2024-075 Bijlage 4 - BP Wierselaan 243 - bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
Diverse bodemonderzoeken, Wierselaan 243 te Nieuwegein Rapportnr.: B20.8013 versie: 01 datum: 26 maart 2021
17 Tabel 8.6: Samenstelling grond/puinmonster(s) asbest Monstercode Samenstelling Laagdikte Zintuiglijk Soort MMASB01 B01, B02, B03, B06, B07 0,00 – 0,50 Zand, sterk puinhoudend Grond MMASB02 B15, B17 0,00 – 0,50 Zand, sterk puinhoudend Grond MMASB03 B09, B12, B13, B16 0,00 – 0,50 Volledig puin Puin MMASB04 B04, B05, B11, B14, B18 0,00 – 0,50 Zand Grond MMASB05 B07, B08, B14, B16 0,50 – 1,00 Klei Grond Toelichting op tabel 8.6: Sterk > 10 % en < 20% bodemvreemd materiaal Volledig > 50 % bodemvreemd materiaal; Niet geanalyseerd; 1 Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin < 20 mm.
Analysepakket Asbest in grond (> 10 kg)1 Asbest in grond (> 10 kg)1 Asbest in puin (> 25 kg) 1 Asbest in grond (> 10 kg)1 -
De resultaten van de geanalyseerde puin/grondmonsters en de gewogen hoeveelheid asbest (< 20 mm, conform analysecertificaten) is weergegeven in tabel 8.7. Tabel 8.7: Overzicht onderzochte grond-/puinmonsters en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaat Monstercode
Soort
Hechtgebonden
Type*
Gemeten <20 mm (mg/kg d.s.) <2 <2 <2 <2
Totaal gewogen <20 mm (mg/kg d.s.) <2 <2 <2 <2
MMASB01 MMASB02 MMASB03 MMASB04 Toelichting bij de tabel 8.7: * Chrysotiel (witte asbest) is een serpentijnasbest. Bij serpentijnasbest zijn de vezels gekruld. Crocidoliet (blauwe asbest) en amosiet (bruine asbest) zijn een amfiboolasbest. Bij amfiboolasbest zijn de vezels staafvormig en daardoor gevaarlijker. Daarom wordt de amfiboolconcentratie met een factor 10 verhoogd; Niets aangetoond.
8.3.
Interpretatie analyseresultaten
Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) Algemene kwaliteit, inclusief aanvullende analytisch onderzoek Zoals in de tabel waar te nemen betreffen dit (gecombineerde) grondmengmonsters voor zowel de algemene kwaliteit van de bodem, de kwaliteit ter plaatse van de voormalige bebouwing en de kwaliteit nabij de voormalige insteekhaven. In de onderzochte mengmonsters MM01 tot en met MM05, van zowel van de zintuiglijk schone bovengrond (zand) en ondergrond (klei) als puinhoudende bovengrond (zand), zijn licht verhoogde gehalten voor diverse zware metalen, PAK, PCB en/of minerale olie aangetoond. Daarnaast is in het mengmonster MM03 tevens een sterk verhoogd gehalte, overschrijding van de interventiewaarde, voor zink aangetoond. De overige aangetroffen gehalten blijven ruim beneden de interventiewaarden alsmede de index van 0,5 voor nader onderzoek. De deelmonsters van het grondmengmonster MM03 zijn vervolgens separaat onderzocht op het voorkomen van zink. In deze monsters M10 en M11 zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor zink aangetoond en derhalve wordt het sterk verhoogde gehalte niet bevestigd. De aangetroffen gehalten blijven ruim beneden de interventiewaarden, alsmede de index van 0,5 voor nader onderzoek.
In het onderzochte mengmonster MM06 van de zintuiglijk schone ondergrond (klei) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Teeltlaagonderzoek In de onderzochte grondmengmonsters MM07, MM08 en MM)9 van de van de zintuiglijk schone oorspronkelijke teeltlaag zijn geen verhoogde gehalten voor OCB aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Diverse bodemonderzoeken, Wierselaan 243 te Nieuwegein Rapportnr.: B20.8013 versie: 01 datum: 26 maart 2021
18 PFAS In de onderzochte mengmonsters MM12 van de sterk puinhoudende bovengrond en MM13 van de zintuiglijk schone ondergrond zijn voor PFAS geen gehalten boven de toepassingsnorm voor de functieklasse “landbouw/natuur” aangetoond, uit het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond.
Grondwater In het onderzochte grondwatermonster uit peilbuis PB13 is een licht verhoogd gehalte voor barium aangetoond. Het aangetoonde gehalte overschrijdt de betreffende streefwaarde, maar blijft ruim beneden de interventiewaarde alsmede de index van 0,5 voor nader onderzoek. Verkennend onderzoek naar asbest Tijdens het verkennend onderzoek naar asbest zijn zowel op het maaiveld als in het opgeboorde/ opgegraven materiaal zintuiglijk (> 20 mm) geen asbestverdachte (plaat)materialen aangetroffen. In de onderzochte mengmonsters van de puinhoudende bovengrond (MMASB01 en MMASB02), volledige puinlagen (MMASB03) en de zintuigelijk schone bovengrond (MMASB04) is analytisch (< 20 mm) geen asbest aangetoond (< 2,0 mg/kg d.s.).
Diverse bodemonderzoeken, Wierselaan 243 te Nieuwegein Rapportnr.: B20.8013 versie: 01 datum: 26 maart 2021
19
9.
CONCLUSIES 9.1.
Verkennend bodemonderzoek
Voor de algemene kwaliteit van de onderzoekslocatie werd de hypothese gesteld van een verdachte locaties voor de algemene bodemkwaliteit, waarbij rekening dient te worden gehouden met voormalige insteekhaven, boomgaarden en de recente sloopactiviteiten. Daarnaast vormen de mogelijke aanwezigheid van PFAS en asbest aandachtspunten. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de gestelde hypothese verworpen. Op de locatie zijn in de uiteindelijke grond(meng)monster maximaal licht verhoogde gehalten voor zware metalen, PAK en/of PCB aangetoond. In de separate grondmonsters van het mengmonster met het sterk verhoogd gehalte voor zink, zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor zink aangetoond en derhalve wordt het sterk verhoogde gehalte niet bevestigd. Voor OCB en PFAS in de grond zijn geen verhoogde gehalten ten opzichte van de achtergrondwaarde (waarde landbouw/ natuur) aangetoond. In het grondwater is enkel een licht verhoogde gehalte voor barium aangetoond. De uiteindelijk aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de betreffende streef- en achtergrondwaarden. Aangezien de (gestandaardiseerde) meetwaarden de indexwaarde van 0,5 en de interventiewaarde niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de WBB. 9.2.
Verkennend onderzoek naar asbest
Voor wat betreft asbest werd eveneens de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de verdachte hypothese te worden verworpen, aangezien zintuiglijk in zowel de opgeboorde en opgegraven grond als in de opgeboorde en opgegraven puinlagen/ fundaties geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen. Analytisch is eveneens geen asbest aangetoond in zowel de grond- als puinlagen. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, maar de mogelijkheid bestaat dat niet alle asbesthoudende (plaat)materialen zijn waargenomen. Indien in de toekomst asbesthoudende (plaat)materialen op de locatie worden aangetroffen, kan Verhoeven Milieutechniek B.V. hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld. 9.3.
Algehele conclusie en aanbevelingen
Middels onderhavige onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief PFAS en asbest) ten behoeve van de voorgenomen onroerend goed transactie en toekomstige herontwikkeling ter plaatse van de Wierselaan 243 te Nieuwegein in voldoende mate vastgesteld. De bodemvreemde lagen hebben niet geleid tot een (ernstige) bodem- en/of asbestverontreiniging en/of verslechtering van de bodemkwaliteit. Daarnaast zijn er zintuiglijk en analytisch geen waarnemingen gedaan die duiden op (dempingsmateriaal) van de voormalige insteekhaven. De voormalige boomgaard heeft eveneens niet tot een verontreiniging met OCB geleid. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan ons inziens geen belemmeringen tegen de voorgenomen onroerend goed transactie en toekomstige herontwikkeling op de locatie. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen (inclusief PFAS) worden verlangd. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden.
Diverse bodemonderzoeken, Wierselaan 243 te Nieuwegein Rapportnr.: B20.8013 versie: 01 datum: 26 maart 2021
20
10.
REFERENTIES 1. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2009. NEN 5725:2017, norm Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek. 2. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2009. NEN 5740/A1:2016, Norm Bodem - Landbodem Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek, onderzoek naar de kwaliteit van de bodem en grond. 3. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2015. NEN 5707/C2:2017, Norm Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond. 4. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2015, NEN 5897/C2:2017, norm Bodem – Landbodem Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat. 5. Ministerie van VROM en Verkeer en Waterstaat, Regeling bodemkwaliteit, Staatscourant, 20 december 2007, nr. 247 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 6. Ministerie van VROM, Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant, 27 juni 2013, nr. 16675 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend).
Diverse bodemonderzoeken, Wierselaan 243 te Nieuwegein Rapportnr.: B20.8013 versie: 01 datum: 26 maart 2021
Bijlage 1
Bijlage 1.a
Tekening: B20.8013
Schaal: 1 : 50.000
Bron: CC-BY Kadaster; Topografische kaart van Nederland (uitgave 2020) Onderdeel: Situering in de regio
Bijlage 2
Bijlage 3
Bijlage 3
Boring:
B01
Boring:
B02
Datum: GWS:
2-2-2021 100
Datum: GWS:
2-2-2021 100
0
0
puin
1 50
50 2
50
50
100
100
2 100
100
B03
Boring:
B04
Datum: GWS:
2-2-2021 100
Datum:
2-2-2021
0
50
50
100
Projectcode: B20.8013
100
Edelmanboor
50
50
Klei, zwak siltig, neutraalbruin, Edelmanboor
O 2 100
klinker
Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
1
Klei, zwak siltig, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
O 2
0 10
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, sterk puinhoudend, Edelmanboor
1
getekend volgens NEN 5104
puin
Klei, zwak siltig, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
O
Boring:
0
puin Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, sterk puinhoudend, Edelmanboor
1
Klei, zwak siltig, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
O
0
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, sterk puinhoudend, Edelmanboor
100
Bijlage 3
Boring:
B05
Boring:
B06
Datum: GWS:
2-2-2021 100
Datum: GWS:
2-2-2021 100
0 10
0
klinker
50
50 2
100
100
2 100
100
150
Klei, matig siltig, neutraal bruingrijs, Edelmanboor
3 150
4
4 200
200
200
200
Boring:
B07
Boring:
B08
Datum: GWS:
2-2-2021 100
Datum:
2-2-2021
0
0
puin
0
0
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, sterk puinhoudend, Edelmanboor
1 50
50 2 100
Projectcode: B20.8013
100
puin Volledig puin, Ramguts
50
50 Klei, zwak siltig, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
O
getekend volgens NEN 5104
Klei, zwak siltig, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
O
Klei, matig siltig, neutraal bruingrijs, Edelmanboor
3
50
50 Klei, zwak siltig, neutraalbruin, Edelmanboor
O
puin Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, sterk puinhoudend, Edelmanboor
1
Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
1
0
0
Edelmanboor
Klei, zwak siltig, neutraalbruin, Edelmanboor
O 1 100
100