Kaderstellend Raadsdebat WIL - Programmaboekje (002).pdf
Tekst van het document
Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022 x
Programmaboekje
H O U T E N
I J S S E L S T E I N
L O P I K
N I E U W E G E I N
Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022
Leeswijzer U bent van harte uitgenodigd voor het Kaderstellend Raadsdebat WIL op 13 oktober 2021. Focus dit jaar is de Begroting 2022, “Samen doen wat kan”. In dit document vindt u relevante informatie ter voorbereiding op het debat. We adviseren u om de informatie op de in dit document gepresenteerde volgorde tot u te nemen.
Inhoud Opzet Kaderstellend Raadsdebat .................................................................................................. 3 Waar willen we het gesprek met u over voeren? .......................................................................... 4
De uitdaging en belangrijkste vraagstelling per programma, incl. financiële gevolgen Programma Inkomen ........................................................................................................................ 10 Programma Inkomensondersteuning ............................................................................................... 13 Programma Werk .............................................................................................................................. 17 Programma Bedrijfsvoering .............................................................................................................. 21 Bijlagen – Factsheets onderliggende thema’s Veranderend klantenbestand ....................................................................................................... 24 Arbeidsmarkt ................................................................................................................................ 27 Hoogwaardig Handhaven ............................................................................................................. 30 Innovatieagenda ........................................................................................................................... 34 Corona ..........................................................................................................................................
36 Personeel en organisatie .............................................................................................................. 39 Utrechtse Werktafel ..................................................................................................................... 41 ICT ................................................................................................................................................. 44 Sociale werkvoorziening ............................................................................................................... 46 Klanttevredenheidsonderzoek 2021............................................................................................. 47 Werkgeverstevredenheidsonderzoek 2021.................................................................................. 50 Inhuur ........................................................................................................................................... 51
2
Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022
Opzet Kaderstellend Raadsdebat Context De Begroting WIL 2022 is voor de zomer -aansluitend op het zienswijzeproces- door het AB WIL formeel vastgesteld als inhoudelijk spoorboekje en financieel kader voor het komend jaar. Inhoudelijk en financieel is de vastgestelde begroting in evenwicht en sluitend. Tegelijk was en is helder dat een aantal ontwikkelingen en uitdagingen inhoudelijk en (mogelijk) ook financieel nog niet in de begroting verwerkt zijn, als ook de consequenties daarvan. In het zienswijzeproces is dan ook aangegeven dat in dit Kaderstellend Raadsdebat op de Begroting 2022 teruggekomen zou worden, als input voor definitieve besluitvorming over koers en middelen. Net als vorig jaar is nog een slag te slaan om in het licht van de actualiteit de opdracht van WIL waar nodig aan te scherpen en in balans te brengen met de middelen die hiervoor beschikbaar zijn, dan wel worden gesteld. Procesmatig is gekozen voor een viertrapraket om tot de gewenste begroting in balans te komen. • Stap 1 is een Kaderstellend Raadsdebat om op basis van een schets van de geschetste uitdagingen overall en per programma de bestuurlijke wensen, sentimenten en overwegingen op te halen en daarmee kaderstellende en richtinggevende noties voor besluitvorming (oktober 2021). • Stap 2 is een voorgenomen bestuurlijk besluit door het AB van WIL m.b.t.
een wijziging van de Begroting 2022 (in november 2021) • Stap 3 is het ophalen van de formele zienswijzen van de Lekstroomgemeenten m.b.t. deze Eerste Begrotingswijziging 2022 (november 2021 – februari/maart 2022). • Stap 4 is het definitieve bestuurlijke besluit door het AB van WIL o.b.v. de ingebrachte zienswijzen van de Lekstroomgemeenten (maart/april 2022). Doel Kaderstellend Raadsdebat 13 oktober 2021 Het doel van dit Kaderstellend Raadsdebat is -net als vorig jaar- het ophalen van kaderstellende en richtinggevende noties m.b.t. de uitdagingen en keuzemogelijkheden die overall en per programma voorliggen i.h.k.v. de Begroting WIL 2022 (met als vertrekpunt de Nullijn 2022 = WIL doet inhoudelijk wat is afgesproken in de vastgestelde Begroting 2022 met de gegeven middelen, tenzij…). Deelnemers Raadsleden van de Lekstroom gemeenten, AB WIL en ambtelijke ondersteuning (gemeentelijke accounthouders WIL, beleidsmedewerkers en MT WIL). Opzet Kaderstellend Raadsdebat 13 oktober 2021 19.30 uur 19.45 uur 19.55 uur 20.25 uur 20.30 uur 21.30 uur 21.40 uur 22.00 uur
Inloop Opening Inhoudelijke Aftrap: wat zijn de overall feiten en uitdagingen, welke keuzes liggen voor? Pauze Gesprekstafels met open gesprek over feiten, uitdagingen en keuzemogelijkheden (met consequenties) en in verlengde hiervan ophalen kaderstellende en richtinggevende noties met betrekking tot te nemen besluiten. Pauze Afronding met plenaire terugkoppeling van gesprekstafels, inclusief werkafspraken en hoe verder? Einde
3
Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022
Waar willen we het gesprek met u over voeren? Samen doen wat kan. Dat was en is het motto voor de inzet van WIL in 2021. En dit is in het licht van de ontwikkelingen rondom onder andere de Innovatieagenda actueler dan ooit. Over wat we dan doen en wat wel en niet kan, hebben we met elkaar in oktober vorig jaar een kaderstellend gesprek gevoerd. We hebben u daarin en daarna uitgebreid meegenomen in onze keuzes en overwegingen. In uw zienswijze op de Eerste Begrotingswijziging WIL 2021, maar ook in aanloop naar de Begroting 2022, heeft u aangegeven de gekozen insteek op inhoud en proces te kunnen waarderen. U voelt zich betrokken en in staat als raad en raadslid om uw verantwoordelijkheid kaderstellend en sturend te nemen. Met betrekking tot de Begroting 2022 heeft u aangegeven, gelet op de ontwikkelingen die spelen en het feit dat we op onderdelen voor de zomer minder specifiek konden zijn over onze inzet in 2022, graag op onze weer graag vooraf mee te willen praten en denken over de nadere uitwerking van de inzet van WIL in 2022. Dat moment is nu aangebroken. Notabene Uw input vanuit het Kaderstellend Raadsdebat wordt door het DB van WIL meegenomen in de vaststelling van de eventuele Eerste Begrotingswijziging 2022 die eind november richting uw raden voor formele zienswijze wordt gestuurd.
In deze eventuele begrotingswijziging wordt niet alleen de inzet van WIL verder geconcretiseerd, maar ook de financiële en inhoudelijke impact van de gemaakte keuzes geschetst. U wordt dus nu gevraagd mee te denken over wat WIL te doen heeft in 2022 en wat kan met welke middelen. Het AB besluit aansluitend en dan bent u weer formeel aan zet om zich uit te spreken over het besluit. Waar staan we nu? Binnen het kader van de ‘Nullijn 2021: samen doen wat kan’ geven we in 2021 grofweg prioriteit aan drie zaken: a. Het zo maximaal en goed als mogelijk overeind houden van de aard en kwaliteit van onze dienstverlening aan onze klanten c.q. inwoners van de Lekstroom gemeenten. b. Het verder door ontwikkelen van onze dienstverlening richting leefwereld. c. Het uitvoering blijven geven aan de Innovatieagenda Gemeenten – WIL: meer lokale dienstverlening, maatwerk in de lokale werkteams en meer lokale regie/sturing door gemeenten. Met een sterke WIL als (uitval)basis. U heeft ons via de Eerste Begrotingswijziging 2021 op een beperkt aantal onderdelen in deze extra financiële armslag gegeven. Structureel gaat het hier om extra formatie voor het Jongerenloket en het WGSP (€ 245.000), incidenteel om formatie voor het Matchingsteam, DIV en de uitvoering van de BVV (€ 330.000).
Indien echt nodig om de dienstverlening en organisatie van WIL op niveau te houden, was in uw ogen ook op andere punten een ‘tenzij, …’ mogelijk. De Nullijn 20221 was dus niet ‘spijkerhard’. Tegelijk hebben we qua preventie bij schuldhulpverlening, signaal- en risicosturing bij handhaving, de brede diagnose in de poort en onze inzet op re-integratie een beperkte stap terug gezet om WIL breed de balans te kunnen bewaren. Uit de Turap WIL 2021 blijkt dat we onze dienstverlening en prestaties cf. afspraak uitvoeren, op een goed niveau hebben kunnen houden en dat dit binnen de gestelde financiële kaders is gebeurd. Deze inzet hebben we gepleegd in een periode waarin de coronacrisis nog steeds speelt. Via een trapsgewijze opschaling werken we langzaamaan en verantwoord toe naar de volledige hervatting
4
Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022 van onze reguliere dienstverlening, vooral in fysieke zin. Een belangrijk onderdeel in deze is de continuering van onze samenwerking en inzet binnen de lokale werkteams. Al met al kan gesteld worden dat WIL in 2021 goed en in hoge mate in staat is te doen wat kan en moet. Samen met u! Wat is de uitdaging voor 2022? Vooruitblikkend naar 2022 zien we een aantal ontwikkelingen die een uitdaging opleveren om én onze dienstverlening qua aard en omvang overeind te houden én binnen de vastgestelde Begroting 2022 te blijven. Het gaat enerzijds om ontwikkelingen waar WIL -in variaties uiteraard- ieder jaar mee te dealen heeft (Rijksbeleid, volumestijgingen/dalingen, e.d.), maar anderzijds ook om meer fundamentele keuzes die voorliggen als gevolg van maatschappelijke en economische ontwikkelingen. Daarnaast speelt uiteraard ook nog de impact van de coronacrisis, als ook de evaluatie van de Innovatieagenda en SW. Een meer dan volle ontwikkelagenda ligt dus op tafel. Om ook in 2022 ‘Samen te doen wat kan’ zijn keuzes onvermijdelijk. Zeker als WIL in 2022 de Nullijn moet blijven hanteren. Maar mogelijk zijn net als in 2020 en 2021 enkele ‘tenzij’s, …’ bespreekbaar; uw noties hierover horen we graag. Ook in het geval u graag de Nullijn strak wilt vasthouden, horen wij uw noties graag welke keuzes volgens u dan voor de hand liggen.
Zijn dat dezelfde als in 2021, andere of mogelijk meer vergaande keuzes? In het licht van de doelstelling van dit Kaderstellend Raadsdebat ordenen we de ontwikkelingen en vraagstukken/uitdagingen die wij zien langs de volgende lijn: 1. Uitdagingen die wij binnen de begroting willen oppakken. 2. Uitdagingen met een nog ongewis einde. 3. Uitdagingen met een financiële consequenties. In de bijgevoegde factsheets wordt op deze ontwikkelingen ingegaan, als ook zowel thematisch als per programma binnen WIL geschetst welke effecten er verwacht worden (inhoudelijk en financieel). Uitdagingen die we binnen de begroting willen oppakken Implementatie wet- en regelgeving Zoals vaker is gebeurd, krijgt WIL ook in 2022 te maken met de invoering van enkele nieuwe wetten of aanpassing van wetten. Concreet gaat het komend jaar om de nieuwe Wet Inburgering, de verdere implementatie van de Beslagvrije voet, de uitvoering van de Wet SUWI, de mogelijke invoering van de Wet Breed Offensief Banenafspraak en de uitvoering van de aangepaste Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening, incl. Adviesrecht Gemeenten Schuldenbewind. We denken de implementatie en uitvoering van bovenstaande wetten binnen de begroting op te kunnen vangen, uiteraard mede afhankelijk van de keuzes die u op onderdelen maakt.
ICT, zij het met ‘winstwaarschuwing’ (zie factsheet ICT) Een structurele ontwikkeling van geheel andere orde is die op ICT vlak. We zijn hierin als WIL in hoge mate afhankelijk van Houten. Overheden en aanverwante organisaties als WIL zullen meer moeten gaan investeren in ICT op hun burgers en klanten goed en veilig van dienst te kunnen zijn. Niet meegaan is in deze bijna geen optie meer. WIL doet dit ook, niet overdreven, maar ook te passief. Voor 2022 kunnen we hier nog een mouw binnen de begroting aanpassen denken we, op middellange termijn niet. Als gemeente zult u ook in eigen huis met dit vraagstuk te maken krijgen denken wij. In 2022 komen we, in nauw samenspel met Houten, met een voorstel ‘hoe verder?’ in deze bij u terug.
5
Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022 Mogelijke stijging klantvolumes i.v.v. Corona (zie factsheet Corona); we schakelen dan over op een crisisregime … Daarnaast hebben we in 2022 waarschijnlijk nog te maken met we voor het gemak maar even de nasleep van corona noemen: een mogelijk oplopende werkloosheid en klantenbestand (ook minima en mensen met schulden). Mochten de volumes stijgen, dan zijn we hier klaar voor. We schakelen dan over naar een crisisregime. Zoals afgesproken doen we dat binnen de begroting. .. maar ook als volumes om andere redenen stijgen Ook wordt steeds meer zichtbaar dat door tal van ontwikkelingen (WIB, einde Tozo, MOBW, e.d.) meer minima en mensen met schulden bij WIL gaan aankloppen met hun specifieke ondersteuningsbehoefte. Deze stijging kunnen we opvangen binnen de vigerende afspraken in 2022. Inhuur (zie factsheet inhuur) WIL huurt in, om tal van redenen. Dat doen we, op af en toe een uitzondering na, binnen de begroting als geheel. We kunnen de inhuur terugbrengen, met positieve effecten op de kosten en continuïteit en kwaliteit van dienstverlening, als u WIL de ruimte geeft met aanvaarding van de consequenties daarvan, om meer met vaste contracten te gaan werken.
Uitdagingen met een nog ongewisse uitkomst Mogelijk bijstellen dienstverleningsconcept WIL qua zelfredzaamheid (zie factsheet Veranderende klantenbestand) WIL gaat uiteraard met de tijd mee wat haar dienstverlening betreft. Tegelijk wordt meer en meer zichtbaar dat een aantal fundamentele keuzes mogelijk aan herijking toe zijn. We denken hier in de eerste plaats aan het mogelijk bijstellen van ons dienstverleningsconcept op het punt zelfredzaamheid. We gaan er nu vanuit dat onze klanten in hoge mate zelfredzaam zijn; de praktijk wijst meer anders uit. We zijn en gaan hierover met elkaar (verder) in gesprek. Dit is ook wat wij aan de Cliëntenraad WIL hebben toegezegd. Afhankelijk van de keuzes die we daarin samen maken kunnen we e.e.a. wel/niet binnen de begroting op vangen. Een ‘winstwaarschuwing’ is hier wel op zijn plaats: echt goed doorpakken op de afnemende zelfredzaamheid van ons klantenbestand als geheel vraagt extra inzet, van WIL, maar ook van u als gemeente en uw ketenpartners. Wel/geen doelgroepenbeleid (zie o.a. factsheet arbeidsmarkt) Een tweede mogelijke bijstelling van ons dienstverleningsconcept betreft het wel of niet voeren van een regionaal doelgroepenbeleid (gericht op bijvoorbeeld statushouders en/of zzp’ers). Ook hier zijn en gaan we met elkaar in gesprek. Gelet op de breedte van dit vraagstuk is WIL hier evenwel sterk volgend; u bent in de lead.
Afhankelijk van de keuzes die u hierin maakt kunnen we e.e.a. wel/niet binnen de begroting op vangen. Dat is nog niet zeggen. Doorontwikkeling Utrechtse werktafel i.r.t. lokaal werken (zie factsheet UWT) Tot slot speelt nog het vraagstuk op welk niveau (lokaal, regionaal of arbeidsmarktregio) welke inzet richting werkgevers en klanten het best gepleegd kan worden. Het Rijk zet druk op meer centralisering en meer bovenregionale inzet, vanuit de Innovatieagenda wordt ingezet op meer lokaal met een sterke WIL. Ook op dit vraagstuk zijn we als WIL met u in gesprek. Afhankelijk van de keuzes die we daarin samen maken kunnen we e.e.a. wel/niet binnen de begroting op vangen. Uitdagingen met financiële consequenties Handhaving (zie factsheet Handhaving) Onze inzet op handhaving moet om meerdere redenen omhoog denken wij; ons voorstel is ‘terug naar de basis’. Nog meer mag, maar hoeft niet. Vorig jaar heeft u ons kaderstellend meegegeven dat handhaving in 2021 een tandje minder mocht; voor 2022 stellen wij voor dit niet meer te doen. Dit vraagt om een extra investering t.o.v. 2021. Voor 2 jaar voorlopig, vooralsnog in de vorm van
6
Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022 een businesscase, vooruitlopend op een structureel besluit hierover. We verwerken deze businesscase in de komende begrotingswijziging. Bijzondere regelingen (zie factsheet Programma Inkomensondersteuning) Als aan de inhoudelijke ambitie bij bijzondere regelingen wordt vastgehouden (leefwereld centraal, snelle doorlooptijden) dan is de huidige formatie met de huidige/oplopende klantvolumes en complexiteit ontoereikend; een uitbreiding van de structurele formatie met 2 fte is dan noodzakelijk. Het gaat dan grofweg om € 200.000 extra in 2022, te verwerken in de komende begrotingswijziging. Werk (zie o.a. factsheet Programma Werk) Gelet op de dynamiek op de arbeidsmarkt, de samenstelling van ons klantenbestand en de ambities van u als gemeenten en het Rijk vraagt de re-integratie en participatie van onze klanten steeds meer energie en inzet van de lokale werkteams, WIL en het WGSP. Uitgaande van de bestaande formatie vraagt dit (pijnlijke) keuzes: wie wel en wie niet? Ook blijven hierdoor kansen liggen. Op een drietal onderdelen is een aanpassing wenselijk denken wij: a. Het Matchingsteam. Ook in 2022 is een continuering van het matchingsteam wenselijk, op de sterkte van 2021.
De kosten hiervan kunnen net als in 2021 deels via de Begroting lopen en deels via het lokale handgeld; een alternatief is volledig via de begroting van WIL. U houdt dan meer lokaal handgeld over, een begrotingswijziging is dan evenwel niet te voorkomen. Het gaat in dat geval om € 200.000 extra in 2022 (geen structurele verhoging!). b. Backoffice Werk. Tot nog toe beleggen we alle backoffice taken op Werk nog bij de werkcoaches en accountmanagers; de front-office dus. Dit kost capaciteit, en op onderdelen ook steeds meer. Om de primaire uitvoering op Werk te ontlasten (lokale werkteams en WGSP) en de prestaties verder te verbeteren (meer reguliere uitstroom en uit doelgroepenregister) is versterking en professionalisering van de juridische en administratieve backoffice Werk nodig denken wij. Dit vraagt een structurele extra inzet van € 100.000 extra in 2022, te verwerken in de komende begrotingswijziging. c. Lokale werkteams. Het matchingsteam ‘vangt af’, in de lokale werkteams wordt de reintegratie en participatie van klanten die verder van de arbeidsmarkt staan opgepakt. De ambities die u lokaal heeft vastgesteld in deze vragen om stevige inzet. De keuze deze inzet wel of niet te continueren de komende jaren is aan u als gemeenten, op basis van de besluitvorming hierover n.a.v. de Innovatieagenda dit jaar.
Innovatieagenda (zie factsheet Innovatieagenda) De evaluatie van de Innovatieagenda leidt tot besluitvorming in uw raad in november. Welke fundamentele keuze en nieuwe opdracht voor WIL het gevolg is, is nu nog niet te zeggen. In onze vooruitblik wat dat voor WIL qua implementatie en uitvoering betekent gaan wij, met nodige slagen om de arm uiteraard, voor nu uit dat u als raden de lijn van de colleges volgt: een hybride uitvoering van de Participatiewet volgens ‘scenario D’. Een tijdelijk extra budget van € 330.000 in 2022 is in dat geval naar onze inschatting voor de implementatie van scenario D nodig; wij zullen deze verwerken in de komende begrotingswijziging. Mocht u anders besluiten, dan komt dit in de zienswijze op de Eerste Begrotingswijziging waarschijnlijk terug en passen we e.e.a. op inhoud en financiën aan, in dien nodig HR Tot slot is een tijdelijke extra investering in ons personeel, uw personeel, nodig om voldoende kwaliteit en flexibiliteit te kunnen bieden, maar ook om het verzuim, de productiviteit, mentale gezondheid en binding van onze medewerkers op niveau te kunnen houden. Mede door corona is hier een flink gat geslagen. Een tijdelijk extra budget van € 65.000 in 2022 is hiervoor nodig; wij zullen dit verwerken in de komende begrotingswijziging.
7
Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022 Waar willen we graag uw reflectie en noties op horen? WIL is uw regionale uitvoeringsorganisatie voor Werk en Inkomen. Meer dan ooit is onze bedrijfsomgeving in beweging en zijn keuzes noodzakelijk. Meer dan ooit wordt ook u als gemeenten geconfronteerd met een ongekende dynamiek en staat u voor keuzes met effecten en consequenties die direct impact zullen hebben voor uw inwoners. Keuzes die ook op andere terreinen dan Werk en Inkomen spelen. Het is dan ook hierom dat wij graag met u het gesprek aan gaan over de vraagstukken die bij WIL voorliggen. Aan de vooravond van de te nemen besluiten. Zodat u ons mee kunt geven wat u belangrijk vindt, waar nodig vanuit uw brede verantwoordelijkheid. Maar tegelijk met een zicht op hoofdlijnen op de consequenties van eventuele keuzes. Bovenstaand zijn al tussen de regels door de vraagstukken benoemd waar wij vanuit uw rol en verantwoordelijkheid graag kaderstellende en richtinggevende noties op terug zouden willen horen. Kort resumerend gaat het om de volgende vraagstukken. Overall a. Bent u nog steeds van mening dat WIL in geval van oplopende klantvolumes binnen de begroting moet blijven en tijdelijk terug moet schakelen richting crisisregimes? b. Welke kaderstellende noties wilt u ons eventueel meegeven m.b.t.
de vraagstukken die nog verkenning en nadere uitwerking vragen (zelfredzaamheid klanten, wat lokaal-wat bovenregionaal, doelgroepenbeleid, e.d.)? Programma inkomen c. Gaat u met ons mee in de gedachte dat we bij handhaving ‘terug naar de basis’ moeten en dat de extra inzet en kosten die dit vraagt acceptabel zijn (mede gelet op het feit dat de businesscase positief is)? Programma Inkomensondersteuning a. Bent u bereid de extra inzet en kosten die een goede uitvoering van bijzondere regelingen vraagt te accepteren? b. Gaat u mee in de opvatting dat het verder vasthouden van de Nullijn 2022 betekent dat de basisinzet van WIL binnen dit programma in 2022 verder dezelfde moet zijn als in 2021? Voor schuldhulpverlening betekent dit bijvoorbeeld nog steeds geen extra projecten of extra inzet op preventie, maar bovenal curatief aan de slag. Programma Werk a. Bent u bereid eventueel extra kosten te accepteren om de werkdienstverlening op niveau te houden (extra inzet op Matchingsteam, backoffice werk, inzet binnen lokale werkteams)? Programma Bedrijfsvoering a. Bent u bereid WIL de ruimte geven, met bijbehorende consequenties en risico’s, om de inhuur waar mogelijk verder omlaag te brengen? Samen doen wat kan. Ook in 2022! We zien uit naar een goed gesprek!
8
Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022
De uitdaging en belangrijkste vraagstelling per programma, Inclusief mogelijke financiële gevolgen
9
Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022
Programma Inkomen Stand van zaken Binnen het programma Inkomen ligt de focus op het verstrekken van uitkeringen. Met als insteek dat elke klant de uitkering behoort te krijgen waar hij/zij recht op heeft en deze snel en tijdig ontvangt. We proberen hiervoor zo goed als mogelijk aan te sluiten bij de leefwereld van de klant, uitgaande van een brede uitvraag en goede voorlichting. Handhaving, Inkomensbeheer, de uitkeringsadministratie en terugvordering en incasso werken hierbij hand in hand. In 2021 slagen we hierin tot nog toe goed. Onze klanten waarderen onze dienstverlening met een “7,6” (zie factsheet KTO). Mede op grond van de input uit het vorige Kaderstellend Raadsdebat hebben we in 2021 onze inzet op handhaving vooral gericht op preventie, beperkt op signaalsturing en niet op risicosturing. Dit was in uw en onze ogen een noodzakelijke keuze vanuit de Nullijn 2021, minder vanuit handhavings- en dienstverleningsoogpunt. In 2021 zijn we begonnen met de invoering van een nieuwe beslagvrije voet, zodat voor onze klanten de wettelijke beslagvrije voet wordt gehanteerd. De Wet Beslagvrije Voet (BVV) wordt per 2022 weer aangepast, doch dit zijn kleinere aanpassingen. Voor de klanten en uitvoering zijn de gevolgen zeer beperkt. WIL zal daar waar nodig de werkwijze aanpassen. Relevante ontwikkelingen in 2022 (niet uitputtend) •
Wet inburgering (WIB) 1-1-2022
•
•
•
• Hoogwaardige Handhaving 2022
•
•
Per 1 januari 2022 treedt uiteindelijk de WIB in werking. WIL gaat de technische ontzorging, het doorbetalen van de vaste lasten, uitvoeren voor de gemeenten (voor de eerste 6 maanden). De personele inzet hiervoor is reeds in de begroting 2022 opgenomen (€ 25.000,-). Mocht de gemeentelijke besluitvorming over de lokale uitvoering van de WIB (of verlenging termijn 6 maanden) tot aanvullende dienstverlening vanuit WIL leiden, dan zullen hier separate afspraken over gemaakt worden (niet begroot) Om een integrale aanpak voor inburgering mogelijk te maken zal WIL vanuit haar taken een goed samenspel met de partners als Vluchtelingenwerk, onderwijspartijen, lokale werkteams, etc. maken. Van een gedoseerde instroom zal niet sprake zijn; dit betekent voor de uitvoering soms piekmomenten met risico’s op tijdelijke achteruitgang op de dienstverlening. Bij de Nullijn 2021 is gekozen voor een verminderde inzet op handhaving. Voor 2022 stellen we voor: terug naar de basis. Dit betekent de facto dat meer inzet dan in 2021 noodzakelijk is op handhaving. In de factsheet Handhaving is dit thema uitgewerkt. Afhankelijk van de keuzes die gemaakt worden, vraagt dit extra inzet. In de Begroting 2022 zijn we uitgegaan van dezelfde inzet als in 2021.
10
Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022 • Veranderend
•
klantenbestand
•
• BVV
• • •
•
Wet op de Lijkbezorging
• •
Mogelijke volumeontwikkelingen
• • •
Zie factsheet klantenbestand. Een eventuele verkenning van herijking dienstverleningsconcept vraagt brede inzet WIL die we vanuit begroting van kunnen doen. Een eventueel andere en intensiever dienstverlening vraagt waarschijnlijk extra capaciteit en is niet binnen de begroting te doen. WIL voert de beslagvrije voet volgens afspraak uit volgens de nieuwe systematiek. In 2022 verwachten wij dat de groei aan beslagleggingen zich verder voortzet en er o.a. meer contacten met deurwaarders zullen zijn Onze inzet hierop kunnen we binnen de begroting doen, met waar nodig een lichte herprioritering. We verwachten ook een volumegroei door extra Tozo terugvorderingen. WIL voert de Wet op de Lijkbezorging (WOL) uit voor de Lekstroomstroomgemeenten, Utrecht en omgeving (politiemortuarium, gevestigd in Nieuwegein). Het gaat hier om uitvaarten van personen met wel of geen nabestaanden. Dit vraagt veel zorg en financiële afwikkeling (vanuit leefwereld). Het gaat om zo’n overledenen per jaar. Het beroep op de WOL zal stijgen denken wij door een toenemende vereenzaming. WIL doet deze taak erbij; gaat wel ten koste van reguliere dienstverlening T&I. Zie factsheet Corona Mochten de klantaantallen stijgen, dan schakelen we over op de afgesproken crisisregimes Dat doen we binnen begroting.
De uitdaging Voor 2022 is de uitdaging binnen het programma Inkomen vooral goede dienstverlening te kunnen bieden, ook als de klantaantallen toenemen en de klantproblematiek toeneemt. Dit vraagt allereerst inhoudelijk richtinggevende uitspraken en besluiten. Als die zo nodig gepaard gaan met een ‘tenzij, ..’, dan ligt een andere situatie voor, dan als binnen de begroting gewerkt moet worden. We gaan er vooralsnog vanuit dat als de klantvolumes stijgen, we in 2022 over schakelen op de vooraf afgesproken crisisregimes. Specifiek voor handhaving is de uitdaging weer meer balans te krijgen in het preventief en controlerend werken, als ook tussen risico- en signaalgestuurd werken. De factsheet Handhaving gaat hier verder op in. Een ‘tenzij, ..’’ lijkt hier onvermijdelijk.
11
Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022 Vraagstuk/dilemma’s 1. 2. 3. 4.
Moet de inhoudelijke inzet 2021 voor het programma Inkomen ook in 2022 worden gecontinueerd (op handhaving na)? Waar moet de inzet van het team Hoogwaardige handhaving zich in 2022 op richten? Dit dilemma wordt behandeld in de factsheet Handhaving. Is extra inzet op handhaving in 2022 gewenst cf. voorstel? Is het nog steeds acceptabel dat er in geval van volumegroei, ongeacht de reden, direct richting crisisregime wordt gegaan? Is het acceptabel dat WIL op dit programma waar nodig bijschakelt om de dienstverlening kwalitatief op peil te houden, of zijn er grenzen? Waar moet in dat geval de inzet prioritair op gericht zijn?
12
Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022
Programma Inkomensondersteuning Stand van zaken Binnen het programma inkomensondersteuning helpen we klanten gericht vooruit via het bieden van schuldhulpverlening, minimaregelingen en bijzondere bijstand indien nodig en door de inzet van WIL generalisten als verbindende schakel tussen WIL, de gemeenten en tal van ketenpartners in het geval van multi-problematiek. Dit lukt ons in 2021 redelijk tot goed, mede door dat we cf. de 1ste Begrotingswijziging 2021 intern middelen hebben kunnen doorschuiven vanuit het programma Bedrijfsvoering naar Inkomensondersteuning. Onze klanten waarderen ons met een “7,9” en “8,0” (zie factsheet KTO). Bij Schuldhulpverlening houden we in 2021 cf. afspraak vooral de basis op orde en ontwikkelen we de aanpak vroegsignalering verder door. Hoewel het aantal signalen vroegsignalering tot nu toe minder is dan verwacht, maken we ons op voor een toename van het aantal trajecten vanuit de vroegsignalering en reguliere aanvragen na het verder open gaan van de samenleving en het laten aansluiten van meer signaalpartners waaronder de woningcorporaties binnen de aanpak vroegsignalering. Inwoners gaan hun geld (vermoedelijk) weer uitgeven aan andere dingen dan vaste lasten. De toename van het aantal jongeren met problematisch schulden vraagt om een specifieke aanpak.
Inzet van het project Jongeren Perspectief Fonds zou hiervoor mogelijk een uitkomst kunnen bieden. Verder zien we een toenemende behoefte aan ondersteuning van zzp’ers met schulden; ook hier is specifieke kennis voor nodig. Beide onderwerpen staan op de agenda om verder verkend te worden, samen met de Lekstroom gemeenten. Bij de afdeling Bijzondere Regelingen hebben we in 2021 door tal van redenen wederom te maken met oplopende doorlooptijden. Onze inzet is er momenteel allereerst op gericht de achterstanden op te lossen en verder te voorkomen; dat doen we door tijdelijk gebruik te maken van een aangepaste aanvraagprocedure voor een aantal regelingen (=’verkorte toets’); deze inzet werkt. Tegelijk zijn we doende onze dienstverlening zo in te richten om ook structureel de gestelde doorlooptermijnen in alle gevallen te kunnen halen. We schatten evenwel in dat door de toenemende complexiteit, het niet zelfredzaam zijn van veel van onze klanten en het wantrouwen van veel klanten we het met anders inrichten van werkprocessen niet gaan redden; er moet formatie bij als we de dienstverlening op niveau willen houden (al snel 2 fte). We schatten in deze verder in dat de aanvragen minimaregelingen en bijzondere bijstand bij Bijzondere Regelingen gaan toenemen o.a. als gevolg van een toenemend aantal statushouders i.k.v.
de Wet Inburgering, een toenemende MOBW groep vooruitlopend op invoering van de wetgeving en een groter aantal zzp’ers die (tijdelijk) ondersteuning nodig hebben. Door ondersteuning te bieden die aansluit bij de leefwereld van onze klant neemt het beroep op de WIL-generalisten toe. De WIL-generalisten hebben een schanierfunctie bij dit veranderd klantenbestand. Naast de reguliere inzet, spelen zij ook een rol bij de werkzaamheden op het gebied van de Kinderopvang Toeslagaffaire, huisbezoeken aanpak vroegsignalering en SMI. We zetten ook in 2021 tot slot steeds meer in op zetten het versterken en uitbreiden van de bestaande samenwerking met gemeenten en (lokale) ketenpartners. Dit is nodig om een passende oplossing voor het probleem dat er is en daadwerkelijk verlichting geven aan de klant te kunnen (blijven) realiseren.
13
Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022 Relevante ontwikkelingen in 2022 (niet uitputtend)
• Doorontwikkeling Schuldhulp-verlening
•
•
• Adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind •
•
•
Wet MOBW per 2023
•
•
• • Mogelijke volumeontwikkelingen •
•
Doorontwikkeling aanpak vroegsignalering (nu 350 signalen per maand; hoe om te gaan met toename, inzet huisbezoeken). Meer dienstverlening lokaal aanbieden en samenwerking met ketenpartners verder intensiveren; De basis hiervoor wordt het beleidsplan (met o.a. aansluiting bij de Nederlandse schuldhulproute, effectief schuldregelen en het schuldenknooppunt) dat in de tweede helft van 2021 wordt vastgesteld en in 2022 wordt geïmplementeerd. Zoals het er nu uitziet kunnen we deze inzet binnen de begroting realiseren.
Gemeenten mogen de rechtbank vooraf adviseren over beslissingen schuldenbewind. Dit Adviesrecht is ingegaan op 1-1-2021. Besluitvorming of WIL gebruik gaat maken van de mogelijkheden van het adviesrecht volgt eind 2021. Uiteraard worden hierbij de bijbehorende financiële gevolgen meegenomen. Meerwaarde: meer zicht op instroom schuldenbewind en betere invulling regierol + kostenbesparing bijzondere bijstand bewindvoeringskosten op langere termijn. Afhankelijk van de gemaakte keuzes kunnen we dit wel/niet binnen begroting doen. Gemeenten worden verantwoordelijk voor maatschappelijk opvang en beschermd wonen. Vooruitlopend op de nieuwe wetgeving sorteren Lekstroomgemeenten voor op de nieuwe taken Voor inkomensondersteuning gaat het om een toenemend beroep op minimaregelingen, bijzondere bijstand (inrichtingskosten) en schuldhulpverlening om deze groep in staat te stellen om in het maatschappelijk leven te participeren; Voor 2022 zijn nog geen concrete projecten of aantallen bekend zodat de financiële consequenties nog niet zijn in te schatten.
Zie factsheet Corona; mochten de klantaantallen stijgen, dan schakelen we over op de afgesproken crisisregimes Los van Corona verwachten we een toename qua aanvragen minimaregelingen en bijzondere bijstand als gevolg van: meer statushouders, invoering MOBW en meer zzp’ers die ondersteuning nodig hebben Los van Corona verwachten we ook een toename op schuldhulpverlening, met name vanuit de vroegsignalering als een toename van het aantal jongeren met problematisch schulden. We doen dit binnen de begroting
14
Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022 •
• Veranderend
klantenbestand
• •
• Beroep op generalisten neemt toe
•
•
• Jongeren Perspectief Fonds (JPF)
•
Zie factsheet klantenbestand. Een eventuele verkenning van herijking dienstverleningsconcept vraagt brede inzet WIL die we vanuit begroting van kunnen doen. Een eventueel andere en intensiever dienstverlening vraagt waarschijnlijk extra capaciteit en is niet binnen de begroting te doen. Specifiek voor SHV geldt dat verder nagedacht moeten over de doelgroep zzp’ers met schulden; deze doelgroep neemt toe en ook hier is specifieke kennis voor nodig. Het veranderende klantenbestand vraagt meer schakelen door alle partijen om samen de beste weg vooruit te vinden voor klanten. Meer werk voor de WIL-generalisten dus. Naast deze reguliere inzet, zien we in de praktijk ook een rol bij werkzaamheden op het gebied van: Kinderopvang Toeslagaffaire, huisbezoeken aanpak vroegsignalering en SMI. In 2022 zal deze inzet niet minder worden schatten we in. We ramen in de begroting 2022 dezelfde inzet als in 2021; dit vraagt dus om lokale prioritering. Jongeren perspectief bieden, binnen krijgen en aangehaakt houden, incl. het stabiliseren van schulden en perspectief bieden op alle leefdomeinen; dat is waar WIL en de gemeenten voor staan. Het JPF kan hierin een rol spelen; het is aan de Lekstroom gemeenten te bepalen of zij aan het JPF willen meedoen en wat daarin de rol van WIL wordt. We hebben inzet hierop in de begroting 2022 niet geraamd
De uitdaging Voor 2022 is de uitdaging binnen het programma Inkomensondersteuning in de eerste plaats goede dienstverlening te kunnen bieden, ook als de klantaantallen toenemen en de klantproblematiek toeneemt. Dit is qua schuldhulpverlening alleen haalbaar als de inzet uit de Nullijn 2021 MINIMAAL wordt gecontinueerd. Qua Bijzondere regelingen is dit alleen mogelijk met een extra investering. Dan is WIL in staat samen met de Lekstroomgemeenten en tal van maatschappelijke ketenpartners een bijdrage te leveren aan het bestrijden en tegengaan van armoede, sociale uitsluiting en schulden voor de inwoners in de Lekstroom en de klanten van WIL in het bijzonder. We kunnen dan elke klant vanuit de leefwereld binnen de (wettelijke) termijnen maatwerk verlenen. Dit vraagt evenwel allereerst inhoudelijk richtinggevende uitspraken en besluiten. Als die gepaard gaan met de gevraagde ‘tenzij, ..’, dan ligt een andere situatie voor, dan als binnen de begroting gewerkt moet worden.
15
Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022 Vraagstuk/dilemma’s 1. 2.
3. 4. 5.
Moet de inhoudelijke inzet 2021 voor het programma Inkomensondersteuning ook in 2022 worden gecontinueerd? Voor Bijzondere Regelingen is een tenzij van circa 2 fte extra nodig om de dienstverlening kwalitatief en kwantitatief op niveau te kunnen houden in 2022. Is deze bereidheid er om nu te investeren en later de vruchten te plukken (ook op andere leefdomeinen als zorg en welzijn)? Of is het acceptabel dat de doorlooptijden oplopen? Is het nog steeds acceptabel dat er in geval van volumegroei, ongeacht de reden, direct richting crisisregime wordt gegaan? Is het acceptabel dat WIL op dit programma waar nodig bijschakelt om de dienstverlening kwalitatief op peil te houden, of zijn er grenzen? Waar moet in dat geval de inzet prioritair op gericht zijn? Voor wat betreft het Jongeren Perspectief Fonds. Is er bereidheid om extra te investeren op het stabiliseren van schulden en perspectief bieden op alle leefdomeinen voor jongeren?
16
Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022
Programma WERK Stand van zaken Binnen het programma Werk ligt de focus op de participatie en re-integratie van (potentiële) bijstandsklanten als ook een effectieve werkgeversdienstverlening om tot duurzame matching te kunnen komen. Sinds 2020 spelen de lokale werkteams hierin ook een grote rol. Dit lukt ons in 2021 goed, mede dankzij de extra financiële ruimte die in de begroting is gecreëerd door het afspreken van een tweetal ‘tenzij’s, ..’ op de Nullijn 2021. Onze klanten waarderen onze dienstverlening met een “7,6” (zie factsheet KTO) en “7,7” (zie factsheet WTO). De eerste ‘tenzij, …’ betreft de dienstverlening van het Jongerenloket; deze is vanaf 2021 structureel in de begroting verwerkt. Samen met het RMC zetten we ons in om jongeren te ondersteunen richting participatie of opleiding. De komende tijd zullen gemeenten, RMC en WIL zich verder inzetten op het verder ontwikkelen en versterken van het Jongerenloket en haar dienstverlening. De tweede ‘tenzij, ..’ betreft de inzet van een extra accountmanager voor de ontwikkelingen op de arbeidsmarktregio met SUWI en de inzet van het WSP is ook structureel verwerkt. Deze is ook in 2022 in de begroting verwerkt. Voor 2021 was deze inzet gericht op het verbinding leggen met de regionale tafel en het mee opbouwen van de initiatieven. In 2022 is de inzet meer gericht op het daadwerkelijk verbinden van onze inwoners aan projecten.
Meer gericht op de uitvoering en de verbinding vanuit de Lekstroom met de initiatieven op de Utrechtse Werktafel. In de Poort constateren we meer en meer een structurele verandering van ons klantenbestand. Dit wordt uitgebreider beschreven in de factsheet Veranderend Klantenbestand. Vooral de toenemende omvang en zwaarte van problematiek zorgt er voor dat voor een toenemend deel van ons klantenbestand meer inzet op de leefwereld noodzakelijk is. Die inzet proberen we ook te bieden, wat met corona -en de verschuiving naar meer digitale, in plaats van face tot face, dienstverlening- evenwel lastig is (en daarom nog wat naar achter geschoven was/is). Voor de werkdienstverlening als geheel speelt de evaluatie van de Innovatieagenda een grote rol in 2021. Besluitvorming hierover vindt in het vierde kwartaal van 2021 binnen de gemeenten plaats. Voor de implementatie aan de WIL-zijde is een implementatiebudget geraamd van 360K, zie ook de factsheet Innovatieagenda. In 2020 en 2021 heeft het Matchingsteam haar nut en noodzaak bewezen door de nieuwe klantgroep A in ruim 60% van de gevallen weer richting werk te laten uitstromen. Over nut en noodzaak om het Matchingsteam -qua inzet uiteraard afhankelijk van het volume- in 2022 voort te zetten is bij gemeenten en WIL dan ook geen discussie.
Wel over de wijze van financiering; de gezamenlijke wens is om hierover nieuwe afspraken te maken voor 2022. Daar waar in 2020 en 2021 gedeeltelijke financiering uit het lokale handgeld mogelijk was, ligt nu de vraag voor of dit ook in 2022 wenselijk is. Vanuit de lokale werkteams wordt aangegeven het lokale handgeld meer dan nodig te hebben om de re-integratie en participatie van de klantgroepen B-D goed op te pakken. Het continueren van de inzet van het Matchingsteam zou ook volledig binnen de WIL begroting worden opgenomen. Oftewel de dienstverlening verandert niet, hooguit de financiering; die verschuift dan gedeeltelijk van de gemeenten (lokaal handgeld) naar WIL. Bij de start van de Innovatieagenda zijn grofweg alle werkcoaches richting lokale werkteams gegaan. Wat we overhielden aan formatie waren poortwachters en accountmanagers. Tal van administratieve en ondersteunende taken op het terrein van de baangarantiebanen zijn echter bij WIL blijven liggen; deze hebben we met wat ‘knippen en plakken’ opgelost binnen de begroting. Sinds 2018 is de klantgroep voor wie deze dienstverlening wordt uitgevoerd evenwel met 67%
17
Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022 gestegen. In de uitvoering lopen we hierop ondertussen langzaamaan vast; een reparatieslag is nodig. Naar de toekomst toe is de verwachting dat het aantal administratieve taken verder zal stijgen. Ter illustratie. Voor de processen rondom jobcoaching en loonkostensubsidie sluit WIL aan bij het landelijke Preferente werkproces. Werkgevers worden geharmoniseerd bediend, de dienstverlening is kwalitatief van hoger niveau en efficiënter ingericht; hier zijn we trots op en dit loopt goed. In het preferente werkproces moeten een aantal juridische en administratieve taken worden uitgevoerd. Deze taken zijn tot nog toe bij de frontoffice Werk (=accountmanagers) belegd. We merken dat de accountmanagers hierdoor steeds minder tijd over houden voor hun eigenlijke werk: het goed bedienen van zo veel mogelijk werkgevers om kansen en werk te creëren voor onze klanten. Het WTO heeft laten zien dat het hiervoor noodzakelijk is extra te investeren op nazorg en verwachtingen management. De factsheet veranderend klantenbestand laat bovendien zien dat deze extra inzet ook nodig is gelet op matige concurrentiepositie van veel van onze klanten; zij staan achteraan in de rij. Last but not least doen we met een beperkte formatie aan accountmanagers ook de lokale werkteams. Al met al is hier dus een reparatieslag gewenst.
Relevante ontwikkelingen in 2022 (niet uitputtend)
Utrechtse Werktafel
• •
•
• Wet Breed Offensief Beoogd 2022
•
•
• Wet MOBW 2023
• •
Evaluatie innovatieagenda
• •
Zie factsheet Utrechtse Werktafel Het Rijk stuurt in toenemende mate dwingend op meer gezamenlijke werkgeversdienstverlening op het niveau van de arbeidsmarktregio; over wat dit betekent zijn we gezamenlijk in gesprek Eventuele inhoudelijke, organisatorische en budgettaire gevolgen worden duidelijk na besluitvorming eind 2021, begin 2022. De Wet Breed Offensief is op dit moment nog steeds controversieel verklaard: besluitvorming door nieuw kabinet verwacht in 2022; Wat houdt de wet in? Het Rijk stuurt in toenemende mate dwingend op uitvoering beschut werk/garantiebanen/LKS. Doelstelling is kwetsbare groepen meer laten participeren op de arbeidsmarkt. Gemeenten moeten dwingend een actief aanbod aanbieden. In de begroting is met een eventuele extra inzet e.d. nog geen rekening gehouden Gemeenten worden verantwoordelijk voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen. Vanuit een integrale aanpak: voor werk gaat het om betaald/onbetaald participeren in de maatschappij; Deze doelgroep wordt in het lokale werkteam bediend. In de begroting WIL is een eventuele extra inzet hierop niet meegenomen Zie de factsheet Innovatieagenda; in 2022 staat de implementatie van de genomen besluiten op de agenda Het implementatiebudget voor de WIL taken wordt in de 1ste Begrotingswijziging WIL 2022 verwerkt; het gaat om € 330.000 voor 2022.
18
Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022
• Matchingsteam •
Corona
• • •
• • Veranderend Klantenbestand
•
•
• • Wet Inburgering (WIB)
•
• • Inrichting Backoffice Werk
•
Zie hiervoor. Ook in 2022 is inzet nodig. We schatten in dat gelet op de verwachte volumestijging 4 fte inzet nodig is in 2022. Binnen de WIL begroting is voor 2022 1 fte poortwachter en 1 fte accountmanager begroot. Mocht het Matchingsteam in 2022 niet meer vanuit het lokale handgeld mede gefinancierd worden, betekent dit dat de WILbegroting 2022 met 2 fte voor het Matchingsteam opgeplust moet worden; grof geschat betekent dit € 200.000 voor 2022. Zie factsheet Corona Mochten de klantaantallen stijgen, dan schakelen we over op de afgesproken crisisregimes Dat doen we binnen de begroting i.k.v. de afspraken over het crisisregime. Zie factsheet Veranderend klantenbestand Afhankelijk van de keuzes die gemaakt worden is hier extra inzet nodig. Specifiek voor Werk geldt dat verder nagedacht moeten over de doelgroep zzp’ers en statushouders; de eerste doelgroep neemt toe en ook hier is specifieke kennis voor nodig.
De tweede doelgroep is omvangrijk Wij stellen een verkenning voor of specifiek doelgroepenbeleid ter zake gewenst is; in de begroting wordt met geen bijzondere inzet rekening gehouden voor zzp’ers In het vierde kwartaal 2021 vindt bij de gemeenten besluitvorming plaats over de precieze uitvoering van de WIB De gemaakte keuzes kunnen binnen het Programma Werk gevolgen hebben voor: - Poort: welke rol wordt van WIL gevraagd bij de intake van de statushouders - Lokale Werkteams: focus op deze groep of niet, is aan gemeenten - WSP: de focus in de lokale werkteams bepaalt deels de inzet vanuit het WSP, ook voor statushouders In de begroting is alleen generieke inzet van WIL op deze doelgroep geraamd Zie hiervoor. Het goed blijven bedienen van de doelgroep banenafspraak door WIL en de lokale werkteams vraagt in 2022 om een uitbreiding van de formatie van circa 0,5 fte. Om ook de processen rondom jobcoaching en loonkostensubsidie juridisch en administratief goed te kunnen borgen is in 20022 circa 1,2 fte nodig. Ons voorstel is de accountmanagers hiervan te ontlasten en zo ook meer plaatsingen te kunnen realiseren als ook te investeren in een nog beter samenspel tussen WGSP en LWT’s. Deze inzet vraagt denken wij € 100.000 extra voor 2022.
19
Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022 De uitdaging Voor 2022 is de uitdaging binnen het programma Werk enerzijds goede dienstverlening te kunnen bieden, ook als de klantaantallen toenemen en de klantproblematiek toeneemt. Anderzijds is de uitdaging om de inzet en organisatie van het programma in 2022 aan te passen aan de geschetste ontwikkelingen, in het bijzonder de evaluatie van de Innovatieagenda. Dit vraagt evenwel allereerst inhoudelijk richtinggevende uitspraken en besluiten. Als die zo nodig gepaard gaan met een ‘tenzij, ..’, dan ligt een andere situatie voor, dan als binnen de begroting gewerkt moet worden. Vraagstuk /dilemma’s 1. 2. 3.
Is het nog steeds acceptabel dat er i.g.v. volumegroei, ongeacht de reden, direct richting crisisregime wordt gegaan? Is het acceptabel dat WIL en de lokale werkteams op dit programma waar nodig bijschakelen om de dienstverlening kwalitatief en kwantitatief op peil te houden, of zijn er grenzen? Waar moet in dat geval de inzet prioritair op gericht zijn? Bent u bereid t.b.v. de voortzetting van de dienstverlening van het Matchingsteam lokaal dan wel binnen de WIL begroting) extra middelen beschikbaar te stellen?
20
Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022
Programma Bedrijfsvoering Stand van zaken Binnen het programma Bedrijfsvoering wordt gewerkt aan het faciliteren van de dienstverlening en organisatie van WIL als ook het (randvoorwaardelijk) ondersteunen van de uitvoering en bestuur, directie en management. Binnen het programma vallen zaken/teams als Klantenservice, Bezwaar en beroep, HR, Managementondersteuning/secretariaat, Kwaliteitsbeheer en ontwikkeling, Financiën, Beleid en Juridische Zaken en Communicatie. Binnen de gemaakte keuzes voor 2021 lukt dit op hoofdlijnen goed. Voor de meeste teams binnen bedrijfsvoering geldt dat zij ondersteunend en dienend zijn aan de uitvoering. Denk aan teams als beleid, kwaliteitsbeheer en communicatie. Zij kunnen in enige mate meebewegen met de vraag vanuit de uitvoering. Andere teams zijn ofwel klantgericht (bezwaar en beroep, klantenservice) en moeten dus 1-op-1 meebewegen met wat gevraagd wordt, dan wel zijn sterk systeemgericht (financiën en ICT), wat hun flexibiliteit eveneens beperkt. Overall geldt dat het zelfregulerend vermogen en adaptief vermogen van ons bedrijfsbureau goed is. Zonder de andere teams onrecht te willen aandoen, geldt voor in ieder geval twee teams dat zij eind 2021 echt aan hun taks zitten: ICT/APB en HR.
In het geval van HR komt dit door de impact van Corona en tal van andere vraagstukken (huisvesting, Innovatieagenda, vergroten taakvolwassenheid, deskundigheidsbevordering, SW-vraagstuk, aanbestedingen, MTO, verzuim, e.d.). Schuifruimte is er nauwelijks: ons personeel verdient aandacht en zorg, tegelijk moet de organisatie verder doorontwikkeld worden. Geen van beide kan blijven liggen. Eind 2021 hebben we daarom op HR tijdelijk formatie bijgeplust. In het geval van ICT/APB speelt de dynamiek op ICT sec, in combinatie met de impact van Corona (faciliteren thuiswerken en nu hybride werken, e.d.). Schuifruimte is er ook hier nauwelijks: beide moeten. Het is hierom dat we op ICT in de loop van 2021 tijdelijk formatie hebben bijgeplust. De meerkosten vangen we binnen de begroting op; dit is evenwel niet duurzaam mogelijk (omdat het VHL frictiebudget volgend jaar stopt o.a.) Relevante ontwikkelingen in 2022 (niet uitputtend)
• Alle eerder genoemde thema’s
•
• Ruime aandacht voor personeel en organisatie nodig
Toenemend aantal complexe WOB verzoeken
• •
•
•
Vrijwel alle ontwikkelingen vragen inzet van alle teams. De uitvoering is hierin vaak leidend; bedrijfsvoering is hierin grotendeels volgend. Met een uitzondering voor beleid Afhankelijk van keuzes kunnen we dit binnen de begroting doen; zo veel als mogelijk zullen we evenwel proberen te schuiven, te herprioriteren Zie factsheets Corona, Personeel en organisatie als ook Innovatieagenda e.d. Er moet in 2022 fors in personeel en organisatie geïnvesteerd worden; dit vraagt bovenal inzet van HR Is niet binnen de begroting op te vangen; vraagt extra inzet van 2/3 fte voor 1 jaar Aantal (complexe) WOB verzoeken loopt op, als ook werk dat dit met zich meebrengt. In 2021 bv. 2 forse WOB verzoeken over Totta gehad Mits binnen de perken kunnen we dit intern opvangen
21
Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022
ICT
• •
Zie factsheet ICT Kunnen we structureel niet binnen de begroting oppakken; voor 2022 met ‘knippen en plakken’ waarschijnlijk wel
De uitdaging In 2022 zullen een aantal grote vraagstukken uitwerking vragen dan wel doorontwikkeling vragen. Richtinggevende keuzes zijn hierop evenwel nog niet of slechts beperkt gemaakt, dan wel is definitieve besluitvorming nog niet aan de orde (denk aan Innovatieagenda, Evaluatie SW, veranderend klantenbestand, e.d.). Gelet op de flexibiliteit bij teams als communicatie en beleid is de verwachting dat we met herprioritering een eind kunnen komen om binnen de begroting te blijven; op andere bedrijfsvoeringterreinen is evenwel minder sprake van flexibiliteit (ICT en HR bv). Een ‘tenzij, ..’ is hier aan de orde. Met een begrotingswijziging als gevolg. Vraagstuk /dilemma’s 1.
Zijn er zaken die hogere prioriteit hebben dan andere als er binnen bedrijfsvoering door werkdruk geprioriteerd moet worden; wat zou altijd voor moeten gaan? Wat mag eventueel (langer)blijven liggen?
22
Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022
Bijlagen Factsheets onderliggende thema’s
23
Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022
Veranderend klantenbestand Stand van zaken WIL ziet de samenstelling van het klantenbestand veranderen. Hierbij zijn een aantal ontwikkelingen zichtbaar. In de eerste plaats wijzigt het bestand als gevolg van de economische ontwikkelingen als ook als gevolg van corona. In de tweede plaats zien wij dat onze klanten in toenemende mate te maken hebben met problematiek op meerdere domeinen, vaak ook nog zwaarder van aard. Daarnaast wordt steeds duidelijker dat een organisatie als WIL een hybride rol heeft: vertrouwen – wantrouwen. Het is dan ook van belang om te kijken of het dienstverleningsconcept nog passend is. Tot de coronacrisis zich manifesteerde, nam klantgroep A (vroeger 1) af en was vooral bij klantgroep B en D een groei te zien. De Innovatieagenda en de lokale werkteams zijn dan ook voornamelijk gericht (geweest) op het bedienen van de klantgroepen B, C en D, omdat klantgroep A eigenlijk niet meer een beroep hoefde te doen op een uitkering. Als gevolg van Corona en de impact hiervan echter hebben wij ondertussen weer (tijdelijk waarschijnlijk) te maken met klantgroep A. In het Matchingsteam vangen we deze klanten op. Zie hiervoor de factsheet Programma Werk. De reguliere instroom bestaat nog steeds uit een mix van de doelgroepen B, C en D, mede omdat de Wsw en de Wajong (deels) zijn afgesloten. Dit is ook het beeld voor de langere termijn.
Deze klantgroepen kenmerken zich door een toenemende complexiteit van klantproblematiek. Wat vroeger de uitzondering was, vormt nu de bulk van ons bestand. Het vanuit de leefwereld bedienen van deze klanten is veelal (tijds)intensief, maar doen we met veel inzet en betrokkenheid. De Cliëntenraad WIL geeft al langer aan dat WIL te sterk uitgaat van de zelfredzaamheid van onze klanten. Wij zien ook in toenemende mate dat de zelfredzaamheid van onze klanten afneemt. Dit past bij de uitkomsten van landelijk onderzoek waaruit blijkt dat een deel van onze doelgroep digitaal beperkt vaardig is, minder taalvaardig is en deels soms verstandelijk beperkt is. Door afbouw van de infrastructuur voor deze groep inwoners wordt er in toenemende mate naar WIL gekeken. Het afnemen van de zelfredzaamheid is al langer zichtbaar doordat sinds 2015 een aantal nieuwe doelgroepen een beroep op WIL doen. Dit betreft een groep klanten die tot die tijd toegang kregen tot de Wsw of de Wajong. Door de beperking van toegang (Wajong) of gehele stop op toegang (Wsw) doen deze klanten een beroep op de Participatiewet. Dit zijn klanten die verminderd zelfredzaam zijn, zonder dat persé sprake is van zwaardere of meervoudige problematiek. Inmiddels zit bijvoorbeeld 1 op de 6 klanten in het doelgroepenregister.
Het effect van ook deze ontwikkeling begint nu een steeds groter effect op de samenstelling van ons klantenbestand te krijgen. Exacte aantallen zijn niet te geven, maar een grote groep klanten is momenteel beperkt tot niet zelfredzaam. De dienstverlening van WIL is, vanuit de opdracht van WIL en de Participatiewet in hoge mate gestoeld (geweest) op de zelfredzaamheid van klanten met beperkte problematiek. Met maatwerk en goed inspelen op de leefwereld kan veel worden opgevangen. Gezien de afnemende zelfredzaamheid van onze klanten en het stijgende volume van deze groep, is het ondertussen evenwel de vraag of een meer structurele herijking van het dienstverleningsconcept niet wenselijk is. Moet de beperkte zelfredzaamheid niet veel meer het uitgangspunt zijn van het dienstverleningsconcept van WIL (en de lokale werkteams)? Een nieuw concept dat zich richt op meer aandacht voor de individuele klant? Onder andere door meer focus op “voorzorg” nazorg en begeleiding on the job.
24
Kaderstellend Raadsdebat WIL Samen doen wat kan in 2022
Door een aantal ontwikkelingen wordt ook duidelijker zichtbaar dat de Participatiewet (te) sterk uitgaat van wantrouwen en te veel nadruk legt op handhaving en rechtmatigheid. Landelijk is dit geluid te horen in nasleep van onder andere de Kinderopvang Toeslagaffaire, de boodschappencasus, et cetera. Als uitvoerder van de Participatiewet geldt dit ook voor de dienstverlening van WIL. Al stelt de Cliëntenraad dat WIL het in vergelijking met andere sociale diensten nog altijd goed voor elkaar heeft. Met maatwerk en goed inspelen op leefwereld klanten kunnen we een eind komen, maar is ondertussen herijking van het dienstverleningsconcept WIL ook op dit punt niet wenselijk? Met vertrouwen als uitgangspunt en beperkte risicomaatregelen aan de achterkant? Dit past ook beter bij beperkte zelfredzaamheid van een groot deel van de doelgroep. Op beide vragen denken wij dat het antwoord ‘ja’ moet zijn. Een eerste verkenning op het ‘hoe dan?’ in eigen huis loopt momenteel. Uit terugkoppeling van de Cliëntenraad WIL blijkt dat beeldvorming bij klanten en ketenpartners WIL dusdanig is dat er veel van WIL verwacht wordt in termen van ondersteuning. Deels terecht, deels de vraag. Maar het is duidelijk dat een deel van de inwoners ‘zwemmend’ is; ze weten niet tot wie ze zich moeten wenden met de vragen waar ze mee zitten. Dit wordt bevestigd in het meest recent KTO; zie factsheet B-10.
Gelet op rol en opdracht WIL i.r.t. veranderende bedrijfsomgeving (arbeidsmarkt, klantenbestand en afbouw sociale infrastructuur) is het de vraag of de verwachtingen van klanten en ketenpartners reëel zijn. Het lijkt daarom goed om per gemeente in gezamenlijke sessie beelden, paradigma’s, verwachtingen, rollen, verantwoordelijkheden en dilemma’s met elkaar te delen en samen tot ontwikkelagenda en mogelijk andere rolverdeling te komen; onder regie van de gemeente. Wij zijn hierover met elkaar het gesprek aangegaan. Er ligt een duidelijke verantwoordelijkheid en taak voor al deze partners gezamenlijk, de oplossing ligt niet alleen bij WIL. Er is een duidelijke verbinding met zorg en gemeenten die de sturing op een integraal sociaal domein steeds meer vorm willen geven. Samen kunnen we hier stappen in nemen. De veranderende samenstelling van het klantenbestand heeft ook gevolgen voor onze medewerkers. Er worden in toenemende mate andere competenties gevraagd in de interactie met onze klanten. Dit bevestigt de wens om het dienstverleningsconcept te herijken. Vanuit de leefwereld vraagt het voorgaande om (nog) meer aandacht voor onze klanten. Dit kunnen we bereiken door de huidige personele inzet intensiever in te zetten voor een kleinere groep klanten. Nadeel is dat hierdoor een deel van onze klanten niet of later de dienstverlening krijgt die nodig is.
De andere optie is de benodigde personele inzet aan te passen aan de veranderende samenstelling. Uiteraard moet de dienstverlening passend blijven bij de leefwereld en niet doorslaan richting pamperen.
Relevante ontwikkelingen in 2022 Complexiteit neemt toe
Matchingsteam continueren essentieel
•
De afgelopen jaren was vooral bij klantgroep B, C en D een groei te zien; klantgroep A nam af. Deze ontwikkeling zet door, met een toenemende complexiteit van klantproblematiek als gemene deler.
•
Als gevolg van Corona komt (tijdelijke) een nieuwe groep klanten uit klantgroep A binnen Deze groep staat dicht bij de arbeidsmarkt; snel schakelen is goed mogelijk (preventief) Het continueren van het Matchingsteam is belangrijk in deze, op niveau.