CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-186 Bijlage 1 Beleidskader Welzijn en Maatschappelijke Ondersteuning 2025-2030

Raadsvergadering 18 september 2025, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Beleidskader Welzijn & Maatschappelijke Ondersteuning 2025-203015.459 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In de toekomst hebben we meer mantelzorgers die worden geconfronteerd met een grote zorg- en ondersteuningszwaarte. Daarmee neemt het belang van adequate mantelzorgondersteuning, die mantelzorgers toerust op hun mantelzorgtaken en overbelasting voorkomt, toe. Mantelzorgondersteuning in Nieuwegein We bieden een breed scala aan mantelzorgondersteuning, passend bij de behoeften van de mantelzorger. Bijna een kwart (22%) van de mantelzorgers in Nieuwegein geeft aan behoefte te hebben aan een luisterend oor.8 Daarvoor kan men terecht bij andere mantelzorgers in het mantelzorgcafé en overige diverse bijeenkomsten die voor mantelzorgers worden georganiseerd. Ook kan men een beroep doen op de mantelzorgconsulenten. Bijna één derde (32%) van de mantelzorgers heeft behoefte aan informatie en advies of hulp bij het regelen van zorg en ondersteuning.8 Mantelzorgmakelaars kunnen mantelzorgers wegwijs maken in wet- en regelgeving, helpen bij regelzaken en bieden informatie en advies. Ook worden diverse trainingen en thema- en informatiebijeenkomsten georganiseerd die mantelzorgers concrete handvaten bieden, bijvoorbeeld in hoe zij het beste om kunnen gaan met het ziektebeeld van hun naaste.

Ook geeft bijna één vijfde (17%) van de mantelzorgers aan behoefte te hebben aan praktische hulp (bijvoorbeeld met klussen, vervoer en huishoudelijke hulp).8 Mantelzorgers kunnen daarvoor terecht diverse informele zorgpartijen die binnen Nieuwegein actief zijn. Ook kunnen mantelzorgers gebruik maken van de huishoudelijke hulp toelage. Een klein deel van de mantelzorgers (6%) geeft aan behoefte hebben om zorg over te dragen om een paar dagen op adem te komen.8 Daarvoor kan men een beroep doen op (informele) respijtzorg. Op dit moment wordt ook een logeerhuis gerealiseerd in Nieuwegein en experimenteren we met een nieuwe vorm van respijtzorg: formele respijtzorg aan huis. 8 Monitor Sociale Kracht, 2024

22

We hebben doorlopend aandacht voor het feit dat mantelzorgers zichzelf niet altijd herkennen als mantelzorger. Mantelzorgers vinden het geven van deze zorg vaak vanzelfsprekend en zien zichzelf niet altijd als mantelzorger. De taak van mantelzorgen kan onverwachts komen en de aandacht gaat dan in eerste instantie naar de zorgvrager. Risico is dat mantelzorgers pas op zoek gaan naar hulp en ondersteuning als er al sprake is van overbelasting. We zorgen dat mantelzorgers zich bewust worden van hun situatie en dat zij weten waar zij met vragen over mantelzorg en ondersteuning terecht kunnen. Aandachtspunten voor de komende jaren Als gevolg van de toenemende druk op zorg- en ondersteuning verwachten we een toename van het aantal mantelzorgers, een toename van de zorgzwaarte die mantelzorgers bieden en mogelijk veranderende ondersteuningsbehoeften van mantelzorgers. De komende jaren blijven we de ontwikkelingen en signalen ten aanzien van mantelzorg nauwgezet volgen, waar nodig nemen we passende actie om een adequate mantelzorgondersteuning te blijven waarborgen.

2.3 Toeleiding naar passende ondersteuning In Nieuwegein heeft het sociaal team Geynwijs een belangrijke rol in de toeleiding naar passende ondersteuning voor inwoners met een ondersteuningsvraag. Bij problemen op uiteenlopende levensgebieden, van psychische klachten, gevoelens van eenzaamheid, tot lichamelijke beperkingen die het dagelijks leven bemoeilijken, wordt er geluisterd en samen met de inwoner in kaart gebracht wat de behoefte en mogelijke oplossing is. We maken de beweging om dichter bij de inwoner te staan en meer op te lossen in het gewone leven. De toeleiding moet laagdrempelig zijn, de inwoner centraal stellen, integraal kijken naar alle levensgebieden en gericht zijn op het (weer), met behulp van eigen netwerk, zelfredzaam maken van de inwoner en deze zo veel als mogelijk laten participeren in de samenleving. Het is daarbij belangrijk dat we goed samenwerken in de verschillende wijken met partijen uit de sociale basis, en de gehele 1e lijns zorg (waaronder, fysiotherapeuten, huisartsen, wijkverpleging, etc.) deze netwerksamenwerking willen we gezamenlijk met alle partijen verstevigen en uitbreiden. De samenwerking van al deze partijen en Geynwijs gebeurt al op het buurtplein de Componist. Dit is een mooi voorbeeld van waar we naartoe willen.

We onderzoeken binnen de netwerksamenwerking naar de mogelijkheden voor de meest optimale inrichting van de toeleiding naar welzijn en zorg.

2.3.1 Doelen, resultaten en indicatoren Doelen

Inwoners worden in hun ondersteuningsvraag tijdig en in samenhang geholpen door informele en formele partijen, waar mogelijk laagdrempelig in de wijken

Resultaat 2025-2030

De rol van het sociaal team Geynwijs is veranderd: o Triage vindt plaats, waarbij in samenwerking met partijen in de sociale basis en 1e lijns zorg, integraal naar de ondersteuningsvraag van de inwoner wordt gekeken; o We werken toe naar een vaste structuur voor integrale casuïstiekbespreking tussen formele en informele partijen.; 23

Vakmanschap; in de gesprekken met inwoners over de ondersteuningsvraag in de toeleiding is continu aandacht voor iemands eigen kracht, hulp uit het eigen netwerk en het benutten van de sociale basis – werkwijze van normaliseren; krachtwerk en reablement; o Het sociaal team zorgt voor een zorgvuldige en warme overdracht naar en samenwerking met partijen binnen het voorliggend veld en 1e lijns zorg en vice versa; o Meer fysieke aanwezigheid van Geynwijs op centrale plekken in Nieuwegein; o Geynwijs voert casusregie en stuurt op op- en afschaling van (geïndiceerde) Wmo ondersteuning, en biedt waar mogelijk zelf lichte individuele ondersteuning aan inwoners; o Er zijn kortere wachttijden voor invulling van de ondersteuningsbehoefte van een inwoner. Actieplan kwetsbare jongvolwassenen in Nieuwegein is bestendigd Aanpak ondersteuning inwoners met onbegrepen gedrag en-/of zorgmijders is uitgevoerd We voorkomen dat kwetsbare ouderen tussen wal en schip vallen o

  

Indicator 1. Verbetering zelfredzaamheid en sociale kaart (Monitor Sociale Kracht) 2. Cliëntervaringsonderzoek Wmo/Geynwijs en raadplegen klantpanels

2.3.2 Aanpak Inwoners worden in hun ondersteuningsvraag in samenhang geholpen door informele en formele partijen, waar mogelijk laagdrempelig in de wijken Inwoners van Nieuwegein krijgen in hun ondersteuningsvraag een samenhangende aanpak, dat wil zeggen ondersteuning op meerdere leefgebieden, waarbij het eigen netwerk en zowel informele als formele partijen betrokken kunnen zijn. Deze nieuwe werkwijze noemen we triageproces en begint al bij het moment van melden. Extra aandacht is er om goed te onderzoeken wat precies de vraag is en hoe de inwoner daarbij het beste geholpen zou kunnen worden. Hierbij is het sociaal team van Geynwijs in de lead en zoekt actief de samenwerking met partijen uit de sociale basis. Door een bepaalde ondersteuningsvraag vanuit meerdere disciplines/ expertises te benaderen ontstaan er vaak creatieve, meer passende oplossingen. Het uitgangspunt van deze vernieuwde werkwijze is dat inwoners sneller worden geholpen richting de juiste aanpak voor hun ondersteuningsvraag, zij worden beter in het proces meegenomen en er wordt meer opgelost binnen het gewone leven. We stimuleren het samenbrengen van verschillende welzijns- hulp- en zorgpartijen op een aantal locaties in de stad. Hierbij helpt een vaste structuur voor integrale casuïstiekbespreking tussen Geynwijs en partijen binnen de sociale basis.

Uiteindelijk streven we naar een goed functionerende netwerksamenwerking waardoor de inwoner snel en passend geholpen wordt. We onderzoeken de mogelijkheid voor een bredere samenstelling van het sociaal team, waar dan niet alleen sociaal professionals in zitten, maar bijvoorbeeld ook algemeen maatschappelijk werkers, een welzijnscoach, een schuldhulpverlener en een wijkverpleegkundige. Eventueel in wisselende samenstelling. Het betekent dan ook niet dat iedereen vast in één team zit, maar meer in netwerksamenwerkingsverband. Daarnaast zal worden gekeken naar de inrichting van de onafhankelijke cliëntondersteuning. De functie van onafhankelijke cliëntondersteuner kan bijvoorbeeld naast de 24

huidige formele partijen mogelijk door informele partijen worden ingevuld en ook met inzet van vrijwilligers. Tevens verstevigen we de integrale samenwerking met Jeugd; het is van belang dat er binnen een gezin voldoende aandacht is voor zowel de ouders, als de jeugdige. In gevallen van een scheiding, psychische problematiek of verlies van een naaste, heeft dit een grote impact op het hele gezin. Wanneer bijvoorbeeld ouders ondersteuning krijgen om hun relatie te verbeteren, verbetert ook de situatie van het kind. Komende periode verstevigen we de integrale samenwerking en onderzoeken we vanuit welke wetgeving (Jeugd of Wmo) eventueel noodzakelijk maatwerk het beste geboden kan worden, en zorgen daarbij voor een goede afstemming. Integraal Zorg Akkoord Met het Integraal Zorgakkoord (IZA) krijgt de transitie van de huidige zorgsystematiek naar een meer integraal en preventief gericht systeem een extra steuntje in de rug. Het IZA zet in op domein overstijgende, regionale samenwerking om zo ook lokale samenwerking te verbeteren. Hierbij zijn onder andere ook de zorgkantoren betrokken, wat de samenwerking met partijen vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) kan bespoedigen.

Zoals eerder genoemd is de huidige samenwerking binnen gezondheidshuis De Componist een mooi voorbeeld, waar uitvoerende medewerkers van meerdere zorg- en welzijnsorganisaties al intensief samenwerken ten behoeve van de inwoners. Ook bestaat er in Nieuwegein al een goede samenwerking in de vorm van het ‘Lijfstyleoverleg’, waarbij een mooie verbinding gemaakt wordt tussen welzijn, maatschappelijke ondersteuning en zorg. Hierbij is het de wens om dit overleg uit te breiden met professionals vanuit Geynwijs. Verandering van de rol van Geynwijs We verbeteren de toegankelijkheid door Geynwijs meer onderdeel uit te laten maken van de welzijnsen zorg netwerken in de wijken. Samen met ketenpartners zorgen we voor laagdrempelig toegankelijke en 'voor de hand liggende plekken’, waar iedere inwoner met een vraag terecht kan. Ondersteuningsvragen worden daar waar mogelijk binnen het gewone leven opgelost. In gesprekken met inwoners maakt het sociaal team, samen met de ketenpartners, nog sterker de beweging om eerst te verkennen of de inwoner zelf oplossingen kan vinden binnen zijn eigen netwerk of het voorliggend veld, voordat er doorverwezen wordt naar maatwerkvoorzieningen (werkwijze van normaliseren).

Daarnaast starten we met een pilot waarin het sociaal team zelf (lichte) individuele ondersteuning gaat bieden voor een deel van de casuïstiek, in plaats van alle begeleidingscasussen, zoals in de huidige situatie, direct door te verwijzen naar gecontracteerde zorgaanbieders. Deze begeleiding wordt dan een algemene voorziening, zonder indicatie voor maatwerk. Het sociaal team staat dichter bij de inwoner, kan flexibeler inspelen op de ondersteuningsbehoefte en heeft een nauwere samenwerking met partijen uit het voorliggende veld, dan veelal regionaal georiënteerde zorgaanbieders. De vorm van ondersteuning beweegt zodoende mee met wat op dat moment nodig is (zowel op- als afschalen), zodat de inwoner altijd de passende ondersteuning ontvangt, dicht bij het gewone leven. Bovendien leidt deze werkwijze tot een aanzienlijke afname van bureaucratische handelingen (benodigde verslaglegging, administratie en overdracht naar andere professionals). Een goede samenwerking met het voorliggend veld is een belangrijke randvoorwaarde, daarom zal het Algemeen Maatschappelijk Werk (AMW – als onderdeel van het voorliggend veld) betrokken worden binnen deze pilot. Er zal worden gekeken naar de samenhang en raakvlakken tussen de individuele begeleiding door Geynwijs en het AMW. Er wordt 25

gezamenlijk gezocht naar de meest optimale onderlinge samenwerking voor een integrale oplossing voor de inwoner. Indien zwaardere, specialistische ondersteuning nodig is, blijft inzet van maatwerk via een zorgaanbieder te allen tijde mogelijk. Ook op de trajecten van zorgaanbieders wordt altijd een vorm van casusregie gevoerd door Geynwijs. Hierbij wordt samen met de inwoner en de zorgaanbieder het verloop van het (tijdelijke) begeleidingstraject gemonitord en doorlopend de verbinding gemaakt met het eigen netwerk en mogelijkheden in de sociale basis. Met de werkwijze van deels eigen begeleiding bieden door Geynwijs komt er tevens meer ruimte om goede nazorg te kunnen bieden met een waakvlamcontact9 om te zorgen voor een duurzaam resultaat, na geïndiceerde begeleiding. Uitgangspunt is dat de inwoner zoveel mogelijk eigen regie heeft en daarmee zo zelfredzaam mogelijk is en/of blijft. Werken vanuit krachtwerk en reablement Bij alles wat we als gemeente en (in)formele samenwerkingsorganisaties doen, staat Krachtwerk en reablement centraal. Ons doel is om inwoners te ondersteunen bij het leiden van hun leven op de manier die zij zelf willen. We richten ons op wat wél mogelijk is en versterken het netwerk rondom de inwoner, zodat zij zelf de regie kunnen houden.

Hierbij kijken we niet alleen naar de hulpvraag op zich, maar onderzoeken we ook de onderliggende behoefte: Wat is nu écht de reden dat iemand ondersteuning zoekt? Door samen te werken en de juiste balans te vinden tussen hulp en zelfredzaamheid met het eigen netwerk, zorgen we ervoor dat iedereen zo zelfstandig mogelijk kan blijven functioneren. Krachtwerk ondersteunt het eigen proces van herstel van mensen in de richting van een door henzelf gewenste kwaliteit van leven waarbij zij, net als iedere inwoner, in de samenleving mogen meedoen, erbij horen, ertoe doen en mogen zijn wie ze zijn. Het doel van reablement is dat een inwoner zo onafhankelijk mogelijk de dagelijkse activiteiten kan ondernemen. Het beoogt bij te dragen aan het versterken van autonomie, welzijn en kwaliteit van leven. Reablement is een manier van werken waarmee zorgprofessionals voornamelijk oudere inwoners helpen hun eigen leven te leiden. Dit vraagt om heel goed te luisteren naar de werkelijke ondersteuningsvraag en kent drie basisprincipes: 1. We nemen niet over wat mensen zelf kunnen 2. We helpen mensen te herwinnen wat ze niet meer kunnen 3. We zorgen samen voor een oplossing voor dat wat overblijft. Kwetsbare jongvolwassenen krijgen tijdig de juiste ondersteuning De overgang naar volwassenheid brengt voor jongvolwassenen veel uitdagingen met zich mee, zoals zelfstandig wonen, werken en studeren.

In deze levensfase is de kans groter dat zij problemen ontwikkelen, zoals mentale klachten, eenzaamheid of schooluitval. Voor kwetsbare jongvolwassenen wordt deze fase extra ingewikkeld gemaakt, mede door de overstap van de Jeugdwet naar de Wmo, waardoor zij het risico lopen uit beeld te raken. Geynwijs professionals vanuit Jeugd zoeken tijdig de samenwerking met professionals Wmo en er wordt in een doorgaande lijn gewerkt vanuit het toekomstplan van de jongvolwassene. Dat betekent ook dat er passend aanbod is binnen het voorliggend veld en/of de Wmo voor kwetsbare jongvolwassenen. In deze situatie gaan we ervanuit dat een jongvolwassene in beeld is. Vroegtijdige schoolverlaters zijn bijvoorbeeld gekoppeld aan het jongerenloket, zodat zij geholpen kunnen worden. Daarnaast zijn jongerenwerkers actief op middelbare scholen in Nieuwegein. Echter een jongvolwassene kan ook uit beeld geraken door onvoldoende 9 Waakvlamcontact wil zeggen het in beeld houden en monitoren van kwetsbare inwoners en het voorkomen dat

escalatie plaatsvindt.

26

steunsysteem en een toename van life events en/ of problemen. Naast voldoende aanbod is vooral een outreachende aanpak nodig specifiek gericht op jongvolwassenen van 16 – 27 jaar waarbij presentie, aansluiten op passende vindplekken en een adequate vroegsignalering van belang is. Verder wordt ernaar gestreefd dat iedere kwetsbare jongvolwassene een duurzame steunfiguur heeft, bij voorkeur uit het eigen netwerk, die hen ondersteunt in deze belangrijke levensfase. Iemand die helpt bij het maken van gezonde keuzes, versterken van hun zelfredzaamheid en vroegtijdig signaleren van risico’s, zoals dreigende schooluitval. Door de jongvolwassene op tijd in beeld te hebben en perspectief te bieden, hopen we grotere problemen zoals sociale uitsluiting of zelfs criminaliteit tegen te gaan. Bovenstaande acties zijn opgenomen in het Actieplan kwetsbare jongvolwassenen, welke in maart 2024 in Nieuwegein door de Raad is aangenomen. Kwetsbare ouderen en langer zelfstandig wonen In Nieuwegein is sprake van dubbele vergrijzing. De groep ouderen gaat een relatief groter aandeel van de Nieuwegeinse samenleving vormen en de gemiddelde leeftijd komt ook steeds hoger te liggen. Maar de vergrijzing gaat verder dan enkel leeftijd gerelateerde veranderingen; naarmate inwoners ouder worden, neemt ook het aantal ouderen met (meerdere) aandoeningen toe.

En met de toename van ouderen zijn er ook meer ouderen met gezondheidsproblemen. Zoals vallen, geheugenproblemen, dementie en beperkingen in het dagelijks functioneren.10 Deze ouderenproblematiek is nu al steeds meer zichtbaar in de praktijk. Een integrale aanpak over de verschillende domeinen heen is hierbij essentieel. We hebben hier, samen met onze ketenpartners, waaronder wijkverpleging, GGZ aanbieders en huisartsen de komende jaren extra aandacht voor. In Nieuwegein wonen zo’n 1000 mensen met dementie. Dit aantal loopt in 2030 op tot circa 1.500. Iemand die de diagnose dementie krijgt, woont gemiddeld nog 6 tot 8 jaar thuis voordat opname in een verpleeghuis nodig is. In die periode kunnen mensen met hulp vaak nog een kwalitatief goed leven leiden. We willen een dementievriendelijke gemeente zijn en zetten ons actief in om mensen met dementie en hun mantelzorgers zo lang mogelijk mee te laten doen aan de samenleving. Dit doen we onder andere door voorlichting te geven over dementie, dagactiviteiten aan te bieden en door mantelzorgondersteuning. Uit de praktijk van het Outreachteam blijkt dat het aantal zorg – en overlast meldingen van inwoners die ouder worden toeneemt. Het gaat vaak om een kleine groep kwetsbare inwoners die te maken hebben met psychische (b.v. dementie of gedragsproblematiek) en/of fysieke problemen in combinatie met sociaal isolement.

Een eerste verkenning door professionals om de problemen te adresseren is uitgevoerd. Hieruit blijkt dat het voor professionals zeer uitdagend is om passende ondersteuning te vinden voor deze doelgroep door bijvoorbeeld versnippering in wetgeving (Zvw, Wlz en Wmo) en bezuinigingen in combinatie met het ontbreken van een sociaal netwerk en tekorten op personeel. Vanuit de Wlz wordt ingezet op langer thuis wonen, ook als inwoners met b.v. een vorm van dementie zorg en nabijheid nodig hebben. In de praktijk worden lagere Wlz- indicaties afgegeven met als gevolg dat deze inwoners niet instromen in voorzieningen en thuis blijven wonen. Met als gevolg verwaarlozing, hygiënische (woon)- problemen en onveiligheid. Kortom, kwetsbare ouderen dreigen tussen wal en schip te geraken. Het vraagstuk roept om een gezamenlijke integrale aanpak waarin we leren van initiatieven die in enkele grotere gemeentes al worden ontplooid en waarin we o.a. het 10 Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 2023

27

onderwerp agenderen via IZA mentale gezondheid. Voor wat betreft het omgaan met zorgelijke situaties gaat het Outreachteam vanaf dit jaar de functie van lokaal meldpunt vervullen voor zowel inwoners als professionals. Ook gaan we met netwerkpartners een plan van aanpak maken. Het doel is het verbeteren van de samenwerking tussen netwerkpartners en het bieden van gezamenlijke oplossingen voor de complexe problematieken van deze kwetsbare ouderen.

2.4 Wmo-maatwerk voor de ondersteuning van inwoners Waar algemene voorzieningen en initiatieven uit de sociale basis niet toereikend zijn, bieden we aanvullend maatwerkvoorzieningen vanuit de Wmo. Hiermee zorgen we dat inwoners die extra hulp nodig hebben, de ondersteuning krijgen die aansluit bij hun persoonlijke situatie en mogelijkheden. We ondersteunen inwoners bij het vinden van de juiste voorzieningen en hebben speciale aandacht voor kwetsbare groepen die bescherming en opvang nodig hebben. Onze lokale aanpak is erop gericht om zorg en ondersteuning effectief, toegankelijk, en (financieel) toekomstbestendig te houden.

2.4.1 Doelen, resultaten en indicatoren Doelen  Inwoners lossen meer op in het gewone leven en maken minder gebruik van maatwerkvoorzieningen. o Nieuwegeiners met een hulpvraag op het gebied van zinvolle dagactiviteiten ontmoeten en doen mee naar vermogen (betaald en onbetaald werk en/of nemen deel aan activiteiten in de wijk). o Bewuster omgaan met maatwerkvoorzieningen o Vernieuwende vormen van maatwerkvoorzieningen worden ontwikkeld, en zo mogelijk omgevormd tot algemene voorziening  Inwoners met een psychische kwetsbaarheid wonen zo zelfstandig mogelijk en als dit niet kan, bieden we (tijdelijk) een adequate beschermde woonvorm Resultaten 2025-2030  Aanbod arbeidsmatige activering is versterkt  We hebben grip op de beschikbaarheid en kosten van huishoudelijke ondersteuning  Individuele begeleiding wordt deels in groepsvorm aangeboden  Zoveel mogelijk inwoners met een psychische kwetsbaarheid wonen zelfstandig in de wijk Indicatoren  Aantallen indicaties en omvang (kosten en duur) maatwerkvoorzieningen (Bronnen dashboard en T-rapportage RBL)  Cliënttevredenheidsonderzoek Wmo

2.4.2 Aanpak Nieuwegeiners met een hulpvraag op het gebied van zinvolle dagactiviteiten ontmoeten en doen mee naar vermogen (betaald en onbetaald werk en/of nemen deel aan activiteiten in de wijk). 28

Mensen voelen zich gelukkiger als zij voldoende (waardevolle) sociale contacten en vrienden hebben. Vrijwillige inzet en werk dragen hieraan bij. Dit is alleen niet voor alle inwoners mogelijk. Als het eigen netwerk en de algemene voorzieningen niet toereikend zijn, dan zijn er maatwerkvoorzieningen onder begeleiding van een zorgprofessional (via indicatie), zoals ‘’Dagbesteding plus’’ en ‘’Arbeidsmatige Activering (AA)’’. Dagbesteding plus is een maatwerkvoorziening voor zeer kwetsbare inwoners met een beperking en/of chronische en/of psychosociale problemen die niet een passend aanbod vinden binnen de algemene voorziening Recreatieve Activering. Bij een traject binnen de Arbeidsmatige Activering staat de ontwikkeling van de inwoner centraal. Dit betekent dat bij de AA de focus ligt op de persoonlijke groei en het ontwikkelen van mogelijkheden. In Nieuwegein is de laatste jaren bij AA meer de nadruk komen te liggen op de arbeidsmatige ontwikkeling, met als doel meer doorstroom naar een vorm van participatie. Dit kan werk zijn, maar ook vrijwilligerswerk. Een divers en passend aanbod is hiervoor van groot belang. Komende jaren gaan we dit aanbod versterken. Bewuster omgaan met maatwerkvoorzieningen Tegenslagen en ouder worden horen bij het leven. We willen ernaar toe dat inwoners hier tijdig over nadenken en indien mogelijk zelf de nodige maatregelen treffen.

Er kan een analogie worden getrokken tussen ouder worden en kinderen krijgen; er zijn veel zaken die veranderen en geregeld moeten worden. We vinden het heel normaal dat een kinderwagen zelf wordt aangeschaft, eventueel tweedehands, maar in veel gevallen wendt men zich tot de gemeente voor een scootmobiel. Ditzelfde geldt voor (kleine) aanpassingen in huis, die gemakkelijk via reguliere kanalen te verkrijgen zijn en zelfstandig kunnen worden aangeschaft. Eventueel kan een vrijwilliger of iemand uit het eigen netwerk ondersteunen om dit op een eenvoudige en betaalbare manier te realiseren. Ook kunnen diverse partijen binnen het voorliggende veld en de sociaal professionals van Geynwijs de inwoner hierover informeren en adviseren. Op deze manier houden we de maatwerkvoorzieningen (financieel) beschikbaar voor mensen die dergelijke ondersteuningsvragen niet op eigen kracht kunnen oplossen. Huishoudelijke Ondersteuning Van de maatwerkvoorziening Huishoudelijke Ondersteuning wordt steeds vaker gebruik gemaakt, dit leidt op termijn zowel qua personeelskrapte als qua financiële middelen tot een onhoudbare situatie. In de gesprekken samen met de inwoner wordt meer de nadruk gelegd op wat de inwoner nog zelf kan en niet uit handen hoeft te worden genomen.

Ook blijft Geynwijs aandacht hebben voor wat er door de inwoner binnen zijn eigen netwerk kan worden opgelost en zal het normenkader voor het bepalen van het aantal minuten huishoudelijke ondersteuning bij het indiceren strakker worden toegepast. Daarnaast gaan we met de verschillende (zorg)partijen meer samenwerken vanuit het gedachtegoed van reablement. De inwoner bepaalt zelf wat hij kan en wat niet uit handen hoeft te worden genomen. Hieruit kunnen innovatieve werkwijzen ontstaan. Verder zetten we ook bij de huishoudelijke ondersteuning in op normaliseren: wie zelf de financiële middelen heeft, kan worden doorverwezen naar betrouwbare aanbieders om ondersteuning particulier in te huren. Door van de was- en strijkservice een algemene voorziening te maken, kunnen alle inwoners die hier gebruik van wensen te maken hier terecht. Zo zorgen we ervoor dat de huishoudelijke ondersteuning beschikbaar blijft voor wie dit écht nodig heeft.

29

30

Individuele Begeleiding Individuele Begeleiding heeft als doel het bevorderen en/of te vergroten van lichamelijke, cognitieve en/of psychische mogelijkheden, om inwoners in staat te stellen te functioneren in de persoonlijke levenssfeer. Enkele resultaatvoorbeelden zijn: het vergroten/behouden van het regelvermogen, het leren plannen van activiteiten, het nemen van besluiten en het bevorderen van sociaal functioneren. Maar ook het bieden van praktische hulp en ondersteuning bij het (leren) uitvoeren van handelingen/vaardigheden die zelfredzaamheid en participatie tot doel hebben. Specifieke doelgroepen daarbij zijn inwoners met; een psychogeriatrische/somatische aandoening, psychiatrische/psychosociale aandoening, niet Aangeboren Hersenletsel, een Licht Verstandelijke Beperking, complexe problematiek, zoals inwoners met een verslaving of die dak- en thuisloos of gedetineerd zijn geweest. Met de regionale inkoop Individuele Begeleiding (IB) sinds oktober 2022 werden een aantal doelen beoogd, waaronder ondersteuning bieden dicht bij de leefwereld van de inwoner en versterken van het gewone leven (normaliseren), maximaal gebruik maken van het eigen netwerk en de voorzieningen in de sociale basis, nieuwe innovatieve vormen van ondersteuning en beheersing van de uitgaven. We constateren helaas dat deze doelen onvoldoende behaald worden.

Met dit beleidskader, en in lijn met de maatregelen vanuit de Taskforce Wmo, doen we een aanzet om de eerder beoogde doelen een impuls te geven. We besteden meer aandacht aan de juiste indicatiestelling, tijdige afschaling en het voeren van casusregie door Geynwijs. Ook bewaken en sturen we op de kwaliteit en lengte van begeleidingstrajecten door analyse van data en accountgesprekken met zorgaanbieders. Daarnaast starten we de de werkwijze van triage en de pilot waarin sociaal professionals van Geynwijs zelf (lichte) begeleiding gaan bieden (zie 2.3.2), zodat we beter aansluiten bij het gewone leven, flexibeler kunnen inspelen op de ondersteuningsbehoefte van de inwoner en de vraag naar de maatwerkvoorziening IB afneemt. Indien er een (zwaardere) maatwerkvoorziening nodig is, wordt doorverwezen naar een gecontracteerde aanbieder. Geynwijs blijft ook op deze trajecten casusregie voeren, zodat gezamenlijk met de aanbieders gestuurd wordt op effectieve en efficiënte ondersteuningstrajecten, en de koppeling met de sociale basis actief gemaakt wordt. Vernieuwende vormen van (collectieve) maatwerkvoorzieningen Gezien de combinatie van factoren als een groeiend aantal inwoners die een vorm van ondersteuning nodig hebben, de stijgende Wmo kosten en de toenemende personeelstekorten, is de uitdaging van het bieden van toekomstbestendige zorg en ondersteuning groot.

Het is van belang dat we hierop anticiperen en zijn daarom reeds gestart met het onderzoeken van vernieuwende vormen van maatwerkvoorzieningen. Eén daarvan is groepsgerichte ondersteuning in plaats van individuele begeleidingstrajecten. Deze meer collectieve aanpak ligt in lijn met onze visie van meer verbondenheid, samen-kracht, en meer oplossen in het gewone leven. Inwoners kunnen van elkaar leren, merken dat zij niet de enige zijn die tegen bepaalde problemen aanlopen en vergroten hun sociale netwerk. Het groepsgerichte aanbod kan, op termijn, mogelijk een algemene voorziening worden. Een andere vorm van innovatief en collectief aanbod is het onderzoeken van scootmobielpools, waarbij inwoners gebruik kunnen maken van deelscootmobielen. De komende periode gaan we van start met het inrichten hiervan. Belangrijk om op te merken is dat vrijwel alle maatwerkvoorzieningen in regionaal verband worden ingekocht (regio Lekstroom), bij lokale wijzingen moeten we altijd rekening houden met regionale contractafspraken.

31

Maatschappelijke Opvang en Beschermd wonen (MOBW) In Nieuwegein willen we dat mensen met een psychische kwetsbaarheid thuis in de wijk zo zelfstandig mogelijk kunnen wonen. Dit organiseren we deels vanuit regionaal- en deels vanuit lokaal beleid. De doelgroep van Maatschappelijke Opvang en Beschermd wonen bestaat uit volwassen inwoners die door hun psychische of psychosociale beperkingen tijdelijk niet in staat zijn zelfstandig te leven. Onder deze doelgroep rekenen we ook inwoners met een Ernstig Psychiatrische Aandoening (EPA). In de afspraken over Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen in de U1611, Lekstroom en lokaal gaat het over inwoners die uitstromen uit Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen naar een zo zelfstandig mogelijk leven. Ook willen we achteruitgang van mensen met een psychische kwetsbaarheid (zo veel als mogelijk) tegenhouden om zo instroom naar intramurale voorzieningen te voorkomen. In de U16 werken we sinds 2017 intensief samen in de regio, onze gezamenlijke ambitie is het ‘tijdig realiseren van passende ondersteuning van deze kwetsbare doelgroep, zo thuis mogelijk’. We willen dat inwoners een zo gewoon mogelijk leven kunnen leiden, in de eigen woon- en leefomgeving (thuis) zodat zij mee kunnen doen in de samenleving. Daartoe organiseren we passende zorg en ondersteuning op die plek waar mensen zich het meeste thuis voelen.

Dat draagt bij aan hun herstel. Dat betekent dat we zoveel mogelijk uitgaan van lokale ondersteuning in de wijken. En als er meer nodig is organiseren we een beschermende woonomgeving, zo kort als mogelijk maar ook zo lang als nodig. Deze ambitie is in het ‘Regioplan U16 – Beschermd Wonen’ vertaald in drie doelstellingen: 1. Inzetten op voorkomen en herstel: 2. Verschuiving naar meer ambulante hulpverlening 3. Gezamenlijk doorontwikkelen en sturen op het zorglandschap. Zo thuis mogelijk betekent dat we als gemeenten te maken hebben met onbegrepen gedrag in de wijk en draagkracht die onder druk staat. Onbegrepen gedrag is gedrag dat niet altijd begrepen en geaccepteerd wordt; in een enkel geval gaat onbegrepen gedrag samen met gevaarsrisico. We bevinden ons dan op het snijvlak van zorg en veiligheid waarbij specialistische zorg noodzakelijk is in combinatie met dwang of drang zoals binnen de Wet forensische zorg en/ of Wet verplichte GGZ mogelijk is. Op basis van deze ervaringen de afgelopen jaren hebben we concrete acties in het lokaal bestedingsplan opgenomen en dragen op deze wijze bij aan een sluitende aanpak zorg en veiligheid. De ontwikkeling is al een aantal jaren gaande: aan de ene kant werken we aan ‘’de Visie Dannenberg’’ en aan de andere kant wordt er al een aantal jaren, en recent ondersteund vanuit het IZA, ingezet op de ambulantisering van de GGZ.

Vanwege deze laatste ontwikkeling zien wij ook dat er mensen die in behandeling zijn bij een GGZ-instelling in de wijk wonen - waar zij vroeger intramuraal zouden verblijven. Vanuit de G40 is er in de zomer van 2024 aandacht gevraagd voor deze laatste ontwikkelingen en de druk die dat in woonwijken met zich meebrengt12. Via het lokaal bestedingsplan blijven we inzetten op preventie, ontmoeten, meedoen en bevorderen van herstel. We faciliteren een gedifferentieerd aanbod van passende zorg en ondersteuning, bevorderen dat (in) formele ketenpartners goed samenwerken om enerzijds de juiste hulp te bieden aan inwoners met complexe problemen en anderzijds een wijk of buurt te ondersteunen in het omgaan met onbegrepen gedrag. Hiermee faciliteren we dat inwoners met een psychische kwetsbaarheid goed kunnen leven in een veerkrachtige wijk. In onze aanpak richting wij ons op specifieke aandachtspunten 11 16 Utrechtse regiogemeenten (U16) werken samen aan een thuis in de wijk vanuit een gezamenlijke koers voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen. 12 Position-Paper-G40-van-onbegrepen-gedrag-naar-een-begrepen-en-effectieve-aanpak.pdf

32

zoals het versterken van samenleven in de wijk (preventie, vroegsignalering, goed samenwerken in de keten en in de wijk, voldoende Wmo-begeleiding, digicontact (begeleiding buiten kantooruren) en waakvlambegeleiding (nazorg en signaleren), het werken aan gemeenschapskracht (community aanpak gemengd wonen). Daarnaast bevorderen we inclusie en zetten we in op signaleren van zorgelijke situaties (uitrollen buurtkaart en communicatiecampagne). Regionale aanpak dakloosheid U16 Een belangrijke regionale opgave ligt ook in het voorkomen van dakloosheid. Deze aanpak is gericht op diverse doelgroepen zoals economisch daklozen en jongvolwassenen maar ook de doelgroep inwoners met een psychische kwetsbaarheid. Een woonplek is een belangrijke voorwaarde om een zelfstandig leven te leiden. Samenhang Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang We willen voorkomen dat mensen instromen in Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. Door dakloosheid komen mensen steeds meer in de problemen. De gewenste beweging is identiek van intramuraal wonen in een instelling naar zelfstandig wonen daar waar nodig met passende ondersteuning. We zetten in op sterke lokale basisvoorzieningen en beschikbaarheid van betaalbare woonplekken.

3. Financiën en monitoring 3.1 Financiën We staan de komende jaren voor een grote bezuinigingsopgave (alsmede door de stijgende uitgaven vanuit de Wmo) en moeten daarom belangrijke en moeilijke keuzes maken. Maatwerkvoorzieningen De kosten van de maatwerkvoorzieningen zijn de afgelopen jaren toegenomen en overstijgen ruimschoots de beschikbare middelen. Het is van belang dat we deze kosten de komende jaren terugdringen. In het kader van het traject sluitende meerjarenbegroting (SMB) is gewerkt aan bezuinigingsmaatregelen op het terrein van Jeugd en Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De lijn van de voorgestelde maatregelen komt overeen met de uitgangspunten in dit beleidskader: normaliseren, meer oplossen in het gewone leven én het belang van het voorliggend veld. Voorbeelden van maatregelen zijn de was- en strijkservice, strakker indiceren, triage en begeleiding door Geynwijs. Sociale basis In de Koers Sociaal Domein en onderliggend beleidskader onderschrijven we het belang van de sociale basis. Uitgangspunt is dan ook dat we niet op het (institutionele) sociale basis bezuinigen. Bestaande investeringen blijven we kritisch tegen het licht houden. We dienen middelen zo efficiënt en effectief mogelijk in te zetten. Gezamenlijke prioritering, planvorming en uitvoering draagt daaraan bij.

We stimuleren daarom gezamenlijke planvorming en uitvoering door maatschappelijke organisaties. Aanvullende investeringen in het voorliggend veld maken we mogelijk door een verschuiving van budget voor geïndiceerde zorg naar het welzijnsbudget. Daarbij is het van belang dat deze investeringen directe verlaging van de vraag naar geïndiceerde zorg tot gevolg hebben en kostenbesparend werken. Of deze

33

effecten zich voordoen wordt getoetst in pilots. Bij bewezen effectiviteit wordt de verschuiving van budget structureel geborgd. Verwachtingen van de sociale basis De verwachtingen van de sociale basis zijn hooggespannen. Het Verwey-Jonker Instituut waarschuwt echter dat er grenzen zijn aan wat er kan worden bereikt met de sociale basis. De sociale basis is niet maakbaar, maar heeft haar eigen dynamiek en energie. Daarmee mogen we niet verwachten dat de sociale basis alle bezuinigingen kan compenseren of problemen kan oplossen. We blijven daarom het belang van voldoende financiële middelen voor het leveren van geïndiceerde zorg (o.a. Wmo) uitdragen richting het Rijk. Tijdelijke middelen Om de sociale basis effectief te kunnen faciliteren en versterken, is structurele financiering van belang. Steeds vaker worden we echter geconfronteerd met tijdelijke middelen (bijvoorbeeld SPUK-middelen). Wanneer deze middelen aflopen, kunnen effectieve initiatieven niet altijd geborgd worden. Ook brengen tijdelijke middelen aanvullende kosten teweeg, als gevolg van extra administratieve lasten en tijdelijke contracten (inhuur). Tijdelijke middelen zetten we daarom primair in om te experimenteren met nieuwe werkwijzen die binnen bestaande uitvoering (en met bijbehorende bestaande middelen) geborgd kunnen worden.

Ook kunnen tijdelijke middelen worden aangewend om initiatieven kortdurend te versterken of in te spelen op tijdelijke behoeften. We proberen de nadelige gevolgen van tijdelijke middelen voor maatschappelijke organisaties tot een minimum te beperken, bijvoorbeeld door oog te houden voor de wijze waarop we administratieve lasten kunnen beperken.

3.2 Monitoring In de periode 2025-2030 monitoren we de uitvoering van dit beleidskader. Tweejaarlijks stellen we een evaluatie van het uitvoeringsprogramma op om tussentijds inzicht te geven in gemaakte vorderingen en bij te sturen waar nodig. Aan het eind van de looptijd van dit beleidskader evalueren we in hoeverre de doelstellingen zijn behaald en of we nog voldoende inspelen op de lokale en landelijke ontwikkelingen van dat moment. De input van deze evaluatie vormt het vertrekpunt voor een nieuw beleidskader. Als input voor de monitoring gebruiken we, naast rapportages en subsidieverantwoordingen van onze samenwerkingspartners, zoveel mogelijk bestaande data uit bijvoorbeeld de Monitor Sociale Kracht, gezondheidsmonitors van de GGD en cliëntervaringsonderzoek Wmo. Daarnaast monitoren we doorlopende de hoogte van de (maatschappelijke) kosten en sturen waar nodig bij om deze beheersbaar te houden. Het merendeel van de contracten worden in regionaal verband ingekocht. De Regionale Backoffice Lekstroom (RBL) is verantwoordelijk voor het accountmanagement van alle regionale contracten. Strakke sturing op het nakomen van de gemaakte afspraken is belangrijk om ook via deze kant de uitgaven te kunnen beheersen. Er worden momenteel stappen gezet op regionaal niveau om het huidige leveranciersmanagement door te ontwikkelen.

Dit is een samenwerking tussen de RBL en de vijf Lekstroomgemeenten.

34

Bijlage 1 Begrippenlijst Buurt Een buurt is een gebied binnen een stad, dorp of wijk dat door bewoners als een bij elkaar horend geheel wordt ervaren. Buurtverbinders De buurtverbinders (in dienst van een maatschappelijke organisatie) zorgen voor een gevarieerde programmering op de buurtpleinen en een ruime openstelling zodat alle inwoners, jong en oud, er hun plek kunnen vinden. Zij ondersteunen nieuwe initiatieven en activiteiten bij de opstart en begeleiden de vrijwilligers in de gastenteams. Zij bevorderen inclusie en stimuleren sociale veiligheid op de pleinen. Daarnaast signaleren zij problemen en vervullen zij een netwerkrol in de samenwerking met partners. Casusregie Het coördineren, afstemmen en monitoren van de benodigde ondersteuning aan de Inwoner, waarbij het eigen netwerk, informele partijen en formele hulpverleners betrokken zijn. De Inwoner houdt zo veel als mogelijk zelf regie over de benodigde ondersteuning. Centrale As De centrale wijken van Nieuwegein; het oostelijk deel van Batau-Noord en -Zuid en het westelijk deel van Zuilenstein, een groot deel van Jutphaas-Wijkersloot, Merwestein en Fokkesteeg. Integraal Integraal betekent alles omvattend.

We kijken niet alleen naar de hulpvraag, maar breder: wat speelt er allemaal in het leven van de inwoner, is er ook andere hulp ingezet die relevant is voor de huidige hulpvraag? Het is belangrijk om de samenhang te zien en daarmee de juiste zorg in te zetten. IZA Integraal Zorg Akkoord Kwetsbaar Wanneer we spreken over een kwetsbare inwoner, dan betref dit een inwoner die (tijdelijk) minder zelfredzaam is. Onder zelfredzaam verstaan we: in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden. Netwerksamenwerking Een vrijwillige, duurzame samenwerking tussen partijen die hun middelen, kennis en/of capaciteiten bundelen om een gezamenlijk doel te bereiken. Normaliseren Ieder mens is verantwoordelijk voor zijn of haar leven. Hoogte- en dieptepunten horen daarbij. In de hulp die we bieden aan inwoners met een hulpvraag werken we vanuit het idee dat we aansluiten bij het gewone leven; ook wel normaliseren genoemd. Niet alles wat anders is of anders verloopt dan je zou willen, vraagt direct om professionele hulp of ondersteuning. Ook het ouder worden hoort bij het leven, het is normaal dat inwoners tijdig nadenken over de consequenties die dit met zich mee kan brengen en daarop acteren.

35

Opbouwwerk De inzet van de opbouwwerkers (in dienst van een maatschappelijke organisatie) is gericht op samenlevingsopbouw hetgeen bijdraagt aan het welzijn van inwoners en de leefbaarheid in de wijk. Door meer betrokkenheid van inwoners bij hun buurt ontstaat een sterkere samenleving waarin plaats is voor iedereen. Opbouwwerkers zijn op allerlei plekken in de wijk zichtbaar aanwezig, maken verbindingen en werken buurtgericht aan stevige netwerken. De opbouwwerkers maken zichtbaar wat er in de wijk speelt en brengt in beeld wat er aan vermogens en capaciteiten aanwezig is in de wijk om de samenleving sterker te maken. Outreachteam Het outreachteam is er voor inwoners die zelf geen hulp vragen, maar dit wel nodig hebben (zorgmijders) Toekomstplan Jeugd Het toekomstplan Jeugd is gericht op uitstroom na ondersteuning. Bij jeugdigen vanaf 16,5 jaar bevat dit perspectiefplan een toekomstgerichte aanpak vanuit de visie: “we laten jongeren pas los als er een stabiele basis is” op de vijf pijlers (Big5: wonen, inkomen, werk/school, welzijn en support) van volwassenheid. Op basis van dit plan worden partners die nodig zijn om de doelen te bereiken in stelling gebracht. De verantwoordelijkheid van het te behalen resultaat eindigt niet bij het eigen aanbod.

Samen-kracht De gezamenlijke inzet van individuen, gemeenschappen, professionals en organisaties om de veerkracht en zelfredzaamheid van mensen te versterken. Dit gebeurt door samenwerking, participatie en het bundelen van krachten binnen sociale netwerken. Sociale raadslieden Professionele hulpverleners die inwoners ondersteunen bij juridische, administratieve en sociaalmaatschappelijke vragen. Sociaal team Gemeentelijk team (Geynwijs) dat verantwoordelijk is voor de toeleiding binnen het sociaal domein, in het bijzonder Wmo en Jeugdhulp. Het sociaal team onderzoekt wat een passende oplossing zou kunnen zijn voor de ondersteuningsvraag van de inwoner. Zij boordelen ook de eventuele toegang tot een maatwerkvoorziening. U16 16 Utrechtse regiogemeenten (U16) werken samen aan een thuis in de wijk vanuit een gezamenlijke koers voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen. Voorliggend veld/ institutionele sociale basis Alle algemene, vrij toegankelijke voorzieningen die beschikbaar zijn in de wijk stad of gemeente. Alle inwoners kunnen hier zonder indicatie binnen de eigen gemeente gebruik van maken. Het betreft veelal door de gemeente gesubsidieerde voorzieningen.

36

Wijk Onderdeel van een gemeente, bestaande uit één of meerdere buurten Wijkcoördinatoren De inzet van de wijkcoördinatoren (in dienst van de gemeente) richt zich op leefbare, veilige en gezonde wijken. De wijkcoördinatoren brengen professionals in beweging en vervullen een scharnierfunctie tussen de gemeentelijke organisatie, bewoners en professionals zoals het welzijnswerk, jongerenwerk, politie, woningcorporaties en zorginstellingen. Zij kunnen snel schakelen, maken knelpunten in de wijk bespreekbaar en zoeken actief naar oplossingen. Wlz De Wet langdurige zorg biedt een integrale regeling voor mensen die blijvend intensieve zorg en ondersteuning nodig hebben vanwege een lichamelijk, verstandelijke of psychische aandoening of beperking. Wmo Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. In de Wmo staat dat gemeenten hun inwoners dienen te ondersteunen om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen en om mee te doen in de samenleving. Zvw De Zorgverzekeringswet regelt de verplichte basiszorgverzekering voor iedereen in Nederland, waarmee medisch noodzakelijke zorg wordt gedekt en gefinancierd via zorgverzekeraars.

37

Bijlage 2 Samenwerking Taken en verantwoordelijkheden Iedere organisatie in de stad levert vanuit haar taken en verantwoordelijkheden aan bijdrage in de stad. Daarom is het voor de samenwerking van belang de rollen van de verschillende partijen helder te beschrijven. a. De rol van inwoners Inwoners staan centraal in het beleid. Zij kunnen, naar eigen wens een actieve rol innemen: 

  

Signalering en feedback: Inwoners kunnen behoeften signaleren in hun buurt en kunnen input geven aan organisaties en de gemeente over wat nodig is. Bij het oppakken van de behoefte kunnen zij, naar eigen wens, wel/niet een actieve rol spelen. Deelnemer: Inwoners kunnen actief deel aan ontmoetingsactiviteiten, vrijwilligerswerk of buurtinitiatieven om sociale verbinding te versterken. Ondersteuner: Door mantelzorg of vrijwillige inzet kunnen inwoners directe ondersteuning bieden aan elkaar. Initiatiefnemer: Inwoners kunnen het voortouw in het organiseren van activiteiten en projecten die bijdragen aan welzijn, zoals buurtfeesten, ontmoetingsmomenten of zorg voor elkaar.

b. De rol van (in)formele organisaties (In)Formele organisaties hebben een verbindende en faciliterende rol met een focus op ondersteuning en samenwerking:  

   

Facilitator van ontmoeting: Het beheren van ontmoetingsplekken en het stimuleren en faciliteren van activiteiten in de wijken. Ondersteuner van inwoners(initiatieven): Het bieden van praktische ondersteuning bij het ontplooien van initiatieven, zoals het helpen bij het aanvragen van subsidies of het regelen van faciliteiten. Aanbieder van expertise: Het leveren van kennis en ervaring om projecten van inwoners te versterken, bijvoorbeeld via voorlichting, trainingen of advies. Verbinder: Het aan elkaar koppelen van inwoners, vrijwilligers en andere organisaties om samenwerking te stimuleren. Praktische en sociale hulp en ondersteuning: Het bieden van hulp en ondersteuning wanneer inwoners hun problemen zelf of met hun netwerk niet kunnen oplossen. Signalerende functie: identificeren en signaleren van behoeften en problemen van inwoners zodat hier op zowel de uitvoerigs- als beleidsmatige kant op geacteerd kan worden.

c. De rol van de gemeente De gemeente heeft de focus op duurzame ontwikkeling en speelt op beleidsmatig niveau een regisserende en ondersteunende rol, gericht op het scheppen van voorwaarden: 

Regierol: De gemeente maakt en monitort beleid en verleent subsidies voor de uitvoering van dit beleid. o Verbindende schakel: De gemeente stimuleert samenwerking tussen inwoners, welzijnsorganisaties en andere lokale partijen, zoals zorgaanbieders. 38

Toezichthouder: De gemeente bewaakt de inclusiviteit en toegankelijkheid van voorzieningen en initiatieven. o Stimulator van innovatie: Door middel van pilots en experimentele projecten stimuleert de gemeente vernieuwende vormen vanuit de samenleving. Facilitator: De gemeente maakt beleid dat ruimte biedt voor initiatieven van inwoners en organisaties. o

Voor toelichting op de rol van het sociaal team van Geynwijs wordt verwezen naar paragraaf 2.3.2.

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=47d39e5a-b223-4b90-a51d-c32b9e5d0b6b