2024-026 Ondergrondse verkabeling Nieuwegein_Toelichting
Tekst van het document
2024-026
Bestemmingsplan
Ondergrondse verkabeling Nieuwegein
Bestemmingsplan Ondergrondse verkabeling Nieuwegein
Projectnummer 0471703.411 Revisie Datum 11 januari 2024
Auteur(s) A.Kuijt A. Damen
Opdrachtgever Tennet TSO B.V. Postbus 718 6800 AS Arnhem
datum vrijgave beschrijving revisie 11 januari 2024 vastgesteld
goedkeuring S.B.W. Hammink
vrijgave R.Raap
Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
vastgesteld bestemmingsplan Ondergrondse verkabeling Nieuwegein Gemeente Nieuwegein Projectnummer 0471703.411
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding voor het bestemmingsplan Ligging plangebied Vigerende bestemmingsplannen Leeswijzer
5 5 6 6 8
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3
Het initiatief Huidige situatie Uitgangspunten TenneT Toekomstige situatie
9 9 9 9
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4
Beleidskader Europa Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
13 13 14 19 20
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9
Uitvoerbaarheid Milieu Water Natuur Verkeer Cultuurhistorie en archeologie Gezondheid Kabels en leidingen Conventionele explosieven (CE) Economische uitvoerbaarheid
21 21 30 31 37 37 43 44 45 47
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
Juridische planbeschrijving Algemeen Wijze van bestemmen
49 49 49
Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4
Procedure Algemeen Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro Ontwerp bestemmingsplan
51 51 51 51 51
Toelichting
blad 3 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Ondergrondse verkabeling Nieuwegein Gemeente Nieuwegein Projectnummer 0471703.411
blad 4 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Ondergrondse verkabeling Nieuwegein Gemeente Nieuwegein Projectnummer 0471703.411
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding voor het bestemmingsplan TenneT TSO B.V. (hierna: TenneT) is de netbeheerder voor het Nederlandse hoogspanningsnet voor elektriciteit (110kV en hoger). Het bedrijf heeft kortgezegd drie taken: 1. 2. 3.
Het verzorgen van transportdiensten door het aanleggen en onderhouden van een robuust hoogspanningsnet; Het verzorgen van systeemdiensten door het evenwicht tussen vraag naar en aanbod van elektriciteit 24 uur per dag en 7 dagen per week te handhaven; Het faciliteren van een efficiënt functionerende, liquide en stabiele elektriciteitsmarkt.
Het Rijk heeft aan gemeenten de mogelijkheid geboden om bovengrondse verbindingen in woongebieden te verkabelen. Dit hebben zij geborgd in de Wet Voortgang Energietransitie (Wet Vet). De gemeente Nieuwegein heeft gebruik gemaakt van deze mogelijkheid en heeft TenneT opdracht gegeven een ontwerp hiervoor op te stellen. In Nieuwegein ligt een een bestaande bovengrondse hoogspannings(lijn) verbinding in een west-oostverbinding door de wijken Galecop, Blokhoeve, Zuilenstein, Huis de Geer en Laagraven - Liesbosch. De wens van de gemeente Nieuwegein is om deze bovengrondse lijnen ondergronds te plaatsen. Omdat dat op grond van het geldende bestemmingsplan en beheersverordeningen niet op het gehele tracé mogelijk is moet het geldende planologisch regime worden aangepast. Dit bestemmingsplan maakt de aanleg van de ondergrondse 150kV-verbinding mogelijk. Als deze verkabeling is aangelegd zal de bovengrondse verbinding op termijn verdwijnen. De masten, met verbinding, zullen dan verwijderd worden.
Figuur 1.1: globale ligging hoogspannings (lijn) verbinding en de bestaande masten.
blad 5 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Ondergrondse verkabeling Nieuwegein Gemeente Nieuwegein Projectnummer 0471703.411
1.2
Ligging plangebied De bovengrondse hoogspanningsverbinding loopt nu door de wijken Galecop, Blokhoeve, Zuilenstein, Huis de Geer en Laagraven - Liesbosch. Deze hoogspanningsverbinding ligt vooral boven groengebieden en waterpartijen. Ook kruist de verbinding aan de westkant de Rijksweg A2 en het Amsterdam-Rijnkanaal aan de oostkant. De westelijke grens van dit bestemmingsplan wordt gevormd door de gemeentegrens met de gemeente Utrecht. Aan de oostkant vormt het hoogspanningsstation langs de Ravensewetering de grens. De hoogspanningverbinding wordt voor wat betreft dit gedeelte ondergronds aangelegd en de hoogspanningsmasten worden daarna weggehaald. Voor het gedeelte in de Gemeente Utrecht, waar het ook de bedoeling is om een gedeelte ondergronds aan te leggen, wordt een aparte planologische procedure gestart.
Figuur 1.2: Overzichtskaart globale ligging ondergrondse 150kV verbinding (paars)
1.3
Vigerende bestemmingsplannen De hoogspanningsverbinding ligt in een drietal geldende bestemmingsplannen en een viertal beheersverordeningen. Het gaat om: Bestemmingsplan Laagraven (vastgesteld 27-02-2013). Bestemmingsplan Blokhoeve 2012 (vastgesteld 5-03-2014). Bestemmingsplan Ravenswade e.o. (vastgesteld 21-02-2018) Beheersverordening De Liesbosch 2013 (vastgesteld 29-05-2013). Beheersverordening De Liesbosch 2013 (vastgesteld 29-05-2013) Beheersverordening Galecop (vastgesteld 25-01-2018). Beheersverordening Zuilenstein-Huis de Geer (vastgesteld 5-03-2018). In bovenstaand bestemmingsplan en in de beheersverordeningen is een hoogspanningsverbinding in de meeste gevallen toegestaan binnen de dubbelbestemming 'Leiding-Leidingenstrook'. Daarbinnen is specifiek aangegeven dat het gaat om een bovengrondse hoogspanningsverbinding en dus niet ondergronds. Ook zijn een aantal voorbereidingbesluiten genomen. Deze hebben qua inhoud geen invloed op de inhoud van dit bestemmingsplan.
blad 6 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Ondergrondse verkabeling Nieuwegein Gemeente Nieuwegein Projectnummer 0471703.411
Omdat een nieuw bestemmingsplan de beheersverordening volledig vervangt is ervoor gekozen om voor het gehele tracé dit nieuwe bestemmingsplan op te stellen inclusief de onderliggende bestemmingen. Dit betreft de bestemmingen 'Bedrijf - Nutsvoorziening', 'Bedrijventerrein', 'Groen', 'Verkeer', 'Verkeer - Railverkeer', 'Verkeer-Verblijfsgebied' en ''Water'. Ook zijn de geldende dubbelbestemmingen overgenomen ter bescherming van de waterkeringen. Aan de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de enkelbestemmingen worden met dit bestemmingsplan geen aanpassingen gedaan.
Figuur 1.3: overzicht geldende bestemmingen (westelijk tracé) met globale ligging van de verbinding (rode) lijn.
Figuur 1.4: overzicht geldende bestemmingen (oostelijke tracé) met in rood globle ligging ondergrondse verkabeling..
blad 7 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Ondergrondse verkabeling Nieuwegein Gemeente Nieuwegein Projectnummer 0471703.411
1.4
Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van de bestaande situatie en van de toekomstige situatie die mogelijk gemaakt wordt met dit bestemmingsplan. Daarna wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante Europees, Rijks-, provinciale-, en gemeentelijke beleid. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de uitgangspunten van TenneT en wordt de haalbaarheid van de aanleg van de ondergrondse 150kV verbinding getoetst op grond van het geldende (milieu) Wet- en regelgeving. Ook wordt ingegaan op de economische haalbaarheid van het plan. Hoofdstuk 5 geeft een toelichting op de juridische opzet van het plan. Tot slot gaat hoofdstuk 6 in op de wijze hoe burgers en andere belanghebbenden betrokken zijn bij het plan (maatschappelijke uitvoerbaarheid). Hierin zijn de uitkomsten van inspraak, vooroverleg en zienswijzen opgenomen.
blad 8 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Ondergrondse verkabeling Nieuwegein Gemeente Nieuwegein Projectnummer 0471703.411
Hoofdstuk 2
Het initiatief In dit hoofdstuk wordt het initiatief beschreven. Eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en de relatie met de omgeving. Daarna wordt ingezoomd op het beoogde initiatief.
2.1
Huidige situatie De hoogspanningsverbinding in de wijken Galecop, Galecop, Blokhoeve, Zuilenstein, Huis de Geer en Laagraven - Liesbosch ligt volledig bovengronds en ligt centraal in een woonwijk. De lijnverbinding komt aan de westkant over de Rijksweg A2 de gemeente en het plangebied in. De huidige hoogspanningsverbinding ligt in de bestaande situatie boven vijvers, groenstroken en over wijkontsluitingswegen heen. De bedoeling is dat deze hoogspanningsverbinding volledig ondergronds komt te liggen tot aan het hoogspanningsstation langs de Ravensewetering.
2.2
Uitgangspunten TenneT Bij de Elektriciteitswet 1998 (de "E-wet") is TenneT aangewezen als beheerder van het landelijk hoogspanningsnet zowel op land als op zee. TenneT is daarmee verantwoordelijk voor een ongestoorde werking van dit net. Daartoe realiseert TenneT nieuwe assets en onderhoudt TenneT bestaande assets op een zo efficiënt en effectief mogelijke manier. Om een ongestoorde werking van het net te bereiken legt TenneT, evenals vele andere functies in de Nederlandse samenleving, een claim op de beperkte beschikbare vrije ruimte in Nederland. TenneT is van mening dat deze claim alleen kan worden gerechtvaardigd indien een goede afweging van belangen heeft plaatsgevonden. Daarbij heeft TenneT de wens om bestaande infrastructuur zoveel als mogelijk ongestoord te laten liggen gedurende de gehele levensfase van een asset (40-50jr). Ook geldt dat TenneT nieuwe infrastructuur zo efficiënt / effectief mogelijk wenst in te passen en te realiseren. Aldus is het streven van TenneT samen te vatten als: 'Duurzame instandhouding en aanleg van assets op een zo efficiënt mogelijke wijze waarbij zo goed als mogelijk rekening is gehouden met alle mogelijke belemmeringen en belangen van stakeholders'.
Ten behoeve van dit streven heeft TenneT een aantal beleidsregels opgesteld die van toepassing zijn ingeval door of in opdracht van TenneT nieuwe assets worden gerealiseerd of bestaande assets worden uitgebreid c.q. grootschalig worden vervangen. Deze beleidsregels zijn in principe gedurende de gehele looptijd van projecten van toepassing. Deze beleidsregels zijn vastgelegd in een zogenoemd 'programma van eisen' (pve). Op dit project zijn het pve voor kabels en het pve met traceringsuitgangspunten van toepassing. Deze door TenneT gehanteerde beleidsregels zijn ook in dit project toegepast en hebben geleid tot een voorkeurstracé zoals in dit bestemmingsplan beschreven.
2.3
Toekomstige situatie Om de hoogspanningsverbinding ondergonds te kunnen aanleggen dienen er diverse werkzaamheden uitgevoerd te worden. Doel is dat de verbinding vanaf de westkant (vanaf mast 17) volledig ondergronds zal worden aangelegd tot aan mast 30 bij het hoogspanningsstation langs de Ravensewetering. De werkzaamheden die hiervoor nodig zijn worden onderstaand beschreven.
blad 9 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Ondergrondse verkabeling Nieuwegein Gemeente Nieuwegein Projectnummer 0471703.411
Het tracé heeft een lengte van ca. 3,9 - 4,2 km en zal worden aangelegd door middel van horizontaal gestuurde boringen (HDD) en open ontgravingen. De gestuurde boringen vinden plaats over circa 90% van de totale lengte van de tracés. Open ontgravingen vinden plaats over circa 10% van de totale lengte van het tracé (zie figuur 2.1).
Figuur 2.1: Overzicht tracé en werkzaamheden. In bijlage 1 is bovenstaande afbeelding als pdf opgenomen. De gronddekking op de verbinding is in private grond 1,80m (sleufdiepte circa 2,10). In openbaar gebied 1,20m gronddekking (sleufdiepte 1,50m-mv). Waar met gestuurde boringen gewerkt wordt is de gronddeking vele meters. De gestuurde boringen gaan veel dieper, mede afhankelijk van een geschikte grondlaag en eisen van van spoor-, weg- en waterbeheerders ten aanzien van het kruisen van wegen, spoor en water. Onderstaand wordt op de specifieke gebieden van deze ondergrondse verbinding ingegaan.
2.3.1
Westkant De ondergrondse verkabeling zal starten aan de westkant van de A2 in de Gemeente Utrecht. Aan de westkant is de gemeentegrens en de A2 de grens van dit plangebied. Hier komt de verkabeling ondergronds de gemeente binnen. Aan de kant van de Gemeente Utrecht is de exacte plek vanwaar de verbinding volledig ondergronds gebracht wordt nog niet bekend. Dit wordt de komende periode uitgewerkt en afgestemd met de Gemeente Urecht.
2.3.2
Middengebied (masten 18 t/m 26) Het middengebied bestaat uit de huidige masten 18 t/m 26. Hier zal de hoogspanningsverbinding volledig onder de grond gebracht worden. Het grootste gedeelte van de verbinding wordt met een gestuurde boring aangelegd. Daarbij worden een drietal open ontgravingen aangelegd. Deze komen ten westen van mast 20 en ten oosten van mast 22 en 25. Bij deze laatste plek zal ook de boring gedaan worden richting het oostelijke eindpunt onder het Amsterdam Rijnkanaal door. De gestuurde boringen gaan veel dieper dan 1.5 meter, dit is mede afhankelijk van een geschikte grondlaag en eisen van van spoor-, weg- en waterbeheerders ten aanzien van het kruisen van wegen, spoor en water. Verdere detaillering van de plannen zal de definitieve diepte bepalen.
blad 10 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Ondergrondse verkabeling Nieuwegein Gemeente Nieuwegein Projectnummer 0471703.411
Figuur 2.2: ligging open ontgravingen (blauwe stukken in het tracé).
2.3.3
Oostkant (mast 27 t/m 30) Aan de oostkant loopt de nieuwe verbinding vanaf de groenstrook in noordwestelijke richting onder het Amsterdam-Rijnkanaal door middel van een gestuurde boring direct naar de Ravenswade. Hier ligt het bestaande Hoogspanningsstation Nieuwegein. Door de gestuurde boring hoeft de Ravenswade niet open gebroken te worden. Ter hoogte van het parkeerterrein van de Praxis is een open ontgraving vereist, waarna door middel van een tweede gestuurde boring het hoogspanningsstation wordt bereikt. Hier wordt de bestaande mast aangepast. Verdere detaillering van de plannen op het station zal in een latere fase definitief worden gemaakt en zijn passend binnen de geldende bestemming.
Figuur 2.3: globale ligging trace aan de westkant (met open ontgravingen bij punt 2,3,4,5 en 6).
blad 11 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Ondergrondse verkabeling Nieuwegein Gemeente Nieuwegein Projectnummer 0471703.411
blad 12 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Ondergrondse verkabeling Nieuwegein Gemeente Nieuwegein Projectnummer 0471703.411
Hoofdstuk 3
3.1
Beleidskader
Europa Kaderrichtlijn Water Op 22 december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn water (KRW) in werking getreden. De KRW gaat uit van een stroomgebiedsbenadering waarbij voor Nederland de stroomgebieden van de Rijn, Maas, Schelde en Eems van belang zijn. Het doel van de KRW is dat al het water in de Europese Unie vanaf 2015 in 'goede chemische toestand' en een 'goede ecologische toestand' moet verkeren. Deze termijn kan worden verlengd met maximaal twee periodes van zes jaar, waarmee de uiterste datum op 2027 komt. De KRW is in 2005 geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving en al vanaf 2000 in Europa van kracht. Van belang is dat bij initiatieven tenminste voldaan wordt aan het stand-still principe. Dit houdt in dat een ingreep (uitvoering van het ruimtelijk plan) de toestand van het watersysteem niet mag verslechteren, tenzij beargumenteerd kan worden dat dit wegens 'een hoger doel' niet anders kan. Planspecifiek Bij de realisatie van de ondergrondse 150kV kabelverbinding is rekening gehouden met de Europese eisen voor de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. Zie ook paragraaf 4.2. Verdrag van Valletta (verdrag van Malta 1992) Het Verdrag van Malta dateert van 1992 en wordt ook wel Verdrag van Valletta genoemd. Het verdrag beoogt het cultureel erfgoed dat zich in de bodem bevindt beter te beschermen.
Het gaat dus om archeologische resten als nederzettingen, grafvelden, en gebruiksvoorwerpen. Uitgangspunt van het verdrag is dat het archeologische erfgoed integrale bescherming nodig heeft en krijgt. Om het bodemarchief beter te beschermen en om onzekerheden tijdens de bouw te beperken, wordt voorgesteld om steeds vooraf onderzoek te laten doen naar de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Op deze manier kan daar bij de ontwikkeling van de plannen zoveel mogelijk rekening mee worden gehouden. In oktober 2003 is een voorstel voor de wijziging van de Monumentenwet 1988 en enkele andere wetten naar de Tweede Kamer gestuurd. Hiermee worden de principes van het Verdrag van Malta doorgevoerd in de Nederlandse wetgeving. Op 4 april 2006 is het wetsvoorstel door de Tweede Kamer goedgekeurd en in december van dat jaar gaf de eerste kamer ook zijn goedkeuring. Op 1 september 2007 trad de Wet op de archeologische monumentenzorg in werking. Met ingang van juli 2016 (Erfgoedwet) is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed worden geregeld door één integrale Erfgoedwet, zie paragraaf 3.2. Planspecifiek Bij de realisatie van de ondergrondse 150kV kabelverbinding is rekening gehouden met de aanwezigheid van archeologische waarden. Hiermee wordt voldaan aan hetgeen in het verdrag is opgenomen. Zie ook paragraaf 4.5.
Vogel- en Habitatrichtlijn De belangrijkste internationale verplichtingen op het gebied van natuurbescherming zijn neergelegd in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen zijn gericht op instandhouding van soorten en hun leefgebieden. Het streven is gericht op de vorming van
blad 13 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Ondergrondse verkabeling Nieuwegein Gemeente Nieuwegein Projectnummer 0471703.411
een Europees ecologisch netwerk (Natura 2000 netwerk). Vanaf 1 januari 2017 zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet opgegaan in de Wet natuurbescherming. Deze wet beschermt Natura 2000-gebieden en bepaalde plant- en diersoorten. Voor Natura 2000-gebieden geldt dat activiteiten die mogelijk de instandhoudingsdoelstellingen van kwalificerende natuurwaarden in gevaar brengen, niet zonder meer zijn toegestaan. Beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en Andere soorten. Doden, verwonden en verstoren van dieren, plukken van planten en vernielen of beschadigen van rust- en verblijfplaatsen is niet zonder meer toegestaan. Voor de categorie Andere soorten kan de provincie echter wel voor ruimtelijke ontwikkeling vrijstelling verlenen voor het overtreden van verbodsbepalingen. Planspecifiek De wijzigingen die mogelijk worden gemaakt door dit plan kunnen gevolgen hebben voor de in de Wet natuurbescherming opgenomen gebieden en soorten. Uit de conclusie in paragraaf 4.3 blijkt dat er nader onderzoek nodig is dat de komende periode uitgevoerd wordt.
3.2
Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In de Nationale Omgevingsvisie, de NOVI, geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In Nederland staan we voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werken we aan onze prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Planspecifiek Gebiedsgericht Er staat al een goede verbinding die niet verder opgewaardeerd of uitgebreid wordt. Deze verbinding wordt ondergronds gebracht omdat de gemeente dat op basis van de Wet Vet graag wil. Bestaande hoogspanningsverbindingen van 150kV en hoger zijn onderdeel van het landelijke hoogspanningsnet en daarmee van nationaal belang.
Het verkabelen van deze verbinding is passend binnen het NOVI en dit Rijksbeleid staat de uitvoerbaarheid en realisatie van het plan dan ook niet in de weg. Ladder duurzame verstedelijking Het initiatief bestaat uit het ondergronds brengen van een bestaande bovengrondse 150kV verbinding binnen de bebouwde kom van Nieuwegein. Hiermee is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, zoals bedoeld in artikel 3.1.6 Bro. De ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet van toepassing. Wet Voortgang Energietransitie (Wet Vet) De Wet Voortgang Energietransitie (Wet VET) vormt de basis voor het verbod op aardgas in nieuwbouw. Deze Wet is op op 1-07-2018 in werking getreden. De wet Voortgang Energie
blad 14 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Ondergrondse verkabeling Nieuwegein Gemeente Nieuwegein Projectnummer 0471703.411
Transitie maakt het tevens mogelijk dat gemeente(n) en provincie samen het initiatief nemen voor de eventuele verplaatsing of verkabeling van een hoogspanningstracé in woongebieden door de netbeheerder. Met de wet Voortgang Energietransitie wil de overheid de energietransitie bevorderen. Het ondergronds aanleggen (verkabelen) van hoogspanningsverbindingen in stedelijk gebied is daar één van de belangrijkste pijlers van. Op initiatief van gemeenten kunnen de hoogspanningsverbindingen in de buurt van woonwijken onder de grond gebracht worden. Per 1 januari 2019 is daarnaast de Algemene Maatregel van Bestuur ‘Verplaatsen en verkabelen hoogspanningsverbindingen’ in werking getreden. Dit besluit bevat onder andere regels over het deel van de kosten voor verplaatsing of verkabeling dat de verzoeker (de gemeente) moet bijdragen. Planspecifiek De beoogde verkabeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt vloeit voort uit de Wet Vet. Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 De Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 is een visie van het Rijk waarmee het Rijk voor de komende 20 tot 30 jaar ruimte wil reserveren in Nederland voor toekomstige buisleidingen voor gevaarlijke stoffen. Het gaat daarbij om ondergrondse buisleidingen voor het transport van aardgas, olieproducten en chemicaliën, die provinciegrens- en vaak ook landgrensoverschrijdend zijn.
In de Structuurvisie wordt een hoofdstructuur van verbindingen aangegeven waarlangs ruimte moet worden vrijgehouden, om ook in de toekomst een ongehinderde doorgang van buisleidingtransport van nationaal belang mogelijk te maken. De Structuurvisie Buisleidingen is het vervolg op het Structuurschema Buisleidingen uit 1985. Planspecifiek Het plangebied voor de ondergrondse 150kV kabelverbinding valt niet binnen de vrij te houden ruimte zoals opgenomen in de Structuurvisie. Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (SEV III) De ruimtebehoefte voor de elektriciteitsvoorziening is op 22 juni 2009 vastgesteld en vastgelegd in een aparte nota: het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (hierna: SEV III). SEV III heeft de status van nationale structuurvisie. Een nationale structuurvisie is niet bindend voor lagere overheden, maar wel voor de rijksoverheid zelf. Voor lagere overheden is de structuurvisie richtinggevend. In het SEV III worden de locaties aangewezen voor elektriciteitsproductie vanaf 500 megawatt en hoger en voor nieuwe hoogspanningsvoorzieningen vanaf 220kV en hoger. Planspecifiek Het plan valt niet in de categorie hoogspanningsvoorzieningen zoals hierboven beschreven. De SEVIII vormt geen belemmering ten aanzien van het plan omdat het een ondergrondse 150kV kabelverbinding betreft. Deltaprogramma Het Deltaprogramma bevat een aantal deltabeslissingen.
Deze deltabeslissingen leiden tot een nieuwe manier van werken op drie terreinen: de waterveiligheid, de zoetwaterbeschikbaarheid en een waterrobuuste ruimtelijke inrichting. Met het presenteren van de voorstellen voor de deltabeslissingen en voorkeursstrategieën (Prinsjesdag 2014) is een nieuwe fase voor het Deltaprogramma aangebroken: de fase van uitwerking en uitvoering. De deltacommissaris heeft in Deltaprogramma 2015 voorgesteld een overstromingsrisicobenadering toe te passen in het waterveiligheidsbeleid. Dat betekent: rekening houden met de kans op een overstroming én de gevolgen. Ook heeft hij nieuwe eisen voor de waterkeringen voorgesteld, deze zijn inmiddels in de wet verankerd. De blad 15 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Ondergrondse verkabeling Nieuwegein Gemeente Nieuwegein Projectnummer 0471703.411
gewijzigde Waterwet met de nieuwe normen is op 1 januari 2017 in werking getreden. De kans om te overlijden door een overstroming wordt daarmee nergens groter dan 1:100.000 per jaar. Op verschillende plaatsen geldt een hoger beschermingsniveau: waar veel slachtoffers of grote economische schade kan optreden of waar 'vitale infrastructuur' kan uitvallen met grote landelijke effecten (denk bijvoorbeeld aan de gasrotonde in Groningen). Het streven is dat alle primaire keringen in 2050 aan de nieuwe normen voldoen. Assets van TenneT zijn in het Deltaprogramma aangemerkt als vitale infrastructuur. Planspecifiek Bij realisatie van nieuwe ondergrondse 150kV kabelverbinding is het vooralsnog niet aan de orde om rekening te houden met de hoge waterstanden. Bij een overstroming zijn er geen nadelige gevolgen op de ondergrondse 150kV kabelverbinding te verwachten. De realisatie van een nieuwe ondergrondse 150kV kabelverbinding is niet in strijd met het beleid van TenneT en het Deltaprogramma. Nationaal Bestuursakkoord Water Nationaal Bestuursakkoord Water Op basis van het rapport van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw en het kabinetsstandpunt 'Anders omgaan met water' hebben het rijk, de provincies, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) ondertekend.
Het NBW is doorgevoerd in de provinciale en regionale beleidsplannen. Relevante aspecten uit het NBW zijn: Toepassen van de watertoets als procesinstrument op alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen. Toepassen van de trits vasthouden-bergen-afvoeren, met als eerste insteek het vasthouden van water. Toepassen van de trits schoon houden - zuiveren - schoon maken, met als eerste insteek het voorkomen van vermenging van schoon hemelwater van dakvlakken en afvalwater en het gebruik van bijvoorbeeld een bodempassage voor hemelwater van druk bereden straatvlakken. Wateropgave (de benodigde bergingscapaciteit voor het opvangen van pieken in neerslag) bepalen aan de hand van de NBW normen regionale wateroverlast. Voor stedelijk gebied geldt een norm van T=100 (bui die eens in de 100 jaar voorkomt). Voor glastuinbouw geldt een norm van T=50 (bui die eens in de 50 jaar voorkomt). En voor akkerbouw en grasland geldt respectievelijk T=25 en T=10. Planspecifiek Bij de realisatie van de ondergrondse 150kV kabelverbinding is rekening gehouden met het aspect water. Dit is nader beschreven in paragraaf 4.2.
Nationaal Waterplan Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema’s als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). Planspecifiek blad 16 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Ondergrondse verkabeling Nieuwegein Gemeente Nieuwegein Projectnummer 0471703.411
Bij de realisatie van de ondergrondse 150kV kabelverbinding is rekening gehouden met het aspect water. Dit is nader beschreven in paragraaf 4.2. Waterwet De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning, die met een wettelijk vastgesteld aanvraagformulier kan worden aangevraagd. Organisatie waterbeheer De Waterwet kent formeel slechts twee waterbeheerders: het Rijk, als de beheerder van de Rijkswateren, en de waterschappen, als de beheerders van de overige wateren. Deze laatste is daarmee ook verantwoordelijk voor het zuiveringsbeheer. Provincies en gemeenten zijn formeel geen waterbeheerder, maar hebben wel waterstaatkundige taken. Zo blijft de provincie voorlopig bevoegd gezag voor drie categorieën grondwateronttrekkingen en infiltraties: de openbare drinkwaterwinning, ondergrondse energieopslag en industriële onttrekkingen van meer dan 150.000 m3 per jaar.
Op gemeenten rust een hemel- en grondwaterzorgplicht, zoals deze in januari 2008 via de Wet gemeentelijke watertaken is vastgelegd in de Wet op de waterhuishouding. Waterwet in Europees verband Nederland maakt deel uit van vier Europese stroomgebieden: de Rijn, de Eems, de Schelde en de Maas. De Waterwet sluit hierop aan. In Nederland wordt onderscheid gemaakt tussen Rijkswateren en niet-Rijkswateren (regionale wateren). Voor beide categorieën worden via het nationale waterplan respectievelijk de regionale waterplannen, strategische structuurvisies vastgesteld, waarin de hoofdlijnen van het waterbeleid en de maatregelenprogramma's zijn vastgelegd. Deze zijn richtinggevend voor het ruimtelijke ordeningsbeleid en zorgen zo voor een versterking van de relatie tussen waterbeheer en ruimtelijke ordening. De plannen worden één keer per zes jaar herzien. De waterschappen en de diensten van Rijkswaterstaat stellen vervolgens operationele waterbeheerplannen vast, waarin wordt aangegeven welke maatregelen zij in de komende periode zullen uitvoeren. Planspecifiek De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De relatie tussen de ondergrondse 150kV kabelverbinding en de Waterwet is nader beschreven in paragraaf 4.2.
Wet natuurbescherming Vanaf 1 januari 2017 zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet opgegaan in de Wet natuurbescherming. Deze wet beschermt Natura 2000-gebieden en bepaalde plant- en diersoorten. Voor Natura 2000-gebieden geldt dat activiteiten die mogelijk de instandhoudingsdoelstellingen van kwalificerende natuurwaarden in gevaar brengen, niet zonder meer zijn toegestaan. Beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en Andere soorten. Doden, verwonden en verstoren van dieren, plukken van planten en vernielen of beschadigen van rust- en verblijfplaatsen is niet zonder meer toegestaan. Voor de categorie Andere soorten kan de provincie echter wel voor ruimtelijke ontwikkeling vrijstelling verlenen voor het overtreden van verbodsbepalingen. Dit is een uitwerking van internationaal beleid (zie paragraaf 3.1). blad 17 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Ondergrondse verkabeling Nieuwegein Gemeente Nieuwegein Projectnummer 0471703.411
Planspecifiek De wijzigingen die mogelijk worden gemaakt door dit plan kunnen gevolgen hebben voor de in de Wet natuurbescherming opgenomen gebieden en soorten. Uit de conclusie in paragraaf 4.3 blijkt dat voorliggend plan onder voorwaarden niet strijdig is met de Wet natuurbescherming. Externe veiligheid Het juridisch kader voor externe veiligheid wordt gevormd door het: Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en; Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het juridisch kader staan de begrippen plaatsgebonden risico en groepsrisico centraal. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen toegelicht. Plaatsgebonden Risico Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het plaatsgebonden risico kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde plaatsgebonden risico. Binnen de zogenaamde 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden.
Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het groepsrisico is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het groepsrisico kan niet 'op de kaart' worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N), de fN-curve. Het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt doorgaans begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald), ofwel door de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. In veel gevallen geldt tevens een 'verantwoordingsplicht', wat betekent dat op basis van de rekenkundige omvang en/of toename van het groepsrisico, tevens verantwoording moet worden gegeven over onder meer de mate van toepassen van risico reducerende maatregelen en de mate waarin zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid worden geborgd. De veiligheidsregio wordt, voorafgaand aan het besluit, in de gelegenheid gesteld advies uit te brengen. Voor de precieze verwoording en nadere details wordt verwezen naar de betreffende Besluiten.
Planspecifiek Assets van TenneT vallen zelf niet onder de werkingssfeer van wet- en regelgeving ten aanzien van externe veiligheid. Wel is rekening gehouden met externe veiligheid van overige partijen bij de tracering in relatie tot assets. Dit is nader beschreven in paragraaf 4.1.7. Erfgoedwet Als gevolg van het Verdrag van Malta, dat in 1998 door het Nederlandse parlement is goedgekeurd en in 2006 zijn beslag heeft gekregen in de Wet op de Archeologische Monumentenzorg, is de Monumentenwet 1988 gewijzigd. Rijk en Provincie stellen zich op het standpunt dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologische erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient blad 18 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Ondergrondse verkabeling Nieuwegein Gemeente Nieuwegein Projectnummer 0471703.411
voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het Rijk heeft deze beleidsuitgangspunten neergelegd in onder meer de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, de Modernisering Monumentenzorg en de Visie Erfgoed en Ruimte. In 2009 is door het rijk een nieuwe visie op de monumentenzorg geformuleerd genaamd Modernisering Monumentenzorg (MoMo). Eén van de pijlers in deze visie is het belang laten meewegen in de ruimtelijke ordening. Hierbij zal een verschuiving plaatsvinden van objectgerichte bescherming naar een gebiedsgerichte aanpak. In het verlengde van deze pijler is een ander doel in de visie geformuleerd, namelijk het opstellen van een visie op erfgoed. Met ingang van juli 2016 (Erfgoedwet) is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De Erfgoedwet legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het archeologische erfgoed bij de gemeente. De taken in het kader van de Erfgoedwet behelzen o.a. het meewegen van archeologie in de besluiten op het gebied van de ruimtelijke ordening en de koppeling tussen bestemmingsplannen en archeologische waarden en verwachtingen.
De Erfgoedwet verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met in de bodem aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Planspecifiek Bij de realisatie van de ondergrondse 150kV kabelverbinding is rekening gehouden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische (verwachtings-) waarden. Hier wordt in paragraaf 4.5 specifiek ingegaan.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie provincie Utrecht Vanwege de nieuwe Omgevingswet die per 1-01-2024 in werking treedt heeft de provincie Utrecht haar beleid vastgelegd in de nieuwe 'Omgevingsvisie provincie Utrecht'. Deze visie is vastgesteld op 10-03-2021. In deze visie wordt ten aanzien van de ontwikkelingen in de provincie beschreven welke kant het provinciebestuur op wil met ruimtelijke ontwikkelingen in de periode tot 2050. Daarbij streeft de provincie er naar om een forse bijdrage te leveren aan duurzame energie. De transitie naar een nieuw energiesysteem draagt bij aan het tegengaan van klimaatverandering en aan een duurzaam betaalbaar energiesysteem voor alle inwoners. De provincie wil toe naar energiebesparing en -opwekking uit hernieuwbare bronnen. De huidige opgave binnen de provincie Utrecht is om alternatieven te vinden voor een energieverbruik van 100 Petajoule per jaar. Dit kan via besparing en door ruimte te geven voor duurzame energie. Het benutten van energie uit bodem en water biedt ook potentie voor de energietransitie. Om energie op een veilige en verantwoorde manier uit bodem en water te halen, is een goede ruimtelijke afweging met andere functies vereist. Opwekking, opslag en levering van duurzame energie heeft impact op onze leefomgeving in stad en land. Het vergt zorgvuldige ruimtelijke inpassing.
De provincie zet zich in voor het beperken van risico’s door straling, geur en licht. De provincie hanteert het voorzorgsbeginsel ten aanzien van hoogspanningslijnen. De provincie wil, waar dit betaalbaar en effectief is, een bijdrage leveren aan het ondergronds brengen van hoogspanningslijnen in woongebieden. Dit bestemmingsplan maakt de ondergrondse aanleg van een bestaande bovengrondse lijnverbinding mogelijk en draagt bij aan de zorgvuldige ruimtelijke inspassing die de provincie nastreeft. Het bestemmingsplan
blad 19 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Ondergrondse verkabeling Nieuwegein Gemeente Nieuwegein Projectnummer 0471703.411
is dan ook in overeenstemming met de omgevingsvisie van de provincie Utrecht.
3.3.2
Interim omgevingsverordening provincie Utrecht Om de provinciale belangen zoals omschreven in de omgevingsvisie ook juridisch te borgen heeft de provincie de interim omgevingsverordening vastgesteld. Daarin borgt de provincie dat haar belangen bindend aan de gemeenten kunnen worden opgelegd. Ten aanzien van het ondergronds brengen van een bestaande hoogspanningverbinding geeft de province in deze verordening geen specifieke kaders mee waarmee in dit bestemmingsplan rekening gehouden moet worden als het gaat om het ondergronds brengen. Wel heeft de provincie het gebied rond het Amsterdam-Rijnkanaal beschermd als het gaat om diverse bodemverstorende activiteiten. Daarom is voor dit bestemmingsplan in het kader van de watertoets ook vroegtijdig afstemming gezocht met het Waterschap dat deze belangen ook juridisch toetst. De resultaten hiervan zijn beschreven in paragraaf 4.2. Uiteraard geldt het uitgangspunt van 'een goede ruimtelijke ordening'ook voor dit bestemmingsplan. Daarom zijn ook diverse omgevingsonderzoeken uitgevoerd naar de impact van deze verbinding. Ook daaruit blijkt dat de mogelijkheden die dit bestemmingsplan biedt uitvoerbaar zijn. Daarmee is het bestemmingsplan in overeenstemming met de doelen van deze interim omgevingsverordening van de provincie.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Nieuwegein - Nieuwegein verstedelijkt en vergroent De gemeente Nieuwegein heeft op 1 november 2020 de omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de belangrijkste ambities en keuzes als het gaat om de inrichting van de fysieke leefomgeving. In 2040 is Nieuwegein energieneutraal. Dat vraagt aanpassing op verschillende vlakken: energie besparen, mobiliteit en duurzame warmte en energie. Voor nieuwe woningen en bedrijfsgebouwen stellen we hoge duurzaamheidseisen. Bij alle ontwikkelingen is klimaatadaptatie een belangrijke voorwaarde om in 2050 klimaatbestendig te zijn. De stad is dan zo ingericht dat we de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en extremere neerslag, kunnen opvangen. De gemeente hanteert de richtlijnen voor windklimaat en lichthinder en volgt het Rijksvoorzorgbeginsel voor EM-velden vanwege hoogspanningsleidingen. Hier is op ingegaan in paragraaf 4.6
blad 20 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Ondergrondse verkabeling Nieuwegein Gemeente Nieuwegein Projectnummer 0471703.411
Hoofdstuk 4
Uitvoerbaarheid De uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan moet als gevolg van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangetoond worden (artikel 3.1.6 van het Bro). Daaronder valt zowel de onderzoeksverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, etc.) als ook de economische uitvoerbaarheid van het plan.
4.1
Milieu
4.1.1
Bodem (bureauonderzoek) Op grond van de Wet Bodembescherming (Wbb) moet aangetoond worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Bij een functiewijziging zal in veel gevallen een specifiek bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd. Planspecifiek In de planlocatie is een historisch vooronderzoek bodem uitgevoerd. Het rapport 'Historisch vooronderzoek bodem, Verkabeling 150kV Oudenrijn-Nieuwegein, d.d. 06-09-2023' waarin de resultaten beschreven zijn is opgenomen als bijlage 2 bij deze toelichting. In het voorliggende historisch vooronderzoek, dat is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit de NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, NNI, oktober 2017), is de in milieuhygiënisch opzicht relevante (bodem)informatie over het onderzoeksgebied en de directe omgeving verzameld. De verzamelde informatie geeft aanwijzingen voor de aanwezigheid van (voormalige) bodembedreigende activiteiten binnen het onderzoeksgebied. Tevens bestaat de mogelijkheid dat activiteiten op direct aangrenzende percelen de bodemkwaliteit van het onderzoeksterrein negatief hebben beïnvloed.
Bodemkwaliteitskaart Aangezien grondverzet op basis van de bodemkwaliteitskaart alleen mogelijk is ter plaatse van de onverdachte terreindelen, dient ter plaatse van alle verdachte locaties verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) te worden uitgevoerd indien grondverzet plaatsvindt. Voor verdachte bodemlocaties geldt dat de ontgravingskaart geen geldig bewijsmiddel is en dient verkennend bodemonderzoek uitgevoerd te worden om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem te bepalen. Daarnaast zijn onverharde wegbermen uitgesloten van de ontgravingskaart. De bodemkwaliteitskaart kan hiervoor niet als geldig bewijsmiddel gebruikt worden. Voor het overige terrein dat onverdacht is, geldt dat grondverzet op basis van de bodemkwaliteitskaart kan plaatsvinden. Voorgaande onderzoeken De relevante bekende onderzoeksgegevens worden als volgt opgesomd: In de omgeving van mast 22 en de aanliggende open ontgraving heeft tussen 1985 en 1995 een volks- en glastuinbouwcomplex gestaan. Uit onderzoek blijkt dat er in de grond licht tot matig verhoogde gehalten zijn aangetoond aan enkele zware metalen en PAK. Ter hoogte van mast 23 tot en met 25 zijn in zowel de grond als het grondwater maximaal licht verhoogde waarden gemeten. Op het bedrijventerrein nabij mast 27 is een sterk verhoogd gehalte aan PAK aangetroffen in de grond.
Verder zijn maximaal licht verhoogde waarden aangetoond in zowel de bodem als het grondwater.
blad 21 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Ondergrondse verkabeling Nieuwegein Gemeente Nieuwegein Projectnummer 0471703.411
Op het terrein van het 150kV-station is een onderzoek uitgevoerd in 2018 door Spectrum. Deze locatie staat geregistreerd als maximaal licht verontreinigd. Verontreinigende activiteiten Binnen het onderzoeksgebied zijn stortplaatsen, tanks en enkele (historische) verdachte activiteiten bekend. Hieronder volgt een korte conclusie met betrekking tot de verontreinigende activiteiten: De stortplaatsen in de wijk bij Blokhoeven (locatie 01.02) staat geregistreerd als ‘stortplaats in water’. Bijgevolg wordt niet verwacht dat deze gelegen zijn ter plaatse van het werkgebied. In totaal zijn vier historisch verdachte activiteiten bekend. Deze zijn allen gelegen aan het meest oostelijk deel van het tracé. Alleen de verdachte activiteit aan Ravenswade 9 (01.14) wordt als verdacht op bodemverontreiniging beschouwd omdat op deze locatie de bodemkwaliteit onvoldoende is vastgesteld. Echter gezien hier geen open ontgraving zal plaatsvinden, is het uitvoeren van bodemonderzoek op deze locatie niet noodzakelijk. De overige locaties worden als onverdacht op de aanwezigheid van bodemverontreiniging beschouwd vanwege eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de aard van de activiteit en/of de ligging ten opzichte van het werkgebied. Nabij het tracé zijn in totaal 5 tanklocaties bekend waar één of meerdere tanks bovenen/ of ondergronds aanwezig zijn (geweest).
Gezien de open ontgravingen van het tracé op ruime afstand zijn gelegen van de bebouwing wordt aangenomen dat deze tanklocaties geen (negatieve) invloed hebben gehad op de voorgenomen werklocatie. In het onderzoeksgebied is één geregistreerde slootdemping bekend. De ligging van de gedempte sloot is echter onduidelijk. Op Topotijdreis is zichtbaar dat over het gehele onderzoeksgebied sloten zijn gedempt. er plaatse van de wijk Galecop is een voormalige fruitkwekerij/boomgaard bekend. De afstand tot de open ontgraving nabij mast 22 bedraagt circa 20 meter waardoor de activiteit mogelijk een negatieve invloed heeft gehad op de bodem ter plaatse van de werklocatie. Asbest Het grootste deel van het tracé is op voorhand niet verdacht ten aanzien van asbest. In de buurt van mast 22 en de naastgelegen open ontgraving wordt wel een asbestonderzoek aangeraden conform NEN 5707 in verband met het voorkomen van een voormaling volks- en glastuinbouwcomplex. Te kruisen dempingen kunnen zijn gedempt met asbest verdachte materialen. Voor het overige plangebied geldt dat er bij het aantreffen van puin of andere asbestverdachte materialen in de bodem wordt geadviseerd op te schalen naar asbestonderzoek.
PFAS Op het gebied van PFAS zijn uit het historisch onderzoek geen concrete bronnen aan te wijzen die een verontreiniging met PFAS-houdende stoffen in de grond kunnen hebben veroorzaakt op of nabij het onderzoeksgebied. Van PFAS is algemeen bekend dat deze door middel van atmosferische depositie in de bovengrond terecht kan komen. Voor gemeente Nieuwegein is thans geen geldige bodemkwaliteitskaart PFAS beschikbaar. Aanbevelingen Op basis van het vooronderzoek kan het volgende worden aanbevolen Het werkgebied doorkruist verschillende ongespecificeerde dempingen. Er dient te worden nagegaan of ter plaatse sprake is van verontreinigde dempingsmaterialen; Er is verkennend onderzoek noodzakelijk conform NEN5740 en NEN5707 voor mast 22 en de nabij liggende open ontgraving. Ter plaatse komen op basis van eerder onderzoek blad 22 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Ondergrondse verkabeling Nieuwegein Gemeente Nieuwegein Projectnummer 0471703.411
mogelijk matig tot sterk verhoogde waarden aan zware metalen in de grond voor. De deellocatie wordt daarom als verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van bodemverontreiniging beschouwd. Hierbij moet aanvullend op OCB’s geanalyseerd worden vanwege de voormalige boomgaard/fruitkwekerij in de omgeving. Er is verkennend onderzoek noodzakelijk conform NEN5740 en indien bijmengingen met puin worden aangetroffen ook conform NEN5707 ter plaatse van de open ontgravingen. Voor deze locaties zijn geen of enkel verouderd onderzoek bekend of waren de onderzoeken niet beschikbaar voor inzage. De deellocaties worden als onverdacht ten aanzien van de aanwezigheid van bodemverontreiniging beschouwd. Hier is actualiserend onderzoek noodzakelijk. Er is geen onderzoek naar PFAS bekend in de gemeente Nieuwegein. Indien grondafvoer wordt voorzien wordt geadviseerd om de bovengrond aanvullend op PFAS te onderzoeken. Binnen de verdachte locaties zoals genoemd in dit rapport, dienen de te nemen veiligheidsmaatregelen voor het werken in of met verontreinigde grond conform CROW 400 bepaald te worden op basis van de hierboven genoemde onderzoeken. Voornoemde conclusies zijn gebaseerd op de verzamelde informatie in dit vooronderzoek.
4.1.2
Bodem (verkennend bodemonderzoek) Naar aanleiding van het onderzoek dat is beschreven in voorgaande paragraaf is er door Antea Group vervolgonderzoek gestart in het plangebied. In het rapport 'Milieukundig bodemonderzoek, Verkabeling 150kV verbinding Oudenrijn - Nieuwegein, d.d. 8 september 2023' zijn daarvan de resultaten beschreven. Dit rapport is als bijlage 3 opgenomen bij deze toelichting. In het uitgevoerde bodemonderzoek is overeenkomstig de NEN 5740 de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgesteld. Deellocatie 1: te amoveren mast 22 Toetsing Wet bodembescherming Uit de analyseresultaten van de onderzochte grond(meng)monsters blijkt dat in de bovengrond zich verhoogde gehalten aan molybdeen zijn aangetoond. In de ondergrond zijn verhoogde gehalten aan minerale olie, kobalt, nikkel, molybdeen en cadmium aangetroffen. Verder is visueel en analytisch geen asbest aangetoond. In het grondwater uit peilbuis 109 is een licht verhoogde concentratie aan barium aangetoond. Toetsing Besluit bodemkwaliteit De analyseresultaten van de onderzochte grond(meng)monsters zijn indicatief getoetst aan de normen uit het Besluit bodemkwaliteit. Hieruit blijkt dat de bovengrond voldoet aan de kwaliteitsklasse Achtergrondwaarden (AW2000) en de ondergrond aan de kwaliteitsklasse Industrie.
Deellocatie 2: open ontgraving nabij mast 22 Toetsing Wet bodembescherming Uit de analyseresultaten van de onderzochte grond(meng)monsters blijkt dat in de bovengrond zich verhoogde gehalten aan kobalt en nikkel zijn aangetoond. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aan de onderzochte stoffen aangetoond. Verder is visueel en analytisch geen asbest aangetoond. In het grondwater uit peilbuis 008 is een licht verhoogd gehalte aan nikkel en barium aangetoond. Toetsing Besluit bodemkwaliteit De analyseresultaten van de onderzochte grond(meng)monsters zijn indicatief getoetst aan de normen uit het Besluit bodemkwaliteit. Hieruit blijkt dat de boven- en ondergrond voldoen aan de kwaliteitsklasse Achtergrondwaarden (AW2000). Deellocatie 3: overige te amoveren masten
blad 23 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Ondergrondse verkabeling Nieuwegein Gemeente Nieuwegein Projectnummer 0471703.411
Toetsing Wet bodembescherming Uit de analyseresultaten van de onderzochte grond(meng)monsters blijkt dat in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan verschillende zware metalen, PAK, PCB en minerale olie zijn aangetoond. In de ondergrond zijn licht verhoogde gehalten aan diverse zware metalen, PCB en PAK aangetroffen. Bij mast 23 is in de ondergrond (0,4 - 0,7 m -mv.) tevens een matig verhoogd gehalte aan lood gemeten. Bij mast 24 is in de ondergrond een matig verhoogd gehalte aan zink aangetroffen. Ter plaatse van mast 29 is in de bovengrond asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen. Het gewogen gehalte asbest ter plaatse van mast 129 overschrijdt de interventiewaarde (100 mkg/kgds). Verder is visueel en analytisch geen asbest aangetoond. In het grondwater zijn ten hoogste licht verhoogde gehalte aan barium en nikkel aangetoond Toetsing Besluit bodemkwaliteit De analyseresultaten van de onderzochte grond(meng)monsters zijn indicatief getoetst aan de normen uit het Besluit bodemkwaliteit. Hieruit blijkt dat de boven- en ondergrond voornamelijk voldoen aan de kwaliteitsklasse Achtergrondwaarden (AW2000). Uitzonderingen hierop zijn de bovengrond bij het zoekgebied bij mast 18 en masten 17, 20, 21, 23, 26, 28 en 29 en de ondergrond nabij masten 19, 23, 24, 27 en 28. Hier voldoet de grond aan kwaliteitsklasse wonen of industrie.
Deellocatie 4: open ontgravingen deel van het tracé Toetsing Wet bodembescherming Uit de analyseresultaten van de onderzochte grond(meng)monsters blijkt dat in de boven- en ondergrond verhoogde gehalten aan verschillende zware metalen zijn aangetoond. Verder is visueel en analytisch geen asbest aangetoond. De asfalthoudende toplaag op station NIWG150 aan Laagraven 1 is licht verontreinigd met PAK en olie en is indicatief getoetst als niet toepasbaar. In het grondwater is een licht tot een enkele keer net matig verhoogde concentratie aan barium aangetoond Toetsing Besluit bodemkwaliteit De analyseresultaten van de onderzochte grond(meng)monsters zijn indicatief getoetst aan de normen uit het Besluit bodemkwaliteit. Hieruit blijkt dat de boven- en ondergrond bij mast 20 voldoen aan de kwaliteitsklasse Achtergrondwaarden (AW2000). Bij mast 26 voldoen de boven- en ondergrond maximaal aan de klasse Wonen. Waterbodem Voor de waterbodem nabij mast 27 geldt dat de bovenste 0,2 a 0,3 meter toegepast mag worden op land (T1) als klasse industrie en het water (T3) voldoet aan klasse A. De onderliggende waterbodem 0,50-0,80 m- waterspiegel geldt dat deze altijd toepasbaar is voor toepassing op het land en in het water. Voor het gehele dieptetraject geldt dat deze verspreidbaar is op het aangrenzend perceel (T5).
Opgemerkt wordt dat de waterbodem niet is onderzocht op de aanwezigheid van PFAS. Mocht er sprake zijn van afvoer of verwerking van waterbodem op de landbodem of in een waterbodem, dan is aanvullend onderzoek op PFAS noodzakelijk. Toetsing hypothese De vooraf opgestelde hypotheses voor onverdachte locaties worden verworpen, aangezien er in de bodem licht tot matig verhoogde gehalten aan diverse zware metalen, PAK, PCB en minerale olie zijn aangetoond. Ter plaatse van mast 29 is op basis van het verkennend asbestonderzoek een indicatief gewogen gehalte van meer dan 100 mg/kgds (boven de interventiewaarde) aangetoond. In de bovengrond zijn diverse fragmenten asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen. Het definitieve gewogen gehalte asbest in de bodem en de omvang van de asbestverontreiniging blad 24 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Ondergrondse verkabeling Nieuwegein Gemeente Nieuwegein Projectnummer 0471703.411
dienen te worden vastgesteld middels een nader asbestonderzoek conform de NEN 5707. De overige onderzoeksresultaten geven vanuit de Wet bodembescherming geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek omdat de gemeten concentraties kleiner zijn dan de betreffende interventiewaarde. De resultaten vormen naar ons inziens geen milieuhygiënische belemmering voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Aanbevelingen Vanuit milieuhygiënisch oogpunt worden de volgende vervolgstappen aanbevolen: Ter plaatse van mast 29 dient een nader asbestonderzoek conform de NEN 5707 te worden verricht om de omvang van de asbestverontreiniging in de bodem vast te stellen. Voor het overige deel van het tracé geldt dat het in het kader van de Wet bodembescherming niet noodzakelijk is om een BUS-melding te verrichten of een (deel)saneringsplan op te stellen. In het kader van de CROW-publicatie 400 dient bij graafwerkzaamheden ter plaatse van mast 29 rekening te worden gehouden met veiligheidsklassen zwart niet-vluchtig, onder voorbehoud van de resultaten van het uit te voeren nader asbestonderzoek. Voor het overige onderzoeksgebied geldt dat het niet noodzakelijk is een V&G-plan op te stellen om voor de werkzaamheden ter plaatse van de onderzoekslocatie. De veiligheidsklasse basishygiëne (geen veiligheidsmaatregelen) is van toepassing.
Wel wordt aanbevolen om op het hoogspanningsstation Laagraven 1 (NIWG150) te meten met LEL-meter, mogelijk uitgebreid met stofspecifiek methaanmeter. Voornoemde conclusies zijn gebaseerd op het vooronderzoek, de zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten van dit onderzoek. Gevolgen voor het bestemmingsplan De onderzoeksresultaten geven voor het grootste gedeelte het plangebied vrij als het gaat om de bodemkwaliteit. Er is op één locatie aanleiding tot het uitvoeren van nader asbestonderzoek zoals in de aanbevelingen beschreven. Dit zal opgestart worden en de resultaten hiervan kunnen verwerkt worden in het vast te stellen bestemmingsplan. Mocht uit nader bodemonderzoek blijken dat vervuilingen worden aangetroffen er (sanerings)maatregelen mogelijk zijn om de werkzaamheden uit te kunnen voeren. Daarmee is het bestemmingsplan uitvoerbaar.
4.1.3
Lucht Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm), titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen. Alleen waar sprake is van in de Wm genoemde uitoefening van bevoegdheden of toepassing van wettelijke voorschriften (artikel 5.16, lid 2) èn deze uitoefening of toepassing gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, dient een toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit plaats te vinden. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen. In de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en fijn stof (PM1 0). In de Regeling NIBM is een lijst met
blad 25 van 51
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Ondergrondse verkabeling Nieuwegein Gemeente Nieuwegein Projectnummer 0471703.411
categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. Planspecifiek De grootste intensiteit van verkeersbewegingen vindt plaats gedurende de aanlegfase. Vervolgens vindt een enkele verkeersbeweging plaats ten behoeve van onderhoud en beheer. Zoals aangegeven in paragraaf 4.4 is het aantal verkeersbewegingen in de aanlegfase dermate laag dat wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in het Besluit niet in betekenende mate en de Regeling niet in betekenende mate. Vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan. Onderzoek naar de luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven.
4.1.4
Geluid De Wet geluidhinder (Wgh) heeft tot doel de mensen te beschermen tegen geluidsoverlast. Op basis van deze wet dient bij het opstellen van ruimtelijke plannen aandacht te worden besteed aan het aspect geluid. De ondergrondse 150kV kabelverbinding is geen geluidgevoelige bestemming in de zin van de Wet geluidhinder (Wgh). Een akoestisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Planspecifiek Voor de aanleg van de ondergrondse 150kV kabelverbinding vinden de nodige werkzaamheden plaats. Deze werkzaamheden en het hierbij in te zetten materieel veroorzaken een bepaalde geluidsbelasting op de omgeving. De effecten vanwege de geluidshinder op omwonenden treden alleen op tijdens de aanleg van de ondergrondse 150kV kabelverbinding en het amoveren van de lijnverbinding. De ene activiteit duurt langer dan de andere activiteit en iedere activiteit heeft een andere geluidssterkte. Het gaat hierbij om tijdelijk geluid veroorzaakt door vrachtverkeer, graven en boren. De Wet geluidhinder bevat geen regels voor dergelijke tijdelijke situaties. De uiteindelijke ondergrondse 150kV kabelverbinding is volledig geluidloos. Tijdens de bouw wordt voldaan aan de regels die hiervoor gelden zoals opgenomen in de APV en Circulaire bouwlawaai.