2025-290 Bijlage 1 Integraal huisvestingsplan Nieuwegein 2025-2040
Tekst van het document
Analyse
Sporthal ‘t Veerhuis is in 1975 gebouwd en voldoet niet meer aan de eisen van een moderne sporthal en zal in de toekomst fungeren als een sportzaal.
Deze tijdelijke sporthal kan binnen het huidige bestemmingsplan maximaal 10 jaar blijven staan. De gemeente is nog op zoek naar een permanente locatie. De haalbaarheid van een mogelijke combinatie met Anna van Rijn wordt op dit moment onderzocht.
Conclusie Aangezien sporthal ’t Veerhuis geen eigendom van de gemeente is, wordt er in dit IHP geen planvorming voor de sporthal meegenomen. De gemeente kan immers geen besluit nemen over een accommodatie die niet in haar bezit is.
Conclusie Aangezien de tijdelijke sporthal al is gerealiseerd, wordt er in dit IHP geen planvorming voor de sporthal meegenomen. Het is nog onzeker of er een permanente sporthal voor terugkomt.
Inventarisatie en analyse | 33
3.7.7 Sporthal Galecop (Galecop) Algemeen Sporthal Galecop heeft een sportvloer van 1.056 m² en heeft een tribune en kantine. De hal is onder andere geschikt voor badminton, basketbal, handbal, rolschaatsen, volleybal en voetbal. Analyse Sporthal Galecop is in 1996 gebouwd. De algemene onderhoudstoestand van de sporthal is redelijk. De staat van onderhoud laat enige slijtage en veroudering zien, met name aan installaties. Het dagelijks en periodiek beheer wordt op peil gehouden. Conclusie Vanwege het recente bouwjaar is vervanging of vernieuwing van de sportzaal in de komende 15 jaar nog niet aan de orde. In dit IHP is daarom geen planvorming voor de sportzaal meegenomen.
3.7.8 Gymzaal De Triangel (Zuilenstein) Algemeen Gymzaal De Triangel heeft een sportvloer van 252 m². De zaal is onder andere geschikt voor badminton, basketbal en volleybal. Analyse Gymzaal De Triangel stamt uit het jaar 1978. De algemene onderhoudstoestand van de gymzaal is matig/ redelijk. Er is enige slijtage en veroudering van zowel bouwkundige als installatietechnische elementen zichtbaar, hoewel het dagelijks en periodieke beheer op peil wordt gehouden. De dakbedekking behoeft op korte termijn onderhoud. Conclusie Vanwege het aflopen van de technische levensduur, is de gymzaal opgenomen in de planvorming in hoofdstuk 4.5.
Inventarisatie en analyse | 34
3.7.9 Sporthal Merwestein (Merwestein) Algemeen Sporthal Merwestein heeft een sportvloer van 1.400 m² en heeft een tribune en kantine. De hal is onder andere geschikt voor badminton, basketbal, handbal, volleybal en voetbal. De hal is niet in eigendom van de gemeente. Overigens is de gemeente wel 100% aandeelhouder van de sporthal. Analyse De oude sporthal in Merwestein is in april 2024 gesloopt. Er wordt een nieuwe dubbele hal gebouwd. De kosten voor de nieuwe sporthal zijn door de eigenaar gedekt. Daarom wordt in dit IHP geen verdere planvorming omschreven. Conclusie Aangezien sporthal Merwestein geen eigendom van de gemeente is, wordt er in dit IHP geen planvorming voor de sporthal meegenomen.
3.7.10 Gymzaal De Driemaster (Fokkesteeg) Algemeen Gymzaal De Driemaster heeft een sportvloer van 252 m². De zaal is onder andere geschikt voor badminton, basketbal en volleybal. Analyse Gymzaal De Driemaster is in 1981 gebouwd. De algemene onderhoudstoestand van de gymzaal is redelijk/ goed. Er is enige slijtage en veroudering van zowel bouwkundige als installatietechnische elementen zichtbaar, hoewel het dagelijks en periodieke beheer op peil wordt gehouden.
Conclusie Vanwege het aflopen van de technische levensduur, is de gymzaal opgenomen in de planvorming in hoofdstuk 4.5.
Inventarisatie en analyse | 35
4
Planvorming
4.1
Inleiding
Voor de planvorming en het scenario-onderzoek zijn de uitgangspunten, zoals leerlingenaantallen, capaciteitsbehoefte en voorzieningen aangehouden, zoals in hoofdstuk 3 omschreven. Deze koers is door de gemeenteraad op 2 november 2023 vastgesteld. De uitgangspunten worden per project geactualiseerd en vastgesteld aan het einde van de definitiefase. In dit hoofdstuk wordt de beoordelingsmethodiek kort toegelicht, en zijn vervolgens per locatie de resultaten gepresenteerd van de scenariostudie. Tot slot is in paragraaf 4.6 de fasering van alle locaties te zien.
4.2
Beoordelingsmethode
Per wijk of schoollocatie is een haalbaarheidsstudie uitgevoerd voor drie verschillende scenario’s: 1. instandhouding, geen ingrijpende aanpassingen, verbeteren installaties; 2. vernieuwbouw, aanpassing gebouw met behoud van schaal en uitstraling, verbeteren installaties en gebouwschil; 3. nieuwbouw, geheel nieuw gebouw, optimale functionaliteit en volgens huidige regelgeving en duurzaamheidsuitgangspunten. De uitgebreide uitgangspunten en toelichting van de scenario’s zijn te vinden in bijlage 2.
4.2.1 Beoordeling scenario’s Aan de hand van zes hoofdthema’s zijn de drie scenario’s met elkaar vergeleken. De zes hoofdthema’s zijn allen belangrijke factoren op basis waarvan de gemeente haar besluit wil vormen. In bijlage 2 is toegelicht hoe elk scenario is beoordeeld op deze hoofdthema’s en dit wordt gepresenteerd in een spindiagram (zie format met de hoofdthema’s in de afbeelding).
Planvorming | 36
Voor de oudere scholen die gebouwd zijn voor 1990, geeft de gemeente hogere prioriteit aan de verduurzaming en de cultuurhistorische waarde. Voor de jongere scholen zoals Cals College, Oosterlicht College en de scholen in Galecop, is de beoordeling vereenvoudigd. De erfgoedwaarde is niet meegenomen en de beoordeling op functionaliteit is alleen globaal gedaan, aangezien de uitvoering van een scenario pas over een groot aantal jaren op de planning staat en de onderwijsvisie van een school in deze periode nog zou kunnen veranderen. Duurzaamheid heeft ook hier een zwaardere weging.
4.2.2 Voorkeursscenario In de basis is het scenario met de beste score het voorkeursscenario. Na de individuele beoordeling op complex-niveau is echter ook naar de totale portefeuille van alle PO- en VO-complexen gekeken, met als doel om van de totale portefeuille van alle scholen binnen Nieuwegein een afgewogen geheel te maken, waarbij alle kwaliteitsaspecten als erfgoedwaarde, duurzaamheid, technische en functionele kwaliteit, ontwikkeling en kosten in balans zijn. Daarna zijn deze voorlopige voorkeursscenario’s aan de hand van de tijdelijke huisvestingsopgave, welke in belangrijke mate bijdraagt aan de te kiezen richting van het programma, opnieuw getoetst door de gemeente plus schoolbesturen. Dit ter bepaling van het definitieve voorkeursscenario, welke als conclusie door schoolbesturen en gemeente zijn overeengekomen voor dit IHP. Waar deze conclusies in sommige gevallen hebben geleid tot een afwijkende prioritering is dit aangegeven. De conclusie met het voorkeursscenario is in deze gevallen door een tekstkader gemarkeerd.
4.3
Primair onderwijs
In de onderstaande plattegrond is aangegeven welke scenario’s in de koers van 2 november 2023 als voorkeursscenario zijn geselecteerd voor elk onderzocht gebouw. De hierna volgende paragrafen lichten beknopt per wijk toe hoe de drie scenario’s zijn beoordeeld en hoe tot een actueel voorkeursscenario is gekomen. De uitgebreide beoordeling is te vinden in bijlage 2.
Planvorming | 37
(Trinamiek)
Planvorming | 38
4.3.1 Lucas Batau & De Veldrakker (Batau Noord)
In Batau Noord zitten de twee basisscholen Lucas Batau van Stichting Trinamiek en De Veldrakker van Stichting Robijn verdeeld over twee gebouwen, het hoofdgebouw en de dependance.
De raad heeft in 2023 de koers bevestigd om een kindcentrum met beide scholen onder één dak plus kinderopvang te huisvesten. Omdat het hoofdgebouw een hogere erfgoedwaarde heeft en meer ruimte biedt, is een scenario voor vernieuwbouw van de patioschool gemaakt. Daarbij zou het hoofdgebouw verduurzaamd en functioneel vernieuwd worden zodat het gebouw weer beter past bij de onderwijsvisie van beide scholen. Ook krijgt het gebouw een uitbreiding, zodat er voldoende capaciteit is om te voorzien in de ruimtebehoefte van alle gebruikers. Bij de planontwikkelingsfase voor alle locaties is inmiddels het aspect tijdelijke huisvesting betrokken. Gezien de hoge kosten voor inkoop of huur van tijdelijke klaslokalen is gezocht naar een slimme planning en waar mogelijk andere oplossingen. Zo mogelijk gaan bestaande scholen rechtstreeks van oudbouw naar nieuwbouw. Of wordt er (aanvullend) gebruik gemaakt van reeds ingekochte/ gehuurde tijdelijke klaslokalen of vastgoed dat in bezit is van de gemeente. Er is gekozen voor een beperkt aantal centrale locaties. Voor de locatie ontwikkeling Batau Noord leidt dit tot een bijstelling van het voorkeursscenario naar nieuwbouw op de bestaande kavel onder gebruik van de bestaande oudbouw voor tijdelijke huisvesting tijdens de realisatiefase. Zie voor de fasering verder paragraaf 4.6, voor tijdelijke huisvesting zie paragraaf 4.7.
Planvorming | 39
4.3.2 De Meander & Prinses Margrietschool (Batau Zuid)
In Batau Zuid zitten de twee basisscholen De Meander van Stichting Robijn en de Prinses Margrietschool van Stichting Fluenta verdeeld over twee gebouwen: het hoofdgebouw van De Meander met dependance Prinses Margrietschool, en het hoofdgebouw van de Prinses Margrietschool.
Net zoals voor Batau Noord, heeft de raad in 2023 de koers bevestigd om een kindcentrum met beide scholen onder één dak plus kinderopvang te huisvesten, net als het voorkeursscenario voor vernieuwbouw. Het hoofdgebouw heeft wederom een hogere erfgoedwaarde en meer ruimte, daarom is een scenario voor vernieuwbouw van de patioschool gemaakt. Het hoofdgebouw zou worden verduurzaamd en functioneel vernieuwd zodat het gebouw beter past bij de onderwijsvisie van beide scholen. Ook zou het gebouw een uitbreiding op de eerste verdieping krijgen, zodat er voldoende capaciteit is om te voorzien in de ruimtebehoefte van alle gebruikers. Bij de planontwikkelingsfase voor alle locaties is inmiddels het aspect tijdelijke huisvesting betrokken. Gezien de hoge kosten voor inkoop of huur van tijdelijke klaslokalen is gezocht naar een slimme planning en waar mogelijk andere oplossingen. Zo mogelijk gaan bestaande scholen rechtstreeks van oudbouw naar nieuwbouw. Of wordt er (aanvullend) gebruik gemaakt van reeds ingekochte/ gehuurde tijdelijke klaslokalen of vastgoed dat in bezit is van de gemeente. Er is gekozen voor een beperkt aantal centrale locaties.
Voor de locatie ontwikkeling Batau Zuid leidt dit tot een bijstelling van het voorkeursscenario naar nieuwbouw op de bestaande kavel onder gebruik van de bestaande oudbouw op locatie Wijkersloot voor tijdelijke huisvesting danwel van oud- naar nieuwbouw op de kavel Batau Zuid. Zie voor de fasering verder paragraaf 4.6, voor tijdelijke huisvesting zie paragraaf 4.7.
Planvorming | 40
4.3.3 Beatrixschool & De Schakel (Wijkersloot)
In Wijkersloot zitten de twee basisscholen de Beatrixschool van Stichting Fluenta en De Schakel van Stichting Robijn. Beide scholen zitten in hun eigen gebouw, naast elkaar gelegen.
De raad heeft in 2023 de koers bevestigd om een kindcentrum te realiseren met beide scholen en kinderopvang onder één dak. De totale ruimtebehoefte van het gevraagde Kindcentrum is in gestapelde vorm (twee lagen) onder te brengen op de kavel van de te slopen school De Schakel. Zo blijft er op deze kavel nog voldoende ruimte over voor speelpleinen. De nieuwbouw is duurzaam, flexibel en uitbreidbaar. Bij de planontwikkelingsfase voor alle locaties is inmiddels het aspect tijdelijke huisvesting betrokken. Gezien de hoge kosten voor inkoop of huur van tijdelijke klaslokalen is gezocht naar een slimme planning en waar mogelijk andere oplossingen. Zo mogelijk gaan bestaande scholen rechtstreeks van oudbouw naar nieuwbouw. Of wordt er (aanvullend) gebruik gemaakt van reeds ingekochte/ gehuurde tijdelijke klaslokalen of vastgoed dat in bezit is van de gemeente. Er is gekozen voor een beperkt aantal centrale locaties. Voor de locatie ontwikkeling Wijkersloot was het voorkeursscenario nieuwbouw, vanuit tijdelijke huisvesting wordt dit voorkeursscenario bevestigd. Zie voor de fasering verder paragraaf 4.6.
Planvorming | 41
4.3.4 Trompetvogel (Doorslag)
In de wijk Doorslag ligt de school De Trompetvogel van Stichting Fluenta, met daarin het geïntegreerde gymnastieklokaal Het Vijfspan (rechts). In Doorslag Noord (links) stond het oude gebouw van de Krullevaar en het Vogelnest leeg. Voor De Trompetvogel is eerder besloten dat er een vernieuwbouw voor de school (inclusief gymzaal) zal komen aan de Groenling (Doorslag Noord), het gymnastieklokaal Het Vijfspan wordt op termijn gesloopt. Het te bouwen kindcentrum met de basisschool De Trompetvogel, kinderopvang, peuteropvang, vroeg- en voorschoolse educatie en bso is het project dat naar aanleiding van het Vitale Scholen onderzoek als vernieuwbouw tot realisatie wordt gebracht. Alle ontwerpfasen zijn doorlopen. Het project is in 2023 succesvol aanbesteed, de bouwteamfase is afgerond en de uitvoering is gestart in juli 2024. Naar verwachting wordt het kindcentrum inclusief moderne gymzaal in het vierde kwartaal van 2025 opgeleverd.
Planvorming | 42
4.3.5 Mauritsschool (Zandveld)
In de wijk Zandveld ligt de Mauritsschool met daarnaast Sportzaal De Sluis. Sportzaal De Sluis staat op de nominatie voor sloop. De Sluis blijft de komende jaren echter nog in gebruik als tijdelijke ruimte tijdens de verschillende ontwikkelingen. Vanaf schooljaar 2024/25 maakt de Mauritsschool gebruik van het pand aan de Graaf Dirklaan 2 als dependance in Fokkesteeg. In de scenario’s is rekening gehouden met de hele school op één locatie.
De raad heeft in 2023 de koers bevestigd om een kindcentrum te realiseren met de Mauritsschool en kinderopvang onder één dak. In de nieuwbouwvariant is gekozen voor een compact en duurzaam twee-laags gebouw ongeveer in het midden van de kavel. Het is een gebouw met een hart: de centrale ontmoetingsruimte met aangrenzend het speellokaal en de ruimten voor de kinderopvang. De buitenruimte komt meer aan de voorzijde van het gebouw te liggen. Bij de planontwikkelingsfase voor alle locaties is inmiddels het aspect tijdelijke huisvesting betrokken. Gezien de hoge kosten voor inkoop of huur van tijdelijke klaslokalen is gezocht naar een slimme planning en waar mogelijk andere oplossingen. Zo mogelijk gaan bestaande scholen rechtstreeks van oudbouw naar nieuwbouw. Of wordt er (aanvullend) gebruik gemaakt van reeds ingekochte/ gehuurde tijdelijke klaslokalen of vastgoed dat in bezit is van de gemeente. Er is gekozen voor een beperkt aantal centrale locaties. Voor de locatie ontwikkeling voor de Mauritsschool leidt dit tot een bijstelling van het voorkeursscenario naar nieuwbouw op de kavel aan de Graaf Dirklaan. Met gebruik van de bestaande oudbouw op de locatie Kastanjestraat voor tijdelijke huisvesting tijdens de realisatiefase. Voor de huisvesting van de capaciteit op de dependance wordt een oplossing uitgewerkt.
De optie om de Mauritsschool op de huidige locatie te realiseren wordt tijdens de uitwerking in de planvorming opengehouden mochten er knelpunten ontstaan bij de plannen aan de Graaf Dirklaan. Zie voor de fasering verder paragraaf 4.6, voor tijdelijke huisvesting zie paragraaf 4.7.
Planvorming | 43
4.3.6 Koningin Julianaschool & Lucas Galecop (Galecop)
Het complex Galecop was geen onderdeel van het onderzoek Vitale Scholen, hierover is dus nog geen besluit van de raad. De schoolgebouwen zijn gebouwd in 1996, de realisatie van een (ver)nieuwbouw ligt nog ver in de toekomst waardoor uitgangspunten kunnen wijzigen. Voor het IHP zijn de 3 scenario’s daarom globaal uitgewerkt en vergeleken. Daarbij kwam nieuwbouw naar voren als meest geschikt voor deze locatie. In het nieuwbouwscenario is uitgegaan van een kindcentrum met de beide scholen en kinderopvang onder één dak. De schoolbesturen hebben een sterke voorkeur aangegeven om alle functies onder 1 dak te huisvesten. Daarbij is gekozen voor een compact en duurzaam twee-laags gebouw op de locatie van de Koningin Julianaschool. Als eerste stap in het proces worden de uitgangspunten, zoals het aantal leerlingen en de benodigde ruimtecapaciteit, getoetst aan de dan actuele leerlingenprognose. Een raadsvoorstel voor deze locatie ontwikkeling zal worden voorgelegd.
In het complex Galecop zitten de twee basisscholen de Lucas Galecop van Stichting Trinamiek en de Koningin Julianaschool van Stichting Fluenta verdeeld over drie gebouwen: het hoofdgebouw van de Lucas Galecop, het hoofdgebouw van Koningin Julianaschool en het B-gebouw van de Lucas Galecop, ook gebruikt door de Koningin Julianaschool en kinderopvang.
Planvorming | 44
4.3.7 Vroonestein, de Toonladder & Beatrixschool (Zuilenstein)
De raad heeft in 2023 de koers bevestigd om een nieuwbouw kindcentrum te realiseren met de drie scholen en kinderopvang onder één dak. De totale ruimtebehoefte van het Kindcentrum is in een compact twee-laags gebouw met vier vleugels. Er is één vleugel voor elke school en de kinderopvang. Centraal in het gebouw ligt het gemeenschappelijk gebied met ontmoetingsruimte met tribunetrap en aangrenzend de speellokalen. De nieuwbouw is duurzaam, flexibel en uitbreidbaar. Groei en krimp van de scholen kan onderling worden opgevangen. De nieuwbouw wordt gerealiseerd op de kavel van de te slopen gebouwen van Vroonestein en de Toonladder. Zie voor de fasering verder paragraaf 4.6.
In het complex Zuilenstein zitten de drie basisscholen Vroonestein van Stichting Trinamiek, De Toonladder van Stichting Robijn, en de Beatrixschool van Stichting Fluenta. De scholen zijn verdeeld over twee gebouwen: een gedeeld gebouw voor Vroonestein en de Toonladder, bestaande uit een oudbouw (1978) en hernieuwbouw gedeelte (2004), en een gebouw voor de Beatrixschool.
Planvorming | 45
4.3.8 Montessorischool De Vleugel (Zuilenstein)
4.3.9 ’t Hof van Rhijnhuysen
Tijdelijke locatie
Zuidelijker in de wijk Zuilenstein zit ook de Montessorischool De Vleugel van stichting Monton. De school is samen met kinderopvang gehuisvest in een relatief nieuw gebouw uit 2002. Vanwege het recente bouwjaar was De Vleugel geen onderdeel van het onderzoek Vitale Scholen. Een voorkeursscenario was dus geen onderdeel van het raadsbesluit 2023. Technisch voldoet het gebouw aan de huidige standaard, hoewel vanwege de lichte constructievorm verduurzaming moeilijker te realiseren zal zijn. Daarnaast sluit het gebouw vanwege de huidige indeling minder aan op het onderwijsconcept. Functioneel kan een uitbreiding van de school mogelijk nodig zijn. De Vleugel is gegroeid in leerlingenaantal. Schoolbestuur Monton verwacht op grond van de woningbouwontwikkeling – met name in de nabijgelegen wijk Rijnhuizen – en de verbeterde waardering voor de school een hogere toename van leerlingen. De toekomstige noodzaak moet nog aangetoond worden. De belangrijkste vraagstukken hierbij zijn of de school recht heeft op uitbreiding en of een (semi)permanente uitbreiding op de locatie te realiseren is. Onderzoek moet uitwijzen wat, rekening houdend met de woningbouwontwikkeling en de leerlingenaantallen passend is voor deze locatie van stichting Monton. Afgesproken is om de prognoses en leerlingenaantallen in Rijnhuizen en de belangstellingspercentages voor Montessorionderwijs te monitoren.
Met ingang van het schooljaar 2024-2025 is 't Hof van Rhijnhuysen van Robijn verhuisd van de Graaf Dirklaan in Fokkesteeg naar de wijk Rijnhuizen. Hier vindt 't Hof van Rhijnhuysen op het noordelijke deel van de hockeyvelden een tijdelijke plek. In de directe nabijheid op het zuidelijke hockeyveld wordt de nieuwe permanente huisvesting ontwikkeld. De voorbereiding van de nieuwe permanente school in Rijnhuizen is in 2024 begonnen.
Planvorming | 46
4.3.10 De Schouw (Fokkesteeg)
De raad heeft in 2023 het advies uit het onderzoek Vitale Scholen bevestigd om een kindcentrum te realiseren met de Schouw en kinderopvang onder één dak. In de nieuwbouwvariant is uitgegaan van een compact L-vormig twee-laags gebouw. Aan het uiteinde van één van de vleugels komt de gymzaal terug. Het is een gebouw met een hart: de centrale ontmoetingsruimte met aangrenzend het speellokaal en de ruimten voor de kinderopvang. Het nieuwe gebouw is duurzaam, flexibel te gebruiken en uitbreidbaar. Als De Schouw verhuisd is naar het nieuwe kindcentrum, komt een deel van de bestaande kavel vrij.
4.3.11 Willem Alexanderschool (Vreeswijk/De Wiers)
In de wijk Fokkesteeg ligt de school De Schouw van Stichting Trinamiek, met daarin de geïntegreerde gymzaal De Driemaster.
Nieuwe locatie
De gemeente is begonnen met het traject om in Vreeswijk/De Wiers een nieuwbouw school voor de Willem Alexanderschool te realiseren. Er wordt een nieuwe basisschool voor Stichting Fluenta gerealiseerd aan de Industrieweg in De Wiers. Hier kunnen alle leerlingen van de Willem Alexanderschool worden gehuisvest. Wanneer de school naar het nieuwe gebouw verhuist, komen de huidige gebouwen vrij. De verdere ontwikkeling van de gebouwen aan de Koninginnenlaan en Julianaweg maakt geen onderdeel uit van de planvorming in het IHP.
Planvorming | 47
4.4
Voortgezet onderwijs
Net als voor primair onderwijs, zijn in het ‘Vitale Scholen onderzoek’ haalbaarheidsstudies uitgevoerd voor de toekomst van elke schoollocatie. Hierbij zijn drie scenario’s beoordeeld: 1) instandhouding, 2) vernieuwbouw, 3) nieuwbouw. In bijlage 2 zijn de uitgangspunten van de scenario’s en beoordelingsmethodiek toegelicht.
In de onderstaande plattegrond is aangegeven welke scenario’s als voorkeursscenario zijn geselecteerd voor elke onderzochte VO-school. De hierna volgende paragrafen lichten beknopt per wijk toe hoe de drie scenario’s zijn beoordeeld en hoe tot een voorkeursscenario is gekomen.
Planvorming | 48
4.4.1 Anna van Rijn
Voor het Anna van Rijn college is scenario 2, vernieuwbouw B, als voorkeursscenario aangewezen. In dit scenario blijft de school op de huidige locatie gehuisvest en worden de onderwijsfuncties in een compact drielaags carré-vormig gebouw ondergebracht. De Annazaal blijft behouden en maakt deel uit van het nieuwe onderwijsgebouw, dat een prominente plek krijgt voor op het terrein. De sportzalen worden geclusterd en het sportgebouw wordt gecentreerd achter op het terrein geplaatst. De erfgoedwaardige dragende gevelelementen van schokbeton van het achterste gebouw worden als mogelijk hergebruikt in de nieuwbouw. Dit betekent dat het scenario grotendeels uit sloop/nieuwbouw bestaat, en enkele gebouwdelen behouden blijven. De ruimtelijke invulling heeft daardoor een aantal beperkingen, vergeleken met volledige nieuwbouw.
Dit voorkeursscenario is in de planontwikkelingsfase bijgesteld tot volledige nieuwbouw. De Annazaal zal niet worden behouden. NUOVO en de gemeente komen in overleg nog tot een verrekening van boekwaardes voor de Annazaal in de definitiefase van de samenwerkingsovereenkomst. Bij de planontwikkelingsfase voor alle locaties is inmiddels het aspect tijdelijke huisvesting betrokken. Gezien de hoge kosten voor inkoop of huur van tijdelijke klaslokalen is gezocht naar een slimme planning en waar mogelijk andere oplossingen. Zo mogelijk gaan bestaande scholen rechtstreeks van oudbouw naar nieuwbouw. Of wordt er (aanvullend) gebruik gemaakt van reeds ingekochte/ gehuurde tijdelijke klaslokalen of vastgoed dat in bezit is van de gemeente. Er is gekozen voor een beperkt aantal centrale locaties. Voor de locatie ontwikkeling voor het Anna van Rijn College betekent dit nu betrekken van tijdelijke huisvesting op de Parelduiker locatie en op de Brugwal. Zie voor de fasering verder paragraaf 4.6, voor tijdelijke huisvesting zie paragraaf 4.7.
Planvorming | 49
4.4.2 Cals college
Instandhouding van het hoofdgebouw bestaat uit vernieuwing van onderdelen en verduurzaming. De kosten en ontwikkeling zijn gunstig doordat er weinig ingrepen benodigd zijn in het gebouw vanwege al uitgevoerde verduurzamingsmaatregelen. Dit zorgt ook voor een korte doorlooptijd met laag risico. Het naastgelegen kantoor met ruimte voor 13 lokalen kan worden gehuurd tot 2035. Op dat moment moet een alternatieve locatie gevonden worden voor de (tijdelijke) huisvesting van deze lokalen. Hierover volgt nader onderzoek en zal de raad een separaat raadsvoorstel worden voorgelegd, omdat hier kosten mee gemoeid gaan die niet in het raadsbesluit van 2023 zijn gedekt.
Uit de scenariostudie voor het Cals College volgde eerder uitvoering van vernieuwbouw, met realisatie in 2032-2033. Later is echter besloten om de realisatie met 10 jaar uit te stellen naar 2041-2042. Om het hoofdgebouw in deze periode in gebruik te kunnen houden, zal in 2031-2032 eerst levensduur verlengende instandhouding worden uitgevoerd. Zo kan de levensduur van het gebouw met 10 jaar verlengd worden, tot de vernieuwbouw in 2041-2042.
Planvorming | 50
4.4.3 Oosterlicht college
Bij de instandhouding wordt het gebouw vernieuwd, maar het volume blijft onveranderd. Wel is er sprake van een slecht binnenklimaat. Bij uitvoering van instandhouding in 2036-2037 kan het binnenklimaat worden verbeterd, maar de ruimtelijke en functionele kwaliteit van het gebouw en de buitenruimte zijn beperkt.
Uit de scenariostudie voor het Oosterlicht College volgde eerder uitvoering van nieuwbouw, met realisatie in 2036-2037. Net als voor het Cals College, is later echter besloten om de realisatie met 10 jaar uit te stellen naar 2046-2047. Om het gebouw in deze periode in gebruik te kunnen houden, zal in 2036-2037 eerst levensduur verlengende instandhouding worden uitgevoerd. Zo kan de levensduur van het gebouw met 10 jaar verlengd worden, tot de nieuwbouw in 2046-2047.
Planvorming | 51
4.5
Bewegingsonderwijsvoorzieningen
Door de gemeente is de toekomst van de bewegingsonderwijs vastgesteld in het raadsbesluit van 17 januari 2023. In de onderstaande plattegrond is aangegeven welke scenario’s als voorkeursscenario zijn geselecteerd voor elke bewegingsonderwijsvoorzieningen. Zie ook het overzicht in Bijlage 2. In de gemeente Nieuwegein zijn momenteel 10 bewegingsonderwijsvoorzieningen, met plannen voor twee nieuwe locaties. Sportzaal de Waterlelie (Batau Noord) is een relatief nieuw gebouw waarvan de levensduur tot na 2040 loopt. Daarnaast zijn er enkele locaties niet in eigendom van de gemeente: sporthal ’t Veerhuis (Zandveld)en sporthal Merwestein. Voor de overige locaties zijn toekomstscenario’s onderzocht door Hospitality Group, en is het resultaat in 2023 vastgesteld door de raad. Voor sportzaal De Sluis betekent dit dat deze op de nominatie voor sloop staat, maar de sporthal blijft voorlopig nog in gebruik als tijdelijke locatie voor verschillende ontwikkelingen. In Rijnhuizen zal een nieuwe bewegingsonderwijsvoorzieningen, ‘Moderne gymzaal Rijnhuizen’, worden gerealiseerd in 2028, bij de nieuw te bouwen school. Op sportpark Zandveld wordt een tijdelijke sporthal gerealiseerd. In Doorslag wordt is de bouw van het kindcentrum in volle gang, inclusief gymzaal+ Doorslag. Deze wordt naar verwachting in 2025 opgeleverd.
Voor de resterende locaties is de voorkeur uitgesproken voor vervangende nieuwbouw. Nieuwbouw kan in verschillende formaten worden uitgevoerd, van groot naar klein: een sporthal, sportzaal of (moderne) gymzaal. Sporthal Galecop komt in 2039 in aanmerking voor vervanging door een nieuwe sporthal. In Wijkersloot is de voorkeur voor een Sportzaal Wijkersloot. In Doorslag Noord komt een gymzaal+ die ook geschikt is voor turnen. Op de andere locaties komt een moderne gymzaal. Deze worden allen tegelijk met de nabijgelegen scholen aangepakt. Het gaat hierbij om de gymzalen De Driehoek (Batau Zuid), De Triangel (Zuilenstein) en De Driemaster (Fokkesteeg).
Planvorming | 52
4.6
Fasering
De uitvoeringsperiode van de planvorming is voor de scholen die onderdeel uitmaakten van het onderzoek Vitale Scholen door de gemeenteraad in november 2023 vastgesteld. Sindsdien is in overleg tussen gemeente en de schoolbesturen het besef gegroeid dat alle bouwprojecten locatie ontwikkelingen zijn. Inmiddels is tussen gemeente en schoolbesturen overeen gekomen dat het proces tot en met realisatie in dit licht bezien eerder gemiddeld vijf en een half tot zes dan tot dusver geplande vier jaren vergt. Met voor VO-scholen een langere bouwtijd. Ook is inmiddels een kostbewuste en slimme inpassing van de tijdelijke huisvesting bij de realisatie van het Vitale Scholen besluit uit 2023 betrokken.
Bijstellingen in voorkeursscenario’s zoals hiervoor beschreven dragen bij aan de haal- en betaalbaarheid van de grote opgave, die inmiddels onder naam programma Parels van de Wijken verder gaat. In onderstaande bijgestelde planning zijn alle onderwijsgebouwen en bewegingsonderwijsvoorzieningen en tijdelijke huisvestingen opgenomen waarvoor in de komende 15 jaar een investering nodig is. De gemeente en schoolbesturen voelen beide de urgentie en hebben uitgesproken zich in te spannen de bijgestelde planning te halen.
Planvorming | 53
4.7
Tijdelijke huisvesting
Tijdens de realisatie van de (ver)nieuwbouw van de toegelichte projecten, wordt waar nodig tijdelijke huisvesting voor de leerlingen, medewerkers en andere gebruikers georganiseerd. De gemeente heeft in samenwerking met de schoolbesturen inmiddels een ‘schuifplan’ opgesteld om alle verhuisbewegingen van alle scholen/bewegingsonderwijsvoorzieningen in de komende jaren zo kosteneffectief en slim mogelijk te organiseren. Dit belangrijke aspect voor de kostenbeheersing en haalbaarheid was geen onderdeel van het raadsbesluit in november 2023, noch van het onderzoek door bbn voor dit IHP. Gezien de hoge kosten voor inkoop of huur van tijdelijke klaslokalen is gezocht naar een slimme planning en waar mogelijk andere oplossingen. Zo mogelijk gaan bestaande scholen rechtstreeks van oudbouw naar nieuwbouw. Of wordt er (aanvullend) gebruik gemaakt van reeds ingekochte/gehuurde tijdelijke klaslokalen of vastgoed dat in bezit is van de gemeente. Er is gekozen voor een beperkt aantal centrale locaties.
Rechtstreeks naar nieuwbouw (enkele locaties een gedeelte via tijdelijke units)
In sommige gevallen is een afwijkende prioritering aangehouden als gevolg van het schuifplan en tijdelijke huisvesting zoals door de gemeente plus schoolbesturen onderzocht en overeengekomen. De conclusie met het voorkeursscenario in deze gevallen door een tekstkader gemarkeerd in hoofdstuk 4 planvorming. In de volgende twee figuren zijn de resultaten van het ‘schuifplan’ schematisch weergegeven. Met de PO-schoolbesturen is overeengekomen dat voor de tijdelijke huisvesting in het project Batau Zuid twee opties nader worden onderzocht. Wanneer Wijkersloot rechtstreeks naar nieuwbouw gaat én naar voren gehaald kan worden in de fasering, dan kunnen bestaande schoolgebouwen in Wijkersloot benut worden voor (gedeeltelijke) tijdelijke huisvesting van de scholen in Batau Zuid. Ook wordt rechtstreeks naar nieuwbouw op de bestaande kavel voor Batau Zuid nader onderzocht.
(Ver)nieuwbouw via tijdelijke huisvesting
Planvorming | 54
5
Financiën
In het kader van het onderzoek Vitale Scholen zijn alle scenario’s op investeringsen exploitatiekosten doorgerekend. Het door de gemeenteraad vastgestelde resultaat van het onderzoek Vitale Scholen inclusief investeringskredieten is de basis voor het IHP.
5.1
Uitgangspunten
Bij het opstellen van de investeringsramingen voor de verschillende scenario’s zijn de volgende algemene uitgangspunten gehanteerd. Alle bedragen zijn inclusief btw. De investeringsramingen voor de onderwijsvoorzieningen zijn steeds inclusief de realisatie van de in de planvorming beschreven medegebruik voorzieningen, voornamelijk voor kinderopvang (zie Bijlage 2). Voor de bewegingsonderwijs voorzieningen zijn separate ramingen door de raad vastgesteld (zie 5.4). In de ramingen is rekening gehouden met de kwaliteitsambitie Energie Neutraal Gebouw (ENG), eisen Frisse scholen 2021, klasse B en voor vernieuwbouw het brengen van alle onderdelen naar minimaal conditiescore 1. 3% doorbelasting voor de gemeente is in de bedragen opgenomen. Financieel is de scope afgebakend tot onderwijshuisvesting, kinderopvang, bewegingsonderwijs en schoolplein, e.e.a. in lijn met de VNG modelverordening en Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Nieuwegein. Locatieontwikkeling en tijdelijke huisvesting is hierin niet meegenomen. In de definitiefase wordt de haalbaarheid van het project getoetst.
5.2
Demarcatie tussen gemeente en schoolbesturen
Onderwijshuisvesting Vanuit de zorgplicht heeft de gemeente de verantwoordelijkheid voor de financiering van (ver)nieuwbouw of uitbreiding van onderwijshuisvesting. Vooralsnog geldt de volgende demarcatie tussen de gemeente en de schoolbesturen:
Financiën | 55
gebouwgebonden voorzieningen behoren tot de investeringskosten; de aanleg van de schoolpleinen behoort tot de investeringskosten; losse inrichting behoort niet tot de investeringskosten; de schoolbesturen dragen huurinkomsten van de kinderopvang organisatie ruimten voor dagopvang, peuteropvang en vroeg- en voorschoolse educatie af aan de gemeente. Dit geldt niet voor huurinkomsten van ruimten voor Buitenschoolse opvang. Het onderhoud en beheer ligt bij het schoolbestuur. Voor de exploitatie vergoeding hiervan maken het schoolbestuur en de kinderopvang organisatie onderlinge afspraken.
De gemeente werkt op dit moment aan een uitgebreide generieke demarcatielijst voor de kostenverdeling tussen gemeente en schoolbesturen. In de samenwerkingsovereenkomst en de bouwheerovereenkomst zal aan het begin van de planvormingsfase een locatie specifieke demarcatie opgesteld worden vanuit de generieke demarcatie. Bijdrage schoolbesturen in de investeringskosten In de samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente en schoolbesturen (SOK) is het volgende overeengekomen. Er wordt per locatie een businesscase betaalbaarheid ENG opgesteld waarbij beschreven wordt op welke wijze een eigen bijdrage door de schoolbesturen gedaan kan worden in de kosten voor de (ver)nieuwbouw. En hoe dit zich verhoudt tot de gerekende 5% eigen bijdrage in de stichtingskosten door de schoolbesturen zoals opgenomen in het raadsbesluit van 2 november 2023 (raadsnummer 2023-292). Betaalbaarheid is hierin gedefinieerd als de mogelijkheid om de investering gedurende de technische levensduur terug te verdienen door besparing op exploitatiekosten. De uitkomst van deze businesscase (berekend percentage of m2 prijs BVO) is bindend voor alle partijen. Bewegingsonderwijsvoorzieningen De gemeente is verantwoordelijk voor de financiering van (ver)nieuwbouw of uitbreiding van de bewegingsonderwijs faciliteiten.
De gemeente is in principe de bouwheer van de sportaccommodaties, blijft de eigenaar en onderhoudt de voorzieningen. Uitzonderingen in Nieuwegein zijn sportaccommodaties in private handen, zoals ’t Veerhuis en sporthal Merwestein.
5.3
Eigendom & beheer
De gemeente is verantwoordelijk voor de realisatie van onderwijshuisvesting. De gemeente schrijft de investeringen af over 40 jaar naar een restwaarde van 10%. Dat geldt zowel voor de bouwkundige delen, als de installaties. Tijdens deze levensduur zijn de scholen zelf verantwoordelijk voor het onderhoud, vervangingen en eventuele aanpassingen. De gemeente en schoolbesturen hebben afgesproken om bij multifunctionele gebouwen het eigendom bij één partij te beleggen, in principe is dit het schoolbestuur. Na overdracht van het eigendom van gebouw en buitenplein aan het betreffende schoolbestuur, wordt die verantwoordelijk voor het onderhoud. De schoolbesturen kunnen daarmee ook verhuurder van ruimten worden, voor bijvoorbeeld de ruimten voor kinderopvang. Voor de bewegingsonderwijsvoorzieningen gerelateerd aan basisscholen of losstaand blijft het onderhoud bij de gemeente. Dit geldt niet voor de bewegingsonderwijsvoorzieningen die geen eigendom van de gemeente zijn (o.a. van de scholen in het voortgezet onderwijs). Deze sportaccommodaties worden door de eigenaar zelf onderhouden. Per school of multifunctioneel gebouw is 1 schoolbestuur verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van het buitenplein. Dat geldt zowel voor de verharding, het groen als de speeltoestellen. Uitgangspunt is dat de buitenpleinen openbaar toegankelijk zijn na schooltijd en in de weekeinden.
In dat geval gaan de gemeente en het schoolbestuur in overleg over een vergoeding van de gemeente voor het deels openbaar stellen van schoolpleinen. Over de afbakening en afmetingen van het schoolplein worden nadere afspraken gemaakt bij de start van de definitiefase, deze worden vastgelegd in de samenwerkings- en bouwheerovereenkomst. Bij sommige ontwikkelingen is er sprake van gebouwen die na afronding weer aan de gemeente toekomen. Dit is bijvoorbeeld van toepassing wanneer scholen in meerdere gebouwen gehuisvest zijn, maar naar 1 gezamenlijk gebouw gaan. In dat geval levert het schoolbestuur het gebouw in principe gemiddeld in conditiescore 3 terug aan de gemeente, tenzij gemeente en schoolbestuur voordien anders overeenkomen.
Financiën | 56
5.4
Totale investering planvorming
In het onderstaand overzicht is per locatie de uitvoeringsperiode en het totale beschikbare budget opgenomen inclusief btw en inclusief opslag 3% gemeentelijke kosten. In de kolom ‘raadsbesluiten’ zijn de raadstuknummers gegeven die op de krediet vaststelling door de raad van invloed waren tot dusver. Tevens is aangegeven voor welke geraamde kredieten de raad nog geen kredieten heeft gevoteerd.
Financiën | 57
6
Implementatie en monitoring
6.1
Perspectief, vaststelling en monitoring IHP
Het IHP geeft een meerjarenperspectief voor de komende 15 jaar voor alle schoolgebouwen en bewegingsonderwijsvoorzieningen en schetst de (beleids)kaders voor de verdere planvorming. Het IHP wordt in 2025 aan de gemeenteraad voor besluitvorming voorgelegd. Voor het IHP geldt dat het een momentopname is, die periodieke herijking nodig heeft. Elke 4 jaar wordt het IHP geactualiseerd. De geactualiseerde versie wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Gezien alle ontwikkelingen in de stad en de aansluiting bij het raadsbesluit in 2023 wordt gekozen om de eerste actualisatie na 3 jaar te laten plaatsvinden, daarna zal de cyclus van 4 jaar gevolgd worden. Tegelijkertijd zal jaarlijks in de P&C cyclus middels monitoring verantwoording worden afgelegd. Minimaal 1 jaar voor de einddatum van een vastgesteld IHP, evalueren de gemeente en schoolbesturen samen of de gewenste kwaliteit is behaald en stellen gezamenlijk het IHP 2040-2056 op.
6.2
Realisatie projecten
In de definitiefase van elk project worden door de gemeente en schoolbesturen alle uitgangspunten, zoals capaciteit, noodzakelijke voorzieningen, budget en bouwheerschap, opnieuw getoetst door middel van de uitgewerkte bouwstenen van de samenwerkingsovereenkomst (SOK) voor het project. De aangewezen bouwheer is vervolgens de kartrekker voor de ontwikkeling en realisatie van het project. Binnen de gemeente is dit inmiddels vorm gegeven in het Programma Parels van de Wijken (voorheen project Vitale Scholen).
Implementatie en monitoring | 58
7
Colofon
Opdrachtgever Gemeente Nieuwegein (Raadsbesluit, raadstuknummer 2023-292) Partners Het IHP kwam tot stand door nauwe samenwerking met de schoolbesturen Fluenta, Monton, Robijn, SSN en Trinamiek voor het primair onderwijs; met de schoolbesturen HIJN, NUOVO, PCOU Willibrord voor het voortgezet onderwijs
Programma Parels van de Wijken (voorheen Vitale Scholen)
Onderzoek bbn adviseurs gemeente Nieuwegein en schoolbesturen (schuifplan en herijking voorkeurscenario’s) Auteurs Michaela Brethauer & Heleen Jeurink, bbn adviseurs
Redactie bbn adviseurs en gemeente Nieuwegein
Beeldredactie bbn adviseurs
Colofon | 59
8
Bijlagen
Bijlage 1 Uitgebreide inventarisatie Bijlage 2 Planvorming
Bijlagen | 60