CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-075 Bijlage Kadernota 2026 definitief

Raadsvergadering 10 juli 2025, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Kadernota 202620.102 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Postbus 1 3430 AA

Bezoekad res

Stadsplein 1 3431 LZ www.nieuwegein.nl

Kadernota 2026

Kaders en uitgangspunten voor de programmabegroting 2026

Raadsnummer

2025-075

Datum

27 mei 2025

Auteur

Ronnie Hunting

Versie

definitief

Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075

Ver sie definitief

Datum 27 m ei 2025

Inhoudsopgave

1

Bestuurlijk perspectief .................................................................................. 4

2

Financieel perspectief ................................................................................... 5 2.1

Meerjarenperspectief ............................................................................... 5

2.2

Ontwikkelingen vanuit het Rijk en wijzigingen in de raming van de algemene

uitkering ........................................................................................................ 5

3

2.3

De stad groeit mee ................................................................................. 7

2.4

Overige financiële uitgangspunten ........................................................... 11

2.5

Bijgesteld Meerjarenperspectief ............................................................... 13

Ontwikkelingen ........................................................................................... 14 3.1

Bestuur en Dienstverlening ..................................................................... 14

3.1.1

Ontwikkelingen bestaand ................................................................ 14

3.1.2

Ontwikkelingen nieuw ..................................................................... 14

3.2

Wonen en Economie ............................................................................... 15

3.2.1

Ontwikkelingen bestaand ................................................................ 15

3.2.2

Ontwikkelingen nieuw ..................................................................... 16

3.3

Leefomgeving en Veiligheid ..................................................................... 17

3.3.1

Ontwikkelingen bestaand ................................................................ 17

3.3.2

Ontwikkelingen nieuw ..................................................................... 18

3.4

Vrije Tijd .............................................................................................. 20

3.4.1

Ontwikkelingen bestaand ................................................................ 20

Geen ontwikkelingen. .................................................................................. 20 3.4.2 3.5

Versterking Eigen Kracht, Ondersteuning en Bescherming .......................... 21

3.5.1

Ontwikkelingen bestaand ................................................................ 21

3.5.2

Ontwikkelingen nieuw ..................................................................... 23

3.6

Bedrijfsvoering ...................................................................................... 24

3.6.1

Ontwikkelingen bestaand ................................................................ 24

3.6.2

Ontwikkelingen nieuw ..................................................................... 24

3.7

Algemene Dekkingsmiddelen ................................................................... 27

3.7.1

Ontwikkelingen bestaand ................................................................ 27

3.7.2

Ontwikkelingen nieuw ..................................................................... 27

3.8 4

Ontwikkelingen nieuw ..................................................................... 20

Verbonden Partijen ................................................................................ 28

Financieel perspectief geactualiseerd ............................................................. 29

2 (55)

Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075

Ver sie definitief

Datum 27 m ei 2025

4.1

Voorlopig begrotingssaldo 2026 – 2029 .................................................... 29

4.2

Voorstellen uit traject Sluitende Meerjarenbegroting (SMB) en relatie tot het

financieel perspectief ...................................................................................... 30

5

4.2.1

Samenvatting en financieel perspectief 2026-2029 ............................. 30

4.2.2

Bestuur en Dienstverlening .............................................................. 32

4.2.3

Wonen en Economie ....................................................................... 33

4.2.4

Leefomgeving en Veiligheid ............................................................. 35

4.2.5

Vrije Tijd ....................................................................................... 36

4.2.6

Versterking Eigen Kracht, Ondersteuning en Bescherming ................... 37

4.2.7

Bedrijfsvoering............................................................................... 41

4.2.8

Inkomsten ..................................................................................... 43

4.2.9

Technische maatregelen .................................................................. 43

Doorontwikkeling P&C cyclus ........................................................................ 46 5.1

Ontwikkelingen benoemd in voorgaande hoofdstukken ............................... 46

5.2

Middelen beschikbaar voor de huidige bestuursperiode ............................... 46

6

Bijlage 1: Nadere toelichting maatregelen Wmo .............................................. 47

7

Bijlage 2: Toelichting op vervallen voorstellen na 27 maart 2025 ...................... 53

3 (55)

Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075

1

Ver sie definitief

Datum 27 m ei 2025

Bestuurlijk perspectief

Het zo veel als mogelijk behouden van de basisinfrastructuur van Nieuwegein en het vermijden van onomkeerbare ingrepen die de essentie van Nieuwegein zouden aantasten. Dit is de kern van deze Kadernota 2026. U gaat in deze kadernota lezen dat onze financiële opgave groter is geworden met de eerste technische begrotingswijziging 2025, sterk stijgende kosten jeugdzorg en de tegenvallende bijdragen vanuit het Rijk. De gevolgen voor de algemene uitkering uit het gemeentefonds, vanuit de onlangs verschenen voorjaarsnota van het Rijk, zijn verwerkt. Weliswaar nog op hoofdlijnen omdat de exacte uitwerking in de meicirculaire volgt. We zien dat dit op korte termijn enige verlichting biedt. Tegelijkertijd stellen wij vast dat het Rijk bij lange na niet tegemoetkomt aan de vraag vanuit gemeenten om het ravijnjaar te dempen. Terwijl, met betrekking tot de jeugdzorg, gemeenten in onze ogen, zelfs met een toenemend probleem vanaf 2028 worden opgezadeld. We hebben geprobeerd met het nemen van een aantal technische en inkomstenmaatregelen de opgave zo klein mogelijk te maken. Per saldo blijft er nog steeds een flink gat te dichten. Dit beperkt helaas de mogelijkheden tot het maken van keuzes om maatregelen niet te nemen. Met het doorvoeren van alle voorgestelde maatregelen ontstaat er een positief begrotingssaldo voor de komende vier jaar.

Dit positieve saldo biedt daarmee enige ruimte tot het maken van keuzes. En we houden de voorzieningen die horen bij de basisinfrastructuur van de stad nog overeind. Dat betekent niet dat gemaakte keuzes nergens pijn doen, maar wel dat voorkomen wordt dat cruciale onderdelen in de voorzieningen onomkeerbaar worden getroffen. In het volgende hoofdstuk leest u het financiële vertrekpunt voor deze kadernota. Hierin staan we iets uitgebreider stil bij de wijzigingen die rondom de algemene uitkering uit het Gemeentefonds sinds vorig jaar van kracht zijn en herijken we de spelregels rondom het inzetten van de middelen om de voorzieningen in de stad mee te laten groeien met de groei van de stad. Vervolgens vindt u in hoofdstuk 3 de ontwikkelingen die -voor 2026 en verder- onvermijdelijk en onuitstelbaar zijn om ons huidige voorzieningenniveau en dienstverlening op peil te houden. In dit hoofdstuk zijn ook de effecten uit de voorjaarsnota van het Rijk verwerkt. Waarna wij in hoofdstuk 4 de maatregelen aan u voorleggen waarmee het perspectief voor de meerjarenbegroting 2026 sluitend wordt gemaakt. In hoofdstuk 5, tot slot, staan we kort even stil bij enkele ontwikkelingen rondom de P&C cyclus in Nieuwegein. We wensen u veel succes met de voorbereiding op de bestuurlijke behandeling van deze kadernota in de komende maand.

Nieuwegein, 27 mei 2025

4 (55)

Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075

Ver sie definitief

2

Financieel perspectief

2.1

Meerjarenperspectief

Datum 27 m ei 2025

5 (55)

Het financieel perspectief voor de kadernota 2026 is gebaseerd op de meerjarenbegroting 2025 – 2028 (2024-248), aangevuld met de wijzigingen volgend uit de eerste technische begrotingswijziging 2025 (2025-055). Het jaar 2029 is nieuw in de aankomende meerjarenbegroting, maar al wel gepresenteerd in deze eerdere documenten. Het toegenomen tekort tussen 2028 en 2029 hangt hoofdzakelijk samen met een stijging in de kapitaallasten als gevolg van grote investeringen. Een stijging die in de jaren daarna verder zal doorzetten. Dit geeft het volgende meerjarenperspectief en daarmee de beginstand voor deze kadernota: (bedragen x € 1.000)

Meerjarenbegroting 2026-2029

Beginstand kadernota 2025

2026

2027

2028

2029

-2.811

-2.425

-3.057

-4.400

Stand meerjarenbegroting 2025 Stand eerste technische wijziging 2025 Saldo na 1e technische wijziging

2.2

-2.167

-1.959

-1.747

-1.745

-4.978

-4.384

-4.804

-6.145

Ontwikkelingen vanuit het Rijk en wijzigingen in de raming van de algemene uitkering

Nieuwe normeringssystematiek De algemene uitkering uit het gemeentefonds is veruit de grootste inkomstenbron van de gemeente, in Nieuwegein goed voor ongeveer de helft van de baten in de begroting. Door die omvang is de ontwikkeling van de algemene uitkering één van de belangrijkste factoren voor het financieel perspectief van de gemeente. In verschillende stappen zijn er de afgelopen jaren grote wijzigingen doorgevoerd in de systematiek van de algemene uitkering. Zo is de “trap op, trap, af” systematiek voor het bepalen van de hoogte van het gemeentefonds sinds 2024 vervangen door twee koppelingen aan de ontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (BBP), namelijk: •

Prijsontwikkeling: De algemene uitkering wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de prijsontwikkeling van het BBP in het lopend jaar.

•

Volumeontwikkeling: De algemene uitkering wordt jaarlijks verhoogd op basis van de meerjarige ontwikkeling van het BBP. Dit is ruimte die gebruikt kan worden om volume-effecten in de lasten op te vangen, bijvoorbeeld vanwege een groter gebruik van voorzieningen.

Positief effect van deze aanpassing is dat de ontwikkeling van de algemene uitkering stabieler wordt. Gemeenten worden niet meer gekort vanwege onderuitputting op de rijksbegroting of bezuinigingen van het Rijk, maar delen ook niet meer mee in extra uitgaven als gevolg van intensiveringen van het Rijk. Negatief is dat de prijsontwikkeling van de algemene uitkering, met de huidige stand van het BBP, lager is dan die in de oude situatie. In het huidige perspectief is de groei van de algemene uitkering op het gebied van prijscompensatie te klein om het volledige effect van de

Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075

Ver sie definitief

Datum 27 m ei 2025

6 (55)

prijs- en loonontwikkeling op te kunnen vangen. Dit betekent dat de volumeontwikkeling gedeeltelijk moet worden gebruikt voor de jaarlijkse stijging van de lonen en prijzen. Ontwikkeling algemene uitkering De grotere stabiliteit van de nieuwe systematiek betekent dat er minder schommelingen zijn in de jaarlijkse aanpassing van de algemene uitkering. Landelijk gezien gebeurt dat alleen nog bij een ontwikkeling van het BBP die afwijkt van de oorspronkelijke raming. Op basis van de ramingen van het CPB is deze ontwikkeling bij het prijs-BBP voor 2025 relatief groot (0,9% hoger dan bij de vorige raming). Dit werkt structureel ook door in 2026 en daaropvolgende jaren. Ontwikkeling prijs-BBP (%)

2025

2026

2027

2028

2029

Stand CEP 2025

3,60%

2,70%

2,50%

2,60%

2,50%

Stand decembercirculaire

2,70%

2,60%

2,60%

2,40%

0,00%

Verschil

0,90%

0,10%

-0,10%

0,20%

2,50%

De volumeontwikkeling van de algemene uitkering wordt bepaald op basis van de gemiddelde groei van het BBP over de afgelopen acht jaar, waardoor deze beperkt wijzigt ten opzichte van de reeds begrote stand. Ontwikkeling volume-BBP (%)

2025

2026

2027

2028

2029

Stand CEP 2025

2,16%

1,98%

1,86%

1,76%

1,65%

Stand decembercirculaire

2,16%

1,94%

1,78%

1,68%

0,00%

Verschil

0,00%

0,04%

0,09%

0,09%

1,65%

Het werkelijke effect van deze prijs- en volumeontwikkelingen op de hoogte van de algemene uitkering zal duidelijk worden in de aankomende meicirculaire. Vooruitlopend daarop is een inschatting gemaakt op basis van onze huidige ramingen. Ontwikkeling Algemene uitkering (x € 1.000) Beginstand Prijs BBP 2025 Volume BBP 2025

2025

2026

2027

2028

2029

136.847

134.667

141.109

146.909

146.909

1.175

1.175

1.175

1.175

1.175

-

Prijs BBP 2026 Volume BBP 2026

-

-

-

-

130

130

130

130

49

49

49

Prijs BBP 2027

49

-136

-136

-136

Volume BBP 2027

119

119

119

Prijs BBP 2028

285

285

Volume BBP 2028

125

125

Prijs BBP 2029

3.716

Volume BBP 2029

2.453

Totaal bijstellingen BBP Algemene uitkering na bijstellingen BBP

1.175

1.353

1.336

1.746

7.915

138.022

136.020

142.445

148.655

154.824

Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075

Ver sie definitief

Datum 27 m ei 2025

Zoals bovenstaand te zien is, bestaat de toename van de algemene uitkering in de aankomende jaren hoofdzakelijk uit de bijstelling van het prijs BBP in 2025. Dit effect werkt structureel door in latere jaren. Omdat 2029 een nieuw jaar in het meerjarenperspectief is, is de beginstand nog gelijk aan de stand van 2028. Naast de aanpassingen vanuit 2025-2028 wordt deze stand ook vermeerderd met de volledige te verwachten ontwikkeling van 2028 naar 2029, aangezien daar nog geen rekening mee was gehouden in de beginstand. Hier staat tegenover dat ook de kosten in 2029 ten opzichte van 2028 toenemen met de verwachte loon- en prijsontwikkeling, dit wordt verder toegelicht in paragraaf 2.4 In dit geschetste beeld van de hoogte van de algemene uitkering is geen rekening gehouden met andere ontwikkelingen. De eerste inzichten uit de voorjaarsnota van het Rijk hebben wij in hoofdstuk 3 verwerkt. De exacte vertaling daarvan en andere ontwikkelingen worden pas duidelijk met het verschijnen van de meicirculaire. Daarbij kunnen onder andere de herijking van de verdeling van het gemeentefonds (mogelijk nadeel van € 15,- per inwoner) en de toevoeging van specifieke uitkeringen (SPUK’s) aan het gemeentefonds – indien geëffectueerd - nog een aanzienlijk financieel effect hebben. 2.3

De stad groeit mee

In het kader van de nota Duurzaam Financieel Evenwicht (2020-401) is bij de begroting 2021 een systematiek opgenomen om de toename van de algemene uitkering als gevolg van de meer dan gemiddelde groei van het aantal inwoners, woonruimten en andere maatstaven in beeld te brengen. Hierbij gaat het om de toename die groter is dan de landelijk gemiddelde groei die via de volume-uitkering wordt toegevoegd aan de algemene uitkering. Tegenover deze extra middelen uit de algemene uitkering staan ook (toekomstige) extra kosten om het voorzieningenniveau op peil te kunnen houden in een stad die sneller groeit dan de landelijke trend. Uitgangspunten Vanwege de nieuwe berekeningssystematiek van de algemene uitkering herijken wij via deze kadernota de uitgangspunten voor de inzet van deze middelen. De ontwikkelingen waar deze middelen voor ingezet kunnen worden, worden steeds concreter en dit vraagt om een gedegen afwegingskader om keuzes te kunnen maken. Voor de verdere ontwikkeling van de stad zijn twee belangrijke en richtinggevende documenten vastgesteld 1) de Omgevingsvisie (2021-066) en de 2) Koers Sociaal Domein (2023-395). Hierin zijn enkele belangrijke pijlers opgenomen: •

Duurzaam

•

Gezond

•

Veilig

•

Gemeenschapszin

•

(Gelijke kansen op) Bestaanszekerheid

•

Toekomstbestendige zorg en ondersteuning

In het onderzoek naar grip op de groei van de stad (2023-172) zijn vervolgens vijf kritische succesfactoren bepaald die in acht genomen moeten worden om verdere (uit)bouw van/in de stad haalbaar te maken/houden. Dit zijn:

7 (55)

Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075

Ver sie definitief

Datum 27 m ei 2025

1. Ruimtelijke ordening en inrichting moeten bijdragen aan een leefbare en veilige stad; 2. Voorzieningen moeten meegroeien in de nabijheid; 3. Investeren in kwalitatieve versterking van het groen; 4. Blijvend inzetten op lopen, fietsen en openbaar vervoer; 5. Gebiedsgericht en integraal werken is een voorwaarde. Als afgeleide hiervan hebben wij een aantal toetsingscriteria opgesteld die kunnen dienen als kader voor de inzet van de beschikbare middelen. Waarbij we als uitgangspunt nemen dat allereerst wordt gekeken naar andere dekkingsmogelijkheden. Daarbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld het onderbrengen in een grondexploitatie, het vragen van gebiedsbijdragen of subsidies van derden. De criteria luiden dan als volgt: Criterium 1: 20% van de middelen voor het meegroeien van de stad zijn voor mobiliteitsvraagstukken voortvloeiend uit de Mobiliteitsvisie (2021-067). Criterium 2: Binnen de voorstellen met betrekking tot mobiliteitsvraagstukken gaan voorstellen met het oog op lopen, fietsen of openbaar vervoer boven voorstellen die zich richten op het autoverkeer. Criterium 3: 60% van de middelen is beschikbaar voor voorstellen die aantoonbaar voortvloeien uit de groei van de stad, die bijdragen aan de pijlers uit de omgevingsvisie en koers sociaal domein (w.o. de extra kosten jeugdzorg en Wmo).

Criterium 4: Binnen die groep hebben de voorstellen, die bijdragen aan een leefbare en veilige stad, te maken hebben met het behoud van de nabijheid van voorzieningen, en de kwalitatieve versterking van het groen, voorrang. Criterium 5: 20% van de middelen is beschikbaar voor de (overige) autonome kostenstijging inclusief de noodzakelijke groei van de personele capaciteit. Onder autonome kostenstijging wordt dan verstaan de kostenstijgingen die onlosmakelijk verbonden zijn met de groei van areaal of extra inwoners en waarvan de kosten niet te relateren zijn aan de hiervoor genoemde pijlers. Voorbeelden daarvan zijn extra formatie bij de stadswinkels voor toegenomen aanvragen paspoorten, rijbewijzen, geboorteaangiften etc., of de toename van de te onderhouden openbare ruimte wegens het ontstaan van nieuwe woonwijken/-gebieden. Met het oog op dit laatste criterium brengen we in beeld welke extra opbrengst onroerendezaakbelasting gerealiseerd wordt uit de extra woningen die de komende jaren gebouwd gaan worden. Deze kunnen dan ook beschikbaar komen voor de autonome kostenstijging die onlosmakelijk verband houden met de groei van het areaal of extra inwoners. In schema ziet dit er als volgt uit:

8 (55)

Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075

Ver sie definitief

Datum 27 m ei 2025

Besteding van de middelen De omvang van de beschikbare middelen wordt op dit moment jaarlijks geactualiseerd in aanloop naar de kadernota en begroting. Dit is ook het moment waarop voorstellen voor inzet van deze middelen worden voorgelegd. Hiermee wordt een integrale afweging geborgd. Nadeel van deze systematiek is de beperkte flexibiliteit gedurende het begrotingsjaar. Omdat snelheid van handelen soms cruciaal is bij nieuwe initiatieven of ontwikkelingen, stellen wij voor dat ook bij de andere P&C documenten voorgesteld kan worden een activiteit te dekken uit deze middelen. Hierdoor blijft de raad maximaal in positie en zijn er voldoende momenten om de middelen toe te kennen. Financiële middelen 2026 Op basis van de nieuwe bevolkingsprognose, woningbouwprognose en andere inschattingen is bepaald in welke mate de stad in de aankomende jaren sneller groeit dan het landelijk gemiddelde. Dit kan financieel worden vertaald naar een nieuwe inschatting voor de hoogte van de algemene uitkering. Dit is vervolgens afgezet tegen de verwachtingen vanuit voorgaande jaren. Hierin valt op dat er vanaf 2028 een forse extra stijging wordt verwacht van de algemene uitkering. Dit hangt hoofdzakelijk samen met de verwachte stijging van het inwoneraantal en de daaraan verwante maatstaven die de hoogte van de algemene uitkering bepalen. In 2029 stijgt dit nog verder.

Bovendien is er voor dit specifieke jaar nog geen rekening gehouden met verwachte groei, omdat het een nieuw begrotingsjaar betreft. Ook wordt rekening gehouden met aanvullende OZB-inkomsten door groei van het aantal woonruimten. Hierin is vooralsnog het oude uitgangspunt, dat 80% van de waardeontwikkeling met de algemene uitkering wordt verrekend, aangehouden. Op basis van de nieuwe woningbouwprognoses en woningwaarde-ontwikkeling zal nog een nadere analyse plaatsvinden in hoeverre deze verwachting bijgesteld kan worden. Onderstaand is weergegeven hoe de verwachte inkomsten vanuit de algemene uitkering en OZB zich ontwikkelen in de komende jaren en hoe dat zich verhoudt tot de huidige ramingen.

9 (55)

Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075

Ver sie definitief

Datum 27 m ei 2025

10 (55)

De stad groeit mee: financieel (bedragen x € 1.000) Omschrijving

2026

2027

2028

2029

Algemene uitkering cf. landelijke ontwikkeling

139.714

145.805

150.342

155.920

Algemene uitkering cf. verwachte groei

140.342

147.326

153.508

160.855

Aanvullende middelen algemene uitkering

628

1.521

3.166

4.935

Reeds voorzien vanuit eerdere jaren

626

1.540

1.870

-

2

-19

1.296

4.935

OZB-inkomsten nieuwe woonruimten

173

229

266

266

Reeds voorziene groei OZB inkomsten

173

229

266

266

-

-

-

-

Maatstafontwikkeling algemene uitkering (stand decembercirculaire):

Mutatie algemene uitkering

Ontwikkeling OZB-inkomsten

Mutatie aanvullende OZB-inkomsten nieuwe woningen

De actuele prognoses leiden ertoe dat de beschikbare en benodigde middelen om het meegroeien van de stad mogelijk te maken ook toenemen. De beginstand van deze post was na de kadernota 2025 € 673.000 in 2026, oplopend tot ruim € 1,5 miljoen in 2028. Op basis van de nieuwe prognoses stijgt het beschikbaar bedrag in 2029 naar bijna € 5,0 miljoen. Daar staat dan de opgave tegenover om de kosten, die samenhangen met de verwachte 7.000 nieuwe inwoners ten opzichte van 2024, op te kunnen vangen. Hierbij gaat het niet alleen om extra voorzieningen, maar ook om aanpassingen aan het bestaande en zaken als deelnemersbijdragen aan verbonden partijen op basis van het nieuwe inwonertal. In de maatstafontwikkeling is vanuit het voorzichtigheidsprincipe al rekening gehouden met enige vertraging voor wat betreft de groei van het aantal inwoners. Aanvullend dient hierbij ook in acht te worden genomen dat het gaat om prognoses en inschattingen. De werkelijke ontwikkeling van de algemene uitkering kan nog (sterk) afwijken van bovenstaande bedragen. Jaarlijks zal dan ook bij de Kadernota het beeld geactualiseerd worden. De stad groeit mee: omvang stelpost (bedragen x € 1.000) Omschrijving

2026

2027

2028

Beginstand stelpost 'de stad groeit mee'

673

1.236

1.566

-

2

-19

1.296

4.935

-

-

-

-

Restant beschikbare middelen 'de stad groeit mee'

675

1.217

2.862

4.935

Groei o.g.v. omgevingsvisie en koers sociaal domein (60%)

Mutatie op basis van ontwikkeling algemene uitkering Mutatie op basis van groei OZB

2029

405

730

1.717

2.961

Welzijn en zorg Rijnhuizen

-

-

-100

-100

Ontwikkelperspectief Kromme Rijn LinieLandschap

-75

-

-

-

Kostenontwikkeling Jeugd en WMO

-67

-122

-286

-494

Restant beschikbaar

263

608

1.331

2.367

Overige autonome groei (20%) Restant beschikbaar Mobiliteit (20%)

135

243

572

987

135

243

572

987 987

135

243

572

Herinrichten fietsstraten

-

-16

-16

-16

Restant beschikbaar

135

227

556

971

Totaal restant beschikbaar

533

1.079

2.460

4.325

Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075

Ver sie definitief

Datum 27 m ei 2025

In overeenstemming met de eerder in deze paragraaf beschreven uitgangspunten zijn deze middelen beschikbaar voor meegroeien en mobiliteit. Binnen deze kadernota worden voorstellen gedaan ten laste van deze middelen. Bovenstaand is het verloop van deze middelen op basis van voorliggende kadernota weergegeven. 2.4

Overige financiële uitgangspunten

Raming van lonen en prijzen Zoals beschreven in paragraaf 2.2 ontstaat er door de nieuwe normeringssystematiek van de algemene uitkering een verschil tussen de verwachte groei van het gemeentefonds en de stijging van de lonen en prijzen. Om aan te sluiten bij de reële kostenontwikkeling en daarmee te zorgen dat de koopkracht van de benodigde budgetten binnen de begroting op peil blijft, wordt als uitgangspunt een stijging van de budgetten geraamd die overeenkomt met de verwachte stijging van de lonen en prijzen. Hierbij baseren wij ons op de percentages gepresenteerd in het centraal economisch plan (CEP) 2025 door het CPB. Inschatting 2025 Naast een actuele inschatting voor 2026-2029 worden ook verwachte kostenstijgingen voor 2025 herzien. Ten opzichte van de vorige inschattingen – en daarmee onze ramingen voor 2025 – valt op dat zowel loon- als prijsontwikkeling hoger is dan geschat in het najaar 2024: •

De raming van de loonsomstijging gaat omhoog van 4,4% bij de uitgangspunten van de begroting 2025 naar 6,0% nu. Het werkelijke effect voor de begroting en de doorwerking naar 2026 is afhankelijk van de af te sluiten cao (de huidige cao liep tot en met april 2025). Een eerste doorrekening daarvan is in hoofdstuk 3 opgenomen.

•

De raming van de prijsstijging gaat omhoog van 2,1% bij de uitgangspunten van de begroting 2025 naar 3,1% nu. Bij de bestuursrapportage 2025 zal worden gekeken welke budgetten moeten worden aangepast als gevolg van hoger dan verwachte prijsstijgingen.

De - voor de actuele prijsstijging - gecorrigeerde budgetten vormen het uitgangspunt voor de begroting 2026. Daarmee heeft deze correctie een structureel effect op de budgetten die bestemd zijn voor doorlopende taken. Indicatief gaat dit om een effect van € 850.000, dat in de cijfers van de voorliggende kadernota is verwerkt. 2026 en verder Voor 2026-2029 wordt aangesloten bij de ramingen in het CEP 2025. Uitzondering hierop is de loonvoet in 2026. Deze is met 2,0% erg laag in het CEP. Dit wordt veroorzaakt doordat er voor rijksambtenaren een nullijn geldt in dat jaar. Hiermee is dit percentage niet bruikbaar voor onze inschattingen. Met de kennis van de nieuwe CAO stellen we vast dat de inschatting van 3,8% zoals opgenomen in de meerjarenbegroting 2025-2028 voor de jaarschijf 2026 gehandhaafd kan blijven.

11 (55)

Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075

Datum 27 m ei 2025

Ver sie definitief

12 (55)

Voor de aankomende vier jaar zijn de uitgangspunten voor de stijging van de loonvoet en de prijzen als volgt: Uitgangspunten begroting 2026

2026

2027

2028

2029

Loonvoet sector overheid CEP 2025

3,80%

5,10%

4,20%

4,50%

Gemiddelde prijsstijging CEP 2025

2,55%

2,35%

2,40%

2,35%

Ontwikkeling tarieven

3,20%

3,70%

3,30%

3,40%

De budgetten in de meerjarenbegroting tot en met 2028 zullen worden aangepast om aan te sluiten bij deze ontwikkeling. Omdat er voor deze jaren al een huidige begroting ligt, waarin rekening is gehouden met indexatie, is dit effect kleiner dan in 2029. Dit jaar is zoals eerder genoemd nieuw in het meerjarenperspectief en ten opzichte van de stand uit 2028 dus nog niet geïndexeerd. Hier staat tegenover dat ook de ontwikkeling van de algemene uitkering nog niet was meegenomen (paragraaf 2.2), deze effecten compenseren elkaar grotendeels. De ontwikkeling per jaar ziet er als volgt uit. Hierin is indicatief rekening gehouden met de doorwerking van de hogere loon- en prijsstijging uit 2025. Hoewel de werkelijke effecten nog niet precies te ramen zijn, is voor een reële begroting het uitgangspunt dat deze gemiddelde prijsstijgingen nodig zijn om de budgetten op peil te houden. Budgettair effect uitgangspunten begroting 2026 (x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

Loonvoet sector overheid CEP 2025

636

793

914

2.991

Gemiddelde prijsstijging CEP 2025

947

1.113

1.322

3.108

Ontwikkeling tarieven

-543

-635

-730

-2.063

1.041

1.271

1.505

4.036

Rentestand Vooralsnog gaan wij voor de berekening van de kapitaallasten in 2026 uit van een rentepercentage van 0,5%. De gemeente Nieuwegein heeft in de afgelopen periode een aantal grote en goedkope leningen aangetrokken. Daardoor hebben we op dit moment nog geen last van de oplopende rente op de kapitaalmarkt. Vanwege de benodigde investeringen in de aankomende jaren is de verwachting dat er nieuw kapitaal aangetrokken zal moeten worden. Met de huidige rentestand zal dit leiden tot een oplopend gemiddeld rentepercentage. Op dit moment is rekening gehouden met een rentepercentage van 1% vanaf 2027. Bevolkingsprognose Leeftijdscategorie

2024

2025

2026

2027

2028

2029

0-18 jaar

12.058

12.167

12.460

12.844

13.123

13.421

19-64 jaar

39.648

39.684

40.844

42.330

43.547

44.760

65+ jaar

14.256

14.466

14.700

15.027

15.294

15.507

Totaal

65.962

66.317

68.004

70.201

71.964

73.688

Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075

Ver sie definitief

Datum 27 m ei 2025

13 (55)

Bovenstaand presenteren wij de geprognosticeerde inwonertallen op basis van het onderzoek dat in november 2024 is uitgevoerd. We blijven inzetten op het toevoegen van woningen waar mogelijk, waardoor ook het aantal inwoners groeit. De financiële kaders worden in grote mate beïnvloed door de groei van het aantal inwoners. Dat zien we onder andere terug in de ontwikkeling van de kosten voor Jeugd en Wmo. Ook is het een belangrijke factor voor de berekeningen die leiden tot het budget om de stad mee te kunnen laten groeien in de komende jaren, zie ook paragraaf 2.3.

2.5

Bijgesteld Meerjarenperspectief

In de voorgaande paragrafen is geschetst wat het financieel beginpunt is voor deze kadernota en het meerjarenperspectief, wat de effecten zijn van de ontwikkelingen vanuit het Rijk met betrekking tot de algemene uitkering, en wat de effecten zijn van de verdere maatstafontwikkeling en de verwachte loon- en prijsontwikkelingen. In onderstaande tabel zijn de geschatte financiële effecten van de benoemde ontwikkelingen op het saldo samengevat. (bedragen x € 1.000)

Meerjarenbegroting 2026-2029

Beginstand kadernota 2025

2026

2027

2028

2029

Saldo na 1e technische wijziging

-4.978

-4.384

-4.804

-6.145

Toename algemene uitkering

1.353

1.336

1.746

7.915

Overige algemene ontwikkelingen Loon- en prijsontwikkelingen Saldo na algemene ontwikkelingen

pm

pm

pm

pm

-1.041

-1.271

-1.505

-4.036

-4.666

-4.319

-4.564

-2.266

Voor de jaren 2026-2028 geldt dat de stijging van de algemene uitkering door bijstelling van de BBP-indices lager is dan de benodigde middelen om de verwachte prijsstijging in deze jaren op te vangen. In 2029 neemt de algemene uitkering meer (en toe dan de verwachte loon- en prijsontwikkeling. Dit komt doordat hierin zowel de volledige prijsontwikkeling als volumeontwikkeling zit van het gemeentefonds. Naar verwachting zal het restant van de volumeontwikkeling nodig zijn om autonome kostenstijgingen in de begroting op te vangen. Voor het concretiseren van overige algemene ontwikkelingen zoals potentiële verdere herijking van het gemeentefonds zijn we in afwachting van de meicirculaire. Het vertrekpunt van de voorliggende Kadernota stabiliseert zich de komende jaren dan rond een tekort van € 4,5 miljoen dat daarna (in 2029) terugloopt naar bijna € 2,3 miljoen.

Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075

Ver sie definitief

3

Ontwikkelingen

3.1

Bestuur en Dienstverlening

3.1.1

Ontwikkelingen bestaand

Datum 27 m ei 2025

14 (55)

Gemeenteraadsverkiezingen 2026 In maart 2026 zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Voor verkiezingen zijn standaard in de meerjarenbegroting middelen geraamd waar (via de algemene uitkering) een vergoeding van het Rijk tegenover staat. Omdat het gemeenteraadsverkiezingen betreft is aanvullend € 70.000 nodig voor o.a. de digitale stemwijzer, communicatie en opkomstbevordering, representatiekosten rond de raadswissel, faciliteiten voor de nieuwe raad en het introductieprogramma voor nieuwe raadsleden. 3.1.2

Ontwikkelingen nieuw

Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer Op 1 januari 2026 treedt de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) in werking. Hiermee krijgen burgers en ondernemers het recht om digitaal te communiceren en zaken af te handelen bij de overheid. Burgers en ondernemers behouden wel het recht om te kiezen voor een niet digitaal communicatiemiddel, zoals de telefoon of een papieren aanvraagformulier. De reikwijdte van de wet is groot, aangezien het alle officiële berichten betreft tussen burger/ondernemer en overheid. Voor een gemeentelijke organisatie als de onze betekent dit dat voor alle diensten en producten die geleverd worden aan burgers en ondernemers, er een digitaal kanaal beschikbaar moet zijn voor het verzenden en ontvangen van officiële berichten (het versturen van een e-mail wordt daarbij niet gezien als digitaal kanaal). Om aan de verplichtingen van de wet te voldoen zijn wij inmiddels met de voorbereidende werkzaamheden gestart. Daarbij streven we ernaar de werkzaamheden zo in te richten en te prioriteren dat we binnen de huidige begroting aan de minimale eisen kunnen voldoen. Om die reden wordt geen aanvullend budget gevraagd. Programma Bestuur en dienstverlening Gemeenteraadsverkiezingen 2026 Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer Saldo programma Bestuur en dienstverlening

2026

2027

2028

2029

€

-70

€

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-70

€

-

€

-

€

-

-

€

-

€

-

Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075

3.2

Wonen en Economie

3.2.1

Ontwikkelingen bestaand

Ver sie definitief

Datum 27 m ei 2025

Vervolg Groot Merwede Voor het programma Groot Merwede (voorheen A12-zone) zijn afgelopen jaren (20222025) de mogelijkheden voor gebiedsontwikkeling in de Nieuwegeinse deelgebieden van Groot Merwede: de Galecopperzoom, Liesbosch-West en Laagraven-Oost 1), verkend. Na het afronden van de verkenningsfase in 2025 kan worden gestart met de planfase. Om dit in goede banen te leiden wordt momenteel gewerkt aan een Koersdocument Groot Merwede. Het Koersdocument bestaat uit een ontwikkelperspectief en ontwikkelstrategie. Het ontwikkelperspectief betreft een concretisering van de uitgangspunten uit de Ruimtelijke Positiebepaling A12-zone (2022-326). De ontwikkelstrategie geeft inzicht in het vervolgproces, de benodigde planproducten en hoe dit kan worden georganiseerd en gefinancierd. Dit najaar, in november, zal het Koersdocument ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd. Op basis van de informatie uit de ontwikkelstrategie zal een voorstel worden gedaan voor het vervolgproces en de benodigde financiële middelen in de periode 2026 tot 2030. Een aantal uitgangspunten staan centraal: •

Middelen voor de planfase 2026 tot 2030;

•

Financiering vanuit de reserve grondbedrijf;

•

Waar mogelijk gebruik maken van middelen die door het rijk beschikbaar worden gesteld;

Bij een positieve besluitvorming over dit Koersdocument en het financiële voorstel voor het vervolgproces kan dit bij de eerste technische wijziging begin 2026 worden verwerkt in de begroting en kan de planfase van Groot Merwede (Galecopperzoom en Liesbosch-West) starten.

Capaciteit vergunningverlening, toezicht en handhaving De kosten voor invoering en uitvoering van de Omgevingswet (o.a. vergunningverlening, bouw- en woningtoezicht, zaaksysteem) zijn in het verleden naar beneden bijgesteld door verwachte afname inkomsten en door invoering van de Wet Kwaliteitsborg Bouwen (WKB). De WKB is echter nog niet geheel ingevoerd. En de kosten voor personeel aan toezicht en handhaving nemen nog niet af zoals eerder verwacht. Hetzelfde geldt voor vergunningverlening. Om goed invulling te kunnen blijven geven aan bouw- en woningtoezicht en vergunningverlening is het wenselijk om de personeelsbegroting 2026 incidenteel met € 250.000 naar boven bij te stellen. Dat zal dan met inhuur worden ingevuld en hiervoor zijn middelen beschikbaar in de reserve omgevingswet.

1 Het deelgebied Laagraven Oost wordt in het Koersdocument niet meegenomen omdat dit gebied

binnen Groen Groeit Mee verder wordt uitgewerkt. (Voor Laaggraven wordt in het kader van het Kromme Rijn Linie Landschap budget aangevraagd)

15 (55)

Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075

3.2.2

Datum 27 m ei 2025

Ver sie definitief

16 (55)

Ontwikkelingen nieuw

Voorziening voor welzijn en zorg in Rijnhuizen Rijnhuizen is volop in ontwikkeling naar een gemengde woonwijk. Waar nog steeds kantoren zijn en blijven, maar waar de nadruk ligt op wonen en recreëren. Er komen 2.500 - 3000 woningen en naar schatting zo’n 6.000 inwoners bij. Het is daarmee de grootste woningbouwopgave in de stad. De openbare ruimte van deze wijk groeit mee. Sinds de herziening van de Gebiedsvisie Mooi Rijnhuizen 2019 zijn er niet alleen woningen gepland, maar is ook opgenomen dat er meer groen en andere voorzieningen, zoals een school, een huisarts en een supermarkt in de wijk gaan komen. Voor deze wijkvoorzieningen wil de gemeente ruimte vinden en faciliteren. Vanuit de huidige bewoners (en het Wijkplatform) is er al veel vraag naar deze voorzieningen. De locatie van de school en de supermarkt zijn inmiddels duidelijk. De maatschappelijke gemeentelijke opgave voor ontmoeten, zorg en welzijn is nog niet geheel ingevuld. Er zijn in Rijnhuizen nog beperkte mogelijkheden om dit te kunnen realiseren, er is immers vrijwel geen eigen gemeentegrond in deze wijk. Er zijn drie geschikte plekken voor deze voorziening, waarvan er twee onderdeel zouden kunnen zijn van lopende particuliere ontwikkelingen en er is de ruimtereservering van de ontwikkeling op de voormalige hockeyvelden in Rijnhuizen.

De meest geschikte plek voor een zorg- en welzijnsvoorziening zien we op de locatie Wattbaan. Deze locatie is zowel ruimtelijk, gelegen aan de zuidkant van het fort, als vanuit clustering van voorzieningen de meest geschikte plek. De ontwikkelaar en Portaal als betrokken partijen hebben zich vaker bewezen in Nieuwegein. Voor de huur van een buurtvoorziening houden we op basis van de gangbare parameters een huurprijs van € 84.000 per jaar (prijspeil 2024) aan. Eventuele kosten voor parkeerplaatsen, servicekosten etc. komen hierbij. Dit betekent vanaf moment van realisatie in 2028 een bedrag van gemiddeld € 100.000 voor het gebouw. Begeleiding van vrijwilligers proberen we op te vangen binnen de bestaande mogelijkheden. Aangezien de kosten nadrukkelijk samenhangen met de groei van de stad en de daarbij benodigde voorzieningen is het idee om de dekking van de kosten te vinden binnen de hiervoor bestemde reservering. Programma Wonen en Economie

2026

2027

2028

2029

Vervolg Groot Merwede

p.m

p.m

p.m

p.m

Capaciteit vergunningverlening, toezicht en handhaving Onttrekking reserve Omgevingswet Voorziening voor welzijn en zorg in Rijnhuizen Dekking uit middelen groei van de stad Saldo programma Wonen en Economie

€

-250

p.m

p.m

p.m

€

250

p.m

p.m

p.m

€

-

€

-

€

-100

€

-100

€

-

€

-

€

100

€

100

€

-

€

-

€

-

€

-

Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075

Ver sie definitief

3.3

Leefomgeving en Veiligheid

3.3.1

Ontwikkelingen bestaand

Datum 27 m ei 2025

Bestekken voor beheer en onderhoud openbaar groen Noord en West. Vanaf 2025 hebben wij nieuwe (duurdere) bestekken voor het integrale groenonderhoud voor West en Noord. Dekking van de kosten is in 2025 gevonden door eenmalig een beroep te doen op de reserve betere buurten en beheerplannen. In de kadernota 2025 was dit aangekondigd en in deze kadernota worden de kosten integraal afgewogen. Het gaat in totaal om een bedrag van € 445.000 structureel. Kwaliteitsinspectie openbaar groen Een inspectie biedt objectieve informatie over de kwaliteit van groenvoorzieningen. Dit helpt om de conditie van bomen en groenvakken te beoordelen en te beslissen waar vervanging of verbeteringen nodig zijn. Door de conditie van groenvoorzieningen regelmatig te inspecteren, kunnen gemeenten beter plannen en budgetteren voor onderhoud en vervanging. Dit kan uiteindelijk kostenbesparend zijn, dus beheersing van kosten op langere termijn. De kosten van de inspectie bedragen € 80.000 incidenteel en voorgesteld wordt deze te dekken uit de reserve betere buurten en beheerplannen. Voorbereidend onderzoek onderhoud stamriool Het stamriool is een kritisch deel van het rioolsysteem in Nieuwegein. Het vormt een essentieel onderdeel van het rioolstelsel en zorgt voor de efficiënte afvoer van grote hoeveelheden water.

Als er storingen zijn, ontstaan mogelijke risico’s voor Volksgezondheid en milieu, die hogere kosten met zich mee kunnen brengen. Om een juiste raming te hebben voor de kosten van uitvoering die in de beheerperiode 20282031 vallen, moeten wij alvast in 2026 beginnen met de voorbereidingen. De kosten van het onderzoek bedragen € 50.000 en zullen ten laste van de voorziening rioolheffing worden gebracht. Ruimen graven op begraafplaats Noorderveld Voor volgend jaar staat een nieuwe ronde van ruiming van graven op de begraafplaats Noorderveld gepland. Dit zijn de graven van 2023-2024 en 2025 die moeten worden geruimd in 2026. De kosten van dit ruimen bedragen € 85.000 meer dan als standaardbudget in de begroting is opgenomen. Deze hogere kosten hangen samen met het feit dat in 2026 sprake is van een grotere ruiming dan normaal. Tegelijkertijd hebben we geconstateerd dat in de 2e technische wijziging 2024 de begroting voor de opbrengst begraafrechten met € 150.000 structureel is verlaagd met als onderbouwing dat het aantal begrafenissen achter bleef en steeds minder wordt. Bij de jaarafsluiting bleek deze aanpassing deels onterecht. De opbrengst was € 60.000 lager dan oorspronkelijk begroot, maar € 90.000 hoger dan de aangepaste begroting. Via deze kadernota herstellen we die raming en daarmee kunnen de kosten voor het ruimen in 2026 gedekt worden.

17 (55)

Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075

Ver sie definitief

Datum 27 m ei 2025

Herinrichten fietsstraten Ter uitvoering van de Mobiliteitsvisie (2021-067) zijn wij voornemens een tweetal fietsstraten op te knappen. In de eerste plaats de fietsstraat Mendes da Costalaan. Dit betreft een investering van € 1.030.000 waarvan 75% uit subsidies kan worden betaald. De resterende kapitaallasten bedragen dan € 16.000 per jaar. De tweede fietsstraat gaat over de Nedereindseweg-Oost. Hier gaat het om een totaalinvestering van € 1.250.000. Hiervoor ontvangen wij voor de totale aanneemsom een subsidie, waardoor er geen kapitaallasten voor de gemeente zullen zijn. De lasten worden, in lijn met de criteria voor de inzet van deze middelen, gedekt uit de middelen voor het meegroeien van de stad. Aanpak Leefbaarheid en Veiligheid De Rijksbijdrage zal na 2025/2026 doorlopen. Tussen 2026-2028 komt er een nieuwe subsidieregeling SPUK Kansrijke Wijk (met mogelijk een eis tot cofinanciering en versterken van de rol van programmadirecteur). De inhoud is nog onduidelijk dus ook of deze voldoende aansluit bij onze prioriteiten. Daar komt in de loop van deze maanden meer duidelijkheid over. Verder hebben we recent de Regiodeal 2025-2029 toegekend gekregen. Deze middelen zullen vanaf 2026 inzetbaar zijn.

Op dit moment financieren wij, vanuit eigen middelen voor deze bestuursperiode de volgende zaken, waarbij soms sprake is van cofinanciering vanuit de lopende SPUK Kansrijke Wijk: Gaan voor een Baan, IPW, Onderzoek naar voorliggend veld, Basisbaan. Vanuit de SPUK-middelen financieren wij diverse activiteiten én het programmabureau. Komende maanden maken wij hiervoor een uitvoeringsplan.

3.3.2

Ontwikkelingen nieuw

Deelname ontwikkelperspectief Kromme Rijn Linie Landschap (KRLL) In 2022 ondertekende gemeente Nieuwegein, het Groen Groeit Mee Pact waarmee zij de intentie uitsprak zich in te zetten voor groen als randvoorwaarde voor verstedelijking en zelfstandige kwaliteit van een vitale en aantrekkelijke regio. Er is een gezamenlijk Ontwikkelperspectief opgesteld met uitvoeringsprogramma voor het deelgebied Kromme Rijn Linie Landschap. Laagraven maakt onderdeel uit van dit deelgebied. Als wij de samenwerking voortzetten zijn aanvullende middelen nodig. Deels zijn die te vinden binnen de begroting. Voor de uitvoering van een aantal projecten zijn aanvullende middelen nodig. Het uitvoeringsprogramma is geraamd op € 27,83 miljoen incl. btw. Het Rijk heeft vanuit de UPLG-gelden een bijdrage van € 10,73 miljoen incl. btw beschikbaar gesteld en provincie Utrecht heeft een financiële bijdrage van € 12,34 miljoen incl. btw toegezegd. Van de gemeenten Utrecht, Zeist, Houten, Bunnik, Nieuwegein en het HDSR wordt een aanvullende financiële bijdrage gevraagd. Voor Nieuwegein gaat het daarbij om € 75.000. De gezamenlijke financiële bijdrage van de deelnemende gemeenten en het waterschap wordt bijna vertienvoudigd met de bijdragen vanuit het Rijk en Provincie. Wij stellen voor de bijdrage te dekken uit de middelen voor de groei van de stad.

De toename van het aantal inwoners vraagt om een toename van gebieden waar gerecreëerd kan worden.

18 (55)

Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075

Ver sie definitief

Datum 27 m ei 2025

19 (55)

Als wij meedoen kunnen er de komende vijf jaar een aantal projecten in Laagraven worden uitgevoerd zoals: een beleefplek waterlinie/erfgoed/landschap/natuur, een wandelbrug over inundatiekanaal naar Regiowout, revitalisering/herinrichting Regiowoutbos en wandelpaden tussen Heemstede-Noord richting Regiowout, en Waijensedijk en/of Kasteeltuin Heemstede. Toepassen stil asfalt op ontsluitingswegen In het omgevingsprogramma geluid staat opgenomen dat wij delen van de ontsluitingswegen willen realiseren met stil asfalt. Werkzaamheden aan de deklaag van de ontsluitingswegen staan gepland in de huidige beheerperiode tot en met 2027. Als wij geen stil asfalt op (delen van) deze wegen realiseren in 2026 en 2027, moeten wij nog minimaal 10 jaar wachten (dus in 2036) om deze aanpassing te realiseren. In 2026 betreft het dan groot onderhoud 's-Gravenhoutseweg € 58.000 en groot onderhoud Zandveldseweg € 66.000. In 2027 gaat het om groot onderhoud Wijkerslootweg € 55.000 en groot onderhoud AC Verhoefweg € 204.000. Per saldo wordt daarmee dus aanvullend krediet gevraag in 2026 ter grootte van € 124.000 en in 2027 € 259.000. Dit betekent voor de begroting extra kapitaallasten van € 13.000 in 2027 oplopend naar € 39.000 structureel vanaf 2028.

Bouwkundige inspectie geluidsschermen A.C. Verhoefweg In 2024 hebben wij het omgevingsprogramma Geluid vastgesteld. Hierin zijn middelen opgenomen die nodig zijn voor een bouwkundige inspectie van de bestaande geluidschermen aan de A.C. Verhoefweg. De kosten van dit onderzoek bedragen € 50.000. Wij zijn voornemens dit onderzoek in 2026 uit te voeren en de eenmalige kosten ten laste te brengen van de reserve betere buurten en beheerplannen. Programma Leefomgeving en veiligheid

2026

2027

2028

2029

kosten onderhoud groen bestek NoordWest kwaliteitsinspectie openbaar groen

€

-445

€

-445

€

-445

€

-445

€

-80

€

-

€

-

€

-

ontrekking reserve betere buurten en beheerplannen Onderzoek onderhoud stamriool

€

80

€

-

€

-

€

-

€

-50

€

-

€

-

€

-

dekking uit voorziening rioolheffing

€

50

€

-

€

-

€

-

Ruimen graven op Noorderveld

€

-85

bijramen opbrengsten begraven

€

90

€

90

€

90

€

90

herinrichten 2 fietsstraten

€

-

€

-16

€

-16

€

-16

Dekking uit middelen groei van de stad

€

-

€

16

€

16

€

16

Aanpak leefbaarheid en veiligheid

€

-

€

-

€

-

€

-

uitvoeringsprojecten KRLL

€

-75

€

-

€

-

€

-

€

75

€

-

€

-

€

-

€

-

€

-13

€

-39

€

-39

€

-50

€

-

€

-

€

-

€

50

€

-

€

-

€

-

€

-440

€

-368

€

-394

€

-394

Dekking uit middelen groei van de stad toepassen stil asfalt op ontsluitingswegen bouwkundige inspectie geluidsschermen A.C. Verhoefweg onttrekking reserve betere buurten en beheerplannen Saldo programma Leefomgeving en Veiligheid

Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075

3.4

Vrije Tijd

3.4.1

Ontwikkelingen bestaand

Geen ontwikkelingen.

3.4.2

Ontwikkelingen nieuw

Geen ontwikkelingen.

Ver sie definitief

Datum 27 m ei 2025

20 (55)

Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075

Ver sie definitief

Datum 27 m ei 2025

3.5

Versterking Eigen Kracht, Ondersteuning en Bescherming

3.5.1

Ontwikkelingen bestaand

Actualisatie raming BUIG-uitkering Enkele jaren geleden hebben wij de ramingen van de BUIG-uitkering naar beneden bijgesteld omdat destijds bleek dat de gemeente Nieuwegein structureel tekortkwam op de compensatie voor de verstrekte bijstandsuitkeringen. Als gevolg van die aanpassing hebben we sinds die tijd op begrotingsbasis rekening gehouden met een nadeel van ongeveer € 1,4 miljoen per jaar. Kijkend naar de jaarrekeningen 2023 en 2024 constateren we dat de BUIG-uitkering nagenoeg overeenkomt met de hoogte van de bijstandsuitkeringen die zijn verstrekt en het nadeel zich niet heeft voorgedaan. Om die reden stellen we voor de ramingen bij te stellen. Dat levert structureel een voordeel van € 1,4 miljoen per jaar op. Waarbij wel de kanttekening past dat voor de latere jaren hier een toenemend risico aan verbonden is. Formatie Buurtpleinen Deze extra formatie is vorig jaar incidenteel opgevoerd in de Kadernota 2025. Mede met het oog op het traject sluitende meerjarenbegroting wilden wij toen nog geen besluit nemen over een structurele toekenning van deze middelen (€ 100.000). Wij zien inmiddels dat de buurtpleinen voorzien in een belangrijke behoefte van de Nieuwegeinse inwoners. Het gebruik van de buurtpleinen is afgelopen jaren dan ook toegenomen. Vanaf mei 2023 is extra ingezet op de capaciteit van buurtverbinders welke passend is bij dit toegenomen gebruik.

De onderbouwing voor deze inzet (24+8 uur extra per week per buurtplein) geldt nog steeds. De inzet van de buurtverbinders is essentieel om de buurtpleinen goed te laten functioneren en de sociale veiligheid op de pleinen te kunnen borgen. De inzet van de buurtverbinders heeft in 2024 o.a. geresulteerd in ruimte om meer inwonersinitiatieven een plek te geven (o.a. voor een bredere doelgroep), verruiming van de openingstijden voor open inloop en een toename van (het gevoel) van veiligheid door meer aanwezigheid en samenwerking met partners op de buurtpleinen en een goede begeleiding van de vrijwilligers van de gastenteams (incl. vrijwilligerscontracten). In 2025 worden de openingstijden verder verruimd naar 7 dagen per week voor inwonersinitiatieven (ook in de avond) en 5 dagen in de week voor open inloop; zijn 180 initiatiefnemers actief met vaste activiteiten en is er ruimte voor verder groei en doorontwikkeling van de gastenteams (ca. 60 vrijwilligers). Voorinvesteringen voorliggend veld en maatregelen Wmo In het kader van het traject sluitende meerjarenbegroting (SMB) is gewerkt aan maatregelen op het terrein van Jeugd en Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

De lijn van de voorgestelde maatregelen komt overeen met die we verwoorden in het in de maak zijnde beleidskader Welzijn & Maatschappelijke Ondersteuning en de koers Sociaal Domein: normaliseren, meer oplossen in het gewone leven én het belang van het voorliggende veld. Immers bij een aantal maatregelen (zoals bijvoorbeeld bij

21 (55)

Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075

Ver sie definitief

Datum 27 m ei 2025

triage, het strakker indiceren en zelf begeleiding bieden door Geynwijs), is een intensievere samenwerking met de maatschappelijk partners het voorliggende veld een belangrijke succesfactor en zelfs medebepalend voor het financieel rendement van de voorgestelde maatregelen. Dit betekent dat hier een andere verdeling van financiële middelen bij hoort. In de verdere afronding van het beleidskader brengen we de financiële gevolgen in beeld. In hoofdstuk 4 worden de maatregelen op het onderdeel Wmo voorgesteld voor het onderdeel Huishoudelijke Ondersteuning. Om deze maatregelen uit te kunnen voeren zijn extra (voor)investeringen nodig. Dit gaat voor het onderdeel was- en strijkservice om het uitbreiden van het aanbod van Wederkeer (€ 50.000 structureel). De middelen voor bezwaar en beroep op dit punt (€ 30.000 in 2025) zijn in de bestuursrapportage 2025 opgenomen. Voor de aangepaste indicaties schoon huishouden is in 2025 extra capaciteit bij Geynwijs nodig die ook via de bestuursrapportage 2025 wordt voorgelegd. De middelen voor afhandeling te verwachten bezwaren en beroep (€ 200.000 in 2026) nemen we in deze Kadernota op. Kostenontwikkeling Wmo Al jaren worden gemeenten, en ook de gemeente Nieuwegein, geconfronteerd met stijgende kosten in het kader van de uitvoering Wmo. Sinds 2019 gaat het om een stijging met gemiddeld 11% per jaar.

En ook de ramingen voor 2025 zijn via de eerste technische begrotingswijziging naar boven bijgesteld op basis van de cijfers die over 2024 zichtbaar zijn geworden. Als we naar de komende jaren kijken zien wij een aantal ontwikkelingen dat van invloed is op de kosten voor Wmo. Daarbij houden we voor nu geen rekening met eventuele maatregelen die genomen kunnen worden. Deze worden in hoofdstuk 4 aan u voorgelegd. Allereerst zullen de kosten als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen (OVA2) verder stijgen. Daarnaast zal het beroep op zorg toenemen vanwege het feit dat het aantal inwoners groeit. Daar staat tegenover dat met ingang van 2027 een inkomensafhankelijke bijdrage wordt ingevoerd. Wij verwachten dat de kosten hierdoor met ongeveer 5% kunnen dalen. Tot slot heeft het Rijk vorig jaar extra middelen beschikbaar gesteld voor de demografische ontwikkelingen. Als we al deze ontwikkelingen met elkaar verrekenen en afzetten tegen de ramingen in de meerjarenbegroting 2025 dan zien wij dat de kosten voor Wmo de komende jaren stijgen met bijna € 1,3 miljoen in 2026, oplopend naar een stijging met bijna € 2,3 miljoen in 2029. Kostenontwikkeling Jeugdzorg Ook de kosten voor Jeugdzorg zijn de afgelopen jaren fors gestegen. Hier ligt de gemiddelde stijging vanaf 2019 op zo’n 12% per jaar. Maar zien we ook dat deze stijging in de laatste jaren veel hoger was dan rond 2020.

In dat verband verwijzen wij u ook naar onze brief van 11 april jl. (2025-102) waarin wij u hebben meegenomen in de stijgen van uitgaven jeugdhulp in 2024. 2

OVA = Overheidsbijdrage arbeidsontwikkeling

22 (55)

Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075

Ver sie definitief

Datum 27 m ei 2025

23 (55)

Net als bij Wmo zien wij de kosten voor de komende jaren verder stijgen. Tegelijkertijd heeft het kabinet via de voorjaarsnota extra middelen in het vooruitzicht gesteld. Deze brengen vooral in de eerste jaren (2026 en 2027) wat verlichting. Maar vanaf 2028 zijn er bij het rijk hooggespannen verwachtingen ten aanzien van de resultaten van aanvullende maatregelen die worden uitgewerkt. Daarbij moet u denken aan het invoeren van een eigen bijdrage en het verkorten van de trajectduur van jeugdzorg. Ook worden eerder geraamde indexeringen geschrapt. In totaal gaat het voor Nieuwegein om een bedrag van bijna € 2,7 miljoen minder aan algemene uitkering en in onze ramingen nemen wij vooralsnog aan dat deze maatregelen voor eenzelfde bedrag aan besparingen opleveren. Voor de komende jaren gaan we er daarom vanuit dat de kosten voor jeugdzorg verder stijgen overeenkomstig de ramingen van de OVA-index. Dat is 4,91% in 2026 en 4,50% in de daaropvolgende jaren. Als basis voor deze index nemen we de cijfers over 2024, waarbij we aannemen dat 1/3 deel van de stijging in 2024 incidenteel van aard is. De compensatie die het Rijk toekent op basis van het rapport van de commissie van Ark verrekenen wij hiermee en, zoals al gezegd, gaan we er vooralsnog vanuit dat de kortingen vanaf 2028 kunnen worden opgevangen met de positieve effecten die de uit te werken maatregelen opleveren.

Op basis hiervan stijgen de kosten ten opzichte van de huidige ramingen in 2026 met € 275.000 wat verder oploopt naar een stijging van € 4,6 miljoen in 2029. 3.5.2 Geen

Ontwikkelingen nieuw

Programma VEKOB

2026

2027

2028

2029

actualisatie raming BUIG-uitkering

€

1.400

€

1.400

€

1.400

€

1.400

formatie buurtpleinen

€

-100

€

-100

€

-100

€

-100

voorinvesteringen voorliggend veld

€

-250

€

-50

€

-50

€

-50

kostenontwikkeling WMO

€

-1.290 €

-1.048 €

-1.520 €

-2.272

kostenontwikkeling Jeugdzorg

€

-275 €

-1.331 €

-3.729 €

-4.603

€

-515

-1.129 €

-3.999 €

-5.625

Saldo programma VEKOB

€

Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075

3.6

Bedrijfsvoering

3.6.1

Ontwikkelingen bestaand

Ver sie definitief

Datum 27 m ei 2025

Uitbesteden salarisadministratie Bij de begroting 2025 is incidenteel budget beschikbaar gesteld voor de aanbesteding van de salarisadministratie. Bij aanvang van deze werkzaamheden is gebleken dat, om tot daadwerkelijke aanbesteding over te gaan, de processen rondom de salarisadministratie eerst op orde gebracht moeten worden. De aanbesteding zelf schuift daarom door naar 2026, waardoor wij ook in 2026 verwachten incidentele kosten te maken. Hiervoor ramen wij een bedrag van € 100.000 incidenteel. Voor de daadwerkelijke invulling en de hierbij behorende structurele kosten van de salarisadministratie wordt een businesscase opgesteld. Mogelijk kunnen de resultaten en structurele financiële effecten hiervan bij de uitwerking van de begroting meegenomen worden.

3.6.2

Ontwikkelingen nieuw

Aanbesteding nieuw financieel pakket Momenteel hebben wij een financieel softwarepakket (Key2Financiën, K2F) van Centric. Dit is een bedrijfskritische applicatie. Deze software wordt gebruikt voor veel verschillende financiële processen en is van essentieel belang voor de boekhouding, maar ook voor het functioneren van de gemeente. Het pakket is in 1998 aangeschaft (nog voor de invoering van de aanbestedingswet) en na afloop van de contracten werd het steeds opnieuw verlengd. De leverancier heeft aangegeven dat onze software op enig moment moet worden omgezet naar een Cloud omgeving (ook wel SAASomgeving genoemd). Dit betekent dat op termijn de ondersteuning op lokale installaties stopt en we over moeten gaan naar de nieuwe dienstverlening in de Cloud. Wanneer dit precies gaat plaats vinden is nog niet bekend. Centric geeft aan dat er een nieuwe overeenkomst aan moet worden gegaan waarmee de huidige overeenkomst komt te vervallen. Hierdoor is het noodzakelijk om te bepalen hoe we tot vervanging/ vernieuwing van het contract en systeem gaan komen. Op deze nieuwe overeenkomst rust volgens de regels van de aanbestedingswet een aanbestedingsplicht. Vanwege de aanbestedingsplicht en het willen benutten van de kans om een stabiel en toekomstbestendig financieel pakket te verkrijgen zijn wij voornemens een aanbesteding te starten.

Dit levert ons een financieel pakket dat onze ambities optimaal ondersteunt en bijdraagt aan effectievere en efficiëntere interne dienstverlening op. De kosten van de aanbesteding en implementatie bedragen € 720.000 in totaliteit. Waarvan wij voorstellen hiervoor het resultaat 2024 in te zetten, en dus te dekken uit de algemene reserve. Het deel dat op 2025 betrekking heeft (€ 75.000) zal via de bestuursrapportage 2025 worden verwerkt. Op termijn ontstaat een structurele kostenbesparing van € 80.000 per jaar wegens verminderde personele inzet.

24 (55)

Kadernot a 2026 kaders en uitg angspunten voor d e pr ogrammabegroting 2026 Raadsnummer 2025-075

Ver sie definitief

Datum 27 m ei 2025

Effecten nieuwe CAO per 1 april 2025 Tijdens het opmaken van de voorliggende Kadernota kwam het bericht naar buiten dat de vakbonden en de VNG per 1 april jongstleden een nieuwe CAO zijn overeengekomen. De uitkomsten daarvan worden nu aan de achterbannen voorgelegd. De CAO kent een loonsverhoging van in totaal ongeveer 7,5% over een looptijd van 2 jaar. Een eerste snelle analyse leert dat deze verhoging past binnen de ruimte die we daarvoor hebben opgenomen. Met de kanttekening dat groei in bezetting en het wegvallen van dekking voor personeel dat in vaste dienst is aangenomen daar nog niet in mee is genomen. De exacte doorrekening vindt echter bij het opmaken van de begroting 2026 plaats. We ramen het effect in deze kadernota daarom op nul. ICT en I-visie Recent is aan u de I-visie in wording gepresenteerd. In de I-visie staat beschreven welke ontwikkelingen we nodig achten om onze digitale diensten aan de samenleving op een goede en eigentijdse manier te verlenen. Met als speerpunten data gedreven werken, toegankelijke en begrijpelijke dienstverlening en voldoende innoverend vermogen om een slimme volger te kunnen zijn. Randvoorwaardelijk om te kunnen ontwikkelen is een stevig ICT-fundament en ICT-organisatie en voldoende veiligheidsmaatregelen om de informatie die wij beheren en verwerken veilig te houden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=78b35bb1-5bc9-48b9-b718-1f827980b088