2024-026 Ondergrondse verkabeling Nieuwegein_Bijlagen_Bijlage 7 Natuurtoets
Tekst van het document
2024-026
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) Toetsing Wet natuurbescherming en NNN
projectnummer 0471703.100 definitief revisie 05 19 september 2023
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 0471703.100 documentnummer 471703-NT-001 definitief revisie 05 19 september 2023
Auteur J. Dekker (JM Ecologie) J. Melis (JM Ecologie)
Opdrachtgever TenneT TSO B.V. Utrechtseweg 310 6812 AR ARNHEM
Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus
De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
datum vrijgave 19-09-2023
beschrijving revisie 05 definitief
gecontroleerd H.R. Koopmans
vrijgave R.S. Raap
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
1
2
3
4
Inhoudsopgave
Blz.
Inleiding
10
Aanleiding en planvoornemen Doel en onderzoeksvragen Leeswijzer
10 11 11
Wettelijk kader Wet natuurbescherming
12
Algemeen Soortbescherming Gebiedsbescherming Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland Groene contour Weidevogelkerngebieden Ganzenrustgebieden Waterparels Natuurparels
12 12 14 14 14 14 15 15 15 15
Methodiek
16
Algemeen Bureauonderzoek Terreinbezoek Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Nader onderzoek
16 16 17 17 17
Resultaten
18
Gebiedsbeschrijving Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Vogels Vleermuizen Overige zoogdieren Amfibieën Vissen Insecten Vaatplanten Weekdieren Overige beschermde flora en fauna Invasieve exoten Samenvatting beschermde soorten Resultaten bureaustudie Utrechtse soortenlijst Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Utrechtse soortenlijst Vogels Vissen Bijen
18 21 21 22 22 23 24 26 28 28 29 29 29 29 30 31 32 32 32 32
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
5
Planten Paddenstoelen Samenvatting beschermde soorten Utrechtse soortenlijst Beschermde gebieden Natura 2000 gebieden NNN-gebieden Groene contour Weidevogelkerngebieden Ganzenrustgebieden Waterparels Natuurparels
33 33 33 34 34 35 37 37 37 37 38
Toetsing
39
Effectbepaling plan 39 Effecten op beschermde soorten 39 Vogels 39 Vleermuizen 40 Overige zoogdieren 42 Amfibieën 42 Vissen 43 Weekdieren 44 Invasieve exoten 44 Effecten op beschermde soorten Utrechtse soortenlijst 45 Vogels 45 Vissen 45 Bijen 45 Planten 46 Effecten op beschermde gebieden 46 Effecten op Natura 2000-gebieden 46 Effecten op het NNN 46 Effecten op de groene contour, weidevogelkerngebieden, ganzenrustgebieden, waterparels en natuurparels 47
6
Nader onderzoek
48
7
Bronnen
50
Bijlage 1: Wettelijk kader
53
Bijlage 2: Foto’s masten
64
2 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Conclusies en advies De gemeente Nieuwegein heeft TenneT de opdracht gegeven diverse onderzoeken uit te voeren naar de verkabeling van een 150 kV-lijnverbinding nabij de bevolkingskern in Nieuwegein. De verkabeling bestaat uit het ondergronds brengen van de bestaande bovengrondse hoogspanningsverbinding. De onderzoeken hebben betrekking op het verkabelen van ‘150 kVverbinding Utrecht Lage Weide - Oudenrijn – Nieuwegein’, mast 17 tot en met 30. Ook het verwijderen van de bestaande masten/fundaties 17-29 wordt meegenomen in dit onderzoek. Deze verbinding is weergegeven in figuur 1.1.
Te verkabelen 150 kV-lijnverbinding en nieuwe ondergrondse verbinding (bron: Esri Nederland, © Kadaster)
De 150 kV-kabelverbinding zal worden aangelegd door middel van horizontaal gestuurde boringen (HDD) en open ontgravingen met een totale lengte van circa 4,0 kilometer. De gestuurde boringen vinden plaats over circa 90% van de totale lengte van de tracés. Open ontgravingen vinden plaats over circa 10% van de totale lengte van het tracé. Het is nog niet bekend wanneer de werkzaamheden zullen plaatsvinden. Indien de periode tussen de uitvoer van de werkzaamheden en het veldbezoek van de natuurtoets en/of nader onderzoek meer dan drie jaar bedraagt of indien de omstandigheden significant wijzigen, dient overwogen te worden een herhaald veldbezoek te laten uitvoeren, hetgeen mogelijk tot gevolg heeft dat de Natuurtoets wordt herzien. In opdracht van TenneT is door Antea Group een natuurtoets uitgevoerd langs een tracé in het noorden van Nieuwegein, gemeenten Nieuwegein en Utrecht in de provincie Utrecht. Het plan kan worden uitgevoerd als duidelijk is dat de ingrepen niet in strijd zijn met de Wet natuurbescherming, het beleid van het Natuurnetwerk Nederland en overig provinciaal beleid. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het projectgebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis
3 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
van een Natuurtoets. In dit hoofdstuk is het advies gegeven dat voortkomt uit de conclusies van de uitgevoerde Natuurtoets.
Conclusies: Beschermde gebieden Het projectgebied is niet gelegen in een NNN-gebied, de Groene contour, weidevogelkerngebieden, ganzenrustgebieden, waterparels, natuurparels of Natura 2000-gebied. Effecten door externe werking op deze gebieden kunnen uitgesloten worden of zijn vrijgesteld. Natura 2000 Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, de ‘Uiterwaarden Lek’, is gelegen op ruim 9 kilometer ten zuiden van het projectgebied. Het volgend dichtstbijzijnd gelegen Natura 2000-gebied, de ‘Oostelijke Vechtplassen’ bevindt zich op circa 10 kilometer ten noorden van het projectgebied. Vanwege de afstand, de geringe omvang van het tracé, de korte duur van de werkzaamheden en tussenliggende afschermende elementen, zijn storingsfactoren als visuele verstoring of verstoring door geluid, licht, trillingen, verdroging of versnippering op deze en overige Natura 2000gebieden uitgesloten. Negatieve effecten van verzuring en vermesting ten gevolge van stikstofdepositie via de lucht kunnen niet op voorhand uitgesloten worden. Hiervoor is een stikstofberekening uitgevoerd waaruit gebleken is dat de stikstofuitstoot 0,00 mol/ha/jaar betreft. Significant negatieve effecten op omliggende Natura 2000-gebieden kunnen derhalve uitgesloten worden. Er zijn geen vervolgstappen voor Natura 2000-gebieden benodigd. NNN Het tracé kruist geen NNN-gebieden.
Het dichtstbijzijnde NNN-gebied bevindt zich op 1,6 kilometer van het projectgebied. Effecten van licht, geluid en trillingen zijn op deze afstand verwaarloosbaar. Het voornemen veroorzaakt geen barrièrewerking of andere vormen van fysieke verstoring. Effecten op de NNN-gebieden als gevolg van een toename van stikstof gedurende de aanlegfase van het project zijn niet uit te sluiten. Naar verwachting zijn de effecten echter niet significant, gezien het een relatief kleine en kortdurende ingreep betreft en gezien de afstand tot de NNN-gebieden en de reeds bestaande achtergronddepositie. Aantasting van de ecologische (wezenlijke) waarden en kenmerken van de NNN-gebieden als gevolg van de werkzaamheden kunnen worden uitgesloten. Groene contour, weidevogelkerngebieden, ganzenrustgebieden, waterparels of natuurparels Het tracé is niet gelegen binnen de groene contour, weidevogelkerngebieden, ganzenrustgebieden, waterparels of natuurparels. De afstand tussen deze gebieden en het projectgebied bedraagt 1,8 tot 7 kilometer. Vanwege de afstand, de geringe omvang van het tracé, de korte duur van de werkzaamheden en tussenliggende afschermende elementen, zijn storingsfactoren als visuele verstoring of verstoring door geluid, licht, trillingen, verdroging of versnippering uitgesloten. Het regime ter bescherming van het deze gebieden in de provincie Utrecht kent geen externe werking.
Effecten als gevolg van het project kunnen worden uitgesloten. Tabel 01. Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming. Natura 2000 Aanwezig binnen de invloedssfeer? Effecten? Vereiste vervolgstappen aan de orde? Is het plan uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbescherming?
NNN
Overig
Nee.
Nee.
Nee.
Nee.
Nee.
Nee.
Nee.
Nee.
Nee.
Ja..
Ja.
Ja.
4 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het projectgebied: Jaarrond beschermde nesten huismus en gierzwaluw (mogelijk aanwezig in bebouwing); Jaarrond beschermde nesten diverse vogelsoorten (mogelijk aanwezig in bomen); Algemene broedvogels (geschikte nestplaatsen aanwezig); Vleermuizen (potentiële verblijfplaatsen aanwezig); Steenmarter (potentiële verblijfplaatsen aanwezig); Kleine marterachtigen (potentiële verblijfplaatsen aanwezig); Heikikker en poelkikker (potentieel voortplantings- en landhabitat aanwezig); Rugstreeppad (potentieel voortplantings- en landhabitat aanwezig, geschikt habitat kan ontstaan door werkzaamheden); Grote modderkruiper (potentieel habitat aanwezig); Platte schijfhoren (potentieel habitat aanwezig). Daarnaast is bij mast 27 en Ravenswade (en langs de Ravenswade) een invasieve exoot aangetroffen, de Japanse duizendknoop. Gezien het tracé door verschillende typen biotoop loopt, is niet over het gehele tracé geschikt habitat voor de hierboven opgenoemde soorten aanwezig. Het tracé is derhalve opgedeeld in verschillende deelstukken op basis van het omliggende habitat.
Hierbij zijn de locaties waar werkzaamheden bovengronds plaatsvinden, zoals het afbreken van de masten en de begin- en eindpunten van de HDD-boringen, met name relevant. Op locaties waar de HDD ondergronds loopt, worden geen negatieve effecten verwacht op mogelijk aanwezige soorten. De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten en verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen, die middels de bureaustudie en het eerste veldbezoek niet uitgesloten konden worden, is middels een nader onderzoek onderzocht. De conclusies van het nadere onderzoek, en derhalve de soorten per gebied waarvoor maatregelen genomen moeten worden, zijn in de onderstaande tekst verwerkt: Mast 17: o Algemene broedvogels (geschikte nestplaatsen aanwezig); o Heikikker en poelkikker (potentieel voortplantings- en landhabitat aanwezig); o Rugstreeppad (potentieel voortplantings- en landhabitat aanwezig, geschikt habitat kan ontstaan door werkzaamheden); o Grote modderkruiper (potentieel habitat aanwezig); o Platte schijfhoren (potentieel habitat aanwezig). Mast 18: o Algemene broedvogels (geschikte nestplaatsen aanwezig); o Vleermuizen (potentiële verblijfplaatsen aanwezig in omgeving, voorkomen lichtverstoring); o Steenmarter (potentiële verblijfplaatsen aanwezig); o Kleine marterachtigen (potentiële verblijfplaatsen aanwezig).
Mast 19 tot en met 24 en tussenliggende open ontgravingen en start- en eindpunten van HDD-boringen: o Vleermuizen (potentiële verblijfplaatsen aanwezig in omgeving, voorkomen lichtverstoring); o Algemene broedvogels (geschikte nestplaatsen aanwezig). Mast 25: o Algemene broedvogels (geschikte nestplaatsen aanwezig); o Vleermuizen (potentiële verblijfplaatsen aanwezig in omgeving, voorkomen lichtverstoring); o Steenmarter (potentiële verblijfplaatsen aanwezig); 5 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
-
-
-
-
o Kleine marterachtigen (potentiële verblijfplaatsen aanwezig). Open ontgraving tussen mast 25 en 26, bij mast 26: o Vleermuizen (potentiële verblijfplaatsen aanwezig in omgeving, voorkomen lichtverstoring); o Algemene broedvogels (geschikte nestplaatsen aanwezig). Mast 27 en (potentiële) open ontgraving door groenstrook: o Vleermuizen (potentiële verblijfplaatsen aanwezig in omgeving, voorkomen lichtverstoring); o Algemene broedvogels (geschikte nestplaatsen aanwezig); o Steenmarter (potentiële verblijfplaatsen aanwezig in groenstrook); o Japanse duizendknoop (groeiplaatsen van invasieve exoot). Mast 28 en mast 29: o Vleermuizen (potentiële verblijfplaatsen aanwezig in omgeving, voorkomen lichtverstoring); o Algemene broedvogels (geschikte nestplaatsen aanwezig). o Japanse duizendknoop (groeiplaatsen van invasieve exoot langs Ravenswade). Mast 30: o Vleermuizen (potentiële verblijfplaatsen aanwezig in omgeving, voorkomen lichtverstoring); o Algemene broedvogels (geschikte nestplaatsen aanwezig).
In Tabel 2 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende project. Aangegeven is of een nader onderzoek nodig is, of er sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming, of dit middels maatregelen voorkomen kan worden en of bij de uitvoering van het project een ontheffing nodig is. In Hoofdstuk 5 van deze Natuurtoets staat de onderbouwing voor de gegeven conclusies. Tabel 02. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming. Soort (groep)
Essentieel leefgebied in projectgebied?
Jaarrond beschermde nesten
Gehele projectgebied. Mogelijke jaarrond beschermde nesten van huismus en gierzwaluw in omliggende bebouwing. Nesten kunnen in masten ontstaan.
Algemene broedvogels
Gehele projectgebied. Ja, nestgelegenheid aanwezig in/op gebouwen, bomen, struiken, watergangen en agrarische percelen. Gehele projectgebied.
Vleermuizen
Mogelijke verblijfplaatsen
Is er sprake van een overtreding?
Nee, voldoende tussenliggende afschermde elementen en gebouwen worden niet aangetast.
Is een ontheffing noodzakelijk
Nee
Vervolgstappen
Inspectie masten in het broedseizoen voorafgaand aan geplande werkzaamheden. Ecoloog aanwezig bij start werkzaamheden.
Nee, mits er voorafgaand aan de werkzaamheden wordt gecontroleerd op broedvogels en/óf wordt gewerkt buiten het broedseizoen. Zie paragraaf 5.2.1 voor werkwijze en maatregelen. Nee, indien lichtverstoring voorkomen wordt. Zie paragraaf 5.2.2 voor werkwijze en maatregelen.
6 van 76
Niet mogelijk
Werken buiten broedseizoen (voorkeursmaatregel) of lokale maatregelen om broedvogels te weren.
Mogelijk
Indien bouwverlichting gebruikt wordt, deze niet richten op mogelijke verblijfplaatsen in de actieve
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
aanwezig in directe omgeving projectgebied.
periode van vleermuizen (15 april – 15 oktober) in de schemer en nacht (van 1 uur voor zonsondergang tot 1 uur na zonopkomst).
Mast 18, 25 en 27 Steenmarter
Kleine marterachtig en
Mogelijke verblijfplaatsen in tuinen of parken.
Mogelijke verblijfplaatsen in parken.
Mogelijk geschikt voortplantingshabitat en landhabitat aanwezig nabij mast 17.
Gebied mast 17 Rugstreeppad
Mogelijk
Niet aantasten holen en dichte struwelen of indien dit noodzakelijk is, nader onderzoek naar kleine marterachtigen.
Nee
Nee, mits bij mast 17 de sloten niet worden aangetast of negatief beïnvloedt door bemaling. Mits gedurende de winterrust gewerkt wordt/werkterrein ontoegankelijk gemaakt wordt d.m.v. schermen.
Nee
Nee, mits bij mast 17 de sloten niet worden aangetast of negatief beïnvloedt door bemaling, gedurende de winterrust gewerkt wordt/het gebied ontoegankelijk gemaakt wordt en mits bij alle locaties het ontstaan van geschikt nieuw habitat wordt voorkomen (d.m.v. plaatsen schermen).
Nee
Nee, mits de sloten en oever niet worden aangetast of worden beïnvloed door bemaling.
Nee, mits de sloten en oever niet worden aangetast
Nee
Nee, mits de sloten en oever niet worden aangetast of worden beïnvloedt door bemaling.
Nee, betreft een invasieve exoot.
Nee
Specifieke werkwijze volgen bij graaf- of maaiwerkzaamheden.
Mast 18 en 25
Gebied mast 17 Heikikker en poelkikker
Mogelijk
Niet aantasten holen en dichte struwelen of indien dit noodzakelijk is, nader onderzoek naar steenmarter.
Mogelijk indien dichte struwelen of holen worden vernield.
Mogelijk geschikt habitat nabij mast 17 en geschikt habitat kan ontstaan door de werkzaamheden.
Mogelijk indien dichte struwelen of holen worden vernield.
Nee, mits bij mast 17 de sloten niet worden aangetast en gedurende de winterrust gewerkt wordt/werkterrein ontoegankelijk gemaakt wordt. Zie paragraaf 5.2.4 voor werkwijze en maatregelen
Nee, mits bij mast 17 de sloten niet worden aangetast, gedurende de winterrust gewerkt wordt/het gebied ontoegankelijk gemaakt wordt en mits bij alle locaties het ontstaan van geschikt nieuw habitat wordt voorkomen. Zie paragraaf 5.2.4 voor werkwijze en maatregelen
Gebied mast 17 Grote modderkruiper
Potentieel habitat aanwezig in sloten nabij mast 17.
Nee, mits de sloten en oever niet worden aangetast
Gebied mast 17 Platte schijfhoren
Japanse duizendknoop
Potentieel habitat aanwezig in sloten nabij mast 17.
Groenstrook mast 27 en langs Ravenswade
7 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Tabel 03. Overzicht meest gunstige periode voor het uitvoeren van de werkzaamheden en periode van (eventuele) nadere onderzoeken. Soort (groep)
Voorkeursperiode uitvoeren werkzaamheden
Nader onderzoek noodzakelijk?
Planning nader onderzoek
Algemene broedvogels
Globaal tussen 15 juli en 15 maart, buiten het broedseizoen.
Nee, mits buiten broedseizoen wordt gewerkt (voorkeursmaatregel) of het plangebied ongeschikt gemaakt wordt voorafgaand aan het broedseizoen.
Nader onderzoek en ontheffing niet mogelijk.
Gebouwbewonende vleermuizen
Circa 15 oktober tot 15 april, buiten de actieve periode, anders lichtverstoring voorkomen.
Nee, mits niet buiten de actieve periode gewerkt kan worden en lichtverstoring niet voorkomen kan worden
Nader onderzoek bij omliggende gebouwen middels vijf veldbezoeken gedurende 15 mei tot 1 oktober.
Steenmarter
Tussen 1 september en 15 maart, buiten de voortplantingsperiode.
Ja, indien dichte struwelen of holen worden vernield.
Zes weken nader onderzoek gedurende maart tot september of twaalf weken nader onderzoek gedurende september tot maart.
Kleine marterachtigen
Tussen 1 september en 15 maart, buiten de voortplantingsperiode.
Ja, indien dichte struwelen of holen worden vernield.
Zes weken nader onderzoek gedurende maart tot september of twaalf weken nader onderzoek gedurende september tot maart.
Tussen 15 oktober en 15 februari, gedurende de winterrustperiode.
Nee, indien geen sloten worden aangetast of beïnvloedt door bemaling, gedurende de winterrustperiode gewerkt wordt of mitigerende maatregelen (afzetten terreinen en bouwwegen) tijdig worden getroffen.
Nader onderzoek naar heikikker betreft twee avonden voor kooractiviteit tussen 15 februari en 1 april en een inventarisatie naar eieren of larven overdag tussen 1 april en 1 augustus. Nader onderzoek naar poelkikker betreft twee inventarisatierondes (vangen volwassen) tussen 15 april en 1 september.
Tussen 15 oktober en 15 februari, gedurende de winterrustperiode.
Nee, indien geen sloten worden aangetast of beïnvloedt door bemaling, gedurende de winterrustperiode gewerkt wordt of mitigerende maatregelen (afzetten terreinen en bouwwegen) tijdig worden getroffen.
Nader onderzoek naar rugstreeppad betreft twee avonden voor kooractiviteit tussen 15 april en 1 juni + één avondronde in de periode juni/juli.
Soort is jaarrond aanwezig.
Nee, mits de sloten en oever bij mast 17 niet worden aangetast of beïnvloedt door bemaling.
Onderzoek kan, afhankelijk van de onderzoeksmethode, jaarrond plaatsvinden, in de winterperiode echter voordat de koude periode intreedt.
Soort is jaarrond aanwezig.
Nee, mits de sloten en oever bij mast 17 niet worden aangetast of beïnvloedt door bemaling.
Onderzoek, middels handvangst of eDNA, kan het beste gedurende juni tot en met augustus worden uitgevoerd, vóór schoning van de sloten.
Heikikker en poelkikker
Rugstreeppad
Grote modderkruiper
Platte schijfhoren
8 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Conclusies: Utrechtse soortenlijst In en nabij het projectgebied kunnen diverse soorten van de Utrechtse soortenlijst aanwezig zijn (betrekking op gebied nabij mast 17, Gemeente Utrecht). De soorten van de lijst genieten geen aanvullende bescherming, maar vallen wel onder de zorgplicht. De lijst betreft een indicatie van bijzondere soorten die in de omgeving voor kunnen komen. In tabel 04 is aangegeven welke soorten mogelijk voorkomen binnen of rond het projectgebied en de geadviseerde zorgplichtmaatregelen. Tabel 04. Overzicht van mogelijk aanwezige soorten van de Utrechtse soortenlijst en de geadviseerde zorgplichtmaatregelen. Soort (groep)
Mogelijk aanwezige soorten
Zorgplichtmaatrelen
Vissen
Kleine modderkruiper Bittervoorn
Geen werkzaamheden uitvoeren in watergang.
Bijen
Resedamaskerbij Grote klokjesbij Lathyrusbij Kattenstaartbij Klokjesdikpootbij Gewone slobkousbij.
Enkele meters afstand houden van de slootkanten of ecologische controle voorafgaand aan werkzaamheden en aanbieden extra voedselplanten.
Planten
Zwanenbloem Gewone dotterbloem Grote kattenstaart Veldlathyrus Grote wederik
Enkele meters afstand houden van de slootkanten of afgraven toplaag en na werkzaamheden terug leggen.
Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. In het tekstkader in Bijlage I staat het wetsartikel uitgeschreven. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.
9 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
1
Inleiding Aanleiding en planvoornemen De gemeente Nieuwegein heeft TenneT de opdracht gegeven diverse onderzoeken uit te voeren naar de verkabeling van een 150 kV-lijnverbinding nabij de bevolkingskern in Nieuwegein. De verkabeling bestaat uit het ondergronds brengen van de bestaande bovengrondse hoogspanningskabelverbindingen. De onderzoeken hebben betrekking op het verkabelen van ‘150 kV-verbinding Utrecht Lage Weide - Oudenrijn – Nieuwegein’, mast 17 tot en met 30. De huidige masten en de nieuwe kabelverbinding zijn weergegeven in figuur 1.1.
Figuur 1.1. Te verkabelen 150 kV-lijnverbinding (bron: Esri Nederland, © Kadaster).
De 150 kV-kabelverbinding zal worden aangelegd door middel van horizontaal gestuurde boringen (HDD) en open ontgravingen met een totale lengte van circa 4,0 kilometer. De gestuurde boringen vinden plaats over circa 90% van de totale lengte van het tracé. Open ontgravingen vinden plaats over circa 10% van de totale lengte van het tracé. De bestaande masten langs het tracé worden verwijderd na aanleg van de ondergrondse kabelverbinding. Het tracé is gelegen in het noorden van Nieuwegein, gemeente Nieuwegein en Utrecht, provincie Utrecht. In opdracht van TenneT, hierna opdrachtgever genoemd, is door Antea Group een natuurtoets uitgevoerd. De hoogspanningsverbinding wordt grotendeels aangelegd door middel van een aantal HDDboringen. Aan beide uiteinden van het tracé wordt een deel aangelegd middels een open ontgraving. Op enkele locaties wordt het HDD-tracé tevens enkele tientallen meters onderbroken door een open ontgraving, waarna opnieuw een HDD-boring wordt ingezet. Het tracé begint in een weiland ten westen van de A2, ter hoogte van Ringkade 1, 3545 NK te Nieuwegein en loopt in oostelijke richting. Het tracé volgt de bestaande 150 kV10 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
hoogspanningsverbinding. Het tracé loopt via watergangen, groenstroken, parken en een bedrijventerrein. Aan weerzijden van het merendeel van het tracé bevinden zich woonwijken, ten oosten van het Amsterdam-Rijnkanaal bevindt zich een bedrijventerrein. Het tracé eindigt bij het hoogspanningsstation Nieuwegein, aan de Laaggraven 1. De bestaande hoogspanningsmasten 17-29 worden na de verkabeling afgebroken. Het is nog niet bekend wanneer de werkzaamheden zullen plaatsvinden. Indien de periode tussen de uitvoer van de werkzaamheden en het veldbezoek van de natuurtoets en/of nader onderzoek meer dan drie jaar bedraagt of indien de omstandigheden significant wijzigen, dient overwogen te worden een herhaald veldbezoek te laten uitvoeren, hetgeen mogelijk tot gevolg heeft dat de Natuurtoets wordt herzien. Bij ruimtelijke ingrepen en bestemmingsplanwijzigingen moet rekening worden gehouden met beschermde planten- en diersoorten en met beschermde gebieden. Er dient onderzocht te worden of de geplande ingrepen effect hebben op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming en Natuurnetwerk Nederland). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties.
Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In deze rapportage zijn de resultaten van de Natuurtoets beschreven.
Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoets is het opsporen van mogelijke strijdigheden van de voorgenomen ingreep met de beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000gebieden, het Natuurnetwerk Nederland en provinciaal beschermde natuurgebieden) en het bepalen of de aanvraag van een ontheffing/vergunning noodzakelijk is. Om hiertoe te komen worden onder andere de volgende vragen beantwoord: Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van de voorgenomen activiteit? Vinden er als gevolg van de ontwikkeling effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het noodzakelijk om mitigerende maatregelen te nemen en welke zijn dit? Dient in het kader van de Wnb een ontheffing aangevraagd te worden? Komen in de beïnvloedingszone van het projectgebied beschermde natuurgebieden voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen vervolgstappen in de vorm van een uitwerking- of een compensatieplan opgesteld te worden? Op bovenstaande vragen wordt in hoofdstuk 4 en 5 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer).
Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: De Natuurtoets begint met de belangrijkste conclusies gedestilleerd uit de resultaten van voorliggende Natuurtoets; Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding van de Natuurtoets en het projectvoornemen; Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten en gebieden in (de omgeving) van het projectgebied; Hoofdstuk 5 toetst de activiteiten aan de Wet natuurbescherming, het NNN en provinciaal beschermde natuurgebieden; Hoofdstuk 6 beschrijft de resultaten van het aanvullende veldbezoek. 11 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
2
Wettelijk kader Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) en de gebiedsbescherming (paragraaf 2.3) relevant voor voorliggende Natuurtoets.
Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen).
Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn in het projectgebied. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen.
Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage). Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding.
12 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb, zie ook Bijlage tabel B en C van voorliggende rapportage. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.10 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Het voorgaande geldt echter niet indien de soorten zijn vrijgesteld door het bevoegd gezag. Indien bij het voornemen gestelde verboden in artikel 3.1, 3.5 of 3.10 worden overtreden, dient gewerkt te worden conform een gedragscode.
Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt. De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie. Zie de bijlage voor een uitgebreide toelichting. Utrechtse soortenlijst De gemeente Utrecht heeft, in aanvulling op de beschermde soorten onder de Wet natuurbescherming, een lijst opgesteld met bijzondere en voorheen beschermde soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de Utrechtse soortenlijst. Het doel van de Utrechtse soortenlijst is het behouden en stimuleren van kenmerkende en waardevolle Utrechtse plant- en diersoorten. De Utrechtse soortenlijst bevat 64 soorten: vijf vogelsoorten, drie vissoorten, zes soorten wilde bijen, veertig plantensoorten en tien paddenstoelensoorten. De soorten van de lijst genieten onder de Wnb geen aanvullende bescherming. Wel betreft de lijst een indicatie van soorten die in de omgeving voor kunnen komen en waarvoor zorgplichtmaatregelen voor van toepassing kunnen zijn. Tabel 2.1. De soorten van de Utrechtse soortenlijst Soort Soortgroep Blauwborst Kleine karekiet Vogels Merel Roerdomp Tjiftjaf Bittervoorn Vissen Kleine modderkruiper Rivierdonderpad
Soortgroep
Gewone slobkousbij Bijen
Planten
Planten
Grote klokjesbij Kattenstaartbij Klokjesdikpootbij Lathyrusbij Resedamaskerbij Aardaker Akkerklokje Bijenorchis
13 van 76
Moeraswespenorchis Prachtklokje Rapunzelklokje Rietorchis Ruig klokje Slanke sleutelbloem Steenbreekvaren Stengelloze sleutelbloem Stengelschijfomvattend havikskruid Tongvaren Veldlathyrus Veldsalie Vleeskleurige orchis Waterdrieblad Wilde marjolein Wilde reseda Winterheliotroop
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Brede lathyrus Brede wespenorchis Distelbremraap Dotterbloem Fijn venushaar Gele helmbloem Grasklokje Grote kaardenbol Grote kattenstaart Grote keverorchis Grote wederik Hondskruid Klein glaskruid Kruisbladgentiaan Maretak
Paddenstoelen
Wouw Zomerklokje Zwanenbloem Zwartblauwe rapunzel Zwartsteel Franjeamaniet Goudporieboleet Grauwe wasplaat Honinggordijnzwam Iepenbuisjeszwam Oranje oesterzwam Populierrussula Robijnboleet Ruige melkzwam Witte galgordijnzwam
Gebiedsbescherming Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden.
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. Dit is onderdeel van de actieve soortbescherming uit de Wet natuurbescherming; bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Om dit realiseren is in de Wnb art. 1.12, lid 2 vastgelegd dat de provincies zorgen voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. In de interim omgevingsverordening (1 april 2021) zijn regels voor het NNN opgenomen in Artikel 6.1. Voor de natuurgebieden die behoren tot het NNN geldt het ‘nee, tenzij’-principe. Het ‘nee, tenzij’-principe betekent dat nieuwe plannen en projecten niet zijn toegestaan als deze een significant negatief effect hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied, tenzij daarmee een zwaarwegend belang gediend is en er geen reële alternatieven voorhanden zijn. In dat geval moet de schade zoveel mogelijk beperkt worden door het treffen van mitigerende maatregelen en moet de resterende schade gecompenseerd worden. Het compensatiebeginsel van het NNN staat in de interim omgevingsverordening in Artikel 6.5 uiteengezet. In de interim Omgevingsverordening zijn geen regels opgenomen over externe werking ten aanzien van de NNN.
Derhalve worden alleen de effecten van activiteiten die gelegen zijn binnen de grenzen van NNN-gebieden beoordeeld en eventueel gecompenseerd. Potentiële effecten op NNN-gebieden die in de omgeving van het plangebied liggen (externe effecten), worden niet beoordeeld.
Groene contour Naast de NNN hanteert de provincie Utrecht ook de zogenaamde ‘Groene contour’. In de Groene Contour wil de provincie Utrecht landbouwgronden omvormen tot natuurgebied om daarmee 14 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
het Natuurnetwerk Nederland te versterken. In deze gebieden liggen kansen voor het realiseren van duurzame ecologische kwaliteiten, die het functioneren van het NNN kunnen versterken. De gebieden maken geen onderdeel uit van het NNN, omdat er geen overheidsmiddelen beschikbaar zijn om de nieuwe natuur in deze gebieden binnen afzienbare tijd te realiseren. Binnen deze gebieden zijn onomkeerbare ingrepen en processen die de ambitie om natuur te ontwikkelen onmogelijk maken niet toegestaan, tenzij deze ingrepen voortkomen uit een groot openbaar belang en alternatieven ontbreken.
Weidevogelkerngebieden Binnen de provincie Utrecht zijn, vanwege de ook binnen deze provincie zich steeds verder voortzettende negatieve trend onder de weidevogels, kerngebieden voor aangewezen voor weidevogels op basis van de provinciale weidevogelvisie (2012) en in overleg met de agrarische collectieven geactualiseerd op basis van recente inventarisaties (2014 en 2015). In de weidevogelkerngebieden kunnen agrariërs beheersubsidie aanvragen voor weidevogelbeheer. Naast een goed beheer van deze gebieden zijn ook ruimtelijke aspecten als openheid, rust en goede inrichting zijn voor weidevogels van groot belang. Ontwikkelingen waarbij deze aspecten worden aangetast zijn derhalve onwenselijk.
Ganzenrustgebieden Binnen de provincie Utrecht zijn op 10 maart 2015 door de Gedeputeerde Staten rustgebieden aangewezen voor ganzen. De rustgebieden moeten voldoende rust en foerageerplaats bieden aan trekkende en overwinterende ganzen. In deze gebieden is het in principe niet meer toegestaan handelingen te verrichten of toe te laten, die de foerageer- en rustfunctie van het gebied voor beschermde ganzen negatief beïnvloeden. Door de aanwijzing van ganzenrustgebieden zijn op grond van bijlage I, tweede lid en bijlage II, lid 1 b de soorten Grauwe gans, Kolgans, Kleine rietgans, Toendra/Taiga Rietgans, Brandgans en Rotgans in het de periode van 1 november tot 1 maart uitgezonderd (Brandgans tot 1 mei) van opzettelijk verontrusten. In deze gebieden is het niet toegestaan handelingen te verrichten of toe te laten, die de foerageer- en rustfunctie van het gebied voor beschermde ganzen negatief beïnvloeden. Dit houdt in dat er in principe geen handelingen mogen worden verricht waarmee beschermde ganzen worden geweerd of opzettelijk verontrust, als bedoeld in artikel 10 van de Flora- en faunawet. Een incidentele verstoring van de ganzen doet geen afbreuk aan de functie van het gebied, waardoor agrarische werkzaamheden en natuurbeheer zijn toegestaan.
Waterparels Binnen de provincie Utrecht zijn op basis van het voorkomen van bijzondere soorten 25 waterparels, ook wel ‘ecologisch waardevolle wateren’ geïdentificeerd. Deze gebieden met hoge potenties op het gebied van waternatuur en – kwaliteit liggen deels binnen en deels buiten de begrenzing van het NNN en Natura 2000. De provincie Utrecht zet zich in om de kwaliteiten van deze waterparels te beschermen en hun potentiële waarden te verwezenlijken.
Natuurparels Natuurparels zijn aangewezen gebieden door de provincie Utrecht waar in geconcentreerde mate Utrechtse aandachtsoorten voorkomen dan wel gebieden die de potentie hebben om deze soorten te huisvesten. Aan de status van natuurparel is vooralsnog geen aparte planologische betekenis en de grenzen ervan zijn niet hard, maar indicatief.
15 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
3
Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek die gehanteerd wordt tijdens het bureauonderzoek (paragraaf 3.2) en gedurende het terreinbezoek (paragraaf 3.3) van voorliggende Natuurtoets. In paragraaf 3.4 wordt aangeduid hoe deze gegevens leiden tot een conclusie.
Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit twee onderdelen: 1. 2.
Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het plan; Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten.
Bureauonderzoek Afbakening beschermde soorten In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en ‘andere’ beschermde soorten (artikel 3.10). Bij vogels zal met name speciale aandacht geschonken worden aan soorten die in het projectgebied een essentieel leefgebied kunnen hebben. Voorgenoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern en bijlage I Verdrag van Bonn) en moeten worden getoetst op voorkomen en het projecteffect. Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. Een aantal soorten is door de provincies vrijgesteld en zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen (zie tabel B en C in de bijlage). Deze zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in de provincie dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt bij het voorliggende project. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd.
Hierbij kan gedacht worden aan het rekening houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten en de manier van werken (zoals het aanhouden van vaste rijroutes en het zorgen voor vluchtmogelijkheden voor de soorten). Bronnen Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het projectgebied, is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Hierbij is nagegaan of er in de periode 2017-2021 beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij het projectgebied. Daarnaast is gebruikt gemaakt van de digitale verspreidingsatlas (Verspreidingsatlas z.d.). Deze atlas maakt gebruik van atlasblokken (5 x 5 kilometer). De soortgegevens hebben daarom betrekking op de regio en niet specifiek op het projectgebied. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het projectgebied voor zouden kunnen komen. Naast de bronnen met soortinformatie, is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van provinciale digitale atlassen. Om inzicht te krijgen in de ligging van het projectgebied t.o.v. het NNN is de provinciale website geraadpleegd. Om inzicht te krijgen in mogelijk aanwezige natuurwaarden ten behoeve van de Utrechtse soortenlijst is gebruik gemaakt van de natuurwaardenkaart van de gemeente Utrecht, alsmede de NDFF.
16 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Terreinbezoek Naar aanleiding van de uitkomsten van voorgenoemde bureaustudie is middels een terreinbezoek bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat. Naast directe waarnemingen kan dan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de verwachte aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele seizoensgebonden soorten flora en fauna mogelijk niet kunnen worden waargenomen. Aan de hand van het aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en) kunnen echter wel indicaties worden gegeven van het mogelijk voorkomen van deze soorten op de locatie. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. Op 20 juli 2021 is een terreinbezoek uitgevoerd door een ecologisch deskundige, Jildou Dekker, bij zonnig, droog weer, een temperatuur van circa 22 °C en een windkracht van 2 Bft. Tijdens het terreinbezoek is de omgeving van het tracé bekeken op aanwezige soorten en habitatten om een beeld te krijgen van aanwezige en mogelijke aanwezige beschermde flora en fauna.
Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van het verkennend terreinbezoek kan worden bepaald of het plan uitvoerbaar is en of een vervolgonderzoek nodig is om beschermde soorten uit te sluiten en om te bepalen wat de effecten zijn. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving.
Nader onderzoek Aan de hand van de bureaustudie en het eerste terreinbezoek zijn enkele vervolgstappen naar voren gekomen om te bepalen of er mogelijk negatieve effecten kunnen optreden op beschermde soorten. Middels een tweede veldbezoek, een kort nader onderzoek, in de geschikte periode van het jaar is beoordeeld of er sprake mogelijk negatieve effecten. Op 9 februari 2022 is een terreinbezoek uitgevoerd door een ecologisch deskundige, Jildou Dekker, bij afwisselend weer, een temperatuur van circa 9 °C en een windkracht van 2 Bft. Tijdens het terreinbezoek zijn de bomen langs het tracé gecontroleerd op de aanwezigheid van (mogelijk) jaarrond beschermde nesten en geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen. De resultaten van dit nadere onderzoek worden uiteengezet in hoofdstuk 6.
17 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
4
Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het projectgebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 ingegaan op de resultaten van de in het gebied aanwezige of verwachte beschermde soorten (uiteenzetting van de resultaten van de bureaustudie en het terreinbezoek), waarna in paragraaf 4.3 de ligging van gebieden beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming en het GNN in de omgeving van het projectgebied aangegeven wordt.
Gebiedsbeschrijving Het projectgebied is gelegen in het noorden van Nieuwegein, in de gemeenten Nieuwegein en Utrecht in de provincie Utrecht. Het tracé volgt de bestaande 150 kV-hoogspanningsverbinding. Het tracé loopt langs watergangen, groenstroken en parken. Aan weerzijden van het merendeel van het tracé bevinden zich woonwijken. Het tracé begint in een weiland ten westen van de A2 en loopt in oostelijke richting waarbij het Amsterdam-Rijnkanaal middels een HDD-boring gekruist wordt. Het tracé eindigt aan de rand van een bedrijventerrein grenzend aan het Amsterdam-Rijnkanaal. Mast 17, waar de verkabeling begint, bevindt zich in een weiland ten westen van de A2. De omgeving betreft typisch agrarisch landschap met weilanden, sloten en enkele boerderijen. Er worden geen watergangen gedempt. Daarnaast begint vanaf deze locatie de verkabeling in oostelijke richting. Middels een HDD-boring wordt de A2 gekruist in oostelijke richting. Deze HDD-boring eindigt vlak voor mast 20. Mast 18 bevindt zich in park Galecop, Park Galecop bestaat uit een relatief jong bos met lokaal een dikke struiklaag. De vegetatie bestaat uit onder andere sporkehout, schietwilg, berk, rode kornoelje, braam en eensteilige meidoorn. Er lopen verschillende watergangen door het park met variërende diepte. Aan de oostzijde van het park is een sloot, een weg en een grasveld gelegen.
Deze sloot wordt gedeeltelijk gedempt om een toegangsweg tot de mast te creëren voor het amoveren van de mast. Waarschijnlijk worden tevens enkele bomen gekapt nabij mast 18. Mast 19 tot en met 24 bevinden zich in een groenstrook te midden van woonwijken. In de groenstrook zijn diverse recreatieve voorzieningen gelegen, zoals speel- en sportveldjes. De groenstrook bestaat uit kort gemaaid gras met hier en daar bomen. Door de groenstrook lopen verschillende brede watergangen waarlangs wat rietvegetatie staat. Ten noorden en ten zuiden van de groenstrook staan huizen met tuinen en lopen verschillende wegen. Open ontgravingen vinden plaats vlak voor mast 20 en na mast 22. De open ontgravingen zijn enkele tientallen meters (circa 20 tot 40 meter) lang. Bij mast 22 wordt een deel van de watergang gedempt ten behoeve van de werkzaamheden. Mast 25 en 26 bevinden zich ten oosten van de spoorlijn, in een park. Op deze locatie is ruigere vegetatie aanwezig alsmede enkele hogere bomen. De omgeving heeft het karakter van een park. Verder ten oosten bevindt zich een open grasveld met een voetbalveldje. Hier wordt voor een lengte van 20 meter van het kabeltracé aangelegd middels een open ontgraving. Om mast 25 te bereiken wordt een toegangsweg vanaf de Titus Brandsmastraat aangelegd. Hiervoor worden enkele witte paardenkastanjes gekapt.
Aansluitend op de open ontgraving begint een HDD-boring onder het park en het AmsterdamRijnkanaal door. De HDD-boring passeert mast 27, welke aan de oostelijke rand van het Amsterdam-Rijnkanaal in een afgezette groenstrook staat, en komt boven in de wegberm van de Ravenswade. Ten oosten van het Amsterdam-Rijnkanaal is een bedrijventerrein gelegen. Het bedrijventerrein wordt gekenmerkt door bebouwing (voornamelijk loodsen), wegen, bermen, enkele jonge bomenrijen en een aantal sloten met een steile oevers. Op dit bedrijventerrein zijn 18 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
mast 28 en 29 aanwezig, welke middels een HDD-boring gepasseerd worden. Het tracé eindigt bij mast 30, bij het hoogspanningsstation Nieuwegein, aan de Laaggraven 1, wat tevens het eindpunt van het projecttracé betreft. In bijlage 2 zijn foto’s van de masten weergegeven.
Figuur 4.1. Ligging van het HDD-tracé, de open ontgravingen, de bestaande hoogspanningsmasten (bron achtergrond: Esri).
Figuur 4.2. Start tracé bij mast 17.
Figuur 4.3. Mast 18.
Figuur 4.4. Vegetatie onder mast 20.
Figuur 4.5. Mastvoet van mast 22.
19 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Figuur 4.6. Mast 23.
Figuur 4.7. Mast 25 langs spoor.
Figuur 4.9. Impressie vegetatie Galecoppark.
Figuur 4.8. Mast 27, eindpunt tracé.
Figuur 4.10. Landschap nabij mast 25.
Figuur 4.11. Impressie van het bedrijventerrein.
20 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij het projectgebied in de afgelopen 5 jaar diverse beschermde soorten zijn waargenomen (binnen een straal van 2,5 kilometer). Dit betreft de beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV-onderdeel a en b) en de niet-vrijgestelde ‘andere soorten’ uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming alsook vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De soorten zijn weergegeven in Tabel 4.1. Tabel 4.1. Overzicht van waargenomen beschermde soorten in de omgeving van het projectgebied (binnen een straal van 2,5 kilometer) die in de NDFF door derden zijn ingevoerd. De soorten zijn in te delen in Habitatrichtlijn (HR), lijsten A en B behorende bij artikel 3.10 en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (JRB) en zijn aangegeven met een ‘X’ (NDFF, 2016-2021). Soortgroep
Vogels
Zoogdieren
Amfibieën
Vissen Insecten Vaatplanten
Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote Gele Kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte wouw Boommarter Das Eekhoorn Steenmarter Baard- of brandtsvleermuis Franjestaart Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Laatvlieger Meervleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Tweekleurige vleermuis Watervleermuis Alpenwatersalamander Heikikker Poelkikker Rugstreeppad Vroedmeesterpad* Grote modderkruiper Grote Vos Grote Weerschijnvlinder Kartuizer anjer* Knolspirea*
21 van 76
JRB
HR
A/B
X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
Stijve wolfsmelk X Weekdieren Platte schijfhoren X *De vroedmeesterpad, Kartuizer anjer en knolspirea komen van nature niet voor in Nieuwegein. Waarnemingen in de omgeving van het projectgebied hebben betrekking op uitgezette of ontsnapte dieren en genieten derhalve geen beschermde status onder de Wet natuurbescherming. Deze soort wordt hieronder verder niet behandeld.
Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is vervolgens nagegaan of het projectgebied een functie vervult voor (onder andere) deze soorten en of effecten aan de orde zijn. De bevindingen worden in paragraaf 4.2.2 uiteengezet. Tevens worden soorten die niet bekend aanwezig zijn, maar mogelijk wel verwacht aanwezig worden, toegevoegd.
Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Op basis van het bureauonderzoek en het terreinbezoek wordt per soortgroep ingegaan op de eventuele (kans op) aanwezigheid van beschermde soorten in het projectgebied. In onderliggende rapportage wordt gebruik gemaakt van de term “verstoringszone”. Deze term heeft betrekking tot de invloedsfeer welke is bepaald op de verwachte maximale verstoring die de onderhavige werkzaamheden mogelijk hebben op aanwezige natuurwaarden. Hierbij is rekening gehouden met tussenliggende elementen, visuele verstoring, verstoring door geluid, en verstoring door trillingen. De verstoringszone is per mogelijk aanwezige soort middels expert judgement bepaald aan de hand van deze verstorende effecten en omgevingselementen, alsmede de gevoeligheid van de betreffende soort op basis van ecologie.
Vogels Alle broedgevallen van vogels zijn beschermd. Van 16 vogelsoorten zijn ook de nesten, vaste rusten verblijfplaatsen jaarrond beschermd. Dit zijn soorten die vallen in de categorie 1 tot en met 4 van de aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten (2012). Deze soorten zijn: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw. Daarnaast zijn van 34 vogelsoorten de nesten jaarrond beschermd als hier een zwaarwegende ecologische reden voor is. Dit zijn soorten die vallen in de categorie 5 van de aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten (2012). Deze soorten zijn: blauwe reiger, boerenzwaluw, bonte vliegenvanger, boomklever, boomkruiper, bosuil, brilduiker, draaihals, eidereend, ekster, gekraagde roodstaart, glanskop, grauwe vliegenvanger, groene specht, grote bonte specht, hop, huiszwaluw, ijsvogel, kleine bonte specht, kleine vliegenvanger, koolmees, kortsnavelboomkruiper, oeverzwaluw, pimpelmees, raaf, ruigpootuil, spreeuw, tapuit, torenvalk, zeearend, zwarte kraai, zwarte mees, zwarte roodstaart en zwarte specht. Indien sprake is van een ecologisch zwaarwegende reden voor één of meerdere van deze soorten, dan worden deze hieronder behandeld onder ‘Jaarrond beschermd’.
Zo niet, dan worden deze soorten net als overige broedvogels behandeld onder ‘Algemene broedvogels’. Jaarrond beschermd nesten (categorie 1 tot en met 4) In de omgeving van het projectgebied, zijnde de start- en eindlocaties van de HDD-boringen en de masten, zijn in de afgelopen vijf jaar diverse soorten vogels met jaarrond beschermde nesten waargenomen. Uit de literatuurstudie zijn geen locaties van nesten naar voren gekomen. Tijdens het veldbezoek is binnen de verstoringzone gecontroleerd op de aanwezigheid van jaarrond beschermde vogelnesten. In de masten zijn geen nesten aangetroffen. Binnen het projectgebied en de verstoringszone zijn tevens geen geschikte nestgelegenheden aangetroffen voor de kerkuil (invliegbare gebouwen).
22 van 76
Natuurtoets Verkabeling 150 kV-lijn Oudenrijn - 150 kV station Nieuwegein (masten 17-30) projectnummer 0471703.100 19 september 2023 revisie 05 TenneT TSO B.V.
In de bomen zijn geen jaarrond beschermde nesten of geschikte holtes aangetroffen. Echter stonden de bomen op het moment van het veldbezoek volledig in blad waardoor deze niet goed inspecteerbaar waren. Hierdoor kon de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten binnen de verstoringszone bij mast 18 en mast 25 niet worden uitgesloten. Tot slot kunnen mogelijk huismussen en gierzwaluwen tot broeden komen in de bebouwing liggende in de omgeving van het tracé. Mogelijke consequenties van de ingreep op jaarrond beschermde nesten worden behandeld in hoofdstuk 5.2.1. Soorten met mogelijk een jaarrond beschermd nest (categorie 5) Naast de jaarrond beschermde nesten van categorie 1 tot en met 4 zijn er categorie 5vogelsoorten, waarvan de nesten alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. De verstoringszone rondom de masten en de open ontgravingen zijn gecontroleerd op de aanwezigheid van soorten met een mogelijk jaarrond beschermd nest. In de masten zijn dergelijke nesten zijn niet aangetroffen. De bomen waren op het moment van het veldbezoek echter volledig in blad waardoor de aanwezigheid van mogelijk jaarrond beschermde nesten in de parken (bij mast 18 en mast 25) niet uitgesloten kon worden. Mogelijke consequenties van de ingreep op vogels met een mogelijk jaarrond beschermd nest worden behandeld in hoofdstuk 5.2.1.
Algemene broedvogels Binnen het projectgebied kunnen tijdens het broedseizoen algemene soorten vogels tot broeden komen in bomen, struiken, gebouwen en watergangen in of nabij het projectgebied. Ook kunnen de aanwezige agrarische percelen broedgelegenheid bieden aan algemene weidevogels. Mogelijke consequenties van de ingreep op algemene broedvogels worden behandeld in hoofdstuk 5.2.1.
Vleermuizen Alle vleermuizen zijn beschermd (alle in Nederland voorkomende soorten staan vermeld in de Habitatrichtlijn). Vleermuizen kunnen een projectgebied gebruiken als verblijfplaats, vaste vliegroute en/of foerageergebied. Verblijfplaatsen kunnen uitgesplitst worden in vier categorieën, te weten kraam-, zomer-, paaren winterverblijven. Vleermuizen maken op verschillende manieren en in verschillende seizoenen gebruik van deze verblijfplaatsen. De eisen die vleermuizen stellen aan hun verblijfplaatsen zijn afhankelijk van de vleermuissoort en het gebruik van de verblijfplaats. Kraamverblijven worden in het voorjaar en de vroege zomer gebruikt door grote groepen drachtige vrouwtjes om hun jongen te baren en groot te brengen. Tegelijkertijd bevinden kleinere groepen mannetjes zich in de zomerverblijfplaatsen. Later in de zomer en in het najaar verplaatsen de mannetjes zich naar de paarverblijven, waaromheen ze een territorium bezetten en verdedigen tegen andere mannetjes. Binnen het territorium proberen de mannetjes langskomende vrouwtjes te lokken naar de paarverblijven, waar vervolgens de paring plaatsvindt. Het paarseizoen eindigt in de herfst, waarna de vleermuizen de winterverblijven opzoeken om te overwinteren. Sommige soorten migreren hiervoor over behoorlijke afstanden.