2025-353 Bijlage 1. Omgevingsprogramma Natuur in de Stad 2023-2033 met toevoeging onderdeel bomen
Tekst van het document
3.1 Omgevingswet 3.2 De rol van de gemeente Terug naar inhoudsopgave
– 33 –
Wet- en regelgeving | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
3.1
Omgevingswet
isoleren veilig gebeuren, zonder schade aan de natuur. Zonder een SMP moet voor elke activiteit apart een onderzoek worden gedaan, met bijbehorende maatregelen. Daarnaast moeten de maatregelen algemeen nuttig zijn; het isoleren van één woning zou dan ook niet goedgekeurd worden. Een SMP helpt daarom beide partijen; allerlei soorten worden beschermd terwijl ook bijvoorbeeld isolaties per woning mogelijk zijn. Op basis van het SMP worden ontheffingen (toestemmingen) gegeven voor isolatie op specifieke plekken. Daarmee wordt gewerkt volgens de eisen van de Wet natuurbescherming. Het maken van een SMP kan tot twee jaar duren. Dat komt doordat er bijvoorbeeld een jaar lang onderzoek en tellingen van soorten moet worden gedaan. Voor de tijd die nodig is om het SMP te maken, is een ‘pre-SMP’ ontheffing aangevraagd bij de provincie. De provincie kan op basis van dit pre-SMP een tijdelijke ontheffing voor specifieke plekken geven. Deze ontheffing maakt het mogelijk om al te gaan verduurzamen. De ontheffing wordt in het eerste kwartaal van 2024 verleend. Dat wil zeggen dat er dan toestemming is gegeven.
Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Voorheen hadden de Wet natuurbescherming met het onderdeel houtopstand (artikel 4.1). Deze is nu opgenomen in de Omgevingswet, onder het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL), artikel 11.111, lid 2. De Wet natuurbescherming is hiermee opgenomen in de Omgevingswet. In Nederland zijn meer dan drieduizend soorten die kwetsbaar (gevoelig) zijn of dreigen te verdwijnen. De Wet natuurbescherming is geschreven om deze soorten te beschermen. Naast beschermde soorten zijn er ook ‘rode Lijst soorten’. Dit zijn soorten die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Een soort die op de rode Lijst staat, is niet automatisch ook beschermd. Een soort komt op de lijst met beschermde soorten met een Algemene maatregel van bestuur. In de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) worden alle waarnemingen verzameld. Deze kunnen worden bekeken door bijvoorbeeld bouwers en ontwikkelaars. In Bijlage J staat welke beschermde soorten en welke rode lijst soorten zijn waargenomen in Nieuwegein en tot 500 meter buiten Nieuwegein. Bij de pijler Beschermen in hoofdstuk 5 noemen we een aantal maatregelen om deze soorten te beschermen of te versterken. Centraal in de aanpak van soortenbescherming staat het SoortenManagementPlan (SMP) voor gebouwbewonende soorten. Dat zijn soorten die in en om gebouwen wonen.
Zie ook de maatregelen bij de pijler Beschermen in hoofdstuk 5.
De pre-SMP geldt voor de volgende soorten: Gierzwaluw (Apus apus) Huismus (Passer domesticus) Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus)
Wat is een SMP? In een SMP staat welke maatregelen wanneer en waarvoor moeten worden genomen om soorten te beschermen bij bepaalde activiteiten. Denk bijvoorbeeld aan het isoleren van een woning. Soorten als de vleermuis wonen vaak in de muren van een woning. Bij het isoleren, raken deze dieren verstikt en sterven ze en/of wordt het aantal mogelijkheden om nesten te maken een stuk kleiner. In een SMP staat welke maatregelen moeten worden genomen zodat de dieren ergens anders kunnen verblijven. Daarna kan het
Laatvlieger (Eptesicus serotinus) Ruige dwergvleermuis (Myotis dasycneme) Meervleermuis (Myotis dasycneme) Baardvleermuis (Myotis mystacinus) – 34 –
Omgevingsprogramma 2023-2033
Foto Unsplash
– 35 –
| Natuur in de stad
Wet- en regelgeving | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL) In het BAL heeft het Rijk algemene regels opgesteld voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. De regels in het BAL gelden voor een ieder die actief is in de fysieke leefomgeving, dus voor inwoners, bedrijven en overheid. De belangrijkste artikelen voor bomen en groen zijn te vinden onder 11.1, 11.2 en 11.3 (hoofdstuk 11 activiteiten die de natuur betreffen).
Brandt’s vleermuis (Myotis brandti) Franjestaart (Myotis nattereri) Tweekleurige vleermuis (Vespertilio murinus) Gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus)
Bevoegd gezag Met het ingaan van de Omgevingswet spreken we over een bebouwingscontour kap in plaats van over de bebouwde kom. Houtopstanden/ bomen binnen de bebouwingscontour houtkap vallen onder het bevoegd gezag van de gemeente. In het Omgevingsplan worden de bebouwingscontour houtkap en regels voor het kappen van bomen aangegeven. Staan de houtopstanden/bomen buiten de bebouwingscontour houtkap dan is in de meeste gevallen de Provincie Utrecht het bevoegd gezag. Bij het Informatiepunt Leefomgeving staan de Rijksregels vermeldt als het gaat om houtopstanden/bomen buiten de bebouwingscontour kap: Rijksregels vellen houtopstand, herbeplanten, verhandelen en bezit van hout(producten) | Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl).
Kleine dwergvleermuis (Pipistrellus pygmaeus)
3.2 De rol van de gemeente De gemeente heeft een aantal taken en rollen in de wet- en regelgeving.
'Naast beschermde soorten zijn
Quickscan Een Quickscan is een natuurtoets, die wordt gedaan door een gespecialiseerd (ecologisch) adviesbureau. De Quickscan maakt duidelijk of in een bepaald gebied beschermde soorten zijn. Ook maakt de Quickscan duidelijk of bepaalde plannen, activiteiten of projecten nadelig kunnen zijn voor die soorten. In Bijlage I geven we een uitgebreidere uitleg hierover.
er ook ‘rode lijst soorten’. Dit zijn soorten die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Een soort die op de rode lijst staat, is niet automatisch ook
Gedragscode soortbescherming De gedragscode van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) zorgt ervoor dat
beschermd. – 36 –
Omgevingsprogramma 2023-2033
| Natuur in de stad
Huismus (Passer domesticus) Foto Unsplash
– 37 –
Wet- en regelgeving | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
iedereen goed omgaat met beschermde planten en dieren. Deze gedragscode is gemaakt op basis van de gedragscode Ruimtelijke Ontwikkeling of Inrichting (van RVO) en de gedragscode Bestendig Beheer of Onderhoud (van RVO). De gedragscode soortbescherming is er voor alle gemeenten. Elke gemeente kan deze gedragscode van toepassing laten verklaren door middel van een collegebesluit (zie ook paragraaf 5.3).
die zijn ontstaan uit zaailingen of opschot geldt dat een omgevingsvergunning kap aangevraagd moet worden als de boom een stamomtrek van 90 centimeter of meer heeft op een hoogte van 1,30 meter boven maaiveld (vanaf de grond). Bomenkaart Op de bomenkaart staan alle bomen die niet gekapt mogen worden zonder een omgevingsvergunning kap. De bomen op de bomenkaart zijn alle bomen die vallen binnen de contouren van het Groenstructuurplan en bomen die op basis van de boomwaardebepaling minimaal 42 punten krijgen. De kaart is een dynamisch document en wordt regelmatig bijgewerkt.
3.2.1 Boombescherming Het bomenbeleid gaat als eerste over de bomen die de gemeente zelf in eigendom heeft. Maar de gemeente heeft ook bevoegdheid om bomen op particulier terrein te beschermen. In Bijlage K leggen we uit met welke vormen van bescherming we te maken hebben: ondergronds, bovengronds en bomen van andere mensen. We leggen daarin uit met welke problemen bomen te maken hebben, zowel boven de grond als onder de grond.
Beslisbomen Om te bepalen of een boom gekapt mag worden, c.q. of deze in aanmerking komt voor een omgevingsvergunning kap zijn twee beslisbomen opgesteld. De juridische grondslag voor deze beslisbomen is opgenomen in de Bomenverordening. Gaat het om een situatie waarbij de ruimte anders wordt ingericht? Denk aan een (her)inrichting van een gebied. Of blijft de ruimte hetzelfde? Afhankelijk van het antwoord op die vraag wordt bepaald welke beslisboom van toepassing is. De beslisbomen zijn te vinden in Bijlage L. De beslisboom met de titel ‘De ruimte wordt anders ingericht’ wordt toegepast voor situaties waarbij sprake is dat er bomen gekapt moeten worden als gevolg van aanpassingen in de openbare ruimte, zoals woningbouw, (grootschalige) renovatie van de openbare ruimte, het herinrichten van een straat. Dus wanneer de kap van een of meerdere bomen het gevolg is van andere werkzaamheden. De beslisboom met de titel ‘De ruimte wordt niet anders ingericht’ wordt toegepast bij een kapverzoek waarbij het enkel gaat om een boom of bomen eruit en verandert er verder niets aan de omgeving.
Bomenverordening De bescherming van onze houtopstanden/bomen is geregeld in de Bomenverordening. In de Bomenverordening ligt vast hoe wij omgaan met onze bomen. Aanvullend kunnen er regels zijn/worden opgenomen in de APV. Volgens de Omgevingswet worden verordeningen over de fysieke leefomgeving, zoals de bomenverordening, opgenomen als omgevingsplanregels. Net als alle andere gemeenten heeft de gemeente Nieuwegein nog enkele jaren de tijd om alle verordeningen te verwerken in omgevingsplanregels. Tot die tijd worden de verordeningen nog gebruikt en zullen we de bomenverordening dus in de huidige vorm updaten. Omgevingsvergunning kap nodig of niet nodig? Of een boom wel of niet gekapt mag worden zonder omgevingsvergunning hangt van een aantal zaken af. In de gemeente Nieuwegein werken we met een bomenkaart. Daarop staan alle gemeentelijke bomen die altijd een omgevingsvergunning kap nodig hebben. Is een boom aantoonbaar ernstig ziek of vormt deze gevaar voor de omgeving? Dan kan hiervan worden afgeweken. Voor particuliere bomen en bomen
Noodkap Het komt voor dat een boom direct gekapt moet worden. Denk bijvoorbeeld aan een boom die onherstelbare schade heeft opgelopen bij een storm en daardoor instabiel is geworden. In een bosrijke omgeving kan zo’n boom rustig vallen, – 38 –
Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de Stad
in een bewoonde omgeving kan dat flinke schade opleveren. Ten behoeve van de veiligheid moet de boom dan ook direct gekapt worden. In dergelijke gevallen wordt dan achteraf een vergunning aangevraagd.
| Wet- en regelgeving
Herplant(plicht) Is behouden/verplanten niet mogelijk en wordt gekozen om een aanvraag te doen voor een omgevingsvergunning kap, dan kan herplant een onderdeel van de vergunning zijn. Herplant kan worden verplicht als een boomwaarde 42 punten of hoger is. In sommige gevallen wordt op vrijwillige basis een herplanting gedaan. Echter is het ook mogelijk dat de gemeente een herplantplicht op legt als voorschrift bij een omgevingsvergunning kap. In het geval van een herplantplicht zijn er twee verschillende vormen, te weten de fysieke herplantplicht en de financiële herplantplicht:
Boomwaarde en verwijderingsbelang Om de waarde van bomen meer meetbaar te maken is een aantal criteria bepaald. Deze criteria zijn in gezamenlijkheid opgesteld, te vinden in de Bomenverordening en verder uitgewerkt in het BBP 2019. Nu worden deze criteria bijgewerkt naar de actuele situatie. Onder andere de onderwerpen klimaatadapatie en biodiversiteit worden opgenomen. In Bijlage M en N zijn de tabellen ‘bepalen boomwaarde’ en ‘verwijderingsbelang’ te vinden.
Fysieke herplantplicht Bij een fysieke herplantplicht moeten bomen worden terug geplant. Is dat niet mogelijk dan wordt gekeken naar een locatie zo dichtbij als mogelijk. Als laatste optie is herplant op een andere locatie mogelijk. De aanvrager van de omgevingsvergunning kap kan vervolgens de soorten kiezen uit de Boom- en plantwijzer van de gemeente, hiervan afwijken kan alleen in overleg met de gemeente.
Toepassing tabellen Tabel Bepalen boomwaarde, Bijlage M: We passen deze tabel toe om te bepalen of een boom (potentieel) waardevol c.q. monumentaal is en/of bij aanvragen voor een omgevingsvergunning kap. Vanaf 42 punten is een boom (potentieel) waardevol, vanaf 68 punten is een boom (potentieel) monumentaal.
Financiële herplantplicht Soms is het technisch onmogelijk om nieuwe bomen te planten binnen het plangebied. In zo’n geval legt de gemeente een financiële herplantplicht op. De hoogte van de financiële herplantplicht is 100% van de financiële waarde van de te verwijderen bomen. Dit bedrag wordt door de gemeente gekenmerkt en gebruikt om de bomen te compenseren op een (of meer) andere locatie(s) in Nieuwegein. De financiële waarde van een boom wordt bepaald met het Rekenmodel Boomwaarde, een methode van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB). Het rekenmodel gaat uit van de stichtings- en beheerkosten, oftewel: wat zou het kosten om dezelfde boom op dezelfde plek opnieuw te laten groeien. Daarbij wordt rekening gehouden met de soort boom (bijvoorbeeld: hoe oud kan deze soort worden), de standplaats (een boom in verharding wordt doorgaans minder oud dan een in het plantsoen), de beheerkosten (een straatboom heeft meestal meer onderhoud nodig dan een parkboom) en dergelijke. De financiële waarde
Wil men een boom kappen welke enkel gekapt mag worden met een omgevingsvergunning kap? Dan wordt de boomwaarde bepaald en deze afgewogen tegen het verwijderingsbelang. Het verwijderingsbelang wordt bepaald door gebruik te maken van de tabel Verwijderingsbelang, Bijlage N. Een omgevingsvergunning voor kap wordt alleen verleend als het verwijderingsbelang hoger is dan de boomwaarde. Verplanten of verwijderen Wanneer het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen is stap één altijd om te kijken of de boom/bomen in te passen zijn in het ontwerp. Bij voorkeur op de huidige plek, maar verplanten kan ook een optie zijn. Wil men een boom kappen, maar blijft de ruimte hetzelfde? Ook dan is stap één om te kijken of de boom verplant kan worden. Om te komen tot de juiste beslissing wordt de beslisboom (Bijlage L) doorlopen. – 39 –
Wet- en regelgeving | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
wordt bepaald door een erkende boomtaxateur, in opdracht en op kosten van de initiatiefnemer.
kap informeert de gemeente de belanghebbenden over het voornemen om de boom of bomen te vellen. We leggen uit waarom de boom gekapt moet worden. We leggen ook uit of er herplant plaats vindt met nieuwe bomen, het is namelijk niet altijd mogelijk een nieuwe boom terug te planten. De communicatie vindt, afhankelijk van de situatie, op een of meer van de onderstaande manieren plaats. Bij bomen welke geen omgevingsvergunning kap nodig hebben is er geen publicatie via Overheid.nl en is er geen bezwaar mogelijk. • Buurtbewoners college en raad: via een buurtbericht en/of via de communicatie over een herinrichtingsproject (bijvoorbeeld bij herstraatwerkzaamheden). • Wijk: via de wijknetwerkvergaderingen. • Inwoners Nieuwegein: via de gemeentepagina in het Kontakt en via de gemeentelijke website. Soms ook met borden om aan te duiden dat we ‘hier’ werken aan de kwaliteit van het groen. • IVN, Vogelwacht en andere natuur- en milieuverenigingen in de gemeente Nieuwegein: informeren van de contactpersonen door een medewerker van het Openbaar Domein.
Combinatie van fysieke- en financiële herplantplicht Als het niet mogelijk is om voldoende bomen duurzaam te herplanten, dan kan er ook een combinatie van fysieke en financiële herplantplicht worden opgelegd. Communicatie bij kap Hoe informeren wij belanghebbenden bij voorgenomen kap en uitvoering van de kap? We onderscheiden een aantal verschillende situaties, in deze paragraaf leggen we uit wanneer en hoe wij informatie delen. Informeren over voorgenomen kap Omgevingsvergunningplichtig: Bij bomen die een omgevingsvergunning kap hebben bomen volgt de gemeente de gebruikelijke procedure van publicatie en inspraak. (Direct belanghebbenden krijgen bij voorgenomen kap een buurtbericht om hen vooraf te informeren over het voornemen van de gemeente.) Dat wil zeggen dat de aanvraag Omgevingsvergunning voor het kappen van een boom wordt gepubliceerd via Overheid.nl. Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden en daarmee berichten over hun buurt automatisch in hun mailbox ontvangen. Belanghebbenden kunnen binnen twee weken na publicatie hun mening kenbaar maken over de voorgenomen kap (zienswijze indienen), zie verderop in dit hoofdstuk (Bezwaarprocedure). De gemeente beoordeelt de zienswijzen en koppelt aan de indiener terug wat ermee wordt gedaan. Hierna kan de vergunning wel/niet worden verleend.
Niet Omgevingsvergunningplichtig: Direct belanghebbenden ontvangen een buurtbericht waarin de gemeente uitleg geeft over de voorgenomen kap. Het is in dat geval niet mogelijk bezwaar te maken omdat de bomen gekapt mogen worden zonder vergunning.
Informeren bij een ruimtelijk project Bij een ruimtelijk project vindt communicatie over de bomenkap plaats via de gebruikelijke kanalen van dat project. Als er in het project (ook) bomen die een omgevingsvergunning kap nodig hebben worden gekapt, worden de aanvraag en de uiteindelijke vergunning op de gebruikelijke manier gepubliceerd via Overheid.nl. Informeren bij noodkap In dat geval is het toegestaan om de boom direct te kappen en achteraf een omgevingsvergunning kap aan te vragen. Deze wordt op de gebruikelijke wijze gepubliceerd. Het kan in deze situaties dan ook voor komen dat inwoners niet apart worden geïnformeerd. In sommige gevallen zullen wij inwoners achteraf informeren. Bezwaarprocedure Een aanvraag voor een omgevingsvergunning kap wordt kritisch bekeken. Er wordt een afweging gemaakt tussen de waarde van de boom en de belangen van degene die de aanvraag heeft in-
Informeren over uitvoering van de kap (gemeentelijke bomen) Ongeveer twee weken voor de uitvoering van de – 40 –
Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de Stad
gediend. Wanneer de gemeente van plan is een omgevingsvergunning kap te verlenen, wordt dit voornemen gepubliceerd via Overheid.nl. Belanghebbenden kunnen binnen twee weken hun mening kenbaar maken over het voornemen (een zienswijze indienen). De gemeente beoordeelt de zienswijzen en koppelt aan de indiener terug wat ermee wordt gedaan. Pas daarna beslist het college van burgemeester en wethouders of de vergunning wel of niet wordt verleend. Als belanghebbenden het niet eens zijn met dit besluit kunnen ze daar binnen zes weken na verzending van de omgevingsvergunning kap bezwaar tegen maken. We gaan dan in een bemiddelingsgesprek om te komen tot een oplossing. Komt er geen oplossing dan wordt het bezwaar behandeld in de bezwaar- en beroepscommissie. Als laatste optie kan men naar de rechtbank. Het kappen van een boom is onomkeerbaar. In de Bomenverordening is dan ook opgenomen dat pas van de omgevingsvergunning kap gebruik mag worden gemaakt als de vergunning onherroepelijk is. Dat betekent dat pas gekapt mag worden als na zes weken geen bezwaarschrift is binnengekomen, dan wel als alle bezwaar- en beroepsprocedures zijn afgerond. Als de gemeente een of meer bomen kapt waar geen vergunning voor nodig is, informeert zij toch de omwonenden.
| Wet- en regelgeving
te Nieuwegein sinds 1 januari 2023 samen met de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht. Deze samenwerking geldt voor drie taken: Controleren Het controleren van onderzoeksrapporten zoals Quickscans of inventarisatierapporten. Handhaven Ervoor zorgen dat iedereen zich houdt aan de regels van de Wet natuurbescherming. Wanneer dat niet gebeurt of als we vermoeden dat het niet gebeurt, zorgt de RUD ervoor dat de regels wél worden gevolgd. Adviseren De RUD geeft gemeente Nieuwegein advies. Wanneer meer advies of ondersteuning bij onderzoeken nodig is, kan de gemeente ecologen van de RUD inschakelen.
Invasieve soorten Als het gaat om invasieve soorten hebben we als gemeente de plicht deze te bestrijden c.q. voorkomen waar mogelijk. Sommige soorten staan op een verboden lijst van de Europese Unie. De Ailanthus (hemelboom) is één van die boomsoorten die verboden is vanuit de Europese Unie, dat betekent dat de boom niet meer geplant mag worden. Dit verbod is ingezet op 15 augustus 2019. Vanuit de provincie is een uitvoeringsprogramma opgesteld over het omgaan met invasieve soorten: Het uitvoeringsprogramma Invasieve Exoten 2022-2026: Report (provincie-utrecht.nl). Hierin wordt ingegaan op verschillende invasieve soorten; zowel dieren als planten.
'Een aanvraag voor een omgevingsvergunning kap wordt kritisch bekeken. Er wordt een afweging gemaakt tussen de waarde van de boom en de belangen van degene die de aanvraag heeft
Samenwerking Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht Voor de Wet natuurbescherming werkt gemeen-
ingediend'. – 41 –
Omgevingsprogramma 2023-2033
| Natuur in de stad
Honingbij (Apis mellifera)
4.1 Visie 4.2 Strategie Terug naar inhoudsopgave
Visie en strategie O
nze visie is het beeld van hoe we willen dat de toekomst eruitziet. Het toekomstbeeld van de omgevingsvisie ligt verder in de toekomst dan het eind van dit omgevingsprogramma. Met dit programma zetten we een stap richting die toekomst.
– 43 –
Visie en strategie | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
4.1
Visie
bijen leggen hier hun eitjes in de zanderige delen. De rupsen van de Distelvlinder smullen van de Akkerdistel, Gewone klis en Grote brandnetel. Vanuit dit natuurnetwerk dringen planten en dieren ver de stad in. De bunzing, egel en gewone pad zijn hierdoor verspreid door Nieuwegein te vinden. Op schoolpleinen en in eigen (buurt) tuinen beleven kinderen de levendige natuur van dichtbij. Dagvlinders zoals het Klein koolwitje, de Atalanta-vlinder en het Boomblauwtje weten ze zo te herkennen. De grote hoeveelheid aan groene balkons, gevels, daken en tuinen hebben veel verschillende inheemse plantensoorten en bloeiende planten. Insecten gebruiken deze planten om te eten, schuilen en zich voort te planten. Deze insecten vormen op hun beurt weer voedsel voor de Egel, Huismus en gewone Dwergvleermuis. De natuur in de stad is zo een evenwichtig samenspel tussen wonen, werken en ontspannen. Kortom, een prettige en groene stad, zoals afgebeeld op de cover van dit omgevingsprogramma!
In 2040 is Nieuwegein een stad waar de aanwezigheid van algemene inheemse planten en dieren heel normaal is en blijft. Met alles wat deze planten en dieren nodig hebben om goed te groeien en bloeien. Dit beschrijven we beeldend in het volgende toekomstbeeld: In ons beeld van de toekomst wordt het Nieuwegeinse Natuurnetwerk de levendige groene kern van de stad. Het Nieuwegeinse Natuurnetwerk is de groene ader in de stad, het barst hier van het leven. De Laatvlieger (een vleermuis) jaagt hier op insecten en het Groot heksenkruid (een plant) bloeit uitbundig in het voorjaar in de bosrijke delen. Het Oranjetipje (een vlinder) heeft ruime keus in het leggen van haar eitjes, die zij het liefst legt op de Pinksterbloem en Look-zonder-look. Bomen, bermen en oevers bieden ruimte aan veel verschillende planten en dieren. De Watervleermuis en Boomvalk jagen hier op grote aantallen Libellen, Juffers en andere waterinsecten. Op de bloemrijke dijken krioelt het van insecten. Wilde
4.2 Strategie Onze strategie laat zien hoe we toewerken naar die stad waar de aanwezigheid van inheemse bomen, planten en dieren heel normaal is en blijft. En hoe we ervoor zorgen dat ze alles hebben om goed te groeien en bloeien. We doen dit met vijf pijlers. Deze pijlers vormen de basis van het omgevingsprogramma: Verbinden Verbeteren Vergroten Beschermen Betrekken
'Het Nieuwegeinse Natuurnetwerk wordt de levendige groene
Verbinden Verbinding is een belangrijk onderwerp in de stadsnatuur. Een gevarieerde stadsnatuur, die verbonden is met het buitengebied en andere groene plekken zorgt voor meer verschillende planten en dieren. Veel dieren, zoals bijen, vleermuizen, padden, eekhoorns en egels hebben groene routes nodig om zich te verspreiden in de stad.
kern van de stad. Vleermuizen als de laatvlieger jagen er op insecten, terwijl planten tijdens het voorjaar uitbundig bloeien.' – 44 –
Omgevingsprogramma 2023-2033
Locatie Herenstraat Foto Neeltje Klein
| Natuur in de stad
Visie en strategie | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de Stad
Ons Natuurnetwerk Nieuwegein helpt deze dieren een handje. Er zijn ook plekken die we 'stapstenen' noemen, deze helpen dieren en planten om van het ene naar het andere gebied te komen. De inrichting van deze stapstenen, bepaalt welke dieren en planten er gebruik van kunnen maken. Groene daken, muren, tuinen en balkons dragen ook bij aan het verbinden van verschillende leefgebieden. We moedigen ook inwoners aan om zelf iets te doen in hun tuinen. Dit valt onder de pijler betrekken. Door de juiste planten op de juiste plek te kiezen, draagt elke vorm van vergroening bij aan meer verbinding. Elke vier jaar vernieuwen we onze beheerplannen voor het groen in de stad. Het algemene groenbeheerplan, maar ook de beheerplannen voor bomen, fruitboomgaarden, vogelbroedbossen en grienden. We kijken dan bijvoorbeeld naar welke bomen en planten we kiezen en hoe we het groen onderhouden. De groene hoofdlijnen, die het natuurnetwerk weergeven, zijn te zien in het Groenstructuurplan 2017.
voor recreatie en toerisme. Schone lucht is voor iedereen belangrijk. Vervuilde lucht kan luchtwegklachten erger maken en zelfs invloed hebben op hoe lang mensen gemiddeld leven. Dit omgevingsprogramma heeft daarom een aparte pijler om de kwaliteit van de bodem, het water en de lucht te verbeteren. We willen ook zorgen voor leefruimte voor meer verschillende bomen, planten en dieren. Dit doen we door bijvoorbeeld meer lokale soorten te laten groeien, zodat er meer variatie aan leven ontstaat. In juni 2023 zijn de luchtkwaliteitsresultaten voor Nieuwegein van 2021 bekendgemaakt. Het laat zien dat de luchtkwaliteit in Nieuwegein de laatste jaren beter is geworden en dat we ruim voldoen aan de Europese normen. Vergroten Als er meer groen is, hebben planten en dieren meer plek om te leven. Goede leefomstandigheden helpen hen niet alleen om te overleven, maar ook om zich beter te verspreiden. Zo kunnen sterkere populaties ontstaan. Meer groen in de stad kan worden bereikt door het planten van bomen. In de stad worden dieren sneller verstoord in struiken of andere kleine planten. In bomen kunnen vogels rustig broeden. Verschillende lokale planten vergroten ook de variatie en structuur van groen en trekken meer insecten aan, waardoor de biodiversiteit groeit. In steden is veel van het oppervlak bebouwd en bestraat, soms zelfs tot 70%.
Op plekken in het centrum en bedrijventerreinen kan dit oplopen tot wel 90% (Bron: Wageningen University & Research, 2018). Gemeente Nieuwegein wil daarom vooral minder verharde en betegelde plekken hebben. We richten ons op gebieden zoals bedrijventerreinen, tuinen en openbare ruimte. We willen dit bereiken door mensen te informeren, aan te moedigen en zelf het goede voorbeeld te geven. Ook onderzoeken we hoe we deze plannen kunnen vastleggen in gemeentelijke verordeningen en/of het omgevingsplan. Het omgevingsprogramma Klimaatadaptatie legt al de basis voor een groener Nieuwegein en we sluiten hierbij aan om de biodiversiteit te verbeteren.
Verbeteren Om meer verschillende planten en dieren te laten groeien en leven, moeten we het hele ecosysteem beter maken. Is een ecosysteem gezond? Dan draagt dat bij aan de biodiversiteit en een gezonde leefomgeving. Een gezond ecosysteem kan ook beter omgaan met lange, droge periodes of zware regenval. Een gezonde bodem, gezond water en een goede luchtkwaliteit zijn allemaal belangrijk voor de biodiversiteit en onze leefomgeving. Alles staat met elkaar in verbinding. Een gezonde leefomgeving is niet alleen belangrijk voor de biodiversiteit, maar ook voor de economie en de dingen die we samen doen. In het Onderzoek Groei van de stad 2023-172' (juni 2023) gaat het over 'kwalitatief' groen. Dat betekent dat we moeten bepalen wat wij 'kwalitatief' goed groen vinden. Welke keuzes maken we voor de inrichting en welke soorten kiezen we daarvoor. Hieronder een aantal voorbeelden: Een gezonde bodem is heel belangrijk voor de landbouw, omdat dit invloed heeft op ons voedsel. Schoon (en genoeg) water is niet alleen nodig om te drinken en voor de landbouw, maar ook – 46 –
Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
| Visie en strategie
8X ambities Bomen: verbeteren vergroten beschermen
1
De juiste boom op de juiste plek: We planten bomen/soorten die passen bij de plek en goed kunnen groeien in de Nieuwegeinse bodem. We kiezen de juiste soort voor het gewenste effect en de juiste functie(s). We letten op de juiste grootte. Bij de keuze van de boom houden we rekening met de grootte die hij uiteindelijk zal bereiken als hij volwassen is.
2
Eén goede boom is beter dan 5 kleine: Een volwassen boom draagt meer bij aan onze leefomgeving dan meerdere jonge bomen. Bepaalde soorten groeien langzamer, maar worden wel ouder.
3
6
4
7
5
8
Meer verschillende soorten maakt minder kwetsbaar (voor bomen: 10-20-30): Meer soorten betekent minder kwetsbaarheid voor ziekten. We volgen voor bomen hiervoor minimaal de 10-20-30 regel, meer hierover in paragraaf 5.2.
Beheer richt zich op de ecologische situatie: Waar mogelijk stemmen we maatregelen af op onze ambitie voor een gezondere leefomgeving. Denk bijvoorbeeld aan onderhoud uitvoeren in verschillende fases in plaats van alles tegelijk.
Investeren in de groeiplaats: Voornamelijk een noodzaak bij bomen die in verharding staan, of daarin geplant worden. Een goede groeiplaats draagt bij aan optimale groei en de boom op zijn beurt draagt optimaal bij aan de leefomgeving. – 47 –
Minimaal 30% kroonoppervlak in 2050: Om te zorgen voor voldoende schaduw bij hitte en een optimale bijdrage aan onze leefomgeving. Meer hierover in paragraaf 5.2.
Compenseren in groeiplaats, niet in geld: Moet een boom/groen wijken omdat andere belangen voor gaan? (Denk aan woningbouw), dan claimen we ruimte binnen de ontwikkelgrenzen voor nieuwe bomen/groen. Daarmee voorkomen we dat groen en bomen worden ‘afgekocht’ en borgen we een groene leefomgeving.
Ruimte in de bodem: Met duidelijke uitleg en afspraken zorgen we ervoor dat boomwortels en ondergrondse voorzieningen zoals kabels en leidingen goed samen kunnen bestaan in de bodem.
Visie en strategie | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de Stad
Beschermen Beschermen gaat vaak over hoe we onszelf als mensen tegen dingen willen beschermen die we niet willen. We vechten tegen ziekten en passen onze omgeving aan om veilig te zijn. Maar een gezond persoon kan niet zonder een gezonde natuur. Sinds de jaren 70 gaat het slecht met de natuur, zelfs zo slecht dat de natuur onze hulp nodig heeft om te overleven. We zien ook een positieve verandering in hoe mensen naar de natuur kijken. Steeds vaker praten mensen over de natuur alsof zij rechten heeft. Gesprekken over klimaat en biodiversiteit maken duidelijk dat mensen samenleven met de natuur. Mensen zijn geen heersers over de natuur, maar maken er deel van uit. Als we de natuur als een persoon beschouwen, erkennen we haar als een wezenlijk en gelijkwaardig onderdeel van ons bestaan. Natuur en mens zijn sterk met elkaar verbonden, op gelijk niveau.
moeten we dat ook met de natuur doen. Deze pijler laat zien welke doelen we hebben om de natuur zo goed mogelijk te beschermen. Een belangrijk onderdeel van beschermen valt onder de pijler ‘betrekken’. Het is van belang om te weten hoe we de natuur kunnen beschermen. Als we niet weten welke ‘schade’ we veroorzaken, hoe kunnen we dan weten hoe we moeten beschermen? In Bijlage J staat een overzicht van dieren die op de rode lijst staan of beschermd zijn. Deze dieren zijn gezien in de gemeente Nieuwegein en in een gebied tot 500 meter daaromheen. We maken plannen om het groen in Nieuwegein te beschermen met specifieke doelen en maatregelen. Betrekken Betrekken is een thema wat als een rode draad loopt door alles wat we doen. De betrokkenheid van inwoners, ondernemers, samenwerkingspartners en verschillende externe groepen is heel belangrijk. Omdat het helpt bij het maken van beter beleid dat door meer mensen wordt gesteund. Hun betrokkenheid helpt om te komen tot een breed gedragen en ondersteunt beleid; Samen vergroenen we Nieuwegein! Als de gemeente inwoners betrekt bij plannen, profiteren beide van elkaars kennis, ideeën en praktische ervaringen. Het omgevingsprogramma is dan ook samen met verschillende belanghebbenden gemaakt. Tijdens het participatietraject kwamen veel ideeën naar voren.
Ze zijn niet meteen een doel of maatregel, maar kunnen helpen om onze doelen te bereiken. Je kunt de meeste van die ideeën vinden in Bijlage O. Daar stopt het niet. Ook bij de uitvoering spelen alle belanghebbenden een belangrijke rol. We hebben steun nodig om onze doelen te bereiken. Als we uitleggen waarom we iets doen en laten zien hoe het werkt, helpen we niet alleen de stad gezonder en fijner te maken, maar willen we ook anderen inspireren. We laten mensen weten wat ze zelf kunnen doen en ondersteunen hen waar we kunnen, soms met uitleg en soms door echt samen te werken. Samen met inwoners en alle andere belanghebbenden bouwen we aan een stad met meer natuur en veerkracht, waar iedereen trots op kan zijn.
Uit het programma Tegenlicht van de VPRO komt het volgende: “In 2017 werd bijvoorbeeld onder invloed van de Maori-bevolking de rivier Whanganui in Nieuw-Zeeland erkend als rechtspersoon, als eerste rivier ter wereld. De Maori fungeren nu al vijf jaar als een van de voogden (‘gezichten’) van de rivier. Vlak nadat de wet werd ingevoerd wilde een lokale overheid een fiets- en voetgangersbrug over de rivier bouwen. Ze vergaten daarbij de lokale Maori-bevolking (de hapū) te raadplegen, waardoor het project twee jaar vertraging opliep. De hapū voegden allerlei verbeteringen toe, zoals beschermde visgebieden, snelheidslimieten op nabijgelegen wegen en publieke toiletten. De hapū hadden uiteindelijk weinig problemen met de brug zelf, maar vooral met het proces dat eraan vooraf ging. Voordat de rivier werd erkend als persoon, moesten zij constant bedelen om bescherming van de rivier, bij steeds wisselende politici. Nu moet de overheid standaard eerst naar de aangewezen voogden met hun rivierplannen, en staat de gezondheid van de rivier voorop.” Het is belangrijk om goed voor de natuur te zorgen. Net zoals we respectvol met elkaar omgaan, – 48 –
| Natuur in de| XXX stad
Omgevingsprogramma Omgevingsprogramma 2023-2033 2023-2033 Natuur in de Stad
Samen wordt het beter! Gemeente Nieuwegein heeft al verschillende samenwerkingsverbanden met andere (overheids)organisaties:
Ringslang werkgroep Houten voor de leefgebieden van de ringslang;
Rijkswaterstaat voor ecologische verbindingen en de bestrijding van de eikenprocessierups;
Gemeente Utrecht voor de bijenburchten
Provincie Utrecht voor SoortenManagementPlan, trambaan en bijenburchten.
Honingbij (Apis mellifera) Foto Unsplash
– 49 –
Omgevingsprogramma 2023-2033
| Natuur in de stad
Heikikker (Rana arvalis)
Doelen en maatregelen 5.1 Wat doen we al? 5.2 Normen en prestatie eisen 5.3 Wat gaan we doen? Terug naar inhoudsopgave
D
– 51 –
e natuur blijft in beweging en wij bewegen mee. In dit hoofdstuk leggen we uit wat we al hebben gedaan en wat we de komende jaren van plan zijn te doen.
Doelen en maatregelen | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
5.1
Wat doen we al? Tijdens het opstellen van dit omgevingsprogramma (in 2023) waren wij ook buiten actief. We gingen aan de slag om onze natuur en leefomgeving te verbeteren.
1
We deden dit jaar mee aan Maai Mei Niet en deden tegelijk een eigen proef: We wilden zien wat het effect was van een maand lang niet maaien (in mei) op de biodiversiteit. Met onze eigen proef onderzochten we welke effecten maatregelen zoals sinusmaaien hebben op de variatie aan soorten.
2
We hebben op twee plekken schermen geplaatst om padden te helpen veilig over te steken tijdens hun reis naar hun broedplaats in het voorjaar en hun winterverblijfplaats in het najaar. (Zie ook kader rechts.)
4
Voor het eerst hebben we op een biologische manier geprobeerd de Japanse duizendknoop te bestrijden. We onderzoeken nog of dit werkt. Onze proefplek is bij de Moerashoeve. Met deze proef wordt al het bodemleven in de grond gedood, ook het nuttige leven. Na een jaar moet de bodem weer helemaal opnieuw beginnen.
5
In 2022 organiseerden we een actie waarbij inwoners en andere liefhebbers jonge boompjes konden krijgen om in hun eigen tuin of grond te planten; ook wel zaailingen genoemd. Het doel was om zo meer bomen in Nieuwegein te krijgen. Deze boompjes zouden anders worden verwijderd, maar kregen nu een tweede kans. Het duurt even voordat ze volgroeid zijn, maar meestal zijn dit snelle groeiers.
3
Op verschillende plaatsen werd verharding weggehaald en groen terug geplant. Dit gebeurde bijvoorbeeld bij de IJsselsteinseweg-Stormvogel. Zo zorgen we dat meer planten en dieren leefruimte krijgen en dragen we bij aan het klimaat.
Heikikker (Rana arvalis)
Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
| Doelen en maatregelen
Kleine vuurvlinder (Lycaena phlaeas)
Vrijwilligers helpen honderden padden oversteken
In Park Oudegein werden bij de ijsbaan veel overstekende padden en kikkers doodgereden door fietsers en auto’s. In het voorjaar trekken deze dieren naar een zomerplek om zich voort te planten. In het najaar gaan ze naar een rustige plek om de winter door te brengen. In het voorjaar van 2023 hebben we paddenschermen neergezet. Langs de weg staan twee schermen van ieder 150 meter lang, met om de 20 meter een emmer in de grond. Vrijwilligers helpen de padden en kikkers veilig naar de andere kant van de weg. In het voorjaar van 2023 hebben we tijdens de eerste overtocht 508 padden en kikkers overgezet, waaronder de beschermde poelkikker (Pelophylax lessonae). Eind augustus zijn de schermen 'gesloten' door deksels op de emmers te plaatsen. Er zijn 169 padden en kikkers en 91 salamanders naar de overkant gebracht. Veel van de jonge padden trekken ergens anders naartoe en keren niet terug naar de plek waar hun ouders hun reis het voorjaar begonnen. In het voorjaar van 2024 worden de deksels weer van de emmers gehaald. We zijn benieuwd hoeveel padden we dan kunnen helpen oversteken naar hun broedplaats op de ijsbaan.
6
Bij de afrit Nieuwegein op de A27 zaaiden we bij bedrijventerrein ‘Het Klooster’ bollen en kruiden in. Hiermee willen we meer voedsel, schuilplaatsen en plekken om voort te planten bieden aan insecten. Ook zorgt dit voor een kleurrijke ingang van Nieuwegen.
7
Met Betere Buurten en Groen doet Nieuwegein Goed voerden we bijvoorbeeld Bloeiend Nieuwegein uit. Bloeiend Nieuwegein is een initiatief van een inwoner van onze gemeente. De laatste plek waar wij dit hebben gedaan, is langs de Nedereindseweg. Daar gebruiken we mengsels van bloemen die helpen om meer verschillende soorten in de natuur te krijgen. Ook zijn er zo’n vijftig biologisch geteelde fruitbomen in tuinen van bewoners geplaatst. – 53 –
Doelen Natuur en in de maatregelen stad | Omgevingsprogramma | Omgevingsprogramma 2023-20332023-2033 Natuur in de stad
– 54 –
Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
| Doelen en maatregelen
Genaveld tonnetje (Lauria cylindracea)
wegeinse wijk in, op zoek naar planten en dieren. Het doel is om mensen te laten zien wat we doen en waarom. En daarnaast maken we inwoners ook een stuk bewuster over de natuur in de stad. Zo werken we aan draagvlak voor het omgevingsprogramma en vragen we om begrip voor de maatregelen die we nemen. De deelnemers aan de buurtsafari’s waren erg enthousiast. Met deze manier van beleven en ontdekken gaan we de komende jaren door.
8
We bekeken de kwaliteit van onze grasstroken en watergangen. Het rapport Prins 2023 (Bureau Buiting) laat zien welke bermen veel kansen hebben voor meer soorten planten en dieren. Door op deze plekken te starten met verbeteringen, dragen we sneller bij aan het herstel van de biodiversiteit. Andere plekken zijn ook belangrijk, maar daar duurt het langer om veranderingen aan te brengen. En vaak zijn hier meer maatregelen voor nodig.
9
De eikenprocessierups bestrijden we alleen nog maar door deze weg te zuigen (zogenaamd curatief bestrijden). Daarmee voorkomen we schade aan de soorten die een bijdrage leveren aan de biodiversiteit.
10
We organiseerden verschillende buurtsafari’s. Samen met inwoners trokken we met een expert een Nieu-
11 12 13
We begonnen met het maken van video’s om duidelijker te vertellen en laten zien wat we doen.
We ontwikkelden ‘Groentje’, een nieuwe mascotte voor de gemeente. Groentje wordt, net als Prullie, ingezet voor participatie en communicatie. Bij het planten van nieuwe planten leggen we een mulch-laag neer. Mulch is een laag van diverse materialen zoals blad, snoeiafval, houtsnippers, stro en ander natuurlijk afval. Door een laag mulch toe
– 55 –
Doelen en maatregelen | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
te voegen in plantvakken helpen we de grond om vocht vast te houden, krijgen ongewenste kruiden minder de kans te groeien en blijft de temperatuur van de bodem meer gelijk. Tegelijk hebben de wortels bescherming bij sterk wisselende weersomstandigheden zoals hitte of juist droogte. Zo helpen we de planten, de bodem en het klimaat allemaal tegelijk.
14
afval, maar als een gouden grondstof. Op onze website wordt precies uitgelegd hoe deze Missie Bladgoud werkt. www.nieuwegein.nl/missiebladgoud
15
Tijdens het snoeien en kappen van het groen in de gemeente komt het nodige snoeiafval vrij. Met dit snoeiafval maken we takkenrillen. Dit doen we op geschikte plekken. Veel verschillende dieren maken gebruik van deze takkenrillen om in te schuilen of zich voort te planten. Wanneer de takken langzaam verteren, kunnen hier weer paddenstoelen, schimmels en mossen op groeien. Met deze takkenrillen wordt de natuur in Nieuwegein aantrekkelijk(er) voor heel veel soorten dieren.
In het najaar van 2023 zijn we samen met Van Wijk Groen de Missie Bladgoud gestart in Nieuwegein oost en zuid. We zien al die herfstbladeren niet meer als
16
Op 20 november 2024 deden we mee aan de Boomfeestdag en hebben we samen met kinderen uit de buurt 24 bomen geplant nabij het kunstwerk van de Rode Reus in de wijk Galecop. Door samen te planten, maken we kinderen bewust van het belang van natuur in de stad en werken we aan een duurzame toekomst voor Nieuwegein.
17
Na de eerste actie met het uitdelen van 50 biologisch geteelde fruitbomen aan inwoners van Nieuwegein in 2023 (zie 7), hebben de afgelopen jaren nog meerdere acties plaatsgevonden met het uitdelen van biologisch geteelde fruitbomen. Inmiddels zijn er zelfs nog 500 extra van deze bomen geplant. In 2024 zijn er 350 fruitbomen uitgedeeld tijdens
Koolmees (Parus major)
– 56 –
Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
een gemeentebrede actie. In 2025 zijn er in de wijk Zuilenstein 150 uitgedeeld.
te waarborgen, bestaat sinds 2012 het Norminstituut Bomen. Dit instituut stelt richtlijnen op voor het werken met en rond bomen en heeft deze vastgelegd in het Handboek Bomen. In 2024 introduceerden zij de Landelijke Bomennorm, die in 2026 officieel van kracht moet worden. Hoe meer gemeenten deze norm toepassen, hoe beter we de bijdrage van bomen aan een gezonde leefomgeving meetbaar kunnen maken. Nieuwegein gaat met deze norm aan de slag. Daarnaast hanteren we de 10-20-30-regel, die zorgt voor meer variatie in het bomenbestand. Ook de provincie Utrecht en het Rijk hebben prestatie-eisen opgesteld om steden beter bestand te maken tegen klimaatverandering. Deze eisen staan in de Afspraken klimaatadaptief bouwen Utrecht en de Landelijke maatlat voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving. Bomen spelen hierin een belangrijke rol, waardoor ze een vast onderdeel zijn van ons beleid voor een toekomstbestendig en groen Nieuwegein.
18
De Boom- en plantwijzer is sinds oktober 2024 te vinden op de gemeentelijke website. Deze is te vinden via de volgende link: Boom- en plantwijzer | Gemeente Nieuwegein. Hiermee bieden we een hulpmiddel voor het gemakkelijk kiezen van de juiste soort voor Nieuwegeinse bodem.
19
Ook hebben we op de gemeentelijke website de eerste stappen gezet met het uitbreiden van de informatievoorziening rondom bomen: Bomen in Nieuwegein | Gemeente Nieuwegein. Zo zorgen we dat we onze kennis over bomen met iedereen kunnen delen.
20
We voeren onderzoek uit naar het Boomkroonvolume (BKV) per wijk. Op welke locaties missen we bomen om te voldoen aan de Landelijke Bomennorm en op welke plekken kunnen we bomen planten. Zo dragen we bij aan een klimaatbestendig en gezonder Nieuwegein.
De 10-20-30 regel Elke boomsoort heeft verschillende varianten, en die kunnen net iets sterker of juist gevoeliger zijn voor ziektes. Om onze bomen gezond te houden, is het belangrijk om variatie aan te brengen. Dat betekent dat we niet alleen verschillende soorten planten, maar ook binnen één soort verschillende varianten kiezen. Daarnaast proberen we te voorkomen dat lange rijen bomen uit slechts één soort bestaan. Om zeker te weten dat er genoeg afwisseling is, hanteren we de 10-20-30 regel. Deze regel, opgesteld door een bosbouwkundige (Dr. F. Santamour) in 1990, helpt om risico’s zoals ziektes en plagen te beperken. Dit betekent dat: • maximaal 10% van alle bomen uit dezelfde soort bestaat, bijvoorbeeld de zomereik (Quercus robur); • maximaal 20% tot hetzelfde geslacht behoort, zoals alle eikensoorten (Quercus); • maximaal 30% uit dezelfde familie komt, zoals de eik (Quercus), beuk (Fagus) en kastanje (Castanea). Alledrie komen zij uit de familie van de napjesdragers ofwel in het latijn de familie Fagaceae.
21 22
We plaatsten 40 extra vogelhuisjes. Zo bieden we vogels meer ruimte en helpen zij op hun beurt weer mee in de bestrijding van de eikenprocessierups. Waar mogelijk laten we dood hout staan. Ze creëren we ruimte voor ander leven en houden we ook rekening met bijvoorbeeld spechtholen.
5.2
| Doelen en maatregelen
Normen en prestatie eisen Een groene omgeving is belangrijk voor een gezonde leefomgeving. Toch staat het groen in onze stad steeds meer onder druk. Daarom worden er landelijke normen ontwikkeld die inzicht geven in de waarde van bomen en groen. Maar hoe werkbaar en realistisch zijn zulke vaste normen? Bomen groeien en bloeien immers onder verschillende omstandigheden, wat standaardisering een uitdaging maakt. Om de kwaliteit van bomen in de openbare ruimte
In Nieuwegein komt de zomereik het meest voor, maar met 8% blijft dit onder de 10%-grens. Samen met andere eikensoorten vormen ze 12%, wat bin– 57 –
Doelen en maatregelen | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
nen de 20% blijft. De eik, beuk en kastanje maken samen 15% uit van het totaal, ruim binnen de 30%. Daarmee voldoen we in Nieuwegein aan de 10-20-30 regel en zorgen we voor een gevarieerd en veerkrachtig bomenbestand. Landelijke bomennorm (Norminstituut bomen) - boomkroonvolume De Landelijke Bomennorm is gebaseerd op het kroonvolume van een boom, ofwel, het boomkroonvolume (BKV). Dit is de ruimte die een boom inneemt met zijn takken en bladeren. Voor een gezonde leefomgeving is een minimum van 2,2 m³ BKV per vierkante meter nodig. Dit helpt bij het opnemen van CO₂, het vasthouden van water, het bieden van schaduw en het creëren van leefruimte voor dieren en insecten. Door te berekenen hoeveel BKV bomen hebben, kunnen we inschatten hoeveel extra bomen er nodig zijn en waar, zodat we ook over 30 jaar nog aan deze norm voldoen. Meer informatie hierover is te vinden in de brochure van het deze is te vinden op website norminstituutbomen.nl
Boom 1e grootte Boomkroonvolume: 4.000 m3 Boomkroonprojectie: 315 m2 Boomkenmerken Eindbeeld (omloop): 60 jaar Boomhoogte: 24 m Kroonbreedte: 20 m Groeiplaats Hangwater: 40 - 65 m3 Grondwater: 25 - 40 m3
Boom 2e grootte Boomkroonvolume: 400 m3 Boomkroonprojectie: 115 m2 Boomkenmerken Eindbeeld (omloop): 40 jaar Boomhoogte: 12 m Kroonbreedte: 12 m Groeiplaats Hangwater: 20 - 35 m3 Grondwater: 15 - 20 m3
Hoe wordt het boomkroonvolume berekend? Het BKV wordt bepaald door: • de hoogte van de boom, • de diameter van de kroon, • en de takvrije ruimte aan de stam. Naast deze factoren spelen ook de standplaats, bodemkwaliteit, boomsoort en weersomstandigheden een rol in hoe groot een boom uiteindelijk kan worden. Door hiermee rekening te houden, zorgen we ervoor dat bomen optimaal bijdragen aan een groen en gezond Nieuwegein. De afbeelding links laat een aantal voorbeelden van boomkroonvolume zien, waarbij de (uiteindelijke) boomgrootte bepalend is. Prestatie-eisen klimaatadaptatie Bomen zijn met name belangrijk om hitte en hittestress in de leefomgeving te voorkomen. Zonder bomen is het niet goed mogelijk om te kunnen voldoen aan de onderstaande prestatie-eisen: • Op belangrijke loop- en fietsroutes, verblijfsplekken en drinkwaterstroken (drinkwaterbedrijven geven aan dat het tijdens hittegolven steeds moeilijker wordt aan de
Boom 3e grootte Boomkroonvolume: 75 m3 Boomkroonprojectie: 30 m2 Boomkenmerken Eindbeeld (omloop): 40 jaar Boomhoogte: 6 m Kroonbreedte: 6 m Groeiplaats Hangwater: 10 - 20 m3 Grondwater: 5 - 10 m3 – 58 –
Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
temperatuureis van 25 graden Celsius uit de Drinkwaterwet te voldoen) 30% schaduw op buurtniveau op het heetste moment van de dag (15:30 uur op 21 juni). Zo is een keuze tussen schaduw en zon mogelijk en warmen drinkwaterleidingen minder op. De schaduw van gebouwen en van volwassen boomkronen wordt meegerekend. • Op loopafstand (richtlijn: op 300m) toegang te hebben tot een openbaar toegankelijke groene koele plek in de schaduw. Hierbij is ook de omvang (richtlijn: minimaal 200 m2 groen en schaduw) en de gebruiksfunctie van de koele plek in relatie tot de omgeving van belang. Groene, biodiverse invullingen van de koele plekken en vermindering van hitte hebben de sterke voorkeur.
Wat gaan we doen?
Bijenburchten De afgelopen jaren zijn er in heel Nederland, ook in gemeente Nieuwegein, meerdere insectenhotels geplaatst. Dit helpt verschillende insecten, voornamelijk bijen en hommels, om zich voort te planten. Vooral bijen hebben het door verstedelijking steeds lastiger om geschikte plekken te vinden voor hun eitjes. In Nederland zijn ongeveer 360 soorten bijen bekend, waarvan zo’n 250 soorten hun nesten in de grond maken. Om deze bijen te helpen, gaat de gemeente bijenburchten plaatsen. Deze burchten worden vooral gebouwd van zand en tegels, waarbij de stenen die vrijkomen bij het weghalen van onnodige verharding worden hergebruikt.
In deze paragraaf leggen we uit wat we nog gaan doen om onze plannen waar te maken. Per pijler hebben we doelen vastgesteld. Voor elk doel hebben we bedacht wat we moeten doen om het doel te behalen. Een overzicht van alle doelen en maatregelen is te vinden onder de kop ‘doelen’, verderop in deze paragraaf. Een aantal maatregelen is nog niet concreet genoeg. Het is bijvoorbeeld nog niet duidelijk wanneer ze ingaan of eindigen. Er zijn ook maatregelen die volgen op andere maatregelen die eerst moeten worden uitgevoerd. Denk bijvoorbeeld aan de manieren die we gebruiken om de Japanse duizendknoop weg te halen. We hebben eerst de resultaten nodig van eerdere maatregelen. Pas daarna kunnen we een plan maken hoe we verder omgaan met deze plantensoort. Een programmanager kan deze taken op zich nemen. Zo zorgen we ervoor dat de plannen en alle genoemde doelen en maatregelen daadwerkelijk worden uitgevoerd.
Broedhopen In gemeente Nieuwegein worden af en toe ringslangen (Natrix helvetica) gezien. Die hebben zich waarschijnlijk vanuit aangrenzende gemeenten naar de Galecopperzoom en Park Oudegein verplaatst. Om ervoor te zorgen dat deze slangen zich hier thuis gaan voelen, gaat de gemeente broedhopen in deze twee gebieden plaatsen. Ringslangen kunnen in deze broedhopen hun
Deze beide eisen hebben uiteraard een sterke relatie met de 3-30-300 regel. Indien een groengebied van tenminste 1 hectare niet mogelijk is, dan kan het realiseren van een koelteplek een zinvolle optie zijn.
5.3
| Doelen en maatregelen
– 59 –
Doelen XXX Natuur | Omgevingsprogramma en in de maatregelen stad | Omgevingsprogramma 2023-2033 | Omgevingsprogramma Natuur in de 2023-2033 Stad 2023-2033 Natuur in de stad
Locatie Park Oudegein
– 60 –
Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
| Doelen en maatregelen
en planten beter kunnen groeien. Vooral planten die voedsel bieden aan insecten en/of een plek zijn voor insecten om te verblijven en zich voort te planten zijn erg belangrijk. Op deze manier verhogen we de botanische waarde van ons park. Buiten de maatregelen die we nemen om onze doelen te bereiken, zijn er enkele maatregelen die snel resultaat kunnen opleveren. Deze zijn gericht op specifieke locaties of soorten. Ze staan op zichzelf en zijn niet direct gekoppeld aan een specifiek doel in het omgevingsprogramma, maar ze zijn wel verbonden met de pijlers. Dit zijn snelle successen. We noemen ze ook wel “Quickwins”.
eieren leggen. Een ringslang kan tot 1,20 meter lang worden en is niet giftig. Bovendien vormt de ringslang voedsel voor andere dieren, zoals de bruine kiekendief (doelsoort, zie paragraaf 2.5).
Vogelbroedbos In Park Oudegein is een vogelbroedbos aangelegd om vogels een rustige plek te bieden om te broeden. Gedurende de tijd is er weinig veranderd in dit stille gebied, maar zijn er enkele invasieve soorten zoals de Japanse Duizendknoop gaan groeien. Ook zijn de hekken en informatieborden oud en toe aan vervanging. Om ervoor te zorgen dat het vogelbroedbos de komende jaren succesvol blijft, wordt er hard gewerkt om de Japanse Duizendknoop te verwijderen. Ook worden er nieuwe hekken en borden geplaatst om de rust in dit gebied te behouden.
Doelen Hieronder volgt een verzicht van alle doelen in dit omgevingsprogramma, per pijler weergegeven. Klik op het doel om de maatregelen hiervoor te zien.
Verbinden 5.3.1 tot 5.3.3 pagina 62 - 64 Verbeteren 5.3.3 tot 5.3.12 pagina 64 - 73 Vergroten 5.3.12 tot 5.3.17 pagina 73 - 80 Zoomvegetatie In Park Oudegein worden op bepaalde plekken de randen van bospercelen niet meer gemaaid. Hierdoor blijft er een strook van 5 tot 10 meter rond bos- en heestervakken over waar kruiden
Beschermen 5.3.17 tot 5.3.20 pagina 80 - 83 Betrekken 5.3.20 pagina 83 - 85 – 61 –
Doelen en maatregelen | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
5.3-1 Verbinden
In 2047 zijn alle onderdelen van het groenstructuurplan* gerealiseerd. *lokale ecologische verbinding, verbindingen naar omliggende gemeenten, te ontwikkelen aanwezig groen, aan te leggen verbindingszone, natuur, stapstenen en overig gebruikersgroen (GSP 2017)
5.3-1.1 De grenzen van Natuurnetwerk Nieuwegein vaststellen. Dit is inclusief het juridisch vastleggen van deze grenzen en het opnemen hiervan in het omgevingsplan. Uitgevoerd door: Gemeente Nieuwegein
2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040
5.3-1.2 Het aanleggen van een vispassage bij Galecopperwetering-Reinesteijnseweg (in zone 4) uit rapport Boddeke 2018. Uitgevoerd door: Waterschap HDSR
< Opmerking Q1 2024 - HDSR
2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040
5.3-1.3 Het aanleggen van vis- en/of faunapassages bij knelpunt 4 uit rapport Hoffmann 2020. Uitgevoerd door: Gemeente Nieuwegein Nog geen startdatum bekend, einddatum 2040 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040
5.3-1.4 Het aanleggen van een vis- en/of faunapassage bij knelpunten 1, 2 en 3 uit rapport Hoffmann 2020. Uitgevoerd door: Gemeente Nieuwegein
< Opmerking Knelpunt gaat mee met aanleg nieuwe politiebureau. Meeliften. Nog geen startdatum bekend
< Opmerking Start 2024, Betalen uit grondexploitatie of anterieure overeenkomsten.
2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040
5.3-1.5 De stapstenen met 40.000m2 uitbreiden. Uitgevoerd door: Gemeente Nieuwegein
2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 terug naar overzicht
– 62 –
< Opmerking Meekoppelkansen benutten.
Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
| Doelen en maatregelen
5.3-1.6 Het oplossen van de knelpunten zoals genoemd in Boddeke 2018. Uitgevoerd door: Gemeente Nieuwegein en derden Eind datum 2050
< Opmerking Meekoppelkansen benutten waar mogelijk.
2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040
5.3-1.7 Boomstructuren conformeren we aan het groenstructuurplan (waar mogelijk). Uitgevoerd door: Gemeente Nieuwegein en derden
< Opmerking Meeliften en/of via huidige middelen
2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040
5.3-1.8 Met bomen ondersteunen we vliegroutes van fauna inclusief bestuivers (waar mogelijk). Uitgevoerd door: Gemeente Nieuwegein en derden
< Opmerking Meeliften waar mogelijk ((her) inrichtingen).
2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040
5.3-2 Verbinden
In 2047 zijn de cultuurhistorische, groene en blauwe verbindingen hersteld. 5.3-2.1 Indien bomen en/of beplanting wordt geplaatst op cultuurhistorische plekken worden bomen en beplanting toegepast welke daar vanuit cultuurhistorie thuis horen. Dit is een beleidskeuze die in het omgevingsprogramma Ruimtelijke Kwaliteit in 2024/2025 wordt vastgesteld. Uitgevoerd door: Gemeente Nieuwegein
2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040
5.3-2.2 Inzichtelijk maken welke cultuurhistorische elementen verdwenen zijn en bepalen of deze hersteld kunnen worden. De vervolgstappen en projecten die hieruit voortkomen zijn onderdeel van omgevingsprogramma Ruimtelijke Kwaliteit (mogelijk in samenwerking met dit omgevingsprogramma). Uitgevoerd door: Gemeente Nieuwegein Nog geen startdatum bekend, einddatum 2030 terug naar overzicht
2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040
– 63 –
< Opmerking Meeliften bij projecten.
Doelen en maatregelen | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
5.3-2.3 Uitvoeren van de op te lossen knelpunten zoals bij 5.3-2.2 en deze in beheer nemen. Uitgevoerd door: Gemeente Nieuwegein Nog geen startdatum bekend, einddatum 2040 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040
5.3-2.4 Bomen die onderdeel zijn van cultuurhistorische plekken krijgen een monumentale status. Uitgevoerd door: Gemeente Nieuwegein
2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040
5.3-3 Verbeteren
In 2033 is de populatieomvang van de doelsoorten met 20% toegenomen door beheer en inrichting. 5.3-3.1 De aannemer (bestek Nieuwegein oost/zuid en Ruw gras) stelt, in afstemming met de gemeente, een meetbaar plan op om bij te dragen aan de biodiversiteit. Meetbaar door monitoring en een meetnet. (noord en west volgen met nieuwe bestekken.) Uitgevoerd door: Gemeente Nieuwegein en derden
2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040
5.3-3.2 Nulmeting doelsoorten op basis NDFF in 2024. Uitgevoerd door: Gemeente Nieuwegein
2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040
5.3-3.3 Vervolgonderzoek doelsoorten op basis van NDFF in 2033 waarin vergelijking wordt gemaakt met de nulmeting uit 2023 (vervolg op 5.3-3.2). Uitgevoerd door: Gemeente Nieuwegein
2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 terug naar overzicht
– 64 –
Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
| Doelen en maatregelen
5.3-3.4 We passen natuurstimulerende beheermaatregelen toe zoals het laten liggen van dood hout en het toepassen van mulchlagen. In 2024 wordt dit verder SMART gemaakt, zodat deze maatregel meetbaar wordt. Denk hierbij aan een x aantal m2 aan oppervlak waar we dit toepassen. Uitgevoerd door: Gemeente Nieuwegein
2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040
5.3-3.5 Bij projecten zoals bijvoorbeeld Rijnhuizen en Betere Buurten wordt gebruikt gemaakt van de soortenlijst (5.3-4.1) om het groen in te richten. Uitgevoerd door: Gemeente Nieuwegein en derden
2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040
5.3-3.6 Evaluatie op toegepaste bloemenmengsels. Van daaruit bepalen onder welke voorwaarden en omstandigheden bloemenmengsels worden toegepast en onderhouden. Uitgevoerd door: Gemeente Nieuwegein en derden
2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040
5.3-3.7 Uitvoeringsbeleid opstellen voor zelfbeheer. Binnen dit beleid gebruik maken van de soortenlijst zoals opgesteld wordt bij maatregel 5.3-4.1. Uitgevoerd door: Gemeente Nieuwegein