2025-075 Bijlage Kadernota 2026 definitief
Tekst van het document
Hierbij speelt dat in toenemende mate Europese regelgeving ons verplicht tot het nemen van bepaalde maatregelen. Daarom ligt in deze kadernota een voorstel voor om noodzakelijke investeringen te doen, met name in het verstevigen van het fundament inclusief informatieveiligheid. Verstevigen ICT-fundament en -organisatie Onze ICT-omgeving neemt nog steeds toe in complexiteit. Goed beheer, structuur en overzicht van onze incidenten, wijzigingen en projecten is daardoor steeds belangrijker. Dit vraagt het ontwikkelen en behouden van een robuust ICT-fundament en organisatie. Voor 2026 vraagt dit een investering in de onderstaande thema’s: •
Applicatie Lifecycle Management (ALM) Dit beter inrichten is nodig zodat we applicaties voldoende up-to-date houden en weten hoe we systemen hebben ingericht en afhankelijkheden met andere applicaties onderkend. En wij bij een mogelijke cyberaanval weten welke applicaties risico lopen en op welke manier.
•
Contract- en leveranciersmanagement Als gevolg van de toename in SAAS-oplossingen (afnemen van diensten bij een leverancier in plaats van producten die wij zelf beheren) is er een grote afhankelijkheid van die leveranciers om ons fundament voldoende robuust te houden. In 2025 is ons datacenter ingericht ‘as a service’. Dit vraagt om stevig contract- en leveranciersmanagement (CLM). CLM moet niet alleen contracten beter beheersbaar maken, maar ook bijdragen aan strategische inkoopkeuzes en betere contractafspraken vooraf onder andere over onze veiligheidseisen (informatieveiligheid by design). Dit vraag investering maar draagt bij aan een betere voorspelbaarheid en planbaarheid van IT-uitgaven.
25 (55)
Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075
•
Datum 27 m ei 2025
Ver sie definitief
26 (55)
ITIL-management Het afhandelen van incidenten, problemen en wijzigingen in onze ICTomgeving is in toenemende mate complex en vraagt om een goed gestructureerde en georganiseerde aanpak.
•
Portfoliomanagement Het versterken van ons portfolioproces bij nieuwe ICT-ontwikkelingen stelt ons in staat om dit type projecten effectief en (kosten en tijd) efficiënt uit te voeren.
In totaal vraagt dit voor 2026 een structurele toename in lasten van € 100.000 en daarnaast een incidenteel implementatiebudget van € 50.000. Informatieveiligheid De Implementatie van monitoring en response geeft ons actueel inzicht in de cyberdreigingen en aanvallen die plaatsvinden op ons netwerk en stelt ons in staat adequate maatregelen te nemen om incidenten en problemen te voorkomen (het is één van de belangrijkste aanbevelingen die de gemeente Buuren heeft gekregen na hun cyberaanval in 2022). De wet- en regelgeving ten aanzien van informatieveiligheid gaat eind 2025 veranderen met de komst van de Cyberbeveiligingswet. De wet brengt een verdere aanscherping op •
Zorgplicht – passende organisatorische en technische beveiligingsmaatregelen nemen om cyberdreigingen te beheersen en continuïteit en kwaliteit van dienstverlening te waarborgen;
•
Meldplicht – tijdig en transparant melden van ernstige incidenten bij toezichthouder;
•
Registratieplicht – organisaties moeten zich registreren bij toezichthouder en aantonen dat wordt voldaan aan de gestelde eisen;
•
Toezicht – er vindt actieve controle op naleving plaats, bij gebreken kan dit leiden tot sancties, verplicht doorvoeren van verbetermaatregelen en bij nalatig handelen tot persoonlijke aansprakelijkheid van bestuur(ders).
Dit vraagt een structurele extra inspanning van de organisatie en daarom sluiten we in 2025 aan bij de aanbesteding van de VNG voor Cyberbeveiligingsdiensten. Bij een succesvolle aanbesteding zullen we in 2026 deze dienst dan tot onze beschikking hebben, waardoor we snel over de juiste expertise beschikken bij cyberincidenten. Ook gaan we, volgens het vastgestelde Cyber en IT-crisisplan jaarlijks een digitale crisis oefenen. Dit stelt ons in staat om bij een daadwerkelijke crisis snel en adequaat te handelen. De kosten hiervan zijn € 150.000 structureel en een implementatiebudget van € 50.000. Programma Bedrijfsvoering aanbesteding en implementatie nieuw financieel pakket
2026 €
2027
2028
2029
-485
€
-160
€
80
€
80
onttrekking algemene reserve
€
485
€
160
€
-
€
-
Uitbesteden salarisadministratie
€
-100
€
-
€
-
€
-
effecten nieuwe CAO per 1-4-2025
€
-
€
-
€
-
€
-
ICT en i-Visie
€
-150
€
-100
€
-100
€
-100
Informatieveiligheid
€
-200
€
-150
€
-150
€
-150
€
-450
€
-250
€
-170
€
-170
Saldo programma Bedrijfsvoering
Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075
Ver sie definitief
3.7
Algemene Dekkingsmiddelen
3.7.1
Ontwikkelingen bestaand
Datum 27 m ei 2025
27 (55)
Areaaluitbreiding onroerendezaakbelasting (OZB) Uit de analyse van de cijfers in de jaarrekening 2024 blijkt dat het areaal aan (niet) woningen in Nieuwegein in 2024 verder is gestegen. Dat hangt, net als voorgaande jaren, voornamelijk samen met de uitbreidingen op het Klooster. De extra opbrengst die dit met zich meebrengt ad € 350.000 ramen wij structureel voor de jaren 2026 en verder. 3.7.2
Ontwikkelingen nieuw
Demping ravijnjaar Uit de voorjaarsnota van het Rijk blijkt het kabinet voornemens is de gemeenten enigszins tegemoet te komen in de korting op het Gemeentefonds vanaf 2026. Voor Nieuwegein gaat het daarbij om een bedrag van ongeveer € 1,4 miljoen per jaar.
Programma Algemene Dekkingsmiddelen
2026
2027
2028
2029
areaaluitbreiding OZB 2024
€
350
€
350
€
350
€
350
effecten Voorjaarsnota Rijk op algemene uitkering Saldo programmaAlgemene Dekkingsmiddelen
€
1.360
€
1.420
€
1.370
€
1.370
€
1.710
€
1.770
€
1.720
€
1.720
Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075
3.8
Ver sie definitief
Datum 27 m ei 2025
28 (55)
Verbonden Partijen
Ontwikkelingen verbonden partijen
2026
2027
Reinigingsbedrijf Midden nederland
€
-722
Dekking tarieven of voorziening
€
722 €
Veiligheidsregio Utrecht
€
-26
GGD regio Utrecht
€
-23
Werk en Inkomen Lekstroom
€
Regionale Uitvoeringsdienst Stichtse Groenlanden
€
-722
2028 €
-722
2029 €
-722
722 €
722 €
722
€
-26
€
-26
€
-26
€
-23
€
-23
€
-23
-445
€
-445
€
-445
€
-445
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
p.m.
VvE Stadshuis
€
-35
€
-35
€
-35
€
-35
Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht Totaal
€
-9
€
19 €
-9
€
-9
€
-538 €
-510 €
-538 €
-538
p.m.
p.m.
De meeste verbonden partijen leggen in de loop van april/mei in het jaar voorafgaand aan het komende begrotingsjaar hun begrotingsvoorstellen voor zienswijzen voor aan de gemeenteraden. De financiële effecten daarvan zijn in bovenstaande tabel opgenomen. Met uitzondering van de WIL en RMN vallen deze effecten mee. Dat hangt samen met de oproep van gemeenten aan de verbonden partijen om, vanwege het aankomende ravijnjaar, terughoudend te zijn met nieuwe ontwikkelingen en kostenstijgingen. We zien dat de mate waarin dat lukt verschilt per partij. Om die reden is onlangs in regionaal verband afgesproken alle verbonden partijen een brief te sturen waarin zij nogmaals op het hart wordt gedrukt terughoudend met kostenstijgingen om te gaan en deze waar mogelijk binnen de eigen begroting op te vangen. In die gevallen dat dat niet lukt zal anders worden overgegaan tot een taakstellend besluit om de kosten met 5% terug te dringen. Daarmee verwachten wij dat ook de komende jaren de verbonden partijen bijdragen aan het opvangen van de tekorten bij de deelnemende gemeenten. Voor een toelichting op de ontwikkelingen binnen de verschillende verbonden partijen verwijzen wij u naar de voorstellen die in juni aan u zijn voorgelegd. Nieuw in deze is de Vve Stadshuis, een al langer bestaande samenwerking tussen de partners in het stadshuis.
Daar zien wij een toename van de kosten die samenhangt met de verzekering van al hetgeen in het stadshuis aanwezig is. Zowel de reguliere premiestijging als ook de toegenomen waarde (na verbouwing) is hier de oorzaak van.
Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075
Datum 27 m ei 2025
Ver sie definitief
4
Financieel perspectief geactualiseerd
4.1
Voorlopig begrotingssaldo 2026 – 2029
29 (55)
Wanneer we de ontwikkelingen uit hoofdstuk 3 toevoegen aan de basis voor de begroting 2026 na 1e technische wijziging 2025 ontstaat het navolgende beeld: Meerjarenbegroting 2026-2029 2026
2027
2028
2029
€
-4.666
€
-4.319
€
-4.564
€
-2.266
Saldo programma Bestuur en Dienstverlening
€
-70
€
-
€
-
€
-
Saldo programma Wonen en Economie
€
-
€
-
€
-
€
-
Saldo programma Leefbaarheid en Veiligheid
€
-440 €
-394 €
-394
Saldo programma Vrije tijd
€
-
€
-
€
-
€
-
Saldo programma VEKOB
€
-515 €
-1.129
€
-3.999
€
-5.625
Saldo programma Bedrijfsvoering
€
-450 €
-250 €
-170 €
-170
Saldo programma Algemene Dekkingsmiddelen
€
1.710 €
1.770 €
1.720 €
1.720
Saldo Verbonden partijen
€
Saldo na algemene ontwikkelingen
Verwacht saldo kadernota 2026
€
-538 € -4.969
€
-368 €
-510 € -4.806
€
-538 € -7.945
€
-538 -7.273
We zien dat het tekort in de komende jaren, ondanks de tegemoetkoming van het Rijk, verder oploopt. De belangrijkste oorzaken hiervoor zijn de fors gestegen en nog stijgende kosten in de jeugdzorg en Wmo en de geringere en incidentele tegemoetkoming van het Rijk in de overige kosten van gemeenten. Met name vanaf 2028 verslechtert het perspectief daardoor aanzienlijk. In dit hoofdstuk presenteren wij u de maatregelen uit het traject sluitende meerjarenbegroting (SMB) waarvan wij voorstellen die in de begroting 2026 te verwerken. We beginnen met een samenvattende tabel en lichten deze vervolgens per maatregel, per programma, toe. De wisseling in de kleuren correspondeert met de wisseling tussen programma’s. U zult zien dat, mede door de hierboven genoemde effecten, bijna alle maatregelen uit het traject SMB aan u worden voorgelegd.
Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075
4.2
Datum 27 m ei 2025
Ver sie definitief
30 (55)
Voorstellen uit traject Sluitende Meerjarenbegroting (SMB) en relatie tot het financieel perspectief
4.2.1
Samenvatting en financieel perspectief 2026-2029
Onderstaand zijn alle voorgestelde maatregelen weergegeven: maatregel
2026
2027
2028
2029
verlagen budget college (W1)
€
25 €
25 €
25 €
25
Betere Buurten personeel (G51)
€
300
€
300
€
300
€
300
Betere Buurten voorloopkosten (G51)
€
50
€
50
€
50
€
50
Afschaffen subsidie regeling Erfgoed
€
-
€
60
€
60
€
60
Verminderen formatie Erfgoed
€
-
€
60
€
60
€
60
aansluiten provinciale bruggen op bediencentrale
€
20
€
20
€
20
€
20
verminderen aantal verkeersborden
€
10
€
10
€
10
€
10
sluiten aantal dierenweides
€
20
€
30
€
40
€
55
kostendekkendheid begraafplaatsen
p.m
p.m
p.m
p.m
speelvoorzieningen
€
-
€
10
€
10
€
10
Vrijval extra middelen versterken bibliotheek
€
195
€
195
€
195
€
195
intensivering gebruik Merwestein
p.m.
p.m.
p.m.
p.m.
efficiënter uitvoeren sportstimulering
€
40
€
40
€
40
€
40
cultuureducatie
€
59
€
59
€
59
€
59
leerlingenvervoer pilot e-bikes
€
32
€
32
€
32
€
32
leerlingenvervoer, overig
p.m
p.m.
p.m.
p.m.
minimaregelingen
p.m
p.m.
p.m.
p.m.
welzijns- en vrijwilligerssubsidies
p.m
p.m.
p.m.
p.m.
SAVE Midden Nederland
€
85
€
85
€
85
€
85
WMO - IB
€
495
€
750 €
1.005 €
1.005
WMO - HO
€
1.243 €
1.243 €
1.243 €
1.243
taskforce Jeugd
€
824 €
1.268 €
1.268 €
1.268
taakstelling op de organisatie
€
400
€
600
€
800
€
800
verhogen inkomsten verhuur Vastgoed
€
33
€
33
€
33
€
33
doorbelasten elektrakosten aan sportverenigingen
€
29
€
29
€
29
€
onderzoek accommodaties
p.m.
p.m.
p.m.
29 p.m.
Inkomsten: maximaal benutten reclamecontract
€
20
€
20
€
20
€
20
invoeren hondenbelasting
€
355
€
355
€
355
€
355
tarieven leges aanleg kabels en leidingen
€
19
€
25
€
25
€
25
verhogen tarieven toersitenbelasting
€
60
€
60
€
60
€
60
Technisch
€
-
€
-
€
-
€
-
herijken investeringsprogramma (Vitale Scholen)
€
250
€
250
€
250
€
250
benutten deel middelen groeiende stad
€
67
€
122
€
286
€
494
risicovoller ramen
€
250
€
250
€
250
€
250
treasury
€
-
€
300
€
300
€
-
inzetten positieve resultaten parkeerexploitatie
€
417
€
362
€
219
€
254
verschuiven dotatie aan reserve
€
-
€
-1.098
€
1.098 €
-
inkomsten grondbedrijf
€
600
€
600
€
600
€
600
Totaal
€
5.898 €
8.827 €
7.687
6.145 €
Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075
Datum 27 m ei 2025
Ver sie definitief
31 (55)
Wanneer het totaal van deze maatregelen wordt afgezet tegen het financieel perspectief, zoals dat volgt uit alle ontwikkelingen beschreven in hoofdstuk 2 en 3, ontstaat het volgende beeld. Meerjarenbegroting 2026-2029 2026
2027
2028
2029
€
-4.666
€
-4.319
€
-4.564
€
-2.266
Saldo programma Bestuur en Dienstverlening
€
-70
€
-
€
-
€
-
Saldo programma Wonen en Economie
€
-
€
-
€
-
€
-
Saldo programma Leefbaarheid en Veiligheid
€
-440 €
-394 €
-394
Saldo programma Vrije tijd
€
-
€
-
€
-
€
-
Saldo programma VEKOB
€
-515 €
-1.129
€
-3.999
€
-5.625
Saldo programma Bedrijfsvoering
€
-450 €
-250 €
-170 €
-170
Saldo programma Algemene Dekkingsmiddelen
€
1.710 €
1.770 €
1.720 €
1.720
Saldo Verbonden partijen
€
Saldo na algemene ontwikkelingen
-538 €
Verwacht saldo kadernota 2026
€
-4.969
Effect maatregelen SMB
€
5.898 €
Saldo Kadernota 2026 na maatregelen SMB
€
929 €
€
-368 €
-510 € -4.806
€
-538 € -7.945
-538
€
-7.273
6.145 €
8.827 €
7.687
1.339 €
882 €
414
Zoals op verschillende plekken al aangehaald lukt het om met de voorgestelde maatregelen tot een sluitende meerjarenbegroting 2026 – 2029 te komen. Daarbij is er in alle jaren sprake van een positief saldo. Dit maakt het mogelijk om, binnen de ruimte die het jaar 2029 biedt, keuzes te maken ten aanzien van de ontwikkelingen (hoofdstuk 3) of de dekkingsmaatregelen uit hoofdstuk 4. Wel benadrukken wij dat het beeld dat we nu aan u presenteren het beeld van mei 2025 is. U treft mede daarom ook enkele pm-posten in deze Kadernota aan. Deze zijn voor wat betreft extra kosten waarschijnlijk zonder effect, omdat er dekkingsmogelijkheden tegenover staan (inzet reserves). Bij de maatregelen uit het traject SMB zijn sommige opbrengsten nu nog niet te duiden. Die kunnen een positief effect op het meerjarenbeeld hebben. In de begroting 2026 verwachten wij daar meer zicht op te hebben. Daarnaast bevat het perspectief voor de jaren na 2026 enkele aannames die enig risico in zich hebben. De ramingen rondom de kosten jeugdzorg en in mindere mate Wmo zijn inschattingen met de kennis van nu. Tegelijkertijd hebben we de verwachtingen van het kabinet over de opbrengst uit de maatregelen jeugdzorg vanaf 2028 1 op 1 overgenomen. Het is echter niet voor niets dat de VNG deze aannames heeft voorgelegd aan de commissie Van Ark om deze op hun realiteitszin te toetsen.
Ook de bijgestelde raming van de BUIG-uitkering is op dit moment realistisch, maar kent naar de toekomst toe meer onzekerheid. In dat licht is de volgende stap, het herijken van het duurzaam financieel evenwicht, een logische. Niet omdat daarin het exacte antwoord op de onzekerheden wordt gegeven, maar wel om de richting waarin het begrotingssaldo zich na 2029 verder ontwikkelt in beeld te krijgen. Dat inzicht stelt ons en onze opvolgers in staat om de keuzes en de financiële gevolgen die daarmee samenhangen in het juiste perspectief te maken.
Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075
4.2.2
Ver sie definitief
Datum 27 m ei 2025
32 (55)
Bestuur en Dienstverlening
Verlagen budget college Binnen het voor het college beschikbare budget is gekeken naar mogelijkheden om te besparen. Die mogelijkheden zijn gevonden door kritisch te kijken naar het representatiebudget en de hierop in het verleden gerealiseerde uitgaven. Dit heeft geleid tot de conclusie dat dit budget structureel verlaagd kan worden met € 25.000. De impact als gevolg van deze maatregel is gering.
Programma Bestuur en dienstverlening
2026
2027
2028
2029
Verlagen budget college (W1)
€
25
€
25
€
25
€
25
Saldo programma Bestuur en dienstverlening
€
25
€
25
€
25
€
25
Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075
4.2.3
Ver sie definitief
Datum 27 m ei 2025
Wonen en Economie
Wijzigen aanpak Betere Buurten We kunnen op een andere manier invulling geven aan de Betere Buurten-aanpak waarbij we: -
de aanpak concentreren op de (buurten in de) Centrale as
-
daarbij aansluiten bij het programma Leefbaarheid en Veiligheid
-
daarmee intensiveren van de sociale component en op zoek gaan naar bundeling van taken en functies
-
het tempo verlagen door met één team in plaats van twee teams te werken
-
hiermee ook de personele lasten halveren
-
evenals de zgn. ‘voorloopkosten’ (kosten ten behoeve van kleine quick win activiteiten)
We laten daarmee los dat we per definitie de gehele openbare ruimte van een buurt vervangen. Het onderhoud van de openbare ruimte gebeurt binnen het programma Beheer op Orde. Wel kunnen (kleine) ingrepen plaatsvinden die noodzakelijk zijn om de leefbaarheid en veiligheid te vergroten. We blijven in de doorontwikkeling spreken over ‘Betere Buurten’. In het huidige programma staat de beheeropgave centraal en betrekken we daarbij ook de sociale opgave voor een wijk. De sociale opgave heeft een grote meerwaarde, vooral in de wijken in de Centrale As. Deze sociale opgave vraagt een langduriger aanpak dan binnen de Betere Buurten aanpak nu voorzien is. Er staan vier Betere Buurten op het programma in de Centrale As. Dat biedt kansen voor synergie met de opgave rond het programma Leefbaarheid en Veiligheid. In de voorliggende maatregel zien wij hierdoor de mogelijkheid om te besparen op personeel met € 300.000 door halvering van de personele inzet. Halvering van ‘de voorloopkosten’ binnen het programma levert een besparing op van € 50.000 door de hiervoor geschetste aanpak. De impact op de stad is relatief gering omdat wij met deze maatregel terugvallen op de basis te weten het in stand houden van de afgesproken kwaliteit van de openbare ruimte. Daar waar een gecombineerde aanpak noodzakelijk is, namelijk in de Centrale As, blijft deze in stand.
Op deze wijze concentreren wij ons in de toekomst ook meer op hetgeen noodzakelijk uit oogpunt van Beheer op Orde. En daarbij blijven de uitgangspunten voor de omgevingsprogramma’s, die raken aan de openbare ruimte, leidend. Versoberen Erfgoed naar wettelijke taken De subsidieregeling Erfgoed wordt afgeschaft. Daarmee valt de gemeentelijke dienstverlening op dit terrein terug naar hetgeen wettelijk verplicht is. De gemeente verstrekt € 40.000 aan gemeentelijke subsidies en investeert € 20.000 in werkgroepen voor activiteiten die gericht zijn op het beleven en versterken of in standhouden van het erfgoed van onze stad. Ook de formatie kan met 0,6 fte worden teruggebracht hetgeen een aanvullende besparing van € 60.000 betekent. Het gevolg is verschraling en verslechtering van de zichtbaarheid en beleefbaarheid van het erfgoed. En maatschappelijke organisaties zoals de Stichting Dorpshuis Fort
33 (55)
Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075
Ver sie definitief
Datum 27 m ei 2025
34 (55)
Vreeswijk en het Comité Open Monumentendag, kunnen geen subsidie meer verkrijgen voor het organiseren van publieksactiviteiten zoals een informatiepunt voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie, tentoonstellingen of open monumentendag. Programma Wonen en Economie
2026
2027
2028
2029
Betere Buurten personeel
€
300
€
300
€
300
€
300
Betere Buurten voorloopkosten
€
50
€
50
€
50
€
50
Afschaffen subsidie regeling Erfgoed
€
-
€
60
€
60
€
60
Verminderen formatie Erfgoed
€
-
€
60
€
60
€
60
350
€
470
€
470
€
470
Saldo programma Wonen en Economie
€
Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075
4.2.4
Ver sie definitief
Datum 27 m ei 2025
35 (55)
Leefomgeving en Veiligheid
Aansluiten extra bruggen op bediencentrale Met de provincie Utrecht is overeengekomen dat met ingang van 2026 vijf provinciale bruggen worden bediend vanuit de bediencentrale op de gemeentewerf. Dit levert een structurele inkomst op van € 20.000 per jaar. Verminderen aantal verkeersborden Op basis van onderzoek is geconstateerd dat het aantal verkeersborden in de stad verminderd kan worden zonder dat de verkeersveiligheid in het gedrang komt. Sterker nog, in sommige gevallen verbetert die zelfs omdat weggebruikers minder worden afgeleid. Met de maatregel wordt € 10.000 per jaar bespaard. Wel bestaat de kans dat de maatregel weerstand oproept bij inwoners die bang zijn dat de veiligheid vermindert of die zich eerder hard hebben gemaakt voor het plaatsen van een bord en deze nu verwijderd zien worden. Sluiten aantal dierenweides Nieuwegein heeft 5 dierenweides en voorgesteld wordt dit aantal stapsgewijs terug te brengen naar 1 in 2029 bij de kinderboerderij. Hiermee wordt op termijn structureel € 55.000 per jaar bespaard. Het sluiten van de dierenweides heeft impact op de inwoners. De weides vervullen een sociale rol in de wijk (ontmoeting) en dragen bij aan een prettige leefomgeving, met name voor kwetsbare groepen die uitjes (bijv. met kinderen) niet kunnen betalen. Kostendekkendheid begraafplaatsen We zien al jaren dat de opbrengsten van onze begraafplaatsen teruglopen.
Om die reden zijn wij een onderzoek gestart naar mogelijkheden om extra inkomsten te genereren. Dat onderzoek is nog niet afgerond. De uitkomsten worden in een volgend P&C document verwerkt. Speelvoorzieningen Op dit moment wordt gewerkt aan de tussentijdse evaluatie van de speelvisie 20192029. Deze wordt voor de zomer 2025 opgeleverd. Vooruitlopend daarop schatten wij in dat met ingang van 2027 een bedrag van € 10.000 bespaard kan worden. Ons daarbij realiserend dat speelvoorzieningen een gevoelig onderwerp in de stad zijn en daarnaast een bijdrage leveren op het bewegen/spelen en ontmoeten van inwoners. Programma Leefbaaromgeving en veiligheid
2026
2027
2028
2029
aansluiten provinciale bruggen op bediencentrale
€
20
€
20
€
20
€
20
verminderen aantal verkeersborden
€
10
€
10
€
10
€
10
sluiten aantal dierenweides
€
20
€
30
€
40
€
kostendekkendheid begraafplaatsen
p.m
p.m
p.m
55 p.m
speelvoorzieningen
€
-
€
10
€
10
€
10
Saldo programma Leefbaarheid en Veiligheid
€
50
€
70
€
80
€
95
Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075
4.2.5
Ver sie definitief
Datum 27 m ei 2025
36 (55)
Vrije Tijd
Extra middelen versterken bibliotheek Wij stellen voor de Rijksbijdrage voor het versterken van bibliotheken die gemeenten vanaf 2025 ontvangen, niet toe te kennen aan de Bibliotheek Nieuwegein. De toename in het gemeentefonds dient ter dekking van de zorgplicht bibliotheken en is gebaseerd op een landelijk beeld. Bibliotheek Nieuwegein heeft een prima kwaliteit. In Nieuwegein is de uitgave per inwoner (€ 28 p/i, subsidiejaar 2025) hoger dan de richtinggevende norm (€ 24) die hoort bij de zorgplicht van gemeenten dat alle inwoners toegang hebben tot een volwaardige bibliotheek binnen een redelijke afstand. En dat is dan nog zonder de extra middelen voor het informatiepunt digitale overheid (IDO), huisvesting en onderwijskansenbeleid. Met het verstrekken van de aanvullende middelen komt de norm voor Nieuwegein bijna € 6 boven de genoemde norm te liggen. Uit analyse van de jaarstukken 2024 van de bibliotheek blijkt verder dat zij erin geslaagd zijn in 2024 een voordeel van ruim € 150.000 te realiseren. Daarmee is de vraag gerechtvaardigd of aanvullende middelen per direct noodzakelijk zijn. Door de middelen niet te oormerken voor de bibliotheek valt een bedrag van € 195.000 vrij, zonder dat dit naar onze mening ten koste gaat van de bestaande kwaliteit. De hoogte van het bedrag na 2027 is wel enigszins onzeker omdat het dan overgaat naar het Gemeentefonds.
Intensiveren gebruik sporthallen en commercieel aanbod Sport- en evenementencomplex Merwestein We onderzoeken op dit moment mogelijkheden om het gebruik van de (nieuwe) sporthallen bij Merwestein te intensiveren of er op termijn ook nieuw (zo nodig) commercieel aanbod te realiseren valt. Dit zou kunnen leiden tot een verlaging van de bijdrage die vanuit de gemeente aan Verbindion verstrekt wordt. We hebben daarbij ook aandacht voor mogelijk nadelige effecten die sterkere concentratie van sportaanbod op 1 plek kan hebben voor het aanbod van sport elders in de stad. Efficiënter uitvoeren sportstimulering Door de functie van sportparkmanager voor sportpark Galecop en sportpark Parkhout te combineren, kunnen we inzetten op een besparing van een halve formatieplaats. Dit levert € 40.000 per jaar op. Cultuureducatie Door de kosten voor de cultuurcoach te dekken (op te vangen) vanuit het budget Buurtsportcoaches (Rijksregeling) kunnen we tot een besparing van € 59.000 per jaar komen. Eigenlijk is dit een technische maatregel. Programma Vrije tijd Vrijval extra middelen versterken bibliotheek
2026 €
intensivering gebruik Merw estein
195
2027 €
p.m.
195
2028 €
p.m.
195
2029 €
p.m.
195 p.m.
efficiënter uitvoeren sportstimulering
€
40
€
40
€
40
€
cultuureducatie
€
59
€
59
€
59
€
59
€
294
€
294
€
294
€
294
Saldo program m a Vrije tijd
40
Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075
4.2.6
Ver sie definitief
Datum 27 m ei 2025
Versterking Eigen Kracht, Ondersteuning en Bescherming
Leerlingenvervoer, pilot e-bikes We starten met een pilot om e-bikes te vergoeden, om zodoende leerlingen uit het aangepaste vervoer te halen. De maatregel bevordert de zelfredzaamheid van inwoners door hen aan te moedigen hun eigen kracht te benutten. Leerlingen krijgen meer controle over hun vertrektijden en zijn minder afhankelijk van chauffeurs, wat vertragingen en onrust door het tekort aan chauffeurs vermindert. Dit zorgt voor meer rust en verlaagt de druk op vervoerders, waardoor zij beter in staat zijn om leerlingen zonder andere vervoersmogelijkheden op tijd te brengen. Bovendien is fietsen gezonder voor de kinderen. De verwachte besparing wordt ingeschat op € 32.000. Leerlingenvervoer, overig Binnen het leerlingenvervoer zijn de kosten voor aangepast vervoer (busje) het hoogst. Ruim 200 kinderen maken hier momenteel gebruik van. In contact met scholen willen we meer zicht krijgen in welke leerlingen leerbaar zijn in het gebruik van de fiets of het openbaar vervoer. We gaan in gesprek met partijen die hier eventueel bij kunnen helpen, d.m.v. vervoerstraining gericht op deze kinderen. We verwachten van ouders voor wie dit mogelijk is, dat zij hun kind tegen een vervoerskostenvergoeding zelf naar school brengen. Hierover zal het gesprek gevoerd worden bij een aanvraag. Er is namelijk al jaren een chauffeurstekort en dat neemt niet af.
Om de kwaliteit van het vervoer goed te houden, is het belangrijk dat de toestroom in leerlingen er naartoe afneemt. We zullen ouders en scholen op tijd mee te nemen in de veranderingen en over te informeren. De mogelijke besparing is op dit moment nog niet in te schatten. Minimaregelingen In lijn met de voorkeuren van het Rijk werken we op regionaal niveau (gemeenten en Werk en Inkomen Lekstroom) aan de harmonisatie van onze minimaregelingen. Dit proces richt zich op het verbeteren van efficiency en effectiviteit binnen deze regelingen. Door minder maatwerk toe te passen en gemeentelijke voorkeuren te uniformeren, kan WIL efficiënter werken. We verwachten dat efficiencymaatregelen op zichzelf geen negatieve maatschappelijke gevolgen hebben. Eventuele inhoudelijke wijzigingen in de minimaregelingen kunnen echter wel gevolgen hebben voor bepaalde groepen binnen de samenleving. Een mogelijke uitkomst is verder dat efficiëntere inrichting van de regelingen leidt tot een betere benutting door de doelgroep. Dit kan kostenverhogend werken, maar draagt tegelijkertijd bij aan het doel van de regelingen. Eerste (financiële) resultaten hopen wij ruim voor de Kadernota 2027 aan u te kunnen presenteren. Welzijns- en vrijwilligerssubsidies Deze maatregelen betreft het onderzoeken of er sprake is van overlap of (onnodige) versnippering in het subsidielandschap.
Naast een eigen interne analyse zijn we hierover met de partners in de stad in gesprek. Met als voorlopige conclusie dat in de gevallen dat er sprake is van overlap of versnippering dit vaak een meerwaarde heeft. En dat verbetering van de samenwerking met en tussen de partners een kwaliteitsslag
37 (55)
Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075
Ver sie definitief
Datum 27 m ei 2025
en efficiencywinst kan betekenen. Deze stappen worden nu verder en zoveel mogelijk met de partners uitgewerkt. Los van de eventuele efficiencywinst, speelt dat in de lijn van de Koers Sociaal Domein en vanuit diverse maatregelen vanuit de taskforces Wmo en Jeugdhulp meer nadruk wordt gelegd op het voorliggend veld. Dat betekent dat wij voorstellen geen bezuiniging op dit budget in te boeken. Samen Veilig Midden Nederland Door middel van de nieuwe aanbesteding wordt ernaar gestreefd het benodigde budget voor niet-wettelijke taken (advies en consult voor Geynwijs) af te bouwen. De besparing bedraagt € 85.000 per jaar en heeft nauwelijks/geen impact omdat de expertise binnen Geynwijs de afgelopen jaren is gegroeid. Wmo-Individuele Begeleiding Op het onderdeel Wmo-Individuele begeleiding wordt ingezet op een aantal sporen om de kosten in de komende jaren te verlagen. •
Wachtverzachter: De ‘Wachtverzachter’ is een voorziening vanuit het voorliggend veld. Zij koppelen inwoners met een psychische kwetsbaarheid die zich melden bij Geynwijs met hulpvraag aan een ervaringsdeskundige, zodat de inwoner snel geholpen wordt en een deel van zijn/haar vraag al wordt opgepakt.
•
Groepsgericht aanbod: ondersteuning in groepsvorm aanbieden zodat inwoners ook ondersteuning ervaren vanuit de groep, vanuit deze nieuwe aanpak verwachten we een duurzaam effect en kortere zorgduur.
•
Casusregie en strakker indiceren: in ieder begeleidingstraject wordt door Geynwijs casusregie gevoerd. Deze manier van werken geeft meer grip op de juiste ondersteuning op het juiste moment (op- en afschalen) en zorgt voor efficiëntere inzet.
•
Pilot Triage: meerdere gesprekken met de inwoner, Geynwijs en een partner uit het voorliggend veld, geeft de mogelijkheid voor meer inzet van lokale (voorliggende) mogelijkheden zoals maatjes, vrijwillige thuisadministratie, activiteiten op de buurtpleinen etc.
•
Pilot: Zelf begeleiding uitvoeren: Geynwijs voert zelf generalistische begeleiding uit, zoals al in vele gemeente de praktijk is. Deze manier van werken geeft meer grip op de juiste ondersteuning op het juiste moment en de mogelijkheid voor meer inzet van lokale (voorliggende) mogelijkheden.
De exacte uitwerking leidt ertoe dat we in 2026 een besparing verwachten van € 495.000 oplopend naar € 1.005.000 vanaf 2028.
38 (55)
Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075
Ver sie definitief
Datum 27 m ei 2025
Wmo Huishoudelijke Ondersteuning De eerder in beeld gebrachte maatregelen kunnen met ingang van 2026 ingevoerd worden. Dat betekent een voordeel van € 1.243.000 per jaar. Deze opbrengst is in de cijfers verwerkt. De investeringen die hiervoor nodig zijn staan in hoofdstuk 3. •
Was-en strijkservice: We maken van onze bestaande was- en strijkservice (uitgevoerd door het bedrijf Wederkeer) een algemene voorziening die voor iedereen toegankelijk is, dit is kostenbesparend. Inwoners betalen een eigen bijdrage die u als raad vaststelt.
•
Huishoudelijke ondersteuning: Deze maatregel bestaat uit het strakker toepassen van het HMM-normenkader, het verlagen van de frequentie van de huishoudelijke ondersteuning of het maximeren van het aantal minuten van de huishoudelijke ondersteuning. Bij kwetsbare inwoners worden deze maatregelen niet toegepast.
In bijlage worden de maatregelen op het gebied van Wmo verder toegelicht. Taskforce Jeugd De jeugdhulpkosten zijn de afgelopen jaren gestegen, terwijl we tegelijkertijd zien dat het aantal jeugdigen redelijk stabiliseert bij ca 1.825 cliënten. Stijging van de uitgaven is deels het gevolg van indexering van tarieven welke niet beïnvloedbaar zijn, maar ook als gevolg van toenemende complexe zorgvragen. We beogen, met de inzet uit het beleidskader Jeugd 2023-2028, (intensieve) ondersteuning te voorkomen en verkorten. Leveranciersmanagement, transformatietafels met GGZ-aanbieders en het onderwijs zijn voorbeelden van de inzet. Samen met YEPH en de Combinatie gezinsvormen wordt op strategische en uitvoerend niveau intensief samengewerkt om jeugdhulp met verblijf te voorkomen, verbeteren en verkorten. Ook onze inzet vanuit het programma Leefbaarheid en veiligheid en preventie met Gezag dragen bij aan een versterkte inzet in het voorliggend veld. Onze extra inzet is uitgewerkt in de taskforce Jeugd: 1. Pilots inzet voorliggend veld die jeugdhulp voorkomen/verkorten: •
Individuele begeleiding jongerenwerk Movactor en GWOS op het voortgezet onderwijs;
•
Relatie- en scheidingsdesk;
•
Opvoedondersteuning in plaats van individuele begeleiding jeugdhulp;
•
Maatwerkgroepen kinderopvang (extra ondersteuning voor ouder en kind).
2. Versterken vakmanschap Geynwijs professional: •
Sturen op passende indicatie en op- en afschalen bij toeleiding en casusregie;
•
Richting inwoners oog houden voor iemands eigen kracht, hulp uit het eigen netwerk en een gedegen en actuele kennis van sociale basis en voorliggend veld.
3. Instituut voor Publieke Waarden: doorbraakmethode 4. Maandelijkse analyse van gebruik: signaleren trendbreuk en hierop acteren Op de uitgaven van jeugdhulp zijn veel verschillende factoren van invloed; de zorgvraag van een jeugdige staat niet op zichzelf, maar ook ouders en omgeving
39 (55)
Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075
Ver sie definitief
Datum 27 m ei 2025
40 (55)
spelen een belangrijke rol in het welzijn (en zorgvraag). Als gemeente hebben we zeer beperkt invloed op het gehele zorgstelsel dat wel van invloed is op het jeugdhulpgebruik. Wel kent onze inzet naar verwachting een financieel effect. Daar de maatregelen een samenhang kennen is het financieel effect bepaald per segment in 2027.
Taskforce Jeugd Bruto besparing
Ambulante Jeugdhulp in Totaal jeugdhulp onderwijstijd € 1.689.000 € 243.000 €
1.932.000
kosten structurele inzet
€
-515.000
€
-150.000 €
-665.000
Netto besparing
€
1.174.000
€
93.000
1.267.000
€
Vertaald naar de Kadernota betekent dit dat we rekening houden met een besparing van € 824.000 in 2026, oplopend naar € 1.267.000 structureel in 2027 en verder. De inzet die we plegen is niet (geheel) zonder impact. Bij al onze inzet geldt dat de zelfredzaamheid van jeugdigen en hun ouders voorop staat (normaliseren) én een vangnet geboden wordt daar waar de situatie om vraagt. Inwoners ontvangen de benodigde hulp. Wel merken zij het effect van steviger inzetten op de inhoud van op o.a. gebruikelijke zorg, inzet van het netwerk en inzet van het voorliggend veld (waaronder informele zorg). Ook voor gecontracteerde aanbieders heeft dit impact. Door Geynwijs zal nog scherper worden gestuurd op passende indicatie en op- en afschalen. Programma VEKOB leerlingenvervoer pilot e-bikes
2026 €
2027 32
€
2028 32
€
2029 32
€
32
leerlingenvervoer, overig
p.m
p.m.
p.m.
p.m.
minimaregelingen
p.m
p.m.
p.m.
p.m.
welzijns- en vrijwilligerssubsidies
p.m
p.m.
p.m.
SAVE Midden Nederland
€
85
€
85
WMO - IB
€
495
€
WMO - HO
€
taskforce Jeugd
€ €
Saldo programma VEKOB
€
p.m. €
85
750 €
1.005 €
1.005
1.243 €
1.243 €
1.243 €
1.243
824 €
1.268 €
1.268 €
1.268
2.679 €
3.378 €
3.633 €
3.633
85
Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075
4.2.7
Ver sie definitief
Datum 27 m ei 2025
Bedrijfsvoering
Taakstelling op de organisatie We streven eigenlijk altijd al (naast een effectieve organisatie) naar een zo efficiënt mogelijke bedrijfsvoering. Zodat we maximaal de opgaven voor onze stad kunnen realiseren. In het kader van efficiency zijn al verschillende concrete maatregelen opgepakt. Zie ook het memo stand van zaken SMB 27 maart 2025. Dit draagt dus bij aan het kunnen realiseren van de inhoudelijke doelstellingen en ambities. Daar waar maatregelen het voorzieningenniveau in de stad raken is het naar onze mening passend om vanuit de organisatiekosten ook een bijdrage te leveren. Daarbij wegen we mee dat de organisatie al scherp aan de wind vaart in de balans efficiency/effectiviteit en dat met de maatregelen uit het traject SMB de komende tijd ook forse extra inspanningen van de organisatie worden gevraagd. Ook ademt de personele bezetting mee met de maatregelen die genomen worden en waar personele inzet niet langer, of minder nodig is. We stellen voor om de organisatie een taakstelling op te leggen die oploopt van € 400.000 in 2026 naar € 600.000 (plus € 200.000) in 2027 en naar € 800.000 (plus € 200.000) in 2028 en verder. Deze taakstelling gaan wij realiseren zonder dat dit de ambities en doelstelling beïnvloed, dus door efficiency maatregelen.
Verhogen inkomsten verhuur Vastgoed Wij onderzoeken momenteel de mogelijkheden tot en effecten van het verhogen van de tarieven voor binnen- en buitensport met 5, 10 of 25%. Deze percentages leiden tot hogere inkomsten variërend van € 33.000 tot € 168.000 per jaar. Het effect is dat de sportverenigingen de verhoging (deels) via de contributie doorberekenen aan hun leden. Daardoor bestaat de mogelijkheid dat minder inwoners in de toekomst gaan sporten. Verder is nog geen rekening gehouden met de stijgende kosten voor de stadspas. Vooruitlopend op de resultaten van het onderzoek ramen wij de opbrengsten uit een tariefsverhoging met 5% (€ 33.000) vanaf 2026 in deze kadernota in. Doorbelasten elektrakosten aan sportverenigingen De energiekosten van de sportveldverlichting worden nog niet op elk sportpark doorbelast. Door het plaatsen van tussenmeters kunnen deze kosten in de nabije toekomst wel worden doorbelast aan de gebruikers. De verwachte extra opbrengst is dan € 29.000. Het doorbelasten van de energiekosten kan leiden tot een verhoging van de contributie bij de betreffende verenigingen. Deze maatregel leidt hopelijk tot een groter energiebewustzijn bij de gebruikers van sportvoorzieningen.
Onderzoek accommodaties We doen op dit moment onderzoek naar het al dan niet afstoten van gemeentelijk (maatschappelijk) vastgoed en het eventueel anders inrichten van het beheer en exploitatie van het (resterende) vastgoed. Het gaat daarbij om vastgoed dat niet substantieel en direct bijdraagt aan de kerntaken van de gemeente. We verwachten de resultaten van dit onderzoek in de Kadernota 2027 te kunnen presenteren.
41 (55)
Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075
Ver sie definitief
Datum 27 m ei 2025
Programma Bedrijfsvoering
2026
42 (55)
2027
2028
2029
taakstelling op de organisatie
€
400
€
600
€
800
€
800
verhogen inkomsten verhuur Vastgoed
€
33
€
33
€
33
€
33
doorbelasten elektrakosten aan sportverenigingen onderzoek accommodaties
€
29
€
29
€
29
€
29
462
€
662
€
862
€
Saldo programma Bedrijfsvoering
p.m. €
p.m.
p.m.
p.m. 862
Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075
4.2.8
Ver sie definitief
Datum 27 m ei 2025
Inkomsten
Maximaal benutten reclamecontract Binnen de huidige contracten van onze bestaande reclamevoorzieningen willen wij de volledige marges benutten. Dat betekent dat we extra inkomsten kunnen genereren door meer reclamevoorzieningen te plaatsen, mits de afnemer dit ook wil. We denken hiermee € 20.000 aan extra inkomsten te genereren. Met daarbij de kanttekening dat deze inkomsten sterk conjunctuurgevoelig zijn. Los daarvan zal het effect zijn dat inwoners op meer plekken in de stad met reclame-uitingen geconfronteerd worden. Invoeren hondenbelasting We stellen voor de hondenbelasting in te voeren. Daarbij kan de gemeente een afweging maken over de hoogte van het tarief voor de eerste hond en het eventuele tarief voor een tweede of derde hond. Op basis van een vergelijking van andere gemeenten in de regio komen we tot een inschatting van 3.700 honden in Nieuwegein. Met een tarief van € 100 per hond komen wij tot een inschatting van € 355.000 structureel per jaar aan extra inkomsten. Hier zijn de uitvoeringskosten voor innen en handhaving al in verdisconteerd. Geen rekening is gehouden met het eventueel aanleggen van speciale voorzieningen voor hondenbezitters. Tarieven leges aanleg kabels en leidingen Met het vaststellen van de nieuwe regeling AVOI zijn ook de nieuwe legestarieven van kracht. Deze betekenen een extra inkomst van € 25.000 per jaar vanaf 2027.
In 2026 wordt € 19.000 extra opgehaald. De leges komen voor rekening van de netbeheerders en de kans bestaat dat zij die kosten in hun tarieven naar de gebruikers doorberekenen. Verhogen inkomsten toeristenbelasting en andere belastingen We stellen voor de tarieven toeristenbelasting meer in lijn te brengen met die in omliggende gemeenten. Daarmee worden extra inkomsten gerealiseerd. Door het tarief bijna te verdubbelen wordt het tarief in Nieuwegein vergelijkbaar met dat in Houten. Dit levert € 60.000 per jaar op.
4.2.9
Technische maatregelen
Herijken investeringsprogramma In aanloop naar de begroting 2026 wordt het gehele investeringsprogramma tegen het licht gehouden. Op die manier werken we toe naar een meer realistische planning en worden oude en mogelijk overbodige kredieten verwijderd. Dat zal met name in de eerste jaren een voordelig financieel effect hebben. Vooralsnog gaan we uit van € 250.000 per jaar. De exacte cijfers en ook toelichting op de aangepaste planningen volgen in de begroting 2026 en wat betreft het de onderwijshuisvesting bij de bespreking van de voortgang “parels van de wijken”. Risicovoller ramen Van oudsher zijn gemeenten, ook Nieuwegein, geneigd om voorzichtigheid in de ramingen in te bouwen. Dat betekent dat uitgavenposten soms te hoog en
43 (55)
Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075
Ver sie definitief
Datum 27 m ei 2025
44 (55)
inkomsten daarentegen weer te laag worden geraamd. Daardoor wordt de kans op meevallers in de jaarrekening groter. Door hier scherper naar te kijken en minder consequent op het uiterste te gaan zitten ontstaat op voorhand (begrotingsbasis) een voordeel. We ramen dit op € 250.000 per jaar. Daar staat tegenover dat de kans op een tegenvaller groter wordt. Middelen Meegroeien van de stad voor kostenontwikkeling Jeugd en Wmo We stellen voor een deel van het budget Meegroeien van de stad in te zetten voor de kostenstijgingen Wmo en Jeugd, in lijn met de criteria uit hoofdstuk 2. Het is heel goed uitlegbaar dat een deel van de stijging samenhangt met de toename van het aantal inwoners. Lastiger is het om daar ook concrete percentages aan te koppelen. Mede gelet op het aandeel van beide voorzieningen in onze begroting gaan we uit van 10% van het beschikbare budget. Dat betekent een bedrag van € 67.000 in 2026, oplopend naar € 494.000 in 2029. Treasury Jaarlijks stelt de gemeente een liquiditeitsbegroting op, gebaseerd op de inkomsten en uitgaven uit de programmabegroting. Dit is de basis voor het aantrekken van langlopende leningen. De afgelopen jaren hebben we bij het opstellen van deze prognose bewust ‘ruim’ begroot om te voorkomen dat we gedurende het jaar tekort krijgen en per direct een lening moeten aantrekken.
Deze leningen zorgen voor rentelasten die zijn ingeboekt in de begroting. Door nu deze liquiditeitsprognose strakker te ramen besparen we in de jaren 2027 en 2028 op te maken rentekosten omdat we minder leningen hoeven aan te trekken. We verwachten, op basis van de nu bekende cijfers, dat hiermee 2 jaar lang € 300.000 per jaar aan rente kan worden bespaard. Inzetten positief resultaat parkeerexploitatie Sinds de oplevering van het stadshuis en omgeving voert de gemeente de parkeerexploitatie van de onderliggende parkeergarages. Deze exploitatie kende een flink aanloopverlies (€ 17,2 miljoen) dat is opgevangen door een beroep te doen op de algemene reserve. Mede in de verwachting dat de exploitatie op termijn positief zou gaan worden. De parkeerexploitatie laat voor de aankomende jaren een positief begrotingsresultaat zien. Bij de ingebruikname van het stadshuis en omgeving is de afspraak gemaakt dat de onttrekking aan de algemene reserve zou worden gecompenseerd door toekomstige positieve resultaten weer terug te storten in die reserve. Wij stellen nu voor dit niet te doen, maar de positieve resultaten als inkomst in de begroting te ramen en daarmee ten gunste van het begrotingssaldo te brengen. Het gaat op basis van de huidige begroting dan voor de komende jaren om de volgende bedragen: 2026 resultaat Parkeren
€
417.000
2027 €
362.000
2028 €
219.000
2029 €
254.000
Deze bedragen zijn afkomstig uit de programmabegroting 2025 en houden rekening met die voor dat jaar besloten tariefsaanpassingen. Elk jaar, bij de begroting, wordt het beeld geactualiseerd. Het resultaat loopt in de jaren daarna verder op. Aandachtspunt hierbij is dat we afspraken hebben gemaakt met Wereldhave
Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075
Ver sie definitief
Datum 27 m ei 2025
45 (55)
(voorheen Corio) over het delen van een positief resultaat op de parkeerexploitatie. Daar kan onzes inziens pas sprake van zijn als genoemde € 17,2 miljoen is terugverdiend. Bovendien kan dit uitsluitend betrekking hebben op het (beperkte) deel van de parkeergarages waar Wereldhave een belang in heeft. Verschuiven dotatie aan reserve Het grote verschil tussen de jaarschijven 2027 en 2028 wat betreft het te verwachten begrotingsresultaat heeft ons doen besluiten om de jaarlijkse dotatie aan de reserve Betere Buurten en beheerplannen in 2028 niet op te voeren, maar naar voren te halen naar het jaar 2027. Het betreft hier een verschuiving van een bedrag van € 1.098.000. Inkomsten grondbedrijf Naast de voorzieningen voor verlieslatende complexen hoort een Grondbedrijf ook een reserve te hebben, de reserve Grondbedrijf. Deze dient in de eerste plaats om de risico’s af te dekken. In de tweede plaats dient de Reserve Grondbedrijf om verhoging van de voorziening voor bestaande verlieslatende complexen bij oplopende tekorten op te kunnen vangen zonder de algemene dienst hiermee te belasten. In de derde en laatste plaats dient de Reserve Grondbedrijf om voorzieningen uit te kunnen vormen wanneer de gemeenteraad besluit een nieuwe verlieslatende grondexploitatie te openen. Jaarlijks wordt de reserve Grondbedrijf aangepast op basis van de resultaten uit het voorgaande jaar.
Hierin zijn ook de netto-inkomsten uit de verhuur van de commerciële plint, inkomsten vanuit verhuur snippergroen en verhuur van grond aan bedrijven, bijvoorbeeld als opstalrecht in verdisconteerd. Het voorstel is deze inkomsten niet langer via het grondbedrijf in de reserve te laten lopen, maar direct ten gunste van de begroting te brengen. Voorgesteld wordt om € 600.000 als raming op te nemen op basis van lopende verhuurovereenkomsten. Programma Algemene Dekkingsmiddelen
2026
2027
2028
2029
Inkomsten: maximaal benutten reclamecontract
€
20
€
20
€
20
€
20
invoeren hondenbelasting
€
355
€
355
€
355
€
355
tarieven leges aanleg kabels en leidingen
€
19
€
25
€
25
€
25
verhogen tarieven toeristenbelasting
€
60
€
60
€
60
€
60
herijken investeringsprogramma
€
250
€
250
€
250
€
250
deels benutten middelen groei van de stad
€
67
€
122
€
286
€
494
risicovoller ramen
€
250
€
250
€
250
€
250
treasury
€
-
€
300
€
300
€
-
inzetten positieve resultaten parkeerexploitatie
€
417
€
362
€
219
€
254
verschuiven dotatie aan reserve
€
-
€
-1.098
€
1.098 €
-
inkomsten grondbedrijf
€
600
€
600
€
600
€
600
Saldo programma Algemene Dekkingsmiddelen
€
2.038 €
3.463 €
2.308
Technisch
1.246 €
Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075
Ver sie definitief
Datum 27 m ei 2025
5
Doorontwikkeling P&C cyclus
5.1
Ontwikkelingen benoemd in voorgaande hoofdstukken
In de voorgaande hoofdstukken zijn een aantal ontwikkelingen beschreven die samenhangen met de P&C cyclus en anders zijn dan voorgaande jaren. Voor de goede orde zijn deze hier nogmaals kort beschreven. Allocatie middelen ‘de stad groeit mee’ Via deze kadernota worden de uitgangspunten voor de inzet van deze middelen herijkt. Dit komt enerzijds voort uit de nieuwe berekeningssystematiek van de algemene uitkering en anderzijds uit de groeiende mate waarin ontwikkelingen op dit gebied op ons afkomen. Vanuit het onderzoek grip op de groei van de stad (2023-172) zijn een aantal kritische succesfactoren bepaald en zijn criteria opgesteld voor aanwending van de beschikbare middelen. Daarnaast wordt om flexibiliteit te vergroten tevens voorgesteld om het aanwenden van deze middelen ook mogelijk te maken bij andere producten binnen de P&C cyclus. Zie ook paragraaf 2.3 van deze kadernota. Indexatie versus ontwikkeling van de algemene uitkering Vanwege de in 2024 ingevoerde bbp-systematiek rondom de algemene uitkering is er geen directe koppeling meer tussen verwachte loon- en prijsontwikkeling en de hoogte van de algemene uitkering. De groei van de algemene uitkering is afhankelijk van de ontwikkeling van het prijsbbp (prijsontwikkeling) en het meerjarig volume-BBP (volumeontwikkeling).
De prijsontwikkeling is hierin niet altijd genoeg om de benodigde indexatie, om budgetten op een reëel niveau te houden, op te vangen. Dit doet zich ook in de komende jaren voor. Om de koopkracht van budgetten op peil te kunnen houden wordt zodoende voorgesteld om hiervoor ook een deel van de volumeontwikkeling in te zetten. Zie ook paragrafen 2.2 en 2.4. Duurzaam financieel evenwicht Zoals aan het eind van het vorige hoofdstuk geschetst bevat het perspectief voor 2026 en verder aannames en onzekerheden. Deze zullen niet op korte termijn worden opgelost, wat vraagt om een goed inzicht in ons eigen langetermijnperspectief en de ontwikkeling van het begrotingssaldo daarin. In dat licht zal ook het duurzaam financieel evenwicht worden herijkt. 5.2
Middelen beschikbaar voor de huidige bestuursperiode
De huidige bestuursperiode eindigt in het voorjaar van 2026. Besteding van de voor deze periode beschikbaar gestelde middelen liep de afgelopen tijd achter bij de oorspronkelijke wens en planning. Dit heeft geleid tot de nodige budgetoverhevelingen in de afgelopen kalenderjaren. Op dit moment wordt geïnventariseerd in hoeverre deze middelen in de resterende maanden van de bestuursperiode nog besteed zullen worden, daarmee wordt ook duidelijk wat eventueel resteert. Hierover zal worden gerapporteerd via de bestuursrapportage.
46 (55)
Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075
6
Ver sie definitief
Datum 27 m ei 2025
Bijlage 1: Nadere toelichting maatregelen Wmo
1, Aanleiding/Inleiding De lijn van voorgestelde maatregelen komt overeen met die zoals opgesteld in de Koers Sociaal Domein, en het in de maak zijnde beleidskader Welzijn & Maatschappelijke Ondersteuning: normaliseren, meer oplossen in het gewone leven én het belang van het voorliggende veld. Bij een aantal maatregelen (zoals bijvoorbeeld bij triage, het strakker indiceren en zelf begeleiding bieden door Geynwijs), is een intensievere samenwerking met het voorliggende veld een belangrijke succesfactor (en daarmee ook medebepalend voor het financieel rendement van de voorgestelde maatregelen). Dit betekent ook dat hier uiteindelijk een andere verdeling van financiële middelen bij hoort, oftewel een verschuiving van Wmo-budget naar het voorliggend veld. Op het onderdeel Huishoudelijke Ondersteuning (HO) is een uitwerking gemaakt rond de eerder gepresenteerde combinaties (en maatschappelijke impact en financiële impact). De maatregelen Individuele Begeleiding zijn nu onderverdeeld in 2 categorieën: A. een categorie waarvan de financiële effecten opgenomen zijn in de Kadernota 2026; B. een categorie staan maatregelen waarmee we stapsgewijs aan de slag gaan in de vorm van pilots in 2026. Op deze manier willen we meer zicht krijgen op personele consequenties, effect, haalbaarheid en besparingen.
2, Individuele Begeleiding Op het gebied van Individuele Begeleiding (IB) zijn er vijf maatregelen uitgewerkt. Deze gaan deels over het aanscherpen van de huidige praktijk, strakker indiceren en casusregie. Ze betreffen gedeeltelijk nieuwe werkwijzen waar in pilotvorm mee wordt gestart. De maatregel ‘wachtverzachter’ is gestart in november 2024.
Categorie A IB-maatregel 1: Wachtverzachter 1. Samenvatting van de maatregel De ‘Wachtverzachter’ is een voorziening vanuit het voorliggend veld. Zij koppelen inwoners met een psychische kwetsbaarheid die zich melden bij Geynwijs met een hulpvraag aan een ervaringsdeskundige. De inzet van ervaringsdeskundigen zorgt ervoor dat er op korte termijn iemand is die begrijpt wat een persoon doormaakt en deze verder kan helpen. De Wachtverzachter blijft betrokken tot dat iemand daar geen behoefte meer aan heeft (dus niet een bepaalde periode), maar zal uiteindelijk wel bijdragen aan het normaliseren en een inwoner met behulp van het eigen netwerk weer zelfstandig laten zijn. De ervaring uit andere gemeenten leert dat deze vorm van ondersteuning vaak zo effectief is dat er minder, of zelfs helemaal geen, professionele ondersteuning meer nodig is.
47 (55)
Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075
Ver sie definitief
Datum 27 m ei 2025
2. Maatschappelijke impact Deze maatregel heeft geen negatieve impact op inwoners. Het is in feite een vorm van extra ondersteuning aan inwoner. Inwoners kunnen ondersteuning krijgen van een ervaringsdeskundige en daardoor tevens sneller worden geholpen. Medewerking vanuit voorliggend veld helpt bij het laten slagen van deze maatregel. Deze samenwerking zorgt ervoor dat de partijen elkaar kunnen ondersteunen en aanvullen. IB-maatregel 2: Strakker indiceren en casusregie 1. Samenvatting van de maatregel Het doel is om de ondersteuning aan de inwoner zo effectief mogelijk in te zetten. Als casusregisseur houdt de sociaal professional gedurende het traject vinger aan de pols en stuurt bij waar nodig. Met tussentijdse evaluatiemomenten wordt de ontwikkeling naar een vergrote zelfredzaamheid en participatie van de inwoner gemonitord. Gezien de stijgende kosten IB, die voornamelijk zitten in langdurige trajecten en hogere kosten per cliënt dan voorheen (met name vanwege de 100% financieringsvorm van de maandtarieven), is er nu extra noodzaak om te focussen op het strakker indiceren en casusregie. 2. Maatschappelijke impact Het effect van deze maatregel op de inwoner is beperkt, aangezien het geen nieuwe werkwijze betreft. Het indicatieproces gaat zorgvuldig en er is sprake van maatwerk waarbij wordt beoordeeld welke ondersteuning nodig is.
Met het beter invullen van de casusregie sturen we meer op resultaten en schalen we sneller af. Door meer te focussen op normaliseren zorgen we ervoor dat inwoners minder afhankelijk zijn van zorg-professionals, en meer oplossingen vinden binnen het gewone leven. IB-maatregel 3: Groepsgericht aanbod 1. Samenvatting van de maatregel De kern van deze maatregelen is ondersteuning in groepsvorm aanbieden in plaats van individuele trajecten. Idealiter wordt begeleiding op een locatie in groepsvorm de norm. Maatwerk, en eventuele aanvulling met (tijdelijke) individuele begeleiding bij de inwoner thuisblijft altijd mogelijk. 2. Maatschappelijke impact Er zijn al veelbelovende resultaten over de effectiviteit van groepsgericht aanbod. Positief is dat deelnemers van elkaar leren, elkaar motiveren en zien dat zij niet de enige zijn met soortgelijke problematiek (normaliseren en bevorderend tegen gevoelens van eenzaamheid). Bovendien kunnen inwoners in groepsverband sneller worden geholpen omdat de wachtlijst met deze werkwijze korter wordt. Een wijziging naar groepsgericht aanbod is een nieuwe werkwijze die geïmplementeerd moet worden. We starten met inwoners die zich nieuw melden bij Geynwijs, en nog niet gewend zijn aan een bepaalde vorm van ondersteuning. Bij succes en op termijn, zal een grote groep inwoners hiervoor in aanmerking komen.
We Voorliggend veld partijen worden al tijdens dit traject betrokken.
48 (55)
Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075
Ver sie definitief
Datum 27 m ei 2025
Potentiële financiële besparing maatregelen IB-categorie A Voor de beeldvorming kan globaal worden aangegeven dat de bijdragen per maatregel aan de totale besparing, wanneer zij de volle potentie hebben bereikt, betreffen: wachtverzachter 11%, groepsbegeleiding 56% en strakker indiceren 33%. Er is rekening gehouden met het feit dat deze percentages met elkaar in verhouding staan; een inwoner die na de wachtverzachter geen verdere hulp nodig heeft, behoeft ook geen groepsbegeleiding. 2026
2027
2028
2029
€ 495.032
€ 750.182
€ 1.005.321
€ 1.005.331
Investeringen De jaarlijkse extra kosten die inzet van de aanbieder wachtverzachter vraagt betreft € 87.000. Deze kosten worden gedekt vanuit de lokaal maatwerkmiddelen MOBW en zijn daarmee niet opgevoerd in de Kadernota 2026. Voor de maatregel “strakker indiceren’ wordt in 2025 extra ingezet op het 4-ogen principe bij indicaties. De investering van € 37.500 valt binnen de begroting van 2025 en wordt daarmee niet opgevoerd in de Kadernota 2026.
Categorie B IB-maatregel 4: Zelf begeleiding uitvoeren door Geynwijs 1. Samenvatting van de maatregel De maatregel houdt in dat Geynwijs zelf een deel van de individuele begeleiding casussen gaat begeleiden in plaats van deze standaard door te zetten naar gecontracteerde zorgaanbieders. Het gaat dan om generalistische begeleiding, de meer complexe casuïstiek die om specialistische begeleiding vraagt blijft worden doorgezet richting zorgaanbieders. Drie tot vijf sociaal professionals – die daar de juiste kwalificaties voor hebben - kunnen starten middels een pilot met het bieden van lichte begeleidingscasussen om de veronderstellingen en de consequenties te toetsen. 2. Maatschappelijke impact Dit moet leiden tot effectievere en efficiëntere ondersteuningstrajecten, waarbij mensen sneller worden begeleid richting meer zelfredzaamheid en participatie. Er zijn kortere lijnen met samenwerkingspartners in de sociale basis en het voorliggende veld en ook intern met bijvoorbeeld Jeugd en werk & inkomen. Bovendien kan de begeleiding flexibeler worden ingezet, waardoor we beter aansluiten bij wat op dat moment nodig is. Een goede samenwerking met het voorliggend veld, zoals eerder genoemd, is wel een belangrijke randvoorwaarde. IB-maatregel 5: Triage 1. Samenvatting van de maatregel Deze maatregel gaat over het anders inrichten van de toeleiding.
Aan de voorkant wordt meer ruimte gemaakt voor het gesprek met de inwoner, om zijn of haar ondersteuningsvraag goed in kaart te brengen. In plaats van één enkel huisbezoek, wordt een kort traject worden ingezet van maximaal 5 gesprekken. Dit team zal
49 (55)
Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075
Ver sie definitief
Datum 27 m ei 2025
bestaan uit een combinatie van Geynwijs medewerkers, en met ook een duidelijke rol voor onze partners in het voorliggende veld die direct worden betrokken. Extra uitleg over begrip ‘triage’: “Over triage in de toegang tot het sociaal domein gaan verschillende definities rond. In het kort gaat het om het begrijpen van de (urgentie van de) hulpvraag van de inwoner en zorgen dat de benodigde deskundigheid wordt ingeschakeld, indien nodig, en passende hulp tijdig beschikbaar is. Triage lijkt in zekere zin op vraagverheldering: waar is behoefte aan, wat is er al gebeurd, speelt er mogelijk meer? Door de juiste vragen te stellen en signalen op te pikken wordt de hulpvraag van de inwoner achterhaald en besloten welke deskundigheid wordt ingezet. In feite heeft triage betrekking op signaleren en toeleiden, waarbij het belangrijk is om er op tijd bij te zijn, om ‘erger’ te voorkomen. En tegelijkertijd overdiagnostiek en overbehandeling te voorkomen. Specialistische zorg is lang niet altijd de meest aangewezen weg om iemand te helpen en is beperkt beschikbaar.” Bron; Movisie, Triage bij de toegang tot hulp en ondersteuning binnen het sociaal domein | Movisie 2. Maatschappelijke impact De maatschappelijk impact wordt als positief ingeschat. Inwoners worden sneller en meer passend geholpen omdat er een betere inschatting van de hulpvraag wordt gedaan.
De oplossing wordt meer gezocht binnen het gewone leven, waarmee ook een meer duurzame oplossing wordt geboden, tegen lagere kosten.
3, Huishoudelijke Ondersteuning Op het gebied van Huishoudelijke Ondersteuning zijn twee maatregelen uitgewerkt die gecombineerd worden. Daarnaast wordt er ook (soms in regionaal verband) ingezet op innovatieve maatregelen, waaronder het toepassen van de methodiek van reablement. Bij reablement wordt met behulp van een team van fysio- of ergotherapeuten samen met de inwoner gekeken welke huishoudelijke taken de inwoner nog zoveel mogelijk zelf kan blijven doen. Dit heeft ook een positief effect op de zelfredzaamheid en de gezondheid van de inwoner omdat deze daarmee actiever blijft. HO-maatregel 1: Was- en strijkservice als algemene voorziening 1. Samenvatting van de maatregel We maken van onze bestaande was- en strijkservice (uitgevoerd door het bedrijf Wederkeer) een algemene voorziening die voor iedereen toegankelijk is. De was wordt wekelijks gedaan en er wordt daarnaast ook gestreken. Dit is in tegenstelling tot de huidige situatie, waarbij de thuiszorgorganisatie alleen wast. Voor deze algemene voorziening wordt een bijdrage gevraagd. De hoogte van de bijdrage wordt vastgesteld door de raad, dit wordt medio oktober 2025 voorgelegd. 2. Maatschappelijke impact Door de was- en strijkservice in te richten als algemene voorziening is dit voor alle inwoners toegankelijk.