CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-016 Bijlage 3- 2. Rapport Maatschappelijke taken biodiversiteit

Raadsvergadering 21 maart 2024, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Omgevingsprogramma Natuur in de stad11.451 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2024-016 Bijlage 3-2

adviesrapport Biodiversiteit in de gemeente Nieuwegein

Maatschappelijke taken rondom natuur en biodiversiteit in Nieuwegein

Gemeente Nieuwegein, mw. M. Roubos

Definitief

Barchman Wuytierslaan 10 3818 LH Amersfoort T 0384236464

Colofon

E info@ecogroen.nl I www.ecogroen.nl

Biodiversiteit in de gemeente Nieuwegein

Maatschappelijke taken rondom natuur en biodiversiteit in Nieuwegein

20-264

22 maart 2021

Definitief

F.A. (Floris) Jansen en S.E. (Sebastiaan) Kraaijeveld

H.J. (Erik) Riphagen

Gemeente Nieuwegein, mw. M. Roubos

©Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. Jansen, F.A. & Kraaijeveld, S.E. (2021). Biodiversiteit in de gemeente Nieuwegein. Maatschappelijke taken rondom natuur en biodiversiteit in Nieuwegein. Rapport 20-264. Ecogroen bv Zwolle.

Inhoud Samenvatting

4

1.

Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doelstelling 1.3 Werkwijze 1.3.1 Bureaustudie 1.3.2 Werksessies en interviews 1.4 Leeswijzer

7 7 7 8 8 8 8

2.

Maatschappelijke taken gemeenten 2.1 Algemeen 2.2 Beleid 2.3 Projecten en plannen 2.4 Beheer openbare ruimte 2.5 Informeren en faciliteren 2.6 Monitoring

9 9 10 10 11 11 12

3.

Invulling gemeente Nieuwegein 3.1 Stand van zaken 3.1.1 Beleid 3.1.2 Plannen en projecten 3.1.3 Beheer openbare ruimte 3.1.4 Informeren en faciliteren 3.2 Analyse 3.2.1 Sterke punten 3.2.2 Verbeterpunten en kansen

13 13 13 16 17 18 20 20 21

4.

Conclusie en advies 4.1 Conclusies 4.1.1 Beleid 4.1.2 Plannen en projecten, beheer openbare ruimte 4.1.3 Informeren en faciliteren 4.2 Advies 4.2.1 Beleid 4.2.2 Plannen, projecten en beheer 4.2.3 Informeren en faciliteren

23 23 23 23 23 23 23 27 27

Geraadpleegde bronnen

28

Bijlagen

Biodiversiteit in de gemeente Nieuwegein

Samenvatting Aanleiding en werkwijze Gemeente Nieuwegein voelt een maatschappelijke verantwoordelijkheid om de natuurwaarden en biodiversiteit in de gemeente te verhogen. Er wordt al veel gedaan in Nieuwegein aan biodiversiteit, maar het beeld van de mogelijkheden en samenhang ontbreekt. Ecogroen heeft daarom in beeld gebracht welke opties er zijn, welke acties al door de gemeente worden uitgevoerd en waar verbeterpunten en kansen liggen. Voorliggende rapportage is bedoeld voor bestuur en betrokken medewerkers van de gemeente om een verdere koers te bepalen om de natuurwaarden in de gemeente te versterken. Resultaten Het biodiversiteitsbeleid van de provincie Utrecht is uitgewerkt in de natuurvisie 2017 van de provincie, specifiek in het Supplement biodiversiteit (zie bijlage 2). Relevante speerpunten vanuit provinciaal beleid zijn het uitvoeren van soortgerichte maatregelen (Utrechtse aandachts- en icoonsoorten), behoud van natuurparels (zoals het fort, park, kanaal Nieuwegein), maatregelen in het stedelijk gebied voor vergroten natuurbeleving, gezonde leefomgeving en klimaatadaptatie en het bestrijden van invasieve exoten. Gemeente Nieuwegein heeft beleid rondom biodiversiteit verweven in het Groenstructuurplan 2017 en in diverse visies: visie klimaatadaptie en de omgevingsvisie.

Belangrijke taken van gemeenten rond biodiversiteit zijn het opstellen en uitvoeren van gemeente-specifiek biodiversiteitsbeleid, uitvoeren van maatregelen in het openbaar domein (door projecten en beheer) het stellen van eisen bij stadsontwikkeling, het informeren en faciliteren van burgers bij eigen initiatief door middel van onder andere educatie en subsidies en het monitoren van de toestand van de biodiversiteit in de gemeente. Taken die al geregeld of opgepakt zijn: • Opstellen van globaal beleid, onder andere: groenstructuurplan, omgevingsvisie en visie klimaatadaptatie; • Biodiversiteitmaatregelen inpassen in beheer openbare ruimte, exotenbestrijding; • Biodiversiteitmaatregelen inpassen in stadontwikkelingsprojecten; • Subsidies en ondersteuning bij burgerinitiatieven; • Educatie.

Taken waar verbetering mogelijk is: 1. Er is nog geen concreet handelingskader met doelstellingen en ambities ten aanzien van biodiversiteit waarbinnen maatregelen worden uitgevoerd. Hiervoor is concreter beleid noodzakelijk. 2. Er bestaat binnen de organisatie een behoefte aan een betere coördinatie voor het uitvoeren van beleidsmaatregelen. 3. Om gerichte maatregelen voor het verbeteren van biodiversiteit te kunnen uitwerken is kennis nodig. Er is nu bijvoorbeeld geen actueel beeld van aanwezige natuurwaarden en effecten van maatregelen op natuurwaarden worden niet gemonitord. 4. De meeste maatregelen worden bekostigd door werk met werk te maken of zijn gericht op behouden van de natuurwaarde die er nu al is. Er is beperkt budget beschikbaar om aanvullende maatregelen uit te voeren specifiek gericht op de maatschappelijke verantwoordelijkheid die de gemeente heeft ten aanzien van biodiversiteit. 5. Burgers en andere initiatiefnemers kunnen actiever worden benaderd met informatie (concrete maatregelen) over wat zij zelf kunnen bijdragen aan biodiversiteit. Aanbevelingen vervolgstappen: Wanneer het (bestuurlijk) gewenst is om de verbeteringen door te voeren, zijn een aantal vervolgstappen aanbevolen. Deze zijn te verdelen in drie pijlers: Beleid 1.

Zorg voor de juiste vakkennis (ecoloog) in de organisatie en/of voor een coördinator om monitoring, maatregelen en aandachtspunten vakkundig te begeleiden. 2. Werk het bestaande globale beleid verder uit in een uitvoeringsprogramma waarbij de volgende stappen worden gevolgd: 1. Het uitvoeren van een verkenning van doelen en natuurwaarden waarop de gemeente in wil spelen. Geadviseerd wordt om hierbij het provinciale beleid (onder andere Supplement Biodiversiteit: aandachtsoorten en icoonsoorten) en eigen beleidsstukken te raadplegen. Per soort kunnen doelen worden gesteld. Bijvoorbeeld op basis van populatiegrootte of de grote en kwaliteit van het leefgebied. 2. Inventariseer de (globale) verspreiding van de in stap 1 vastgestelde natuurwaarden in de gemeente. 3. Realiseer een kansenkaart waarop te zien is in welke gebieden ingespeeld kan worden op bepaalde natuurwaarden. Zo kan bijvoorbeeld in het stedelijk gebied met jaren 30 woningen ingespeeld worden op nestplaatsen van gierzwaluw en huismus en in het buitengebied op bepaalde amfibieën. 4. Bepaal aan de hand van stap 1 t/m 3 ambities en concrete doelen en prioriteer. De nadruk kan bijvoorbeeld komen te liggen bij soorten waar het slecht mee gaat, in gebieden die soortenarm zijn of bij kansrijke maatregelen in gebieden die ontwikkeld worden voor andere doelen zoals klimaatadaptatie.

Maak hierbij gebruik van bestaande beleidskaders uit het natuurbeleid van de provincie en gemeentelijke visies. 5. Stel per doelstelling een programma met concrete en meetbare maatregelen op voorzien van planning en budget en benoem een verantwoordelijke voor de uitvoering. Hierdoor kunnen de maatregelen eenvoudig worden geïmplementeerd bij uitwerking van projecten en plannen of overige initiatieven. Een doelstelling is bijvoorbeeld een toename van het aantal broedende gierzwaluwen met 50 broedgevallen door het plaatsen van 200 nestkasten in 5 jaar, te realiseren via maatregel x / y /z. Leg genomen maatregelen vast (bijvoorbeeld in een web viewer) zodat ook later voor de monitoring bijgehouden kan worden waar en waarvoor maatregelen zijn genomen. 6. Voortgang van de geformuleerde doelstellingen dienen gemonitord te worden. Op basis van deze monitoring kan bepaald worden of de doelstelling is behaald of dat bijgestuurd moet worden. Aanbevolen wordt om de monitoring door een deskundig bureau te laten uitvoeren.

3. Zet in op actieve(re) communicatie aan burgers, bijvoorbeeld door gebruik te maken van social media. Werk hierbij concrete maatregelen uit of verwijs naar bestaande informatie over wat mensen zelf kunnen bijdragen aan biodiversiteit en maak mensen bewust van het belang hiervan. Plannen, projecten en beheer De maatrelen die uit het beleid voortkomen dienen geïmplementeerd te worden door de gemeente als initiatiefnemer van plannen, projecten en beheer. Dit betekent ook dat de gemeente hier extra budget aan dient te koppelen. Informeren en faciliteren Geadviseerd wordt om burgers actiever te informeren over het belang van biodiversiteit en maatregelen die zij hierin zelf kunnen nemen. De gemeente kan hierin actief optreden door uitbreiding van de bestaande websites / webpagina’s met aanvullende informatie en downloads maar ook door benaderen van burgers via social media. In aanvulling daarop kan de gemeente faciliteren door het geven van adviezen, het beschikbaar stellen van subsidies of verwijzen naar subsidiemogelijkheden van derden.

Biodiversiteit Biodiversiteit inin dede gemeente gemeente Nieuwegein Nieuwegein

1. Inleiding

1.1

Aanleiding Ontwikkelingen in de wereld, die veelal het gevolg zijn van menselijke expansie, hebben geleid tot veranderingen van klimaat, natuur en de kwaliteit van onze leefomgeving. Door de toegenomen uitstoot van broeikasgassen warmt onze aarde op en ontstaan meer extremen in het weer: warme perioden in het voorjaar en de zomer met langdurige droogte worden afgewisseld door natte zachte winters en perioden met extreem veel neerslag. Daarnaast zien we een afname van de soortenrijkdom in de natuur als gevolg van habitatverlies, versnippering van leefgebieden, neerslag van stikstof, het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en milieuverontreinigingen. Enerzijds bestaat de behoefte om verandering van het klimaat en verarming van biodiversiteit een halt toe te roepen. Dit uit zich in maatregelen als het wettelijk beschermen van soorten, uitvoeren van natuurherstelprojecten en het maken van afspraken over de reductie van broeikasgassen als CO2. Anderzijds wordt de noodzaak tot aanpassing aan klimaatextremen, ook wel klimaatadaptie genoemd, urgenter en wordt gekeken naar oplossingen als hittebestendig bouwen, waterberging en dijkverzwaringen. Deze behoeften werken door op diverse niveaus in onze samenleving. Zowel mondiaal als lokaal staan de thema’s biodiversiteit, klimaat en leefbaarheid hoog op agenda’s.

Ook de gemeenten Nieuwegein ervaart maatschappelijke verantwoordelijkheid. Daarom wil de gemeente meer grip op in hoe zij invulling geeft aan de thema’s natuur en biodiversiteit, zodat zij deze kan ondersteunen en een bijdrage kan leveren aan de fysieke en mentale volksgezondheid van inwoners.

1.2

Doelstelling De doelstelling van dit rapport is meerledig. Het eerste doel is het inzichtelijk maken van taken waarvoor gemeenten op het vlak van natuur en biodiversiteit verantwoordelijkheid dragen. Het tweede doel is om een overzicht te creëren van wat Nieuwegein al doet op dit vlak. Daarbij wordt ook onderzocht wat er binnen de gemeente op de werkvloer leeft en welke knelpunten, verbeterpunten en kansen medewerkers van de gemeente zien. Het derde doel is het trekken van conclusies over de stand van zaken en het uitbrengen van advies over mogelijk te nemen vervolgstappen die kunnen bijdragen aan de verbetering van natuur en biodiversiteit in Nieuwegein. Ons advies kan dienen als onderbouwing van (bestuurlijke) keuzes.

07

Biodiversiteit in de gemeente Nieuwegein

1.3

Werkwijze

1.3.1

Bureaustudie Relevant en actueel beleid ten aanzien van natuur en biodiversiteit is in beeld gebracht aan de hand van een bureaustudie. Beleid en afspraken op het gebied van biodiversiteit spelen op vele schaalniveaus en komen voort uit internationale afspraken. Om een algemeen beeld te krijgen van relevant beleid, plannen op diverse schaalniveaus en de aanpak van andere overheden zoals de provincie Utrecht en gemeenten in de omgeving zijn beschikbare literatuur en diverse websites geraadpleegd.

1.3.2

Werksessies en interviews De actuele stand van zaken binnen de gemeente is aan de hand van werksessies met medewerkers van diverse afdelingen onderzocht. Betrokken afdelingen zijn: Openbaar Domein (OD), Ruimtelijk Domein (RD), Sociaal Domein (SD), Toezicht Veiligheid en Leefbaarheid (TVL) en Communicatie, Juridische Zaken (CJZ). Er is met de medewerkers gesproken over: • ambities ten aanzien van natuur en biodiversiteit; • maatschappelijke taken / projecten / initiatieven die nu al worden uitgevoerd; • verbeterpunten en behoeften binnen de organisatie; • mogelijke kansen; • aanvullende maatregelen die wenselijk zijn of nodig worden geacht. Waar nodig zijn aanvullend één op één gesprekken gevoerd met medewerkers om de maatregelen scherper te formuleren. Om een beeld te krijgen welke onderwerpen en oplossingsrichtingen rond natuur en biodiversiteit binnen de gemeente politiek leven is de verantwoordelijk wethouder geïnterviewd. De verzamelde informatie is geïnterpreteerd en verwerkt in hoofdstukken 4 en 5. De opgehaalde informatie en kennis is geanalyseerd en aangevuld met de bij Ecogroen aanwezige kennis op gebied van natuur en biodiversiteit. Op basis van deze analyse zijn conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan en is een advies geformuleerd met hierin mogelijke vervolgstappen.

1.4

Leeswijzer In hoofdstuk 2 gaan we in op de diverse maatschappelijke taken van gemeenten die op het gebied van biodiversiteit en natuur van toepassing (kunnen) zijn. Deze komen deels voort uit (inter)nationale en provinciale afspraken en beleid. Een beschrijving hiervan is opgenomen in bijlage 2. Hoofdstuk 3 beschrijft de huidige stand van zaken bij gemeente Nieuwegein op grond van de werksessies en interviews: welk beleid is al van kracht, welke projecten en initiatieven lopen er al, waar liggen verbeterpunten en kansen. In hoofdstuk 4 worden de uitkomsten als beschreven in hoofdstuk 3 geanalyseerd, conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan voor het vervolg. Hoofdstuk 5 omvat de bronvermelding.

08

Biodiversiteit Biodiversiteitininde degemeente gemeenteNieuwegein Nieuwegein

2. Maatschappelijke taken gemeenten 2.1

Algemeen Gemeenten worden gezien als een belangrijke speler in de uitwerking en uitvoering van het landelijk en provinciaal biodiversiteitsbeleid (zie bijlage 2). Zij zijn nauw betrokken bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte, kunnen beleidskaders vastleggen en hebben een breed netwerk van bestuurders, burgers, bedrijven, andere overheden en maatschappelijke organisaties. Ook kunnen gemeenten via vergunningprocedures en subsidieregelingen sturen op natuur en biodiversiteit. De aandacht die gemeenten hebben voor natuur en biodiversiteit komt hoofdzakelijk voort uit een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Redenen om (beleids-)maatregelen voor het herstel van biodiversiteit te nemen zijn: • Biodiversiteit en natuur draagt bij aan de leefbaarheid in een gemeente en gezondheid van de burgers: een soortenrijke groene leefomgeving geeft mogelijkheden voor burgers om te recreeren, sporten en ontspannen en kan werken als een buffer tegen klimaat extremen (klimaatadaptie/hittestress), luchtvervuiling en geluidsoverlast.

Vanuit de Wet publieke gezondheid is het opstellen van integraal beleid om de gezondheid van bewoners te versterken een belangrijke taak van gemeenten; • Biodiversiteit en groen in de gemeente draagt bij aan een aantrekkelijk (vestigings)klimaat voor wonen en werken en daarmee aan de economische waarde van de gemeente: een aantrekkelijke woonomgeving met veel groen kan de waarde van woningen doen toenemen; • Een gezond ecologisch systeem in de stad draagt bij aan belangrijke fysieke ofwel regulerende functies. Ecologisch gezond water houdt zichzelf zuiver en is gezonder voor mens en dier; een robuuste en gevarieerde groenstructuur reinigt lucht, vangt stof, bevordert de waterafvoer bij regen, remt wind, reguleert temperatuur en isoleert geluid; • Nederland is mede ondertekenaar van het biodiversiteitsverdrag, gemeenten dienen vanuit oogpunt van medebewind ook hun steentje bij te dragen aan de realisatie van biodiversiteitsdoelstellingen die zijn uitgewerkt in nationaal en provinciaal beleid. Verder heeft de gemeente in het kader van de Wet natuurbescherming rekening te houden met de bescherming van natuurwaarden – dit rapport gaat echter in op de maatschappelijke taken en niet op de wettelijke taken & verplichtingen. Veel gemeenten in Nederland geven al invulling aan biodiversiteitsbeleid.

In bijlage 3 worden een aantal praktijkvoorbeelden beschreven van gemeenten binnen de provincie Utrecht. Belangrijke punten die hieruit naar voren komen zijn de benadering van natuur en biodiversiteit als een economisch model, het uitwerken van biodiversiteitsbeleid in concrete maatregelen of uitvoeringsprogramma’s en het actief betrekken van burgers en organisaties bij het uitwerken van beleid.

09

Biodiversiteit in de gemeente Nieuwegein

Gemeenten kunnen dus in diverse rollen taken uitvoeren die bijdragen aan het behoud en herstel van biodiversiteit. De belangrijkste daarvan zijn hierna per thema beschreven. Figuur 2.1 geeft een schematische weergave van de diverse taken.

Beleid

•Ambities, doelstellingen (overkoepelend) •Kader: maatregelen (SMART), kosten, planning

koppelen biodiversiteit, kaders stellen Projecten, plannen •Integreren/ •Maatregelen ter bevordering zelf uitvoeren

Beheer

•Soortgerichte beheermaatregelen •Behoud bestaande natuurwaarden in beheer

Faciliteren

•Subsidieregelingen voor (burger)initiatieven •Grond of kennis ter beschikking stellen

Informeren

•Actief communiceren met burgers, educatie •Kaders stellen bij gebiedsontwikkeling

Monitoring

•Soortenrijkdom gemeente •Effect maatregelen

Figuur 2.1. Schematisch overzicht maatschappelijke taken gemeenten op gebied van natuur en biodiversiteit.

2.2

Beleid Als overheidsinstantie hebben gemeenten een belangrijke taak in het opstellen van beleid voor maatschappelijke vraagstukken. Gemeentelijk beleid is toegespitst op lokale situaties en daarmee van directie invloed op de leefomgeving. Er zijn veel verschillende beleidsmaatregelen en instrumenten te bedenken die kunnen bijdragen aan verbetering van biodiversiteit. Het is van belang om hierin prioriteiten te stellen en zinvolle maatregelen uit te werken die passen bij de gemeente. Er kan worden ingespeeld op actuele ontwikkelingen in lokale soortenpopulaties, aanwezige (natuur)potenties en maatregelen die aanslaan bij andere organisaties, bedrijven en burgers. De onderwerpen waarop wordt ingespeeld, de daarbij in te zetten maatregelen, planning en instrumenten zoals communicatie en financiële middelen dienen hierbij verder te worden uitgewerkt. Bij het formuleren van beleid is het raadzaam om kennis van deskundigen op gebied van ecologie en biodiversiteit te betrekken en gebruik te maken van de ervaringen van andere vergelijkbare gemeenten die hiermee al ervaring hebben opgedaan. Verder kan input worden gevraagd bij betrokken (maatschappelijke) organisaties en burgers waarmee wordt bijgedragen aan het draagvlak. De beleidsmatige kaders geven houvast voor de uitvoering hiervan.

2.3

Projecten en plannen Bij diverse plannen en projecten die de gemeente ruimtelijk toetst of uitvoert heeft zij een rol in de realisatie van maatregelen op het gebied van natuur en biodiversiteit. Dit kan op vele manieren. Bijvoorbeeld kan het gaan om projecten die als op zichzelf staand doel hebben om de biodiversiteit of natuurwaarde te verhogen, te denken aan natuurontwikkelingsprojecten, inrichten van ecologische

10

Biodiversiteit in de gemeente Nieuwegein

verbindingszones, aanleg van faunapassages en soort-specifieke maatregelen zoals het graven van poelen voor amfibieën of inrichten van een vleermuisbunker. Bij veel initiatieven en projecten kan het verbeteren van natuurwaarden en biodiversiteit worden gekoppeld aan andere opgaven. In bestekken en bij aanbestedingen wordt bijvoorbeeld rekening gehouden met biodiversiteit door natuurvriendelijk te bouwen, soortgerichte maatregelen te integreren in bouwplannen en ontwikkelplannen voor de groene ruimte zoals parken en recreatieterreinen.

2.4

Beheer openbare ruimte Een gemeente heeft een belangrijke rol in het beheer van de openbare ruimte. Ook hier kan actief worden ingespeeld op het verhogen van natuurwaarden en biodiversiteit. In veel gemeenten wordt dit al toegepast. Voorbeelden zijn ecologisch berm-, oever en groenbeheer (zie figuur 2.2), hondenbeleid, toepassen soortgerichte maatregelen in het beheer, ten behoeve van flora, insecten enzovoorts. Ook het bestrijden van exoten zoals Japanse duizendknoop en Amerikaanse vogelkers is een beheertaak die bijdraagt aan de biodiversiteit omdat hiermee de ontwikkeling van monocultuur wordt tegengegaan.

Figuur 2.2. Voorbeeld ecologisch bermbeheer (Bron: gemeente Nieuwegein).

2.5

Informeren en faciliteren Doorgaans hebben gemeenten een breed netwerk en kennis in huis op het gebied van communicatie met burgers. Gemeenten kunnen communicatiemiddelen inzetten om burgers te informeren, bewustwording te creëren, te laten meedenken in de planvorming (burgerparticipatie) en mensen te stimuleren om zelf initiatieven te nemen. Daarnaast kan de gemeente faciliteren door bijvoor-

11

Biodiversiteit in de gemeente Nieuwegein

beeld via regelingen eigendommen in de buitenruimte beschikbaar te stellen voor burgerinitiatieven die bijdragen aan biodiversiteit zoals bijvoorbeeld insecten vriendelijk beheer van de openbare ruimte door bewoners of groene belangengroepen en ecologische inpassing van volkstuinen. Een extra financiële stimulans voor dergelijke projecten kan worden ingezet via gemeentelijke subsidieregelingen.

2.6

Monitoring Naast het opstellen van beleid en nemen van concrete maatregelen is monitoring ook een relevant aspect dat vaak minder aandacht krijgt. Monitoring kan worden ingezet om een beeld te vormen van de soortenrijkdom in de gemeenten en daarmee inzicht te krijgen in de staat van diverse soorten. Op grond van de verkregen informatie kan er beter worden geprioriteerd bij het inzetten van specifieke maatregelen. Daarnaast kan door monitoring worden bepaald of uitgevoerde maatregelen het beoogde effect hebben en kan op basis van de uitkomsten maatschappelijke verantwoording worden afgelegd over het nut van investeringen.

12

Biodiversiteit Biodiversiteitininde degemeente gemeenteNieuwegein Nieuwegein

3. Invulling gemeente Nieuwegein In voorgaand hoofdstuk is een indeling gemaakt van vijf thema’s waarbinnen taken van de gemeente voor het bevorderen van natuur en biodiversiteit worden gecategoriseerd. Het betreft taken op het gebied van beleid, uitvoeren of beoordelen van plannen en projecten, beheer van de openbare ruimte, informeren & faciliteren van burgers en monitoring. Aan de hand van deze thema’s wordt hieronder uitgewerkt in hoeverre gemeente Nieuwegein nu al invulling geeft aan deze taken. Vervolgens vindt er een analyse plaats waaruit naar voren komt welke acties al worden ondernomen (successen) en punten die beter kunnen of zaken die extra aandacht verdienen (verbeterpunten en kansen).

3.1

Stand van zaken

3.1.1

Beleid In Nieuwegein zijn de belangrijkste beleidsplannen waarin natuur en biodiversiteit zijn opgenomen het Groenstructuurplan uit 2017 en de recent uitgekomen ontwerp-omgevingsvisie ‘Nieuwegein verstedelijkt en vergroent’ (2020). Het thema komt daarnaast terug in de Visie Klimaatadaptie (2018). De inhoud van deze beleidsplannen wordt hierna globaal beschreven. Groenstructuurplan De visie van gemeente Nieuwegein ten aanzien van natuur en biodiversiteit is opgenomen in het Groenstructuurplan Nieuwegein 2017. Doel is om op grond van deze visie flexibel in te spelen op ontwikkelingen (zoals bewonersinitiatieven, ruimtelijke plannen en klimaatverandering), waarbij de kaders ten aanzien van kwaliteit, kosten en beheer zijn geborgd. De visie omvat alle gemeentelijke groengebieden en een aantal grotere groengebieden die bij andere organisaties in het beheer zijn. Het Natuurnetwerk Nieuwegein -een uitwerking van de gemeentelijke ecologische samenhang van natuurgebieden, verbindingen daartussen en stapstenen- is in het Groenstructuurplan opgenomen. In het groenstructuurplan is het “groene geraamte” van Nieuwegein vastgelegd met oog op een visueel en ecologisch samenhangende ruimtelijke structuur van Nieuwegein, als aanvulling op de structuurvisie.

Op de plankaart is aangeduid welke functies het groen in de gemeente vervult gelet op de belangen op het gebied van recreatie, cultuurhistorie, landschap, biodiversiteit en klimaatadaptatie. De kaders voor ambities en wat er kan en mag in de groengebieden zijn beschreven, waarbij een link met het bestemmingsplan wordt gelegd. Het beleid ten aanzien van bomen en houtopstanden is hierin meegenomen. Verder zijn er kaders beschreven voor bewonersinitiatieven en verkoop/verhuur van snippergroen in terrein buiten de plankaart.

13

Biodiversiteit in de gemeente Nieuwegein

Belangrijke onderdelen uit het groenstructuurplan zijn: • Natuur: extensief natuurbeheer in het Natuurnetwerk Nieuwegein, gericht op (beschermde) flora en fauna, cultuurhistorische elementen behouden en herstellen; • Een vooral via werk-met-werk maken en door beheermaatregelen te ontwikkelen lokale ecologische verbinding als schakel tussen natuurgebieden binnen en buiten Nieuwegein onder andere door: • Realisatie van een verbindingszone door de Galecopperzoom op het moment dat dit gebied ontwikkeld wordt; • Opnemen van een verbindingszone in de planuitvoering Mooi Rijnhuizen; • Ontwikkelen van een verbindingszone in Merwestein via de groenstructuur van de Lange Laan, te ontwikkelen in samenhang met project Betere Buurten • Zonering van recreatie en natuur in Stadspark Oudegein; • Verbindingen met het buitengebied via de recent ingerichte natuur in de uiterwaarden van de Lek, de stobbenwal onder de A2 langs de Ijsselsteinseweg en een te ontwikkelen verbinding waar Kanaaldijk Zuid onder de A27 door gaat.

• Te ontwikkelen stapstenen ter ondersteuning van Natuurnetwerk Nieuwegein die uitwisseling van dier- en plantensoorten mogelijk maken en ook als op zichzelf staand groengebied bijdragen aan de biodiversiteit en een prettig woonklimaat; • Inrichting en beheer van ‘gebruiksgroen’ -openbaar groen voor bewoners (zie figuur 3.1) dat door de juiste inrichting en beheer bijdraagt aan klimaat adaptie en biodiversiteit- en ‘aankledingsgroen’ op moeilijk toegankelijke stroken (oevers, geluidswallen, gevelbeplanting). Het beheer van het openbaar groen in de wijken is vastgelegd in de integrale beeldbestekken “Onderhoud openbare ruimte Nieuwegein”. Bij deze groentypen bestaat een mogelijkheid tot zelfbeheer; • Behoud van cultuurhistorisch waardevolle groenstructuren, met name lijnelementen langs oude routes en watergangen; • Beheer van groenstructuren langs wegen en kanalen.

Figuur 3.1. Voorbeeld van gebruiksgroen in de gemeente (Bron: gemeente Nieuwegein).

14

Biodiversiteit in de gemeente Nieuwegein

Omgevingsvisie Recent is de ontwerp-omgevingsvisie ‘Nieuwegein verstedelijkt en vergroent’ gepubliceerd voor reactie. De omgevingsvisie is in samenspraak met inwoners, ondernemers en ketenpartners in de stad tot stand gekomen. In de visie is nationaal en provinciaal beleid op gebied van thema’s als klimaat, duurzame energie, gezondheid en ontwikkeling van het landelijk gebied uitgewerkt voor de fysieke leefomgeving binnen de gemeente. Hierbij komt het thema natuur en biodiversiteit diverse malen aan bod. Als het gaat om het thema natuur en biodiversiteit dan zijn de onderstaande punten: • Door ontwikkeling, behoud en bescherming van het netwerk van groen en water de ruimtelijke kwaliteit vergroten en zorgen voor een gezonde leefomgeving met een belangrijke rol bij het opvangen van piekbuien en het tegengaan van hittestress in de stad. De bescherming van groen en blauw (onder andere natuurgebieden, lokale ecologische verbindingen en stapstenen) is vastgelegd in Natuurnetwerk Nieuwegein (als onderdeel van het Groenstructuurplan 2017).

Kwaliteitsverbetering wordt gerealiseerd door onder andere werk-met-werk te maken; • De kwaliteit van buurt- en wijkgroen verbeteren/te behouden door in principe geen openbaar groen te verkopen of verhuren (of alleen onder strikte voorwaarden) en het stimuleren van groeninitiatieven, groene schoolpleinen, de aanleg van groene daken en groene gevels en eisen aan onverhard oppervlak bij nieuwe initiatieven; • De gebruikswaarde, de natuurwaarde en de belevingswaarde van Park Oudegein en andere groengebieden versterken; • Samen met het waterschap investeren in waterkwaliteit (met voldoende biodiversiteit) en ontwikkelen van meer (openbare) ruimte en ontmoetingsplekken langs het water (hierin zijn al stappen gezet door de aanleg van het nieuwe natuurgebied de Bossenwaard); • Bij het onderhoud van bomenkwaliteit boven kwantiteit stellen (conform boombeschermingsplan Nieuwegein 2019); • Bij de (her)inrichting van de openbare ruimte zorgen dat het water beter beleefbaar wordt door bijvoorbeeld het realiseren van paden langs het water en speelmogelijkheden in en bij het water; • Het stimuleren van natuurinclusief bouwen om de biodiversiteit te vergroten en hittestress te voorkomen. Hier ligt een ontwerpopgave in alle ruimtelijke ontwikkelingen, onder andere City en Rijnhuizen.

Visie Klimaatadaptie De Visie Klimaatadaptie is gericht op aanpassingen om ongewenste effecten van weersextremen (hitte, droogte, wateroverlast) als gevolg van klimaatverandering te beperken. De aanpassingen zijn vertaald in beleidsdoelen. Veel klimaat-adaptieve maatregelen dragen bij aan een groenere leefomgeving omdat groen een bufferend effect heeft op temperatuurstijging en water kan vasthouden. Maatregelen die worden voorgesteld zijn aanleg van groene daken en gevels, voldoende schaduw door ontwikkeling van bomen met grote boomkronen en ruimte voor water en groen door onder andere aanleg van groenstroken, vergroenen van tuinen (steenbreek). Borging van de maatregelen is geregeld in (vierjarige) uitvoeringsprogramma’s. Veel maatregelen worden gekoppeld aan ruimtelijke opgaven als onderhoud aan gebouwen en onderhoud en herstructurering van openbare ruimte, groen en infrastructuur. Burgers en bedrijven worden actief gewezen op eigen verantwoordelijkheid voor het nemen van maatregelen.

15

Biodiversiteit in de gemeente Nieuwegein

3.1.2

Plannen en projecten Ontwikkelplannen in het ruimtelijk domein worden door de gemeente getoetst aan het Groenstructuurplan. Kennis binnen de gemeente om een gedegen toets van plannen op het vlak van natuur en biodiversiteit uit te kunnen voeren is de laatste jaren afgenomen door het vertrek van de beleidsmedewerker met deze ecologische kennis. Daarnaast ontbreekt het aan een kader op basis waarvan de gemeente voorwaarden ten aanzien van biodiversiteit kan stellen bij ontwikkelingen. Bij twee grote stedelijke ontwikkelopgaven in gemeente Nieuwegein spelen natuur en biodiversiteit een aanzienlijke rol. Het betreft ‘Nieuwegein City’ en ‘Mooi Rijnhuizen’. Gemeente Nieuwegein is in gesprek met de gemeente Arnhem om kennis en ervaringen uit te wisselen over de aanpak in het ontwerp- en uitvoeringsproces. In de plannen is het thema volgens de onderstaande beschrijving uitgewerkt. City City omvat een gebiedsopgave voor de binnenstad van Nieuwegein waarbij natuurinclusief bouwen wordt geïntegreerd. Voor de opgave gelden in het opgave document algemene uitgangspunten, normen en doelstellingen ten aanzien van groen. Zo wordt er aangegeven welke maximale hoeveelheden verharde oppervlakte en procentuele oppervlakten natuurinclusief bouwen er gelden.

Ook wordt het aanbrengen van variatie in groenelementen zoals (dak) beplantingen, aanleg van natuurvriendelijke oevers en wadi’s (voorzieningen waar water tijdelijk wordt opgevangen) en het opnemen van maatregelen voor doelsoorten en bepaalde natuurtypen vermeld. De doelsoorten zijn nog niet nader benoemd. Rijnhuizen In de wijk Rijnhuizen geldt een gebiedsopgave waarbinnen onder andere de realisatie van 2500 natuurinclusieve woningen valt. In de Beleidsregel Ruimtelijke Kwaliteit Mooi Rijnhuizen zijn uitgangspunten vastgelegd ten aanzien van flora, fauna en biodiversiteit. Naast algemene uitgangspunten zoals versterken van groene netwerken en de biodiversiteit in en buiten Mooi Rijnhuizen, worden ook concrete maatregelen genoemd, enkele voorbeelden hiervan zijn: • Het inpassen van de aanleg van groene daken en gevels; • Het inpassen van verblijfplaatsen voor dieren als vleermuizen vogels in muren en op daken – hiervoor zijn allerlei uitgangspunten nader uitgewerkt en wordt daarnaast geadviseerd een ecoloog te betrekken; • Toepassen van beplantingssoorten die aantoonbaar bijdragen aan het versterken van de groene netwerken en bestaande biodiversiteit; • Aanbrengen van variatie in (micro)klimaat, dus natte, droge en half droge plekken, zon en (half)schaduw op de grotere kavels; • Inpassen van een ecologische verbindingszone met ecologische oevers.

Als algemene eis bij het opstellen van het ontwerp geldt dat men moet aangeven hoe de groenkwaliteit, biodiversiteit, onderhoud en beheer gewaarborgd is. Naast deze grotere ontwikkelopgaven spelen er in de gemeente diverse kleinere projecten waarbij natuur en biodiversiteit een rol hebben. Voorbeelden hiervan zijn de ontwikkeling van natuurvriendelijke oevers en een ‘tiny forest’ in samenwerking met basisschool De Toonladder en IVN. Een lijst met projecten is opgenomen in bijlage 1.

16

Biodiversiteit in de gemeente Nieuwegein

3.1.3

Beheer openbare ruimte In het beheer van de openbare ruimte worden diverse maatregelen genomen ten gunste van de biodiversiteit (Groenstructuurplan 2017). Zo worden er inheemse bomen en zaaimengsels in bermen toegepast, ecologisch maaibeheer toegepast en allerlei kleinschalige soortgerichte maatregelen als het plaatsen van nestkasten en takkenrillen uitgevoerd. De eikenprocessierups wordt tot nu toe biologisch bestreden. Het beheer dat Nieuwegein momenteel voert is hoofdzakelijk gericht op het behoud van de huidige natuur- en landschapswaarden. Dit kan worden uitgevoerd binnen het beschikbare budget. Voor extra maatregelen of nieuwe projecten is beperkt budget beschikbaar. Bij beheermaatregelen gericht op het versterken van biodiversiteit worden vooral op eigen initiatief van beheerders meegenomen bij de werkzaamheden volgens het principe ‘werk met werk maken’: maatregelen worden meegenomen bij het uitvoeren van ruimtelijke projecten of onderhoudswerkzaamheden. Exotenbestrijding & overlastsoorten Naast het reguliere beheer voert de gemeente ook maatregelen in het kader van exotenbestrijding uit. Deze komen voort uit het Programma Invasieve Soorten van de provincie Utrecht. Er worden maatregelen uitgevoerd ter bestrijding van nijlgans, uitheemse rivierkreeften, springbalsemien, Japanse duizendknoop, bereklauw en ongelijkbladig vederkruid.

• Bestrijding van nijlganzen vindt plaats in samenwerking met de Wildbeheereenheid. De territoria zijn vooraf geïnventariseerd; • Springbalsemien, Japanse duizendknoop en bereklauw zijn binnen de gemeente in kaart gebracht. Binnen het groenbestek zijn conform het Programma Invasieve soorten maatregelen getroffen om deze soorten twee à drie keer per jaar te maaien waarbij het maaisel wordt afgevoerd naar een erkend verwerkingsbedrijf. Hiermee wordt de verspreiding van de soort afgeremd; • Bij twee ruimtelijke projecten is Japanse duizendknoop ontgraven waarbij de grond is afgevoerd naar een erkende verwerker en daar verbrand; • De verspreiding van ongelijkbladig vederkruid is in 2018 geïnventariseerd in de wateren van Nieuwegein waarbij deze plant in alle tertiaire watergangen is aangetroffen. Voorlopig wordt volstaan worden met beheermaatregelen om verdere verspreiding te voorkomen. Verder onderzoek heeft nog niet plaatsgevonden. Er bestaat nog geen compleet beeld van de spreiding van invasieve exoten binnen de gemeente. Ook wordt ervaren dat er voor sommige soorten (nog) geen geschikte bestrijdingsmethode voorhanden is. Openbaar Domein is voornemens om op korte termijn een beleidsplan te schrijven waarin de ambities ten aanzien van invasieve soorten zijn vastgelegd. Een aanzet is hiervoor al gemaakt.

De ambitie bestaat om exotenbestrijding in 2025 onderdeel te laten zijn van het reguliere onderhoud, waarbij dan ook duidelijk is waar deze voorkomen, in welk tempo die bestreden (kunnen) worden en wat de extra kosten zijn voor dit beheer /deze bestrijding. Om dit te bereiken is het plan om in 2021 inzicht te verkrijgen in de verspreiding van exoten aan de hand van een inventarisatie van het groen in de gemeente. Locaties en oppervlakten van Japanse duizendknoop, springbalsemien, reuzenbereklauw en ongelijkbladig vederkruid worden hierin bepaald. De bestrijding dient vanaf 2023 te worden opgenomen in de groenbestekken.

17

Biodiversiteit in de gemeente Nieuwegein

Naast invasieve soorten zijn er ook overlastsoorten waar de gemeente mee te maken heeft, zoals de eikenprocessierups en de bladluis. Ambitie is om ook hiervoor vóór 2025 een aanpak vast te stellen. 3.1.4

Informeren en faciliteren Informatie en educatie Via nieuwegein.nl/duurzaam wordt door de gemeente informatie verstrekt over allerlei initiatieven op het gebied van duurzaamheid en het groenbeleid van de gemeente. Het thema biodiversiteit komt hier in beperkte mate aan bod. Er zijn bijvoorbeeld geen soort specifieke maatregelen die burgers kunnen uitvoeren toegelicht zoals voorzieningen voor vleermuizen of broedvogels. De gemeente is daarnaast gecommitteerd aan het Milieu Educatie Centrum (MEC) ‘Natuurkwartier Nieuwegein’. Hierin participeren diverse natuurclubs en ondernemers die duurzaamheid hoog in het vaandel hebben. Het MEC geeft educatie over natuur en maakt deze beleefbaar in het groengebied ‘Natuurkwartier’. Burgerinitiatieven & subsidies Nieuwegein stelt subsidie ter beschikking voor het uitvoeren van duurzame burgerinitiatieven. Enkele subsidiabele initiatieven dragen bij aan de biodiversiteit. Voorbeelden hiervan zijn groene gevels en tiny forests. Het subsidieplafond bedraagt in 2020 € 10.000. Deze subsidie wordt ook voor allerlei andere duurzame doelen ingezet. In samenwerking met het IVN en een school is eind 2019/ begin 2020 een tiny forest gerealiseerd. Dit is in goed overleg tussen de initiatiefnemers, de gemeente (op ambtelijk en bestuurlijk niveau) en de betrokken school tot stand gekomen.

Na het beschikbaar stellen van budget is het project uitgevoerd in opdracht van afdeling beheer. Het beheer en onderhoud worden nu uitgevoerd door IVN, de school gebruikt de tiny forest ter educatie. Ook bestaat er een subsidieregeling voor groene daken (maximaal 50% van kosten en tot maximaal € 1.500 per aanvraag). In 2020 was hiervoor € 27.500 beschikbaar. In 2021 wordt de regeling voortgezet. De groene daken zijn met name bedoeld als buffer tegen hitte en wateroverlast maar kunnen daarnaast ook bijdragen aan de soortenrijkdom in de gemeente (zie figuur 3.2).

18

Biodiversiteit in de gemeente Nieuwegein

Figuur 3.2. Voorbeeld van een groen dak met sedem (Bron: Gemeente Nieuwegein).

Via project ‘Groen doet Goed’ wordt door de gemeente ingezet op bewustwording bij kinderen van basisscholen van de natuur om zich heen en mogelijkheden voor, het beleven van natuur en activiteiten die ze zelf kunnen doen voor biodiversiteitsherstel. De acties zijn omschreven in het jaarplan 2020-2023 van afdeling Ruimtelijk Domein. In het project Bloeiend Nieuwegein, dat een financiële bijdrage heeft ontvangen vanuit het 'Samen voor Biodiversiteit' Innovatiefonds, wordt samengewerkt aan biodiversiteitsherstel door een coalitie bestaande uit burgerinitiatieven ‘Bloeiend Nieuwegein’ en ‘Groen doet Goed’ / de gemeente Nieuwegein. Het doel van Bloeiend Nieuwegein is verhoging van de biodiversiteit in de buurt en betrekken van jeugd bij de natuur. Dit wordt gedaan door het omzetten van gras en verharding naar zaaibedden voor wilde bloemen bij scholen en in wijken van Nieuwegein, hierdoor ontstaat onder andere meer leefruimte voor bijen en insecten. Deze natuurgerichte aanpak wil Bloeiend Nieuwegein combineren met educatie vanuit basisscholen en integratie van de werkzaamheden in een natuurlesprogramma. Monitoring In 2011 is de gemeente geïnventariseerd op beschermde soorten onder de voormalige flora- en faunawet (Brekelmans et al., 2012).

Voor zover bekend is er binnen de gemeente geen recente informatie beschikbaar ten aanzien van soortenrijkdom binnen de gemeente en trends in omvang van populaties. Ook wordt geen monitoring van de effecten van beleid, projecten of beheermaatregelen op de biodiversiteit uitgevoerd.

19

Biodiversiteit in de gemeente Nieuwegein

3.2

Analyse Op basis van het bureauonderzoek, interviews en de werksessie, gehouden op 19 november 2020, is een beeld gevormd van de stand van zaken in de gemeente. De sterke punten komen aan bod in paragraaf 3.2.1. Op onderdelen zijn verbeteringen mogelijk. Hier wordt in paragraaf 3.2.2 op in gegaan. De verbeterpunten worden in hoofdstuk 4 nader uitgewerkt.

3.2.1

Sterke punten Beleid In de vorm van het Groenstructuurplan en de Omgevingsvisie en de Visie Klimaatadaptie is het beleid ten aanzien van natuur en biodiversiteit al op hoofdlijnen uitgewerkt. Er hoeft geen compleet nieuw beleid te worden ontwikkeld, de basis ligt er al. Plannen en projecten Er lopen al verschillende projecten en plannen waarbij natuur en biodiversiteit integraal worden opgepakt op basis van principe ‘werk met werk maken’. Met name bij de stadontwikkelingsprojecten City en Rijnhuizen is het natuurinclusief bouwen een duidelijke voorwaarde voor ontwikkelaars. Dit is een uitstekende manier om biodiversiteit mee te nemen bij stadsontwikkeling. Daarnaast zijn er talloze van kleinere initiatieven zoals weergegeven in bijlage 1. Beheer openbare ruimte In het beheer van het openbaar groen wordt op verschillende manieren bijgedragen aan meer biodiversiteit en natuurwaarden. Dit gebeurt vooral door werk met werk te maken. In het kader van de exotenbestrijding is er een duidelijke ambitie neergezet en een plan van aanpak met planning. Informeren en faciliteren De gemeente geeft (deels via het MEC) informatie aan burgers over natuur en duurzaamheidsinitiatieven. Hiervoor zijn diverse webpagina’s ingericht. Daarmee ligt er al een goede basis om nog meer informatie over biodiversiteit en natuur initiatieven te kunnen gaan verstrekken.

Verder worden er subsidies verstrekt aan kleinschalige initiatieven Bewustzijn bij medewerkers Medewerkers van de verschillende afdelingen waarmee is gesproken zijn zich duidelijk bewust van het belang van biodiversiteit en natuur in de gemeente. Uit de gesprekken blijkt dat ze graag bereid zijn om hieraan een steentje bij te dragen. Wat positief opviel was dat medewerkers zelf initiatief en creativiteit toonden in het uitvoeren van maatregelen zonder dat dit hen werd opgelegd. Het belang van natuur en biodiversiteit en taken hierin voor de gemeente wordt door diverse medewerkers onderschreven, soms niet zozeer benaderd vanuit de soortendiversiteit maar ook vanuit sociaaleconomisch oogpunt. Natuur wordt gezien als drager van leefbaarheid en de (economische) waarde van wonen en werken in de gemeente. Het belang van groen als ontmoetingsplek / plaats om te sporten / recreëren, zeker in de huidige coronacrisis, wordt benadrukt.

20

Biodiversiteit in de gemeente Nieuwegein

3.2.2

Verbeterpunten en kansen Beleid Uit de gesprekken met de gemeente komt sterk naar voren dat er bij medewerkers behoefte bestaat aan een specifiekere uitwerking van het bestaande beleid. Het Groenstructuurplan 2017 is een structuurvisie dat nog vrij abstract is. Het biedt een geografisch raamwerk dat nader ingevuld dient te worden. Dit plan richt zich dan ook met name op het realiseren van beleidsdoelen middels werk met werk maken: het koppelen van natuurdoelen aan lopende projecten. Het verbeteren van de biodiversiteit in de gemeente is hierin geen op zichzelf staand doel. Medewerkers hebben behoefte aan een concreter handelingskader op basis waarvan men projecten kan formuleren en werkzaamheden kan uitvoeren. Ook bestaat de wens om dit overkoepelend voor de gemeente te maken, zodat samenhang ontstaat tussen de maatregelen. Het beeld heerst dat maatregelen versnipperd worden uitgevoerd en er is weinig gevoel of de specifieke maatregelen bijdragen aan een hogere biodiversiteit. De kennis van de actuele toestand van de soortenrijkdom, populatietrends en natuurpotenties in de gemeente is beperkt. Deze kennis is noodzakelijk om gerichte en impactvolle maatregelen (‘quick wins’) te kunnen treffen. De effecten van uitvoering van beleid of op eigen initiatief genomen maatregelen worden niet gemonitord.

Hierdoor is het niet altijd duidelijk of de genomen maatregelen het gewenste effect hebben (los van het feit dat het doel van tevoren niet is bepaald). Binnen de gemeente is op dit moment geen ecoloog werkzaam. Hierdoor mist in de organisatie uitgebreide kennis op het gebied van ecologie en biodiversiteit. Er is behoefte aan een ‘centraal aanspreekpunt’ met kennis van zaken om te ondersteunen of adviseren bij het maken van beleid, toetsen en uitwerken van plannen, projecten en initiatieven. Daarnaast mist er een coördinator die ervoor zorgt dat er organisatie-breed aandacht is voor het thema biodiversiteit en dat afstemming ontstaat tussen de projecten. Plannen en projecten Er ontbreekt een overzicht van concrete doelstellingen en uit te voeren maatregelen op het gebied biodiversiteit. Bijvoorbeeld een memo waarin concrete richtlijnen voor bepaalde maatregelen staan beschreven. Ook mist er een kader waarin duidelijk staat in welke projecten biodiversiteitsmaatregelen moeten worden uitgevoerd, wie hiervoor (eind)verantwoordelijk is en wat voor planning en budget hiermee gemoeid zijn. Het op dit moment beschikbare budget voor maatregelen wordt als niet toereikend ervaren. Biodiversiteit wordt nu met name gezien als meekoppelkans. Beheer openbare ruimte Qua beheer wordt momenteel vooral ingezet op behoud van natuurwaarden.

Versterking van de lokale biodiversiteit vraagt meer dan alleen koppelkansen, er dient ook aanvullend budget aan te worden toegekend zodat op zichzelf staande maatregelen en projecten uitgevoerd kunnen worden. Informeren en faciliteren Er liggen kansen om via de gemeentelijke website of social media meer uitleg te geven over het belang van biodiversiteit in de gemeente. Er kan bijvoorbeeld meer aandacht worden besteed aan uitgewerkte voorbeelden wat burgers en ondernemers zelf kunnen doen om biodiversiteit in de gemeente te stimuleren. De gemeente kan hierbij een faciliterende rol hebben, bijvoorbeeld door initiatieven aan te moedigen, begeleiden of te belonen.

21

Biodiversiteit in de gemeente Nieuwegein

Bewustwording bij collega’s Veel medewerkers leveren al een positieve bijdrage aan het thema biodiversiteit en zijn hier ook actief mee bezig. Deze positieve kijk kan binnen de gemeente breed worden uitgedragen. Het kan bijvoorbeeld ook onder de aandacht worden gebracht bij medewerkers die minder bekend zijn met biodiversiteit.

22

Biodiversiteit Biodiversiteitininde degemeente gemeenteNieuwegein Nieuwegein

4. Conclusie en advies 4.1

Conclusies In dit hoofdstuk wordt een advies uitgebracht over de manier waarop gemeente Nieuwegein invulling kan geven aan de genoemde verbeterpunten en kansen in vorig hoofdstuk. Deze zijn samengevoegd in drie pijlers: 1) beleid, 2) plannen, projecten en beheer en 3) informeren en faciliteren.

4.1.1

Beleid Er bestaan globale (beleids-)kaders in het Groenstructuurplan 2017. Er bestaat een sterke behoefte om het aanwezige beleid te concretiseren, zodat er helder geformuleerde en meetbare doelen en ambities ontstaan. Hieraan kunnen maatregelen worden gekoppeld die meetbaar zijn en daarom systematisch gemonitord kunnen worden. Daarnaast dient hier ook een duidelijke planning en budget aan te worden gekoppeld, zodat het behalen van doelen en ambities niet alleen afhankelijk is van meekoppelkansen. Voor het opstellen van dergelijk beleid is het van groot belang om ecologische kennis in huis te halen, bijvoorbeeld door het aanstellen van een ecoloog.

4.1.2

Plannen en projecten, beheer openbare ruimte Het thema biodiversiteit wordt met name opgepakt in gebiedsontwikkelingsprojecten, via beheerbestekken. Medewerkers geven aan vaak op eigen initiatief te handelen. Er is geen centraal aanspreekpunt of coördinator die de acties ten aanzien van de uitvoering van beleid op gebied van natuur en biodiversiteit in de diverse plannen en projecten met elkaar verbindt en bewaakt. Daarnaast is het beschikbare budget ontoereikend voor het nemen van extra maatregelen ten gunste van natuur en biodiversiteit. Het beschikbare budget wordt hoofdzakelijk gebruikt voor het behouden van wat er aan waarden is. Maatregelen worden doorgaans uitgevoerd door werk met werk maken.

4.1.3

Informeren en faciliteren Er lopen al diverse kleinschalige subsidieregelingen en er zijn educatieve platforms. Er liggen kansen om meer specifieke informatie over biodiversiteit te verstrekken en nog actiever te communiceren naar bepaalde doelgroepen.

4.2

Advies

4.2.1

Beleid Zoals beschreven in 3.2.1 en ook blijkt uit de gesprekken met medewerkers is een concreet en goed uitgewerkt beleid een belangrijke kapstok voor het uitvoeren van maatregelen. Aanbevolen wordt om het biodiversiteitsbeleid op basis van bestaande gemeentelijke beleidsplannen, aangevuld met

23

Biodiversiteit in de gemeente Nieuwegein

actueel rijks- en provinciaal beleid en ideeën en wensen die binnen de gemeente leven uit te werken in een gemeente-breed uitvoeringsprogramma biodiversiteit. In dit programma worden concrete doelen, maatregelen en kaders beschreven die voor verschillende afdelingen gelden. Het programma zou in overleg tussen verschillende afdelingen tot stand moeten komen, zodat invulling wordt gegeven aan de behoeften die er per afdeling leven. Ook draagt dit bij aan een bredere bewustwording en draagvlak rond biodiversiteit in de organisatie. Een programmavoorstel kan worden voorgelegd aan het gemeentebestuur zodat er bestuurlijke keuzes gemaakt kunnen worden ten aanzien van ambities, prioritering, inhuur van kennis, capaciteit en kosten. Coördinatie en deskundigheid Het opstellen van een uitvoeringsprogramma vergt een goede coördinatie om ervoor te zorgen dat de wensen en ideeën die bij het bestuur en de diverse afdelingen worden ingepast, de planning wordt bewaakt en er wordt geborgd dat het programma volledig is en bijdraagt aan ambities en doelstellingen. Daarnaast is het van belang dat er voldoende ecologische vakkennis wordt ingebracht bij de inhoudelijke uitwerking van het beleid, opstellen van uitvoeringskaders, en advisering bij het uitvoeren van de diverse maatregelen.

Geadviseerd wordt om capaciteit vrij te maken voor het coördineren van het programma en inzet van een deskundige op het gebied van natuur en biodiversiteit: een ecoloog. De coördinator en de ecoloog zorgen als team voor het uitwerken van het beleid en halen input op bij de afdelingen die ermee te maken hebben. Vertegenwoordigers vanuit de afdelingen leveren een actieve bijdrage. De ecoloog zorgt in de uitvoering van het beleid voor borging van het thema biodiversiteit binnen de gemeente en fungeert als centraal aanspreekpunt voor vragen en adviezen. Uitvoeringsprogramma in stappen Het uitvoeringsprogramma kan in stappen worden uitgewerkt, uitgevoerd en gemonitord zie figuur 4.1 De stappen worden hierna verder beschreven.

Deskundigheid (ecoloog, inbreng afdelingen)

•Verkenning doelen •Inventarisatie •Kansen •Prioriteiten

Beleid

Uitvoerings programma •Maatregelen (meetbaar) •Planning •Budget & financiering •Eigenaar

•Locatie maatregel •Soortenbestand •Effect maatregel

Monitoring

Coördinatie Figuur 4.1 Stroomschema uitwerking biodiversiteitsbeleid.

24

Biodiversiteit in de gemeente Nieuwegein

1. Verkenning doelen Aanbevolen wordt om te starten met een verkenning van doelen om deze op een later moment (zie stap 4) vast te stellen. De doelen dienen herkenbaar te zijn voor de burger en inpasbaar te zijn in het huidige beleid of haalbaar te zijn binnen nieuw beleid. Ook moeten de doelen aansluiten op bestaande biodiversiteit en de kansen die er liggen om deze verder te ontwikkelen. Hierbij wordt provinciaal en gemeentelijk beleid geraadpleegd en een globaal beeld van het soortenbestand gevormd aan de hand van de bekende inventarisatiegegevens (Brekelmans et al., 2012) en het raadplegen van de Nationale database flora en fauna (NDFF). 2. Inventarisatie Voor een effectief programma is het van belang om een actueel beeld te hebben van de toestand van de natuur en het soortenbestand van Nieuwegein. De focus bij de inventarisatie ligt op doelsoorten uit de verkenning zodat niet alle soorten op hetzelfde detailniveau geïnventariseerd worden – dit zou inefficiënt zijn. Het resultaat van de inventarisatie is een soortenatlas, bijvoorbeeld in de vorm van een digitale web viewer. Een inventarisatie kan ook bijdragen ook de wettelijke verplichtingen doordat procedures worden vereenvoudigd. Denk bijvoorbeeld aan het opstellen van een Soortenmanagementplan (zie kader 4.1).

Kader 4.1 Soortenmanagementplan Gemeenten kunnen anticiperen op (met name via de Wet natuurbescherming) juridisch beschermde biodiversiteit. Dit kan door beleid te maken gericht op actieve bescherming van populaties van bedreigde, wettelijk beschermde soorten. Bijvoorbeeld door stadsnatuurgebied aan te wijzen of eigen beleid te ontwikkelen voor typische stadse plant- en diersoorten of een soortenmanagementplan op te stellen. Hiermee kunnen soms juridische procedures worden voorkomen en tegelijkertijd wordt een bijdrage geleverd aan de lokale biodiversiteit. Verschillende gemeenten maken al gebruik van soortenmanagement plannen. Deze plannen zetten -bijvoorbeeld- in op maatregelen ter verbetering van het aantal verblijfplaatsen en foerageergebieden voor vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest zoals gierzwaluw en huismus en (wettelijke beschermde) vleermuizen. Vervolgens wordt een generieke ontheffing voor de Wet natuurbescherming aangevraagd voor ingrepen aan gebouwen van de initiatiefnemers en hoeft er niet meer per individueel initiatief een ontheffing te worden aangevraagd.

We bevelen aan om de inventarisatie en analyse uit te laten voeren door een (aan te nemen) ecoloog of uit te besteden aan een gespecialiseerd ecologisch adviesbureau, aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus. 3. Kansenkaart Op basis van de doelverkenning en de inventarisatie kan bepaald worden in welke (type) gebieden ingespeeld kan worden op bepaalde natuurwaarden. Vooraf moet worden nagedacht waar maatregelen moeten worden uitgevoerd omdat dit afhankelijk kan zijn van factoren als: • De lokale instandhouding van soorten; • Lokale omstandigheden / potenties (aanwezig biotoop, bodem, vegetatie, waterstand etc.); • De samenhang van natuurgebieden in de gemeente en knelpunten hierin. Zo kan bijvoorbeeld in het stedelijk gebied met jaren 30 woningen ingespeeld worden op nestplaatsen van gierzwaluw en huismus en in het buitengebied op bepaalde amfibieën. Hiermee ontstaat een kansenkaart waaruit wordt opgemaakt waar bepaalde maatregelen het beste kunnen worden uitgevoerd.

25

Biodiversiteit in de gemeente Nieuwegein

4. Vaststellen ambities en doelen Met de informatie uit stappen 1 t/m 3 kunnen concrete ambities en doelen worden bepaald. We adviseren om de beleidskaders van de provincie Utrecht hierbij te betrekken. In het Supplement Biodiversiteit van de provincie zijn diverse aandachtsgebieden en -soorten (onder andere provinciale icoonsoorten zoals gierzwaluw, ringslang en grote modderkruiper en wettelijk beschermde soorten) al nader beschreven. Ook de gemeentelijke visies dienen als input. Per soort kunnen doelen worden gesteld. Bijvoorbeeld op basis van populatiegrootte of de grote en kwaliteit van het leefgebied. 5. Concrete maatregelen planning, kosten en financiering De maatregelen in het uitvoeringsprogramma moeten concreet worden gemaakt met een beschrijving van de doelen waaraan deze bijdragen.

Het uitvoeringsprogramma dient als: • Leidraad / richtlijn voor het beschermen en verbeteren van natuurwaarden bij initiatieven die als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen kan worden gebruikt; • Richtlijn met normen die kunnen worden opgenomen in gebiedsdossiers bij gebiedsontwikkeling / duurzaam bouwen: wat moet er precies worden gerealiseerd en hoeveel?; • Kader met richtlijnen voor het uitvoeren van specifieke projecten en beheermaatregelen op gebied van biodiversiteit; • Kader voor het nemen van maatregelen gericht op exotenbestrijding; • Kader voor subsidiabele maatregelen die burgers kunnen uitvoeren; • Kader voor financiering van maatregelen, waaronder in te zetten subsidies van rijk of provincie. De maatregelen zijn voorzien van een kostenraming, financieringsvoorstel, planning en worden gekoppeld aan een verantwoordelijke persoon. Genomen maatregelen dienen vastgelegd te worden (bijvoorbeeld in een web viewer) zodat bij de monitoring bijgehouden kan worden waar en waarvoor maatregelen zijn genomen. Meetbaar maken Bij het opstellen van de uitgewerkte beleidsdoelen en bijbehorende maatregelen wordt geadviseerd om deze meetbaar te maken aan de hand van doelen en indicatoren. De doelen en indicatoren kunnen worden uitgedrukt in specifieke soorten, streefaantallen en oppervlaktes van te nemen maatregelen.

Door het concreet en meetbaar maken, kan de voortgang van de doelrealisatie vervolgens beter worden gemonitord. Zie ook kader 4.2. Kader 4.2 Voorbeeld: maatregelen gierzwaluw De gierzwaluw is een icoonsoort voor stadsnatuur in de provincie. Uit de inventarisatie blijkt dat er in wijk x vroeger 50 broedgevallen van gierzwaluw waren en in 2021 nog 5. Beleidsdoel is een toename van het aantal broedende gierzwaluwen in wijk x (aangemerkt op de vlekkenkaart) tot op het oude niveau in 5 jaar, het streefaantal is 50 broedgevallen. Om dit te bereiken is de maatregel om de komende 5 jaar 200 nestkasten te plaatsen. Dit wordt als volgt uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma: • Bij een renovatieproject in de wijk worden vóór 2025 100 nieuwe nestkasten geplaatst, de gemeente stelt hiervoor € 5.000 subsidie ter beschikking - deze eis wordt opgenomen in de vergunning op grond van beleid; • Burgers die de komende 5 jaar een nieuwe dakkapel willen en hiervoor vergunning aanvragen krijgen een informatiefolder over maatregelen die ze hierbij kunnen treffen voor gierzwaluwen en er wordt een subsidie van €150 per dakkapel toegekend voor het aanbrengen van twee inbouwkasten; Er wordt ervan uitgegaan dat hier 5 mensen per jaar gebruik van maken: 50 kasten in 5 jaar. Budget reservering: 25 * €150 = €3.750.

• Via social media en de website worden burgers geïnformeerd over nestkasten die ze zelf (vrijblijvend) kunnen plaatsen (zie ook 5.2.4). Uitgangspunt is dat 10 mensen per jaar dit oppakken: 50 kasten in 5 jaar.

26

Biodiversiteit in de gemeente Nieuwegein

6. Monitoring Om de bijdrage van de maatregelen die worden getroffen aan de doelstellingen te bepalen is ons voorstel om regelmatig een monitoring uit te voeren, bijvoorbeeld om de vijf jaar. Hierbij wordt op locaties waar maatregelen zijn uitgevoerd de soortenrijkdom in kaart gebracht en vergeleken met de situatie bij de eerste inventarisatie. Hiermee houdt de gemeente zicht op de toestand van het soortenbestand in de gemeente en op de effectiviteit van genomen maatregelen. Naderhand kan bepaald worden of de doelstelling is behaald of dat bijgestuurd moet worden. Monitoring kan worden uitbesteed aan een ecologisch adviesbureau aangesloten bij het netwerk groen bureaus. 4.2.2

Plannen, projecten en beheer Het beleid kan actiever worden gemaakt door in de uitwerking specifiek op biodiversiteit gerichte maatregelen op te nemen in plannen en projecten die door de gemeente zelf worden uitgevoerd. De gemeente komt -ook ten aanzien van beheer- als initiatiefnemer van dergelijke maatregelen in beeld als voorbeeld voor burgers en ontwikkelaars. Dit betekent ook dat de gemeente hier extra budget aan dient te koppelen. De voorbeeldfunctie kan worden versterkt door actief in te zetten op communicatie rond de biodiversiteitsmaatregelen die de gemeente uitvoert. Om het beleid nog meer te laten leven bij de inwoners kunnen burgers worden betrokken bij de uitwerking en uitvoering hiervan. De interactieve kaart van de gemeente Zeist kan hierbij als goed voorbeeld worden toegepast.

4.2.3

Informeren en faciliteren Uit onderzoek (Kloek et al., 2020) is gebleken dat de inhoud van het begrip biodiversiteit en de manieren waarop er kan worden bijgedragen aan biodiversiteitsherstel bij veel mensen nog onbekend is. Bij de analyse van de situatie rond ‘informeren en faciliteren’ in Nieuwegein is in paragraaf 3.2.2 geconstateerd dat de uitwerking van het thema biodiversiteit met name op de website van de gemeente nog duidelijker en concreter kan. Geadviseerd wordt om burgers actiever te informeren over het belang van biodiversiteit en maatregelen die zij hierin zelf kunnen nemen. Hierbij valt te denken aan gebruik van inheemse soorten in tuinen, maken van insectenhotels, plaatsen van nesten vleermuiskasten of dergelijke voorzieningen meenemen bij het bouwen van een dakkapel: eenvoudige maatregelen waarmee veel winst te behalen valt. Er is hiervoor al veel informatie beschikbaar die kan worden overgenomen of waarnaar van worden verwezen (onder andere informatie van vleermuizenwerkgroepen, Vogelbescherming, Vlinderstichting of informatie die andere gemeenten al aanbieden). De gemeente kan hierin actief optreden door uitbreiding van de bestaande websites / webpagina’s met aanvullende informatie en downloads maar ook door benaderen van burgers via sociaal media (zie voorbeeld Huismus 030), krant of flyers / folders.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=6ab7a5e5-e9cf-44aa-a9d8-3d364a386c6d