemdend beeld. In Hoekse

meer schaalloos deze lijken te worden, en hoe

Waard zijn de structuren van de groene erven als

meer ze onderdeel lijken uit te maken van de

‘groene eilanden’ erg bepalend.

groep grote windturbines in de verte.

30

3.2.

3.2.1.

Voorbeeld Alblasserwaard

de gevarieerde bebouwing en (erf)beplanting. De dijk,

agrarische bedrijven liggen aan ruilverkavelings-linten

| Veenweidelandschap

de kades en weteringen zijn bepalend voor de structuur

(boerenervenlinten) en vormen visuele eilanden in het

van het gebied. De boezems en (oude) bebouwingslinten

veenweidelandschap door stevige erfbeplanting en

liggen wat hoger dan het omliggende landschap. Nieuwe

een ligging op ruime afstand van elkaar.

Kenmerken van de Alblasserwaard

Landschappelijke waarden Het landschap in de Alblasserwaard (zie figuur 3.2a) is een landschap dat zich kenmerkt door grote openheid. Het is een typisch veenweidegebied met langgerechte percelen en smalle perceelsloten. Door ruilverkaveling zijn veel sloten gedempt en zijn bredere kavels ontstaan. De oorspronkelijke cope-verkaveling, met percelen van vaak maar 30 meter breed, is grotendeels verdwenen. Het gebied heeft een kamerstructuur met een duidelijke oost-west oriëntatie, die voortkomt uit de ontginningsstructuur. Het gebied is ontgonnen vanaf de hogere oevers van de veenstromen De Giessen en de Alblas, en vanuit daar zijn bebouwingslinten ontstaan. Alle linten zijn organisch gegroeid, kennen een afwisselende bebouwing en variëren in dichtheid en daarmee ook in doorzichten naar het achterland. De linten in de Alblasserwaard zijn veelal compact en begrensd door het water. Daarbij zijn er zowel enkele linten, met de bebouwing aan één zijde van het water, als dubbele linten, waarbij de bebouwing aan beide zijden van het water staat. In de linten zijn zowel woonbebouwing als (voormalige) boerderijen te vinden. Ruimtelijk gezien zijn de linten fijnkorrelig van structuur en afwisselend door

Figuur 3.2a | Kenmerkende landschappelijke structuren in de Alblasserwaard (het voorbeeldgebied omvat de omcirkelde gebieden)

31

Verspreid door het gebied staan de traditionele

Agrarische erven

Op de erven is aan de voorzijde vaak wat

windmolens, vaak grondzeilers, van zo’n 20-24

In de Alblasserwaard zijn vrijwel alle agrarische

beplanting (bomen) aanwezig, of er staat langs een

meter hoog. Kinderdijk, met het complex van

bedrijven grondgebonden melkveehouderijen. Er liggen

erfgrens een houtsingel.

19 molens en het waterstaatskundig ensemble

agrarische bedrijven in de oudere bebouwingslinten,

De bebouwing op de erven is divers. Op het erf

met boezemvaarten en bergboezems is

waar inmiddels de woonfunctie overheerst. Veel

een oorspronkelijke boerderij met woonhuis

UNESCO-werelderfgoed. Alblasserwaard maakt

agrarische bedrijven zijn verplaatst naar de nieuwe

en oude en nieuwe stallen erachter. Of in de

deel uit van het Groene Hart. Delen van de

ruilverkavelingslinten, waar ze vrij in de ruimte liggen

ruilverkavelinglinten, een woonhuis en een grote

polder zijn stiltegebied en een deel daarvan is

(zie figuur 3.2b).

stal. Vaak staan er meerdere schuren en stallen op

weidevogelgebied.

De agrarische erven zijn wisselend van formaat, en

het erf. Op veel nieuwere erven ligt een kuilplaats.

Bij Gorinchem en Nieuwpoort liggen vestingwerken

vaak is daarbij de smalle verkaveling bepalend voor de

De hoogte van de schuren is zo’n 12 tot 17 meter

van de Oude Hollandse waterlinie. Verspreid door

vorm. Uitbreidingen kunnen vaak alleen naar achteren,

hoog. De hoogte van de beplanting varieert van 6

het gebied zijn nog gave tiendwegen te vinden, die

waardoor smalle lange erven zijn ontstaan, vaak door

tot 15 meter hoog, soms hoger als er grote bomen

vaak beplant zijn.

sloten omgeven.

staan.

Figuur 3.2b | Drie soorten bebouwingslinten: de oudere bebouwinglinten Graafdijk-west (links) en Brandwijksedijk (midden) en het ruilverkavelingslint Middenpolderweg (rechts).

32

3.2.2.

Bevindingen – beeldverhaal

Erfensemble voorbeelderf Het voorbeelderf is een erf gelegen in een oud bebouwingslint, waar relatief veel woningen tussen de boerderijen liggen (zie figuur 3.2c). Dit erf is naar achteren uitgebreid met een nieuw bouwblok over het water.

Figuur 3.2d | Locatie van het voorbeelderf, streepje duidt de

Figuur 3.2e | Schets van het voorbeelderf met daarin de

locatie van de doorsnede.

hoogten van bebouwing en beplanting.

Figuur 3.2c | Foto van het voorbeelderf (bron Google Streetview).

33

Uitwerking basisprincipes Als we de drie basisprincipes (werkhypotheses) voor dit erf toepassen (zie figuur 3.2f), dan betekent dat in deze situatie: »

Basisprincipe 1: Turbine maximaal 2x de tiphoogte van het hoogste

Basisprincipe 1

object. Voor dit erf betekent dat de hoogte van de beplanting maatgevend is. De hoogste bomen zijn zo’n 15 meter, de hoogste bebouwing is bijna 9 meter hoog. Maximale tiphoogte zou maximaal 30 meter kunnen zijn. »

Basisprincipe 2: Hoe breder het ensemble, hoe hoger de windturbine kan zijn. Dit is een groot, diep erf, dit zou ruimte voor een windturbine hoger dan 30

Basisprincipe 2

meter tiphoogte kunnen geven. »

Basisprincipe 3: Gaat over de maximale afstand waarop de windturbine nog als onderdeel van het ensemble wordt opgevat (maximaal op 1x de tiphoogte).

Basisprincipe 3 Figuur 3.2f | Verbeelding van de drie basisprincipes voor dit voorbeelderf.

34

WIN3D visualisaties Verschillende typen en hoogtes windturbines in het erfensemble In WIN3Dis de windturbine achteraan op het achterste deel van het voorbeelderf geplaatst, wat gezien de windrichting, de beplanting en de functies van het erf, de meest logische plek lijkt. In figuur 3.2g zijn de verschillende typen windturbines

EAZ - 15 m ashoogte, 21 m tiphoogte

gevisualiseerd.

WES - 24 m ashoogte, 34 m tiphoogte

BestWatt - 25 m ashoogte, 30 m tiphoogte

35

WES - 30 m ashoogte, 40 m tiphoogte

Best Watt - 30 m ashoogte, 38 m tiphoogte

Figuur 3.2g | Verschillende typen windturbines van verschillende hoogtes op het voorbeelderf.

DW54 - 40 m ashoogte, 67 m tiphoogte

36

Turbinepositie ten opzichte van erf en bouwblok In figuur 3.2h geeft een serie visualisaties bij een erf met nog niet bebouwd bouwblok. Hierbij zijn een windturbine van 25 meter ashoogte en een windturbine van 30 meter ashoogte eerst op de achterkant van het bestaande erf geplaatst, en in

BestWatt - 25 m ashoogte, 30 m tiphoogte op achterkant erf

een volgend beeld op de achterkant van het nog niet bebouwde bouwblok.

BestWatt - 25 m ashoogte, 30 m tiphoogte op achterkant bouwblok

BestWatt - 30 m ashoogte, 38 m tiphoogte op achterkant erf

Figuur 3.2h | Positie van de windturbine ten opzichte van het erf/ bouwblok. BestWatt - 30 m ashoogte, 38 m tiphoogte op achterkant bouwblok

37

Meerdere erven met een kleine windturbine op het erf In deze veenweidepolder liggen de agrarische bedrijven in een lint. In de oude (dubbele) bebouwingslinten) liggen minder agrarische bedrijven en is relatief veel woonbebouwing. In de ruilverkavelingslinten liggen de bedrijven op ruime afstand van elkaar en eventuele van woningen van derden. In figuur 3.2i geeft een uitsnede van de bestemmingsplankaart dat duidelijk weer. Voor de

Figuur 3.2i | Uitsnede bestemmingsplankaart - mix van wonen

plaatsing van windturbines op een erf maakt dit

(geel) en agrarische bedrijven (lichtgroen) bij Graafdijk-west

een verschil: een windturbine moet voor woningen

(paars zijn niet-agrarische bedrijven)

van derden aan de geluidsnormen voldoen. In een lint met veel woonbebouwing kan het lastig zijn een windturbine binnen het bouwblok te plaatsen. Hoe ziet het landschap eruit als meerdere bedrijven een kleine windturbine plaatsen? (Zie figuur 3.2j) In figuur 3.2k geven de afbeeldingen het beeld als op ieder erf hetzelfde type windturbine staat in de situatie van het ruilverkavelingslint (Middelpolderweg), de positie van de ‘foto’ is vanaf de weg in het lint. De afbeeldingen in figuur 3.2l geven de

Figuur 3.2j | Locatie van de in WIN3D gevisualiseerde

blik op het dichter bebouwde lint van Graafdijk-west

kleine windturbines (rode stippen). Links Graafdijk-west

vanaf een weg dwars op het lint.

Molenaarsgraaf, rechts Middenpolderweg Streefkerk.

38

EAZ - 15 m ashoogte, 21 m tiphoogte

BestWatt - 25 m ashoogte, 30 m tiphoogte

Verschillende typen turbines van verschillende hoogten bij de erven Figuur 3.2k | Wanneer bij meerdere bedrijven een windturbine staat – Middenpolderweg Streefkerk (beeld positie vanuit het lint)

39

EAZ - 15 m 21 m ashoogte, 21 m tiphoogte

BestWatt - 25 m ashoogte, 30 m tiphoogte

Figuur 3.2l | Wanneer bij meerdere bedrijven een windturbine staat – Graafdijk-west Molenaarsgraaf BestWatt - 30 m ashoogte, 38 m tiphoogte

(beeldpositie kijkend op het lint vanuit het noorden).

40

Bevindingen n.a.v. de WIN3D-visualisaties

voldoende afstand tot woningen van derden. De windturbine wordt dan het liefst zo ver mogelijk

Over de hoogte en type van de windturbine

naar achteren op het bouwblok geplaatst. De

»

De referentieturbine EAZ wordt in de praktijk

bouwblokken variëren in diepte en daarmee

ook al veel in dit gebied gezien. Deze voegt zich

komen dus ook de windturbines op wisselende

goed naar het erf en het landschap. Dat heeft

posities ten opzichte van het lint te staan. Dat

te maken met de kleur van de mast (groen), de

wordt als onrustig of rommelig ervaren.

kleine houten rotor en de beperkte hoogte. »

»

Een windturbine van 25 meter ashoogte (30

Over windturbines bij meerdere erven in relatie

meter tip) lijkt zich nog te passen bij dit type erf

tot landschap en oriëntatiepunten

en in dit landschap.

»

Een windturbine van 30 meter ashoogte

Tweewiekers worden in dit landschap als vreemd

(of hoger) gaat concurreren met de

en industrieel ervaren. Bij een driewieker is dat

grotere landschappelijke structuren, de

minder.

bebouwingslinten en wegbeplantingen. De hogere windturbines stijgen letterlijk boven het

Over de positie ten opzichte van het erf/ bouwblok

landschap uit en lijken een nieuwe tijdlaag te

»

vormen.

Landschappelijk gezien is het gewenst dat de windturbine op het erf staat. Als de windturbine

Kleine windturbines tot 15 meter ashoogte passen bij de fijnmazigheid van het oude

wordt dat als onrustig of rommeling ervaren

bebouwingslint. In de ruilverkavelingslinten is de

als vanaf een zijweg naar de achterkant naar

maat en schaal van het erf en de ruimte tussen

het bebouwingslint wordt gekeken. Vanaf de

de erven en de wegbeplanting stevig genoeg

voorkant, vanaf de weg is de windturbine weinig

voor windturbines tot 25 meter ashoogte.

zichtbaar. »

»

op de achterkant van het lege bouwblok staat,

»

Meerdere windturbines van 25 meter zijn

De ligging van de agrarische bedrijven in

duidelijk aanwezig in het landschap. Met

het oude bebouwingslint levert een lastige

name in relatie tot waardevolle gebieden (bijv.

situatie op. De afstand die nodig is om aan

Kinderdijk, oude lintbebouwing, kerken) vraagt

de geluidsnormen te voldoen, vraagt om

dat aandacht.

41

3.3.

Voorbeeld Polder Vierambacht | Droogmakerijenlandschap

3.3.1.

Kenmerken van Polder Vierambacht

Landschappelijke waarden Polder Vierambacht (zie figuur 3.3a) is een droogmakerij met een duidelijke begrenzing en wordt gekenmerkt door een grootschalig, rechthoekig en agrarisch karakter met melkveehouderij en akkerbouw. De Vierambachtspolder wordt door de opgaande beplantingen langs de doorgaande wegen opgedeeld in kleinere ruimtelijke eenheden. De overgang tussen veenweide en droogmakerij is veelal abrupt door het grote hoogteverschil. In het zuidelijk deel van de polder heeft Alphen aan den Rijnwoningen gebouwd, dus daar wordt de ruimte begrensd door de stadsrand. Ter Aar heeft aan de oostkant van de polder gebouwd. De oudere bebouwing ligt langs de rand van de polder langs de wetering/ ringvaart. Later zijn ook midden in de polder agrarische bedrijven gevestigd. Het samenhangend systeem van watergangen is nog steeds een belangrijke karakteristiek van het gebied. Polder Vierambacht maakt deel uit van het Groene Hart. Op de rand van de Polder staan nog enkele

Figuur 3.3a | Kenmerkende landschappelijke structuren in de Polder Vierambacht

traditionele windmolens.

(het voorbeeldgebied omvat het omcirkelde gebied).

42

Agrarische erven In de polder zijn melkveehouderijbedrijven (relatief meer aan de randen) en akkerbouwbedrijven actief (meer in het middengebied). De erven variëren in grootte. De hoeveelheid en omvang van de bebouwing op de agrarische erven is divers. Afhankelijk van de functie zien we veestallen, schuren en kassen. De hoogte is vrij beperkt, tot ongeveer 12 meter. De erven langs de dijk zijn vaak naar achteren uitgebreid en vanuit de polder zijn de grote stallen en schuren duidelijk zichtbaar. Erfbeplanting is relatief beperkt tot een of meerdere bomen, meestal voor op het erf. De bomen zijn over het algemeen niet hoog, ongeveer 8 meter en maximaal zo’n 10-12 meter. Achter op het erf is meestal geen beplanting. De erven liggen in het lint aan de dijk, of midden in de polder (zie figuur 3.3b)

Figuur 3.3b | Ligging van agrarische erven in het bebouwingslint of vrij liggend in de polder.

43

3.3.2.

Bevindingen – beeldverhaal

Erfensemble voorbeelderf Het voorbeelderf is een erf van een melkveehouderijbedrijf gelegen aan de ringvaartdijk. Het erf ligt zo’n 3,5 meter lager dan de dijk (zie figuur 3.3c).

Figuur 3.3d | Ligging van het voorbeelderf, streepje duidt de

Figuur 3.3e | Schets van het voorbeelderf met daarin de

locatie van de doorsnede.

hoogten van bebouwing en beplanting

Figuur 3.2c | Foto van het voorbeelderf (bron Google Streetview).

44

Uitwerking basisprincipes De drie basisprincipes toepassen op dit erf (zie ook figuur 3.3f), levert deze uitgangspunten op: »

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=572c9277-6036-4dd0-be9e-14a89f458d19