2025-353 Bijlage 1. Omgevingsprogramma Natuur in de Stad 2023-2033 met toevoeging onderdeel bomen
Tekst van het document
Omgevingsprogramma 2023-2033
Natuur in de stad
Bekijk het programma digitaal
Colofon | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
Colofon Omgevingsprogramma 2023-2033, Natuur in de stad. Copyright Niets uit deze uitgave mag op enigerlei wijze worden overgenomen zonder schriftelijke toestemming van Gemeente Nieuwegein. Aan dit Omgevingsprogramma Natuur in de stad werkten mee: Gemeente Nieuwegein; Angelique Hoppezak, Herman Westland, Mariëlle Lunshof, Gerard de Witte, Friso Ockhuizen, Gert van Doorn, Theo Kleijer NL Adviseurs; Tessa van Vreeswijk, Koen Wegerif Tekstredactie Gemeente Nieuwegein; Archena Soekhai, Magda Rink NL Adviseurs; Regina Zoeter Cover Pinkt.nl Vormgeving en ontwerp Pinkt.nl Illustraties Pinkt.nl Fotografie Neeltje Kleijn en anderen Contactgegevens www.nieuwegein.nl natuurindestad@nieuwegein.nl
Omgevingsprogramma 2023-2033
V
oor u ligt het omgevingsprogramma Natuur in de stad. We nemen u mee in onze groene stad en hoe we haar de komende jaren nog meer willen vergroenen, bijdragen aan de biodiversiteit en klimaatadaptatie. Het omgevingsprogramma draagt bij aan de uitvoering van de fijne en groene stad die als ambitie genoemd wordt in de Omgevingsvisie Nieuwegein verstedelijkt en vergroent. De biodiversiteit staat onder flinke druk en niet alleen in Nieuwegein. We staan voor een grote uitdaging als het gaat om onze bijdrage aan de biodiversiteit. Hoe zetten we ons de komende jaren in? En wie hebben we daarvoor nodig? We kunnen dit niet alleen als gemeente. We doen dit samen met u als partner, inwoner, organisatie en collega. In de eerste hoofdstukken nemen we u mee in de geschiedenis van onze gemeente en onze visie voor natuur in de stad. In hoofdstuk 5 leest u onze doelen en maatregelen. Omdat bomen onlosmakelijk met groen zijn verbonden lees u sinds 2025 ook alles over bomen in dit omgevingsprogramma. U leest hoe wij de komende jaren aandacht willen geven aan ons bomenbestand en hoe wij omgaan met de bescherming van bomen. Ook voor bomen leest u in hoofdstuk 5 onze doelen en maatregelen. Ik hoop dat u niet alleen plezier beleeft aan het lezen van dit omgevingsprogramma, maar dat we u ook vooral inspireren: Samen vergroenen we Nieuwegein!
| Natuur in de stad
Samengevat p.5 - p.8 Inleiding p.9 - p.14 1.1 Aanleiding 1.2 Doel 1.3 Scope 1.4 Looptijd 1.5 Totstandkomingsproces Gebiedsbeschrijving en situatie natuur p.15 - p.32 2.1 Het landschap 2.2 De natuur Wet- en regelgeving p.33 - p.42 3.1 Wet natuurbescherming 3.2 De rol van de gemeente Visie en strategie p.43 - p.50 4.1 Visie 4.2 Strategie Doelen en maatregelen p.51 - p.86 5.1 Wat doen we al? 5.2 Normen en prestatie eisen 5.3 Wat gaan we doen? Uitvoering p.87 - p.92 6.1 Wanneer doen we wat? 6.2 Wat kost het? 6.3 Wie gaat het doen? 6.4 Onderzoek en monitoring 6.5 Evaluatie en rapportage over de voortgang
John van Engelen Wethouder Openbaar Domein
Begrippenlijst p.93 - p.100 Bronnen p.101 - p.104 Bijlagen p.105 - p.144
– 3–
Omgevingsprogramma 2023-2033
| Natuur in de stad
In de afgelopen 30 jaar zien we het aantal insecten afnemen met
75%
Eikenpage (Favonius quercus)
Samengevat H
et aantal soorten planten en dieren is flink afgenomen in de afgelopen 30 jaar. Misschien herken je dit zelf ook wel? 15 jaar geleden zat je auto na een stukje rijden vol met vliegen en insecten, tegenwoordig kun je behoorlijk wat kilometers rijden en zitten er amper vliegen en insecten op je auto. Dat scheelt natuurlijk in het aantal keren dat je je auto moet wassen, maar die insecten zijn enorm belangrijk in de hele voedselketen. De afname van het aantal insecten is dus helemaal niet positief voor de leefomgeving van dieren, planten en mensen. Ook het klimaat verandert sneller dan gedacht. We hebben vaker te maken met droogte, hitte of juist te veel water. In de Omgevingsvisie ‘Nieuwegein verstedelijkt en vergroent’ staan doelen voor Nieuwegein in 2040. Hoe zorgen we samen voor een gezondere leefomgeving? Bomen en groen zijn onmisbaar in een gezonde leefomgeving. In het Omgevingsprogramma Natuur in de stad bekijken we de basis van onze natuurlijke omgeving en bepalen we wat we moeten doen om te werken aan die gezondere leefomgeving. We geven al aan, bomen en groen zijn onmisbaar. Bomen vervullen een aantal belangrijke functies als het gaat om de zuurstof die we ademen en het opnemen van koolstofdioxide (CO2). Ze geven schaduw, ze vangen water op en houden zit vast, zo helpen ze ons beter bestand te zijn tegen klimaatveranderingen.
Terug naar inhoudsopgave
– 5–
Samenvatting | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
Wat hebben we nu, wat is haalbaar? Om te kunnen bepalen hoe we voor de natuur van onze stad willen zorgen, moeten we eerst antwoord geven op de vraag: ‘Wat hebben we nu en wat is haalbaar?’ Nieuwegein ligt tussen snelwegen en rivieren. Aan de zuidkant ligt de rivier de Lek. Vroeger overstroomde deze rivier regelmatig. Daardoor voelden bepaalde planten en dieren zich hier goed thuis. Tegenwoordig hebben we dijken die ons beschermen tegen overstromingen. Dat betekent ook dat de leefruimte voor planten en dieren is veranderd. Door de overstromingen bleef zand en klei achter. Onze bodem bestaat daarom vooral uit kleigrond. Als we kiezen voor bomen en plantensoorten, kijken we naar soorten die goed kunnen groeien op een kleibodem. We richten ons ook op inheemse soorten. Dat zijn soorten die altijd al in Nederland een plek hadden. Hoe meer kansen we deze soorten bieden, hoe beter onze leefomgeving zich kan ontwikkelen. Gemeente Nieuwegein heeft bijna 35.000 bomen, dat is één boom per twee inwoners. Vergeleken met de rest van Nederland is dat niet slecht, maar het kan altijd beter. Naast het aantal bomen willen we ook voldoende woningen en duurzame energie. Dit zorgt voor uitdagingen, want hoe combineren we dit allemaal, zowel boven als onder de grond? We zien kansen om hierin beter samen te werken met verschillende vakgebieden.
Door samen te zoeken naar oplossingen, maken we de stad groener én leefbaarder!
Het uitwerken van de Basiskwaliteit Natuur (BKN) geeft ons inzicht hoe het gesteld is met de aantallen en leefgebieden van algemene diersoorten. Dat helpt ons om maatregelen beter af te stemmen op onze doelen. We maken inzichtelijk hoe de gemeente Nieuwegein voldoet aan de 3-30-300 leidraad en hoeveel boomkroonvolume er al is, zo kunnen we bepalen waar extra bomen en groen nodig zijn. Waar willen we heen? Met dit omgevingsprogramma zetten we een stap in de richting van ons toekomstbeeld voor Nieuwegein. We hebben hiervoor de volgende visie: In 2040 is Nieuwegein een stad waar de aanwezigheid van algemene inheemse planten en dieren heel normaal is en blijft. Met alles wat deze planten en dieren nodig hebben om goed te groeien en bloeien. Sommige bomen staan al heel lang op dezelfde plek en moeten we koesteren. Hoe ouder de boom, hoe meer de boom bijdraagt aan onze leefomgeving. We moeten ook zorgen voor meer variatie in ons bomenbestand, op die manier zorgen we bijvoorbeeld dat de bomen beter bestand zijn tegen ziekten. Wat gaan we doen? We gaan werken aan het toekomstbeeld. Dit doen we met vijf pijlers. Deze pijlers zijn de basis in het omgevingsprogramma. Verbinden: We verbinden groene gebieden in de gemeente, maar ook in aangrenzende gebieden. Zo zorgen we voor een gesloten Natuurnetwerk.
Meten is weten Om te weten wat we hebben, is het belangrijk om te meten. In de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) vinden we veel informatie over welke soorten en aantallen planten en dieren we nu hebben. Daarnaast doen we regelmatig zelf onderzoek buiten in het groen. We gaan een meetsysteem maken, dat we steeds op dezelfde manier gebruiken. Daarmee kunnen we voortdurend in de gaten houden welke soorten er leven en groeien. We weten dan wat er verandert door onze maatregelen en of het beter gaat. Of dat we onze maatregelen moeten aanpassen.
Verbeteren: We verbeteren de kwaliteit van het groen, de bodem en het water. Wat kan anders? Hoe kunnen we zorgen voor een betere leefruimte voor planten en dieren die hier altijd al thuishoren? We kiezen de juiste soort op de juiste plek. Vergroten: We werken aan meer groen. Het is belangrijk dat de gemeente meer vergroent en dat andere partijen ook meedoen. Beschermen: We beschermen wat we hebben. – 6–
Natuur in de stad
We moeten zuinig zijn op de aanwezige bomen, planten en dieren en hun bestaan beschermen. Wetten zoals de Omgevingswet helpen ons hierbij. Betrekken: Klimaatadaptatie en het verbeteren van de biodiversiteit is iets waar iedereen mee te maken heeft. Als we willen zorgen voor een gezondere leefomgeving dan is dat een gezamenlijke opdracht. Een opdracht van de gemeente, maar ook van iedereen die woont en/of werkt in Nieuwegein. Daarom moeten we samen werken aan de uitvoering. Samen vergroenen we Nieuwegein! De natuur kan niet wachten Terwijl we dit omgevingsprogramma maken, zijn we buiten al bezig om anders met onze omgeving om te gaan. We proberen maatregelen uit en kijken wat er gebeurt. We verwerkten de resultaten in dit programma. Zo hebben we ervaring opgedaan met een andere manier van maaien. We weten nu hoe we vanaf 2024 een andere manier van maaien kunnen toepassen in grotere gebieden. Ook gaan we anders om met dood hout en takken. We gebruiken ze bijvoorbeeld om leef- en schuilplekken te maken voor verschillende soorten dieren. En terwijl we werkten aan de toevoeging bomen aan dit omgevingsprogramma zijn we ook buiten al bezig om meer verschillende boomsoorten te gebruiken. Zo plantte we bomen met de Landelijke Boomfeestdag en deelden we 50 bomen uit aan particulieren om zo hun tuin niet alleen mooier te maken, maar ook bij te kunnen dragen aan klimaatadaptatie.
Waarom een periode van 10 jaar? We hebben dit omgevingsprogramma geschreven voor de komende 10 jaar. Natuur heeft de tijd nodig om zich te ontwikkelen. Bij veel maatregelen kunnen we pas na een paar jaar zien of ze de goede resultaten opleveren. Voor bomen geldt vaak dat dat nog langer is, pas als een boom de leeftijd bereikt zo’n 30 jaar oud is kan hij optimaal een bijdrage leveren aan onze leefomgeving. Deze tijd heeft de natuur nodig en we moeten die tijd ook geven aan de natuur.
– 7–
Foto Unsplash
Omgevingsprogramma 2023-2033
| Natuur in de stad
Kleine vuurvlinder (Lycaena phlaeas)
1.1 Aanleiding 1.2 Doel 1.3 Scope 1.4 Looptijd
Inleiding N ieuwegein is groen en wil groen blijven. Met een robuuste, groene omgeving bereiden we onze stad voor op klimaatverandering. We werken op deze manier ook aan een gezondere leefomgeving met veel biodiversiteit. Bomen zijn hierin een belangrijk onderdeel. Ze nemen koolstofdioxide (CO2) op uit de lucht en zetten dit om in zuurstof. Ook in een klimaatadaptieve omgeving zijn bomen onmisbaar. Met dit omgevingsprogramma voeren we de ambities en doelen uit die staan in de omgevingsvisie Nieuwegein verstedelijkt en vergroent (2020).
1.5 Totstandkomingsproces Terug naar inhoudsopgave
– 9–
Inleiding | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
1.1 Aanleiding
bewegen meer en hebben meer sociale contacten. Ze zijn minder vaak ziek, hebben minder stress en voelen zich gelukkiger. (Wageningen University & Research, z.d.) De natuur is dus de basis voor ons bestaan.
Leven op aarde is niet mogelijk zonder biodiversiteit. Het samenspel van duizenden soorten planten en dieren is de basis van een gezonde leefomgeving, een duurzame voedselproductie en het tegengaan van klimaatverandering. Biodiversiteit zorgt namelijk voor een vruchtbare bodem waarop gewassen goed kunnen groeien. Bovendien helpt die vruchtbare, gezonde bodem bij het opnemen van water tijdens heftige regenbuien. Een gezond ecosysteem (planten en dieren die een relatie met elkaar hebben) is ook beter bestand tegen ziektes en overlast van plagen. En de natuur doet nog veel meer! Bomen en planten beschermen ons tegen de verdere opwarming van de aarde. Dat doen ze door het opnemen van CO2. Ze zorgen schaduw en koelte bij hitte, houden vocht vast in de bodem en halen fijnstof uit de lucht. De natuur zorgt er ook voor dat mensen gezonder blijven. Mensen in een groene omgeving
1.1.1 Hebben we zelf invloed? Hebben wij invloed op de biodiversiteit? Het simpele antwoord is: ‘Ja’. De manier waarop wij ons gedragen zorgt voor veranderingen. Denk aan ander gebruik van de grond, vervuiling en klimaatverandering. Die veranderingen zijn een belangrijke oorzaak voor de afname van de biodiversiteit. Levende planten en dieren zijn met elkaar verbonden binnen ecosystemen. Daarom kan het verdwijnen van één soort een grote invloed hebben op onze voedselketen. Het is onmogelijk precies te voorspellen welke gevolgen een enorme sterfte zou hebben voor mensen. (Nieuws Europees Parlement – Het verlies aan biodiversiteit: waarom is dit een probleem en wat zijn de oorzaken?)
Bron Wageningen University & Research
Figuur 1 Wereldwijd verlies van biodiversiteit valt nog te stoppen – 10 –
Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
1.1.2 Bomen en (openbaar) groen Bomen en (openbaar) groen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, daarom hebben beide een plek in dit omgevingsprogramma. Het Boombeschermingsplan Nieuwegein (BBP) van 2019 is in geactualiseerde vorm geïntegreerd in dit omgevingsprogramma. Aansluitend zal ook de bomenverordening 2012 geüpdatete worden.
| Inleiding
met een levendig centrum. (Punt twee in de omgevingsvisie.) Er staan in de omgevingsvisie keuzes voor het groen, de natuur en de biodiversiteit in de stad. Ook het Coalitieakkoord – ‘Meer voor elkaar’ ( 2022-2026) heeft aandacht voor biodiversiteit. Het beschermen en verbeteren van biodiversiteit is daarbij belangrijk. Zowel in eigen tuinen als op openbare plekken. Met dit omgevingsprogramma Natuur in de Stad werken we ook aan vier Duurzame Ontwikkelingsdoelen: goede gezondheid en welzijn, duurzame steden en gemeenschappen, klimaatactie en leven op het land. Deze Duurzame Ontwikkelingsdoelen noemen we ook wel Sustainable Development Goals (SDG). Dit zijn wereldwijde afspraken om met elkaar te werken aan de bescherming van onze planeet. Zo laten we zien dat we dit niet alleen doen of kunnen, maar dat een brede samenwerking heel belangrijk is. In Bijlage A, Bijlage B en Bijlage C staan de ambities en keuzes over biodiversiteit, natuur en groen. Er staat bij onder welke pijler en doelen ze terugkomen in het omgevingsprogramma.
1.1.3 Het is nu of nooit Het gaat niet goed met de biodiversiteit. Dat is allang geen nieuws meer. Er verdwijnen steeds meer dieren en planten. De zwarte lijn in Figuur 1 laat zien dat het gaat om een afname van de soorten én de aantallen per soort. Dat heeft grote gevolgen voor de hele leefomgeving. De aarde wordt niet meer leefbaar als het verlies van biodiversiteit met dezelfde snelheid doorgaat zonder dat we ingrijpen. (Zie de grijze lijn in Figuur 1.) Veel ecosystemen kunnen dan niet meer goed functioneren. Dit heeft grote gevolgen, ook voor ons mensen. Schoon drinkwater, schone lucht en een gezonde bodem komen in gevaar. En dat is de basis voor ons leven en ons voedsel. En daarmee ook de basis voor onze economie. 1.2 Doel De groene lijn in Figuur 1 laat zien wat we kunnen bereiken als we allemaal meehelpen de biodiversiteit te behouden en te verbeteren. We kunnen verNieuwegein wil dus in 2040 een fijne en groene stad dere verliezen beperken en zelfs weer wat herstellen met een levendig centrum zijn. Daarvoor staan in de wanneer we samenwerken. Het is nu of nooit! omgevingsvisie en het Coalitieakkoord ambities en keuzes. Voor de uitvoering daarvan is dit omgevingsprogramma geschreven. We gebruiken vijf pijlers: 1.1.4 Nu of nooit! Ook voor Nieuwegein verbinden, vergroten, verbeteren, betrekken en In Nieuwegein hebben we natuurlijk ook te maken beschermen.
Bij die pijlers horen duidelijke doelen, met dit verlies van biodiversiteit. Er zijn allerlei maatregelen en acties waarmee Nieuwegein werkt uitdagingen voor onze stad. Zo ligt Nieuwegein aan een stad die klaar is voor de toekomst. tussen snelwegen, steden en water en na 2030 gaan er woningen gebouwd worden in Groot Merwede. Ook eerder gemaakte keuzes voor boomsoorten en 1.3 Scope plantensoorten hebben invloed op onze biodiversiteit van nu. Daarnaast zijn er, net als in veel andere Het omgevingsprogramma gaat over alles binnen gemeenten, bepaalde ziektes in bomen en planten. de gemeentegrenzen van Nieuwegein. Het gaat Die ziektes hebben grote gevolgen voor ons groen. over waar we zelf voor zorgen en over het bezit van anderen. Op bijvoorbeeld wegen, vliegroutes en het 1.1.5 De visie van Nieuwegein weer hebben we geen invloed. We richten ons op de In de omgevingsvisie van Nieuwegein staan vier dingen waarop we wél invloed hebben. We omschrijpunten met duidelijke ambities en keuzes voor een ven dit in de hoofdstukken 4 en 5. Met dit omgegezond, veilig en duurzaam Nieuwegein. Eén van vingsprogramma leggen we ook een basis voor een deze vier punten gaat over onze groene ruimte: (sterkere) samenwerking met andere (gemeentelijke) Nieuwegein wil in 2040 een fijne en groene stad zijn – 11 –
Inleiding | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
organisaties. Naast dit omgevingsprogramma werken we namelijk ook aan andere uitdagingen, zoals woningbouw, energietransitie, klimaatadaptatie, gezondheid en veiligheid, toezicht en handhaving. Duurzame productie, consumptie en circulariteit zijn geen onderdeel van dit omgevingsprogramma. Met het aannemen van Motie 253 in juli 2021 krijgt ook ‘Betere bescherming van bomen voor betere klimaatadaptatie’ een plek in dit programma. Opgaven zoals het bestrijden van invasieve soorten, maar ook het vervangen van ruim 3.000 essen met essentaksterfte vraagt om slim omgaan met beschikbare gelden. We zoeken daarom ook naar mogelijke subsidies om sommige maatregelen (sneller) uit te kunnen voeren. Bijvoorbeeld: we proberen in aanmerking te komen voor een subsidie van de provincie ten behoeve van de bestrijding van invasieve soorten. Om te kunnen voldoen aan de Landelijke bomennorm moeten nieuwe bomen worden geplant. Een eerste grove inschatting ten aanzien van het planten laat zien dat we ongeveer 2.100 bomen van de 1e grootte zouden moeten planten (bomen die gemiddeld tussen de 20 en 25 meter hoog zijn). Dit is om praktische redenen niet haalbaar maar ook financieel niet realistisch. De gemiddelde kosten voor een nieuw te planten boom in het groen inclusief onderhoud zijn €500,-- per boom. Dat is de reden dat we kiezen voor focus in onze ambitie.
Waar mogelijk liften we mee op projecten die in het kader van klimaatadaptatie/Betere Buurten uitgevoerd zullen worden en willen we jaarlijks uit het investeringsbudget ruimte voor ongeveer 150 bomen in het groen reserveren. Op 6 juli 2023 is Motie 38 ‘Duurzaamheid kan niet zonder circulariteit’ aangenomen. Dit onderwerp wordt apart behandeld, maar niet binnen dit omgevingsprogramma. Noot: met de aanvulling bomen in dit omgevingsprogramma geven we nu ook aandacht aan het onderwerp circulariteit.
Zo belangrijk zijn bomen Bomen zijn belangrijk voor de gezondheid van de planeet én voor die van mensen. Op meer manieren dan je misschien zou denken.
(fijn)stof Een grote boom vangt in een jaar
45
vuilniszakken (fijn)stof weg.
Verkoeling Gemiddeld genomen is het
8̊C
koeler onder een boom. Daardoor is er als er bomen rond om een gebouw staan 50% minder airco nodig.
Water opslag Een volwassen boom kan tot
Het Europese bos compenseert nu 10% van de CO2 emissie 1.4 Looptijd van Europa. Bij een actief bosbeleid kan dit Een omgevingsprogramma heeft meestal een stijgen naar looptijd, de tijd dat iets bezig is, van vier jaar. Het omgevingsprogramma Klimaatadaptatie loopt bijvoorbeeld van 2023 tot en met 2026. Het omgevingsprogramma Natuur in de stad heeft een langere
8000 25% liter water opslaan.
– 12 –
Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
looptijd van 10 jaar. Want het duurt langer om in de natuur de gevolgen te zien van de maatregelen die we nemen. Vergelijk het met een tuin. Een tuin ontwerpen en aanleggen is snel gedaan. Maar daarna kost het vaak nog vijf tot zes jaar aan onderhoud tot je tuin eruitziet zoals je wilt. Pas daarna kun je iets zeggen over de kwaliteit van de tuin. Zo gaat dat ook in de natuur. De natuur in onze gemeente heeft tijd nodig om zich te ontwikkelen. Bomen hebben nog veel langer nodig om te groeien en te laten zien hoe ze uiteindelijk worden. Daarom kiezen we voor een periode van 10 jaar. Tijdens die 10 jaar moeten we natuurlijk wel goed monitoren en beoordelen of de maatregelen die we buiten uitvoeren ook de juiste resultaten hebben. Een boom die we nu planten is over zo’n 30 jaar in staat optimaal ‘diensten’ te leveren voor onze leefomgeving. We zien natuurlijk al eerder of een boom het goed doet op de plaats waar hij geplant is. We kunnen maatregelen nemen/aanpassen als dat nodig is.
1.5
| Inleiding
We vroegen toen om feedback op de inhoud van het voorlopige omgevingsprogramma. Voor de medewerkers van de gemeente zelf en voor partners en organisaties buiten de gemeente zijn twee werksessies gehouden. Zij konden daarnaast meelezen met voorlopige versies van dit omgevingsprogramma. Ook de raad heeft een voorlopige versie besproken tijdens de Avond voor de Stad op 28 september 2023. Op de website ikbennieuwegein.nl hebben we een speciale pagina gemaakt. Daarop kon en kan iedereen volgen wat we aan het doen waren. Mensen lazen daar ook op welke momenten zij mee konden denken of mee konden doen aan activiteiten. We hebben meerdere artikelen geschreven in Het Kontakt (de Molenkruier). Daarnaast maakten we twee soorten nieuwsbrieven. Een voor mensen die graag op de hoogte wilden blijven, maar niet actief meededen met het maken van het omgevingsprogramma. En een voor mensen die actief mee hebben gewerkt. Denk bijvoorbeeld aan gemeenten rondom Nieuwegein, scholen, wijkplatforms en inwoners. Bijlage D laat zien welke contactmomenten er waren. In diezelfde bijlage staat ook het communicatie- en participatieplan dat we in april 2023 hebben gepresenteerd. In 2024 hebben we diverse stakeholders betrokken bij de evaluatie en actualisering van het Boombeschermingsplan Nieuwegein 2019. Hiervoor hebben we een korte enquête uitgezet.
Voor de gehele aanvulling bomen hebben we verschillende participatiemomenten georganiseerd. Een overzicht van de participatiemomenten en de resultaten van de enquête zijn te vinden in Bijlage E.
Totstandkomingsproces Bij het schrijven van het omgevingsprogramma Natuur in de stad werkten we volgens de participatienota en de participatieleidraad van gemeente Nieuwegein. Hiermee is een participatieplan gemaakt. Dit plan is besproken tijdens de Avond voor de Stad in april 2023. In dit plan staat hoe inwoners, ondernemers, partners en organisaties buiten de gemeente en de gemeente zelf betrokken zijn bij het maken van dit omgevingsprogramma. Zo hebben de inwoners van Nieuwegein in mei 2023 een online vragenlijst ingevuld. Wie in die enquête liet weten nieuws over het omgevingsprogramma te willen ontvangen, krijgt sinds die tijd nieuwsbrieven. In juni 2023 verzorgden we enkele buurtsafari’s. Tijdens die safari’s liepen we door Nieuwegeinse wijken en konden inwoners meer leren over de natuur in de stad. De deelnemers waren zo enthousiast, dat we een hele serie buurtsafari’s gaan houden. Op 7 november 2023 liepen we de eerste safari van deze nieuwe serie. In juli 2023 gingen we tijdens een inwonersavond actief aan de slag met onderwerpen in het omgevingsprogramma. En op 23 oktober 2023 was er een tweede inwonersavond voor dezelfde groep.
Drie maanden extra tijd In april 2023 deelden we een planning. Volgens die planning zou dit omgevingsprogramma in september 2023 klaar zijn. Dit werd uitgesteld naar eind 2023. De extra tijd gebruikten we natuurlijk niet alleen om een goed omgevingsprogramma te schrijven. We gingen ook direct buiten aan het werk, want de natuur kan niet wachten. Tegelijk met het maken van het omgevingsprogramma voerden we al maatregelen uit. Deze maatregelen staan in paragraaf 5.1. Zo maakten we een vliegende start met ons werk in de natuur. We dragen zo nu al bij aan het waarmaken van het toekomstbeeld voor Nieuwegein in 2040. – 13 –
Omgevingsprogramma 2023-2033
| Natuur in de stad
Gewone margriet (Leucanthemum vulgare)
Gebieds beschrijving en situatie natuur I n dit hoofdstuk vertellen we hoe het landschap van Nieuwegein is ontstaan. We vertellen ook over de verschillende natuurtypen en de dieren en planten die daar vanaf het begin leven en groeien. Als we biodiversiteit willen verbeteren, is het belangrijk te weten welke planten en dieren vanaf het begin in een gebied thuishoren, wat de (a)biotische omstandigheden zijn en hoe die zijn ontstaan. Denk hierbij aan bodemopbouw, waterhuishouding en de landschapstypen die daarbij horen. Deze informatie is noodzakelijk om te begrijpen welke ambities nu (haalbaar) zijn voor de natuur in Nieuwegein.
2.1 Het landschap 2.2 De natuur
Terug naar inhoudsopgave
– 15 –
Gebiedsbeschrijving en natuur | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
Het rivierengebied was op een natuurlijke manier in beweging. Door de aanleg van dijken en polders is deze natuurlijke beweging niet meer mogelijk. Wij mensen regelen nu de waterstanden binnen de dijken. Daardoor zijn er geen regelmatige overstromingen meer binnendijks en houden wij droge voeten. Het betekent echter ook dat de biodiversiteit binnen de dijken anders is geworden. Het is belangrijk om te weten hoe die biodiversiteit was voor de aanleg van de dijken en polders. Het geeft ons een inzicht in de soorten die hier van nature thuishoren en wat die soorten betekenen voor onze leefomgeving.
2.1
en Wierschstroomgordels (onderdeel van het Benschopsysteem), de Jutphaas- en Blokstroomgordels (onderdeel van het Linschotensysteem) en de Hollandsche IJssel- en Lekstroomgordels (onderdeel van het Krimpensysteem). Stroomgordels zijn de restanten van vroegere rivieren en geulen. Nieuwegein is onderdeel van de Lekstroomgordels. Door de stromingen is er een dynamisch en gestapeld landschap ontstaan. Daarmee bedoelen we een landschap dat in beweging is en bestaat uit verschillende lagen. Figuur 2 laat dit soort afzettingslagen zien. Dekzandvorming Lang geleden was dit gebied deel van het pleistocene deklandschap (71.000-12.500 jaar voor Chr.). We weten niet hoe diep dit dekzand ligt in Nieuwegein. Wel weten we dat dit dekzand in het zuidwestelijke deel van de provincie Utrecht tussen 2,5 en 7 meter onder NAP ligt.
Het landschap Het ontstaan Er is veel te vertellen over hoe bijvoorbeeld de invloed van mensen bijdraagt aan de bodem die we nu hebben. Voor het overzicht kijken we nu vooral naar bodemfeiten. De andere informatie staat in Bijlage F. Nieuwegein hoort bij het Utrechtse rivierengebied. Het (eerdere) rivierensysteem heeft een belangrijke rol gespeeld bij het ontstaan van onze huidige gemeente. Het rivierensysteem bestaat uit de Benschop-
Veenvorming Tijdens het Holoceen (11.700 jaar geleden tot nu) steeg het grondwater door de stijgende zeespiegel. Hierdoor ontstond er veel veen. Het zuidelijke Utrechtse rivierengebied werd helemaal bedekt met een laag veen. Op het veen kwamen de rivierafzettingen. In Nieuwegein is daardoor
Zavel en fijn zand Iets grindhoudend zand Sterk grindhoudend zand
Doorsnede
Figuur 2 vorming van afzettingslagen Oeverwal
Grind
Klei
Crevasseafzetting – 16 –
Oudere afzettingen
Stroomrichting rivier
Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
| Gebiedsbeschrijving en natuur
maar weinig veen terug te vinden. Het veen dat we vinden, zit ten minste 40 cm diep. Het meeste veen is nog te vinden in de noordelijke en westelijke provincies van ons land. Rivierafzettingen Waar rivieren door het landschap slingerden, spoelde het stromende water steeds grond weg. Op andere plaatsen bleef die grond weer achter. In deze tijd zijn de Lek en de Hollandsche IJssel de meest recente stroomgordels die ook nu nog belangrijk zijn voor wateraanvoer en -afvoer. De vroegere rivieren hebben het landschap gemaakt en de bodemsamenstelling beïnvloed. Er zijn drie type afzettingen: Stroomrug, oeverwal Oeverwallen zijn eigenlijk dijken, die door de rivier zelf gemaakt werden. Dat gebeurde tijdens overstromingen. Allerlei materialen, zoals zand, grind en klei, kwamen met het water naast de rivier terecht. Deze materialen bleven achter op de oevers. We zeggen dan dat de materialen op de oevers werden afgezet. Het zand bleef achter naast de rivierbedding. De klei bleef wat verderop achter in de komgronden, áchter de oeverwallen. Dit gebeurde bij elke overstroming. Zo ontstond na jaren een steeds hogere en bredere natuurlijke wal. Oeverwallen van verdwenen rivieren kun je nog altijd zien. We noemen ze dan stroomruggen (Janssen, 2008). Zie ook Figuur 3.
Figuur 3 Natuurlijke Systeem Nederland Legenda
Rg1 Stroomrug, oeverwal Rg2 Rivierkom
Crevasse Als tijdens hoog water een oeverwal doorbrak of overstroomde, ontstond een erosiegeul. We noemen dat een crevasse. In de erosiegeul werd zand en klei afgezet. Zie ook Figuur 3, categorie Rg5 Restgeul.
Rg3 Uiterwaard Rg5 Restgeul Bron Wageningen Enverironmental research
Kom Komgronden ontstonden ook door overstromingen. Het zijn de lagere delen achter de oeverwallen. Daar bleef klei achter. Zie ook Figuur 3, categorie Rg2 Rivierkom. Uiterwaardafzettingen Natuurlijke afzetting verandert wanneer de rivieren dijken krijgen. Afzetting stapelt zich dan – 17 –
Gebiedsbeschrijving en natuur | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
op tussen de dijken. Zo ontstaan uiterwaard afzettingen. In Figuur 3 is dit Rg3 Uiterwaard. In de Bossenwaard (aan beide kanten van de Lek bij de brug over de A2) zijn in de ondergrond geul-, kom- en oeverafzettingen gevonden. De bovenlagen zijn uiterwaardafzettingen van zo’n 1,5 tot 2 meter. In de Waalse waard (in de zuidoostelijke hoek van onze gemeente) zijn ook geulafzettingen gevonden. Als we kijken naar de plek en de diepte in de grond is het meest waarschijnlijk een uiterwaardgeul van de Lek. Daarnaast zijn er komafzettingen en een laklaag. In die laklaag zijn enkele spikkels houtskool gevonden. Onder de komafzettingen zijn op 1,6 m onder NAP kalkloze oeverafzettingen gevonden. Bodemopbouw Figuur 4 laat zien welke bodemsamenstelling waar te vinden is: Ooivaaggronden Dit zijn diepbruine en goed gehomogeniseerde (gelijkmatig vermengde) zavel- en kleigronden. Poldervaaggronden Ze behoren tot de hydrokleivaaggronden. Het zijn zavel- en kleigronden waarin regelmatige, hoge grondwaterstanden kunnen voorkomen. Ze hebben geen veen binnen 80 cm en geen donkere bovengrond. Drechtvaaggronden Ze behoren tot de hydrokleivaaggronden. Het zijn zavel- en kleigronden waarin regelmatige, hoge grondwaterstanden kunnen voorkomen. De gronden bestaan uit een kleidek dat tussen 40 en 80 cm diepte overgaat in veen. Dit veenpakket (ook wel moerig materiaal genoemd) is dikker dan 40 cm.
Figuur 4 Bodemindeling Legenda
Bodemdaling Bodemdaling (we noemen dat ook wel inklinking) ontstaat door het ontwateren en belasten van een slappe ondergrond als klei en veen. Dit werd vaak gedaan om de grond geschikt te maken voor landbouw en woningbouw. Door klimaatveranderingen kan de ontwatering versnellen. De bodem wordt dan steeds droger, het
Kalkloze poldervaaggronden Kalkhoudende poldervaaggronden Kalkloze drechtvaaggronden Kalkhoudende ooivaaggronden Bron Wageningen Enverironmental research
– 18 –
| Gebiedsbeschrijving | Natuur in ende natuur stad
2023-2040 NatuurOmgevingsprogramma 2023-2033 Omgevingsprogramma 2023-2033 in de stad
Locatie De Lek
– 19 –
Gebiedsbeschrijving en natuur | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
Buitendijks De uiterwaarden van de Lek bieden kansen voor het herstel van het oorspronkelijke rivierenlandschap. Met het project Ruimte voor de Rivier zijn veel landbouwgronden gebruikt voor natuurontwikkeling (Provincie Utrecht, 2021). Binnen deze gebieden is ruimte voor het rivierenlandschap dat hier altijd al was. Hier worden pioniervegetaties opgevolgd door graslanden, struwelen en bossen. Op de hogere delen staat rivier- en beekgeleidend bos (bos langs oevers van rivieren en beken dat regelmatig met de voeten in het water staat door hoog water) en droog schraalland. In de lagere delen staat vochtig hooiland en glanshaverhooiland. De soorten die hierbij horen, staan in Bijlage G.
veen verteert en de bodem daalt. Nieuwegein is in bepaalde mate kwetsbaar voor bodemdaling. Want in sommige delen en op verschillende lagen onder de bebouwde omgeving ligt een veenlaag. Als het veen droog komt te staan, wordt de natuurlijke bodemdaling versneld door inklinking. Dit kan gevolgen hebben voor het groen, maar er kan ook schade ontstaan aan gebouwen, woningen en wegen. Daarom staat in het omgevingsprogramma Klimaatadaptatie dat er een eerste onderzoek wordt gestart naar de grootte van deze problematiek. Uit het onderzoek kan volgen dat een plan moet komen met doelen en maatregelen om het probleem van inklinking aan te pakken. Hierover zijn nog geen afspraken gemaakt.
Binnendijks Binnendijks is er eigenlijk geen rivierenlandschap meer. Beheertypen die onder invloed staan van de rivier en regelmatig overstromen zijn binnendijks daardoor niet haalbaar. We kiezen wel voor beheertypen die het best passen bij de lokale bodem en vochthuishouding. Zo is er in het IJsselbos N16.04 Vochtig bos met productie, N14.03 Vochtig bos Haagbeuken en essen en N10.02 Vochtig hooiland terug te vinden. De soorten zijn in Bijlage G terug te vinden.
Het landschap van nu Nieuwegein ligt dus in een rivierenlandschap dat altijd sterk in beweging was, ook wel rivierdynamiek genoemd. Met die dynamiek bedoelen we overstromingen vanuit de rivier, veenvorming en kleiafzetting. Door de aanleg van de dijken en polders is die dynamiek voor een groot deel verdwenen. Alleen in het ‘buitendijkse’ deel is die dynamiek er nog. We noemen de buitendijkse delen de uiterwaarden.
2.1.1 Wat betekent dat voor onze bomen? Klei is een stevige vochtvasthoudende grondsoort die niet makkelijk te bewerken is. Wel een grondsoort die makkelijk verdicht. Bij een te verdichte bodem kan een tekort aan zuurstof ontstaan. Naast de omstandigheden van de bodem zelf hebben we te maken met de waterstanden en ondergrondse drukte. De grondwaterstanden variëren per seizoen. Op bodemdata.nl worden de gegevens weergegeven. In Bijlage H zijn afbeeldingen te vinden van de gemiddeld kleinste diepte en de gemiddeld grootste diepte. In de drogere periode is de grondwaterstand vaak een meter of dieper, in de natte periode kan de grondwaterstand makkelijk rond de 50 à 60 cm onder maaiveld zijn. De grondwaterstand hangt altijd samen met de hoeveelheid regen en kan steeds anders zijn. De meetpunten bevinden zich niet in de gehele gemeente. De beschikbare data laat zien dat de grondwaterstand aanzienlijk
'Op ongeveer 9 en 15 kilometer van Nieuwegein liggen Natura 2000-gebieden (Figuur 5). Deze gebieden worden beschermd volgens Europese regels.' – 20 –
Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
| Gebiedsbeschrijving en natuur Bron NL Adviseurs, natura2000.nl, GSP
hoog is in de natste periode. Dat betekent dat de meeste bomen gedurende enkele maanden per jaar te maken krijgen met natte voeten. Duurt die periode te lang dan kunnen de wortels zelfs (gedeeltelijk) afsterven.
2.2
De natuur In deze paragraaf beschrijven we de natuur in Nieuwegein: waar deze ligt, hoe deze heet en wat de stand van zaken hiervan is. We bespreken eerst de natuurgebieden in en rondom Nieuwegein. Daarna de natuur in de delen buiten de natuurgebieden. Ook daar is natuur te vinden. Deze delen horen bij industrie, wonen, en water. We gebruiken hiervoor wijknamen. 2.2.1 Natuurgebieden Op ongeveer 9 en 15 kilometer van Nieuwegein liggen Natura 2000-gebieden (Figuur 5). Deze gebieden worden beschermd volgens Europese regels. In Nieuwegein zelf zijn geen Natura 2000-gebieden. De uiterwaarden en de Lek horen bij het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN verbindt de Natura 2000-gebieden met elkaar (Figuur 5). In Nieuwegein hebben we ook het Nieuwegeinse Natuurnetwerk (Figuur 5, groene lijn Ecologische verbinding). Waar dit Nieuwegeinse Natuurnet werk precies ligt, is te lezen in het Groenstructuurplan uit 2017. Het Nieuwegeinse Natuurnetwerk bestaat naast het eerdergenoemde Natuurnetwerk Nederland uit lokale groene hotspots en de groene verbindingen hiertussen. In 2018 is een onderzoek uitgevoerd door Bureau Waardenburg (Boddeke). Hier is gekeken hoe we een zo hoog mogelijk ambitieniveau kunnen halen binnen ons Natuurnetwerk. Deze ambitieniveaus zijn sterk afhankelijk van de omvang van de aanwezige natuur.
In een ideale situatie is het Natuurnetwerk één ongedeelde zone, in de praktijk is dat niet zo. Er is daarom gekeken naar zo groot mogelijke aangesloten groenzones en wat ervoor zorgt dat ze niet verder kunnen groeien. Op basis van hun ligging zijn er zes grote stedelijke parkachtige groenzones aangegeven. Iedere zone is ten minste 50 hectare groot. Voor deze
Figuur 5 De ligging van het Natuurnetwerk Nederland en de Natura 2000-gebieden in de omgeving van Nieuwegein Legenda
Grens gemeente Nieuwegein Natuurnetwerk Nederland Natura 2000-gebieden Ecologische verbinding Bron NL Adviseurs, natura2000.nl, GSP
– 21 –
Gebiedsbeschrijving en natuur | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
Tabel 1 6 groene zones met ieder een ambitieniveau en doelsoorten Zone
Ambitieniveau
Doelsoorten
1 Hoge landen-Park Oudegein circa 150 hectare
Niveau 4: ontwikkeling oud parkbos met ruimte voor holenbroeders, bloemrijke weides voor vlinders, moerasvegetaties.
Boomvalk, boommarter, bunzing, groot heksenkruid, ringslang, oranjetipje.
2 Kanaalzone Plettenburg-De Wiers circa 80 hectare
Niveau 3 (2): ontwikkeling bloemrijke grazige vegetaties op dijk (verbindingszone) en grotere graslanden. Aaneengesloten laanbeplantingen.
Migratie/foerageerzone voor vleermuizen en leefgebied voor egel en bunzing. Kleine vuur vlinder, bruine sprinkhaan, margriet, knoopkruid.
3 Rijnhuizen-Noorderveld circa 65 hectare
Niveau 3: ontwikkeling oud parkbos met ruimte voor holenbroeders, bloemrijke weides voor vlinders. Versterken van doorlopende boomstructuren en ruigte/ struweelranden in de ecologische verbindingszone.
Bunzing, boomvalk, watervleermuis, franjestaart, rosse vleermuis, bruin zandoogje, groot heksenkruid.
4 Westelijke groenzone Batau-Galecop circa 80 hectare
Niveau 3: ontwikkeling van een afwisselende groenstrook met opgaande bosschages, graslanden en watergangen. In verband met de omvang en recreatief gebruik niet te hoge doelen.
Bunzing, hermelijn, egel, laat vlieger, kleine karekiet, bont zandoogje, gewone pad.
5 Tramremiseterrein en groenstroken Huis de Geer circa 50 hectare
Niveau 3: ontwikkeling van ouder parkbos. Sinds 40 jaar een compensatiegebied (Provincie). Belangrijk voor natuurontwikkeling. Tevens laatste stapsteen in de verbinding met de gemeente Utrecht.
Bunzing, boomvalk, egel, bont zandoogje, gewone pad.
6 Galecopperzoom circa 50 hectare
Niveau 3: ontwikkeling van een parkzone met bloemrijk grasland, moerasstroken en beperkte bosverbindingen.
Gewone margriet, moerasspirea, grauwe wilg, bunzing, bont zandoogje, gewone pad, heikikker, kleine karekiet.
zes zones zijn, per zone, ambities en doelsoorten aangegeven (zie Tabel 1). De meeste gebieden in het Natuurnetwerk Nieuwegein zijn een parklandschap. Daarbinnen richten we ons vooral op soorten die leven in bebouwd gebied. Denk aan de egel, bunzing, franjestaart, bruin zandoogje, gewone pad en groot heksenkruid (Tabel 1). De ambitieniveaus die we hier noemen komen uit het rapport van Boddeke (2018) en zijn anders dan de ambities in de omgevingsvisie. In Bijlage A staan de ambities en keuzes uit de Omgevingsvisie. De ambities die we hier noemen helpen meer bij het herstellen en verbeteren van de biodiversiteit.
Figuur 6 Woningen die zicht hebben op drie bomen.
2.2.2 Wonen In gemeente Nieuwegein is veel groen rondom de
Zicht op 3 bomen – 22 –
Zicht op minder dan 3 bomen
Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
woningen. Per woning is er nu gemiddeld ongeveer 170 m2 openbaar groen. Dit is ruim boven de minimale 75 m2 openbaar groen per woning volgens de Nota Ruimte (2004). We kijken ook naar of men zicht heeft op 3 bomen vanaf zijn/ haar woning en naar het percentage bladerdek wat een wijk bedekt. De richtlijn voor bedekking met bladerdek is 30% van een wijk. We zien dat er grote verschillen tussen de wijken. Zo heeft Zandveld het minste openbaar groen per woning en de Wiers juist heel veel (Tabel 2). Het groen is vooral te vinden aan de oostelijke kant van de Wiers. Er is minder groen tussen de woningen dan je zou verwachten. De cijfers geven inzicht in de verdeling van het openbaar groen in de wijken. Als we kijken naar de verdeling bomen en bladerdekbedekking zien we ook daar flinke verschillen. Zeker in versteende gedeelten zoals het huidige
| Gebiedsbeschrijving en natuur
Figuur 7 Overzicht per wijk qua % bladerdek.
Legenda
>35% 31-35% 26-30% 20-25% < 20%
Tabel 2 De groengegevens per wijk (het groen van Park Oudegein en het groen in gebied Het Klooster niet meegenomen). De gegevens komen uit ons beheersysteem Greenpoint (d.d. juli 2023). Wijk
Aantal inwoners
Oppervlakte groen (m2)
Aantal bomen
Groen per inwoner (m2)
Groen per woning (m2)
Batau Noord
7.414
351.629
2.902
47,4
102,86
Batau Zuid
6.542
344.375
2.960
52,6
114,14
Blokhoeve
1.768
140.696
743
79,5
172,52
De Wiers
125
63.426
780
507,5
1101,28
Doorslag
6.026
264.709
3.411
43,9
95,26
Fokkesteeg
6.523
238.999
2.316
36,6
79,42
Galecop
8.189
708.346
4.387
86,5
187,71
Hoogzandveld
3.016
186.636
1.218
61,9
134,32
Huis de Geer
656
109.849
644
167,4
363,26
Jutphaas en Wijkersloot
6.578
185.253
2.091
28,2
61,19
Liesbosch -Laagraven
191
48.165
401
252
2408,25
Lekboulevard
1.666
41.473
427
24,9
54,03
Merwestein
1.625
51.586
628
31,7
68,79
Plettenburg
497
238.606
837
480,1
1041,82
Rijnhuizen
1.872
100.866
1.613
53,9
116,96
Stadscentrum
1.827
9.831
317
5,4
11,72
Vreeswijk
3.394
123.438
1.174
36,4
78,99
Zandveld
2.332
40.059
670
17,2
37,32
Zuilenstein
5.324
201.324
2.630
37,8
82,03
– 23 –
Gebiedsbeschrijving en natuur | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad Tabel 3 % onverhard in tuinen (2018) Wijk
Percentage onverhard
Doorslag-Noord
46%
Doorslag-Oost
47%
Batau Zuid
30%
Doorslag-Zuidwest
55%
Blokhoeve
7%
Driften-Noord
20%
De Wiers
11%
Driften-Zuid
46%
Doorslag
49%
Gaarden
35%
Fokkesteeg
24%
Galecopperzoom
61%
Galecop
18%
Graven en Gravinnen
31%
Het Klooster
36%
Hagen
19%
Hoge Landen
71%
Het Klooster
36%
Hoogzandveld
28%
Hoge Landen
71%
Huis de Geer
52%
Hoogzandveld-Oost
28%
Jutphaas Wijkersloot
49%
Hoogzandveld-West
28%
Laagraven
37%
Hoven-Oost
21%
Lekboulevard
18%
Hoven-West
9%
Merwestein
12%
Huis de Geer
52%
Park Oudegein
55%
Jutphaas
39%
Plettenburg
59%
Lekboulevard
18%
Rijnhuizen
50%
Merwestein
12%
Stadscentrum
30%
Nieuw Vreeswijk
24%
Vreeswijk
16%
Park Oudegein
55%
Zandveld
24%
Plettenburg
59%
Zuilenstein
15%
Rijnhuizen
50%
Schansen
14%
Stadscentrum
30%
Buurt
1,0,80,60,40,20,0
Percentage onverhard Binnenweides
15%
Vesten
29%
Blokhoeve
7%
Vreeswijk
13%
Buitengebied Laagraven
41%
Wijkersloot-Oost
44%
Buitenweides
34%
Wijkersloot-West
65%
Burgen
15%
Zandveld
24%
De Liesbosch
19%
Zuilenstein-Noord
16%
De Wiers
11%
Zuilenstein-Zuid
15%
1,0,80,60,40,20,0
– 24 –
30% of meer onverhard
22%
minder dan 30% onverhard
Batau Noord
Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
centrumgebied is weinig ruimte voor bomen. Als voorbeeld zijn figuur 6 en figuur 7 toegevoegd. Deze figuren zijn gebaseerd op bomen die in eigendom zijn van de gemeente. De groene woningen in figuur 6 hebben zicht op 3 bomen, de oranje en rode woningen hebben dat niet. Figuur 7 laat zien in welke delen van Nieuwegein het bladerdek 30% van een wijk beslaat. In hoofdstuk 4 Visie en strategie en in hoofdstuk 5 Doelen en maatregelen gaan we hier verder op in.
| Gebiedsbeschrijving en natuur
zicht (januari 2025). In hoofdstuk 5 noemen we doelen en maatregelen voor het vergroenen van de particuliere tuinen, meestal in samenwerking met klimaatadaptatie. Soortkeuze planten en bomen Voor heel Nieuwegein geldt dat de stad snel gegroeid is en ook snel groen moest zijn. De eerder gemaakte keuzes voor plantensoorten zijn op basis van de kennis, ervaringen en wensen van nu niet altijd de juiste gebleken. Veel bomen zorgen voor (ernstige) wortelopdruk, staan niet op de juiste plek of zijn aan het einde van hun levensduur. Daarnaast spelen ziekten een belangrijke rol bij het toekomstbestendig maken van onze leefomgeving. Hoe we hiermee om willen gaan is te lezen in hoofdstuk 5.
Stapstenen Een deel van het openbare groen ligt als groen lint door de bebouwing. Dit zijn zowel grotere groengebieden als kleinere, langgerekte groenstroken met bomen, heesters, grasvelden, oevers en water. Deze groene linten worden stapstenen genoemd. Stapstenen zijn “steunpunten” voor het Natuurnetwerk Nieuwegein: het zijn natuurverbindingen tussen de parken en het buitengebied en tussen de parken onderling. Via deze stapstenen kunnen planten en dieren zich verplaatsen van het ene naar het andere groengebied. Daarmee wordt uitwisseling van planten en dieren mogelijk. De inrichting van een stapsteen bepaalt welke soorten (dieren en/of planten) er gebruik van kunnen maken. Eén van de stapstenen is het groen langs de Reinesteijnseweg, Batauweg en de A.C. Verhoefweg. Hiermee worden het Park Galecop en het Park Kokkebogaard aan elkaar verbonden. Door heel Nieuwegein zijn dit soort gebieden die werken als groene stapstenen. Ook plekken zoals groene schoolpleinen, volkstuinen, begraafplaatsen, sportvelden en groene speellocaties kunnen een stapsteen zijn. Maar ook bomen langs doorgaande wegen en straten vormen belangrijke stapstenen voor verschillende, met name vliegende, soorten. Zie hiervoor ook het Groenstructuurplan Nieuwegein.
Zinloze verharding Gemiddeld is er in Nieuwegein per woning veel openbaar groen. Toch is er binnen de gemeente nog behoorlijk wat aan zinloze verharding in de openbare ruimte. Er is door bureau Cleverland in 2022 onderzoek gedaan naar de hoeveelheid zinloze verharding. Dat onderzoek geeft aan dat er 122.000 m2 onnodige verharding is. Voor ongeveer 77.000 m2 daarvan is het vergroenen veel werk. Er moeten bijvoorbeeld straten anders worden ingericht. De overige 45.000 m2 is wél makkelijk te vergroenen: door asfalt en tegels weg te halen en de grond te beplanten. Bomen die in verharding staan hebben niet alleen zelf veel voordelen als ze meer ruimte krijgen, maar een boom in een groenstrook kan tot vijf keer zo goed koelen als een boom die in verharding staat. Dus ook hier geldt: 'zinloze'tegel eruit, groen erin. Deze vergroening helpt bij klimaatadaptatie en biedt kansen voor verbetering van de biodiversiteit. 2.2.3 Industrie Nieuwegein heeft vier bedrijventerreinen: Liesbosch-Laagraven, Het Klooster, Plettenburg en de Wiers. Deze terreinen hebben weinig groen, veel rechte lijnen en veel verharding. Bomen staan merendeel alleen langs de doorgaande wegen. Toch is er genoeg kans om ze groener te maken. Bijvoorbeeld door parkeerplekken anders in te richten, zodat er meer mogelijkheden ontstaan voor klimaatadaptatie en biodiversiteit.
Groene tuinen Veel bewoners hebben minder dan 30% groen in hun tuin. In de helft van onze wijken bestaat de tuin uit meer dan 70% verharde ondergrond. We hebben dit in 2019 laten onderzoeken door Adviesbureau Neo (disclaimer: onzekerheidsmarge van ± 10%). Tabel 3 laat een overzicht zien van het percentage groen (onverhard) in de tuinen. Op het aantal bomen in particuliere tuinen is nog geen – 25 –
Gebiedsbeschrijving en natuur | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
Dat is niet alleen goed voor planten en dieren, maar ook voor de mensen die er werken; uit onderzoek blijkt dat werknemers gezonder en blijer zijn in een groenere omgeving. Daarbij kan een juiste boomkeuze in sommige gevallen zelfs helpen bij overlast van muizen/ratten. Bomen bieden tenslotte mooie ‘uitzichtplaatsen’ voor roofvogels. In Liesbosch-Laagraven valt vooral Downunder op. Dat is een groene plek voor watersport, recreatie en evenementen. De rest van Liesbosch-Laagraven is vooral versteend, met bijna nergens groenstroken. Een klein (westelijk) deel van Het Klooster is zo ingericht dat er mogelijkheden zijn voor natuur en biodiversiteit. We noemen het een compensatiegebied voor natuur, omdat ergens anders natuur is verdwenen. In dit geval was de inrichting van dit compensatiegebied noodzakelijk vanwege de aanleg van de bedrijven op Het Klooster. Door de bouw van de bedrijven zou een belangrijke voortplantingsplek voor (beschermde) diersoorten verloren gaan. Door dit compensatiegebied in te richten hebben deze soorten een leefen voortplantingsplek behouden.
Streefbeeld waterkwaliteit Wanneer een watergang aan het streefbeeld (zichtbaar) voldoet, heeft het de volgende waterkwaliteit:
er is minder dan 40% bedekkingspercentage algen en/of kroos aanwezig;
2.2.4 Water Water is belangrijk in de leefomgeving. Naast biodiversiteit is ook de waterkwaliteit de laatste tientallen jaren flink achteruitgegaan. De gemeente Nieuwegein en Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden wil dat alle watergangen in Nieuwegein tenminste
het doorzicht in het water is minimaal twintig centimeter;
er is een minimale diversiteit* van waterplanten en oevervegetatie aanwezig is;
er liggen minder dan tien stuks zwerfafval in of op honderd m2 wateroppervlak.
*Voor de precieze randvoorwaarden: zie de ecoscans zoals gepubliceerd op de website van het Hoogheemraadschap. (De link staat op pagina zeven in het Meerjarenplan Waterkwaliteit Nieuwegein.)
Streefbeeld ‘levendig’ Nieuwegein telt 15 locaties met streefbeeld ‘levendig’. – 26 –
Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
| Gebiedsbeschrijving en natuur
bodem zit vol met allerlei kabels, leidingen, rioleringen, waterleidingen en in de toekomst warmtenetten. Daarnaast hebben we ook te maken met verdichting van de bodem, vernatting en verdroging. Figuur 8 laat een detailweergave zien van een middenberm. In deze middenberm staat een rij met bomen (zie de drie blauwe cirkels). De bomen staan bovenop kabels. Met de huidige kennis is het niet mogelijk een boom links in de rij bij te plaatsen omdat de wortels onvoldoende afstand hebben van de kabels. Een bomenrij in een middenberm is echter wel bepalend voor beleving en wegbegeleiding.
Streefbeeld ‘zichtbaar’ Nieuwegein telt 13 locaties met streefbeeld ‘levendig’.
2.2.6 Kengetallen bomen De gemeente heeft in 2024 5.160.082m2 openbaar groen en 34.918 bomen (zowel bomen die van nature hier voorkomen als bomen die van oorsprong in andere gebieden thuishoren). Het openbaar groen is onderverdeeld in:
het streefbeeld ‘zichtbaar’ hebben. Dit is op dit moment nog niet overal het geval. In 2021 is er op 44 locaties in Nieuwegein de waterkwaliteit beoordeeld. Er was één locatie met streefbeeld ‘natuurlijk’, 15 locaties met streefbeeld ‘levendig’, 13 locaties met streefbeeld 'zichtbaar' en 15 locaties met streefbeeld ‘laag’. Soms is er sprake van overmatige kroosvorming, zijn waterplanten helemaal afwezig of is er sprake van botulisme of blauwalg. Op andere plekken gaat het eigenlijk heel goed en wordt voldaan aan het streefbeeld ‘levendig’ of ‘natuurlijk’. 2.2.5 In de bodem Natuurlijk zitten de wortels van bomen in de bodem, maar niet alleen dat. Het is druk in de bodem. De
Soort openbaargroen
Oppervlakte groen (m2)
Bos
464.729
Bosplantsoen
369.561
Sierheesters
281.547
Hagen
32.813
Vaste planten
24.789
Rozen
4.011
Boomspiegels
2.367
Gazon
3.315
Grafveld
7.780
Recreatief gras
267.750
10 x maaien
846.922
Ruw gras
1.994.434
Sloten
715.986
Drijvende eilanden
175
Zelfbeheer
114.873
Verhuurd
29.030
We gaan in deze paragraaf in op de bomen. Om te weten hoe we onze bomen willen beschermen
Figuur 8 laat een detailweergave zien van een middenberm. – 27 –
Gebiedsbeschrijving en natuur | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
(actualisatie boombeschermingsplan 2019) is het noodzakelijk om te weten wat we hebben.
2.2.7 Stand van zaken Op bepaalde plekken wordt aan monitoring gedaan. En steeds meer mensen geven hun waar nemingen door via websites als waarneming.nl en telmee.nl. Toch blijkt het lastig om met die gegevens goed bij te houden hoe het met de biodiversiteit in gemeente Nieuwegein gaat. Daarvoor is het nodig om lange tijd op dezelfde manier natuurgegevens te verzamelen. Daarom is in dit omgevingsprogramma opgenomen dat we een methode en een meetnet dat daarbij hoort gaan opzetten. (zie paragraaf 6.4) Toch kunnen we al wat opvallende dingen noemen. We beginnen met een aantal negatieve ontwikkelingen. Hiermee benadrukken we meteen dat dit omgevingsprogramma nodig is: De natuur is sterk versnipperd geraakt door de bouw van woonwijken en wegen. Voor dieren die niet vliegen, is het vaak onmogelijk om de drukke wegen over te steken. Door de aanleg van ecoducten en wildtunnels is dat de afgelopen jaren wel iets verbeterd. Maar er blijven veel plekken over waar dieren moeilijk de weg over kunnen. Een voorbeeld van zo’n plek is de verbinding tussen het buitengebied van IJsselstein en het IJsselbos. Daar lopen de A2 en de N210 doorheen. Er is steeds meer druk op iedere m2 groen. Daarmee bedoelen we dat er weinig ruimte is voor groen. Dat komt niet alleen door hoe we die ruimte inrichten, maar ook door de ‘overlast’ van groen.
Denk aan schaduw op zonnepanelen, gladde straten door vallend (nat) blad in de herfst, bloesem in het voorjaar, hooikoorts, enz. De gemeente krijgt steeds vaker verzoeken om een boom te kappen of te snoeien ten behoeve van de opbrengst van zonnepanelen. De kruin van een boom kan zomers zoveel schaduw
Gezien het ontstaan van Nieuwegein is het niet raar dat verreweg de meeste bomen geplant zijn in de 70 en 80-er jaren. We hebben zo’n 200 bomen die 60 jaar of ouder zijn. Tabel 4 laat van al die bomen de gemiddelde toekomstverwachting zien. Diversiteit De es en de eik komen het meeste voor in de gemeente Nieuwegein, zie de afbeelding op pagina 29. Beide boomsoorten groeien hier goed, hoewel de eik eigenlijk meer van zandgronden houdt. Een te hoge grondwaterstand is voor eiken niet gunstig. 12% van het totaal is eik en ook 12% van het totaal is es, de esdoorn volgt met 9%. Voor een goede verdeling van alle soorten is maximaal 20% van hetzelfde geslacht ideaal. Dit wordt omschreven in de zogeheten 10-20-30 regel, dit leggen we in hoofdstuk 5 verder uit en daar geven we ook aan hoe we hiermee om willen gaan in Nieuwegein. Ecologische waarde Soorten die hier van nature voorkomen (inheemse soorten) hebben de hoogste ecologische waarde. Bijvoorbeeld: op een inheemse eik (Quercus robur) kunnen zo’n 450 verschillende soorten insecten leven. Op een uitheemse eik, zoals de Amerikaans eik (Quercus rubra) komen zo’n 30 verschillende soorten af. Van de eiken die binnen onze gemeente staan is ongeveer 2/3 inheems. In het verleden is de ecologische waarde van een boom niet persé meegenomen in soortkeuze. Hoe we hier meer aandacht aan willen geven is te lezen in hoofdstuk 5.
Toekomstverwachting/ Jaartal
Slecht/Matig 0 - 5 jaar
Voldoende 5 - 10 jaar
Goed 10 -25 jaar
Zeer goed > 25 jaar
Totaal:
ouder dan 1970
116
885
442
39
1.482
1970 - 1989
1.674
7.847
9.742
1.449
20.712
na 1990
277
1.894
7.743
2.854
12.768
Totaal
2.067
10.067
17.927
4.342
34.962
Tabel 4 Gemiddelde toekomstverwachting van bomen gebaseerd op de gegevens van oktober 2025. – 28 –
Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
| Gebiedsbeschrijving en natuur
De meest voorkomende bomen in Nieuwegein Aantallen per boomgeslacht.
Es 4.028
Eik 3.978
Esdoorn 3.117
Els 3.109
Linde 2.638
Populier 2.467
Wilg 2.217
Plataan 1.621
Sierkers Berk Beuk Iep Kastanje Haagbeuk
1.281 1.239 1.032 786 634 631
Sierpeer Magnolia Walnoot Valse Christusdoorn Sierappel Acacia – 29 –
482 408 387 382 366 365
Amberboom Lijsterbes Moerascypres Peer - vruchtboom Krentenboompje Meidoorn
334 294 233 194 180 151
Natuur in de stad | Omgevingsprogramma 2023-2033
Locatie Boomvalk
– 30 –
Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad
| Gebiedsbeschrijving en natuur ving.
geven dat de opbrengst van de door de boom beschaduwde zonnepanelen verlaagt wordt. Terwijl bomen welke rondom gebouwen staan er ook voor zorgen dat er zo'n 50% minder airco nodig is. De gemeente kapt geen bomen ten behoeve van zonnepanelen, in uitzonderlijke situaties wordt enkel eens een boom gesnoeid.
We gaan voor nog veel meer positieve veranderingen. Daarbij houden we in de gaten wat de effecten zijn van wat we doen. Zo weten we straks goed hoe de biodiversiteit in onze leefomgeving verder verbetert. Groot Merwede Groot Merwede is na 2030 een belangrijk gebied voor de gemeente en de regio om te ontwikkelen. In de Omgevingsvisie staat dat dit gebied wordt onderzocht voor grootschalige stedelijke ontwikkeling. De Raad heeft in oktober 2022 een positiebepaling vastgesteld. Daarin staat wat Groot Merwede moet opleveren voor Nieuwegein. Er staat ook in hoe die ambities worden beoordeeld. We noemen dat het beoordelingskader. Groen en natuurlijke ontwikkeling (biodiversiteit en Natuurnetwerken), recreatie en klimaatadaptatie zijn onderdeel van dit beoordelingskader. Bescherming en ontwikkeling van groen/natuur horen bij een complete ontwikkeling van een gebied. Daarnaast is besloten dat bestaande waarden belangrijker zijn dan het ‘pauzelandschap’ dat al zou worden ontwikkeld. Dit betekent dat er belangrijke en overtuigende redenen moeten zijn om bestaande waarden aan te tasten, te verplaatsen of te veranderen. Op deze manier wordt bij de ontwikkeling van Groot Merwede rekening gehouden met groen en natuur. Bij de ontwikkeling van Groot Merwede moeten we de juiste keuzes maken en op een goede manier samenwerken om de verschillende doelen voor het gebied samen te laten komen.
Hoe krijgen we het groen zover mogelijk het stedelijk gebied in? Dat is namelijk de bedoeling van de leidraad 3-30-300. Er zijn ook juist kansen om ecologische verbindingen te maken naar gebieden als Laagraven Oost en Rijnenburg. Deze verbindingen kunnen we slim combineren met bijvoorbeeld routes voor langzaam rijdend verkeer.
Gelukkig zijn er ook positieve ontwikkelingen: City Nieuwegein wil minder verharding (stenen en asfalt) en wil de meest duurzame binnenstad van Nederland worden. Bij vernieuwing ligt de nadruk op het toevoegen van groen aan de stad. Ook wordt het water opgevangen en weer gebruikt om het openbaar groen in droge periodes water te geven. Het nieuwe City Park (het voormalige rosarium) is pas geopend. Dit park biedt niet alleen mogelijkheden om te spelen en wandelen, maar is ook een mooie stapsteen door de bomen, het vele groen en de bloemen. Zo komen dieren, vogels en insecten weer terug naar de stad. We hebben een aantal proeflocaties gekozen waar we gaan onderzoeken wat de resultaten van bepaalde maatregelen zijn. Hier plaatsen we ook bodemsensoren om de kwaliteit van de bodem bij de resultaten te kunnen betrekken. In 2023 begonnen we met de pilot ‘Anders maaien’. Daarnaast deden we mee met ‘Maai Mei Niet’. (de locaties van de pilot zijn buiten het ‘Maai Mei Niet’ gehouden.) We bekijken en beoordelen de resultaten van beide initiatieven. (De evaluatie van ‘Maai Mei Niet’ is in december 2023 afgerond.) We kunnen in ieder geval zeggen dat we op bepaalde locaties meer dan twintig verschillende plantensoorten hebben waargenomen, terwijl daar eerst maar zes verschillende soorten groeiden. We zien ook meer orchideeën, zoals de bijenorchis.
Bij het planten van bomen zorgen we voor diversiteit en kijken we nu naar soorten die hier thuishoren en/of bijdragen aan klimaat(adaptatie). Door te laten zien wat we doen en met elkaar in gesprek te gaan, kunnen we steeds beter uitleggen dat het heel belangrijk is wat we doen. We zorgen zo dat steeds meer mensen ons steunen bij het werken aan een gezondere leefomge-
3-30-300 als leidraad: Vanuit iedere woning zicht op 3 bomen, minimaal 30% van een wijk is bedekt met bladerdek, op maximaal 300 meter afstand van de woning toegang tot een groengebied van tenminste één hectare groot. – 31 –
Omgevingsprogramma 2023-2033
| Natuur in de stad
Gewone dwergvleermuis
Wet- en regelgeving H
et omgevingsprogramma Natuur in de stad is een strategisch initiatief met als doel de bescherming, ontwikkeling en het beheer van groene gebieden te verbeteren. Om dit programma succesvol uit te voeren, moeten we rekening houden met wetten en regels. Deze wet- en regelgeving is belangrijk voor het behoud van natuur en biodiversiteit in Nederland. De wetten en regels beschermen soorten en leefplekken van dieren en natuurgebieden. Zo helpen ze bij het behoud van ons natuurlijke erfgoed voor nu en later. Daarnaast hebben deze regels en wetten een positieve invloed op de kwaliteit en het behoud van ecosystemen en ze helpen de natuur te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering.