CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-126 Bijlage 1 Rekenkamerrapport 'Grip op Gemeenschappelijke Regelingen'

Raadsvergadering 19 juni 2025, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Rekenkameronderzoek 'Grip op Gemeenschappelijke Regelingen'13.144 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

83 Bijlage 3 84 Gespreksverslag ambtelijk betrokkenen WIL 85 https://nieuwegein.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/2b3a6995-ba91-4017-865c-bb6a7241f76b?documentId=41158a6d-

af5f-40a0-b2d3-01998a5f9939 86 https://nieuwegein.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/b7b8b8c1-0d0c-4db3-a694-a46af3f59c9b 87 https://nieuwegein.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/ed9dea1a-704e-42c1-8705-5ed1bd4aa35c 88 https://nieuwegein.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/9336ecf0-1081-45d3-9982-0f90392cc665 89 https://nieuwegein.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/8e4a7499-ceac-44c6-8c70-cff55137858c?documentId=2982839502ab-463d-ac49-54606f5582a5

pagina 22

GR

2022

Vorm

GGDrU Raadsbijeenkomst (online) GGDrU Raadsbijeenkomst (online) GGDrU Raadsbijeenkomst GGDrU Raadsbijeenkomst (online) WIL Kaderstellend Raadsdebat WIL Open Huis

Doel/ beschrijving gaat over de WIL, de informatievoorziening en KPI’s.90 Over het stoppen met het Digitaal Dossier Jeugd Gezondheid (GGiD). De sessie is op verzoek van het algemeen bestuur van GGD regio Utrecht.91 Over wat de GGDrU doet, in gesprek over samenwerking en goed opdrachtgeverschap en inventariseren wat de raden belangrijk vinden in publieke gezondheid.92 In gesprek over de keuzes en ontwikkelingen rondom de dienstverlening van WIL in 2023.93 Open Huis van WIL met workshops.94

Tabel 2 Uitnodigingen voor raadsleden vanuit BghU, GGDrU en WIL (2022-2024) Voor WIL is er, passend bij de invulling van de actieve informatieplicht, sprake van twee tot drie structurele bijeenkomsten voor raadsleden, waaronder het ‘voorjaars- en najaarsgesprek’. Bij GGDrU is er niet zozeer sprake van structurele bijeenkomsten, maar zijn deze onder andere gebaseerd op ontwikkelingen zoals GGiD. Om de gemeenteraad toch meer te betrekken bij de activiteiten van de GGDrU, organiseerde de gemeente een locatiebezoek in oktober 2024. Dit bezoek bood raadsleden de kans om inhoudelijke vragen te stellen en in gesprek te gaan met de directie en andere betrokkenen. Het bezoek ging uiteindelijk niet door vanwege te weinig aanmeldingen. Dit beperkte enthousiasme schrijven college en ambtelijke organisatie toe aan de complexiteit van GGD-dossiers en de werkdruk van raadsleden. Tegelijkertijd zien college en ambtelijke organisatie ook dat de raad interesse heeft in de technische details bij de GGDrU, wat zou wijzen op een behoefte aan verdieping. Om deze reden ziet de gemeente potentie in het organiseren van informele sessies zonder besluitvorming.95 Hoe de gemeenteraad zichzelf informeert, bijvoorbeeld via dergelijke bijeenkomsten, is een aandachtspunt.96 Zoals zichtbaar in de tabel organiseert BghU geen bezoeken of gesprekken.97 3.3

Afspraken evaluatie

Bevindingen 3.3 • Tot nu toe zijn de gemeenschappelijke regelingen nog nooit geëvalueerd. Uit gesprekken blijkt dat een evaluatie snel wordt gekoppeld aan mogelijke exit uit de gemeenschappelijke regeling, terwijl het ook kan gaan over verbeteringen.

90

https://nieuwegein.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/27980895-ba44-44fa-992f-2873182646e2?documentId=95d3bb4fc138-459e-a979-93e2d58b590a 91 https://nieuwegein.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/35364c47-19e6-4bcf-840a-d1820e673ac4 92 https://nieuwegein.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/e31584dc-3799-445f-8371-e3015bc9a76d?documentId=5e705f6c0581-40a1-a939-8188d8dc44e1 93 https://nieuwegein.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/c01c5135-e85b-4c64-ba69-b1d64f1d0fe9 94 https://nieuwegein.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/a4d9b248-a686-4815-84b9-8e59b5d46457 95 Gespreksverslag ambtelijk betrokkenen GGD 96 Gespreksverslag wethouders 97 Gespreksverslag ambtelijk betrokkenen Bghu

pagina 23

•

Voor de gemeenschappelijke regelingen zijn er, in lijn met de Wgr (2022), recentelijk afspraken gemaakt over periodieke evaluaties. Deze behelzen een evaluatie van BGhU uiterlijk januari 2026, een niet nader gespecificeerde evaluatie van de GGDrU eens in de zes jaar en een evaluatie van WIL uiterlijk in 2029.

Volgens de Wgr (2022) moeten er ook afspraken over evaluatie opgenomen worden in de gemeenschappelijke regeling. Deze afspraken zijn door iedere regeling anders ingevuld, zoals de BghU, GGDrU en WIL illustreren. In bijlage 4 staan de artikelen van de gemeenschappelijke regeling waar de afspraken in opgenomen zijn. Bij de BghU zou volgens artikel 59 de volgende evaluatie plaatsvinden vóór de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026 en uiterlijk in januari 2026 aangeboden worden aan, onder andere, het college van de gemeente Nieuwegein. Daarnaast wordt de huidige bestuursstructuur al geëvalueerd. Met het oog op de verkiezingen in 2026 is er ook geen noodzaak om voor een spoedige evaluatie te zorgen.98 De GGDrU evalueert de gemeenschappelijke regeling volgens artikel 52a eens in de zes jaar en biedt ook de mogelijkheid om een tussentijdse evaluatie aan te beiden, wanneer er (ongeveer) 17 van de 26 gemeenten dit voorstellen. Er is recent geen formele evaluatie uitgevoerd, die de samenwerking op bestuurlijk niveau evalueert. Op ambtelijk niveau zouden er wel regelmatig evaluaties plaatsvinden, bijvoorbeeld over de maatwerkafspraken en de uitvoering. De portefeuillehouder wordt geïnformeerd over aandachts- en verbeterpunten en kan deze als het nodig is meenemen in het AB.

Daarnaast legt de GGDrU verantwoording af over de maatwerkafspraken.99 WIL evalueert, volgens artikel 46, ook periodiek, waarbij de eerste evaluatie plaatsvind in 2029. WIL biedt hierbij ook de mogelijkheid om ook een evaluatie te doen wanneer gewenst met de mogelijkheid voor het bestuur om de evaluatie op te volgen met aanbevelingen. 3.4

Instrumentarium gemeenteraad

Bevindingen 3.4 • Het nieuwe instrumentarium volgens de Wgr (2022) is bekend bij de raadsleden. • Het varieert in hoeverre de gemeenteraad betrokken is bij de verschillende gemeenschappelijke regelingen. • De gemeenteraad stuurt actief door middel van het stellen van vragen, het indienen van zienswijzen en moties bij gemeenschappelijke regelingen waar de raad geïnteresseerd in is/ betrokken bij is. • Er zijn gemeenschappelijke regelingen waarbij de raad niet actief stuurt, ook bij cruciale momenten zoals de bespreking van begrotingen, jaarrekeningen en wijzigingen van de gemeenschappelijke regeling. • De gemeenteraad stelt technische vragen die ingaan op details en bedrijfsvoering. Het beantwoorden van deze vragen kost de ambtelijke organisatie veel tijd. Daarnaast resulteren deze vragen in twijfel over in hoeverre de raad begrijpt welke vragen relevant zijn om te stellen vanuit hun rol als raadslid.

98

Gespreksverslag ambtelijk betrokkenen BghU

99 Gespreksverslag ambtelijk betrokkenen GGD

pagina 24

•

•

•

Raadsleden voelen zich niet machteloos, maar ervaren wel beperkingen in de sturingsmogelijkheden. Weinig raadsleden ervaren veel grip te hebben op gemeenschappelijke regelingen. Slechts bij enkele gemeenschappelijke regelingen, zoals RMN en WIL, geeft een aanzienlijk deel van de raad aan veel of zeer veel grip te ervaren. Geraadpleegde college- en raadsleden zien potentie in het raadsrapporteursmodel om de gemeenteraad te ondersteunen, mits dit voldoende draagvlak heeft en op een juiste, zorgvuldige manier wordt toegepast. Een meerderheid van de geraadpleegde raadsleden is voor het vormen van regionale raadsadviescommissies, wat suggereert dat raadsleden dit als een potentieel nuttig instrument zien. Er is (nog) geen initiatief genomen tot het instellen van een regionale raadsadviescommissie.

3.4.1 Vergaderingen Om sprake te laten zijn van het sturen, beheersen, verantwoorden en het houden van toezicht hebben de gemeenteraad en het college een instrumentarium tot hun beschikking, zoals het budgetrecht, het initiatiefrecht, het recht van interpellatie, het recht van onderzoek en het indienen van amendementen en moties. Ook het vragenrecht is belangrijk, vastgelegd in het reglement van orde van de gemeente. Het reglement van orde van gemeenteraad Nieuwegein geldt vanaf 9 september 2021. In het reglement wordt uitgelegd dat de gemeente zowel raadsvergaderingen als ‘Avonden voor de stad’ (voorbereidende vergaderingen) kent. In de Avonden voor de Stad is er sprake van verschillende rondes. Aan het begin van de agenda neemt men een rondvraag op, waarbij het eens in de maand ook gaat over regionale ontwikkelingen. Bij de raadsvoorbereidende ronde delen raads- en steunfractieleden hun fractie standpunten en stellen alleen politieke vragen. Daarnaast is er eens per maand ook sprake van een inspraakronde voor inwoners en belanghebbenden.100 Belangrijke vergaderingen wat betreft de gemeenschappelijke regelingen zijn de momenten waarop de zienswijzen, begrotingen en jaarrekeningen worden besproken en vastgesteld. Doorgaans vinden deze Avonden voor de Stad en raadsvergaderingen plaats in juni. Dit zijn tevens de bronnen voor observatie (zie bijlage 2).

Bij de betreffende Avonden voor de Stad en raadsvergaderingen is er ruimte om het raadsinstrumentarium in te zetten om invloed uit te oefenen op een gemeenschappelijke regelingen. Bij de Avond voor de Stad kan de ruimte worden genomen voor vragen en opmerkingen. Vanuit deze komt er een ‘advies’ waarin op een rij gezet is wat, aan de hand van het agendapunt, de ‘benoemde zaken’ (vragen en opmerkingen) zijn en de eventuele ‘zorg- en aandachtspunten’ per fractie. Daarnaast hebben raadsleden in 2023 een motie ingediend. Zie tabel 4 voor een beknopt overzicht.

100 https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR663818/1#hoofdstuk_3

pagina 25

Zienswijze Avond voor de stad Nee102 & Ja Raadsvergadering101 Ja Juni Avond voor de Ja 2023 Stad103 Ja & Ja 104 Raadsvergadering Juni Avond voor de Ja 105 2024 Stad Ja & Raadsvergadering Ja Tabel 4 Vergaderingen 2022-2024 Juni 2022

Motie Vragen en opmerkingen Nee Ja Ja Nee Ja Ja Ja

Zorg- en aandachtspunten Nee Nee Ja Nee Nee Ja

BghU GGDrU WIL BghU GGDrU WIL

-

Ja Ja Ja

BghU GGDrU WIL

Ja Ja Ja

In 2023 is de motie ‘Samenwonen op proef’ ingediend met het verzoek om de gelijknamige pilot op te starten waarbij de mensen in de bijstand tot een half jaar kunnen samenwonen zonder dat dit nadelige consequenties voor hun bijstandsuitkering heeft. De motie is unaniem aanvaard. In 2024 stelde een fractie de vraag of er draagvlak zou zijn voor een amendement of motie om de begrotingen van de verbonden partijen op een nullijn te zetten. Er waren zorgen over de bezuinigingen, terwijl de begrotingen omhoog zouden gaan. Hier werd niet unaniem positief op gereageerd. Wel waren er verschillende facties die zich ook zorgen maken over bezuiniging. De fracties spraken over de mogelijkheid om als gemeenteraad meer te sturen en de verwachtingen aan te scherpen over de bezuinigingen bij de gemeenschappelijke regelingen en dit terug te laten komen in de zienswijzen. Een voorzichtige waarneming op basis van tabel 4 is dat raadsleden in toenemende mate aandacht (lijken te) hebben voor gemeenschappelijke regelingen. Dit is zichtbaar aan de hand van de vragen en opmerkingen en zorg- en aandachtspunten. Het college signaleert dat bij gemeenschappelijke regelingen waar de gemeenteraad interesse in heeft, de raad veel technische vragen stelt.

Deze vragen vereisen ambtelijke inzet, terwijl de relevantie van de vragen niet altijd duidelijk is.106 Het college ervaart bijvoorbeeld dat er bij de GGDrU technische vragen worden gesteld die gericht zijn op details of de bedrijfsvoering. Zoals genoemd in paragraaf 3.2.6 ziet de gemeente bij de GGDrU mogelijkheid om informele sessies te organiseren waar de raadsleden technische en inhoudelijke vragen kunnen stellen en bespreken, wat helpt om de focus te verschuiven naar hoofdlijnen en beleid. Door vragen te bundelen en antwoorden beter te structureren, zouden raadsleden zich grondiger kunnen voorbereiden en effectiever kunnen deelnemen aan besluitvorming. Deze aanpak zou aansluiten op de bredere aandacht van de raad voor de financiële situatie van de GGDrU.107 Ook bij de WIL ervaart men dat de technische vragen erg gefocust zijn op details en de bedrijfsvoering, zoals het aantal ingevulde vacatures, waarbij de beantwoording extra tijd kan kosten omdat deze vragen moeten worden 101 https://nieuwegein.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/35a4298d-0bcb-4ca3-a9c4-52f23da4ed6e 102 Er werd een zienswijze uitgebracht waarin staat dat er geen zienswijze ingediend zou worden. 103 https://nieuwegein.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/6fdd1e93-47e2-4a6a-a6b9-07bbfb4798fe#4479741e-b09a-4fe3-8a5b-

01d1f9cbe716 104 https://nieuwegein.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/674ea6d2-12d2-4ca2-b029-1a21b86e8fa4 105 https://nieuwegein.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/f09cc2f7-bd87-4703-9e95-761a0c47c3fe 106 Gespreksverslag wethouders 107 Gespreksverslag ambtelijk betrokkenen GGDru

pagina 26

voorgelegd aan WIL om aan te sluiten op de actuele informatie. Het is niet altijd duidelijk wat de gemeenteraad vervolgens met deze informatie wil doen.108 De ambtelijk betrokkenen signaleren dat de raad stukken van de BghU tijdens vergaderingen als Cstukken behandelt, die doorgaans zonder bespreking worden aangenomen. Tijdens de Avond voor de Stad, kwamen ook bijna geen vragen over en voor de BghU naar voren. 3.4.2

Nieuw instrumentarium Wgr (2022)

In tabel 5 staat er een overzicht van het nieuwe instrumentarium van de gemeenteraad wat betreft de gemeenschappelijke regelingen naar aanleiding van de wijziging van de Wgr (2022). Deze instrumenten vragen veelal om een actieve houding van de gemeenteraad. Instrument Zienswijze op een besluit van het bestuur van de GR.

Beschrijving Raden kunnen over voorstellen beraadslagen en hun wensen, bedenkingen en inzichten meegeven.

Regionale Raadsleden nemen deel aan de raadsadviescommissie. commissie om raden met elkaar te laten overleggen over één GR. Regionale onderzoekscommissie.

Raadsleden nemen deel aan de commissie om onderzoek te doen naar het door het door het samenwerkingsband gevoerde bestuur. Tabel 5 Instrumentarium Wgr (2022)

Gebruik Bij de fase van planvorming wat betreft de kadernota, jaarrekening, plannen, verordeningen etc. Bij overleg over zienswijzen, voor advies bij de voorbereiding van de beleidscyclus. Bij grote problemen ervaren vanuit de gemeenteraden.

Het is duidelijk dat zowel de zienswijzen als de regionale adviescommissie het meeste invloed kunnen uitoefenen wanneer zij een rol spelen aan het begin van de beleidscyclus, in de fase van planvorming. Zoals te zien in tabel 4 dienen raadsleden de afgelopen jaren regelmatig zienswijzen in. Er is geen regionale adviescommissie ingesteld, al opperde een raadslid in de Avond voor de stad van 13 juni 2024 om deze mogelijkheid te onderzoeken bij het bespreken van de wijziging van de gemeenschappelijke regeling van WIL.109 Uit de enquête onder raadsleden blijkt dat er brede steun voor het idee van raadsadviescommissies (zie bijlage 5, vraag 7) met meer dan 60% steun bij GGDrU, RMN, Veiligheidsregio Utrecht en WIL. Tegelijkertijd is er een minderheid die zich hiertegen verzet, vooral bij GGDrU, AVU en Recreatieschap Stichtse Groenlanden. 3.4.3

Raadsrapporteursmodel

Een gemeenteraad kan overvraagd worden, zeker bij instrumenten die een actieve houding vragen. Een model dat zowel efficiënt kan zijn als kan zorgen voor meer controle en grip op de 108

Gespreksverslag ambtelijk betrokkenen WIL

109 https://nieuwegein.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/f09cc2f7-bd87-4703-9e95-761a0c47c3fe

pagina 27

gemeenschappelijke regelingen is het raadsrapporteursmodel. Eén of meerdere rapporteurs worden uit de gemeenteraad gekozen om de gemeenschappelijke regelingen te volgen en met de opgedane kennis te raad te informeren en voor te bereiden. De efficiëntie heeft te maken met het feit dat dan niet ieder raadslid de gemeenschappelijke regeling goed hoeft te kennen en alle stukken hoeft door te nemen. Er kan waar nodig vroegtijdig geacteerd worden en het gekeken worden naar het ‘volledige plaatje’.110 Om het raadsrapporteursmodel tot dit niveau te tillen, is het belangrijk dat dit zorgvuldig wordt ingericht en voldoende draagvlak heeft.111 Het is belangrijk om te investeren in een goede ‘driehoeksverhouding’ tussen de accounthouders van de gemeenschappelijke regelingen, het raadslid en de griffie om het proces te faciliteren. Zo kan het raadslid met de juiste boodschap naar de gemeenteraad gaan.112 Eerder pogingen om het raadsrapporteursmodel succesvol te gebruiken in de gemeente Nieuwegein zijn niet succesvol geweest, met name door politieke tegenstellingen en een gebrek aan draagvlak.

Toch ziet het college hier een meerwaarde in om de inhoudelijke kennis en betrokkenheid van de raadsleden te vergroten, mits dit zorgvuldig wordt toegepast.113 Een aanzienlijk deel van de geraadpleegde raadsleden (zie bijlage 5, vraag 6) staat positief of zeer positief tegenover het inzetten van raadsrapporteurs. Dit geldt vooral voor de Recreatieschap Stichtse Groenlanden (47% positief/zeer positief), RMN (46%) en WIL (53%). Het aandeel negatieve of zeer negatieve beoordelingen blijft bij de meeste regelingen relatief klein (tussen 7% en 27%). De BghU is de enige regeling waar het aandeel tegenstanders van een raadsrapporteur groter is dan het aandeel voorstanders, wat mogelijk erop duidt dat raadsleden sturing en controle van de BghU – gezien het bedrijfsvoeringskarakter van deze regeling - meer als taak van het college zien. Ten slotte is er een aanzienlijke groep neutrale raadsleden, wat suggereert dat verdere verduidelijking van de rol en impact van raadsrapporteurs nuttig kan zijn. 3.5

Regionale samenwerking

Bevindingen 3.5 • Gemeenteraden van deelnemende gemeenten weten elkaar in beperkte mate te vinden waar het gaat om afstemming over kaderstelling en controle. • De recente inzet van de regionale raadsadviseur levert inzichten op over gezamenlijke ontwikkelingen en doelen en het belang van samenwerking. Een concreet resultaat is

de recente start van de raadsplatforms gericht op onderlinge informatieuitwisseling. Raadsadviseur regionale samenwerking Vanuit de griffierskring, waar de gemeente Nieuwegein onderdeel van is, identificeerde men een gezamenlijk aandachtspunt: de verbonden partijen. Er ontbreekt overzicht over deelneming en documentatie, onder andere door een gebrek aan capaciteit. Elke gemeenten ging hier ieder anders mee om. Sommige gemeenten kozen voor het raadsrapporteursmodelen andere niet. Ook delen gemeenten informatie met elkaar op informele wijze. Vanuit de griffierskring is vervolgens het initiatief voor een raadsadviseur regionale samenwerking (hierna: de raadsadviseur) naar voren gebracht. De raadsadviseur, die inmiddels voor 26 gemeenten werkt, is vervolgens de regionale

110 https://www.raadsleden.nl/actueel/nieuws/raadsrapporteur-geeft-grip-op-regionale-samenwerking/ 111 Gespreksverslag wethouders 112

Gespreksverslag griffie

113 Gespreksverslag wethouders

pagina 28

samenwerkingen van iedere gemeente in kaart gaan brengen. Dit leverde ook inzichten op over gezamenlijke doelen en het belang van samenwerking. Op 9 januari 2025 gaf de raadsadviseur een presentatie tijdens de Avond voor de Stad waarin zij haar eigen rol toelichtte en nader inging op de rol van de raad bij gemeenschappelijke regelingen.114 Een specifiek goed Nieuwegeins voorbeeld dat zij aanhaalde is de vaste raadsinformatiebrief over de U10-samenwerking, die informatie bevat over de agenda en relevante uitkomsten uit de bestuursvergaderingen. Deze vaste raadsinformatiebrief zou ook voor gemeenschappelijke regelingen nuttig kunnen zijn. Als de gemeenteraad weet welke samenwerkingsverbanden belangrijk zijn en de juiste informatie heeft ontvangt kan de gemeenteraad een goed oordeel vormen, sturend handelen en de beschikbare raadsinstrumenten daarvoor inzetten. Maar om daadwerkelijke invloed uit te oefenen zou er regionaal contact nodig zijn. Dit heeft ook te maken met de bestuursstructuur van de gemeenschappelijke regelingen. Vaak worden vanuit een AB besluiten met een meerderheidsconstructie genomen. Eén zienswijze vanuit één gemeenteraad wordt gelezen en op gereageerd, zoals verplicht vanuit de Wgr (2022), maar niet per definitie overgenomen. Op het moment dat dezelfde boodschap uit meerdere gemeenteraden komt is er een kans dat dat wel gebeurt.

Bij een gemeenschappelijke regeling zoals de GGDrU met 26 deelnemers zijn dergelijke samenwerkingen onontkoombaar om te kunnen bijsturen.115 Een nieuw instrument voor regionaal contact en samenwerking is het raadsplatform. Begin 2025 zijn regionale raadsplatforms opgestart voor GGDrU, VRU, OdrU-RUD en WIL. Via het raadsplatform wisselen raadsrapporteurs en contactpersonen als ’linking pins’ op politiek-neutrale wijze informatie tussen raden uit. Een raadsplatform komt circa drie keer per jaar (online) samen rondom de regionale P&C cyclus om concept-zienswijzen met elkaar te bespreken en informatie, ideeën en ervaringen uit te wisselen. Ook is afgesproken dat deelnemers aan het raadsplatform actief informatie ophalen bij de raden en er terugkoppeling plaatsvindt, zodat iedere gemeenteraad zijn voordeel kan doen van de informatie-uitwisseling.116 Uit de enquête blijkt dat bijna drie kwart van de geraadpleegde raadsleden regionale samenwerking noodzakelijk vindt om grip te krijgen op gemeenschappelijke regelingen (zie bijlage 5, vraag 5). Toch leidde dit niet of nauwelijks tot regionale samenwerking. Mogelijk zijn er tot nog toe weinig aanhaakpunten of overlegstructuren om gemeenteraden onderling te laten sparren.

114 https://nieuwegein.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/6ce351e2-0b52-4254-869b-acdba78985a9 115 Interview griffie 116

Zie bijvoorbeeld Verslag Startbijeenkomst Raadsplatform ODRU-RUD (ODU), 15 januari 2024 en Verslag Startbijeenkomst Raadsplatform WIL, 20 januari 2024.

pagina 29

4.

Conclusie en aanbevelingen

4.1

Conclusie

De gemeente Nieuwegein heeft op hoofdlijnen haar governance en informatievoorziening met betrekking tot de gemeenschappelijke regelingen op orde, maar er zijn belangrijke verbeterpunten om de grip van de gemeenteraad te versterken. De gemeenteraad beschikt in theorie over een breed scala aan instrumenten om invloed uit te oefenen, mede dankzij de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) per 1 juli 2022. In de praktijk blijkt echter dat deze instrumenten nog onvoldoende structureel en effectief worden ingezet. De betrokkenheid en invloed van de gemeenteraad verschilt sterk per gemeenschappelijke regeling. Met name bij de BghU is de bestuurlijke en ambtelijke afstand groot, mede door het ontbreken van een duidelijke DB/AB-structuur en een beperkte beleidsvrijheid. De oprichting van een stuurgroep vormt een stap in de richting van versterking van de grip. Bij WIL daarentegen is de betrokkenheid van de gemeente groot, mede vanwege het financiële belang en de vertegenwoordiging in zowel het AB als DB, hoewel ook hier uitvoering en naleving van afspraken een punt van zorg blijven. De GGDrU bevindt zich qua grip in een tussengebied: beleidsmatig is er weinig ruimte vanwege wettelijke taken, maar op maatwerkonderdelen ervaart de gemeente enige sturingsruimte.

De informatievoorziening aan de gemeenteraad is wisselend van kwaliteit en sluit lang niet altijd aan bij de behoefte aan beknopte, tijdige en sturingsgerichte informatie. Dit leidt tot een informatiepositie die door een derde van de raadsleden als onvoldoende wordt ervaren. De raad toont op onderdelen groeiende interesse, zoals blijkt uit het toenemend aantal zienswijzen en moties, maar stuurt tegelijkertijd relatief vaak op detailniveau of op bedrijfsvoering, wat de effectiviteit van de kaderstellende en controlerende taak niet altijd ten goede komt. Er zijn eerste stappen gezet in het verbeteren van de samenwerking tussen gemeenten, onder meer door de inzet van een raadsadviseur regionale samenwerking en de oprichting van raadsplatforms. Deze ontwikkelingen zijn veelbelovend, maar staan nog in de kinderschoenen. Het ontbreekt nog aan structurele en geformaliseerde samenwerking tussen gemeenteraden om gezamenlijke invloed uit te oefenen op gemeenschappelijke regelingen, wat met name bij regelingen met veel deelnemende gemeenten, zoals de GGDrU, essentieel is. Ten slotte is het raadsrapporteursmodel een kansrijk instrument om de grip van de raad te versterken, mits zorgvuldig ingericht en gedragen door de raad. Eerdere pogingen faalden vanwege gebrek aan draagvlak en politieke tegenstellingen, maar recente signalen uit de raad wijzen op hernieuwde interesse.

pagina 30

4.2

Aanbevelingen

Op basis van het onderzoek komen we tot de volgende aanbevelingen. Aanbevelingen aan zowel de raad als aan het college: 1. Actualiseer en versterk het beleidskader voor verbonden partijen ▪ Werk de Nota verbonden partijen uit 2015 bij en breng deze in lijn met de gewijzigde Wgr (2022) en de huidige bestuurlijke realiteit. ▪ Besteed in de nieuwe nota nadrukkelijk aandacht aan strategische doelen, risicobeheersing, evaluatieafspraken en exitstrategieën. ▪ Maak per regeling concreet wat het bestuurlijk, financieel en beleidsmatig belang is voor de gemeente Nieuwegein en wat dit vraagt van de raad.

Aanbevelingen aan het college: 2. Veranker structurele evaluaties en leerprocessen ▪ Zorg dat evaluaties van gemeenschappelijke regelingen tijdig plaatsvinden, conform de afspraken uit de gewijzigde Wgr. ▪ Koppel evaluaties nadrukkelijk aan leerdoelen, en niet uitsluitend aan de mogelijkheid van een ‘exit’. ▪ Stimuleer daarnaast tussentijdse reflecties over de effectiviteit van samenwerking, zowel bestuurlijk als ambtelijk, ook los van de formele evaluatiemomenten. 3. Investeer in een toegankelijke en sturingsgerichte informatievoorziening ▪ Stel per regeling formats op voor raadsinformatie, met beknopte samenvattingen, duiding van ontwikkelingen, en expliciete koppeling aan gemeentelijk beleid. ▪ Zorg voor tijdige afstemming van de P&C-cyclus van de gemeente en de regelingen, zodat de raad invloed kan uitoefenen op kaderstellende momenten. ▪ Gebruik raadsinformatiebrieven en presentaties strategisch en structureel, met een duidelijke afzender, doel en kernboodschap.

Aanbevelingen aan de raad: 4. Versterk de positionering en rolopvatting van de gemeenteraad (aanbeveling aan de raad) ▪ Introduceer (opnieuw) het raadsrapporteursmodel, mits de raad dit voldoende breed ondersteunt en dit gefaciliteerd kan worden door griffie en accounthouders. ▪ Bied gerichte scholing aan raadsleden over hun rol bij gemeenschappelijke regelingen, inclusief de werking van het instrumentarium en de grenzen aan de sturingsmogelijkheden. ▪ Organiseer laagdrempelige, niet-besluitvormende bijeenkomsten over complexe dossiers, zodat raadsleden inhoudelijk kunnen verdiepen zonder politiek-bestuurlijke druk. 5. Stimuleer en structureer regionale samenwerking tussen gemeenteraden ▪ Gebruik de raadsadviseur regionale samenwerking als spilfiguur om kennisdeling, gezamenlijke zienswijzen en agendering te stimuleren. pagina 31

▪ ▪

Ondersteun actief het functioneren van de raadsplatforms, onder andere door contactpersonen te benoemen en terugkoppeling te borgen richting de raad. Onderzoek of en bij welke regelingen een regionale raadsadviescommissie van meerwaarde kan zijn, zeker bij regelingen met veel deelnemers zoals GGDrU of VRU.

pagina 32

Bijlage 1. Deelvragen en normen Deelvragen A. Beleid

Normen

1. Is er sprake van een Nieuwegeinse visie op de samenwerking met andere gemeenten. provincie en/of organisaties?

▪

Er is een (actuele) Nota verbonden partijen.

▪

De inrichting van de governance voldoet aan de geldende wet- en regelgeving, waaronder de Wgr en aan de interne richtlijn zoals vastgelegd in de Nota verbonden partijen. De directe en indirecte sturingsmogelijkheden voor het college en de raad zijn voldoende duidelijk en bekend. De sturingsmogelijkheden zijn in balans met de besturingsbehoefte en mogelijke risico’s voor de gemeente. Gemeenteraden van deelnemende gemeenten weten elkaar te vinden waar het gaat om afstemming over kaderstelling en controle. De wijzigingen voortvloeiend uit de aanpassing van de Wgr zijn geïmplementeerd in de acht gemeenschappelijke regelingen.

Score

B. Organisatie en uitvoering 2. Hoe heeft de gemeente Nieuwegein de governance (sturen, controleren, verantwoorden, toezicht houden) bij gemeenschappelijke regelingen ingericht? a) Welk instrumentarium staat het college en de raad ter beschikking? b) In hoeverre wordt hierbij rekening gehouden met de specifieke kenmerken van de verschillende typen gemeenschappelijke regelingen? c) Is er sprake van uitwisseling of (geformaliseerde) samenwerking tussen de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten?* 3. Hoe is de bestuurlijke structuur van de onderzochte gemeenschappelijke regelingen vormgegeven en voldoet de gemeente daarmee aan de richtlijnen van de Nota verbonden partijen?

C. Informatievoorziening, sturing en controle 4. Is er bij gemeenschappelijke regelingen een duidelijke koppeling tussen beleidsdoelen van de gemeente Nieuwegein enerzijds en doelen van de gemeenschappelijke regeling anderzijds? 5. Hoe oordelen betrokken ambtenaren, directies en bestuurders over de responsiviteit van de onderzochte gemeenschappelijke regelingen? 6. In hoeverre maakt de raad gebruik van het beschikbare instrumentarium, waaronder het nieuwe

▪

▪

▪

▪

▪

▪

▪

▪

Er is een duidelijke koppeling tussen de beleidsdoelen van de gemeente en de doelen van de gemeenschappelijke regeling. De gemeenschappelijke regeling reageert tijdig en adequaat op ambtelijke en bestuurlijke sturing. De raad maakt gebruik van het beschikbare instrumentarium en ervaart daarbij geen belemmeringen. De raad concentreert zich op zijn kaderstellende en controlerende rollen, en stuurt niet of nauwelijks pagina 33

Deelvragen instrumentarium? 7. Welke belemmeringen ervaren raad en/of college daarbij? 8. In hoeverre vinden er evaluaties van gemeenschappelijke regelingen (conform gemaakte afspraken) plaats?

Normen

Score

op de bedrijfsvoering of financiële uitwerking.

D. Leren en verbeteren 9. In hoeverre en op welke wijze kan de gemeenteraad meer en beter grip krijgen op gemeenschappelijke regelingen?

pagina 34

Bijlage 2. Bronnen Bijlage 2.1 Personen Gemeente • Portefeuillehouders BghU, GGDrU en WIL • Ambtelijk betrokkenen bij BghU, GGDrU en WIL • Concerncontroller • Griffier • Regionaal raadsadviseur

Bijlage 2.2 Observatie • • • • • • •

Avond voor de Stad | 2 februari 2022 Avond voor de Stad | 9 juni 2022 Raadsvergadering | 23 juni 2022 Avond voor de Stad | 15 juni 2023 Raadsvergadering | 22 juni 2023 Avond voor de Stad | 13 juni 2024 Raadsvergadering | 20 juni 2024

pagina 35

Bijlage 3. Actieve informatieplicht BghU Artikel 35 lid 6: Inlichtingen en verantwoording 6. Het bestuur geeft de vertegenwoordigende organen schriftelijk alle inlichtingen die deze organen nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.117 GGDrU Artikel 14 lid 4: Verantwoording en inlichtingen 4. Het algemeen bestuur bepaalt aan de hand van de in hun vergadering geagendeerde onderwerpen; welke van deze onderwerpen op welke wijze actief worden verzonden naar de raden. Hierbij houdt het algemeen bestuur rekening met de informatie die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Artikel 30 lid 2: Verantwoording en inlichtingen 2. Zij geven het algemeen bestuur mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde, dan wel ongevraagde, inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft en waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang.118 WIL Artikel 24a lid 1 en 2: Actieve informatieplicht 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur respectievelijk de voorzitter geeft de deelnemende raden alle informatie die voor een juiste beoordeling van het gevoerde beleid nodig is. Het bestuursorgaan dat het aangaat bepaalt het meest geëigende middel waarmee het de betreffende inlichtingen geeft. 2.

Daarnaast geeft het dagelijks bestuur tweemaal per jaar informatie aan de raden over ontwikkelingen binnen het sociaal domein, de keuzes die gemaakt kunnen worden en de betekenis ervan voor de ontwikkelingen binnen de dienst. Voor zover mogelijk wordt daarbij inzicht verschaft in de kosten die daarmee gepaard gaan. Dit voorjaars- en najaarsgesprek vindt op een zodanig moment plaats dat de informatie die gegeven wordt kan worden betrokken bij de vaststelling van de begroting c.q. de opstelling van de kaderbrief.

117 https://nieuwegein.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/35a4298d-0bcb-4ca3-a9c4-52f23da4ed6e?documentId=ade2f512-

df0c-418a-81ad-4baff22a91b0&agendaItemId=bf8210d6-8ce4-4a52-a4e8-51ed02e5fb20 118 https://nieuwegein.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Document/900c09b6-234b-457f-bd05-ffdfb76e9682?documentId=5d174c546c25-4d09-8d10-6cee3d73f9fc&agendaItemId=c95795f6-3185-4a01-bbe5-160ad25325b8

pagina 36

Bijlage 4. Afspraken evaluatie BghU Artikel 59: Evaluatie 1. Het bestuur evalueert in het jaar voorafgaande aan reguliere gemeenteraadsverkiezingen de samenwerking en gaat daarbij in elk geval in op het functioneren van het samenwerkingsverband. 2. De resultaten van de evaluatie, bedoeld in het eerste lid, worden uiterlijk in januari van het jaar van de gemeenteraadsverkiezing aangeboden aan de colleges en de vertegenwoordigende organen. GGDrU Artikel 52a: 1. Het algemeen bestuur draagt ervoor zorgt dat de regeling periodiek, doch tenminste éénmaal per zes jaar wordt geëvalueerd. 2. De evaluatie richt zich op de inhoud van deze regeling en de ervaringen met de gehanteerde werkwijzen. 3. Het algemeen bestuur neemt per evaluatie een besluit over de inhoud, het proces en de werkwijze van de evaluatie. 4. Op verzoek van 2/3 van de gemeenten kan een tussentijdse evaluatie worden voorgesteld aan het algemeen bestuur. WIL Artikel 46 lid 2,3 en 4: Duur en evaluatie van de regeling 2. De doel- en taakstelling van de regeling en de wijze van uitvoering daarvan zullen periodiek geëvalueerd worden. 3. Daartoe zal het dagelijks bestuur, in overleg met de directeur, gehoord de colleges en de raden van de gemeenten, om de zes jaar of zoveel eerder als gewenst, een onderzoeksvoorstel opstellen, dat aan het algemeen bestuur ter vaststelling zal worden voorgelegd.

De eerste evaluatie wordt gepland in 2029. 4. De uitkomsten van het onderzoek worden teruggekoppeld aan de gemeenten. Op grond van de uitkomsten kan het dagelijks bestuur voorstellen doen tot wijziging van de regeling, dan wel tot aanpassing van de bedrijfsvoering en/of organisatiestructuur van de dienst.

pagina 37

Bijlage 5. Enquêteresultaten

pagina 39

pagina 40

pagina 41

pagina 42

pagina 43

pagina 44

pagina 45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=a0c4df97-f7f0-4130-bcc2-ab0838cea9b5