01. Toelichting BP Paradijsweg westzijde fase 1 - juni 2020 excl. bijlagen
Tekst van het document
TOELICHTING VAN HET ONTWERP BESTEMMINGSPLAN
PARADIJSWEG WESTZIJDE – FASE 1 GEMEENTE NIEUWKOOP
Opdrachtnummer
: 43.62
IDnr.
: NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01
Datum
: juni 2020
Versie
:9
Auteurs
: mRO b.v.
INHOUDSOPGAVE VAN DE TOELICHTING 1
INLEIDING ........................................................................................... 3 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
2
HUIDIGE SITUATIE .............................................................................. 9 2.1 2.2 2.3
3
INLEIDING ........................................................................................ 31 DE VISIE HERONTWIKKELING PARADIJSWEG ................................................ 32 DE TRANSITIE IN CIJFERS ...................................................................... 36 DE VISIE PER DEELGEBIED EN PERCEEL ....................................................... 37 DE KWALITEITSVERBETERING VAN DE TRANSFORMATIE .................................... 47
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................... 49 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14 5.15 5.16
6
INLEIDING ........................................................................................ 21 RIJKSBELEID ..................................................................................... 21 PROVINCIAAL BELEID ........................................................................... 23 REGIONAAL BELEID ............................................................................. 27 GEMEENTELIJK BELEID .......................................................................... 28
VISIE EN UITGANGSPUNTEN .............................................................. 31 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
5
ONTSTAANSGESCHIEDENIS IN HET PLANGEBIED ............................................. 9 BODEMOPBOUW EN HYDROLOGIE.............................................................. 14 HUIDIGE SITUATIE, RUIMTELIJKE EN FUNCTIONELE HOOFDSTRUCTUUR .................. 16
BELEIDSKADER .................................................................................. 21 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
4
AANLEIDING VOOR EEN NIEUW BESTEMMINGSPLAN .......................................... 3 LIGGING EN BEGRENZING PLANGEBIED ........................................................ 6 VIGERENDE BESTEMMINGSPLANNEN ........................................................... 7 DOEL VAN HET BESTEMMINGSPLAN............................................................. 7 OPBOUW TOELICHTING .......................................................................... 7
INLEIDING ........................................................................................ 49 LUCHTHAVENINDELINGBESLUIT (LIB) ........................................................ 49 GELUID ........................................................................................... 51 LUCHTKWALITEIT ................................................................................ 54 EXTERNE VEILIGHEID ........................................................................... 57 BODEM ........................................................................................... 59 BEDRIJVEN EN MILIEU .......................................................................... 61 GEUR ............................................................................................. 63 WATER ........................................................................................... 64 ECOLOGIE ........................................................................................ 67 ARCHEOLOGIE ................................................................................... 73 CULTUURHISTORIE .............................................................................. 75 DUURZAAMHEID ................................................................................. 75 VERKEER .........................................................................................
77 NIET GESPRONGEN EXPLOSIEVEN .............................................................. 77 VORMVRIJE MER BEOORDELING................................................................ 78
JURIDISCHE ASPECTEN...................................................................... 80 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
INLEIDING ........................................................................................ 80 OPBOUW REGELS EN VERBEELDING ........................................................... 81 UITGANGSPUNTEN............................................................................... 81 STOPPERS EN VERPLAATSERS .................................................................. 82 VOORWAARDELIJKE VERPLICHTINGEN EN INRICHTINGSPLANNEN .......................... 82
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
1
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
6.6 6.7 6.8 6.9 6.10 7
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................... 90 7.1 7.2 7.3
8
TE VERPLAATSEN GLASTUINBOUWBEDRIJVEN ................................................ 83 ANTERIEURE OVEREENKOMSTEN MET ALLE DEELNEMERS. .................................. 83 KOPPELING MET INRICHTINGSPLAN ........................................................... 83 BESTEMMINGEN EN DUBBELBESTEMMINGEN ................................................. 84 ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING................................................................ 85 KOSTENVERHAAL ................................................................................ 90 PLANSCHADE..................................................................................... 90 CONCLUSIE ...................................................................................... 91
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID .......................................... 92 8.1 8.2 8.3
INSPRAAK EN PARTICIPATIE .................................................................... 92 VOOROVERLEG EX ART. 3.1.1 BRO........................................................... 92 ZIENSWIJZEN ONTWERPBESTEMMINGSPLAN ................................................. 92
BIJLAGEN AKOESTISCH ONDERZOEK PARADIJSWEG WESTZIJDE HISTORISCH BODEM ONDERZOEK PARADIJSWEG WESTZIJDE QUICKSCAN PARADIJSWEG WESTZIJDE NADER SOORTEN ONDERZOEK PARADIJSWEG WESTZIJDE INDICATIEF ONDERZOEK STIKSTOFDEPOSITIE VOORONDERZOEK CONVENTIONELE EXPLOSIEVEN LANGERAARSE PLASSEN NOTITIE VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING PARADIJSWEG WESTZIJDE NOTA VAN BEANTWOORDING VOOROVERLEG EX ARTIKEL 3.1.1 BRO OVERZICHTSKAART TE SANEREN BEDRIJFSBEBOUWING OVERZICHTSKAART NIEUWE NATUUR
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
2
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
1
INLEIDING
1.1
AANLEIDING VOOR EEN NIEUW BESTEMMINGSPLAN
1.1.1 Algemeen Aanleiding voor het onderhavige bestemmingsplan is het planologisch vastleggen van een toekomstig bestendige invulling van de het gebied Paradijsweg oneven, ook wel natte kant van de Paradijsweg genoemd. Het gebied betreft een (glas)tuinbouwgebied in de gemeente Nieuwkoop ten noorden van Ter Aar en ingeklemd tussen de Langeraarse plas en de Paradijsweg. 1.1.2 Voorgeschiedenis en basis bestemmingsplan De planvorming kent een relatief lange voorgeschiedenis. Het gebied was in het verleden in de provinciale structuurvisie 2012 aangemerkt als zogenaamd ‘transformatiegebied’. Inmiddels (2018) is deze visie niet meer geldig, maar wel van grote invloed geweest op de voorgestane planvorming. De aard van de transformatiegebieden maakt dat ter plaatse een ontwikkeling voor duurzaam glastuinbouw moeizaam is. Deze transformatiegebieden kunnen dan ook op lange termijn een andere hoofdfunctie krijgen dan glastuinbouw. In het transformatiegebied Paradijsweg natte kant was een functiewijziging naar andere functies dan (glas)tuinbouw mogelijk. Binnen de transformatieopgave vormde het gemeenschappelijk belang zijnde de versterking van kwaliteit van het landelijk gebied een belangrijk uitgangspunt. In de bijbehorende provinciale Figuur 1 - Overzicht transformatie en ruimtelijke verordening 2012 was dit concentratie-gebied glastuinbouw.
(Bron: Visie op Zuid-Holland, Provinciale uitgangspunt onder meer ook vertaald Structuurvisie provincie Zuid-Holland in de zogenaamde ‘Ruimte voor ruimte Structuurvisie 2012) regeling’, welke in het transformatiegebied van toepassing was. De regeling ‘Ruimte voor Ruimte’ was bedoeld om de kwaliteit van het landschap in de provincie Zuid-Holland te vergroten. Daartoe stimuleert de regeling afbraak van voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen en kassen, met in ruil daarvoor de bouw van woningen met een veel kleinere bouwmassa. Ruimte voor Ruimte was overigens slechts één van de instrumenten die ingezet konden worden om een ruimtelijke kwaliteitsverbetering te bereiken in de betreffende gebieden. Andere instrumenten die de Verordening Ruimte noemde waren bijvoorbeeld: ‘Glas voor glas’ – waarin de voorwaarden werden beschreven
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
3
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
voor een bedrijfsverplaatsing, nieuwe landgoederen en de ‘rood voor groen’ regeling. Ruimte voor Ruimte’; de sloop van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, kassen of andere gebouwen danwel de sanering van sierteelt en de bouw van één of meer compensatiewoningen ter plekke of in de directe omgeving van de gesloopte bebouwing of in aansluiting op bestaande bebouwingsclusters. Hierbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: i. de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse wordt duurzaam verbeterd; ii. voor de sloop of sanering op één of meerdere percelen van iedere 1.000 m2 gebouwen, iedere 5.000 m2 kassen of iedere 2,25 ha boom- en sierteelt, mag één compensatiewoning worden gebouwd; iii. het aantal compensatiewoningen bedraagt maximaal drie; iv. de nieuwe woningen brengen uit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmeringen met zich mee voor de bedrijfsvoering van de omliggende agrarische bedrijven; v. de te slopen gebouwen of kassen zijn opgericht voor de peildatum van 1 januari 2007; vi. de te slopen kassen zijn gelegen buiten de gebieden voor glastuinbouw (met uitzondering van de transformatiegebieden) zoals aangeduid op kaart 2 én vii. de te saneren sierteeltpercelen zijn gelegen buiten de boom- en sierteeltgebieden, zoals aangeduid op kaart 2.
In afwijking van het bepaalde onder ii is ook een combinatie van fysieke sanering en een financiële bijdrage mogelijk onder de volgende aanvullende voorwaarden: viii. ten minste 50% van de onder ii bedoelde oppervlakte moet fysiek worden gesaneerd; ix. voor de resterende oppervlakte is financiële compensatie geregeld op grond van artikel 6.12 Wro of artikel 6.24, eerste lid, onder a, Wro, inhoudende storting van een bedrag ter grootte van de ontbrekende oppervlakte in m2 x een normbedrag in een (inter)gemeentelijke kwaliteitsfonds ten behoeve van fysieke sanering; x. Provinciale Staten hebben een regeling financiële compensatie vastgesteld en op basis daarvan is een (inter)gemeentelijk fonds ingesteld; xi. de financiële compensatie wordt slechts ingezet om het aantal woningen naar boven af te ronden op het eerstvolgende hele getal;
‘Ruimte voor ruimte regeling, provinciale verordening 2012
Deze beleidsuitgangspunten zijn van grote invloed geweest voor het gebied Paradijsweg natte kant. Bestemmingsplan Glastuinbouw 2013 Het gebied is in het bestemmingsplan Glastuinbouw 2013 ook als zodanig als transformatiegebied aangewezen, waarin voornoemde ‘ruimte voor ruimte regeling’ van toepassing is. In de periode 2010 - 2013 bleek tijdens het opstellen van het Bestemmingsplan Glastuinbouw uit inventarisatie en signalen dat er in het gebied Paradijsweg – natte kant veel mensen zijn die hun bedrijven willen stoppen en hun bedrijfswoning willen omzetten in een burgerwoning. Ook bleek er een aantal bedrijven te zijn die willen verplaatsen. In het bestemmingsplan kon slechts ten dele gehoor worden gegeven aan deze wensen vanuit het gebied. Besloten is om in het verlengde van voornoemd bestemmingsplan en gebiedsproces te starten. Gebiedsproces Paradijsweg Voorgaande vormde en belangrijke basis voor het opstarten van een gebiedsproces (natte kant) Paradijsweg. Provinciale Staten heeft bij de Kadernota 2010-2013 € 1,3 miljoen subsidie beschikbaar gesteld voor sanering van glastuinbouw in Zuid-Holland. Dit werd onder meer ingezet voor bemiddeling planvorming, procesbegeleiding bij sanering.
In dat kader heeft de provincie Zuid-Holland vervolgens aan de gemeente in maart 2013 een projectsubsidie toegekend voor het opstellen van een ontwikkelingsvisie voor de Paradijsweg – natte kant. Gemeente heeft in 2013 een gebiedsproces gestart. Hiervoor is onder meer een adviescommissie ingesteld, waarin de gemeente Nieuwkoop, Hoogheemraadschap, enkele bewoners en ondernemers uit het gebied
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
4
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
zitting hadden. De gemeente heeft ambtelijke ondersteuning geboden aan de adviescommissie om met subsidie van de provincie een visie op te stellen. De Adviesgroep heef intensief samengewerkt met de vele deelnemers en bewoners van het plangebied en in 2017 de eerste visie gepresenteerd en aangeboden aan de gemeente. Hiermee had de Adviesgroep ook voldaan aan haar taak en is vervolgens opgeheven. Het college heeft op 4 juli 2017 de visie voor kennisgeving aangenomen en de kaders bepaald voor het verbeteren van de visie. De visie en inrichtingsvoorstel behoefde naar oordeel van de provincie en gemeente nog verbeterpunten. Dit heeft geleid tot een nadere uitwerking van een deel van het plangebied als pilot. Deelgebied 3 van de visie is uitgewerkt. Tevens en niet in de laatste plaats, zijn diverse uitgangspunten benoemd, die inhoud geven aan de verbeterpunten. De hoofduitgangspunten voor de visie zijn vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 6 februari 2018. Dit heeft geleid tot ‘de verbeterde visie, inclusief nota van uitgangspunten herontwikkeling paradijsweg natte – kant’. Zoals voornoemd is in deze visie deelgebied 3 nader uitgewerkt. De zichtbaarheid van de Langeraarse Plassen en de toevoeging van een wandelpad en overige recreatieve voorzieningen vormen daarin een belangrijk punt.
De aanpak voor deelgebied 3 vormt ook de basis voor de aanpak en inrichting van de overige drie deelgebieden in deze gebiedsopgave. Figuur 2 - Visie herontwikkeling Paradijsweg, De provincie heeft in februari 2018 Nota van uitgangspunten 2018 ingestemd met de verbeterde visie en aangegeven dat onder meer de borging van de ruimtelijke kwaliteit bij inrichting en beheer, de financiering van de recreatieve elementen en de besteding van meeropbrengsten nadere uitwerking behoeven.
De gemeenteraad van de gemeente Nieuwkoop heeft op 12 juli 2018 ingestemd met de verbeterde visie Paradijsweg ‘natte kant’ met visiekaarten van de zes deelgebieden en met een nota van uitgangspunten voor het opstellen van het bestemmingsplan Paradijsweg ‘natte kant’. Het spreekt voor zich dat deze visie een belangrijke basis vormt voor onderhavig bestemmingsplan (zie ook hoofdstuk 4 van deze toelichting). 1.1.3 Van voorontwerp naar ontwerp bestemmingsplan Het voorontwerp heeft in januari en februari het voorjaar van 2019 de inspraak doorlopen. Op 22 januari heeft een inspraakavond plaatsgevonden. Op het voorontwerp hebben verschillende mensen gereageerd. Een groot deel van de reacties had ook betrekking op percelen die geen deel uitmaken van de beoogde
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
5
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
transitie. Veelal betrof het reacties op recreatieverblijven, wensen die los staan van de transitie etc. Omwille van de voortgang van het transitieproces is besloten het plangebied van het ontwerp bestemmingsplan te beperken tot de deelnemende partijen aan het transitieproces. Oftewel, in het ontwerp bestemmingsplan zijn alleen de percelen opgenomen waar sprake is van sloop van kassen, natuurontwikkeling en/of de bouw van ruimte voor ruimte woningen. De percelen in het voorontwerp bestemmingsplan die niet deelnemen aan de transitie worden in een later stadium in het ontwerp bestemmingsplan Paradijsweg west, deel 2 opgenomen. 1.2
LIGGING EN BEGRENZING PLANGEBIED
Het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan ‘Paradijsweg Westzijde’ heeft betrekking op de gronden ingeklemd tussen de Paradijsweg en de Langeraarse plas. Het gaat derhalve om de gronden die westelijk van de Paradijsweg zijn gesitueerd en deelnemen aan het transitieproces. In figuur 3 is de ligging en begrenzing van het plangebied van het ontwerp bestemmingsplan aangegeven.
Nieuwveen
Noordeinde
Figuur 3 - Ligging en begrenzing plangebied
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
6
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
1.3
VIGERENDE BESTEMMINGSPLANNEN
Voor het plangebied gelden momenteel twee bestemmingsplannen. Het gehele plangebied is opgenomen in het vigerend bestemmingsplan ‘Glastuinbouw’, onherroepelijk geworden d.d.28 maart 2013.
Figuur 4 - Vigerend bestemmingsplan Glastuinbouw, met aangegeven het plangebied bestemmingsplan Paradijsweg westzijde
In het bestemmingsplan ‘Glastuinbouw, 1e herziening’ is een aantal omissies en de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwerkt. Dit plan is op 20 december 2016 vastgesteld. 1.4
DOEL VAN HET BESTEMMINGSPLAN
Het bestemmingsplan biedt de planologisch juridische basis voor de uitvoering en beoogde inrichting van het gebied westelijk van de Paradijsweg. Nieuwe ontwikkelingen in het gebied, op de locatie van stoppende tuinbouwbedrijven, worden met dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt. 1.5
OPBOUW TOELICHTING
In hoofdstuk 2 komt een beschrijving van de huidige situatie aan bod. Hierbij komen zowel ruimtelijke als functionele aspecten aan de orde. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 het relevante beleid van zowel het Rijk, de provincie, de regio, alsook de gemeente beschreven. De uitgangspunten voor het plan worden in hoofdstuk 4 verwoord. Hoofdstuk 5 omvat een beschrijving en onderbouwing van de verschillende milieuen omgevingsaspecten die betrekking (kunnen) hebben op het plan. In hoofdstuk 6 is een toelichting op de verbeelding en de regels opgenomen, waarna hoofdstuk 7
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
7
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
de economische haalbaarheid van het plan beschrijft. Tenslotte zet hoofdstuk 8 de resultaten van de inspraak en overleg uiteen.
Figuur 5 - Bestaande situatie (met plangebied)
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
8
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
2
HUIDIGE SITUATIE
2.1
ONTSTAANSGESCHIEDENIS IN HET PLANGEBIED
Figuur 6 - Langeraarseplassen in 1746. Kaart vervaardigd door Jan Janszoon Douw en Steven Pieterszoon van Brouckhuijsen, herzien door Melchior Bolstra
De ontstaansgeschiedenis begint voor het plangebied met het ontginnen van de veengebieden (ca. 900 tot ca. 1300). Daarna (ca. 1400-1600) speelt het proces van poldervorming een belangrijke rol. In bijgaande figuur is het plangebied globaal aangegeven. Voor het plangebied speelt de veenontginning een centrale rol (ca. 1600 tot 1800). Het veengebied dat door inklinking steeds lager kwam te liggen, en natter werd, raakte ongeschikt voor akkerbouw. Veeteelt was nog wel mogelijk, maar turfwinning was nog lucratiever. Turfwinning was al in de Middeleeuwen begonnen maar werd in de 16e eeuw een enorme bedrijfstak. Er ontstond een landschap van brede sloten of plassen met smalle legakkers. Een kaartuitsnede van 1850 geeft al inzicht in de smalle opstrekkende verkaveling die kenmerkend is voor de veenontginningen. De breedte van de kavels bedraagt ca. 20 m. De Langeraarse plas ie eveneens al te zien en ontstaan vanuit de turfwinning, waarbij het gestoken veen op legakkers te drogen werd gelegd. In latere tijden zijn de legakkers door afslag grotendeels verloren gegaan waardoor het grote aaneengesloten water is ontstaan. De Langeraarse plassen bestaan uit 3 plassen die van elkaar gescheiden worden door oude veenkades, waarvan het Kerkpad er één is. Anders dan veel andere veenderijen in de omgeving zijn deze plassen nadien nooit drooggelegd.
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
9
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
Figuur 7 - Kaartuitsnede 1850. Bron: www.topotijdreis.nl
De oude veenkades zoals Smidskade en het Kerkpad in het plangebied blijven belangrijke structuurdragers in het gebied. Op de kaart van 1900 in figuur 8 is de karakteristieke bovenland verkaveling duidelijk herkenbaar; een afwisseling van trekgaten en legakkers, eilandjes, bossen en moerassen. Het gebied rond de Paradijsweg is vanaf het Aarkanaal ontgonnen. Vanaf de 17e eeuw gebruikt men de kavels voor groenteteelt, later ook voor snijbloemen. Papenveer had vroeger veel groenteveilingen, de stoomtrein van Amsterdam naar Alphen aan den Rijn had zelfs een speciale aftakking om groenten af te halen in Papenveer. Rond 1900 ontwikkelen zich inmakerijen voor onder meer zilveruitjes, appelmoes en augurken (bron; Bosch en Slabbers, 2017, Herontwikkeling Paradijsweg).
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
10
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
Figuur 8 - Kaartuitsnede 1900. Bron: www.topotijdreis.nl
Figuur 9 - Kaartuitsnede 1950. Bron: www.topotijdreis.nl
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
11
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
Rond 1950 ontstaat een ander beeld, met meer bebouwing, en in de periode daarna tot 1960 een verdere bebouwingsintensivering in het gebied. Op de kaart van 1960 zijn de eerste kassen zichtbaar, deze zijn vermoedelijk rond 1950 gebouwd. Er ontstaat een tweede ontginnings-as ter hoogte van wat later de Paradijsweg wordt. Tussen 1960 en 1970 wordt ‘het lange stuk’, het noordelijk deel van de Paradijsweg, aangelegd met daaraan enkele woonhuizen. In het gebied worden steeds meer kassen gebouwd. De kassen zijn relatief kleinschalig van aard en volgen nog grotendeels het kavelpatroon. Figuur 10 - Kaartuitsnede 1960. Bron: www.topotijdreis.nl
Figuur 11 - Kaartuitsnede 1970. Bron: www.topotijdreis.nl
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
12
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
Later is het noordelijke deel van de Paradijsweg doorgetrokken naar de Geerweg. Op de kaart van 1990 is de Paradijsweg naar het zuiden doorgetrokken tot aan de Geerweg. Op veel plekken worden watergangen van de bovenlandverkaveling gedempt om zo grotere oppervlakten te kunnen gebruiken voor een meer efficiënte en rendabele bedrijfsvoering. Daarmee worden kavels aanzienlijk breder dan de oorspronkelijke 20 meter. Met de toename van de bebouwing aan en achter het lint en het dempen van watergangen gaan doorzichten naar het achterland verloren.
Figuur 12 - Kaartuitsnede 2000. Bron: www.topotijdreis.nl
Tussen 2000 en 2013 stabiliseert het areaal kassengebied. Een deel van de bedrijven ontbreekt het aan investeringsruimte of toekomstperspectief waardoor geleidelijk een vergaande verrommeling optreedt.
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
13
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
2.2
BODEMOPBOUW EN HYDROLOGIE
2.2.1
Bodem
Figuur 13 - Schema bodemopbouw (aangepijld indicatieve ligging plangebied). Bron: LOP Rijn en Veenstreek, Brons & Partners
In het plangebied is sprake van veengronden. De stroomruggen van het ‘bovenland’ met kleigronden komen voor langs (oude) rivierlopen van de Oude Rijn, Meije en Aar en gaan geleidelijk over in veengronden naarmate de invloedsfeer van de rivieren afneemt en de dikte van de kleilaag afneemt (overgangszone). Het gehele plangebied is in een veenzone gesitueerd. De hoogtekaart laat duidelijk de hogere ligging zien van de plas en omgeving (groentinten) ten opzichte van de droogmakerijen (blauw).
Figuur 14 - Bodemkaart Zuid-Holland. Bron: provincie Zuid-Holland
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
14
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
2.2.2 Grondwater Volgens de Bodemkaart van Nederland is ter plaatse van het plangebied met name sprake van grondwatertrap II. Conform het peilbesluit van het Hoogheemraadschap van Rijnland is de gemiddeld hoogste grondwaterstand in het plangebied 0,2 tot 0,4 m beneden maaiveld. De gemiddeld laagste grondwaterstand is 0,8 tot 1 m. beneden het maaiveld. Figuur 15 - Hoogtekaart bron: PDOK viewer
Figuur 16 - Grondwaterkaart (blauw is gem hoogste grondwaterstand, geel gem. laagste grondwaterstand (Bron; Peilbesluit Noordeind- en Geerpolder, Hoogheemraadschap van Rijnland)
2.2.3 Peilbeheer Het peilbeheer is gereguleerd in een systeem van polders en boezemwateren. Het peilbeheer van het plangebied is vastgelegd in het peilbesluit van de Noordeind- en Geerpolder van januari 2012 van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Deze polder bestaat uit twee peilvlakken. Het noordelijk deel (OR-4.05.2.1) heeft een zomerpeil van -2,01 m NAP en een winterpijl van -2,04 m NAP. Het zuidelijk deel (OR-4.05.1.1) heeft een zomerpeil van -1,57 m NAP en een winterpijl van -1,62 m NAP.
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
15
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
De gemiddelde maaiveldhoogte in het plangebied bedraagt ca. -130 NAP tot -110 NAP De drooglegging in het gebied varieert gemiddeld van 20 tot 60 cm beneden maaiveld.
Figuur 17 - Peilbesluit Noordeind- en Geerplolder. (Bron: Hoogheemraadschap van Rijnland)
2.3
HUIDIGE SITUATIE, RUIMTELIJKE EN FUNCTIONELE HOOFDSTRUCTUUR
2.3.1 Ruimtelijke structuur Er is weliswaar sprake van een grote verandering ten opzichte van de eerste opstrekkende verkaveling, maar ook nu is de oorspronkelijke structuur van het gebied op onderdelen nog waarneembaar. De kavelbreedte is weliswaar breder geworden dan de oorspronkelijke 20 meter brede kavels, de zichtlijnen zijn niet of nauwelijks meer aanwezig, maar nog steeds kan worden gesproken van een opstrekkende verkaveling. Het gebied kenmerkt zich nog steeds door smalle percelen en het Figuur 18 - Kerkpad, tussen Langeraar en kenmerkende slotenpatroon tussen de Papenveer percelen die haaks op de Paradijsweg liggen. Hier is de structuur van de oorspronkelijke legakkers en trekgaten nog duidelijk waarneembaar. Kenmerkend is verder het oorspronkelijke Kerkpad. Langs dit pad liepen de katholieken (papen) vanuit Papenveer naar de dichtstbijzijnde katholieke kerk in Langeraar.
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
16
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
De Paradijsweg vormt een noord-zuid gerichte ontsluitingsweg die de belendende percelen ontsluit en meer grootschalige tuinbouw in het westelijke gebied ook mogelijk heeft gemaakt. De weg heeft een karakteristiek profiel, met aan de oostzijde een brede watergang en de toegangen naar de oostelijke tuinbouwpercelen met dammen en bruggen is vormgegeven. Deze watergang aan de oostzijde van de Paradijsweg vormt ook een primaire waterloop en loopt tot in het noordelijke deel van het plangebied (zie figuur 20).
Figuur 19 - Glasopstand met doorzicht naar Langeraarse plas
De wegbreedte en profielopbouw kan als karakteristiek voor het plangebied worden gezien. Alle percelen worden via deze Paradijsweg ontsloten. Bezien we de huidige ruimtelijke situatie, dan valt op dat de noordelijke kant van het plangebied beduidend minder intensief is bebouwd met glasopstanden. Zichtlijnen naar de Langeraarse plas zijn zeker nog aanwezig.
Figuur 20 - Primaire waterloop aan oostzijde Paradijsweg
Figuur 21 - Minder intensief bebouwde percelen noordzijde Paradijsweg (nr. 6).
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
17
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
2.3.2 Functies Glasopstanden, open grondtuinbouw en (bedrijfs)woningen vormen de belangrijkste functies van het gebied. In de huidige situatie is in het plangebied nog sprake van ca.10 ha glasopstanden. Het merendeel van het areaal glas is aan de zuidzijde (van het kerkpad) gesitueerd. Figuur 22 - Voormalige bedrijfsglasopstanden in het plangebied.
Figuur 23 - Huidige situatie met indicatie van ca. 8,5 ha glasopstand in plangebied.
Een groot deel van de huidige tuinbouwbedrijven heeft aangegeven te willen stoppen met de bedrijfsactiviteiten dan wel het bedrijf te willen verplaatsten naar een gebied dat meer perspectief bied voor de toekomstige bedrijfsvoering. In het gebied is ook sprake van verschillende leegstaande en soms verwaarloosde glasopstanden.
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
18
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
2.3.3 Recreatie De recreatieve functies zijn niet of nauwelijks aanwezig in het gebied. Belangrijkste functie in de huidige situatie op dit vlak is het gegeven dat de Paradijsweg veelvuldig wordt gebruikt als fiets- en wandelroute. Hetzelfde geldt uiteraard voor het Kerkpad dat in het geheel deze recreatieve functie vervult. Van openbare zitgelegenheden, picknick mogelijkheden etc. in het gebied is niet of nauwelijks sprake. Wel is, met name langs de Langeraarse Plas sprake van enkele reeds vele jaren bestaande recreatiewoningen en enkele (sta)caravans. In potentie is het gehele gebied geschikt voor de extensieve recreatievormen zoals fietsen, wandelen, varen etc. 2.3.4 Ecologie, natuur De ecologische waarden in het gebied zijn met name geconcentreerd langs de oevers van zowel de Langeraarse Plas als de sloten en het boezemwater in het plangebied. In paragraaf 5.10 van deze toelichting wordt nader ingegaan op de mogelijke aanwezigheid van beschermde flora en fauna in het gebied. Voor de bebouwde gronden is niet of nauwelijks sprake van ecologische waarde. Wel is er ook in de open grond tuinbouwgebieden en met name langs de randen nog enige natuurwaarde aanwezig.
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
19
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
3
BELEIDSKADER
3.1
INLEIDING
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen het huidige gebruik en nieuwe ontwikkelingen plaats dienen te vinden. Het beschreven beleidskader is daarmee één van de bouwstenen voor de visie op het plangebied en de opzet van de juridische regelingen. 3.2
RIJKSBELEID
3.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De kaders van het rijksbeleid zijn opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De SVIR omvat drie hoofddoelen, die als volgt zijn geformuleerd: 1. Concurrerend Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; 2. Bereikbaar Het verbeteren en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3. Leefbaar en veilig Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor een aanpak die Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig maakt, kiest het Rijk voor een selectievere inzet op slechts 13 nationale belangen. Deze nationale belangen hebben onder andere betrekking op ruimte voor het behoud van nationale unieke cultuurhistorische kwaliteiten en ruimte voor een nationaal netwerk van natuur. Hiermee wordt de ruimtelijke ordening in toenemende mate neergelegd bij gemeenten en provincies. Zo ontstaat er ruimte voor maatwerk en keuzes van burgers en bedrijven. Relatie met het plangebied Voor de ontwikkelingen in het plangebied te weten de transformatie van glastuinbouw naar met name wonen, natuur en recreatie, zijn vooral de volgende belangen relevant: 7.
Het instandhouden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen Indirect is ook dit belang van invloed op het plangebied, met name door het beleid rond de luchthaven Schiphol in de vorm van het Luchthavenindelingsbesluit (LIB). De verschillende zones uit het LIB die van toepassing zijn op het plangebied, te weten het ‘beperkingengebied geluidgevoelige gebouwen’ (lib-4) en het ‘afwegingsgebied geluid en externe veiligheid’ (lib-5) zijn vertaald in het voorliggende plan vertaald. In di kader wordt ook verwezen naar paragraaf 5.1 van deze plantoelichting. 10. Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten Landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten geven identiteit aan een gebied. Op basis van landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten heeft het rijk in het
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
20
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
verleden een selectie gemaakt van twintig 'Nationale landschappen', waaronder het nationaal landschap Groene Hart, waarin het plangebied gelegen is. Deze landschappen weerspiegelen samen de diversiteit en ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Het Rijk laat het beleid ten aanzien van landschap op land over aan provincies en wil provincies meer ruimte geven bij de afweging tussen verstedelijking en landschap, om zo meer ruimte te laten voor regionaal maatwerk. De beoogde transformatie in het plangebied, waarin natuurontwikkeling een belangrijke rol speel, gaat gepaard met het behoud en de ontwikkeling van het cultuurhistorisch waardevolle landschap. 11.
Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten Om flora- en faunasoorten in staat te stellen om op lange termijn te overleven en zich te ontwikkelen zijn vanuit ruimtelijk oogpunt twee zaken essentieel: het behoud van leefgebieden en de mogelijkheden om zich te kunnen verplaatsen tussen leefgebieden. Binnen de door het Rijk gestelde kaders begrenzen, beschermen en onderhouden de provincies een natuurnetwerk met de juiste ruimtelijke-, water- en milieucondities voor kenmerkende (eco)systemen van (inter)nationaal belang. Dit provincie en landgrensoverschrijdende netwerk is de herijkte nationale Ecologische Hoofdstructuur (EHS), thans Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het plangebied ligt niet binnen bestaande en/of nieuwe natuurgebieden die deel uitmaken van het NNN. Wel ligt er zuidelijk van de Langeraarse plassen, en daarmee binnen het plangebied, een ecologische verbindingszone. Deze zone is nu nog niet aanwezig maar daaraan zal met de beoogde transformatie wel invulling aan gegeven worden. 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Ten behoeve van de bescherming van de in de SVIR genoemde nationale belangen, worden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) algemene regels voorgeschreven die bindend zijn voor de lagere overheden.
Het gaat hierbij onder meer om de volgende onderwerpen: • Rijksvaarwegen; • Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; • Elektriciteitsvoorziening; • Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; • Natuurnetwerk Nederland; • Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; • Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Relatie met het plangebied Van de bovengenoemde onderwerpen is met name het 'Natuurnetwerk Nederland' van belang voor het onderhavige plan. In het Barro is opgenomen dat bij provinciale verordening de gebieden worden aangewezen die het Natuurnetwerk Nederland vormen. Zoals reeds aangegeven ligt er zuidelijk van de Langeraarse plassen, en daarmee binnen het plangebied, een ecologische verbindingszone. Deze verbindingszone maakt deel uit van het NNN dat door de provincie Zuid-Holland in de provinciale Omgevingsverordening is verwoord. Hoewel deze zone nu nog niet aanwezig is, zal
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
21
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
daaraan met de beoogde transformatie wel invulling aan gegeven worden door onder andere een natuurbestemming op te nemen. De overige aspecten van de beoogde transformatie van de Paradijsweg westzijde die in het onderhavige bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt (zoals wonen, natuur en recreatie), zijn niet strijdig met de nationale ruimtelijke belangen die zijn neergelegd in het Barro. 3.2.3 Waterbeleid Kaderrichtlijn water De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) schrijft voor dat de waterkwaliteit vanaf 2027 aan bepaalde eisen moet voldoen. De richtlijn bepaalt dat de EU-lidstaten voor de diverse stroomgebieden gezamenlijk actieprogramma's moeten opstellen waarin alle aspecten van water aan de orde moeten komen. In beginsel moet in 2027 een 'goede chemische toestand en een goed ecologisch potentieel of een goede ecologische toestand' zijn bereikt. De natuurontwikkeling die in het plangebied is beoogd, wordt gecombineerd met een wateropgave voor de verbetering van de chemische en ecologische waterkwaliteit die voortvloeit uit de KRW. Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan 2016-2021 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid.
Daarmee zet het kabinet een volgende stap in het toekomstgericht inrichten van het watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart. 3.2.4 Wettelijk kader Bij het opstellen van ruimtelijke plannen is diverse (milieu)wetgeving van toepassing, waaronder de Wet luchtkwaliteit, Besluiten externe veiligheid, Wet geluidhinder, etc. Op deze aspecten zal in hoofdstuk 5. Milieu- en omgevingsaspecten nader worden ingegaan. 3.3
PROVINCIAAL BELEID
3.3.1 Omgevingsbeleid Het provinciale Omgevingsbeleid is op 20 februari 2019 door Provinciale Staten vastgesteld en inwerking getreden op 1 april 2019. Het Omgevingsbeleid bestaat uit de Omgevingsvisie, de omgevingsverordening en het Programma ruimte. In de periode tot de invoering van de Omgevingswet wordt het omgevingsbeleid verder doorontwikkeld, zodat het in 2021 voldoet aan de eisen van de Omgevingswet. Het inwerking getreden Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het provinciaal Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en –plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. De in het Omgevingsbeleid opgenomen kwaliteitskaart vormt een belangrijk instrument voor de provincie om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
22
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
ze een bijdrage leveren. De kwaliteitskaart geeft een beschrijving van gebiedskenmerken en kwaliteiten, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. Specifiek voor de beoogde transformatie aan de Paradijsweg westzijde, de zogenaamde natte kant, kan het volgende worden opgemerkt. Het plangebied maakt geen deel uit van de ‘bebouwde ruimte’. Het plangebied wordt niet aangeduid als belangrijk weidevogelgebied. Het plangebied behoort niet de bestaande en nieuwe natuur als onderdeel van het NNN en maakt ook geen onderdeel uit van Natura2000 gebied. Wel ligt er op het noordelijk deel van de kavels binnen het plangebied een ‘ecologische verbindingszone’ die deel uitmaakt van het NNN. Zie in dit kader ook navolgende paragraaf. Verder maakt het plangebied deel uit van het veenlandschap. Bij ontwikkelingen in dit gebied moet zorg worden gedragen voor het behoud van het veen (met gericht op het beperken van de bodemdaling). Bovendien moet een bijdrage geleverd worden aan een duurzame waterhuishouding. 3.3.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Tegelijkertijd met het ‘Omgevingsbeleid’ hebben Provinciale Staten de 'Omgevingsverordening' vastgesteld. De Verordening vormt een juridische vertaling van het beleid uit de genoemde Visie en bevat daartoe regels over de inhoud van bestemmingsplannen.
De provincie heeft in de Omgevingsverordening onder meer regels opgenomen voor de fysieke leefomgeving, waaronder voor de aspecten ruimtelijke kwaliteit, natuur, landschap, erfgoed, energie, water en bodem. In relatie tot het plan zijn vooral de aspecten ‘ruimtelijke kwaliteit’, ‘stedelijke ontwikkeling’, ‘natuur’ en ‘water’ van toepassing. Ruimtelijke kwaliteit In artikel 6.9 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen omtrent de ruimtelijke kwaliteit. In artikel 6.9, lid 1 is aangegeven dat een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, indien dit past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, het niet voorziet in een wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen). In dit kader wordt aangegeven dat er als onderdeel van de beoogde transformatie in het plangebied (van glastuinbouw naar met name wonen, natuur en recreatie) op 15 februari 2018 overleg heeft plaatsgevonden met het provinciebestuur. Van de zijde van de provincie is instemming betuigd met de aanpak en de resultaten van een pilot voor een deel van het plangebied (mede gelet op de verbetering van de zichtbaarheid en beleefbaarheid van de Langeraarse Plassen).
Voorts heeft de provincie ingestemd met de uitgangspunten als verwoord met de Visie herontwikkeling Paradijsweg, Nota van uitgangspunten 2018 (zie paragraaf 3.5.2 van deze plantoelichting). Een eerste provinciale reactie op de (concept) visiekaarten van de verschillende deelgebieden is inmiddels ontvangen. Er zijn van de zijde enkele aandachtpunten meegegeven. Deze zijn meegenomen bij de opstelling van het bestemmingsplan. Stedelijke ontwikkelingen In artikel 6.10, lid 1 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen omtrent stedelijke ontwikkelingen. Artikel 6.10, lid 1, luidt als volgt: 1. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen:
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
23
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; In het plangebied worden 41 nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Deze woningen mogen worden gebouwd in ruil voor de sloop van (glas)opstanden van stoppende en verplaatsende tuinbouwbedrijven. Bovendien past dit aantal binnen het (regionaal afgestemde) woningbouwprogramma ‘Nieuwkoop 2019-2029' waarin voor deze locatie 45 woningen zijn opgenomen. Verder is artikel 6.14, lid 2 (20 Ke-contour Schiphol) uit de Omgevingsverordening van toepassing. In dit artikel is aangegeven dat een bestemmingsplan voor gronden buiten bestaand stads- en dorpsgebied alleen in nieuwe woningen kan voorzien indien het betreft: a. woningbouw binnen de voormalige bebouwingscontour van de streekplannen uit 2003, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 13 in bijlage II; b. de toevoeging van ten hoogste enkele woningen in reeds aanwezige lintbebouwing; c. de toevoeging van ten hoogste enkele greenportwoningen, als bedoeld in de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek; d. de toevoeging van ten hoogste enkele woningen volgens het principe ruimte voor ruimte, waarbij de ruimtelijke kwaliteit wordt verbeterd door de sloop van overtollige bebouwing en kassen; e.
het omzetten van bedrijfswoningen naar burgerwoningen; of f. bedrijfswoningen, voor zover noodzakelijk voor de bedrijfsvoering. Specifiek in relatie tot het voorliggende bestemmingsplan is het bepaalde onder sub d van artikel van toepassing. Natuur Ten zuiden van de Langeraarse plassen, en daarmee binnen het plangebied, ligt een ecologische verbindingszone. In figuur 25 is dit in beeld gebracht. Deze verbindingszone maakt deel uit van het NNN zodat artikel 6.24 uit de Omgevingsverordening van toepassing is. Daarin is aangegeven dat een bestemmingsplan geen bestemmingen aanwijst die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden significant beperken, of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden.
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
24
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
Figuur 24 – Ligging ecologische verbindingszone in relatie tot het plangebied (bron: Provincie Zuid-Holland)
Figuur 25 – Ligging ecologische verbindingszone zuidelijk van de Langeraarse plas (bron: Kaart 7 Omgevingsverordening, Provincie Zuid-Holland)
In dit kader wordt opgemerkt dat deze verbindingszone ca. 20 meter breed is en willekeurig over de percelen zuidelijk van de Langeraarse Plas loopt, o.a. dwars door bestaande (glastuinbouw)kassen. Zie bijgaande figuren 25 en 26.
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
25
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
Hoewel daarmee duidelijk is dat deze zone nu nog niet aanwezig is, zal daaraan met de beoogde transformatie wel invulling aan gegeven worden door onder andere een natuurbestemming voor delen van de percelen binnen het plangebied op te nemen. In dit kader wordt ook verwezen naar paragraaf 4.3 (Transitie en cijfers) van deze plantoelichting, alsook paragraaf 5.10 (Ecologie) en bijlage 4 en 5 waarin wordt ingegaan op en verwezen naar de natuuronderzoeken die specifiek voor dit plan zijn uitgevoerd. Water Tot slot is in het zuiden van het plangebied langs de Smidskade / Leidse Vaart een regionale waterkering aanwezig zodat artikel 6.22 uit de Omgevingsverordening van toepassing is. In verband met de waterveiligheid zijn daarin randvoorwaarden opgenomen die een onbelemmerde werking, instandhouding en onderhoud van de regionale waterkeringen mogelijk maken. In het bestemmingsplan dient de waterkering als zodanig bestemd te worden. In het voorliggende plan is hieraan invulling gegeven door voor de beschermingszone als onderdeel van de genoemde regionale waterkering een dubbelbestemming 'Waterstaat-Waterkering' op te nemen. Binnen deze dubbelbestemming gelden beperkingen op het vlak van bouwen en graven. De ligging is afgestemd op de Legger van het waterschap Hoogheemraadschap van Rijnland. In dit kader wordt ook verwezen naar paragraaf 5.8 van deze plantoelichting. 3.4
REGIONAAL BELEID
3.4.1 Regionale Structuurvisie Holland Rijnland 2020 In de Regionale Structuurvisie 2020 (RSV) is een aantal keuzes gemaakt die de samenhang tussen de grote deelgebieden van de regio verbeteren: Duin en Bollenstreek, Kustzone, Stedelijk gebied en Veenweide en Plassen. De visie bevat zeven kernbeslissingen die uitgaan van een evenwichtige ontwikkeling van wonen, recreatie, infrastructuur en intensief, meervoudig en duurzaam ruimtegebruik. Het plangebied staat op de kaart behorende bij de structuurvisie vermeld als ‘nog te ontwikkelen’ en ‘transformatiegebied glastuinbouw’. 3.4.2 Landschapsontwikkelingsplan Rijn- en Veenstreek In 2009 hebben de gemeenten Alphen aan den Rijn, Kaag en Braassem, Nieuwkoop en Rijnwoude gezamenlijk een Regionaal Landschaps Ontwikkelings Plan (LOP) opgesteld. Het LOP is een beleidskader voor het behoud van bestaande landschappelijke kwaliteiten. Samengevat komt dat neer op: ‘wees zuinig op de karakteristieke landschappen en waarborg de kwaliteit ervan voor de toekomst’. Het LOP is een uitwerkingsplan van de gemeentelijke Structuurvisie Nieuwkoop 2040 (zie hieronder). Geconstateerd wordt dat de plas moeilijk te bereiken is voor recreanten en dat de natuurwaarden gering zijn. De herstructurering van de glastuinbouw biedt kansen tot verbetering. 3.4.3 Beleid waterbeheerder In het plangebied is het Hoogheemraadschap van Rijnland de waterbeheerder.
Op grond van de Waterwet is het waterschap bevoegd via een eigen verordening, de Keur, regels te stellen aan werken die het watersysteem beïnvloeden. In de Keur van Rijnland is bepaald dat (bouw)werken en werkzaamheden in of bij waterstaatswerken vergunning- of meldingsplichtig zijn. Dit geldt onder andere
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
26
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
voor het aanbrengen van verhard oppervlak (bebouwing, bestrating). Hiervoor moet compenserend water worden gegraven. Het bestemmingsplan moet daar ruimte voor bieden. In de Beleidsregels die bij de Keur horen, is het beleid nader uitgewerkt. Belangrijke beleidspunten zijn de zorg voor veiligheid, voldoende water en schoon water. Nieuwe ontwikkelingen in het plan dienen afgestemd te worden met het Hoogheemraadschap van Rijnland. In paragraaf 5.9 ‘Water’ van deze plantoelichting (de zogenaamde waterparagraaf) wordt nader op de wateraspecten in relatie tot het plangebied ingegaan. 3.5
GEMEENTELIJK BELEID
3.5.1 Structuurvisie Nieuwkoop 2040 Op 1 juli 2009 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Nieuwkoop 2040 vastgesteld. Dit document vormt het toekomstbeeld voor Nieuwkoop waarin is aangeven welke ambities de gemeente heeft en hoe die gewenste situatie kan worden bereikt.
Figuur 26 - Toekomstbeeld Nieuwkoop 2040 (bron: Structuurvisie Nieuwkoop 2040)
In de structuurvisie wordt vermeld dat de Langeraarse Plassen geschikt zijn om recreatie te ‘huisvesten’ (in het kader van het versterken van het recreatief wandel, fiets- en pleziervaartnetwerk). Tevens wordt vermeld dat bij de Langeraarse Plassen het ecologische potentieel verder kan worden benut door onder andere herinrichtingsmaatregelen. Het grotere verband van natuurgebieden waarvan ook de Langeraarse Plassen, een uniek watergebied met een (boven)regionale functie deel uitmaken (Groene Ruggengraat en Natte As), wordt van belang geacht.
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
27
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
In de Structuurvisie 2040 is het gebied van de natte kant van de Paradijsweg tevens benoemd als transformatiegebied met als doel: beëindiging van de glastuinbouw en ontwikkelen van ‘groene- en blauwe doelen’: het realiseren van een betere recreatieve ontsluiting en bereikbaarheid van de Langeraarse Plassen en kansen voor natuurontwikkeling. 3.5.2 Visie herontwikkeling Paradijsweg, Nota van uitgangspunten 2018 De gemeenteraad heeft op 12 juli 2018 ingestemd met de verbeterde visie Paradijsweg ‘natte kant’ met kaarten zes deelgebieden. Tevens heeft de raad ingestemd met Nota van uitgangspunten voor het opstellen van het bestemmingsplan. De uitgangspunten zijn gegroepeerd naar een aantal thema’s. Thema: Beleving en recreatie/doorzicht naar de plassen en recreatiemogelijkheden 1. Het uitzicht op het water vanaf de Paradijsweg dient te worden versterkt. Zichtlijnen zijn belangrijk. 2. Het aanzien vanuit het dorp Langeraar naar de overkant van het water wordt geen front van huizen. 3. De herontwikkeling van de Paradijsweg is gericht op het maken van een vrijetijdslandschap, waar ruimte is voor natuur en recreatie. a. Daarbij hoort een samenhangend recreatief netwerk voor wandelaar, fietser en watersporter. b. Mogelijk zijn er kansen voor varen vanaf de eigen woning of zwemmen vanaf een steigertje. Thema: Natuur 1.
De natuurpotenties van het veengebied en de overgangen van land en water worden versterkt. Aandacht dient besteed te worden aan natuurvriendelijke oevers. 2. Natuurlijk groen en water: de rietlanden, struwelen en grasland doen natuurlijk aan en bestaan uit inheemse soorten uit de streek. 3. De huidige legakker-structuur is de basis; er worden geen nieuwe vaarten gegraven. Wel kunnen er vaarten of sloten worden verbreed zodat de toegang naar de plas wordt verbeterd. Thema: Woonkavels en woningen 1. De maximale kavelgrootte is 1.500 m2. De kavelgrootte mag variëren. 2. Er kunnen naast vrijstaande woningen ook 2-onder-1-kap en 3-onder-1-kap woningen een plek krijgen in de deelgebieden. Uitgangspunt is dat de exploitatie sluitend is. 3. De nieuw te ontwikkelen woningen zijn in ruimtelijke zin ‘familie’ van elkaar en spelen in op de kenmerken van het gebied. 4. De ontwikkeling van de woningen mag het recreatief gebruik van het gebied niet hinderen. Thema: Verkeer en parkeren 1. Het plangebied is gelegen buiten de bebouwde kom. De richtlijnen voor een gebiedsontsluitingsweg met weinig verkeer zijn van toepassing. De breedte voor een tweerichtingsweg is dan 4,5 meter breed met daarnaast twee kantstroken van 1,5 meter breed. 2. Parkeerplaatsen op de eigen kavel voor eigen gebruik en parkeren op straat voor bezoek.
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
28
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
3. Ieder deelgebied wordt bij voorkeur ontsloten door twee in- en uitgangen voor hulpdiensten en veiligheid. Er kan een ‘rondje’ worden gereden. Thema: Ruimte zoeken voor compensatiewoningen Ten gevolge van de 20 Ke contour (lib -5 uit het Luchthavenindelingbesluit Schiphol) is er ten noorden van het Kerkpad slechts ruimte voor maximaal vijf nieuwe woningen. 3.5.3 Parkeerbeleid De gemeenteraad heeft op 17 september 2015 de beleidsnotitie betreffende het parkeren vastgesteld: 'Parkeerbeleid gemeente Nieuwkoop 2015'. Het betreft een actualisatie van het parkeerbeleid uit 2008 en moet bijdragen aan de bereikbaarheid, de verkeersveiligheid en het voorkomen van parkeeroverlast in de kernen van de gemeente Nieuwkoop. De gemeente wil dit onder meer bereiken door de parkeernormen actueel te houden en hanteerbare beleidsuitgangspunten te formuleren voor de ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente en daar waar mogelijk parkeerproblemen op te lossen. Bij nieuwe ontwikkelingen dienen de parkeernormen en uitgangspunten uit de bovengenoemde nota in acht genomen te worden. Om dit ook in het bestemmingsplan te borgen is onder andere in de algemene bouw- en gebruiksregels een verwijzing naar het vastgestelde parkeerbeleid opgenomen. 3.5.4 Duurzaamheidsagenda Sinds eind 2016 zet de gemeente in op de gemeenschappelijke ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn.
Voor 2025 zijn de ambities zo veel mogelijk geconcretiseerd ten aanzien van besparing en opwekking van energie. De sanering van de (glastuin)bedrijven draagt bij aan een behoorlijke vermindering van het gasverbruik. De ruim 40 nieuwe woningen worden gasloos gebouwd.
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
29
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
4
VISIE EN UITGANGSPUNTEN
4.1
INLEIDING
In paragraaf 1.1 is de voorgeschiedenis van het gebiedsproces Paradijsweg al uiteengezet. Er is lang gesproken over de mogelijke inrichting en niet minder lang over de mogelijke uitvoering van de voorstellen. Met provincie Zuid-Holland, de bewoners en tuinders van het gebied en het Hoogheemraadschap etc. De vereniging Paradijsweg natte kant heeft hierin een belangrijke rol gespeeld. In 2017 is de eerste visie voor de Paradijsweg - natte kant gepresenteerd. Dit plan kon rekenen op een breed maatschappelijk draagvlak, maar behoefde ook enkele verbeterpunten. Daarna is een intensief gevolgd waarin de verschillende deelnemers aan het gebiedsproces gewerkt hebben naar een verbeterde visie. Laatste is verwoord in ‘Visie herontwikkeling paradijsweg Nota van uitgangspunten 2018’. Ook wel verbeterde visie inclusief Nota van uitgangspunten herontwikkeling Paradijsweg natte kant genoemd. De gemeenteraad heeft in juli 2018 ook ingestemd met de verbeterde visie en de zes deelkaarten die hierin zijn opgenomen en waarin de inrichting van de gebieden zijn weergegeven. Het spreekt voor zich dat deze verbeterde visie de basis vormt voor het bestemmingsplan en in navolgende wordt toegelicht. De voornoemde visie is de basis geweest voor verschillende vervolggesprekken met initiatiefnemers in november-december.
Daaruit is een aantal initiatieven naar voren gekomen die zijn uitgewerkt in een inrichtingsvoorstel op hoofdlijnen. Hierbij moet in ogenschouw worden genomen dat in onderhavig bestemmingsplan alleen die inrichtingsvoorstellen zijn overgenomen, waarvan de uitvoering ook zeker is gesteld. Oftewel, waarover overeenstemming is tussen gemeente en initiatiefnemers/eigenaren en die worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Van voorontwerp naar ontwerp bestemmingsplan In de fase van voorontwerp naar ontwerp bestemmingsplan zijn de inrichtingsvoorstellen voor de transitiekavels verder uitgewerkt. In het ontwerp bestemmingsplan zijn alleen de percelen opgenomen waar sprake is van een transitie. Dit in tegenstelling tot het voorontwerp, waarin het gehele glastuinbouwgebied aan de westzijde van de Paradijsweg nog was opgenomen. Met het beperken van de kavels van deelnemende partijen in de beoogde transitie ontstaat ook een duidelijk eindbeeld, waarin een deel van de kavels wordt aangewend voor nieuwe ruimte voor ruimte woningen in ruil voor sloop van glasopstanden elders en een transitie naar natuur. De opgenomen inrichtingsplannen zijn ten opzichte van het voorontwerp verder uitgewerkt en ook vastgelegd in anterieure overeenkomsten, die de gemeente heeft gesloten met de deelnemers in het gebied/eigenaren van de transitie percelen.
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
30
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
In paragraaf 6.3 wordt nog nader ingegaan op de uitvoerbaarheid en wijze waarop één en ander ook is vastgelegd in dit bestemmingsplan en anterieure overeenkomsten. 4.2
DE VISIE HERONTWIKKELING PARADIJSWEG
4.2.1 Basisprincipe nieuwe ruimte voor ruimte woningen in de visie Voordat de visie wordt toegelicht is het zinvol stil te staan bij het basisprincipe dat ten grondslag ligt aan de inrichtingsvoorstellen voor het gehele gebied. Regierol gemeente De gemeente heeft in het gehele gebiedsproces een regierol gevoerd. De verschillende initiatiefnemers zijn zelf verantwoordelijk voor de uiteindelijke inrichting van de percelen en uitvoering. Basisprincipe ‘Ruimte voor Ruimte Plus’ De stoppende tuinbouwbedrijven kunnen ‘ruimte voor ruimte’ woningen realiseren in het plangebied, in ruil voor sloop van de (glas)opstanden en het realiseren van ruimtelijke kwaliteit in het plangebied. Voor het toekennen van één bouwrecht op een woonkavel van maximaal 1.500 m2 is aangesloten bij de oude ruimte voor ruimte regeling uit het vigerend bestemmingsplan glastuinbouw. Voor aanspraak op een ‘ruimte voor ruimte woning’ of beter gezegd, om in aanmerking te komen voor een bouwrecht, dient sprake te zijn van; • sloop van 1.000 m2 bedrijfsopstallen; • en/of 5.000 m2 glasopstand; • en/of het opheffen van 22.500 m2 open grondtuinbouw/meerjarige teelt; • en/of omzetting van 5.000 m2 naar natuur.
Figuur 27 - Kader voor bouwrecht, Ruimte voor Ruimte Plus
Combinaties in deze voorwaarden zijn mogelijk. Bijvoorbeeld de sloop van 2.500 m2 glasopstand en 500 m2 bedrijfsopstallen (steen) is een bouwrecht voor één woning. Ander voorbeeld is het omzetten van 1 ha meerjarige teelt en de sloop van ca. 3.000 m2 glasopstand. Tevens is het mogelijk om binnen het plangebied als het ware te schuiven in deze (bouw)rechten. De bouw van een nieuwe ruimte voor ruimte woning hoeft niet op de kavel plaats te vinden waar sloop of sanering plaatsvindt. Dit betekent dat eigenaren onderling (bouw)rechten kunnen uitwisselen.