2024-016 Bijlage 3-1. Rapport Wettelijke taken natuurbescherming
Tekst van het document
Dan wordt enkel een algemeen aandachtspunt opgenomen over de Wnb (onder andere over zorgplicht). Uit de interviews van medewerkers wordt opgemaakt dat er geen beleid en capaciteit beschikbaar zijn voor toezicht en handhaving door de gemeente op het onderdeel Wnb. Er nog zijn binnen de gemeente geen toezichthouders of BOA’s actief die bevoegd zijn in domein 23 -waar natuurbescherming onder valt. Er wordt hier wel aan gewerkt. Het beeld bestaat echter dat deze taken bij de milieupolitie of de RUD liggen en dat handhaving en toezicht op de Wnb geen wettelijke taak van de gemeente is. Hierbij wordt opgemerkt dat de RUD slechts handhavingstaken uitvoert voor de gemeente na een expliciet verzoek en tegen betaling. Risico’s Er is momenteel geen duidelijk beleid en/of strategie is ten aanzien van toezicht en handhaving rond de Wnb. Vaak is het onduidelijk wie bevoegd gezag is in welke situatie. Hiermee loopt de gemeente het risico dat initiatiefnemers zich niet aan de regels houden. Dit kan leiden tot biodiversiteitsverlies en imagoschade. De kans bestaat dat initiatiefnemers de Wnb regels niet meer serieus nemen als men weet dat er op dit aspect niet wordt toegezien of gehandhaafd omdat de huidige toezichthouders daarvoor geen bevoegdheid hebben of dit niet tot hun takenpakket hoort.
Bovendien hebben de rollen als initiatiefnemer, beoordelaar en beheer alleen effect als deze ook worden gecontroleerd door toezicht en handhaving. Wensen Het opstellen van beleid en een strategie omtrent toezicht en handhaving op de Wnb biedt handvatten om deze taak beter uit te kunnen voeren. Er is behoefte aan een praktisch kader zoals een ________________________________________________________________________________ 3 Domein 2 omvat de thema’s: milieu, welzijn en infrastructuur: natuur en milieu, arbeidsinspectie, voedsel- & warencontro-
les, dierenwelzijn, openbare gezondheid, fysieke leefomgeving (zoals gebouwen, parken, schone lucht, rivieren, bossen) en infrastructuur (bron: www.justis.nl).
25
Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein
lijst met goede praktijkvoorbeelden voor verschillende handhavingsstrategieën en voor verschillende situaties. Hierin wordt onder andere ingegaan op: • In welke situatie wordt welke strategie/ welk instrument toegepast? • Wanneer wordt overgegaan tot bestuursrechtelijke, privaatrechtelijke en strafrechtelijke sancties? • Bij wie ligt het bevoegd gezag? • Wanneer doe je wat met voorlichting & communicatie? – in sommige gevallen s handhaving praktisch niet mogelijk. • Wanneer wordt (repressief) toezicht, of handhaving door middel van sancties nodig? Daarnaast wordt inzicht in het aantal overtredingen als nuttig ervaren om te kunnen bepalen of het optuigen van een compleet beleid/proces voor iets wat niet of nauwelijks voorkomt wel efficiënt is. Wanneer de gemeente zelf toezicht en handhavingstaken rond de Wnb uitvoert is het van belang dat toezichthouders en handhavers van of namens de gemeente hun kennis op gebied van de Wnb uitbreiden. Hierbij valt te denken aan regels en procedures maar ook aan bijvoorbeeld kennis beschermde soorten die in de gemeente veel voorkomen, passende mitigerende maatregelen enzovoort. Ook bestaat evenals bij de afdeling Uitvoering en beheer een behoefte aan een centraal een aanspreekpunt c.q. coördinator voor zaken rond de Wnb. Voor elke handhavingsstrategie is kennis, capaciteit en prioritering nodig bij de betreffende verantwoordelijke afdeling.
4.4
Overige taken De gemeente is zoals beschreven in paragraaf 3.5 verantwoordelijk voor het vaststellen van een bebouwde kom houtopstanden en een bebouwde kom jacht. De vaststelling van deze grenzen is al uitgevoerd, deze zijn online te raadplegen via de online Webkaart van provincie Utrecht.
26
Natuurbeschermingsrecht Natuurbeschermingsrechtininde degemeente gemeenteNieuwegein Nieuwegein
5. Advies 5.1
Inleiding Uit de voorgaande hoofstukken blijkt dat de gemeente een groot deel van de wettelijke taken al uitvoert: • Als initiatiefnemer bij ruimtelijke plannen en projecten wordt – met name bij de grotere projecten – getoetst aan de natuurwetgeving en worden de benodigde stappen zoals het uitvoeren van onderzoek en het aanvragen van de benodigde toestemming uitgevoerd; • Als beoordelaar van vergunningaanvragen wordt bij grotere projecten (ruimtelijke accounts) op volledigheid getoetst waarbij het onderdeel Wnb wordt meegenomen; • Bij de afdeling beheer wordt rekening gehouden met de praktische kant van de natuurwetgeving, er wordt onder andere gewerkt volgens gedragscodes.
Op een aantal onderdelen zijn nog verbeteringen mogelijk: • Ook kleinere projecten vragen vaak om een toetsing aan het natuurbeschermingsrecht; • Er is niet altijd genoeg kennis in huis om de kwaliteit van toetsingsrapporten, die de gemeente als initiatiefnemer laat uitvoeren, te kunnen beoordelen; • Er is niet altijd voldoende kennis, capaciteit of informatie (zoals recente flora- en fauna informatie uit de gemeente) in huis om bij het verlenen van (omgevings-)vergunningen te kunnen beoordelen of is voldaan aan de eisen vanuit het natuurbeschermingsrecht; • Bij de beoordeling van veel (omgevings-)vergunningaanvragen valt op dat nagenoeg geen ervaring is met ontheffingen Wnb, waardoor er ook weinig ervaring is opgedaan met dit aspect; • Er kan meer inzicht worden verschaft in de taken van de gemeente op gebied van toezicht en handhaving op het natuurbeschermingsrecht in het geval de gemeente een omgevingsvergunning heeft verleend waarbij het onderdeel Wnb is aangehaakt. • Het is relevant om de toekomstige gedragscode voor beheer eigen te maken zodat men op de hoogte is van de laatste stand van zaken.
Uit de huidige situaties kunnen enkele risico’s worden afgeleid, de belangrijkste risico’s schatten wij als volgt in, waarbij geen sprake is van prioritering: • Kleine projecten waarvan de gemeente initiatiefnemer is lopen vertraging op als er in een vergunningprocedure blijkt dat er op het onderdeel natuurbeschermingsrecht tekort wordt geschoten. Ook bestaat er een kans op bezwaar wat kan leiden tot vertraging en proceskosten. • Als omgevingsvergunningen worden verleend waarbij onvoldoende is getoetst aan het natuurbeschermingsrecht bestaat er een kans op bezwaar wat kan leiden tot vertraging en proceskosten.
27
Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein
• • •
5.2
Initiatiefnemers nemen de regels in het kader van het natuurbeschermingsrecht niet serieus als men ervaart dat er niet op wordt toegezien of gehandhaafd. Natuurdoelstellingen van de gemeente of het rijk worden niet gehaald, biodiversiteit neemt af. De gemeente lijdt gezichtsverlies/ imagoschade door manco’s in de procedure.
Maatregelen In onderstaand advies zijn maatregelen opgenomen die ervoor zorgen dat de kwaliteit beter wordt geborgd en dat risico’s geminimaliseerd worden. Deze maatregelen zijn weer onder te verdelen in de vier verschillende rollen van de gemeente: initiatiefnemer, beoordelaar, beheerder en handhaver. Sommige maatregelen kunnen een overkoepelend effect hebben, maar met name inspelen op de rol als initiatiefnemer en beoordelaar. In tabel 5.1 zijn de maatregelen beknopt weergegeven. Overkoepelende maatregelen Ecoloog binnen de gemeente Door een ecoloog aan te stellen binnen de gemeente zijn inhoudelijke vragen over toetsingen gemakkelijker en sneller te stellen. Casussen kunnen worden voorgelegd en ook bij kleinere projecten kan een (gemeentelijk) ecoloog meekijken of er voldaan wordt aan de Wnb. Van belang is dat de ecoloog basiskennis heeft over de Wnb (en de bijbehorende juridische aspecten) en beschikt over een degelijke soortenkennis. Doordat de ecoloog de inhoud beter kan borgen, wordt het risico op fouten met betrekking tot juridische effectbeoordelingen dan ook geminimaliseerd. Bovendien kan de ecoloog fungeren als een coördinator met betrekking tot alle ecologische (en ook maatschappelijke) vraagstukken in de gemeente.
De onkosten voor een ecoloog in dienst bedragen naar schatting tussen de € 60.000 en € 65.000 per jaar, uitgaande van een aanstelling voor 36 uur (zie tabel 5.1). Detachering Een detachering kan leiden tot dezelfde inhoudelijke en procesmatige voordelen als het in dienst nemen van een ecoloog. Een detachering is wel bedoeld als een tijdelijke oplossing en veelal is na een detachering van één of twee jaar de bij de ecoloog opgebouwde informatie over de processen en het netwerk binnen de gemeente weer verdwenen. Overdacht en integratie binnen de gemeente kan daarom veel tijd kosten. De kosten voor een gedetacheerd ecoloog worden geschat op circa € 150.000 tot € 160.000 per jaar, uitgaande van een aanstelling voor 32 uur (zie tabel 5.1). Raamcontract Een alternatief voor een detachering is om een raamcontract op te stellen met een beperkt aantal adviesbureaus waarbij de inhoud geborgd is door voorselectie in een aanbestedingstraject. Bij de in het raamcontract opgenomen adviesbureaus kunnen vragen neergelegd worden zoals het uitvoeren van een quickscan, een stikstofberekening of ander relevant onderzoek en advies in het licht van de Wnb. Hierbij valt te denken aan soorteninventarisaties en advies over compenserende/ mitigerende maatregelen.
Het is van belang dat een dergelijk aanbestedingstraject wordt begeleid door iemand met een gedegen vakkennis met betrekking tot het natuurbeschermingsrecht. Overige samenwerkingen Naast het ‘in huis halen’ van (ecologische) kennis kan de samenwerking worden gezocht met andere organisaties zoals de Provincie, RUD, andere gemeenten of externe bureaus. Mogelijkheden hiervoor kunnen in de implementatiefase nader worden onderzocht.
28
Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein
Opleiding Er kan ook gekozen worden om een aantal collega’s die al veel met de Wnb in aanraking komen verder op te leiden zodat zij over een basiskennis beschikken met betrekking tot het natuurbeschermingsrecht en ecologie. Er zijn vele cursussen beschikbaar die inspelen op deze vakgebieden. Deze optie heeft naar verwachting lagere kosten dan het aannemen van een nieuwe ecoloog. Afhankelijk van de inzet van deze persoon en de kwaliteit van de opleiding kan deze opgeleide werknemer een groot deel van de risico’s wegnemen: projecten & plannen waar de gemeente initiatiefnemer is lopen nog een zeer geringe kans op vertraging als er vooraf al wordt geanticipeerd op de eisen ten aanzien van de Wnb die gelden voor het verlenen van vergunningen. De gemeente kan als beoordelaar beter inspelen op het onderdeel Wnb bij vergunningaanvragen zodat er geen imagoschade optreedt of de gemeente in een juridisch geschil belandt wat tot niet nader te bepalen hoge kosten en kan leiden (inhuur jurist). De kosten voor een degelijke opleiding schatten we tussen de € 5.000 en € 10.000 per op te leiden persoon. Inventarisatie soorten en risicokaart In 2012 is reeds een inventarisatie gedaan naar beschermde soorten in de gemeente en waar deze soorten ongeveer kunnen voorkomen.
Een dergelijk product kan initiatiefnemers en beoordelaars (maar ook beheerders) helpen om in te schatten met welke beschermde soorten zij te maken hebben. De betreffende informatie is inmiddels acht jaar oud. Aanbevolen wordt om een update uit te voeren zodat een actueel beeld ontstaat. Een aanvulling zou kunnen zijn om de waarnemingen van beschermde soorten om te zetten naar risico’s en vervolgstappen. Door een interactieve online kaart te maken kan op een gebied of gebouw worden geklikt om zo in te zien wat daar zou kunnen spelen in het kader van het natuurbeschermingsrecht. Een kaart is echter een momentopname (mits deze niet elk jaar wordt bijgehouden) en er is vaak nog steeds enige ervaring nodig in het kader van het natuurbeschermingsrecht. Dit kan echter ook ondervangen worden door deels in te zetten op het opleiden van huidige werknemers. De kosten hangen af van de diepgang van de risicokaart, maar worden geschat op € 10.000 tot € 25.000. Soortmanagementplan Bovendien kan ook ingezet worden op een zogenoemd Soortenmanagementplan (SMP) waarbij een bepaalde soort(groep) volledig wordt geïnventariseerd. Met de inventarisatie kan een gemeentelijke ontheffing voor een periode van tien jaar worden aangevraagd. Een voordeel van een SMP is dat het bepaalde werkzaamheden kan versnellen zonder afbreuk te doen aan de kwaliteit van het onderzoek en de lokale biodiversiteit.
De kosten voor een SMP lopen sterk uiteen maar kunnen nader gespecificeerd worden. Stappenplan In plaats van een kaart kan ook per type gebied of object een stappenplan gemaakt worden om een beeld te krijgen van de benodigde stappen ten aanzien van het natuurbeschermingsrecht. Zo kan bijvoorbeeld blijken dat een gebouw met puntdak en dakpannen nagenoeg in alle gevallen nader onderzocht moet worden op huismus, gierzwaluw en vleermuizen in de periode april tot en met september. Op een soortgelijke wijze kunnen meerdere type gebieden/ objecten gecategoriseerd worden (denk ook aan onderscheid in type werkzaamheden zoals renovatie, sloop, kap, omgevingsvergunning, bestemmingsplan etc.) waarbij duidelijk wordt welke stappen naar verwachting nodig zijn. Een dergelijk stappenplan kan al met alleen een bureauonderzoek opgezet worden waardoor de kosten laag uitvallen. Geschat wordt dat het opstellen van stappenplan € 4.000 tot € 10.000 kost.
29
Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein
Tabel 5.1 Overzicht maatregelen met positief effect op risico’s (+: licht positief effect, ++: gemiddeld positief effect, +++: sterk positief effect) en bijbehorende kosteninschatting.
Maatregel Ecoloog in dienst Detachering Opleiding Risicokaart Stappenschema
Kosteninschatting € 60.000 tot € 65.000* € 154.000 ** € 5.000 tot € 15.000 € 10.000 tot € 25.000 € 4.000 tot € 8.000
Effect op risico’s +++ +++ ++(+) ++ +
* € 40,- onkosten per uur op basis van 36u per week over 52 weken per jaar. ** € 92,50,- onkosten per uur op basis van 32u per week over 52 weken per jaar. Beheer Als aanvulling op de hierboven genoemde maatregelen kan in het kader van beheer specifiek worden ingezet op de nieuwe gedragscode, vast te stellen door het college/ de gemeenteraad. De nieuwe gedragscode is leidend voor het voorkomen van negatieve effecten op (beschermde) soorten. De kennis kan zelf vergaard worden, maar dit kan ook door middel van een cursus gedaan worden. Adviesbureaus verzorgen op maat gemaakte cursussen waarmee de gedragscode centraal kan worden gezet. Maatregel Cursus gedragscode
Kosten € 2.000 tot € 5.000
Effect op risico’s beheer +++
Handhaving Ook wat betreft handhaving kan specifiek worden ingezet op kennisvergroting van dit aspect. Van belang is dat er een toezichthouder die is bevoegd in ‘domein 2’ wordt aangesteld of opgeleid. Een cursus handhaving Wnb kan bijdragen aan het benodigde kennisniveau voor het opstellen van gemeentelijk beleid voor dit onderwerp. Maatregel Opleiding toezichthouder Domein 2 Cursus handhaving Wnb
Kosten € 2.000 tot € 5.000
Effect op risico’s handhaving +++
€ 2.000 tot € 5.000
+++
Communicatie en overige Bovengenoemde maatregelen hebben met name betrekking op de inhoud. Echter blijkt uit de gevoerde gesprekken dat communicatie, procesborging en coördinatie net zo belangrijk zijn. Communicatieplan Wnb Door een actieve communicatiestrategie kan het kennisniveau ten aanzien van de Wnb zowel binnen de gemeente als bij burgers en initiatiefnemers worden verhoogd. Geadviseerd wordt om voor de gemeente een communicatieplan met betrekking tot taken en verplichtingen ronde de Wnb op te stellen. In dit plan komt zowel de interne als externe communicatie aan de orde. Het is gericht op borging van het benodigde kennisniveau over Wnb-taken bij het gemeentepersoneel -in haar diverse rollen- en daarnaast op het informeren van burgers en andere initiatiefnemers binnen de gemeente zodat zij goed op de hoogte zijn van aspecten rond de Wnb om rekening mee te houden.
30
Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein
Procesborging, coördinatie Naast het op peil brengen van het benodigde kennisniveau is het van belang dat de taken en acties rond de Wnb binnen de organisatie worden geborgd en gecoördineerd. Ons advies is om ook hier een plan voor op te stellen en een coördinator te benoemen die afstemt met de verschillende afdelingen en peilt of er voldoende invulling wordt gegeven aan de uit te voeren taken en of medewerkers tegen knelpunten aan lopen. Bij het opstellen van een communicatieplan en het borgen van het proces kan een klankbordgroep worden opgezet die regelmatig bijeenkomt om revelante punten met betrekking tot het natuurbeschermingsrecht te bespreken. Hierbij is het van belang dat elke rol binnen de gemeente (initiatiefnemer, bevoegd gezag) wordt vertegenwoordigd, zie figuur 5.1. Tot slot moet opgemerkt worden dat de ene maatregel de ander niet uitsluit, maar dat de kwaliteitsborging en daarmee het minimaliseren van risico’s wordt versterkt wanneer maatregelen worden gecombineerd.
Proces: communicatieplan, borging proces, coördinatie (coördinator & klankbordgroep)
Initiatiefnemer
Bevoegd gezag
Plannen
Toetsing, verlening omgevingsvergunning (Wnb)
(toets Wnb) Projecten (toets Wnb, maatregelen) Beheer (maatregelen, gedragscode)
Toezicht (Wnb)
Handhaving (wnb)
Kennis (ecologie, Wnb) Figuur 5.1. Processchema Wnb in de gemeente.
31
Natuurbeschermingsrecht Natuurbeschermingsrechtininde degemeente gemeenteNieuwegein Nieuwegein
Geraadpleegde bronnen Literatuur Brekelmans et al., (2012). Beschermde flora en fauna Nieuwegein. Bureau Waardenburg. Project nr: 10-701. Borst, ing. R.H.J et al., 2020. Gedragscode soortbescherming voor gemeenten. In opdracht van Vereniging Stadswerk Nederland in samenspraak met de Vereniging Nederlandse Gemeenten, versie juli 2020. Ministerie van Economische Zaken, 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Versie 1.3 december 2016. Provincie Utrecht, 2019. Programma invasieve exoten provincie Utrecht 2019 en 2020. Provincie Utrecht, 2017. Beleidskader Wet natuurbescherming, provincie Utrecht natuurlijk waardevol. Stichting Faunabeheereenheid Utrecht, 2017. Faunabeheerplan Utrecht 2017-2021: wildsoorten en landelijk vrijgestelde soorten. Stichting Faunabeheereenheid Utrecht, 2019. Fauna beheerplan Utrecht 2019-2025.
Internet www.faunabeheereennheid.nl/utrecht (FBE Informatie, https://www.faunabeheereenheid.nl/utrecht/) www.infomil.nl (Omgevingsvergunning natuur, https://www.infomil.nl/onderwerpen/landbouw/systematiek/omgevingsvergunning-natuur/) www.infomil.nl (Wet natuurbescherming, https://www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/wet-natuurbeschermin/) www.justis.nl (Taken en bevoegdheden van BOA’s, https://www.justis.nl/producten/boa/) www.natura2000.nl. (Aanwijzing Natura 2000-gebieden, https://www.natura2000.nl/procedure/aanwijzing-natura-2000gebieden. Gebieden Utrecht, https://www.natura2000.nl/gebieden/utrecht) www.natuurindegemeente.nl (Platform Natuur in de Gemeente, 2016. De wet natuurbescherming voor gemeenten: volledigheidstoets en informatieplicht. http://www.natuurindegemeente.nl/magazine/artikelen/juni-2016/de-wet-natuurbescherming-voor-gemeenten-volledigheidstoets-en-informatieplicht/) www.overheid.nl (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, geldend van 01-01-2018 t/m heden. https://wetten.overheid.nl/BWBR0030378/2018-01-01)
32
Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein
www.overheid.nl (Wet natuurbescherming, geldend van 01-01-2020 t/m heden. https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2020-01-01) www.provincie-utrecht.nl (Groene wetten en regels: Wet natuurbescherming, Verordening Natuur en Landschap provincie Utrecht 2017. https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/natuur/groene-wetten-en-regels) www.rvo.nl (Gedragscodes natuurbescherming, https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-en-natuur/ruimtelijke-ingrepen/ontheffing-vrijstelling/gedragscodes)
33
Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein
Bijlagen
Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein
Bijlage 1 Uitwerking natuurbeschermingsrecht Gebiedsbescherming (Hoofdstuk 2 Wnb) Inleiding Europese Vogel- en Habitatrichtlijngebieden vormen samen het wettelijk kader van de Natura 2000-gebieden. De bescherming hiervan is geregeld in hoofdstuk 2 van de Wnb. Natura 2000-gebieden herbergen bijzondere natuur- en/of landschappelijke waarden die op Europees niveau van betekenis zijn. Ze worden via een aanwijzingsbesluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) aangewezen als Natura 2000-gebied. In een aanwijzingsbesluit staat de begrenzing van het gebied en de doelen voor habitattypen en vogelsoorten die beschermd moeten worden. De meeste gebieden in Nederland zijn inmiddels definitief en onherroepelijk aangewezen. Als een Natura 2000gebied eenmaal is aangewezen, wordt een beheerplan opgesteld door het bevoegd gezag (meestal de provincie) in samenwerking met alle betrokken partijen in en om het gebied. In het beheerplan staan de maatregelen beschreven die nodig zijn om de doelen te halen. Vergunningen Voor projecten of plannen die een negatief effect kunnen hebben op een Natura 2000-gebied geldt een vergunningplicht. Voor projecten met significante effecten is doorgaans een vergunning nodig (art. 2.7 lid 2). Voor plannen geldt dat deze niet vastgesteld mogen worden wanneer significante effecten kunnen optreden (art. 2.7 lid 1).
Het is dus van belang om te noemen dat er een verschil is tussen plannen en projecten. Gedeputeerde Staten verlenen alleen een vergunning voor een project wanneer uit de beoordeling blijkt dat het project de natuurlijke kenmerken of draagkracht voor kwalificerende waarden van het gebied niet zal aantasten. Als dit wel het geval is, dan kan hierop alleen bij groot algemeen belang, wanneer geen alternatieve oplossingen voorhanden zijn, een uitzondering worden gemaakt. Verder wordt een uitzondering alleen gemaakt als de natuurdoelstellingen van het betreffende Natura 2000-gebied gewaarborgd blijven. Dit kan gegarandeerd worden door het treffen van compenserende en/of mitigerende maatregelen (Wnb art. 2.9). De stappen die bij beoordeling van een vergunningaanvraag aan de orde zijn worden in 2.3.3. verder beschreven. Bevoegd gezag De vergunningprocedure voor projecten met een effect op Natura-2000-gebieden loopt doorgaans via de provincie. Bij activiteiten en handelingen van nationaal, provincie-overschrijdend belang, zoals de aanleg en onderhoud van Rijkswegen, -wateren en spoorwegen of schelpdiervisserij en militaire activiteiten is het Rijk bevoegd gezag. De initiatiefnemer vraagt bij de provincie (of de RVO namens het Rijk) een vergunning Wnb aan.
Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein
Een initiatiefnemer kan er ook voor kiezen om het onderdeel Wnb mee te nemen bij het aanvragen van een omgevingsvergunning bij de gemeente, ook wel ‘aanhaken’ genoemd. Bij het aanvragen van de omgevingsvergunning wordt dan de toestemming ‘handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden’ gevraagd. De gemeente is dan het bevoegd gezag voor de verlening en de bestuurlijke handhaving van de vergunning, inclusief de onderdelen ervan die betrekking hebben op de Wnb aspecten. De gemeente moet in zo’n procedure een verklaring van geen bedenkingen opvragen bij gedeputeerde staten, of in sommige gevallen de minister, voordat zij een vergunning kan verlenen. Beoordeling van plannen en projecten Bij het vaststellen van plannen of uitvoering van projecten dient er in het kader van vergunningverlening te worden getoetst of deze een (mogelijk) significant negatief effect hebben op de gestelde doelen voor een Natura 2000-gebied. De initiatiefnemer moet een beoordeling (laten) opstellen waaruit blijkt welk effect er is op de instandhoudingsdoelen van het gebied (Wnb art. 2.8): een ecologische effectbeoordeling. Voor projecten geldt dat ze ook wanneer ze buiten een Natura 2000-gebieden worden uitgevoerd een negatief effect kunnen hebben op de instandhoudingsdoelen. Dit wordt ook wel ‘externe werking’ genoemd. Op grote afstand kan bijvoorbeeld stikstofdepositie effect hebben.
Voor plannen geldt dat er, naast een effectbeoordeling uit de Wnb, ook een uitvoerbaarheidstoets vanuit de Wet ruimtelijke ordening moet worden uitgevoerd. In deze toetsing dient aangetoond te worden dat het nieuwe of aangepaste bestemmingsplan geen negatief of significant negatief effect heeft op beschermde natuurwaarden of dat er uitzicht is op vergunningverlening. Toetsing kan, afhankelijk van het verwachtte effect op instandhoudingsdoelstellingen, op verschillende niveaus plaats vinden: 1. Voortoets De voortoets is een eerste stap en geeft zicht op de mogelijke negatieve effecten op de doelstellingen van Natura 2000-gebieden. Dit kunnen directe effecten zijn zoals verstoring maar ook indirecte effecten zoals toename van stikstofbelasting. Uit de voortoets volgt of, en zo ja welke, vervolgstappen nodig zijn. Wanneer uit de voortoets blijkt dat er geen negatieve effecten op instandhoudingsdoelstelling te verwachten zijn, is er geen vergunningplicht. De initiatiefnemer hoeft verder niets te doen. 2. Passende beoordeling Wanneer significant negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen niet uitgesloten kunnen worden is een Passende Beoordeling noodzakelijk.
In de passende beoordeling onderzoekt de initiatiefnemer of de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied door zijn activiteit in gevaar komen en kunnen mitigerende maatregelen genomen worden om significantie weg te nemen. Een vergunning van het bevoegd gezag is noodzakelijk. 3. ADC-toets De ADC-toets is een vervolg op de passende beoordeling. Deze wordt uitgevoerd als uit de passende beoordeling blijkt dat de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied in gevaar komen en mitigerende maatregelen niet voldoende zijn om de negatieve gevolgen te voorkomen of verminderen. Een project kan alleen doorgang vinden als het aan de drie voorwaarden van de ADC-toets voldoet: 1. Er zijn geen alternatieven voor het project 2. Er is een dwingende reden van openbaar belang 3. Er worden voldoende compenserende maatregelen getroffen Een vergunning van het bevoegd gezag is noodzakelijk.
Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein
Soortenbescherming (Hoofdstuk 3 Wnb) Inleiding De bescherming van soorten is geregeld in hoofdstuk 3 van de Wnb. In de artikelen 3.1 tot en met 3.11 is voorgeschreven welke handelingen ten aanzien van beschermde soorten verboden zijn. Er worden daarbij drie categorieën soorten onderscheiden: vogelrichtlijnsoorten (artikelen 3.1 t/m 3.4), habitatrichtlijnsoorten (art. 3.5 t/m 3.9) en andere soorten (art. 3.10 en 3.11) – zie ook kader 1. De vogel- en habitatrichtlijnsoorten zijn op Europees niveau beschermd. Voor de overige soorten geldt bescherming op nationaal niveau, deze staan vermeld in bijlage A van de Wnb. Kader 1: Soortenbescherming onder verschillende wetten of regelingen en het beleid Lijsten van beschermde soorten onder de verschillende beschermingsregimes (onder andere Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn en verdragen van Bern en Bonn) zijn te raadplegen via de website: https://minlnv.nederlandsesoorten.nl/wetten
Er zijn in de wet verbodsbepalingen opgenomen die niet overtreden mogen worden tenzij er een ontheffing voor verleend kan worden (het ‘nee, tenzij-principe). Provincies (en in sommige gevallen het Rijk) hebben de bevoegdheid om onder voorwaarden een ontheffing of vrijstelling te verlenen van verbodsbepalingen. Per categorie gelden verschillende ontheffingsgronden en vrijstellingsvoorwaarden. Een ontheffing houdt in dat er verbodsbepalingen worden overtreden die in een individueel concreet geval (onder bepaalde voorwaarden) worden toegestaan in een besluit van het bevoegd gezag. Een vrijstelling houdt in dat er voor bepaalde handelingen een uitzondering op het verbod geldt voor iedereen die aan de voorwaarden van de vrijstelling voldoet – in zo’n geval is geen ontheffing nodig. Zorgplicht Voor alle in het wild voorkomende soorten geldt een zorgplicht binnen de Wnb. Dit houdt in dat eenieder ervoor dient te zorgen dat de handelingen geen nadelige effecten voor soorten (en individuen) kunnen veroorzaken (Wnb art 1.11). Dat wil zeggen dat nadelige handelingen zo veel mogelijk achterwege moeten worden gelaten, als dat niet lukt er maatregelen worden genomen om nadelige gevolgen te voorkomen en als dat niet kan, de nadelige gevolgen zo veel mogelijk worden beperkt of ongedaan gemaakt.
Bijvoorbeeld door soortgerichte voorzorgsmaatregelen te treffen en door alert te zijn op schade aan soorten bij het uitvoeren van handelingen. Beschermingsregime Vogelrichtlijnsoorten (paragraaf 3.1 Wnb) In de wet zijn verbodsbepalingen opgenomen die gelden voor van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. De verboden gelden voor: • Doden of vangen; • Opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren of nesten weg te nemen; • Eieren hiervan te rapen of onder zich te hebben; • Opzettelijk te storen, tenzij deze storing niet van wezenlijke invloed is; • Verkopen, vervoeren of bij je hebben van (van nature in Nederland voorkomende) vogels of producten daarvan. In de praktijk is de bescherming vooral van toepassing voor broedvogels. De broedperiode verschilt per soort, maar in de regel wordt voor het broedseizoen de periode half maart tot en met half juli aangehouden. Let op, broedende vogels zijn te allen tijde beschermd, ook soorten die eerder of later broeden. Daarnaast is er een aantal soorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Van deze soorten mag in de perioden dat het nest niet wordt gebruikt deze niet zonder ontheffing worden verwijderd. Voorbeelden hiervan zijn enkele roofvogels, uilen, huismus en gierzwaluw (figuur 1).
Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein
Figuur 1. De gierzwaluw is een vogelrichtlijnsoort waarvan de nestplaatsen jaarrond beschermd zijn. (Foto: E. Goutbeek)
De bescherming van vogelrichtlijnsoorten is strikt. Alleen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat, er een zwaarwegend rechtsgeldig belang geldt en de maatregelen niet leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort kan een ontheffing van verbodsbepalingen worden verleend. Bij een ontheffing worden doorgaans diverse voorwaarden opgenomen met betrekking tot middelen, werktijden en risicobeperkende methoden waaraan een ontheffinghouder zich moet houden. Voorbeelden van belangen zijn volksgezondheid, openbare veiligheid, veiligheid van het luchtverkeer, voorkomen van (landbouw)schades, beschermen van flora en fauna, onderzoek en onderwijs. Beschermingsregime Habitatrichtlijnsoorten (paragraaf 3.2 Wnb) De Habitatrichtlijn is gericht op het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitats en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. De volgende handelingen ten aanzien van in het wild levende diersoorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied zijn in de Wnb verboden (art. 3.5): • Opzettelijk doden of vangen; • Opzettelijk te verstoren; • Eieren opzettelijk vernielen of rapen; • Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen beschadigen of vernielen.
Het betreft de soorten genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de genoemde vogelsoorten want die zijn al beschermd onder de Vogelrichtlijn.
Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein
Bij plantensoorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, is het verboden om deze in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In artikel 3.6 zijn verboden opgenomen voor (onder andere) het bij je hebben, vervoeren, verkopen en verhandelen van dieren- en plantensoorten. Hierop geldt een uitzondering als het gaat om gekweekte of gefokte soorten. Belangen die kunnen gelden bij het verkrijgen van een ontheffing voor het uitvoeren van handelingen waarbij verbodsbepalingen worden overtreden ten aanzien van habitatrichtlijnsoorten zijn: bescherming van de wilde flora of fauna, of van de instandhouding van de natuurlijke habitats; voorkoming van ernstige (landbouw) schade; volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; onderzoek en onderwijs, re-populatie of herintroductie van deze soorten. Voor habitatrichtlijnsoorten kan dus gemakkelijker ontheffing worden gekregen dan vogelrichtlijnsoorten omdat hier het wettelijk belang van economische aard kan worden aangedragen.
Daarentegen zijn de verbodsbepalingen ten aanzien van habitatrichtlijnsoorten weer stringenter, omdat ze nooit verstoord mogen worden. Figuur 2 geeft een voorbeeld van een habitatrichtlijnsoort van bijlage IV.
Figuur 2. De gewone dwergvleermuis, veel voorkomend in stedelijk gebied, is beschermd volgens de Habitatrichtlijn: een soort van bijlage IV.
Beschermingsregime andere soorten (paragraaf 3.3 Wnb) Voor overige in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten genoemd in de bijlage, onderdeel A, van de Wnb geldt ook een verbod op het opzettelijk doden of vangen of vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk beschadigen of vernielen. Voor vaatplanten van de soorten genoemd in de bijlage, onderdeel B, geldt een verbod op het in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen (art. 3.10 lid 1)
Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein
Voor deze soorten kan, in aanvulling op de voorwaarden die bij de habitatrichtlijnsoorten zijn vermeld, op meerdere gronden een vrijstelling of ontheffing van de verbodsbepalingen worden verleend door de provincie. Hiervoor kunnen argumenten gelden zoals: • De ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of kleinschalige bouwactiviteiten; • voorkoming van schade of overlast aan onder andere sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; • beperking van de omvang van de populatie van dieren • voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; • bestendig beheer (zie kader 2) of onderhoud in de landbouw of bosbouw • bestendig beheer of onderhoud van vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; • bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied; • het algemeen belang, of bestendig gebruik. De verboden zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Kader 2: Bestendig beheer (Bron: gedragscode soortbescherming voor gemeenten) Onder bestendig beheer of onderhoud (BB) wordt het voortzetten van (regulier) onderhoud verstaan.
Het resultaat daarvan is het behoud van de bestaande situatie en het behoud van de aan de locatie gekoppelde functies voor flora en fauna. Werkzaamheden worden veelal op basis van een beheerplan of beheersysteem verricht en kennen een bepaalde cyclus of herhaling. Meestal worden dergelijke werkzaamheden gerealiseerd in de vorm van een contract. Voorbeelden van werkzaamheden zijn: • Eén keer per drie jaar snoeien van een laanbeplanting. • Twee keer per jaar maaien van een wegberm. • Eén keer per zeven jaar schilderen van een gemeentehuis.
Vrijgestelde soorten provincie Utrecht (Verordening Natuur en Landschap) De Provincie Utrecht heeft in paragraaf 3.5 van de Verordening Natuur en Landschap 2017 voor diverse soorten als bedoeld in artikel 3.10 van de Wnb (soorten die niet zijn beschermd onder de habitatrichtlijn) een vrijstelling van verbodsbepalingen vanuit de soortenbescherming opgenomen. De vrijstelling geldt voor handelingen: • In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of van kleinschalige bouwactiviteiten, met inbegrip van het daaropvolgende gebruik van het gebied of het gebouwde; • ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied. De soorten die zijn vrijgesteld staan vermeld in bijlage II van deze verordening. Het betreft diverse muizensoorten, marterachtigen (bunzing, wezel, hermelijn), egel, haas, konijn, ree, vos en woelrat en een aantal amfibieën: bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker en bastaardkikker.
Schadebestrijding, overlastbestrijding en faunabeheer (paragraaf 3.4 Wnb) In paragraaf 3.4 van de Wnb (artikelen 3.12 t/m 3.19) worden regels gesteld ten aanzien van schadebestrijding, overlastbestrijding en faunabeheer van populaties in het wild levende dieren. Schadebestrijding is het treffen van maatregelen tegen dieren om (verdere) schade aan gewassen, natuur en andere dieren en risico's voor de veiligheid te voorkomen. Als diersoorten schade aanrichten, kan hier, onder
Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein
bepaalde voorwaarden, tegen worden opgetreden. Hierbij gaat het onder andere om het voorkomen van landbouwschade, schade aan flora en fauna en gevaar voor de volksgezondheid of de openbare veiligheid. De provincie heeft op grond van art. 3.15 de mogelijkheid om bij verordening vrijstelling verlenen van verbodsbepalingen voor soorten waarvoor geen landelijke vrijstelling geldt. Deze vrijstelling is opgenomen in artikel 3.4.1 van de provinciale Verordening Natuur en Landschap (2017). De vrijgestelde soorten zijn opgenomen in bijlage 1 en betreffen: Grauwe gans, Kolgans, Brandgans en Veldmuis. Deze mogen onder voorwaarden worden verjaagd, gevangen (veldmuis) of gedood. Bestrijding van soorten die overlast veroorzaken is geregeld in artikel 3.16 van de Wnb. Het biedt provincies eveneens de mogelijkheid om via een verordening vrijstelling van verbodsbepalingen te verlenen voor de bestrijding van overlast door soorten waarvoor geen landelijke vrijstelling geldt. Voor deze soorten kan ook een vrijstelling worden verleend voor de bestrijding van overlast binnen de bebouwde kom door gemeenten. De provincie Utrecht maakt hier echter geen gebruik van.
Het faunabeheer betreft het planmatig en gecoördineerd beheer van diersoorten en wordt op grond van vastgestelde faunabeheerplannen uitgevoerd door een zogenoemde faunabeheereenheid: een door Gedeputeerde Staten erkend samenwerkingsverband van jachthouders. Jachthouders zijn personen of organisaties die op basis van eigendom, pacht of huur beschikking hebben over de jachtrechten. Voorbeelden hiervan zijn landbouworganisaties en terreinbeheerders als Natuurmonumenten, Het Utrechts landschap, landgoedeigenaren en jagers. In een faunabeheerplan staan maatregelen om schade te voorkomen of te bestrijden beschreven. Het dient door GS te worden goedgekeurd. Provinciale Staten stellen regels waaraan het plan moet voldoen, onder andere de begrenzing van het werkgebied. Het faunabeheerplan geldt niet voor exoten of verwilderde dieren. Uitwerking provincie Utrecht In de provincie Utrecht is de Faunabeheereenheid Utrecht actief. Zij hebben het ‘Faunabeheerplan Utrecht 2017-2021: Wildsoorten en landelijk vrijgestelde soorten’ opgesteld – het gaat om een herziening van het faunabeheerplan 2014-2019 die bij het in werking treden van de Wnb per 1-1-2017 is doorgevoerd. Het faunabeheerplan ziet op het duurzaam beheer van in het wild levende dieren, bestrijding van schadeveroorzakende dieren en de uitoefening van jacht.
In het faunabeheerplan Utrecht is gemeente Nieuwegein aangeduid als stedelijk gebied. Binnen stedelijk gebied gaat het beheerplan in op soorten konijn en kauw waarbij doelstellingen voor het voorkomen en beperken van schade zijn geformuleerd. Er is hierin geen expliciete taak voor de gemeente vermeld. Het faunabeheer wordt uitgevoerd door wildbeheereenheden. Het grondgebied van Nieuwegein valt binnen de wildbeheereenheid Kromme Rijn. Exotenbestrijding Voor exoten geldt in de Wnb de definitie: dieren of planten van soorten die niet van nature in Nederland voorkomen of voorkwamen en die door menselijk handelen terecht zijn gekomen in de Nederlandse natuur of dat in de nabije toekomst dreigen te doen; Invasieve exoten zijn exoten die wanneer zij zich gevestigd hebben of zouden vestigen in de Nederlandse natuur: a. Een gevaar kunnen opleveren voor het voortbestaan van dier- of plantensoorten die van nature in Nederland of elders voorkomen, of b. een aanmerkelijke verslechtering kunnen veroorzaken van omstandigheden die voor het voortbestaan van soorten als bedoeld in onderdeel a noodzakelijk zijn. De Minister wijst op basis van artikel 3.19 Wnb soorten invasieve exoten aan die in het belang van de bescherming van de wilde flora, de wilde fauna of de instandhouding van natuurlijke habitats worden bestreden.
De minister van LNV heeft 49 invasieve soorten aangewezen welke ook zijn aangewezen door de Europese Commissie
Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein
op grond van de Europese Exotenverordening. Per januari 2018 zijn de provincies verantwoordelijk voor het merendeel van de door de minister aangewezen invasieve exoten. Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht heeft het programma invasieve exoten 2019 en 2020 vastgesteld. Hierin is een strategie en prioritering voor exotenbestrijding in de provincie beschreven. Gedeputeerde staten kunnen op grond van artikel 3.18 Wnb aan personen of samenwerkingsverbanden van personen opdracht geven tot het terugbrengen van het aantal van bij de opdracht aangeduide soorten. Dat gebeurt nu ook al. Zo hebben GS de Faunabeheereenheid Utrecht opgedragen om de Nijlgans te bestrijden. Artikel 3.18 Wnb is van toepassing op alle exoten, dus ook op invasieve exoten. Dit artikel geldt evenwel alleen voor populatiebeheer van vogels en (andere) diersoorten, niet voor plantensoorten. Voor niet aangewezen invasieve plantensoorten is op dit moment geen juridisch instrument beschikbaar. De provincie Utrecht is eindverantwoordelijk voor de bestrijding van invasieve exoten binnen de provincie. Voor soorten die al wijdverspreid zijn en die niet op de Unielijst staan (art. 19b-soorten) gaat de provincie er van uit dat iedere stakeholder op grond van zijn/haar publieke taak en/of privaat eigendom belang heeft bij het bestrijden van een of meerdere invasieve exoten.
Dat kan verkeersveiligheid zijn, economische schade aan gebouwen of landbouw, het openhouden van watergangen, de waterkerende functie van waterkeringen of aantasting van de biodiversiteit. Die belangen spelen in het programma een belangrijke rol in de verdeling van de werkzaamheden. Daar waar bestrijding van wijdverspreide exoten samenvalt met een publieke taak van een andere overheid dan de provincie, ligt het initiatief en de verantwoordelijkheid naar de mening van de provincie bij het betreffende bestuursorgaan en komen de met de bestrijding samenhangende kosten primair voor diens rekening. De provincie ziet voor gemeenten een belangrijke verantwoordelijkheid in het bestrijden van artikel 19b soorten langs gemeentelijke wegen. De provincie is voornemens om zo spoedig mogelijk een provinciale verordening (die onderdeel zal gaan uitmaken van de omgevingsverordening onder de komende Omgevingswet) op te stellen om de Utrechtse soorten, waarvan de belangrijkste de Japanse duizendknoop (figuur 3) is, zo effectief mogelijk te kunnen bestrijden. Men wil hierbij de samenwerking zoeken met diverse partijen waaronder gemeenten - gemeente Nieuwgein is als stakeholder betrokken bij het Platform invasieve exoten van de provincie.
Figuur 3. Japanse duizendknoop is een voorbeeld van een lastig te bestrijden exoot met een enorme concurrentiekracht.
Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein
Onder andere wil men gaan werken op basis van een protocol voor bestrijding van Aziatische duizendknopen (drie soorten, waaronder Japanse) dat op basis van een convenant of intentieverklaring zal worden toegepast. Ook wil men inzetten op voorlichting aan het publiek waarbij men voor gemeenten een duidelijke rol ziet en subsidies verstrekken voor gemeente overschrijdende samenwerking. Jacht (paragraaf 3.5 & 3.6 Wnb) In paragraaf 3.5 van de Wnb is de Jacht geregeld welke, in afwijking van diverse andere wetsartikelen, is toegestaan op een vijftal wildsoorten: fazant, wilde eend, houtduif, haas en konijn. Hiervoor gelden wel regels en voorwaarden. Zo moet een jachthouder de wildstand handhaven, schade door wild voorkomen en gelden er voorschriften en verboden ten aanzien van het gebruik van middelen waarmee jacht wordt bedreven. Het is verboden de jacht uit te oefenen met gebruikmaking van het geweer binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom, of in de onmiddellijk aan de bebouwde kom grenzende terreinen. De gemeente is verantwoordelijk voor het vaststellen van een bebouwde kom grens waarbinnen geen jacht mag plaatsvinden. In paragraaf 3.6 zijn regels ten aanzien van het gebruik van middelen voor het vangen en doden van dieren vastgelegd.
Onder andere staat vermeld dat een geweer niet zonder een geldige jachtakte mag worden gebruikt en niet buiten een jachtveld. Verder staan er diverse voorwaarden aan het verlenen van de jachtakte in. Overige bepalingen, handel in en bezit van dieren en planten (paragraaf 3.7 & 3.8 Wnb) In paragraaf 3.7 van de Wnb zijn overige bepalingen opgenomen waarvan er enkele voor de gemeente relevant kunnen zijn: • Artikel 3.31 gaat in op handelingen waarvoor bepaalde verboden niet gelden wanneer deze worden uitgevoerd volgens een door de minister goedgekeurde gedragscode. Het gaat hierbij onder andere om het bestendig beheer van watergangen, vaarwegen, wegen en bermen of bestendig gebruik. In de gedragscode moet worden beschreven hoe en wanneer handelingen worden uitgevoerd zodat er zorgvuldig met soorten die in het geding zijn wordt omgegaan en schade zo veel mogelijk wordt beperkt. • Artikel 3.34 verbiedt het uitzetten van dieren of eieren en het planten of zaaien van exoten. Paragraaf 3.8 gaat in op de handel en het bezit van dieren en planten. Hierbij wordt verwezen naar een aantal EU-verordeningen die van kracht zijn op dit vlak. Er geldt een verbod op handelingen die in strijd zijn met de betreffende EU-voorschriften.
De wet beschrijft dat bij algemene maatregel van bestuur ter bescherming van dierof plantensoorten of bij de uitvoering van de EU-voorschriften nadere regels kunnen worden gesteld betreffend handel en bezit van dieren en planten. Verder geldt een verbod op handel of bezit van invasieve exoten die bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen. Er wordt verwezen naar CITES als de wetenschappelijke autoriteit inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten.
Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein
Houtopstanden (hoofdstuk 4 Wnb) Hoofdstuk 4 van de Wnb is voortgekomen uit de Boswet en is bedoeld voor het beschermen van bossen en houtopstanden buiten de bebouwde kom. De grens van deze bebouwde kom kan in de praktijk soms afwijken van de verkeerskundige bebouwde kom. De provincie heeft de grenzen waarbinnen de Wnb houtopstanden van toepassing is via de online Webkaart inzichtelijk gemaakt, zie figuur 4. Volgens de begripsbepaling in de Wnb betreft een houtopstand een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die: • Een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, • of bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. Binnen de wet geldt een meldingsplicht (artikel 4.2) voor het kappen en vellen van houtopstanden. Deze geldt als er een houtopstand van minimaal 10 are geheel of gedeeltelijk verwijderd wordt: ook het verwijderen van minder dan 10 are uit een opstand van meer dan 10 are is meldingsplichtig. De melding moet worden gedaan bij de provincie. Deze meldingsplicht geldt niet wanneer er gewerkt wordt met een goedgekeurde gedragscode. De meldingsplicht geldt ook niet voor: • Houtopstanden binnen de grenzen van de bebouwde kom - de gemeenteraad dient deze grens vast te stellen voor haar gemeente (Wnb art.
4.1a) • houtopstanden op erven en in tuinen; • vruchtbomen en windschermen om boomgaarden; • naaldbomen van maximaal 20 jaar oud, bedoeld als kerstbomen; • kweekgoed; • wegbeplantingen en eenrijige beplantingen die bestaan uit populieren of wilgen, op of langs landbouwgronden en waterwegen; • onderhoud om de groei van het overblijvende groen te bevorderen (dunning); • beplantingen die bestaan uit populieren, wilgen, essen of elzen voor de productie van houtige biomassa als zij: o Tenminste eens per 10 jaar worden geoogst. o Een aaneengesloten beplantingseenheid zijn die bestaat uit minstens tienduizend stoven per hectare en die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken, breder dan 2 meter. o Na 1 januari 2013 zijn aangelegd. Ook geldt nagenoeg altijd een herplantingsplicht volgens artikel 4.3. Provincies kunnen ook zelf vrijstellingsregels opstellen voor de herplantingsplicht. Zowel binnen als buiten de bebouwde kom grens (Wnb) kunnen er gemeentelijke regels zijn ten aanzien van houtkap. Vaak zijn deze geregeld in een APV of bomenverordening.
Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein
Figuur 4. toepassingsgebieden houtopstanden Wnb (gemarkeerd in oranje) en gemeentegrens Nieuwegein (bron: Webkaart provincie Utrecht)
Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein
Bescherming NNN: Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De juridische borging van het ruimtelijk beleid met betrekking tot het NNN is niet opgenomen in de Wnb, maar op grond van de Wet ruimtelijke ordening vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het NNN is het stelsel van natuurgebieden van internationaal of nationaal belang dat strekt tot de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten (Artikel 2.10.1 Barro). Het is de voormalige ecologische hoofdstructuur (EHS). In de Wnb, onder artikel 1.12, wordt Gedeputeerde Staten opgedragen gebieden voor het NNN aan te wijzen en zorg te dragen voor verantwoording richting het ministerie. Het daadwerkelijke beschermingsregime is geregeld in Artikel 2.10.4 van het Barro. Hierin staat dat wanneer afgeweken wordt van het bestemmingsplan -voor een bestemming binnen het NNN- geen activiteiten worden mogelijk gemaakt, die per saldo leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden, tenzij: a. Er sprake is van een groot openbaar belang, b. er geen reële alternatieven zijn, en c.
de negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte en samenhang worden beperkt en de overblijvende effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd. Het beschermingsregime ten aanzien van het NNN is dus alleen van toepassing wanneer afwijking van het bestemmingsplan plaatsvindt. Voor projecten (omgevingsvergunning) waarbij de activiteiten passen binnen het vigerende bestemmingsplan is dus geen toetsing aan de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN aan de orde. De ruimtelijke regels blijven dan immers geborgd. Uitwerking van de regels in de provincie Utrecht Regels ter bescherming van het Natuur Netwerk Nederland zijn uitgewerkt in artikel 2.4 van de Provinciale Ruimtelijke Verordening (herijking 2016) van de provincie Utrecht. De begrenzing van ‘Natuur Netwerk Nederland’ is hierin vastgelegd met verwijzing naar de kaart Natuur. Tevens is het NNN opgenomen in de provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (PRS, Herijking 2016). In de verordening staat dat significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet is toegestaan. De wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN-gebied in provincie Utrecht bestaan uit (Provincie Utrecht, 2016): 1. de bestaande en potentiële waarden van het ecosysteem waaronder ook begrepen worden de vereiste omgevingsfactoren zoals donkerte, bodem, water en milieu; 2.
de robuustheid en de aaneen geslotenheid van het NNN; 3. de aanwezigheid van bijzondere soorten; 4. de verbindingsfunctie van het gebied voor soorten en ecosystemen. Er dient getoetst te worden of er door een plan negatief effect ontstaat op deze wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Daarnaast mag een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het NNN niet leiden tot significante vermindering van de oppervlakte van de (natuur-)gebieden of de samenhang tussen deze gebieden (Provincie Utrecht, 2016).
Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein
Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om het NNN in hun ruimtelijke plannen (‘ruimtelijk besluit’) voldoende te beschermen, zie Provinciale Ruimtelijke Verordening artikel 2.4. In Nieuwegein zijn de uiterwaarden van de Lek en het IJsselbos begrensd als NNN. In figuur 5 is de ligging van het NNN binnen gemeente Nieuwegein aangeduid zoals opgenomen in de Webkaart provincie Utrecht.
Figuur 5. Begrenzing NNN (groene arcering binnen gemeente Nieuwegein, de zwarte lijn is de gemeentegrens (Bron: Webkaart provincie Utrecht).