2024-026 Ondergrondse verkabeling Nieuwegein_Bijlagen_Bijlage 7 Natuurtoets
Tekst van het document
De vrijkomende grond en duizendknoopresten moeten worden afgevoerd met de stroom besmette grond. Als de planning het toestaat heeft een ontgraving bij droog weer de voorkeur, omdat het dan makkelijker is schoon te werken.
Effecten op beschermde soorten Utrechtse soortenlijst Vogels In de tuinen van de omliggende boerderijen kunnen mogelijk merels broeden. Tevens kan het projectgebied benut worden als foerageergebied. Er zullen geen nesten van de merel worden vernield of beschadigd als gevolg van de werkzaamheden. Tevens worden er geen negatieve effecten verwacht als gevolg van verstoring. De merel betreft een soort welke in hoge mate gewend is aan menselijke aanwezigheid en activiteiten en de werkzaamheden vinden op voldoende afstand plaats van mogelijke broedlocaties. Negatieve effecten op de merel als gevolg van de werkzaamheden worden uitgesloten.
Vissen De sloten rondom het plangebied betreffen geschikt leefgebied voor de bittervoorn en de kleine modderkruiper. Indien de sloten worden gedempt, dient zorg gedragen te worden dat de soorten voorafgaand worden weggevangen uit het te dempen deel, bij voorkeur onder ecologische begeleiding. Wanneer de sloten niet worden aangetast, kunnen enkel mogelijk negatieve effecten optreden als gevolg van trillingen. Om negatieve effecten van trillingen te voorkomen wordt aangeraden om de eventuele HDD-boring buiten de kwetsbare voortplantingsperiode van de kleine modderkruiper en de bittervoorn uit te voeren. De kwetsbare perioden van de kleine modderkruiper en de bittervoorn betreft april tot juli.
Bijen Binnen en nabij het plangebied kunnen geschikte voedselplanten voor de bijen van de Utrechtse soortenlijst voorkomen. Het merendeel van de planten wordt verwacht langs de slootkanten, waar minder frequent gemaaid wordt. Tevens kunnen mogelijk nesten van de bijensoorten aanwezig zijn in het talud van de slootkant. Indien gedurende de werkzaamheden enkele meters 45 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
afstand gehouden wordt van de slootkanten, worden geen nesten vernield. Tevens blijven er dan voldoende voedselplanten over voor de bijen. Indien het niet mogelijk is afstand te behouden van de slootkanten, wordt geadviseerd om het projectgebied voorafgaand aan de werkzaamheden door een ecologisch deskundige te laten inspecteren op de aanwezigheid van nesten. Tevens wordt dan aangeraden om voorafgaand aan de werkzaamheden extra voedselplanten voor de bijen aan te bieden buiten het projectgebied.
Planten Langs de sloten rond het projectgebied, waar minder intensief gemaaid wordt, kunnen diverse planten van de Utrechtse soortenlijst voorkomen. Dit betreffen de zwanenbloem, de gewone dotterbloem, grote kattenstaart, veldlathyrus en de grote wederik. Negatieve effecten op deze soorten kunnen voorkomen worden door enkele meters afstand te houden van de slootkanten gedurende de werkzaamheden. Indien dit niet mogelijk is, kan de toplaag van de bodem voorafgaand aan de werkzaamheden worden afgegraven, in depot worden bewaard en na afronding van de werkzaamheden wederom teruggelegd worden.
Effecten op beschermde gebieden Effecten op Natura 2000-gebieden Uit de bureaustudie blijkt dat Natura 2000-gebied de ‘Uiterwaarden Lek’ is gelegen op ruim 9 kilometer ten zuiden van het projectgebied en de ‘Oostelijke Vechtplassen’ circa 10 kilometer ten noorden van het projectgebied. Gezien de relatief kleine en kortdurende ingreep, de afstand en tussenliggende afschermende elementen kunnen effecten door storingsfactoren zoals verdroging, versnippering, of verstoring door geluid, licht en trillingen op voorhand worden uitgesloten. Negatieve effecten van verzuring en vermesting ten gevolge van stikstofdepositie via de lucht kunnen niet op voorhand uitgesloten worden. Hiervoor is een stikstofberekening uitgevoerd waaruit gebleken is dat de stikstofuitstoot 0,00 mol/ha/jaar betreft. Negatieve effecten op omliggende Natura 2000-gebieden kunnen derhalve uitgesloten worden. Er zijn geen vervolgstappen voor Natura 2000-gebieden benodigd.
Effecten op het NNN In de directe omgeving van Nieuwegein zijn verschillende NNN-gebieden aanwezig. Het regime ter bescherming van het NNN in de provincie Utrecht kent een externe werking. Dit houdt in dat niet alleen de effecten van activiteiten die gelegen zijn binnen de grenzen van NNN-gebieden beoordeeld en eventueel gecompenseerd moeten worden, maar ook (potentiële) effecten op NNN-gebieden die in de omgeving van het plangebied liggen (externe effecten). Het tracé kruist geen NNN-gebieden. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied bevindt zich op 1,6 kilometer van het projectgebied. Effecten van licht, geluid en trillingen zijn op deze afstand verwaarloosbaar. Het voornemen veroorzaakt geen barrièrewerking of andere vormen van fysieke verstoring. Effecten op de NNN-gebieden als gevolg van een toename van stikstof gedurende de aanlegfase van het project zijn niet uit te sluiten. Naar verwachting zijn de effecten echter niet significant, gezien het een relatief kleine en kortdurende ingreep betreft en gezien de afstand tot de NNN-gebieden en de reeds bestaande achtergronddepositie. Aantasting van de ecologische (wezenlijke) waarden en kenmerken van de NNN-gebieden als gevolg van de werkzaamheden kunnen worden uitgesloten.
46 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Effecten op de groene contour, weidevogelkerngebieden, ganzenrustgebieden, waterparels en natuurparels Het tracé is niet gelegen binnen de groene contour, weidevogelkerngebieden, ganzenrustgebieden, waterparels of natuurparels. De afstand tussen deze gebieden en het projectgebied bedraagt 1.8 tot 7 kilometer. Vanwege de afstand, de geringe omvang van het tracé, de korte duur van de werkzaamheden en tussenliggende afschermende elementen, zijn storingsfactoren als visuele verstoring of verstoring door geluid, licht, trillingen, verdroging of versnippering uitgesloten. Het regime ter bescherming van het deze gebieden in de provincie Utrecht kent geen externe werking. Effecten als gevolg van het project kunnen worden uitgesloten.
47 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
6
Nader onderzoek Uit de bureaustudie en het eerste terreinbezoek is naar voren gekomen dat de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten en verblijfplaatsen van vleermuizen in bomen niet uitgesloten kan worden gezien de bomen ten tijde van het eerste veldbezoek niet goed inspecteerbaar. Om deze reden is op 9 februari 2022 is een terreinbezoek uitgevoerd door een ecologisch deskundige, Jildou Dekker, bij afwisselend weer, een temperatuur van circa 9 °C en een windkracht van 2 Bft. Tijdens het terreinbezoek zijn de bomen langs het tracé gecontroleerd op de aanwezigheid van (mogelijk) jaarrond beschermde nesten en geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen. Vleermuizen Er is op één locatie een holte aangetroffen welke mogelijk dienst kan doen als vleermuisverblijfplaats. Dit betreft een boom aan de Titus Brandsmastraat, aan de zuidkant van de weg. Deze boom hoeft niet gekapt te worden ten behoeve van de werkzaamheden, van fysieke aantasting van de potentiële verblijfplaats is dus geen sprake. Indien lichtuitstraling op deze boom voorkomen wordt, kunnen negatieve effecten ten aanzien van boombewonende vleermuissoorten worden uitgesloten.
Figuur 6.1. Locatie van de boom met holte (links) aan de Titus Brandsmastraat. In de overige te kappen bomen of binnen de verstoringszone van de werkzaamheden, zijn geen potentiële vleermuisverblijfplaatsen aangetroffen. Aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen kunnen worden uitgesloten. Jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten aangetroffen van jaarrond beschermde vogels in de (mogelijk) te kappen bomen of binnen de verstoringszone van de werkzaamheden. Effecten op jaarrond beschermde nesten in bomen kunnen worden uitgesloten.
48 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Mogelijk jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek zijn meerdere eksternesten waargenomen. Voor deze soort is er geen sprake van zwaarwegende ecologische redenen die de jaarronde bescherming van de nesten rechtvaardigen. De soort heeft voldoende alternatieve nestgelegenheid in de directe omgeving en is goed in staat een nieuw nest te bouwen. Derhalve geldt voor deze soort hetzelfde als bij algemene broedvogels (zie paragraaf 5.2.1). Nesten van overige soorten met een mogelijk jaarrond beschermd nest zijn niet aangetroffen. Conclusie De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten in bomen binnen de verstoringszone van het tracé kunnen worden uitgesloten. Aanwezigheid van boombewonende vleermuizen kan niet worden uitgesloten, maar negatieve effecten kunnen uitgesloten worden indien lichtuitstraling op de boomholte voorkomen wordt. Tabel 6.1. Mogelijk aanwezige beschermde soorten in het projectgebied. Beschermings Aanwezigheid Toelichting Soort regime Mogelijk huismus en gierzwaluw aanwezig in de Jaarrond beschermde Artikel 3.1 Waarschijnlijk naast het projectgebied liggende bebouwing. nesten Nesten kunnen in masten ontstaan. In de directe omgeving van de werkzaamheden Algemene broedvogels Artikel 3.1 Aanwezig is geschikt broedbiotoop aanwezig voor algemene broedvogels.
Mogelijke verblijfplaatsen in de bebouwing in de Vleermuizen Artikel 3.5 Mogelijk omgeving van het tracé. Steenmarter Artikel 3.10 Mogelijk Geschikt habitat aanwezig in tuinen en parken. Kleine marterachtigen Artikel 3.10 Mogelijk Geschikt habitat aanwezig in parken. Heikikker Artikel 3.5 Mogelijk Geschikt habitat nabij mast 17. Poelkikker Artikel 3.5 Mogelijk Geschikt habitat nabij mast 17. Geschikt habitat nabij mast 17, geschikt habitat Rugstreeppad Artikel 3.5 Mogelijk kan ontstaan gedurende werkzaamheden. Geschikt habitat nabij mast 17. Effecten indien Grote modderkruiper Artikel 3.10 Mogelijk sloten of oever hier wordt aangetast/beïnvloedt. Geschikt habitat nabij mast 17. Effecten indien Platte schijfhoren Artikel 3.5 Mogelijk sloten of oever hier wordt aangetast/beïnvloedt.
49 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
7
Bronnen Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2009. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Augustus 2009. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. (z.d.). Informatiepagina Natura 2000gebieden. Geraadpleegd van https://www.natura2000.nl/ SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. SOVON, Naturalis, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden. Creemers, Raymond C.M. & Jeroen J.C.W. van Delft, 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. RAVON, Naturalis, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden. NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna). Geraadpleegd 29 juli 2021. Vlinderstichting. Informatiepagina grote vos. Geraadpleegd van https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/grote-vos Vlinderstichting. Informatiepagina grote weerschijnvlinder. Geraadpleegd van https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/groteweerschijnvlinder Zoogdiervereniging (z.d.). Informatiepagina boommarter. Geraadpleegd van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/boommarter Zoogdiervereniging (z.d.). Informatiepagina bunzing. Geraadpleegd van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/bunzing Zoogdiervereniging (z.d.). Informatiepagina das.
Geraadpleegd van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/das Zoogdiervereniging (z.d.). Informatiepagina hermelijn. Geraadpleegd van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/hermelijn Zoogdiervereniging (z.d.). Informatiepagina steenmarter. Geraadpleegd van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/steenmarter Zoogdiervereniging (z.d.). Informatiepagina wezel. Geraadpleegd van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/wezel Zoogdiervereniging (z.d.). Informatiepagina eekhoorn. Geraadpleegd van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/eekhoorn RAVON (z.d.). Informatiepagina grote modderkruiper. Geraadpleegd van https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/grote-modderkruiper RAVON (z.d.). Informatiepagina alpenwatersalamander. Geraadpleegd van https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/alpenwatersalamander RAVON (z.d.). Informatiepagina heikikker. Geraadpleegd van https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/heikikker
50 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
RAVON (z.d.). Informatiepagina poelkikker. Geraadpleegd van https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/poelkikker RAVON (z.d.). Informatiepagina rugstreeppad. Geraadpleegd van https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/rugstreeppad RAVON (z.d.). Informatiepagina vroedmeesterpad. Geraadpleegd van https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/vroedmeesterpad FLORON (z.d.). Informatiepagina stijve wolfsmelk. Geraadpleegd van https://www.verspreidingsatlas.nl/0494 FLORON (z.d.). Informatiepagina Kartuizer anjer. Geraadpleegd van https://www.verspreidingsatlas.nl/0403 FLORON (z.d.). Informatiepagina knolspirea. Geraadpleegd van https://www.verspreidingsatlas.nl/0527 ANEMOON (z.d.) Informatiepagina platte schijfhoren. Geraadpleegd van https://www.anemoon.org/flora-en-fauna/soorteninformatie/soorten/id/826/platte-schijfhoren
51 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Bijlagen
52 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Bijlage 1: Wettelijk kader Een van de doelen van de Wnb is de bescherming van inheemse flora en fauna. Vanuit deze wet is bij ruimtelijke ingrepen de initiatiefnemer verplicht op de hoogte te zijn van de mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde soorten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het ‘nee, tenzij’ – principe). Bepaalde handelingen, waaronder ruimtelijke ingrepen, waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn slechts bij uitzondering en onder voorwaarden mogelijk. Hieronder wordt uitgelegd welke verbodsbepalingen gelden, welke vrijstellingen er gelden en op welke gronden ontheffingen kunnen worden aangevraagd.
Verbodsbepalingen soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die onder andere zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. In het tekstkader van deze Bijlage (zie volgende pagina) staan de artikelen uitgeschreven. Het gaat om de volgende drie categorieën: -
soorten van de Vogelrichtlijn; soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’), oftewel de Nationale soorten.
Voor soorten vallend onder bovenstaande beschermingsregimes geldt dat ze in principe niet (opzettelijk) gedood en verstoord mogen worden, ook verblijfplaatsen mogen niet vernietigd worden. Bij Vogelrichtlijnsoorten is opgenomen dat verstoring is toegestaan indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Dit geldt echter niet voor Habitatrichtlijnsoorten, inclusief bijlage I en II Bern en bijlage I Bonn (zie Tabel A van deze bijlage voor een uiteenzetting van soorten. Voor de ‘andere soorten’ geldt dat verstoring is toegestaan. Soorten die zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb (‘andere soorten’) zijn opgenomen in tabel B en C van deze Bijlage.
53 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming artikel 3.1, 3.5 en 3.10 Artikel 3.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn 1. 2. 3. 4. 5.
Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Artikel 3.5 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn 1.
2. 3. 4. 5.
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Artikel 3.10 Beschermingsregime andere soorten 1.
2.
3.
Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c.
ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.
54 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Tabel A. Soorten die vallen onder artikel 3.5 (Habitatrichtlijn bijlage IV, Bern bijlage II, Bonn bijlage I). Soortgroep Nederlandse naam Soortgroep Nederlandse naam
Amfibieën
Dagvlinders
Haften
boomkikker
hamster
geelbuikvuurpad
otter
heikikker
bever
Zoogdieren
kamsalamander knoflookpad rugstreeppad
Noordse woelmuis
vroedmeesterpad
wilde kat
poelkikker
wolf
moerasparelmoervlinder
baardvleermuis
apollovlinder
Bechsteins vleermuis
boszandoog
bosvleermuis
donker pimpernelblauwtje
Brandts vleermuis
grote vuurvlinder
franjestaart
pimpernelblauwtje
gewone grootoorvleermuis
tijmblauwtje
grijze grootoorvleermuis
zilverstreephooibeestje
grote hoefijzerneus
oeveraas
grote rosse vleermuis
brede geelrandwaterroofkever
Kevers
Libellen
Nachtvlinders Reptielen
ingekorven vleermuis
gestreepte waterroofkever
Zoogdieren
kleine dwergvleermuis
juchtleerkever
vleermuizen
kleine hoefijzerneus
vermiljoenkever
laatvlieger
mercuurwaterjuffer
meervleermuis
bronslibel
mopsvleermuis
gaffellibel
noordse vleermuis
gevlekte witsnuitlibel
rosse vleermuis
groene glazenmaker
ruige dwergvleermuis
noordse winterjuffer
tweekleurige vleermuis
oostelijke witsnuitlibel
vale vleermuis
rivierrombout
watervleermuis
sierlijke witsnuitlibel
gewone dwergvleermuis
teunisbloempijlstaart Dikkopschildpad, kemp’s zeeschildpad, lederschildpad, soepschilpad
walrus Bultrug, gewone vinvis bruinvis dwergpotvis
gladde slang
gestreepte dolfijn
muurhagedis
gewone dolfijn
zandhagedis
gewone spitsdolfijn
geel schorpioenmos
grijze dolfijn
Sporenplanten tonghaarmuts
Zoogdieren
kleine vlotvaren
Vissen Weekdieren
Zaadplanten
hazelmuis
landzoogdieren lynx
zeezoogdieren
steur
kleine zwaardwalvis narwal orka
houting
tuimelaar
bataafse stroommossel
witflankdolfijn, witsnuitdolfijn
platte schijfhoren
noordse vinvis, potvis
liggende raket, zomerschroeforchis
butskop
drijvende waterweegbree
dwergvinvis
groenknolorchis
griend, witte dolfijn
kruipend moerasscherm
spitsdolfijn van gray
55 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Tabel B. “Overige Soorten” onderdeel A behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a. Soortgroep
Amfibieën
Soortgroep
Nederlandse naam
Nederlandse naam
Alpenwatersalamander
Beekdonderpad
Bruine kikker*
Beekprik
Gewone pad*
Elrits
Kleine watersalamander*
Europese rivierkreeft
Meerkikker*
Vissen
Gestippelde alver
Middelste groene kikker*
Grote modderkruiper
Vinpootsalamander
Kwabaal
Vuursalamander Aardbeivlinder Bosparelmoervlinder
Aardmuis*
Bruin dikkopje
Boommarter
Bruine eikenpage
Bosmuis*
Donker pimpernelblauwtje
Bunzing**
Duinparelmoervlinder
Damhert
Gentiaanblauwtje
Das
Grote parelmoervlinder
Dwergmuis*
Grote vos
Dwergspitsmuis*
Grote vuurvlinder
Edelhert
Grote weerschijnvlinder
Eekhoorn
Iepenpage
Egel*
Dagvlinders Kleine heivlinder
Eikelmuis
Kleine ijsvogelvlinder
Gewone bosspitsmuis*
Kommavlinder
Gewone zeehond
Pimpernelblauwtje
Grote bosmuis
Sleedoornpage
Zoogdieren
Spiegeldikkopje
Reptielen
Libellen
Grijze zeehond Haas*
Veenbesblauwtje
Hermelijn**
Veenbesparelmoervlinder
Huisspitsmuis*
Veenhooibeestje
Konijn*
Veldparelmoervlinder
Molmuis
Zilveren maan Adder
Ondergrondse woelmuis*
Hazelworm
Rosse woelmuis*
Levendbarende hagedis
Steenmarter
Ringslang
Tweekleurige bosspitsmuis*
Beekkrombout
Veldmuis*
Bosbeekjuffer
Veldspitsmuis*
Donkere waterjuffer Gevlekte glanslibel
Vos* Waterspitsmuis
Gewone bronlibel
Wezel**
Hoogveenglanslibel
Wild zwijn
Kempense heidelibel
Woelrat*
Ree*
Speerwaterjuffer
Kevers
Vliegend hert
Soorten met een asterisk (*) zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen. Soorten met een dubbele asterisk (**) zijn in alle provincies, behalve Noord-Holland en Noord-Brabant, vrijgesteld. In Limburg is daarnaast de molmuis vrijgesteld, in Friesland de steenmarter en in Noord-Brabant het wild zwijn. Voor Limburg geldt dat in bepaalde perioden van het jaar de hazelworm, levendbarende hagedis, steenmarter en de eekhoorn vrijgesteld zijn.
56 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Tabel C. “Overige Soorten” onderdeel B behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel c. Soortgroep
Planten
Nederlandse naam Akkerboterbloem Akkerdoornzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost Berggamander Bergnachtorchis Blaasvaren Blauw guichelheil Bokkenorchis Bosboterbloem Bosdravik Brave hendrik Brede wolfsmelk Breed wollegras Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps Echte gamander Franjegentiaan Geelgroene wespenorchis Geplooide vrouwenmantel Getande veldsla Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge
Nederlandse naam
Nederlandse naam
Groensteel Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw Honingorchis Kalkboterbloem Kalketrip Karthuizeranjer Karwijselie Kleine ereprijs Kleine Schorseneer Kleine wolfsmelk Kluwenklokje Knollathyrus Knolspirea Korensla Kranskarwij Kruiptijm Lange zonnedauw Liggende ereprijs Moerasgamander Muurbloem Naakte lathyrus Naaldenkervel Pijlscheefkalk
Roggelelie Rood peperboompje Rozenkransje Ruw parelzaad Scherpkruid Schubvaren Schubzegge Smalle raai Spits havikskruid Steenbraam Stijve wolfsmelk Stofzaad Tengere distel Tengere veldmuur Trosgamander Veenbloembies Vliegenorchis Vroege ereprijs Wilde averuit Wilde ridderspoor Wilde weit Wolfskers Zandwolfsmelk Zinkviooltje Zweedse kornoelje
Groene nachtorchis
57 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 de zorgplicht opgenomen. In het tekstkader hieronder staat het wetsartikel uitgeschreven. Artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren niet mogen worden uitgevoerd.
Wanneer dergelijke handelingen toch uitgevoerd moeten worden, moeten maatregelen, voor zover dit in redelijkheid kan, worden genomen om de nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Er dient bijvoorbeeld zo gewerkt te worden dat dieren kunnen ontsnappen en het kan nodig zijn om soorten te verplaatsen (bijvoorbeeld planten en amfibieën). Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland.
Vrijstellingen Onder bepaalde voorwaarden geldt een algemene vrijstelling of een ontheffingsplicht van de verbodsbepalingen in de Wnb. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de vrijstelling of ontheffing hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het onderzoeksgebied en de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Hiertoe worden verschillende beschermingsregimes onderscheiden.
Provinciale Vrijstelling Nationale soorten (‘andere soorten’). Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. Het Rijk heeft ook een vrijstelling gemaakt voor projecten die vallen onder hun bevoegdheid (projecten van nationaal belang). Zoals ook te herleiden is uit de tabel (tabellen A en B), hangt het per provincie af welke soort is vrijgesteld van de verbodsbepalingen in artikel 3.10, ook de grond waarvoor een vrijstelling geldt kan ook variëren tussen provincies. Indien de Nationale soorten niet zijn vrijgesteld en daarmee het voornemen de gestelde verboden in artikel 3.10 overtreedt, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt.
58 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Ontheffingen Indien een soort niet onder een vrijstelling valt of niet gewerkt kan worden volgens een gedragscode, dient er een ontheffing te worden aangevraagd. Deze moet ingediend worden bij het bevoegd gezag. Dit is de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffingsaanvraag wordt getoetst aan drie criteria: 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; 2. De activiteit leidt niet tot verslechtering van de staat van instandhouding; en 3. Er is sprake van een in de wet genoemd belang. In tabel D worden de belangen waaronder een ontheffing kan worden aangevraagd, opgesomd. Let daarbij op dat er voor Nationale soorten (‘andere soorten’) meer ontheffingsgronden beschikbaar zijn dan voor de beschermde soorten onder artikel 3.1 en 3.5. Indien de activiteit bestaat uit een ruimtelijke inrichting of ontwikkeling zou alleen een ontheffing afgegeven kunnen worden voor Nationale soorten. Mochten desondanks soorten uit de Vogel- en/of Habitatrichtlijn, Bern en Bonn voorkomen bij ruimtelijke ontwikkelingen, dan kunnen mitigerende maatregelen worden opgesteld. Er kan dan voor de zekerheid een ontheffing worden aangevraagd om de mitigerende maatregelen goed te keuren. Tabel D. Ontheffingsgronden waarop een ontheffing verleend mag worden per categorie (artikel 3.1, 3.5 en 3.10).
Ontheffingsgronden
1 2
3
Er bestaat geen andere bevredigende oplossing Leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding Opsomming van: volksgezondheid en openbare veiligheid veiligheid van luchtverkeer ter voorkoming van schade aan gewassen, vee, bossen, visserij ter bescherming van Flora en Fauna voor onderzoek, onderwijs, uitzetten en herinvoeren van soorten / teelt dwingende reden van groot openbaar belang, met inbegrip van sociale of economische aard en met inbegrip van voor milieuwezenlijke gunstige effecten ruimtelijke inrichting of ontwikkeling schade en overlast, ter beperking omvang populatie, ter bestrijding van lijden en ziekte, bestendig beheer en onderhoud, algemeen belang
Artikel 3.1
Artikel 3.5
Artikel 3.10
Soorten van de Vogelrichtlijn
Soorten van de Habitatrichtlijn, Bonn & Bern
Andere soorten
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Nee
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Nee
X
X
Nee
Nee
X
Nee
Nee
3.10 2a-g
Procedure ontheffingsaanvraag Voor Nationale soorten (‘andere soorten’) welke zijn opgenomen in de provinciale vrijstellingen geldt een vrijstelling. Dit betekent dat u geen ontheffing van de Wet natuurbescherming hoeft aan te vragen, maar u wel de zorgplicht moet nakomen. Voor Nationale soorten die niet zijn vrijgesteld, dient u een ontheffing beschermde soorten aan te vragen of te werken conform een gedragscode.
59 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Voor soorten van de Vogel- en Habitatrichtlijn, Conventie van Bern en Conventie van Bonn geldt dat als u kunt werken volgens een goedgekeurde gedragscode er een vrijstelling geldt. U hoeft geen ontheffing beschermde soorten aan te vragen, maar u moet uw activiteiten aantoonbaar uitvoeren zoals in de gedragscode staat. Tevens blijft de zorgplicht gelden. Indien u niet kunt werken volgens een gedragscode, maar u kunt maatregelen nemen om de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaats te garanderen (zogenoemde mitigerende maatregelen), dan hoeft u ook geen ontheffing beschermde soorten aan te vragen. Wilt u zeker weten of uw mitigerende maatregelen voldoende zijn, en er inderdaad geen ontheffing nodig is? Vraag dan een ontheffing aan om uw maatregelen goed te keuren. Indien u geen mitigerende maatregelen kunt nemen, dan dient een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. Voor de ontheffingsaanvraag is het noodzakelijk te weten welke soorten aanwezig zijn, zodat gerichte mitigerende maatregelen kunnen worden getroffen. Het bevoegd gezag zal, indien het akkoord is met het aangeleverde stappenplan waarin de aanpak voor mitigatie beschreven wordt, een zogenoemde ‘verklaring van geen bedenkingen’ (vvgb) afgeven.
Daarmee zegt zij in feite dat een ontheffing niet noodzakelijk is wanneer men zich bij de uitvoering houdt aan het opgestelde stappenplan.
Overgangsrecht In het Besluit natuurbescherming is opgenomen dat de ontheffingen afgegeven onder het oude recht, gelden als ontheffingen onder de Wet natuurbescherming. Daarbij blijven dezelfde voorschriften, beperkingen en voorwaarden gelden. Dit geldt eveneens voor omgevingsvergunningen en vvgb’s. Op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wnb zullen de onafgeronde ontheffing aanvragen, ingediend vóór inwerkingtreding, conform de nieuwe wet worden behandeld. Ontheffing aanvragen van voor de inwerkingtreding zullen worden afgehandeld door RVO. Aanvragen die later ingediend worden zullen afgehandeld worden door de provincies (of het Rijk). De gedragscodes worden verlengd tot het moment van in werking treden van de Wet natuurbescherming en de nieuwe gedragscodes definitief zijn goedgekeurd.
60 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Natuurnetwerk Nederland (NNN) De nieuwe naam voor de ecologische hoofdstructuur (EHS), het natuurnetwerk Nederland (NNN). De term EHS werd in 1990 geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan (NBP) van het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). In 2013 is het natuurbeleid gedecentraliseerd naar de provincies. In hetzelfde jaar hebben de twaalf provincies met de staatssecretaris van het ministerie van EZ definitieve afspraken gemaakt in het Natuurpact. In 2014 werd de term ‘EHS’ vervangen door ‘NNN’. Dit beleid blijkt noodzakelijk te zijn doordat de Nederlandse natuur steeds meer onder druk staat, bijvoorbeeld door huizenbouw, aanleg van wegen en industrie. Toch leeft bij veel Nederlanders de wens om natuurgebieden in de buurt te hebben. Natuur geeft rust en biedt ruimte voor recreatie. De overheid heeft daarom extra geld uitgetrokken om de Nederlandse natuur te beschermen en verder te ontwikkelen. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft.
Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Het NNN bestaat uit: bestaande natuurgebieden, reservaten, natuurontwikkelingsgebieden en zogenaamde robuuste verbindingen; landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer (beheergebieden); grote wateren (zoals de kustzone van de Noordzee, het IJsselmeer en de Waddenzee). Het NNN is een plan in uitvoering. De doelstelling van het Natuurpact is om 80.000 hectare nieuwe natuur in te richten vóór 2027.
Natura 2000-gebieden In de Wnb zijn bepalingen vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn verwerkt. De Europese richtlijnen verplichten de lidstaten gebieden aan te wijzen met speciale beschermingszones (de Natura 2000-gebieden). Het doel hiervan is om de aangewezen habitattypes en habitats van soorten in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. De lidstaten moeten maatregelen treffen om de kwaliteit van deze habitats en habitats van soorten niet te laten verslechteren of te voorkomen dat er geen storende factoren optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur, geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden. Meestal verlenen de provincies de vergunningen, maar soms doet het Ministerie van Economische Zaken dit.
Bestaand gebruik Voor handelingen die op 31 maart 2010 bekend waren bij het gevoegd gezag en die sinds deze datum niet meer in betekenende mate zijn gewijzigd is het niet meer noodzakelijk om een vergunning aan te vragen. Deze datum kan van een later tijdstip zijn indien een Natura 2000-gebied na 31 maart 2010 is aangewezen als beschermd gebied. Zie ook artikel 2.9 lid 2.
61 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Overgangsrecht In de Wnb (artikel 9.4) is opgenomen dat de vergunningen afgegeven onder het oude recht, gelden als vergunningen onder de Wet natuurbescherming. Daarbij blijven dezelfde voorschriften gelden. Dit geldt eveneens voor omgevingsvergunningen en vvgb’s. Beschermde Natuurmonumenten hebben vanaf inwerkingtreding van de Wnb niet langer een beschermde status. Daardoor zijn deze gebieden alleen nog ruimtelijk beschermd (Barro, bestemmingsplannen). Het volgende schema toont de vergunningprocedure in het kader van de Natuurbeschermingswet. Een Voortoets geeft aan of er wel of geen (negatieve) negatieve effecten zijn te verwachten. Zijn er geen negatieve effecten te verwachten, dan hoeft er geen vergunning beschermde gebieden aangevraagd te worden. Indien er kans is op negatieve effecten, kan een habitattoet een verdiepingsslag geven om aan te tonen hoe groot deze negatieve effecten zijn. Mocht er kans zijn op significant negatieve effecten, is het mogelijk om een ADC-toets uit te voeren. Wordt er voldaan aan de eisen, dan kan er een vergunning worden afgegeven met voorschriften en beperkingen.
62 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
63 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Bijlage 2: Foto’s masten
Mast 17 in een weiland aan de Ringskade.
64 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Mast 18 aan de westelijke zijde van het Galecoppark.
65 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Mast 19 aan de Pieter de Hooghhage.
66 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Mast 20 aan het Gerbrandypark.
67 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Mast 21 aan de Rembrandthage.
68 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Mast 22 aan de Rembrandthage.
69 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Mast 23 aan de A.C. Verhoefweg.
70 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Mast 24 aan de Middelhoeve.
71 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Mast 25 langs het spoor.
72 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Mast 26.
73 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Mast 27 aan het Amsterdam-Rijnkanaal.
74 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Mast 28.
Mast 29.
75 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Mast 30 bij het hoogspanningsstation Nieuwegein.
76 van 76
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.
Contactgegevens Tolhuisweg 57 8443 DV HEERENVEEN Postbus 24 8440 AA HEERENVEEN E. reinier.raap@anteagroup.nl
www.anteagroup.nl