CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-278 Bijlage 1 Tweede technische begrotingswijziging 2024

Raadsvergadering 18 december 2024, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Tweede technische begrotingswijziging 202413.400 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2024-278 Bijlage 1

Tweede technische begrotingswijziging 2024

2e Technische begrotingswijziging 2024

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ....................................................................................... 2 1. Inleiding en samenvatting................................................................... 3 1.1 Inleiding .............................................................................................................. 3 1.2 Leeswijzer ............................................................................................................ 4 1.3 Samenvatting ....................................................................................................... 5

2. Technische wijzigingen ..................................................................... 11 2.1 Inleiding ............................................................................................................. 11 2.2 Bestuur en dienstverlening .................................................................................... 11 2.3 Wonen en economie ............................................................................................. 12 2.4 Leefomgeving en veiligheid ................................................................................... 14 2.5 Vrije tijd ............................................................................................................. 18 2.6 Versterking eigen kracht, ondersteuning en bescherming .......................................... 18 2.7 Bedrijfsvoering .................................................................................................... 22 2.8 Algemene dekkingsmiddelen ................................................................................. 24

3. Kredieten........................................................................................... 28 3.1 Kredietwijzigingen ................................................................................................ 28 3.2 Investeringen 2024 (Gereed en vervallen) .............................................................. 29

Pagina 2 van 35

2e Technische begrotingswijziging 2024

1. Inleiding en samenvatting 1.1 Inleiding Voor u ligt de tweede technische begrotingswijziging van het jaar 2024. In overeenstemming met de vastgestelde begrotingscyclus is dit de laatste wijziging van het nu lopende jaar en deze heeft als basis de begroting over het jaar 2024. Deze technische begrotingswijziging heeft als doel om het financiële resultaat van de begroting 2024 en jaarrekening 2024 dichter bij elkaar te brengen. Dit doen wij door - waar mogelijk - in deze rapportage de lopende begroting bij te stellen op basis van de meest recente ontwikkelingen. De peildatum is 1 oktober 2024. Financieel beeld De tweede technische begrotingswijziging 2024 bevat een groot aantal (technische) mutaties. Deze variëren tussen wijzigingen met effect op het begrotingssaldo (positief en negatief), budgetneutrale bijstellingen en mutaties gerelateerd aan kredieten en reserves. Per saldo wordt voor een bedrag van € 11,1 miljoen aan wijzigingen voorgesteld. Hiervan wordt vervolgens voorgesteld om een gedeelte toe te voegen aan hiervoor bestemde reserves (€ 3,7 miljoen) en bedragen over te hevelen naar 2025 (€ 6,2 miljoen). Hiermee resteert een bedrag van € 1,1 miljoen positief; samengenomen met het voorlopige begrotingssaldo uit de Bestuursrapportage (€ 519.000) wordt het nieuwe begrotingssaldo 2024 € 1,6 miljoen positief.

In paragraaf 1.3 wordt de ontwikkeling van het begrotingssaldo nader toegelicht. Relatie met de begroting 2025 en het traject Sluitende Meerjarenbegroting Bovenstaande ontwikkelingen hebben betrekking op het jaar 2024. Voor een aantal geldt dat deze mogelijk ook doorwerken in 2025 en later, waar bij opstellen van de begroting 2025 beperkt of geen rekening mee gehouden kon worden. Dit betreft de ontwikkeling rondom de kostenstijging Jeugd/WMO, de aanvullende OZB-opbrengsten, veranderingen in kapitaallasten als gevolg van nieuwe of doorgeschoven investeringen en uitvoeringskosten Geynwijs. Bijbehorende financiële effecten in 2025 en later worden formeel verwerkt in de eerste technische begrotingswijziging 2025. Hierbij is het genoemde financieel effect zoals verwerkt voor 2024 niet per definitie gelijk aan het effect op de begroting 2025 en verder. Wij houden u, zeker gezien de gesprekken rond ons meerjarenperspectief, goed op de hoogte van actuele ontwikkelingen en het financiële beeld. Wijzigingen na 1 oktober Omdat er ook na 1 oktober nog wijzigingen zullen zijn in 2024 (zoals de decembercirculaire) en pas dan daadwerkelijk zicht is op de uiteindelijke realisatie, zal het saldo van deze technische begrotingswijziging nooit gelijk zijn aan dat van de jaarrekening 2024.

In het kader van de rechtmatigheidsverantwoording zullen wij u, zoals opgenomen in de financiële beheersverordening 2024, in januari per brief informeren over grote ontwikkelingen die zich nog voordoen na het moment van opstellen van deze technische wijziging. Budgetoverhevelingen Conform de Financiële beheersverordening gemeente Nieuwegein 2024 stellen wij u een aantal budgetoverhevelingen voor. Dit doen wij als nu al zichtbaar is dat projecten of werkzaamheden in 2024 niet (volledig) kunnen plaatsvinden zodat wij deze projecten of werkzaamheden in 2025 alsnog/verder kunnen uitvoeren. Dit betreft hoofdzakelijk de tijdens deze raadsperiode beschikbaar gestelde middelen; conform afspraak blijven deze middelen in ieder geval tot en met 2026

Pagina 3 van 35

2e Technische begrotingswijziging 2024

beschikbaar. Deze moeten technisch wel steeds voor de volgende begroting beschikbaar worden gesteld door middel van overheveling. Daarnaast worden ook overhevelingen voorgesteld voor gelden gerelateerd aan incidentele Rijksmiddelen met een resultaatverplichting en voor incidentele overige budgetten waarvoor in 2025 geen budget beschikbaar is. De voorgestelde overhevelingen zijn getoetst aan de nieuwe aangescherpte voorwaarden voor overheveling. Wij hevelen, na uw goedkeuring, het bedrag over naar de begroting 2025. Kredieten De uitvoering en omvang van de beschikbare kredieten kunnen door diverse oorzaken afwijken van de oorspronkelijke planning of omvang van het krediet. Veelal heeft dit te maken met capaciteit, een langere voorbereidingstijd en/of langdurige (ruimtelijke) procedures, onvoorziene ontwikkeling van kosten (hoger of lager) en in het geheel niet uitvoeren van investeringen. In hoofdstuk 3 worden voorstellen gedaan tot het doorschuiven, ophogen of verlagen van en het vervallen van bestaande kredieten. Daarnaast wordt een aantal nieuwe investeringskredieten voorgesteld.

1.2 Leeswijzer Per programma Per programma ziet u eerst een totaaloverzicht van de wijzigingen. Daaronder worden de wijzigingen toegelicht. De financiële wijzigingen zijn allemaal van incidentele aard en hebben dus (behalve als we een overheveling voorstellen) op dit moment geen wijziging van de begroting 2025 tot gevolg. Bij de jaarrekening 2024, die in de zomer van 2025 ter besluitvorming ligt, volgt een voorstel voor de resultaatbestemming. Resultaatbestemming 2023 Tussen de bestuursrapportage 2024 (inclusief 1e Technische wijziging) en deze tweede technische begrotingswijziging 2024 is de jaarrekening 2023 met de bijbehorende resultaatbestemming vastgesteld. Conform de besluitvorming zijn de budgetoverhevelingen daaruit toegevoegd aan de betreffende budgetten in 2024. Hierdoor komt de beginstand van de lasten en baten in de tabellen niet voor elk programma overeen met de eindstand van de bestuursrapportage. Dit heeft geen effect op het begrotingssaldo. Positief en negatief - baten en lasten Ieder programma is kostengedreven. Dit wil zeggen dat er altijd lasten (kosten) zijn verbonden aan een programma en soms baten (opbrengsten). De lasten en baten zijn niet rechtstreeks aan elkaar verbonden. Doordat de lasten centraal staan, staan de lasten als positief getal in het programma. De baten staan als negatief getal zodat lasten en baten wel salderen.

Hierdoor is een toename of afname soms lastig te begrijpen. Bij de lasten betekent een positief getal of een toename daarvan een verhoging van de kosten. Bij een afname of een negatief getal nemen de lasten af. Bij de baten ligt dit anders. Hier geeft een positief getal of toename aan dat de baten zijn gedaald. Een negatief getal geeft aan dat de baten zijn toegenomen. Dit is onderstaand geïllustreerd.

Pagina 4 van 35

2e Technische begrotingswijziging 2024

Slot Zoals gebruikelijk lichten wij afwijkingen lager dan € 25.000 niet nader toe. De cijfers in de tabellen zijn x € 1.000.

1.3 Samenvatting In deze samenvatting worden de belangrijkste wijzigingen in de programma's en het financiële effect daarvan, inclusief reservemutaties en budgetoverhevelingen, aangegeven. De uitgebreide toelichting staat bij de inhoudelijke paragrafen in hoofdstuk 2. Ontwikkeling begrotingssaldo 2024 De ontwikkelingen en voorstellen in deze wijziging leiden ertoe dat het begrotingssaldo voor 2024 € 1.146.000 hoger wordt ten opzichte van de stand bij de Bestuursrapportage. Hiermee komt het saldo op dit moment op € 1.665.000 positief. Dit is in onderstaande tabel weergegeven. (Bedragen x € 1.000)

Ontwikkeling saldo na 2e technische wijziging Saldo begroting na bestuursrapportage

Totaal 519

Financiële effecten 2e technische wijziging

11.111

Saldo na 2e technische wijziging

11.630

Voorgestelde reservemutaties

-3.725

Saldo na reservemutaties

7.905

Voorgestelde budgetoverhevelingen

-6.240

Saldo na reservemutaties en budgetoverheveling

1.665

Pagina 5 van 35

2e Technische begrotingswijziging 2024

Financiële effecten 2e technische wijziging Het positieve effect van de wijzigingen is, exclusief de voorgestelde reservemutaties en budgetoverhevelingen, € 11.111.000. De meest significante ontwikkelingen die zijn opgenomen in deze rapportage en leiden tot dit resultaat worden hieronder kort samengevat. In de volgende hoofdstukken worden deze ontwikkelingen per programma nader toegelicht. Grondbedrijf, € 1.075.000 ten gunste van de reserve De begroting van het Grondbedrijf is geactualiseerd met de laatste ontwikkelingen van lasten en baten en verwachte winstnemingen. Dit geeft per saldo een positief effect van € 1.075.000, waarvan wordt voorgesteld dit toe te voegen aan de bijbehorende reserve Grondbedrijf. Verduurzaming en klimaat, € 1.725.000 voordelig De middelen die beschikbaar zijn voor deze raadsperiode voor verduurzaming bij inwoners, bedrijven en klimaatadaptatie worden dit jaar niet volledig uitgegeven, doordat de gestarte projecten in de stad nog niet zijn gerealiseerd. Hiervan wordt voorgesteld deze over te hevelen naar 2025. Omgevingswet, € 796.000 ten gunste van de reserve De baten en lasten in het kader van de omgevingsvergunningen zijn geactualiseerd. Ten opzichte van de primitieve begroting zijn zowel de inkomsten als de uitgaven hoger dan verwacht. Per saldo heeft dit een positief effect van € 796.000.

Dit wordt ten gunste gebracht van de reserve Omgevingswet. Parkeren, € 686.000 ten gunste van de reserve De begroting betaald Parkeren is bijgesteld naar de meest recente inzichten. Zo heeft de sluiting van de parkeergarage van het St. Antoniusziekenhuis geleid tot meer bezoekers, zowel op straat als in de parkeergarages. Het financiële effect is € 686.000 voordelig, dit wordt toegevoegd aan de hiervoor bestemde reserve Parkeren. Voorzieningenmutaties Afvalstoffenheffing en Rioolheffing, € 461.000 voordelig In het traject Sluitende Meerjarenbegroting is er onderzoek gedaan naar de mate van toerekening van kosten aan huisvuil en riool vanaf het jaar 2025. Vanuit het oogpunt van consistentie is dezelfde analyse ook over het jaar 2024 uitgevoerd. Het effect voor 2024 leidt tot een extra onttrekking uit de voorziening afvalstoffenheffing van € 638.000. Op dit onderdeel waren per saldo namelijk te weinig kosten toegerekend. Bij riool bleek dat de toerekening van kosten voor straatreiniging te hoog was, maar BTW, overhead, interne personeelskosten en rentelasten te laag. Door een hogere opbrengst rioolheffing en lagere kapitaallasten hoeft er in 2024 per saldo € 177.000 minder aan de voorziening Rioolrechten onttrokken te worden dan oorspronkelijk begroot.

Kostenstijging Jeugdzorg en WMO, € 3.696.000 nadelig Uit de tweede trimesterrapportage van de Regionale Backoffice Lekstroom (RBL) blijkt dat de kosten voor WMO (Maatwerkvoorzieningen 18+) en de Jeugdzorg (Maatwerkvoorzieningen 18-) in 2024 hoger zijn dan begroot. Voor WMO is dit een bedrag van € 1.820.000. Dit is het gevolg van een samenstel van op elkaar inwerkende autonome ontwikkelingen, zoals extramuralisering ouderenzorg, de (dubbele) vergrijzing in combinatie met de stijging van de jaarlijkse tariefindexatie, ambulantisering in de GGZ en de lange wachtlijsten bij de behandelpoli’s (ZvW).

Pagina 6 van 35

2e Technische begrotingswijziging 2024

De hogere kosten Jeugdzorg bedragen € 3.783.000 en zijn het gevolg van diverse factoren, zoals een stijgend gebruik, stijgende kosten, de verschuiving naar zwaardere (duurdere) zorg en een hogere indexering dan waarvan bij de begroting 2024 was uitgegaan. Beide effecten zijn verwerkt in deze wijziging en leiden tot een stijging van de kosten van in totaal € 5.600.000. Het Rijk heeft over de jaren 2022 en 2023 een eenmalige specifieke uitkering toegekend van € 1.907.000 voor niet-beoogde kosten jeugdzorg. Deze eenmalige uitkering wordt volledig in 2024 verwerkt, en drukt daarmee enigszins de stijging. Per saldo heeft dit een begrotingseffect van € 3.696.000. In het kader van het traject Sluitende Meerjarenbegroting zijn de Taskforces Huishoudelijke Hulp, Individuele begeleiding en Jeugd ingesteld, om de uitgaven op deze beleidsterreinen te beperken. Effecten WIL, € 845.000, nadelig De bijstandsuitkeringen zijn gestegen door verhoging van het minimumloon. Hierdoor stijgen de uitkeringslasten met € 1,5 mln. De baten nemen toe met € 1,6 mln. Daarnaast nemen de bijstandsuitkeringen voor zelfstandigen (Besluit bijstand zelfstandigen, BBZ) toe als gevolg van een toename van het aantal aangevraagde uitkeringen (€ 274.000). Ook de uitvoeringskosten van WIL zijn toegenomen. Een en ander is verwerkt in de begrotingswijziging van WIL, die in de raad van 10 oktober is vastgesteld.

Alle ontwikkelingen tezamen geeft een nadelig effect van circa € 845.000. Programma Leefbaarheid en veiligheid, € 1.950.000 voordelig De budgetten voor het programma Leefbaarheid en Veiligheid bestaan uit eigen middelen, incidentele Rijksmiddelen en tijdelijke subsidiemiddelen. De uitgevoerde activiteiten zijn vooralsnog bekostigd uit de subsidiemiddelen. De eigen beschikbaar gestelde middelen en de Rijksmiddelen worden hiermee beperkt aangewend. Dit leidt tot een voordeel van € 1.950.000, waarvan wordt voorgesteld dit over te hevelen naar 2025 en beschikbaar te houden voor dit programma. OZB-inkomsten, € 1.365.000 voordelig De OZB-inkomsten nemen ten opzichte van de huidige begroting en de eerdere rapportages van de BghU sterk toe (€ 1.365.000). Dit hangt samen met een areaaluitbreiding waar in 2023 bij het maken van de begroting 2024 nog geen rekening mee was gehouden. Daarnaast ontstaan voordelen door een hogere waardeontwikkeling (peildatum is altijd 1 januari van het betreffende begrotingsjaar) en door aanvullende verrekening uit eerdere jaren en als gevolg van ingetrokken bezwaren (hierop wordt niet begroot aangezien dit niet te voorzien/voorspellen is). De hogere opbrengsten als gevolg van areaaluitbreiding niet-woningen en hogere WOZwaardestijging werken structureel door.

In de vast te stellen begroting 2025 is hiervoor reeds rekening gehouden met een areaaluitbreiding van € 350.000 met betrekking tot niet-woningen. Het aanvullende structurele effect bedraagt hiermee € 395.000 en wordt verwerkt in de 1e Technische wijziging 2025. Septembercirculaire 2024, € 859.000 voordelig De septembercirculaire 2024 heeft een positief effect op het begrotingssaldo 2024, zie ook raadsbrief 2024-266 d.d. 16-10-2024. Dit hangt hoofdzakelijk samen met de afrekening van het BTW Compensatiefonds (BCF) die afgerond € 1,2 miljoen hoger uit is gevallen dan verwacht. Samengenomen met de lagere uitkeringsbasis (nadeel) en ontwikkeling van de maatstaven (voordeel) is het effect van de septembercirculaire € 859.000 positief.

Pagina 7 van 35

2e Technische begrotingswijziging 2024

Ontwikkeling rentelasten en -baten, € 962.000 voordelig In de afgelopen jaren is tegen voordelige voorwaarden geld geleend. Doordat dit geld nog niet volledig is uitgegeven, is er nog geen nieuwe financieringsbehoefte en zijn de rentelasten lager dan begroot. Bovendien staat een deel van het bedrag tijdelijk gestald bij het Rijk. Hier ontvangen we rente over. De extra baat is de bijstelling van deze renteopbrengst. Bijstelling omslagrente, € 2.267.000 grotendeels budgetneutraal De hierboven genoemde renteontwikkeling leidt er ook toe dat de rentekosten die intern worden doorberekend aan investeringen afnemen. Deze zijn namelijk gebaseerd op de omslagrente. Op basis van de voorgeschreven berekeningswijze was deze bij de begroting 2024 1%. Dit wordt nu bijgesteld naar 0,5%. Dit heeft als gevolg dat de rentelasten van de investeringen op de programma's afnemen en dat de inkomsten vanuit de doorberekende rente op het programma Algemene Dekkingsmiddelen met hetzelfde bedrag daalt. In principe is dit budgetneutraal, behalve bij onderdelen waar het leidt tot mutaties in reserves en voorzieningen. Bij de begroting 2025 is omslagrente eveneens vastgesteld op 0,5%, conform voorschriften uit het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV).

Afschrijvingslasten, € 725.000 voordelig Na realisatie/oplevering van investeringen starten de bijbehorende afschrijvingslasten in het daaropvolgende jaar. De te verwachten investeringen binnen de diverse programma’s zijn geactualiseerd op basis van de huidige realisatie en de verwachte opleverdatum. Deze actualisatie heeft als gevolg dat een deel van de afschrijvingslasten in 2024 nog niet worden gerealiseerd, dit levert een incidenteel voordeel op van afgerond € 725.000. Een gedeelte hiervan heeft betrekking op (bestemmings)reserves. Voorgestelde reservemutaties Voor een aantal van opgenomen ontwikkelingen is in het beleid vastgelegd dat voor- en nadelen worden verrekend met de betreffende reserves. De volgende voorstellen voor reservemutaties zijn daarom opgenomen in deze rapportage: Reservemutaties 2024 (Bedragen x € 1.000) Reserve Reserve Grondbedrijf

Omschrijving Storting: Voorlopig resultaat grondbedrijf en verrekening VPB

Reserve bijdr. Merwedelijn en

Storting: Inkomsten pauzelandschap

Groot Merwede

Galecopperzoom

Reserve Betere Buurten en Beheerplannen Reserve parkeren Reserve Omgevingswet Reserve Bestrijding energiearmoede

Storting: Lagere kapitaallasten Storting: Hogere parkeeropbrengsten en lagere kapitaallasten Storting: Hogere inkomsten omgevingsvergunningen Storting: Lagere programmalasten

Totaal reservemutaties 2e technische wijziging

Pagina 8 van 35

Bedrag 1.262 75 198 686 796 708 3.725

2e Technische begrotingswijziging 2024

Voorgestelde budgetoverhevelingen Op een aantal onderdelen constateren wij dat de beschikbare budgetten of ontvangen subsidies in 2024 niet (volledig) kunnen worden besteed. Op de betreffende programma's wordt dit zichtbaar als lagere lasten. Bij de kadernota 2025 zijn nieuwe voorwaarden vastgesteld waaronder deze budgetten kunnen worden overgeheveld naar het volgende jaar: 1. De opdracht is gegeven/verplichting is aangegaan, maar de werkzaamheden zijn nog niet uitgevoerd/gefactureerd en kunnen niet ten laste van het budget in het latere jaar komen. 2. Het budget een directe relatie met een incidentele doeluitkering, subsidie of andere bijdrage heeft. Niet overhevelen leidt anders tot een noodzakelijke activiteit zonder hiervoor bestemd budget. Overeenkomstig deze voorwaarden wordt voorgesteld om voor een bedrag van € 6.240.000 aan budget over te hevelen naar 2025 voor de volgende onderdelen: Budgetoverhevelingen 2024 (Bedragen x € 1.000) Programma

Onderwerp

Bestuur en Dienstverlening

Ideeënmarkt

Wonen en Economie

Milieu & Klimaatadaptatie

Leefomgeving en Veiligheid

Jongerenwerkers

Leefomgeving en Veiligheid Leefomgeving en Veiligheid Leefomgeving en Veiligheid

Aanpak Ondermijning op bedrijventerreinen Cameratoezicht Hotspots Kwaliteitsimpuls groen in de stad

Versterking eigen kracht,

Aanpak leefbaarheid en

ondersteuning en bescherming

veiligheid

Versterking eigen kracht, ondersteuning en bescherming Versterking eigen kracht, ondersteuning en bescherming

380 Beschikbaar voor raadsperiode 30 Beschikbaar voor raadsperiode 57 Beschikbaar voor raadsperiode 400 Beschikbaar voor raadsperiode 1.950

Beschikbaar voor raadsperiode en Rijksmiddelen

300 Beschikbaar voor raadsperiode

Ondernemers Centraal

ondersteuning en bescherming

1.725 Beschikbaar voor raadsperiode

Armoedebeleid Preventieregeling

Versterking eigen kracht,

435 Beschikbaar voor raadsperiode

145 Beschikbaar voor raadsperiode

ondersteuning en bescherming ondersteuning en bescherming

Type middelen

Stadsgeldbeheer

Versterking eigen kracht, Versterking eigen kracht,

Bedrag

163 Incidentele middelen

Toeslagenaffaire

160 Incidentele middelen

Laaggeletterdheid

495 Beschikbaar voor raadsperiode

Totaal gevraagde budgetoverhevelingen

6.240

Voorgesteld wordt om dit bedrag toe te voegen aan de algemene reserve. In het gevraagde raadsbesluit bij deze tweede technische begrotingswijziging is ook opgenomen dat deze bedragen in januari 2025 weer worden onttrokken aan de algemene reserve en toegevoegd aan de

Pagina 9 van 35

2e Technische begrotingswijziging 2024

betreffende budgetten in de begroting 2025, zodat deze budgetten per januari 2025 beschikbaar zijn. In onderstaande tabel is weergegeven hoe de saldi van de verschillende begrotingsprogramma’s wijzigen naar aanleiding van deze rapportage. Deze wijzigingen worden in het volgende hoofdstuk per programma toegelicht.

(Bedragen x € 1.000)

Stand primitieve begroting

Stand t/m Bestuursrapportage*

Mutaties 2e Technische wijziging

Stand na wijzigingen

Bestuur en Dienstverlening

-3.271

-3.674

489

-3.185

Wonen en Economie

-5.025

2.108

2.907

5.015

Leefomgeving en Veiligheid

-13.987

-14.113

2.784

-11.329

Vrije tijd

-8.700

-8.758

31

-8.728

Versterking eigen kracht, Ondersteuning en Bescherming

-62.126

-70.219

-837

-71.055

Bedrijfsvoering

-67.301

-68.307

1.122

-67.185

Algemene dekkingsmiddelen

160.834

163.483

-5.351

158.132

424

519

1.146

1.665

Saldo * Inclusief Resultaatbestemmingen 2023

Pagina 10 van 35

2e Technische begrotingswijziging 2024

2. Technische wijzigingen 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de financiële effecten per programma afzonderlijk toegelicht. Hierbij wordt stilgestaan bij de effecten op de baten, lasten en het uiteindelijk effect op het begrotingssaldo 2024.

2.2 Bestuur en dienstverlening (Bedragen x € 1.000)

Stand primitieve begroting

Stand t/m Bestuurs rapportage*

Mutaties 2e Technische wijziging

Stand na wijzigingen

Lasten

4.797

5.201

-489

4.712

Baten

-1.526

-1.526

0

-1.526

Saldo

-3.271

-3.674

489

-3.185

Bestuur en Dienstverlening

* Inclusief Resultaatbestemmingen 2023

Wijkgericht samenwerken (lagere lasten, € 40.000) De uitgaven op de Inkomensoverdrachten aan overige instellingen en personen zijn lager uitgevallen door opgebouwde reserves binnen een aantal wijknetwerken. Daarom kan de subsidie aan wijknetwerken voor 2024 met € 40.000 worden verlaagd. Structureel is deze post als onderdeel van de voorstellen in het traject meerjarenbegroting verwerkt in de begroting 2025. Kapitaallasten (hogere lasten € 65.000) De kredieten beelduitzending Raad, iPads raad en overige audiovisuele middelen in de raadszaal zijn in 2023 afgesloten. De kapitaallasten worden vanaf 2024 gerealiseerd. Deze kapitaallasten waren nog niet in de begroting 2024 opgenomen. Vanaf 2025 zijn deze reeds structureel in de begroting verwerkt. Fractiekosten (lagere lasten € 70.000). Hiervoor is een jaarlijks budget van € 55.000 begroot. Vanuit boekjaar 2023 was er een restant budget van € 50.000 overgeheveld, zodat er dit jaar in totaal € 105.000 beschikbaar was. Dit budget zal niet volledig worden benut en zodoende is de begroting hierop bijgesteld. Ideeënmarkt (lagere lasten € 435.000) Het primitief budget voor 2024 was € 200.000. Vanuit 2023 is er € 285.000 aan budget overgeheveld. In 2024 zijn er tot nu toe vooral interne kosten gemaakt, uitgezonderd de uitwerking van Motie M40 Speelvoorziening Wiersdijk (totaal ongeveer € 50.000).

De kosten voortkomend uit de aangenomen moties in 2023 verwachten we in 2025 te gaan maken. Dit geldt ook voor de ingediende ideeën uit de ideeënmarkt 2024. Wij stellen voor om het restant budget 2024 ad € 435.000 over te hevelen naar 2025, zodat het beschikbaar blijft voor uitvoering van de goedgekeurde ideeën/moties.

Pagina 11 van 35

2e Technische begrotingswijziging 2024

2.3 Wonen en economie (Bedragen x € 1.000)

Stand primitieve begroting

Stand t/m Bestuurs rapportage*

Mutaties 2e Technische wijziging

Stand na wijzigingen

Lasten

46.093

47.412

-18.420

28.992

Baten

-41.068

-49.520

15.512

-34.008

Saldo

-5.025

2.108

2.907

5.015

Wonen en Economie

* Inclusief Resultaatbestemmingen 2023

Actualisatie grondbedrijf 2024 (lagere baten € 16.026.000 en lagere lasten € 17.101.000) De verschillende grondexploitatieprojecten en overige complexen binnen het grondbedrijf zijn bijgesteld op basis van de verwachte fasering van baten en lasten en de verwachte winstneming (enkel van toepassing bij het Klooster). Hiermee worden de te verwachten baten en lasten bijgesteld naar de inschatting over 2024 en wordt het jaarresultaat grondbedrijf 2024 begroot. Als gevolg van diverse verschuivingen in de planning en vertragingen nemen de totale baten af met € 16 mln. en de totale lasten met € 17,1 mln. Deze zullen naar verwachting in de komende jaren worden gerealiseerd. Het verschil van € 1,1 mln. bestaat uit de mutatie van het verwachte jaarresultaat (winstneming en bijstelling overige complexen). Het voorlopige jaarresultaat grondbedrijf 2024 is begroot op € 1.075.000 bestaande uit de verwachte winstneming Het Klooster (€ 940.000), bijstelling van rente en afschrijving (€ 20.000), hogere baten huur erfpachtgronden (€ 140.000) en lagere baten van verkoop snippergroen van € 25.000. Het primitief begrote resultaat was € 77.000 positief. Hierin waren de inkomsten uit het pauzelandschap Galecopperzoom nog inbegrepen. Verder was hierin nog geen rekening gehouden met de verwachte winstneming Het Klooster.

Voorgesteld wordt om de stijging van het verwachte jaarresultaat 2024 (€ 1.075.000) toe te voegen aan de reserve grondbedrijf (zie programma Algemene Dekkingsmiddelen). Het uiteindelijke resultaat zal bij de jaarrekening 2024 duidelijk worden op basis van de daadwerkelijke kosten, opbrengsten en actualisaties met effect op het verwachte saldo van de projecten. De inkomsten vanuit het pauzelandschap Galecopperzoom (€ 75.000) worden conform eerdere besluitvorming toegevoegd aan de reserve bijdrage Merwedelijn en Groot Merwede. Wonen (lagere lasten, € 75.000) Zoals aangegeven binnen het traject Sluitende Meerjarenbegroting 2025 zijn er in het recente verleden extra middelen toegekend om rijksbeleid uit te werken. Aangezien dit tot op heden niet het geval is, is aangegeven dat het budget vanaf 2025 structureel met € 75.000 verlaagd kan worden. Omdat ook in 2024 geen extra middelen nodig zijn om rijksbeleid uit te werken kan dit bedrag ook in 2024 in mindering worden gebracht. Middelen Verduurzaming en Klimaat (lagere lasten, € 1.725.000) De middelen die beschikbaar zijn voor deze raadsperiode voor verduurzaming bij inwoners, bedrijven en klimaatadaptatie worden dit jaar niet uitgegeven zoals begroot. Oorspronkelijk is € 850.000 begroot, inclusief overheveling van het resultaat 2023 van € 1 mln. is een budget beschikbaar voor 2024 van € 1,9 miljoen.

Hoewel er in de stad projecten op het gebied van klimaatadaptatie in uitvoering zijn, worden de hieraan verwante kosten vooralsnog beperkt

Pagina 12 van 35

2e Technische begrotingswijziging 2024

gerealiseerd. Bovendien kan een gedeelte van de verduurzamingsactiviteiten bekostigd worden vanuit Rijkssubsidies met betrekking tot duurzaamheid. Hierdoor zijn de eigen incidenteel beschikbare budgetten beperkt aangewend. We verwachten het restant van € 1,7 mln. te gaan besteden aan deze lopende en enkele grotere projecten die nog binnen deze raadsperiode starten. We stellen zodoende voor om de resterende middelen van € 1.725.000 over te hevelen naar 2025. Omgevingswet & Omgevingsplan (hogere baten, € 1.310.000 en hogere lasten, € 514.000) De legesinkomsten vallen hoger uit over 2024. Op basis van nu verleende vergunningen zijn de verwachte inkomsten ongeveer € 3,5 miljoen. Dit wordt verklaard door de grote projecten in Blokhoeve, Zadelstede en ook het nieuwe politiebureau. De kosten vallen dit jaar ook hoger uit dan begroot door meer vergunningverlening en meer benodigd toezicht. Het verwachte voordeel van € 796.000 (€ 1.310.000 aan extra inkomsten minus € 514.000 aan extra lasten) zal worden toegevoegd aan de reserve Omgevingswet. Wet betaalbare huur (hogere lasten, € 37.000) Vanuit de septembercirculaire 2024 zijn middelen ontvangen voor de nieuwe wettelijke taken in het kader van de Wet betaalbare huur. Deze worden toegevoegd aan de hiervoor bestaande budgetten, waardoor de lasten op dit programma toenemen met € 37.000.

Hiervan is € 19.800 structureel, het restant is incidenteel van aard en bestemd voor de implementatiekosten. Betere buurten (hogere lasten, € 38.000) De afschrijvingslasten zijn geactualiseerd met € 38.000, omdat deze in de begroting 2024 abusievelijk niet zijn meegenomen. In de begroting 2025 zijn deze lasten wel meegenomen. Bijgestelde omslagrente (lagere lasten, € 189.000) Vanwege de lagere omslagrente (van 1% maar 0,5%) nemen de lasten binnen dit programma af met € 189.000. Het grootste deel heeft betrekking op Betere buurten (€ 180.000). De lagere onttrekking vanuit het onderdeel Betere buurten wordt verantwoord binnen het programma Algemene dekkingsmiddelen.

Pagina 13 van 35

2e Technische begrotingswijziging 2024

2.4 Leefomgeving en veiligheid (Bedragen x € 1.000)

Stand primitieve begroting

Stand t/m Bestuurs rapportage*

Mutaties 2e Technische wijziging

Stand na wijzigingen

Lasten

38.155

38.754

-2.807

35.947

Baten

-24.168

-24.641

22

-24.618

Saldo

-13.987

-14.113

2.784

-11.329

Leefomgeving en Veiligheid

* Inclusief Resultaatbestemmingen 2023

Bijgestelde omslagrente (lagere lasten, € 767.000) Vanwege de lagere omslagrente (van 1% naar 0,5%) nemen de lasten binnen dit programma af met € 767.000. De hiermee gemoeide lagere reserveonttrekking gerelateerd aan de beheerplannen (€ 56.000) wordt verantwoord binnen het programma Algemene dekkingsmiddelen. Verder leidt dit bij het onderdeel riolering tot een gewijzigde voorzieningsmutatie. Cameratoezicht hotspots (lagere lasten, € 57.000) In het najaar heeft zich één situatie voorgedaan waarbij cameratoezicht is ingezet. Er zijn in 2024 geen andere situaties ontstaan die passen binnen de kaders voor dit tijdelijke toezicht. Zodoende zijn de middelen voor deze pilot die beschikbaar zijn voor deze raadsperiode beperkt aangewend. Het budget voor deze pilot is momenteel toegewezen aan 2023 en 2024. Aangezien cameratoezicht een kostbare maatregel is en er mogelijk ook in 2025 een geschikte situatie zal zijn, verzoeken wij het restantbudget van € 57.000 over te hevelen naar 2025. Aanpak jonge aanwas (lagere baten € 350.000, en lagere lasten, € 350.000) De uitvoering van de aanpak Jonge Aanwas is in 2024 voortgezet, maar de verwachte inhaalslag is nog niet gerealiseerd. Hoewel extra middelen zijn vrijgemaakt en personeel is geworven, zullen de effecten daarvan pas vanaf 2025 zichtbaar zijn.

Hierdoor blijven de uitgaven en de aanwending van subsidiemiddelen in 2024 achter bij de begroting. De inhaalslag verwachten we in 2025 te maken door het versterken van de organisatie, monitoring, jongerenwerk en gerichte interventies, wat naar verwachting leidt tot een hogere uitgave in dat jaar. Jongerenwerkers (lagere lasten, € 380.000) De komende jaren zijn de middelen voor jongerenwerk die beschikbaar zijn binnen deze raadsperiode nodig voor investeringen in het jongerencentrum in de Zeepfabriek. De middelen van 2024 (€ 380.000) worden dit jaar niet volledig besteed. Het wordt voorgesteld deze over te hevelen naar 2025 om ze dan in te kunnen zetten voor jongerenwerk. De huidige afspraken met Jongerenwerk Utrecht (JoU) lopen tot en met eind april 2025. Publiekscampagne Cybercriminaliteit (lagere lasten, € 20.000) Het vanuit 2023 overgehevelde budget van € 20.000 voor digitale veiligheid wordt in 2024 niet gebruikt en kan vrijvallen. Dit komt doordat scholen door een vol lesprogramma niet deelnamen aan de "Hackshield-actie". In 2025 zijn er voor dit onderwerp opnieuw middelen beschikbaar binnen deze raadsperiode. Ondermijning op bedrijventerreinen (lagere lasten, € 30.000) Tijdens de raadsperiode zijn middelen beschikbaar gesteld voor de aanpak van ondermijning op bedrijventerreinen. Deze middelen worden in 2024 niet volledig besteed, omdat de kosten van de

Pagina 14 van 35

2e Technische begrotingswijziging 2024

analysetool lager zijn uitgevallen. Om deze middelen alsnog voor dit doel te kunnen inzetten, wordt voorgesteld deze over te hevelen naar 2025. Parkeren (hogere baten, € 545.000 en lagere lasten, € 81.000) Voor zowel garageparkeren (€ 545.000) als straatparkeren (€ 60.000) worden hogere inkomsten verwacht. De extra inkomsten uit straatparkeren zijn geboekt binnen het programma Algemene dekkingsmiddelen. De primitieve begroting van de parkeerinkomsten 2024 was gebaseerd op het resultaat 2022. De huidige begroting is aangepast op basis van de realisatie van de inkomsten 2023. Het gaat om een verwacht voordeel van ongeveer € 300.000, inclusief straatparkeren. Dit heeft verder geen effect op de begroting 2025, omdat deze reeds gebaseerd is op de realisatie 2023. Aanvullend zien we dat de opbrengsten voor kort parkeren voor zowel in de garages als op straat gestegen zijn door bezoekers van het ziekenhuis. Dit is het gevolg van het buitengebruik raken van de garage van het St. Antonius. De extra opbrengsten zijn naar verwachting ongeveer € 305.000 ten opzichte van 2023. Deze extra inkomsten zullen waarschijnlijk ook een effect hebben op de begroting 2025. De lagere lasten van € 81.000 betreffen het saldo van de rentelasten P15 (die abusievelijk nog niet waren afgeraamd van € 159.000) en actualisatie van de afschrijvingslasten (€ 78.000 hoger) voor de parkeergarages.

Toevoeging reserve parkeren Het voordeel op zowel straatparkeren van € 60.000 (zie programma algemene dekkingsmiddelen) als garageparkeren van € 626.000 (€ 545.000 baten en € 81.000 lasten) leidt tot een voordeel van € 686.000 in totaal. Hiermee wordt het nieuw verwachte jaarresultaat parkeren € 492.000 positief (dit was € 194.000 negatief). Afschrijvingslasten leefomgeving (lagere lasten € 373.000) Product Openbaar groen algemeen

Afschrijving -33.500

Speelvoorzieningen

-57.400

Wegen algemeen

-243.300

VRI/DRIS

-9.200

Bewegwijzering NBD

-18.700

Civieltechnische kunstwerken

-11.000

Totaal

-373.100

De lagere afschrijvingslasten ten opzichte van de oorspronkelijke begroting worden met name veroorzaakt door het afsluiten van jaarkredieten t/m 2022 bij de jaarrekening 2023. Dit was conform het uitgangspunt bij het opstellen van de nieuwe beheerplannen Openbaar Domein 20242027 en het financieel beleid dat een krediet in principe 2 boekjaren beschikbaar is. Vervangingsinvesteringen van oudere jaren die om moverende redenen zijn uitgesteld, zijn opnieuw in het beheerplan 2024-2027 opgenomen, waardoor dus oude kredietnummers konden vrijvallen. Begraafplaats (lagere lasten € 25.000, lagere baten € 150.000) Dit jaar zal er geen ruiming meer plaatsvinden van graven waarvan de termijnen zijn verstreken (lagere lasten € 25.000).

Pagina 15 van 35

2e Technische begrotingswijziging 2024

Het aantal begrafenissen neemt af. De opbrengst zal aanzienlijk lager zijn dan oorspronkelijk begroot (lagere baten € 150.000). Dit is een landelijke tendens, maar zeker in stedelijk gebied waar nabestaanden/overledenen voor 90% voor een crematie kiezen. De opbrengst in de begroting 2025 is nog niet naar beneden bijgesteld, maar op basis van deze trend zal deze dan ook te hoog zijn. In het kader van het project SMB zal dit nader beoordeeld worden. Civieltechnische kunstwerken (lagere lasten € 45.000) Budgetten met betrekking tot schades, graffiti bestrijding en overig zijn eenmalig voor 2024 bijgesteld aan de hand van de werkelijke realisatie. Dit leidt tot lagere lasten van € 45.000. Huisvuil (hogere baten € 648.000, lagere lasten € 344.000). Hierin is opgenomen een extra onttrekking uit de voorziening van € 638.000. Er is ten behoeve van de begroting 2025 een nieuwe analyse uitgevoerd op de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing. Dit heeft tot enkele aanpassingen geleid, die ook in 2024 doorgevoerd zullen worden. Er bleek dat er in het verleden een veel te laag bedrag aan BTW (€ 1,2 miljoen) in de kosten is opgenomen, maar de toewijzing van kosten straatreiniging (€ 77.000), overhead (€ 200.000) en interne personeelskosten (€ 267.000) juist te hoog zijn.

Opgemerkt wordt dat de extracomptabele toegerekende cijfers voor de BTW en de overhead niet terugkomen in de koptekst en de getoonde tabel. De begroting voor de opbrengsten afvalstoffenheffing is op basis van informatie van de BghU met € 90.000 naar beneden bijgesteld (lagere baten € 90.000). Dit heeft te maken met de post ‘nog op te leggen voor 2022 en 2023’. De geraamde kwijtschelding laat voor 2024 ten opzichte van de oorspronkelijke begroting een lager bedrag zien (lagere lasten € 30.000). De opbrengst voor inzameling en verwerking van textiel was voor 2024 nog niet begroot (hogere baten € 100.000). Daarnaast zijn aan de kostenkant nog enkele aanpassingen gedaan voor de deelnemersbijdrage RMN, kosten verwerking afval en inhuur expertise (per saldo hogere lasten € 30.000). Bovenstaande mutaties zijn gecorrigeerd. Dit leidt tot een stijging van de toerekening van kosten aan huisvuil, die wordt opgevangen door een extra onttrekking uit de voorziening van € 638.000. Er was oorspronkelijk een onttrekking begroot van € 310.000. Door deze wijziging wordt de totale begrote onttrekking uit de voorziening nu € 948.000. Kabels en Leidingen (lagere baten € 65.000). In 2021 was er een bedrag dubbel in rekening gebracht (via reguliere leges en via project glasvezel). Na bezwaar is hiervoor in 2024 alsnog een creditfactuur verstuurd.

Kwaliteitsimpuls groen in de stad (lagere lasten, € 400.000) Voor deze raadsperiode zijn er middelen beschikbaar gesteld voor 'Kwaliteitsimpuls groen in de stad' (totaal € 750.000). Dit is met name gereserveerd voor het realiseren van Flora en Faunapassages, verbeteren biodiversiteit en vergroten van ‘groen’ in enkele wijken. Wij vragen u het restant (€ 400.000) beschikbaar te stellen voor 2025, zodat de uitvoering volgend jaar kan plaatsvinden. Volgend jaar is hiervoor dan nog € 500.000 beschikbaar. Riolering (lagere lasten € 551.000, lagere baten € 52.000). Hierin is opgenomen een lagere onttrekking uit de voorziening van € 177.000. Er is ten behoeve van de begroting 2025 een nieuwe analyse uitgevoerd op de kostendekkendheid van de rioolheffing. Dit heeft tot enkele aanpassingen geleid, die ook in 2024 doorgevoerd zijn. Er bleek dat er in het verleden een te laag bedrag aan BTW (€ 35.000), overhead (€ 43.000) en

Pagina 16 van 35

2e Technische begrotingswijziging 2024

interne personeelskosten (€ 297.000) in de kosten is opgenomen. De toewijzing van kosten straatreiniging was juist veel te hoog (€ 405.000). Door de verlaging van de omslagrente zijn de extracomptabele rentelasten hoger (€ 125.000). Opgemerkt wordt dat de extracomptabele toegerekende cijfers voor de BTW en de overhead niet terugkomen in de koptekst en de getoonde tabel. De begroting voor de opbrengsten rioolheffing is op basis van informatie van de BghU met € 140.000 naar boven bijgesteld (hogere baten € 140.000). Dit heeft te maken met een verwacht voordeel uit 2024 (€ 90.000) en een voordeel over de oplegging van oudere jaren (€ 50.000). Aan de kostenkant is de begroting voor kapitaallasten verlaagd (lagere lasten € 146.300). Dit bestaat uit € 21.500 lagere afschrijvingslasten en € 124.800 lagere rentelasten. Zie de eerdere toelichting m.b.t. de aanpassing van de omslagrente. De onderhoudskosten huisaansluitingen en kolkaansluitingen zijn hoger (hogere lasten € 70.000), wat deels gecompenseerd wordt door het saldo van diverse overige aanpassingen (lagere lasten € 55.000). Alle hiervoor genoemde mutaties zijn gecorrigeerd. Door de hogere opbrengst rioolheffing, lagere kapitaallasten en vooral de lagere doorbelasting vanuit de kosten straatreiniging leidt dit per saldo tot een lagere onttrekking uit de voorziening.

Er was oorspronkelijk een onttrekking uit de voorziening begroot van € 250.000. Dit is nu met € 177.000 aangepast naar een onttrekking van € 73.000. Wegen (hogere lasten € 30.000) Er is in de afgelopen jaren een stijgende trend zichtbaar van de kosten van watersysteemheffing die geboekt worden ten laste van het product wegen. Dit is een heffing van het Waterschap voor eigenaren van bijvoorbeeld ongebouwde onroerende zaken, zoals wegen. Deze post is altijd bij het product wegen gebudgetteerd en geboekt, maar te laag begroot. In het kader van het project SMB zal dit nader geanalyseerd worden. Daarnaast is een aantal overige kleine aanpassingen doorgevoerd. Per saldo stijgen de lasten op dit product met € 30.000. Reclameopbrengsten (hogere baten € 85.000) Vanaf 2024 is er een nieuwe overeenkomst gesloten voor infozuilen (digitale schermen) en rotondereclame. Dit was nog niet in de begroting 2024 verwerkt. De begroting 2025 is hier al wel op aangepast. Mobiliteitsprogramma (lagere lasten € 37.000) Geen volledige besteding van het (onderzoeks)budget voor de uitvoering mobiliteitsprogramma (lagere lasten € 70.000). Overige diverse aanpassing (totaal hogere lasten € 33.000)

Pagina 17 van 35

2e Technische begrotingswijziging 2024

2.5 Vrije tijd (Bedragen x € 1.000)

Stand primitieve begroting

Stand t/m Bestuurs rapportage*

Mutaties 2e Technische wijziging

Stand na wijzigingen

Lasten

9.406

9.400

-31

9.369

Baten

-706

-641

0

-641

Saldo

-8.700

-8.758

31

-8.728

Vrije tijd

* Inclusief Resultaatbestemmingen 2023

De verlaging van de lasten wordt vanwege de kleine omvang van de mutaties niet nader toegelicht.

2.6 Versterking eigen kracht, ondersteuning en bescherming (Bedragen x € 1.000)

Stand primitieve begroting

Stand t/m Bestuurs rapportage*

Mutaties 2e Technische wijziging

Stand na wijzigingen

Lasten

92.425

103.854

4.268

108.122

Baten

-30.300

-33.635

-3.432

-37.067

Saldo

-62.126

-70.219

-837

-71.055

Versterking eigen kracht, Ondersteuning en Bescherming

* Inclusief Resultaatbestemmingen 2023

Onderwijskansenbeleid (OKB) (hogere lasten en baten € 240.000) Het budget OKB is in de primitieve begroting 2024 gebaseerd op een inschatting vanuit eerdere jaren. Op basis van de door het college vastgestelde Uitvoeringsbegroting 2024 OKB zijn de lasten aangepast. De hogere lasten worden gedekt uit de hiervoor beschikbare Rijksmiddelen, waardoor dit per saldo budgetneutraal is. WEBgelden (hogere lasten en hogere baten, € 74.000) In het kader van de Wet educatie en beroepsonderwijs (Web) is een subsidiebedrag aangevraagd en ontvangen - bij de centrumgemeente Utrecht voor activiteiten van het Taalhuis Lekstroom van € 299.500. In de primitieve begroting was een bedrag opgenomen van € 217.300. Het verschil wordt nu budgetneutraal verwerkt in de gemeentebegroting. Het ontvangen bedrag is één op één doorbetaald aan het Taalhuis. Welzijnssubsidies (lagere lasten, € 85.000) In de subsidie van Santé waren de salariskosten van de participatiecoach opgenomen. Deze formatie is met ingang van 2024 verplaatst naar Geynwijs. Daardoor daalt de subsidie (€ 105.000) en stijgen de salariskosten Geynwijs (€ 85.000), die binnen het programma Bedrijfsvoering is opgenomen. Het verschil blijft beschikbaar voor welzijnssubsidies. Met ingang van 2025 is dit ondergebracht bij WIL.

Pagina 18 van 35

2e Technische begrotingswijziging 2024

Begrotingswijziging GGDrU, hogere lasten € 86.000 De begrotingswijziging 2024-I van de GGdrU voor de basis dienstverlening bestaat uit aanpassingen als gevolg van loon-, prijs- en volumemutaties. De effecten hiervan zijn verwerkt in de begroting. Daarnaast is extra maatwerk ingekocht voor Toeleidingsconsulent Voor- en vroegschoolse Educatie, en aanpak Valpreventie (€ 118.000). Dit wordt voornamelijk gedekt uit reguliere bestaande budgetten, zoals budgetten Onderwijskansenbeleid, GALA en Leefbaarheid en Veiligheid. Zie ook raadsvoorstel 2024-261. Aanpak Leefbaarheid en veiligheid en het programmabureau (lagere lasten, € 1.950.000) Naast de middelen die beschikbaar zijn voor deze raadsperiode in het kader van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) zijn voor deze aanpak ook eigen budgetten beschikbaar gesteld en zijn er tevens incidentele Rijksmiddelen ontvangen via de algemene uitkering. Doordat de meeste activiteiten (vooralsnog) bekostigd kunnen worden vanuit de ontvangen middelen zijn de eigen middelen (€ 1.450.000) en de resterende incidentele Rijksmiddelen (€ 500.000) beperkt aangewend. Voorgesteld wordt om deze middelen over te hevelen naar 2025 en daarmee beschikbaar te houden voor dit programma.

Armoedebeleid, lagere lasten € 195.000 De budgetten binnen het Armoedebeleid zijn lager als gevolg van lagere aangevraagde subsidie en minder aanvragen op diverse (eigen)regelingen. Dit geeft de volgende onderbestedingen: 

Algemene kosten € 20.000

Subsidies particulier initiatief € 50.000

Preventie regeling Ondernemers Centraal € 125.000.

Dit levert een totale vrijval op van € 195.000. Bestrijding Energiearmoede, lagere lasten € 708.000 De afrekening uitbetaling Energiearmoede van WIL is verwerkt. Van het in 2023 uitbetaalde voorschotbedrag van € 2.683.000 is € 2.180.000 uitbetaald. Het verschil van € 503.000 is terugbetaald door WIL. Omdat in 2023 meer aan WIL is uitbetaald dan aan Rijksmiddelen is ontvangen (€ 170.000) vloeit dit gedeelte van de € 503.000 bij resultaatbestemming bij de jaarrekening 2024 terug naar de algemene middelen. Van het restantbedrag (€ 333.000) wordt voorgesteld om dit te reserveren voor nadere maatregelen en toe te voegen aan de reserve Bestrijding Energiearmoede. Voor de uitvoering van het Plan van Aanpak Energiearmoede 2023 - 2025 is in totaal € 2,4 mln. beschikbaar gesteld. De middelen uit de jaarschijf 2024 worden als gevolg van een uitgelopen invoeringstraject niet geheel besteed. Dit leidt tot lagere lasten van € 375.000. Deze zijn nodig om de activiteiten zoals beschreven in het Plan van Aanpak Energiearmoede 2023-2025 verder in 2025 uit te kunnen voeren. De effecten hiervan worden verwerkt in de reserve Bestrijding Energiearmoede. Overhevelingen VEKOB, lagere lasten € 1.262.000 Enkele budgetten worden in 2024 niet (volledig) besteed. Voorgesteld wordt om deze budgetten over te hevelen naar 2025.

Het betreft de volgende onderwerpen, die zijn uitgesplitst naar beschikbaar gestelde middelen tijdens deze raadsperiode en incidentele middelen. Beschikbaar gestelde middelen tijdens deze raadsperiode: 

Stadsgeldbeheer € 145.000; het gereserveerder budget Stadsgeldbeheer (budgetbeheer bijzondere doelgroepen) kent een totaal budget van € 300.000 over de periode 2023/2024. Daarvan is in 2023 een voorschot van € 100.000 uitbetaald aan WIL. In 2024

Pagina 19 van 35

2e Technische begrotingswijziging 2024

wordt naar verwachting € 55.000 uitgegeven. De resterende middelen € 145.000 zijn nodig om dit budgetbeheer ook in 2025 voort te kunnen zetten, daar er nog geen regionaal 

alternatief beschikbaar is. Maatregelenmix armoedebestrijding € 300.000; deze middelen zijn nog niet uitgegeven door vertraging van de planvorming en uitvoering wegens verminderde uitvoeringscapaciteit. Indien deze bedragen niet worden overgeheveld, worden de pilotprojecten ‘Schuldenvrije Flat’ en ‘Bouwdepot’ niet uitgevoerd, waarbij diverse inwoners van Nieuwegein geen extra kans krijgen op een schuldenvrije toekomst met toekomstperspectief.

Laaggeletterdheid € 495.000; het geprognosticeerde saldo over 2024 van € 495.000 moet beschikbaar blijven in 2025 voor de uitvoering van het Deltaplan Laaggeletterdheid. Samen met het beschikbare budget 2025 van € 300.000 is dan € 795.000 beschikbaar.

Incidentele middelen 

Toeslagenaffaire € 160.000, de resterende van het Rijk ontvangen middelen hiervoor zijn nog tot en met 2027 nodig. Dan is volgens de planning alles hieromtrent afgewikkeld. Overheveling is conform eerdere besluitvorming bij de jaarrekeningen 2022 en 2023.

Preventieregeling Ondernemers Centraal € 163.000, voor ondernemers met (dreigende) financiële problemen is in 2023 een samenwerking aangegaan met Ondernemer Centraal van de gemeente Utrecht. In totaal is voor deze hulp aan ondernemers een budget van € 465.000 beschikbaar gesteld voor de komende jaren. Bij de aanvang van dit project in 2023 is een voorschot van € 175.000 uitbetaald aan Ondernemer Centraal. Om deze regeling in 2025 en mogelijk 2026 voort te zetten, moet een deel van het restantbudget van € 288.000 overgeheveld worden. Wij verwachten dat hiervoor nog € 163.000 nodig is. Het restantbedrag van € 125.000 valt vrij, zie het Armoedebeleid. Zonder overheveling wordt dit hulpaanbod voor ondernemers na 2025 beëindigd. Dat heeft als risico dat er meer ondernemers failliet gaan of gebruik gaan maken van andere duurdere hulpverleningstrajecten voor ondernemers met financiële problemen zoals Bijzondere Bijstand voor Zelfstandigen (BBZ) en schuldhulpverlening voor zelfstandigen.

Maatwerkvoorzieningen 18+ (hogere lasten, € 1.820.000) Op basis van de tweede trimesterrapportage van de Regionale Backoffice Lekstroom (RBL) kunnen we de meest actuele prognose voor 2024 in dit document verwerken. De toename van kosten wordt grotendeels veroorzaakt door autonome ontwikkelingen zoals de extramuralisering ouderenzorg, de (dubbele) vergrijzing (er zijn veel meer ouderen en de ouderen worden ook ouder en hebben dus meer zorg nodig) in combinatie met de stijging van de jaarlijkse tariefindexatie. Hiernaast zijn de ambulantisering in de GGZ en de lange wachtlijsten bij de behandelpoli’s (ZvW) ook van invloed op de stijgende kosten. Dit is ook het landelijke beeld. In 2024 zijn de taskforces Huishoudelijke Hulp en Individuele begeleiding in het leven geroepen die voor 2025 met voorstellen moeten komen om de kostenstijging te temperen. Maatwerkvoorzieningen 18- (hogere lasten, € 3.783.000 en hogere baten, € 1.907.000) Voor de jeugdvoorzieningen 2024 hebben wij de financiële prognose 2024 van de Regionale Backoffice Lekstroom (RBL) ontvangen. Uit deze prognose kunnen we opmaken dat de huidige budgetten niet toereikend zijn. De prognose laat zien dat -net zoals in 2023- de kosten sterker toenemen dan het gebruik van jeugdzorg. De stijging van de kosten wordt niet veroorzaakt door alleen meer gebruik, ook de gemiddelde kosten per jeugdige nemen toe.

Dit komt door een toenemende vraag en inzet van zwaardere vormen van individuele (ambulante) producten ‘individuele begeleiding zwaar’, ‘individuele begeleiding midden’ en ‘specialistische jeugd-ggz’. Ook op de producten voor jeugdhulp met verblijf en crisis wordt een verdere stijging in

Pagina 20 van 35

2e Technische begrotingswijziging 2024

uitgaven geprognosticeerd. De indexatie 2024 per 1-1-2024 is 6,29% t.o.v. 2023 (OVA-index). Daarnaast zien we in de vergelijking met 2023 ook nog de effecten van de nieuwe tarieven vanuit de nieuwe inkoop Jeugdhulp die in de zomer 2023 zijn ingegaan die een stijging van 4,8-6,8% met zich meebrengen. Vanwege de aanzienlijke kostenstijging is het noodzakelijk om onze inspanningen te versterken in de transformatie die op korte termijn financieel effect kan hebben. Daarom is in 2024 een Taskforce Jeugd opgericht welke een doorloop in 2025 kent. De activiteiten van deze taskforce hebben hoge prioriteit, gezien de noodzaak om de uitgaven voor jeugdhulp te beperken. Onze inzet is dat de eerste resultaten in de uitgaven van 2025 effect hebben. Over 2022 en 2023 heeft het Rijk een eenmalige specifieke uitkering toegekend van € 1.907.000 voor nietbeoogde kosten jeugdzorg. Deze eenmalige uitkering wordt volledig in 2024 verwerkt. Leerlingenvervoer (hogere lasten, € 178.000) De kosten van het leerlingenvervoer stijgen met € 178.000. Naast dat er meer individuele ritten worden gevraagd, hebben we in 2024 te maken met een overgangsjaar tussen de vervoerders. Afgelopen jaar zijn de vervoersdiensten opnieuw aanbesteed. De overeenkomst met de vorige vervoerder stopte op 1 augustus 2024. De overeenkomst met de nieuwe vervoerder start op 1 januari 2025.

De nieuwe vervoerder overbrugt de periode daartussen. Op basis van een door de vervoerder afgegeven prognose rekenen we op ongeveer 15% hogere kosten. Gezien de moeilijkheden die de vervoerder heeft om op tijd chauffeurs te werven en de externe inhuur die daar het gevolg van is, is het is nog onzeker of dat voldoende is. De meerkosten vanaf 1 januari 2025 zijn reeds in de begroting verwerkt. Vervoer 18+ (lagere lasten, € 465.000) Net als in vorige jaren zien we dat minder gebruikt wordt gemaakt van de regiotaxi. Waarschijnlijk speelt de corona-pandemie daar een rol in. Hoewel ook hier de nieuwe aanbesteding aan de orde is, is het de verwachting dat deze afname in de kosten structureel is. En is dit reeds structureel verwerkt in de begroting 2025. BUIG-budget (hogere lasten € 1.530.000, hogere baten € 1.586.000) De uitkeringen voor bijstand zijn gekoppeld aan het minimumloon. De stijging van het BUIGbudget is voornamelijk het gevolg van de prijsstijging van de uitkeringen. Het aantal bijstandsgerechtigden is in Nieuwegein min of meer stabiel rond 1.200. Het rijk compenseert voor de prijsstijgingen. De baten komen daarmee ook hoger uit. Per saldo blijft Nieuwegein een "nadeelgemeente".

Op basis van de meest recente cijfers zullen we naar verwachting ruim 1,3 miljoen meer uitgeven aan de BUIG, dan we van het ministerie van sociale zaken daarvoor ontvangen; € 22.940.000 aan uitkeringen tegen € 21.606.000 rijksbijdrage. Bijstand Zelfstandigen (BBZ) (hogere lasten, € 274.000) Door prijsstijgingen en stijging in aantallen is door WIL in de tussenrapportage een stijging van de BBZ-lasten opgenomen. Met name voor de vergoeding voor woninginrichting zijn de normen in 2024 fors gestegen. Bedrijfsvoering WIL (hogere lasten, € 627.000) Door stijgende personeelslasten en hogere kosten voor inhuur door krapte op de arbeidsmarkt zijn de personele lasten voor de gehele WIL voor ruim € 500.000 hoger dan begroot. Voor de ICT, dataveiligheid en externe advisering zijn de kosten voor heel de WIL-organisatie bijna € 500.000 hoger dan begroot. Het aandeel van de gemeente Nieuwegein daarin resulteert samen met de hogere kosten voor de uitvoering van de regelingen tot een hogere last van € 627.000.

Pagina 21 van 35

2e Technische begrotingswijziging 2024

2.7 Bedrijfsvoering (Bedragen x € 1.000)

Stand primitieve begroting

Stand t/m Bestuurs rapportage*

Mutaties 2e Technische wijziging

Stand na wijzigingen

Lasten

75.360

77.061

-1.182

75.879

Baten

-8.059

-8.754

60

-8.694

Saldo

-67.301

-68.307

1.122

-67.185

Bedrijfsvoering

* Inclusief Resultaatbestemmingen 2023

Bijgestelde omslagrente (lagere lasten, € 1.066.000) Vanwege de lagere omslagrente (van 1% naar 0,5%) nemen de lasten binnen dit programma af met € 1.066.000. Op dit programma betreft dat vooral het vastgoed van de gemeente en daarnaast ook investeringen in automatisering en voertuigen. Afschrijvingslasten (lagere lasten € 505.000) Een aantal investeringen (kredieten) is nog niet opgeleverd in 2024, terwijl de afschrijvingslasten ervan al wel zijn begroot. Dit schuift op naar 2025. Als gevolg hiervan dalen deze afschrijvingslasten incidenteel. Dit betreft mutaties van voornamelijk de volgende kredieten: 

Support: € 171.000, bestaande uit @nderswerken en Windowsmigratie;

Stadshuis: € 26.000, vervangen installaties conform het Gebouw Beheers Systeem (GBS);

Sportpark Parkhout: € 178.000, als gevolg van oplevering medio 2024.

Tractie: € 130.000, door latere aanschaf dan oorspronkelijk ingeschat. Deze voertuigen zijn inmiddels aangekocht.

Geynwijs inhuur Task Force Jeugd en WMO, hogere lasten € 90.000 Om de Taskforces Jeugd en Voorzieningen (Wmo) goed te bemensen, effectief te laten functioneren en tegelijkertijd de wachttijden binnen de wettelijke termijnen en de werkdruk behapbaar te houden, is tijdelijke uitbreiding van 5 FTE (= € 250.000) tot en met het 1ste kwartaal van 2025 noodzakelijk. Dit is noodzakelijk zodat wij onze inwoners de zorg en ondersteuning kunnen blijven bieden waar zij recht op hebben. De verordening van Wmo en de Jeugdwet stellen duidelijke termijnen aan de afhandeling van aanvragen. Het niet kunnen voldoen aan deze termijnen brengt bezwaren en klachten en daarmee juridische en financiële risico’s met zich mee voor de gemeente Nieuwegein. Hoewel een tijdelijke uitbreiding voor extra kosten zorgt, zal dit op langere termijn kosten besparen door het vermijden van mogelijke boetes voor het overschrijden van wettelijke termijnen, juridische procedures, en de lagere kosten van langdurig ziekteverzuim onder overbelaste medewerkers. In deze wijziging verwerken we € 90.000. De extra kosten voor het eerste kwartaal 2025 van € 160.000 nemen we op in de 1e Technische wijziging 2025. Stadshuis (lagere baten, € 130.000) De inkomsten huur- en servicekosten van het Stadshuis over 2024 zijn lager, omdat de huurcontracten van de nieuwe huurders pas eind 2024 ingaan. Dit geeft lagere baten van € 235.000.

Daarnaast is een bedrag van € 105.000 ontvangen als de tegemoetkoming van de

Pagina 22 van 35

2e Technische begrotingswijziging 2024

gestegen energiekosten door het opzeggen van het energiecontract SEGE Energy Ltd, als gevolg van de situatie in Oekraïne. Vastgoed (hogere lasten, € 115.000, hogere baten € 38.000) De verzekeringspremies voor onder andere scholen en Stadshuis zijn hoger vastgesteld, onder meer als gevolg van prijsstijgingen en wijzigingen in de te verzekeren risico's (€ 50.000).Ook zijn de onderhoudskosten Gemeentewerf hoger (€ 65.000), voornamelijk als gevolg aanpassingen in het stroomnet, ten einde de overschrijding van de maximale gecontracteerde stroomafname te beëindigen. Daarnaast zijn de opbrengsten voor de Brede school "De Lotus" realistisch begroot, waardoor per saldo de baten € 38.000 hoger zijn. In de begroting 2025 zijn bovenstaande effecten reeds verwerkt. Tractie (hogere lasten, € 40.000 en hogere baten, € 45.000) De lasten voor tractie (voertuigen) zijn hoger als gevolg van hogere verzekeringspremies door stijging van de verzekerde bedragen door duurdere aanschafkosten, stijging van het aantal voertuigen en een algemene prijsstijging van de premies (€ 56.000). Op basis van het huidig verbruik wordt op de brandstofkosten een nadeel verwacht van € 9.000. Ondanks dat er bij vervanging indien mogelijk gekozen wordt voor een elektrische variant, zien we de brandstofkosten ten opzichte van voorgaande jaren nog niet (substantieel) dalen.

Door minder gebruik van materialen zijn de lasten hiervoor € 25.000 lager. De hogere baten (€ 45.000) hangen samen met de opbrengsten vanuit de verkoop van een voertuig (via de veiling).

Pagina 23 van 35

2e Technische begrotingswijziging 2024

2.8 Algemene dekkingsmiddelen (Bedragen x € 1.000)

Stand primitieve begroting

Stand t/m Bestuurs rapportage*

Mutaties 2e Technische wijziging

Stand na wijzigingen

Lasten

1.208

15.270

8.376

23.646

Baten

-162.042

-178.753

-3.025

-181.778

Saldo

160.834

163.483

-5.351

158.132

Algemene dekkingsmiddelen

* Inclusief Resultaatbestemmingen 2023

Bijgestelde omslagrente (lagere negatieve lasten, € 2.267.000) Vanwege de lagere omslagrente (van 1% naar 0,5%) is er bij de lasten op dit programma een stijging te zien van € 2.267.000. Dit betreft de lagere toerekening van rentelasten aan de diverse investeringen, die op grond van de voorschriften als een negatieve last moeten worden geboekt. Hier staat tegenover dat op de diverse begrotingsprogramma's de lasten dalen. Hierdoor is het effect voor de begroting als geheel grotendeels neutraal. Wel ontstaan effecten doordat een aantal aanpassingen leidt tot een reservemutatie. Dit is op de betreffende programma's aangegeven. Treasury (lagere lasten, € 67.000 en hogere baten, € 895.000) De rentelast over langlopende leningen valt iets lager uit dan begroot, zodoende dalen de lasten met € 67.000. Daarnaast is, evenals in afgelopen jaren, geld gestald bij het Rijk waarover rente wordt ontvangen. De rentebaten zijn door de renteontwikkelingen hoger dan initieel begroot, dit levert een voordeel op van € 895.000. Ontwikkeling algemene uitkering (hogere baten, € 904.000) In de septembercirculaire 2024 is een aantal ontwikkelingen met betrekking tot de algemene uitkering aangekondigd. Zie ook de raadsbrief 2024-266 d.d. 16-10-2024. Met deze wijziging worden de effecten voor 2024 verwerkt in de begroting. De ontwikkelingen voor de latere jaren zijn opgenomen in de begroting 2025.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=b6a46ff2-dee5-4a75-a530-0b34f14e3a1a