CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

Kaderstellend Raadsdebat WIL - Programmaboekje (002).pdf

Uitnodigingen aan de raad 13 oktober 2021, gemeente Nieuwegein18.606 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

• •

25

Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022 • Ontwikkeling zelfredzaamheid

• •

De zelfredzaamheid van onze klanten neemt af; een deel van onze doelgroep digitaal is beperkt digitaal vaardig, minder taalvaardig en de LVB populatie binnen WIL neemt toe Door een afbouw van de infrastructuur voor deze groep inwoners wordt er in toenemende mate naar WIL gekeken. Niet altijd terecht. Dit vraagt om een andere inzet vanuit WIL, de lokale werkteams, de gemeenten en ketenpartners; een gezamenlijke verkenning is nodig. Hierin kunnen we ook het vraagstuk vertrouwen-wantrouwen meenemen

De uitdaging De samenstelling van het klantenbestand van WIL, de afnemende zelfredzaamheid van onze klanten en de veranderende opvatting over de verhouding tussen vertrouwen en wantrouwen worden nu dusdanig merkbaar dat een aanpassing van de dienstverlening van WIL hierop moet worden overwogen. De toename van de complexiteit en de afname van de zelfredzaamheid vraagt ook andere competenties van onze medewerkers. Hierin zullen we moeten investeren, ook binnen de lokale werkteams. Om onnodige instroom in de uitkering en het klantenbestand (van de lokale werkteams) te voorkomen is het nodig het Matchingsteam op niveau te continueren. Vraagstuk/dilemma’s 1. 2.

Deelt u dat het belangrijk is in gezamenlijkheid het vraagstuk van de zelfredzaamheid en vertrouwen-wantrouwen verder te verkennen in termen van dienstverlening en organisatie (wie moet dan wat doen)? Wilt u hierin meteen al kaders meegeven of niet? Zo ja, welke dan? De ontwikkeling van het klantenbestand vraagt om een dienstverlening die meer gericht is op aandacht. Tegelijk zijn de middelen en menskracht beperkt? Moet WIL inzetten op meer aandacht voor alle klanten en kan dat als ‘tenzij, …’ worden verwerkt. Of moet slechts een deel van het klantenbestand meer aandacht krijgen en gaat dat ten koste van een andere groep? M.a.w. welke prioriteiten wilt u in deze stellen?

26

Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022

Arbeidsmarkt Stand van zaken Door een korte termijn bril gekeken is de huidige arbeidsmarkt lastig te duiden, vooral vanwege Corona. Na een eerste dip, met vooral onder jongeren een toenemende werkloosheid, vertoont de economie momenteel een grote veerkracht. Mede dankzij de steunmaatregelen vanuit het Rijk doet de verwachte ontslaggolf zich (nog) niet voor. Of dit zo blijft is lastig te zeggen, zeker nu de steunmaatregelen wegvallen. Meer op de langere termijn bezien is het beeld helder en zijn een aantal trends te onderkennen. De eerste is dat het klantenbestand van WIL zowel qua volumes als qua samenstelling verandert. Factsheet B-1 gaat hier verder op in. Als gevolg van Corona (en de eventuele lange termijn impact hiervan) hebben we weliswaar (tijdelijk) weer klanten in klantgroep A, de onderliggende beweging is evenwel helder. Een tweede trend is dat de economische dynamiek op de arbeidsmarkt groot blijft. Corona zorgt voor een uitvergroting van een al langer spelende ontwikkeling: bedrijvigheid komt en gaat als ook verandert snel. Het werk van nu is niet per definitie het werk van morgen. Regionaal en landelijk onderzoek laat zien dat in onze arbeidsmarktregio de komende 3 jaar waarschijnlijk zo’n 80.000 banen zullen verdwijnen bijvoorbeeld als gevolg van onder meer digitalisering.

Binnen het kader van de UWT werken we hieraan, bijvoorbeeld binnen het programma Perspectief op Werk. Scholing wordt in deze steeds belangrijk. Als WIL en de lokale werkteams zijn we hier evenwel nog maar beperkt op ingericht. Een derde trend is de flexibilisering van de arbeidsmarkt; deze zet door, deels in een andere vorm. Recente voorbeelden in de zorg, de taxibranche, de schoonmaak en de postbezorging laten zien wat dit betekent voor de medewerkers en bedrijven om wie het gaat: een stabiel en goed inkomen boven het minimumloon is niet altijd zeker. In het verlengde hiervan is het dan ook de verwachting dat er hierdoor ook duurzaam een nieuwe groep klanten op sociale diensten af zal komen: de zelfstandigen of zzp’ers. Dit is een nieuwe doelgroep voor WIL en vraagt om een nieuw soort dienstverlening. Gedurende de coronatijd heeft het Rijk via een aantal ondersteuningsmaatregelen veel van deze zelfstandigen van inkomensondersteuning voorzien. Omdat de economie meer flexibiliteit vertoont dan verwacht, hebben veel ondernemers het werk weer op kunnen pakken of zijn zij in staat geweest om nieuwe kansen te pakken en op die manier het ondernemerschap voort kunnen zetten. Met het aflopen van Tozo 5 per 1 oktober is het de verwachting dat een substantieel deel van deze groep gebruik zal gaan maken van de Bbz of een beroep moet doen op de Participatiewet.

Hierbij zal ook ondersteuning bij heroriëntatie geboden moeten gaan worden. Een vierde trend is dat de tweedeling op de arbeidsmarkt in Nederland als gevolg van deze ontwikkelingen groter wordt. Deze tweedeling gaat grofweg langs de lijnen geschoold – ongeschoold, vast dienstverband – flexibel dienstverband, niet arbeidsfit – werkfit/jobready en insider – outsider. Een groot deel van onze klanten en onze potentiële klanten staat in deze aan de ‘verkeerde kant’. Als gevolg hiervan staan onze klanten, en in mindere mate ook de klanten van het UWV, achteraan in de rij als het gaat om toetreden tot de arbeidsmarkt. Hierdoor is in de praktijk voor een substantieel deel van onze klanten maatschappelijke participatie waarschijnlijk het hoogst haalbare. Een andere (grote) groep is aangewezen op zorg omdat participatie (nog) niet aan de orde is. Dit vraagt een andere inzet en het meer samen optrekken met partners om de kansen en de positie van de klanten van WIL op (weg naar) de arbeidsmarkt en ‘meedoen’ te verbeteren.

27

Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022 Hierin investeren we ook als WIL en de lokale werkteams, o.a. in het verbeteren van de concurrentiekracht van onze klanten en het versterken van het gunningselement bij werkgevers. Bij het optredende economische herstel tekent zich de laatste maanden in toenemende mate een schaarste op de arbeidsmarkt af. Dit is goed nieuws op het eerste oog. Tegelijk, veel van onze klanten hebben zoals hiervoor gezegd een grote afstand tot de arbeidsmarkt en een duurzame match is niet zo 1-2-3- gemaakt. Dit sluit aan op een vijfde trend: werkloosheid en openstaande vacatures gaan hand in hand. Het arbeidsaanbod en de arbeidsvraag sluiten steeds minder goed op elkaar aan. Zeker voor degenen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Mede door de extra inzet op “van werk naar werk” door het Rijk en de Utrechtse Werktafel wordt veel werkloosheid voorkomen en is dit ook naar de toekomst waarschijnlijk zo. Tegelijk, van deze maatregelen profiteren vooral de werkenden, oftewel de insiders. Een belangrijk neveneffect dat hierdoor ontstaat is dat bijstandsklanten hierdoor weer verder achter in de rij komen te staan. Werknemers of zzp’ers uit in coronatijd tijdelijk slinkende sectoren (bijvoorbeeld horeca, taxichauffeurs) hebben kansen in groeiende sectoren gegrepen. Ook hierdoor is de spoeling voor veel van onze klanten dunner geworden.

De concurrentiepositie van onze klanten is, door het ontbreken van arbeidsfit en jobfit zijn, de juiste opleiding, ervaring en leervermogen, onverminderd matig tot slecht. Het economische herstel heeft op de eerder geschetste tweedeling dus weinig impact gehad. Een zesde trend tot slot is dat veel werkgevers enige huiver hebben om klanten in dienst te nemen die minder werkfit/jobready zijn; dit geldt in het bijzonder voor specifieke doelgroepen als ouderen en kandidaten uit het doelgroepenregister. Het benutten van de mogelijkheden die er desondanks zijn om mensen aan het werk te helpen, vraagt om slimme oplossingen, zoals bijvoorbeeld een detacheringsfaciliteit om als WIL zelf mensen in dienst te nemen en uit te plaatsen. Hieraan wordt momenteel gewerkt; besluitvorming hierover is eind 2021 voorzien. Voor de time being maken we tijdelijk gebruik van de diensten van Avres in deze. Relevante ontwikkelingen in 2022 Tweedeling zet door, duurzame re-integratie klanten vraagt meer inzet

Instroom zelfstandigen

•

Toenemende tweedeling op de arbeidsmarkt zet door, met als consequentie dat het duurzaam matchen van klanten op werk steeds meer inzet zal vragen (i.c.m. de generieke ontwikkeling van het klantenbestand) vanuit WIL en de lokale werkteams

•

Instroom zelfstandigen die het na corona en de steunmaatregelen dan wel i.r.t. flexibiliseringsvraagstuk niet meer (volledig) als zelfstandigen redden. We zullen als WIL moeten verkennen of en op welke wijze wij deze doelgroep het beste van dienst kunnen zijn.

•

28

Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022

• Implementatie deta-faciliteit

•

•

Om onze klanten meer kansen te bieden insider te worden is het realiseren van deta-faciliteit van belang (=in dienst nemen werklozen en detacheren naar werkgevers). De implementatie van deze deta-faciliteit is in 2022 voorzien. Deze implementatie denken we binnen de begroting te kunnen realiseren. Het is aan de LWT’s te besluiten hoeveel mensen gebruik mogen maken van deze faciliteit; over de precieze uitvoeringskosten en regelingskosten valt nu dus nog niets te zeggen. Wel dat dit waarschijnlijk een fors beslag op het participatiebudget zal leggen.

De uitdaging Voor WIL en de lokale werkteams tezamen is DE uitdaging op deze arbeidsmarkt simpel gesteld binnen de beperkte financiële kaders zo veel mogelijk klanten gericht vooruit te helpen richting werk of maatschappelijke participatie. Insider worden is in deze stap 1, duurzame participatie het uiteindelijke doel. Dat kan WIL niet alleen, dat kunnen de lokale werkteams niet alleen; en op onderdelen moeten we nog een schaalniveau hoger om slagkracht en effect te kunnen hebben. Dit is een stevig vraagstuk, dat op onderdelen schaalgrootte vraagt en mogelijk extra middelen. Daarnaast hebben we voor onze nieuwe klanten, de zzp’ers, ook passende dienstverlening in te richten. Vraagstuk/dilemma’s 1.

2.

Blijven de kaders rondom participatiedienstverlening ook in 2022 overeind? Of krijgen de LWT’s en ook WIL meer (financiële) armslag dan nu om kansen die er zijn te benutten en dus mee te bewegen met ontwikkelingen op de arbeidsmarkt? M.a.w. zijn (tijdelijke) extra investeringen nog denkbaar? En vanuit welke overweging? Is het wenselijk dat WIL samen met de Lekstroom gemeenten verkent in hoeverre een doelgroepenbeleid voor zzp’ers zinvol is en welke invulling dit vraagt? Is een voorstel in de vorm van een Businesscase een goede vorm hiervoor zodat u als raden hierin mee kan denken?

29

Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022

Hoogwaardig Handhaven Onze visie op handhaving WIL is op grond van de Participatiewet verantwoordelijk voor: • Het verstrekken van bijstandsuitkeringen aan degenen die er recht op hebben; • Het voorkomen en bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik van deze uitkeringen. Hiervoor maken wij gebruik van de visie ‘Hoogwaardig Handhaven’. De kern van deze visie is de spontane nalevingbereidheid van de dienstverleningsvoorwaarden van de klant te vergroten door: • Vroegtijdig te informeren over onze dienstverlening en de voorwaarden(spelregels) en het optimaliseren van de dienstverlening (preventie); • Vroegtijdige detectie, controle en daadwerkelijk sanctioneren. Een effectief handhavingsbeleid bestaat uit een goede balans in preventie en controle. Wat betekent dit in de praktijk/voor de uitvoering? Preventief en risico gestuurd bij aanvragen • Tijdens voorlichtingsbijeenkomsten worden de dienstverlening, de voorwaarden en spelregels uitgelegd; • Het voorkomen van onrechtmatige verstrekking van een uitkering bij de aanvraag gebeurt aan de hand van risicoprofielen aan de poort. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de DPS-matrix.

Preventief, signaal- en risico gestuurd bij lopende uitkeringen • Groepsgewijze en persoonlijke voorlichting over dienstverlening en spelregels; • Wijzigingen in omstandigheden bespreken tijdens dienstverleningsgesprekken(werkcoaches); • Signalen van misbruik en oneigenlijk gebruik worden onderzocht; • Themacontroles. Wat was onze feitelijke inzet in 2017, 2018 en 2019? Maximale inzet op preventie bij aanvragen • Vroegtijdige en proactieve voorlichting; • Vroegtijdige opsporing van oneigenlijk gebruik door controle op maat d.m.v. risicosturing (DPS). Maximale inzet op controle bij lopende uitkeringen • Signalen misbruik en oneigenlijk gebruik zijn onderzocht; • In 2017 themacontroles uitgevoerd (businesscase). Wat was/is onze feitelijke inzet in 2020/2021 en de effecten (beperkte inzet/nullijn)? Nog steeds maximale inzet op preventie bij aanvragen • Vroegtijdige en proactieve voorlichting; • Vroegtijdige opsporing van oneigenlijk gebruik door controle op maat d.m.v. risicosturing (DPS). Beperkte inzet op controle bij lopende uitkeringen • 40% van de signalen misbruik en oneigenlijk gebruik wordt onderzocht, 60% niet; • Geen themacontrole; • Een achterstand van 75 signalen wordt niet opgepakt; • Vermogenssignalen van het Inlichtingenbureau worden niet opgepakt.

30

Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022 De effecten • We verstrekken uitkeringen aan klanten die daar geen recht op hebben; • Werkt misbruik/oneigenlijk gebruik in de hand/ geeft verkeerd maatschappelijk signaal af; • Geen schadelastbeperking voor klanten/gemeenten, meer backoffice werk; • Hogere uitkeringslasten voor gemeenten. Notabene Op basis van de cijfers 2017 t/m 2021 blijkt dat 45% van alle signalen leidt tot beëindiging van de uitkering. Ervaringscijfers o.b.v. 4 themacontroles laten zien dat tegenover uitvoeringskosten van ruim € 480.000,- een besparing van ruim € 1.150.000 op de regelingskosten staat. In berekeningen gaan we uit van 18 maanden uitkeringswinst per beëindiging (Divosa norm). WIL heeft lager aantal draaideurklanten dan benchmark, dus een realistisch uitgangspunt ook voor WIL. Conclusie en hoe verder? Terug naar de basis! De balans is weg. Bovenstaande effecten zijn niet acceptabel. Wat nodig is: terug naar de bedoeling van hoogwaardig handhaven en een herstel van de balans tussen preventie en controle. In het belang van de leefwereld van onze klanten, als preventieve inzet (meer inzet vergroot spontane nalevingsbereidheid en kost minder achteraf), t.b.v. het draagvlak van de sociale zekerheid en uit kostenoverwegingen/ schadelastbeperking. Dit past ook bij de bedoeling: daar waar het nodig is, verstrekken wij een uitkering op maat.

Concreet betekent dit dat wij weer terug willen/moeten naar de basis van 2019. Dit betekent een extra inzet (deels tijdelijk) van 3,8 fte. In onderstaande tabel is deze inzet nader gespecificeerd. Notabene. Terug naar de basis betekent nog steeds dat WIL maar beperkt inzet op handhaving aan de achterkant. We gaan niet zelf actief op zoek naar onrechtmatig gebruik, maar doen dit alleen op basis van binnengekomen signalen en 1 themacontrole per jaar. WIL is en blijft daarmee een zeer sociale dienst. Een interessante businesscase Tegenover de eventuele extra uitvoeringskosten staat ook een besparing op de regelingskosten; de facto kunnen we dan spreken over een businesscase. Onderstaande figuur laat deze businesscase zien. Voor wat betreft de cijfers en bedragen baseren we ons op de ervaringsgegevens 2017-2021. We rekenen met het feit dat 45% van de handhavingssignalen tijdens de uitkeringsperiode tot beëindiging leidt. In onderstaande businesscase zijn de opbrengsten van een themacontrole nog niet meegenomen.

Notabene De regionale sociale recherche (RSRN) kan in bovenstaande geen oplossing bieden gelet op de specifieke deskundigheid die gevraagd is om hoogwaardig te kunnen handhaven. WIL werkt wel met de RSRN samen als het gaat om de aanpak van fraude. In veel situaties is hier evenwel geen sprake van.

31

Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022 Achtergrondinformatie businesscase handhaving Figuur A. Handhavingsonderzoeken o.b.v. signalen leiden tot beëindigingen en besparingen* Jaar

2017

2018

2019

2020

2021

Leidt tot beëindigingen

45

31

26

14

15

Besparing € 945.000 € 651.000 € 546.000 € 294.000 € 315.000 *Toelichting: Bij de berekeningen is de gemiddelde besparing per beëindigde uitkering gesteld op € 21.000,(€ 14.000,- x 1,5 jaar (Divosa norm).

Handhaving: Besparingen/beëindigde uitkeringen

€ 1.000.000 45

31

40

26

€ 600.000

Leidt tot aantal beëindigingen

Besparing

€ 800.000

50 30 15 20

14

€ 400.000 € 200.000

10

€0 2017

2018

2019

0 2021

2020

Kalenderjaar

Figuur B. Een overzicht van het aantal handhavingssignalen dat leidt tot beëindiging van de uitkering 2017

Jaar

2018

2019

Aantal handhavingssignalen per jaar 85 65 70 Aantal beëindigingen 45 31 26 Percentage beëindigingen 53% 48% 37% Gemiddeld % beëindigingen 2017 t/m 2021 45% * In 2020 zijn 76 signalen ontvangen. 38 signalen zijn onderzocht. Resultaat: 14 beëindigingen. De resterende 38 signalen zijn doorgeschoven naar 2021. ** In 2021 zijn tot 1 september 26 signalen onderzocht. Resultaat: 10 beëindigen. De aantallen weergegeven in de kolom 2021 betreft een prognose voor heel 2021.

2020*

2021**

38 14 37%

39 15 38%

Aantallen

Handhavingssignalen die leiden tot beëindiging 100 50 0

85 45

2017

70

65 31 2018

38

26 2019

39

14

2020

2021

Kalenderjaar Aanta handhavingsignalen per jaar

15

Aantal beëindigingen

32

Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022 Figuur C. De teamsterkte en de achterstand Teamsterkte Formatie Handhaving 6 personen incl. coördinator Tijdsbesteding onderzoek intensieve onderzoeken (uren) Achterstand uit 2020 meengenomen naar 2021 Achterstand 2021 Signalen lopend jaar tot 1-9-21*

5,56 33,5 38 37

Formatie en achterstand Formatie 1 fte per jaar (uren)** Achterstand/formatie benodigd voor 2020 Achterstand/formatie benodigd voor 2021 Totaal achterstand. In Fte's *In 2021 zijn tot 1-9 46 signalen ontvangen waarvan er 37 nog niet in behandeling zijn genomen. **Bron: Jamick Formatieplan, april 2019 blz. 4 ** De formatie was volgens Jamick 6,29 fte. Na krimp bedroeg deze 6.17 fte. In 2020 is een vacaturestop ingevoerd van 0,61 fte = 5.56 fte. Terug naar de basis in 2022.

33

1418 1273 1239,5 2512,5 1,8

Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022

Innovatieagenda Stand van zaken Sinds 2019/2020 voeren WIL en de gemeenten de Innovatieagenda uit met als belangrijk kenmerk dat de werkdienstverlening grotendeels plaatsvindt in de lokale werkteams waarbij de gemeenten meer dan voorheen de focus van de inzet van het Participatiebudget bepalen. Op onderdelen (Poort en schouwproces, aanpak pro-vso, WGSP, e.d.), vindt de uitvoering regionaal vanuit WIL plaats. In 2021 wordt de Innovatieagenda geëvalueerd. Het evaluatierapport is ondertussen afgerond; besluitvorming in het college is eind september voorzien. Als raden heeft u in november te besluiten op welke wijze u de Innovatieagenda in 2022 wilt voortzetten. Als input voor de gemeentelijke besluitvorming heeft WIL ondertussen een reactie opgesteld; deze wordt aan het raadsvoorstel toegevoegd hebben wij begrepen. In de kern komt onze zienswijze neer op het volgende. WIL acht de keuze voor een gezamenlijke uitvoering van de Participatiewet cf. ‘scenario D’ goed uit te voeren en passend bij de ontwikkeling die gemeenten en WIL samen doormaken en voorstaan op het gebied van werkdienstverlening. Om e.e.a. in de uitvoering goed te laten lopen is het zaak om bij de implementatie op een aantal onderdelen (vooraf) nadere afspraken te maken (lokale en regionale inhoudelijke focus, governance, personeel en organisatie, financiën, e.d.).

Als gevolg hiervan is, op onderdelen, een aanpassing van de GR nodig om -in lijn met de keuzes die gemaakt worden- de bestuurlijke, financiële en juridische verantwoordelijkheden aan te passen aan de nieuwe werkelijkheid. De facto en de jure hebben we het dan over wat de nieuwe opdracht van WIL zou moeten worden; in ons jargon ‘WIL 3.0’. Het gesprek hierover wordt ondertussen gevoerd; in onze zienswijze gaan we hier ook in. Relevante ontwikkelingen in 2022 • Uitwerking en implementatie evaluatie

De uitdaging

• •

Zodra u als gemeenten de denkrichting voor de verdere invulling en uitwerking van de werkdienstverlening heeft vastgesteld zal een aantal onderwerpen en thema’s verder uitgewerkt moeten worden. Deze implementatie vindt in 2022 plaats. De kosten voor implementatie worden voor 2022 voor WIL geschat op € 330.000. Deze implementatiekosten worden in de eerste begrotingswijziging 2022 van WIL opgenomen (zie bijlage).

Het gezamenlijk uitvoeren van de Participatiewet cf. ‘scenario D’ moet er voor zorgen dat we de dienstverlening aan onze klanten nog verder kunnen verbeteren. We pakken die handschoen graag op. Vanzelf zal e.e.a. niet gaan; dat heeft de evaluatie ook laten zien. Maar waar een wil is (aan beide kanten), is een weg. WIL heeft na de besluitvorming bij de implementatie in 2022 een aantal onderdelen in te regelen, te organiseren en uit te voeren. Dit betreft grotendeels eenmalige kosten, die op basis van de richting die zich nu aftekent geschat wordt op € 330.000. Dit betreft kosten voor de door WIL uit te voeren taken, personele kosten, investeren in opleiding en training en het verder verbeteren van de informatievoorziening.

34

Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022 Vraagstuk/dilemma’s

1.

Is het akkoord dat de financiële consequenties voor de implementatie voor het regionale (WIL) deel in de eerste begrotingswijziging 2022 worden verwerkt?

Specificatie implementatiekosten WIL innovatieagenda 2022 - 2023

35

Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022

Corona Stand van zaken De reguliere dienstverlening van WIL is op dit moment weer opgeschaald naar vrijwel het niveau van voorheen. Dat betekent dat we onze klanten weer spreken op kantoor, dan wel indien nodig weer op huisbezoek gaan. Uiteraard met alle voorzorgsmaatregelen die van toepassing zijn. Workshops en groepsgesprekken zijn ondertussen ook weer opgestart. Het is fijn dat fysiek contact weer kan; bijvoorbeeld om echt goed in te kunnen schatten of iemand iets goed begrepen heeft, of er niet een vraag achter de vraag zit, of iemand echt gemotiveerd is een kans te pakken als we deze persoon naar een werkgever sturen, et cetera. Wat betreft het werken op kantoor is er per eind september gelukkig ook sprake van een versoepeling; het adagium ‘blijf thuis, werk thuis’ is vervallen, net als de 1,5 meter norm op kantoor. Per eind september hebben we daarom het werken op kantoor weer opgeschaald, zij het nog beperkt. Per eind 2021 verwachten we onze kantooromgeving zo ingericht te hebben dat hybride werken goed mogelijk is. Per dan gaan we over naar wat wij het nieuwe normaal noemen: 50% op kantoor, 50% thuis, met een meer hoogwaardige kantooromgeving dan voorheen. Dat is fijn en was ook nodig, gelet op de 3,5 op het MTO in 2018. Corona heeft daarmee ook iets positiefs gehad. Het vooral thuiswerken was voor de meeste collega’s ‘tandenbijten’.

We hebben als WIL in de afgelopen periode zo goed als mogelijk geïnvesteerd in zowel de fysieke als mentale gezondheid van onze collega’s: met een fitnessprogramma bijvoorbeeld, seminars, goede thuiswerkfaciliteiten, aandacht, ludieke bijeenkomsten, en dergelijke. Zoals bekend heeft de Rijksoverheid als antwoord op de economische effecten van de Coronacrisis steunmaatregelen ingesteld voor ondernemers en zzp’ers die door de gevolgen van deze crisis in financiële problemen komen: de NOW, TOZO en recentelijk ook TONK. De uitvoering van Tozo en TONK is door u als gemeenten aan WIL opgedragen. Ondertussen loopt Tozo-5 al en is ook de TONK regeling al in haar derde termijn. Het uitvoeren van beide regelingen verloopt goed; de aantal aanvragen loopt stevig terug. We houden beide virtuele loketten uiteraard open, maar hebben onze personele inzet wel afgeschaald om de uitvoeringskosten beperkt te houden. Financieel loopt u geen risico op beide regelingen schatten wij in. Conform de nieuwe insteek van Tozo kunnen zzp’ers die zich willen oriënteren op werken in loondienst ook ondersteuning krijgen. Ons matchingsteam pakt deze ondersteuningsvraag op; waar nodig wordt doorgeschakeld naar het regionale Mobiliteitsteam of het regionale team van Midden-Utrecht Werkt Door om de betreffende zzp’er te helpen naar regulier werk of een andere plek op de arbeidsmarkt.

Er wordt hiervan nog maar weinig gebruik gemaakt. Sinds Tozo-2 is het overgrote deel van onze medewerkers weer op de “oude stek” aan het werk; dat is goed voor onze klanten, dienstverlening en geeft rust. De extra capaciteit die we nodig hebben voor de uitvoering van Tozo en TONK huren we in hoge mate extern in. Gelet op het geringe aantal aanvragen en de verwachting dat deze niet fors zullen oplopen, gaan we de stevige inhuur op TONK die we hadden ondertussen afschalen, om de uitvoeringskosten beperkt te houden. De verwachting was en is nog steeds dat de Coronacrisis nog steeds onherroepelijk leidt tot een toename van het aantal bijstandsgerechtigden, minima en mensen met schulden. De ondersteunende maatregelen van het Rijk zorgen in deze voor uitstel en dempen deze toename vooralsnog. Dat merken we ook aan de poort; van een (significante) toename is nog geen sprake. Eind Q3 lopen alle ondersteunende maatregelen af. Met u is afgesproken dat WIL de verwachte

36

Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022 toename vanaf drempelwaarde X tot drempelwaarde Y binnen de begroting zal opvangen door daar waar nodig tot een crisisregime over te gaan. Deze crisisregimes zijn momenteel nader uitgewerkt; we zijn klaar voor de eventuele ‘storm’. De uitwerking is met u gedeeld. Wij zijn goed in staat, een enkele uitzondering daargelaten, om binnen de begroting onze dienstverlening zo in te richten, zo te herijken, dat we met de bestaande bezetting en formatie deze kunnen uitvoeren. Een crisisregime betekent vanzelfsprekend dat er consequenties zijn voor onze dienstverlening. Deze liggen evenwel in lijn met hetgeen u ons meegegeven heeft als kader voor eventueel te maken keuzes. Relevante ontwikkelingen in 2022

Groei klantenbestand/ volume

• • • • •

Reboarding personeel/ hybride werken

•

• • Inhaalslag dienstverlening

•

Lastig te zeggen of en per wanneer. Inschatting is gaandeweg 2022 toename tot en boven niveau X en daarmee in werking treden crisisregimes. Crisisregimes zijn voorbereid. Inschatting is dat niveau Y niet meer bereikt zal worden; relatief goed nieuws al met al. Cf. afspraak vangen we volumegroei vanaf niveau X tot niveau Y op binnen begroting. Elastiek personeel is door Corona flink uitgerekt; mentale gezondheid heeft knauw gekregen. Elastiek is niet 1-2-3 terug bij af. Tegelijk is hybride werken vanaf 2022 de norm: thuiswerken en op kantoor werken in de verhouding 50-50%; dit is wennen voor mensen als structureel fenomeen. Vraagt stevige inzet vanuit HR met risico op hoger verzuim en lagere productiviteit en mogelijk hogere inhuur(kosten) Door Corona en mogelijk ook inzet crisisregimes blijven er (soms) zaken liggen, dan wel wordt de dienstverlening anders of beperkter. In 2021 hebben we o.a. op budgetondersteuning een inhaalslag gepleegd. Richting 2022 wordt voorlopig geen inhaalslag voorgesteld; indien nodig wordt die meegenomen bij de Turap 2022 dan wel richting Begroting 2023.

De uitdaging De eventuele groei van de klantvolumes kunnen we opvangen; de crisisregimes zijn voorbereid. WIL is hiervoor klaar, ijs en weder dienende. De personele consequenties van Corona zijn lastiger op te vangen, want afhankelijk van omvang, locatie, duur en effect. Hogere kosten dan wel minder dienstverlening zijn mogelijk het gevolg. Via het calamiteitenbudget kunnen we deel opvangen. HR zal linksom of rechtsom flink aan de bak moeten, zeker in het eerste halfjaar van 2022. De benodigde inzet ramen we op 1/3 fte voor heel 2022. Een noodzakelijke en tijdelijke ‘tenzij, ..’ dus. Geen extra inzet op HR betekent waarschijnlijk een hoger verzuim, minder tevreden en productieve medewerkers, e.d.

37

Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022

Vraagstuk/dilemma’s 1. 2.

Moeten we nog steeds bij niveau X overgaan op een crisisregime? Het alternatief is hogere kosten en dus het loslaten van de Nullijn 2022. Een “tenzij” dus. Is het acceptabel dat WIL i.r.t. de corona gerelateerde personele vraagstukken extra inzet op HR pleegt; een “tenzij” dus? Of moeten we binnen de begroting blijven (=Nullijn 2022) met consequenties voor de dienstverlening? Is een bekostiging vanuit het frictiebudget VHL denkbaar in deze?

NABRANDER TOZO We verwachten dat als gevolg van het stop zetten van de ondersteuningsmaatregelen i.k.v. TOZO door het Rijk 1/3 van de Tozo-5 klanten de uitkering in zal stromen, 1/3 richting BBZ gaat en 1/3 het zonder hulp wil/gaat redden. Dit is een ruwe inschatting, waarop geen garantie rust. De uitvoeringskosten die hiermee gepaard gaan zullen beperkt zijn; e.e.a. loopt namelijk via de afgesproken lijn van de crisisregimes. Een hogere instroom (zowel BBZ als bijstand) betekent evenwel ook hogere regelingskosten. Deze zullen 1-op-1 worden doorberekend. In de begroting 2022 worden deze kosten niet opgenomen. NB. Op dit moment zitten er circa 250 klanten in Tozo-5.

38

Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022

Personeel en organisatie Stand van zaken Het personeel van WIL is het belangrijkste kapitaal dat we hebben. Ons kapitaal, maar ook uw kapitaal. De facto zijn het ook uw medewerkers, zij het ‘buiten dienst’. Onder meer Corona heeft laten hoe belangrijk; er is hard gewerkt, flexibiliteit getoond en met zorg en betrokkenheid kwaliteit en resultaat geleverd. Dat is een compliment waard. Corona heeft door al haar facetten (thuiswerken, scholen soms dicht, weinig sociale contacten, e.d.) wel een zware wissel op ons personeel getrokken. Op de mentale gezondheid van onze collega’s is hierdoor flink ingeteerd; het elastiek is flink opgerekt. De vakantieperiode geeft in deze mogelijk iets lucht, met nog meer versoepelingen en een terug naar normaal kan erger voorkomen worden denken wij. We investeren uiteraard in de mentale gezondheid van onze medewerkers en waarderen ook wat we doen. Zie hiervoor verder de factsheet Corona. Het verzuim binnen WIL is nog hoog (7,2%), maar minder hoog dan vorig jaar of had gekund/elders gebeurd (meer dan 8-9%). Grofweg betekent dit dat elke dag ongeveer 12 collega’s niet aan de slag zijn. Collega’s die hard nodig zijn om de ‘winkel open te houden’. We werken er hard aan om het verzuim verder omlaag te krijgen.

Met het terug dringen van het langdurig verzuim hopen we hiermee een forse slag te kunnen slaan; we zijn hiermee op de goede weg; ook in de ogen van onze bedrijfsarts en arbodienst. Net als elke organisatie kent WIL gewenste en ongewenste mobiliteit. Die is grosso modo niet hoog en dat is goed; WIL weet haar medewerkers dus goed te binden en te boeien. Tegelijk merken we dat de arbeidsmarkt krap is en het vinden en binden van goed personeel niet makkelijk is. Soms moeten we creatief zijn, wat soms lukt; soms moeten we inhuren, wat duurder is. Overall lukt het ons echter nog goed ons personeelsbestand op orde te houden. Een belangrijke rol is hierbij weggelegd voor wat wij de Kwaliteitsslag WIL noemen, een voortdurende scan op de juiste match. En daar waar die match beter kan of moet, pakken we door; eventuele meerkosten vangen we eerst binnen de reguliere begroting op, zo nodig via het frictiebudget VHL. Omdat de bedrijfsomgeving van WIL steeds dynamischer wordt (door ontwikkelingen als lokaal werken, de leefwereld, ketensamenwerking, veranderende arbeidsmarkt en klantenbestand, rijksbeleid, innovatieagenda, e.d.) is het van belang dat WIL wendbaar is en blijft. Dit vraagt veel van onze medewerkers; soms te veel. Goed werkgeverschap betekent dat we dan samen naar een oplossing op maat zoeken, net als we bij onze klanten doen. En dat doen we dan ook.

Tegelijk moeten we de gewenste en noodzakelijke wendbaarheid ook organiseren; dat vraagt op onderdelen een ander organisatiemodel met een pool met breed inzetbare medewerkers die op maat breed kunnen worden ingezet. Deze ontwikkeling met bijbehorende uitwerking zijn we ondertussen nader aan het verkennen. WIL gelooft in de gedachtelijn dat een hoge kwaliteit van dienstverlening staat en valt met een hoge mate van taakvolwassenheid van teams en medewerkers. Zeker als we maatwerk willen leveren en goed willen aansluiten op de unieke leefwereld van elke klant en uitgaan van een beperkte zelfredzaamheid. Het is hierom dat WIL investeert in het versterken van de taakvolwassenheid van teams en professionals; de corona crisis heeft aangetoond dat dit een goede investering was en is.

39

Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022 Relevante ontwikkelingen in 2022

• Schaarste arbeidsmarkt

• • •

Kwaliteitsslag en wendbaarheid

• •

•

• Taakvolwassenheid teams en professionals

• •

Blijft denk we. En blijft vragen om creatieve oplossingen (die productiviteit kosten; bijvoorbeeld i.g.v. traineeship) of inhuur (dat kostenverhogend is) Schaarste vraagt ook extra inzet van HR Druk op wendbaarheid organisatie en medewerkers zal blijven, mogelijk zelfs toenemen. Corona heeft dit laten zien, maar Innovatieagenda evenzeer. Betekent blijven investeren in mobiliteit en loopbaanbeleid; soms afscheid nemen van collega’s is daarbij zeer waarschijnlijk met bijbehorende kosten Het vergroten van de interne flexibiliteit vraagt om slim organiseren (een soort ‘interne arbeidspool’); corona heeft laten zien hoe essentieel dit is. Zij het structureel, niet als crisismaatregel. Betekent dus doorpakken o.g.v. de verkenning die nu loopt. Dit lukt niet binnen de reguliere begrotingsposten; met frictiebudget VHL is tijdelijk ruimte te creëren. Extra HR inzet is ook nodig (mede i.r.t. WNRA). Hoge mate van taakvolwassenheid medewerkers en teams is essentieel om dienstverlening op peil te houden en te versterken i.r.t. interne flexibiliteit als ook vraagstuk leefwereld en individueel maatwerk. Pakken we al sinds 2020 op, maar vraagt doorontwikkeling en voortdurende aandacht. Vraagt in 2022 extra inzet en middelen van HR.

De uitdaging De organisatie goed op orde houden in een dynamisch speelveld vraagt veel van onze medewerkers en HR. De benodigde extra inzet ramen op HR we op 1/3 fte voor heel 2022. Een noodzakelijke en tijdelijke ‘tenzij, ..’ dus. Geen extra inzet op HR betekent waarschijnlijk een hoger verzuim, minder tevreden en productieve medewerkers, e.d. Vraagstuk/dilemma’s 1.

Naar alle waarschijnlijkheid houden we op het frictiebudget VHL eind 2021 geld over. Door dit geld mee te nemen naar 2022 (en eventueel de jaren daarna) kan WIL een potje creëren voor de noodzakelijke investeringsslag in de mobiliteit van ons personeel, de Kwaliteitsslag en de taakvolwassenheid van teams en professionals, zonder dat dit tot een begrotingswijziging leidt. We blijven daarmee binnen de Nullijn 2022. Geen “tenzij” dus. Is deze insteek acceptabel? NB. Dit staat los van de extra HR inzet die noodzakelijk is, tenzij we de extra HR inzet ook vanuit het frictiebudget bekostigen.

40

Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022

Utrechtse Werktafel Stand van zaken De Utrechtse Werktafel (UWT) is het bovenregionale werkbedrijf van het UWV, de sociale partners en de 15 gemeenten in de arbeidsmarktregio Utrecht-Midden. Houten, Nieuwegein, IJsselstein en Lopik zijn dus mede eigenaar van de UWT. In de praktijk functioneert de UWT matig. Het bestuur van de UWT heeft daarom recentelijk, mede in het licht van de wet SUWI, gepleit voor een interventieslag om tot een echt effectief werkbedrijf te komen; een alliantie van partners die echt willen, hun verantwoordelijkheid nemen en hiervoor gaan. Bovenlangs wordt hieraan gewerkt via een aantal bestuurlijke conferenties; begin november 2021 zullen alle wethouders werk en inkomen van de betrokken gemeenten hiervoor aan tafel aanschuiven. Onderlangs wordt hieraan gewerkt door ambtelijk te verkennen wat het beste lokaal kan worden georganiseerd (via de lokale werkteams), wat regionaal (via WIL) en wat bovenregionaal (via de UWT). Logisch lijkt in ieder geval drie vraagstukken bovenregionaal te beleggen: a. Het voorkomen van werkloosheid; het van werk naar werk helpen van mensen. Dit vraagstuk wordt momenteel o.a. door het RMT (Regionaal Mobiliteitsteam) opgepakt. Voor WIL en de Lekstroomgemeenten is dit een vorm van preventie. b. Het matchen van werklozen en andere werkzoekenden op de openstaande vacatures in tekort- en kanssectoren (o.a.

via scholingstrajecten, e.d.). Schaalgrootte als ook betrokkenheid van werkgevers, O&O fondsen en onderwijs zijn hierbij essentieel. c. Het realiseren van voldoende baangarantiebanen en/of matchen van kandidaten uit het doelgroepenregister op werk in de regio. Dit vraagt specifieke expertise en schaalgrootte. Het Rijk zet o.a. via de wet SUWI in op centralisering van de werkgeversdienstverlening en delen van de werkdienstverlening. Het Rijk is voornemens hierin ver te gaan en als het nodig is zaken dwingend op te leggen; vanuit de teleurstelling dat vraagstukken als garantiebanen, beschut werk en werkloosheid i.r.t. een oplopend overschot aan vacatures niet goed geregeld worden. De arbeidsmarktregio zou hierin de lead moeten krijgen. Voor het UWV en de gemeente Utrecht is dit geen probleem, voor gemeenten als die van ons wel, gelet op de wens hier ook een aantal zaken decentraal op te willen pakken. Bijlage B-7.1 schetst het denkmodel dat achter de wet SUWI ligt. De herijking van de UWT en de bovenregionale samenwerking worden uiteraard met verve opgepakt, maar zijn naar hun aard enigszins stroperig. Onderstaande figuur geeft aan wat bovenregionaal wordt opgepakt CQ speelt op dit moment.

41

Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022 Relevante ontwikkelingen in 2022 • Druk Rijk op centralisering

• • • •

Implementatie UWT 2.0

•

•

Blijft denk we. Zien we terug in project VUM, extra druk/sturing op betere uitvoering garantiebanen/beschut werk en Corona gerelateerde maatregelen als RMT, e.d. Vraagt beleidsinzet lokaal en vanuit WIL om hierop goed aangehaakt te blijven. Naar verwachting leidt interventieslag 2021 tot nieuw ontwerp UWT Implementatie hiervan volgt in 2022; een goede inschatting wat dit van WIL en gemeenten vraagt is nog niet mogelijk. Naar alle waarschijnlijkheid inhoudelijk het volgende: gedeeltelijke verschuiving uitvoeringscapaciteit (i.i.g. van WGSP) van lokaal/regionaal naar bovenregionaal dan wel extra capaciteit als ook inperking beleidsvrijheid gemeenten (met aanpassing verordeningen e.d.) Beleidsmatig schakelen vraagt tijdelijk extra inzet; capaciteitsvraagstuk is bestuurlijke keuze.

De uitdaging De uitdaging voor WIL en de Lekstroomgemeenten om alle lokale, regionale en bovenregionale ontwikkelingen en ambities goed met elkaar te verbinden. Met als perspectief een uitvoeringsstructuur waarin lokale werkteams, WIL en UWT elkaar versterken en klanten en werkgevers hierdoor beter gericht vooruit geholpen worden in termen van werk en matching/vacaturevervulling. En in het verlengde hiervan gemeenten meer uitstroom en minder schadelast realiseren. Dit verbinden is door de complexiteit en veelheid van wat er speelt niet makkelijk. Vraagstuk/dilemma’s 1.

2.

In hoeverre willen de Lekstroom gemeenten dat de interventieslag die op de UWT nodig is binnen de begroting van WIL en die van de gemeenten wordt uitgevoerd (=Nullijn 2022) met als eventuele consequentie minder lokale inzet vanuit WIL en het WGSP en een noodzakelijke herprioritering van beleidsinzet tot gevolg? Of is voor de implementatie een tijdelijk budget denkbaar dan wel structurele uitbreiding van de uitvoeringscapaciteit op basis van bijvoorbeeld een Businesscase UWT? In hoeverre zien de Lekstroomgemeenten preventie (=inzetten op van werk naar werk) als ook een lokale/gedeelde verantwoordelijkheid waarop inzet van mensen en middelen gerechtvaardigd is?

42

Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022 Denkmodel wet SUWI

43

Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022

ICT Stand van zaken ICT is voor WIL als een motor voor een auto. We hebben het dan niet alleen over de opslag, het beheer, de toegang tot en de informatieveiligheid van onze klantdata, maar ook de hardware, software, dienstverlening en infrastructuur die nodig is om als medewerker je werk te kunnen doen en als klant van onze dienstverlening gebruik te kunnen maken. Houten is voor WIL een belangrijke leverancier en partner op ICT gebied sinds de start van WIL. Breed zichtbaar is dat het belang van ICT alleen maar toeneemt, als ook de complexiteit, risico’s en onderlinge afhankelijkheden. WIL speelt hier proactief op in met tal van initiatieven (zoals WIL Direct en MijnWIL) en beheersmaatregelen (doorontwikkelen I&A organisatie bijvoorbeeld). We zijn geen koploper in Nederland, maar ook geen hekkensluiter. We hebben onze zaakjes goed op orde, als het gaat om zaken als AVG en informatieveiligheid meer dan goed. Een dikke vijf jaar heeft de ICT van WIL vrijwel probleemloos gewerkt. Sinds een jaar of twee is dit niet meer het geval. Corona heeft hier een belangrijke rol in gespeeld, net als tal van ICT ontwikkelingen en het beleid en beheer in Houten. Onze dienstverlening heeft hierdoor af en toe (fors) last van gehad. We zijn hierin niet uniek (geweest). Op dit moment werken we samen met Houten aan een verdere doorontwikkeling van onze ICT op vrijwel alle vlakken.

Een reëel alternatief is niet voorhanden; WIL is te klein om zelf haar ICT ter hand te nemen en logische marktpartijen zijn er niet. Houten is weliswaar iets groter, maar ziet zichzelf voor eenzelfde dilemma gesteld: zelf (blijven) doen of uitbesteden. Een gerichte verkenning naar de toekomst toe is door Houten ondertussen opgepakt. WIL werkt hier actief aan mee. Door Corona is een belangrijke ontwikkeling versneld opgepakt door WIL en Houten: het hybride werken (thuis en op kantoor) met alles wat hierbij hoort. In de begroting van WIL is voor ICT meerjarig een kostenpost van ongeveer € 2,3 miljoen opgenomen. Afgelopen jaar, maar ook dit jaar wordt hierop fors overschreden, veelal Corona gerelateerd. WIL vangt deze kostenstijging in 2020 en 2021 nog binnen de gehele begroting op, door te schuiven met en te snijden in. Op de middellange en lange termijn is dit evenwel niet houdbaar, zo laat ook Houten ons weten. Een structurele verhoging van snel zo’n 20% is waarschijnlijk realistisch. ICT ontwikkelingen gaan snel en niet meebewegen is maar ten dele mogelijk. Opmerkelijk M&I partners, een toonaangevend landelijk expertise bureau dat Houten en WIL ondersteunt in de beoogde ICT transitie, geeft aan dat gemeenten in Nederland gemiddeld maar zo’n 2,5% van hun totale budget uitgeven aan ICT, terwijl dit in de zakelijke dienstverlening (bij banken bijvoorbeeld), bijna 30% is.

Dit terwijl informatievoorziening en informatieverwerking bij zowel banken als gemeenten ‘corebusiness’ zijn. M&I constateert dat gemeenten ICT vooral nog als een kostenpost zien, en niet als een ‘enabler’ om te overleven of goede dienstverlening te kunnen bieden. Kijken we naar de begroting en Jaarrekening van WIL, dan zit WIL tussen de 3 en 5% ondertussen.

44

Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022 Relevante ontwikkelingen in 2022 • Doorontwikkeling I&A organisatie

•

• • Faciliteren hybride werken

•

De doorontwikkeling en verkenning op MT en LT pakken we samen met Houten, RUD, RAZU en RBL op. Gelet op het eigenstandige belang van ICT voor WIL en de eigen keuzevrijheid hierin, is het noodzakelijk een eigen informatieadviseur (tijdelijk) in te huren/aan ons te binden. Deze inzet kan niet binnen begroting; voor 2022 passen we hier evenwel eenmalig nog een mouw aan. Structureel evenwel niet. Het hybride werken is in 2022 ten volle werkelijkheid. Qua hardware (telefoons, laptops, hybride vergaderfaciliteiten, e.d.) heeft WIL hierop in 2021 geïnvesteerd; een extra investering qua werkplekbeheer blijft ook in 2022 nodig. Deze inzet past niet binnen de reguliere begroting; maar ook hier geldt dat we voor 2022 hier met enig schuiven binnen de begroting eenmalig nog een mouw aan kunnen passen. Structureel evenwel niet.

De uitdaging Onze ICT goed op orde houden en tegelijk door ontwikkelen vraagt veel van WIL en Houten. Meerkosten zijn evenwel structureel onvermijdelijk lijkt het. Ons voorstel is onze ICT begroting in 2022 hierop evenwel niet aan te passen, maar net als in 2020 en 2021 bij de Jaarrekening de balans op te maken en met intern schuiven en snijden de meerkosten te dekken. De hiervoor genoemde toekomstverkenning van Houten en WIL op ICT leidt, zo schatten we in, tot een integraal duurzaam ICT voorstel dat helder maakt welke ICT begroting structureel realistisch is. Richting begroting 2023 leidt dit waarschijnlijk tot een opwaartse aanpassing. Voor 2022 geldt evenwel: wel meer inzet dus, maar geen ‘tenzij, ..’ op de Nullijn 2022 dus. Vraagstuk/dilemma’s 1. 2.

In hoeverre ziet u ICT als kostenpost of juist als ‘enabler’ om goede dienstverlening aan klanten te kunnen bieden? In hoeverre moet WIL meebewegen met alle ICT ontwikkelingen? Moeten we koploper of hekkensluiter in deze zijn?

45

Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022

Sociale werkvoorziening Stand van zaken Sinds 2019 voert WIL een aantal taken in het kader van de Wet Sociale Werkvoorziening uit voor onder andere de gemeenten IJsselstein, Lopik en Nieuwegein. De afspraken hieromtrent vallen buiten de GR, maar worden via een DVO geregeld. Houten heeft op deze wijze last noch voordeel van deze constructie; conform afspraak bij de start. In de uitvoering van de SW zijn er drie belangrijke actoren: • WIL. • De gemeenten als werkgever van de sw’ers, als ook de lokale werkteams waar de trajectbegeleiders onder vallen. • WerkwIJSS. In 2021 wordt de uitvoering van de SW-taken geëvalueerd. Het evaluatierapport is ondertussen afgerond: besluitvorming in colleges en raden is in Q4 voorzien. Zowel WIL als WerkwIJSS zijn als uitvoeringspartners goed betrokken bij de evaluatie. De verwachting is dat uit de evaluatie een aantal aanbevelingen en acties voor de korte en de lange termijn komen; welke zij nu nog niet goed te zeggen. Relevante ontwikkelingen in 2022 • Uitwerking en implementatie evaluatie SW

• • •

De uitdaging 1.

Zodra de betrokken gemeenten de doorontwikkeling van de uitvoering van de SW hebben vastgesteld, zal een aantal onderwerpen en thema’s nader moeten worden uitgewerkt. Dit gebeurt grotendeels in 2022. Na besluitvorming en uitwerking vindt de invoering/implementatie in 2022 plaats. Onze inschatting nu is dat de implementatiekosten voor WIL beperkt zullen zijn Doorbelasting van eventuele meerkosten vindt 1-op-1 via de lijn van de DVO’s plaats.

De uitvoering van de SW-taken is complex georganiseerd. De betrokken uitvoeringsorganisaties hebben hier vooral veel last van; met ‘pleisters plakken’ en goede afgestemde inzet wordt de schade voor de sw’ers zelf en de gemeentefinanciën beperkt, maar lang houdbaar is de gekozen constructie zonder fundamentele bijstelling niet. WIL is dan ook blij met de beoogde verkenning mits deze voortvarend en goed wordt opgepakt. WerkwIJSS zit hier hetzelfde in.

46

Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022

Klanttevredenheidsonderzoek 2021 Algemene waardering Net voor de zomer hebben we via een Klantbelevingsonderzoek (KTO) onze klanten bevraagd hoe zij onze dienstverlening waarderen. Met ‘onze klanten’ bedoelen we zowel de bijstandsklanten die van ons een uitkering in het kader van de P-wet krijgen, als de minima (die bij ons een minimaregeling hebben aangevraagd, als klanten in een schuldhulpverleningstraject. De rapportcijfers voor de dienstverlening als geheel liggen voor alle doelgroepen boven de cijfers uit 2017. Voor de doelgroep klanten algemene bijstand geldt dat de waardering ook hoger is dan gemiddeld in de referentiegroep.

Enkele bijzonderheden Het gehele onderzoeksrapport is te lezen op de website van WIL. We beperken ons hier tot enkele opvallende dan wel relevante uitkomsten voor de doorontwikkelingen van de dienstverlening van WIL. In onderstaande figuren wordt hierop nader ingegaan.

Van de klanten algemene bijstand vindt ruim de helft (52%) het spannend om contact te hebben met WIL. Van de klanten minima vindt 41% het spannend om contact te hebben met WIL.

47

Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022

Meer dan de helft van de bijstandsklanten heeft in de afgelopen maanden gesprekken gevoerd met een werkcoach. 23% over werk, 10% over participatie en 19% over werk én participatie. Aanvullend is nog gevraagd of er één of meerdere gesprekken gevoerd zijn. 35% heeft één gesprek en 65% van de bijstandsklanten heeft meerdere gesprekken gevoerd in de afgelopen maanden. 91% van de bijstandsklanten met een gesprek vindt het fijn dat er contact met hen opgenomen is. Driekwart deelt de mening dat de gesprekken hen verder hebben geholpen om een stapje verder te komen in de richting van werk of participatie. Eveneens driekwart zegt steun te hebben gehad aan de gesprekken. Hoe zitten onze klanten erbij na en door Corona? We hebben onze klanten ook bevraagd op hoe zij er door en na Corona bij zitten. In onderstaande figuren wordt hier nader op ingegaan.

Voor zowel de klanten bijstand, minima als schuldhulpverlening geldt dat het merendeel van de bovengenoemde situaties hetzelfde is gebleven ten opzichte van de periode vóór de coronacrisis. Bijstandsklanten ervaren vooral een verslechtering op het gebeid van gezondheid en werk/dagbesteding. Klanten armoede ervaren met name een verslechtering op het gebied van hun financiële situatie, gezondheid en werk/dagbesteding. Klanten schuldhulpverlening ervaren vooral een achteruitgang op het gebied van hun gezondheid. Daarentegen ziet ook een deel hun financiële situatie en werk/dagbesteding verbeteren.

48

Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022 Vervolgens is gevraagd of klanten hulp nodig hebben bij het verbeteren van hun situatie. Bijna een derde van de klanten geeft aan deze hulp nodig te hebben. Wanneer klanten hulp nodig hebben bij het verbeteren van hun situatie dan vragen zij dit vooral via familie, vrienden en kennissen. Voor klanten schuldhulpverlening geldt dit voor meer dan de helft van de respondenten. Klanten bijstand en minima zijn eerder geneigd ook hulp te vragen via de gemeente. Bijna een kwart van de bijstandsklanten geeft aan niet te weten waar zij hulp kunnen vragen. Eerste conclusie We doen het goed. En dat is fijn om te horen. We gaan met onze klanten nader in gesprek op het punt ‘spannend om contact te hebben’ en ‘hulp nodig i.v.v. Corona’ om scherp te krijgen waar we onze dienstverlening nog verder kunnen verbeteren. De uitkomsten van het KTO zullen we ook delen met de lokale werkteams.

49

Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022

Werkgeverstevredenheidsonderzoek 2021 Algemene waardering Net voor de zomer hebben we via een Werkgeverstevredenheidsonderzoek (WTO) onze werkgevers bevraagd hoe zij onze dienstverlening waarderen. Met ‘onze werkgevers’ bedoelen we werkgevers waarmee een dienstverlenings-relatie heeft, d.w.z. iemand geplaatst is (op een werkervaringsplek, vacature, participatieplek, e.d.).

Aan onze werkgevers is concreet gevraagd met welk cijfer ze de dienstverlening door WGSP Lekstroom zouden beoordelen. Gemiddeld wordt de dienstverlening in 2021 met een 7,7 beoordeeld (in 2017: 7,7).

De mate waarin klanten een organisatie aanbevelen bij hun relaties kan worden uitgedrukt in de net promotor score (NPS). Deze tool meet de klanttevredenheid en wordt berekend door het percentage ‘detractors’ (critici) af te trekken van het percentage promotors. De net promotor score in 2021 is 13, dit is lager dan in 2017 (17). Maar nog steeds goed. Verder geven vier van de tien werkgevers aan in de toekomst zeker gebruik te zullen maken van de dienstverlening van WGSP Lekstroom en bijna de helft zal dit waarschijnlijk doen. Eerste conclusie We doen het goed. Het WTO laat zien dat er nog verbeterpotentieel zit op de aandachtspunten ‘nazorg’ en ‘verwachtingsmanagement’. We gaan hiermee aan de slag.

50

Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022

Inhuur WIL heeft een personeelsbegroting (exclusief bijkomende kosten) van circa € 11 miljoen per jaar. In 2020 bestond deze begroting voor 93% uit salarissen en 7% uit inhuur. Op het oog lijkt WIL veel in te huren. Wetende dat inhuur vaak duurder is dan vast in dienst en gelet op de maatschappelijke discussie over flex versus vast, is het goed om de inhuur bij WIL nader onder de loep te nemen. Dat gebeurt in deze factsheet. De personeelsbegroting in de tijd Uit onderstaande tabel blijkt dat de totale personeelsbegroting van WIL in de afgelopen jaren maar beperkt fluctueert. De inhuurbegroting neemt in de jaren 2019-2021 sterk af. Dat komt met name doordat na de uittreding van Vijfheerenlanden na 2019 de begrote flexschil is verkleind ten gunste van het formatiehuis.

Salarisbegroting

2018

2019

2020

2021

9.299.144

10.693.201

11.394.000

11.541.868

Inhuurbegroting

1.677.780

1.795.201

809.890

313.992

Totaal

10.976.924

12.488.402

12.203.890

11.855.860

% salaris

84,7%

85,6%

93,4%

97,4%

% inhuur

15,3%

14,4%

6,6%

2,6%

Let op: we hebben het hier over de begroting, niet de realisatie. De DVO’s zijn niet opgenomen in bovenstaande personeelsbegroting; vanaf 2021 is van de DVO’s alleen de DVO uitvoering Ziektekosten minima in de begroting opgenomen. Gerealiseerde inhuurkosten en baten in de tijd In de praktijk heeft WIL de afgelopen jaren meer ingehuurd dan begroot. Onderstaande tabel maakt de gerealiseerde inhuurkosten per jaar inzichtelijk.

Gerealiseerde inhuurkosten in de tijd Inhuurkosten

2018

2019

2021, 2020 stand 1/9

2.908.000

3.272.000

3.972.000 2.864.000

Let op: tegenover de inhuurkosten staan soms ook baten. WIL krijgt voor de uitvoering van een specifieke tijdelijke opdracht bijvoorbeeld geld van de gemeenten. Hieronder schetsen we daarom ook deze baten in de tijd. Bijlage B-12.1 gaat hier meer in detail op in. Gerealiseerde baten in de tijd i.r.t. inhuur Totaal baten tegenover inhuur

2018

2019

2020

2021, stand 1/9

378.920

355.898

2.1471.889

1.248.773

Waarvoor huurde WIL in 2020 in en hoe is dat betaald? Zetten we de baten tegenover de kosten, dan huurt WIL nog steeds meer in dan begroot. Onderstaande gaan we in de achtergrond hiervan. We doen dit voor het jaar 2020. In bijlage B12.2 is e.e.a. heel specifiek uitgewerkt vanuit de begroting. Er zijn meerdere logische redenen waarvoor ingehuurd kan worden: tijdelijke vervanging in verband met vacatureruimte, ziekte/zwangerschapsverlof, tijdelijke inhuur in verband met de uitvoering van DVO’s, projecten of specifieke extra opdracht dan wel tijdelijke inhuur vanwege een specifiek knelpunt. In deze gevallen is iemand vast in dienst nemen niet wenselijk.

51

Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022

Inhuur derden/flexbudget Er doen zich altijd onverwachte mobiliteitsvraagstukken voor. In de begroting gaan we ervan uit dat onze vaste formatie ook het gehele jaar met vaste krachten ingevuld wordt. Dat is niet altijd het geval, bijvoorbeeld als iemand vertrekt en de het opvullen van de vacature lang duurt of soms zelfs niet lukt (zoals bij handhaving). WIL huurt ook reguliere productiekrachten in. Bij de start van WIL is als bestuurlijke opdracht door de betrokken gemeenten meegegeven dat WIL voor 131 fte aan vaste formatie mocht hebben; extra (productie)personeel moest worden ingehuurd. WIL moest met andere woorden een flexschil aanhouden. In 2013 was er sprake van oplopende klantaantallen en de idee van een mogelijke daling daarna. De gedachte hierachter was dat WIL op deze wijze goed mee kon ademen met de conjunctuur. In de afgelopen jaren is het klantenaantal evenwel niet of nauwelijks terug gelopen en is de flexschil verworden tot een vaste schil van flexibele medewerkers. Enkele jaren geleden is hierom door het bestuur van WIL toestemming verleend de vaste formatie op te hogen tot 138 fte. De ontvlechting van Vianen/Vijfheerenlanden uit WIL is ook via de flexschil opgelost. In 2020 hebben we op grond van bovenstaande redenen voor ruim € 1,3 miljoen ingehuurd. Inhuur ziektevervanging In 2020 heeft WIL voor € 640.000 aan ziektevervanging ingehuurd.

We doen dat alleen als er sprake is van langdurig verzuim. Bij in ieder geval drie programma’s was sprake van zo’n verzuim dat inhuur noodzakelijk was om de dienstverlening op een redelijk peil te kunnen houden en de werkdruk en werkbelasting bij de overige collega’s beheersbaar (=preventieve verzuiminzet). Inhuur extra opdracht of DVO In 2020 heeft WIL voor bijna € 1.6 miljoen aan personeel ingehuurd om extra werk/opdrachten uit te kunnen voeren. Voor € 695.000 betreft dit inzet ten behoeve van de Tozo-regeling. Daarnaast is er voor € 577.000 sprake geweest van inhuur ten behoeve van de Lokale Werkteams. WIL heeft met alle gemeenten DVO’s afgesproken waar binnen specifieke opdrachten belegd zijn waarvoor tijdelijke middelen beschikbaar zijn waardoor slechts tijdelijke inhuur kan plaatsvinden. De bekostiging is niet expliciet in de begroting opgenomen maar wordt door de daarvoor vanuit het Rijk/gemeenten beschikbare middelen gedekt. Inhuur knelpunt Kijken we naar 2020 dan heeft WIL toen voor € 525.000 ingehuurd om knelpunten op te lossen. Het ging het om knelpunten bij programma’s Inkomen, Werk, Uitkeringsadministratie en HR. Een voorbeeld van een knelpunt is de extra instroom vanuit Corona die door de inrichting van een Matchingsteam is opgevangen. Het gaat hier niet om ziektevervanging.

Dekking inhuurkosten Hoewel de realisatie van de inhuurkosten in 2020 dus veel hoger lag dan begroot is dit vrijwel binnen de beschikbare middelen gebeurd. Om dit te begrijpen moet ook worden gekeken naar de realisatie van de kosten van het formatiehuis. Voor 2020 geldt bijvoorbeeld dat er inclusief de doorbelaste kosten op Tozo en de SW binnen het formatiehuis een ruimte over was van circa € 1,5 miljoen; deze is aangewend om inhuur te dekken. Overall betekende dit een overschrijding van om en nabij de € 100.000. De conclusie is, in lijn met de jaarrekening 2020, dat de extra inhuur vrijwel geheel is gedekt door onderbesteding op het formatiehuis en extra beschikbare middelen.

52

Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022 Hoe huurt WIL in? WIL besteedt eens in de zo veel jaren de inhuur meerjarig aan. Op deze wijze uniformeren en professionaliseren we onze inhuur, komen we tot scherpe tarieven en blijft de rechtmatigheid gewaarborgd. We besteden onze inhuur aan samen met de gemeenten Nieuwegein, Houten en IJsselstein. Zijn er overall mogelijkheden om de inhuur te verlagen? Allereerst: de inhuurkosten die WIL maakt, zijn overall niet zo vreemd en uit balans als uit een eerste oogopslag blijkt. Er zijn m.a.w. veel bijzondere en logische omstandigheden. Grofweg zijn er twee mogelijkheden om de inhuur terug te brengen: 1. Ophogen van vaste formatie en verder verkleinen van de flexschil. Met als risico dat er bij eventuele inkrimping sprake zal zijn van forse meerkosten. 2. Inhuur in het kader van DVO afspraken vervangen door vaste krachten. Met als voorwaarde dat de betreffende gemeenten in geval van beëindiging DVO afspraken de personele meerkosten voor hun rekening nemen. Vooralsnog gaan we er vanuit dat bovenstaande mogelijkheden niet geeffectueerd worden. Specificatie baten i.r.t. inhuur Gerealiseerde baten in de tijd

2018

2019

2020

2021, stand 1 /9

DVO-Garantieschalen DVO-Generalisten DVO-Uitvoering Ziektekostenverzekering DVO N-pas Doorbelasting Tozo (salarissen) Doorbelasting Tozo (inhuur) Doorbelasting SW (salarissen) Lokale handgelden (inhuur) Innovatieagenda (inhuur)

35.100 49.350 103.000 191.470

27.304 67.294 95.000 166.300

27.889 0 95.000 36.300 561.000 695.000 95.000 577.000 60.000

20.473 0 95.000 36.300 180.000 211.000 95.000 611.000 0

Totaal baten

378.920

355.898

2.1471.889

1.248.773

53

Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022 Begroting inhuur versus realisatie; een nadere uitwerking voor 2020

Bedrag Begroot

Bedrag Werkelijk

Formatiehuis 2020 * Doorbelasting Tozo (salarissen) Doorbelasting SW (salarissen) Totaal voordeel formatiehuis:

11.394.000

10.510.000 -561.000 -95.000

Dekking inhuur uit formatiehuis:

1.540.000

Inhuur derden/ flexibelbudget *

757.890

Begroting versus realisatie 2020

Inhuur ziektevervanging Inhuur extra opdracht of DVO - Tozo ** - Lokale werkteams ** - DVO ** - Inc. opdracht overstap zorgverzekering * - DVO overstap zorgverzekering **

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=5a62f030-81ce-466c-a887-57c367979c3b