2025-314 Bijlage 1 Tweede technische begrotingswijziging 2025
Tekst van het document
2025-314 Bijlage 1
Tweede technische begrotingswijziging 2025
2e Technische begrotingswijziging 2025
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ....................................................................................... 2 1. Inleiding en samenvatting................................................................... 3 1.1 Inleiding ...............................................................................................................3 1.2 Leeswijzer .............................................................................................................4 1.3 Samenvatting ........................................................................................................5
2. Technische wijzigingen ..................................................................... 10 2.1 Inleiding ............................................................................................................. 10 2.2 Bestuur en dienstverlening .................................................................................... 10 2.3 Wonen en economie ............................................................................................. 11 2.4 Leefomgeving en veiligheid ................................................................................... 14 2.5 Vrije tijd ............................................................................................................. 19 2.6 Versterking eigen kracht, ondersteuning en bescherming .......................................... 19 2.7 Bedrijfsvoering .................................................................................................... 23 2.8 Algemene dekkingsmiddelen ................................................................................. 26
3. Kredieten........................................................................................... 30 3.1 Kredietwijzigingen ................................................................................................ 30 3.2 Investeringen 2025 (Gereed en vervallen) .............................................................. 32
Bijlage: Voortgang ombuigingen ........................................................... 37
Pagina 2 van 38
2e Technische begrotingswijziging 2025
1. Inleiding en samenvatting 1.1 Inleiding Voor u ligt de tweede technische begrotingswijziging van het jaar 2025. In de planning en controlcyclus is dit de laatste wijziging van de begroting in het lopende jaar. Naast aanpassing voor recente ontwikkelingen tot de peildatum van 1 oktober 2025, heeft deze technische begrotingswijziging ook als doel om het financiële resultaat van de begroting 2025 dichter bij dat van de komende jaarrekening 2025 te brengen. Dit doen wij door in deze rapportage waar mogelijk de lopende begroting bij te stellen op basis van de verwachte uitputting van de budgetten tot en met het einde van het jaar. Hierdoor wordt tevens de begrotingsrechtmatigheid (zoveel mogelijk) geborgd. Financieel beeld De tweede technische begrotingswijziging 2025 bevat een groot aantal (technische) aanpassingen. Dit zijn wijzigingen met effect op het begrotingssaldo, budgetneutrale bijstellingen en voorstellen voor reservemutaties en overhevelingen naar 2026. We hebben daarnaast ook gekeken naar de verwachte realisatie per eind 2025 en nemen op een aantal onderdelen een voorschot op de realisatie bij de jaarrekening 2025. Het globale beeld is dat het eindresultaat per saldo positief uitvalt. Ook de tussentijdse actualisatie (winstneming) van het Grondbedrijf levert een bijdrage aan het resultaat.
Daarnaast is het resultaat beïnvloed door diverse meevallers, zoals de compensatie van de tekorten Jeugdzorg 2023 en 2024 door het Rijk, waarvan de verliezen in de voorgaande jaarrekeningen zijn verwerkt, de hogere inkomsten voor bijstand van het Rijk als gevolg van een hoger macrobudget voor 2025 en hogere opbrengsten van lokale heffingen, voornamelijk als gevolg van hogere ozb-inkomsten door areaaluitbreiding en opgelegde aanslagen over oude jaren. De uitvoering van de activiteiten voor deze bestuursperiode loopt gedeeltelijk ook nog in 2026 door, met inzet van niet bestede middelen die worden overgeheveld. Het saldo van deze wijziging is een bedrag van € 19,0 mln. aan mutaties. Hiervan wordt voorgesteld om een gedeelte toe te voegen aan de hiervoor bestemde reserves (€ 6,4 mln.) en bedragen over te hevelen naar 2026 (€ 5,2 mln.). Hiermee sluit de wijziging met een saldo van € 7,5 mln. positief. Met het voorlopige begrotingssaldo na de Bestuursrapportage (€ 0,5 mln. negatief) wordt het nieuwe verwachte begrotingssaldo 2025 € 6,9 mln. positief. In paragraaf 1.3 wordt de ontwikkeling van het begrotingssaldo nader toegelicht. Wijzigingen na 1 oktober Ook na 1 oktober zijn er nog wijzigingen in 2025, zoals de effecten van de decembercirculaire van het gemeentefonds en de uiteindelijke realisatie op de programma's.
Het saldo van deze technische begrotingswijziging zal daardoor niet gelijk zijn aan dat van de jaarrekening 2025. In het kader van de rechtmatigheidsverantwoording zullen wij u in januari per brief informeren over grote ontwikkelingen die zich nog voordoen na het moment van opstellen van deze technische wijziging. Budgetoverhevelingen Conform de Financiële beheersverordening gemeente Nieuwegein 2024 stellen wij u een aantal budgetoverhevelingen voor. Dit doen wij als nu al zichtbaar is dat projecten of werkzaamheden in 2025 niet (volledig) kunnen plaatsvinden zodat wij deze projecten of werkzaamheden in 2026
Pagina 3 van 38
2e Technische begrotingswijziging 2025
alsnog/verder kunnen uitvoeren. Dit betreft hoofdzakelijk de voor deze bestuursperiode beschikbaar gestelde middelen. De daarop resterende bedragen worden nu grotendeels voor de begroting 2026 beschikbaar gesteld door middel van overheveling. Bij de begroting 2026 hebben wij u reeds een voorstel gedaan over het beschikbaar houden van een deel van de middelen na deze bestuursperiode. Kredieten De uitvoering en omvang van de beschikbare kredieten kunnen door diverse oorzaken afwijken van de oorspronkelijke planning of omvang van het krediet. Veelal heeft dit te maken met capaciteit, een langere voorbereidingstijd en/of langdurige (ruimtelijke) procedures, onvoorziene ontwikkeling van kosten (hoger of lager) en in het geheel niet uitvoeren van investeringen. De afwijkingen in de Bestuursrapportage 2025 zijn geactualiseerd. In hoofdstuk 3 worden aanvullende voorstellen gedaan tot het doorschuiven, ophogen of verlagen van en het vervallen van bestaande kredieten. Daarnaast wordt een aantal nieuwe investeringskredieten voorgesteld. Voortgang ombuigingen 2025 In de bijlage informeren wij u over de voortgang van de ombuigingen voor het jaar 2025. Daaruit blijkt dat het overgrote deel van de maatregelen in 2025 wordt gerealiseerd. Bij het onderdeel mutaties in voorzieningen kan dit op dit moment nog niet worden bepaald.
Bij het onderdeel structurele onderuitputting is er sprake van meerkosten op het onderdeel vervoer 18+ waardoor het bedrag daarvoor niet volledig wordt gerealiseerd.
1.2 Leeswijzer Per programma Per programma ziet u eerst een totaaloverzicht van de wijzigingen. Daaronder worden de wijzigingen toegelicht. De financiële wijzigingen zijn allemaal van incidentele aard en hebben dus (behalve als we een overheveling voorstellen) op dit moment geen wijziging van de begroting 2025 tot gevolg. Bij de jaarrekening 2024, die in de zomer van 2025 ter besluitvorming ligt, volgt een voorstel voor de resultaatbestemming. Resultaatbestemming 2024 Tussen de bestuursrapportage 2025 (inclusief 1e Technische wijziging) en deze tweede technische begrotingswijziging 2025 is de jaarrekening 2024 met de bijbehorende resultaatbestemming vastgesteld. Conform de besluitvorming zijn de budgetoverhevelingen daaruit toegevoegd aan de betreffende budgetten in 2025. Hierdoor komt de beginstand van de lasten en baten in de tabellen niet voor elk programma overeen met de eindstand van de bestuursrapportage. Dit heeft geen effect op het begrotingssaldo. Positief en negatief - baten en lasten Ieder programma is kostengedreven. Dit wil zeggen dat er altijd lasten (kosten) zijn verbonden aan een programma en soms baten (opbrengsten). De lasten en baten zijn niet rechtstreeks aan elkaar verbonden. Doordat de lasten centraal staan, staan de lasten als positief getal in het programma. De baten staan als negatief getal zodat lasten en baten wel salderen.
Hierdoor is een toename of afname soms lastig te begrijpen. Bij de lasten betekent een positief getal of een toename daarvan een verhoging van de kosten. Bij een afname of een negatief getal nemen de lasten af. Bij de baten ligt dit anders. Hier geeft een positief getal of toename aan dat de baten zijn gedaald. Een negatief getal geeft aan dat de baten zijn toegenomen. Dit is onderstaand geïllustreerd.
Pagina 4 van 38
2e Technische begrotingswijziging 2025
Slot Zoals gebruikelijk lichten wij afwijkingen lager dan € 25.000 niet nader toe. De cijfers in de tabellen zijn x € 1.000.
1.3 Samenvatting In deze samenvatting worden de belangrijkste wijzigingen in de programma's en het financiële effect daarvan, inclusief reservemutaties en budgetoverhevelingen, aangegeven. De uitgebreide toelichting staat bij de inhoudelijke paragrafen in hoofdstuk 2. Ontwikkeling begrotingssaldo 2025 Het positieve effect van de wijzigingen is, exclusief de voorgestelde reservemutaties en budgetoverhevelingen, € 19.000.000. Daarvan wordt per saldo voor een bedrag van € 6.356.000 voorgesteld om te storten in de reserves. Aanvullend wordt voorgesteld een bedrag van € 5.212.000 in de algemene reserve te storten voor budgetoverhevelingen naar 2026. De ontwikkelingen en voorstellen in deze wijziging leiden er daarmee toe dat het verwachte saldo van de begroting op basis van deze wijziging uitkomt op € 6.928.000 positief. Dit is in onderstaande tabel per onderdeel weergegeven.
Pagina 5 van 38
2e Technische begrotingswijziging 2025
(Bedragen x € 1.000) Mutaties 2e technische wijziging
Bedrag
Reserve-
Over-
mutatie
heveling
Saldo
Saldo begroting na bestuursrapportage
-504
Tweede technische wijziging: Resultaat reguliere begroting
4.226
-75
-865
3.286
Resultaat grondbedrijf
3.201
-3.201
-
0
Ontwikkelingen inkomsten van het Rijk
5.612
-1.466
-
4.146
Ontwikkeling middelen voor bestuursperiode
5.961
-1.614
-4.347
0
19.000
-6.356
-5.212
7.432
Saldo tweede technische wijziging
Saldo begroting na tweede technische wijziging
6.928
Belangrijkste financiële ontwikkelingen De belangrijkste ontwikkelingen per onderdeel worden hieronder opgesomd. In de volgende hoofdstukken worden deze ontwikkelingen, en ook de minder grote mutaties, per programma nader toegelicht. In de tabel staan de paragraafnummers waar de toelichtingen zijn opgenomen. De onderdelen waarop reservemutaties of overhevelingen worden voorgesteld zijn aangegeven in de tabellen aan het eind van deze paragraaf. Resultaat reguliere begroting Deze technische wijziging leidt tot de volgende aanpassingen in de reguliere begroting. De ontwikkelingen worden per onderwerp toegelicht op de programma's. (Bedragen x € 1.000) Mutaties 2e technische wijziging
Paragraaf
Bedrag
Reserve-
Over-
mutatie
heveling
Saldo
Resultaat reguliere begroting Vergunningen omgevingswet
2.3
-601
601
-
0
Parkeren
2.4
646
-646
-
0
2.6
740
-
-740
0
Lasten vastgoed
2.7
703
-
-
703
Inkomsten OZB
2.7
1.240
-
-
1.240
Vrijval stelposten
2.8
1.723
-
-
1.723
diverse
-225
-30
-125
-380
4.226
-75
-865
3.286
Maatschappelijke opvang en beschermd wonen
Overige ontwikkelingen Saldo resultaat reguliere begroting
Pagina 6 van 38
2e Technische begrotingswijziging 2025
Resultaat grondbedrijf Op basis van de verwachte ontwikkelingen wordt bij deze wijziging het geraamde voordelige jaarresultaat van het grondbedrijf voor 2025 begroot. (Bedragen x € 1.000) Mutaties 2e technische wijziging
Paragraaf
Bedrag
Reserve-
Over-
mutatie
heveling
Saldo
Resultaat grondbedrijf Grondbedrijf
2.3
Saldo resultaat grondbedrijf
3.201
-3.201
-
0
3.201
-3.201
-
0
Ontwikkeling inkomsten van het Rijk Vanuit het Rijk hebben we in 2025 extra middelen ontvangen voor de volgende onderwerpen: (Bedragen x € 1.000) Mutaties 2e technische wijziging
Paragraaf
Bedrag
Reserve-
Over-
mutatie
heveling
Saldo
Ontwikkelingen inkomsten van het Rijk Opvang vluchtelingen
2.6
1.466
Hogere inkomsten Buig
2.6
1.458
Septembercirculaire algemene uitkering
2.8
2.688
Saldo ontwikkeling inkomsten van
5.612
het Rijk
-1.466
-
0
-
-
1.458
-
-
2.688
-
4.146
-1.466
Ontwikkeling middelen voor deze bestuursperiode In deze wijziging wordt een aantal voorstellen gedaan voor besteding en overheveling van middelen voor deze bestuursperiode. De voorstellen per onderdeel worden toegelicht op de programma's. (Bedragen x € 1.000) Mutaties 2e technische wijziging
Paragraaf
Bedrag
Reserve-
Over-
mutatie
heveling
Saldo
Ontwikkeling middelen voor bestuursperiode Bestemming deel middelen bestuursperiode Nationaal programma Leefbaarheid en veiligheid Overheveling deel middelen bestuursperiode Saldo ontwikkeling middelen voor bestuursperiode
Pagina 7 van 38
2.3
1.614
2.6
2.620
diverse
1.727 5.961
-1.614
-
0
-
-2.620
0
-
-1.727
0
-4.347
0
-1.614
2e Technische begrotingswijziging 2025
Voorgestelde reservemutaties Voor een aantal van opgenomen ontwikkelingen is in het beleid vastgelegd dat voor- en nadelen worden verrekend met de betreffende reserves. Daarnaast zijn ook stortingen opgenomen in twee nieuwe dekkingsreserves voor kapitaallasten van investeringen. De volgende voorstellen voor reservemutaties zijn opgenomen in deze rapportage. De toelichtingen zijn opgenomen in de aangegeven paragrafen. Voorgestelde Reservemutaties 2025 (Bedragen x € 1.000) Reserve
Paragraaf Omschrijving
Reserve Grondbedrijf
2.3
Storting verwacht resultaat op grondexploitaties in 2025
Bedrag 3.201
Storting in nieuwe reserve voor dekking Reserve Kapitaallasten vergroening stadsbalkon
2.3
kapitaallasten van investeringen in openbare ruimte voor vergroening
700
stadsbalkon Reserve Kapitaallasten verduurzaming vastgoed
Storting in nieuwe reserve voor dekking 2.3
kapitaallasten van investeringen in
660
verduurzaming gemeentelijk vastgoed Storting middelen voor nadelig resultaat
Reserve Grondbedrijf
2.3
exploitatie City vanwege aanvullende
254
activiteiten duurzaamheid Reserve Omgevingswet
2.3
Reserve Parkeren
2.4
Reserve Opvang vluchtelingen
2.6
Reserve Betere buurten en beheerplannen Totaal reservemutaties 2e technische wijziging
2.8
Onttrekking vanwege aanvullende inzet ten behoeve van leges omgevingswet Storting verwacht resultaat op betaald parkeren in 2025 Storting van niet bestede middelen voor dit onderdeel in 2025 Lagere onttrekking als gevolg van lagere lasten in 2025
-601
646 1.466 30 6.356
Voorgestelde budgetoverhevelingen Op een aantal onderdelen constateren wij dat de beschikbare budgetten of ontvangen subsidies in 2025 niet (volledig) kunnen worden besteed. Op de betreffende programma's wordt dit zichtbaar als lagere lasten. Bij de kadernota 2025 zijn voorwaarden vastgesteld waaronder deze budgetten kunnen worden overgeheveld naar het volgende jaar: 1.
De opdracht is gegeven of de verplichting is aangegaan, maar de werkzaamheden zijn nog niet uitgevoerd of gefactureerd en kunnen niet ten laste van het budget in het latere jaar komen.
2. Het budget heeft een directe relatie met een incidentele doeluitkering, subsidie of andere bijdrage. Niet overhevelen leidt tot een noodzakelijke activiteit zonder hiervoor bestemd budget.
Pagina 8 van 38
2e Technische begrotingswijziging 2025
Op basis van deze voorwaarden wordt voorgesteld om voor een bedrag van € 5.212.000 aan budget over te hevelen naar 2026 voor de volgende onderdelen. De toelichtingen zijn opgenomen in de aangegeven paragrafen. Voorgestelde Budgetoverhevelingen 2025 (Bedragen x € 1.000) Onderwerp
Paragraaf Type middelen
Bedrag
Startpakket meerdere talen
2.1
Beschikbaar voor bestuursperiode
15
Klimaatadaptatie subsidie inwoners
2.3
Beschikbaar voor bestuursperiode
100
Subsidies bedrijven en milieu
2.3
Beschikbaar voor bestuursperiode
70
Mobiliteitsprogramma
2.4
Incidentele middelen
50
Nationaal programma Leefbaarheid en veiligheid Maatschappelijke opvang en beschermd
2.6
Beschikbaar voor bestuursperiode en besteding rijksmiddelen
2.620
2.6
Besteding rijksmiddelen
740
Armoedebeleid
2.6
Beschikbaar voor bestuursperiode
528
Laaggeletterdheid
2.6
Beschikbaar voor bestuursperiode
516
Preventie met gezag
2.6
Beschikbaar voor bestuursperiode
498
Middelen toeslagenaffaire
2.6
Besteding rijksmiddelen
75
wonen
Totaal budgetoverhevelingen 2e
5.212
technische wijziging
Voorgesteld wordt om het bedrag ad € 5.212.000 toe te voegen aan de algemene reserve. In het gevraagde raadsbesluit bij deze tweede technische begrotingswijziging is ook opgenomen dat deze bedragen in januari 2026 weer worden onttrokken aan de algemene reserve en toegevoegd aan de betreffende budgetten in de begroting 2026, zodat deze budgetten direct aan het begin van het jaar beschikbaar zijn. Ontwikkeling saldo per programma In onderstaande tabel is weergegeven hoe het saldo van de verschillende begrotingsprogramma’s wijzigt naar aanleiding van deze rapportage. Deze wijzigingen worden in het volgende hoofdstuk per programma toegelicht. (Bedragen x € 1.000)
Stand primitieve begroting
Stand t/m Bestuursrapportage*
Mutaties 2e Technische wijziging
Stand na wijzigingen
Bestuur en Dienstverlening
-3.077
-3.514
-61
-3.575
Wonen en Economie
-2.475
-4.202
3.846
-356
Leefomgeving en Veiligheid
-12.577
-14.026
316
-13.710
Vrije tijd
-8.962
-9.112
112
-8.999
Versterking eigen kracht, Ondersteuning en Bescherming
-67.845
-77.992
5.527
-72.465
Bedrijfsvoering
-70.627
-71.813
213
-71.600
Algemene dekkingsmiddelen
167.521
180.155
-2.522
177.633
1.959
-504
7.432
6.928
Saldo * Inclusief Resultaatbestemmingen 2024
Pagina 9 van 38
2e Technische begrotingswijziging 2025
2. Technische wijzigingen 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de financiële effecten per programma afzonderlijk toegelicht. Hierbij wordt stilgestaan bij de effecten op de baten, lasten en het uiteindelijk effect op het begrotingssaldo 2024.
2.2 Bestuur en dienstverlening (Bedragen x € 1.000)
Stand primitieve begroting
Stand t/m Bestuurs rapportage*
Mutaties 2e Technische wijziging
Stand na wijzigingen
Lasten
4.673
5.109
40
5.150
Baten
-1.596
-1.596
21
-1.575
Saldo
-3.077
-3.514
-61
-3.575
* Inclusief Resultaatbestemmingen 2024
Meerkosten extra Tweede Kamerverkiezingen (hogere lasten, € 63.000) De meerkosten voor de Tweede Kamerverkiezingen worden begroot € 63.000. De totale begrote kosten komen daarmee uit op € 204.000. Bij de septembercirculaire zijn er extra middelen beschikbaar gesteld (€ 220.000) ter dekking van deze kosten. Zie hiervoor ook de toelichting bij Algemene dekkingsmiddelen. Hogere licentiekosten burgerzaken (hogere lasten, € 85.000) In lijn met de jaarrekening 2024 zien we in 2025 een overschrijding van ongeveer € 85.000 op de licentiekosten. We onderzoeken momenteel waardoor deze overschrijding wordt veroorzaakt en ook wat de structurele gevolgen/effecten zijn. Leges burgerzaken (per saldo voordeel van € 15.000) Voor de rijbewijzen, reisdocumenten worden € 55.000 lagere inkomsten begroot, de lasten worden met hetzelfde bedrag naar beneden bijgesteld. Per saldo geen effect. De lasten worden met hetzelfde bedrag bijgesteld omdat een gedeelte van de inkomsten voor rijbewijzen via het RDW ontvangen wordt als een vergoeding (verlaging van de afdrachten aan het Rijk). Bij de leges voor de burgerlijke stand / Basis Registratie Personen worden € 34.000 hogere inkomsten verwacht, daarbij stijgen de lasten met € 19.000 (afdracht leges aan het Rijk). Gezamenlijk dalen de baten met € 21.000 en dalen de lasten van € 36.000 wat per saldo resulteert in een voordeel van € 15.000.
Overheveling middelen raadsperiode voor startpakket meerdere talen (lagere lasten € 15.000, overheveling) Voorgesteld wordt om de niet bestede middelen voor het uitvoeren van onze dienstverlening in meerdere over te hevelen naar 2026 om dit onderdeel uit te kunnen voeren.
Pagina 10 van 38
2e Technische begrotingswijziging 2025
Ideeënmarkt (lagere lasten € 37.000) Het budget voor een drietal onderdelen van de ideeënmarkt die in 2025 zijn uitgevoerd, wordt overgeheveld naar het programma Leefomgeving en veiligheid, waar de lasten voor deze onderdelen zijn gerealiseerd. Voor de begroting is deze mutatie saldoneutraal. De overige verschillen op dit programma zijn kleiner dan € 25.000 en worden verder niet toegelicht.
2.3 Wonen en economie (Bedragen x € 1.000)
Stand primitieve begroting
Stand t/m Bestuurs rapportage*
Mutaties 2e Technische wijziging
Stand na wijzigingen
Lasten
36.279
38.967
-996
37.971
Baten
-33.804
-34.765
-2.849
-37.615
Saldo
-2.475
-4.202
3.846
-356
* Inclusief Resultaatbestemmingen 2024
Actualisatie grondbedrijf (hogere baten € 2.415.000, lagere lasten € 789.000) De verschillende grondexploitatieprojecten en overige complexen binnen het grondbedrijf zijn bijgesteld op basis van de verwachte fasering van baten en lasten en de verwachte winstneming (enkel van toepassing bij het Klooster). Hiermee worden de te verwachten baten en lasten bijgesteld naar de inschatting over 2025 en wordt het jaarresultaat grondbedrijf 2025 begroot. Als gevolg van diverse verschuivingen in de planning en vertragingen nemen de totale baten toe met € 2,4 mln. en de totale lasten nemen af met € 0,8 mln. Het verschil van € 3.207.000 bestaat uit de mutatie van het verwachte jaarresultaat (winstneming en bijstelling overige complexen). Het betreft de verwachte winstneming van Het Klooster (€ 3.200.000) en bijstelling van een aantal andere posten die leiden tot € 7.000. Deze posten bestaan grotendeels uit een positieve bijstelling van € 170.000 uit erfpachtgronden en belaste verhuur en een negatieve bijstelling voor het programmabudget van Groot Merwede van € 160.000. In 2025 willen we gebruik maken van middelen uit de reserve grondbedrijf die in de voorgaande jaren door de raad aan het programma zijn toegekend, maar toen niet zijn uitgegeven. Het gaat om € 160.000 aanvullend op het programmabudget van € 400.000 in 2025.
Dit bedrag is minder dan het totaal van de niet-uitgegeven middelen uit de reserve grondbedrijf gealloceerd aan dit programma in de voorgaande jaren. Het budget wordt onder andere gebruikt voor het opstellen van het koersdocument Groot Merwede en alle daaruit voortvloeiende werkzaamheden. Het primitief begrote resultaat grondbedrijf was € 6.000 positief. Voorgesteld wordt om de aanvullende stijging van het verwachte jaarresultaat van € 3.201.000 toe te voegen aan de reserve grondbedrijf (zie programma Algemene Dekkingsmiddelen). Het uiteindelijke resultaat zal bij de jaarrekening 2025 duidelijk worden op basis van de daadwerkelijke kosten, opbrengsten en actualisaties met effect op het verwachte saldo van de projecten.
Pagina 11 van 38
2e Technische begrotingswijziging 2025
Omgevingswet (lagere baten, € 497.000 en hogere lasten, € 159.000) De legesinkomsten vallen lager uit voor 2025. Op basis van de nu verleende vergunningen zijn de verwachte inkomsten ongeveer € 1,7 mln. ten opzichte van € 4,3 mln. in 2024. De inkomsten vanuit omgevingswetleges zijn dit jaar lager dan het langjarige gemiddelde. Deels is dit te verklaren door de piek van leges inkomsten op het einde van 2024 vanuit enkele grote trajecten, die ook in januari hadden kunnen landen. Daarnaast zijn er in dit jaar tot nu toe in aantal iets minder grote aanvragen dan gemiddeld. De lasten vallen met € 159.000 hoger uit dan begroot. Met de komst van de Omgevingswet zijn de lasten bij de begroting te optimistisch bijgesteld. Vanuit de afgelopen jaren nemen de lasten op inhuur af, echter waren de lasten te ver naar beneden bijgesteld. De behoefte aan toezicht is er in de stad bij het daadwerkelijk bouwen, dit volgt op verleende vergunningen in 2024. Met de komst van WKB hebben we een flexibele schil ingericht. De invoering van WKB heeft nog niet geleid tot afname van het toezicht, dus dat voeren we nu uit met een schil van externe medewerkers.
Reserve Omgevingswet (Onttrekking reserve, hogere baten € 601.000) Omdat bij de Bestuursrapportage een voordelige correctie van € 87.000 abusievelijk niet was verrekend met de reserve wordt voorgesteld om € 569.000 (€ 655.700 - € 87.000) aan de reserve Omgevingswet te onttrekken. Aanvullend wordt voorgesteld om de extra lasten (€ 32.000) voor een coördinator Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie (BLVC), te dekken door een onttrekking uit de reserve Omgevingswet. Zie ook programma Bedrijfsvoering. Omgevingsplan, (lagere lasten, € 90.000) De lasten voor de voorbereiding van het Omgevingsplan vallen met € 90.000 lager uit omdat de werkzaamheden niet volledig zijn verricht. Ondanks onze ambities is het tot nu toe niet gelukt om het team te versterken. We streven ernaar om de ambtelijke capaciteit in 2026 weer op peil te brengen om de Omgevingswet verder te implementeren. Middelen Verduurzaming en Klimaat (lagere lasten, € 1,6 mln.) Voor de raadsperiode 2022-2026 zijn specifieke middelen gereserveerd voor verduurzamings- en klimaatadaptatiemaatregelen in de stad. Kort na de keuze voor deze bestedingsrichting kwamen er vanaf 2023 diverse grote regelingen vanuit het Rijk op het gebied van verduurzaming. Wij zijn deze rijksmiddelen volop gaan benutten en hebben deze als eerste aangewend.
De middelen voor de raadsperiode zijn daardoor tot nu toe nog niet volledig besteed. Wij stellen daarom voor om met 3 grote projecten voor inwoners en ondernemers een zichtbare stap te zetten: 1. Het vergroenen van het Stadsplein (bijdrage € 700.000 als investering) 2. Maatregelen op verduurzaming publieke gebouwen (bijdrage € 660.000 als investering) 3. City waterberging voor regenwater hergebruik (bijdrage € 254.000 aan de reserve Grondbedrijf) Reserve Duurzaam vastgoed en reserve Vergroening Stadsplein (vorming reserves, € 1,4 mln.) Voor punt 1 en 2 stellen we de vorming van dekkingsreserves voor, waardoor het mogelijk is om met deze middelen de kosten voor de jaarlijkse afschrijving te dekken. De reserve is opgeteld gelijk aan de som van de jaarlijkse afschrijvingen en loopt gedurende de afschrijvingsperiode leeg. Voor punt 3 stellen we een storting aan de reserve Grondbedrijf voor. Subsidie Verduurzaming voor Ondernemers (lagere lasten, € 70.000) We stellen voor om het resterend budget van € 70.000 over te hevelen naar 2026 ten gunste van verduurzaming van Bedrijven.
Pagina 12 van 38
2e Technische begrotingswijziging 2025
Klimaatadaptatie Inwonerssubsidie (lagere lasten, € 100.000) De klimaatadaptieve maatregelen die we aanbieden aan inwoners worden positief ontvangen. Het gaat hierbij om regenwateropvang, vergroenen van tuinen en ook zonwering. De budgetten van 2025 zijn niet volledig benut en deze middelen zijn gekoppeld aan deze raadsperiode. Door deze middelen over te hevelen wordt het ook in 2026 mogelijk om dit aanbod aan onze inwoners te blijven doen. We stellen voor om de resterende middelen van € 100.000 over te hevelen naar 2026. Subsidie Isolatie Aanpak Gebieden (budget neutraal: hogere baten, hogere lasten, € 275.000) De realisatie van isolatiemaatregelen via het regionale isolatieprogramma is succesvoller dan eerder geraamd. Om deze reden stellen we voor om het budget op te hogen om de lopende aanvragen dit jaar te kunnen realiseren. Subsidie klimaat en energiebeleid (budget neutraal: hogere baten, hogere lasten, € 58.000) De lasten, voor een adviseur die zich bezighoudt met de klimaatdoelstellingen, worden bekostigd uit de subsidie voor klimaat en energiebeleid (CDOKE). Betere buurten (lagere lasten, € 146.000) Bij de behandeling van de kadernota 2026, over de sluitende meerjarenbegroting, is afgesproken dat er minder kosten gemaakt gaan worden op het programma Betere buurten. Ter voorbereiding op deze afspraken zijn in 2025 minder kosten gemaakt van € 60.000.
Aanvullend zijn de rentelasten lager, omdat deze worden berekend over de werkelijke uitgaven in 2025, in plaats van de totale investering. Hierdoor zijn er minder rentelasten toegerekend dan begroot (€ 86.000). Ruimtelijke kwaliteit (lagere lasten, € 50.000) Er zijn minder kosten gemaakt dan begroot op het programma Kromme Rijn Linie Landschap omdat de werkzaamheden later zijn begonnen dan aanvankelijk verwacht. Taakmutatie Wet kwaliteitsborging bouwen (€ 29.000 hogere lasten) In de septembercirculaire 2025 zijn middelen toegekend voor de uitvoering van de Wet kwaliteitsborging bouwen. De baten zijn verantwoord in het programma Algemene dekkingsmiddelen. De overige verschillen op dit programma zijn kleiner dan € 25.000 en worden verder niet toegelicht.
Pagina 13 van 38
2e Technische begrotingswijziging 2025
2.4 Leefomgeving en veiligheid (Bedragen x € 1.000)
Stand primitieve begroting
Stand t/m Bestuurs rapportage*
Mutaties 2e Technische wijziging
Stand na wijzigingen
Lasten
38.000
39.511
1.511
41.022
Baten
-25.423
-25.485
-1.828
-27.312
Saldo
-12.577
-14.026
316
-13.710
* Inclusief Resultaatbestemmingen 2024
Veiligheidsregio (66.000 lagere lasten, € 200.000 hogere baten) Bij opstellen van de jaarstukken 2024 van de gemeente was onduidelijk of het resultaat van de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) uitbetaald zou worden aan de deelnemers. Het Algemeen Bestuur van de VRU heeft besloten om het resultaat 2024 dit jaar uit te betalen aan de deelnemers. Voor Nieuwegein betreft dit een bedrag van € 200.000. In de komende jaren verwachten we juist hogere lasten op dit onderdeel. Binnen ons beleid is het echter niet mogelijk om dit bedrag daarvoor te reserveren of over te hevelen. Verder is de begroting van de VRU voor 2025 bijgesteld, voornamelijk als gevolg van incidentele voordelen in 2025, zoals loonontwikkeling en CNO-overheadvergoeding. Voor 2025 is de stelpost voor de loonontwikkeling incidenteel verlaagd van 5,4% naar 2,0%, omdat de huidige CAO tot 1 augustus 2025 van toepassing is. De CNO-vergoeding betreft een vergoeding voor overheadkosten voor specifieke crisisprojecten en niet voor reguliere (wettelijke)taakuitvoering. Beide zaken leiden tot een lagere deelnemersbijdrage. Voor Nieuwegein daalt de bijdrage met ongeveer € 57.000. Tot slot valt de jaarlijkse vergoeding die de gemeente betaalt aan Vitens voor de brandkranen lager uit, wat resulteert in een voordeel van € 9.000. De bijstelling van de baten en lasten heeft gezamenlijk een voordelig effect van € 266.000.
Preventie met gezag (hogere lasten € 395.000, hogere baten € 395.000) Hiervoor gelden twee geldstromen: eigen middelen en tijdelijk beschikbaar gestelde middelen enerzijds, anderzijds de middelen van de specifieke uitkering. •
Voor onderdeel eigen middelen – beschikbaar voor deze bestuursperiode - zijn de uitgaven lager dan hetgeen aan budget beschikbaar is in 2025 (met name door overhevelingen van voorgaande jaren). In lijn met voorgaande jaren stellen we voor om over te hevelen naar 2026.
•
Voor de Spukmiddelen preventie met gezag worden extra lasten verwacht. Deze worden gedekt door een hogere onttrekking uit de vooruitontvangen middelen op de balans. Per saldo heeft dit geen effect.
In het begin van de programmaperiode hebben we minder uitgegeven dan begroot. Door een sterkere bezetting van het team wordt er nu meer uitgegeven en een inhaalslag gerealiseerd. Jongerenwerkers (lagere lasten, € 498.000) De komende jaren zijn de middelen voor jongerenwerk die beschikbaar zijn binnen deze raadsperiode nodig voor investeringen in het jongerencentrum in de Zeepfabriek. De beschikbare middelen in 2025 (€ 580.000) worden dit jaar niet volledig besteed. Voorgesteld wordt om de
Pagina 14 van 38
2e Technische begrotingswijziging 2025
restant middelen (€ 498.000) over te hevelen naar 2026 om ze dan in te kunnen zetten voor jongerenwerk. Integrale veiligheid (per saldo voordelig effect van €49.000) Op integrale veiligheid worden lagere lasten verwacht van € 51.000. Dit komt met name door minder lasten voor cameratoezicht. Cameratoezicht is in 2024 en in het begin van 2025 toegepast op één locatie (2 camera’s). De werkelijke kosten van deze inzet waren aanzienlijk lager dan op voorhand werd verwacht, omdat de opdracht bij een andere externe leverancier is uitgezet dan voorheen. Daarnaast hebben zich er in 2025 (nog) geen andere situaties voorgedaan die passen binnen de binnen de kaders voor het inzetten van tijdelijk cameratoezicht. Daarnaast vallen de baten € 2.000 lager uit. Stadstoezicht (per saldo voordelig effect van €54.000) Het voordeel bij stadstoezicht wordt met name veroorzaakt door de opgelegde dwangsommen die niet begroot zijn (extra baten € 65.000). Het voordeel wordt iets gedempt door per saldo hogere lasten van € 11.000 op diverse posten. Parkeren (hogere baten, € 1.029.000 en hogere lasten, € 917.000). Toevoeging reserve Parkeren € 646.000 Voor zowel garageparkeren van € 1.029.000 als straatparkeren van € 536.000 worden hogere inkomsten verwacht van in totaal € 1.565.000. De extra inkomsten uit straatparkeren zijn geboekt binnen het programma Algemene dekkingsmiddelen.
De primitieve begroting van de parkeerinkomsten 2025 was gebaseerd op het resultaat 2023. De huidige begroting is aangepast op basis van de realisatie van de inkomsten 2024 en het effect van de extra inkomsten door bezoekers van het ziekenhuis St. Antonius als gevolg van het buitengebruik raken van de ziekenhuisgarage. De parkeerexploitatie is in 2024 opnieuw opgesteld voor de meerjarenbegroting 2025. Bij de actualisatie van 2025 is geconstateerd dat enkele posten niet juist waren ingeschat of niet waren meegenomen. Dat is in deze begroting gecorrigeerd. Toevoeging reserve parkeren Voorgesteld wordt om het positieve verschil van € 646.000 toe te voegen aan de reserve parkeren. Begraafplaats (lagere lasten € 20.000) In het 4de kwartaal zal er nog een ruiming plaatsvinden, maar die is van minder grote omvang daar waar in de ontwerpbegroting rekening mee was gehouden (lagere lasten € 20.000). Civieltechnische kunstwerken (hogere lasten € 70.000) Het verschil hangt hoofdzakelijk samen met de volgende onderdelen: Graffiti verwijdering (lagere lasten € 25.000) Bijstelling van het budget op basis van de huidige realisatie. Energiekosten (lagere lasten € 25.000) De begrotingswijziging wordt voorgesteld op basis van extrapolatie van de huidige kosten.
Een betrouwbare prognose voor de energiekosten van Civiele Kunstwerken is bijna niet mogelijk omdat realtime verbruiksinformatie niet beschikbaar is. Van veel meters ontvangen we pas aan het eind van het jaar de verbruiksdata van 2025.
Pagina 15 van 38
2e Technische begrotingswijziging 2025
Centrale brugbediening (hogere lasten € 120.000, per saldo budgetneutraal) Sinds de jaarrekeningen 2024 verantwoorden we de kosten voor de brugbediening bij het product Civiele Kunstwerken. Het budget 2025 stond nog bij het programma bedrijfsvoering en wordt via deze 2de technische wijziging overgeheveld. Huisvuil (lagere lasten € 5.000, hogere baten € 408.000). Verlaging onttrekking uit de voorziening € 413.000. Het verschil hangt hoofdzakelijk samen met de volgende onderdelen: Deelnemersbijdragen RMN (hogere baten € 328.000, lagere lasten € 25.000) Het algemeen bestuur heeft in mei 2025 een besluit genomen over de verdeling van het jaarrekening resultaat 2023/2024. Op basis van afgesproken verdeling was het aandeel voor Nieuwegein € 328.000. Begin 2025 heeft er nog een bijstelling plaatsgevonden van de DVO-eindafrekening 2024. Dit kon niet meer in de jaarrekening 2024 verwerkt worden en geeft een incidentele meevaller van € 25.000. Opbrengst afvalstoffenheffing (hogere baten € 70.000) Op basis van de 2de voortgangsrapportage van de BghU is de verwachting dat de opbrengst € 70.000 hoger zal zijn. Dit is het saldo van een positief effect van € 110.000 over 2025 en een negatief effect van € 40.000 over de oudere jaren. Kwijtschelding (hogere lasten € 40.000) Op basis van de tweede voortgangsrapportage van de BghU is de prognose voor kwijtschelding met € 40.000 aangepast.
Het effect is voor zowel 2025 als oudere jaren € 20.000 nadelig. Dit komt enerzijds door een hogere instroom aan verzoeken (onder meer door het inlopen van achterstanden door de BghU) en anderzijds door een hoger toekenningspercentage. Overige kosten (lagere lasten € 20.000). De stelpost in de begroting voor overige kosten zoals onder andere communicatiekosten, verwerkingskosten, reconstructie, specifieke campagnes, asbestverwerking, etc. is op basis van de realisatie met € 20.000 verlaagd. In de prognose is nog wel rekening gehouden met extra kosten voor specifieke aandacht voor het tegengaan van bijplaatsingen. De overige verschillen op dit product zijn kleiner dan € 25.000 en worden verder niet toegelicht. Voorziening afvalstoffenheffing (lagere lasten € 413.000) In de voorziening wordt het verschil verwerkt tussen de begroting en realisatie van inkomsten en uitgaven. Het doel van de egalisatievoorziening is grote jaarlijkse schommelingen in het tarief van de afvalstoffenheffing te voorkomen. In de begroting is een onttrekking opgenomen van € 1.073.000. Door bovenstaande mutaties zal deze onttrekking verlaagd worden met € 413.000 tot € 660.000. Kabels en Leidingen (hogere lasten € 114.000). De loonkosten van de coördinator kabels en leidingen worden gefinancierd vanuit de leges en komen ten laste van dit programma.
In de voorgaande jaren is deze doorbelasting niet geïndexeerd. De begroting 2025 (€ 86.000) had eigenlijk om deze reden € 15.000 hoger moeten zijn. Omdat deze functie momenteel extern wordt ingevuld zijn de kosten nog eens bijna € 100.000 hoger.
Pagina 16 van 38
2e Technische begrotingswijziging 2025
Riolering (hogere lasten € 101.000, hogere baten € 105.000). Dotatie voorziening riolering € 4.000 hoger. Kosten uitvoering beheerplan baggeren (hogere lasten € 250.000) Geplande baggerwerkzaamheden in het beheerplan 2023 zijn later gestart en kende een langere doorlooptijd. Deze kosten zijn in 2024 gefactureerd. De baggerwerkzaamheden in het beheerplan 2024 en 2025 zijn als geheel aanbesteed en doorgeschoven naar 2025. Deze kosten zijn in 2025 gefactureerd. Hierdoor is er een verschuiving zichtbaar in de kosten. Vanwege het ‘gesloten systeem’ is deze verschuiving verrekend via de voorziening Rioolrechten en heeft per saldo geen nadelig effect. Energiekosten (lagere lasten € 100.000) Een betrouwbare prognose voor de energiekosten is bijna niet mogelijk omdat real-time verbruiksinformatie niet beschikbaar is. Van veel meters ontvangen we pas aan het eind van het jaar de verbruiksdata van 2025. In 2023 bedroegen de energiekosten € 320.000; in 2024 € 260.000. Bij extrapolatie van de huidige kosten komt het uit op € 200.000. Het oorspronkelijk budget is € 380.000. We stellen de begroting bij, maar handhaven hierbij dus nog wel een risicomarge. Diverse kosten (lagere lasten € 40.000). De stelpost herstel foutieve aansluitingen kan vrijvallen, omdat er geen herstelwerkzaamheden zijn uitgevoerd.
Opbrengst rioolheffing (hogere baten € 105.000) Op basis van de 2de voortgangsrapportage van de BghU is de verwachting dat de opbrengst € 105.000 hoger zal zijn. Dit is het saldo van een positief effect van € 165.000 over 2025 en een negatief effect van € 60.000 over de oudere jaren. Het voordeel is vooral van toepassing op grootverbruik woningen, kleinverbruik niet-woningen en rioolheffing incidentele lozingen. Daarentegen is de verwachte opbrengst rioolheffing particulieren verlaagd als gevolg van lagere ramingen op de post op te leggen van oudere jaren. De overige verschillen op dit product zijn kleiner dan € 25.000 en worden verder niet toegelicht. Plaagdierenbestrijding (lagere lasten € 25.000) Uit het traject SMB is besloten om alleen plaagdieren te bestrijden in de openbare ruimte. Dit betekent dat vanaf 2025 huiseigenaren en woningcorporaties zelf het bestrijden van plaagdieren op eigen terrein moeten regelen. De begroting 2025 was hier al op aangepast. Tot en met oktober 2025 zijn er geen kosten gemaakt en laten we het restantbudget ook incidenteel vrijvallen. Wegen (lagere lasten € 52.000) Watersysteemheffing wegen (lagere lasten € 40.000) Dit is een heffing van het Waterschap voor eigenaren van onder andere ongebouwde onroerende zaken, waaronder ook wegen vallen.
In de afgelopen jaren was er een stijgende trend zichtbaar in de kosten, waardoor de begroting hierop was aangepast. De jaarkosten geven nu een stabiel beeld ten opzichte van het voorgaande jaar. De begroting 2025 kan hierop bijgesteld worden. De overige verschillen op dit product zijn kleiner dan € 25.000 en worden verder niet toegelicht.
Pagina 17 van 38
2e Technische begrotingswijziging 2025
Reclameopbrengsten (hogere baten € 35.000, lagere lasten € 10.000) Incidentele meevaller door eindafrekening 2024 van de lichtmastreclame. Verkeersregelinstallaties (VRI) (hogere lasten € 11.000) Energiekosten (lagere lasten € 20.000) De begrotingswijziging wordt voorgesteld op basis van extrapolatie van de huidige kosten. Een betrouwbare prognose voor de energiekosten is bijna niet mogelijk omdat realtime verbruiksinformatie niet beschikbaar is. Van veel meters ontvangen we pas aan het eind van het jaar de verbruiksdata van 2025. Onderhoud en reparaties (hogere lasten € 40.000) Het krediet 'Dynamisch afsluiting Batauweg' is komen te vervallen naar aanleiding van een rechterlijke uitspraak. De reeds gemaakte operationele kosten (€ 40.000) komen ten laste van de programmakosten (o.a. kosten hoorzittingen, verkeersregelingen, opslagkosten, etc.). De overige verschillen op dit product zijn kleiner dan € 25.000 en worden verder niet toegelicht. Spelen en Bewegen (lagere lasten € 25.000) In de begroting is een post van € 35.000 opgenomen voor herstelkosten als gevolg van vandalisme. Tot en met september is er voor een paar duizend euro aan herstelkosten geboekt. We verlagen nu de begroting met € 25.000. Daarbij gaan we ervan uit dat er in het 4de kwartaal geen grote 'vernielingen' worden aangericht.
Mobiliteitsprogramma (lagere lasten € 36.000) Advies- en onderzoekskosten (lagere lasten € 50.000) De uitwerking van de opdracht voor het uitwerken van een plan van aanpak Stadsdistributie is gestart en loop door in 2026t. Vanuit de het coalitieakkoord is hiervoor voor 2025 € 50.000 beschikbaar. Aan de raad wordt gevraagd om dit budget over te hevelen naar 2026. De overige verschillen op dit product zijn kleiner dan € 25.000 en worden verder niet toegelicht. Ideeënmarkt (hogere lasten € 37.000) Een drietal onderdelen van de ideeënmarkt is in 2025 uitgevoerd. De lasten daarvoor zijn verantwoord op dit programma. Voor de begroting is deze mutatie neutraal met het naar beneden bijstellen van budget op programma Bestuur en Dienstverlening. De overige verschillen op dit programma zijn kleiner dan € 25.000 en worden verder niet toegelicht.
Pagina 18 van 38
2e Technische begrotingswijziging 2025
2.5 Vrije tijd (Bedragen x € 1.000)
Stand primitieve begroting
Stand t/m Bestuurs rapportage*
Mutaties 2e Technische wijziging
Stand na wijzigingen
Lasten
9.604
9.723
-63
9.660
Baten
-643
-611
-50
-661
Saldo
-8.962
-9.112
112
-8.999
* Inclusief Resultaatbestemmingen 2024
Buurtsportcoaches (lagere lasten € 53.000) Een deel van de lasten zijn gedekt uit middelen op het budget Lokale Gezondheid, het GALAbudget Valpreventie en de subsidie-afrekening Sport-ID over 2024. Dit geeft een eenmalig voordeel op Buurtsportcoaches. Merwestein (hogere baten € 50.000) Bij de 1e Technische wijziging 2025 zijn alle baten afgeraamd in verband met de sluiting van het complex. Het zwembad is echter deels in gebruik gebleven, en zijn verhuurinkomsten voor Aquarijn gegeneerd. De te lage raming van de inkomsten wordt nu hersteld. De overige verschillen op dit programma zijn kleiner dan € 25.000 en worden verder niet toegelicht.
2.6 Versterking eigen kracht, ondersteuning en bescherming (Bedragen x € 1.000)
Stand primitieve begroting
Stand t/m Bestuurs rapportage*
Mutaties 2e Technische wijziging
Stand na wijzigingen
Lasten
102.456
112.662
-1.950
110.712
Baten
-34.612
-34.670
-3.577
-38.247
Saldo
-67.845
-77.992
5.527
-72.465
* Inclusief Resultaatbestemmingen 2024
Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid - Rijks- en eigen middelen (lagere lasten € 2.620.000) Het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) en de hieraan gerelateerde onderdelen zijn in volle uitvoering. Het Rijk heeft hiervoor via specifieke uitkeringen middelen beschikbaar gesteld. Doordat de meeste activiteiten tot op heden uit deze middelen bekostigd kunnen worden zijn de hiervoor gedurende deze raadsperiode beschikbaar gestelde eigen middelen (restant € 2.150.000) en incidentele Rijksmiddelen voor dekking kosten programmabureau (restant € 470.000) beperkt aangewend. Hiervan wordt voorgesteld om deze middelen over te hevelen naar 2026 en daarmee beschikbaar te houden voor dit programma en daaraan verwante activiteiten.
Pagina 19 van 38
2e Technische begrotingswijziging 2025
Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid - SPUK Kansrijke Wijk (lagere lasten € 470.000 en lagere baten € 470.000) Door vertraging in de opstartfase zijn de beschikbare subsidiemiddelen voor de SPUK Kansrijke Wijk in 2025 groter dan de jaarlijks geplande activiteiten. Via deze bijstelling wordt de begroting in lijn gebracht met de verwachte uitgaven en bijbehorende baten vanuit subsidie-aanwending. Taakmutaties septembercirculaire 2025 (hogere lasten € 337.000) In de septembercirculaire 2025 zijn middelen toegevoegd voor de volgende producten: •
€ 102.000 voor aanpak overlast asielzoekers en uitvoering Spreidingswet;
•
€ 235.000 voor de implementatie Participatiewet in balans. Deze wet heeft als doel meer maatwerk, versoepeling van regels en een menselijker aanpak uitvoering bijstand.
Deze technische aanpassingen zijn verwerkt in de begroting. De dekking is verantwoord bij de Algemene uitkering binnen het programma Algemene dekkingsmiddelen. Opvang Oekraïners (lagere lasten € 436.000, hogere baten € 1.080.000) Storting reserve Opvang Vluchtelingen € 1.516.000 De Rijksbaten voor de opvang van Oekraïners 2025 zijn berekend met de hiervoor geldende normbedragen per opvangplek per dag, de bestedingen en uitvoeringskosten voor de Particuliere opvang. Dit is een bedrag van € 3,6 mln. De totale uitgaven voor huisvesting en overige maatschappelijke kosten zijn geschat op € 2,1 mln. Het saldo wordt in de reserve Opvang vluchtelingen gestort. Bij het opstellen van de jaarrekening 2025 wordt het saldo en reservemutatie opnieuw bezien. Opvanglocaties Celsiusbaan en Newtonbaan, hogere lasten € 525.000, hogere baten € 525.000 In de begroting 2025 waren de kosten en baten voor deze locaties nog niet begroot. Deze kosten bestaan uit de inhuur van de huismeester en de beveiligingskosten (tot medio 2025) en zijn geprognosticeerd naar eind van dit jaar. De kosten worden gedeclareerd bij het COA.
Huisvesting opvang asiel- en spoedzoekers Richterslaan, hogere lasten € 50.000, dekking reserve Opvang Vluchtelingen € 50.000 We zien het inzetten van alternatieve (tijdelijke) huisvestingsvormen al lange tijd als een belangrijke en noodzakelijke maatregel om te voldoen aan onze wettelijke taak om statushouders te huisvesten. Gezien de recente ontwikkelingen rondom de taakstelling en de knelpunten rondom het huisvesten is het belang van het realiseren van een doorstroomlocatie op een locatie als deze alleen maar nog groter geworden. Voor deze opvang wordt de locatie Richterslaan vanaf 1 november 2025 gehuurd, met als doel om deze geschikt voor bewoning te maken voor asielzoekers en spoedzoekers. De aanloop- en huurkosten worden nu verwerkt in de begroting en worden gedekt uit de reserve Opvang vluchtelingen. De kosten voor 2026 en verder worden verwerkt in één van de volgende P&Cproducten 2026. Armoedebeleid (lagere lasten € 528.000) In deze raadsperiode zijn middelen beschikbaar gesteld voor de maatregelenmix (€ 450.000) voor een intensieve schuldenaanpak bij jongeren (het Bouwdepot en ‘schuldenvrije flat’), Budgetbeheer (€ 145.000). Als gevolg van capaciteitsproblemen heeft de voorbereiding en de uitvoering van de maatregelen voor deze onderwerpen langer geduurd dan verwacht en zijn deze budgetten niet volledig besteed.
Pagina 20 van 38
2e Technische begrotingswijziging 2025
Voorgesteld wordt om de nog beschikbare middelen in de maatregelenmix (€ 380.000) en budgetbeheer (€ 93.000) over te hevelen naar 2026. Deze middelen worden in 2026 ingezet voor verdere uitrol pilot intensieve integrale schuldenaanpak voor jongeren en schuldenvrije flat. Daarnaast zijn er diverse onderbestedingen die optellen tot € 55.000, waarvan wij voorstellen om ook deze over te hevelen voor afronding van nog lopende trajecten en nazorg uit de pilot Jongerenperspectieffonds. Wij stellen daarom voor om een totaalbedrag van € 528.000 over te hevelen. Op dit moment is nog niet mogelijk om het verloop van de middelen voor de activiteit Bestrijding energiearmoede om de financiële resultaten en de effecten op de reserve Armoedebestrijding te bepalen. Daarom wordt dit bij de jaarrekening 2025 afgewikkeld. Laaggeletterdheid (lagere lasten € 516.000) De uitvoering van het Deltaplan Laaggeletterdheid ligt op schema. Van het totale beschikbare budget in 2025 van € 965.000 wordt dit jaar naar verwachting ongeveer € 450.000 besteed aan diverse maatregelen zoals Taalsubsidies bibliotheek, basiseducatie en basisvaardigheden voor jongeren. Deze middelen zijn incidenteel beschikbaar gesteld voor deze raadsperiode.
Omdat de uitvoering van het plan nog doorloopt in 2026 wordt voorgesteld om het restant van € 516.000 over te hevelen voor de verdere uitvoering van het Deltaplan Laaggeletterdheid. Individuele minimaregelingen (hogere lasten € 113.000) Uit de tussenrapportage van WIL blijkt dat de lasten voor minimaregelingen als gevolg van toegenomen vraag € 118.000 hoger zijn. Uit de rapportage van WIL blijkt ook dat de kosten voor de collectieve ziektekostenverzekering 2025 € 63.000 lager zullen zijn, door minder gebruik van deze regeling. Per saldo leidt dit tot een begrotingsaanpassing van € 55.000. De taakmutatie voor beleidsvorming op het gebied van Schuldhulpverlening uit de meicirculaire 2025 van € 58.000 is budgetneutraal toegevoegd vanuit het budget Algemene kosten armoedebeleid. In totaal nemen de lasten op dit onderdeel toe met € 113.000. Inburgering (hogere lasten € 375.000, hogere baten € 480.000) In 2025 verwachten we meer aan inburgering te besteden. Dit wordt volledig gedekt uit de specifieke uitkering die het Rijk daarvoor verstrekt. Daarnaast verwachten we ook baten uit de HAR+ regeling van het COA, die per definitief uitgestroomde vergunninghouder € 30.000 vergoedt.
Toezicht Zorgfraude (lagere lasten € 173.000, lagere baten € 173.000) De werkzaamheden voor Toezicht Zorgfraude zijn ondergebracht bij RBL (voorheen uitgevoerd door gemeente Nieuwegein namens meerdere gemeenten). De baten en lasten worden bijgesteld. Per saldo geen effect. Toeslagenaffaire (hogere lasten € 192.000, hogere baten € 427.000) De werkzaamheden voor het bijstaan van slachtoffers van de toeslagenaffaire zijn in 2025 overgegaan van de gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom (WIL) naar collega's van de afdeling Geynwijs. Hierdoor zijn in voortvarendheid achterstanden weggewerkt en veel dossiers behandeld. De kosten die de gemeente maakt worden volledig gedekt uit de door het Rijk daarvoor beschikbaar gestelde middelen. Een deel van het saldo moet beschikbaar blijven voor uitvoering in 2026. Voorgesteld wordt om € 75.000 over te hevelen.
Pagina 21 van 38
2e Technische begrotingswijziging 2025
Begroting WIL (lagere lasten € 121.000, hogere baten € 1.458.000) De tussenrapportage van WIL laat diverse voor- en nadelen zien: lagere kosten uitkeringen bijstand (€ 337.000), hogere organisatiekosten (€ 131.000) en hogere kosten Re-integratie (€ 85.000). Deze ontwikkelingen verwerken wij in de begroting. Daarnaast is de definitieve beschikking voor de uitkering algemene bijstand 2025 van het Rijk ontvangen. Deze is € 1.458.000 hoger dan de voorlopige beschikking. De belangrijkste reden is de positieve ontwikkeling van het voor heel het land beschikbare bedrag: het macrobudget. Dat neemt toe als gevolg van gunstiger economische ontwikkelingen (lager aantal uitkeringen), lagere gerealiseerde kosten over 2024 en bijstelling van het rijksbeleid. Omdat het procentuele aandeel van de gemeenten in het totale budget niet meer wijzigt bij definitieve vaststelling, stijgt de gemeentelijke uitkering. Vervoer 18+ (hogere lasten € 270.000, hogere baten € 105.000) In de oorspronkelijke begroting werden de baten uit de eigen bijdragen van gebruikers van de regiotaxi gesaldeerd met de lasten. De baten worden nu gescheiden van de lasten weergegeven lijken de baten te stijgen. Per saldo stijgen de lasten, met name doordat de vervoerder duurder is geworden.
Lokaal Maatwerk beschermd wonen (lagere lasten € 815.000, lagere baten € 152.000) De uitvoering van de plannen rond het maatwerk beschermd wonen lopen vertraging op. De onderbenutting heeft te maken met een aantal factoren. Zo zijn er veel wooninitiatieven opgeschoven naar 2026 en 2027. Een aantal aanpakken wordt nu op Lekstroom-niveau gefinancierd. Omdat de middelen hiervoor geoormerkt zijn door het Rijk, stellen we voor het restant van € 740.000 over te hevelen naar volgend jaar. Leerlingenvervoer (hogere lasten € 42.000) De problemen rond het leerlingenvervoer zijn na een roerige overgang naar een nieuwe vervoerder in 2024 niet allemaal opgelost. Vooralsnog vertaalt zich dat financieel in een iets hogere last voor 2025, met name door meer gebruikers van het vervoer. WEB-gelden (hogere lasten € 117.000, hogere baten € 117.000) Voor de activiteiten Taalhuis Lekstroom is een bijdrage gevraagd en verkregen vanuit de centrumgemeente Utrecht van € 333.300. Deze bijdrage is ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 2025 € 117.000 hoger. De volledige bijdrage is doorbetaald aan de bibliotheek Lek en IJssel, en is daarmee budgetneutraal. Doorstroompunt (hogere lasten € 317.000, hogere baten € 166.000) Nieuwegein fungeert als centrumgemeente voor het doorstroompunt; de door de minister van onderwijs beschikte middelen voor alle Lekstroom gemeenten worden door Nieuwegein beheerd.
De andere lekstroomgemeenten dragen financieel bij aan de werkzaamheden en administratieve behandeling die Nieuwegein uitvoert. Op basis van de meest recente beschikking- en de doorbetalingsverplichtingen en de doorbelastingen die dat met zich meebrengt- zijn de lasten met € 317.000 en de baten met € 166.000 verhoogd. Het saldo is voor rekening van Nieuwegein. De overige verschillen zijn een samenstel van diverse kleinere afwijkingen, die niet nader worden verklaard.
Pagina 22 van 38
2e Technische begrotingswijziging 2025
2.7 Bedrijfsvoering (Bedragen x € 1.000)
Stand primitieve begroting
Stand t/m Bestuurs rapportage*
Mutaties 2e Technische wijziging
Stand na wijzigingen
Lasten
79.454
80.764
272
81.036
Baten
-8.827
-8.951
-485
-9.436
Saldo
-70.627
-71.813
213
-71.600
* Inclusief Resultaatbestemmingen 2024
Product Staf Personeelskosten (hogere lasten € 694.000, hogere baten € 420.000) In 2025 zijn inkomsten gerealiseerd van € 374.000 voor uitlening personeel en detachering, toerekening salarislasten aan subsidies die nog niet waren begroot en ontvangen UWV-middelen. Deze zijn bestemd voor het personeelsbudget voor vervanging van personeel en om de betreffende taken te kunnen uitvoeren. Daarnaast verwachten we over het geheel van 2025 hogere lasten voor personeel in de orde van grootte van € 320.000. Dit betreft noodzakelijke extra inzet om de dienstverlening in 2025 op peil te houden. Voorziening verlofsparen (hogere lasten € 336.000) Sinds een aantal jaar is het mogelijk voor medewerkers om verlofuren op te sparen. Dit spaarverlof kent geen verjaringstermijn en vormt daarmee een toekomstige last voor de gemeente. Het is vereist hiervoor een verplichting op te nemen. Jaarlijks wordt op basis van het saldo van het bovenwettelijk en het spaarverlof de noodzakelijke hoogte van de voorziening bepaald. De huidige verlofregistratie laat zien dat het bovenwettelijk verlofsaldo blijft groeien, doordat dit vrij omgezet kan worden naar spaarverlof leidt dit ook tot een toename van de bijbehorende voorziening. Naar huidige inschatting verwachten we dat het nodig is om € 336.000 toe te voegen aan de voorziening.
Bij de jaarrekening zal op basis van de werkelijke verlofregistratie per 31-12 de definitieve nieuwe stand van de voorziening worden bepaald. Afdeling Toezicht, Veiligheid en Leefbaarheid (hogere lasten € 68.000 en hogere baten € 36.000) Voor de afdeling Toezicht, Veiligheid en Leefbaarheid worden € 68.000 meer personeelslasten begroot. Het betreft extra lasten (€ 36.000) voor casusregisseur Onbegrepen Gedrag met een Gevaarrisico (OGG). Deze extra lasten worden gedekt door een subsidie. Daarnaast worden er extra lasten (€ 32.000) begroot voor een coördinator Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie (BLVC). Deze lasten worden gedekt door een onttrekking uit reserve Omgevingswet. De onttrekking aan de reserve Omgevingswet is opgenomen in programma Wonen en Economie. Product Bestuurs- en privaatrechtelijke kosten Hogere juridische kosten (hogere lasten, € 26.000) De hogere juridische kosten betreft een saldo van de volgende ontwikkelingen. De kosten voor gerechtelijke procedures vallen € 29.000 hoger uit dan begroot. Verder vallen de kosten voor de aansprakelijkheidsverzekering € 10.000 lager uit dan begroot. Ten slotte zijn de kosten voor de presentiegelden bezwaarschriftencommissie € 7.000 hoger dan begroot.
Pagina 23 van 38
2e Technische begrotingswijziging 2025
Product Tractie (lagere lasten € 114.000, hogere baten € 60.000) Het verschil hangt hoofdzakelijk samen met de volgende onderdelen: Verzekeringskosten (lagere lasten € 45.000) Bij de ontwerpbegroting 2025 waren hogere kosten voorzien vanwege een hoger te verzekeren bedrag door aanschaf elektrische voertuigen, vernieuwing wagenpark en stijging van de verzekeringspremies. Door onder meer scherper te sturen op het uitgangspunt om alleen voertuigen tot en met 3 jaar allrisk te verzekeren bleef de stijging van de kosten beperkt. De begroting 2026 is ook op deze bijstelling aangepast. Kapitaallasten (lagere lasten € 91.000) In 2024 is een veegmachine aangeschaft. Deze vertoonde mankementen die niet door de leverancier opgelost konden worden. De veegmachine is retour gegaan en het volledige bedrag is terugontvangen. In 2025 is bij een andere leverancier een nieuwe veegmachine aangekocht. De kapitaallasten starten nu vanaf 2026 i.p.v. 2025 (lagere lasten € 80.000). Daarnaast enkele kleinere verschillen omdat de aanschaf van 2 poolauto's is doorgeschoven en andere vervangingen lager waren dan het beschikbare krediet. Opbrengst verkoop voertuigen (hogere baten € 60.000) Voor de verkoopopbrengst van voertuigen, die conform het investeringsplan zijn vervangen, was in de begroting een stelpost opgenomen van € 20.000. Begin oktober is een opbrengst van € 65.000 gerealiseerd.
In het 4de kwartaal zullen er nog 3 voertuigen via de veiling worden verkocht (indicatie). De overige verschillen op dit product zijn kleiner dan € 25.000 en worden verder niet toegelicht. Product Vastgoed algemeen In de jaarrekening 2024 hebben wij geconstateerd dat de gerealiseerde energiekosten over de hele linie voor de vastgoedaccommodaties lager waren dan begroot. Dit is het gevolg van enerzijds het bewuster energieverbruik en lagere kosten van afgesloten energiecontracten. Deze trend lijkt zich ook in 2025 door te zetten. Sinds medio 2023 maken we gebruik van een systeem waarbij het verbruik en daarbij behorende kosten van energie (stroom, gas en warmte) eenvoudiger in beeld kunnen worden gebracht en prognoses worden gemaakt. Op basis van een analyse is een prognose gemaakt van het verbruik en de kosten aan het eind van 2025, waarbij een onzekerheidsmarge van 10% is gehanteerd. De uitkomsten hiervan zijn dat de kosten over nagenoeg de gehele vastgoedportefeuille lager zijn dan begroot, zie hieronder in de tabel. Omdat de prijzen in beweging blijven, mede als gevolg van de stijging van de energiebelastingen, is het onzeker om deze correcties structureel door te zetten naar 2026. Indien nodig doen we bij P&C-producten voorstellen tot aanpassingen.
Tegelijkertijd zien we ook afwijkingen op andere kostenonderdelen, zoals de kosten van dagelijks onderhoud en in mindere mate op publiekrechtelijke heffingen en schades. De budgetten zijn aangepast. In deze wijziging zijn deze voor- en nadelen gesaldeerd en leidt dit per saldo tot een voordeel van € 648.000. Tevens zijn diverse baten bijgesteld € 55.000. Per groep van accommodatie is hierna een nadere toelichting opgenomen.