CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-026 Ondergrondse verkabeling Nieuwegein_Bijlagen_Bijlage 4 Bureauonderzoek archeologie

Raadsvergadering 29 februari 2024, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Bestemmingsplan Ondergrondse verkabeling Nieuwegein13.912 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2024-026

Antea Group Archeologie 2021/178 Bureauonderzoek Verkabelen 150 kV lijn Oudenrijn - Nieuwegein (gemeente Utrecht en Nieuwegein)

projectnummer 471703 revisie 01 19 september 2023

Antea Group Archeologie 2021/178 Bureauonderzoek Verkabelen 150 kV lijn Oudenrijn - Nieuwegein (gemeente Utrecht en Nieuwegein) projectnummer 471703 documentnummer 471703-ARCH-BO-01 revisie 01 19 september 2023

Auteurs M.W.J. Modderkolk M. van Riel

Opdrachtgever TenneT TSO B.V. Postbus 718 6800 AS Arnhem

datum vrijgave 19‐09-2023

beschrijving revisie 01 Definitief

gecontroleerd\ KNA-vrijgave G. Sophie

vrijgave R.S. Raap

Inhoudsopgave

Blz.

Samenvatting

2

1

Inleiding

5

2

Beschrijving onderzoekslocatie

6

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Begrenzing onderzoeks- en plangebied Huidig en toekomstig gebruik Archeologisch beleid Landschappelijke situatie Historische situatie en mogelijke verstoringen

6 7 8 11 15

3

Bekende waarden

18

3.1 3.2

Archeologische waarden Ondergrondse bouwhistorische waarden

18 25

4

Archeologische verwachting

26

4.1 4.2

Bestaande verwachtingskaarten Gespecificeerde archeologische verwachting

26 28

5

Conclusies en advies

31

5.1 5.2

Conclusies (Selectie)advies

31 32

Literatuur en geraadpleegde bronnen

35

Lijst met afbeeldingen

37

Bijlagen 1 2

Archeologische perioden AMZ-cyclus

Kaartbijlagen 471703 - OK – Tracélijn 24-02-2023 471703-ARCHIS

Overzichtskaart Gegevens uit ARCHIS

Antea Group Archeologie 2021/178 Bureauonderzoek projectnummer 471703 14 september 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Administratieve gegevens Projectnummer Antea Group OM-nummer Provincie Gemeenten Plaats Toponiem Kaartblad Coördinaten Opdrachtgever Uitvoerder Periode uitvoering Projectteam

471703 5100231100 Utrecht Utrecht en Nieuwegein Nieuwegein Oudenrijn - Nieuwegein 31O 132801/451892 136080/451284 TenneT TSO B.V. Antea Group juli 2021-april 2023 R.S. Raap (projectleider) M.W.J. Modderkolk (KNA-prospector)

Vrijgave conform KNA G. Sophie (senior KNA-archeoloog) A.J. Brokke (senior KNA-prospector) Bevoegd gezag gemeente Utrecht en gemeente Nieuwegein Deskundige Bevoegd gezag S. Gresnigt (Beleidsadviseur Archeologie en Erfgoed, gemeente Nieuwegein) Beheer documentatie Antea Group

Afbeelding 1. De ligging van het plangebied op de topografische kaart (J.W. van Aalst, www.opentopo.nl; zie ook de overzichtskaart in de Kaartbijlage). De graafwerkzaamheden waarbij eventueel aanwezige archeologische resten kunnen worden verstoord, vinden plaats bij open ontgraving 1-6; op het werkterreinen indien er cultuurtechnisch herstel zal gaan plaats vinden, en bij het verwijderen van de hoogspanningsmasten.

Blad 1 van 36

Antea Group Archeologie 2021/178 Bureauonderzoek projectnummer 471703 14 september 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Samenvatting De gemeente Nieuwegein heeft TenneT de opdracht gegeven diverse onderzoeken uit te voeren naar de verkabeling van een 150 kV-lijnverbinding in Nieuwegein. De verkabeling bestaat uit het ondergronds brengen van de bestaande bovengrondse hoogspanningsverbinding. De onderzoeken hebben betrekking op het verkabelen van ‘150 kV-verbinding Utrecht Lage Weide Oudenrijn – Nieuwegein’, tussen mast 17 en het 150 kV-station Nieuwegein nabij mast 30 (Afbeelding 1; zie ook de Kaartbijlage in groter formaat). Het tracé heeft een lengte van ruim 4 km. De 150 kV-kabelverbinding zal voor het grootste gedeelte worden aangelegd door middel van horizontaal gestuurde boringen (HDD) en voor een kleiner gedeelte door middel van open ontgravingen. Hoogspanningsmast 17-29 zullen worden verwijderd. Het is nog onzeker of bij het verwijderen van de hoogspanningsmasten de bodem verder wordt verstoord dan dat is gebeurd bij de aanleg van de hoogspanningsmasten. Daarom worden hoogspanningsmast 17-29 ook meegenomen in het bureauonderzoek. Bij de open ontgravingen, de aanleg van het opstijgportaal, bij het cultuurtechnisch herstel en mogelijk bij het verwijderen van de hoogspanningsmasten kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden worden verstoord.

Het archeologisch bureauonderzoek dient als onderbouwing voor de ruimtelijke procedure en is de eerste stap binnen de Archeologische Monumentenzorg (AMZ, Bijlage 2). Voor het plangebied geldt een onderzoeksplicht conform het beleid van gemeente Nieuwegein en gemeente Utrecht. Het doel van het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Voor het opstellen van een dergelijke verwachting wordt gebruik gemaakt van reeds bekende archeologische waarnemingen, historische kaarten, bodemkundige gegevens en informatie over de landschappelijke situatie. Een gespecificeerde verwachting gaat in op de mogelijke aanwezigheid, het karakter, de omvang, datering en eventuele (mate van) verstoring van archeologische waarden binnen het plangebied. Conclusies Dit bureauonderzoek heeft betrekking op het verkabelen van ‘150 kV-verbinding Utrecht Lage Weide - Oudenrijn – Nieuwegein’, tussen mast 17 en het 150 kV-station Nieuwegein nabij mast30 (Afbeelding 1, Afbeelding 2 en de overzichtskaart in de Kaartbijlage). Nieuwegein ligt in de archeoregio Utrechts-Gelders rivierengebied. Het westen van het plangebied bij mast 17 (met het werkterrein en open ontgraving 1), mast 18, mast 19, en open ontgraving 2, ligt op de Blokstroomgordel die actief was tussen 3795 en 3000 BP (Before Present).

De bovenkant van de stroomgordel ligt op ca. -0,1 tot -0,6 m NAP; ter plaatse van het westelijke gedeelte van het tracé is dit ca. 0,5 tot 1,4 m beneden maaiveld. Op basis van de datering van de Blokstroomgordel, de gemeentelijke verwachtingskaarten en van geregistreerde archeologische vondsten, geldt er voor dit gedeelte van het plangebied een middelhoge archeologische verwachting voor de periode midden-neolithicum tot en met de late bronstijd en een hoge archeologische verwachting voor de periode de ijzertijd tot en met de Romeinse tijd. Eventueel aanwezige archeologische resten kunnen direct onder de bouwvoor tot ca. 1,4 m beneden maaiveld worden verwacht, op de oevers van de restgeul van de Blok.

Blad 2 van 36

Antea Group Archeologie 2021/178 Bureauonderzoek projectnummer 471703 14 september 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Verder geldt er voor de zone tussen mast 21 en 22 volgens de gemeentelijke verwachtingskaart een hoge archeologische verwachting voor de periode vanaf de middeleeuwen, omdat de Galecopperdijk een ontginningsas was en deze mastlocaties daar in de buurt liggen. Voor mast 23 en 24 geldt op basis van eerder uitgevoerde archeologische onderzoeken een middelhoge tot hoge archeologische verwachting voor de periode tussen de ijzertijd tot en met de nieuwe tijd, wat samenhangt met de aanwezigheid van de Jutphaas stroomgordel. Daarnaast geldt er voor mast 23 en 24 volgens de gemeentelijke verwachtingskaart een middelhoge archeologische verwachting voor crashlocaties uit de Tweede Wereldoorlog. Voor mast 29 geldt een hoge archeologische verwachting voor bewoningssporen uit alle perioden, maar met name voor de late ijzertijd tot en met de late middeleeuwen. Deze mast staat binnen AMK-terrein 5627 en ligt in de buurt van de Jutphaas stroomgordel. Het oorspronkelijke maaiveld is in de buurt van mast 29 mogelijk afgegraven ten behoeve van de baksteenindustrie. De rest van het plangebied ligt in rivierkommen. Binnen de te verwachte diepte waar grondroerende werkzaamheden gaan plaatsvinden (ca.

0,8-1,5 m) geldt op basis van bestaande geologische boringen in DINOloket en de archeologische verwachtingskaart van gemeente Nieuwegein een lage archeologische verwachting voor alle archeologische periodes. Het onderste potentiële archeologische niveau in de bodem betreft de top van het pleistocene dekzand, dat in het onderzoeksgebied op ca. 3-9 m beneden maaiveld ligt en dat bij de werkzaamheden niet geroerd zal worden. Advies Bij mast 17 (het werkterrein en open ontgraving 1) en open ontgraving 2 wordt er vanwege de (middel)hoge archeologische verwachting een archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen, verkennende fase, geadviseerd omdat er bodemroerende werkzaamheden gaan plaatsvinden (Afbeelding 12). Indien bij het verkennend booronderzoek intacte archeologische lagen worden aangetroffen, wordt er over gegaan in een karterend booronderzoek. Uit eerder uitgevoerd archeologisch onderzoek (uit het jaar 1993) blijkt dat er veel indicaties waren voor de aanwezigheid van nederzettingen uit de ijzertijdRomeinse tijd, gelegen op stroomgordels. Met een verkennend booronderzoek wordt dan in eerste instantie bepaald of de bodem (met archeologische lagen) nog steeds intact is.

Indien hoogspanningsmasten 18-26 worden verwijderd, dan wordt er bij mast 18-19, 21-24 en 29 vanwege de (middel)hoge archeologische verwachting een inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen, verkennende fase, geadviseerd. Het is onbekend of er bij het verwijderend van deze masten daadwerkelijk eventueel aanwezige archeologische resten verstoord kunnen worden, vandaar dat er wel een inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen (verkennende fase) wordt geadviseerd. Verder wordt er geadviseerd om de rest van het plangebied tot 2,5 m beneden maaiveld vrij te geven. Binnen 2,5 m beneden maaiveld geldt er voor deze locaties een lage archeologische verwachting. Dieper dan 2,5 m beneden maaiveld (maar waarschijnlijk dieper) kan de top van het pleistocene dekzand voorkomen, waarvoor een archeologische verwachting geldt voor de periode tussen het midden neolithicum en de late bronstijd.

Blad 3 van 36

Antea Group Archeologie 2021/178 Bureauonderzoek projectnummer 471703 14 september 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Een IVO-O is erop gericht om de archeologische verwachting te toetsen aan de hand van de bodemopbouw en de aanwezigheid van archeologische lagen. Bij de verkennende fase wordt geadviseerd om een boordichtheid van 40x50 m te hanteren. Gezien de breedte van de stroomgordel wordt verwacht dat deze boordichtheid voldoende is. Ter plaatse van de eventueel te onderzoeken mastlocaties 17-19,21-24 en 29 wordt geadviseerd om drie boringen per mastlocatie uit te voeren, die 30 cm dieper reiken dan de te verwachten verstoringsdiepte. Bij een karterende fase wordt geadviseerd om een boordichtheid van 17x20 m te hanteren. Er moet wordt dan geboord met een edelmangrondboor met een diameter van 12 cm. Als waarnemingstechniek worden de boorkernen zo volledig mogelijk verbrokkeld of versneden (methode C31). Ter plaatse van het werkterrein bij mast 17 wordt er geadviseerd om een boordiepte van 2 m te hanteren. Deze boordiepte reikt >50 cm dieper dan de voorgenomen bodemverstoringen, en is naar verwachting diep genoeg om de locatie en diepteligging van de Blokstroomgordel vast te stellen. Daarnaast wordt geadviseerd elke vijfde boring tot 3 m beneden maaiveld door te zetten, zodat de bodemopbouw van de diepere ondergrond kan worden vastgesteld.

1 Tol et al., 2012.

Blad 4 van 36

Antea Group Archeologie 2021/178 Bureauonderzoek projectnummer 471703 14 september 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

1

Inleiding De gemeente Nieuwegein heeft TenneT de opdracht gegeven diverse onderzoeken uit te voeren naar de verkabeling van een 150 kV-lijnverbinding in Nieuwegein. De verkabeling bestaat uit het ondergronds brengen van de bestaande bovengrondse hoogspanningsverbinding. De onderzoeken hebben betrekking op het verkabelen van ‘150 kV-verbinding Utrecht Lage Weide Oudenrijn – Nieuwegein’, tussen mast 17 en het 150 kV-station Nieuwegein nabij mast 30. Deze verbindingen zijn weergegeven in Afbeelding 1 en op de overzichtskaart in de Kaartbijlage in groter formaat. Het tracé heeft een lengte van ruim 4 km. De 150 kV-kabelverbinding zal voor het grootste gedeelte worden aangelegd door middel van horizontaal gestuurde boringen (HDD) en voor een kleiner gedeelte door middel van open ontgravingen. Hoogspanningsmast 17-29 zullen worden verwijderd. Het is nog onzeker of bij het verwijderen van de hoogspanningsmasten de bodem verder wordt verstoord dan dat is gebeurd bij de aanleg van de hoogspanningsmasten. Daarom worden hoogspanningsmast 17-29 ook meegenomen in het bureauonderzoek. Zie voor meer details over de voorgenomen werkzaamheden Hoofdstuk 2.2. Bij de open ontgravingen, de aanleg van het opstijgportaal, bij het cultuurtechnisch herstel en mogelijk bij het verwijderen van de hoogspanningsmasten kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden worden verstoord.

Het archeologisch bureauonderzoek dient als onderbouwing voor de ruimtelijke procedure en is de eerste stap binnen de Archeologische Monumentenzorg (AMZ, Bijlage 2). Voor het plangebied geldt een onderzoeksplicht conform het beleid van gemeente Nieuwegein en gemeente Utrecht. Het doel van het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Voor het opstellen van een dergelijke verwachting wordt gebruik gemaakt van reeds bekende archeologische waarnemingen, historische kaarten, bodemkundige gegevens en informatie over de landschappelijke situatie. Een gespecificeerde verwachting gaat in op de mogelijke aanwezigheid, het karakter, de omvang, datering en eventuele (mate van) verstoring van archeologische waarden binnen het plangebied. Dit onderzoek is uitgevoerd conform de BRL 4000, protocol 4002 met daarin besloten de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1. Voor de KNA-protocollen 4001 (PvE), 4002 (bureauonderzoek), 4003 (inventariserend veldonderzoek) en 4004 (opgraven) is Antea Group gecertificeerd conform de SIKB-BRL 4000 (Beoordelingsrichtlijn voor archeologie).

Blad 5 van 36

Antea Group Archeologie 2021/178 Bureauonderzoek projectnummer 471703 14 september 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

2

Beschrijving onderzoekslocatie

2.1

Begrenzing onderzoeks- en plangebied Het is van belang een onderscheid te maken tussen het plangebied en onderzoeksgebied (Afbeelding 2). Met het plangebied wordt het gebied bedoeld waarop de in de inleiding genoemde plannen en/of werkzaamheden betrekking hebben. Binnen het plangebied kunnen eventueel aanwezige archeologische resten worden verstoord door de grondroerende werkzaamheden. Voor het plangebied wordt in de regel ook de ruimtelijke procedure gevoerd waarvan dit archeologisch onderzoek een onderdeel is. Het onderzoeksgebied is het gebied waar informatie over wordt ingewonnen voor het opstellen van de gespecificeerde verwachting. Het onderzoeksgebied ligt binnen een straal van ca. 200 m rondom het plangebied. Een straal van 200 m wordt voldoende geacht voor het opstellen van het gespecificeerd verwachtingsmodel, gezien de vergelijkbare bodemtypes en geomorfologie en het aantal archeologische vondstmeldingen en uitgevoerde onderzoeken in de buurt van het tracé. Dit bureauonderzoek heeft betrekking op het verkabelen van ‘150 kV-verbinding Utrecht Lage Weide - Oudenrijn – Nieuwegein’, tussen mast 17 en het 150 kV-station Nieuwegein nabij mast30 (Afbeelding 1, Afbeelding 2 en de overzichtskaart in de Kaartbijlage).

Het verkabelingstracé begint bij mast 17 ten westen van de A2 (gemeente Utrecht), en eindigt ten oosten van het Amsterdam-Rijnkanaal bij het 150 kV-station Nieuwegein (gemeente Nieuwegein). Het tracé volgt voornamelijk de aan water gelegen groenstroken bij de Willem Elsschothove, Gerbrandypark, Louis Couperushove, Akkerhoeve, en de Middelhoeve, en het doorkruist het park in de wijk ‘Huis de Geer’ (gemeente Nieuwegein).

Blad 6 van 36

Antea Group Archeologie 2021/178 Bureauonderzoek projectnummer 471703 14 september 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Afbeelding 2. De ligging van het plangebied en de onderzoeksgebieden op de topografische kaart.2

2.2

Huidig en toekomstig gebruik Huidig gebruik plangebied Dit bureauonderzoek heeft betrekking op het verkabelen van ‘150 kV-verbinding Utrecht Lage Weide - Oudenrijn – Nieuwegein’, tussen mast 17 en het 150 kV-station Nieuwegein nabij mast30 (Afbeelding 1, Afbeelding 2 en de overzichtskaart in de Kaartbijlage). Het plangebied ten westen van de A2 bij mast 17 is in agrarisch gebruik. Tussen de A2 en het Amsterdam-Rijnkanaal (bij mast 18-26) is het plangebied voornamelijk in gebruik als openbaar groen. Ten oosten van het Amsterdam-Rijnkanaal is het plangebied in gebruik als bedrijventerrein (bij mast 27-30). Consequenties toekomstig gebruik Het tracé heeft een lengte van ruim 4 km. Het grootste gedeelte van het kabeltracé wordt aangelegd door middel van horizontaal gestuurde boringen (HDD; diepte ca. 25 m beneden maaiveld). Er wordt aangenomen dat eventueel aanwezige archeologisch waarden nauwelijks worden verstoord bij de aanleg van kabels d.m.v. HDD-boringen, omdat bij HDD-boringen een relatief gering bodemvolume wordt verstoord, en omdat de voorgenomen HDD-boringen tot wel 25 m beneden maaiveld reiken wat ruim dieper dan het onderste potentiële archeologische niveau is. Het onderste potentiële archeologische niveau in de bodem betreft de top van het pleistocene dekzand, dat in het onderzoeksgebied op ca. 3-9 m beneden maaiveld ligt (Hoofdstuk 2.4).

2 J.W. van Aalst, www.opentopo.nl.

Blad 7 van 36

Antea Group Archeologie 2021/178 Bureauonderzoek projectnummer 471703 14 september 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Kleinere gedeeltes van het tracé worden aangelegd door middel van een open ontgraving (sleufdiepte: ca. 1,5 m; sleufbreedte: ca. 5 m). Tot slot zullen de hoogspanningsmasten 17–29 op dit tracé worden verwijderd. Het is nog onzeker of bij het verwijderen van de hoogspanningsmasten de bodem verder wordt verstoord dan dat is gebeurd bij de aanleg van de hoogspanningsmasten. Bij de open ontgravingen, de aanleg van het opstijgportaal, bij het cultuurtechnisch herstel en mogelijk bij het verwijderen van de masten kunnen de eventueel aanwezige archeologische waarden worden verstoord.

2.3

Archeologisch beleid Gemeenten hebben hun archeologisch beleid geborgd in het ruimtelijk beleid. Dit gebeurt door het opnemen van archeologie in dubbelbestemmingen. Voor de gemeente Nieuwegein is een beleidskaart en een beleidsplan opgesteld. De daaruit voortkomende verplichtingen zijn vertaald in verplichtingen binnen de bestemmingsplannen. Alleen wanneer er sprake is van een bestemmingsplan waarin het aspect archeologie niet is meegewogen wordt de beleidskaart en het beleidsplan sturend voor een onderzoeksplicht geldt (meestal via een erfgoedverordening). Het plangebied valt binnen vier bestemmingsplannen.3 Mast 17, open ontgraving 1 en het werkterrein van ca. 1,4 ha, gelegen ten westen van de A2, vallen binnen bestemmingsplan ‘Rijnenburg, Utrecht’ (vastgesteld 05-03-2015). Er geldt een waarde – archeologie. Onder met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen, het handelen in strijd met de bij deze regels behorende Verordening op de Archeologische Monumentenzorg. Volgens de regels behorende bij de Verordening op de Archeologische Monumentenzorg is het cultuurtechnisch herstel vergunningsplichtig (zie Hoofdstuk 4.1), omdat de omvang van het cultuur technisch herstel de vrijstellingsgrenzen en van 30 cm beneden maaiveld en een oppervlakte van 500 m2 overschrijd.4 Tussen de A2 en de A.C.

Verhoefweg valt het plangebied (met open ontgraving 2-3 en mast 1822) binnen beheersverordening ‘Galecop’ (vigerend 25-01-2018) en bestemmingsplan ‘Galecop’ (vastgesteld 16-10-2008). Volgens de beheersverordening ‘Galecop’ valt het tracé of de open ontgravingen niet binnen een waarde – archeologie, terwijl volgens het bestemmingsplan ‘Galecop’ mast 18 en 19 nog binnen een zone vallen met een (middel)hoge trefkans op archeologische sporen (Afbeelding 3). Bij ruimtelijke ingrepen in gebieden met een (middel)hoge archeologische verwachtingswaarde wordt door de provincie verkennend veldonderzoek geadviseerd om te bepalen of de verwachte waarden aanwezig zijn. Galecop is echter een reeds gerealiseerde woonwijk waar de grond geroerd is. In de meeste gebieden kan daarom archeologisch onderzoek achterwege blijven. Tussen de A.C. Verhoefweg en de spoorlijn wordt de kabel d.m.v. een gestuurde boring aangelegd, en mast 23 en 24 worden mogelijk verwijderd. Het tracé valt binnen bestemmingsplan ‘Blokhoeve 2012’ (onherroepelijk 05-03-2014). Deze mastlocaties vallen buiten een zone waarvoor een waarde – archeologie is opgenomen. Dit tracédeel is dus niet vergunningsplichtig.

3 https://www.ruimtelijkeplannen.nl/. 4 Een gestapeld verleden. RAAP-rapport 2145, kaartbijlage 7, schaal 1:10.000.

Blad 8 van 36

Antea Group Archeologie 2021/178 Bureauonderzoek projectnummer 471703 14 september 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Tussen de spoorlijn en het Amsterdam-Rijnkanaal valt het plangebied (met open ontgraving 4 en mast 25-26) binnen beheersverordening ‘Zuilenstein-Huis de Geer’ (vastgesteld 05-03-2018) en bestemmingsplan ‘Zuilenstein-Huis de Geer’ (vigerend 12-12-2008). Het tracé valt buiten een gebied met een (middel)hoge trefkans op archeologische sporen. Dit tracédeel is dus niet vergunningsplichtig. Het plangebied ten oosten van het Amsterdam-Rijnkanaal (met open ontgraving 5 en 6 en mast 27-30) valt binnen bestemmingsplan ‘Laagraven Bedrijventerrein’ (onherroepelijk 16-03-1987). Volgens de beheersverordening ‘De Liesbosch 2013’ (vastgesteld 29-05-2013) vallen open ontgraving 5 en 6 en mast 27, 28 en 30 binnen een waarde – archeologie 8; mast 29 valt binnen een waarde – archeologie 2 (Afbeelding 4): • Bij een waarde archeologie 2 dienen bij werkzaamheden die dieper reiken dan 30 cm een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. Mast 29 wordt verwijderd. Het is nog onzeker of bij het verwijderen van de hoogspanningsmasten de bodem verder wordt verstoord dan dat is gebeurd bij de aanleg van de hoogspanningsmasten. • Bij een waarde archeologie 8 dienen bij werkzaamheden die dieper reiken dan 150 cm en bij een plangebied groter dan 10.000 m² een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. De voorgenomen werkzaamheden bij open ontgraving 5 en 6 beslaan een oppervlakte van ca. 1.100 m2.

Het is nog onzeker of bij het verwijderen van mast 27, 28 en 30 de bodem verder wordt verstoord dan dat is gebeurd bij de aanleg van de hoogspanningsmasten. Waarschijnlijk worden de vrijstellingsgrenzen niet overschreden.

Afbeelding 3. Uitsnede uit de archeologische waardenkaart behorende bij bestemmingsplan ‘Galecop’. Binnen de gebieden met een (middel)hoge archeologische verwachting (licht oranje gearceerd) wordt een verkennend veldonderzoek geadviseerd om te bepalen of de verwachte waarden aanwezig zijn.

Blad 9 van 36

Antea Group Archeologie 2021/178 Bureauonderzoek projectnummer 471703 14 september 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Afbeelding 4. Uitsnede uit de archeologische waardenkaart behorende bij beheersverordening ‘De Liesbosch 2013’.

2.4

Landschappelijke situatie Geologie Nieuwegein ligt in de archeoregio Utrechts-Gelders rivierengebied. De geologische opbouw van het rivierengebied wordt gekenmerkt door sedimenten van meanderende rivieren van het RijnMaas-systeem, die gedurende het Holoceen (10.000 jaar geleden tot heden) een pakket van zanden en kleien hebben afgezet met een dikte tot ca. 0,7-9 m.5 Deze afzettingen komen voor in de vorm van stroomruggen, fossiele stroomruggen en komgebieden, en worden tot de formatie van Echteld gerekend.6 Binnen of onder de Formatie van Echteld kunnen een of meerdere veenpakken voorkomen (Formatie van Nieuwkoop). 7 Onder de Formatie van Echteld komt dekzand voor wat is afgezet in het weichselien (bovenkant 3-9 m beneden maaiveld). Onder het dekzand komen pleistocene afzettingen voor die zijn afgezet door de Rijn (Formatie van Kreftenheye; bovenkant 7,5 m beneden maaiveld). 8

5

https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens.

6 De Mulder et al. 2003. 7 https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens. 8 https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens.

Blad 10 van 36

Antea Group Archeologie 2021/178 Bureauonderzoek projectnummer 471703 14 september 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Volgens de stroomgordelkaart ligt het westen van het plangebied (bij het werkterrein en open ontgraving 1 en 2, en mast 17-19) op de Blokstroomgordel die actief was tussen 3795 en 3000 BP (Before Present; Afbeelding 5). De bovenkant van de stroomgordel ligt op ca. -0,1 tot -0,6 m NAP; ter plaatse van het westelijke gedeelte van het tracé is dit ca. 0,5-1,4 m beneden maaiveld. Er kunnen archeologische resten verwacht worden uit de periode late ijzertijd tot en met de middeleeuwen.9 Nabij mast 24 ligt een gedeelte van de Jutphaas stroomgordel die actief was tussen 3795 en 2715 BP (Before Present; Afbeelding 5). De bovenkant van de stroomgordel ligt op ca. 1,7 tot -0,6 m NAP; nabij mast 24 is dit tussen ca. 0 en 1,9 m beneden maaiveld. In het oosten van het tracé, ter plaatse van het bedrijventerrein (nabij mast 29), varieert de diepteligging van de stroomgordel omdat er een recent ophoogpakket aanwezig is met een variërende dikte (ca. 0,8 tot >2 m10). Op en binnen de Jutphaas stroomgordel kunnen archeologische resten verwacht worden uit de periode neolithicum tot en met de Romeinse tijd.11 De rest van het plangebied ligt in rivierkommen (Afbeelding 5).12 Uit bestaande resultaten van geologische boringen nabij open ontgraving 2-4 blijkt dat de bodem bestaat uit klei en of veen, tot een diepte van minimaal 2,5 m beneden maaiveld.

Hieruit kan worden opgemaakt dat de kans klein is dat er bij open ontgraving 2-4 (kleinere) stroomgeulen liggen.13

Afbeelding 5. Ligging van het plangebied op een uitsnede van de stroomgordelkaart.14

9 Cohen et al., 2012. 10 Schrijvers en Visser, 2016; Weerheijm en Van Puijenbroek, 2018; Weerheijm et al., 2018; Beckers en De Boer, 2018. 11

Cohen et al., 2012.

12 Cohen et al., 2012. 13 https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens. 14 Cohen et al., 2012.

Blad 11 van 36

Antea Group Archeologie 2021/178 Bureauonderzoek projectnummer 471703 14 september 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Geomorfologie en AHN Volgens de geomorfologische kaart ligt het werkterrein in het westen van het tracé, en een tracédeel ten oosten van het Amsterdam-Rijnkanaal op een rivierkom- en oeverwalachtige vlakte, wat een overgangsgebied is tussen rivierkommen en oeverwallen (Afbeelding 6). Hoewel de geomorfologie voor het grootste gedeelte van het plangebied niet gekarteerd is vanwege de ligging binnen de bebouwde kom, is bekend dat er stroomruggen voorkomen die vrij ondiep onder het oorspronkelijke maaiveld liggen. De stroomruggen bestaan uit zavel of lichte klei in de bovengrond en gaan binnen 120 cm beneden maaiveld over in kalkrijk, scherp, matig grof rivierzand. Tussen de stroomruggen liggen de lagergelegen rivierkommen, bestaande uit zware klei- en veengronden.15 Het tracé bevindt zich op de meeste plekken tussen 0,3 en 0,8 m +NAP (Afbeelding 7). Een gedeelte van het tracé langs de A2 ligt op een opgehoogde geluidswal. Aan de oostzijde van het Amsterdam-Rijnkanaal is de bodem opgehoogd; het maaiveld reikt daar tot ca. 2,5 m +NAP.

Afbeelding 6. Ligging van het plangebied op de geomorfologische kaart.16

15 Gemeente Nieuwegein, 1981. 16 BRO, Wageningen Environmental Research, 2019.

Blad 12 van 36

Antea Group Archeologie 2021/178 Bureauonderzoek projectnummer 471703 14 september 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Afbeelding 7. Ligging van het plangebied op de hoogtekaart (AHN). 17

Bodem en grondwater Het tracé loopt voornamelijk over kalkloze poldervaaggronden bestaande uit zware klei (Rn44C en Rn47C) of zware zavel en lichte klei (Rn95C; Afbeelding 8). In het oosten van het tracé komen kalkhoudende poldervaaggronden voor (Rn95A). Ten noorden van het tracé komen kalkloze drechtvaaggronden voor (Rv01C). Zowel de poldervaaggronden als de drechtvaaggronden zijn bodems waar weinig bodemontwikkeling heeft plaatsgevonden. De poldervaaggronden worden onder andere gekenmerkt door roestverschijnselen die beginnen tussen 0 en 50 cm beneden maaiveld. Bij een grondwatertrap van III en V fluctueren de gemiddelde hoogste grondwaterstanden tussen maaiveld en 40 cm beneden maaiveld, en de gemiddelde laagste grondwaterstanden tussen 50 en 120 cm beneden maaiveld. Bij een grondwatertrap van VI fluctueert de gemiddelde hoogste grondwaterstand tussen 40 en 80 cm beneden maaiveld, en de gemiddelde laagste grondwaterstand is meestal dieper dan 120 cm beneden maaiveld. 18 De drechtvaaggronden worden onder andere gekenmerkt door een moerige laag dikker dan 40 cm, die tussen 40 en 80 cm beneden maaiveld begint. De grondwaterstanden fluctueren tussen 0 en 80 cm beneden maaiveld.19

17 https://www.ahn.nl. 18 https://landschapsleutel.wur.nl/documentatie/htm/Legendas%20Bodemkaarten.htm#_Toc243886627. 19 https://landschapsleutel.wur.nl/documentatie/htm/Legendas%20Bodemkaarten.htm#_Toc243886627.

Blad 13 van 36

Antea Group Archeologie 2021/178 Bureauonderzoek projectnummer 471703 14 september 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Rv01C-II

Rn47C-V Rn44C-III

Rn95C-VI Rn44C-III Rn95A-IV

Rn44CIV/VII

Afbeelding 8. Ligging van het plangebied op de 1:50.000 bodemkaart van Nederland20 met grondwatertrappen21.

2.5

Historische situatie en mogelijke verstoringen Historische situatie Al in de Romeinse tijd heeft bewoning plaatsgevonden in de buurt van Nieuwegein. In die tijd vond bewoning plaats op de hooggelegen zandige ruggen van de Jutphaas- en de Blokstroomgordel.22 Op de topografische kaarten van 1850-1950 is te zien dat het plangebied grotendeels in agrarisch gebied ligt en dat het tracé onbebouwd is (Afbeelding 9-Afbeelding 11). Vanaf 1931 werd besloten tot de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaal tussen mast 26 en 27 (weergegeven op het kaartblad van 1950; Afbeelding 11), vanwege te veel oponthoud van de scheepsvaart door bruggen over het Merwedekanaal (ten zuiden van het plangebied).23 Omstreeks 1950 is in het oosten van het tracé, ter plaatse van mast 28 en open ontgraving 5, een haven aangelegd (de Belfasthaven). Tussen 1997 en 1999 is de haven ter plaatse van het plangebied gedempt, en is het bedrijventerrein ontwikkeld. Volgens de topografische kaart van 1984 is ten zuiden van het tracé de wijk Nieuwegein Noord tot stand gekomen. Volgens de topografische kaart van 1999 is ter plaatse van het tracé de wijk Galecop tot stand gekomen.

20

BRO, Wageningen Environmental Research, 2019.

21 http://maps.bodemdata.nl/bodemdatanl/index.jsp. 22 www.plaatsengids.nl/vreeswijk. 23 www.museumwarsenhoeck.nl/home-3/historie/vreeswijk-2.

Blad 14 van 36

Antea Group Archeologie 2021/178 Bureauonderzoek projectnummer 471703 14 september 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Afbeelding 9. Ligging van tracé op de topografische kaart van 1815.24

Afbeelding 10. Ligging van tracé op de topografische kaart van 1900.25 24 https://www.topotijdreis.nl/. 25 https://www.topotijdreis.nl/.

Blad 15 van 36

Antea Group Archeologie 2021/178 Bureauonderzoek projectnummer 471703 14 september 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Afbeelding 11. Ligging van tracé op de topografische kaart van 1950.26

Mogelijke verstoringen Waarschijnlijk is het westelijke gedeelte van het tracé, ter plaatse van open ontgraving 1 en het werkterrein bij mast 17, het meest intact. Hier kunnen wel recente bodemverstoringen verwacht worden als gevolg van agrarische activiteit. Het grootste gedeelte van het tracé is recentelijk verstoord door de aanleg van de woonwijken en wegen, waterpartijen en groenstroken; de geluidswal langs de A2; het Amsterdam-Rijnkanaal en het bedrijventerrein in het oosten van het tracé. Hierbij kan de bodem zijn opgehoogd en/of afgegraven. De precieze diepte van de te verwachten bodemverstoringen is onbekend. Ten oosten van het Amsterdam-Rijnkanaal is de bodem ter plaatse van mast 28 en open ontgraving 5 afgegraven en later weer gedempt, omdat er een haven aanwezig is geweest. Deze zone staat aangegeven als ‘opgehoogd’ op de archeologische beleidskaart van de gemeente Nieuwegein.27 Verder blijkt uit eerder uitgevoerde archeologische onderzoeken ten oosten van het Amsterdam-Rijnkanaal, dat er een recent ophoogpakket aanwezig is waarvan de dikte varieert tussen 0,8 tot >2 m.28 In sommige gevallen is de top van de onderliggende oeverafzettingen verstoord, maar in sommige gevallen niet. In de omgeving van AMK 5627 (in het oostelijke gedeelte van het tracé) is het oorspronkelijke maaiveld mogelijk afgegraven voor de baksteenindustrie.29

26

https://www.topotijdreis.nl/.

27 Een gestapeld verleden. RAAP-rapport 2145, kaartbijlage 7, schaal 1:10.000. 28 Schrijvers en Visser, 2016; Weerheijm en Van Puijenbroek, 2018; Weerheijm et al., 2018; Beckers en De Boer, 2018. 29 Satijn en Van Puijenbroek, 2021.

Blad 16 van 36

Antea Group Archeologie 2021/178 Bureauonderzoek projectnummer 471703 14 september 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

3

Bekende waarden

3.1

Archeologische waarden Uit het Archeologische Informatie Systeem (Archis) van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed zijn de bekende archeologische waarden in een omtrek van ongeveer 200 m rondom het plangebied opgevraagd. Het betreft archeologische monumenten (AMK-terreinen), archeologische waarnemingen (zoals vondsten) en meldingen van eerdere archeologische onderzoeken (zie kaart 471703–ARCHIS in de kaartenbijlage). Gegevens uit Archis: AMK-terreinen Nabij het tracé (nabij gedeeltes die d.m.v. een gestuurde boring worden aangelegd) liggen drie archeologische monumenten (AMK-terreinen; Tabel 1). AMK 11888 betreft een borg/stins/versterkt huis uit de periode middeleeuwen tot laat-nieuwe tijd, met een hoge archeologische waarde. Het terrein ligt middenin een nieuwbouwwijk op een stukje grasland. De funderingen liggen aan het maaiveld en zijn aan de begroeiing te herkennen. Aan de westzijde is een sloot aangelegd waardoor een klein deel van de resten beschadigd is. Er zijn geen historische bronnen waaruit blijkt welke functie dit gebouw had. Omdat het van steen was, zal het wel enige betekenis hebben gehad. Het terrein is van hoge waarde door de gaafheid en goede conservering. De landschappelijke context is slechts deels intact en de ensemblewaarde is laag. AMK 11475 betreft een terrein met resten van versterkt huis 'Blokhoeve'.

Het betreft een begraven hofstede of een omgrachte boerderij. Het terrein waarop de hofstede heeft gelegen is grotendeels intact. Driekwart van de omgrachting is nog aanwezig. Deze is te herkennen aan de knotwilgen die erlangs groeien. Op het terrein staat de opvolger van de hofstede. Deze boerderij is echter niet van recente datum, zodat verwacht mag worden dat oudere resten nog aanwezig zijn. Op het erf staan weinig andere gebouwen. De boerderij is in gebruik als clubhuis van een golfbaan. De golfbaan ligt om het terrein heen, zodat eventuele andere sporen buiten de grachten verstoord zijn. De hofstede werd op de rand van een stroomrug gebouwd. AMK 5627 betreft een terrein van hoge archeologische waarde, met sporen van bewoning uit de late ijzertijd tot en met de late middeleeuwen. Mast 29 staat op dit AMK-terrein. Tabel 1. AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied.30 AMK-nummer 11888 11475 5627

Complextype Borg/stins/versterkt huis Borg/stins/versterkt huis Nederzetting, onbepaald

Begin Middeleeuwen laat Middeleeuwen laat IJzertijd laat

Eind Nieuwe tijd Nieuwe tijd Middeleeuwen laat

Gegevens uit Archis: archeologische waarnemingen Nabij mast 17 zijn vier geregistreerde vondstlocaties bekend (Tabel 2). OM-nummer 220957810: • Objectnummer 1088569. Diepteligging van de vindplaats: direct onder de bouwvoor. Landschappelijke ligging: oeverwal van de Blokstroomgordel. Het betreft zeven fragmenten handgevormd aardewerk uit de late ijzertijd/Romeinse tijd, en één fragment gedraaid roodbakkend aardewerk en enkele fragmenten houtskool. • Objectnummer 1087226. Diepteligging van de vindplaats: direct onder de bouwvoor. Landschappelijke ligging: oeverafzettingen, boven crevasse-afzettingen van de Blokstroomgordel. Vondstmateriaal: een fragment handgevormd aardewerk uit de late 30 https://archis.cultureelerfgoed.nl/zoekenenvinden/#/kaart. Geraadpleegd op 27-07-2021.

Blad 17 van 36

Antea Group Archeologie 2021/178 Bureauonderzoek projectnummer 471703 14 september 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

ijzertijd/Romeinse tijd en twee fragmenten roodbakkend aardewerk met een datering late middeleeuwen A tot nieuwe tijd C. Het aardewerk is aangetroffen in een donkergekleurd niveau direct onder de bouwvoor. Hoewel het slechts een fragment handgevormd aardewerk betreft kan niet worden uitgesloten dat het een vergelijkbare vindplaats als vindplaats 1 betreft. De donkere kleur van het niveau waarin het aardewerk is aangetroffen kan ook duiden op een oudere akkerlaag. Gezien het andere fragment aardewerk, daterend vanaf de late middeleeuwen B en het voorkomen van puinfragmenten op dit niveau kan het in dat geval een akkerlaag van na de ontginning van het gebied betreffen. • Objectnummer 1087228. Diepteligging van de vindplaats: de laag waarin het houtskool is aangetroffen bevindt zich tussen 0,8 en 1,1 m -mv (0,75 tot 1,0 m -NAP). Landschappelijke ligging: waarschijnlijk op de flank van een crevassegeul. Vondstmateriaal: in verschillende boringen is in en onder een vegetatieniveau houtskool gevonden. Het vegetatieniveau wordt geassocieerd met de top van geul- of oeverafzettingen van een crevasse-achtig systeem gerelateerd aan de Blokstroomgordel. Waarschijnlijk dateert het houtskool uit de bronstijd of vroege ijzertijd. Hoewel houtskool ook een natuurlijke oorsprong kan hebben, duidt het geconcentreerd voorkomen van houtskool mogelijk toch op antropogene activiteit ter plaatse.

OM-nummer 2978277100 betreft de vondst van keramiek uit de periode late ijzertijd tot en met de Romeinse tijd. Tussen mast 21 en 22 is een geregistreerde vondstlocaties bekend (OM-nummer 2842893100). Het betreft de vondst van middeleeuwse scherven op de verse slootwand (op een diepte van ca. 60-70 cm -mv) van een nieuw gegraven sloot en in de uitgegraven grond van de sloot. Het bodemprofiel was ter plaatse humeus, en bevatte scherven en houtskool. De vindplaats had een diameter van ca. 10 meter en lag in een relatief zeer laag gelegen komkleigebied. Tussen mast 23 en 24 zijn vier geregistreerde vondstlocaties bekend: • OM-nummer 2010673100 (binnen en nabij AMK 11475) betreft de vondst van de zuidelijke gracht van de begraven hofstad Blokhoeve (inclusief enkele Romeinse scherven behorende tot de nabijgelegen, in de jaren '80 opgegraven Romeinse nederzetting), en aardewerk en botmateriaal uit de ijzertijd-middeleeuwen. • OM-nummer 2245088100 betreft de vondst van bewoningssporen uit de late ijzertijd en de Romeinse tijd, aardewerk uit de middeleeuwen en sloten, greppels, kuilen en verstoringen uit de nieuwe tijd. • OM-nummer 2867071100 betreft de vondst van veel bewoningssporen uit de ijzertijdRomeinse tijd. • OM-nummer 2328478100, 3299425100 en 3987415100 worden in de volgende paragraaf besproken. Nabij mast 25 is een vondstlocatie geregistreerd (OM-nummer 3061795100).

Het betreft aardewerk en dierlijk bot uit de Romeinse tijd. OM-nummer 2904493100 bevindt zicht in het onderzoeksgebied rondom open ontgraving 4. Het betreft een stenen overkluizing; de richting van de overkluizing loopt vanaf stoep voor het gemeentehuis loodrecht op de wetering. De betreffende toog lag 1,35 m beneden het straatoppervlak en bestond uit nogal platte stenen; de breedte was ongeveer 80 tot 100 cm. Nabij mast 29 (binnen AMK 5627) zijn twee vondstlocaties geregistreerd (OM-nummer 2746138100 en 2746154100). Het betreffen meerdere fragmenten bot en keramiek uit de Romeinse tijd en de vondst van meerdere fragmenten aardewerk uit de late middeleeuwen.

Blad 18 van 36

Antea Group Archeologie 2021/178 Bureauonderzoek projectnummer 471703 14 september 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

Tabel 2. Archeologische waarnemingen binnen het onderzoeksgebied.31 OMObjectComplextype Begin Eind nummer nr 2010673100 1069583 moated site IJzertijd Nieuwe tijd laat 2010673100

1070121

2209578100

1087226

2209578100

1087228

2209578100

1088569

2245088100

1094849

2746138100

1040404

2746154100

10162

2842893100

1027679

2978277100

1061088

2904493100

1075839

2328478100

1095089

2867071100

1043871

2867071100

1043871

3061795100

1075839

3299425100 3987415100

Verwerving archeologisch: boring archeologisch: boring

Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald complextype niet te bepalen complextype niet te bepalen complextype niet te bepalen Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald complextype niet te bepalen complextype niet te bepalen Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald complextype niet te bepalen complextype niet te bepalen

IJzertijd

Vroege middeleeuwen

Romeinse tijd

Nieuwe tijd laat

Neolithicum

Vroege ijzertijd

IJzertijd

Romeinse tijd

IJzertijd

Late Middeleeuwen

Late ijzertijd

Romeinse Tijd

archeologisch: (veld)kartering

Late Middeleeuwen

Late Middeleeuwen

archeologisch: (veld)kartering

Late Middeleeuwen (B) Late ijzertijd

Late Middeleeuwen (B) Romeinse tijd

Vroeg Romeinse tijd IJzertijd

Nieuwe tijd laat

nietarcheologisch: kartering archeologisch: (veld)kartering nietarcheologisch archeologisch: begeleiding

IJzertijd

Romeinse tijd

archeologisch: opgraving

Nieuwe tijd vroeg Midden Romeinse tijd

Nieuwe tijd laat

1113644

-

Romeinse tijd

Romeinse tijd

1152665

-

Nieuwe tijd

Nieuwe tijd

archeologisch: opgraving nietarcheologisch: graafwerk archeologisch: begeleiding archeologisch: boring

Nieuwe tijd

Midden Romeinse tijd

archeologisch: boring archeologisch: boring archeologisch: boring archeologisch: opgraving

Gegevens uit Archis: eerdere onderzoeken Nabij mast 17 en 18 zijn vijf archeologische onderzoeken uitgevoerd (Tabel 3): 1.

OM-nummer 2082659100 betreft een archeologische kartering in het gebied Rijnenburg. 32 De veldkartering heeft een groot aantal vindplaatsen opgeleverd uit slechts twee perioden. Ongeveer 90% van alle vindplaatsen kan in de ijzertijd en/of Romeinse tijd

31 https://archis.cultureelerfgoed.nl/zoekenenvinden/#/kaart. Geraadpleegd op 27-07-2021. 32 Haarhuis en Graafstal, 1993.

Blad 19 van 36

Antea Group Archeologie 2021/178 Bureauonderzoek projectnummer 471703 14 september 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

2.

3.

4,5:

worden gedateerd. De overige sites zijn van laat-middeleeuwse oorsprong. Bijna alle gelokaliseerde nederzettingen uit de ijzertijd en Romeinse tijd lagen op de oevers van een restgeul. Deze situering betekent ook dat er organisch materiaal bewaard kan zijn gebleven in de vulling van de aangrenzende restgeulen. Dit verhoogt de waarde van de betreffende vindplaatsen. De laat-middeleeuwse sites concentreren zich grotendeels rond de oostelijke Nedereindse Weg (ca. 1,5 km ten zuiden van het onderhavige plangebied). OM-nummer 2209578100 betreft eveneens een groot archeologisch onderzoek binnen het gebied Rijnenburg, waarbij meerdere archeologische vondsten zijn gevonden (zie vorige paragraaf). Er is geen online rapport beschikbaar. OM-nummer 2167174100 betreft een bureau- en inventariserend veldonderzoek bij de Reinesteijnseweg 5.33 Op grond van het bureauonderzoek gold voor het plangebied een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de periode ijzertijd t/m late middeleeuwen, vanwege de ligging van het plangebied op de Blokstroomgordel. Bij het veldonderzoek zijn oever- op geulafzettingen aangetroffen. De oeverafzettingen werden afgedekt door een pakket opgebrachte grond van maximaal 0,6 m dik. De intacte oeverafzettingen hadden een dikte die varieerde tussen 0,8 en 1,5 m.

vervolgens zijn vanaf een diepte variërend van 1,65 tot 1,90 m -mv (0,64 en 0,96 m -NAP) geulafzettingen aangetroffen. In de oever- en geulafzettingen werden geen archeologische indicatoren aangetroffen. Ook zijn geen archeologisch kansrijke niveaus, zoals een archeologische laag of een laklaag, aangetroffen. Op grond van het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten wordt ten aanzien van het plangebied geen vervolgonderzoek aanbevolen. OM-nummer 4745112100 en 4745120100 betreffen een bureau- en inventariserend veldonderzoek bij de Reinesteijnseweg 4.34 In het plangebied zijn acht boringen gezet tot minimaal 30 cm in het beddingzand. Hieruit bleek dat de bodemopbouw bestond uit een pakket uiterst siltig en zwak tot sterk zandig klei op een pakket zwak siltig, matig fijn tot zeer grof zand. Dit was in overeenstemming met de verwachtte ligging van het plangebied op de Blokstroomgordel. Tijdens het booronderzoek zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van een restgeul. Er werd geadviseerd het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkelingen.

Rondom en tussen open ontgraving 3 en 4 zijn negen archeologische onderzoeken uitgevoerd (van OM-nummer 2010673100, 2040887100, 2148625100 en 2252531100 zijn geen online rapporten beschikbaar). OM-nummer 2187668100 betreft een proefsleuvenonderzoek bij de Blokhoeve.35 Het onderzoek heeft nederzettingssporen uit de Romeinse tijd opgeleverd. Het sporenbestand bestaat uit greppels, kuilen, paalkuilen en cultuurlagen. De conservering van de sporen is goed, hoewel plaatselijk verstoord. De vindplaats is gesitueerd op de binnenbocht van een geul die vermoedelijk in de Romeinse tijd nog enkel als een depressie in het landschap aanwezig was. Verwacht kan worden dat de nederzetting zich verder zuidwaarts uitstrekt. Het bijbehorende grafveld bevindt zich vermoedelijk in de omgeving van het Nieuwegeins Business Center waar tijdens de aanleg daarvan mogelijk resten van graven zijn aangetroffen. Het advies luidt dat de vindplaats behoudenswaardig is. Indien behoud in situ niet mogelijk zou zijn werd een vervolgonderzoek in de vorm van een opgraving aanbevolen. OM-nummer 2254662100 betreft een opgraving bij de Blokhoeve. Er werden naast sloten, greppels, kuilen en verstoringen uit de nieuwe tijd bewoningssporen uit de late ijzertijd en de Romeinse tijd aangetroffen.36 33 De Groot, 2007. 34

Barth, 2019.

35 Schurmans, 2008. 36 easy.dans.knaw.nl/ui/datasets/id/easy-dataset:47210/tab/1;jsessionid=6337449B88C5F7120866E8A160BDA585 (het

rapport is (tijdelijk) niet downloadbaar via de website).

Blad 20 van 36

Antea Group Archeologie 2021/178 Bureauonderzoek projectnummer 471703 14 september 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

OM-nummer 2328478100 betreft een archeologische begeleiding bij de atletiekbaan bij de Blokhoeve. Tijdens de begeleiding zijn naast kuilen en verstoringen uit de nieuwe tijd bewoningssporen uit de (pre-)Romeinse tijd en sloten uit de nieuwe tijd aangetroffen. De Romeinse bewoning heeft zich geconcentreerd op het centraal westelijke deel van het terrein. De bodemopbouw ter plaatse bestond uit sterk gelaagde bedding- en oeverafzettingen, variërend van pakketten zand tot zware zavel en op enkele plaatsen de (humeuze) kleipakketten van een restgeul.37 OM-nummer 3299425100 betreft een archeologische begeleiding bij de Blokhoeve, en overlapt grotendeels met AMK 11475. Tijdens de begeleiding zijn ondanks de vele recente verstoringen van kabels en leidingen, sporen van een greppel, een sloot en een kuil uit de Romeinse tijd en een greppel uit de nieuwe tijd aangetroffen. De vondsten van aardewerk en keramisch bouwmateriaal duiden er op dat er omstreeks de 2e eeuw na Christus een erf op de locatie is geweest. OM-nummer 3987415100 lag binnen het hiervoor genoemde plangebied, in de buitenbocht van een restgeul van de Blok stroomgordel. In de top van de natuurlijke oeverafzettingen zijn aanwijzingen voor een archeologische vindplaats (cultuurlaag en funderingsresten) aangetroffen die verband houden met de voormalige hofstede uit de nieuwe tijd.

De bovenste 0,3-0,6 m van de bodem bestond uit recent opgebrachte grond.38 Ten oosten van het Amsterdam-Rijnkanaal (open ontgraving 5 en 6, mast 27-30) zijn meerdere archeologische onderzoeken uitgevoerd. Van OM-nummer 2012293100 en 2043340100 is geen online rapporten beschikbaar. OM-nummer 4558108100 betreft een aanvullend archeologisch bureauonderzoek voor bedrijventerrein De Liesbosch.39 Het bleek dat de archeologische verwachting voor het noordelijke deel van het plangebied (tot en met de Ravenswade; nabij het onderhavige plangebied) laag was voor alle archeologische perioden. Daarom werd geadviseerd dat deel vrij te geven. OM-nummer 3999347100 betreft een archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek van het voormalige ‘The Greenery’ terrein en drie in de buurt gelegen zoekgebieden voor aansluitingen (gelegen aan de Ravenswade).40 Voor de rivierkomafzettingen gold een lage archeologische verwachting voor de periode neolithicum tot en met de nieuwe tijd. Deze werd geadviseerd vrij te geven. Voor de afzettingen behorende tot de Jutphaas (de bovenkant kan direct onder de bouwvoor voorkomen; tussen +1,7 tot -0,6 m NAP) gold een (middel)hoge archeologische verwachting voor de periode midden-neolithicum tot en met de Romeinse tijd.

In geval van bodemroerende ingrepen dieper dan 0,3 m –mv werd geadviseerd een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen uit te voeren. Voor de onderliggende pleistocene afzettingen (de bovenkant ligt tussen -4 en -2 m NAP; tussen 3 en 6 m –mv) gold een onbekende verwachting op het aantreffen van bewoningssporen uit het paleolithicum en het mesolithicum. In geval van bodemroerende ingrepen dieper dan 3 m –mv werd geadviseerd een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen uit te voeren. Bij het archeologisch vervolgonderzoek d.m.v. boringen ter plaatse van het voormalige ‘The Greenery’ terrein (OM-nummer 4008296100) werd aan het maaiveld een recentelijk geroerde laag van >2 m dik aangetroffen.41 Daaronder kwam klei, veen en gedeeltelijk geërodeerd pleistoceen dekzand voor (de top van het dekzand lag op ca. 5,4 m -mv, ca. -3,1 en -3,7 m NAP). Voor het dekzand werd de middelhoge archeologische verwachting voor de periode paleolithicum tot en het mesolithicum bijgesteld naar laag. 37 Williams-Kodde, 2012. 38

Coppens, 2016.

39 Visser en Schrijvers, 2017. 40 Visser, 2016. 41 Schrijvers en Visser, 2016.

Blad 21 van 36

Antea Group Archeologie 2021/178 Bureauonderzoek projectnummer 471703 14 september 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

OM-nummer 4591383100 betreft een archeologisch bureauonderzoek en booronderzoek voor een parkeerterrein bij de Veldwade.42 Op basis van het bureauonderzoek gold er een hoge archeologische verwachting voor de periodes ijzertijd en Romeinse tijd. Deze zouden zich kunnen bevinden aan de top van oeverafzettingen van de Jutphaas stroomgordel. Uit het booronderzoek bleek dat de oeverafzettingen geen kenmerken van bodemvorming of leeflagen vertoonden (de top van de oeverafzettingen bevond zich onder een recente ophooglaag tussen 0,9 en 1,2 m -mv; tussen 0,9 en 0,5 m NAP). Ook zijn er geen archeologische indicatoren aangetroffen (mogelijk door recente vergravingen). Ook op de beddingafzettingen zijn geen kenmerken van bodemvorming aangetroffen (de top van de beddingafzettingen bevond zich tussen 1,6 en 2,1 m -mv; tussen 0,2 en -0,3 m NAP). Er werd geadviseerd het plangebied vrij te geven. OM-nummer 4604001100 betreft een archeologisch bureauonderzoek voor een gedeelte van de ring Utrecht, waarvan het zuiden van plangebied 2 en het westen van plangebied 3 overlappen met het onderhavige onderzoeksgebied.43 Voor deze overlappende zones gold een archeologische verwachting voor het (laat-)paleolithicum en mesolithicum en de periode tussen de ijzertijd en de Romeinse tijd, op of in de top van de pleistocene afzettingen, tussen 3,5 en 4,3 m-mv.

De kans op het voorkomen van de resten is middelhoog, vanwege het ontbreken van archeologische waarnemingen uit deze periode, die mogelijk op grote diepte zouden kunnen liggen. Omdat het archeologisch niveau dieper ligt dan de maximale diepte van de voorgenomen werkzaamheden werd hier geen vervolgonderzoek geadviseerd. OM-nummer 4631607100 betreft een archeologisch booronderzoek voor en watergang langs de Veldwade.44 Op basis van het bureauonderzoek (OM-nummer 4602252100) gold er een hoge archeologische verwachting voor de periodes ijzertijd en de Romeinse tijd, en een middelhoge archeologische verwachting voor de periode tussen het midden-neolithicum en de late bronstijd, vanwege de aanwezigheid van stroomgordelafzettingen binnen 50 cm beneden maaiveld. Er gold een lage archeologische verwachting voor de periodes middeleeuwen en de nieuwe tijd. Uit het booronderzoek bleek dat de oorspronkelijke bodemopbouw is verstoord tot een diepte van 80 tot 150 centimeter beneden maaiveld. Bij deze verstoringen is de top van de natuurlijke oeverwal verstoord geraakt. De top van de oeverafzettingen is vergraven en vervangen door bouwzand met puin. Er werd geadviseerd het plangebied vrij te geven.

OM-nummer 4653997100 betreft een bureauonderzoek voor Stedin Westraven.45 Het plangebied ligt binnen komafzettingen met een lage archeologische verwachting voor de periode vanaf het neolithicum tot en met de nieuwe tijd. Er werd daarom geadviseerd om het plangebied vrij te geven. OM-nummer 4919239100 betreft een archeologisch bureauonderzoek voor Veldwade 8; het plangebied ligt binnen AMK 5627.46 De vindplaats is in 1978 op basis van een oppervlaktekartering vastgesteld dat plaatsvond eind jaren 70 van de 20e eeuw. In de periode daarna (jaren 90 van de 20e eeuw) is in de omgeving van het plangebied het huidige bedrijventerrein tot stand gekomen. Voorafgaand aan de ontwikkeling van het bedrijventerrein heeft mogelijk kleiwinning plaatsgevonden ten behoeve van de baksteenindustrie (ter plaatse van het plangebied). Hierbij zou een deel van de oeverafzettingen zijn afgetiggeld, waarbij het goed mogelijk is dat eventueel aanwezige archeologische resten zijn verwijderd/beschadigd, 42 Weerheijm en Van Puijenbroek, 2018. 43

Schutte, 2018.

44 Weerheijm et al., 2018. 45 Van der Roest, 2019. 46 Satijn en Van Puijenbroek, 2021.

Blad 22 van 36

Antea Group Archeologie 2021/178 Bureauonderzoek projectnummer 471703 14 september 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

omdat Romeinse resten verwacht worden in de top van de oeverafzettingen. Ten behoeve van de aanleg van het bestaande bedrijventerrein is het maaiveld opgehoogd (zie OM-nummer 4591383100). Geadviseerd werd om het plangebied vrij te geven. OM-nummer 4931178100 betreft een archeologisch booronderzoek voor Veldwade 14-16; het plangebied overlapt met AMK 5627.47 Uit de eerste bevindingen blijkt dat de intacte top van de oeverafzettingen is aangetroffen op een diepte tussen 1,15 en 1,8 m-mv. Dit is dieper dan verwacht maar komt door de aanwezigheid van een pakket opgebracht zand. Aangezien er geen overige sporen van bodemvorming binnen het pakket oeverafzettingen zijn aangetroffen, kan de verwachting op archeologische resten uit het laat-neolithicum en de bronstijd worden bijgesteld naar laag. Wel geldt er nog steeds een hoge verwachting voor nederzettingsresten en sporen van landgebruik uit de periode ijzertijd, Romeinse tijd en late middeleeuwen. De verwachting op archeologische resten uit de overige perioden is laag. OM-nummer 5134609100 betreft een archeologisch bureauonderzoek voor een tracé tussen Houten en Nieuwegein, waarvan het noordwestelijke gedeelte overlapt met het onderhavige onderzoeksgebied.48 Uit de eerste resultaten blijkt dat er voor de pleistocene zandgronden een archeologische verwachting geldt voor het (laat) paleolithicum.

Ook geldt er een verwachting voor resten uit het neolithicum tot en met de Romeinse tijd (en eventueel middeleeuwen), welke samenhangt met de aanwezigheid van de Jutphaas stroomgordel. Resten uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd kunnen direct onder het maaiveld worden verwacht. Tabel 3. Eerder uitgevoerde onderzoeken binnen onderzoeksgebied.49 OM-nummer Archis2 Betrokken(e) Verwerving 2010673100 2998 RAAP Archeologisch archeologisch: boring Adviesbureau 2012293100 3298 RAAP Archeologisch archeologisch: boring Adviesbureau 2040887100 2631 ADC ArcheoProjecten archeologisch: begeleiding 2043340100 5574 Archis beheer archeologisch: (veld)kartering 2082659100 4411 RAAP Archeologisch archeologisch: boring Adviesbureau 2148625100 21524 BAAC BV archeologisch: boring 2167174100 24112 RAAP Archeologisch archeologisch: boring Adviesbureau 2187668100 27096 VUhbs archeologie archeologisch: proef-put-ten/proefsleuven 2209578100 30252 RAAP Archeologisch archeologisch: boring Adviesbureau 2252531100 36252 BAAC BV archeologisch: bureauonderzoek 2254662100 36540 ADC ArcheoProjecten archeologisch: opgraving 2328478100 46609 ADC ArcheoProjecten archeologisch: begeleiding 3299425100 ADC ArcheoProjecten archeologisch: begeleiding 3987415100 RAAP Archeologisch archeologisch: boring Adviesbureau 3999347100 Vestigia BV archeologisch: bureauonderzoek 4008296100 Vestigia BV archeologisch: boring

4558108100 Vestigia BV archeologisch: bureauonderzoek 4591383100 Vestigia BV archeologisch: boring 4602252100 Vestigia BV archeologisch: bureauonderzoek

47 https://archisarchief.cultureelerfgoed.nl/Archis3/Zaakdocumenten/493/4931178/afm/Veldwerk_4931178100.pdf. 48 Uffink en Brokke, in prep. 49 https://archis.cultureelerfgoed.nl/zoekenenvinden/#/kaart. Geraadpleegd op 27-07-2021.

Blad 23 van 36

Antea Group Archeologie 2021/178 Bureauonderzoek projectnummer 471703 14 september 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

4604001100 4631607100 4653997100 4745112100 4745120100 4919239100 4931178100 5134609100

3.2

-

Econsultancy BV Vestigia BV Geonius Bureau voor Archeologie Bureau voor Archeologie Vestigia BV Transect Antea Group Archeologie

archeologisch: bureauonderzoek archeologisch: boring archeologisch: bureauonderzoek archeologisch: bureauonderzoek archeologisch: boring archeologisch: bureauonderzoek archeologisch: boring archeologisch: bureauonderzoek

Ondergrondse bouwhistorische waarden Er zijn geen ondergrondse bouwhistorische waarden bekend.

Blad 24 van 36

Antea Group Archeologie 2021/178 Bureauonderzoek projectnummer 471703 14 september 2023 revisie 01 TenneT TSO B.V.

4

Archeologische verwachting

4.1

Bestaande verwachtingskaarten Provinciale verwachtingskaart De Provincie Utrecht beschikt over een archeologische waardenkaart. 50 Hierop zijn binnen het plangebied de twee AMK-terrein weergegeven (zie ook Hoofdstuk 3.1). Ook is te zien dat het oostelijke gedeelte van het tracé, ten oosten van het Amsterdam-Rijnkanaal, binnen de Nieuwe Hollandse Waterlinie valt. Gemeentelijke verwachtingskaart Utrecht Volgens de archeologische waardenkaart van de gemeente Utrecht (2009) valt het agrarische perceel met het werkterrein en de open ontgraving bij mast 17 in een gebied met hoge archeologische verwachting.51 Er geldt een vergunningsplicht vanaf 30 cm diepte ten opzichte van maaiveld, of wanneer het oppervlak groter is dan 1.000 m2. Het cultuurtechnisch herstel tot een diepte tussen 80-90 cm beneden maaiveld, en over een oppervlakte van ca. 14.000 m2, is dus vergunningsplichtig. Gemeentelijke verwachtingskaart Nieuwegein De archeologische beleidskaart52 van de gemeente Nieuwegein is gebaseerd op drie archeologische verwachtingskaarten, voor de periode prehistorie tot en met de Romeinse tijd; middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd; en de Tweede Wereldoorlog.53 Voor de AMK-terreinen geldt er een hoge archeologische verwachting voor alle perioden.

• Prehistorie tot en met de Romeinse tijd: Voor de Blokstroomgordel en de Jutphaasstroomgordel (Afbeelding 5) geldt er een middelhoge archeologische verwachting voor de periode midden neolithicum tot en met de late bronstijd en een hoge archeologische verwachting voor periode de ijzertijd tot en met de Romeinse tijd. Voor het onderliggende dekzand geldt er een onbekende archeologische verwachting voor de periode paleolithicum tot en met het mesolithicum. Volgens de archeologische beleidskaart geldt dat er bij bodemingrepen dieper dan 30 cm -mv en plangebieden groter dan 500 m² vroegtijdig inventariserend onderzoek moet worden uitgevoerd. Voor de rest van het tracé geldt er een lage archeologische verwachting. Volgens de archeologische beleidskaart geldt dat er bij bodemingrepen dieper dan 150 cm -mv en plangebieden groter dan 10.000 m² vroegtijdig inventariserend onderzoek moet worden uitgevoerd. • Middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd: Alleen voor de ontginningsassen en historische terreinen geldt er een hoge archeologische verwachting voor de periode middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Nabij het plangebied is dit een zone rondom de Galecopperdijk, tussen mast 21 en 22, en waar het tracé verder d.m.v. een gestuurde boring (HDD) wordt aangelegd. Ook betreft het de Jeroen Boschhage, gelegen ten zuiden van de Galecopperlaan en ten zuiden van het tracé.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=9ef45e45-07f2-4104-a3fd-651f9c152098