CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-016 Bijlage 3-1. Rapport Wettelijke taken natuurbescherming

Raadsvergadering 21 maart 2024, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Omgevingsprogramma Natuur in de stad16.555 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2024-016 Bijlage 3-1

Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein Invulling van de wettelijke taken rond het natuurbeschermingsrecht

Gemeente Nieuwegein, mw. M. Roubos

Definitief

Barchman Wuytierslaan 10 3818 LH Amersfoort T 0384236464

Colofon

E info@ecogroen.nl I www.ecogroen.nl

Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein Invulling van de wettelijke taken rond het natuurbeschermingsrecht

20-264

22 maart 2021

Definitief

F.A. (Floris) Jansen & S.E. (Sebastiaan) Kraaijeveld

H.J. (Erik) Riphagen & D. (David) Sietses

Gemeente Nieuwegein, mw. M. Roubos

©Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. Jansen, F.A & Kraaijeveld, S.E. (2021). Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein. Invulling van de wettelijke taken rond het natuurbeschermingsrecht. Rapport 20-264. Ecogroen bv Zwolle.

Inhoud 1.

2.

3.

Samenvatting

5

Inleiding

7

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Doelstelling Aanpak Leeswijzer

7 7 8 8

Natuurbeschermingsrecht

9

2.1 2.2

9 10 10 10 10

Wettelijke taken gemeenten

11

3.1 3.2

11 13 13 14 15 15 18 18 18 18 19 19 20 20 20

3.3

3.4 3.5

4.

Afbakening Gemeente als initiatiefnemer van ruimtelijke plannen & projecten, beheerder 3.2.1 Quickscan natuurtoets 3.2.2 Aanvullend onderzoek 3.2.3 Uitvoeren mitigerende/ compenserende maatregelen 3.2.4 Werken volgens gedragscode of ecologisch werkprotocol 3.2.5 Aanvraag ontheffing/vergunning Wnb 3.2.6 Ecologische begeleiding Gemeente als vergunningverlener 3.3.1 Beoordeling aanvraag omgevingsvergunning bij aanhaken onderdeel Wnb (project) 3.3.2 Beoordelen wijzigingsverzoek bestemmingsplan (plan) Gemeente als toezichthouder en handhaver Overige taken gemeente 3.5.1 Houtopstanden 3.5.2 Jacht, faunabeheer en schadebestrijding

Invulling gemeente Nieuwegein

21

4.1

21 21 22 23 25 26

4.2 4.3 4.4 5.

Inleiding Korte samenvatting instrumenten 2.2.1 Wet natuurbescherming 2.2.2 Wet ruimtelijke ordening: Barro 2.2.3 Rol provincies

Toetsing en uitvoering als initiatiefnemer ruimtelijke inrichting & beheer 4.1.1 Initiatiefnemer ruimtelijke ontwikkeling of inrichting 4.1.2 Beheer openbare ruimte Vergunningverlening ruimtelijke inrichting Toezicht en handhaving Overige taken

Advies 5.1 5.2

27 Inleiding Maatregelen

Geraadpleegde bronnen

27 28 32

Bijlagen

Bijlage 1 - Uitwerking natuurbeschermingsrecht

Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein

Samenvatting Gemeente Nieuwegein wil inzicht in haar wettelijke taken in het kader van het natuurbeschermingsrecht. Voorliggend rapport is het resultaat van literatuuronderzoek en gesprekken met de werknemers van de gemeente. Uit het onderzoek zijn diverse rollen naar voren gekomen waarin de gemeente wettelijke taken heeft ten aanzien van het natuurbeschermingsrecht. In de tabel op de volgende pagina wordt een samenvatting gegeven van voorliggend rapport. Het natuurbeschermingsrecht, beschreven in hoofdstuk 2 en bijlage 1, is de paraplu waaronder de verschillende gemeentelijke rollen en taken kunnen worden onderscheiden. De rollen waarin de gemeente met het natuurbeschermingsrecht te maken heeft zijn de rijen in de tabel. Per rol zijn de bijbehorende taken, de invulling hiervan door de gemeente en aanbevelingen (waar in hoofdstukken 3 t/m 5 van dit rapport op in wordt gegaan) aangeduid in de kolommen. De kleuren in de tabel hebben de volgende betekenis: Wordt uitgevoerd: taak is goed bekend bij de gemeente en wordt al uitgevoerd.

Verdient aandacht: taak wordt niet altijd uitgevoerd of er is weinig ervaring mee.

Verdient extra aandacht: er is meer kennis of nieuw beleid nodig om deze taak goed uit te kunnen voeren. Hiermee is in één overzicht de inhoud van de verschillende hoofdstukken weergegeven. In de hoofdstukken zelf is achtergrondinformatie te vinden voor datgene dat beschreven is in de tabel. Hoofdstukken 1 en 2 zijn niet opgenomen in de tabel. Hoofdstuk 1 omvat de inleiding en hoofdstuk 2 beschrijft kort de achtergrond bij het natuurbeschermingsrecht. Voor nadere informatie over het natuurbeschermingsrecht wordt verwezen naar bijlage 1: ‘Uitwerking natuurbeschermingsrecht’. Parallel aan dit rapport is een tweede rapport opgesteld waarin is beschreven wat de gemeentelijke maatschappelijk taken zijn rond biodiversiteit en een leefbare en groene stad (rapport ‘Biodiversiteit in de gemeente Nieuwegein’, Ecogroen 2020). Enkele keren -met name wanneer een bepaalde taak niet meer als wettelijke taak kan worden gezien- wordt in voorliggend rapport dan ook verwezen naar het rapport met de maatschappelijke taken van de gemeente.

Rol

H3 Wettelijke taken gemeente

H4 Invulling gemeente Nieuwegein

H5 Advies

Uitvoeren Quickscan Natuurtoets

Wordt meestal gedaan.

Standaard laten uitvoeren door deskundige.

Beoordelen kwaliteit Quickscan Natuurtoets

Deed voorheen beleidsmedewerker ecologie, Aanstellen ecoloog/ adviseur. momenteel niet de kennis in huis. Nauwelijks van toepassing, weinig ervaring Standaard laten uitvoeren indien de mee. Quickscan hierom vraagt. Nauwelijks van toepassing omdat binnen Standaard laten uitvoeren indien de Nieuwegein geen N2000-gebieden liggen, Quickscan hierom vraagt. onderdeel stikstof is wel relevant. Wordt rekening mee gehouden in plannen, Standaard laten uitvoeren indien de komt weinig voor. Quickscan hierom vraagt. Wordt rekening mee gehouden in projecten Standaard laten uitvoeren indien de maar komt weinig voor, voorheen was Quickscan of het aanvullend onderzoek beleidsmedewerker ecologie betrokken, meer hierom vraagt. deskundigheid nodig Wordt rekening mee gehouden in projecten, Standaard laten uitvoeren indien de komt weinig voor. Quickscan of het aanvullend onderzoek hierom vraagt.

Aanvullend onderzoek soortbescherming Wnb Aanvullend onderzoek gebiedsbescherming Wnb Initiatiefnemer plan Aanvullend onderzoek Natuurnetwerk Nederland of project (alleen van toepassing bij plan). Aanvragen ontheffing uitvoering van plan of project soortbescherming dan wel vergunning gebiedsbecherming. Verzorgen ecologische begeleiding bij uitvoering plan of project.

Beheerder openbare ruimte

Rekening houden met zorgplicht Wnb.

Wordt rekening mee gehouden in beheer.

N.v.t.

Werken volgens gedragscode (bij bestendig beheer), ecologisch werkprotocol. Verzorgen ecologische begeleiding van werkzaamheden. Exotenbestrijding (niet wettelijk verplicht vanuit Wnb, wel taak op grond van procinciale verordening).

Wordt rekening mee gehouden in beheer.

Nieuwe gedragscoden bestuderen en implementeren. N.v.t.

Wordt rekening mee gehouden in beheer.

Wordt uitgevoerd maar niet volgens Plan vaststellen en implementeren. concreet plan van aanpak. Voorstel aanpak ligt voor aan bestuur.

Uitvoeren volledigheidstoets (Wnb) bij aanvragen Wordt rekening mee gehouden in omgevingsvergunning. ontvangstbevestiging. Bij beoordeling aanvraag wordt niet altijd getoetst aan volledigheid/kwaliteit van toets Wnb. Beoordelen wijzigingsverzoek bestemmingsplan, nagaan toetsing aan Wnb (inclusief NNN).

Toetsing wordt uitgevoerd. Tot voorkort in afstemming met beleidsmedewerker ecologie, meer deskundigheid nodig. Toets kwaliteit Quickscan Natuurtoets (en indien Werd tot voorkort door beleidsmedewerker aan de orde ook overige effectbeoordleingen). ecologie gedaan, meer deskundigheid en kennis van natuurwaarden in gemeente nodig. Onderdeel stikstof wordt gedegen Vergunningbeoordeeld. verlener Indien nodig: opvragen aanvullende info. Bij beoordeling aanvraag wordt niet altijd getoetst aan volledigheid op gebied van Wnb, meer deskundigheid nodig. Onderdeel stikstof wordt beoordeeld. Indien sprake is van aangehaakte Werd tot voorkort in overleg met ontheffing/vegunning Wnb bij beleidsmedewerker ecologie afgehandeld, omgevingsvergunning, dan VVGB aanvragen bij de weinig ervaring mee, meer deskundigheid provincie. nodig. Verlenen vergunning incl. eventuele eisen ten Weinig ervaring mee. aanzien van compensatie, mitigatie, ecologisch werkprotocol/ gedragscode, planning, ecologische begeleiding op grond van VVGB. Afhandelen bezwaarprocedures Weinig ervaring mee. Toezien op naleving van bepalingen uit omgevingsvergunning, Wnb (eisen op grond van VVGB). Toezicht & handhaving Indien nodig handhavend optreden.

Overige taken

Niet verplicht, wel wenselijk

Vaststellen gedragscode Wnb (ruimtelijke ontwikkeling/ inrichting, bestendig beheer/ onderhoud) voor gemeente. Vaststellen bebouwde kom Houtopstanden Wnb Vaststellen bebouwde kom jacht Wnb

Bij inhoudelijke beoordeling ook letten op Wnb, kennis van medewerkers op peil brengen, inventarisatie natuurwaarden in gemeente, opstellen risicokaart, aanstellen ecoloog. Aanstellen ecoloog/ adviseur, inventarisatie natuurwaarden in gemeente. Kennis van medewerkers op peil brengen, aanstellen ecoloog/ adviseur, inventarisatie natuurwaarden in gemeente, opstellen risicokaart. Kennis medewerkers van natuurwaarden in gemeente op peil, aanstellen ecoloog/ adviseur. Aanstellen ecoloog/ adviseur.

N.v.t.

N.v.t.

Prioriteit ligt momenteel niet bij toezicht en Opstellen kader voor toezicht & handhaving, handhaving op bepalingen vanuit Wnb, opleiden mensen (domein 2), evt. hiervoor is geen duidelijke taak. samenwerking met andere partijen (overige gemeenten, RUD) zoeken. Prioriteit ligt momenteel niet bij toezicht en Opstellen kader voor toezicht & handhaving, handhaving op bepalingen vanuit Wnb, opleiden mensen (domein 2), evt. hiervoor is geen duidelijke taak. samenwerking met andere partijen (overige gemeenten, RUD) zoeken. Nieuwe gedragscode is in ontwikkeling, dient t.z.t. te worden vastgesteld.

Ontwikkelingen volgen en werkwijze die volgt uit de gedragscode implementeren.

Ligt in provincie Utrecht al vast. Ligt in provincie Utrecht al vast.

N.v.t. N.v.t.

Overkoepelend advies (H5): - Opstellen communicatieplan voor interne (medewerkers) en externe (burgers) communicatie over de Wet natuurbescherming. - Zorgen voor coördinatie van de verschillende taken binnen de organisatie. - Betrek een klankbordgroep met vertegenwoordigers van de diverse rollen die de gemeente heeft.

Natuurbeschermingsrecht Natuurbeschermingsrechtininde degemeente gemeenteNieuwegein Nieuwegein

1. Inleiding 1.1

Aanleiding Ontwikkelingen in de samenleving van de hebben geleid tot het tot stand komen van diverse weten regelgeving rond de natuurbescherming. Enerzijds gaat de natuur al lange tijd in kwaliteit (diversiteit) en omvang achteruit, bij voorbeeld door habitatverlies, intensivering van de landbouw en het oprukken van exoten. Anderzijds zijn er ontwikkelingen gaande om dit een halt toe te roepen of om bij te dragen aan het herstel. Voorbeelden hiervan zijn herontwikkeling van natuurgebieden en inpassing van natuurwaarden in stedelijk gebied. Door middel van wetten en regels (het natuurbeschermingsrecht) worden natuurwaarden beschermd. De afgelopen jaren is er het nodige veranderd ten aanzien van het natuurbeschermingsrecht. De voormalige Natuurbeschermingswet 1998, Flora- en faunawet en Boswet zijn per 1-1-2017 vervangen en gebundeld in één nieuwe wet: de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb). Hierin vindt de bescherming van Natura 2000 gebieden (gebieden met een Europese beschermingsstatus), soorten en houtopstanden plaats. Verder speelt de realisatie van een nationaal samenhangend netwerk van natuurgebieden ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna: NNN) in de afgelopen decennia een belangrijke rol in het behoud en versterken van de biodiversiteit. De bescherming hiervan is geborgd op grond van de Wet ruimtelijke ordening in het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening).

De uitvoering van de natuurwetgeving is grotendeels gedecentraliseerd van het Rijk naar de provincies en via het omgevingsrecht (Wabo) kunnen gemeenten ook als bevoegd gezag met de Wet natuurbescherming te maken krijgen

1.2

Doelstelling Gemeente Nieuwegein zoekt naar inzicht in de huidige stand van zaken omtrent de Wnb en daaraan gerelateerd natuurbeschermingsrecht, de daarbij horende beleidskaders en wil concreet weten wat dit betekent voor de gemeente. Ook wil de gemeente een beeld vormen van de manier waarop zij haar plichten en taken vanuit het natuurbeschermingsrecht invult en of de huidige werkwijze aanvulling behoeft. Het doel van dit rapport is het inzichtelijk maken van gemeentelijke taken die volgen uit het natuurbeschermingsrecht, hoe gemeente Nieuwegein hier nu invulling aangeeft en op welke onderdelen er verbeteringen kunnen worden aangebracht. De adviezen die hieruit volgen dienen als handreiking voor de gemeente om nog beter invulling te kunnen geven aan taken die voortkomen uit het natuurbeschermingsrecht.

07

Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein

1.3

Aanpak We zijn gestart met het samenvatten van de Wnb en de regels ten aanzien van het NNN. Dit is gedaan aan de hand van literatuuronderzoek en expert judgement. Om inzichtelijk te maken op welke manier gemeente Nieuwegein op dit moment invulling geeft aan de taken die volgen uit het natuurbeschermingsrecht zijn telefoongesprekken gehouden met de -in verschillende rollen- bij dit onderwerp betrokken medewerkers. Hierbij is geïnventariseerd wat het kennisniveau is en waar zij tegenaan lopen in hun dagelijkse werkzaamheden. Het resultaat van deze telefonische interviews is een overzicht van wat het natuurbeschermingsrecht betekent voor de gemeente en hoe er qua beleid en in de dagelijkse praktijk invulling aan wordt gegeven (zie hoofdstuk 4). Vervolgens is een werksessie georganiseerd. Doel van de werksessie was om te toetsen of de informatie die is opgehaald in de telefoongesprekken volledig is. Daarnaast diende de sessie om met medewerkers die met het natuurbeschermingsrecht te maken hebben in beeld te brengen welke aanvullende maatregelen er op de werkvloer nodig of wenselijk zijn om te kunnen voldoen aan de wettelijke taken. Op basis van het verkregen inzicht is een advies opgesteld met maatregelen die genomen kunnen worden om aan de eisen vanuit het natuurbeschermingsrecht te voldoen (zie hoofdstuk 5).

In de rapportage wordt (onder andere) aangegeven wat de kosten hiervan van zijn en welke winst het oplevert.

1.4

Leeswijzer Dit rapport beschrijft eerst kort de achtergrond van het natuurbeschermingsrecht en de onderdelen waaruit het bestaat (hoofdstuk 2) – een uitgebreide uitwerking hiervan is opgenomen in bijlage 1. Hoofdstuk 3 gaat in op de manieren waarop de gemeente hier in diverse rollen mee te maken krijgt en welke plichten en taken hierbij horen. Hoofdstuk 4 beschrijft hoe gemeente Nieuwegein nu invulling geeft aan deze plichten en taken. Hieruit volgen in hoofdstuk 5 conclusies en aanbevelingen over aandachts- en verbeterpunten. Figuur 1.1 weergeeft de inhoud in een schema.

H2 (& bijlage 1): Actueel Natuurbeschermingsrecht H3: Wettelijke taken gemeenten

• Beknopte Geschiedenis • Wet natuurbescherming (soorten, gebieden houtopstanden) • Bescherming Natuurnetwerk Nederland

• Als initiatiefnemer (plannen, projecten, beheer) • Als bevoegd gezag: vergunningverlening, toezicht en handhaving • Overige gemeentelijke taken

H4: Invulling gemeente Nieuwegein

• Stand van zaken per thema uit H3 • Beschrijving huidige aanpak, risico's en wensen

H5: Advies

• Conclusies: wat gebeurt al, wat kan beter, risico's • Voorstel te nemen maatregelen

Bronnen

• Literatuur • Websites

Figuur 1.1 Leeswijzer rapport schematisch.

08

Natuurbeschermingsrecht Natuurbeschermingsrechtininde degemeente gemeenteNieuwegein Nieuwegein

2. Natuurbeschermingsrecht 2.1

Inleiding Natuur is in Nederland beschermd door middel van verschillende instrumenten uit het natuurbeschermingsrecht. Deze instrumenten bestaan uit de Wnb, die bescherming regelt van Natura 2000gebieden, dier- en plantensoorten en houtopstanden. Daarnaast is er het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) dat voorziet in bescherming van het NNN. Dit besluit komt voort uit de Wet ruimtelijke ordening. De provincies hebben de taak om de wet uit te voeren en uit te werken. In dit hoofdstuk wordt een samenvatting gegeven van de voor gemeente Nieuwegein relevante onderdelen uit het natuurbeschermingsrecht. Een uitgebreide beschrijving is opgenomen in bijlage 1. Om meer inzicht te geven in de opzet van het vigerende natuurbeschermingsrecht starten we met een korte geschiedenis. In paragraaf 2.2 wordt een samenvatting gegeven van de verschillende instrumenten uit het natuurbeschermingsrecht. In bijlage 1 wordt verder ingegaan op de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden onder de Wnb en de uitwerking hiervan in de provincie Utrecht. Hierbij wordt de structuur van de Wnb gevolgd. Ook wordt hierin nader beschreven hoe de bescherming van gebieden uit het NNN is geregeld en door de provincie uitgewerkt.

Beknopte geschiedenis Vanaf het begin van de 20e eeuw is men in Nederland begonnen met het wettelijk beschermen van dier- en plantensoorten en waardevolle natuurgebieden en landschappen. Mensen zijn zich geleidelijk aan steeds meer bewust geworden van de waarden die de natuur te bieden heeft, het belang daarvan en het risico dat deze waarden verdwijnen als gevolg van menselijk handelen. In de jaren ’60 en ’70 van de 20e eeuw nam de milieuproblematiek op veel plaatsen toe als gevolg van onder meer ontbossing, lozingen en de uitstoot van schadelijke stoffen door de industrie, het verkeer en de landbouw. Dit had, naast schade aan natuurwaarden, ook gevolgen voor het leefmilieu (water, lucht en bodem) van de mens. Dit leidde tot een verdere bewustwording en het sluiten van internationale verdragen en vaststellen van wetten om deze ontwikkelingen af te remmen. In Nederland werden er wetten ingesteld zoals de Boswet (1961) en de Natuurbeschermingswet (1967). Op Europees niveau werden richtlijnen vastgesteld voor de lidstaten zoals de Vogelrichtlijn (1979) ter bescherming van bedreigde vogels en de Habitatrichtlijn (1992), gericht op het in stand houden van natuurlijke habitats en wilde flora en fauna. Door toename van bebouwing en infrastructuur dreigden natuurgebieden en daarmee ook diverse soortpopulaties steeds meer geïsoleerd te raken.

Vanaf eind jaren ‘80 zijn er plannen gemaakt om de samenhang tussen natuurgebieden onderling terug te brengen door het inrichten van nieuwe natuurgebieden, corridors en faunapassages: de Ecologische Hoofdstructuur (nu: Natuurnetwerk

09

Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein

Nederland). Om op Europees niveau de samenhang tussen gebieden onderling te waarborgen is begin deze eeuw het Natura 2000 beleid ingevoerd. Hierbinnen zijn Natura 2000-gebieden aangewezen met een beschermde status en de verantwoordelijkheid van deelnemende landen te zorgen voor het in stand houden hiervan. Gebieden uit de Vogel- en Habitatrichtlijn zijn hierin opgenomen. De bescherming van Natura 2000-gebieden en dier- en plantensoorten werd wettelijk geregeld in de Natuurbeschermingswet (1998) en Flora- en Faunawet (2005). Om alle regels en bevoegdheden voor de naleving hiervan te vereenvoudigen en beter aan te sluiten op het omgevingsrecht is in 2017 de Wnb van kracht geworden. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, Flora- en Faunawet en Boswet. De bescherming van het NNN werd in 2012 opgenomen in de het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).

2.2

Korte samenvatting instrumenten

2.2.1

Wet natuurbescherming De Wnb regelt het beschermen en ontwikkelen van natuur, behoud en herstel van biodiversiteit en het in stand houden van natuurlijke habitats (leefgebieden) van wilde planten en dieren. Sommige bepalingen uit de Wnb zijn het gevolg van afspraken op internationaal en Europees niveau. De Wnb is een 'kaderwet', er staan algemene principes en verantwoordelijkheden in. De details zijn geregeld in een groot aantal algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen, onder andere het Besluit natuurbescherming en de Regeling natuurbescherming. De wet gaat in op de bescherming van Natura 2000 gebieden (hoofdstuk 2), soorten (hoofdstuk 3) en houtopstanden (hoofdstuk 4).

2.2.2

Wet ruimtelijke ordening: Barro Het Barro is een besluit op grond van de Wet Ruimtelijke Ordening waarmee nationale ruimtelijke belangen worden beschermd. Hiertoe behoren onder meer de gebieden die behoren tot het nationale NNN, dat vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw is ontwikkeld. Het kan worden gezien als een aanvulling op de op via de Wnb beschermde Natura 2000-gebieden die een Europese beschermingsstatus kennen. Overige soorten gebiedsbescherming uit het Barro blijven in dit rapport buiten beschouwing omdat ze minder relevant zijn voor de gemeente Nieuwegein.

2.2.3

Rol provincies De provincies zijn -naast in sommige gevallen de RVO- in eerste instantie verantwoordelijk voor de uitvoering en naleving van de Wnb en de ruimtelijke bescherming van het NNN. Provinciale Staten van de provincies hebben de regels vanuit zowel de Wnb als het Barro uitgewerkt in verordeningen. In de provincie Utrecht zijn de Verordening Natuur en Landschap provincie Utrecht 2017 en de provinciale Ruimtelijke Verordening (Herijking 2016) op dit moment van toepassing. Let wel: deze worden regelmatig herzien.

10

Natuurbeschermingsrecht Natuurbeschermingsrechtininde degemeente gemeenteNieuwegein Nieuwegein

3. Wettelijke taken gemeenten 3.1

Afbakening Zoals blijkt uit het vorige hoofdstuk en bijlage 1 is de Wnb veelomvattend en vallen er allerlei bepalingen onder die voor de gemeente in meer of mindere mate relevant zijn. In dit hoofdstuk geven wij aan welke onderdelen van het natuurbeschermingsrecht relevant zijn voor een gemeente en welke rol en taken de gemeente daarin heeft. Onderstaand is eerst kort aangegeven welke onderdelen wij hier verder behandelen. Soortbescherming (Wnb) Een toetsing en/of beoordeling aan de soortbescherming is altijd noodzakelijk bij ruimtelijke plannen en projecten. Dit geldt ook voor ontwikkelingen en planvorming binnen de gemeente Nieuwegein. Gebiedsbescherming (Wnb) Een toetsing en/of beoordeling gebiedsbescherming is voor een gemeente vooral relevant wanneer er direct rond de gemeente zogenaamde Natura 2000-gebieden liggen. Voor de gemeente Nieuwegein geldt dat het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Uiterwaarden Lek) ligt op meer dan 5 km afstand. Effecten door initiatieven zijn grotendeels niet van toepassing. Emissie en depositie van stikstof neemt een uitzonderingspositie in. Dergelijke effecten zijn op een dermate grote afstand meetbaar dat dit bij elk initiatief of plan berekend moet worden. Houtopstanden (Wnb) Een toetsing en/of beoordeling of de regels ten aanzien van houtopstanden gelden, is noodzakelijk bij elke initiatief waarbij bomen worden gekapt.

Hierbij is het van belang of dit plaatsvindt binnen of buiten de bebouwde kom – buiten de bebouwde kom gelden doorgaans de regels voor houtopstanden onder de Wnb, binnen de bebouwde kom de APV (in Nieuwegein: boomverordening/ Boombeschermingsplan Nieuwegein 2019). Tevens is de gemeentelijk verantwoordelijk voor het vaststellen van een bebouwde kom houtopstanden (overige). NNN (Barro) Een toetsing en/of beoordeling van het NNN is voor de gemeente relevant bij het opstellen of aanpassen van (bestemmings-) plannen of het beoordelen van plannen in het kader van vergunningverlening.

11

Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein

Schadebestrijding, overlastbestrijding en faunabeheer (Wnb) De gemeente is verantwoordelijk voor het vaststellen van de bebouwde kom grens (overige). Als initiatiefnemer en beoordelaar gelden er geen overige wettelijke verplichtingen vanuit de Wnb op het gebied van faunabeheer. Wel kan de gemeente te maken krijgen met faunaschade of overlast en hier vanuit maatschappelijk oogpunt maatregelen voor treffen. Exotenbestrijding Een gemeente heeft geen wettelijke rol als het gaat om bestrijding van invasieve exoten. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de provincies. Wel kan Gedeputeerde Staten opdracht geven aan personen of samenwerkingsverbanden tot het terugbrengen van bepaalde soorten. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij het terugbrengen van Nijlganzen, waarbij de opdracht is verstrekt aan een faunabeheereenheid. Ook staat in het Programma Invasieve soorten van de provincie Utrecht (2019-2020) dat andere overheden, waaronder gemeenten, ook een verantwoordelijkheid hebben in de bestrijding. Het programma stelt dat, wanneer bestrijding van wijdverspreide exoten samenvalt met een publieke taak van een andere overheid dan de provincie, het initiatief en de verantwoordelijkheid voor het nemen van maatregelen bij het betreffende bestuursorgaan ligt. Exotenbestrijding wordt in dit hoofdstuk niet verder uitgewerkt, omdat de wettelijke rol van de gemeente hierin beperkt is.

Rollen gemeente: Er zijn vier rollen te onderscheiden waarin de gemeente verantwoordelijkheid draagt: • Initiatiefnemer • Vergunningverlener • Handhaver/toezichthouder • Overige taken In tabel 3.1 is aangegeven welke rol met welk onderdeel van het natuurbeschermingsrecht te maken heeft. De rollen zijn in onderstaande paragrafen verder uitgewerkt en geconcretiseerd in de verschillende taken van de gemeente. Tabel 3.1 overzicht gemeentelijke rollen per onderdeel natuurbeschermingsrecht.

Initiatiefnemer Vergunningverlener Toezicht & handhaving Overige taken

Soort x x x

Gebied x x x

Houtopstanden x x x x

NNN x x x

Faunabeheer1

x x

________________________________________________________________________________ 1 Onder dit onderdeel valt ook schade- en overlastbestrijding.

12

Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein

3.2

Gemeente als initiatiefnemer van ruimtelijke plannen & projecten, beheerder De gemeente kan optreden als initiatiefnemer van ontwikkelingen in het kader van een ruimtelijk plan of project. In kader 3.1 wordt het verschil tussen deze twee rollen uitgelegd. Kader 3.1 Plan versus project Bij het opstellen van plannen, waaronder plannen onder de Omgevingswet, dient de gemeente een toets uit te voeren waaruit blijkt dat het plan uitvoerbaar is. Doel is om te bepalen of er uitzicht is op ontheffing Wet natuurbescherming. Bij een (bestemmings)plan(wijziging) wordt iets op papier mogelijk gemaakt; er worden nog geen verbodsbepalingen overtreden. Vanuit gebiedsbescherming (N2000) dient er getoetst te worden aan de maximale plansituatie. De Wet ruimtelijke ordening zegt dat een plan alleen door de gemeenteraad vastgesteld mag worden, wanneer aangetoond is dat de uitvoering van het plan niet in strijd is met andere wetgeving, waaronder de Wnb. Om dit aan te tonen is onderzoek nodig. Ten aanzien van bestemmingsplannen geldt bovendien op grond van het Barro èn de provinciale ruimtelijke verordening Utrecht dat het Natuurnetwerk Nederland (NNN) met bestemmingen en regels dient te worden beschermd. Bij het uitvoeren van een (ruimtelijk) project of activiteit vinden er fysieke activiteiten plaats, dit kan in strijd zijn met verbodsbepalingen van de Wnb.

In het kader van de soorten- en gebiedsbescherming dienen effecten daarvan te worden getoetst. Grote verschil met het een plan is dat hier niet wordt bepaald of er uitzicht is op ontheffing maar of er een ontheffing nodig is. Bij projecten die passen binnen het bestemmingsplan vindt geen toetsing plaats aan het NNN.

Voor zowel het opstellen/ vaststellen van plannen als het uitvoeren van projecten geldt dat een toetsing aan de Wnb en andere relevante natuurwetgeving dient plaats te vinden. Deze toets kan worden uitgevoerd in meerdere stappen en onderdelen. Meestal wordt gestart met een zogenoemde quickscan natuurtoets. 3.2.1

Quickscan natuurtoets In een quickscan natuurtoets (kader 3.2) wordt bepaald of door uitvoering van het plan of door het project verbodsbepaling uit de Wnb (soorten- èn gebiedsbescherming) worden overtreden en -indien sprake is van een plan- er een effect is op de wezenlijk kenmerken en waarden van het NNN. Er wordt beoordeeld of er potenties zijn voor de aanwezigheid van beschermde natuurwaarden, of er mogelijk verbodsbepalingen worden overtreden en of er een vrijstelling geldt. Hierbij wordt ook gekeken naar effecten van de activiteiten op natuurwaarden in de directe omgeving van het projectgebied/plangebied (b.v. door geluidsoverlast). Dit gebeurt doorgaans op basis van literatuuronderzoek, raadpleging van geregistreerde waarnemingen (bij voorbeeld via de nationale database flora en fauna: NDFF) en veldbezoek. Wanneer in de quickscan natuurtoets blijkt dat er geen verbodsbepalingen worden overtreden dan is het uitvoeren van een quickscan natuurtoets afdoende om een plan vast te stellen of een project uit voeren. In sommige gevallen is overtreding van verbodsbepalingen door middel van een quickscan natuurtoets echter niet uit te sluiten en is aanvullend onderzoek noodzakelijk.

13

Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein

Kader 3.2 Wat is een ‘Quickscan natuurtoets’? De juridische bescherming van natuur in ons land is geregeld via de Wet natuurbescherming (Wnb), provinciale verordeningen en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In een quickscan natuurtoets worden al deze beschermingskaders gelijktijdig in één effectbeoordeling betrokken. Het gaat daarbij om een eerste globale studie, inclusief een eenmalig veldbezoek. Een dergelijk vooronderzoek kan afdoende blijken, maar soms maakt de quickscan natuurtoets ook inzichtelijk dat op één of meerdere onderdelen vervolgonderzoek noodzakelijk is. In een volledige quickscan natuurtoets komen de volgende onderwerpen aan bod: 1) 2) 3) 4)

3.2.2

Soortbescherming: beschermde planten en diersoorten (Wnb en provinciale verordening); Gebiedsbescherming: instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden (Wnb); Houtopstanden (Wnb); Natuurnetwerk Nederland NNN: wezenlijke kenmerken en waarden (provinciale verordening/ Barro);

Aanvullend onderzoek Wnb - Soortbescherming Met aanvullend onderzoek in het kader van soortbescherming wordt met name onderzoek gedaan naar vaste verblijfplaatsen of onmisbare leefgebieden van beschermde soorten. Dit is bijvoorbeeld nodig wanneer voor een project bebouwing wordt gesloopt waar mogelijk vleermuisverblijfplaatsen aanwezig zijn of wanneer een bestemmingsplanwijziging nodig is van een gebied waar mogelijk dassen verblijven. Wnb - Gebiedsbescherming Uit een quickscan natuurtoets kan blijken dat negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten. Negatieve effecten zijn vaak als volgt te categoriseren: • Effect als gevolg van oppervlakteverlies (in Nieuwegein niet mogelijk door ontbreken van Natura 2000-gebieden). • Effect als gevolg van verstoring (in Nieuwegein nauwelijks van toepassing vanwege de afstand tot Natura 2000-gebieden (> 5 km van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Uiterwaarden Lek’). • Effect als gevolg van stikstofdepositie (in Nieuwegein plausibel). In hoofdstuk 2 zijn reeds de verschillende mogelijke vervolgstappen geschetst. Naar verwachting zijn deze stappen uitsluitend nodig voor stikstof gerelateerde toetsingen.

Het (bestemmings)plan kan alleen worden vastgesteld en het project alleen worden uitgevoerd als uit aanvullend onderzoek blijkt dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet worden aangetast, dan wel indien wordt voldaan aan de zogenaamde 'ADC-toets'. Dit omvat een onderbouwing waaruit blijkt dat er geen Alternatieven voorhanden zijn, er Dwingende redenen van openbaar belang gelden en welke Compenserende maatregelen er worden getroffen. Wnb - Houtopstanden In paragraaf 2.9 zijn de criteria die gelden voor onder de Wnb beschermde houtopstanden aangeduid (onder andere dat deze van toepassing is buiten de bebouwde kom). Indien hieraan wordt voldaan -de uitzonderingen zijn niet van toepassing- dan geldt een meldingsplicht (artikel 4.2) voor het kappen en vellen van houtopstanden bij de provincie. Hierbij geldt nagenoeg altijd een herplantingsplicht waaraan moet worden voldaan, er dient hiervoor een plan te worden opgesteld en ingediend ter goedkeuring door de provincie.

14

Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein

Barro - Natuurnetwerk Nederland Indien de gemeente op eigen initiatief een nieuw bestemmingsplan wil vaststellen of wil afwijken van de regels van het vigerende bestemmingsplan dan dient de gemeente het plan te laten toetsen aan de wezenlijke kenmerken van het NNN. Dit geldt voor alle plannen die in het NNN liggen. Als gevolg van jurisprudentie (Raad van State: 201509359/1/R1) is het voor ontwikkelingen in gebieden buiten het NNN (in de regel < 500 meter afstand) ook nodig -in het kader van goede ruimtelijke ordening- te waarborgen dat een plan de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet aantast. Goede ruimtelijke ordening houdt in dat naastgelegen functies elkaar niet (te veel) mogen hinderen. 3.2.3

Uitvoeren mitigerende/ compenserende maatregelen Soms zijn er maatregelen mogelijk waarmee voorkomen kan worden dat door het verrichten van een handeling de verbodsbepalingen worden overtreden. Dit wordt ook wel mitigeren genoemd. Indien maatregelen kunnen worden getroffen waardoor negatieve effecten kunnen worden voorkomen, vindt geen overtreding van de verbodsbepalingen plaats. Een voorbeeld van mitigeren is het uitvoeren van activiteiten buiten de broedperiode van een bepaalde soort. Kort voorafgaand aan de werkzaamheden wordt de locatie in het veld geïnspecteerd op aanwezigheid van broedvogels. Als uitgesloten is dat er in het plangebied broedvogels aanwezig zijn, dan kunnen de maatregelen worden uitgevoerd zonder dat er verbodsbepalingen worden overtreden. Er is dan geen ontheffing nodig – let wel: als er op de planlocatie jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn die worden verstoord of vernield dan is er nog steeds sprake van een overtreding van verbodsbepalingen.

3.2.4

Werken volgens gedragscode of ecologisch werkprotocol Voor regulier voorkomende werkzaamheden en ruimtelijke ontwikkelingen kan een vrijstelling van de verbodsbepalingen aan de orde zijn als er wordt gewerkt conform een goedgekeurde gedragscode. Het kan gaan om handelingen in het kader van bestendig beheer of onderhoud, bestendig gebruik en ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. In een gedragscode is beschreven hoe zorgvuldig gewerkt wordt zodat schade aan beschermde dieren en planten wordt voorkomen of tot een minimum beperkt. Gedragscode soortenbescherming gemeenten Om invulling te geven aan het aantoonbaar zorgvuldig handelen onder de Wnb -soortenbescherming- bestaan er voor gemeenten de gedragscodes ‘Stadswerk gedragscode Ruimtelijke ontwikkeling of inrichting’ (2011) en ‘Stadswerk gedragscode Bestendig beheer of onderhoud groenvoorzieningen’ (2014). Momenteel worden deze uitgewerkt in een nieuwe ‘Gedragscode soortbescherming voor gemeenten’2. De gemeente kan deze gedragscode van toepassing verklaren en inzetten bij de uitvoering van kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen of inrichting en het uitvoeren van bestendig beheer of onderhoud waarbij de bestaande situatie niet verandert.

Bij de gedragscode hoort een handleiding waarvan het gebruik wordt aanbevolen! Het voordeel van het toepassen van -èn het werken met- een gedragscode is dat er bij uitvoering van handelingen aantoonbaar zorgvuldig wordt gewerkt. Negatieve effecten op beschermde soorten worden beperkt of voorkomen. Hiermee wordt bijgedragen aan het behoud en herstel van biodiversiteit. Ook kan het onder bepaalde voorwaarden voorkomen dat er verbodsbepalingen uit de ________________________________________________________________________________ 2 Definitieve versie ten behoeve van goedkeuring 22 april 2020, bijgesteld op 7 juli 2020, Borst et al., 2020. In opdracht van

Vereniging Stadswerk Nederland in samenspraak met de Vereniging Nederlandse Gemeenten

15

Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein

Wnb worden overtreden, waarvoor een ontheffing nodig kan zijn. Weliswaar zijn er voorwaarden aan verbonden, bijvoorbeeld dient er onderzoek te worden uitgevoerd om de aanwezigheid van beschermde soorten aan te tonen. De voorwaarden en handelingen die nodig zijn voor het toepassen van de (nog vast te stellen) gedragscode zijn hierna beschreven. Voorwaarden: • De gedragscode is alleen te gebruiken als deze door een college- of raadsbesluit van toepassing is verklaard. In dit besluit kunnen ook aanvullende voorwaarden worden geformuleerd om de gedragscode het gewenste specifiek lokale karakter te geven; • De gedragscode is alleen te gebruiken door gemeenten en partijen die onder regie van gemeenten vallen en organisaties die werken in opdracht van gemeenten; • De gedragscode heeft een voorlopige geldigheidstermijn van 2020 t/m 2024; • De gedragscode is geen vrijstelling voor het opzettelijk doden van individuen van beschermde soorten. Indien er tijdens het zorgvuldig handelen maatregelen zijn getroffen om doden te voorkomen, is er geen sprake van opzettelijk doden. • Indien een gemeente beschikt over een geldend soortmanagementplan of een gebiedsgerichte ontheffing voor een bepaalde periode voor specifieke soorten, locaties en/of werkzaamheden, vervangt de gedragscode deze ontheffing niet.

De realisatie van maatregelen uit dergelijke soortmanagementplannen of ontheffingen kan worden meegenomen in het plan van aanpak van de gedragscode. • Verboden mogen (in beperkte mate) overtreden worden, indien er sprake is van één of meerdere in de wet genoemde belangen (zie pagina 20). In de gedragscode wordt onderscheid gemaakt tussen het voorkomen en het beperken van nadelige effecten. Voor alle soorten geldt dat er met de gedragscode kan worden gewerkt als nadelige effecten aan beschermde soorten, rust- en voortplantingsplaatsen en daaraan gekoppeld essentieel leefgebied worden voorkomen. Bij bestendig beheer of onderhoud is het toegestaan om voor alle wettelijk beschermde soorten in beperkte mate verblijfplaatsen te beschadigen, vernielen of individuen te vangen of te verstoren. Voor ruimtelijke ontwikkeling geldt dit alleen voor de in onderstaande tabel opgenomen soorten. Het aanvragen van een ontheffing Wnb is niet nodig wanneer aan in de gedragscode genoemde criteria wordt voldaan.

16

Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein

Tabel 3.2.4 soorten waarbij het bij ruimtelijke ontwikkelingen is toegestaan om in beperkte mate verblijfplaatsen te beschadigen/ vernielen of individuen te vangen of te verstoren.

Werkwijze Om te beoordelen of bij een ruimtelijke ontwikkeling, bestendig beheer of onderhoud de gedragscode kan worden toegepast dient de volgende werkwijze te worden gevolgd: • Beoordelen of de situatie binnen de reikwijdte van de gedragscode valt (wettelijk belang e.d.). • Onderzoek naar (vaste) rust- en voortplantingsplaatsen en/of essentiële leefgebieden van wettelijk beschermde soorten op de werklocatie en/of binnen de invloedzone van de werkzaamheden is altijd noodzakelijk. Doel is om de aanwezigheid dan wel afwezigheid aan te tonen, waarbij de bij ons bekende werkwijze wordt gevolgd: bureaustudie (NDFF e.d.); quickscan veldbezoek; soortgericht onderzoek volgens de standaard kennisdocumenten en soortprotocollen. • Effectbeoordeling en toetsen aan verbodsbepalingen. • Uitwerken zorgvuldig handelen in een Plan van Aanpak (bijvoorbeeld in het format van een ecologisch werkprotocol) gebruik makend van de in de gedragscode opgenomen maatregelencatalogus. Deskundigheid onderzoek Er kan met deze gedragscode worden gewerkt wanneer aantoonbaar wordt voldaan aan de deskundigheidseisen van het bevoegd gezag. Onder een ecologisch deskundige verstaat RVO iemand die ecologisch advies geeft of werkzaamheden begeleidt op het gebied van habitats en soorten. Deze persoon heeft schriftelijk aantoonbare ervaring en specifieke ecologische kennis.

Daarnaast heeft Stadswerk voor alle betrokkenen in het proces (van verzamelen van soortinformatie tot het realiseren werkzaamheden) uitgewerkt hoe deskundigheid kan worden bevorderd middels certificaten zodat deze aansluit op de gehanteerde werkwijze in de sector. Voor de borging van deze deskundigheid in diverse rollen heeft Stadswerk een standaard curriculum ontwikkeld voor: • Flora- en faunacontroleur: uitvoeren bureaustudie en quickscan veldbezoek • Flora- en fauna-inspecteur: uitvoeren soortgericht onderzoek

17

Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein

• •

Planvormer/Planvoorbereider (ruimtelijke ontwikkeling). Bedrijfsleider/Werkvoorbereider (ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer): stelt Plan van Aanpak op • Opzichter/Uitvoerder/toezichthouder (ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer): voert ecologische begeleiding uit • Voorman/medewerker (bestendig beheer, deels ook inzetbaar voor ruimtelijke ontwikkeling). Ook gebruik van het standaard curriculum wordt aanbevolen. 3.2.5

Aanvraag ontheffing/vergunning Wnb Als ondanks het treffen van maatregelen niet kan worden voorkomen dat de verbodsbepalingen worden overtreden en er geen vrijstelling geldt op grond van de provinciale verordening of werken volgens een gedragscode, is ontheffing (bij soortenbescherming) of vergunning (gebiedsbescherming) nodig. Deze ontheffing/vergunning kan mogelijk verleend worden, als door de maatregelen geen verslechtering van de staat van instandhouding van de soort optreedt en/of geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de overige Europees en nationaal beschermde soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Maatregelen die de effecten op de plek van handeling herstellen, zijn mitigerend van aard; maatregelen die de effecten voor de populatie opheffen door herstel of verbetering op een andere plek zijn compenserend van aard. Overigens wordt bij soortenbescherming geen scherp onderscheid gemaakt tussen mitigerende en compenserende maatregelen (dit in tegenstelling tot gebiedsbescherming). Belangrijk is dat de staat van instandhouding gegarandeerd wordt.

3.2.6

Ecologische begeleiding Voorwaarde uit de ontheffing dan wel vergunning is vaak ecologische begeleiding van de werkzaamheden. Dit houdt kortweg in dat de werkzaamheden worden begeleid door een ecologisch adviseur (ter zake deskundige) die ervoor zorgt dat er bij de werkzaamheden zo min mogelijk schade aan beschermde natuurwaarden wordt veroorzaakt. Onderdeel hiervan is een Ecologisch werkprotocol waarin de handelingen exact staan beschreven en waarin een logboek wordt bijgehouden wanneer mitigerende dan wel compenserende maatregelen zijn uitgevoerd. Dit logboek dient te allen tijde aanwezig te zijn op het werkterrein zodat deze bij controle door het bevoegd gezag getoond kan worden.

3.3

Gemeente als vergunningverlener

3.3.1

Beoordeling aanvraag omgevingsvergunning bij aanhaken onderdeel Wnb (project) Volledigheidstoets De gemeente heeft op grond van de Wabo de taak om omgevingsvergunningaanvragen te controleren op volledigheid: de volledigheidstoets. Hierbij dient ook een toetsing van de voor de Wnb aangeleverde stukken te worden uitgevoerd. Dit betekent dat de gemeente toetst op mogelijke effecten van de handelingen uit de aanvraag op beschermde soorten of gebieden. Als het aannemelijk is dat er gevolgen zijn voor de natuur en de effecten onvoldoende zijn onderbouwd in de aanvraag of de initiatiefnemer heeft bij de aanvraag het onderdeel “Handelingen met

18

Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein

gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten of gebieden” niet aangevinkt, dan dient de gemeente hierover aanvullende informatie op te vragen en kan de vergunningaanvraag nog niet in behandeling worden genomen. Verdere behandeling van de aanvraag kan pas plaatsvinden nadat de aanvrager onderzoek heeft verricht naar de precieze natuurgevolgen en het onderzoeksrapport (quickscan natuurtoets) toevoegt. Een onderzoek kan zowel nodig zijn in de stad als in landelijk gebied. Bijvoorbeeld voor werkzaamheden tijdens het vogelbroedseizoen of vanwege de aanwezigheid van vleermuizen. Beoordeling aanvraag en Verklaring van geen bedenkingen Op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) kan het onderdeel Wnb worden aangehaakt bij een omgevingsvergunningprocedure. Na ontvangst van de benodigde informatie c.q. onderzoeken beoordeelt de gemeente of er gevolgen zijn voor beschermde natuur. In dat geval moet de provincie hiervoor toestemming verlenen in het kader van de Wnb. De gemeente vraagt de provincie om toestemming voor het onderdeel natuur op basis van een Verklaring van geen bedenkingen’. Als deze verklaring wordt verleend, dan wordt deze vervolgens onderdeel van de omgevingsvergunning (geen losse natuurvergunning). In de vergunning kunnen (via de Vvgb) eisen worden gesteld ten aanzien van: • Het nemen van compenserende/ mitigerende maatregelen.

• Het nemen van mitigerende maatregelen zoals het aanpassen van perioden waarbinnen de handelingen worden uitgevoerd, het toepassen van ecologisch werkprotocol, inzet van ecologische begeleiding of werken volgens een gedragscode. Indien er bezwaar wordt aangetekend of in beroep wordt gegaan tegen een besluit rond de vergunning, betreffend het onderdeel Wnb/ de verklaring van geen bedenkingen dan is de gemeente als bevoegd gezag de partij om deze procedures af te handelen. 3.3.2

Beoordelen wijzigingsverzoek bestemmingsplan (plan) Ook voor het beoordelen van een bestemmingsplanwijziging moet beoordeeld worden of er getoetst is aan het Wnb (soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden). De initiatiefnemer dient aan te tonen dat er ten aanzien van de uitvoering van het bestemmingsplan uitzicht is op een ontheffing dan wel vergunning Wnb. Ten aanzien van gebiedsbescherming moet beoordeeld worden of de initiatiefnemer heeft getoetst aan wat maximaal mogelijk wordt gemaakt binnen het nieuwe bestemmingsplan en niet wat de initiatiefnemer op dat moment beoogd te realiseren. Tevens dient bij een bestemmingsplan beoordeeld te worden of de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN geborgd blijven.

3.4

Gemeente als toezichthouder en handhaver Indien het onderdeel Wnb deel uitmaakt van (dus is aangehaakt bij) de verleende omgevingsvergunning dan dient de gemeente erop toe te zien dat de bepalingen hieromtrent worden nageleefd door middel van toezicht en handhaving. Dat zijn doorgaans de eisen die worden gesteld in een Verklaring van geen bedenkingen (Vvgb) door de provincie of RUD (namens de provincie). Bij het afgeven van een Vvgb blijft de gemeente verantwoordelijk voor de soorten die in de Vvgb aangegeven staan. Dit houdt in dat er in het veld door de gemeentelijke toezichthouder (bevoegd in domein 2) wordt gecontroleerd of de eisen en bepalingen worden nageleefd en dat er bij het niet naleven hiervan handhavend wordt opgetreden. Handhaving geschiedt doorgaans op grond van de

19

Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein

Algemene wet bestuursrecht middels een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang (RWS, nd). Wanneer er een overtreding voor soorten plaatsvindt die niet in de Vvgb zijn aangegeven dan ligt de handhavingstaak bij de provincie/ RUD.

3.5

Overige taken gemeente

3.5.1

Houtopstanden De gemeenteraad is verantwoordelijk voor het vaststellen van een bebouwde kom grens waarbuiten het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wnb (artikel 4.1) van toepassing is, ook wel ‘Bebouwde kom Wnb’ genoemd. De gemeente kan bij het vaststellen van de bebouwde komgrens op grond van de Wnb een andere begrenzing vaststellen dan de bebouwde komgrens volgens de Wegenverkeerswet.

3.5.2

Jacht, faunabeheer en schadebestrijding Op grond van art. 3.21 lid 3 van de Wnb dient de gemeente de bebouwde kom grens vast te stellen waarbinnen geen jacht mag plaatsvinden. Er zijn verder vanuit de Wnb geen expliciete taken voor de gemeente ten aanzien van jacht, faunabeheer en schadebestrijding bekend. Rijk noch provincie heeft op grond van artikel 3.16 Wnb soorten aangewezen die binnen de bebouwde kom bestreden mogen worden vanwege bepaalde belangen (bron: Faunabeheerplan Utrecht 2017-2021). Bij optreden van faunaschade binnen de gemeente, zoals overlast van kauwen of duiven, wordt geadviseerd om contact op te nemen met de faunabeheereenheid Utrecht en zo nodig met de provincie Utrecht. Het bestrijden van faunaschade is geen wettelijke taak vanuit de Wnb maar de gemeente kan dit wel als een maatschappelijke taak op zich nemen. Mocht een ontheffing nodig zijn, dan dient deze bij de provincie Utrecht te worden aangevraagd.

20

Natuurbeschermingsrecht Natuurbeschermingsrechtininde degemeente gemeenteNieuwegein Nieuwegein

4. Invulling gemeente Nieuwegein Op basis van interviews en een werksessie met de werknemers van gemeente Nieuwegein is geïnventariseerd welke wettelijke taken de gemeente ten aanzien van de Wnb en het NNN momenteel al uitvoert. Er wordt ingegaan op dezelfde categorieën als in hoofdstuk 3, namelijk: • Initiatiefnemer • Vergunningverlener • Toezicht & handhaving • Overige taken

4.1

Toetsing en uitvoering als initiatiefnemer ruimtelijke inrichting & beheer In hoofdstuk 3 is beschreven dat de gemeente als initiatiefnemer van ruimtelijke projecten en bij het opstellen van plannen moet toetsen of dit past de kaders van de Wnb. In eerste instantie vindt dit plaats middels een quickscan natuurtoets. Hierin wordt getoetst of plannen conflicteren met onder andere gebiedsbescherming (waaronder effecten van stikstofuitstoot) en soortbescherming onder de Wnb. Op grond van de quickscan volgen vaak vervolgstappen. Ook dient de gemeente als initiatiefnemer in het beheer van de openbare ruimte rekening te houden met het natuurbeschermingsrecht. Hierna volgt een nadere uitwerking van de manier waarop gemeente Nieuwegein in deze rollen invulling geeft aan de plichten en taken vanuit de Wnb.

4.1.1

Initiatiefnemer ruimtelijke ontwikkeling of inrichting Huidige aanpak Wanneer de gemeente initiatiefnemer is van ruimtelijke ontwikkelingen op terrein dat eigendom van de gemeente is, laat de gemeente doorgaans een quickscan natuurtoets uitvoeren. Dit geldt voornamelijk bij de grotere projecten waar een projectleider voor wordt ingezet. In dit soort projecten wordt de quickscan secuur uitgevoerd. De gemeente helpt ook andere initiatiefnemers (bijvoorbeeld burgers en bedrijven) met het (laten) uitvoeren van dergelijke toetsingen door bijvoorbeeld voorlichting te geven hierover. Bij kleinere projecten die door de gemeente zelf worden uitgevoerd wordt veelal geen separate projectleider aangesteld en ontbreekt het aan capaciteit, kennis of financiële middelen om deze stap uit te voeren. Voor dit soort projecten wordt soms geen quickscan opgesteld. De inhoudelijke toetsing van quickscan rapporten die door adviesbureaus in opdracht van de gemeente worden uitgevoerd vond tot voorkort plaats door een gemeentelijk beleidsmedewerker ecologie. Op het moment van schrijven is er geen ecoloog in dienst bij de gemeente, wel is de func-

21

Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein

tie ‘beleidsmedewerker flora en fauna’ tijdelijk ingevuld. Hiermee is de benodigde kennis en capaciteit om te controleren of de quickscans volledig zijn en inhoudelijk (juridisch en ecologisch) kloppen nog niet geheel geborgd. Risico’s huidige aanpak Door grotere projecten te laten toetsen aan de Wnb wordt het risico, zoals vertraging door het ontbreken van de juiste juridische documenten, in dergelijke projecten sterk beperkt. Voor kleinere projecten geldt dat er in sommige gevallen geen toets in het kader van de Wnb wordt uitgevoerd. Hiermee loopt de gemeente het risico dat, bijvoorbeeld bij een bezwaar tegen een omgevingsvergunning, het project door het bevoegd gezag (de provincie) wordt stilgelegd of dat er een last onder dwangsom volgt. Dit kan leiden tot vertraging bij projecten en imagoschade bij de gemeente. Ook loopt de gemeente het risico dat cumulatief door uitvoering van alle kleine projecten er een negatief effect ontstaat op de biodiversiteit binnen de gemeente. Er bestaat immers een kans dat er bij deze projecten (beschermde) soorten, verblijfplaatsen of habitat verloren gaan. Omdat de gemeente de opgestelde quickscans momenteel niet op het noodzakelijke deskundigheidsniveau controleert is er onvoldoende grip op de kwaliteit van het advies dat in de quickscans is opgenomen.

Wanneer de quickscans worden opgesteld door een bureau dat is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus (NGB) kan er over het algemeen van worden uitgegaan dat een dergelijke quickscan inhoudelijk correct is. Voorwaarde voor aansluiting bij dit netwerk is dat er wordt gewerkt volgens een gedragscode die ziet op het deskundig, verantwoord, respectvol en integer adviseren op het gebied van natuur. Deze gedragscode maakt de leden van het NGB aanspreekbaar op de kwaliteit van hun werk, de brancheorganisatie voert onder andere random kwaliteitstoetsen onder leden uit. Aangesloten bureaus zijn te raadplegen via de website: https://www.netwerkgroenebureaus.nl/brancheorganisatie/ledenlijst Wel is het aan te bevelen om als gemeente een kennisniveau te ontwikkelen zodat minimaal de risico’s ingeschat kunnen worden die in de rapportage benoemd staan en een globale inschatting te kunnen maken of het rapport aan de minimale (juridische) eisen van de Wnb voldoet. Niet alleen om de kwaliteit te borgen maar ook om het proces te kunnen begeleiden. Wensen Bij de gemeente bestaat de wens om het onderdeel Wnb bij projecten beter te borgen. Mogelijkheden hiervoor worden vooral gezien door het in huis halen van kennis.

Dit kan op verschillende manieren: • Aannemen van een ecoloog; • Inschakelen van een deskundig adviesbureau (bijvoorbeeld een detachering); • Het opleiden van collega’s binnen de gemeente. Een alternatief is het inschakelen van de omgevingsdienst voor advies, diverse omgevingsdiensten zijn goed toegerust om te kunnen beoordelen of een advies juridisch en inhoudelijk voldoet aan de Wnb. 4.1.2

Beheer openbare ruimte Huidige aanpak De afdeling uitvoering en beheer (OD) is goed bekend met de wet- en regelgeving die op dit vlak geldt en heeft op dit gebied voldoende kennis in huis. Dit blijkt uit de interviews en de werksessies waarbij is aangeven dat bijvoorbeeld al buiten bepaalde kritische periodes (zoals het broedseizoen)

22

Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein

wordt gewerkt. Binnenkort wordt de gedragscode bestendig beheer en onderhoud geïmplementeerd. Hiermee wordt voorkomen dat er bij beheer- en onderhoudswerkzaamheden verbodsbepalingen van de Wnb worden overtreden. Bij schadebestrijding door derden is er bij de gemeente capaciteit om te ondersteunen bij het aanvragen van een ontheffing van de Wnb, bijvoorbeeld voor jacht op konijnen die schade berokkenen aan de begraafplaats en volkstuinen. Risico’s Door beheer uit te voeren aan groenelementen loopt men normaliter het risico dat (beschermde) soorten woorden aangetast. Doordat hier momenteel al rekening mee wordt gehouden, is dit risico beperkt. Wensen Er is een behoefte aan een centraal aanspreekpunt voor het onderdeel Wnb. Deze persoon kan er in een rol als coördinator voor zorgen dat dit bij beheer- en onderhoudswerkzaamheden consequent wordt geborgd. Ook kan hij/zij functioneren als aanspreekpunt bij vragen of onduidelijkheden over de Wnb en advies geven over de te volgen werkwijze. Het wordt door het gemeentepersoneel gezien als een meerwaarde als een dergelijke coördinator binnen de gemeente wordt aangesteld en deze kennis niet hoeft worden ingehuurd.

4.2

Vergunningverlening ruimtelijke inrichting In hoofdstuk 3 wordt beschreven dat de gemeente als vergunningverlener moet beoordelen of er door de initiatiefnemer voldaan is aan de onderzoeksplicht die de Wnb met zich meebrengt alvorens de gemeente een omgevingsvergunning verleent. Huidige werkwijze Bij de gemeente wordt bij het beoordelen van omgevingsvergunningaanvragen qua werkwijze onderscheid gemaakt tussen kleinere, reguliere aanvragen, en complexe aanvragen met een ruimtelijke afweging (ruimtelijke accounts genoemd). Bij de reguliere aanvragen wordt de aanvrager erop gewezen dat een toetsing aan de Wnb noodzakelijk is door in de ontvangstbevestiging een korte alinea over de Wnb op te nemen. Daarin wordt de aanvrager onder andere geadviseerd om contact op te nemen met een adviseur uit het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Er wordt vervolgens niet actief gecontroleerd of de aanvrager dit advies ter harte neemt en of hij al dan niet terecht (alsnog) het onderdeel ‘Wnb’ aanhaakt bij zijn vergunningaanvraag. Bij ruimtelijke accounts wordt in afstemming met de gemeentelijke ‘ecoloog’ bepaald of een quickscan vereist is. Dat is vrijwel altijd het geval.

Toetsing van de quickscan en de noodzaak tot nader onderzoek, evenals de beoordeling van dat nader onderzoek, ligt in basis bij de gemeentelijke ecoloog, een functie die zoals gezegd op dit moment niet op het noodzakelijke kennis- en capaciteitsniveau wordt ingevuld. Ook is onvoldoende duidelijk of en zo ja hoe bij deze beoordeling een beroep werd gedaan op kennis en ervaring aanwezig bij provincie/uitvoeringsdienst. Bij het inzetten van een uitvoeringsdienst is voor de dienstverlening een opdracht en budget noodzakelijk. Rapportages met betrekking tot de Wnb die meegestuurd werden bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning werden tot voorkort vaak mede beoordeeld door een beleidsmedewerker ecologie van de gemeente. Momenteel wordt het werk tijdelijk overgenomen door een medewerker die niet gespecialiseerd is in ecologie en de Wnb.

23

Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein

Een opvallend punt bij medewerkers van de gemeente is dat er bij reguliere projecten waarvoor een omgevingsvergunning wordt aangevraagd slechts zelden sprake is van het aanhaken van het onderdeel ‘Wnb’ c.q. het aanvragen van Wnb-ontheffing of -vergunning waarvoor een Verklaring van geen bedenkingen (VVGB) moet worden aangevraagd bij de provincie. Er is bij de gemeente dan ook geen/ nauwelijks ervaring opgedaan met projecten waarbij een VVGB nodig is geweest. Wanneer er in het kader van een aanvraag wordt geconcludeerd dat er geen toestemming op grond van de Wnb nodig is, dan wordt er doorgaans niet getoetst of deze conclusie juist is. Als knelpunt wordt hierbij genoemd dat er geen actuele en betrouwbare gegevensbron beschikbaar is om de mogelijke aanwezigheid van beschermde natuurwaarden op te zoeken. In 2012 is een gemeentelijk brede quickscan van natuurwaarden uitgevoerd die inmiddels is verouderd en gebaseerd is op de voormalige Flora- en faunawet (Brekelmans et al., 2012). Binnen de gemeente Nieuwegein werken ook juridisch adviseurs. Zij geven aan zelden te maken te hebben met de Wnb en ook geen inhoudelijke kennis te hebben over deze wetgeving. Wel is er een specialist op het gebied van stikstof aanwezig die beoordeelt of projecten conflicteren met het onderdeel stikstof uit de Wnb.

Risico’s huidige aanpak Hoewel bij aanvragen wordt gecontroleerd of de juiste bestanden zijn toegevoegd wordt de inhoud van de toetsingen vaak niet gecontroleerd. Hierdoor loopt de gemeente als beoordelaar een aantal risico’s: • Doelstellingen van Wnb worden niet behaald, zoals het beschermen en ontwikkelen van de natuur en het behoud en herstel van biodiversiteit • Bezwaar, gemeente is verantwoordelijke wanneer een omgevingsvergunning is verleend en de Wnb niet op de juiste manier is getoetst. • Door het niet voldoen aan de rol als beoordelaar van de Wnb kan de gemeente imago schade oplopen. De initiatiefnemer die een omgevingsvergunning aanvraagt loopt overigens dezelfde risico’s als genoemd bij de rol als initiatiefnemer (paragraaf 4.1). Wensen De gemeente wenst beter in te kunnen spelen op de risico’s die samenhangen met het onvoldoende uitvoeren van haar taak als Wnb beoordelaar en wil meer zekerheid uitstralen in deze rol. Dit kan worden bereikt door: • Kennis in huis te halen, zie ook initiatiefnemer. • Het opstellen van een risicokaart die inzicht biedt in het voorkomen van beschermde soorten in de gemeente. Een dergelijke kaart is onder andere nodig voor het uitvoeren van groenbeheer.

• Een handreiking/stappenschema waaruit duidelijk wordt waarop moet worden gelet bij verschillende typen van initiatieven (te denken aan -bij voorbeeld- een dakkapel of de sloop van een gebouw).

24

Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein

4.3

Toezicht en handhaving De gemeente heeft als bevoegd gezag voor de Wnb een rol als toezichthouder en handhaver wanneer dit onderdeel is aangehaakt bij een omgevingsvergunning. Huidige aanpak Bij de afdeling toezicht en handhaving wordt jaarlijks een uitvoeringsprogramma opgesteld waarin prioriteiten staan vastgesteld. In Nieuwegein gelden volgens medewerkers geen prioriteiten of beleid op gebied van de Wnb. Momenteel ligt de prioriteit met name bij brandveiligheid, asbest en bouw. Er zijn BOA’s (bevoegd in domein 1) actief die toezien op de openbare ruimte, bouwtoezichthouders die toezicht houden op de bouw en milieutoezichthouders voor toezicht op milieuaspecten. De genoemde toezichthouders hebben geen taak om toezicht te houden op bepalingen uit de Wnb. Overigens kunnen bouwtoezichthouders vaak niet handhaven als de gemeente eisen stelt aan bouwontwikkelaars (bijvoorbeeld: men dient een beukenhaag te plaatsen en een bewoner plaatst een hek). Dit kan niet op grond van de wet. Wanneer bij verlening van omgevingsvergunningen specifieke voorwaarden gelden dan worden deze door de gemeente gecontroleerd. Bij grotere projecten (ruimtelijke accounts) kunnen er voorwaarden volgen uit de quickscan of nadere onderzoeken Wnb. Die worden dan zo concreet mogelijk vermeld t.b.v. het toezicht. Bij reguliere vergunningen hebben de voorwaarden zelden tot nooit betrekking op de Wnb.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=933d43ce-0404-47da-aaea-d06cd88d8c00