CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-044 Bijlage 1_Omgevingsprogramma wonen Nieuwegein

Raadsvergadering 22 april 2024, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Omgevingsprogramma Wonen 2024-204011.720 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De komende periode blijven we dit doen in het kader van de concept Wet versterking regie volkshuisvesting en de regionale afstemming over de huisvesting en spreiding van aandachtsgroepen.

29

Omgevingsprogramma wonen Nieuwegein

30

Omgevingsprogramma wonen Nieuwegein

Bijlage 2: Kritische succesfactoren voor duurzaam, gezond en veilig stedelijk leven in Nieuwegein. Uit het onderzoek naar de groei van de stad komt naar voren dat Nieuwegein op stadsniveau de bouw van 9000 woningen binnen het woningbouwprogramma 2017-2030 aankan wanneer de vijf kritische succesfactoren in acht worden genomen. Voor een gebalanceerde ontwikkeling van een duurzaam, gezond en veilig stedelijk leven in Nieuwegein wordt ingezet op vijf kritische succesfactoren: 1. 2. 3. 4. 5.

Ruimtelijke ordening en inrichting moeten bijdragen aan een leefbare en veilige stad Voorzieningen moeten meegroeien in de nabijheid Investeren in de kwalitatieve versterking van het groen Blijvend inzetten op lopen, fietsen en openbaar vervoer Gebiedsgericht en integraal werken is een voorwaarde

Dat betekent dat nieuwe woningbouwinitiatieven een positieve invloed moeten hebben op deze vijf punten en dat het groeien zonder gelijktijdige inzet op en verbetering van de stedelijke structuren niet wenselijk is. 1. Ruimtelijke ordening en inrichting moeten bijdragen aan een leefbare en veilige stad. De relatie tussen woningbouw en leefbaarheid is enerzijds de manier van ontwerpen (stedenbouw) belangrijk. Kwalitatief goede openbare ruimte, sociale controle en ‘eyes on the street’, een aangenaam ontwerp van met name de begane grond (plint) van een gebouw en het maken van een stad die voor alle leeftijden aangenaam is. Anderzijds gaat het om het gebruik van de ruimte: de programmering en de activering van gebouwen en gebieden. Belangrijke elementen daarin zijn sociale verbondenheid ((her) kennen mensen elkaar, of voelen ze zich juist anoniem?), gebruik van de buitenruimte en het gevoel van eigenaarschap. Woningbouwplannen kunnen dus worden aangegrepen als middel om bestaande buurten te verbeteren in hun leefbaarheid en daarmee een positieve invloed op de gezondheid. Succesfactoren voor veilige en leefbare wijken zijn te borgen in het ontwerp en de inrichting van woningbouwplannen en de openbare ruimte. 2.

Voorzieningen moeten meegroeien in de nabijheid De meeste dagelijkse voorzieningen zijn voor mensen in de eigen buurt te vinden al moeten daar soms fysieke of mentale barrières voor overwinnen. Een belangrijke factor in de toekomst van de stad is dat deze barrières vooral gevoeld worden door mensen die minder mobiel zijn. Door het steeds groter wordende aantal ouderen zal deze groep groeien. Het is daarom belangrijk om voor ouderen en kwetsbaren woningbouw te plannen nabij voorzieningenclusters en in woonzorgcirkels en tegelijk te sturen op het ook daadwerkelijk laten realiseren van zorg en maatschappelijke voorzieningen op de juiste plek. Bij de doorontwikkeling van Nieuwegein is nabijheid essentieel, wat in feite betekent dat nieuwe woningen dáár komen, waar voorzieningen zijn en/of waar het openbaar vervoer en het fietsnetwerk goed geregeld zijn.

31

Omgevingsprogramma wonen Nieuwegein

3. Investeren in de kwalitatieve versterking van het groen Nieuwegein is groen en voldoet ruimschoots aan de richtlijnen voor groen en water in de nabijheid en per inwoner. Groen is voor Nieuwegeiners nooit ver weg. Het gebruik van de openbare ruimte wordt intensiever. Deels ook omdat er meer in stedelijke woonmilieu’s wordt gebouwd, denk aan appartementen zonder eigen tuin. Voor een aantrekkelijk woonmilieu is het dan ook noodzakelijk om gelijktijdig te investeren in het groen. De verdichting van onze steden en daarmee Nieuwegein kan niet zonder een versterking van de publieke ruimte. 4. Blijvend inzetten op lopen, fietsen en openbaar vervoer Het stimuleren van fietsen en wandelen is de makkelijkste en goedkoopste manier om de stad en haar inwoners gezonder te maken. Het aantrekkelijker maken van fiets- en wandelroutes moet dus prioriteit hebben. Ook het OV kan bijdragen aan een gezondere stad. Om het gebruik van het OV te verbeteren is het aan te bevelen om juist te bouwen nabij OV-haltes en daarmee nog beter gebruik te maken van de vervoerswaarde van het OVnetwerk. 5.

Gebiedsgericht en integraal werken is een voorwaarde Ook vraagt het sturen op een gezonde en leefbare stad om het bij elkaar brengen van wat er op stedelijk niveau als gewenste ontwikkeling wordt gezien zoals beschreven in de omgevingsvisie en wat dit van projecten op locatieniveau vraagt in hun bijdrage aan deze doelen. Met een meer gebiedsgerichte benadering wordt woningbouw in een bredere agenda van een gebied geplaatst. Het komen tot een afweging over de invulling van een woningbouwproject staat daarmee altijd in verbinding met de bredere opgaven in het gebied. Gebiedsgericht tot agenda’s komen geeft ook de kans om woningbouw te zien als een katalysator voor bredere investeringen in een gebied.

32

Omgevingsprogramma wonen Nieuwegein

Bijlage 3 Begripsbepalingen aandachtsgroepen en ouderen Begripsbepalingen aandachtsgroepen en ouderen als onderdeel van volkshuisvestingsprogramma, opgesteld door de landelijke koplopersgroep van het programma ‘Een thuis voor iedereen’. Werkversie 23 juni 2023 Aandachtsgroepen en ouderen in het volkshuisvestingsprogramma Vanuit het programma ‘Een thuis voor iedereen’ wordt verlangd dat gemeenten een regionaal afgestemde woonzorgvisie opstellen waarin de woon-, zorg- en ondersteuningsbehoefte en -opgaven van aandachtsgroepen en ouderen in kaart worden gebracht. In de woonzorgvisie moet ook aandacht worden besteed aan de wijze waarop de gemeente invulling wil geven aan de huisvestingsopgave van mensen uit aandachtsgroepen en ouderen en de wijze waarop de gemeente de huisvestingsverordening wil inzetten voor de toewijzing van woonruimte voor deze groepen. Het wetsvoorstel Wet versterking regie volkshuisvesting voorziet erin dat de woonzorgvisies, die nu reeds worden opgesteld, in 2026 onderdeel worden van het verplichte gemeentelijke volkshuisvestingsprogramma. Om de woon-, zorg- en ondersteuningsbehoefte en -opgave te kunnen bepalen, zijn er begripsbepaling nodig van de aandachtsgroepen en ouderen. Hiertoe dient dit werkdocument.

Voordat de begripsbepalingen op een rij worden gezet, volgt eerst een uitleg over de verplichte urgentie categorieën en de aandachtsgroepen in relatie tot het volkshuisvestingsprogramma. Urgent woningzoekenden (verplichte urgentiecategorieën) Voor een deel van de mensen uit de aandachtsgroepen is het verkrijgen van huisvesting dringend noodzakelijk. Het gaat hier om kwetsbare mensen die wegens het gebrek aan huisvesting ook op andere levensgebieden in de knel komen of hierdoor langer dan nodig in een instelling of de opvang verblijven. Dat is voor deze mensen en voor de samenleving als geheel ongewenst. In de verdeling van schaarste aan woningen moeten de meest kwetsbare mensen beschermd worden. Daarom worden deze woningzoekenden in de Huisvestingswet 2014 als verplichte urgentiecategorieën opgenomen, waarmee zij voorrang krijgen bij de toewijzing van woonruimte. Opdat rekening gehouden kan worden met de woonbehoefte van de gedefinieerde groepen urgent woningzoekenden moet ook de woonbehoefte van urgenten in het volkshuisvestingsprogramma in kaart worden gebracht. Het onderstaande plaatje laat illustratief zien dat gemeenten in het volkshuisvestingsprogramma de woonbehoefte in kaart moeten brengen. Het gaat daarbij om de totale woonbehoefte die er is, los van welke type woonruimte of prijssegmentering.

De specifieke woonbehoefte van mensen uit aandachtsgroepen moet expliciet onderdeel zijn van de totale woonbehoefte, en daarbinnen weer de woonbehoefte van de verplichte categorieën urgenten. Van kwantitatieve woonbehoefte naar kwalitatief passend aanbod Naast de woonbehoefte van aandachtsgroepen en ouderen als onderdeel van de totale woonopgave, zal het volkshuisvestingsprogramma ook een aantal andere onderdelen (op basis van instructieregels) moeten bevatten. Voorzien wordt dat ook de benodigde zorg- en ondersteuning in kaart worden gebracht, de benodigde woningbouw en woningbouwprogrammering (in kwantitatief en kwalitatief opzicht, denk aan prijssegmentering en typen woonvormen), de balans in de woningvoorraad, en de inzet van flexwoningen en inzet op doorstroming, leefbaarheid en duurzaamheid onderdeel worden

33

Omgevingsprogramma wonen Nieuwegein

van het volkshuisvestingsprogramma. Er moet dus een vertaalslag plaatsvinden van de kwantitatieve woonopgave, naar wat dat vraagt aan kwalitatief passend aanbod. Dat bepaalt wat nodig is in de woningbouwprogrammering en inzet op doorstroming.

34

Omgevingsprogramma wonen Nieuwegein

35

Omgevingsprogramma wonen Nieuwegein

De bovenstaande illustratie laat zien dat de groepen waarvan de woonbehoefte in kaart moet worden gebracht, en de groepen die worden aangemerkt om met urgentie gehuisvest te worden, overlappen. De groepen uit de rechterhelft van de afbeelding zijn groepen waarvan de woonbehoefte in ieder geval mee moet worden genomen in de urgentieregeling. Gemeenten kunnen ervoor kiezen deze groepen in de urgentieregeling ruimer te interpreteren of andere groepen toe te voegen. Begripsbepalingen aandachtsgroepen Zoals hierboven is toegelicht, worden de groepen waarvoor verplichte urgentie gaat gelden heel smal definieert. Het is immers het uitgangspunt dat de urgentie in principe alleen geldt voor de mensen in de meest kwetsbare positie. Voor de woonzorgvisie is het juist de bedoeling om de van de verschillende groepen “breed” de woon,- zorg- en ondersteuningsbehoefte te bepalen. Voor bijvoorbeeld dat dakloze mensen betekent dit dat hij de begripsbepaling voor de urgentie alleen wordt gekeken naar mensen aan wie een voorzien voor opvang is verleend. Voor de woonzorgvisie is het juist de bedoeling om breed naar deze aandachtsgroep te kijken. Er zijn ook groepen waarvoor de definitie voor de urgentieregeling en voor de woonzorgvisie wel hetzelfde is. Om overzichtelijk te maken waar de groepen voor urgentie en voor de woonzorgvisie hetzelfde zijn, zijn deze groepen bij elkaar gezet.

Daaronder volgen de groepen waarbij voor de woonzorgvisie juist breder gekeken moet worden dan alleen dat deel van de groep die in aanmerking komt voor urgentie. Tot slot zijn de aandachtsgroepen opgenomen die wel in de woonzorgvisie opgenomen moeten worden maar waarvoor geen urgentie geldt A.

Begripsbepaling voor woonzorgvisie is hetzelfde als voor de urgentie

Woningzoekenden die uitstromen uit een beschermd wonen instelling: Woningzoekenden die een voorziening voor beschermd wonen als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verlaten. Woningzoekenden die uitstromen uit instellingen voor klinische geestelijke gezondheidszorg: Woningzoekenden die een verblijf in een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg verlaten waar zij geneeskundige geestelijke zorg ontvingen of woningzoekenden die in verband met geneeskundige zorg als bedoeld in artikel 10, onderdeel g, van de Zorgverzekeringswet in een instelling verbleven in verband met zorg zoals psychiaters en klinisch-psychologen plegen te bieden en deze verlaten. Woningzoekenden die uitstromen uit de vrouwenopvang en opvang voor slachtoffers van mensenhandel: Woningzoekenden die een voorziening voor opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verlaten voor slachtoffers van huiselijk geweld of mensenhandel en die daar verbleven omdat zij door problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben moeten verlaten.

Woningzoekenden die uitstromen uit detentie en forensische zorg: Woningzoekenden die een inrichting of voorziening als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, een penitentiaire inrichting als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Penitentiaire beginselenwet of een instelling voor forensische zorg als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet forensische zorg verlaten. Stoppende sekswerkers: Woningzoekenden die deelnemen aan een programma gericht op duurzaam stoppen met sekswerk waarbinnen begeleiding van sekswerkers plaatsvindt bij het vinden van ander werk, een andere woning of juiste zorg.

36

Omgevingsprogramma wonen Nieuwegein

B.

Begripsbepaling voor woonzorgvisie is breder dan voor de urgentie

Mantelzorgers en mantelzorgontvangers: Woningzoekenden die wegens het langdurige en intensieve karakter van de mantelzorg behoefte hebben aan andere woonruimte zodat zij deze kunnen ontvangen of verlenen. De definitie van de aandachtsgroep kan door de gemeente indien gewenst ruimer worden geformuleerd dan de urgentiecategorie. Voor de urgentiecategorie geldt dat we in de ministeriele regeling nadere criteria opnemen voor de minimale afstand tussen mantelzorgontvanger en – verlener, intensiteit van de mantelzorg, verwachtte duur, etc. Gemeenten kunnen de criteria ten gunste van de aanvrager verruimen, maar niet strenger inkaderen. Mensen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid en rolstoelafhankelijken: Woningzoekenden die op grond van ernstige en chronische medische redenen (lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid of rolstoelafhankelijkheid) andere woonruimte of specifieke woonvormen behoeven. Het gaat om de groep woningzoekenden waarbij de huidige huisvestingssituatie ook na aanpassingen op basis van de Wmo niet volstaat én om mensen die wegens hun beperking een specifieke woonbehoefte hebben (denk bijvoorbeeld mensen die hun ouderlijk willen verlaten). We zoeken aansluiting bij de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte.

(Dreigend) dakloze mensen: Definitie (dreigend) dakloze mensen: Woningzoekenden die buitenslapen, mensen die verblijven in maatschappelijke opvang (woningzoekenden aan wie wegens dakloosheid een voorziening voor opvang is verleend als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015), mensen in niet-conventionele woonplekken vanwege een gebrek aan huisvesting (zoals op een vakantiepark) en mensen die uit nood verblijven bij familie en vrienden. Hierin wordt ook de woonbehoefte van groepen zoals zelfredzame remigrantenhuishoudens met de Nederlandse nationaliteit zonder huisvesting meegenomen. In deze groep zit dus de groep die urgentie krijgt: woningzoekenden aan wie wegens dakloosheid een voorziening voor opvang is verleend als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Woningzoekenden die uitstromen uit de Jeugdhulp met verblijf en pleegzorg: Woningzoekenden die de leeftijd van achttien jaar doch [maar] niet de leeftijd van drieëntwintig jaar hebben bereikt en die een accommodatie, gesloten accommodatie of voorziening voor pleegzorg als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet verlaten.

De definitie van de aandachtsgroep is ruimer dan die van de urgentiecategorie: verschil met de urgentiecategorie is dat voor de bepaling van de woonbehoefte óók de woonvraag van mensen die uitstromen uit pleegzorg moet worden meegenomen.

37

Omgevingsprogramma wonen Nieuwegein

C.

Wel in woonzorgvisie, geen wettelijke urgentie

Arbeidsmigranten: Onderdaan van een andere lidstaat van de EU die zijn hoofdverblijf niet in NL heeft en in Nederland verblijft om tijdelijke werkzaamheden te verrichten. Heeft betrekking op de woonbehoefte voor tijdelijke arbeidsmigranten, gebaseerd op het aantal werkplekken (binnen de woningmarktregio) dat door tijdelijke EU- arbeidsmigranten wordt ingevuld. Woningzoekende studenten: Woningzoekende die voltijds is ingeschreven bij een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1. van de Wet educatie en beroepsonderwijs of bij een instelling als bedoeld in artikel 1.2 onderdelen a en b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, gevestigd binnen het gebied van de woningmarktregio. Woonwagenbewoners: Woningzoekende die wil wonen in een woonwagen 1 en voor wie het wonen in een woonwagen onderdeel uitmaakt van diens culturele identiteit doordat deze persoon zelf of zijn ouders of grootouders in een woonwagen hebben gewoond. Woningzoekende ouderen; Woningzoekenden van 55 jaar en ouder. We beogen de woonbehoefte van mensen van huishoudens in kaart te brengen die toe zijn aan de volgende stap in hun wooncarrière, die beter past bij hun levensfase (denk aan behoefte aan geclusterde woonvorm, kleiner wonen nu kinderen uit huis zijn, etc). Dit sluit aan bij de uitwerking van het programma Wonen en Zorg voor Ouderen.

Wat de woonbehoefte aan specifieke woonvormen vergt (bijv. verpleegzorgplekken), zal onderdeel uitmaken van woningprogrammering. Taakstelling vergunninghouders: Houders van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b, c, of d, van de Vreemdelingenwet 2000, op basis van de gemeentelijke taakstelling bedoeld in artikel 28 van de Huisvestingswet. Het huisvesten van vergunninghouders is al een wettelijke taak. Daaraan verandert als gevolg van dit wetsvoorstel niets. De huisvesting van aandachtsgroepen moet plaatsvinden naast de huisvesting van urgenten. In het volkshuisvestingsprogramma behoeven gemeenten daarom niet de kwantitatieve woonbehoefte van deze mensen in kaart te brengen, maar kunnen gemeenten uitgaan van de taakstelling op grond van de Huisvestingswet 2014, waarin halfjaarlijks wordt bepaald wat de taakstelling per gemeente voor vergunninghouders is. Wel is het wenselijk dat gemeenten de kwalitatieve woonbehoefte van vergunninghouders, als specifieke aandachtsgroep, meeneemt in het volkshuisvestingsprogramma.

38

Omgevingsprogramma wonen Nieuwegein

Urgentie categorieën die landelijk verplicht worden: De Wet versterking regie volkshuisvesting wijzigt de Huisvestingwet 2014, artikel 12, lid 3, als volgt: Tot de woningzoekenden, bedoeld in het eerste lid, behoren in ieder geval: a) woningzoekenden die mantelzorg als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verlenen of ontvangen; b) woningzoekenden die op grond van ernstige en chronische medische redenen dringend woonruimte behoeven; c) woningzoekenden aan wie in ieder geval wegens dakloosheid een voorziening voor opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is verleend; d) woningzoekenden aan wie wegens huiselijk geweld of mensenhandel een voorziening voor opvang als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is verleend; e) woningzoekenden die een voorziening voor beschermd wonen als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 verlaten; f) woningzoekenden die een verblijf in een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg verlaten waar zij geneeskundig geestelijke zorg ontvingen of woningzoekenden die in verband met geneeskundige zorg als bedoeld in artikel 10, onderdeel g, van de Zorgverzekeringswet in een instelling verbleven in verband met zorg zoals psychiaters en

klinisch-psychologen plegen te bieden en deze verlaten; g) woningzoekenden die de leeftijd van achttien jaar doch niet de leeftijd van drieëntwintig jaar hebben bereikt en die een accommodatie of gesloten accommodatie als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet verlaten; h) woningzoekenden die een inrichting of voorziening als bedoeld in artikel 3a van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, een penitentiaire inrichting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Penitentiaire beginselenwet of een instelling voor forensische zorg als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet forensische zorg verlaten; en i) woningzoekenden die deelnemen aan een programma gericht op duurzaam uitstappen waarbinnen begeleiding van sekswerkers plaatsvindt bij het vinden van werk of dagbesteding buiten de seksbranche. Bij ministeriele regeling worden de voorwaarden gesteld waaraan de woningzoekenden, bedoeld in de eerste volzin, moeten voldoen. De ministeriele regeling wordt uitgewerkt en zal op diverse momenten besproken worden, onder meer in de werkgroep monitoring en definities. Beoogd is in de uitwerking onder meer in te gaan op eisen rondom binding, inkomenseisen, aanwijzen van categorieën van woonruimte, etc.

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=7509e4d5-2d44-4e8d-9724-0fa1f5c5bfe8